CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

07b. Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020 Roosendaalsebaan ong. tussen nr. 20 en 24 te Schijf

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 16 oktober 2024, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2020, Roosendaalsebaan ong. tussen nr. 20 en 24 te Schijf’35.717 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 23 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 10: Bebouwingsmogelijkheden

De pla lo atie ligt i het ge ied Roosendaalsebaan . De bebouwingsconcentratie ter hoogte van de Roosendaalsebaan geeft ruimte voor een toevoeging van 3 tot 4 woningen. De locatie Roosendaalsebaan ong. tussen nr. 20 en 24 is hier een van. De concentratie bestaat uit een kort lint tot aan de bosrand. De planlocatie is aangegeven als mogelijk te bebouwen gebied. Voor de ruimte voor ruimte kavels gelden de onderstaande beeldkwaliteitseisen. Deze eisen komen voort uit de beleidsnota Ruimte voor Ruimte 2020. Kavel: ▪ minimaal 30 meter breed; ▪ bij grotere kavelbreedte bebouwing maximaal 20 meter; ▪ maximaal 50% bebouwen; ▪ lengte variabel, afstemming op aangrenzende percelen; ▪ minimaal oppervlak 1000 m²; ▪ maximaal 2 woningen per bouwlocatie. Situering woning: ▪ oriëntatie op de weg; ▪ voorste rooilijn achter die van aangrenzende bebouwing in directe omgeving; ▪ achterste rooilijn niet verder dan die van bebouwing in directe omgeving; ▪ hoofd- en bijgebouwen bij voorkeur aaneen gebouwd; ▪ minimaal 5 meter uit de zijdelingse perceelgrens of erfbeplanting. Beplanting: ▪ opgaande beplantingsstrook van minimaal 5 meter breedte op beide zijdelings en achterste perceelgrenzen; ▪ streekeigen inheemse beplanting toepassen; ▪ voortuin minimaal 60% groen. Parkeren: ▪ volledig op eigen terrein; ▪ minimaal ruimte voor 2 parkeerplaatsen.

Bouwvorm: ▪ goothoogte maximaal 5,5 meter; ▪ kap verplicht; Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 24 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

▪ ▪ ▪ ▪

dakhelling minimaal 40°; voorkeur langskap; nokhoogte maximaal 9 meter; massa maximaal 1000 m3.

Architectuur: ▪ afstemming op directe omgeving; ▪ voorkeur voor baksteen of hout voor gevels; ▪ dak voorkeur gebakken pannen of riet; ▪ geen lichte kleuren en geglazuurde materialen toepassen; ▪ materiaalkeuze in overleg met welstandscommissie. Procedure: ▪ initiatief melden bij gemeente; ▪ eventueel nadere eisen stellen; ▪ vooroverleg met welstand over schetsontwerp; ▪ beplantingsplan; ▪ beoordeling welstand; ▪ planologische procedure/bouwvergunning.

Figuur 11: Kavelindeling en situering, RvR, Visie op toepassing regeling

In paragraaf 4.5 worden de bovengenoemde beeldkwaliteitseisen op de planlocatie omschreven. 3.4.4

Landschapsontwikkelingsplan (LOP)

Het LOP is een plan om sturing te kunnen geven aan komende (voorzienbare) ontwikkelingen in het buitengebied. Tegelijkertijd geeft het een handvat om de wenselijkheid van onvoorzienbare ontwikkelingen te kunnen beoordelen. Het landschapsontwikkelingsplan is een uitwerking van de Structuurvisie Plus, ook dit plan heeft een globaal karakter. De hoofd- en deelkeuzes die de gemeente voorstaat zijn in het plan verwoord en verbeeld. Bij de Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 25 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

verdere uitwerking van het landschapsontwikkelingsplan dient steeds onderzocht te worden hoe deze keuzes vertaald kunnen worden naar concrete uitvoering in het veld.

Figuur 12: Deelgebied grensgebied Zundert, LOP

Deelgebied Schijfse Vaart Karakteristiek Het landschap rond Schijf, en tussen de Rucphense bossen en het MOB-complex bestaat uit oude, besloten zandontginningen. Opvallendelement in dit landschap is de Schijfse Vaart, een oude turfvaart die dateert uit de tijd van de turfwinning. De vaart is een archaischelement en niet meer op alle plekken herkenbaar. De waterhuishoudingvan het gebied is divers, de gebieden langs de bossen zijn infiltratiegebieden, in de lager gelegen delen is het vochtiger omdat het water uit de hoger gelegen delen zich hier verzameld. De landerijen tussen de Rucphense Bossen en de kern Schijf liggen op een hoger gelegen dekzandrug. Daarom zijn de oude landbouwgronden, de bolle akkers waar de bewoners van Schijf van oudsher hun gewassen verbouwden, juist daar te vinden. De overgang van de bossen naar het relatief open landschap zijn hard en abrupt. In het landschap zijn nog enkele historische lijnen en boskavels terug te vinden, die nog dateren uit de Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 26 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

tijd van de ontginning. Het gebied heeft een grotendeels agrarische functie. Er is vooral intensieve veehouderij te vinden, maar ook boomteelt. Verder heeft Schijf een voorzieningenfunctie voor recreanten uit de Rucphense Bossen. Opgaven voor het landschap Het hele deelgebied Schijfse Vaart is in het kader van de Reconstructie aangewezen als extensiveringsgebied. Het grootste gedeelte is extensivering natuur, het westelijke deel dat grenst aan de Rucphense Bossen is aangewezen als extensiveringsgebied voor melkveehouderij. Visie De randen van de kern Schijf naar het buitengebied zijn op dit moment nog erg fraai, in plaats van rommelige achterkanten heeft de bebouwing haar voorkant naar het buitengebied gericht. Dergelijke overgangen zijn geen vanzelfsprekendheid meer en verdienen het gekoesterd, dan wel versterkt te worden. De beoogde ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast. Hierbij is aansluiting gezocht met de landschappelijke inpassing van het wijzigingsplan Roosendaalsebaan 24. In paragraaf 4.5.4 komt de landschappelijke inpassing aan bod. 3.4.5

Structuurvisie Landschap

De gemeente Rucphen beschikt reeds over een Landschapsontwikkelingsplan (LOP). Hierin wordt het ideaalbeeld van het Rucphense landschap geschetst en zijn projecten benoemd om dit ideaalbeeld te kunnen bereiken. Het LOP vormt de basis voor de structuurvisie. De Structuurvisie Landschap geldt niet als toetsingskader voor nieuwe initiatieven maar fungeert uitsluitend als aanvulling op en actualisering van het LOP en geldt als naast de meer algemene Structuurvisie-plus als specifieke op het landschap gerichte structuurvisie. Deze structuurvisie heeft het primaire doel economische activiteiten in het buitengebied bij bouw- en ge ruiksaa rage te koppele aa zorg e k aliteit a het la ds hap o for het K aliteits er eteri g a het la ds hap pri ipe uit de pro i iale ‘ui telijke erorde i g. Om het ideaalbeeld uit het LOP te kunnen bereiken mogen de ruimtelijke kenmerken van de deelgebieden niet worden aangetast maar dient het landschap te worden hersteld en versterkt. Ten behoeve van de kwaliteitsverbetering van het landschap heeft de gemeente Rucphen landschapspakketten per deelgebied opgesteld waarin wordt aangegeven welke landschapselementen toegepast kunnen worden om het deelgebied afhankelijke landschap te kunnen versterken. De planlocatie Roosendaalsebaan ong. tussen nr. 20 en 24 ligt i het deelge ied “ hijfse Vaart .

Voor dit deelgebied zijn diverse landschapspakketten toepasbaar, kwaliteitsverbetering van het landschap in de zin van de Interim omgevingsverordening is niet van toepassing. 4.3.6

Groenbeleidsplan Groen R, 2022

De gemeente Rucphen mag zich met recht een groene gemeente noemen. En dat wil de gemeente ook graag blijven. Dat doen zij door meer, beter en bereikbaar groen. Hierbij spelen een groot aantal factoren een rol, zoals (be)leefbaarheid, klimaatadaptatie, duurzaamheid, gezondheid, biodiversiteitsherstel, landbouw etc. Op basis van kansen en bedreigingen worden keuzes gemaakt in prioritering van uitvoer. Met Groen R streeft de gemeente de komende jaren naar een duurzame ontwikkeling van het groen en landschap. Wanneer het gaat om het behoud en versterken van het leefklimaat in de dorpen en het buitengebied is groen belangrijk. Dit geldt voor zowel mensen als dieren. Gemeente Rucphen is zich bewust van de bijdrage die groen levert aan een goede leefomgeving. Denk aan natuurwaarde, gezondheid, een betere luchtkwaliteit, klimaatadaptieve omgeving, recreatiewaarde, esthetische waarde, cultuurhistorische waarde en ook economische waarde. Groen biedt een plek voor ontmoeting en beweging en draagt bij aan een goed woon- en werkklimaat en een gezonde levensstijl. Bij het inpassen van bestaand groen en nieuw groen bij ontwikkelingen, tot het goed onderhouden, zodat groen volwassen wordt en bomen monumentaal. Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 27 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoe vanzelfsprekend de aanwezigheid van groen ook lijkt, een duidelijke borging is voor behoud en ontwikkeling van belang. Dit groenbeleidsplan sluit aan en bouwt voort op landelijke wettelijke kaders en verschillende gemeentelijke beleidskaders (waaronder: Visie Groenbeleid 2008 en Groenstructuurplan gemeente Rucphen 2009). Om te komen tot Groen R zijn de volgende zes bouwstenen van belang. De bouwstenen geven inzicht in de verschillende verschijningsvormen en relaties van groen. Het geeft per bouwsteen de huidige situatie weer en daarnaast ook de noodzakelijke opgaven. De bouwstenen zijn: ▪ Groen en identiteit; ▪ Groen en natuur; ▪ Groen en de gezondheid; ▪ Groen en klimaatadaptatie; ▪ Groen en de CO2 opgave; ▪ Groen en de landbouw. In de visie werkt de gemeente aan de verbinding en de verbetering van het groen in de kernen en het buitengebied, met als doel een sterke groenstructuur. De structuur moet bestaan uit een gevarieerd groenpalet van bloemen tot bomen, van rustige tot drukkere gebieden, van ecologisch groen tot speelgroen. Door het verbinden van groene gebieden ontstaan meer mogelijkheden voor dieren en voor planten om te leven en voor onze inwoners om daar van te genieten. Geleidelijk ontstaat zo in de publieke (en in de private) buitenruimte een samenhangend groen netwerk.

Die groenstructuur wordt gerealiseerd door waardevol groen te behouden, groen toe te voegen waar dat kan en groen zo aan te leggen dat het een meerwaarde heeft voor mensen en dieren. De gemeente Rucphen ontwikkeld de groene ruimte in de gemeente met aandacht voor gezondheid, natuur, klimaatadaptatie en sociaal welzijn. Een ruimtelijke visie voor de hele gemeente die gebaseerd is op de ruimtelijke kenmerken en rekening houdt met dynamiek en ontwikkelingen binnen de gemeente. Het groenplan is niet per definitie een blauwdruk maar geeft richting aan ontwikkelingen in het groen, en biedt kaders voor niet-groenprojecten. Groen R bestaat uit de genoemde bouwstenen. Als er groene ruimtes worden toegevoegd, verbeterd, beheerd of ontworpen, doet de gemeente dat door het inzetten van een aantal principes die de basis vormen onder deze visie. Alle vier zijn ze gericht op het doel van een leefbare gemeente voor mens en dier. ▪ Principe 1 We zorgen voor genoeg en gevarieerd groen voor iedereen; ▪ Principe 2 We zorgen voor groen dat bijdraagt aan verschillende opgaven; ▪ Principe 3 De gemeente wordt natuurinclusief aangelegd en beheerd; ▪ Principe 4 Aan groen werken we samen. De visie Groen R gaat over de invulling van openbaar groen binnen de gemeente Rucphen. De planlocatie maakt geen deel uit van het openbaar gebied.

De beoogde ontwikkeling geeft geen aantasting aan de kwaliteit of kwantiteit van het groen in de gemeente Rucphen. De planlocatie ontsluit aan de Roosendaalsebaan. De Roosendaalsebaan is in de groenstructuurkaart aa ge erkt als hoofdstru tuur o e . De pla lo atie ligt i e het ge ied te ehoude e te ersterke la ds hap droog akerij . De eoogde o t ikkeli g heeft gee i loed op e e tueel i de o ge i g gelege groenstructuren. Het groenstructuurplan heeft geen gevolgen voor de ontwikkeling op de planlocatie of andersom.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 28 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 13: Groenstructuurkaart, Groenbeleidsplan Groen R

4.3.7

Boombeleid gemeente Rucphen

De gemeente Rucphen streeft de komende jaren naar een duurzame ontwikkeling van het bomenbestand. De aspecten gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde zijn de drie bepalende pijlers. Het behouden en versterken van de boomstructuur, het vergroten van de biodiversiteit en klimaatadaptief maken van de gemeente zijn daarbij uitgangspunt. Door het benoemen van de essentiële groenstructuur van de dorpen kan gericht worden gewerkt aan het groene geraamte. Dit wordt tevens bereikt door het stellen van heldere inrichtings- en beheereisen. De gemeente Rucphen is zich als groene gemeente bewust van het belang van een goede biodiversiteit. Waarbij we inzetten op goede robuuste en fijnmazige netwerken, een duidelijke en passende soortkeuze en het stimuleren van milieu- en natuureducatie. Het draait bij de waardering van de bomen over de beleving door de gebruikers. Van de Rucphense Bossen tot de kleine landschapselementen in het buitengebied en van de bomenlanen tot de bomen in de woonstraten binnen de dorpen. Met een bomenbestand van circa 14.000 bomen is er gemiddeld 0,6 boom per inwoner, dat is vergelijkbaar met het landelijke gemiddelde van 0,5 boom per inwoner. Een groot aantal van de bomen binnen de gemeente is aangewezen als waardevol, deze bomen zijn opgenomen op de groene kaart. Ze dragen op een bijzondere manier bij aan de groene uitstraling van de gemeente.

De planlocatie ontsluit aan de Roosendaalsebaan. De Roosendaalsebaan is aangemerkt als hoofdstructuur gemeentelijke bomen. De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op eventueel in de omgeving gelegen groenstructuren. Het groenstructuurplan heeft geen gevolgen voor de ontwikkeling op de planlocatie of andersom.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 29 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 14: Uitsnede Groene kaart, buitengebied

3.4.8

Waterplan Rucphen, visie en maatregelen

De gemeente Rucphen wil samen met het Waterschap Brabantse Delta, de Provincie Noord-Brabant en Brabant Water het watersysteem in Rucphen op orde brengen en op orde houden. Het waterplan Rucphen geeft met de watervisie voor 2050 aan hoe dat eruit gaat zien. Daarnaast geeft het waterplan inzicht in de ers hille de aterthe a s die spele e de ijze aarop i ulli g ordt gege e aa de ateropga e. In het waterplan wordt het watersysteem en de waterketen beschreven en wordt ingegaan op de (bekende) knelpunten en de punten die goed zijn of potentie hebben. Daarna wordt ingegaan op de watervisie voor de ge ee te ‘u phe i . De drie hoofdthe a s zij de aterstru tuur, ater i de o ge i g e waterbeleving in het groen. Ten slotte worden maatregelen beschreven. De maatregelen kunnen van verschillende aard zijn: communiceren, organiseren (werkafspraken) en feitelijke aanpassingen aan het watersysteem. Het plangebied is niet gelegen binnen een ontwikkeling in het kader van het Waterplan Rucphen. In paragraaf 4.4.4 komt het aspect water aan bod voor de planlocatie. 3.4.9

Nota Archeologie gemeente Rucphen

Op 18 september 2019 is de nieuwe Nota Archeologie vastgesteld met bijbehorende Archeologisch Beleidskaart. In figuur 15 is de o derha ige pla lo atie gelege i e aarde - historische kernen, bekende archeologische vindplaatsen en relicten, en hoge archeologische verwachting (tenminste) voor vindplaatsen voor jager- erza elaars . Bi e de aa duidi g aarde geldt ee o derzoekspli ht ij ee i i ale bodemverstoring met een minimum oppervlakte van 100 m². I paragraaf . ko t het aspe t Ar heologie erder aa

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

od.

Pagina 30 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 15: Uitsnede archeologische beleidskaart

3.4.10

Visie Duurzaamheid 2019-2030 en Duurzaamheidsagenda 2019-2030

De gemeente Rucphen heeft de Visie Duurzaamheid 2019-2030 opgesteld. De Visie Duurzaamheid is de basis voor de Duurzaamheidsagenda met daarin opgenomen een meerjarenprogramma en een jaarlijks uitvoeringsplan. In de Visie Duurzaamheid staan de ambities van de gemeente Rucphen op het gebied van duurzaa heid. Deze a ities he e etrekki g op de the a s: Kli aat, E ergie e Wo e / Groe e Water/ Afval en Grondstoffen/ Mobiliteit/ Landbouw/ Gemeente. De Duurzaamheidsagenda is het instrument dat de activiteiten van de gemeente en haar omgeving bundelt en structureert. De agenda is gevuld met concrete activiteiten. De agenda kan worden aangepast als zich verdere kansen voor verduurzaming voordoen of voortschrijdend inzicht daarom vraag (adaptief). De ambities van de gemeente Rucphen zijn voor nieuwbouw woningen: Bij nieuwbouw is het streven dat er duurzame woningen worden gebouwd met een Energielabel A. Het streven naar het verminderen van het verhard oppervlak in particuliere tuinen met 20% in 2030 ten opzichte van 2019. Bij nieuwe bouwplannen wordt hiermee rekening gehouden door te toetsen op waterberging.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 31 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Binnen de ontwikkeling op de planlocatie wordt met zorg aandacht besteed aan energietransitie. Het uitgangspunt voor het bouwen van de nieuwbouw woningen op de locatie Roosendaalsebaan ong. tussen 20 en 25 is duurzaamheid. De nieuwe woning aan de Roosendaalsebaan ong. wordt gasloos uitgevoerd, er wordt daardoor gebruik gemaakt van alternatieve energiebronnen. Daarnaast wordt er gestreefd naar het bouwen van duurzame woningen met duurzame materialen, met minimaal Energielabel A. Vanaf 1 januari 2021 gelden er nieuwe energieprestatie-eisen voor nieuwbouw. De energieprestatiecoëfficiënt (EPC) wordt er a ge oor drie ieu e eise oor ij a e gergie eutrale ge ou e BENG . Hier ij ordt er o der meer gekeken naar de energiebehoefte van een gebouw in KWh/m² gebruiksoppervlakte, per jaar. De nieuwe BENG-eisen zijn een aanscherping ten opzichte van de huidige EPC. De woningen aan de Roosendaalsebaan zullen worden gebouwd onder de nieuwe eisen van BENG. Daarbij kunnen de woningen onder ander worden voorzien van zonnepanelen. Daar aast ordt er zorg uldig aa da ht esteed aa kli aatadaptatie. Bij kli aatadaptatie zij t ee the a s a ela g: Groe e Water. Deze t ee the a s zij o los akelijk er o de et duurzaa heid. Ee duurzame samenleving uit zich in hoge natuurwaarden en een goede waterkwaliteit. Het klimaat is aan het veranderen.

De belangrijkste effecten van klimaatverandering zullen hitte, droogte, meer neerslag en een hogere zeespiegel zijn. De samenleving dient zich aan te passen aan het veranderende klimaat. Op de planlocatie zal minimaal 50 % van het perceel bestaan uit groen en/of tuin. Op de planlocatie worden meerdere robuuste groenelementen aangelegd met onder andere bomen die bijdragen aan hittebestendigheid van de planlocatie. Op de planlocatie zal bij het de omgevingsvergunning voor bouw bepaald worden wat exact wordt verhard, waarna bekeken wordt hoeveel hemelwaterinfiltratie zal worden aangelegd. Hiermee wordt de kans op wateroverlast aanzienlijk verminderd.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 32 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 4

Planuitgangspunten

4.1

Ruimtelijke structuur

4.1.1

Bebouwingspatroon

Het bestaande bebouwingspatroon verandert. Er worden twee nieuwe woningen gerealiseerd in het bestaande bebouwingslint. 4.1.2

Groen- en waterstructuur

De locatie aan de de Roosendaalsebaan ong. tussen nr. 20 en 24 wordt landschappelijk ingepast. De bestaande groenstructuren worden behouden, nieuwe groenstructuren worden toegevoegd passend in het landschap. In bijlage 1 van de regels is de landschappelijke inpassing toegevoegd, kortheidshalve wordt hier naartoe verwezen. 4.2

Functionele structuur

4.2.1

Algemeen

De functie van het perceel op de Roosendaalsebaan ong. tussen nr. 20 en 24 verandert van een agrarische functie naar een woonfunctie. 4.2.2

Verkeer en parkeren

De gemeente Rucphen hanteert de Nota Parkeernormen Rucphen voor het bepalen van de benodigde parkeergelegenheid. Ten aanzien van het parkeren worden de parkeernormen gehanteerd die gelden voor het buitengebied , waarbij de gemeente Rucphen gebruik maakt van haar eigen parkeernorm die zijn gebaseerd op de algemene kencijfers van het CROW. Onderstaand de parkeernorm uit de nota parkeernormen van de gemeente Rucphen. Tabel 1: Parkeernorm 'Nota parkeernormen, gemeente Rucphen'

Functie

Buitengebied

Wo i g koop, rijstaa d

2.4

Bezoek/minimaal openbaar karakter (zit in norm) 0.3 per wo

Eenheid Per woning

Voor de woningen dient minimaal 2.4 parkeerplaatsen (= 3 parkeerplaatsen) te worden voorzien op eigen terrein. Er is op de planlocatie voldoende ruimte om in de eigen parkeerbehoefte ten behoeve van het wonen te voorzien. De Roosendaalsebaan is bestemd voor zowel gemotoriseerd verkeer als voor langzaam verkeer. De ontsluiting van de woningen wordt gevestigd aan de Roosendaalsebaan. 4.3

Archeologie en cultuurhistorie

4.3.1

Archeologie

Wettelijk toetsingskader I Europees er a d is het zoge aa de Verdrag a Malta tot sta d geko e . Uitga gspu t a dit erdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd (Monumentenwet) en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 33 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (1-7-2016). Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2024 in werking zal treden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Gemeentelijk beleidskader Om invulling te geven aan deze gemeentelijk zorgtaak heeft de gemeente Rucphen de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeente inzichtelijk gemaakt door een gemeentelijke archeologiekaart op te stellen. Deze kaart is onderdeel van het archeologische beleidsinstrumentarium van de gemeente Rucphen. In 2019 heeft er een update plaatsgevonden van het archeologisch beleid. De resultaten van de onderzoeken de afgelopen jaren en verschillende nieuwe wetenschappelijke publicaties waren hiervoor de aanleiding. Dit heeft geleid tot een aanscherping. Op de gemeentelijke beleidskaart (2019) heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting deels voor jager-verzamelaars en deels voor landbouwers.

Omdat wordt aangesloten bij de regels uit het vigerend bestemmingsplan, betekent dit dat bij een gezamenlijke bodemverstoring binnen de ontwikkeling met een minimum oppervlakte van 100 m² en een diepte van 50 cm een archeologisch onderzoek vereist is. Archeologisch onderzoek Op 29 september 2021 is door Transect een rapport uitgebracht met betrekking tot het uitgevoerde archeologisch onderzoek op de planlocatie. Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O), verkennende fase door middel van boringen. Voor de volledige onderzoeksresultaten wordt kortheidshalve verwezen naar het onderzoeksrapport welke is toegevoegd aan de afzonderlijke bijlagen. Op de planlocatie is de hoge archeologische verwachting bevestigd, zoals staat omschreven in het rapport in bijlage 1 van onderhavig bestemmingsplan. De gemeente heeft besloten dat een proefsleuvenonderzoek benodigd is voor de locatie. Voor onderhavig bestemmingsplan wordt daarom een proefsleuvenonderzoek uitge oerd. Tot die tijd ordt de du el este i g Waarde – Ar heologie op de er eeldi g e i de regels van onderhavig bestemmingsplan gehandhaafd. Op 10 november 2023 is een Programma van Eisen opgesteld voor een proefsleuvenonderzoek. Het PvE is doorgestuurd naar de gemeente ter controle. Het PvE is toegevoegd in bijlage 8 van onderhavig bestemmingsplan.

Het proefsleuvenonderzoek wordt op 30 november en 1 december uitgevoerd op de planlocatie. 4.3.2

Cultuurhistorie

Bij nieuwe ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart 2010 van de Provincie Noord-Brabant staat aangegeven welke archeologische en cultuurhistorische waarden (in potentie) aanwezig is. Een uitsnede van de Cultuurhistorische Waardenkaart 2010 is weergegeven in figuur 16.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 34 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 16: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart 2010(CHW), provincie Noord-Brabant

De planlocatie Roosendaalsebaan ong. tussen nr. 20 en 24 is gelegen in een regio met indicatieve archeologische waarden. Daarnaast is de planlocatie gelegen in de regio West-Brabantse Venen, een regio met provinciaal cultuurhistorisch belang. De Roosendaaslebaan is op de Cultuurhistorische Waardenkaart aangeduid als historische geografie redelijk hoog. Regio West-Brabantse Venen De pla lo atie alt i e de regio West-Bra a tse Ve e . De i i g e het tra sport a turf heeft het landschap eeuwenlang beheerst. Hieraan herinneren de (relicten van) turfvaarten en de turfhoofden. De ontginning van het veen heeft de ontwikkeling van het gebied mogelijk gemaakt. Op de afgeveende gronden werden nieuwe dorpen gesticht, landgoederen, landbouwgronden en productiebossen aangelegd. De planlocatie betreft geen landgoed en er zijn ook geen turfvaarten in de directe omgeving aanwezig. Op de planlocatie vinden geen ontwikkelingen plaats die van invloed kunnen zijn op de cultuurhistorische landschappen. Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 35 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Historische geografie De Roosendaalsebaan is aangeduid als historische geografie (lijn) van redelijk hoge waarde. Het betreft hier herkenbare en relatief gave elementen van het historisch landschap. De lijnen zijn representatief voor de diverse soorten lijnvormige landschapselementen in Noord-Brabant. De provincie wil de geografische lijnen, net als de overige cultuurhistorische waarden, behouden, verder ontwikkelen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Het initiatief voorziet niet in een wijziging die van invloed is op de aanwezige structuren er vinden geen wijzigingen plaats die van invloed kunnen zijn op de historische geografie van de Roosendaalsebaan. 4.4

Milieu- en overige aspecten

4.4.1

Geluid

Bij het ontwikkelen van een ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan. Wegverkeer Volgens de Wet geluidhinder is het noodzakelijk dat er aandacht wordt besteed aan akoestische situatie bij geluidgevoelige objecten. In het kader van de Wet geluidhinder valt een woning onder een geluidsgevoelig object. Daarnaast vindt de beoordeling zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening, op grond van een goed woon- en leefklimaat. Het berekenen van de geluidsbelasting heeft tot doel te bepalen of wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Door Kraaij Akoestisch Adviesbureau is een akoestisch onderzoek gevelbelasting wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het rapport, met rapportkenmerk VL.2142.R01, is als afzonderlijke bijlage (bijlage 2) toegevoegd aan onderhavig plan. Toetsing aan Wet geluidhinder De geluidbelasting vanwege de Roosendaalsebaan op de gevels van de nieuwbouwwoningen bedraagt ten hoogste 51 dB. Hieruit kan worden geconcludeerd dat niet overal wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. De overschrijding bedraagt 2 – 3 dB en vindt alleen plaats op de voorgevelzijde van beide woningen. Nader onderzoek naar aanvullende maatregelen om de geluidbelasting vanwege deze weg te reduceren is dus noodzakelijk.

De maximale ontheffingswaarde voor het aanvragen van een hogere waarde wordt niet overschreden. Maatregelenonderzoek Om de geluidbelasting vanwege de Roosendaalsebaan op de voorgevels van de nieuwbouw te reduceren zijn de volgende maatregelen denkbaar: • bronmaatregelen; • maatregelen in de overdrachtssfeer; • maatregelen bij de ontvanger Bronmaatregelen Een bronmaatregel is het toepassen van een geluidarm wegdektype of het beperken van de rijsnelheid of verkeersintensiteit bij wegverkeerslawaai. Het toepassen van geluidarm asfalt, toe te passen voor slechts twee woningen, is in verhouding te kostbaar en stuit daarom op bezwaren van financiële aard. Het verlagen van de rijsnelheid of het verlagen van de verkeersintensiteit op deze weg wordt vanuit verkeersen vervoerskundig oogpunt niet haalbaar geacht. Pas bij een halvering van de verkeersintensiteit wordt een Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 36 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

zodanige reductie bereikt dat de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde wordt opgeheven. Een dergelijke afname van de verkeersintensiteit wordt gezien de gebiedsontsluitende functie van de weg niet realistisch geacht aangezien de Roosendaalsebaan de enige ontsluitingsweg in noordwestelijke richting is. Het afwaarderen van de rijsnelheid tot 50 km/u leidt nog niet tot het bereiken van de voorkeursgrenswaarde en het verder afwaarderen van deze buitenstedelijk gelegen weg tot een 30 km/u regime wordt gezien de functie van de weg niet realistisch geacht. Overdrachtsmaatregelen Overdrachtsmaatregelen zijn het plaatsen van een scherm of het zodanig positioneren van de nieuwbouw dat aan de voorkeursgrenswaarden wordt voldaan. De overschrijding van de voorkeursgrenswaarde vindt ook op de verdiepingshoogten plaats. Om die reden zal een hoog scherm (> 4 meter) nabij de bron of de nieuwbouw noodzakelijk zijn om de geluidbelasting ook op de gevels van de verdiepingen te reduceren. Het plaatsen van een dergelijk hoog scherm langs de weg of op de erfgrens bij de woningen stuit in onderhavige buitenstedelijke situatie op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard. Bovendien zal de erfontsluiting behouden moet blijven, waardoor het scherm niet geheel gesloten kan worden uitgevoerd, waarmee het geluidreducerend effect van het scherm weer wordt opgeheven.

Onderzoek naar het wijzigen van de positie van de nieuwbouw op het perceel heeft uitgewezen dat er weliswaar voldoende ruimte op het perceel aanwezig is om de woningen zodanig te positioneren dat aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan. Aan de achterzijde van de woningen blijft ook een aanzienlijk, geluidluwe buitenruimte over. Echter is een dergelijke verplaatsing in strijd met de beleidsregels van de ruimte voor ruimte-regeling en kan daarom in voorliggende situatie niet worden uitgevoerd. Maatregelen bij de ontvanger Omdat er geen bron- of overdrachtsmaatregels bij de nieuwbouw mogelijk zijn voor het bereiken van de voorkeursgrenswaarde, zijn maatregelen bij de woningen zelf (de ontvanger) noodzakelijk in combinatie met een besluit hogere waarde. Hierbij dient in ieder geval aan de wettelijke binnenwaarde te worden voldaan. De minimumeis voor de karakteristieke geluidwering van nieuwe woningen is op grond van het Bouwbesluit 20 dB. Daarnaast is in het Bouwbesluit bepaald dat de karakteristieke geluidwering van de gevel niet kleiner mag zijn dan het verschil tussen de vastgestelde hogere waarde en 33 dB in een verblijfsgebied en 35 dB in een verblijfsruimte. De geluidbelasting op de gevels waar mee gerekend moet worden is exclusief aftrek ingevolge art. 110g van de Wet geluidhinder.

In onderhavige situatie, waarvoor de nieuwbouw reeds een hogere waarde van 53 dB is vastgesteld, maar de berekendegeluidbelasting op de gevels van de nieuwbouw ten hoogste 51 dB bedraagt (met aftrek), kan voor de karakteristieke geluidwering van de meest kritisch gelegen uitwendige gevelconstructie (zuidwestelijke voorgevels) uitgegaan worden van een GA,k = 23 dB (51 dB + 5 dB aftrek – 33 dB binnenwaarde) voor een verblijfsgebied3. Voor een verblijfsruimte geldt een 2 dB lagere eis. Met een dergelijke geluidwering wordt zondermeer een goed akoestisch woon- en leefklimaat in de woningen gewaarborgd, omdat er buiten de Roosendaalsebaan geen andere relevante wegen in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn die invloed uitoefenen. Bij nieuwbouw wordt tegenwoordig een geluidwering tot 28 dB vrij eenvoudig behaald, mits gebruik wordt gemaakt van een gebalanceerd ventilatiesysteem met mechanische toe- en afvoer van lucht en er geen geluidgevoelige ruimten direct onder de kap zijn gelegen. Een geluidwering tot 25 dB wordt tegenwoordig vrijwel altijd behaald. Een berekening naar de karakteristieke geluidwering van de uitwendige gevelconstructie wordt daarom niet noodzakelijk geacht, maar is uiteindelijk ter beoordeling aan de vergunningverlenende instantie. Akoestisch woon- en leefklimaat Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 37 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Omdat in onderhavig onderzoek slechts één geluidbron, namelijk de Roosendaalsebaan, betrokken is, dient de geluidbelasting vanwege deze weg als uitgangpunt voor de beoordeling van het akoestisch woon- en leefklimaat bij de nieuwbouw. Hierbij dient geen aftrek ingevolge art. 110g Wgh meer te worden toegepast. In onderstaand overzicht worden de rekenresultaten van de geluidbelasting op de gevels van de nieuwbouw uiteengezet met daarbij de kwalificatie van het akoestisch woon- en leefklimaat volgens de Milieukwaliteitsmaat (tabel 2.2) in deze situatie. Nieuwbouwwoning kavel 1: • Voorgevel woning (zuidwest) • Zijgevels woning • Achtergevel woning (noordoost)

: : :

55 – 56 dB [redelijk tot matig] 51 – 53 dB [redelijk] 29 – 37 dB [zeer goed]

Nieuwbouwwoning kavel 2: • Voorgevel woning (zuidwest) • Zijgevels woning • Achtergevel woning (noordoost)

: : :

55 – 56 dB [redelijk tot matig] 51 – 52 dB [redelijk] 25 – 32 dB [zeer goed]

Gelet op bovenstaande kwalificatie in relatie tot de ligging van de planlocatie en het gegeven dat er bij de nieuwbouw drie geluidluwe gevels aanwezig zijn met daarbij zondermeer één geluidluwe buitenruimte (aan de achterzijde van de woningen), wordt het akoestisch woon- en leefklimaat bij de planlocatie zondermeer aanvaardbaar geacht en is in voorliggende situatie dus sprake van een goede ruimtelijke ordening. Vastgestelde hogere waarde Voor de nieuwbouw is inmiddels op 16 april 2024 door burgemeester en wethouders een hogere waarde van 53 dB vastgesteld. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de berekende geluidbelasting op de nieuwbouw, indien deze op de voorgevelrooilijn wordt gepositioneerd (circa 15 meter uit de wegas van de Roosendaalsebaan), ten hoogste 51 dB bedraagt. In voorliggende situatie wordt dus nog steeds aan het vastgestelde hogere waarde besluit voldaan, waardoor dit niet hoeft te worden aangepast. 4.4.2

Bodem

Er dient inzichtelijk te worden gemaakt of de bodem geschikt is voor de toe te kennen bestemming. Daarom dient in principe inzicht te worden gegeven in de bodemkwaliteit van de planlocatie. Door Moerdijk Bodemsanering B.V. is een vooronderzoek NEN 5725 en een verkennend bodemonderzoek NEN 5740 uitgevoerd. Het rapport met rapportnummer 2410.83.211.r1 is als afzonderlijke bijlage (bijlage 3) toegevoegd aan onderhavig plan. Conclusies Uit de veld- en analyseresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: - Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk (geur, kleur en samenstelling) geen afwijkingen waargenomen. Er zijn visueel in de bodem geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. - In de bovengrondmengmonsters M01 en M02 zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. - In de ondergrondmengmonsters M03 en M04 zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. - In grondwatermonster GW01 is een licht verhoogde concentratie aan barium aangetroffen. Aangenomen wordt dat de verhoging aan barium een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde betreft. De te ore gestelde h pothese o erda hte lo atie die t for eel gezie te orde er orpe . De erhogi g in het grondwater is echter zeer gering en kan als niet significant beschouwd worden. Nader onderzoek en/of nadere maatregelen worden derhalve niet noodzakelijk geacht.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 38 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De resultaten van het verrichte onderzoek dienen geen belemmering te vormen voor de voorgenomen fu tie ijzigi g aar o e e de aa raag a ee o ge i gs ergu i g oor de ieu ou op de lo atie. 4.4.3

Luchtkwaliteit

Conform de Wet Luchtkwaliteit kan elk project dat NIBM (niet in betekenende mate) bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Als het plan NIBM aan de luchtkwaliteit bijdraagt, hoeft geen uitgebreid luchtonderzoek meer uitgevoerd te worden. Op 1 augustus 2009 is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) in werking getreden. Het NSL zorgt ervoor dat Nederland binnen de door Europa gestelde termijn zal voldoen aan de Europese grenswaarden op het gebied van fijn stof en stikstofdioxide. In het NSL is een lijst met ruimtelijke infrastructurele projecten opgenomen met een maatregelenpakket, dat ervoor gaat zorgen dat de huidige overschrijdingen van de luchtkwaliteit worden opgelost en de negatieve effecten van geplande ruimtelijke ontwikkelingen worden gecompenseerd. Een plan is vanaf 1 augustus 2009 NIBM als het een toename van de concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) veroorzaakt die niet meer bedraagt dan 3 % van de jaargemiddelde concentratie van die stof. Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 microgram/m³ voor zowel PM10 en NO2. De categorieën die altijd NIBM zijn, de volgende: Woningbouw: ▪ 1500 woningen (netto) bij minimaal één ontsluitingsweg; ▪ 3000 woningen (netto) bij minimaal twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.

De twee beoogde woningen, welke ten opzichte van de huidige situatie wordt toegevoegd, zullen niet resulteren in een significante toename van het verkeer op de Roosendaalsebaan te Schijf. Voor het onderhavige plan is de grens van 3 % geldig. De extra verkeersbewegingen als gevolg van de nieuwe woning zal naar verwachting geen invloed hebben op de luchtkwaliteit ter plaatse en derhalve de 3 % grens nooit overschrijden. Een nader onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Omdat bij de beoogde ontwikkeling sprake is van een nieuwe woonfunctie, dient ook een beoordeling plaats te vinden of voldaan wordt aan de wettelijke luchtkwaliteitseisen c.q. inzicht te worden gegeven in de heersende concentraties. De coördinaten van de ruimte voor ruimte woningen aan de Roosendaalsebaan ong. 20 en 24 zijn bij benadering: ▪ x = 97188 ▪ y = 3900306 De Grootschalige Concentratie- en Depositiekaart Nederland (GCN) van het RIVM tonen ter hoogte van deze coördinaten, de volgende achtergrondconcentraties: 2020: PM10: 15,02 µg/m3 en NO2: 12,42 µg/m3 2025: PM10: 15,25 µg/m3 en NO2: 11,82 µg/m3 2030: PM10: 13,21 µg/m3 en NO2: 9,771 µg/m3 Deze waarden liggen ruim beneden de grenswaarde van PM10 en NO2 van 40 µg/m3. Hiermee vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de ontwikkeling op het plangebied. 4.4.4

Water

Beleid Waterschap Brabantse Delta Het waterschap Brabantse Delta Is verantwoordelijk voor het waterbeheer In de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen en ambities van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerprogramma 2022-2027, wat voort komt uit de omgevingswet. De inbreng van belanghebbenden is Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 39 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

hierbij belangrijk. Water is een belangrijke factor bij ruimtelijke ontwikkelingen. Goed waterbeheer draagt bij aan duurzame ontwikkeling van het werkgebied (en daarbuiten). Daarnaast heeft het waterschap waar nodig og toegespitst eleid e eleidsregels op de ers hille de the a s/speerpu te uit het waterbeheerprogramma en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de Legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen vallen de werkzaamheden onder een Algemene regel. Dan kan er onder voorwaarden sprake zijn van vrijstelling van de vergunningsplicht. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren.

De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen'. Watertoets In de plantoelichting moet een waterparagraaf worden opgenomen, waarin wordt aangegeven op welke manier rekening is gehouden met de (eventuele) gevolgen van het plan voor de waterhuishouding in het plangebied. De watertoets is een belangrijk instrument om te verzekeren dat de waterhuishouding vanaf het begin van de planvorming integraal onderdeel uitmaakt van de ontwikkeling. Het waterbeheer is in handen van het Waterschap Brabantse Delta. Voorliggende waterparagraaf is in het kader van de watertoets voorgelegd aan de waterbeheerder. Deze zal in het kader van het overleg ex. artikel 3.1.1 Bro het wateradvies uitbrengen. Beschrijving huidige situatie In de bestaande situatie is de ondergrond niet verhard. Waterlopen In de directe omgeving of aangrenzend aan de planlocatie zijn geen categorie A of B watergangen gelegen, zie figuur 17.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 40 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 17: Uitsnede keurkaart, waterschap Brabantse Delta

Grondwaterbeschermingsgebied Uit de beoordeling van de Keurkaart blijkt dat de planlocatie Roosendaalsebaan ong. tussen 20 en 24 niet ligt in een beperkt grondwaterbeschermingsgebied, waterwingebied of in het invloedsgebied Natura 2000. De planlocatie ligt wel in een grondwaterbeschermingsgebied, namelijk een 25-jaarszone. Het grondwaterbeschermingsgebied wordt niet belemmerd door de beoogde ontwikkeling op de locatie Roosendaalsebaan ong. tussen 20 en 24. De ontwikkeling heeft daardoor geen invloed op het grondwaterbeschermingsgebied. Riolering en infiltratie Uitgangspunt voor de waterhuishouding van deze locatie, is het aansluiten op het bestaande drukriolering systeem. Dit betekent dat schoon hemelwater, wat valt op daken en terreinverharding, in het gebied opgevangen en geïnfiltreerd dient te worden en alleen het vervuilde afvalwater via de drukriolering wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. De hoeveelheid afvalwater, die getransporteerd wordt naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie zal hiermee afnemen, wat uit het oogpunt van milieu een positieve ontwikkeling betekend. Voor de geprojecteerde bebouwing geldt derhalve dat het realiseren van een gescheiden stelsel uitgangspunt is, het huishoudelijke afvalwater van de geprojecteerde bebouwing wordt aangesloten op het bestaande rioolstelsel van de Roosendaalsebaan.

Deze aansluiting zal te zijner tijd bij de gemeente worden aangevraagd. Het waterschap is geen voorstander van het toepassen van uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Bij voorkeur het gebruik hiervan reguleren door middel van een privaatrechtelijke overeenkomst. Beschrijving toekomstige situatie De totale toename aan verhard oppervlak van de woning is nog niet bekend. De planlocatie waarbinnen twee ruimte-voor-ruimte kavels worden voorzien heeft een totaaloppervlakte van 4.557 m2, er wordt vanuit gegaan dat per ruimte-voor-ruimte perceel voor maximaal 50% wordt verhard. Kavel 1 heeft een oppervlakte van 2.349 m2. Dit betekend dat hier voor maximaal 1.174,5 m2 zal worden verhard. Kavel 2 heeft een oppervlakte van 2.208 m2. Dit betekend dat hier voor maximaal 1.104 m2 zal worden verhard. Er dient water opgevangen te worden ter compensatie van de toename van het verhard oppervlak. Voor verharding boven de 500 m 2 geldt een bergingseis van 60 mm, conform de Keur van het waterschap de Brabantse Delta. Benodigde compensatie (in m3) = Toename verhard oppervlak (in m2) * gevoeligheidsfactor * 0,06 (in m) De gevoeligheidsfactor op de locatie Roosendaalsebaan ong. tussen nr. 20 en 24 betreft 1. - De benodigde compensatie voor kavel 1 is: 1.174,5 * 1 * 0,06 = 70 m3. - De benodigde compensatie voor kavel 2 is: 1.104 * 1 * 0,06 = 66 m3.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 41 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De compensatie kan bijvoorbeeld plaatsvinden in de vorm van een vijver, verbrede sloot, infiltratiekratten, een groen sedum dak en dergelijke. Ten tijde van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt de precieze verharding en de vorm van de compensatie bepaald. De compensatie vindt plaats binnen de planlocatie, er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Om dit te borgen is een bepaling in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen. Watertoets Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. De watertoets zorgt er voor dat bij alle ruimtelijke plannen aandacht is voor de kwaliteit én kwantiteit van water. De watertoets is verplicht bij alle plannen voor landelijk én stedelijk gebied. De gemeente doorloopt met het waterschap het watertoetsproces, dat bestaat uit advisering, toetsing en goedkeuring door het waterschap. Dit bestemmingsplan wordt voorgelegd aan het waterschap Brabantse Delta. Die zal in het kader van het overleg ex. artikel 3.1.1 Bro het wateradvies uitbrengen. 4.4.5

Bedrijven en milieuzonering

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met eventuele milieuhinder als gevolg van (bedrijfs-)activiteiten. Uitgangspunt daarbij is dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-pu li atie Bedrij e e Milieuzo eri g geha teerd. Deze uitga e e at een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstand geldt tussen enerzijds de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is. De gegeven afstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Omgevingstype In de VNG-uitgave wordt aangegeven, dat een gemengd gebied een gebied is met een matige tot sterke functiemenging.

Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied beschouwd worden. Indien sprake is van een gemengd gebied kan de milieucategorie met één afstandsstap worden verlaagd. Het plangebied ligt in een lintbebouwing met een functiemenging van niet-agrarische bedrijven en burgerwoningen naast elkaar voorkomen. Om die reden kan het gebied worden beschouwd als een gemengd gebied. Milieuzones In de omgeving zijn een aantal (niet-agrarische) bedrijven gevestigd. In onderstaande tabel is de afstand weergegeven ten opzichte van de planlocatie, uitgaa de a ee ge iedst peri g gemengd buitengebied . Tabel 2: richtafstanden op basis van gebiedstypering ge e gd gebied Adres Omschrijving Milieucat. Afstand in meters geur stof

Roosendaalsebaan 24 Roosendaalsebaan 28 Roosendaalsebaan 5 &7

Installatiebedrijf Elektrotechnisch bureau Agrarisch loonbedrijf

2 2 3.1

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

10m 10m 10m

0m 0m 0m

geluid

gevaar

10m 10m 30m

10m 10m 10m

Afstand van bouwvlak tot bouwvlak nieuwe woningen 10 meter 72 meter 33 meter

Pagina 42 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Roosendaalsebaan 10 Roosendaalsebaan 15

Aanhangerwagenfabriek Agrarisch bedrijf

4.1 2

10m 10m

0m 0m

100m 10m

30m 10m

52 meter 174 meter

Uit tabel 1 blijkt dat de ri htafsta d a het aspe t geluid a het edrijf aa de ‘oose daalse aa ordt overschreden, wanneer de milieucategorie 4.1 wordt aangehouden. Op de locatie Roosendaalsebaan 10 is een aanhangwagenfabriek gevestigd. De werkzaamheden van het bedrijf betreffen voornamelijk metaalconstructiewerkzaamheden en het coaten van de aanhangwagens. Het bedrijf is kleinschalig, er is geen sprake van massaproductie. Verder kan worden opgemerkt dat de werkzaamheden plaatsvinden in gesloten gebouwen. Het aanhouden van milieucategorie 3.1, behorende bij een constructiewerkplaats, geeft dan ook een meer reëeler beeld van de bedrijfsactiviteiten en richtafstanden. De richtafstand van 50 meter ten aanzien van geluid met 52 meter dan ook behaald. Uit eerder akoestisch onderzoek voor de ruimte-voor-ruimte woning aan de Roosendaalsebaan naast nummer 5 is gebleken dat er een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonbestemming gegarandeerd kan worden. Deze woning ligt slechts op een afstand van 31 meter van het bouwvlak van de aanhangwagenfabriek, de planlocatie ligt op een afstand van 52 meter. Deze afstand is dus groter, waardoor de geluidbelasting dan ook lager zal zijn dan aan de Roosendaalsebaan naast nummer 5. Derhalve kan worden aangenomen dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat op de planlocatie Roosendaalsebaan ongenummerd tussen nummer 20 en 24. 4.4.6

Geurhinder veehouderijen

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) betreft een wet waarmee de nationale regels inzake geurhinder ten opzichte van de tot veehouderijen behorende dierenverblijven vastgesteld staan. De Wet geurhinder en veehouderij heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van geurbelasting, onder andere als gevolg van emissies door veehouderijen. Met minimumafstanden en maximale waarden voor geurbelasting krijgen geurgevoelige objecten bescherming tegen geurhinder. Met de in de Wet geurhinder en veehouderij opgenomen grenswaarden moet rekening gehouden worden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zoals het wijzigen van een bestemming. De Wet geurhinder en veehouderij vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning. Indirect heeft de Wet geurhinder en veehouderij ook consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige o je te e dus oor de rui telijke orde i g, dit ordt o gekeerde erki g ge oe d.

Voor at etreft geurhinder van veehouderijen betekent dit dat de volgende aspecten in oogschouw moeten worden genomen: ▪ Wordt er een onevenredige inbreuk gemaakt op de mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling van de nabij gelegen veehouderijen? ▪ Is ter plaatse van het plangebied een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd? Een geurgevoelig object is een gebouw dat is bestemd voor en geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf. Het gebouw moet hiervoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze worden gebruikt. De woningen aan de Roosendaalsebaan ong. tussen 20 en 24 kunnen gezien worden als geurgevoelig object. Voor de planlocatie dient te worden uitgegaan van een goed woon- en leefklimaat. Bij de beoordeling of het leefklimaat ter plaatse van de planlocatie acceptabel is, dient de geurbelasting veroorzaakt door alle in de buurt gelegen veehouderijen samen (achtergrondbelasting) en de geurbelasting op het plangebied door de individuele bedrijven (voorgrondbelasting en vaste afstand) veroorzaakt in beeld te worden gebracht. Beoordeeld moet worden of de belasting acceptabel is. De Wet geurhinder en veehouderij geeft de gemeenten de bevoegdheid om, binnen gestelde marges, bij verordening afwijkende geurnormen op te stellen in een gebiedsvisie.

De gemeente Rucphen kent voor het gebied waarin de planlocatie is gelegen geen geurverordening, in deze paragraaf worden de geurnormen uit de Wet geurhinder en veehouderij gehanteerd. Woon- en leefklimaat op basis van geuremissie In de Wet geurhinder en veehouderij zijn in artikel 3 grenswaarden opgenomen voor de geurbelasting van die veehouderij op een geurgevoelig object. Deze grenswaarden worden weergegeven in odour units per kubieke meter (ouE/m3). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de ligging binnen of buiten concentratiegebieden en de bebouwde kom. De gemeente Rucphen is conform bijlage 1 van de Meststoffenwet gelegen binnen een concentratiegebied. De locatie Roosendaalsebaan ong. tussen nr. 20 en 24 is gelegen buiten de bebouwde Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 43 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

kom, waardoor conform artikel 3, lid 1b van de Wgv een geurbelasting van 14 odour units (ou E/m³) op een gevoelig object is toegestaan. Verder worden eisen gesteld aan de afstand tussen een veehouderij met dieren zonder een geuremissiefactor en een geurgevoelig object. De norm van 14 ou E/m³ geldt altijd, tenzij het gaat om het houden van dieren waarvoor geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld in de Wet geurhinder en veehouderij. Dan geldt een vaste afstand. De woningen binnen de planlocatie kunnen gezien worden als geurgevoelige objecten in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij voor omliggende bedrijven. Gekeken moet worden of op de planlocatie een acceptabel woon- en leefklimaat aanwezig is en of de ontwikkeling op de planlocatie geen beperkende werking heeft voor omliggende veehouderijen. Het woon- en leefklimaat als het gevolg van de geurbelasting van omliggende veehouderijen is in onderstaande afbeelding weergegeven. De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant heeft voor heel Noord-Brabant, op basis van een export van de bronnen uit Web-BVB met behulp van V-Stacks Gebied, de achtergrondbelasting bepaald. De gehanteerde emissiegegevens dateren van februari 2021 en zijn daarmee actueel. De emissie van elk bedrijf is geconcentreerd op de x- en y-coördinaat zoals die in het Web-BVB is ingevoerd.

Hierdoor geeft de onderstaande kaart een indicatie van het woon- en leefklimaat. Opgemerkt dient te worden dat in de directe nabijheid van een veehouderij de achtergrondbelasting net anders kan zijn. Als uit deze kaart blijkt dat er overbelaste situaties aan de orde zijn, is een gedetailleerde achtergrondberekening benodigd. Uit onderstaande figuur, een uitsnede van de achtergrondbelastingkaart van de Omgevingsdienst ZuidoostBra a t, lijkt dat de k aliteit a de leefo ge i g op asis a de a htergro d elasti g als zeer goed is aa te merken. Op de planlocatie is er geen sprake van een overbelaste situatie. Een aanvullende berekening voor het bepalen van de achtergrondbelasting of voorgrondbelasting is in deze situatie dan ook niet noodzakelijk. Er is derhalve sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat op basis van geuremissie.

Figuur 18: Uitsnede achtergrondbelastingkaart ODZOB

Woon- en leefklimaat op basis van vaste afstanden In de omgeving van de planlocatie zijn relatief weinig agrarische bedrijven gevestigd. In de Wet geurhinder en veehouderij worden eisen gesteld aan de afstand tussen een veehouderij met dieren zonder geuremissiefactor en een geurgevoelig object. Conform artikel 4.1 van de Wet geurhinder en veehouderij gelden voor agrarische bedrijven met dieren zonder geuremissiefactor vaste afstanden tussen het dierverblijf en geurgevoelige objecten. De minimale afstand buiten de bebouwde kom betreft 50 meter. Daarnaast dient op grond van artikel 5.1 van de Wet geurhinder en veehouderij een minimale afstand aangehouden te worden van 50 meter van de gevel van het dierenverblijf tot het geurgevoelig object. Aan de Molendreef 1 is een veehouderij gevestigd waarbij de vaste afstanden van toepassing zijn. Dit betreft de meest dichtbij gelegen veehouderij. De beoogde bouwvlakken behorende bij de woonbestemming zijn op minimaal 410 meter gelegen van het bestaande agrarisch bouwvlak aan de Molendreef 1. De afstand van 50 meter wordt hiermee dan ook ruimschoots behaald. Er is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat op Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 44 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

basis van vaste afstanden. Rondom de planlocatie zijn in de bestaande situatie al geurgevoelige objecten aanwezig. Deze aanwezige geurgevoelige objecten zijn zodoende maatgevend en beperkend voor de mogelijkheden van het veehouderijbedrijf op de locatie Molendreef 1. De bestemmingswijziging geeft dan ook vanuit dit perspectief geen beperkingen voor de omliggende veehouderijbedrijven. Gelet op voorgaande kan geconcludeerd worden dat het aspect geur geen belemmering vormt voor de ontwikkelingen op de planlocatie Roosendaalsebaan ong. tussen nr. 20 en 24. 4.4.7

Gezondheidsaspecten

Toetsingskader Het gezondheidsaspect heeft de laatste jaren steeds meer aandacht als het gaat om veehouderijen in de nabijheid van woningen en woonkernen. Met name komst of de aanwezigheid van intensieve veehouderijen kan onrust veroorzaken over de gezondheid bij omwonenden. Mogelijke risico's voor de gezondheid kunnen worden veroorzaakt door fijnstof, stank, endotoxinen en zoönosen. Endotoxinen zijn deeltjes van bacteriën of schimmels die zitten in agrarisch stof. Zoönosen zijn infectieziekten die van dieren op mensen overdraagbaar zijn. Voorbeelden hiervan zijn de vogelgriep, MRSA, BSE en Q-koorts. De huidige onderzoeken – bekend gemaakt vanuit Ministeries, Rivm, Gezondheidsraad of GGD - maken duidelijk dat er nog veel onbekend is en dat daarom nauwkeurige uitspraken over een eventuele directe relatie tussen nabijheid van veehouderij en effecten op de gezondheid van omwonenden nog niet mogelijk zijn. Voor zover echte verbanden tussen gezondheidseffecten en veehouderij worden gevonden, hebben deze betrekking op de afstand tussen veehouderij en bewoning en op het aantal bedrijven binnen een zekere straal rond bewoonde gebieden. Uit de resultaten van huidige onderzoeken kan echter niet simpelweg worden geconcludeerd om welke afstand het gaat en bij welke concentraties gezondheidseffecten optreden.

Omdat veel mensen zich afvragen of het (on)gezond is om in de buurt van een veehouderij te wonen heeft het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu (RIVM) onderzoek laten verrichten. Dit heeft geresulteerd in twee o derzoeksrapporte Veehouderij e Gezo dheid O o e de , kort eg VGO uit e VGO uit . De belangrijkste resultaten uit deze onderzoeken zijn: ▪ Rond pluimveehouderijen en geitenhouderijen komen iets vaker longontstekingen voor; ▪ Bij mensen die dicht bij een veehouderij wonen komen astma en neusallergie minder voor; ▪ Mensen die in de buurt van veel veehouderijen wonen kunnen een verminderde longfunctie hebben. Uit het VGO 2-rapport volgt verder dat er een verhoogde kans (29%) op longontsteking is binnen een straal van 1,5 tot 2 km van geitenhouderijen en 1 km van pluimveehouderijen. De precieze oorzaak van deze verhoogde risico`s kan echter niet worden aangegeven door de GGD. Op dit moment gaat men ervan uit dat pas binnen enkele jaren meer concreet aangegeven kan worden of er oorzakelijke verbanden bestaan en wat deze inhouden. In maart 2016 is de eerste versie van de Handreiking veehouderij en volksgezondheid verschenen. De handreiking bestaat uit een algemene onderbouwing op grond waarvan volksgezondheid meegenomen dient te worden in de ruimtelijke besluitvorming en besluitvorming in het kader van milieu.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14592920/1