CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

07b Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020 Roosendaalsebaan ong. tussen nr. 20 en 24 te Schijf

gemeenteraad 6 november 2024, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2020, Roosendaalsebaan ong. tussen nr. 20 en 24 te Schijf35.717 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

24

Plangebied Buitengebied Rucphen 2020, Roosendaalsebaan ong. tussen 20 en 24 te Schijf

Enkelbestemmingen

G-LE

G-LE

Groen - Landschapselement

W

Wonen

Dubbelbestemmingen WR-A

Waarde - Archeologie

Gebiedsaanduidingen

W

milieuzone - boringvrije zone milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied

WR-A

G-LE

overige zone - bebouwingsconcentratie overige zone - beperkingen veehouderij overige zone - beslotenheid overige zone - kernrandzone

W

RPN00Q 00310G0000

overige zone voorwaardelijke verplichting Roosendaalsebaan ong. tussen 20 en 24 overige zone - waarde archeologie 2

9

RPN00Q 00311G0000

vrijwaringszone - obstakelbeheerzone

Bouwvlakken bouwvlak

BESTEMMINGSPLAN 20

RPN00Q 00561G0000

RPN00Q 00295G0000

"Buitengebied Rucphen 2020, Roosendaalsebaan RPN00Q 00489G0000 ong. tussen 20 en 24 te Schijf"

Projectnr Blad Getekend Schaal Datum Wijz.

: : : : : :

202280 NL.IMRO.0840.9000B0072-DEF1 L.S. 1:500 2024-07-18 --

7A

GEMEENTE RUCPHEN Molenzicht 2 |4881 BW Zundert |076-5990340 | www.schoenmakersadvies.nl

RPN00Q 00562G0000

Toelichting

Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Roosendaalsebaan ong. tussen 20 en 24 te Schijf Planstatus: Datum: Plan identificatie:

definitief 2024-08-27 NL.IMRO.0840.9000B0072-DEF01

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Colofon

Titel:

Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Roosendaalsebaan ong. tussen 20 en 24 te Schijf

Ontwerp:

Molenzicht 2 4881 BW ZUNDERT Tel: 076-5990340 www.schoenmakersadvies.nl Projectnummer:

202280

Rapportnummer:

202280.01

Datum:

27 augustus 2024

Status:

definitief

Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 2 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Toelichting Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 3 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ................................................................................................................................. 5 1.1 Aanleiding .............................................................................................................................................. 5 1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied ............................................................................................ 6 1.3 Vigerend bestemmingsplan ................................................................................................................... 6 1.4 Planvorm................................................................................................................................................ 7 1.5 Leeswijzer .............................................................................................................................................. 7 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie .................................................................................................................. 8 2.1 Ruimtelijke structuur ............................................................................................................................. 8 2.2 Functionele structuur ............................................................................................................................

8 Hoofdstuk 3 Beleidskader......................................................................................................................... 10 3.1 Algemeen ............................................................................................................................................. 10 3.2 Beleid Europees en rijksniveau ............................................................................................................ 10 3.3 Beleid provinciaal niveau ..................................................................................................................... 12 3.4 Beleid gemeentelijk niveau ................................................................................................................. 20 Hoofdstuk 4 Planuitgangspunten ............................................................................................................. 33 4.1 Ruimtelijke structuur ........................................................................................................................... 33 4.2 Functionele structuur .......................................................................................................................... 33 4.3 Archeologie en cultuurhistorie ............................................................................................................

33 4.4 Milieu- en overige aspecten ................................................................................................................ 36 4.5 Planbeschrijving ................................................................................................................................... 50 Hoofdstuk 5 Juridische aspecten .............................................................................................................. 54 5.1 Algemeen ............................................................................................................................................. 54 5.2 Algemene toelichting verbeelding ....................................................................................................... 54 5.3 Algemene toelichting regels ................................................................................................................ 54 Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid ................................................................................................................... 57 6.1 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................................ 57 6.2 Omgevingsdialoog ...............................................................................................................................

57 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................................................... 57

Afzonderlijke bijlagen 1. Archeologisch bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO), Transect, rapportnummer 3641, 1 oktober 2021 2. Akoestisch onderzoek, Kraaij Akoestisch Adviesbureau, rapportkenmerk VL.2142.R01, revisie 1, 26 augustus 2024 3. Vooronderzoek NEN 5725 en Verkennend bodemonderzoek NEN 5740, Moerdijk Bodemsanering B.V., rapportnummer 2410.83.211.r1, 6 oktober 2021 4. Ecologische Quickscan, Maassen Ecologisch Advies en Onderzoek, rapportnummer 2108-1, 23 augustus 2021 5. Standaardadvies Brandweer 6. Omgevingsdialoog 7. AERIUS berekening, NOX advies 8. PvE Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven 9. Proefsleuvenonderzoek, Transect, rapportnummer 5095, 18 december 2023 10. Nota van Zienswijzen 11. Hogere waarde besluit

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 4 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De provincie Noord-Brabant wil samen met gemeenten de veranderingen in het buitengebied dusdanig sturen dat bedreigingen worden omgezet in kansen. Gemeente Rucphen heeft de beleidsnota ‘ui te oor Ruimte, Visie op toepassi g regeli g opgesteld. De doelstelling van het beleid is dat de ruimtelijke kwaliteit wordt behouden en mogelijk versterkt. De ruimte voor ruimte regeling maakt het mogelijk woningen te bouwen buiten het reguliere woningbouwprogramma om. De bouw van nieuwe woningen op ruime kavels in delen van het buitengebied kan hierdoor mogelijk worden gemaakt, wanneer hiervoor agrarische bedrijfsgebouwen die in gebruik waren of zijn voor intensieve veehouderij, worden gesaneerd in combinatie met milieuwinst ter plaatse. De provincie Noord-Brabant heeft hiertoe richtlijnen vastgesteld in de beleidsnota Ruimte voor Ruimte 2006. I het este i gspla Buite ge ied ‘u phe is op de er eeldi g de aa duidi g etge i gzo e – ijzigi gsge ied opge o e , op deze per ele is het o der oor aarde toegestaa o de igere de este i g te ijzige aar de este i g Wo e i het kader a de ‘ui te oor ‘ui te regeli g. Het initiatief is om op de locatie Roosendaalsebaan ong. tussen nummer 20 en 24 te Schijf twee ruimte-voorruimte woningen op te richten. Deze lo atie is opge o e i de eleids ota ‘ui te oor ‘ui te, Visie op toepassi g regeli g e alt o der het ge ied ‘oose daalse aa .

Te e s is i e het igere de este i gspla de aa duidi g etge i gszo e – ijzigi gsge ied opge o e . Op locatie is ruimte voor twee bouwpercelen met voldoende ruimte en welke voldoen aan de minimale afmetingen voor ruimte-voorruimte kavels. Beide woningen kunnen hiermee met de maximale inhoudsmaat van 1.000 m 3 worden opgericht. Hiermee wordt gelijktijdig aansluiting gezocht bij de provinciale regelgeving voor ruimte voor ruimte woningen. Door het mogelijk maken van twee woningen binnen het wijzigingsgebied kan er niet voldaan worden aan de wijzigingsgevoegdheid, waardoor een bestemminsplanprocedure dient te worden gevolgd. Op 11 mei 2021 is het bovengenoemde initiatief behandeld in de collegevergadering. In deze vergadering is beslist om medewerking te verlenen aan de realisatie van twee ruimte-voor-ruimte woningen op het perceel Roosendaalsebaan ongenummerd tussen nr. 20 en 24. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te kunnen maken is gekozen voor een bestemmingsprocedure. Onderhavig bestemminsplan voorziet in het juridisch-planologisch kader.

Figuur 1: Uitsnede topografische kaart met de planlocatie

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 5 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 2: Planlocatie aangegeven op luchtfoto

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied

De planlocatie ligt in het buitengebied van Schijf en is gelegen aan de Roosendaalsebaan. De planlocatie behoort tot de gemeente Rucphen. De gemeente Rucphen is gelegen in de provincie Noord-Brabant. De locatie is bekend onder de kadastrale gemeente RPN, sectie Q met nummer 294. Opgemerkt dient te worden dat niet dit gehele perceel als planlocatie geldt, maar een oppervlakte van circa 5.520 m 2. 1.3

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse a de pla lo atie igeert het este i gspla Buite ge ied ‘u phe bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad op 16 december 2020.

. Dit

De pla lo atie heeft i het este i gspla de e kel este i g Agrarisch met waarden – Landschappelijk , gedeeltelijk de du el este i g Waarde – Ar heologie e de gebiedsaanduidingen overige zone – waarde archeologie 2 , o erige zo e - e ou i gs o e tratie , o erige zone – eperki ge eehouderij , o erige zone – beslotenheid , o erige zo e – ker ra dzo e , rij ari gszo e – obstakelbeheerzone , ilieuzo eori g rije zo e , ilieuzo e – gro d ater es her i gsge ied e etge i gzone – ijzigi gsge ied .

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 6 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 3: Uitsnede bestemmingsplankaart Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020

1.4

Planvorm

Het bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Roosendaalsebaan ong. tussen 20 en 24 te Schijf is vervat in een verbeelding en regels en gaat vergezeld met een toelichting. 1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige situatie van het plangebied, waarbij onder andere de ruimtelijke en functionele structuur wordt beschreven. In hoofdstuk 3 van de toelichting wordt het vigerende beleid op Europees, Rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau beschreven dat voor ontwikkeling van het plangebied relevant is. Hoofdstuk 4 beschrijft vervolgens de uitgangspunten en randvoorwaarden, die van belang zijn voor de ontwikkeling van het plangebied. Hierbij worden onder andere de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van water, natuur, luchtkwaliteit, archeologie en bodem beschreven. De juridische aspecten komen in hoofdstuk 5 aan bod. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid beschreven.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 7 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 2 2.1

Ruimtelijke structuur

2.1.1

Bebouwingsstructuur

Bestaande situatie

In de omgeving van de planlocatie zijn diverse bedrijven en woningen aanwezig. De woningen zijn vrijstaand gepositioneerd en vormen gezamenlijk een bebouwingslint met doorzichten naar het achterliggende landschap. Op korte afstand van de planlocatie is de kern van Schijf gelegen. 2.1.2

Wegenstructuur

De Roosendaalsebaan is een hoofdontsluitingsweg gelegen in het buitengebied van Schijf. De Roosendaalsebaan was van oudsher een belangrijke verbinding tussen Schijf en Roosendaal. Binnen de huidige verkeersstructuur komt de verbinding van Schijf met Roosendaal tot stand via de Roosendaalsebaan, Nederheidesebaan- Achtmaalsebaan. 2.1.3

Groen- en waterstructuur

De omgeving van de planlocatie bestaat vooral uit cultuurgronden. Nabij de planlocatie zijn De Rucphense Bossen gelegen. Sommige woningen zijn door een groene kamer omkaderd. De hoofdgroenstructuur is in figuur 4 weergegeven. Binnen de planlocatie is geen sprake van opgaande groenstructuren.

Figuur 4: Foto bestaande situatie

2.2

Functionele structuur

2.2.1

Wonen

De functie wonen is veelal aanwezig als bedrijfswoningen (behorend bij de bedrijven uit paragraaf 2.2.3) en burgerwoningen. Hoofdzakelijk zijn de woningen vrijstaand gesitueerd en bestaan ze voornamelijk uit één tot anderhalve bouwlaag met kap. 2.2.2

Maatschappelijke voorzieningen

In de directe omgeving van de planlocatie zijn geen maatschappelijke voorzieningen gevestigd. De meest dichtbij gelegen maatschappelijke voorziening betreft de kerk, gelegen op een afstand van circa 250 meter ten westen van de planlocatie.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 8 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

2.2.3

Bedrijven, horeca en detailhandel

In de omgeving van de planlocatie zijn enkele niet-agrarische bedrijven aanwezig. Daarnaast bevindt zich op een afstand van circa 200 meter van de planlocatie een dienstverlenend bedrijf en een horeca voorziening. Zie voor de functies onderstaande figuur.

Figuur 5: Functiekaart

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 9 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Algemeen

Bij het opstellen van een bestemmingsplan worden de beleidskaders van het rijk, provincie en gemeente uiteengezet. In het onderhavige bestemmingssplan is het relevante ruimtelijke beleid voor de locatie Roosendaalsebaan ongenummerd tussen 20 en 24 te Schijf opgenomen. 3.2

Beleid Europees en rijksniveau

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; • Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequentie voor het plangebied. 3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordering (Barro) in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten die van Rijksbelang zijn, met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. In het Barro zijn voorlopig zes projecten beschreven: Mainport ontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie, Erfgoederen van uitzonderlijk universele waarde. Binnenkort volgen nog: hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, ecologische hoofdstructuur, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJselmeergebied.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 10 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequentie voor het plangebied. De planlocatie ligt wel in de radarverstoringsgebieden behorend bij vliegbasis Woensdrecht en radarstation Herwijnen. In het bestemmingsplan is hiervoor de aanduiding rij ari gszo e – radar opge o e . Bij deze aa duidi g ehore de olge de ou regels: a.

mogen binnen een afstand van 15 km van de radarantenne van Vliegbasis Woensdrecht geen gebouwen worden opgericht hoger dan de denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf de radarantenne op Vliegbasis Woensdrecht op 48 m + NAP, oplopend met 0,25 graden tot een hoogte van 113 m + NAP; b. geldt voor windturbines, in aanvulling op het bepaalde onder a en naast de bouwregels zoals opgenomen in de artikelen 3 tot en met 25, dat geen windturbines mogen worden opgericht met een tiphoogte hoger dan 90 m + NAP.

De planlocatie ligt op een afstand van 15 kilometer van de radarantenne van Vliegbasis Woensdrecht, daarnaast omvat de ruimtelijke ontwikkeling op de planlocatie geen oprichting van een windturbine. Door de beoogde ontwikkeling worden radarbeelden niet verstoord. 3.2.3

Water

Het Nationaal Waterplan (NWP) Het Nationaal Waterplan (NWP) bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het ruimtelijk beleid. Het kabinet actualiseert het waterbeleid op een aantal terreinen. Het Nationaal Water programma 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021. Met de samenvoeging van deze twee plannen wordt geanticipeerd op de Omgevingswet, waarin het programma als een van de instrumenten is opgenomen. Het NWP geeft het integrale kader voor het waterbeleid en -beheer van het Rijk voor de periode 2022-2027 (inclusief het Noordzeebeleid). Watertoets Met het ondertekenen van het Nationaal Bestuursakkoord Water (juli 2003) hebben de betrokken partijen (het Rijk, IPO, VNG en UvW) afgesproken de watertoets toe te passen bij alle nieuwe ruimtelijke waterhuishoudkundig relevante- plannen en besluiten op alle bestuursniveaus. De watertoets is met ingang van 1 november 2003 wettelijk verplicht voor structuurvisies, bestemmingsplannen, van de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) regelt een verplichte waterparagraaf in de toelichting bij de genoemde ruimtelijke plannen en het vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 Bro met het waterschap.

De watertoets omvat het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen. Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water is sinds december 2000 van kracht en is gericht op het realiseren van duurzaam waterbeheer. De Europese Kaderrichtlijn Water beoogt de bescherming van aquatische ecosystemen en het duurzaam gebruik van water. Daarvoor wordt de Kaderrichtlijn eerst in landelijke wet- en regelgeving omgezet. Momenteel wordt hier hard aan gewerkt. De Europese Kaderrichtlijn heeft, waar het de gemeente betreft, consequenties voor riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. In paragraaf 4.4.4 komt het aspect water aan bod voor de planlocatie. 3.2.4

Ecologie

Vanuit Europa is de bescherming van (plant en dier) soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. In Nederland is de natuurwetgeving verankerd in de Wet Natuurbescherming. Europese Vogel- en Habitatrichtlijn De Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn hebben tot doel de bescherming van (vogel)soorten en hun atuurlijke ha itats. Elke lidstaat is erpli ht o spe iale es her i gszo es “B) s aa te ijze , die sa e Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 11 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

éé Europees et erk a atuurge iede or e : Natura . Wa eer i ee ge ied epaalde soorte voorkomen, of een bepaald percentage van de Europese populatie herbergt, dan komt dit gebied in aanmerking voor plaatsing onder de betreffende richtlijnen. De planlocatie valt in zijn geheel niet binnen de aangewezen Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijngebieden. Wet Natuurbescherming De Wet natuurbescherming is een 'kaderwet'. Dat betekent dat er alleen algemene principes en verantwoordelijkheden in staan. De details zijn geregeld in een groot aantal algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Sommige bepalingen uit de Wet natuurbescherming zijn het gevolg van afspraken op internationaal en Europees niveau, zoals de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn en het CITESverdrag. Het aspect Flora en Fauna komt in paragraaf 4.4.9 aan bod. 3.2.5

Archeologie

Het Europese verdrag betreffende de bescherming van het archeologische erfgoed is in 1992 in Valletta (Malta) ondertekend door de ministers van Cultuur van de landen aangesloten bij de Raad van Europa. Dit verdrag ordt het Verdrag a Malta ge oe d. Het erdrag a Malta heeft als hoofddoel ar heologis he reste i Europa te beschermen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed. In Nederland heeft het Rijk dit Verdrag in 2007 verankerd in nationale wet- en regelgeving middels de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is geen zelfstandige wet, maar een Wijzigingswet en betreft onder meer een herziening van de Monumentenwet 1988. De belangrijkste wijziging voor gemeenten is het feit dat archeologie sinds de invoering van de wet archeologie moet verankeren in het bestemmingsplan. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (1-7-2016). Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2021 in werking zal treden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd.

Om invulling te geven aan deze gemeentelijk zorgtaak heeft de gemeente Rucphen de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeente inzichtelijk gemaakt door een gemeentelijke archeologiekaart op te stellen samen met de beleidsnota archeologie. Deze vormen samen het beleidsinstrumentarium dat als onderlegger voor elk bestemmingsplan geldt. Archeologie wordt behandeld in paragraaf 4.3. 3.3

Beleid provinciaal niveau

3.3.1

Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 Noord- Brabant

Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 (hierna: SVRO) in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De SVRO geeft aan welke ambities de provincie heeft en hoe zij deze wil realiseren. In de SVRO geeft de provincie aan hoe zij omgaat met de ruimtelijke opgave voor de periode tot 2025, met een doorkijk naar 2040. De pro i ie heeft als sturi gsfilosofie sa e erke aa k aliteit : sa e et a dere o erhede , marktpartijen en maatschappelijke organisaties vormgeven aan een duurzame ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant. Daarbij respecteert de provincie ieders rol. De provincie onderscheidt de volgende vijf rollen: 1. Ontwikkelen De provincie focust in haar ontwikkelingsgerichte rol op een aantal thematische opgaven en op een aantal gebieden. In gebieden waar sprake is van grote ruimtelijke dynamiek, botsende belangen en waar de ontwikkelingen een (inter)provinciale impact hebben, kiest de provincie voor een actieve rol. 2. Ordenen

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 12 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De provincie wil de duurzame ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant ordenen in robuuste ruimtelijke structuren. Dit zijn de groenblauwe-, de agrarische-, de stedelijke- en de infrastructuur. 3. Beschermen De provincie wil belangrijke en onvervangbare waarden beschermen. Voor de Ecologische Hoofdstructuur, de cultuur- en aardkundige waarden en de bescherming van de kernkwaliteiten in de nationale landschappen in Noord-Brabant stelt de provincie een beschermingsregiem op. 4. Regionaal samenwerken De provincie kiest voor regionale samenwerking en afstemming in vier regio s. De provincie stimuleert de sa e erki g tusse de ge ee te , ‘ijk e aters happe i deze regio s e legt afsprake ast in een strategische regionale agenda. 5. Stimuleren Bij ruimtelijke ontwikkelingen gaat het niet alleen om de vraag waar welke ontwikkelingen gewenst zijn. Het gaat daarbij ook om de balans tussen de verschillende belangen, functies en kwaliteiten in een gebied. De provincie wil dat ontwikkelingen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van NoordBrabant.

Figuur 6: Uitsnede structurenkaart locatie Roosendaalsebaan tussen 20 en 24, Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 13 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Uit figuur 6 blijkt dat de planlocatie gelegen is in het landelijk gebied, gemengd landelijk gebied. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie wil het volgende bereiken in het landelijke gebied: 1. Ruimte voor een breed georiënteerde plattelandseconomie 2. Ruimte voor agrarische ontwikkeling 3. Een duurzame land- en tuinbouw 4. Versterking van het landschap Binnen het landelijk gebied onderscheidt de provincie twee perspectieven: 1. gemengd landelijk gebied 2. accent agrarisch ontwikkeling De provincie beschouwt het hele landelijk gebied als een gebied waarbinnen een menging van functies aanwezig is. De mate van menging varieert daarbij van de gebieden waarbinnen meerdere functies in evenwicht naast elkaar bestaan tot gebieden waar de land- en tuinbouw de dominante functie is. Binnen het gemengd agrarisch gebied is naast ruimte voor de land- en tuinbouw ook ruimte voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies. Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten maar ook als zelfstandige functie, bijvoorbeeld op vrijkomende locaties.

In de gebieden rondom steden en dorpen is daarbij meer ruimte voor de ontwikkeling van functies die zich richten op de inwoners van die kernen, in de gebieden rondom de Groenblauwe mantel is de ontwikkeling van functies meer afgestemd op het ondernemen in een groene omgeving en de versterking van natuur- en landschapswaarden. Binnen gemengd agrarisch gebied zijn sterke agrarische clusters aanwezig zoals voor de intensieve veehouderij, glasconcentratiegebieden, boomteelt en vollegrondsgroente. Bestaande ontwikkelingsmogelijkheden worden in beginsel gerespecteerd. In deze clusters wil de provincie de aanwezige agrarische functie behoeden voor verstoring. Daarom wil de provincie dat de menging van functies in deze agrarische clusters beperkt blijft. Aangezien de planlocatie gelegen is in een bebouwingsconcentratie binnen het gemengd landelijk gebied is de beoogde ontwikkeling niet in strijd met de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant. 3.3.2

Omgevingsvisie Noord-Brabant 2018

Op 14 december 2018 stelde Provinciale Staten van Noord-Brabant de Brabantse Omgevingsvisie vast. De omgevingsvisie is opgesteld volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet, welke in 2021 in werking zal treden. De Brabantse Omgevingsvisie beschrijft de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Er wordt vanuit meerdere invalshoeken gekeken naar een ontwikkeling door de provincie: ▪ Een 'diepe' manier van kijken: niet alleen kijken naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu, maar de dynamiek en randvoorwaarden betrekken die de onderste lagen meegeven. Kijken op verschillende schaalniveaus en actief benutten van de factor tijd. Hierbij ook kijken naar het verleden, de geschiedenis van de lagen op een plek. ▪ Een 'ronde' manier van kijken: niet sectoraal kijken, maar combineren van opgaven en kansen zodat ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair, sterk en sociaal Brabant, waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Kijken vanuit een gebiedsgerichte insteek, naar een balans tussen people, planet en profit. ▪ Een 'brede' manier van kijken: niet kijken vanuit één gezichtspunt, maar het betrekken van veel partijen, met al hun gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen. In de omgevingsvisie is één basisopgave benoemd: het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.

Daarnaast zijn er vier hoofdopgaven benoemd: ▪ werken aan de Brabantse energietransitie; ▪ werken aan een klimaatproof Brabant; ▪ werken aan Brabant als slimme netwerkstad; ▪ werken aan een concurrerende, duurzame economie.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 14 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving, heeft een integraal karakter en bevat geen sectorale beleidsdoelen. Concrete doelen voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit staan nog in de bestaande plannen van de provincie, bijvoorbeeld in de Structuurvisie ruimtelijke ordening en het provinciale verkeers- en vervoersplan. De kwaliteit van de omgeving voor mens en natuur staat onder druk in verschillende delen van het landelijk gebied door meerdere factoren. Er is er sprake van een toenemende leegstand en bevolkingskrimp. Dat leidt tot economische, sociaal-culturele en ecologische schade. Er is extra aandacht voor een steeds verder toenemende leegstand doordat boeren stoppen, de leegkomende gebouwen verpauperen of een bron voor criminaliteit zijn. De sociale cohesie komt in het gedrang in het landelijk gebied. Voor het realiseren van twee ruimte voor ruimte woningen worden de benodigde ruimte voor ruimte titels aangekocht, deze ruimte voor ruimte titels zijn gevormd door het slopen van stallen en het inleveren van fosfaat. Door het realiseren van de ruimte voor ruimte woningen wordt een kwaliteits- en milieuwinst geleverd en wordt voorkomen dat leegstaande stallen verpauperen. Hierbij sluit de ontwikkeling aan bij de omgevingsvisie. 3.3.3

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Interim omgevingsverordening is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening. Dit zijn de: - Provinciale milieuverordening, gebaseerd op artikel 1.2 Wet milieubeheer; - Verordening natuurbescherming, gebaseerd op diverse artikelen uit de Wet natuurbescherming; - Verordening Ontgrondingen, gebaseerd op artikel 5, tweede lid, en artikel 7, tweede lid, Ontgrondingenwet; - Verordening Ruimte, gebaseerd op artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening; - Verordening Water, gebaseerd op diverse artikelen in de Waterwet; - Verordening wegen, gebaseerd op artikel 57 Wegenwet en artikel 2a Wegenverkeerswet. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie.

Er heeft daarom ook geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening voor een bepaald onderwerp gecontinueerd moet worden. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. Deze beleidsneutrale omzetting betekent overigens niet dat er helemaal geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt. Op hoofdlijnen gaat het om: - een meer gebruiksvriendelijke opbouw met regels die per gebruikersgroep (burgers en bedrijven, gemeenten, waterschap) bij elkaar staan en minder losse bijlagen; - aanpassingen waardoor de regels straks beter passen in het systeem van de omgevingswet, bijvoorbeeld voor de grondwaterbeschermingsgebieden; - aanpassingen vanwege de vastgestelde omgevingsvisie, zoals de nieuwe manier van samenwerken en meer inzet op omgevingskwaliteit. De Provinciale Staten heeft de Interim omgevingsverordening op 25 oktober 2019 vastgesteld. In figuur 7 zijn de uitsneden van de kaarten behorende bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant weergegeven voor de planlocatie. Uit figuur 7 lijkt dat de pla lo atie is gelege i het La delijk ge ied et daar ij de aa duidi g Ge e gd la delijk ge ied . O er de lo atie liggen tevens de aanduidingen Beperki ge eehouderij , “talderi gsge ied e Gro d ater es her i gsge ied .

Landelijk gebied, gemengd landelijk gebied In een este i gspla gelege i e de afdeli g Vitaal plattela d zij de o t ikkeli gs ogelijkhede geschetst voor het Landelijk gebied. In het landelijk gebied stimuleert de provincie het mengen van functies voor een sterke plattelandseconomie. Hierbij is vooral de ontwikkeling van landbouw van belang, naast andere Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 15 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen. Het landelijk gebied omvat een o der erdeli g i de su zo es Ge e gd la delijk ge ied e Groe lau e a tel . I eel ge alle estaa er oor eide zo es gelijke o t ikkeli gs ogelijkhede . I die ge alle ordt gesproke o er La delijk ge ied . Allee als het odig is o ders heid te ake , ordt i de etreffe de regel gesproke o er de subzones. Bij het aanwijzen van de bestemmingen dient de bestemming een uitwerking te zijn van de voorgenomen ontwikkeling en het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied en dient tevens bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit als bedoelt in Interim omgevingsverordening.

Figuur 7: Uitsneden kaarten, Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Op de planlocatie is het voornemen om twee ruimte-voor-ruimte woningen te realiseren. In artikel 3.80 zijn specifieke regels opgenomen voor ruimte-voor-ruimte woningen. Hieronder is artikel 3.80 weergegeven. Artikel 3.80 ruimte-voor-ruimte Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien: a. er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; b. de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; c. een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar. Lid 2 Er is sprake van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit als per ruimte-voor-ruimtekavel is aangetoond dat is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. een of meer veehouderijen gericht op het houden van varkens of pluimvee zijn in het geheel beëindigd waarbij alle bedrijfsgebouwen ten dienste van deze veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt; b. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn direct voorafgaand aan de beëindiging gedurende een periode van drie jaar onafgebroken in bedrijf geweest; c. de onder a.

bedoelde veehouderijen zijn gevestigd binnen Beperkingen Veehouderij of op een locatie die vanwege omliggende waarden en functies niet geschikt is voor de uitoefening van een veehouderij; d. er tenminste 1000 m² bedrijfsgebouwen ten dienste van de onder a. bedoelde veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt met een minimum van 200 m² op iedere beëindigingslocatie veehouderij; e. de ten behoeve van de onder a. bedoelde veehouderijen geregistreerde rechten betreffende de fosfaatproductie in een gezamenlijke omvang van tenminste 3.500 kg uit de markt zijn genomen door doorhaling van de bij de Dienst Regelingen geregistreerde rechten, waarbij per beëindigingslocatie een minimum van 700 kg aan rechten betreffende de productie van fosfaat aanwezig is;

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 16 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

f. g. h. i.

de rechten, bedoeld onder e. moeten vanaf het moment van beëindiging van de bedrijfsvoering tot aan het moment van uit de markt nemen geregistreerd staan op naam van de veehouderij die beëindigd; de omgevingsvergunning milieu voor de onder a. bedoelde veehouderij op iedere beëindigingslocatie veehouderij is ingetrokken; een passende herbestemming is gelegd op de locatie als onder a. bedoeld die in ieder geval het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen uitsluit; in redelijkheid niet op andere wijze is voorzien in de beëindiging van de onder a. bedoelde veehouderij.

Lid 3 In afwijking van het tweede lid kan een bestemmingsplan voorzien in een ruimte-voor-ruimtekavel als deze wordt ontwikkeld door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit door toepassing van de Regeling beëindiging veehouderijtakken. Lid 4 Het derde lid vervalt indien uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat er in totaal 3500 ruimte voor ruimte kavels door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte zijn ontwikkeld.

Voor de locatie zijn twee ruimte-voor-ruimte titels aangekocht, deze wordt separaat bij de provincie aangeleverd, gelijktijdig met onderhavig bestemmingsplan. Met deze titel wordt de aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst bewerkstelligd. De gemeente Rucphen heeft in het bestemmingsplan met zones aangegeven waar ruimte-voor-ruimte woningen planologisch aanvaardbaar zijn. Deze locaties zijn gelegen in een bebouwingsconcentratie. De gemeente Rucphen heeft hiervoor een visie Ruimte voor ruimte opgesteld. De planlocatie Roosendaalsebaan is opgenomen als wijzigingsgebied voor één ruimte-voor-ruimte woning. Echter worden er twee kavels gecrëerd, waardoor het initiatief niet geheel past binnen de wijzigingsbevoegdheid. Wel is de locatie opgenomen als kernrandzone en bebouwingsconcentratie. De locatie ligt dan ook in een planologisch aanvaardbare locatie als bebouwingsconcentratie. De ruimte-voor-ruimte kavels worden landschappelijk inpasgepast. In bijlage 1 van de regels is het landschapsplan bijgevoegd. Voor de goede landschappelijke inpassing wordt hier kortheidshalve naar verwezen. Tevens is de landschappelijke inpassing geborgd in de regels van het bestemmingsplan, middels de este i g Groe -La ds hapsele e t e ee oor aardelijke erpli hti g.

Het betreft het ontwikkelen van twee ruimte-voor-ruimte kavels, hierbij is geen sprake van een aanzet tot een stedelijke ontwikkeling. Aanduiding: Grondwaterbeschermingsgebied De pla lo atie ligt i e de aa duidi g Gro d ater es her i gsge ied . Bi e de erorde i g zij regels opgenomen in artikel 3.11. De beoogde ontwikkeling op de planlocatie heeft geen betrekking op het toestaan van functies of actvititeiten die het grondwater kunnen schaden. Bij de nieuwbouw van de woningen zullen geen uitlogende bouwmaterialen worden toegepast die schadelijk kunnen zijn voor het grondwater. Aanduiding: Beperkingen veehouderij De pla lo atie ligt i e de aa duidi g Beperki ge eehouderij . Bi e de erorde i g zij regels opgenomen in artikel 3.51. De beoogde ontwikkeling op de planlocatie heeft geen betrekking op nieuwe ontwikkelingen (vestiging of omschakeling naar) van een veehouderij. De regels hebben geen betrekking op het beoogde initiatief. Aanduiding: Stalderingsgebied De pla lo atie ligt i e de aa duidi g “talderi gsge ied . Bi e de erorde i g zij regels opge o e i artikel 3.52 voor het stalderingsgebied. De beoogde ontwikkeling op de planlocatie heeft geen betrekking op nieuwe ontwikkelingen (vestiging of omschakeling naar) van een veehouderij. De regels van het stalderingsgebied hebben geen betrekking op het beoogde initiatief.

Algemene regels: Bevordering ruimtelijke kwaliteit Als er nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt met toepassing van de basisprincipes uit paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies gekeken naar een concrete invulling.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 17 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Artikel 3.5 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie; Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik: Doel van zorgvuldig ruimtegebruik is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied.

Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in: ▪ dat een ruimtelijke ontwikkeling in beginsel plaatsvind binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, tenzij in de verordening uitdrukkelijk anders is bepaald; ▪ ingeval van stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); ▪ een bestemmingsplan buiten bestaand stedelijk gebied bepaalt dat gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen binnen het bouwperceel worden opgericht en daarbinnen worden geconcentreerd. De ruimte voor ruimte woningen worden in een bebouwingsconcentratie gerealiseerd, daarnaast worden de nieuwe woningen landschappelijk ingepast. Doordat de woningen in een bebouwingsconcentratie worden gebouwd, wordt de ruimte zorgvuldig gebruikt. Daarnaast worden er ruimte voor ruimte titels aangekocht voor het realiseren van de ruimte voor ruimte woningen. Deze ruimte voor ruimte titels dragen bij aan de omgevingskwaliteit. Artikel 3.7 toepassing van de lagenbenadering De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c.

de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. I hoofdstuk Pla uitga gspu te orde effe te op o e staa de aarde de relevante waarden op het plangebied en het gebied niet worden aangetast.

es hre e . Hieruit lijkt dat

Artikel 3.8 meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Voor de realisatie van de ruimte voor ruimte woningen worden de benodigde titels aangekocht. Deze titels worden gevormd door 1.000 m² aan overtollige intensieve stallen te slopen en 3.500 kg fosfaat in te leveren per titel elders in de provincie Noord-Brabant, in ruil hiervoor mag binnen een bebouwingsconcentratie een nieuwe woning opgericht worden. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering van het landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied mogelijk maakt, bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. De toelichting bij een bestemmingsplan bevat een motivering: a. van de wijze waarop de bedoelde verbetering financieel, juridisch en feitelijk is geborgd; Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 18 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

b.

dat de verbetering past binnen de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied.

De bedoelde verbetering kan mede betreffen: a. de landschappelijke inpassing van bebouwing, voor zover expliciet vereist op grond van deze verordening; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. activiteiten, gericht op behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. een fysieke bijdrage aan de realisering van de het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling op de locatie is een landschapsplan opgesteld, waardoor voldaan wordt aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. In bijlage 1 van de regels is het landschapsplan toegevoegd. Uit bovenstaande blijkt dat de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de regels uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.3.4

Omgevingsverordening Noord-Brabant

De Omgevingsverordening bevat alle regels op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving, zoals over milieu, natuur, ruimtelijke ordening, wegen, water en bodem. De omgevingsverordening is een voor de provincie verplicht instrument uit de Omgevingswet, die in 2024 in werking gaat treden. De Omgevingsverordening Noord-Brabant is op 11 maart 2022 vastgesteld door Provinciale Staten. In figuur 8 is de uitsnede van de kaart behorende bij de Omgevingsverordening Noord-Brabant weergegeven oor de pla lo atie. Uit figuur lijkt dat de pla lo atie is gelege i het La delijk ge ied . O er de lo atie ligge te e s de aa duidi ge Gro d ater es her i gsge ied Voorko e gro d ater ero trei i g , “talderi gsge ied e Beperki ge eehouderij .

Figuur 8: Uitsnede planlocatie Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 19 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

In artikel 4.15 zijn specifieke regels opgenomen voor de ruimte-voor-ruimtekavels. Hieronder is artikel 4.15 weergegeven. Artikel 4.15 Ruimte-voor-ruimtekavel Lid 1 Een omgevingsplan kan in afwijking van de bepalingen van dit hoofdstuk in Stedelijk gebied of Landelijk gebied voorzien in een ruimte-voor-ruimtekavel als: a. de locatie in of aansluitend op Stedelijk gebied, Bebouwd gebied of een bebouwingsconcentratie ligt; b. de locatie wordt ontwikkeld door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit; en c. de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting, bedoeld in Artikel 4.13. Lid 2 De regeling in het eerste lid komt te vervallen als uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat er in totaal 3500 ruimte-voor-ruimtekavels door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte zijn ontwikkeld. De planlocatie is gelegen in een bebouwingsconcentratie. Voor de locatie zijn de benodigde ruimte-voor-ruimte titels aangekocht, deze wordt separaat bij de provincie aangeleverd, gelijktijdig met onderhavig bestemmingsplan. Met deze titels wordt de aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst bewerkstelligd. De ruimte-voor-ruimte kavels worden landschappelijk ingepast. In bijlage 1 van de regels is het landschapsplan bijgevoegd.

Voor de goede landschappelijke inpassing wordt hier kortheidshalve naar verwezen. Tevens is de landschappelijke inpassing geborgd in de regels van het bestemmingsplan, iddels de este i g Groe La ds hapsele e t e ee oor aardelijke erpli hti g. De landschappelijke inpassing moet een kwaliteitsverbetering zijn voor het landschap. Met de inpassing is aansluiting gezocht bij reeds aanwezige landschapselementen in de omgeving, tevens wordt er aansluiting gezocht met de landschappelijke inpassing van het wijzigingsplan Roosendaalsebaan 24. Uit bovenstaande blijkt dat de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de regels uit de Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.4

Beleid gemeentelijk niveau

3.4.1

Omgevingsvisie Rucphen

De gemeenteraad van Rucphen heeft bij besluit van 2 november 2022 de Omgevingsvisie Rucphen 1.0 astgesteld. I de Omgevingsvisie Rucphen geeft de raad zij isie op de rui telijke o t ikkeli ge . In de omgevingsvisie Rucphen komt al het beleid dat gaat over de leefomgeving samen. Het gaat over bouwen, milieu, gezondheid, natuur, veiligheid en water. In de omgevingsvisie heeft de gemeente Rucphen de koers voor de komende 20 tot 30 jaar uitgestippeld. Vanuit het verleden en het heden heeft de gemeente Rucphen drie ambities beschreven voor de toekomst van ‘u phe ro d . Dit etreffe de a ities: duurzaa sa e le e , prettig sa e le e e rui e ogelijkhede oor erke e rijetijds estedi g . Duurzaam samenleven Om zoveel mogelijk maatregelen te nemen moet het aanpassen van de leefomgeving aan het veranderende klimaat een vanzelfsprekendheid worden. Bij nieuwe initiatieven vanuit de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties en bij het inrichten van de openbare ruimte moet altijd bekeken worden of er maatregelen getroffen kunnen worden. Initiatiefnemer is voornemen om de locatie landschappelijk in te passen met 1.000 m² groen per woning. De locatie wordt omringd met een groene rand. Hierdoor wordt een gezonde en veilige leefomgeving gestimuleerd.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 20 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Prettig samenleven Ruimtelijke ontwikkelingen moeten passen bij de maat en schaal in de dorpen en het buitengebied. Zo behouden we de unieke waarden. Ontwikkelingen moeten passen in het straatbeeld. Vanwege leefbaarheid en duurzaamheid is het belangrijk om bij de ruimtelijke opzet te gaan voor kwaliteit. De planlocatie is gelegen in het buitengebied van Schrijf, binnen de kernrandzone. Het realiseren van twee nieuwe woningen is passend in het straatbeeld op deze locatie. Het realiseren van twee ruimte voor ruimte woningen draagt tevens bij aan het uitbreiden van de woningvoorraad. De ontwikkeling aan de Roosendaalsebaan ong. tussen 20 en 24 betreft het realiseren van twee ruimte voor ruimte woningen. De beoogde ontwikkeling op de planlocatie is gelegen binnen de kernrandzone en speelt in op de aspecten ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. 3.4.2

Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020

De pla lo atie heeft i het este i gspla de e kel este i g Agraris h et aarde – La ds happelijk , gedeeltelijk de du el este i g Waarde – Ar heologie e de ge iedsaa duidi ge o erige zo e – waarde ar heologie , o erige zo e - e ou i gs o e tratie , o erige zo e – eperki ge eehouderij , o erige zone – eslote heid , o erige zo e – ker ra dzo e , rij ari gszo e – o stakel eheerzo e , ilieuzo eori g rije zo e , ilieuzo e – gro d ater es her i gsge ied e etge i gzo e – ijzigi gsge ied .

Figuur 9: Uitsnede bestemmingsplankaart bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020

Het i itiatief op de pla lo atie is de este i g Agraris h te ijzige aar de este i ge Wo e e Groe - La ds hapsele e t te ehoe e a twee ruimte voor ruimte woningen. De wijzigingsbevoegdheid voor het wijzigen naar de bestemming wonen ten behoeve van een ruimte voor ruimte woning is opgenomen in Artikel 41.2. De wijzigingsbevoegdheid wordt voor de beoogde ontwikkeling als leidraad genomen, echter door de ontwikkeling van twee woningen kan hier niet volledig aan worden voldaan. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemmingen in het plan te wijzigen, voor zover het gronden betreft ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 1' in de bestemming 'Wonen', met dien verstande dat: a. maximaal één nieuwe woning mag worden gebouwd;

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 21 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

b. de oppervlakte van het bouwperceel bedraagt minimaal 1.000 m²; c. de breedte van het bouwperceel bedraagt minimaal 30 m; d. indien gebruik gemaakt wordt van (een deel van) een bestaand bouwvlak, het resterende deel van het bestaande bouwvlak een breedte van minimaal 30 m behoudt; e. de inhoud van de woning maximaal 750 m 3 bedraagt, met dien verstande dat als een bouwperceel groter is dan 1.000 m2, de inhoud van de woning mag worden vergroot met 50 m3 voor iedere 100 m2 die het bouwperceel groter is dan 1.000 m2, tot een maximum van 1.000 m3; f. de goothoogte van het hoofdgebouw maximaal 5,5 m en de bouwhoogte maximaal 9 m bedraagt; g. het hoofdgebouw dient te worden afgedekt met een kap, waarbij de dakhelling minimaal 30° en maximaal 65° bedraagt; h. de voorgevelbreedte van de nieuwe woning maximaal 20 m bedraagt; i. de afstand van de nieuwe woning tot de as van de weg minimaal 15 m bedraagt; j. de afstand van de nieuwe woning tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal 3 m bedraagt; k. er sprake is van een goede landschappelijke inpassing die dient te worden aangetoond door het overleggen van een door het bevoegd gezag goedgekeurd landschappelijk inpassingsplan.

De landschappelijke inpassing dient in het wijzigingsplan te worden vastgelegd door het opnemen van de bestemming 'Groen - Landschapselement' in combinatie met een voorwaardelijke verplichting die aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing borgt; l. parkeren op eigen terrein plaatsvindt; m. de wijziging aanvaardbaar is uit het oogpunt van beschermde flora en fauna; n. er geen sprake is van een aantoonbaar onevenredige aantasting van in de omgeving aanwezige archeologische, landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische, bodem- en waterhuishoudkundige en milieuhygiënische waarden; o. er geen sprake is van een aantoonbaar onevenredige aantasting van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden en (agrarische) bedrijven; p. er dient te worden voldaan aan de bepalingen over ruimte voor ruimte zoals opgenomen in de (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant zoals luidend ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan, of diens opvolger. Het onderhavige plan dient te voldoen aan bovenstaande regels: Ad a. Er worden in totaal twee woningen opgericht op locatie. Op dit vlak kan niet worden voldaan aan de wijzigingsbevoegdheid, daar deze bevoegdheid uitgaat van maximaal 1 woning per wijzigingszone. Ad b. De beoogd bouwpercelen hebben een oppervlakte van respectievelijke 2.349 m2 en 2.208 m2.

(Dit is e lusief de o ligge de este i g Groe – La ds hapsele e t . Ad c. De breedte van bouwperceel 1 bedraagt circa 40 meter en bouwperceel 2 bedraagt circa 33 meter. Ad d. Niet van toepassing daar er geen bestaand bouwvlak aanwezig is. Ad e. Indien sprake is van een bouwperceel van 1.500 m 2, is conform de regels een woning met een inhoud van 1.000 m3 toegestaan. Beide bouwpercelen zijn een stuk groter, waardoor de maximum inhoud van 1.000 m3 gerechtvaardigd is per woning. Ad f. De maximum goothoogte en bouwhoogte worden in acht genomen. Deze zijn ook als zodanig opgenomen als maatvoering op de verbeelding van het bestemmingsplan. Ad g. De benoemde minimale en maximale dakhelling van het hoofdgebouw is vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan. Ad h. De benoemde maximale voorgevelbreedte van het hoofdgebouw is vastgeleged in de regels van het bestemmingssplan. Ad i. De afstand van de nieuwe woning tot de as van de weg van minimaal 15 meter wordt in acht genomen. Ad j. De afstand van de nieuwe woning tot de perceelsgrenzen van minimaal 3 meter wordt in acht genomen. Ad k. Zie bijgevoegde landschappelijke inpassing inclusief voorwaardelijke verplichting aan de regels van het bestemmingsplan. Ad l. Zie hoofdstuk 4, waar ingegaan wordt op de milieu- en overige aspecten. Ad m. Zie hoofdstuk 4, waar ingegaan wordt op de milieu- en overige aspecten. Ad n.

Zie hoofdstuk 4, waar ingegaan wordt op de milieu- en overige aspecten. Ad o. Zie hoofdstuk 4, waar ingegaan wordt op de milieu- en overige aspecten. Ad p. Zie paragraaf 3.3.3. en paragraaf 3.3.4.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 22 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Gelet op bovenstaande kan worden geconcludeerd dat met uitzondering van Ad. a wordt voldaaan ana de wijzigingsbevoegdheid uit artikel . a het igere d este i gspla Buite ge ied ‘u phe . Hiermee is aangetoond dat het plan ruimtelijk en planologisch aanvaardbaar is. Voor het realiseren van twee woonkavels wordt een partiële herziening van het bestemmingsplan doorlopen en dus geen wijzigingsprocedure. 3.4.3

Ruimte voor Ruimte, Visie op toepassing regeling

Toetsingskader De eleids ota ‘ui te oor ‘ui te, Visie op toepassi g regeli g is astgesteld door de ge ee te ‘u phe op 25 mei 2011. Deze visie bevat het ruimtelijk-landschappelijk kader ten behoeve van de afweging van de ruimte die kan worden geboden aan ruimte voor ruimte woningen. Een doorvertaling van het Ruimte voor Ruimte eleid heeft plaatsge o de i het este i gspla Buite ge ied ‘u phe . De gemeenteraad van Ruchphen heeft op 17 juni nieuwe beleidsuitgangspunten vastgesteld ten aanzien van de realisatie van Ruimte-voor-Ruimte woningen geactualiseerd. Op basis van het huidige gemeentelijk beleid is de actualisatie van het Ruimte voor Ruimte beleid verder uitgewerkt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de o t ikkeli gskaart uit het este i gspla Buite ge ied aari de di erse bebouwingsconcentraties, bebouwingslinten en bebouwingsclusters zijn aangegeven. Hierbij wordt wel rekening gehouden met de ontwikkelingen de laatste jaren en eventuele ontstane bebouwingsconcentraties. Daarnaast wordt ook rekening gehouden met de in het LOP aangegeven gebieden. Beoordeling Het plangebied ligt in een gebied dat conform de ontwikkelingskaart ligt binnen een aangewezen bebouwingslint met een ruimte voor ruimte locatie.

Ten opzichte van de beleidsnota van 2011 is opgenomen dat de inhoud van een Ruimte voor Ruimte woning meer dan 750m³ mag bedragen indien er sprake is van een kavel groter dan 1000m². De verschillende potentiële locaties voor woningbouwmogelijkheden getoetst aan zowel ruimtelijklandschappelijke randwoorden als technische randvoorwaarden. Ruimtelijke-landschappelijke randvoorwaarden zijn: ▪ natuurfuncties; ▪ verkeer; ▪ cultuurhistorie; ▪ archeologie; ▪ landschap; ▪ ruimtelijk. Technische randvoorwaarden zijn: ▪ railverkeerslawaai; ▪ wegverkeerslawaai; ▪ industrielawaai; ▪ externe veiligheid; ▪ agrarische bedrijven; ▪ leidingen; ▪ bodemkwaliteit; ▪ niet-agrarische bedrijven. De bovengenoemde randvoorwaarden worden voor de planlocatie behandeld in hoofdstuk 4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14735619/1