07b Bestemming...int Janstraat 64 - 66 te Sprundel
Tekst van het document
Geurhinder en veehouderij
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) betreft een wet waarmee de nationale regels inzake geurhinder ten opzichte van de tot veehouderijen behorende dierenverblijven vastgesteld staan. De Wet geurhinder en veehouderij heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van geurbelasting, onder andere als gevolg van emissies door veehouderijen. Met minimumafstanden en maximale waarden voor geurbelasting krijgen geurgevoelige objecten bescherming tegen geurhinder. Met de in de Wet geurhinder en veehouderij opgenomen grenswaarden moet rekening gehouden worden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zoals het wijzigen van een bestemming. De Wet geurhinder en veehouderij vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning. Indirect heeft de Wet geurhinder en veehouderij ook consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige o je te e dus oor de rui telijke orde i g, dit ordt o gekeerde erki g ge oe d. Voor at etreft geurhinder van veehouderijen betekent dit dat de volgende aspecten in oogschouw moeten worden genomen: ▪ Wordt er een onevenredige inbreuk gemaakt op de mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling van de nabij gelegen veehouderijen? ▪ Is ter plaatse van het plangebied een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd?
Bestemmingsplan toelichting 200510 | 22-04-2024
Pagina 52 van 65
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Een geurgevoelig object is een gebouw dat is bestemd voor en geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf. Het gebouw moet hiervoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze worden gebruikt. De woningbouw voor maximaal 52 appartementen aan de Sint Janstraat 64-66 kan gezien worden als geurgevoelig object. Voor de planlocatie dient te worden uitgegaan van een goed woon- en leefklimaat. Bij de beoordeling of het leefklimaat ter plaatse van de planlocatie acceptabel is, dient de geurbelasting veroorzaakt door alle in de buurt gelegen veehouderijen samen (achtergrondbelasting) en de geurbelasting op het plangebied door de individuele bedrijven (voorgrondbelasting en vaste afstand) veroorzaakt in beeld te worden gebracht. Beoordeeld moet worden of de belasting acceptabel is. De Wet geurhinder en veehouderij geeft de gemeenten de bevoegdheid om, binnen gestelde marges, bij verordening afwijkende geurnormen op te stellen in een gebiedsvisie. De gemeente Rucphen kent voor het gebied waarin de planlocatie is gelegen geen geurverordening, in deze paragraaf worden de geurnormen uit de Wet geurhinder en veehouderij gehanteerd. Woon- en leefklimaat op basis van geuremissie In de Wet geurhinder en veehouderij zijn in artikel 3 grenswaarden opgenomen voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object.
Deze grenswaarden worden weergegeven in odour units per kubieke meter (ouE/m3). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de ligging binnen of buiten concentratiegebieden en de bebouwde kom. De gemeente Rucphen is conform bijlage 1 van de Meststoffenwet gelegen binnen een concentratiegebied. De planlocatie Sint Janstraat 64-66, is gelegen binnen de bebouwde kom, waardoor conform artikel 3, lid 1b van de Wgv een geurbelasting van 3 odour units (ou E/m³) op een gevoelig object is toegestaan. Verder worden eisen gesteld aan de afstand tussen een veehouderij met dieren zonder een geuremissiefactor en een geurgevoelig object. De norm van 3 ouE/m³ geldt altijd, tenzij het gaat om het houden van dieren waarvoor geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld in de Wet geurhinder en veehouderij. Dan geldt een vaste afstand. De nieuwe woningen aan de Sint Janstraat kunnen gezien worden als een geurgevoelig object in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij voor omliggende bedrijven. Gekeken moet worden of op de planlocatie een acceptabel woon- en leefklimaat aanwezig is en of de ontwikkeling op de planlocatie geen beperkende werking heeft voor omliggende veehouderijen. Het woon- en leefklimaat als het gevolg van de geurbelasting van omliggende veehouderijen is in onderstaande afbeelding weergegeven.
De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant heeft voor heel Noord-Brabant, op basis van een export van de bronnen uit Web-BVB met behulp van V-Stacks Gebied, de achtergrondbelasting bepaald. De gehanteerde emissiegegevens dateren van februari 2021 en zijn daarmee actueel. De emissie van elk bedrijf is geconcentreerd op de x- en y-coördinaat zoals die in het Web-BVB is ingevoerd. Hierdoor geeft de onderstaande kaart een indicatie van het woon- en leefklimaat. Opgemerkt dient te worden dat in de directe nabijheid van een veehouderij de achtergrondbelasting net anders kan zijn. Als uit deze kaart blijkt dat er overbelaste situaties aan de orde zijn, is een gedetailleerde achtergrondberekening benodigd. Uit onderstaande figuur, een uitsnede van de achtergrondbelastingkaart van de Omgevingsdienst ZuidoostBra a t, lijkt dat de k aliteit a de leefo ge i g op asis a de a htergro d elasti g als zeer goed is aa te merken. Op de planlocatie is er geen sprake van een overbelaste situatie. Een aanvullende berekening voor het bepalen van de achtergrondbelasting of voorgrondbelasting is in deze situatie dan ook niet noodzakelijk. Er is derhalve sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat op basis van geuremissie.
Bestemmingsplan toelichting 200510 | 22-04-2024
Pagina 53 van 65
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Figuur 22: Uitsnede kaart Achtergrondbelasting geur (bron: Atlas Leefomgeving)
Woon- en leefklimaat op basis van vaste afstanden In de Wet geurhinder en veehouderij worden eisen gesteld aan de afstand tussen een veehouderij met dieren zonder geuremissiefactor en een geurgevoelig object. Conform artikel 4.1 van de Wet geurhinder en veehouderij gelden voor agrarische bedrijven met dieren zonder geuremissiefactor vaste afstanden tussen het dierverblijf en geurgevoelige objecten. De minimale afstand binnen de bebouwde kom betreft 100 meter. Daarnaast dient op grond van artikel 5.1 van de Wet geurhinder en veehouderij een minimale afstand aangehouden te worden van 50 meter van de gevel van het dierenverblijf tot het geurgevoelig object. Het dichtstbijzijnde veehouderijbedrijf waarbij de vaste afstanden van toepassing zijn, is het melkveehouderij bedrijf aan de Omgangstraat 12 te Sprundel. De veehouderij ligt op een afstand van 200 meter afstand ten westen van de planlocatie, en ligt daarmee op een grote afstand van de planlocatie. Alle overige veehouderijen met dieren waarbij de vaste afstanden gelden zijn op een grotere afstand vanaf de planlocatie gelegen. De ontwikkelingen op de planlocatie Sint Janstraat 64-66 vinden hierdoor plaats op een ruime afstand van bestaande veehouderijbedrijven. De hiervoor genoemde afstanden worden hiermee ruimschoots behaald. Er is derhalve sprake van een goed woon- en leefklimaat op basis van de vaste afstanden.
Gelet op voorgaande kan geconcludeerd worden dat het aspect geur geen belemmering vormt voor de ontwikkelingen binnen het plangebied, en andersom ook geen beperkende werking hebben op eventuele toekomstige uitbreiding mogelijkheden van veehouderijbedrijven in de omgeving. 5.8
Luchtkwaliteit
Conform de Wet Luchtkwaliteit kan elk project dat NIBM (niet in betekenende mate) bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Als het plan NIBM aan de luchtkwaliteit bijdraagt, hoeft geen uitgebreid luchtonderzoek meer uitgevoerd te worden. Op 1 augustus 2009 is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) in werking getreden. Het NSL zorgt ervoor dat Nederland binnen de door Europa gestelde termijn zal voldoen aan de Europese grenswaarden op het gebied van fijn stof en stikstofdioxide. In het NSL is een lijst met ruimtelijke infrastructurele projecten opgenomen met een maatregelenpakket, dat ervoor gaat zorgen dat de huidige overschrijdingen van de luchtkwaliteit worden opgelost en de negatieve effecten van geplande ruimtelijke ontwikkelingen worden gecompenseerd. Bij inwerkingtreding van het NSL heeft gevolgen voor het NIBM. Een plan is vanaf 1 augustus 2009 NIBM als het een toename van de concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) veroorzaakt die niet meer bedraagt dan 3 % van de jaargemiddelde concentratie van die stof. Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 microgram/m³ voor zowel PM10 en NO2. De categorieën die altijd NIBM zijn, de volgende:
Bestemmingsplan toelichting 200510 | 22-04-2024
Pagina 54 van 65
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Woningbouw: ▪ 1500 woningen (netto) bij minimaal één ontsluitingsweg; ▪ 3000 woningen (netto) bij minimaal twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Het toevoegen van 52 wooneenheden zal niet resulteren in een significante toename van het verkeer in de Sint Janstraat te Sprundel. Voor het onderhavige plan is de grens van 3 % geldig. De extra verkeersbewegingen als gevolg van de 52 appartementen zal naar verwachting geen invloed hebben op de luchtkwaliteit ter plaatse en derhalve de 3 % grens nooit overschrijden. Een nader onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Omdat bij de beoogde ontwikkeling sprake is van een nieuwe woonfunctie, dient ook een beoordeling plaats te vinden of voldaan wordt aan de wettelijke luchtkwaliteitseisen c.q. inzicht te worden gegeven in de heersende concentraties. De coördinaten van de planlocatie zijn bij benadering: ▪ x = 99852 ▪ y = 394528 De Grootschalige Concentratie- en Depositiekaart Nederland (GCN) van het RIVM tonen ter hoogte van deze coördinaten, de volgende achtergrondconcentraties: 2021: PM10: 16,02 μg/ e NO : 14.16 μg/ 2025: PM10: 14,50 μg/ e NO : 12.40 μg/ 2030: PM10: 14.04 μg/ e NO : 10.43 μg/ Deze aarde ligge rui e ede de gre s aarde a PM e NO a aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de ontwikkeling op het plangebied. 5.9
Externe Veiligheid
5.9.1
Algemeen
μg/
. Hier ee or t het
E ter e eiligheid heeft etrekki g op de risi o s oor perso e te ge olge a het ge ruik a de infrastructuur of het uitvoeren van activiteiten, waarbij het met name gaat om de gevaren die de directe omgeving loopt, als er iets misgaat bij de productie, de behandeling en/of het vervoer van gevaarlijke stoffen. 5.9.2
Risico inventarisatie externe veiligheid
Een risico inventarisatie externe veiligheid betreft alle risicobronnen die invloed hebben of kunnen hebben op het groepsrisico, zoals Bevi-inrichtingen, transportleidingen en autowegen die gebruikt worden voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. In een verantwoording groepsrisico wordt door het bevoegd gezag (De Gemeenteraad) de aanwezige risicobronnen beschouwd en verantwoord.
Bestemmingsplan toelichting 200510 | 22-04-2024
Pagina 55 van 65
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Figuur 23: Zone indeling verantwoording groepsrisico (bron: gemeente Rucphen)
Bestemmingsplan toelichting 200510 | 22-04-2024
Pagina 56 van 65
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. Het Bevi is van toepassing op vergunningplichtige risicovolle bedrijven en de nabijgelegen al dan niet geprojecteerde (beperkt) kwetsbare objecten. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Op basis van de uitgevoerde risico-inventarisatie blijkt dat de planlocatie niet in een invloedsgebied ligt van een Bevi-bedrijf, waardoor het Bevi niet relevant is en er geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik binnen het plangebied Transportassen Beoordeli g a de risi o s eroorzaakt door het er oer a ge aarlijke stoffe o er het spoor, het ater e de weg dient plaats te vinden aan de hand van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen langs transportassen die deel uitmaken van het Basisnet Weg, Water en/of Spoor kan de berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven. Hiervoor gelden namelijk de afstanden die in bijlage 2, 3 en 4 van het Bevt zijn opgenomen. Op deze afstanden mag het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen niet meer bedragen dan 10 -6 per jaar.
Voor het Basisnet Weg geldt dat daar aar i de ta el a ijlage a het Be t de afsta d is er eld het plaatsge o de risi o vanwege het vervoer op het midden van de weg niet meer mag bedragen dan 10 -6 per jaar. De A58 is een transportroute voor gevaarlijke stoffen op circa 1800 meter afstand van de planlocatie. Volgens de referentieaantallen conform de website van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, vinden transporten plaats in de categorie GT4 (zeer toxische gassen), hetgeen een stofgroep is die een invloedsgebied heeft van > 4km. Voor het spoortraject tussen Roosendaal en Etten-Leur, geldt dat deze circa 1,2 kilometer van het pla ge ied is gelege e hiero er tra sport plaats i dt a de stof ategorieë B e D et eide ee invloedsgebied van > 4km. Om die reden dient op basis van artikel 7 van het Bevt ingegaan te worden op de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Men hoeft uitsluitend rekening te houden met toxische s e ario s. Veiligheids oors hrifte ij to is he s e ario s zij opge o e i het sta daard ad ies a de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Een standaard advies van de veiligheidsregio Midden- en WestBra a t is ee afdoe de era t oordi g a de eiligheidsrisi o s. Dit sta daardad ies i lusief de sta daard verantwoording van het groepsrisico is als bijlage 10 en 11 toegevoegd aan de toelichting.
Het aspect transport en externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling op de planlocatie. Transportleidingen Wanneer sprake is van relevante buisleidingen in een gebied, dient er een ruimtelijke reservering opgenomen te worden in het bestemmingsplan voor het plaatsgebonden risico (PR) en een verantwoording van het groepsrisico (GR). Binnen de PR 10-6 risicocontour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn en zo mogelijk ook geen beperkt kwetsbare objecten. Het invloedsgebied reikt bij brandbare vloeistoffen tot net buiten de 10 6 contour, voor leidingen met aardgas en chemicaliën moet dat per geval bekeken worden. De voor onderhoud gereserveerde ruimte bedraagt minimaal 5 meter aan beide zijden van de leiding. Uit figuur 24 blijkt dat er op een afstand van circa 500 kilometer van de planlocatie enkele gas- en pijpleidingen zijn gelegen. Het invloedsgebied van deze leidingen bedrijft 100 meter. Hiermee wordt voldaan aan de risiconormen van het Bevb. Op basis van figuur 23, kaart )o e i deli g sta daard era t oordi g groepsrisi o blijkt dat de planlocatie is gelegen in het gebied voor toepassing standaard verantwoording (het grijze gebied). Voor de ruimtelijke ontwikkeling zijn het Standaard advies veiligheidsregio en de Standaard Verantwoording Groepsrisico van toepassing, zie bijlage 10 en 11 van onderhavige toelichting.
Het planvoornemen wordt niet belemmerd door het aspect buisleidingen en externe veiligheid.
Bestemmingsplan toelichting 200510 | 22-04-2024
Pagina 57 van 65
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Figuur 24: Uitsnede risicokaart, provincie Noord-Brabant (bron: provincie Noord-Brabant)
5.10
Kabels en leidingen
Op of in de directe nabijheid van de locatie, zijn geen transportleidingen dan wel andere belangrijke kabels en leidingen gelegen, welke de realisatie van het bouwplan kunnen belemmeren. De KLIC-melding wordt voor het uitvoeren van de werkzaamheden uitgevoerd om eventuele kabels en leidingen in beeld te brengen tijdens de bouwfase. 5.11
Besluit milieueffectrapportage
Bij besluit van 21 februari 2011 heeft de wetgever het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd. De belangrijkste wijziging betreft het meer 'in lijn brengen' van het Besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Dit houdt in dat onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter heeft gekregen. Met dit wijzigingsbesluit is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit behore de C‐ e D‐lijst zij opge o e , altijd aa da ht aa .e.r. ges ho ke die t te orde . Op hoofdlij e ko t het erop eer dat oor a ti iteite die ehore tot de C‐lijst ee .e.r.‐pli ht olgt e oor a ti iteite op de D‐lijst olgt da el ee .e.r.‐ beoordelingsplicht dan wel een motivering dat geen m.e.r.(beoordeling) nodig is. Onder lijst D van het Besluit m.e.r. valt een stedelijk ontwikkelingsproject als het een project meer dan 2.000 woningen omvat. Binnen het plangebied omvat de ontwikkeling 52 appartementen. Gesteld kan worden dat de milieueffecten gevolgen van de realisatie van tien appartementen van dien aard zijn dat er geen m.e.r.-plicht of m.e.r –beoordeling aan de orde is. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben.
Bestemmingsplan toelichting 200510 | 22-04-2024
Pagina 58 van 65
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben beneden de drempelwaarden, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrij m.e.r.-beoordeling gebruikt. Uit deze toets kunnen twee conclusies komen: belangrijke nadelige milieueffecten kunnen worden uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten. In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-beoordelingsplichtig in het andere geval dient een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure te worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling. Beoordeling Drempelwaarde lijst D Op het plangebied is sprake van de aanleg, wijziging of uitbreiding van een klein stedelijke ontwikkelingsproject. Het toevoegen van tien appartementen valt onder de activiteiten D.11.2. in bijlage II van het Besluit .e.r. aar oor de ter stedelijke o t ikkeli g geldt. De dre pel aarde oor ee .e.r.beoordelingsplichtige activiteiten van D.11.2. in bijlage II van het Besluit vermeld: ▪ Een oppervlakte van 100 ha of meer; ▪ Een aangesloten gebied; ▪ 2000 of meer woningen.
De ontwikkeling ligt ver beneden de drempelwaarde zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Gevoelige gebieden In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Het plangebied is in geen van dergelijke gevoelige gebieden gelegen. Er is dus geen sprake van significante nadelige effecten voor het milieu. Milieugevolgen In voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk zijn de verschillende milieueffecten beschouwd, zoals geluid, luchtkwaliteit etc. Gelet op de kenmerken van het project, het plangebied en de kenmerken van de effecten, kan worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot significante nadelige milieueffecten. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure of m.e.r.-procedure. Conclusie Het uitvoeren van een (vorm-vrije) m.e.r.-beoordeling is niet noodzakelijk.
Bestemmingsplan toelichting 200510 | 22-04-2024
Pagina 59 van 65
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische aspecten
Inleiding
Het o derha ige este i gspla is, i a olgi g a het igere de este i gspla Kom Sprundel , een globaal bestemmingsplan. In de regels behorende bij de onderhavige herziening, is zoveel mogelijk aansluiting gezo ht ij de juridis he regelge i g, zoals deze zij geha teerd i het este i gspla Kom St. Sprundel . 6.2
Algemene toelichting verbeelding
De er eeldi g is geteke d uitgaa de a het rapport Digitaal Uit issel are ‘ui telijke Pla e DU‘P e het rapport “ta daard Vergelijk are Beste i gspla e “VBP . Hierdoor ordt het ogelijk et toevoeging van een codering de plannen digitaal uit te wisselen. De verbeelding is getekend op een kadastrale ondergrond. Op de verbeelding zijn vrijwel alle functies apart bestemd, waardoor het direct mogelijk is om met het bijbehorende renvooi te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied gegeven zijn. In de bijbehorende regels zijn de bestemmingsomschrijving en de bouwregels te vinden. Bestemmingsvlak en bouwvlak Elke bestemming bestaat doorgaans uit een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied op de verbeelding waarvoor de mogelijkheden om te bebouwen in de bestemmingsregels zijn aangegeven. Bouwvlakken worden op de verbeelding doorgaans voorzien van aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering en/of functie. Aanduidingen De letteraanduiding van de bestemmingen zijn ingetekend in het bestemmingsvlak. Nadere specificaties die iets zeggen over het gebruik of bouwmogelijkheden zijn aangegeven door aanduidingen. Als deze specificaties op het hele bestemmingsvlak van toepassing zijn, staan de aanduidingen achter de bestemmingsaanduiding in het bestemmingsvlak. 6.3
Algemene toelichting regels
De regels zij ge aseerd op het rapport “ta daard Vergelijk are Beste i gspla e “VBP . Hieri zij afspraken en aanbevelingen opgenomen met betrekking tot de opbouw en de presentatie van het bestemmingsplan (digitaal en analoog). Deze afspraken en aanbevelingen zijn op 1 januari 2010 wettelijk vastgesteld. De bestemmingsplanregels bestaan uit vier hoofdstukken: ▪ Hoofdstuk 1 Inleidende regels; ▪ Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; ▪ Hoofdstuk 3 Algemene regels; ▪ Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 6.3.1
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen die van toepassing zijn op de regels verklaard. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde begrippen. Artikel 2 Wijze van meten In het artikel 'wijze van meten' is een regeling opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden.
Bestemmingsplan toelichting 200510 | 22-04-2024
Pagina 60 van 65
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
6.3.2
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
Artikel 3 Groen De oor Groe aa ge eze gro de zij este d oor park, plantsoen, bermstroken, bermsloten, paden, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, waterberging, ter plaatse a de aa duidi g erkeer , te e s oor parkeer oorzie i ge , extensief recreatief gebruik, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en andere tot de bestemming behorende voorzieningen. Artikel 4 Verkeer De oor Verkeer aa ge eze gro de zij este d oor straten, voet- en fietspaden, woonerven, rabatten, parkeerterreinen, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, groenvoorzieningen, terrassen, waterhuishoudkundige voorzieningen, taluds, oevers, bruggen en nutsvoorzieningen en overige tot de bestemming behorende voorzieningen. Artikel 5 Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, tuinen en erven, langzaamverkeersroutes, en bij deze bestemmingen behorende voorzieningen zoals groenvoorzieningen, water, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen. Artikel 6 Waarde – Archeologie De voor 'Waarde – Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming van en onderzoek naar verwachte en onbekende archeologische waarden. 6.3.3
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. De redactie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en overeenkomstig opgenomen. Artikel 8 Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden, zoals een regeling voor ondergronds bouwen. Artikel 9 Algemene gebruiksregels In dit artikel is een algemeen gebruiksverbod gegeven voor gebruik in strijd met de bestemming. Artikel 10 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn de regels met betrekking tot een of meer gebiedsaanduidingen opgenomen. Artikel 11 Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Artikel 12 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met toepassing van de afwijkingsbepalingen geregeld kunnen worden.
Artikel 13 Overige regels In dit artikel zijn de regels opgenomen die niet onder een andere regel zijn te vatten.
Bestemmingsplan toelichting 200510 | 22-04-2024
Pagina 61 van 65
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
6.3.4
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
Artikel 14 Overgangsrecht In de overgangsrechtregel is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Artikel 15 Slotregel In de slotregel wordt de officiële naam van het plan weergegeven.
Bestemmingsplan toelichting 200510 | 22-04-2024
Pagina 62 van 65
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 7 7.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in het oprichten van maximaal 52 nieuwe appartementen, volgens de Bro aan te merken als bouwplan. De gemeente Rucphen heeft ten behoeve van het voorgestane plan een anterieure overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer van de gronden. Deze overeenkomst heeft onder andere de strekking dat de gemeente geen enkel risico loopt ten aanzien van de economische uitvoerbaarheid van dit plan. 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.2.1
Inleiding procedure
Planologische procedure Voordat een bestemmingsplan geldig is, volgt de gemeente een procedure met inspraak. De procedure bestaat uit drie fasen: vooroverleg, ontwerp en vastgesteld plan. In de vooroverlegfase wordt vooroverleg gepleegd met alle betrokken overheden en partijen. De achtereenvolgende fase is de ontwerpfase. Tijdens de ter inzageperiode (6 weken) heeft eenieder het recht om een zienswijze te geven. De zienswijzen worden verwerkt en beantwoord in een zienswijzenrapportage. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Relatie onderhavig bestemmingsplan met eerdere bestemmingsplannen Het o derha ige este i gspla is, i a olgi g a het igere de este i gspla Kom “pru del , een gedetailleerd bestemmingsplan. In de regels behorende bij de onderhavige herziening, is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de juridische regelgeving, zoals deze in dit plan is gehanteerd. Het onderhavig este i gspla ordt iddels ee zoge oe de postzegel este i gspla e juridis h-planologisch mogelijk gemaakt. 7.2.2
Omgevingsdialoog
Er is met de omwonenden een omgevingsdialoog gevoerd. De omwonenden staan overwegend positief tegenover de ruimtelijke ontwikkeling op de locatie Sint Janstraat 64-66 te Sprundel. In verband met de privacy is de omgevingsdialoog geanonimiseerd en is deze versie toegevoegd als bijlage (bijlage 13) aan onderhavig plan. Na de terinzagelegging van het voorontwerp is er een tweede omgevingsdialoog gevoerd. Van deze dialoog is tevens een verslag van gemaakt. In verband met de privacy is de omgevingsdialoog geanonimiseerd en is deze versie toegevoegd als bijlage (bijlage 14) aan onderhavig plan. 7.2.3
Vooroverleg
Op grond van artikel 3.1.1 van het Bro wordt bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg gepleegd met het waterschap, diensten van het rijk en provincie die betrokken zijn bij de ruimtelijke ordening en eventueel andere gemeenten. Het plan is in het kader van het vooroverleg beschikbaar gesteld aan de volgende partners: ▪ Provincie Noord-Brabant. ▪ Waterschap Brabantse Delta. ▪ Brandweer Midden- en West-Brabant. 7.2.4
Voorontwerpbestemmingsplan
Het voorontwerpbestemmingsplan ´Kom Sprundel, Sint Janstraat 64 te “pru del met planidentificatie NL.IMRO.0840.2583K0020-VO01 is voor een ieder ter inzage gelegd met ingang van 30 november 2022 t/m 11 Bestemmingsplan toelichting 200510 | 22-04-2024
Pagina 63 van 65
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
januari 2023 in het Raadshuis van de gemeente Rucphen. Daarnaast is het plan digitaal raadpleegbaar via de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl. Belanghebbende (overheid)instanties zijn voorts separaat op de hoogte gebracht van de terinzagelegging. Resultaten voorontwerpbestemmingsplan Tijdens de ter inzage periode zijn er een aantal inspraakreacties ingediend op het ooro t erp este i gspla . De i spraakrea ties ordt i de Nota a Bea t oordi g kort eha deld e beantwoord. Het bestemmingsplan zal gewijzigd als ontwerp ter inzage gelegd worden. De Nota a Bea t oordi g is als ijlage toege oegd aa o derha ig pla ijlage . 7.2.5
Ontwerpbestemmingsplan
Het ontwerpbestemmingsplan ´Kom Sprundel, Sint Janstraat 64 - 66 te Sprundel et pla ide tifi atie NL.IMRO.0840.2583K0020-ON01 is voor een ieder ter inzage gelegd met ingang van 28-12-2023 t/m 7-2-2024 voor een periode van zes weken in het Raadshuis van de gemeente Rucphen. Daarnaast is het plan digitaal raadpleegbaar via de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl. Belanghebbende (overheid)instanties zijn voorts separaat op de hoogte gebracht van de terinzagelegging. Resultaten ontwerpbestemmingsplan Naar aa leidi g a de teri zageleggi g a het este i gspla Ko “pru del, “i t Ja straat - 66 te “pru del zij drie zie s ijze aar ore ge ra ht. De zie s ijze zij i e de ter ij a teri zageleggi g i gedie d e ku e daar ee als o t a kelijk orde es hou d. De Nota a Zienswijzen is als ijlage toegevoegd aan onderhavig plan (bijlage 17).
7.2.6
Vaststelling
p.m.
Bestemmingsplan toelichting 200510 | 22-04-2024
Pagina 64 van 65
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Bijlagen bij de Toelichting
bestemmingsplan DzKom Sprundel, Sint Janstraat 64 - 66 te Sprundeldz Planstatus: Datum: Plan identificatie:
vastgesteld 2024-04-22 NL.IMRO.0840.2583K0020-DEF1
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Inhoud 1.
Beeldkwaliteitsplan
2.
Ecologische quickscan, Brabant Eco, rapportnummer 2022-BE-0306, 16 mei 2022
3.
Aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming, Brabant Eco, rapportnummer 2022-BE-0306, 29 september 2022
4.
Visuele beoordeling bomen Fatimapark, MijnTuin, 17 juli 2021
5.
Akoestisch onderzoek, Kraaij Akoestisch Adviesbureau, rapportnummer VL.2113.R01, 15 juni 2021
6.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Moerdijk Bodemsanering B.V., rapportnummer 2410.60.211.r1, 13 juli 2021
7.
Nader asbestonderzoek, Moerdijk Bodemsanering B.V., rapportnummer 2410.60.222.r1, 15 juli 2022
8.
Archeologisch onderzoek, Transect, rapportnummer 21020141, 25 augustus 2021
9.
Verslag overleg Molen De Hoop
10. Standaardadvies Brandweer 2022 11. Standaard Verantwoording Groepsrisico 12. Stikstofberekening 13. Omgevingsdialoog 14. Verslag Tweede omgevingsdialoog 15. Nota van beantwoording 16. Klimaatstresstest, Roelofs, 21 maart 2024 17. Nader onderzoek Eekhoorn, Brabant Eco, rapportnummer 2024-BE-0306, 22 maart 2024 18. Nota van Zienswijzen
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
1. Beeldkwaliteitsplan
RPN00F 02250G0000 RPN00F 01575G0000 RPN00F 01380G0000
Jan
RPN00F 05053G0000
4A-5A
Sin t
RPN00F 05124G0000 RPN00F 04651G0000
RPN00F 05809G0000
RPN00F 01574G0000
RPN00F 02420G0000 RPN00F 01803G0000 RPN00F 03143G0000 RPN00F 05127G0000
6A-15A 2-3A
1-1A
71
69
73
75
77
95
81
79-79A
89
87
85
83
93
91
72
Sint Janstraat
70
68 RPN00F 04383G0000 RPN00F 03819G0000
58-60
RPN00F 05674G0000
P
RPN00F 04171G0000
P P
56
P
RPN00F 04556G0000
P
RPN00F 05672G0000
2
P
62-6
P
2A
RPN00F 05671G0000
P
RPN00F 05114G0000
3
1
RPN00F 05110G0000
RPN00F 05428G0000
P
RPN00F 05670G0000
P
RPN00F 05669G0000
P P
5
P
RPN00F 05429G0000
5
P
RPN00F 02837G0000
4
P P
RPN00F 03429G0000
7
P
Mole
RPN00F 03706G0000
P
RPN00F 03426G0000
nba
P
an
P
7
Hertogstraat
RPN00F 05047G0000
8
P
Mo
P
len
RPN00F 05702G0000
RPN00F 05673G0000
erf RPN00F 05700G0000
RPN00F 05048G0000
8A RPN00F 05049G0000 RPN00F 05701G0000
2
RPN00F 05668G0000
10
6
RPN00F 02840G0000
RPN00F 03788G0000
4
P
12
P
RPN00F 03534G0000
RPN00F 02841G0000
P
RPN00F 04173G0000
P
RPN00F 04585G0000
RPN00F 03796G0000 RPN00F 03789G0000
15
14
P
RPN00F 02842G0000
RPN00F 05545G0000
P RPN00F 03790G0000
11
16
P
RPN00F 02843G0000
RPN00F 05675G0000
P RPN00F 03791G0000
18
RPN00F 03797G0000
RPN00F 02844G0000
P
RPN00F 02845G0000
RPN00F 03793G0000
P
P
P
P
RPN00F 00530G0000
22
St. janStraat 64-66 - Sprundel
RPN00F 02846G0000
RPN00F 03794G0000
RPN00F 02471G0000
24
15
13A
RPN00F 05596G0000
7G 17F 1
RPN00F 05598G0000
RPN00F 05418G0000
n baa
P
P
P
P
17
P
n Mole
P
20
Beeldkwaliteitplan
P
RPN00F 03792G0000
RPN00F 03795G0000
RPN00F 02847G0000
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Projectnr: 200510
Molenzicht 2 4881 BW ZUNDERT tel: 076 599 03 40 info@schoenmakers-ontwerp.nl www.schoenmakersadvies.nl
I BEELDKWALITEITPLAN - ST. JANSTRAAT 64-66 - SPRUNDEL
Datum: 05-12-2023
2
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
1 2 3 4
InleIDIng Context BeelDkwalIteIt arChIteCtuur BeelDkwalIteIt oPenBare ruImte
4 6 8 15
I BEELDKWALITEITPLAN - ST. JANSTRAAT 64-66 - SPRUNDEL
InhouDsoPgave
3
4
1
I BEELDKWALITEITPLAN - ST. JANSTRAAT 64-66 - SPRUNDEL
InleIDIng
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
InleIDIng
1.1
algemeen
Het voorliggende beeldkwaliteitplan omvat het project ‘St. Janstraat 64-66’. Het plangebied ligt in het centrum van Sprundel. De ontwikkeling omvat maximaal 52 gestapelde woningen, onderverdeeld in vier complexen. 1.2
Doel van het BeelDkwalIteItPlan
‘Een samenhangend pakket eisen voor het creëren en verbeteren van de beeldkwaliteit in een bepaald gebied. Het beeldkwaliteitplan geeft in woord en beeld uitgangspunten aan voor de te ontwikkelen stedenbouwkundige en architectonische vormgeving. De grondslag is een inventarisatie, analyse en evaluatie van de bestaande c.q. gewenste ruimtelijke kwaliteit van de gebouwde respectievelijk te bouwen omgeving. Bij het streven naar integraal beleid voor ruimtelijke kwaliteitszorg is het beeldkwaliteitplan een onmisbaar instrument’. Het beeldkwaliteitplan vormt een onderdeel van het bestemmingsplan. 1.3
BeoorDelIng
De beeldkwaliteit van de woningen worden beoordeeld door de welstandscommissie, die is aangesteld door de gemeente Rucphen. De opsteller van het beeldkwaliteitplan kan als klankbord ingezet worden door de welstandscommissie. 1.4
leeswIJZer
In het voorliggende beeldkwaliteitplan is opgebouwd uit de hoofdstukken: 1. Inleiding 2. Context 3. Beeldkwaliteit Architectuur 4. Beeldkwaliteit Openbaar gebied
I BEELDKWALITEITPLAN - ST. JANSTRAAT 64-66 - SPRUNDEL
Onderdeel van de planvorming is het opstellen van een beeldkwaliteitplan. Een beeldkwaliteitplan kan als volgt gedeinieerd worden:
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
1
5
6
2
I BEELDKWALITEITPLAN - ST. JANSTRAAT 64-66 - SPRUNDEL
Context
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
RPN00F 04349G0000
sh of
Context Jan
RPN00F 05053G0000
4A-5A
oPZet van het Plan
Sin t
RPN00F 05124G0000
2.1
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
2
RPN00F 05137G0000 RPN00F 02250G0000 RPN00F 01575G0000 RPN00F 01380G0000
RPN00F 04651G0000
RPN00F 04649G0000 RPN00F 05809G0000
RPN00F 01574G0000
RPN00F 02420G0000 RPN00F 01803G0000 RPN00F 03143G0000 RPN00F 05127G0000
6A-15A 2-3A
1-1A
71
69
73
75
77
81
79-79A
89
87
85
83
91
72
Sint Janstraat
70
68 RPN00F 04383G0000 RPN00F 03819G0000
58-60
RPN00F 05674G0000
RPN00F 04171G0000
P P P
In de bestaande structuur staat de bebouwing binnen het plangebied evenwijdig aan de Sint Janstraat. De bestaande bebouwing naast de pastorie staat op de perceelsgrens, waardoor het zicht op de pastorie en de kerk wordt belemmerd, vanuit de oostzijde van de Sint Janstraat. Door het nieuwe gebouw aan de Sint Janstraat, in de gevellijn van de pastorie te positioneren, ontstaat er een zichtlijn vanuit de oostzijde van de Sint Janstraat op de pastorie en de kerk.
95 93
P
RPN00F 05672G0000
2
P
62-6
P
RPN00F 05671G0000
P
3
RPN00F 05110G0000
RPN00F 05428G0000
P
RPN00F 05670G0000
P
RPN00F 05669G0000 P
P
P
RPN00F 05429G0000
5
P
RPN00F 02837G0000
4
P P
RPN00F 03429G0000 RPN00F 03706G0000
7
Mole
P P
RPN00F 03426G0000
nba
P
an
P RPN00F 05047G0000
7
8
P P
De planlocatie grenst aan het bestaande park, hier worden diverse ontsluitingen naartoe gemaakt. Om een geleidelijke overgang te creëren is het uitgangspunt om het plangebied een groene uitstraling te geven. In het gebied worden de gebouwen in het groen gezet. Tussen de gebouwen zijn groene ruimtes aanwezig, die ingevuld worden met bomen en/of wadi’s.
RPN00F 05702G0000
RPN00F 05673G0000
RPN00F 05048G0000
8A
Aan de voorzijde (Sint Janstraat) wordt de mogelijkheid geboden om een groene ruimte in het openbaar gebied toe te voegen, hierdoor krijgt dit gedeelte van de Sint Janstraat een groener karakter.
RPN00F 05049G0000
RPN00F 05701G0000
2
RPN00F 05668G0000
10
RPN00F 02840G0000
RPN00F 03788G0000
P
12
P
RPN00F 04173G0000
RPN00F 02841G0000
P P RPN00F 03796G0000 RPN00F 03789G0000
14
P
RPN00F 02842G0000
P RPN00F 03790G0000
P
16
Het initiatief binnen de planlocatie bestaat uit het oprichten van maximaal 52 appartementen. Het plangebied is onder te verdelen in twee deelgebieden: ‘wonen aan de St. Janstraat’ en ‘wonen aan het park’. Voor de beeldkwaliteit van de architectuur zijn voor beide gebieden verschillenden kaders opgesteld. In hoofstuk 3 worden deze kaders uiteengezet. Het openbaar gebied is een apart onderdeel en wordt behandeld in hoofdstuk 4.
I BEELDKWALITEITPLAN - ST. JANSTRAAT 64-66 - SPRUNDEL
P
2A
Het voorste gedeelte (twee complexen) bestaat uit drie bouwlagen, het achterste gedeelte (twee complexen) bestaat uit twee bouwlagen.
RPN00F 02843G0000
RPN00F 05675G0000
P RPN00F 03791G0000
18
RPN00F 03797G0000
RPN00F 02844G0000
RPN00F 02845G0000
RPN00F 03793G0000
P
P
22
P
P
P
P
RPN00F 03792G0000
P
P
P
P
20
P
P
RPN00F 02846G0000
RPN00F 03794G0000 RPN00F 02471G0000
24
13A
N
RPN00F 02847G0000
RPN00F 03795G0000
7
RPN00F 05596G0000 RPN00F 05598G0000
8
I BEELDKWALITEITPLAN - ST. JANSTRAAT 64-66 - SPRUNDEL
3
BeelDkwalIteIt arChIteCtuur
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
9 deelgeBied 2: wonen aan het park
deelgeBied 1: wonen aan de St. janStraat
I BEELDKWALITEITPLAN - ST. JANSTRAAT 64-66 - SPRUNDEL
geBIeDsInDelIng
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
BeelDkwalIteIt arChIteCtuur
3.1
algemeen
Het onderhavig beeldkwaliteitplan is bedoeld als kader voor de coördinatie van de ontwerpen. Het speelt daarbij in op een toenemende behoefte bij zowel burgers als gemeenten om bij het ontwikkelen van nieuwbouwprojecten aandacht te bestedenaan duurzame bouw en architectonische kwaliteit. Deze twee elementen moeten een ontwikkeling garanderen die past in de omgeving en door een ieder als positief zal worden ervaren. Er zal nadrukkelijk worden gestuurd op ruimtelijke kwaliteit. uItgangsPunten
De uitgangspunten voor het beeldkwaliteitplan van het plan St. Janstraat 64-66 zijn: • Sluit aan bij het dorpse karakter van de omgeving van de locatie. • Natuurlijke materialen, zoals baksteen, gebakken pannen, hout en natuursteen. • De complexen dienen een karakter te krijgen, door middel van accenten in de gevel. Bij metselwerk kan dit worden bereikt door bijvoorbeeld terugliggend of staand metselwerk toe te passen. • Levendig straatbeeld door middel van diferentiatie van de gevels. 3.3
geBIeDsInDelIng
Het plan is onder te verdelen in twee deelgebieden, waaraan speciieke criteria zijn verbonden om de bebouwing goed aan te laten sluiten bij de omgeving. De gebieden zijn ingedeeld aan de hand van hun situering ten opzichte van bestaande gebieden. De twee complexen, aan de voorzijde van de St. Janstraat zijn ingedeeld in deelgebied 1: ‘wonen aan de St. janStraat’.
3.4
uItwerkIng CrIterIa
Met betrekking tot de bebouwing wordt per deelgebied criteria opgenomen ten aanzien van de hoofdvorm, de daken, de materialisatie en de detaillering.
I BEELDKWALITEITPLAN - ST. JANSTRAAT 64-66 - SPRUNDEL
3.2
gebied bestaat uit een landschappelijke parkachtige karakter. Dit karakter wordt voornamelijk in het openbaar gebied bewerkstelligd.
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
3
De gebouwen uit dit deelgebied zullen aansluiting zoeken met het dorpskarakter van de St. Janstraat. De overige twee gebouwen in het plangebied zijn ingedeeld in deelgebied 2:
‘wonen aan het park’. Dit deelgebied grenst aan het Fatimapark. Het
10