CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

07b.3 Buitengebied Rucphen 2020 Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen vastgesteld Toelichting 2

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 16 april 2025, gemeente RucphenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen'16.389 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen

Datum: maart 2025 Status: vastgesteld

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

6 6 6 8

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

9

Hoofdstuk 3

Beleidskader

11

3.1 3.2 3.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

11 14 20

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

22

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

Bodem Wegverkeerslawaai Water Flora en fauna Stikstofdepositie Bedrijven en milieuzonering Verkeer en parkeren Cultureel erfgoed Luchtkwaliteit Externe veiligheid M.e.r.-beoordeling

22 23 23 26 28 29 30 31 33 34 37

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

39

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

40

6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

40 40

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen 3

4 id 51 te Rucphen

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zu

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen 5

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Aan de Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen is al geruime tijd Machinehandel Jansen B.V. gevestigd. Het bedrijf is gespecialiseerd in de in- en verkoop van nieuwe en gebruikte grondverzet- en wegenbouwmachines. Op de locatie is dan ook een ruim assortiment aan gebruikte en nieuwe machines te vinden. Door de toenemende diversiteit aan machines is de voorraad in de loop der jaren gegroeid en is het bedrijventerrein onvoldoende van omvang gebleken om alles op een veilige manier te kunnen stallen. Daarnaast is door de vernieuwing van het machinepark sprake van steeds meer moderne machines, welke zijn voorzien van de nodige computers, sensoren en elektronica en hierdoor gevoeliger zijn voor vocht. Gelet op bovenstaande situatie en behoefte, is de wens van de initiatiefnemer dan ook om een deel van het perceel kadastraal bekend als gemeente Rucphen, sectie U, nummer 1479 (tevens in eigendom) definitief bij het bedrijfsterrein te betrekken. Daarnaast is het voornemen een goed geïsoleerde bedrijfsloods te bouwen ten behoeve van de opslag van (vochtgevoelige) machines. De gewenste ontwikkelingen zijn niet realiseerbaar binnen de kaders van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, derhalve is voorliggend bestemmingsplan opgesteld waarmee de gewenste ontwikkelingen mogelijk gemaakt kunnen worden.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het bedrijfsterrein van Machinehandel Jansen B.V. is gelegen aan de Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen, direct ten zuiden van de A58, afslag 21. Het plangebied bestaat uit de percelen kadastraal bekend als gemeente Rucphen, sectie U, nummers 708 en 709 en een gedeelte van het perceel nummer 1479 (kadastrale aanduidingen: RPN00-U-708, RPN00-U-709 en RPN00-U-1479).

Figuur 1.1 Ligging en begrenzing van het plangebied

1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2020' van toepassing. Dit bestemmingsplan is op 16 december 2020 vastgesteld door gemeenteraad van Rucphen. De gronden binnen het plangebied zijn bestemd als 'Bedrijf' en ter plaatse van het perceel RPN00-U-1479 als 'Agrarisch met waarden - Natuur'. Ten behoeve van de instandhouding, bescherming en het behoud van archeologische waarden in de bodem is een groot deel van het plangebied voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Voor de bescherming van de waterleiding van Brabant Water zijn de gronden die zijn gelegen binnen een zone van 5 meter langs weerszijden van de leiding voorzien van de dubbelbestemming 'Leiding - Water'.

6 id 51 te Rucphen

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zu

Ten zuiden van het plangebied is binnen het perceel RPN00-U-726 een deel van het Natuur Netwerk Brabant aanwezig. Een smalle strook langs de zuidelijke grens van het plangebied is daarom voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie - Natuur Netwerk Brabant'. Hiermee is het behoud, beheer, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant gewaarborgd. Het gehele bestemmingsvlak 'Bedrijf' is voorzien van een bouwvlak waaraan de volgende aanduidingen en maatvoeringen zijn gebonden: Functieaanduiding: bedrijfswoning; Functieaanduiding: detailhandel volumineus; Functieaanduiding: verkooppunt motorbrandstoffen met lpg; Maatvoering: maximum bebouwd oppervlak: 220 m 2; Maatvoering: maximum bouwhoogte 8 m en maximum goothoogte 4,5 m. Ter hoogte van het plangebied zijn daarnaast de volgende gebiedsaanduidingen van toepassing: geluidzone - luchtvaart 48 dB(A) Lden; luchtvaartverkeerzone - 2; luchtvaartverkeerzone - 3; milieuzone - boringsvije zone; milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied; overige zone - attentiezone waterhuishouding; overige zone - waarde archeologie 3; veiligheidszone - lpg; veiligheidszone - luchtvaart; vrijwaringszone - obstakelbeheerzone; vrijwaringszone - weg. In figuur 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingplan weergeven.

Figuur 1.2 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2020'

Toets bestemmingsplan Onderhavig planvoornemen voorziet in de uitbreiding van de bestemming 'Bedrijf' ter plaatse van het als 'Agrarisch met waarden - Natuur' bestemde gebied (binnen het plangebied). Hoewel dit deel van het plangebied in de feitelijke situatie al in gebruik is door het bedrijf, is het uitvoeren van bedrijfsactiviteiten hier conform het vigerend bestemmingsplan niet toegestaan. Met de beoogde bestemmingswijziging wordt de feitelijke situatie daarmee gelegaliseerd. Naast het uitbreiden van het bedrijfsterrein is ook het voornemen om ter plaatse van het plangebied een bedrijfsloods met een oppervlakte van 1.600 m 2 te realiseren. De oppervlakte van de beoogde

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen 7

bedrijfsloods overschrijdt daarmee het maximaal toegestane bebouwde oppervlak. Daarnaast is de bedrijfsloods voor een deel voorzien ter plaatse van het als 'Agrarisch met waarden - Natuur' bestemde perceel (RPN00-U-1479) waar geen bouwmogelijkheden voor het oprichten van een bedrijfsloods aanwezig zijn. Het vigerende bestemmingsplan kent geen binnenplanse afwijkings- of wijzigingsmogelijkheden die toereikend genoeg zijn voor onderhavig planvoornemen. Om de realisatie van het planvoornemen mogelijk te maken is daarom besloten om voorliggend bestemmingsplan in procedure te brengen.

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een planbeschrijving gegeven van enerzijds de bestaande situatie en anderzijds de nieuwe situatie. In hoofdstuk 3 worden de beleidskaders van rijk, provincie en gemeente beschreven. De aspecten met betrekking tot het milieu en landschap komen in hoofdstuk 4 aan bod. De juridische planbeschrijving volgt in hoofdstuk 5 en in hoofdstuk 6 komen respectievelijk de economische- en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan aan bod.

8 id 51 te Rucphen

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zu

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

Het voornemen van de initiatiefnemer is om het deel van het perceel RPN00-U-1479 definitief bij het terrein van het bedrijf te betrekken. Het betreffende perceel is in eigendom van de initiatiefnemer en door de groei van het machinepark rond omstreeks 2016 bij het bedrijfsterrein betrokken. C onform het vigerende bestemmingsplan is het uitvoeren van niet-agrarische bedrijfsactiviteiten hier echter niet toegestaan. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt de ter plaatse vigerende bestemming gewijzigd van 'Agrarisch met waarden - Natuur' naar 'Bedrijf', waarmee de bestaande situatie planologisch wordt gelegaliseerd. Met de beoogde uitbreiding van het bedrijfsterrein, die middels voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, zal de maximale planologische omvang worden bereikt. Daarmee zijn verdere uitbreidingen van het bedrijf op deze locatie uitgesloten. Als er in de toekomst verdere uitbreiding noodzakelijk is, zal verplaatsing naar een bedrijventerrein elders noodzakelijk zijn.

Figuur 2.1 Kaartweergave bedrijfsterrein in de beoogde nieuwe situatie (uitbreiding bedrijfsterrein ter plaatse van perceel RPN00-U-1479 is paars aangeduid)

Naast de uitbreiding van het bedrijfsterrein is het voornemen om goed geïsoleerde bedrijfsloods op het terrein te realiseren ten behoeve van de opslag van (vochtgevoelige) machines. De nieuwe bedrijfsloods is 25 meter breed en 64 meter lang en heeft een bouwhoogte van 8 meter. De 1.600 m 2 oppervlakte van de bedrijfsloods is nodig om de (vochtgevoelige) machines van het bedrijf hierbinnen veilig te kunnen opslaan. Om binnen de zware machines te kunnen tillen en verplaatsen wordt de bedrijfsloods voorzien van een bovenloopkraan. Ten behoeve van het functioneren van de bovenloopkraan heeft de bedrijfsloods een bouwhoogte nodig van 8 meter. Vanuit het oogpunt van maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid, wordt het dak van de bedrijfsloods volledig voorzien van zonnepanelen. Met de positionering van de bedrijfsloods op het terrein is rekening gehouden met de in het vigerende bestemmingsplan opgenomen aanduiding 'vrijwaringszone - weg'. Ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het bedrijfsterrein worden langs de randen onder andere een bomenrij en houtsingels aangeplant. De landschappelijke inpassing is in voorliggend bestemmingsplan voorzien van de bestemming 'Groen - Landschapselement' en middels een voorwaardelijke verplichting in de planregels gewaarborgd.

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen 9

Figuur 2.2 3D-impressies bedrijfsterrein en bedrijfsloods in de beoogde nieuwe situatie

10 id 51 te Rucphen

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zu

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 januari 2024 in werking zal treden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is vastgesteld op 11 september 2020 en biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan ingespeeld worden op de grote uitdagingen die er zijn. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op onze leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

Met de NOVI wordt een proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden om te bouwen aan een mooier en sterker Nederland. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel

3. 4.

Sterke en gezonden steden en regio's Toekomstig bestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: C ombinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Beoordeling en conclusie Gezien de aard en omvang van voorliggend initiatief heeft bovengenoemd rijksbeleid niet direct invloed op onderhavige ontwikkeling. De inhoudelijke keuzes en afweging ligt bij de gemeente. Zij zullen daarbij uiteraard de richtlijnen en vier prioriteiten van het Rijk als leidraad gebruiken.

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen 11

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 22 augustus 2011 vastgesteld en op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van nationale belangen, zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, de uitoefening van defensietaken en bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen etc.. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).

Figuur 3.1 Weergave radarverstoringsgebied (Rarro, geconsolideerde versie d.d. 1 december 2020)

Beoordeling en conclusie Zoals te zien is in bovenstaand figuur is het plangebied gelegen binnen een radarverstoringsgebied. In dit gebied dient rekening te worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. Rondom radarstations mogen geen bestemmingen worden opgenomen die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. Binnen het radarverstoringsgebied geldt een maximale bouwhoogte van 90 meter ten opzichte van het NAP. In het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2020' is deze maximale bouwhoogte gewaarborgd middels de gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone - obstakelbeheerzone'. In het onderhavige plan wordt geen bebouwing mogelijk gemaakt die deze maat overschrijdt. Voor het projectgebied geldt verder dat er regels zijn opgenomen inzake de uitoefening van het vliegverkeer vanaf luchthaven Breda International Airport. Er dient sprake te zijn van een obstakelvij (start- en landings)vlak. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerszone - 2' mag de bouwhoogte van een bouwwerk niet meer bedragen dan de bouwhoogte die wordt verkregen door lineaire interpolatie van 9,14 m en 54,14 m boven NAP. De beoogde nieuwe bebouwing overschrijdt deze maat niet.

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is artikel 3.1.6 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd. Het Bro regelt thans dat 'de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien'.

12 id 51 te Rucphen

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zu

Bij toepassing van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' dient antwoord gegeven te worden op een aantal vragen. Indien een vraag positief kan worden beantwoord, dient de 'ladder' verder te worden doorlopen. Indien een vraag niet positief kan worden beantwoord, dan is de 'ladder' niet (verder) van toepassing, dan wel kan niet aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' worden voldaan. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied? Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren?

Beoordeling 1. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Onderhavige ontwikkeling voorziet in een uitbreiding van een bestaand bedrijfsterrein ter plaatse van een als 'Agrarisch met waarden - Natuur' bestemd perceel en de bouw van een bedrijfsloods ter grootte van 1.600 m 2. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt de bestemming gewijzigd naar 'Bedrijf' en wordt de bouw van een nieuwe bedrijfsloods mogelijk gemaakt. Zowel de uitbreiding van het bedrijfsterrein als de bouw van de bedrijfsloods is te omschrijven als een stedelijke ontwikkeling.

2. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Op basis van jurisprudentie wordt geconcludeerd dat voor ontwikkelingen die voorzien in de uitbreiding van een bedrijfsterrein in beginsel geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m 2 bedraagt. In onderhavig planvoornemen bedraagt de uitbreiding van het bedrijfsterrein circa 2.070 m 2, derhalve is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Machinehandel Jansen B.V. is gespecialiseerd in de wereldwijde in- en verkoop van gebruikte grondverzet- en wegenbouwmachines. Middels transport over land en zee levert het bedrijf daarbij machines op elke gewenste locatie ter wereld. Ter plaatse van het plangebied heeft het bedrijf heeft geen personeel in dienst. De bedrijfseigenaar is echter persoonlijk wel gebonden aan de locatie en de gemeente Rucphen als zijnde woon-, werk- en leefgebied. Gezien de relatief beperkte aard en omvang van onderhavig planvoornemen is regionale afstemming niet noodzakelijk.

4. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Uitbreiding van het bedrijfsterrein is noodzakelijk, anders heeft het bedrijf niet de mogelijkheden om op een werkbare manier te blijven ondernemen. Binnen de gemeente Rucphen is de Nijverhei het centrale bedrijventerrein. De gemeente streeft ernaar om de Nijverheid zo intensief mogelijk te benutten en maakt daarom in principe geen nieuwe bedrijven buiten het bedrijventerrein mogelijk. Bij uitbreiding van bestaande bedrijven, heeft verplaatsing naar de Nijverhei daarom de nadrukkelijke voorkeur. Een verplaatsing van dit bedrijf is alleen mogelijk op de beoogde uitbreiding van de Nijverhei aan de Kozijnenhoek. Door de gemeente Rucphen is echter aangegeven dat gezien de grootte, het type bedrijf en de uitstraling van dit bedrijf een verplaatsing naar de Nijverhei niet de voorkeur heeft. Een verplaatsing van het bedrijf zou daarnaast leiden tot leegstand van de bebouwing binnen het plangebied, wat in het buitengebied allerminst wenselijk is.

5. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied Het plangebied aan de Rijksweg-Zuid 51 is gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied.

6. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? Het bedrijf is al ruim veertig jaar gevestigd op de huidige locatie. Het stallen van het uitgebreide machinepark neemt veel ruimte in beslag, deze benodigde ruimte is niet of zeer beperkt beschikbaar in het bestaand stedelijk gebied. Binnen het stedelijk gebied van de gemeente Rucphen is de Nijverhei het centrale bedrijventerrein. Voor uitbreiding van bedrijven heeft verplaatsing naar de Nijverhei de nadrukkelijke voorkeur vanuit de gemeente Rucphen. Gezien de grootte, het type en de uitstraling van

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen 13

onderhavig bedrijf is door de gemeente aangegeven dat verplaatsing naar de Nijverhei in dit geval niet de voorkeur heeft. De beoogde uitbreiding van het bedrijf wordt derhalve op locatie mogelijk gemaakt. Daarbij geldt wel de voorwaarde dat hiermee de planologische eindsituatie zal worden bereikt en verdere uitbreidingen van het bedrijf op deze locatie niet mogelijk zijn.

Conclusie Uit de bovenstaande beoordeling wordt geconcludeerd dat onderhavig planvoornemen voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant De nieuwe Omgevingswet (welke naar verwachting 1 januari 2023 in werking zal treden) bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultureel erfgoed en water. En regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de Provincie Noord-Brabant alvast een provinciale Omgevingsvisie gemaakt welke op 14 december 2018 is vastgesteld. De omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De basisopgave voor de provincie is: 'werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit'. Hierbij heeft de provincie als doel gesteld voor de middellange termijn, 2030: Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Voor de lange termijn, 2050, wil men een goede leefomgevingskwaliteit hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Om de basisopgave te behalen heeft men vier hoofdopgaven verwoord: 1.

Werken aan de Brabantse energietransitie; a. b.

2.

3.

4.

Doel 2050: 100% duurzame energie, grotendeels afkomstig uit Noord-Brabant. Doel 2030: ten minste 50% reductie van broeikasgassen ten opzichte van de uitstoot in 1990 en ten minste 50% duurzame energie. Werken aan een klimaatproof Brabant; a. Doel 2050: Brabant is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. b. Doel 2030: Brabant handelt al sinds 2020 klimaatbestendig en waterrobuust; in 2030 zijn de eerste grote gebiedsopgaven daartoe al gerealiseerd. Werken aan de slimme netwerkstad; a. Doel 2050: Het stedelijk netwerk van Brabant functioneert als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen als onderdeel van de Noordwest-Europese metropool. Brabant kenmerkt zich door een sterke sociale cohesie, een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeersen vervoersysteem en een uitstekende (digitale) infrastructuur. b. Doel 2030: Brabantse partijen werken aan de transformatie van het bestaand bebouwd gebied van Brabant. Ondersteund door de digitale ontwikkelingen zijn er belangrijke stappen gezet in de richting van een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers- en vervoersysteem.

Bewoners uit alle geledingen van de bevolking voelen zich verbonden met hun omgeving en met elkaar doordat zij meedenken en meedoen aan de veranderingen in hun omgeving. Werken aan een concurrerende, duurzame economie; a. Doel 2050: Brabant is top kennis- en innovatieregio in Europa. Producten, materialen en grondstoffen worden op alle onderdelen van de Brabantse economie in verregaande mate hergebruikt. Niet hernieuwbare hulpbronnen worden behouden. Het streven naar waardecreatie voor mens, natuur en economie gaan hand in hand. De Brabantse economie is verregaand circulair. b. Doel 2030: Brabant is top kennis- en innovatieregio in Europa. We werken aan een circulaire economie door duurzamer om te gaan met de beschikbare grondstoffen en natuurlijke bronnen. We verminderen daartoe samen met maatschappelijke partners het gebruik van niet vernieuwbare grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) volgens de landelijke afspraken met 50%.

14 id 51 te Rucphen

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zu

c.

De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit, staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie (PMWP, Structuurvisie RO, BRUG, PVVP). Grote delen van die beleidsplannen horen vanuit het systeem van de Omgevingswet straks (soms verplicht) thuis in een programma zoals het natuurbeheerplan en het waterprogramma. De komende tijd wordt dit sectorale beleid afgestemd op de Omgevingsvisie en al dan niet uitgewerkt in de programma's en/of omgevingsverordening.

Beoordeling en conclusie De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving, heeft een integraal karakter en bevat geen sectorale beleidsdoelen. C oncrete doelen en regels voor nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving zijn opgenomen in de provinciale omgevingsverordening.

3.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) Alle provinciale regels over de fysieke leefomgeving, staan voortaan bij elkaar in de Interim Omgevingsverordening (IOV). Deze Omgevingsverordening is vastgesteld op 25 oktober 2019. De Interim Omgevingsverordening vervangt diverse provinciale verordening, waaronder de verordening Ruimte. De Interim Omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter en vooral is bedoeld om bestaande regelingen samen te voegen, heeft er ook (nog) geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening voor een bepaald thema gecontinueerd moet worden. Uitgangspunt van deze Interim Omgevingsverordening is dat de huidige regels met het huidige beschermingsniveau zijn gehandhaafd.

Figuur 3.2 Uitsnede Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerde versie 15 april 2022)

Beoordeling Onderhavig planvoornemen voorziet in een uitbreiding van een bestaande niet-agrarische functie in het Landelijk gebied.

Algemene regels: Bevordering ruimtelijke kwaliteit Als er nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt met toepassing van de basisprincipes uit paragraaf 3.1.2 'Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies' gekeken naar een concrete invulling.

Artikel 3.5 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen 15

bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. b. c.

zorgvuldig ruimtegebruik; de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; meerwaardecreatie;

Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik: Een plan moet een verantwoording bevatten dat het plan bijdraagt aan de zorg voor het behoud en bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving, waaronder in ieder geval een goede landschappelijke inpasbaarheid en toepassing is gegeven aan het principe zorgvuldig ruimtegebruik. Doel van zorgvuldig ruimtegebruik is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in: dat een ruimtelijke ontwikkeling in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, tenzij in de verordening uitdrukkelijk anders is bepaald; ingeval van stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); een bestemmingsplan buiten bestaand stedelijk gebied bepaalt dat gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen binnen het bouwperceel worden opgericht en daarbinnen worden geconcentreerd. Het plangebied is gelegen in het landelijk gebied.

Ten aanzien van een zorgvuldig ruimtegebruik is in paragraaf 3.1.3 van voorliggende toelichting een toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Het plangebied wordt daarnaast landschappelijk ingepast in de omgeving. Hiermee is toepassing gegeven aan het principe zorgvuldig ruimtegebruik.

Artikel 3.7 toepassing van de lagenbenadering De lagenbenadering omvat de effecten op: a. b. c.

de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.

In hoofdstuk 4 van voorliggende toelichting worden effecten op bovenstaande waarden beschreven. Hieruit blijkt dat de relevante waarden op het plangebied en het gebied niet worden aangetast.

Artikel 3.8 meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. b.

de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.

Het initiatief voorziet in de uitbreiding van het bedrijfsterrein van een machinehandelbedrijf en de mogelijkheid om ter plaatse een nieuwe bedrijfsloods op te richten. Met deze ontwikkelingen kan het bedrijf haar volledige machinepark op een verantwoordelijke en veilige wijze stallen op deze locatie. De ontwikkeling is voor het bedrijf noodzakelijk om op een werkbare manier te kunnen blijven ondernemen. De ontwikkeling voorziet daarnaast in de aanplant van een landschappelijke inpassing van het plangebied.

16 id 51 te Rucphen

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zu

Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in landelijk gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. In de toelichting van het bestemmingsplan dient gemotiveerd te worden dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. b.

dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of de afspraken uit het regionaal overleg worden nagekomen.

Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan de volgende aspecten omvatten: a. b. c. d. e. f. g.

de landschappelijke inpassing van bebouwing, voor zover expliciet vereist op grond van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant; het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; het wegnemen van verharding; het slopen van bebouwing; de realisering van Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden;

De uitvoering van kwaliteitsverbetering van het landschap heeft regio West-Brabant in 2014 vastgelegd in het 'Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant'. Deze notitie geeft aan hoe de gemeenten in de regio West-Brabant toepassing geeft aan artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening. Het afsprakenkader biedt duidelijkheid voor het grootste gedeelte van de buitenstedelijke ruimtelijke ontwikkelingen. In het afsprakenkader is opgenomen of en welke vorm van kwaliteitsverbetering van toepassing is bij ontwikkelingen, aan de hand van een drietal categorieën: C ategorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist. C ategorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden. De kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van landschappelijke inpassingsmaatregelen. Deze categorie is niet limitatief. C ategorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen welke niet tot categorie 1 of 2 behoren. De kwaliteitsverbetering wordt berekend op basis van de bestemmingswinst. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het bestaande bedrijfsterrein met circa 2.000 m2 uitgebreid.

Hiervoor worden de gronden die zijn bestemd als 'Agrarisch met waarden - Natuur' omgezet naar de bestemming 'Bedrijf'. C onform het afsprakenkader geldt voor de uitbreiding van een bestemmingsvlak 'Bedrijf' in het landelijk gebied een verplichting tot kwaliteitsverbetering van het landschap die minimaal gelijk is aan 20% van de waardevermeerdering van de grond. In dit kader is de waardevermeerdering van de grond getaxeerd door een onafhankelijke partij. Op grond van het taxatierapport bedraagt de waardevermeerdering van de grond € 220.000,-. De investering in de kwaliteitsverbetering van het landschap dient derhalve minimaal gelijk te zijn aan € 44.000,-. Ten aanzien van de kwaliteitsverbetering van het landschap zal het plangebied worden voorzien van een goede landschappelijke inpassing. De kosten voor de aanleg van het landschappelijk inpassingsplan en de beheerkosten voor een termijn van 6 jaar bedragen gezamenlijk € 31.539,95 (zie Bijlage 1). Het resterende bedrag, à € 12.460,05 zal worden gestort in het gemeentelijk groenfonds. Deze storting in het groenfonds is ook vastgelegd in de anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer. De uitvoering van de landschappelijke inpassing is middels een voorwaardelijke verplichting verankerd in de planregels van dit bestemmingsplan. Derhalve wordt voldaan aan artikel 3.9 van de Interim

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen 17

Omgevingsverordening.

Artikel 3.71 Bestaande niet-agrarische functie in Landelijk gebied Op basis van artikel 3.71 onder c. van het IOV kan een bestemmingsplan voorzien in een redelijke uitbreiding, als dat past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. 2. 3.

een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in Landelijk gebied.

Voor de toetsing aan de voorwaarden uit artikel 3.71 onder c wordt er aansluiting gezocht bij het Diep-Rond-Breed principe van de provincie. Hieronder wordt nader uitgewerkt dat het initiatief aan de Rijksweg-Zuid 51 passend is binnen de ontwikkelingsrichting en bijdraagt aan de omgevingskwaliteit van het landelijk gebied. Het initiatief leidt niet tot een belemmering op of aantasting van het laagniveau (diep). In hoofdstuk 4 van voorliggende toelichting wordt aangetoond dat het initiatief niet leidt tot een aantasting van archeologische, cultuurhistorische of aardkundige waarden. De bestaande groenstructuren in de omgeving blijven behouden. Verder leidt het initiatief niet tot negatieve projecteffecten op beschermde natuurgebieden of beschermde plant- en diersoorten. Op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) kunnen milieubelastende (bedrijfs)activiteiten zoals het onderhouden en repareren van gemotoriseerde voertuigen en werktuigen en het opslaan van 'lekkende' goederen leiden tot verontreinigingen van de bodem. In Bijlage IVa van het Bal worden onder 'lekkende' goederen het volgende verstaan: a.

nog niet volledig gedemonteerde wrakken van motorvoertuigen;

b.

beschadigde of afgedankte werktuigen met een verbrandingsmotor of een oliecircuit, smeermiddelcircuit of koelvloeistofcircuit; beschadigde of afgedankte transformatoren; beschadigde of afgedankte loodzuuraccu’s; gebruikte oliedrukkabels; gebruikte oliefilters; oliehoudende poetsdoeken; absorptiemateriaal gebruikt voor het opruimen van gevaarlijke stoffen of olie; boorspoeling of boorgruis van het boren van een gat in de grond; natte afvalstoffen van onderhoud van openbare ruimten; met olie, emulsie of koelvloeistof verontreinigde afvalstoffen van metaalbewerking.

c. d. e. f. g. h. i. j. k.

Het bedrijfsterrein aan de Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen wordt door Machinehandel Jansen B.V. uitsluitend gebruikt als opslagterrein van grondverzet- en wegenbouwmachines. Binnen het bedrijfsterrein vinden geen milieubelastende bedrijfsactiviteiten vast zoals het onderhouden en repareren van gemotoriseerde voertuigen en werktuigen of het opslaan van 'lekkende' goederen. De machines die zijn gestald op het bedrijfsterrein verkeren in een goede staat. Machines die in een slechte staat verkeren zijn immers niet goed te verkopen en worden daarom ook niet ingekocht door het bedrijf. Doordat de machines in een goede staat verkeren is de kans op lekkages waardoor bodemverontreinigende stoffen zoals olie en koelvloeistof in de bodem kunnen trekken nihil. Om het risico van bodemverontreiniging als gevolg van lekkages van machines verder te beperken is het gehele bedrijfsterrein voorzien van een vloeistofkerende verharding (klinkerverharding). In het geval van een lekkage kan snel maatregelen worden getroffen zoals het gebruik van lekbakken, absorptie korrels en/of poetsdoeken. De beoogde uitbreiding van het bedrijfsterrein is nodig om de machines op een veilige en verantwoorde wijze te kunnen blijven stallen.

Door vernieuwing van het machinepark zijn daarnaast steeds meer machines voorzien van (vochtgevoelige) elektronische sensors en apparatuur waardoor deze niet het gehele jaar door buiten kunnen worden gestald. Met dit plan wordt daarom beoogd om ook een nieuwe bedrijfsloods op het terrein te kunnen realiseren om hierbinnen de vochtgevoelige machines te kunnen stallen. Het planvoornemen voorziet daarmee enkel in een uitbreiding van de reeds bestaande

18 id 51 te Rucphen

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zu

bedrijfsactiviteiten. Er worden geen nieuwe bedrijfsactiviteiten mogelijk gemaakt. Ook op het gebied van tijd kan worden opgemerkt dat er op de locatie door de jaren heen al sprake is geweest van bedrijfsactiviteiten van dit bedrijf. Door het bedrijf nu verder te ontwikkelen kan er nog jarenlang een toekomstbestendig bedrijf worden geëxploiteerd. De ligging van het bedrijfsterrein in de nabijheid van de A58 is een strategisch pluspunt voor het machinehandelbedrijf. Het merendeel van het (vracht)verkeer van en naar het bedrijventerrein kan via de A58 rijden en hoeft daarom niet door de dorpskernen, wat zou kunnen leiden tot een toename van congestie en onveilige verkeerssituaties. De functie is passend op het gebied van bedrijven en milieuzonering, het ligt op voldoende afstand van omliggende (gevoelige) functies. De ontwikkeling binnen het plangebied zorgt voor een evenwicht tussen people, planet en profit (rond). Het bedrijf is gespecialiseerd in de wereldwijde in- en verkoop van nieuwe en gebruikte grondverzet- en wegenbouwmachines. De bouwsector is continu in verandering. Door de toenemende diversiteit aan machines is de voorraad in de loop der jaren gegroeid en is het bedrijventerrein onvoldoende van omvang gebleken om alles op een veilige manier te kunnen stallen.

Daarnaast is er door de vernieuwing van het machinepark is er sprake van steeds nieuwere machines, welke zijn voorzien van de nodige computers, sensoren en elektronica. De nieuwere machines zijn duurzamer in gebruik, maar door alle elektronica ook gevoeliger voor schade van vocht. Om de continuïteit van Machinehandel Jansen B.V. te waarborgen, is uitbreiding van het bedrijventerrein nodig om de machines op een veilige wijze te kunnen stallen en de bouw van een goed geïsoleerde bedrijfsloods is nodig voor het stallen en verkoopgereed maken van (vochtgevoelige) machines. Vanuit het oogpunt van maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid zal het dak van de nieuwe bedrijfsloods volledig worden voorzien van zonnepanelen. De uitbreiding van het bedrijfterrein gaat gepaard met de aanleg van robuuste landschappelijke inpassing. Rondom het bedrijventerrein worden onder andere nieuwe houtsingels en bloem- en kruidenrijke bermen aangebracht, waarmee de locatie grotendeels uit het directe zicht wordt gehaald voor de omgeving. Door een verdeling van hoge, middelhoge en lage biotopen wordt er op ecologisch vlak meerwaarde behaald voor de omgeving. Vanuit de initiatiefnemer, de omgeving en de overheid is er draagvlak voor de ontwikkeling (breed).

In het kader van de planontwikkeling heeft de initiatiefnemer een omgevingsdialoog uitgevoerd waarbij duidelijk is geworden dat de omwonenden geen bezwaren hebben bij de ontwikkeling van het bedrijf. De gemeente Rucphen heeft aangegeven om in principe medewerking te verlenen, dus op lokaal overheidsniveau is er draagvlak voor de ontwikkeling. Daarbij geldt dat met onderhavige uitbreiding de planologische eindsituatie van deze locatie zal worden bereikt. Verdere uitbreidingen van het bedrijf op deze locatie zijn daarmee uitgesloten. Indien in de toekomst nog verdere uitbreiding van het bedrijf nodig is, zal de verplaatsing naar een bedrijventerrein noodzakelijk zijn. De omgeving van het plangebied kan getypeerd worden als een omgevingstype 'gemengd gebied'. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het gebiedstype 'gemengd gebied'. Binnen de Interim omgevingsverordening is het gebied aangewezen als 'Landelijk gebied – Gemengd landelijk gebied'. Het zijn gebieden waar een gemengde plattelandseconomie en/of een in hoofdzaak agrarische economie wordt nagestreefd met daarbij passende bestemmingen. Hierbij is vooral de ontwikkeling van landbouw van belang, naast andere vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen.

Naast agrarische bedrijven en woningen zijn binnen het gemengd landelijk gebied zijn meerdere niet-agrarische bedrijven gevestigd die in veel gevallen historisch op die plek zijn gegroeid, dit geldt ook voor het bedrijfsterrein van het niet-agrarische bedrijf Machinehandel Jansen.

Natuurnetwerk Brabant (NNB) Ter hoogte van de grens met het naastgelegen perceel RPN00-U-726 is binnen het plangebied een strook van circa 112 meter lang en 3 meter breed aangewezen als Natuurnetwerk Brabant. De fysieke inrichitng van deze strook komt echter overeen met de bedrijfsbebouwing en -verharding, ter plaatse zijn dan ook geen natuurwaarden aanwezig of ooit aanwezig geweest. In het vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2020' is de strook aangewezen met de bestemming 'Bedrijf' en tevens met de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie - Natuur Netwerk Brabant' en de gebiedsaanduiding 'Overige zone - attentiezone waterhuishouding'. Omdat er binnen het plangebied geen natuurwaarden aanwezig zijn en de bedrijfsbestemming en de dubbelbestemming met elkaar botsen, zijn deze dubbelbestemming en de gebiedsaanduiding in dit plan verwijderd uit het

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen 19

plangebied. Deze aanpassing van de begrenzing van het NNB is door de gemeente Rucphen afgestemd met de provincie Noord-Brabant en zal bij de eerstvolgende kaartaanpassingsronde worden doorgevoerd.

Conclusie De beoogde uitbreiding van het bedrijfsterrein aan de Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen is in te passen binnen de regels van de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Rucphen De gemeente Rucphen heeft op 2 november 2022 de "Omgevingsvisie Rucphen" vastgesteld voor het gehele grondgebied van de gemeente. Voor het toekomstbeeld van de gemeente Rucphen in 2040 zijn in de omgevingsvisie drie ambities geformuleerd waaraan verschillende doelstellingen zijn gekoppeld: 1.

Duurzaam samenleven: a. Aanpassen van de omgeving aan de veranderende weersomstandigheden; b. Vervangen van fossiele brandstoffen door alternatieve energiebronnen; c. Verminderen van de afvalproductie en verbetering van afvalscheiding; d. Een gezonde en veilige leefomgeving stimuleren

2.

Ruime mogelijkheden voor werken en vrijetijdsbesteding: a. Het ontwikkelen van een gunstig ondernemersklimaat door ondernemers te faciliteren; b. Een omgeving die mensen uitnodigt om naar buiten te gaan en te bewegen; c. Door samenwerking worden de recreatieve mogelijkheden beter benut en uitgedragen;

3.

Prettig samenleven: a. b. c. d.

Versterken van een aantrekkelijke woonomgeving; Een aantrekkelijke gemeente voor jonge mensen zijn; De groeiende groep oudere mensen voelt zich thuis in de gemeente; Woningvoorraad flexibeler maken om sneller te reageren op een veranderende woningbehoefte.

Economische ontwikkeling is op strategisch niveau neergelegd bij de regio West-Brabant. Deze samenwerking is bedoeld om positionering van de regio, coördinatie en belangenbehartiging samen op te pakken en meer voor elkaar te krijgen. Binnen de gemeente Rucphen is de Nijverhei het centrale bedrijventerrein. De gemeente streeft ernaar om het bedrijventerrein zo intensief mogelijk te benutten. Het bedrijventerrein word daarom aan de oostkant met 2,4 hectare uitgebreid om zo ondernemers de ruimte te bieden om te werken aan de continuïteit van hun bedrijf. Binnen de gemeente Rucphen is het vestigen van nieuwe bedrijven buiten het bedrijventerrein niet mogelijk, tenzij het gaat om bedrijvigheid die niet passend is op een bedrijventerrein. Bij uitbreiding van bestaande overige bedrijven heeft verplaatsing naar de Nijverhei de nadrukkelijke voorkeur vanuit de gemeente. De gemeente werkt uitsluitend mee als een nieuwe ontwikkeling past binnen het landschap.

Beoordeling en conclusie In de omgevingsvisie van de gemeente Rucphen is beschreven dat wordt gestreefd naar een goed functionerende lokale economie en dat daarvoor een goed functionerende samenleving essentieel is. Om eigen initiatief te stimuleren neemt de gemeente steeds vaker een faciliterende rol aan. Dit betekent dat particulieren en ondernemers zelf met oplossingen en ideeën naar de gemeente komen om uit te breiden en hun bedrijven te laten floreren. Hierdoor wil de gemeente een gunstig ondernemersklimaat ontwikkelen door ondernemers te faciliteren. Tevens beschrijft de gemeente in haar visie (Vrijetijds) Economie dat de gemeente lokaal gebonden bedrijvigheid stimuleert en hiervoor samen wil werken met de ondernemers, waardoor het ook voor de bedrijven aantrekkelijk blijft om te ondernemen en te werken in de gemeente. Onderhavige ontwikkeling betreft een initiatief die vanuit eigen rol is ontstaan. Initiatiefnemer is voornemens om het bedrijfsterrein uit te breiden en een nieuwe bedrijfsloods te bouwen. De uitbreiding van het bedrijfsterrein is voorzien ter plaatse van het kadastrale perceel RPN00-U-1479, wat in 20 id 51 te Rucphen

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zu

eigendom is van de initiatiefnemer. Binnen de gemeente Rucphen is de Nijverhei het centrale bedrijventerrein. De gemeente streeft ernaar om de Nijverheid zo intensief mogelijk te benutten en maakt daarom geen nieuwe bedrijven buiten het bedrijventerrein mogelijk. Bij uitbreiding van bestaande bedrijven, heeft verplaatsing naar de Nijverheid de nadrukkelijke voorkeur. De gemeente Rucphen heeft aangegeven dat gezien de grootte, het type bedrijf en de uitstraling van dit bedrijf een verplaatsing naar de Nijverhei niet de voorkeur heeft. Uitbreiding van het bedrijf is noodzakelijk, anders heeft het niet de mogelijkheden om op een werkbare manier te blijven ondernemen. Het verplaatsen naar een de Nijverhei is gelet op de grootte, het type en uitstraling van het bedrijf niet wenselijk en financieel niet haalbaar. Daarnaast zou dit op locatie juist leegstaande bebouwing tot gevolg hebben, wat in het buitengebied allerminst wenselijk is. Het bedrijf is afhankelijk van de buitenruimte, wat op een industrieterrein minder inpasbaar is. Binnen het plangebied is geen sprake van overtollige bebouwing of leegstaand vastgoed, al de bestaande en beoogde bebouwing wordt ingezet voor het machinehandelbedrijf. De gemeente Rucphen heeft aangegeven om in principe medewerking te verlenen aan onderhavig initiatief.

Daarbij geldt wel dat met deze uitbreiding de planologische eindsituatie van deze locatie zal worden bereikt. Verdere uitbreidingen van het bedrijf op deze locatie zijn daarmee uitgesloten. Indien in de toekomst nog verdere uitbreiding van het bedrijf nodig is, zal de verplaatsing naar een bedrijventerrein elders noodzakelijk zijn.

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen 21

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

4.1 Bodem De bodemkwaliteit is in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van belang indien er sprake is van functieveranderingen en/of een ander gebruik van de gronden. De bodem moet geschikt zijn voor de functie. Mocht er een verontreiniging te verwachten zijn dan wel mocht deze feitelijk aanwezig zijn, dan dient voor vaststelling van een plan en/of het nemen van het besluit inzichtelijk gemaakt te worden of de bodemverontreiniging de voorgenomen functie- en/of bestemmingswijziging in het kader van gezondheid en/of financieel gezien in de weg staat. Hierbij dient inzichtelijk gemaakt te worden of sprake is van een te verwachten of feitelijke verontreiniging. Ten behoeve van onderhavig planvoornemen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het doel van dit onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie en op basis hiervan na te gaan of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor het voorgenomen initiatief. De volledige rapportage is als Bijlage 2 toegevoegd aan voorliggend bestemmingsplan. Hieronder volgen de conclusies uit het onderzoek.

Verkennend bodemonderzoek Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd, dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig" (VED-HE-NL). Tijdens de terreininspectie zijn op het maaiveld, bestaande uit klinkers, diverse olievlekken/oliesporen waargenomen. De olievlekken/oliesporen zijn hoogstwaarschijnlijk afkomstig van de landbouwmachines/werktuigen welke op de onderzoekslocatie opgeslagen staan. Tijdens uitvoering van het veldwerk zijn er geen olievlekken/ oliesporen onder de klinkers waargenomen. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot sterk siltig, zwak grindig, matig fijn tot matig grof zand. De bodem is bovendien zwak humeus. Zintuiglijk blijkt de bovengrond plaatselijk zwak tot matig baksteenhoudend en plaatselijk (boring 04, traject: 0,07-0,4 m -mv) zwak koolashoudend. Analytisch is de zwak baksteen- en koolashoudende bovengrond (boring 04) licht verontreinigd met lood. De zintuiglijk baksteenhoudende en zintuiglijk schone bovengrond zijn licht verontreinigd met minerale olie. De zintuiglijk schone ondergrond is niet verontreinigd. In het grondwater zijn geen verontreinigingen geconstateerd.

Conclusie en advies De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "verdacht" dient te worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, bevestigd. Echter, gelet op de aard en mate van de verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek.

Asbest Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn plaatselijk zwak tot matig baksteenhoudende bijmengingen aangetroffen (eenduidig materiaal). C onform bijlage A van de NEN 5725 is baksteen niet verdacht op het voorkomen van asbesthoudend materiaal. Derhalve zijn er op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten.

Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het "Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie" of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.

Conclusie Op basis van het verkennend bodemonderzoek kan gesteld worden dat de bodemkwaliteit ter plaatse

22 id 51 te Rucphen

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zu

van het plangebied geen aanleiding geeft tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.

4.2 Wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald, dat bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan, of het verlenen van een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan voor het realiseren van nieuwe geluidgevoelige bebouwing binnen geluidzones van (spoor)wegen, middels een akoestisch onderzoek dient te worden aangetoond of ter plaatse de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. Overlast van geluid op geluidsgevoelige functies dient namelijk te worden voorkomen.

Beoordeling en conclusie Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van een bestaand bedrijfsterrein en de mogelijkheid voor het bouwen van een bedrijfsloods. Er worden derhalve geen nieuwe geluidsgevoelige functies en/of objecten mogelijk gemaakt binnen het plangebied, een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is derhalve niet van toepassing. Ten aanzien van de ruimtelijke procedure van het voorliggende bestemmingsplan bestaan geen belemmeringen met betrekking tot het aspect wegverkeerslawaai.

4.3 Water Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water een sturende factor in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Goede afstemming tussen beide is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals wateroverlast, slechte waterkwaliteit en verdroging te voorkomen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen dan ook verplicht.

4.3.1 Watertoets In het kader van de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied is een watertoets uitgevoerd. Hierin wordt beschreven op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. De volledige rapportage van de watertoets is aan voorliggend bestemmingsplan toegevoegd als Bijlage 3. Hieronder volgen de meest relevante aspecten en conclusies uit de watertoets.

Beleid Waterschap Brabantse Delta Waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit.

Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) 'Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving'. In het Waterbeheerprogramma staat hoe het waterschap haar taken in die periode uitvoert. Het waterschap bepaalt hiermee de koers voor de komende zes jaar. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Brabantse Delta met de 'watertransitie'; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk dient in 2050 de waterhuishouding in het hele beheergebied toekomstbestendig te zijn. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Het waterschap hanteert daarbij drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt;

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen 23

Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan; Wat schoon is moet schoon blijven. Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO) Bouw of uitbreiding van woningen, bedrijven of wegen veroorzaken vaak een groei in het verharden van dak en erf. Regenwater dat op stenen of wegen valt, stroomt meestal snel via een riool of een sloot weg. Hoe meer (tuinen van) steen, hoe meer regenwater weg stroomt. Bij hevige buien kan hierdoor wateroverlast ontstaan. Bijvoorbeeld water vanuit het riool op straat, omdat deze het regenwater niet aan kan. Of overstroming van een sloot of beek. Dat geeft dan weer risico’s voor de gezondheid en kan zorgen voor bijvoorbeeld schade in- en rondom huizen. Maar ook in droge perioden zorgt al dat afvoeren voor problemen. Het regenwater krijgt niet meer de tijd om weg te zakken in de bodem en het grondwater aan te vullen. In droge zomers hebben landbouw en natuur dan water te weinig. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO), waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Voorkomen moet worden dat regenwater snel verdwijnt in het riool of in de sloot. Het waterschap gebruikt daarvoor de voorkeursvolgorde voor (schoon) regenwater: 1. 2. 3. 4. 5.

Opnieuw gebruiken; Vasthouden / in laten trekken in de grond; Water bergen; Afvoeren naar sloten of rivieren; Afvoeren naar een riool.

Keur De keur is een verzameling regels die het waterschap gebruikt om dammen, dijken, sloten, beken, rivieren, gemalen en stuwen te beschermen. Bij werkzaamheden in, met of rondom het water is wet- en regelgeving uit de keur van toepassing. In de keur van het waterschap is opgenomen dat het is in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van het verhard oppervlak of door afkoppelen van de bestaande oppervlakte, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen (Artikel 3.6 'Verbod afvoer door verhard oppervlak'). De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de beleidsregel 'Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen'. Het verbod uit artikel 3.6 van de keur is van toepassing tenzij: Het afkoppelen van het verhard oppervlak maximaal 10.000 m 2 is, of; de toename van het verhard oppervlak maximaal 500 m 2 is, of; de toename van het verhard oppervlak bestaat uit een groen dak. De toename van het verhard oppervlak tussen 500 m 2 en 10.000 m 2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel.

Benodigde retentiecapaciteit (in m 3) = toename verhard oppervlak (in m 2) x gevoeligheidsfactor x 0,06.

Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: De bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; Afvoer mag niet meer bedragen dan 2/l/s/ha; De afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; Daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen. Bij ontwikkelingen waarbij de toename van het verhard oppervlak 500 m 2 of groter is, wordt vanuit het waterschap retentie geëist. Voor plannen groter dan 10.000 m 2 geldt Beleidsregel 13 'Afvoer door toename en afkoppelen van verhard oppervlak'. Op basis van deze beleidsregel zijn plannen met een omvang van meer dan 10.000 m 2 vergunningsplichtig en dient een waterhuishoudkundigplan te worden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15344501/1