07a Bijlage a3 tb NL.IMRO.0840.9000B0034-DEF1 2020-11-30
Tekst van het document
Bijlagen bij de Toelichting
bestemmingsplan “Buitengebied Rucphen 2012, Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen” Planstatus: Datum: Plan identificatie:
vastgesteld 2020-11-30 NL.IMRO.0840.9000B0034-DEF1
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Inhoud 1. 2. 3. 4. 5.
Berekening stikstofdepositie, Scherpenbergsebaan 53-55, 2019-11-08 Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55, Rapport nr. 1933, d.d. 24 november 2019 Omgevingsdialoog Scherpenbergsebaan 53-55, april 2020 Nota van Beantwoording, inspraak en vooroverleg, d.d. 18 juni 2020 Akoestisch onderzoek, Kraaij Akoestisch Adviesbureau, Rapportnummer BP.2035.R01, d.d. 26 oktober 2020 6. Nota Zienswijzen 7. Zienswijze Provincie Noord-Brabant en NatuurWerkgroep gemeente Rucphen
Bestemmingsplan bijlagen 170490 | 30-11-2020
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
1. Berekening stikstofdepositie, Scherpenbergsebaan 53-55, 2019-11-08
Bestemmingsplan bijlagen 170490 | 30-11-2020
Berekening stikstofdepositie
Bestemmingsplan Scherpenbergsebaan 55, Schijf Datum:
2019-11-08
Schoenmakers Advies Achtmaal BV
Colofon
Titel:
Berekening stikstofdepositie wijzigingsplan, Scherpenbergsebaan 55, Schijf
Ontwerp: Advies Achtmaal BV
Minnelingsebrugstraat 4a 4885 KP ACHTMAAL Tel: 076-5990340 Fax: 076-5984675 www.schoenmakersarchitectuur.nl Contactpersoon:
A. van Hees alana@schoenmakers-ontwerp.nl
Projectnummer:
170491
Rapportnummer
170491.01
Datum:
08 november 2019
2
Schoenmakers Advies Achtmaal BV
Inhoudsopgave Berekening stikstofdepositie 1.1 Stikstofdepositie .................................................................................................................... 4 2.1 Uitgangspunten gebruiksfase ................................................................................................. 4 2.2 Conclusie gebruiksfase ........................................................................................................... 4 3.1 Uitgangspunten bouwfase...................................................................................................... 5 Bijlage Bijlage 1: Stikstofberekening AERIUS calculator
3
Schoenmakers Advies Achtmaal BV
Berekening stikstofdepositie Het initiatief is om op de locatie Scherpenbergsebaan 55 het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de realisatie van een indoor klimhal en parkeergelegenheid voor de nieuwe activiteiten. 1.1
Stikstofdepositie
Om de stikstofdepositie die de ontwikkeling met zich mee brengt te kunnen berekenen, is gebruik gemaakt van het rekenprogramma AERIUS Calculator. Daarbij is voor de toekomstige situatie van de planlocatie de stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden bepaald: • Ulvenhoutse Bos ca.16 km; • Hollands Diep ca. 19 km; • Zoommeer ca. 22 km; • Oosterschelde ca. 25 km; • Krammer- Volkerak ca. 21 km; • Biesbosch ca. 22 km; • Markiezaat ca. 20 km; • Haringvliet ca. 24 km; • Brabantse Wal ca. 13 km; • Oudeland van Strijen ca. 24 km. 2.1 Uitgangspunten gebruiksfase Voor de berekening van de stikstofdepositie wordt uitgegaan van de nieuwe situatie. Een woonlocatie heeft een lichte verkeersaantrekkende werking. In de bepaling van de stikstofdepositie is rekening gehouden met het arriverend en vertrekkend verkeer binnen de planlocatie. Om de berekening in AERIUS Calculator te kunnen maken is uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • Op de planlocatie wordt het bouwvlak vergroot om de bouw van een indoor klimhal en parkeerplaatsen mogelijk te maken. Het type indoor klimhal volgens CROW is “indoor speeltuin/ kinderspeelhal”. In de navolgende tabel is de verkeersgeneratie van het beoogde plan weergegeven. Hierbij is uitgegaan van de gemiddelde kencijfers van CROW-publicatie 381 voor een gebied dat ‘weinig stedelijk’ is en behoort tot ‘buitengebied’.
Type sport, cultuur en ontspanning volgens CROW-publicatie 381 Indoorspeeltuin/ kinderspeelhal
• • •
2.2
Oppervlakte (m2) 1.130
Kencijfer (verkeersbewegingen per 100 m2 per etmaal) 12,9
De klimhal welke gerealiseerd wordt heeft geen uitstoot. Dit komt omdat het gebouw een nieuwbouw gebouw is waardoor deze verwarmd zal worden met een warmtepomp (aardwarmte). De verkeersgeneratie als gevolg van de nieuwe ontwikkeling, zoals weergegeven in de tabel, bedraagt 145,8 verkeersbewegingen per etmaal. Afgerond zijn dit 146 verkeersbewegingen per etmaal. Deze verkeersbewegingen bestaan volledig uit lichte vervoersbewegingen. Aanvullend is ten behoeve van bijvoorbeeld bevoorrading en het ophalen van afval uitgegaan van maximaal 2 vrachtwagenbewegingen per etmaal De planlocatie wordt ontsloten via de Scherpenbergsebaan en de Zundertseweg (N638). Vanaf de Zundertseweg (N638) wordt het verkeer opgenomen in het heersende verkeersbeleid. Conclusie gebruiksfase
Uit de stikstofdepositieberekeningen (bijlage 1) volgt dat er geen natuurgebieden (Nederlandse en buitenlandse natuurgebieden) zijn waarvoor de drempelwaarde van 0,0 mol/ha/jaar wordt overschreden. In de berekening wordt geen depositie getoond, omdat deze lager is dan 0,0 mol/ha/jaar.
4
Schoenmakers Advies Achtmaal BV
3.1
Uitgangspunten bouwfase
De AERIUS berekening wordt gebaseerd op een wijziging van het bestemmingsplan. Hierdoor is het nog onduidelijk op welke manier gebouwd gaat worden en welke materialen gebruikt worden. De AERIUS berekening voor de bouwfase voor het bouwplan is op dit moment daarom niet mogelijk. Indien nodig kan tijdens de vergunningaanvraag voor het te realiseren initiatief een AERIUS berekening voor de bouwfase gemaakt worden.
5
Schoenmakers Advies Achtmaal BV
Bijlagen 6
Schoenmakers Advies Achtmaal BV
Bijlage 1: Stikstofberekening AERIUS calculator
Schoenmakers Advies Achtmaal BV
Stikstofberekening gebruiksfase AERIUS calculator
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl. RbFGDrQBrzT9 (08 november 2019) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Schoenmakers Advies B.V.
Scherpenbergsebaan 55, 4715SK Rucphen
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Bestemmingsplan
RbFGDrQBrzT9
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
08 november 2019, 08:21
2019
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
2,21 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Het wijzigen van het bestemmingsplan ten behoeve van de realisatie van een indoor klimhal.
Situatie 1
RbFGDrQBrzT9 (08 november 2019) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Indoor klimhal Anders... | Anders...
Weg richting Zundertseweg (N638) Wegverkeer | Buitenwegen
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
-
-
< 1 kg/j
2,21 kg/j
RbFGDrQBrzT9 (08 november 2019) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Indoor klimhal 98575, 392199 0,0 m 0,1 ha 0,0 m 0,000 MW Continue emissie
Weg richting Zundertseweg (N638) 98652, 392145 2,21 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
146,0 / etmaal NOx NH3
1,92 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
2,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RbFGDrQBrzT9 (08 november 2019) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019_20191018_c53b8fdaa8 Database versie b429880a81 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/uitleg
Resultaten
Situatie 1
RbFGDrQBrzT9 (08 november 2019) pagina 5/5
Schoenmakers Advies Achtmaal BV
Stikstofberekening gebruiksfase AERIUS calculator, buitenlandse natuurgebieden
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de berekende stikstofbijdragen op eigen gedefinieerde rekenpunten. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl. RfYmTcg893gb (08 november 2019) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Schoenmakers Advies B.V.
Scherpenbergsebaan 55, 4715SK Rucphen
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Bestemmingsplan
RfYmTcg893gb
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
08 november 2019, 08:24
2019
Berekend met eigen rekenpunten
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
2,21 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Bijdrage
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Het wijzigen van het bestemmingsplan ten behoeve van de realisatie van een indoor klimhal.
Situatie 1
RfYmTcg893gb (08 november 2019) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Indoor klimhal Anders... | Anders...
Weg richting Zundertseweg (N638) Wegverkeer | Buitenwegen
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
-
-
< 1 kg/j
2,21 kg/j
RfYmTcg893gb (08 november 2019) pagina 3/6
Resultaten
Rekenpunten
Resultaten
Situatie 1
Label
Positie
Situatie 1
Afstand tot dichtstbijzijnde bron
Heesbossen, Vallei van Marke en Merkske en Ringven met valleigronden langs de Heerlese Loop (14 km)
111550, 388003
0,00
13,5 km
Klein en Groot Schietveld (15 km)
101922, 377770
0,00
14,7 km
Kalmthoutse Heide (13 km)
90748, 381929
0,00
12,9 km
Historische fortengordels van Antwerpen als vleermuizenhabitat. (21 km)
88195, 373698
0,00
21,2 km
Het Blak, Kievitsheide, Ekstergoor en nabijgelegen Kamsalamanderhabitats (21 km)
107564, 373345
0,00
20,8 km
Kalmthoutse Heide (13 km)
90440, 381876
0,00
13,1 km
Bos- en heidegebieden ten oosten van Antwerpen (24 km)
95581, 368210
0,00
24,1 km
De Maatjes, Wuustwezelheide en Groot Schietveld (9 km)
98494, 382950
0,00
9.156 m
RfYmTcg893gb (08 november 2019) pagina 4/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Indoor klimhal 98575, 392199 0,0 m 0,1 ha 0,0 m 0,000 MW Continue emissie
Weg richting Zundertseweg (N638) 98652, 392145 2,21 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
146,0 / etmaal NOx NH3
1,92 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
2,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RfYmTcg893gb (08 november 2019) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019_20191018_c53b8fdaa8 Database versie b429880a81 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/uitleg
Resultaten
Situatie 1
RfYmTcg893gb (08 november 2019) pagina 6/6
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
2. Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 5355, Rapport nr. 1933, d.d. 24 november 2019
Bestemmingsplan bijlagen 170490 | 30-11-2020
Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen
1
Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen
Status: Concept In opdracht van: Schoenmakers Advies Achtmaal BV Minnelingsebrugstraat 4a 4885 KP Achtmaal Contactpersoon: Aniek Jochems Schoenmakers Advies Achtmaal BV Uitgevoerd door: Lomans Ecoworks Boerenkamplaan 75 5712 AB Someren Veldwerk: M. Lomans en Q. Sanders Rapportage: M. Lomans Projectnr: 1933 Datum: 24-11-2019
Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van de huidige natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Lomans Ecoworks accepteert daarom op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Lomans Ecoworks uitgevoerde onderzoek neemt.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen.
2
Inhoud 1. INLEIDING .................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding en doel ..................................................................................................................... 3 2. BESCHRIJVING PLANGEBIED ....................................................................................................... 4 2.1 Ligging en beschrijving plangebied ............................................................................................ 4 2.2 Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling .................................................................................. 4 2.3 Foto- impressie plangebied ....................................................................................................... 5 3. WERKWIJZE ................................................................................................................................. 8 4. NATUURBESCHERMING IN NEDERLAND .................................................................................... 9 4.1 Soortenbescherming ................................................................................................................. 9 4.2 Gebiedsbescherming ...............................................................................................................
12 4.3 Bescherming van houtopstanden............................................................................................ 13 5. SOORTENBESCHERMING .......................................................................................................... 14 5.1 Flora ......................................................................................................................................... 14 5.2 Vogels ...................................................................................................................................... 14 5.3 Landzoogdieren ....................................................................................................................... 16 5.4 Vleermuizen............................................................................................................................. 17 5.5 Ongewervelden ....................................................................................................................... 19 5.6 Vissen, reptielen en amfibieën ................................................................................................ 19 6. GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................................
21 6.1 Natura 2000 ............................................................................................................................. 21 6.2 Natuurnetwerk Brabant/ Ecologische hoofdstructuur............................................................ 22 6.3 Overige provinciale beschermingszones ................................................................................. 24 6.4 Houtopstanden ........................................................................................................................ 24 7. SAMENVATTING EN CONCLUSIE .............................................................................................. 25 8. VOORZORGSMAATREGELEN .................................................................................................... 26 9. GERAADPLEEGDE BRONNEN .................................................................................................... 27
Bijlage 1. Beschermde soorten Vogelrichtlijn Bijlage 2. Beschermde soorten Habitatrichtlijn Bijlage 3. Beschermde soorten Provincie Noord- Brabant, ‘Andere soorten’ Bijlage 4. Vrijgestelde soorten
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen.
3
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding en doel
Initiatiefnemers zijn voornemens om de locatie Scherpenbergsebaan 53-55 in Rucphen te herontwikkelen. Daarvoor wordt het geldende bestemmingsplan herzien. Ten behoeve van de onderbouwing voor het nieuwe bestemmingsplan dient een Quickscan Flora en fauna (een verkennende natuurtoets) uitgevoerd te worden. Aan Lomans Ecoworks is door Schoenmakers Advies opdracht verleend tot het uitvoeren van deze quickscan. Middels deze quickscan worden aanwezige beschermde natuurwaarden in beeld gebracht en de mogelijke effecten op de beoogde herontwikkeling. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen/uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. En op welke wijze en in welke mate de beoogde ontwikkeling effect kan hebben op het (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten. Aanvullend wordt bepaald of ontwikkelingen effect hebben op beschermde natuurwaarden van nabijgelegen Natura 2000- gebieden, gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland en houtopstanden die op basis van de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Indien de beoogde ontwikkeling kan leiden tot negatieve effecten, leidt de quickscan tot aanbeveling voor vervolgstappen om te voorkomen dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen.
4
2.
BESCHRIJVING PLANGEBIED
2.1
Ligging en beschrijving plangebied
Het plangebied Scherpenbergsebaan 53-55 ligt op ruim 1,5 kilometer ten zuidoosten van Rucphen in het buitengebied. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de Zundertseweg en aanliggend bosgebied. Ten oosten ligt de Scherpenbergsebaan in een bosrijke omgeving. Aangrenzend ten noordwesten bevindt zich een agrarisch bedrijf, en ten zuidwesten en zuiden liggen grootschalige landbouwpercelen. De bebouwing in het plangebied bestaat uit een bedrijfswoning, een kinderspeelboerderij, een dierenverblijf en een oude varkensstal. Verder is het perceel ingericht met recreatieve voorzieningen voor kinderen met o.a. klimtoestellen, dieren- en speelweides. In de zuidoosthoek ligt een parkeerterrein.
Figuur 1. Globale begrenzing (geel) plangebied Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen. Bron: Google Earth. De bedrijfswoning is omgeven met een grasveld en op het perceel zijn meerdere dierenweides. Er is opgaand groen aanwezig in de vorm van enkele solitaire bomen, beukenheggen, laurierhagen en een gemengde boomsingel deels rond de bedrijfswoning. In de noordoosthoek staat een rijtje zomereiken en Amerikaanse vogelkers. Verder staan verspreid op ter terrein recent aangeplante bomen/boomgroepjes.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen.
5 2.2
Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling
Momenteel is ter plaatse de Speelboerderij ‘Den Scherpenberg’ gevestigd en een intensieve varkenshouderij waarvoor de vergunning in 2020 afloopt. De varkenshouderij is beëindigd sinds begin 2019, in de varkensstal staan de afdelingen leeg en het achterste gedeelte is in gebruik als paardenstalling en opslag. In de speelboerderij bevindt zich een binnenspeeltuin met ondersteunende horeca, en in het meest oostelijk gelegen bijgebouw in de vorm van een hooimijt bevindt zich het dierenverblijf voor de boerderijdieren. De beoogde ontwikkeling betreft de beëindiging van de intensieve veehouderij en de omzetting naar een recreatieve bestemming, gericht op dagrecreatie. De speelboerderij omvat activiteiten voor kinderen tot en met 12 jaar. Het plan is om de speelboerderij als hoofdactiviteit te laten uitgroeien en zich tevens te richten op (speel) activiteiten voor kinderen vanaf 12 jaar. Daartoe zal de varkensstal worden gesloopt om plaats te maken voor een indoor- klimbos. Het nieuwe plan wordt landschappelijk ingepast met streekeigen groen. De bestaande boomsingel wordt uitgebreid, de parkeerplaats wordt ingepast met een bossingel en landschapsbomen en er worden solitaire landschapsbomen, heggen en een hoogstamfruitboomgaard gerealiseerd.
Figuur 2. Schets beoogde ontwikkeling in het plangebied met landschappelijke inpassing. Bron: Schoenmakers Advies BV.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen.
6 2.3
Foto- impressie plangebied
Zicht op het plangebied vanuit zuidoost en zicht ter plaatse van de nieuwe parkeerplaats richting zuidoost.
Zicht op de kinderspeelboerderij, de te slopen varkensstal en de ‘hooimijt’ annex dierenverblijf.
De kinderspeelboerderij, en zicht op de waterspeeltuin en speelweide kijkrichting zuidoost.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen.
7
De te slopen varkensschuur en naastgelegen weilandje met zicht op het NNB- bosgebied.
Indruk van de binnenzijde van de te slopen varkensschuur.
Nesten van boerenzwaluw en kerkuilenkast in de kap van het dierenverblijf.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen.
8
3.
WERKWIJZE
Bronnenonderzoek In het kader van de quickscan heeft een bronnenonderzoek plaatsgevonden, waarbij is gekeken naar mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied en directe omgeving en gebiedsgerichte bescherming. Voor het soortenonderzoek is gebruikgemaakt van actuele verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), diverse verspreidingsatlassen, kennisdocumenten en ‘expert judgement’. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving. (Natura 2000-gebieden) en het Natuurnetwerk Nederland (EHS) in de nabijheid van het plangebied zijn onderzocht. Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de Provincie Noord- Brabant. Veldbezoek Er heeft een veldbezoek plaatsgevonden op 19 november in de voormiddag. Het weer was half bewolkt met een zwakke westen wind bij een temperatuur van 7°C. Daarbij zijn de aanwezige biotopen in het plangebied en directe omgeving opgenomen. Aan de hand van de aanwezige biotopen kan worden bepaald of er mogelijk beschermde soorten voorkomen. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv.
holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. De aanwezige biotopen zijn vergeleken met de habitateisen van beschermde planten- en diersoorten. Op basis van deze vergelijking is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen. Opmerking: De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van de plangebied en directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen.
9
4.
NATUURBESCHERMING IN NEDERLAND
Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming staat in het teken van verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in Soortenbescherming en Gebiedsbescherming.
4.1
SOORTENBESCHERMING
Beschermingsniveaus De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Alle van nature in Europa in het wild levende vogels worden beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Soorten worden Europees beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Het derde beschermingsregime betreft: ‘Andere soorten,’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt beschermd zijn. Het zwaarst beschermingsregime gelden voor de Europees beschermde soorten welke vallen onder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en worden hier als strikt beschermd aangeduid. Voor nationaal beschermde soorten ‘Andere soorten’ geldt een zwakker beschermingsregime en kan per provincie en per soort vrijstelling verleend worden voor ingrepen die betreffen ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud. Van de soorten die worden beschermd onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature op het grondgebied van de Europese unie voorkomen. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, in totaal ca. 290 soorten. (met uitzondering van exoten die hier ook kunnen broeden).
Op alle vogels is het beschermingsregime van § 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De Europees beschermde soorten bestaan uit soorten van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a inclusief het verdrag van Bern bijlage II en het verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van § 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De ‘andere’ nationale soorten staan vermeld in een bijlage van de wet die hoort bij artikel 3.10 en 3.11. Op deze bijlage staan soorten uit de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Het betreft een limitatieve lijst. Op deze soorten (zie bijlage 3), is het beschermingsregime van § 3.3 van de Wet natuurbescherming van toepassing.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen.
10
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Niet van toepassing
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun Natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Tabel 1. Overzicht beschermingsregime met verbodsbepalingen Wet natuurbescherming.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen.
11 Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Naast soorten beschermt de Wet Natuurbescherming ook verblijfplaatsen die als ‘vast’ kunnen worden aangemerkt. Deze bescherming geldt alleen de vaste verblijfplaatsen van vogels en zoogdieren. (zie bijlage 1 en 2) Een vaste verblijfplek betreft een verblijfplek waar een dier regelmatig terugkeert en niet slechts eenmalig voor een specifieke functie gebruikt wordt, zoals de nesten van de meeste vogels. Ook hier zijn er verschillende gradaties in beschermingsniveau, afhankelijk hoe kwetsbaar de instandhouding van de soort is in relatie tot gebruik van de vaste verblijfplek. In samenhang met de verblijfplek wordt ook de leefomgeving beschermd zover voor deze van belang is om het functioneren van de verblijfplek mogelijk te maken. Ontheffingsplicht en vrijstelling Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. Vaak kunnen maatregelen getroffen worden zodat verbodsbepalingen niet worden overtreden, zoals de werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare periode, het aanpassen van de werkvolgorde of de werkzaamheden faseren in ruimte en tijd. In sommige gevallen kan er gebruik gemaakt worden van vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgelegd voor een van tevoren bepaalde categorie van gevallen.
Een toegepaste vorm van vrijstelling is onder meer door het werken met een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode, door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Toetsing Elke categorie beschermde soorten kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Voor de drie categorieën beschermde soorten moeten de effecten op populatieniveau worden getoetst. Daarbij dient de staat van instandhouding van de gehele populatie in aanmerking genomen te worden. Een ontheffingsaanvraag wordt o.a. beoordeeld op de volgende punten: • aanwezigheid van aanvaardbare alternatieve mogelijkheden. • aanwezigheid van een wettelijk belang. • de staat van instandhouding van de soort en behoud van functionaliteit van de verblijfplek. Het wettelijk belang betreft, afhankelijk van de status van de soort, een Nationaal wettelijk belang (Vrijstellingsbesluit) of een Europees wettelijk belang (Habitatrichtlijn of Vogelrichtlijn). Deze wettelijke belangen hebben o.a. betrekking op de openbare veiligheid, volksgezondheid, veiligheid luchtvaart en bescherming van flora en fauna. Zorgplicht De wet erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende dieren. Dit is de waarde die de plant of dier in zichzelf heeft. De waarde die wordt gehecht aan kwaliteiten van een soort, ongeacht de waarde die soort heeft voor mensen.
Artikel 1.11 van de Wnb stelt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. De zorg houdt in ieder geval in dat eenieder die weet of kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om zodoende die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. De zorgplicht geldt altijd, en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen.
12 Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringfunctie en geen juridische status. Plaatsing op de lijst betekent daarom niet automatisch dat de soort beschermd is. Daarvoor is opname van de soort nodig onder de Wet natuurbescherming. De Rode lijsten zijn richtinggevend voor toekomstig beleid. Van overheden en terreinbeherende organisaties wordt verwacht dat zij bij beleid en beheer rekening houden met de Rode lijsten.
4.2
GEBIEDSBESCHERMING
De gebiedenbescherming onderscheidt twee typen beschermde natuurgebieden • •
Gebieden die op Europees niveau beschermd zijn en aangewezen zijn in het kader van de Habitatrichtlijn (HR), Vogelrichtlijn (VR) en Verdrag van Ramsar (wetlands) en vallen onder de noemer Natura 2000- gebieden. Planologisch beschermde natuurgebieden en verbindingsstructuren die op landelijke basis zijn ingesteld en vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (EHS). In de provincie NoordBrabant geheten; Natuurnetwerk Brabant (NNB).
Natura 2000 Natura 2000- gebieden betreffen gebieden van grote ecologische waarde. In Nederland zijn 164 Natura 2000- gebieden aangewezen. Per Natura 2000- gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Iedereen die vermoedt, of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000- gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Uitgezonderd zijn activiteiten binnen Natura 2000- gebied die uitgevoerd worden in het kader van vastgelegde beheersplannen ten behoeve van Natura 2000- doelen. Een ontheffing wordt alleen verleend indien er geen reële alternatieven zijn, de staat van instandhouding van soorten niet in gevaar komt en er sprake is van een groot openbaar belang, dat o.a. de volksgezondheid en openbare veiligheid kan betreffen. De ontheffingsverlening gaat veelal gepaard onder strikte voorwaarden en beperkingen en er is altijd sprake van een compensatieplicht. Natuurnetwerk Nederland De natuurgebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland vormen door hun onderlinge verbindingen een samenhangend ecologisch netwerk. Het Natuurnetwerk Nederland is de opvolging van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) waarvan de naam de EHS nog in de wetgeving verankerd is.
De beleidsmatige bescherming van het Natuurnetwerk Nederland is vastgelegd in de Verordening Ruimte 2017. In de provincie Noord- Brabant (Natuurnetwerk Brabant) bestaat het Natuurnetwerk Nederland uit de Rijks EHS en de provinciale EHS. In de Verordening ruimte wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen de Rijks- en de provinciale EHS. Provincies kunnen zelf bepalen welke gebieden beschermd worden via het provinciaal beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of – landschap. De wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle mogelijke effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De bescherming van NNNgebieden verloopt via het ruimtelijk ordeningsrecht Barro (bestemmingsplannen) en niet via natuurwetgeving.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen.
13
4.3
BESCHERMING VAN HOUTOPSTANDEN
Bos valt onder de Wet natuurbescherming als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft, uit meer dan 20 bomen bestaat. Alleen als bos buiten de bebouwde kom ligt, valt het onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet. Bomen op erven en tuinen en een rij wilgen of populieren op of langs landbouwgronden zijn uitgezonderd van de meldingsplicht. Verder is in de Wet natuurbescherming ruimte gecreëerd voor vellen voor de productie van hout als biomassa. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd van de meld- en herplantplicht indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd. De uitzondering van de oude Boswet voor Italiaanse populieren, linden, paardenkastanjes en treurwilgen gaat onder de Wet natuurbescherming niet meer op. De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod.
De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Meldingsplicht Wanneer een boseigenaar voornemens is om een houtopstand die onder de Wet Natuurbescherming valt, te gaan vellen dan moet hij dit voornemen minstens een maand van tevoren melden bij Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie. (art. 4.2 Wnb). Herplantplicht De eigenaar van grond waarop een houtopstand is geveld, of op andere wijze teniet is gegaan, is verplicht binnen drie jaar te herplanten. (art. 4.2 Wnb). Het is niet van belang hoe het bos is ontstaan of in welke staat het verkeerde. Wanneer de herplant niet aanslaat, moet binnen drie jaar daarna de herplant worden vervangen. Er geldt een algehele vrijstelling voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Kapverbod In uitzonderingsgevallen kunnen Gedeputeerde Staten een kapverbod opleggen wanneer het natuurof landschapsschoon ernstig in gevaar is. In de praktijk gebeurt dat slecht af en toe, zoals in gevallen waarbij het om zeer oude bomen of buitengewoon waardevolle boomgemeenschappen gaat.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen.
14
5.
SOORTENBESCHERMING
De aangetroffen soorten en het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in het plangebied wordt beschreven. Per soortgroep wordt beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
5.1
FLORA
Voorkomen Het plangebied bestaat uit een bedrijfswoning met rondom grasveld, bijgebouwen, begraasde graslandjes, dierenweides en diverse speel- en klimgelegenheden op zandbodem. Het erf tussen de bebouwing is grotendeels verhard met betonplaten en betonklinkers. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen, slechts algemene soorten van verstoorde en bemeste bodem zoals paardenbloem, varkensgras, knopkruid, Canadese fijnstraal en duizendblad. Volgens gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna, komt de muurbloem (erysimum cheiri) voor in de omgeving van het plangebied binnen een straal van één kilometer. In Nederland is deze soort uiterst zeldzaam en groeit alleen op oude verweerde muren van kerken, ruïnes, stadsmuren etc. die met zachte kalkspecie zijn gevoegd. Het voorkomen van de muurbloem kan worden uitgesloten. Verder worden geen plantensoorten verwacht die op de lijsten vermeld staan van de strikt beschermde soorten van de Habitatrichtlijn en provinciaal beschermde soorten. Voor dergelijke soorten, die veelal specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving, ontbreken geschikte biotopen in het plangebied.
Conclusie In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aanwezig en worden gezien de aanwezige biotopen ook niet verwacht.
5.2
VOGELS
In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval aanwezig is. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’ (zie bijlage 1). Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. Voorkomen Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in gebouwen Op basis van gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna komen binnen een straal van één kilometer van het plangebied enkele vogels voor met jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen zoals gierzwaluw, huismus, kerkuil en steenuil. De bebouwing in het plangebied is vrijwel ongeschikt voor nestgelegenheid voor de gierzwaluw. Deze vogels prefereren hoge steile (pannen)daken met spleten en kieren waar ze makkelijk met hoge snelheid vrij kunnen invliegen. Het pannendak van de bedrijfswoning bevat geen kieren of spleten, het hoge steile dak van de kinderspeelboerderij is van ijzeren dakpanprofielplaten en onder de
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen.
15 golfplaten dakbedekking van de varkensstal is geen toegang en sowieso broeden gierzwaluwen nooit onder golfplaten. Huismus Tijdens het veldbezoek zijn enkele huismussen waargenomen nabij de speelboerderij. In het plangebied zijn gunstige omstandigheden m.b.t. functioneel leefgebied voor huismussen. Waar boerderijdieren worden gehouden is continu voedsel beschikbaar. Ze vinden schuilgelegenheid en dekking in de groenblijvende laurier- en beukenhagen en water en zandbadjes zijn binnen handbereik. Huismussen nestelen graag bij elkaar onder dakpannen of tussen dakbeschot, en soms ook onder golfplaten daken. De dakconstructie van de kinderspeelboerderij bestaat uit stalen dakpanprofielplaten met isolatieplaat zonder kieren of spleten. Nesten van huismussen kunnen hier worden uitgesloten. De te slopen varkensstal is geïnspecteerd op de aanwezigheid van huismussennesten. Daarbij is o.a. gelet op uitstekende droge grassprietjes onder golfplaten en uitwerpselen tegen de muur onder mogelijke nestplekken. De ventilatieroosters waar vogels mogelijk toegang kunnen verkrijgen tot de stal zijn afgedicht met fijn gaas en onder de golfplaten zit vogelschroot. Nesten van huismussen zijn niet aanwezig. De kans is groot dat huismussen nestelen onder het dak/dakkapel van de bedrijfswoning. De bedrijfswoning blijft in haar huidige vorm gehandhaafd.
Kerkuil en steenuil Onder de kap van de hooimijt met daarin het dierenverblijf hangt een kerkuilenkast. Onder de kast waren sporen van uitwerpselen te zien. Een kerkuilenpaar heeft succesvol gebroed met drie jongen in het afgelopen seizoen. De kerkuilen worden jaarlijks gemonitord door vrijwilligers van de Vogelopvang Zundert. Er is gelet op de aanwijzingen die duiden op aanwezigheid van steenuil zoals braakballen, sporen van uitwerpselen tegen stalmuren, of ruiveren onder mogelijke roestplaatsen. Sporen van steenuil zijn niet aangetroffen. Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in bomen Volgens gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna komen op een afstand van minder dan één kilometer uit deze categorie o.a. boomvalk, roek, buizerd, wespendief en ransuil voor. Het leefgebied van de boomvalk bevindt zich in allerlei bostypes in de omgeving van heiden en hoogveen daar waar veel libellen voorkomen, (voornaamste prooi). Roeken zijn koloniebroeders die broeden in hoge bomen en boomgroepjes. Buizerds hebben jaarrond beschermde nesten in bomen/bosgebied waar weinig verstoring is en de wespendief vindt zijn broedhabitat in hoge bomen in vochtige bosgebieden. De ransuil broedt ook wel in bosrijke tuinen waar weinig verstoring is. Het plangebied vormt geen geschikt (broed)biotoop voor de ransuil.
Samengevat: in het plangebied ontbreekt geschikt broedhabitat voor broedvogels met jaarrond beschermde nesten in bomen. Vaste rust- en verblijfplaatsen categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Het gaat hier ook om nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Boerenzwaluw In het dierenverblijf onder de ‘hooimijt’ zijn enkele nesten van boerenzwaluwen aangetroffen. Afgelopen broedseizoen zijn succesvol een aantal jongen grootgebracht. De aantallen boerenzwaluwen in Nederland gaan jaarlijks fors achteruit door verminderde nestgelegenheid en voedselaanbod. Initiatiefnemers zijn zich hiervan bewust en dragen zorg voor toegankelijke nestgelegenheid in het broedseizoen van de boerenzwaluwen. Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen.
16
Overige Vogelrichtlijnsoorten De bedrijfswoning en de opgaande groenstructuren rondom bieden nestgelegenheid voor overige algemene vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn zoals merel, heggenmus en winterkoninkje. Tijdens het veldbezoek zijn algemene vogelrichtlijnsoorten zoals gaai, houtduif en roodborst gespot.
Conclusie Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen cat 1-4 Doordat toegangsmogelijkheden voor vogels ontbreken zijn in de te slopen varkensstal geen jaarrond beschermde verblijfplaatsen cat 1-4 aangetroffen. In de kap van de ‘hooimijt’ dierenverblijf bevindt zich een kerkuilenkast waarin een kerkuilenpaar verblijft en zich succesvol voortplant. Kerkuilen hebben een groot leefgebied van minimaal 75 ha. waarin zich geschikte en minder geschikte foerageergelegenheden bevinden. Mogelijk verdwijnt met de bouw van de indoor klimhal een klein fragment foerageergebied in de vorm van het weilandje ten noorden van de te slopen varkensstal. In de wijde omgeving blijft echter voldoende jachtgelegenheid voor de kerkuil beschikbaar. Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen cat 5 In het dierenverblijf onder de hooimijt bevinden zich enkele nesten van boerenzwaluwen. Initiatiefnemers dragen zorg dat de zwaluwen ten allertijde toegang hebben tot de nesten en zich succesvol kunnen voortplanten. Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen Voor vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen is geen broedhabitat in het plangebied aanwezig door het ontbreken van o.a. voldoende hoge bomen en geschikt jachtgebied. Alle opgaand groen in het plangebied blijft gehandhaafd en wordt fors uitgebreid door de landschappelijke inpassing in het nieuwe plan.
Overige Vogelrichtlijnsoorten Vooral de tuin rond de bedrijfswoning met opgaande groenstructuren biedt broedgelegenheid voor een aantal overige algemene vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Met de landschappelijke inpassing in het nieuwe plan worden nest- en foerageermogelijkheden voor een aantal bos- en struweelvogels verbetert. Met betrekking tot de geplande werkzaamheden dient te worden voorkomen dat broedende vogels worden verstoord in het plangebied en directe omgeving. De werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, (broedseizoen is globaal van half maart – half juli), of wanneer vooraf door een terzake deskundige is vastgesteld dat geen broedende vogels aanwezig zijn. Op deze wijze worden negatieve effecten ten aanzien van broedende vogels voorkomen.
5.3
LANDZOOGDIEREN
Voorkomen Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Volgens bronnenonderzoek komt de eekhoorn en de boommarter (§ 3.3 Wnb) voor in de omgeving binnen een afstand van 1 kilometer van het plangebied. De voorkeurshabitat voor eekhoorn bestaat uit gemengde bossen, bosrijke tuinen, parken en houtwallen, daar waar voedselmogelijkheden voorhanden zijn. Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen.
17 In het plangebied zelf zijn enkele geschikte (voedsel)bomen. Nesten van eekhoorn zijn niet aangetroffen. De boommarter vindt leefgebied in allerlei bostypes en niet in de directe omgeving van bebouwing. De steenmarter (§ 3.3 Wnb) heeft vaste verblijfplaatsen in gebouwen waar weinig menselijke activiteit plaatsvindt of in leegstaande schuren of stallen. Zijn aanwezigheid kenmerkt zich door prooiresten en/of een slaapplaats in donkere hoekjes, uitwerpselen, stank of krabsporen. Verblijfplaatsen van steenmarter kunnen worden uitgesloten door de vele menselijke activiteiten in het plangebied en de ontoegankelijkheid van de te slopen varkensstal. Kleine marterachtigen; wezel, hermelijn en bunzing zijn in de provincie Noord- Brabant vanaf 1 oktober 2017 beschermd (§ 3.3 Wnb). Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang. Het plangebied vormt geen geschikt leefgebied voor kleine marterachtigen. De aanwezigheid van jaarrond beschermde verblijfplaatsen (voortplantingsplaatsen) kan worden uitgesloten.
Vrijgestelde soorten Tijdens het veldbezoek zijn geen grond gebonden zoogdieren aangetroffen. Er worden wel enkele zoogdieren verwacht die gebruik maken van het plangebied zoals egel, konijn en een aantal algemene muizensoorten welke behoren tot de categorie ‘Vrijgestelde soorten’. Bij een ruimtelijke ontwikkeling betekent dit dat vaste rust- en verblijfplaatsen niet beschermd zijn. Maar de zorgplicht geldt natuurlijk altijd.
Conclusie Het voorkomen van beschermde grond gebonden zoogdieren met vaste verblijfplaatsen kan worden uitgesloten door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor een aantal landzoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Echter de zorgplicht is wel altijd van kracht.
5.4
VLEERMUIZEN
Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn strikt beschermd. Alle vleermuizen staan vermeld in de Europese Habitatrichtlijn (§ 3.2 Wnb). Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voorkomen Volgens het cursusdictaat ‘Vleermuizen en planologie’, (Limpens et al 2014), kunnen in dit deel van het land o.a. de volgende soorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis, franjestaart en watervleermuis. Belangrijke vliegroutes en foerageergebied Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen.
18 Aaneengesloten lijnvormige (groen)structuren die mogelijk dienstdoen als vaste vliegroute voor vleermuizen zijn niet aanwezig in het plangebied. Vleermuizen zullen gebruik maken van de bosranden ten noorden en ten oosten van het plangebied om zich te verplaatsen. In het plangebied zijn gunstige foerageermogelijkheden aanwezig voor vleermuizen. Vooral de groenstructuren rond de bedrijfswoning en de dierenweides zullen vele insecten en aantrekken die voedsel vormen voor vleermuizen. Met de beoogde ontwikkeling blijven alle groenstructuren behouden. De foerageermogelijkheden voor vleermuizen blijven daarmee gewaarborgd. Met de landschappelijke inpassing met uitbreiding van groenstructuren, zullen foerageermogelijkheden voor vleermuizen verbeteren. Verblijfplaatsen Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen hebben en soorten die in gebouwen verblijven. In het plangebied zijn geen bomen met geschikte stamomvang en holtes, stamspleten of rottingsgaten aangetroffen waarin vleermuizen mogelijk kunnen verblijven. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De bedrijfswoning biedt mogelijkheden voor vleermuizen om in te verblijven. Het woonhuis blijft in de huidige staat gehandhaafd.
Gezien de dakconstructie van de speelboerderij met stalen dakpanprofielplaten en de wanden van naadloos aangesloten gepotdekselde planken, kunnen hier vleermuisverblijfplaatsen worden uitgesloten. De te slopen varkensstal is onderzocht op potenties voor vleermuisverblijfplaatsen. De varkensstal is opgetrokken uit stenen spouwmuren zonder stootvoegen, en gedekt met golfplaten dak voorzien van isolatiepanelen aan de onderzijde. Er is vogelschroot aangebracht onder de golfplaten, fijn gaas op de muurventilatie in de zijgevels en verder zijn kieren en gaten afgedicht om het ‘ongedierte’ uit de varkensstal te houden. Op de kopgevels zitten spleten tussen de gevelgolfplaten en de muur waar vleermuizen tussen kunnen kruipen. Echter op dit soort plekken loopt de temperatuur al snel op waardoor deze ongeschikt is als verblijfplaats. Vleermuisverblijfplaatsen in de te slopen varkensstal kunnen worden uitgesloten.
Conclusie Belangrijke vliegroutes en foerageergebied Vliegroutes zijn niet aanwezig in het plangebied door het ontbreken van aaneengesloten lijnvormige (groen)structuren. De rand van het bosgebied juist ten noorden van het plangebied doet zeer waarschijnlijk dienst als vaste vliegroute voor vleermuizen. Het plangebied zelf biedt foerageermogelijkheden voor vleermuizen. Alle groen blijft gehandhaafd. Door de landschappelijke inpassing met een forse uitbreiding van groenstructuren zullen daarmee de foerageermogelijkheden voor vleermuizen verbeteren. Verblijfplaatsen In het plangebied zijn geen geschikte holtebomen waarin zich vleermuisverblijfplaatsen kunnen bevinden. De bedrijfswoning biedt potenties voor vleermuisverblijfplaatsen. De bedrijfswoning blijft gehandhaafd. Gezien de gebruikte materialen en de constructie van de kinderspeelboerderij kunnen hier vleermuisverblijfplaatsen worden uitgesloten. In de te slopen varkensstal zijn alle toegangsmogelijkheden afgedicht en ontbreken gebufferde plekken met een stabiel microklimaat om in weg te kruipen. Vleermuisverblijfplaatsen in de te slopen varkensstal kan worden uitgesloten. Negatieve effecten op vleermuizen zijn niet aan de orde.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen.
19 5.5
ONGEWERVELDEN
Voorkomen Vlinders en libellen Tijdens het veldbezoek zijn geen vlinders en libellen waargenomen. In deze tijd van het jaar vliegen er geen vlinders en libellen meer. In het seizoen worden algemene vlindersoorten als dagpauwoog en citroenvlinder verwacht in het plangebied. Uit bronnenonderzoek blijkt dat geen waarnemingen van beschermde vlinders of libellen bekend zijn in de directe omgeving. Op enige afstand (1-5 kilometer) van het plangebied komt de gevlekte witsnuitlibel (§ 3.1 Wnb) voor. De gevlekte witsnuitlibel vindt geschikt habitat nabij rijk begroeide wateren. Dit biotoop komt niet voor in het plangebied of directe omgeving. Voor beschermde vlinder- en libellensoorten ontbreekt geschikt leefgebied en voortplantingswater. Overige soorten ongewervelden Overige beschermde soorten insecten, hout- en waterkevers zoals vliegend hert, vermiljoenkever of gestreepte waterroofkever zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Ook voor soorten als Europese rivierkreeft en platte schijfhoorn is in het plangebied geen geschikt habitat aanwezig en zijn ook geen waarnemingen bekend in de omgeving.
Conclusie Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde dagvlinders en geen libellen waargenomen. In het plangebied ontbreekt geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden.
5.6
VISSEN, REPTIELEN EN AMFIBIEËN
Voorkomen Vissen In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig, daarmee kan de aanwezigheid van (beschermde) vissoorten bij voorbaat uitgesloten worden. Reptielen Uit gegevens van het NDFF blijkt dat in de omgeving op korte afstand waarnemingen bekend zijn van de levendbarende hagedis (§ 3.3 Wnb) en de gladde slang (§ 3.2 Wnb). De levendbarende hagedis en de gladde slang zijn afhankelijk van bos- en heideterreinen en hoge delen van hoogveengebieden. Dergelijke biotopen ontbreken in het plangebied. Amfibieën De kamsalamander (§ 3.2 Wnb), Alpenwatersalamander en vinpootsalamander (§ 3.3 Wnb) komen voor op een afstand tot één kilometer van het plangebied. Waarschijnlijk vinden genoemde soorten geschikt voortplantingswater in de poelen op een afstand van ruim 600 meter ten zuidoosten van het plangebied. In het plangebied ontbreekt voortplantingswater. Ook geschikt landhabitat als ruige, extensieve graslandjes, struwelen en heideterrein voor genoemde amfibieën zijn niet aanwezig in het plangebied. Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen.
20
Conclusie Beschermde vissoorten, reptielen en amfibieën komen niet voor in het plangebied door het ontbreken van voortplantingswater en geschikt landbiotoop. Het plangebied wordt mogelijk benut door gewone pad en bruine kikker als landhabitat. Gewone pad en bruine kikker behoren tot de ‘Vrijgestelde soorten’ waarvoor bij ruimtelijke ontwikkeling vrijstelling geldt. Echter de zorgplicht is altijd van kracht.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen.
21
6.
GEBIEDSBESCHERMING
6.1
Natura 2000
Op het kaartje op de website van Natura 2000 Network viewer is te zien dat de dichtstbijzijnde Natura 2000- gebied ligt op Belgisch grondgebied op een afstand van bijna 10 kilometer ten zuiden van het plangebied. Het betreft Natura 2000- gebied ‘De Maatjes, Wuustwezelheide en Groot Schietveld’. Het natuurgebied omvat tal van bijzondere habitattypen als actief hoogveen, droge en natte heiden, eiken- en beukenbossen op zure bodem, heischrale graslanden en voedselrijke en gebufferde vennen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000- gebied op Nederlandse bodem ligt op een afstand van bijna 14 kilometer ten zuidwesten van het plangebied. Het betreft de Wouwse Plantage, behorend tot Natura 2000- gebied ‘Brabantse Wal’.