07a Bestuurlijke reactie - brief aan de Rekenkamer d.d. 19 november 2025
Tekst van het document
Gezamenlijke Rekenkamer Zundert en Rucphen T.a.v. Partners+PrOper Noordwijk Ing. Peter Struik MBA 's-Gravendijckseweg 60 2201 CZ Noordwijk
Rucphen,
19 november 2025
Onderwerp:
Bestuurlijke reactie op rekenkameronderzoek Inwoners- en Overheidsparticipatie
Onze referentie:
Z25/084505-D25/1250217
Uw referentie: Behandelaar:
M. van Loenhout
Telefoonnummer:
0165-349519
Beste leden van de Rekenkamercommissie, geachte heer Struik, Op 23 oktober jl. ontvingen wij uw rapport Inwoners- en overheidsparticipatie - Een onderzoek van de rekenkamer Rucphen'. Met belangstelling hebben wij daarvan kennisgenomen. Op grond van artikel 13 van de Gemeenschappelijke Regeling Rekenkamer Zundert en Rucphen 2024 zijn we in de gelegenheid om te reageren op de aanbevelingen uit uw rapportage. Met deze brief geven wij u onze reactie. Hoofdaanbeveling voor de raad en het college: Geef de ambtelijke organisatie de ruimte om de werkwijze voor participatie zoals dat momenteel wordt gedaan in Rucphen op de ingeslagen weg door te zetten. Vraag wat bestuurlijk nog nodig is om dat ten volle te kunnen doen. Neem de lessen die door betrokkenen in dit onderzoek zijn meegegeven daarbij ter harte. Het doet ons goed te vernemen dat de ingeslagen weg door u op waarde wordt geschat. Een PDCA-cyclus waarin kan worden geleerd draagt bij aan verdere versterking van participatie. We onderschrijven de kansen die er liggen om daarin samen -inwoners/ondernemers, maatschappelijke partijen, andere belanghebbenden, ambtenaren, college en raad- op te blijven trekken. Er zijn twee aanbevelingen om participatie nog verder te versterken. Die vragen wat van de raad en van het college. We gaan daarop hieronder nader in.
Aanbeveling voor de raad: 1. Benut de meerwaarde van participatie door te werken vanuit een collectief kwaliteitsbeeld over participatie. Ondanks dat het niet aan ons is om te reageren op een aanbeveling voor de raad, willen we van de gelegenheid gebruik maken kort vooruit te blikken op datgene wat in de eerste raadscyclus van 2026 aan de raad zal worden aangeboden. Op dit moment leggen we de laatste hand aan een voorstel aan de raad voor ons nieuwe participatiebeleid en actualisatie van de participatieverordening. Dit voorstel kan invulling geven aan uw aanbeveling door te werken vanuit gemeenschappelijke kernwaarden uit de organisatie. Deze zijn ingekleurd op basis van een participatieproces en vertaald naar drie leidende principes. Ze kunnen de basis gaan vormen van
2
onze manier van (samen)werken - zowel binnen de organisatie als daarbuiten. Deze principes kunnen in samenhang dienen voor het collectief kwaliteitsbeeld waar u in uw rapportage naar verwijst: ze geven richting aan hoe participatie kan verlopen — van ontwikkeling, uitvoering tot evaluatie. Het is uiteindelijk aan de raad om in februari 2026 een besluit op ons voorstel te nemen. Aanbevelingen voor het college: 2.1 Benut de lessen die zijn meegegeven door betrokkenen in dit onderzoek om de werkwijze voor participatie verder te verbeteren. Vooral het ondersteunen van initiatiefnemers bij het omgevingsgerichte dialoog is daarbij van bijzondere betekenis. Zoals hierboven al aangegeven zal de raad het merendeel van de aanbevelingen terugzien in het nog aan te bieden voorstel voor het nieuwe participatiebeleid. Wel maken we daarbij een belangrijke kanttekening: De handreiking omgevingsgerichte dialoog is een hulpmiddel, en heeft geen juridische status. Hoe een initiatiefnemer invulling geeft aan participatie is door de wetgever bewust vormvrij gelaten. Als college kunnen we uitsluitend de handreiking onder de aandacht brengen bij initiatiefnemers. De handreiking gebruiken als materiaal voor het opstellen van een kwaliteitskader met criteria achten wij niet zinvol, omdat het college daar geen invloed op heeft.
2.2 Veranker de Omgevingswet en de Wet versterking participatie in de Verordening participatie en inspraak; We onderschrijven deze aanbeveling van harte. Het nieuwe participatiebeleid en de actualisatie van de verordening zijn daarom op elkaar afgestemd. Bovendien brengen ze ook de juridische plicht vanuit de Omgevingswet en de brede maatschappelijke participatie samen in één helder kader. De participatieverordening wordt daarbij niet als doel, maar als instrument gezien dat bijdraagt aan een cultuur van vroegtijdige samenwerking en transparantie. Zo wordt de verankering concreet én toekomstbestendig ingevuld. 2.3 Biedt meer zicht op samenhang tussen een visie op participatie, landelijke wet- en regelgeving, de lokale verordening en handreikingen. Het nog aan te bieden, nieuwe participatiebeleid kan juist fungeren als kapstokdocument waarin alle relevante kaders en bouwstenen samenkomen — van de Omgevingswet tot de Wet versterking participatie. De daarin opgenomen visie op participatie, het participatiepalet en de Rucphense participatieaanpak voor de interne organisatie kunnen zorgen voor eenduidigheid. Samengevat gaat het om: één visie, één werkwijze en één taal voor participatie.
Daarnaast delen we de suggestie van de Rekenkamer om de samenhang bij elkaar te brengen, voor zowel binnen als buiten de organisatie, met het ontwikkelen van een digitaal platform waarmee het gehele instrumentarium toegankelijk wordt. Wij danken u nogmaals voor het uitgevoerde onderzoek en de daaruit voortkomende rapportage met bevindingen en aanbevelingen en vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Rucphen, de secretaris,
de burgemeester,
•••••••________ „
Edwin Kolen
Marjolein van der Meer Mohr