CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

07 RV RB Vaststelling jaarstukken 2025 en bestemming batig rekeningsaldo 2025

commissie Algemeen Bestuur en Middelen 28 mei 2026, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Jaarstukken 2025 en bestemming batig rekeningsaldo 20253.106 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Raadsvergadering 10 juni 2026

Agendanummer 00

Commissievergadering ABM 28 mei 2026

Agendanummer 07

Vaststelling jaarstukken 2025 en bestemming batig rekeningsaldo 2025 Voorstel: 1. De jaarstukken 2025, bestaande uit het jaarverslag en de jaarrekening, vast te stellen; 2. In het kader van ‘begrotingsrechtmatigheid’ in te stemmen met de overschrijdingen ter grootte van € 152.348,00 zoals toegelicht in hoofdstuk 9 van bijlage b; 3. Een bestemmingsreserve ‘Integrale aanpak sociaal domein’ te vormen, zoals gedefinieerd in bijlage c. 4. Een bestemmingsreserve ‘Egalisatie degeneratievergoedingen’ te vormen, zoals gedefinieerd in bijlage c. 5. Het rekeningresultaat ad € 3.390.989,28 als volgt te bestemmen: a. € 830.000,00 toe te voegen aan de bestemmingsreserve integrale aanpak sociaal domein; b. € 758.754,00 toe te voegen aan de reserve restantbudgetten; c. € 164.892,00 toe te voegen aan de bestemmingsreserve egalisatie degeneratievergoedingen; d. € 110.867,00 toe te voegen aan de egalisatievoorziening afvalstoffenheffing; e. € 98.000,00 toe te voegen aan de bestemmingsreserve woningbouw en gebiedsontwikkeling; f. € 92.633,01 toe te voegen aan de reserve pensioen waardeoverdracht aan het ABP; g. € 65.463,00 toe te voegen aan de reserve mutaties decembercirculaire; h. € 1.270.380,27 toe te voegen aan de algemene reserve. Samenvatting: In de jaarstukken, bestaande uit het jaarverslag en de jaarrekening, kijken we terug op het afgelopen begrotingsjaar.

In het jaarverslag leggen we verantwoording af over het gevoerde beleid en in de jaarrekening geven we een transparant en betrouwbaar inzicht in onze baten en lasten, het rekeningresultaat en onze financiële positie per 31 december 2025. Het geheel presenteren we in onze ‘Programmaverantwoording 2025’ (bijlage b). Over 2025 verklaren we dat baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen en vragen we uw raad in te stemmen met de overschrijdingen uit hoofdstuk 9, daar we deze zien als ‘passend binnen het door de raad uitgezette beleid’. We sluiten onze exploitatie over 2025 met een positief saldo van € 3.390.989,28, wat grofweg bestaat uit restanten op eenmalige budgetten die doorlopen in 2026, eenmalige middelen die we voor een specifiek doel hebben ontvangen, en een onderschrijding op personeelslasten door openstaande vacatures. Dit om te benadrukken dat een positief rekeningresultaat niet wil zeggen dat er ook structurele ruimte in onze begroting zit. De verklaring op het resultaat ziet u ook terug in de voorgestelde resultaatbestemming. Waar we budget willen overbrengen naar een volgend begrotingsjaar, voegen we dit toe aan de reserve restantbudgetten. Waar we specifieke ontvangsten willen reserveren, storten we deze in een

2

(nieuw te vormen) bestemmingsreserve. Het resultaat zonder specifieke bestemming willen we gemotiveerd toevoegen aan de Algemene reserve. De storting in de Algemene Reserve wordt duidelijker als we dieper kijken naar onze financiële positie. Ons ratio weerstandsvermogen neemt af, wat concreet betekent dat we (nog) ‘voldoende’ maar steeds minder weerbaar zijn bij financiële tegenvallers. Gelet op de meerjarenraming uit de Programmabegroting 2026 en de laatste stand van zaken uit de 1 e bestuursrapportage 2026 is het essentieel om financieel weerbaar te blijven. Ook zien we onze onbenutte belastingcapaciteit jaarlijks toenemen wat betekent dat onze totale woningwaarde sneller toeneemt dan ons tarief. De ruimte hiertussen hebben we tot op heden grotendeels onbenut gelaten in het voordeel van onze inwoners. Motivering: Op grond van artikel 197 van de Gemeentewet legt het college over elk begrotingsjaar verantwoording af aan de raad over het door het college gevoerde bestuur, onder overlegging van de jaarrekening, het jaarverslag en de controleverklaring van de accountant. Op grond van artikel 199 van de Gemeentewet wordt het college door vaststelling van de jaarrekening en het jaarverslag ontlast ten aanzien van het daarin verantwoorde financieel beheer.

Onze Programmaverantwoording 2025 (hierna: jaarrekening), bestaande uit het jaarverslag en de jaarrekening, is opgesteld volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Dit is de wettelijke basis voor de financiële administratie, begrotingen en jaarstukken van Nederlandse gemeenten, provincies en waterschappen. Alle volgens BBV verplichte onderdelen zijn in onze jaarrekening verwerkt. Ook is de indeling van het document identiek aan de begroting 2025. Rechtmatigheidsverantwoording van burgemeester en wethouders Op basis van het BBV moeten we een rechtmatigheidsverantwoording opnemen in de jaarrekening. Hierin legt ons college verantwoording af over de rechtmatigheid van de totstandkoming van de baten en lasten alsmede de balansmutaties. De rechtmatigheidsverantwoording is in hoofdstuk 9 van de jaarrekening opgenomen. Om te onderbouwen dat baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen, heeft er een verbijzonderde interne controle plaatsgevonden op de belangrijkste financiële processen. In hoofdstuk 9 zijn het begrotingscriterium, voorwaardencriterium en Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O) criterium nader uitgewerkt. Waar er sprake is van onrechtmatigheden worden deze toegelicht. Volgens onze bevindingen is een bedrag van € 268.346,00 niet rechtmatig tot stand gekomen. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 1.670.106,58.

Van de onrechtmatigheden bestaat € 152.348,00 uit begrotingsonrechtmatigheden door overschrijdingen. We vragen uw raad in te stemmen met de overschrijdingen uit hoofdstuk 9, daar we deze zien als ‘passend binnen het door de raad uitgezette beleid’. Accountantscontrole Onze accountant geeft nog uitsluitend een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening. De accountant kan geen direct oordeel geven over de rechtmatigheid van alle baten, lasten en balansmutaties. Dat doet hij wel indirect door een getrouwheidsoordeel te geven over de rechtmatigheidsverantwoording van ons college. Hierop is één uitzondering: de accountant geeft in de controleverklaring een expliciet rechtmatigheidsoordeel over de specifieke uitkeringen. De jaarrekening wordt ook dit jaar gecontroleerd door accountantsbureau RA12. Op dit moment gaan we er van uit dat een goedkeurende verklaring zal worden afgegeven voor wat betreft getrouwheid. De controleverklaring wordt nagezonden als deze is ontvangen en in de definitieve

3

jaarrekening die door uw raad wordt vastgesteld opgenomen als bijlage. Het controleverslag wordt na ontvangst ter inzage gelegd. Middelen: In het BBV wordt onderscheid gemaakt tussen het saldo van baten en lasten en het resultaat. Het saldo van baten en lasten bestaat uit het saldo van de programma’s, overhead, vennootschapsbelasting, algemene dekkingsmiddelen en de post onvoorzien. In 2025 hebben deze samen een positief saldo van € 458.025,00. Het resultaat wordt berekend door op het saldo van baten en lasten de stortingen in / aanwendingen van de reserves te muteren. Hierover zijn door uw raad expliciet besluiten genomen. De reservemutaties in 2025 zijn per saldo € 2.932.965,00, wat maakt dat het resultaat afgerond € 3.390.990,00 bedraagt. Een positief rekeningresultaat wil niet zeggen dat er ook structurele ruimte in onze begroting zit. Het resultaat bestaat voor ruim € 1,8 mln. uit restanten op eenmalige budgetten, waarvan de werkzaamheden doorlopen in 2026 (en verder), bijvoorbeeld voor de tijdelijke huisvesting tijdens de nieuwbouw van basisschool Heilinde. We stellen voor deze budgetten over te brengen naar 2026 via de reserve restantbudgetten of de reserve waaruit het budget is gedekt. In dat geval ziet u het terug in een lagere aanwending van die specifieke reserve ten opzichte van de begroting.

Een ander deel van het resultaat, afgerond € 1,4 mln., bestaat uit eenmalige middelen die we voor een specifiek doel hebben ontvangen in 2025 en willen reserveren voor dat doel op een later moment. Dit ziet u ook terug in de voorgestelde resultaatbestemming. Ontvangsten voor de integrale aanpak sociaal domein, meeropbrengsten afvalstoffenheffing, degeneratievergoedingen, de realisatiestimulans en ontvangsten uit de decembercirculaire willen we reserveren voor 2026 (en verder) door een storting in een specifieke (bestemmings-)reserve of voorziening. Afgerond blijft er dan nog 0,2 mln. van het resultaat over waar mogelijke structurele ruimte in zit. Maar ook daar is geen sprake van. Dit heeft namelijk voor een groot deel te maken met een onderschrijding op personeelslasten door een aantal vacatures die gedurende een deel van het jaar niet konden worden ingevuld. Zolang de vacatures lopen, is het voordeel eenmalig. Verder is het beeld binnen de programma’s dat er sprake is van relatief kleine onderschrijdingen verspreid over diverse taakvelden, die vaak wegvallen tegen overschrijdingen binnen hetzelfde programma. Een verdere globale verklaring van het resultaat op programmaniveau is opgenomen in paragraaf 6.1 ‘Batig saldo en verklaring’. Een meer gedetailleerde verklaring vindt u terug in de verschillenverklaring per taakveld in paragraaf 11.3.

Lasten Programma's Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Overhead Vennootschapsbelasting Totaal saldo van baten en lasten Storting in reserves

Saldo

71.961.170

20.663.092

-51.298.078

1.187.131

62.757.967

61.570.836

10.156.446

542.295

-9.614.151

200.582

-

-200.582

83.505.329

83.963.354

5.235.067

Aanwending van reserves Resultaat

Baten

88.740.396

458.025 -5.235.067

8.168.032

8.168.032

92.131.386

3.390.990

4

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is het financiële vermogen van onze gemeente om onverwachte, substantiële tegenvallers op te vangen zonder het beleid ingrijpend te wijzigen. We drukken dit uit in een ratio dat de verhouding weergeeft tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit. Het uitgangspunt is een ratio, gecorrigeerd met middelen die niet als dekking gebruikt kunnen worden, tussen 1,0 en 1,4. Voor de jaarrekening 2025 is het gecorrigeerde ratio 1,1; dat is ‘voldoende’ volgens de norm. In paragraaf 5.2 vindt u meer informatie over het weerstandsvermogen en risicobeheersing. Resultaatsbestemming Het batig saldo (€ 3.390.989,28) dient als zodanig op de balans te worden opgenomen. Bij de vaststelling van de jaarrekening kan uw raad vervolgens een bestemming geven aan het saldo. Op basis van de huidige besluiten en gedragslijnen met betrekking tot bestemming van het batig saldo, wordt voorgesteld dit saldo als volgt te bestemmen: (beslispunt) Toevoegen aan:

Bedrag

a. Bestemmingsreserve integrale aanpak sociaal domein

830.000,00

b. Reserve restantbudgetten

758.754,00

c. Bestemmingsreserve egalisatie degeneratievergoedingen

164.892,00

d. Egalisatievoorziening afvalstoffenheffing

110.867,00

e. Bestemmingsreserve woningbouw en gebiedsontwikkeling

98.000,00

f. Reserve pensioen waardeoverdracht aan het ABP

92.633,01

g. Reserve mutaties decembercirculaire

65.463,00

h. Algemene reserve

1.270.380,27 3.390.989,28

a. Bestemmingsreserve integrale aanpak sociaal domein In de 2e bestuursrapportage 2025 hebben we de taakmutatie ‘compensatie incidentele tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg’ binnen de algemene uitkering ontvangen en “geparkeerd” als stelpost, omdat er nog geen beleid en/of bestedingsdoel was bepaald. Bij het beschikbaar stellen heeft het rijk geadviseerd om de taakmutatie in te zetten ter ondersteuning van de transformatie van de jeugdhulp volgens de afspraken in de Hervormingsagenda. Het gaat dan om het versterken van de sociale basis en stevige lokale teams, met aandacht voor het verbeteren van kind- en gezinsbescherming en de bredere integrale aanpak sociaal domein. Wij koppelen de stelpost aan het ‘Projectplan Kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo’. Een deel hiervan heeft ons college al ingezet voor de inhuur van de projectleider en zal in de 1 e bestuursrapportage 2026 worden verwerkt. Het restant van € 830.000,00 willen we storten in een nieuw te vormen ‘Bestemmingsreserve integrale aanpak sociaal domein’. We kunnen deze éénmalige middelen bijvoorbeeld inzetten voor tijdelijke inhuur ter ondersteuning van het proces en voor de nader uit te werken ontwikkellijnen. Het is op dit moment nog niet duidelijk hoeveel er benodigd is, omdat er nog geen concreet uitvoeringsplan ligt. We adviseren daarom om de stelpost te reserveren.

Bij de 2e bestuursrapportage kan dan (jaarlijks) het nut en de noodzaak van de reserve worden beoordeeld, zoals we ook bij andere reserves doen. Heeft de reserve op termijn geen doel/functie meer, dan kan deze vrijvallen. b. Reserve restantbudgetten In de loop van 2025 zijn een aantal (éénmalige) budgetten beschikbaar gesteld voor (incidentele) werkzaamheden. Een aantal van deze werkzaamheden zijn nog niet geheel in 2025 uitgevoerd. Om in 2026 over deze middelen te kunnen beschikken wordt voorgesteld deze budgetten van in totaal

5

€ 758.754,00 “over te brengen” naar 2026 via de reserve restantbudgetten. Een specificatie van deze budgetten leest u terug in paragraaf 6.1.3 van de jaarrekening. c. Bestemmingsreserve egalisatie degeneratievergoedingen Wanneer nutsbedrijven werkzaamheden uitvoeren, zoals het aanleggen van kabels en leidingen onder de weg of het trottoir, kan dit leiden tot slijtage of beschadiging van het wegdek of de onderliggende infrastructuur. Ter compensatie ontvangen we hiervoor een degeneratievergoeding van de nutsbedrijven. Deze degeneratievergoedingen zijn bedoeld om de toekomstige kosten te dekken voor het herstel van wegen en andere onderdelen van de openbare ruimte die door deze werkzaamheden zijn beschadigd of verzwakt. Dit herstel valt onder onze verantwoordelijkheid. De degeneratievergoedingen worden momenteel verantwoord in het jaar waarin ze worden ontvangen en ingezet ter dekking van de kosten van datzelfde jaar. Aangezien de herstelkosten vaak niet in het jaar van ontvangst plaatsvinden, maar in een later jaar, kan een voordelig resultaat ontstaan en in andere jaren juist een nadelig resultaat. Door in jaren met een voordelig resultaat, wanneer de ontvangen degeneratievergoedingen hoger zijn dan de gemaakte herstelkosten, het saldo te storten in een bestemmingsreserve, ontstaat een financiële buffer.

Deze kan vervolgens worden ingezet in jaren waarin de herstelkosten hoger uitvallen dan de ontvangen vergoedingen. Hiermee worden schommelingen opgevangen en wordt voorkomen dat er in bepaalde jaren sprake is van een tekort. In 2025 was er een voordelig resultaat van € 164.892,00, waarmee we de reserve willen vormen. d. Egalisatievoorziening afvalstoffenheffing De kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing over 2025 is € 110.867,00 positief, wat betekent dat er een storting in de voorziening plaatsvindt. De belangrijkste oorzaak voor dit resultaat is een ontvangen UPV-vergoeding (Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid) voor zwerfafval van ruim € 98.000,00. Het uitgangspunt van de voorziening is dat deze middelen zijn ontvangen als afvalstoffenheffing en beschikbaar moeten blijven voor de kosten van inzameling van huishoudelijk afval. Dit kan door de voorziening in te zetten om het tarief te drukken of door de voorziening in te zetten bij een dekkingspercentage kleiner dan 100%. e. Bestemmingsreserve woningbouw en gebiedsontwikkeling In uw vergadering van 11 maart 2026 is besloten om een bestemmingsreserve Woningbouw en gebiedsontwikkeling in te stellen en alle ontvangen middelen uit de regeling Realisatiestimulans aan deze bestemmingsreserve toe te voegen.

In 2025 zijn er 14 betaalbare woningen waarvan de bouw is gestart, wat een realisatiestimulans van € 98.000,00 betekent. f. Reserve pensioen waardeoverdracht aan het ABP Op basis van de actuariële waardeberekeningen per 31 december 2025 is de pensioenvoorziening voor wethouders op peil gebracht. Hierbij zou in 2025 een bedrag van € 92.633,01 vrijvallen. In plaats van dit bedrag ten gunste van het rekeningresultaat te laten komen, stellen wij voor om het te storten in de ‘Reserve pensioenwaardeoverdracht aan het ABP’. Op deze wijze blijven deze vrijgevallen middelen beschikbaar voor hetzelfde doel, namelijk de toekomstige kapitaalstorting aan het ABP in verband met de pensioenwaardeoverdracht per 1 januari 2028 waarvan de exacte hoogte nog onbekend is. g. Reserve mutaties decembercirculaire De mutaties die uit de decembercirculaire 2025 voortvloeien hebben betrekking op 2025 maar konden, door het tijdstip van publicatie, niet meer worden verwerkt in de (gewijzigde) begroting van 2025 of worden ingezet. Daarom wordt voorgesteld deze middelen ter grootte van € 65.463,00 te reserveren. Een uitgebreide toelichting op de algemene uitkering vindt u in paragraaf 2.3 van de jaarrekening.

6

h. Algemene reserve Na bovengenoemde reserveringen blijft er nog een bedrag van € 1.270.380,27 over als nader te bestemmen. Bij het Raadvoorstel ‘Vaststelling jaarrekening 2021 en bestemming batig rekeningsaldo 2021’ (d.d. 15 juni 2022) heeft uw raad geamendeerd besloten om “De komende jaren eenmalige meevallers te storten in de reserve IHP, tot het moment dat een nader te bepalen omvang van de reserve is bereikt”. We willen bij de resultaatbestemming 2025 gemotiveerd afwijken van voornoemd amendement en een bedrag van € 1.270.380,27 toevoegen aan de Algemene reserve. Op basis van de Programmabegroting 2026 verwachten we een meerjarig tekort, wat betekent dat bij een onveranderde situatie de Algemene reserve dient te worden aangesproken om het tekort te dragen. Per 31 december 2025 is er € 0,9 mln. vrije ruimte binnen de reserve. Dat wil zeggen dat we slechts € 0,9 mln. kunnen onttrekken zonder dat het ratio weerstandvermogen onder de 1,0 komt en we niet meer voldoen aan ons beleidskader. Ook sluit een storting in de Algemene reserve niet uit dat het bedrag kan worden ingezet voor onderwijshuisvesting. Uw raad besluit over de aanwending van de reserves en kan ter dekking van een kredietvoorstel voor onderwijshuisvesting de Algemene reserve inzetten. Daarentegen kan een bestemmingsreserve IHP niet vanzelfsprekend worden ingezet om een tekort op te vangen in een begrotingsjaar.

We adviseren daarom met klem om de financiële situatie 2027 - 2030 te betrekken in de besluitvorming. Meer duidelijkheid volgt bij de nieuwe Kadernota / Perspectievennota 2027 in juli en begroting 2027 in november aanstaande. In de tussentijd adviseren wij om de Algemene reserve op peil te houden. Vervolg: Op grond van artikel 200 van de Gemeentewet dient deze jaarrekening vóór 15 juli 2026 aan Gedeputeerde Staten te worden ingezonden.

Rucphen, 28 april 2026 Burgemeester en wethouders van Rucphen, de secretaris,

de burgemeester,

drs. E.A.C.M. Kolen.

mr. M. van der Meer Mohr.

Bijlage(n): a. Conceptbesluit b. Programmaverantwoording 2025 c. Nieuw te vormen bestemmingsreserves

RAADSBESLUIT Vaststelling jaarstukken 2025 en bestemming batig rekeningsaldo 2025 10 juni 2026 De raad van de gemeente Rucphen, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 april 2026, overwegende dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de baten en lasten over 2025 en de financiële positie op 31 december 2025, en dat alle in de jaarrekening opgenomen baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen, gelet op artikel 197 van de Gemeentewet, gehoord de commissie Algemeen Bestuur en Middelen op 28 mei 2026, besluit: 1. De jaarstukken 2025, bestaande uit het jaarverslag en de jaarrekening, vast te stellen; 2. In het kader van ‘begrotingsrechtmatigheid’ in te stemmen met de overschrijdingen ter grootte van € 152.348,00 zoals toegelicht in hoofdstuk 9 van bijlage b; 3. Een bestemmingsreserve ‘Integrale aanpak sociaal domein’ te vormen, zoals gedefinieerd in bijlage c. 4. Een bestemmingsreserve ‘Egalisatie degeneratievergoeding’ te vormen, zoals gedefinieerd in bijlage c. 5. Het rekeningresultaat ad € 3.390.989,28 als volgt te bestemmen: a. € 830.000,00 toe te voegen aan de bestemmingsreserve integrale aanpak sociaal domein; b. € 758.754,00 toe te voegen aan de reserve restantbudgetten; c. € 164.892,00 toe te voegen aan de bestemmingsreserve egalisatie degeneratievergoeding; d.

€ 110.867,00 toe te voegen aan de egalisatievoorziening afvalstoffenheffing; e. € 98.000,00 toe te voegen aan de bestemmingsreserve woningbouw en gebiedsontwikkeling; f. € 92.633,01 toe te voegen aan de reserve pensioen waardeoverdracht aan het ABP; g. € 65.463,00 toe te voegen aan de reserve mutaties decembercirculaire; h. € 1.270.380,27 toe te voegen aan de algemene reserve. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Rucphen in zijn openbare vergadering van 10 juni 2026, de griffier,

de voorzitter,

J.J.H. Lahaije.

mr. M. van der Meer Mohr.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16933927/1