CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

07 RV RB besluit RES 1.0

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 7 april 2021, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Regionale Energie Strategie 2030 West-Brabant 1.03.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Raadsvergadering 21 april 2021

Agendanummer 00

Commissievergadering EROM 7 april 2021

Agendanummer 07

Regionale Energie Strategie 2030 West-Brabant 1.0 Voorstel: 1. De Regionale Energie Strategie 2030 West-Brabant 1.0 vast te stellen; 2. Kennis te nemen van het RES uitvoeringsprogramma. Samenvatting: In juni 2019 is het Nederlands Klimaatakkoord gesloten: de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs uit 2015. Eén van de afspraken is dat 30 energieregio's in Nederland onderzoeken waar en hoe het beste duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. Zestien gemeenten, waterschappen Brabantse Delta en Rivierenland, de provincie en Enexis hebben samen in de Regio West-Brabant aan de Regionale Energiestrategie 2030 West-Brabant 1.0 (RES 1.0) gewerkt. In juni 2020 heeft uw raad het concept RES 2030 van de regio West-Brabant vastgesteld. Het concept is verder uitgewerkt hetgeen heeft geleid tot de RES 1.0. In de RES 1.0 is uitgewerkt hoe we in de regio West-Brabant tot 2030 totaal 2,0 Tera Watt uur (TWh) aan duurzame energie met zonprojecten en windenergie willen opwekken. Ook is een uitvoeringsprogramma opgesteld, waarin uitgewerkt is welke projecten en activiteiten de gemeenten gaan uitvoeren om dit doel te halen. Motivering: Samenhang van documenten Naar aanleiding van het mondiale Klimaatakkoord van Parijs is het Landelijk Klimaatakkoord vastgesteld.

Hierin staat de verplichting dat elke regio een Regionale Energiestrategie moet vaststellen. In de RES 2030 West-Brabant zijn opgaves per gemeente vermeld. Ten behoeve van de realisatie van de opgave voor onze gemeente heeft uw raad de Visie Zonne- en Windenergie vastgesteld. Daarnaast zal uw raad een voorstel over de Transitievisie Warmte vóór 31 december 2021 ter vaststelling voorgelegd worden. In de bijlagen is een overzicht opgenomen waarin de samenhang van deze documenten schematisch is weergegeven. Alle 30 regio’s moeten een Regionale Energie Strategie opstellen De RES 1.0 geeft mede invulling aan afspraken die gemaakt zijn in het kader van het landelijke Klimaatakkoord. Het Klimaatakkoord is opgesteld door een groot aantal partijen en heeft als doel dat we in Nederland in 2030 49% minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990 en in 2050 95% minder CO2 ten opzicht van 1990. De RES 1.0 focust zich op de onderdelen ‘duurzame elektriciteitsopwek’ en ‘verduurzaming gebouwde omgeving’. In juni 2020 heeft uw raad ingestemd met de concept RES 2030 West-Brabant. Hierin was het bod van onze regio opgenomen. Dit bod is niet gewijzigd en bedraagt 2,0 TWh. Er is berekend dat het totaal aan opwekprojecten voor wind en zon nu op 2,4 TWh komt. Dit betekent dat er nu 0,4 TWh aan overprogrammering is.

Dit is wenselijk, omdat de kans aanwezig is dat niet alle geplande projecten zullen worden uitgevoerd.

2

Om uiteindelijk te kunnen komen tot de definitieve RES 1.0 is in de concept RES 2030 voor enkele onderwerpen een nadere uitwerking aangekondigd. Daarvoor zijn het afgelopen jaar diverse onderzoeken en acties uitgevoerd in het kader van onder andere een landschappelijke verdieping en een maatschappelijke kosten- en batenanalyse voor warmteoplossingen. Tevens is op basis van de concept RES 2030 voor alle inwoners binnen de regio een internetconsultatie uitgevoerd. De resultaten van al deze deelonderzoeken zijn eerder kenbaar gemaakt en gepubliceerd op www.energieregiowb.nl. De concept RES 2030 is ter beoordeling gezonden naar het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). PBL heeft een analyse gemaakt van de concept RESsen van alle 30 regio’s in Nederland. De definitieve resultaten van deze analyse worden, volgens de bij ons bekend zijnde laatste informatie, binnenkort openbaar. De concept-resultaten zijn informeel al besproken met het RESTeam en geven geen aanleiding om de hoofdlijnen en de strategie van de RES 1.0 te wijzigen. Wel is de RES 1.0 op diverse punten verduidelijkt en aangescherpt. Het PBL is van mening dat de voorstellen in de RES 1.0 realistisch en haalbaar zijn. De voorstellen in de RES 1.0 passen binnen de vigerende provinciale omgevingsvisie. De wijzigingen hebben betrekking op de volgende onderwerpen.

Energie - De totale ambitie is gewijzigd in 2,4 TWh in plaats van 2,3 TWh; - De inschatting voor zon op bedrijfspanden is 0,1 TWh voor gehele regio; - De toevoeging van de landschappelijke verdieping; - Het invoeren van een regionaal programmeringsoverleg i.v.m. netschaarste zodat deze zoveel mogelijk kan worden voorkomen; - Het vermelden van het uitgangspunt voor nieuwe zonneparken dat de zonneladder wordt gevolgd. Eerste trede is ‘zon op dak’. - Nieuwe zonneparken moeten passen binnen regionale RES-opgave. Warmte - Het uitvoeren van een verkenning m.b.t. de uitbreiding van het regionale warmtenet naar stedelijke en/of andere gebieden met een hoge warmtedichtheid en -vraag. - Voor gebieden met een lage dichtheid van de warmtevraag of gebieden met onvoldoende ruimte in de grond voor leidingen van warmtenetten wordt ingezet op individuele warmtesystemen (groen gas, all-electric). - Vanwege hoge maatschappelijke kosten bij lokale bronnen en netten worden eerst experimenten uitgevoerd voor het opdoen van ervaringen en het verkrijgen van betere inzichten. Op het vlak van warmtebronnen zijn enkele concretiseringen doorgevoerd. - De import van houtige biomassa werd in de Concept RES al gezien als transitieoplossing. Daarnaast is in het Duurzaamheidskader vastgelegd dat na 2027 geen subsidie meer wordt verleend voor het meestoken van biomassa in kolencentrales.

In de RES 1.0 is daarom, meer dan in de concept RES 2030, aandacht gevestigd op hoogwaardige benutting van biomassa. Samenhangend is een regionale ambitie opgenomen om 1 miljoen ton regionale biomassa te gebruiken voor grondstoffen en energie in 2030. - De resultaten van een extra onderzoek naar de beschikbaarheid van groen gas (10 % à 20% is beschikbaar voor woningen).

3

Innovatie De ambities voor innovatie zijn concreter gemaakt. - Tot 2030 wil de regio minimaal 10 experimenten op het gebied van warmte realiseren, inclusief experimenten met opslag en omzetting van energie. Uitvoering Er is een Uitvoeringsagenda toegevoegd (hoofdstuk 5), die de wijze van uitvoering van de RES 1.0 schetst. - De uitvoering van de RES 1.0 vindt primair plaats op lokaal niveau, onder regie en verantwoordelijkheid van individuele gemeenten. -

Samenwerking en afstemming tussen overheden op regionaal niveau blijft noodzakelijk in de uitvoering van RES 1.0 en voor de uitwerking van RES 2.0. De regionale samenwerking richt zich na de RES 1.0 op de bovengemeentelijke taken.

Daarnaast zijn er voor de uitvoering van de RES 1.0 drie publiek-private RES-deals opgezet. - In de RES-deal ‘Regionale warmte-infrastructuur’ gaan we in nauwe samenwerking tussen publieke en private stakeholders stapsgewijs werken aan de realisatie van concrete projecten voor uitbreiding van de regionale warmtestructuur. -

In de RES-deal ‘Energie Innovaties’ gaan we samen met bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen, overheden en financiers innovaties stimuleren door vraag en aanbod van experimentele oplossingen bij elkaar te brengen en ‘challenges’ te organiseren.

-

In de RES-deal ‘Lokaal eigenaarschap’ is een revolverend Ontwikkelfonds in oprichting voor steun aan lokale collectieve projecten. We ondersteunen samen met ZLTO en VNO-NCW de ontwikkeling van een collectieve gebiedsgerichte aanpak voor duurzame opwek bij agrarische bedrijven en bedrijventerreinen.

Bijdragen van het Rijk De bijdragen die we vanuit de RES 1.0 vragen van het Rijk zijn geactualiseerd. Sommige voorwaarden uit de concept RES zijn inmiddels gerealiseerd (zoals cable pooling, waarbij wind- en zonneparken die zo dicht bij elkaar liggen op één kabel worden aangesloten) en enkele nieuwe zijn toegevoegd, zoals het geven van duurzame economische impulsen op landelijk niveau, aandacht voor voldoende scholing van technici en het continueren van de financiering vanuit het Rijk voor het regionale RES-proces. Ook is extra inzet van TenneT en Enexis nodig om de teruglevercapaciteit voor opgewekte energie te vergroten. Uitvoeringskosten Er is een eerste inschatting gegeven van de uitvoeringskosten die de RES 1.0 met zich meebrengt, uitgesplitst naar verschillende actoren en verschillende maatregelen. In de RES 1.0 zijn de wijzigingen aangegeven met een rode tekstkleur. RES-Uitvoeringsprogramma Het onderzoeken en uitspreken van de potentiële inbreng duurzame energie is één. Maar samen met de gehele regio moet er ook voor gezorgd worden dat projecten gestimuleerd en gerealiseerd worden. Hiervoor is het RES-uitvoeringsprogramma opgesteld. Ook in de uitvoering is samenwerking noodzakelijk, om effectief gebruik te maken van kennis en kunde. Wij hebben ingestemd met het RES-uitvoeringsprogramma onder voorwaarde dat uw raad de RES 1.0 ongewijzigd vaststelt.

Het RES-uitvoeringsprogramma wordt u ter kennisname aangeboden.

4

Wat betekent de RES 1.0 voor onze gemeente? In de RES 1.0 is er voor onze gemeente de opgave om vóór 2030 30 GWh grootschalig energie op te wekken via zon-op-dak. In principe ligt er géén opgave voor grootschalige opwekking van zonne-energie via zon-op-land (zonneparken). Dit betekent dat er vooralsnog geen nieuwe initiatieven voor zonneparken kunnen worden opgenomen in het RES-uitvoeringsprogramma. Dit is niet mogelijk vanwege de beperkte capaciteit op het netwerk van Enexis en TenneT. Op basis van het uitvoeringsprogramma gaan Enexis en Tennet de netwerkcapaciteit uitbreiden. Enexis en TenneT werken vraaggericht. Zij mogen geen investeringen doen aan de netwerken op basis van de totale RES-opgaven. Er moet sprake zijn van concrete projecten waarbij het voor ca. 90% zeker is dat deze projecten worden gerealiseerd. Eenmaal per twee jaar wordt in het “Regionaal programmeringsoverleg” de voortgang van het uitvoeringsprogramma geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie kunnen wijzigingen in het uitvoeringsprogramma worden doorgevoerd. Tijdens dit overleg zullen wij het project van Elektoor bespreekbaar maken. Over dit onderwerp heeft met Elektoor al overleg plaatsgevonden. Burger-& overheidsparticipatie Participatie is een belangrijke voorwaarde voor het RES-proces en heeft in het proces een grote rol gespeeld.

Inwoners en bedrijven uit West Brabant zijn tijdens het gehele proces betrokken en bevraagd over afwegingen in de RES 2030. Er is een brede mix van participatie-activiteiten uitgevoerd die aansluiten bij het karakter van de RES 1.0. Enkele voorbeelden hiervan zijn: werkateliers, webinars en inwonersinternetconsultatie. Belangrijk is onder andere de internetconsultatie waarmee een breed publiek is bereikt. De opbrengsten van de participatie zijn verwoord in de RES 1.0. Door middel van een webinar zijn belangstellenden geïnformeerd over de inhoud van de RES 1.0. Ook konden tijdens deze webinar vragen worden gesteld. Gedurende een periode van één maand hebben belangstellende inwoners van onze gemeente kennis kunnen nemen van de RES 1.0 en zijn hiervan via de Rucphense Bode op de hoogte gebracht. Communicatie Vanuit de RES 1.0 zal een vorm van basiscommunicatie worden ingericht. Zo wordt een breed regionaal inwonerspanel ingericht, een toolbox voor energiecoöperaties gebouwd, een online bulletin in de lucht gebracht en de website www.energieregiowb.nl wordt verder gevuld en beheerd. Middelen: Voor de regionale samenwerking op het gebied van de RES 1.0 zijn in 2021 geen gemeentelijke financiële middelen nodig. Vervolg: Het RES-team in kennis stellen van het raadsbesluit. Voor de uitvoering van het RES 1.0 is het uitvoeringsprogramma 2021-2023 opgesteld.

De uitvoering van de RES 1.0 vindt primair plaats op lokaal niveau onder regie en verantwoordelijkheid van individuele gemeenten, in afstemming met de waterschappen, de netbeheerders en de provincie. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor onder meer het uitwerken van de RES 1.0 in het omgevingsbeleid, de vergunningverlening van wind- en zonneprojecten die in het RES-uitvoeringsprogramma staan (uiterlijk 1 januari 2025), de uitwerking van het streven

5

naar 50% lokaal eigenaarschap (sociale en financiële participatie) en het opstellen van een gemeentelijke Transitievisie Warmte in 2021 (TVW). Rucphen, 16 maart 2021

Burgemeester en wethouders van Rucphen,

de secretaris, drs. S. Michielse.

de burgemeester, mr. M. van der Meer Mohr.

Bijlage(n): a. Conceptbesluit; b. Overzicht van de belangrijkste veranderingen in de RES 2030 West-Brabant 1.0 ten opzichte van de concept RES; c. Beknopte samenvatting van het Uitvoeringsprogramma. d. Schema Samenhang Klimaatakkoord, RES, Transitievisie Warmte en Visie Zonne- en Windenergie. Ter inzage voor raadsleden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

RES West-Brabant 1.0 Uitvoeringsprogramma RES West-Brabant Achtergrondrapport RES 1.0 West-Brabant Rapport MKBA warmtetransitie West-Brabant en Hart van Brabant Rapport landschappelijke verdieping RES West-Brabant Rapportage internetconsultatie RES West-Brabant Rapportage verdieping internetconsultatie RES West-Brabant

RAADSBESLUIT Regionale Energie Strategie 2030 West-Brabant 1.0 21 april 2021

De raad van de gemeente Rucphen, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 maart 2021, overwegende, dat in het kader van het Klimaatakkoord alle 30 regio’s in Nederland een Regionale Energie Strategie moeten vaststellen; dat ook de regio West-Brabant een Regionale Energie Strategie 2030 1.0 (RES 1.0) heeft opgesteld; dat de raad in haar vergadering van juni 2020 het concept van de Regionale Energie Strategie 2030 West-Brabant heeft vastgesteld; dat de hoofdlijnen en de strategie van de RES 1.0 ongewijzigd zijn ten opzichte van het concept; dat het Planbureau voor de Leefomgeving de opgenomen RES-voorstellen en opgaves realistisch en haalbaar acht; dat naast de RES 1.0 ook een uitvoeringsprogramma is opgesteld, waarin de opgaves voor iedere gemeente van de regio zijn opgenomen; dat iedere gemeente in de regio West-Brabant zijn verantwoordelijkheid heeft voor het uitvoeren van haar eigen opgave(s) zodat het regiobod van 2,0 Tera Watt uur (TWh) gezamenlijk kan worden gerealiseerd; dat vanwege capaciteitschaarste op de elektriciteitsnetwerken van Enexis en TenneT het noodzakelijk is dat gemeenten zich in principe strikt houden aan het RESuitvoeringsprogramma; dat de opgave voor 2030 voor onze gemeente betreft het grootschalig opwekken van 30 Giga Watt uur (GWh) zonne-energie via zon-op-dak; dat burgemeester en wethouders het RES-uitvoeringsprogramma hebben

vastgesteld onder voorwaarde dat de raad de RES 1.0 ongewijzigd vaststellen; dat in het kader van het participatieproces inwoners en stakeholders gedurende het gehele proces hun inbreng hebben kunnen geven en dat deze inbreng grotendeels is verwerkt in de RES 1.0; dat eenmaal per twee jaar de RES 1.0 wordt geëvalueerd en -indien nodig- geactualiseerd;

gelet op het landelijk Klimaatakkoord, gehoord de commissie Economie, Ruimtelijke Ordening en Milieu op 7 april 2021,

8

besluit: 1. De Regionale Energie Strategie 2030 West-Brabant 1.0 vast te stellen; 2. Kennis te nemen van het RES uitvoeringsprogramma. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Rucphen in zijn openbare vergadering van 21 april 2021, de griffier,

de voorzitter,

Th.P.P. Broek

mr. M. van der Meer Mohr.

9

Bijlage b.

Overzicht van de belangrijkste veranderingen in de RES 2030 West-Brabant 1.0 ten opzichte van de concept RES Elektriciteit De hoofdlijnen voor elektriciteit blijven in stand. Er zijn enkele concretiseringen en aanpassingen. 1. Het totaal aan opwekprojecten voor wind en zon komt nu op 2,4 TWh (dit was 2,3 TWh). Het bod blijft 2,0 TWh. Dit betekent dat er nu 0,4 TWh aan overprogrammering is. De belangrijkste wijzigingen in projecten staan in bijlage 2 van de RES 1.0. 2. In de RES 1.0 is nu een inschatting opgenomen van zon op nieuwe bedrijfsdaken: 0,1 TWh (p. 11). Dit is een gevolg van de afspraak uit de Concept RES dat op alle nieuwe bedrijventerreinen zonnedaken worden gerealiseerd. De 0,1 TWh is niet vertaald naar een opgave per gemeente, maar is een regionale inschatting. 3. In de Concept RES is afgesproken een landschappelijke verdieping uit te voeren. Deze is inmiddels uitgevoerd (bijlage 3). In de RES 1.0 is opgenomen dat gemeenten de inzichten en principes uit deze landschappelijke verdieping gebruiken als gemeenschappelijke basis voor nieuw en te actualiseren zonbeleid. Het bestaande zonbeleid hoeft hierop niet te worden aangepast. 4. Er komt een regionaal programmeringsoverleg om in de uitvoering tot kosteneffectieve oplossingen te komen en om de planning van projecten af te stemmen om netschaarste zoveel mogelijk te voorkomen (p. 35). 5.

Er zijn uitgangspunten opgenomen voor nieuwe zonneparken na vaststelling van de RES 1.0 (p. 13). De strekking is: we volgen de zonneladder, nieuwe zonneparken moeten passen binnen de regionale opgave voor zon op veld (0,3 TWh) en we ontzien waardevolle landschappen, landbouw- en natuurgebieden. Voordat een gemeente een zonnepark toestaat dat niet binnen de RES-opgave van die gemeente is vermeld en niet in het uitvoeringsprogramma is opgenomen, worden in de regionale programmeringsoverleg, mede aan de hand van een toets van Enexis van het effect op de regionale netcapaciteit, hierover afspraken gemaakt,. Warmte Mede aan de hand van de uitkomsten van de Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse (MKBA) die in de Concept RES was aangekondigd, is er een strategie voor warmte uitgewerkt, (p. 19). 1. We verkennen de uitbreiding van het regionale warmtenet naar stedelijke en/of andere gebieden met een hoge warmtedichtheid en -vraag, vanwege de relatief beperkte maatschappelijke kosten van deze optie. Dit wordt uitgewerkt in een regionale RES-Deal Warmte (p. 34). 2. We zetten in op individuele warmtesystemen in gebieden met een lage dichtheid van de warmtevraag en gebieden met onvoldoende ruimte in de grond voor leidingen van warmtenetten (groen gas, all-electric) (p. 19). 3. Lokale bronnen en netten leiden tot relatief hogere maatschappelijke kosten.

We gaan daarom eerst experimenten uitvoeren en kennisnemen van lokale en landelijke ervaringen, om beter zicht te krijgen op de juiste voorwaarden voor de inzet van deze bronnen (p. 27). 4. De regionale ambitie voor 15% warmtebesparing in 2030 in de gebouwde omgeving gehandhaafd (p. 21).

10

Op het vlak van warmtebronnen zijn enkele concretiseringen doorgevoerd. 5. De import van houtige biomassa werd in de Concept RES al gezien als transitieoplossing. Daarnaast is in het Duurzaamheidskader vastgelegd dat na 2027 geen subsidie meer wordt verleend voor meestook van biomassa in kolencentrales. Dit is bij paragraaf 4.4 verwerkt in de RES 1.0 met de conclusie dat dat ook voor biomassaverbranding in de Amercentrale geen subsidie meer verleend zal worden en dat er dus alternatieve, hernieuwbare warmtebronnen nodig zijn. In de RES 1.0 is daarom, meer dan in de Concept RES, aandacht gevestigd op hoogwaardige benutting van biomassa (p. 23). Samenhangend is een regionale ambitie opgenomen om 1 miljoen ton regionale biomassa te gebruiken voor grondstoffen en energie in 2030 (p. 30). 6. Er is extra onderzoek gedaan naar de beschikbaarheid van groen gas. Een warmte-scenario dat gebruik maakt van groen gas heeft een relatief gunstige maatschappelijke kosten-batenverhouding. Groen gas is naar verwachting echter maar beschikbaar voor 10 - 20% van de woningen. Dit is afhankelijk van de mate van isolatie, het gebruik van hybride ketels en van zonthermie (p. 23). Innovatie De ambities voor innovatie zijn concreter gemaakt. 1. We willen tot 2030 minimaal 10 experimenten op het gebied van warmte realiseren, inclusief experimenten met opslag en conversie van energie.

De experimenten moeten samen een reductie van het gebruik van aardgas opleveren ter grootte van het gebruik van meer dan 10.000 huishoudens (p. 30). 2. De ambitie voor 0,2 TWh elektriciteitsopwekking met innovatieve technieken blijft bestaan (p. 16). Uitvoering Er is een Uitvoeringsagenda toegevoegd (hoofdstuk 5), die de wijze van uitvoering van de RES 1.0 schetst. 1. De uitvoering van de RES 1.0 vindt primair plaats op lokaal niveau onder regie en verantwoordelijkheid van individuele gemeenten. 2. Samenwerking en afstemming tussen overheden op regionaal niveau blijft noodzakelijk in de uitvoering van RES 1.0 en voor de uitwerking van RES 2.0. De regionale samenwerking richt zich na de RES 1.0 op de bovengemeentelijke taken, zoals het monitoren, afstemmen en programmeren van wind-, zon- en net-projecten, het sturen op regionale warmteinfrastructuur en bronnen, het afstemmen met andere regio’s en belangenbehartiging. Daarnaast zijn er voor de uitvoering van de RES 1.0 drie publiek-private RES-deals opgezet. 1. In de RES-deal Regionale warmte-infrastructuur gaan we in nauwe samenwerking tussen publieke en private stakeholders stapsgewijs werken aan de realisatie van concrete projecten voor uitbreiding van de regionale warmtestructuur. 2.

In de RES-deal ‘Energie Innovaties’ gaan we samen met bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen, overheden en financiers innovaties stimuleren door vraag en aanbod van experimentele oplossingen bij elkaar te brengen en ‘challenges’ te organiseren. 3. In de RES-deal ‘Lokaal eigenaarschap’ is een revolverend Ontwikkelfonds in oprichting voor steun aan lokale collectieve projecten. En ondersteunen we samen met ZLTO en VNO-NCW de ontwikkeling van een collectieve gebiedsgerichte aanpak voor duurzame opwek bij agrarische bedrijven en bedrijventerreinen.

11

Bijdragen van het Rijk De bijdragen die we vanuit de RES 1.0 vragen van het Rijk zijn geactualiseerd. Sommige voorwaarden uit de Concept RES zijn inmiddels gerealiseerd (zoals cable pooling) en enkele nieuwe zijn toegevoegd, zoals het geven van duurzame economische impulsen op landelijk niveau, aandacht voor voldoende scholing van technici en het continueren van de financiering vanuit het Rijk voor het regionale RES-proces. Ook is extra inzet van TenneT en Enexis nodig om de teruglevercapaciteit voor opgewekte energie te vergroten. Uitvoeringskosten Er is een eerste inschatting gegeven van de uitvoeringskosten die de RES 1.0 met zich meebrengt, uitgesplitst naar verschillende actoren en verschillende maatregelen (p. 37).

12

Bijlage c. Beknopte samenvatting van het Uitvoeringsprogramma In het uitvoeringsprogramma staan afspraken over projecten en activiteiten om - samen met stakeholders en inwoners van West-Brabant - de opgaven in RES 1.0 te realiseren. Het uitvoeringsprogramma heeft vooralsnog een looptijd tot 2023, net als de RES 1.0. Zo nodig zullen onderdelen van het programma worden geactualiseerd. De uitvoering van de RES 1.0 vindt primair plaats op lokaal niveau onder regie en verantwoordelijkheid van individuele gemeenten, in afstemming met het waterschap, de netbeheerder en de provincie. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor onder meer het uitwerken van de RES 1.0 in het omgevingsbeleid, de vergunningverlening van wind- en zonprojecten (uiterlijk 1 januari 2025), de uitwerking van het streven naar 50% lokaal eigenaarschap (sociale en financiële participatie) en het opstellen van een gemeentelijke Transitievisie Warmte in 2021 (TVW). In publiek-private RES-deals zijn plannen gemaakt met onder andere bedrijven, overheden en enkele maatschappelijke organisaties over een gezamenlijke aanpak. a. In de RES-deal ‘Regionale warmte-infrastructuur’ gaan we in nauwe samenwerking tussen publieke en private stakeholders stapsgewijs werken aan de realisatie van concrete projecten voor uitbreiding van de regionale warmtestructuur.

Te beginnen met het voorbereiden van een besluit – uiterlijk 2023 – over de beste manier van uitbreiden van regionale warmtenetten, samen met de regio Hart van Brabant. b. In de RES-deal ‘Energie Innovaties’ gaan we samen met bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen, overheden en financiers innovaties stimuleren door vraag en aanbod van experimentele oplossingen bij elkaar te brengen en ‘challenges’ te organiseren. c. In de RES-deal ‘Lokaal eigenaarschap’ is een revolverend Ontwikkelfonds in oprichting voor steun aan lokale collectieve projecten. En ondersteunen we samen met ZLTO en VNO-NCW de ontwikkeling van een collectieve gebiedsgerichte aanpak voor duurzame opwek bij agrarische bedrijven en bedrijventerreinen. Samenwerking en afstemming tussen overheden op regionaal niveau blijft noodzakelijk in de uitvoering van RES 1.0 en voor het werk aan RES 2.0.

De regionale samenwerking richt zich na RES 1.0 vooral op: • Monitoren, afstemmen en programmeren van wind-, zon- en net-projecten; • Sturen van de uitbreiding regionale warmte-infrastructuur en – bronnen; • Aansturen en coördineren van de 3 publiek-private RES-deals; • Ontwikkelen en delen van kennis en ervaring; • Actualiseren naar RES 2.0, inclusief onderzoeken en uitwerkingen; • Monitoren van de implementatie en uitvoering van de afspraken uit de RES 1.0; • Samenwerken met naastgelegen regio’s: afstemmen van projecten en capaciteit op het net; • Behartigen van belangen naar NP RES / Rijk / EU. Voor de uitvoering van de regionale taken wordt de huidige wijze van regionale samenwerking (verantwoordelijkheden, sturing, organisatie en besluitvorming) voortgezet. De financiering van werkzaamheden in 2021 vindt plaats uit het bestaande regionale budget. Voor de periode vanaf 2022 zullen nieuwe financiële afspraken over de bijdrage van gemeenten, provincie en Rijk nodig zijn.

13

Bijlage d.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9921343/1