06e Programmaverantwoording 2024 (gewaarmerkt)
Tekst van het document
70
Overzicht overhead Overhead is niet direct toe te rekenen aan een specifiek taakveld en moet daarom centraal worden begroot en verantwoord. Om vast te stellen wat onder de kosten van overhead valt, is door de commissie BBV de volgende definitie opgesteld: “het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze functies ondersteunen”. In onderstaande tabel zijn de verschillende componenten van de overhead in rubrieken onderverdeeld. Rubriek
Begroot
Salariskosten
Werkelijk
Verschil
6.544.271
6.033.949
510.322
Overige personeelskosten
540.069
528.549
11.520
Kapitaallasten
384.716
384.716
-
Juridisch en bestuurlijk advies Informatievoorziening en automatisering Facilitaire zaken en huisvesting Totale overhead Toerekening aan investeringen en grondexploitaties Netto saldo overhead
588.497
428.191
160.306
1.423.571
1.284.041
139.530
574.961
577.868
-2.907
10.056.085
9.237.314
818.771
328.277
337.727
-9.450
9.727.808
8.899.587
828.221
Verschillenverklaring De belangrijkste oorzaak van de daling van de netto overhead zijn de lagere salariskosten, lagere kosten voor juridisch en bestuurlijk advies, en lagere kosten voor informatievoorziening en automatisering. De lagere kosten voor juridisch en bestuurlijk advies worden met name veroorzaakt door lagere lasten voor de implementatie van de Woo, auditfuncties en actualisatie participatieverordening. Binnen informatievoorziening en automatisering zijn de kosten voor onderhoud van programmatuur lager uitgevallen, doordat enkele projecten zijn doorgeschoven naar 2025.
71
Vennootschapsbelasting We zijn voor een aantal activiteiten belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb). Het gaat hier om het grondbedrijf en de opbrengsten uit afval- en reclameactiviteiten. Tegen de definitieve Vpb-aanslagen over de jaren 2019 tot en met 2023 is bezwaar aangetekend. Vanaf het jaar 2019 heeft de gemeente een reclameconcessie verstrekt aan een exploitant voor buitenreclame. Rond de fiscale behandeling van reclameconcessies spelen momenteel landelijke ontwikkelingen. Een aantal gemeenten betwist of dergelijke concessies kwalificeren als een ondernemingsactiviteit waarover Vpb verschuldigd is. Twee zaken hierover liggen momenteel bij de Hoge Raad, die duidelijkheid zal moeten geven over de toepassing van het ondernemingsbegrip en de toepassing van de overheidstaakvrijstelling. In 2024 is de definitieve aanslag over het jaar 2022 ontvangen met een negatief belastbaar bedrag en leidde daardoor tot een nihilaanslag. De eerder opgelegde voorlopige aanslag bedroeg € 12.647,00 en is in 2024 terugontvangen. Verder is in 2024 de voorlopige aanslag over 2023 opgelegd. Deze betrof een belastbare winst van € 1.576.019,00. Na verrekening met verlies uit eerdere jaren is het belastbaar bedrag vastgesteld op € 288.009,00 resulterend in een te betalen Vpb-bedrag van € 46.721,00. Over het jaar 2024 is een rapportage opgesteld inzake de fiscale positie.
Hieruit blijkt een belastbare winst van € 232.905,00. Deze winst kan volledig worden verrekend met verliezen uit voorgaande jaren. De voorlopige aanslag over 2024 bedroeg € 16.063,00.
72
De Paragrafen Wij hebben, conform BBV, zeven programma overstijgende paragrafen in de begroting opgenomen. De indeling van de jaarstukken is gelijk aan die van de begroting en kent daarom in ieder geval diezelfde paragrafen. In de paragrafen staat informatie voor raadsleden waarmee zij inzicht krijgen in de financiële positie van onze gemeente, de beheersmatige aspecten en de risico’s.
Lokale heffingen Geraamde inkomsten Lokale heffingen zijn de opbrengsten uit rechten (retributies) en de eigen belastingen. In onderstaand overzicht zijn de inkomsten per belastingsoort opgenomen.
Begroting
Begroting na wijziging
Rekening
Algemene dekkingsmiddelen
4.219.439
4.269.391
4.276.411
Onroerendezaakbelastingen
4.084.436
4.161.214
4.153.149
Forensenbelasting
19.145
16.382
18.249
Toeristenbelasting
115.858
91.795
105.013
Leges
1.130.604
1.150.157
1.107.939
Hoofdstuk 1
271.848
286.148
303.401
Hoofdstuk 1 (rijksleges)
210.100
215.751
210.280
Hoofdstuk 2
623.156
626.656
551.558
Hoofdstuk 3
7.400
8.043
11.197
Overig
18.100
13.559
31.502
Overige heffingen (retributies)
5.730.886
5.777.486
5.791.850
Rioolheffing
2.656.694
2.768.127
2.735.623
Afvalstoffenheffing
3.040.408
2.975.152
3.021.170
Lijkbezorgingsrechten
26.534
26.534
27.555
Marktgelden
7.250
7.673
7.503
11.080.929
11.197.034
11.176.200
TOTAAL
Verschillenverklaring Onroerendezaakbelastingen (OZB) van woning eigenaren Al eerder, in de 2e bestuursrapportage 2024, is deze inkomstenraming met € 33.796,00 verhoogd. Bij OZB woningen houden we ieder jaar rekening met een verwachte meeropbrengst als gevolg van areaaluitbreiding. Hier is een vast bedrag van € 30.000,00 voor geraamd. Per saldo een voordeel van € 3.796,00. De definitieve waardeontwikkeling voor woningen is met gemiddeld 4,64% gestegen. Bij de tariefstelling voor 2024 is rekening gehouden met gemiddeld 4,63%. Dit (minimale) verschil heeft een positief effect op de opbrengst, daar het tarief “te hoog” is vastgesteld. De werkelijke OZB opbrengsten voor woning eigenaren zijn € 7.356,00 lager dan de begroting na wijziging. De debiteurenpositie is verbeterd t.o.v. ultimo 2023. Daarom onttrekken we een bedrag van € 470,00 uit de voorziening dubieuze debiteuren. Deze mutatie heeft een positief effect op de werkelijke inkomsten. Ook verklaarden we een bedrag van € 4.714,00 als oninbaar, wat een negatief effect heeft op de inkomsten. Onroerendezaakbelastingen (OZB) van niet-woningen De definitieve waardeontwikkeling voor niet-woningen is met gemiddeld 4,73% gestegen waar bij de tariefstelling voor 2024 rekening is gehouden met gemiddeld 2,18%. Voor niet woningen is er een “te hoog” tarief vastgesteld. De waardeontwikkeling is niet de enige verklaring.
De opbrengst voor niet-woningen wordt ook beïnvloed door areaaluitbreiding en (het opheffen van) leegstand. In de 2e bestuursrapportage 2024 is een bedrag van € 72.982,00 toegevoegd aan de inkomstenraming. De opbrengsten voor niet-woningen zijn gezamenlijk € 708,00 lager dan de begroting na wijziging. Bij jaareinde heeft een onttrekking van € 1.034,00 plaatsgevonden uit de voorziening dubieuze debiteuren. Deze mutatie heeft een positief effect op de inkomsten. Ook verklaarden we een bedrag van € 3.992,00 als oninbaar, wat een negatief effect heeft op de inkomsten.
73
Forensenbelasting De werkelijke opbrengsten forensenbelasting zijn € 1.866,00 hoger dan de geraamde opbrengsten. In de 2e bestuursrapportage 2024 was rekening gehouden met een lagere opbrengst van € 2.763,00. Per saldo is het verschil minimaal. Toeristenbelasting Eerder, in de 2e bestuursrapportage 2024, rapporteerden we een lagere opbrengst van € 24.063,00. De werkelijke opbrengsten toeristenbelasting zijn € 13.218,00 hoger dan begroting na wijziging. Er is alsnog meer (voorlopige) toeristenbelasting opgelegd dan bij de halfjaarsverantwoording was geprognosticeerd. Leges De werkelijke opbrengsten leges ‘Algemene dienstverlening’ zijn € 31.553,00 hoger dan begroot, waarvan € 14.300,00 tussentijds is bijgesteld. Er is een toename in het aantal verkochte reisdocumenten en rijbewijzen. Omdat reisdocumenten bestaan uit een rijksdeel en een gemeentedeel zijn er ook meer rijksleges ontvangen. Dit heeft geen effect op het rekeningresultaat, omdat deze ontvangsten in zijn geheel worden afgedragen aan het Rijk. De werkelijke opbrengsten leges ‘Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet’ zijn € 71.598,00 lager dan begroot. Er zijn zowel minder leges ontvangen op ‘ruimtelijke ordening’ als op wonen en bouwen. In de leges Europese dienstenrichtlijn is er slechts sprake van een minimaal verschil met de begroting (€ 3.154,00).
Rioolheffing In de 2e bestuursrapportage 2024 is de raming verhoogd met € 95.654,00. In werkelijkheid is € 78.929,00 aan meeropbrengst gerealiseerd. De meeropbrengst is een gevolg van areaaluitbreiding bij woningen en sterkere waardeontwikkeling van niet-woningen. Het resterende verschil verklaren we door een onttrekking uit de voorziening dubieuze debiteuren van € 1.586,00 als gevolg van een verbeterde debiteurenpositie. Tot slot is een bedrag van € 1.421,00 oninbaar verklaard. Afvalstoffenheffing In de 2e bestuursrapportage 2024 is de raming verhoogd met € 6.753,00. De werkelijke opbrengsten afvalstoffenheffing zijn € 46.018,00 hoger dan de begroting na wijziging. Een deel zit in het vastrecht. Er is op dit onderdeel € 17.000,00 meer ontvangen; mede door areaaluitbreiding. Het restant wordt verklaard door het variabele deel van de afvalstoffenheffing. Er hebben meer ledigingen plaatsgevonden dan waar we in de begroting rekening mee hielden. Meer ledigingen betekent minder inkomsten, maar als hier meer tonnages tegenover staan, ook meer kosten. De volledige kostendekking afvalstoffenheffing volgt verderop in deze paragraaf. De debiteurenpositie is verbeterd t.o.v. ultimo 2023. Daarom onttrekken we een bedrag van € 470,00 uit de voorziening dubieuze debiteuren. Deze mutatie heeft een positief effect op de werkelijke inkomsten.
Ook verklaarden we een bedrag van € 14.211,00 als oninbaar. Lijkbezorgingsrechten In 2024 is de werkelijke opbrengst lijkbezorgingsrechten € 1.020,00 meer dan begroot. De opbrengst bestaat voor het grootste gedeelte uit verlengingen van bestaande grafrechten. Dit geldt zowel voor de begraafplaats aan de Kaaistraat in St. Willebrord als aan de Kerstraat in Rucphen. Marktgelden De werkelijke opbrengsten marktgelden zijn € 170,00 minder dan begroot, wat is bijgesteld in de 2e bestuursrapportage 2024. Het verschil verklaren we door een lagere bezetting van de markt. Beleids- en begrotingsuitgangspunten De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor de heffing van gemeentelijke belastingen, rechten en leges worden ieder jaar in de paragraaf lokale heffingen van de begroting beschreven. Deze uitgangspunten volgen het Hoofdlijnenakkoord 2022 - 2026 voor deze raadsperiode. De meest belangrijke uitgangspunten kunnen als volgt worden samengevat:
74
• •
bezuinigen gaat voor lastenverzwaring; de opbrengst van de onroerendezaakbelastingen (OZB) wordt jaarlijks maximaal 2% verhoogd.
Het vaststellen van belastingverordeningen en tarieven is een autonome bevoegdheid van de gemeenteraad. In de raadsvergadering van het 13 december 2023 heeft uw raad, voorafgaand aan het nieuwe belastingjaar, de verordeningen voor 2024 vastgesteld. Onroerendezaakbelastingen (OZB) Op basis van artikel 220 van de Gemeentewet mogen we belastingen op onroerende zaken heffen. Dit doen we om een deel van onze gemeentelijke taken te bekostigen. De onroerendezaakbelastingen vormen de grootste ‘eigen’ inkomstenbron van onze gemeente. Drie groepen krijgen een aanslag OZB: • • •
eigenaren van woningen; eigenaren van niet-woningen; gebruikers van niet-woningen.
De eigenaar/gebruiker op 1 januari van enig jaar is belastingplichtig voor dat hele jaar. De heffingsgrondslag is de (WOZ)waarde van de onroerende zaak, die met een WOZ-beschikking is vastgesteld. Voor het belastingjaar 2024 gold de waardepeildatum 1 januari 2023. Bij de vaststelling van de OZB-opbrengst is, conform het coalitieakkoord, vastgehouden aan de afgesproken maximale stijging van 2%. Daarnaast is rekening gehouden met extra opbrengst als gevolg van areaaluitbreiding. De vastgestelde OZB-opbrengst in combinatie met de totale WOZ-waarde bepaalt het definitieve tarief. Hierbij gaan we uit van de totale WOZ-waarde van alle woningen en niet-woningen. Deze waarde is berekend exclusief areaaluitbreiding. Wel houden we rekening met de verwachte waardeontwikkeling. Forensenbelasting We heffen forensenbelasting om mensen die relatief veel in onze gemeente verblijven, maar geen ingezetene zijn van onze gemeente, mee te laten betalen aan voorzieningen in onze gemeente. Het doel is niet om kosten voor deze voorzieningen één op één te verhalen, maar juist om een bijdrage te vragen aan het algemene voorzieningenniveau. De heffingsgrondslag is de WOZ-waarde van de woning waarin het verblijf plaatsvindt. Conform de uitgangspunten verhoogden we de opbrengst forensenbelasting met hetzelfde percentage als de OZB (2%).
Toeristenbelasting Toeristenbelasting is verschuldigd over zakelijke of privé overnachtingen van mensen buiten de gemeente die hiervoor een vergoeding betalen. Degene die overnacht, betaalt de belasting vrijwel altijd aan de ondernemer die de overnachting verzorgt. Deze ondernemer draagt de belasting daarna af aan de gemeente. Deze belasting kent zowel een tarief voor volwassenen als voor jeugdige personen tot en met de leeftijd van 18 jaar. Bij de wijziging van de tarieven van de toeristenbelasting is rekening gehouden met het amendement dat in december 2014 door uw raad is aangenomen. De tarieven worden pas verhoogd als de meerjarige indexering gekoppeld aan de OZB-opbrengstverhoging (2%) leidt tot een verhoging van de tarieven met een tot op € 0,05 nauwkeurig af te ronden tarief. In 2024 was het tarief voor volwassenen € 1,10 en het tarief voor personen jonger dan 18 jaar € 0,80. Kostendekking van de tarieven In dit onderdeel beschrijven we de heffingen en rechten die hoogstens kostendekkend mogen zijn. We maken inzichtelijk hoe we bij de berekening van de tarieven borgen dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn en hoe deze uitgangspunten zijn gebruikt bij de tariefstelling. Rioolheffing De rioolheffing hangt samen met de wettelijke zorgplicht voor drie beleidsvelden op het gebied van water.
Doel van de rioolheffing is om geld vrij te maken voor onder meer de afvoer van afvalwater, de afvoer van regenwater (ook wel hemelwater genoemd) en het beheer van het grondwaterpeil. De inkomsten uit rioolheffing zijn alleen beschikbaar voor uitgaven gerelateerd aan de beschreven zorgtaken. Het heffen van rioolheffing om andere gemeentetaken te financieren is niet toegestaan. De tariefontwikkeling van de rioolheffing is afhankelijk van de kostenonderbouwing zoals opgenomen in de financiële paragraaf van het gemeentelijk rioleringsplan. Op 15 juni 2022 heeft uw raad het Gemeentelijk
75
Rioleringsprogramma 2023 – 2026 vastgesteld. Een volledig 100%-kostendekkende tariefberekening is het uitgangspunt. Voor woningen is een vast bedrag aan rioolheffing verschuldigd. In 2024 is dit bedrag bepaald op € 227,16. Voor niet-woningen is de WOZ-waarde van het object de heffingsgrondslag. De heffingsmaatstaf is 0,1368% van de totale WOZ-waarde met een maximale heffing voor niet-woningen van € 2.500,00. De eigenaar op 1 januari van het belastingjaar is belastingplichtig voor het gehele jaar. Berekening van de kostendekkendheid rioolheffing Begroting Lasten taakveld(en), incl. (omslag)rente
Begroting na wijziging
Rekening
1.782.843
1.815.480
1.511.299
Overhead incl. (omslag)rente
354.497
354.497
354.497
BTW
325.895
325.895
485.115
Overig TOTAAL LASTEN
282.026
282.026
407.283
2.745.261
2.777.898
2.758.194
15.222
72
22.571
Baten taakveld(en), excl. heffingen Opbrengst heffingen TOTAAL BATEN
2.656.694
2.768.127
2.735.623
2.671.916
2.768.199
2.758.194
97,3%
99,7%
100,0%
Dekkingspercentage
Afvalstoffenheffing Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor de inzameling van het afval van huishoudens. Met de afvalstoffenheffing kan de inzameling van het huishoudelijk afval worden bekostigd. De inkomsten uit de afvalstoffenheffing mogen niet meer dan kostendekkend zijn. Alle particuliere huishoudens waar de gemeente de inzamelplicht nakomt, moeten afvalstoffenheffing betalen. De heffing stellen we vast per perceel. Sinds de invoering van het DIFTAR-systeem bestaat de heffing uit een vast bedrag per perceel (woning) en een drietal variabele tarieven voor het per keer aanbieden van de verschillende afvalcontainers (restafval-, GFT-afval- en ondergrondse verzamelcontainer). Voor de huis-aanhuis inzameling van papier en plastic is géén bedrag verschuldigd. Het uitgangspunt bij de afvalstoffenheffing is een volledig 100%-kostendekkende tariefberekening. Alle kosten van de activiteiten die in enige mate (geheel/gedeeltelijk) kunnen worden toegerekend aan de in de Wet Milieubeheer opgenomen gemeentelijke zorgplicht voor het verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen, inclusief de kosten van de gemeentelijke milieustraat, zijn in de kostenonderbouwing meegenomen. Daarbij maken we onderscheid tussen vaste en variabele kosten, om zo het vaste tarief per perceel en de verschillende containertarieven te berekenen. Het vast tarief voor 2024 is € 175,00.
De variabele tarieven voor restafval, GFT-afval- en ondergrondse verzamelcontainer zijn respectievelijk € 11,30, € 3,90 en € 2,30 per lediging. Berekening van de kostendekkendheid afvalstoffenheffing Begroot Lasten taakveld(en), incl. (omslag)rente
Begroot na wijziging
Rekening
2.638.772
2.667.636
2.346.901
Overhead incl. (omslag)rente
100.537
100.537
100.537
BTW
470.112
470.112
477.638
Overig
267.486
319.619
320.127
3.476.907
3.557.904
3.245.203
435.395
435.395
269.426
3.040.408
2.975.152
3.021.170
3.475.803
3.410.547
3.290.596
100,0%
95,3%
101,5%
TOTAAL LASTEN Baten taakveld(en), excl. heffingen Opbrengst heffingen TOTAAL BATEN Dekkingspercentage
Egalisatievoorziening afvalstoffenheffing In het 2024 was beoogd de egalisatievoorziening afvalstoffenheffing in te zetten voor een bedrag van € 170.000,00 om de heffing kostendekkend te maken en het tarief voor 2024 te kunnen drukken. Dit blijkt in
76
werkelijkheid niet nodig te zijn. Het resultaat over 2024 is € 45.393,00, wat betekent dat de voorziening niet aangewend hoeft te worden. Bij de resultaatbestemming wordt dit bedrag gestort in de voorziening. De belangrijkste oorzaken voor dit resultaat zijn hogere baten voor inzameling PMD, glas, metaal, papier en ewaste van afgerond € 79.000,00 en lagere lasten voor exploitatie, transport en verwerking bij het Grondstoffencentrum van afgerond € 73.000,00. De lasten voor inzameling en verwerking van afval op de andere stromen zijn nagenoeg gelijk aan de raming. Leges We heffen leges voor het in behandeling nemen van verschillende aanvragen voor gemeentelijke dienstverlening of voor het verkrijgen van diverse producten. Denk hierbij aan inwoners die betalen voor een paspoort, een rijbewijs of een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie, maar ook aan projectontwikkelaars die een aanvraag indienen voor een omgevingsvergunning. De opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen. Met andere woorden: een gemeente kan geen winst maken op de diensten die zij levert. De tarieven voor leges zijn daarom kostendekkend berekend. Daarnaast zijn er bepaalde producten waarvoor maximumtarieven gelden. Deze zijn landelijk vastgesteld.
We berekenen alle tarieven op basis van de ‘activity-based-costing-methode’, waarbij we een inschatting maken van de werkelijke kosten van een dienst/product. Hierbij houden we rekening met de geraamde tijdsbesteding, directe kosten en een doorbelasting van overhead. De legestabel is onderverdeeld in drie hoofdstukken voor specifieke dienstverlening. In onderstaande tabellen is de kostendekking inzichtelijk gemaakt. Kostendekkendheid Leges kosten
opbrengsten
dekking
Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening
609.622
513.681
84,3%
899.203
551.558
61,3%
18.934
11.197
59,1%
1.527.759
1.076.436
Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn
Bovenstaande tabellen bevatten alleen de producten die zijn opgenomen in onze legesverordening. Leges met betrekking tot eigen verklaringen, naturalisatie en anterieure overeenkomsten ontbreken in dit overzicht. Voor eigen verklaringen en naturalisatie gelden vaste landelijke tarieven en voor anterieure overeenkomsten worden separate overeenkomsten gesloten. De inkomsten uit bovenstaande tabellen sluiten om die reden niet aan bij de leges inkomsten zoals vermeld in paragraaf 5.1. Marktgeld en lijkbezorgingsrechten Marktgeld en lijkbezorgingsrechten vallen, net als leges, onder retributies (rechten). Retributies worden geheven als de gemeente een dienst verleent of een van haar bezittingen ter beschikking stelt. In dit geval gaat het om respectievelijk het gebruik van een marktstandplaats en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats. Ook bij deze rechten geldt dat ze maximaal kostendekkend mogen zijn, maar hier kiezen we bewust voor gedeeltelijke kostendekking. Een verhoging naar volledig kostendekkende tarieven leidt tot ongewenst hoge (schrik-)tarieven. Bij de berekening van het tarief van het markt- en promotiegeld hebben wij in verband met de praktische hanteerbaarheid het tarief op € 0,05 naar boven afgerond. De lijkbezorgingsrechten worden afgerond op hele euro’s.
77
Berekening van de kostendekkendheid marktgeld Begroting na wijziging
Begroot
Rekening
Lasten taakveld(en), incl. (omslag)rente
70.222
48.696
30.225
Overhead incl. (omslag)rente
16.352
16.352
16.352
BTW
-
-
-
Overig
-
-
-
TOTAAL LASTEN
86.574
65.048
46.577
Baten taakveld(en), excl. heffingen
8.850
8.850
7.916
Opbrengst heffingen
7.250
7.673
7.503
16.100
16.523
15.419
9,3%
13,7%
19,4%
TOTAAL BATEN Dekkingspercentage
Berekening van de kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten Begroting na wijziging
Begroot
Rekening
Lasten taakveld(en), incl. (omslag)rente
97.261
90.473
90.658
Overhead incl. (omslag)rente
28.237
28.237
28.237
BTW
-
-
-
Overig
-
-
-
125.498
118.710
118.895
-
-
-
TOTAAL LASTEN Baten taakveld(en), excl. heffingen Opbrengst heffingen TOTAAL BATEN Dekkingspercentage
26.534
26.534
27.555
26.534
26.534
27.555
21,1%
22,4%
23,2%
Lokale lastendruk In onderstaande tabel geven we een doorkijk in het verloop van de tarieven en de waardeontwikkeling. Belastingsoort
2021
2022
2023
2024
1. eigenarenheffing woningen
0,1006%
0,0944%
0,0819%
0,0795%
2. eigenarenheffing niet-woningen
0,1602%
0,1623%
0,1700%
0,1538%
3. gebruikersheffing niet-woningen
0,1281%
0,1339%
0,1376%
0,1267%
Onroerendezaakbelastingen
Rioolheffing 1. tarief woningen
€ 207,02
€ 207,02
€ 216,34
€ 227,16
2. tarief niet-woningen
0,1127%
0,1193%
0,1273%
0,1368%
1. vast bedrag per perceel
€ 148,50
€ 156,50
€ 155,00
€ 175,00
2. tarief lediging Restafvalcontainer
€ 11,30
€ 11,00
€ 9,70
€ 11,30
3. tarief lediging GFT-afvalcontainer
€ 4,00
€ 3,80
€ 3,40
€ 3,90
4. tarief inworp OVC
€ 2,30
€ 2,20
€ 1,90
€ 2,30
Afvalstoffenheffing
Waardeontwikkeling WOZ-waarde
1-1-2020
1-1-2021
1-1-2022
1-1-2023
1. woningen
6,5%
9,1%
13,1%
4,6%
2. niet-woningen
0,4%
0,7%
4,8%
4,7%
Gemiddelde WOZ waarde
1-1-2020
1-1-2021
1-1-2022
1-1-2023
1. woningen
€ 291.000
€ 315.000
€ 352.000
€ 370.000
78
Ook hebben we voor de verschillende (fictieve) huishoudens de financiële consequenties (lokale lastendruk) in een tabel weergegeven. Wij hebben onderscheid gemaakt in een berekening voor belastingplichtigen met een eigen woning of eigen bedrijf, en een berekening voor huurders van woningen. Belastingsoort WOZ-waarde object per 1-1-2023
Huurwoning
Woning
Woning
Niet-woning
n.v.t.
€ 250.000
€ 400.000
€ 700.000
eigenarenheffing
n.v.t.
€ 198,75
€ 318,00
€ 1.076,60
gebruikersheffing
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
€ 886,90
n.v.t.
€ 227,16
€ 227,16
Onroerendezaakbelastingen
Rioolheffing woningtarief niet-woningtarief
€ 957,60
Afvalstoffenheffing vast bedrag per perceel
€ 175,00
€ 175,00
€ 175,00
n.v.t.
lediging GFT-afvalcontainer
€ 23,40
€ 23,40
€ 23,40
n.v.t.
lediging restafvalcontainer
€ 124,30
€ 124,30
€ 124,30
n.v.t.
AANSLAGBEDRAG 2024
€ 322,70
€ 748,61
€ 867,86
€ 2.921,10
Aanslagbedrag 2023
€ 282,10
€ 694,11
€ 811,51
€ 2.906,81
(*) uitgaande van een gemiddeld aantal ledigingen van respectievelijk 6 GFT/ 11 Rest afvalcontainers.
Kwijtscheldingsbeleid Het verlenen van kwijtschelding is geen verplichting maar een bevoegdheid. Volgens de Invorderingswet kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend aan een belastingplichtige die zijn belastingaanslag of een deel daarvan niet anders dan met buitengewoon bezwaar kan betalen. De Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2024 is vastgesteld op 13 december 2023. In iedere belastingverordening afzonderlijk is vermeld of kwijtschelding mogelijk is. In 2024 kon volledige kwijtschelding worden verzocht voor de aanslag OZB, rioolheffing en het vaste deel van de afvalstoffenheffing. Kwijtschelding van het variabele deel van de afvalstoffenheffing was beperkt tot een maximum aantal containerledigingen, namelijk 9 ledigingen van de restafvalcontainer, 5 ledigingen van de Gft-container en 26 inworpen in de ondergrondse verzamelcontainer. Daarnaast is in het kwijtscheldingbeleid aangegeven wanneer iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. Dit toetsen we aan de betalingscapaciteit en de hoogte van het vermogen van een belastingschuldige. Hier zijn normeringen voor. Het betreft de normen en bedragen genoemd in de Participatiewet (bijstandsnorm), die gelden voor de “kosten van bestaan”. In ons bestaand beleid is gekozen om de kosten van bestaan op 100% van de bijstandsnorm te stellen.
Dit is het maximaal toegestane percentage en zorgt voor de ruimste mate van kwijtschelding. In 2024 is € 92.670,64 aan kwijtschelding verleend. Hiervan heeft € 65.760,44 betrekking op het vaste deel en € 26.910,20 op het variabele deel van de afvalstoffenheffing. Daarnaast is een bedrag opgenomen aan nog op te leggen kwijtschelding (€ 9.000,00). Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) In 2024 is € 463.000,00 aan reguliere bijdragen betaald aan de BWB. Dit bedrag is exclusief compensabele BTW (€ 29.000,00) en na verwerking van de 1e begrotingswijziging BWB 2024.
79
Weerstandsvermogen en risicobeheersing In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijven we de financiële positie van onze gemeente. Ook nemen we hier de verplichte financiële kengetallen op. Beleidskader In de raadsvergadering van 19 september 2018 stelde uw raad de “Nota risicomanagement & weerstandsvermogen 2018” vast. In het risicomanagementbeleid is op hoofdlijnen aangegeven wat uw raad wil bereiken met risicomanagement, welke instrumenten en middelen daartoe ingezet worden, en wat de definities en uitgangspunten zijn om te komen tot de noodzakelijke berekeningen. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de reserve grondexploitatie, de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en overige stille reserves. Algemene reserve Per 31 december 2024 is de algemene reserve groot € 4.650.402,23. Om een correct beeld te geven van het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve brengen we alle toekomstige onttrekkingen uit de algemene reserve, waarover door uw raad besluitvorming heeft plaatsgevonden, in mindering. In 2025 houden we rekening met de storting 2025 in de Reserve Kadernota van € 205.423,00 i.v.m. de eenmalige claims uit de Kadernota 2025. Reserve grondexploitatie Deze middelen gebruiken we om de risico’s van de grondexploitatie af te dekken.
De omvang van de reserve grondexploitatie per 31 december 2024 is € 2.193.199,06. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bij de onroerendezaakbelastingen is zo groot als het verschil tussen het gehanteerde tarief en het tarief om tot een "artikel 12 gemeente" gerekend te worden. Voor 2025 is dit tarief 0,1595%. Wanneer we dit percentage afzetten tegen de in de begroting opgenomen ramingen voor de OZBontvangsten blijkt er nog een ruimte te zijn van € 2.954.212,78 structureel. Onvoorzien De post onvoorzien is een vast onderdeel van de begroting. Op het budget voor onvoorziene uitgaven 2025 resteert een bedrag van € 55.000,00. Algemene reserve geactiveerde gronden in erfpacht (stille reserves) Op basis van nieuwe BBV-regelgeving moeten in erfpacht uitgegeven gronden worden gewaardeerd tegen de uitgifteprijs van eerste uitgifte. Deze waarde (€ 953.000,00) is toegevoegd aan de algemene reserve (erfpacht) en mag worden toegerekend aan onze weerstandscapaciteit. Net als bij de onbenutte belastingcapaciteit kan deze waarde niet worden gebruikt als dekking. Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve per 31-12-2024
€
4.650.402
Reserve grondexploitatie per 31-12-2024
€
2.193.199
Onbenutte belastingcapaciteit (redelijk peil 2025)
€
2.954.213
Onvoorzien (2025)
€
55.000
Algemene reserve geactiveerde gronden in erfpacht (stille reserves)
€
953.000
Totale beschikbare weerstandscapaciteit
€
10.805.814
Af: Totaal aanwendingen tlv / vrijval tgv de algemene reserve
€
205.423
Totaal gecorrigeerde beschikbare weerstandscapaciteit
€
10.600.391
80
Risicoprofiel (Benodigde weerstandscapaciteit) De lijst met risico’s actualiseren we twee keer per kalenderjaar: bij de samenstelling van de begroting en de jaarrekening. In combinatie met de risico’s van de grondexploitatie en strategische gronden vormen deze risico’s het risicoprofiel van de gemeente Rucphen. Het is ondenkbaar dat alle risico’s tegelijk en in hun maximale omvang optreden. We reserveren daarom een gedeelte van het totale risicobedrag. Dit berekenen we door middel van kanspercentage x maximaal financieel gevolg. In het volgende overzicht presenteren we de grootste risico’s en het totaalbedrag van de overige risico’s uit de gemeentelijke (grond)exploitatie. Een totaallijst van deze risico’s vindt u terug in de bijlagen.
Risico's gemeentelijke exploitatie
kans
financieel gevolg maximaal
benodigde weerstandscapaciteit
Openeinderegeling Jeugdwet
70%
€
1.000.000
€
700.000
Opzeggen huurovereenkomst Vinkenbos
10%
€
2.000.000
€
200.000
Verkoop voormalige milieustraat gaat niet door
50%
€
400.000
€
200.000
Openeinderegeling Wet maatschappelijke ondersteuning
50%
€
300.000
€
150.000
Openeinderegeling Participatiewet
50%
€
300.000
€
150.000
Ontwikkelingen bij verbonden partijen
50%
€
200.000
€
100.000
Boete Autoriteit Persoonsgegevens
10%
€
1.000.000
€
100.000
Het uitbreken van nog onbekende crises
10%
€
1.000.000
€
100.000
Slechte, ontoereikende verkeersveiligheid
30%
€
300.000
€
90.000
Afwaardering gronden algemene dienst
30%
€
250.000
€
75.000
Totaal grote risico's
€
6.750.000
€
1.865.000
Overige risico's
€
4.300.000
€
444.000
TOTAAL RISICO'S GEMEENTELIJKE EXPLOITATIE
€
11.050.000
€
2.309.000
€
1.404.250
€
1.404.250
TOTAAL RISICO'S GRONDEXPLOITATIE
€
1.404.250
€
1.404.250
TOTAAL GEMEENTELIJKE RISICO'S
€
12.454.250
€
3.713.250
Risico’s grondexploitatie Complexen in exploitatie (zie paragraaf 5.7)
n.v.t.
Ratio weerstandsvermogen Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het ratio weerstandsvermogen: Ratio weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit
€ 10.600.391
Benodigde weerstandscapaciteit
€
2,9
3.713.250
Wanneer we op deze ratio een correctie toepassen voor de middelen welke niet als dekking gebruikt kunnen worden (onbenutte belastingcapaciteit en erfpacht), verandert het ratio als volgt: Ratio weerstandsvermogen (gecorrigeerd)
=
Beschikbare weerstandscapaciteit
€
6.693.178
Benodigde weerstandscapaciteit
€
3.713.250
1,8
Het uitgangspunt is een gecorrigeerd ratio met een bandbreedte tussen 1,0 en 1,4, met waarderingscijfer C. Het gecorrigeerd ratio voor de jaarrekening 2024 ligt in positieve zin buiten deze bandbreedte. Volgens de weerstandsnorm is dit ratio ‘ruim voldoende’. Indien het ratio op enig moment groter is dan 1,4, dan is sprake van vrij besteedbare ruimte binnen de Algemene reserve. Het uitgangspunt is dat deze ruimte in de Algemene reserve blijft, totdat anders wordt besloten.
81
Weerstandsnorm Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
>2.0
uitstekend
B
1.4-2.0
ruim voldoende
C
1.0-1.4
voldoende
D
0.8-1.0
matig
E
0.6-0.8
onvoldoende
F
<0.6
ruim onvoldoende
In onderstaand schema is het verloop van het ratio weerstandsvermogen weergegeven. De genoemde P&C documenten staan volgorde van vaststelling. Verloop van het ratio weerstandsvermogen Begroting 2024
Rekening 2023
Begroting 2025
Rekening 2024
ratio weerstandsvermogen
3,6
3,3
4,0
2,9
ratio weerstandsvermogen (gecorrigeerd)
2,1
2,0
2,9
1,8
Op basis van de door ons uitgevoerde risico-inventarisatie, de weerstandsratio van 1,8 en het beeld van onze meerjarenbegroting is ons college van mening dat de normale bedrijfsvoering financieel kan worden voortgezet. Kengetallen Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een provincie of gemeente. Om dit te bereiken is voorgeschreven dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) De netto schuldquote geeft de hoogte van de schulden van gemeente Rucphen aan ten opzichte van de totaal baten. Het percentage gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen geeft aan hoeveel schulden zijn doorgeleend aan derden. De schuldquote geeft daarmee een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op exploitatie drukken. Hoe lager dit percentage, hoe beter. Solvabiliteitsratio Het solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre de gemeente Rucphen voldoende eigen vermogen bezit om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Grondexploitatie Aan grondexploitatie kunnen risico’s verbonden zijn, door bijvoorbeeld herwaardering.
Het percentage grondexploitatie geeft aan of de gemeente Rucphen relatief veel grond heeft en daardoor veel risico loopt. Voor het percentage grondexploitatie geldt: hoe lager dit percentage, hoe beter. Structurele exploitatieruimte Dit percentage geeft aan of de gemeente Rucphen voldoende structurele baten heeft om haar structurele lasten te dekken. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de inkomsten onvoldoende ruimte biedt om de structurele component van de lasten te dragen. Voor het percentage structurele exploitatieruimte geldt: hoe hoger dit percentage, hoe beter. Belastingcapaciteit De hoogte van de belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze.
82
Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheersing Begroting 2024
Rekening 2023
Begroting 2025
Rekening 2024
Netto schuldquote
50,2%
35,5%
56,0%
43,9%
Netto schuldquote (gecorrigeerd)
49,8%
35,1%
55,2%
42,8%
Solvabiliteitsratio
48,0%
55,3%
46,5%
48,9%
Grondexploitatie
1,2%
9,3%
5,1%
7,9%
Structurele exploitatieruimte
2,7%
4,2%
1,7%
0,5%
Belastingcapaciteit
90,4%
90,4%
94,9%
94,9%
Kengetallen:
Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheersing Begroting 2024
Rekening 2023
Begroting 2025
Rekening 2024
Netto schuldquote
A
A
A
A
Netto schuldquote (gecorrigeerd)
A
A
A
A
Solvabiliteitsratio
B
A
B
B
Grondexploitatie
A
A
A
A
Structurele exploitatieruimte
A
A
A
A
Belastingcapaciteit
A
A
A
A
Kengetallen:
In 2024 was een stijging in de netto schuldquote (gecorrigeerd) begroot als direct gevolg van het aantrekken van lang vermogen om onze regulier- en investeringsuitgaven te kunnen financieren. Dit lang vermogen is ook in werkelijkheid aangetrokken. De daling is het gevolg van een toename in het saldo van de totale baten op met name de programma’s. Een toename van het totaal eigen vermogen in combinatie met een minder grote toename van het vreemd vermogen zorgt voor een verhoogde financiële weerbaarheid. Het solvabiliteitsratio stijgt ligt. De gemeente Rucphen heeft een aantal grondposities. Ten opzichte van de totaalbaten uit de programma’s lopen we hiermee minimaal risico (< 20%) bij bijvoorbeeld een herwaardering van de gronden. De structurele exploitatieruimte over 2024 is positief. Dit komt omdat de structurele lasten over 2024 lager zijn dan de structurele baten uit 2024. Hierin nemen we alle lasten en baten mee waarvan het karakter structureel is. Een structureel karakter wil niet per definitie zeggen dat het jaarlijks voorkomt, maar wel dat er regelmaat in zit. Een goed voorbeeld zijn de verkiezingen, deze zijn niet jaarlijks, maar hebben wel een terugkeerpatroon, dus een structureel karakter. Tussen de begrotingsjaren kan de structurele exploitatieruimte afwijken. Het percentage belastingcapaciteit in Rucphen ligt op 94,9%.
Dit houdt in dat er minder belasting wordt geheven t.o.v. het landelijk gemiddelde. Impliciet geeft dit percentage weer dat er meer inkomsten uit belastingen gegenereerd kunnen worden.
83
Onderhoud kapitaalgoederen Wegen Op 13 december 2023 heeft uw raad het beleids-/beheerplan wegen 2024-2028 vastgesteld. Het beheerniveau is hierin vastgesteld op beeldkwaliteitsniveau B. Hierin is ook vastgesteld dat de wegen tweemaal per drie jaar visueel worden geïnspecteerd. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. De reguliere voortgang op het gebied van het (financiële) beheer, investeringen en onderhoud is toegelicht onder taakveld 2.1 – verkeer en vervoer. Riolering Op 15 juni 2022 heeft uw raad het Gemeentelijk Riolerings Programma 2023-2026 (GRP) vastgesteld. Met dit nieuwe GRP is invulling gegeven aan de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, regenwater, grondwater en aan klimaatadaptatie. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. De stand van de voorziening GRP is € 1.459.414,25 per 31 december 2024. De reguliere voortgang op het gebied van het (financiële) beheer, investeringen en onderhoud is toegelicht onder taakveld 7.2 – riolering. Groen Het beheer van bomen en plantsoenen vindt plaats conform het in 2021 vastgestelde boombeleidsplan BOOM | Boombeleid gemeente Rucphen en het in 2022 vastgestelde groenbeleidsplan Groen R | Groenbeleid gemeente Rucphen. Het beheerniveau van het openbaar groen is hierin vastgesteld op beeldkwaliteitsniveau B (beeldbestek, niveau B op basis van landelijke CROW normeringen).
Bij de inrichting en beheer van groen wordt invulling gegeven aan de beleidsuitgangspunten zoals genoemd in het groenbeleid en boombeleid. Het reguliere onderhoud op het groen vindt grotendeels plaats door het Werkvoorzieningsschap (WVS). Door gerichte sturing en jaarrond ondersteuning door commerciële partijen is een verbetering van de kwaliteit van het onderhoud merkbaar. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. De stand van de reserve groencompensatie is € 916.502,75 per 31 december 2024. In 2024 heeft een storting plaatsgevonden van € 3.750,00 i.v.m. financiële herplantplicht. Daarnaast is een bedrag aangewend ten laste van de reserve van € 38.141,00 i.v.m. afschrijvingslasten en voortzetting van het Stimuleringskader Landschap (STILA). Na aftrek van alle geraamde aanwendingen resteert op deze reserve een boekwaarde van € 298.433,52 (betreft vrije ruimte). De stand van de reserve groenvoorziening is € 321.247,35 per 31 december 2024. In 2024 heeft een storting plaatsgevonden van € 13.027,50 i.v.m. de verkoop van diverse percelen (stukken plantsoen en reststroken). Daarnaast is een bedrag aangewend ten laste van deze reserve van € 30.332,00 i.v.m. afschrijvingslasten en voortzetting van het Stimuleringskader Landschap (STILA). Na aftrek van alle geraamde aanwendingen resteert een boekwaarde van € 156.614,65 (betreft vrije ruimte).
De reguliere voortgang op het gebied van het (financiële) beheer, investeringen en onderhoud is toegelicht onder taakveld 5.7 – openbaar groen en (openlucht) recreatie. Gebouwen De gemeentelijke gebouwen en objecten zijn in onderhoud en beheer van de gemeente. Het onderhoud vindt plaats aan de hand van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP). In 2021 is het MJOP geactualiseerd voor de jaren 2022-2025. Hierin is onderscheid gemaakt tussen klein of jaarlijks onderhoud en groot onderhoud. Dit advies vloeit voort uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV): klein/dagelijks onderhoud komt rechtstreeks ten laste van de exploitatiebudgetten, voor groot onderhoud wordt gespaard door storting in een voorziening. De werkzaamheden zijn conform MJOP 2024 uitgevoerd. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. De stand van de voorziening onderhoud gebouwen is € 64.121,81 per 31 december 2024. In 2024 is een bedrag gestort van € 64.266,00. Na verwerking van alle geboekte kosten in 2024 is een bedrag van € 41.646,50 onttrokken aan de voorziening. In 2024 is in totaliteit een bedrag uitgegeven aan klein onderhoud van € 331.293,65.
84
Financiering Beleidskader In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) zijn de gemeenten verplicht twee treasury-instrumenten op te stellen. Dit zijn het treasurystatuut en de paragraaf financiering in de begroting en de jaarrekening. Het ‘Treasurystatuut Rucphen 2023’, door het college vastgesteld op 7 februari 2023, is een nadere uitwerking van de ‘Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) Rucphen 2023’. Het document bevat regels ter uitvoering van de taken, bevoegdheden en de bijbehorende informatievoorziening omtrent de financieringsfunctie. Rentebeleid We trekken tegen een zo laag mogelijk rentepercentage financieringsmiddelen aan. Voor financiering tot één jaar zijn dit kasgeldleningen. Langlopende financiering vindt plaats op de kapitaalmarkt tegen concurrerende rentetarieven. Hierbij houden we ons aan de normen zoals deze zijn opgenomen in de Wet fido. Kasgeldlimiet De financiering met kasgeld is geregeld binnen de kasgeldlimiet die is voorgeschreven in de Wet fido. De wettelijke norm bedraagt 8,5% van het totaal van de jaarbegroting (de totale lasten op de begroting) van het openbare lichaam bij aanvang van het jaar. Dit betekent dat het maximale bedrag dat in 2024 met kasgeld (korter dan één jaar) gefinancierd mocht worden 8,5% x € 74.039.958,00 = € 6.293.396,00 bedroeg.
In 2024 is één kasgeldlening afgesloten met een totaalbedrag van € 3.500.000,00 voor een periode van 3 maanden. Op 30 april 2024 is de kasgeldlening volledig afgelost. In totaal is € 35.612,50 aan rente betaald over deze lening. Het totaal aan kasgeldleningen per 31 december 2024 is nihil en valt binnen de kasgeldlimiet. Financieringsbehoefte Op 9 april 2024 is een langlopende geldlening afgesloten voor een bedrag van € 10 miljoen. We hebben de lening afgesloten bij BNG Bank tegen een percentage van 3,248%. De lening heeft een looptijd van 25 jaar en is rentevast. In onze begroting 2024 is rekening gehouden met het aantrekken van € 7,5 mln. per 1 oktober 2024 tegen een percentage van 3,6%. Omdat de stortingsdatum een half jaar eerder lag en er meer wordt geleend, waren de rentekosten in 2024 hoger dan begroot. Het verschil van € 169.539,00 is ten laste gebracht van het begrotingssaldo 2024 en verwerkt in de 1e bestuursrapportage 2024. Bij het opstellen van Programmabegroting 2025 is de financieringsbehoefte van onze gemeente geactualiseerd. Op basis van de geactualiseerde liquiditeitenplanning verwachten we in de periode 2025 – 2028 afgerond € 32,0 mln. aan geldleningen te moeten aantrekken. Waar nodig maken we gebruik van kasgeldleningen tot maximaal de kasgeldlimiet.
Staat van vaste schulden Per 31 december 2024 hebben we een restant aan langlopende schulden van € 36.760.000,00. De rentelasten over 2024 bedragen € 568.560,59. Onze huidige leningenportefeuille ziet er als volgt uit: Onderhandse leningen Omschrijving
Hoofdsom
01-01-2024
536
BNG 1999 - 2024
1.134.451
45.378
-45.378
0
4,320
0
544
BNG 1999 - 2024
2.268.901
90.756
-90.756
0
5,270
2.621
221
BNG 2014 - 2034
8.000.000
4.400.000
-400.000
4.000.000
2,270
95.303
706
BNG 2015 - 2040
9.000.000
6.120.000
-360.000
5.760.000
0,938
54.917
279
BNG 2017 - 2042
14.000.000
10.640.000
-560.000
10.080.000
1,577
164.091
507
BNG 2021 - 2046
9.000.000
8.280.000
-360.000
7.920.000
0,177
14.036
212
BNG 2024 - 2049
10.000.000
0
10.000.000
10.000.000
3,248
237.593
29.576.134
8.183.866
37.760.000
TOTAAL
Mutatie
85
31-12-2024
%
Rente
568.561
Waarborgsommen 01-01-2024 1.
Huurovereenkomsten
2.
Overige waarborgsommen
TOTAAL
Mutatie
31-12-2024
13.044
0
13.044
0
0
0
13.044
0
13.044
Risicobeheer We zijn ons bewust van de renterisico’s die gemoeid zijn met financiering op lange termijn. We kiezen bij nieuwe geldleningen voor een looptijd van 25 jaar. Hierbij maken we een afweging tussen financieringsovereenkomsten welke rentevast zijn en financieringsovereenkomsten met een conversiebepaling na 10 jaar. Dit is afhankelijk van de renteontwikkeling op dat moment. Renterisiconorm De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Het doel van deze norm is dat gemeenten in enig jaar niet meer dan 20% van hun begrotingstotaal (looptijd langer dan 1 jaar) mogen converteren. Deze zekerheid is ingebouwd in de wet Fido om te voorkomen dat de gemeente met te grote negatieve renteschommelingen geconfronteerd wordt en de nadelige gevolgen daarvan moet kunnen opvangen binnen de begroting. Ons renterisico blijft ruim binnen de norm van 20% van het begrotingstotaal. Renterisiconorm
2024
1a Renteherziening op vaste schuld o/g
0
1b Renteherziening op vaste schuld u/g
0
2 Netto-renteherziening op vaste schuld (1a -/- 1b)
0
3 Aflossingen
1.816.134
4 Renterisico op vaste schuld (2 +/+ 3)
1.816.134
5 Begrotingstotaal 2024
74.039.958
6 Het normpercentage
20%
7 Renterisiconorm (5 x 6)
14.807.992
8 Ruimte onder risiconorm (7 -/- 4)
12.991.858
86
Bedrijfsvoering Organisatieontwikkeling De organisatie-agenda is de basis Opgaven, ambities, rollen en taken veranderen continue. Dit vraagt om een organisatie die snel kan inspelen op de veranderende vraag uit samenleving en bestuur: een flexibele, wendbare organisatie met voldoende denken daadkracht. De organisatie-agenda was ook in 2024 de basis voor de ontwikkeling van onze organisatie. Een zogenaamd dynamisch document, dat zowel de koers, de doelen én de uitvoering bevat. De strategie ‘samenwerken aan resultaat en mens’ en de leidende principes zijn daarbij belangrijke sturingselementen. Om een volgende stap in de ontwikkeling van de organisatie te maken hebben we de leidende principes concreter gemaakt. Ook zijn concrete aantallen bepaald voor de span of control van een leidinggevende. Op basis van deze concrete aantallen was de afdeling Gemeentewinkel in omvang te klein om een aparte afdeling te blijven. De gemeentewinkel is als team (met aansturing van een teamleider) geplaatst bij de afdeling Bedrijfsvoering. Het samenvoegen van de taken van Gemeentewinkel en Bedrijfsvoering past bij de leidende principes van een centraal georganiseerde informatievoorziening, een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering en een servicegerichte interne en externe dienstverlening. Samenwerken/samenspel De bedrijfscultuur bepaalt het samenspel in de organisatie.
Kernwaarden, houding en gedrag, vertrouwen, verbinding en communicatie zijn belangrijke thema’s om te komen tot een professionele cultuur. Het programma IkbenR is hiervoor de ‘paraplu’ en brengt daarnaast samenhang in de diverse organisatie-brede doelen en activiteiten. Naast de gebruikelijke workshops en activiteiten organiseerden de diverse werkgroepen (Betrouwbaar Rucphen, VitaalR en JongR) en andere medewerkers de tweejaarlijkse IkbenR week. Daarnaast werkten we aan het (nieuwe) managementteam door middel van groeps- en individuele gesprekken en een aantal teamdagen. De focus lag op het worden van één team, integraal sturen, persoonlijk leiderschap en opdrachtgeverschap. Resultaat en mens In de huidige arbeidsmarkt blijft het vinden en behouden van medewerkers een uitdaging. Instrumenten zoals personeelsgesprekken, talentontwikkeling, introductie en arbeidsmarktstrategie hebben we doorontwikkeld en samenhangend ingezet. Daarnaast werkten we intensief aan de invoering van een nieuw functiewaarderingssysteem (HR21) en een modern belonings- en waarderingsbeleid. We ronden deze thema’s in 2025 af. Samenwerking en juridische kwaliteitszorg Samenwerking Naast samenwerking in de vorm van verbonden partijen (zie ook de paragraaf verbonden partijen) blijven we op allerlei niveaus, vormen en verschillende vakgebieden samenwerken.
We kijken per opgave wat het beste past om deze te realiseren. Juridische kwaliteitszorg In 2023 hebben we de basis gelegd voor de verdere verbetering van de juridische kwaliteitszorg binnen de gemeente, door het opstellen van een projectplan. Dit plan vormt de fundering voor de voortzetting van het project in 2024. Hoewel we in 2024, gezien de huidige werkvoorraad binnen het team, tijdelijk beperkte capaciteit hebben om het project verder op te pakken, blijven we ons inzetten om de voortgang in de nabije toekomst te realiseren. Dienstverlening en informatievoorziening Uw gemeenteraad heeft de visie op Dienstverlening en Informatievoorziening in 2020 verlengd naar de periode 2020 – 2025. Het beleid voor dienstverlening en informatievoorziening is vastgelegd in het Programmaplan Dienstverlening en Informatievoorziening 2020-2025. De belangrijkste behaalde speerpunten zijn: • Er is een extra e-dienst toegevoegd voor vermissing van reisdocumenten. Dit betekent in de praktijk een verbetering van de dienstverlening, omdat inwoners meer producten digitaal kunnen aanvragen of doorgeven; • De Europese aanbesteding van de besturingssysteem-licenties is in uitvoering; • In 2024 zijn er een aantal bedrijfskritische applicaties volgens planning naar de Cloud gebracht.
87
Archief- en informatiebeheer Volgens de Archiefverordening van de gemeente Rucphen wordt uw raad jaarlijks door ons college geïnformeerd over het archief- en informatiebeheer. Wij doen dit door het onderwerp archief- en informatiebeheer op te nemen in de gemeentelijke planning & control cyclus en hierbij verantwoording af te leggen en verbeteracties te benoemen. De belangrijkste uitgevoerde verbeteracties in 2024 zijn: • Het geactualiseerde ‘handboek kwaliteitscontrole’ is vastgesteld en in gebruik genomen, hetgeen een kwaliteitsimpuls geeft aan gemeentebreed zaakgericht werken; • Het geactualiseerde ‘handboek vervanging’ is vastgesteld, dat beschrijft hoe analoge informatie vervangen wordt door digitale exemplaren; • Het verplichte strategisch Informatie Overleg (SIO) is ingesteld. Dit is een overleg van interne en externe betrokkenen bij onze gemeentelijke informatiehuishouding; • Het geactualiseerd archievenoverzicht (artikel 18 Archiefregeling) is naar het IBT (Interbestuurlijk Toezicht) gezonden. In dit overzicht wordt beschreven hoe de gemeentelijke informatiehuishouding is ingericht (waar en hoe informatie wordt bewaard binnen de eigen organisatie, maar ook bij onze externe partners). Rapportage Archiefinspectie De archivaris van het West-Brabants Archief (WBA) stelt voor onze gemeente periodiek een rapportage archiefinspectie op.
In 2023 is een uitgebreide rapportage opgesteld door de archivaris en door ons, voorzien van verbeteracties, naar uw raad en Interbestuurlijk toezicht (IBT) gezonden. In 2024 hebben wij een voortgangsrapportage over de uitvoering van de verbeteracties opgesteld en naar uw raad en Interbestuurlijk toezicht (IBT) gezonden. Het IBT heeft inmiddels aangegeven dat de voortgangsrapportage voldoet aan de eisen. Financiën Financiële rechtmatigheid In het vastgestelde beleidsnota is bepaald dat voor het college alle bevindingen over de financiële rechtmatigheid boven de rapportagegrens van € 100.000,00 in de paragraafbedrijfsvoering aan uw raad worden toegelicht. Materiële afwijkingen in baten en lasten worden op taakveldniveau beschreven in hoofdstuk 1 van deze programmaverantwoording. Afwijkingen binnen de algemene dekkingsmiddelen worden toegelicht in hoofdstuk 2. Een verklaring van de lasten van overhead is terug te lezen in hoofdstuk 3. Communicatie De gemeente Rucphen zet in op effectieve en efficiënte communicatie, gebaseerd op de Visie op Verbinding die in 2022 is vastgesteld. We delen informatie over beleid en plannen actief en luisteren naar wensen en behoeften uit de samenleving. We zorgen voor een heldere en toegankelijke informatievoorziening en stemmen onze communicatie af op de behoeften van de doelgroep.
Onze eigen communicatiekanalen bieden ons bovendien de mogelijkheid om successen en positieve ontwikkelingen breed te delen. Een belangrijk onderdeel van deze informatievoorziening is de gemeentelijke website. Voor inwoners en ondernemers is dit een essentieel kanaal om snel en eenvoudig toegang te krijgen tot gemeentelijke diensten en informatie. Recent zijn er verschillende aanpassingen doorgevoerd die het gebruiksgemak van de website verbeteren. Ook in de samenwerking met de pers nemen we een proactieve houding aan. We informeren lokale en regionale media tijdig over relevante ontwikkelingen en organiseren persgesprekken waar nodig. Participatie De verhouding tussen overheid en samenleving verandert. Steeds meer inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties willen een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de fysieke of sociale leefomgeving. De komst van de Omgevingswet speelt hierop in en stimuleert vroegtijdige participatie om tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel te krijgen. Een goed voorbeeld hoe we hier binnen Rucphen op inspelen is de Roadshow deel II. Tijdens het proces rondom de omgevingsvisie 2.0 hebben er aantal participatiemomenten plaatsgevonden waarin we het gesprek zijn aangegaan om o.a. te horen wat er speelt in onze gemeente en omgeving en om gezamenlijk te reflecteren op voorlopige analyses, keuzes en gedachten.
De gemeente Rucphen heeft (nog) geen vastgesteld participatiebeleid, wel geeft de ‘Verordening inspraak en participatie’ en de geactualiseerde ‘Handreiking omgevingsdialoog voor initiatiefnemers’ richting voor het participatieproces.
88
Huisvesting De afgelopen jaren zijn er diverse verzoeken van zittende en nieuwe externe partijen binnen gekomen om (meer) gebruik te maken van ons gemeentehuis. In 2024 is daarom de projectgroep ‘Samenwerken onder één dak’ van start gegaan om alle wensen en behoeften in kaart te brengen en om eerlijke uniforme afspraken te maken.
89
Verbonden partijen Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. In hoofdstuk 1 is beleidsinformatie opgenomen over de verbonden partijen, die aansluit op het betreffende taakveld. De huidige deelnames zijn gebaseerd op een gemeenschappelijk nut voor meerdere gemeenten in (een deel van) de provincie. Met de deelname in de regelingen wordt uitsluitend een publieke taak gediend en uitsluitend in het belang van de burger van de gemeente. De gemeente Rucphen participeert bestuurlijk en financieel in de volgende gemeenschappelijke regelingen. Van deze regelingen zijn de meest recente jaarcijfers opgenomen. Gemeenschappelijke regelingen 1. Naam:
Werkvoorzieningsschap (WVS) Westelijk Noord-Brabant
2. Vestigingsplaats:
Roosendaal
3. Belang dat wordt behartigd:
Het uitvoeren van de Wet Sociale Werkvoorziening door op zo doelmatige wijze de taken en bevoegdheden op het terrein van gesubsidieerde arbeid en arbeidsre-integratie te behartigen
4. Veranderingen in belang gemeente:
n.v.t.
5. Bestuur:
Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur.
6. Gemeentelijke bijdrage:
€ 987.243,00
7. Eigen vermogen begin en einde jaar: Vreemd vermogen begin en einde jaar:
2024 € 6.567.000,00 resp. € 9.518.000,00 2024 € 21.490.000,00 resp. € 20.328.000,00
8. Resultaat boekjaar:
2024: € 5.518.000,00
1. Naam:
GGD West-Brabant
2. Vestigingsplaats:
Breda
3. Belang dat wordt behartigd:
Gemeenten moeten op terrein openbare gezondheidszorg adequaat op ontwikkelen in kunnen spelen en samenwerking is dan ook gewenst en noodzakelijk. Op grond van de Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid moeten gemeenten hiervoor een gemeentelijke gezondheidsdienst in stand houden.
4. Veranderingen in belang gemeente:
n.v.t.
5. Bestuur:
Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur.
6. Gemeentelijke bijdrage:
€ 533.653,00
7. Eigen vermogen begin en einde jaar:
2024 € 6.664.000,00 resp. € 7.176.000,00
Vreemd vermogen begin en einde jaar:
2024 € 19.778.000,00 resp. € 20.860.000,00
8. Resultaat boekjaar:
2024: € 775.000,00
1. Naam:
Regionale Ambulancevoorziening (RAV) Brabant MiddenWest-Noord
2. Vestigingsplaats:
Tilburg
3. Belang dat wordt behartigd:
Het verlenen van ambulancezorg ten behoeve van het werkgebied, het in stand houden van een meldkamer ambulancezorg alsmede het leveren van een bijdrage aan de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen
4. Veranderingen in belang gemeente:
n.v.t.
5. Bestuur:
Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur.
6. Gemeentelijke bijdrage:
€ 0,00
7. Eigen vermogen begin en einde jaar:
2024 € 15.119.000,00 resp. € 15.980.000,00
Vreemd vermogen begin en einde jaar: 8. Resultaat boekjaar:
2024 € 27.435.000,00 resp. € 26.188.000,00 2024: € 995.000,00
90
1. Naam:
Omgevingsdienst Midden en West-Brabant (OMWB)
2. Vestigingsplaats:
Tilburg
3. Belang dat wordt behartigd: 4. Veranderingen in belang gemeente:
Het op een effectieve en efficiënte manier gezamenlijk taken volgend uit de wet milieubeheer uitvoeren. n.v.t.
5. Bestuur:
Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur.
6. Gemeentelijke bijdrage:
€ 401.264,00
7. Eigen vermogen begin en einde jaar:
2024 € 4.756.000,00 resp. € 6.086.000,00
Vreemd vermogen begin en einde jaar:
2024 € 8.961.000,00 resp. € 7.641.000,00
8. Resultaat boekjaar:
2024: € 2.461.000,00
1. Naam:
Belgisch Nederlands Grensoverleg (BeNeGo)
2. Vestigingsplaats:
Breda
3. Belang dat wordt behartigd:
Bevorderen van samenwerking tussen Belgische en Nederlandse grensgemeenten op daarvoor in aanmerking komende beleidsterreinen.
4. Veranderingen in belang gemeente:
n.v.t.
5. Bestuur:
Burgemeester en 1 wethouder van de deelnemende gemeenten
6. Gemeentelijke bijdrage:
€ 1.438,36
7. Eigen vermogen begin en einde jaar: Vreemd vermogen begin en einde jaar:
2023 € 204.345,17 resp. € 184.034,00 2023 € 0,00 resp. € 8,651,08
8. Resultaat boekjaar:
2023: -€ 20,311,17
1. Naam:
Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB)
2. Vestigingsplaats:
Tilburg
3. Belang dat wordt behartigd:
Gelet op de risico’s in het werkgebied is intergemeentelijke samenwerking op het gebied van brandweerzorg en hulpverlening noodzakelijk. Bovendien zijn gemeenten op grond van de Brandweerwet 1985 verplicht tot samenwerken.
4. Veranderingen in belang gemeente:
n.v.t.
5. Bestuur:
Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur.
6. Gemeentelijke bijdrage:
€ 1.232.923,00
7. Eigen vermogen begin en einde jaar:
2024 € 6.724.000,00 resp. € 6.697.000,00
Vreemd vermogen begin en einde jaar:
2024 € 57.375.000,00 resp. € 57.281.000,00
8. Resultaat boekjaar:
2024: € 176.000,00
1. Naam:
Regio West-Brabant (RWB)
2. Vestigingsplaats:
Etten-Leur
3. Belang dat wordt behartigd:
De gemeenten in West-Brabant hebben de gezamenlijke ambitie om de economisch-ruimtelijke structuur van de regio te versterken. Dit wil men bereiken door middel van coördinatie, planning, uitvoering, advies, overleg, vertegenwoordiging en lobbyactiviteiten op het gebied van economie, arbeidsmarkt, mobiliteit en ruimte.
4. Veranderingen in belang gemeente:
n.v.t.
5. Bestuur:
Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur
6. Gemeentelijke bijdrage:
€ 615.185,41
7. Eigen vermogen begin en einde jaar:
2024 € 1.711.000,00 resp. € 1.782.000,00
Vreemd vermogen begin en einde jaar: 8. Resultaat boekjaar:
2024 € 6.619.000,00 resp. € 6.613.000,00 2024: € 808.000,00
91
1. Naam:
West-Brabants Archief (WBA)
2. Vestigingsplaats:
Bergen op Zoom
3. Belang dat wordt behartigd:
Onderbrengen en onderhouden statisch archief
4. Veranderingen in belang gemeente:
n.v.t.
5. Bestuur:
Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur
6. Gemeentelijke bijdrage:
€ 122.950,00
7. Eigen vermogen begin en einde jaar:
2024 € 457.161,00 resp. € 533.602,00
Vreemd vermogen begin en einde jaar:
2024 € 506.273,00 resp. € 513.888,00
8. Resultaat boekjaar:
2024: € 187.776,00
1. Naam:
Regionaal Bureau Leren
2. Vestigingsplaats:
Breda
3. Belang dat wordt behartigd:
Uitvoering van de Leerplichtwet 1969 en de RMC wet
4. Veranderingen in belang gemeente:
n.v.t.
5. Bestuur:
Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur.
6. Gemeentelijke bijdrage:
€ 46.004,00
7. Eigen vermogen begin en einde jaar:
2024 € 0,00 resp.€ 0,00
Vreemd vermogen begin en einde jaar:
2024 € 2.140.107,00 resp. € 2.089.240,00
8. Resultaat boekjaar:
2024: € 88.704,00
1. Naam:
Werkplein Hart van West-Brabant
2. Vestigingsplaats:
Etten-Leur
3. Belang dat wordt behartigd:
Het Werkplein is opgericht ter uitvoering van de primaire wettelijke taken ten aanzien van de Participatiewet. Dit betreffen zowel de uitvoerende taken alsmede het verzorgen of ondersteunen van het operationeel beleid.
4. Veranderingen in belang gemeente:
n.v.t.
5. Bestuur:
Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur
6. Gemeentelijke bijdrage:
€ 1.492.756,00
7. Eigen vermogen begin en einde jaar: Vreemd vermogen begin en einde jaar:
2024 € 3.069.345,00 resp. € 6.451.376,00 2024 € 21.927.873,00 resp. € 18.429.158,00