06c Bijlage 2 toezichtoordeel Provincie Boord-Brabant deel B
Tekst van het document
Beoordelingsformulier IBT 2022 systematisch toezicht omgevingsrecht Gemeente Rucphen Procesinformatie Beoordeelde documenten: Beleidsplan VTH:
Uitvoeringsbeleid VTH
Uitvoeringsprogramma VTH 2022:
Uitvoeringsprogramma 2022 en jaarverslag 2021 Wabo/leefomgeving
Evaluatieverslag VTH 2021:
Uitvoeringsprogramma 2022 en jaarverslag 2021 Wabo/leefomgeving
Naam beoordelaar: Robertino Wibier
Beoordeling afgerond: 20 mei 2022
Reactie gevraagd: 20 mei 2022
Reactie ontvangen: 17 juni 2022
Reactie verwerkt: 20 juli 2022
Beoordelingsvragen Deze beoordelingsvragen zien op de tijdigheid/actualiteit en kwaliteit van de wettelijk vereiste VTHdocumenten van gemeenten. De wettelijke basis daarvan ligt in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) met bijbehorende uitvoeringsbesluiten (procescriteria VTH) en de provinciale Verordening systematisch toezichtinformatie Noord-Brabant. Via de Invoeringswet Omgevingswet wordt de huidige regelgeving van de procescriteria VTH uit de Wabo opgenomen in de Omgevingswet met bijbehorend Omgevingsbesluit. Naar verwachting treedt de Omgevingswet per 1 januari 2023 in werking. Het doel van de wetgever is dat provincies, gemeenten en waterschappen hun VTH-organisatie zodanig professioneel inrichten dat een goede kwaliteit van de uitvoering van die taken is gewaarborgd. Daaronder verstaat de wetgever met name dat de VTH-taken op een strategische en programmatische manier worden gedaan met aandacht voor onderlinge afstemming van de werkzaamheden. Dat levert een stevige bijdrage op aan het realiseren van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. En deze op een duurzame en doelmatige wijze te behouden en te ontwikkelen voor het bereiken van maatschappelijke opgaven. Met interbestuurlijk toezicht draagt de provincie bij aan een bestendig en veilig Brabant met een sterke kwaliteit van het openbaar bestuur.
Een bestuur dat het goede voorbeeld geeft richting burgers en bedrijven. Een bestuur waar de mensen op kunnen vertrouwen. Een tijdige en goede naleving van de wettelijke procescriteria is niet alleen wettelijke verplicht. Het is ook belangrijk voor een goede sturing op de VTH-beleidscyclus en voor de instandhouding van een professionele VTH-structuur; om risico’s te voorkomen op het gebied van volksgezondheid, veiligheid of onomkeerbare schade aan de leefomgeving. De ambitie van de provincie is samen met gemeenten en waterschappen ervoor te zorgen dat alle VTH-documenten 100% actueel en op tijd zijn en voldoen aan de procescriteria VTH. De beoordelingsvragen en de criteria voor de beoordeling ‘Voldoet’, ‘Voldoet gedeeltelijk’ of ‘Voldoet niet’, staan in de Uitvoeringsagenda IBT 2022. De normering voor het eindoordeel is toegelicht onderaan dit format van het beoordelingsformulier. De beoordelingsvragen zijn in concept op 9 dec 2021 gemaild aan de contactpersonen IBT Omgevings-recht bij gemeenten en waterschappen en als nieuwsbericht gepost op de SharePointwebsite IBT Omgevingsrecht met gelegenheid voor reactie. Er zijn in totaal twee reacties ontvangen die zijn betrokken bij het vaststellen van het definitieve formulier. Het definitieve beoordelingsformulier is vervolgens op 18 januari 2022 gepubliceerd op de SharePoint website.
Hierover zijn de IBTcontactpersonen bij gemeenten en waterschappen per e-mail geïnformeerd.
1
Verordening kwaliteit VTH 1a. Evalueren B&W jaarlijks over de naleving van de kwaliteitscriteria VTH voor de eigen organisatie en de omgevingsdienst en doen zij daarover mededeling aan de gemeenteraad? 1b. Als blijkt dat de kwaliteitscriteria VTH niet zijn of niet konden worden nageleefd, motiveren B&W dan de reden waarom en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd? (Modelverordening kwaliteit VTH art. 5, lid 2 en 3) Toelichting wetgever: Van de naleving van de kwaliteitscriteria wordt jaarlijks mededeling gedaan aan de gemeenteraad. Het gaat hier om een belangrijke inhoudelijke mededelingsplicht die kan worden meegenomen in bestaande jaarlijkse rapportages, in de op grond van het Besluit omgevingsrecht op te stellen documenten. Omgekeerd wil het evenmin zeggen dat, als de criteria (nog) niet in alle relevante taken worden toegepast, dat de kwaliteit per definitie te wensen zal overlaten. In dit geval wordt gemotiveerd waarom de criteria niet toegepast zijn of konden worden en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd. Voorlopig oordeel: Voldoet gedeeltelijk Eigen organisatie: Voldoet In het VTH-jaarverslag 2021 en uitvoeringsprogramma 2022 paragraaf 7.3 worden de kwaliteitscriteria geëvalueerd, voor de eigen organisatie. Hieruit blijkt dat de eigen organisatie voldoet aan de kwaliteitscriteria.
Het VTH-jaarverslag 2021 en uitvoeringsprogramma 2022 is middels een raadsmededeling d.d. 25 januari 2022 ter kennisname aangeboden aan de raad. Tekortkomingen: Omgevingsdienst: Voldoet niet In het VTH-jaarverslag 2021 en uitvoeringsprogramma 2022, alsmede de onderliggende rapportage van de omgevingsdienst wordt niet ingegaan op evaluatie over naleving van de kwaliteitscriteria waardoor de raad hierover ook niet wordt geïnformeerd. Verbeterpunten: Zorg ervoor dat de omgevingsdienst evalueert over de naleving van de kwaliteitscriteria en informeer uw raad hierover. Reactie gemeente: De OMWB voldoet aan de Kwaliteitscriteria 2.2. Dat blijkt o.a. uit de bijgaand rapport. Dit rapport maakt onderdeel uit van de (voorlopige) jaarrekening 2021 van de OMWB. De gemeenteraad (en ook de provincie) ontvangt de jaarrekeningen van de Verbonden Partijen en neemt dus via deze weg kennis van dit rapport. In het volgende jaarverslag VTH zal hier nadrukkelijk aandacht aan worden besteed. Mocht het volgend jaarverslag wederom in januari worden vastgesteld in verband met de combinatie met het uitvoeringsprogramma, dan zal daarin benoemd worden dat die gegevens m.b.t.
de kwaliteitscriteria van de OMWB nog niet bekend zijn, maar aan de hand van de resultaten vanuit het verleden verwacht wordt dat ook dit jaar de OMWB voldaan zal hebben aan de kwaliteitscriteria 2.2, tenzij er eerder andere signalen zijn. Verwerking reactie: Uit de nagezonden informatie blijkt dat Omgevingsdienst de kwaliteitscriteria evalueert en dat de gemeenteraad hierover wordt geïnformeerd. Dit is voor ons aanleiding om ons voorlopige oordeel te herzien van voldoet niet naar voldoet. Tevens zijn wij blij met uw toezegging om in het komende jaarverslag VTH hier nadrukkelijk aandacht aan te besteden. 2
Definitief oordeel: Voldoet Beleidsplan 2a. Stellen B&W voor de taken, niet zijnde de basistaken van de omgevingsdienst, het VTH-beleid vast in een of meer documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen zij zichzelf stellen en welke activiteiten zij daartoe zullen uitvoeren? (Bor 7.2, lid 1) 2b. Wordt het handhavingsbeleid ook afgestemd met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving? (Bor 7.2, lid 1) Toelichting wetgever: Het is de bedoeling dat gemeenten en waterschappen ieder voor zich VTH-beleid vaststellen en schriftelijk vastleggen. Dat kan in een gezamenlijk VTH-beleidsdocument of apart. VTH-beleid bevat het geheel van prioriteiten, doelstellingen, strategie en werkwijze. Voor vergunningverlening hoort daar een analyse van inzichten, technieken en werkwijzen bij. Het op elkaar afstemmen van doelen van vergunningverlening en handhaving is belangrijk. VTH-beleid wordt, indien nodig, ook afgestemd met andere bestuursorganen. Met wie hangt af van de vraag welke andere bestuursorganen door het beleid worden geraakt, bijv. omdat samenwerking aan de orde is. Een goede interne afstemming tussen de werkeenheden vergunningverlening en handhaving en met andere werkterreinen binnen de eigen organisatie is ook van belang.
Over handhaving vindt ook afstemming plaats met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving, zoals het Openbaar Ministerie en de politie. Dit artikel is mede gebaseerd op artikel 58a, eerste lid, van de Wet op de economische delicten. Hiermee wordt de bestaande verplichting voor het bestuur en de toezichthouders tot afstemming met de strafrechtelijke instanties uitgebreid tot een afstemmingsverplichting over en weer. Voorlopig oordeel: Voldoet gedeeltelijk 2a Voldoet In het Uitvoeringsbeleid-VTH hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de prioriteiten en doelen. In het Uitvoeringsprogramma 2022 en Jaarverslag 2021 hoofdstuk 9, 10 en 11 wordt aangegeven welke activiteiten daartoe worden uitgevoerd. Op 14 december 2021 heeft het college besloten het VTH-beleid, van kracht te laten blijven tot inwerkingtreden nieuw op te stellen VTH-beleid, vooralsnog gepland op 1 januari 2023 en de raad hierover geïnformeerd. Tekortkomingen: 2b Voldoet gedeeltelijk In het VTH-beleid paragraaf 2.1.1 gaat in op inzicht geven in de sanctiestrategie inclusief strafrechtelijke afstemming en samenwerking met andere betrokken bestuursorganen. In paragraaf 3.2.2. is opgenomen dat de gemeente op 25 april de LHS heeft vastgesteld.
In paragraaf 7.3.11 wordt aangegeven dat de bevindingen, afhankelijk van het dossier, uit het overleg met de OMWB en de veiligheidsregio worden afgestemd met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Onduidelijk is dat het VTH-beleid voor vaststelling wordt afgestemd met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Verbeterpunten: Zorg voor of toon aan dat het VTH-beleid is afgestemd met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving voordat dit wordt vastgesteld. Reactie gemeente: 3
Wat betreft het VTH-beleidsplan is de vaststelling daarvan voor de gemeenten Roosendaal, Halderberge, Moerdijk en Rucphen op 30 november 2017 afgestemd in de basisteam driehoek (Burgemeester, OM en politie). Het Bor spreekt slechts over afstemming van het beleid bij de vaststelling. Het beleid is voor dit jaar verlengd, maar niet opnieuw vastgesteld. Daarom was een nieuw afstemmingsmoment wat betreft de vaststelling van het beleid wat ons betreft niet aan de orde. Verwerking reactie: Uit uw reactie blijkt dat het VTH-beleid voor vaststelling op 30 november 2022 is afgestemd met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Dit is voor ons aanleiding om ons voorlopige oordeel te herzien van voldoet gedeeltelijk naar voldoet. Aanbeveling is om in het nieuwe beleidsplan op te nemen dat deze afstemming voor vaststelling van het nieuwe beleid heeft plaatsgevonden. Definitief oordeel: Voldoet 3. Geeft het handhavingsbeleid inzicht in de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking met en de afstemming van de werkzaamheden? (Bor 7.2, lid 7a) Toelichting wetgever: Dit onderdeel heeft betrekking op de sanctiestrategie, ook wel interventiestrategie genoemd. Die strategie verbindt het bestuurs- en strafrecht met elkaar. Voorlopig oordeel: Voldoet gedeeltelijk.
Toelichting: In het VTH-beleid paragraaf 3.3 wordt aangegeven dat de gemeente afspraken maakt met haar netwerkpartners om samen de veiligheid en de leefbaarheid te waarborgen en waar mogelijk te bevorderen, waarbij een aantal uitgangspunten worden geformuleerd. In paragraaf 7.2.3 wordt ingegaan op samenwerking bij de vergunningverlening, paragraaf 7.3.11 samenwerking bij toezicht en handhaving. Hierin wordt aangegeven dat er een structureel overleg plaatsvindt met de omgevingsdienst en de veiligheidsregio. In paragraaf 7.4.1 wordt aangegeven dat door de gemeente de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) voor alle toezicht- en handhavingstaken met betrekking tot de omgevingstaken is vastgesteld. Tekortkomingen: In het VTH-beleid wordt niet ingegaan op de samenwerking en afstemming met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Verbeterpunten: Geef inzicht in de afspraken die met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking met en de afstemming van de werkzaamheden. Neem dit op in het uitvoeringsprogramma. Reactie gemeente: De afstemming met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving is in het beleid geregeld via de lijn van de Landelijke Handhavingsstrategie. Dit komt erop neer dat individuele casussen vanuit het VTH-domein via de AOVers worden geagendeerd bij de basisteam driehoek.
Bovendien legt zowel het VTH-beleidsplan als het VTH-Uitvoeringsprogramma/-Jaarverslag een link met Integrale Veiligheid en APV (openbare orde) in diverse hoofdstukken om bestuurs- en strafrechtelijke besluitvorming integraal te benaderen. 4
Tenslotte voeren we als individuele De6-gmeenten ook gezamenlijke acties met de politie en de OMWB en worden die geëvalueerd. Verwerking reactie: Hier wordt bedoeld de afspraken die in het kader van bestuursovereenkomsten of handhavingsarrangementen zijn gemaakt, waarin de prestaties zijn opgenomen. Het handhavingsbeleid geeft inzicht in: afstemming met de handhavingspartners (en eventuele prestaties), regionale samenwerkingsafspraken en het beschikbaar stellen van middelen en capaciteit. Aanbeveling is om de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking met en de afstemming van de werkzaamheden in het nieuwe uitvoeringsprogramma op te nemen. Definitief oordeel: Voldoet gedeeltelijk 4. Bezien B&W regelmatig, maar in ieder geval naar aanleiding van de evaluatie bedoeld in artikel 7.7, tweede lid, het vastgestelde VTH-beleid en passen ze dit in ieder geval bij gebleken noodzaak zo spoedig mogelijk aan? (Bor 7.2, lid 8) Toelichting wetgever: Het VTH-beleid wordt regelmatig bezien en waar nodig aangepast. De periode waarop het beleid betrekking dient te hebben, is niet voorgeschreven. Het ligt echter voor de hand dat het beleid betrekking heeft op een periode van minstens een jaar. Het bestuursorgaan is vrij om een langere periode te kiezen.
Het feit dat de periode waarvoor het beleid wordt vastgesteld meerdere jaren kan bedragen, neemt niet weg dat ten minste eenmaal per jaar moet worden bezien of het vastgestelde beleid door wijziging van het desbetreffende document moet worden aangepast. Tussentijdse aanpassingen doorvoeren en opnemen als beleid is ook mogelijk. Definitief oordeel: Voldoet In het Uitvoeringsbeleid VTH-paragrafen 2.1, 3.2, 3.3 en 3.4 wordt ingegaan op de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften en beleidskaders. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de analyse van inzichten, technieken en werkwijze die gebruikt kunnen worden voor de uitvoering. In het Uitvoeringsprogramma 2021 en Jaarverslag 2020 hoofdstuk 9 wordt inzicht gegeven in soorten en aantallen Wabo-meldingen en -vergunningen, zowel voor de eigen organisatie als voor de Omgevingsdienst en in hoofdstuk 10 de APV en bijzondere wetten. In het Uitvoeringsbeleid VTH-hoofdstuk 6 vindt de vertaling plaats naar de prioriteiten (VTH-beleid, bijlage 3) en de doelen met hieraan gekoppeld de activiteiten. 5. Maken B&W het VTH-beleid bekend aan de gemeenteraad? (Bor 7.2, lid 9) Toelichting wetgever: De gemeenteraad is het politiek verantwoordelijke orgaan. Doel is om hen informatie te verschaffen om intern toezicht te kunnen uitoefenen (= horizontale verantwoording). In welke vorm of op welke wijze dat plaatsvindt is aan het bestuursorgaan zelf.
Definitief oordeel: Voldoet Met de raadsinformatiebrief van 5 februari 2018 is de raad geïnformeerd over de vaststelling van het VTH-beleid door het college op 30 januari 2018. Op 14 december 2021 heeft het college besloten het VTH-beleid, van kracht te laten blijven tot inwerkingtreden nieuw op te stellen VTH-beleid, vooralsnog gepland op 1 januari 2023 en de raad hierover middels een brief geïnformeerd.
5
Uitvoeringsprogramma 6. Werken B&W jaarlijks het VTH-beleid uit in een uitvoeringsprogramma, waarin wordt aangegeven welke van de vastgestelde activiteiten zij het komende jaar zullen uitvoeren, waarbij zij rekening houden met de gestelde doelen en gestelde prioriteiten? (Bor 7.3, lid 1) Toelichting wetgever: Het uitvoeringsprogramma dat het bestuursorgaan jaarlijks moet opstellen voor zijn activiteiten, legt een relatie met het geldende ingevolge artikel 7.2 vastgestelde uitvoerings- en handhavingsbeleid. Het programmeren van de activiteiten moet plaatsvinden in lijn met de prioriteitenstelling van activiteiten die op haar beurt weer in relatie moet staan met de door het bestuursorgaan geformuleerde doelen die met VTH moeten worden bereikt. Definitief oordeel: Voldoet In het uitvoeringsprogramma 2022 en jaarverslag 2021 hoofdstuk 9 wordt aangegeven welke van de vastgestelde activiteiten het komende jaar worden uitgevoerd. 7. Stemmen B&W het uitvoeringsprogramma voor het onderdeel handhaving af met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving? (Bor 7.3, lid 2) Toelichting wetgever: Evenals met betrekking tot het handhavingsbeleid het geval is, moet het uitvoeringsprogramma worden afgestemd met de betrokken andere bestuursorganen en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving.
Het uitvoeringsprogramma moet in ieder geval worden afgestemd met andere bestuursorganen in situaties waarin sprake is van meer dan één tot bestuursrechtelijke handhaving bevoegd gezag of van meerdere bestuursorganen die na elkaar – in een keten – bevoegd zijn, bijvoorbeeld met betrekking tot handelingen met afvalstoffen. Verder kan uit de in de bestuursovereenkomsten over de handhaving gemaakte afspraken worden afgeleid met wie afstemming van handhavingsprogramma’s wenselijk is. Voorlopig oordeel: Voldoet gedeeltelijk In het VTH-beleid paragraaf 2.1.1 wordt aangegeven dat het uitvoerings- en handhavingsbeleid jaarlijks moet worden uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma waarin wordt opgenomen welke activiteiten in het komende jaar worden uitgevoerd. Dat het uitvoeringsprogramma met de overige betrokken bestuursorganen moet worden afgestemd. Tekortkomingen: In het uitvoeringsprogramma 2022 en jaarverslag 2021 wordt niet aangegeven dat dit vooraf wordt afgestemd met andere betrokken bestuursorganen en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Verbeterpunten: Zorg voor de afstemming van het VTH-jaarverslag en VTH-uitvoeringsprogramma met andere betrokken bestuursorganen en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving voordat dit wordt vastgesteld.
Reactie gemeente: De afstemming met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving is in het beleid geregeld via de lijn van de Landelijke Handhavingsstrategie. Dit komt erop neer dat individuele casussen vanuit het VTH-domein via de AOVers worden geagendeerd bij de basisteam driehoek. Bovendien legt zowel het VTH-beleidsplan als het VTH-Uitvoeringsprogramma/-Jaarverslag een link met Integrale Veiligheid en APV (openbare orde) in diverse hoofdstukken om bestuurs- en strafrechtelijke besluitvorming integraal te benaderen. 6
Tenslotte voeren we als individuele De6-gmeenten ook gezamenlijke acties met de politie en de OMWB en worden die geëvalueerd.
Verwerking reactie: Uit uw reactie blijkt dat het Uitvoeringsprogramma is afgestemd met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Dit is voor ons aanleiding om ons voorlopige oordeel te herzien van voldoet gedeeltelijk naar voldoet. Aanbeveling is om in het nieuwe uitvoeringsprogramma op te nemen dat deze afstemming voor vaststelling van het nieuwe uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden. Definitief oordeel: Voldoet 8. Stellen B&W het uitvoeringsprogramma VTH jaarlijks vóór 1 februari vast? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant art. 3, lid 1 en lid 2, onder b, en lid 4 en lid 6) Toelichting wetgever: Jaarlijks wordt het uitvoerings- en handhavingsbeleid uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma met de uit te voeren activiteiten in het komende jaar. De provincie heeft de wettelijke taak van interbestuurlijk toezichthouder op de kwaliteit van de taakuitvoering door gemeenten en waterschappen onder meer op het domein omgevingsrecht. Doel is om informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen. Definitief oordeel: Voldoet Op 25 januari 2022 is het uitvoeringsprogramma 2022 en jaarverslag 2021 het college vastgesteld. 9. Maken B&W het uitvoeringsprogramma VTH bekend aan de gemeenteraad? (Bor 7.3, lid 4) Toelichting wetgever: De gemeenteraad is het politiek verantwoordelijke orgaan.
Doel is om hen informatie te verschaffen om intern toezicht te kunnen uitoefenen (= horizontale verantwoording). In welke vorm of op welke wijze dat plaatsvindt is aan het bestuursorgaan zelf. Definitief oordeel: Voldoet Met een brief van 31 januari 2022 is de raad geïnformeerd over de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma 2022 en jaarverslag 2021 door het college. Borging van middelen 10. Zorgen B&W ervoor dat voor VTH: a. de voor het bereiken van de gestelde doelen en de voor het uitvoeren van de aangegeven activiteiten benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd; b. de wijze van berekening van de benodigde financiële en personele middelen, bedoeld onder a, inzichtelijk wordt gemaakt; c. voor de uitvoering van de uitvoeringsprogramma’s van de eigen organisatie en de omgevingsdienst voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn en dat deze middelen zo nodig worden aangevuld of de uitvoeringsprogramma’s zo nodig worden aangepast? (Bor 7.5) Toelichting wetgever: 7
De gemeente zorgt ervoor dat de voor de uitvoering van het VTH-beleid benodigde en beschikbare financiële en personele middelen in de begroting worden opgenomen en worden toegelicht. Voor de in het uitvoeringsprogramma concreet beschreven activiteiten moet worden aangegeven wat de voor die activiteiten benodigde en beschikbare capaciteit en financiële middelen zijn. Capaciteit en financiële middelen moeten uiteraard toereikend zijn voor de uitvoering van het programma. Dit geldt niet alleen bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma; ook tijdens de uitvoering moeten de capaciteit en financiële middelen worden bewaakt. Definitief oordeel: Voldoet 10a Voldoet VTH-beleid hoofdstuk 8 en het Uitvoeringsprogramma 2022 en jaarverslag 2021 hoofdstuk 8 worden de voor het bereiken van de gestelde doelen en de voor het uitvoeren van de aangegeven activiteiten benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk gemaakt en in de begroting gewaarborgd 10b Voldoet Uitvoeringsprogramma 2022 en jaarverslag 2021 hoofdstuk 8 in combinatie met bijlage 3 wordt de benodigde financiële en personele middelen voldoende inzichtelijk gemaakt. 10c Voldoet In het VTH-beleid par.
7.7 wordt aangegeven dat indien uit de monitoring van de indicatoren blijkt dat de doelstelling niet gerealiseerd wordt, wordt (afhankelijk van het moment van constateren) hiervoor een verklaring opgenomen in het jaarverslag. Indien nodig worden verbetermaatregelen voorgesteld die ertoe dienen te leiden dat in het vervolg de doelstelling wordt gerealiseerd. Monitoring 11. Bewaken B&W de resultaten en de voortgang van: a. het bereiken van de gestelde VTH-doelen voor de eigen organisatie en voor de omgevingsdienst; b. de uitvoering van de uitvoeringsprogramma’s VTH van de eigen organisatie en van de omgevingsdienst? (Bor 7.6, lid 1) Toelichting wetgever: Om te kunnen vaststellen of de VTH-doelstellingen worden bereikt, zal het bestuursorgaan een methodiek moeten hanteren aan de hand waarvan monitoring en evaluatie kunnen plaatsvinden. Het ligt voor de hand dat bepaalde indicatoren in deze methodiek een rol spelen. Het is gebruikelijk om daarbij cijfermatige gegevens te hanteren die in het kader van de VTH zijn verkregen over bijvoorbeeld aantallen verleende omgevingsvergunningen, uitgevoerde controles, geconstateerde overtredingen en opgelegde bestuursrechtelijke en strafrechtelijke sancties (zoals processen-verbaal en aangeboden transacties). Ingevolge Bor, artikel 7.6, tweede lid, moeten (dergelijke) in het kader van de handhaving verkregen gegevens worden geregistreerd.
De relatie tussen de gekozen methodiek en de handhavingsdoelstellingen impliceert dat deze doelen voldoende concreet (als meetbare prestaties geformuleerd) moeten zijn. Definitief oordeel: Voldoet In het VTH-beleidsplan hoofdstuk 7.7 wordt aangegeven dat de resultaten en de voortgang van het bereiken van de gestelde doelen voor de eigen organisatie en voor de omgevingsdienst alsmede de uitvoering van de uitvoeringsprogramma’s van de eigen organisatie en van de omgevingsdienst. In het uitvoeringsprogramma 2022 en jaarverslag 2021 hoofdstuk 7 wordt beschreven hoe de gemeente het monitoren en registeren heeft ingevuld om o.a. te voldoen aan de wettelijke eis, maar ook voor hun interne sturing, zowel voor de eigen organisatie als voor de Omgevingsdienst.
8
Rapportage 12. Rapporteren B&W periodiek over de uitvoering van de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden? (Bor 7.7, lid 1, onder b) Toelichting wetgever: De rapportages moeten worden uitgebracht aan de gemeenteraad. Het is belangrijk dat de beleidsmakers, vergunningverleners en andere handhavende organisatieonderdelen van het bestuursorgaan van de rapportages kennis kunnen nemen. Voorlopig oordeel: Voldoet niet Uit het VTH-beleidsplan blijkt dat de gemeente met bestuursorganen onderling afspraken maakt over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden. Voor de bestuursorganen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving ontbreekt deze informatie (zie toelichting bij vraag 3). Bestuursorganen onderling. Uit het evaluatieverslag valt niet of onvoldoende op te maken wat de conclusies zijn van een periodieke evaluatie over de uitvoering van de afspraken die door de bestuursorganen onderling (zoals OD en veiligheidsregio) zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden. Strafrechtelijke organen. Het evaluatieverslag gaat niet in op het onderdeel strafrecht.
Daarom valt niet of onvoldoende op te maken wat de conclusies zijn van een periodieke evaluatie over de uitvoering van de afspraken die met de strafrechtorganen (politie en OM) zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden. Daarbij valt onder meer te denken aan of de afstemming en samenwerking bij de uitvoering van de Landelijke handhavingsstrategie (LHS) en projectmatige samenwerkingsvormen conform de daarin opgenomen afspraken is verlopen. Ook valt te denken aan of in de praktijk is gewerkt conform de binnen de lokale driehoek gemaakte afstemmingsafspraken over beleidskeuzes, uitgangspunten voor de uitvoering en prioriteiten, zoals in het beleidsplan wordt genoemd. Afspraken over de samenwerking en afstemming van de inzet van buitengewone opsporingsambtenaren in het domein omgevingsrecht kunnen hier ook bij worden betrokken. Tekortkomingen: Onduidelijk is of en zo ja, hoe over de uitvoering van de betreffende afspraken periodiek wordt geëvalueerd en gerapporteerd. Verbeterpunten: Rapporteer periodiek en in ieder geval in het evaluatieverslag over de uitvoering van de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden.
Reactie gemeente: De afstemming met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving is in het beleid geregeld via de lijn van de Landelijke Handhavingsstrategie. Dit komt erop neer dat individuele casussen vanuit het VTH-domein via de AOVers worden geagendeerd bij de basisteam driehoek. Bovendien legt zowel het VTH-beleidsplan als het VTH-Uitvoeringsprogramma/-Jaarverslag een link met Integrale Veiligheid en APV (openbare orde) in diverse hoofdstukken om bestuurs- en strafrechtelijke besluitvorming integraal te benaderen. Tenslotte voeren we als individuele De6-gmeenten ook gezamenlijke acties met de politie en de OMWB en worden die geëvalueerd. Voor een groot dossier binnen de gemeente Rucphen vond in 2021 om de twee weken casuïstiek overleg plaats waaraan diverse partners deelnamen (politie, zorg, belasting,) en werden controles gezamenlijk uitgevoerd wanneer nodig. Vanuit de gemeente namen de BOA’s deel aan dit overleg 9
en wanneer nodig ook bestuursrechtelijk handhavers of handhavingsjuristen. Deze aanpak resulteerde in een daadkrachtige aanpak, overtredingen werden aangepakt. En waar nodig werden situaties waarin hulpverlening nodig was opgepakt door de gemeente en/of een van de partners. Deze samenwerking zetten we in 2022 voort. Verder zijn bij de gemeente Rucphen de BOA’s en de bestuursrechtelijke handhaving bij één afdeling onder gebracht. Dit versterkt de dagelijkse samenwerking tussen strafrecht en bestuursrecht. Verwerking reactie: Het onderwerp rapporteren over de uitvoering van de afspraken zoals bedoeld in dit procescriterium en we hebben toegelicht bij het voorlopig oordeel en opgenomen in het verbeterpunt, zien wij in uw reactie niet terug. Zie ook onze reactie bij vraag 3. Ons voorlopig oordeel blijft hierdoor onveranderd. Definitief oordeel: Voldoet niet 13. Evalueren B&W jaarlijks of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s VTH voor de eigen organisatie en de omgevingsdienst zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen? (Bor 7.7, lid 2) Toelichting wetgever: Een cyclisch verlopend uitvoeringsproces wordt door middel van evaluatie afgesloten met een rapportage over en verantwoording van de uitgevoerde activiteiten aan de gemeenteraad.
Daarbij wordt getoetst of de geleverde inspanningen ook het bereiken van de uitvoeringsdoelstellingen hebben opgeleverd. Indien deze doelstellingen zijn bereikt, zal dit in algemene zin leiden – indirect – tot positieve effecten op de omgevingskwaliteit. Indien deze doelstellingen niet zijn bereikt, kan dit leiden tot conclusies en aanbevelingen over aanpassingen van het VTH-beleid, het uitvoeringsprogramma of de uitgevoerde VTH-activiteiten. Voor input voor het uitvoeringsprogramma van het komende jaar is het belangrijk dat de interne evaluatie voorafgaand aan het opstellen van het uitvoeringsprogramma wordt gedaan. Het uitvoeren van externe audits kan een nuttige functie vervullen bij het verbeteren van de organisatie en werkwijzen van het VTH-beleid. Naast IBT-audits door de provincie, valt ook te denken aan horizontale, benchmark-achtige externe audits, waarbij bijvoorbeeld de ene gemeente de taakuitvoering van een andere gemeente bekijkt. Horizontale audits passen als zodanig goed in het versterken van de horizontale kwaliteitsborging.
Definitief oordeel: Voldoet In het Uitvoeringsbeleid VTH hoofdstuk 7.7 wordt aangegeven dat de gemeente jaarlijks evalueert of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen? In het Uitvoeringsprogramma 2021 en Jaarverslag 2020 VTH Wabo/leefomgeving hoofdstuk 13evalueert de gemeente of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen.
10
14. Stellen B&W het evaluatieverslag VTH jaarlijks vóór 1 mei vast? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant art. 3, lid 1 en lid 2, onder d, en lid 5) Toelichting wetgever: Jaarlijks evalueert een gemeente of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de vastgestelde beleidsdoelen. De provincie heeft de wettelijke taak van interbestuurlijk toezichthouder op de kwaliteit van de taakuitvoering door gemeenten en waterschappen onder meer op het domein omgevingsrecht. Doel is om informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen. Definitief oordeel: Voldoet Op 25 januari 2022 is het uitvoeringsprogramma 2022 en jaarverslag 2021 het college vastgesteld. 15. Maken B&W het evaluatieverslag VTH bekend aan de gemeenteraad? (Bor 7.7, lid 3) Toelichting wetgever: Zie toelichting bij vraag 9. Definitief oordeel: Voldoet Met een brief van 31 januari 2022 is de raad geïnformeerd over de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma 2022 en jaarverslag 2021 door het college.
Eindoordeel Op basis van de behaalde scores en conform de vastgestelde beoordelingscriteria en normen, is het eindoordeel: Voldoet
Toetsingsvragen Score Voldoet (2 punten) Score Voldoet gedeeltelijk (1 punt) Score Voldoet niet (0 punten) Totaal aantal punten Eindoordeel o.b.v. punten Toelichting eindoordeel:
Aantal 15 13 1 1
Punten
26 1 0 27 27/30 x 100% = 90%
≥ 80 = Voldoet ≥ 60 en < 80 = Voldoet gedeeltelijk < 60 = Voldoet niet
11
Monumentenzorg/Erfgoed Verstrekken B&W jaarlijks vóór 1 mei toezichtinformatie over de uitvoering van artikel 15, 38 en 38a van de Monumentenwet 1988? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant art. 4 in combinatie met art. 9.1 Erfgoedwet) Toelichting: Het toezicht op de monumentenzorg richt zich op de wijze waarop gemeenten hun taken op het gebied van het beschermen en onderhouden van archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg uitvoeren. Als gemeenten deze taken op het gebied van de archeologische en de gebouwde monumentenzorg niet goed uitvoeren, is het risico groot dat onroerend cultureel erfgoed beschadigd wordt of zelfs verloren gaat. Een van de wettelijke eisen is dat gemeenten een onafhankelijke en deskundige commissie instellen die adviseert over omgevingsvergunningen voor het aanpassen van een beschermd monument. De provincie monitort of de gemeenten een dergelijke commissie hebben ingesteld en deze ook altijd consulteert. Doel is om tijdig informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen. Deze extra vraag vloeit voort uit samenwerkingsafspraken tussen de IBT-toezichtgebieden Omgevingsrecht en Monumentenzorg en is te zien als een pilot met het oog op de komst van de Omgevingswet. De score van een gemeente bij deze vraag valt buiten de beoordeling systematisch toezicht Omgevingsrecht.
Over de consequenties van geheel of gedeeltelijk niet voldoen aan deze wettelijke verplichting, ontvangt een gemeente separaat bericht in lijn met de bestaande toezichtstrategie IBT Monumentenzorg met bijbehorend interventieproces zoals opgenomen in het provinciale Beleidskader IBT 2020-2023 ‘Toezicht in balans’. Definitief oordeel: Voldoet Toelichting De gevraagde toezichtinformatie bestaande uit adviezen en gegevens over monumentenzorg en archeologie zijn volledig verstrekt vóór 1 mei 2021. Compliment voor de tijdige aanlevering.
12