06b Kadernota 2025
Tekst van het document
42
5.5.6. Dividend nv Bank Nederlandse Gemeenten Het jaarlijks bedrag aan dividend over de afgelopen begrotingsjaren kent een wisselend verloop: • 2020: € 35.577,36 • 2021: € 44.815,68 • 2022: € 49.140,00 • 2023: € 42.456,96 (zonder aftrek dividendbelasting € 6.368,54) Het dividend van de BNG Bank N.V. voor 2025 en verder baseren we op het gemiddelde bedrag aan dividend over de afgelopen vier begrotingsjaren. De huidige raming € 38.000,00 wordt verhoogd naar € 42.000,00 in 2025. Omschrijving toename baten dividend Totaal financiële mutatie (-= nadeel)
2025 4.000 4.000
2026 4.000 4.000
2027 4.000 4.000
2028 4.000 4.000
5.6. Benodigd weerstandvermogen en risicomanagement De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt volgens de jaarrekening 2023, per 31 december 2023 € 3.379.529,00. De beschikbare weerstandscapaciteit, gecorrigeerd voor middelen welke niet als dekking gebruikt kunnen worden bedraagt € 6.762.638,00. Volgens de normtabel weerstandsvermogen is onze weerstandscapaciteit uitstekend. Bij de bepaling van de ratio is al rekening gehouden met toekomstige onttrekkingen uit de Algemene Reserve, waarover uw raad heeft besloten. Tussen de vaststelling van deze kadernota en de Programmabegroting 2025 vindt een actualisatie van de risico’s plaats, zodat in de Programmabegroting 2025 een actuele stand van het benodigd weerstandsvermogen kan worden gepresenteerd. Mutaties weerstandsvermogen tot en met 3 juli 2024 Toekomstige ontwikkelingen weerstandscapaciteit
Bedrag
Jaar
Op peil brengen reserve kadernota ivm eenmalige claims KN2025
158.157
2025
Op peil brengen reserve kadernota ivm eenmalige claims KN2025
47.266
2026
Totaal voorgestelde mutaties
205.423
Raadsbesluiten tot de voorlopige aanwending van / storting in de algemene reserve Storting in reserve kadernota ten behoeve van begroting 2025 o Aanwending: € 158.157,00; o Kadernota 2025; o Raad 3 juli 2024; o Begroting 2025 (formele besluitvorming); o Raad 13 november 2024. -
Storting in reserve Kadernota ten behoeve van begroting 2026 o Aanwending: € 47.266,00; o Kadernota 2025; o Raad 3 juli 2024; o Begroting 2025 (formele besluitvorming); o Raad 13 november 2024.
Reserve grondexploitatie De reserve grondexploitatie bedraagt per 1 januari 2024 € 2.903.365,56. Het vrij te besteden weerstandsvermogen van deze reserve, groot € 846.129,96, valt in 2024 vrij ten gunste van de Algemene Reserve. Per saldo is er dan geen effect op de beschikbare weerstandscapaciteit.
43
Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bij de OZB is zo groot als het verschil tussen het gehanteerde tarief en het tarief om tot een "artikel 12 gemeente" gerekend te worden. Het redelijk peil voor 2024 is 0,1614%. Wanneer we dit percentage afzetten tegen de in de begroting opgenomen ramingen voor de OZB-ontvangsten is er nog een ruimte van € 3.365.318,00 structureel. Beschikbare Weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve per 01-01-2025
4.650.402
Reserve grondexploitatie
2.057.236
Onbenutte belastingcapaciteit (redelijk peil 2024)
3.365.318
Onvoorzien
55.000
Algemene reserve geactiveerde gronden in erfpacht (stille reserves)
953.000
Totale beschikbare weerstandscapaciteit Totaal aanwendingen tlv / vrijval tgv de algemene reserve
11.080.956 205.423
Totaal gecorrigeerde beschikbare weerstandscapaciteit
10.875.533
Totaal benodigde weerstandscapaciteit (o.b.v. 100%)
3.379.529
Vrij besteedbaar
7.496.004
af: onbenutte belastingcapaciteit en erfpacht
4.318.318
Vrij besteedbare middelen (na correctie)
3.177.686
Wanneer we de benodigde weerstandscapaciteit in mindering brengen op de beschikbare weerstandscapaciteit resteert een vrij besteedbaar bedrag van € 7.496.004,21. Als we vervolgens op dit bedrag een correctie toepassen voor de middelen welke niet als dekking gebruikt kunnen worden (onbenutte belastingcapaciteit en erfpacht), resteert nog € 3.177.685,81 aan vrij besteedbare middelen. Dit is de ruimte boven het ratio van 1,0, de vrij besteedbare ruimte boven het ratio van 1,4 bedraagt € 1.825.874,21. Ratio weerstandsvermogen Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, leggen we een relatie tussen de financieel gekwantificeerde risico’s, de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.
Ratio weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit
10.875.533
Benodigde weerstandscapaciteit
3.379.529
3,2
Wanneer we op deze ratio een correctie toepassen voor de middelen welke niet als dekking gebruikt kunnen worden (onbenutte belastingcapaciteit en erfpacht), verandert het ratio als volgt:
Ratio weerstandsvermogen (gecorrigeerd)
=
Beschikbare weerstandscapaciteit
6.557.215
Benodigde weerstandscapaciteit
3.379.529
1,9
Wanneer we alle toekomstige ontwikkelingen meenemen en deze afzetten tegen de totale beschikbare weerstandscapaciteit heeft de gemeente Rucphen een ratio van 3,2. We zijn ons er van bewust dat de onbenutte belastingcapaciteit en erfpacht niet kunnen worden gebruikt als dekking. Wanneer we een correctie op deze onderdelen toepassen daalt de ratio naar 1,9, wat volgens de norm ruim voldoende is.
44
Prognose Kengetallen Om een beeld te geven van de financiële positie van onze gemeente zijn de kengetallen meerjarig geprognosticeerd. De uitgangspunten die hiervoor zijn gebruikt zijn: -
de balanspositie per 31 december 2023; de meerjarenraming uit de programmabegroting 2024; de geactualiseerde liquiditeitsprognose.
Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheersing (prognose) Rekening 2023
Begroting 2024
Prognose 2025
Prognose 2026
Prognose 2027
Prognose 2028
Netto schuldquote
35,5%
50,2%
60,7%
67,9%
77,5%
84,9%
Netto schuldquote (gecorrigeerd)
35,1%
49,8%
59,8%
66,6%
75,7%
83,1%
Solvabiliteitsratio
55,3%
48,0%
47,4%
44,3%
43,0%
43,1%
Grondexploitatie
9,3%
1,2%
-0,2%
-1,6%
0,0%
0,0%
Kengetallen:
Structurele exploitatieruimte
4,2%
2,7%
2,4%
-1,1%
-0,2%
-0,5%
Belastingcapaciteit
90,4%
90,4%
87,4%
84,5%
81,6%
80,1%
Om meer duiding te geven aan de percentages koppelen we deze aan een rating. Hierbij staat A voor ‘minst risicovol’, B voor ‘neutraal’ en C voor ‘meest risicovol’. Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheersing (prognose) Rekening 2023
Begroting 2024
Prognose 2025
Prognose 2026
Prognose 2027
Prognose 2028
Netto schuldquote
A
A
A
A
A
A
Netto schuldquote (gecorrigeerd)
A
A
A
A
A
A
Solvabiliteitsratio
A
B
B
B
B
B
Grondexploitatie
A
A
A
A
A
A
Structurele exploitatieruimte
A
A
A
C
C
C
Belastingcapaciteit
A
A
A
A
A
A
Kengetallen:
Meerjarig wordt een stijging van de schuldquote voorzien als gevolg van het aantrekken van lang vermogen om onze reguliere- en investeringsuitgaven te kunnen financieren. Een percentage <90% wordt gezien als het minst risicovol. Hierbij plaatsen we de kanttekening dat er rekening is gehouden met het feit dat een gedeelte van de investeringen doorschuiven naar volgende begrotingsjaren, zodat ook na 2028 een toename van de schuldquote wordt verwacht. Naast het aantrekken van nieuw vreemd vermogen vinden er ook structurele onttrekkingen uit de reserves (eigen vermogen) plaats. Dit is terug zien in de afname van het solvabiliteitsratio. Een percentage > 50% wordt door onze Provincie gezien als het minst risicovol. Met een solvabiliteitsratio tussen 20% - 50% classificeert gemeente Rucphen zich als neutraal. De structurele exploitatieruimte neemt af. Dit houdt in dat de structurele lasten hoger zijn dan de structurele baten. Dit is goed te zien in het “ravijnjaar” 2026, maar ook 2027 en 2028 hebben op dit moment geen structurele exploitatieruimte. Bij het kengetal belastingcapaciteit is uitgegaan van een vaste stijging van 2% per jaar voor onze gemeente. Als we dit afzetten tegen de hogere landelijke trends prognosticeren we een daling van dit kengetal. Dit houdt in dat de woonlasten in Rucphen relatief laag zijn t.o.v. het landelijk gemiddelde.
45
Bijlage 1 Uitgangspunten In de verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) Rucphen 2023 is opgenomen: “Het college van burgemeester en wethouders biedt voor 15 juni aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor 15 juli vast”. Op 3 juni 2022 is het Hoofdlijnenakkoord ‘Samen verder Bouwen’ voor de huidige zittingsperiode van de gemeenteraad door de coalitiepartijen ondertekend. De ambities uit het akkoord zijn uitgewerkt in het Collegewerkprogramma, wat de gemeenteraad op 2 november 2022 ter kennisgeving heeft aangenomen. In beide documenten is opgenomen: “De begroting moet structureel op orde zijn. Daarbij hebben we blijvende aandacht voor de risicoparagraaf en het weerstandsvermogen. We hanteren twee uitgangspunten. Ten eerste gaat bezuinigen voor lastenverzwaring. Ten tweede hanteren we voor de OZB maximaal 2% verhoging per jaar”. Voor de samenstelling van de begroting 2025 worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Algemene uitgangspunten 1. Indeling Programmabegroting 2025-2028 De programmabegroting kent dezelfde indeling als de programmabegroting 2024 2. Toezichtregime provincie De provincie houdt toezicht op de financiën van de gemeenten op basis van artikel 203 van de Gemeentewet.
De provincie kent twee vormen van toezicht: • Preventief (toezicht vooraf): De gemeente kan formeel geen uitgaven doen zonder machtiging van de provincie; • Repressief (toezicht achteraf): De provincie volstaat ermee de gemeente op afstand te volgen via de begroting, jaarrekening, overige ter kennisneming ingezonden financiële stukken en het voeren van overleg op ambtelijk niveau. Voor het nemen van de beslissing hierover vormt de provincie zich over de volgende elementen een oordeel: • De begroting 2025 moet in evenwicht zijn (structurele lasten worden gedekt door structurele baten) of uit de meerjarenraming blijkt dat dit evenwicht in de eerstvolgende jaren tot stand wordt gebracht en uiterlijk in 2028; • De begroting 2025 voor 15 november 2024 zijn ingezonden. 3. Een actuele financiële basis Uitgangspunt is dat alle beschikbare informatie benut is bij de samenstelling van “kadernota 2025” en Programmabegroting. 4. Claims en knelpunten in de kadernota In deze kadernota zijn alleen claims opgenomen die de toets van de 3 O’s (onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar) hebben doorstaan. Claims kunnen betrekking hebben op wettelijk verplichte zaken, die benodigd zijn voor het realiseren van een bezuinigingstaakstelling of door een andere reden onontkoombaar zijn. Tevens kunnen claims voortvloeien uit eerder vastgesteld beleid.
Per geval wordt beoordeeld of jaarlijkse indexering van budgetten voor claims toegepast dient te worden. Standaard wordt, indien beïnvloeding van de uitgaven niet mogelijk is teneinde het budget op hetzelfde niveau te handhaven, uitgegaan van een index van 1% per jaar. Claims kleiner dan € 5.000,00 worden door het college beoordeeld maar dienen als uitgangspunt binnen andere budgetten van het betreffende programma te worden opgevangen. 5. Belastingopbrengsten Voor de onroerendezaakbelastingen (OZB) is op grond van het Hoofdlijnenakkoord 2022 - 2026 en het Collegewerkprogramma 2022 – 2026 in 2025 met een opbrengstenstijging van maximaal 2% gerekend. Ook voor de volgende drie jaren hebben wij dit percentage toegepast. Daarbij is het tarief van de toeristen- en forensenbelasting aan de OZB-stijging gekoppeld.
46
Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing wordt een 100% kostendekkend tarief gehanteerd. Voor leges geldt in een aantal gevallen een voorgeschreven tarief, in andere gevallen wordt gebruik gemaakt van rekenmodellen voor de bepaling van het tarief. Definitieve besluitvorming omtrent de belastingtarieven vindt plaats in de raadsvergadering van 11 december 2024. 6. Mutaties op de gemeentefondsuitkering Eventuele (decentralisatie) kortingen op de gemeentefondsuitkering worden binnen de budgetten van die taken opgevangen. Zo nodig kan compensatie binnen het betreffende programma worden gezocht. Indien wettelijke taken dat noodzakelijk maken, kunnen andere prioriteiten worden gesteld. Toename van middelen in de gemeentefondsuitkering voor een specifieke taak leidt in principe tot verhoging van het betreffende budget. Slechts na zorgvuldige afweging kunnen deze middelen voor andere doeleinden worden ingezet. 7. Cao-ontwikkelingen ambtenarensalarissen De meest actuele informatie ten aanzien van de loonkostenontwikkelingen, waaronder werkgeverspremies, wordt meegenomen bij de bepaling van het meerjarig loonkostenbudget. Indien geen cao-ontwikkeling voor de volledige meerjarenbegroting bekend is, worden de percentages met betrekking tot “loonvoet sector overheid” uit de meicirculaire van het Gemeentefonds gebruikt. 8.
Oud voor nieuw De lasten van nieuw en/of aangepast beleid dienen binnen bestaande budgetten te worden opgevangen. 9. Budget voor kapitaallasten investeringen Uitgangspunt zijn de ramingen in de meerjarenbegroting 2024 - 2027, naar aanleiding van het in de kadernota opgenomen investeringsprogramma zal een herrekening van de lasten plaatsvinden.
47
Bijlage 2 Totaal claims in één oogopslag Claims Kadernota 2025 Eenmalig onderwerp
2025
Programma Bestuur en ondersteuning KN25-1 Strategische personeelsplanning ICT-adviseur KN25-2 Personeels-, informatie- en salarissysteem, opleidingskosten
2026
2027
2028
47.000 15.000
Programma Sport, Cultuur en Recreatie KN25-27 Kosten belasting en verzekering Vijfsprong Programma Sociaal Domein KN25-31 GR Geweld In Afhankelijkheidsrelaties verbouwing Safegroup Programma Volksgezondheid en Milieu KN25-36 Buurtsportcoaches Totaal eenmalig
9.000
87.157
47.266
0
0
158.157
47.266
0
0
2025
2026
2027
2028
27.021 50.000 17.000 6.000
27.172 51.150 17.170 6.060
27.320 52.326 17.342 6.121
27.175 53.529 17.515 6.182
65.000
66.495
68.024
69.589
Structureel onderwerp Programma Bestuur en ondersteuning KN25-3 Indexatie onderhoudscontracten KN25-4 MS365 licenties KN25-5 Internet back-uplijn KN25-6 E-mail security uitbreiding KN25-7 Monitoring, Detectie & Respons (MDR)-dienstverlening KN25-8 Meerjarig I-programma- en uitvoeringsplan
20.000
KN25-9 Vervanging software geo-applicaties KN25-10 Ondersteuning aangifte vennootschapsbelasting KN25-11 Personele inzet beheer bedrijfs- kritische applicaties KN25-12 Personele inzet Financiën KN25-13 Personele inzet voor het waarborgen van de informatiebeveiliging KN25-14 Personele inzet voor de verbijzonderde Interne Controle KN25-15 Budget verkiezingen (incl. presentiegelden) KN25-16 Formatie uitbreiding incl. actualisatie legesopbrengsten KN25-17 Exploitatie opslagplaats (werf)
10.000
10.230
10.465
10.706
7.000
7.070
7.141
7.212
86.000
89.354
92.839
96.460
80.000
83.120
86.362
55.808
57.513
59.592
61.745
0
19.200
19.200
19.200
31.000
6.256
-10.927
15.753
10.000
10.100
10.201
10.303
KN25-18 Ophogen budget Digitale Toegankelijkheid
10.000
10.100
10.201
10.303
KN25-19 Personele inzet juridische zaken KN25-20 Aanpak fraudeleuze documenten
41.000 18.500
42.599 18.500
44.260 18.500
45.986 18.500
Programma Veiligheid KN25-21 Onderhoud Brandkranen KN25-22 Personele inzet voor handhaving en toezicht KN25-23 Audit Wet politiegegevens (WPG)
25.000 0 14.200
25.250 85.198 6.700
25.503 88.521 6.700
25.758 91.973 6.700
85.000
88.315
91.759
95.338
Programma Verkeer, Vervoer en Waterstaat KN25-24 Personele inzet om civieltechnisch werk voor te bereiden
18.913
48
KN25-25 Onderhoud wegen (Beleidsplan Wegen 2024 – 2028) Programma Onderwijs KN25-26 Indexering beleidsregel bekostiging bewegingsonderwijs Programma Sport, Cultuur en Recreatie KN25-28 Exploitatietekort Accommodatiebedrijf Rucphen B.V. KN25-29 Maaien sloten en afvoer maaisel KN25-30 Bijdrage beheer en onderhoud sportverenigingen
4.684
151.865
144.674
137.185
10.807
11.636
12.487
13.361
28.660
28.947
29.236
29.528
40.000
40.400
40.804
41.212
230.127
Programma Sociaal Domein KN25-32 Compenseren exploitatietekort gymzaal Sprundel KN25-33 Jeugd: Niet vrij toegankelijke zorg KN25-34 Jeugd: Tarieven Gecertificeerde instellingen (GI’s) KN25-35 Suite4Regie
13.500
13.500
13.500
13.500
370.000
300.000
300.000
300.000
103.000
103.000
103.000
103.000
11.407
11.521
11.636
11.752
Programma Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwingen KN25-37 Personele inzet in het kader van de Omgevingswet KN25-38 Personele inzet Handhaving, Toezicht en Opsporing
95.000
98.705
102.554
106.554
54.399
56.236
58.330
60.502
Totaal structureel
1.639.026
1.543.362
1.547.671
1.506.521
Totaal alle claims en knelpunten Waarvan eenmalig (tlv reserve kadernota) Waarvan dekking tlv rioolheffing
1.797.183 158.157 10.891
1.590.628 47.266 11.000
1.547.671 0 11.110
1.506.521 0 11.221
Tlv de algemene dekkingsmiddelen
1.628.135
1.532.362
1.536.561
1.495.300