06b Kadernota 2024
Tekst van het document
Kadernota 2024 van de gemeente Rucphen
2
3
Inhoudsopgave Kadernota 2024 Gemeente Rucphen 1.
Inleiding .................................................................................................................................... 5
2.
Begrotingsuitgangspunten ......................................................................................................... 6
3.
Claims en knelpunten................................................................................................................. 8
4.
Investeringsprogramma 2024 – 2027 ...................................................................................... 13
4.1 Meerjaren investeringsprogramma 2024 – 2027............................................................................. 13 4.2 Toelichtingen investeringen 2024 ................................................................................................. 17 5.
Toekomstige ontwikkelingen en bestuurlijke ambities ............................................................ 21
5.1. Toekomstige ontwikkelingen ....................................................................................................... 21 5.2. Bestuurlijke ambities ................................................................................................................. 25 6.
Actualisatie financiële positie 2024 – 2027 .............................................................................. 33
6.1. Inleiding ................................................................................................................................... 33 6.2. Opbouw financiële positie ............................................................................................................ 33 6.3. Uitgangspositie .......................................................................................................................... 34 6.3.1. Primitieve begroting .............................................................................................................. 34 6.3.2. Vaststelling programmabegroting 2023 – 2026......................................................................... 34 6.3.3. Raadsbesluiten met gevolgen voor de financiële positie 2024 – 2027 .......................................... 34 6.3.4. Uitgangspunt voor de kadernota ............................................................................................. 34 6.4. Relevante kostenontwikkelingen................................................................................................... 34 6.4.1. Ontwikkelingen loonkostenbudget ........................................................................................... 34 6.4.2. De ontwikkelingen in het benodigde kapitaallastenbudget, inclusief de effecten van het ................ 34 6.4.3. De kostenontwikkeling a.g.v.
deelname in gemeenschappelijke regelingen .................................. 35 6.5. Relevante ontwikkelingen rondom de belangrijkste opbrengstencomponenten ................................... 37 6.5.1. Beleidsuitgangspunten lokale heffingen ................................................................................... 37 6.5.2. Onroerende zaakbelastingen .................................................................................................. 37 6.5.3. Overige heffingen, rechten en leges ........................................................................................ 38 6.5.4 Ontwikkelingen gemeentelijk belastinggebied ............................................................................ 39 6.5.5. Algemene uitkering gemeentefonds ........................................................................................ 40 6.5.6. Dividend nv Bank Nederlandse Gemeenten ............................................................................. 43 6.6. Overige financiële mutaties ......................................................................................................... 43 6.7. Benodigd weerstandvermogen en risicomanagement ...................................................................... 44 7.
Financieel totaaloverzicht 2024 - 2027 .................................................................................... 47
8.
Voorstel ................................................................................................................................... 48
4
5
1.
Inleiding
In artikel 4 van de verordening 212 Gemeentewet (de ‘Financiële verordening gemeente Rucphen 2018’) is voorgeschreven dat wij u een nota aanbieden met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenbegroting. Het nu voorliggende document is de Kadernota 2024, die is gericht op het begrotingsjaar 2024 en de drie daarop volgende jaren. De afgelopen jaren hebben we u een Kadernota gepresenteerd die financieel technisch en beleidsarm was. Het uitgangspunt van de Kadernota 2024 is dat dit een financieel technisch, maar niet beleidsarm document is en dat deze Kadernota aan u ter vaststelling wordt aangeboden. Met "financieel technisch" doelen we vooral op het beschikbaar stellen van de financiële informatie die tijdens het opstellen van deze Kadernota bekend is (denk m.n. aan inzicht in de begrotingen van de Verbonden Partijen, investeringsplanning en kapitaallasten, algemene uitkering gemeentefonds en een overzicht van knelpunten/claims die onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar zijn). We zijn tevreden met de Kadernota 2024 die wij u aanbieden. De begroting is meerjarig sluitend en we zijn financieel gezond. En dat tegen een achtergrond dat er al veel gedaan is en nog steeds veel gebeurt. Denk aan het realiseren van zwembad De Watertuin, de Omleiding en investeringen in duurzaamheid en klimaat.
Maar ook aan het opvangen van de kosten voor gemeenschappelijke regelingen, de kostenstijging als gevolg van de cao-ontwikkelingen en het investeren in (energie)armoede. We anticiperen op ontwikkelingen zodat wanneer ze zich aandienen we er structureel op voorbereid zijn in de begroting. Tegelijkertijd zien we grote opgaven die nog voor ons liggen die nog niet financieel vertaald zijn in deze Kadernota. Denk aan de projecten uit het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs en het Investeringsprogramma, het realiseren van Flexwoningen, de opgave tot het ontwikkelen van het gebied Schijf Noord en de opgaven in het Sociaal Domein. Hoewel we dus positief gestemd zijn over deze Kadernota en we voorbereid zijn op onze toekomst past het om behoedzaam te blijven begroten zodat we ook de toekomstige opgaven kunnen realiseren. Hoofdstuk 2 van deze Kadernota bevat de gebruikelijke opsomming van de financiële begrotingsuitgangspunten. In hoofdstuk 3 beschrijven we de claims en knelpunten. Hierbij hebben we als toetsingskader de 3 O’s toegepast (onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar). Voor deze zaken en voor de investeringen in hoofdstuk 4 geldt dat ze in de Programmabegroting 2024 worden opgenomen. Na vaststelling van die begroting zijn de budgetten en kredieten pas beschikbaar voor het begrotingsjaar 2024.
In hoofdstuk 5 wordt een aantal ontwikkelingen toegelicht waarvan de financiële consequenties nu nog niet in beeld zijn en worden bestuurlijke ambities toegelicht waarvoor op dit moment de financiële middelen niet voorhanden zijn. Op deze manier geven wij uw raad de mogelijkheid de bestuurlijke ambities mee te nemen bij de integrale afweging van de Programmabegroting 2024. In hoofdstuk 6 actualiseren we de financiële positie voor de jaren 2024 t/m 2027. Hier komen o.a. de consequenties van de begroting van de verbonden partijen aan de orde, maar ook de algemene uitkering uit het gemeentefonds en het weerstandsvermogen. De meicirculaire 2023, ontvangen op 31 mei 2023, is verwerkt in deze Kadernota. Hoofdstuk 7 vormt het financiële slotstuk van de Kadernota. Na verwerking van alle nu bekende gegevens, sluit het jaar 2024 met een positief saldo van € 2.551.728,00. De jaren na 2024 sluiten ook positief met de volgende bedragen: € 3.772.051,00 in 2025; € 361.006,00 in 2026 en € 859.894,00 in 2027. Om te kunnen beoordelen of een begroting inderdaad structureel sluitend is, zijn deze saldi in hoofdstuk 7 gecorrigeerd met de geraamde eenmalige baten en lasten en stortingen in en onttrekkingen aan reserves. Voor de Provincie is dit een toetsingsnorm. Na verwerking van de eenmalige baten en lasten zijn alle jaren ook structureel sluitend.
6
2.
Begrotingsuitgangspunten
In dit hoofdstuk worden de financiële uitgangspunten vermeld, zoals die vooral gebruikt zijn voor de volgende hoofdstukken van dit document en de meerjarenbegroting 2024-2027. Naast de algemene en veelal gebruikelijke uitgangspunten, zijn de relevante onderwerpen uit het Hoofdlijnenakkoord 2022 - 2026 en het Collegewerkprogramma 2022 – 2026 opgenomen. Voor de samenstelling van de begroting 2024 worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Algemene uitgangspunten 1. Een actuele financiële basis Uitgangspunt is dat alle beschikbare informatie benut is bij de samenstelling van “Kadernota 2024” en Programmabegroting. De Kadernota zal door de raad op 5 juli 2023 worden besproken en dient volledig geactualiseerd te zijn. Dit houdt in dat financiële consequenties van alle reeds genomen raadsbesluiten, maar ook van de raadsvoorstellen voor de vergadering van 5 juli 2023 verwerkt dienen te zijn. 2. Claims en knelpunten in de Kadernota In deze Kadernota zijn alleen claims opgenomen die de toets van de 3 O’s (onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar) hebben doorstaan. Claims kunnen betrekking hebben op wettelijk verplichte zaken, die benodigd zijn voor het realiseren van een bezuinigingstaakstelling of door een andere reden onontkoombaar zijn. Tevens kunnen claims voortvloeien uit eerder vastgesteld beleid.
Per geval wordt beoordeeld of jaarlijkse indexering van budgetten voor claims toegepast dient te worden. Standaard wordt, indien beïnvloeding van de uitgaven niet mogelijk is teneinde het budget op hetzelfde niveau te handhaven, uitgegaan van een index van 1% per jaar. Claims kleiner dan € 5.000,00 worden door het college beoordeeld maar dienen als uitgangspunt binnen andere budgetten van het betreffende programma te worden opgevangen. 3. Belastingopbrengsten Voor de onroerendezaakbelastingen (OZB) is op grond van het Hoofdlijnenakkoord 2022 - 2026 en het Collegewerkprogramma 2022 – 2026 in 2024 met een opbrengstenstijging van maximaal 2% gerekend. Ook voor de volgende drie jaren hebben wij dit percentage toegepast. Daarbij is het tarief van de toeristen- en forensenbelasting aan de OZB-stijging gekoppeld. Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing wordt een 100% kostendekkend tarief gehanteerd. Voor leges geldt in een aantal gevallen een voorgeschreven tarief, in andere gevallen wordt gebruik gemaakt van rekenmodellen voor de bepaling van het tarief. Definitieve besluitvorming omtrent de belastingtarieven vindt plaats in de raadsvergadering van 13 december 2023. 4. Mutaties op de gemeentefondsuitkering Eventuele (decentralisatie) kortingen op de gemeentefondsuitkering dienen binnen de budgetten van die taken te worden opgevangen.
Zo nodig kan compensatie binnen het betreffende programma worden gezocht. Indien wettelijke taken dat noodzakelijk maken, kunnen andere prioriteiten worden gesteld. Toename van middelen in de gemeentefondsuitkering voor een specifieke taak leidt in principe tot verhoging van het betreffende budget. Slechts na zorgvuldige afweging kunnen deze middelen voor andere doeleinden worden ingezet. 5. Cao-ontwikkelingen ambtenarensalarissen De meest actuele informatie ten aanzien van de loonkostenontwikkelingen, waaronder werkgeverspremies, wordt meegenomen bij de bepaling van het meerjarig loonkostenbudget. Indien geen cao-ontwikkeling voor de volledige meerjarenbegroting bekend is, worden de percentages met betrekking tot “loonvoet sector overheid” uit de meicirculaire van het Gemeentefonds gebruikt. 6. Oud voor nieuw De lasten van nieuw en/of aangepast beleid dienen binnen bestaande budgetten te worden opgevangen. 7. Budget voor kapitaallasten investeringen Uitgangspunt zijn de ramingen in de meerjarenbegroting 2023 - 2026, naar aanleiding van het in de kadernota opgenomen investeringsprogramma zal een herrekening van de lasten plaatsvinden.
7
Uitgangspunten uit het Hooflijnenakkoord 2022 – 2026 en Collegewerkprogramma 2022 - 2026 Op 3 juni 2022 is het Hoofdlijnenakkoord ‘Samen verder Bouwen’ voor de huidige zittingsperiode van de gemeenteraad door de coalitiepartijen ondertekend. De ambities uit het akkoord zijn uitgewerkt in het Collegewerkprogramma, wat uw raad op 2 november 2022 ter kennisgeving heeft aangenomen. In beide documenten is opgenomen: “De begroting moet structureel op orde zijn. Daarbij hebben we blijvende aandacht voor de risicoparagraaf en het weerstandsvermogen. We hanteren twee uitgangspunten. Ten eerste gaat bezuinigen voor lastenverzwaring. Ten tweede hanteren we voor de OZB maximaal 2% verhoging per jaar”.
8
3.
Claims en knelpunten
In dit hoofdstuk worden alle structurele en eenmalige claims op een rijtje gezet. In onderstaande tabel zijn alleen de claims en knelpunten opgenomen die de toets van de 3 O’s (onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar) hebben doorstaan. De overige claims en knelpunten die niet door dit toetsingskader zijn gekomen, zijn opgenomen in hoofdstuk 5 bij het onderdeel bestuurlijke ambities. Claims Kadernota 2024 Eenmalig onderwerp
2024
2025
2026
2027
Programma Bestuur en ondersteuning KN24/E1 Ondersteuning aangifte Vennootschapsbelasting
12.000
Programma Veiligheid KN24/E2 Aanpak recreatieparken
295.000
Programma Sport, Cultuur en Recreatie KN24/E3 Belasting en verzekering zwembad
20.020 327.020
0
0
0
onderwerp
2024
2025
2026
2027
Programma Bestuur en ondersteuning KN24/S1 Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) KN24/S2 Prijsstijging software KN24/S3 Arbodienst West-Brabant (HCC) KN24/S4 Licentiekosten van HR21
10.000 55.432 30.000 5.000
10.100 56.857 30.300 5.050
10.201 60.553 30.603 5.101
10.303 60.139 30.909 5.152
Programma Veiligheid KN24/S5 Onderhoud bluswatervoorzieningen
7.500
7.575
7.651
7.728
277.390
277.390
277.390
277.390
Programma Onderwijs KN24/S7 Leerlingenvervoer
37.500
38.250
39.015
39.795
Programma Sociaal Domein KN24/S8 Jeugd: niet vrij toegankelijke zorg KN24/S9 Wmo: Huishoudelijke ondersteuning KN24/S10 Wmo: Begeleiding
260.000 250.000 200.000
300.000 250.000 200.000
350.000 250.000 200.000
400.000 250.000 200.000
Programma Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwingen KN24/S11 Tijdelijk omgevingsplan naar definitief omgevingsplan KN24/S12 Stedelijke regio WBW KN24/S13 Aanschaf materieel en kleding handhaving
150.000
150.000
150.000
150.000
20.000 5.900
20.000 5.959
20.000 6.019
20.000 6.079
Totaal structureel
1.308.722
1.351.481
1.406.533
1.457.495
Totaal alle claims en knelpunten Waarvan eenmalig (tlv reserve kadernota) Waarvan dekking tlv stelpost inflatie
1.635.742 327.020 92.932
1.351.481 0 95.107
1.406.533 0 99.568
1.457.495 0 99.934
Tlv de algemene dekkingsmiddelen
1.215.790
1.256.374
1.306.965
1.357.561
Totaal eenmalig Structureel
Programma Verkeer, Vervoer en Waterstaat KN24/S6 Integraal beheer openbare ruimte: onderdeel wegen
Toelichting op claims en knelpunten: Eenmalige claims KN24/E1 Ondersteuning aangifte Vennootschapsbelasting Aangifte vennootschapsbelasting is een wettelijke taak. De aangifte tot en met 2022 wordt verzorgd door een extern adviseur. We zijn voornemens om de aangifte op termijn in eigen beheer op te stellen maar voor de
9
aangifte over 2023 is dit nog niet mogelijk, omdat we de expertise missen om met de belastingdienst op een gelijkwaardig niveau te onderhandelen. De aangifte over 2023 dient dus nog door de extern adviseur opgesteld te worden. Zonder de externe adviseur kan de aangifte nu niet gemaakt worden. Voor deze claim is een bedrag opgenomen van € 12.000,00 voor 2024. KN24/E2 Aanpak recreatieparken In het kader van het project vitale recreatieparken heeft één camping verhoogde aandacht. Hier wordt door ons veel extra inzet op gepleegd en de aanpak van deze camping is veelzijdig en complex. Om de aanpak goed te borgen is een extern projectleider ingehuurd, die fulltime met het project bezig is. Ook wordt extra capaciteit op het gebied van bouwtoezicht, juridische capaciteit en handhaving ingehuurd alsmede pleegt de GGD extra inzet op de camping. De claim voor de juridische capaciteit ten aanzien van de aanpak permanente bewoning op de camping De Witte Plas hangt samen met een rechtszaak, waarbij we door de rechter niet in het gelijk zijn gesteld en we over moeten gaan tot individueel handhaven tegen de permanente bewoning op de camping. Dit gaat waarschijnlijk om fors meer zaken. De kosten zijn exclusief een eventuele bodemprocedure. Dit alles zorgt ervoor dat het in 2021 eenmalig toegekende werkbudget niet toereikend is om de aanpak ook in 2024 te continueren.
Om deze reden wordt extra – eenmalig – budget gevraagd, zodat de aanpak ook in 2024 geborgd is. KN24/E3 Belasting en verzekering zwembad Op 1 januari 2024 heeft de gemeente Rucphen zowel het oude zwembad als het nieuwe zwembad in eigendom. 1 januari 2024 is de peildatum voor zowel de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) als voor de verzekering. Over de situatie op dat moment moet voor het jaar 2024 belasting en verzekering worden betaald, dus over beide gebouwen. De belastingen zijn verschuldigd over heel 2024, de verzekering over een gedeelte van het jaar (afhankelijk van de datum van overdracht). Hiervoor is een eenmalige claim ingediend van € 20.020,00 voor 2024. Structurele claims KN24/S1 Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) De Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) is de topografische kaart die als ondergrond dient voor onze interne en externe dienstverlening. Daar waar de kaart in eerste instantie alleen werd gebruikt ter ondersteuning in het beheer van de openbare ruimte (en de daaraan verbonden aansprakelijkheid), wordt deze steeds meer uitgebreid met informatie vanuit andere vakgebieden. Denk hierbij aan aanvullende gegevens over de gebouwde omgeving t.b.v. de belastingheffing en de vergunningverlening. Buiten de wettelijk verplichte inhoud nemen we ook informatie op voor toepassingen die op het eerste gezicht minder voor de hand liggen.
Denk hierbij aan informatie in het kader van de dienstverlening voor het tegengaan van ondermijning of het terugvinden van het juiste graf op de begraafplaats. De BGT wordt landelijk beschikbaar gesteld. De informatie uit de BGT wordt zo ook gebruikt in andere producten zoals bijvoorbeeld navigatiesystemen, het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), etc. Zo beschikt de burger over dezelfde informatie als de overheid. Meer informatie op de kaart betekent echter ook meer meeten tekenwerk. Om interne en externe klanten van actueel en accuraat kaartmateriaal te kunnen blijven voorzien is een extra structureel budget van € 10.000,00 noodzakelijk. KN24/S2 Prijsstijging software Door de ongewoon hoge inflatiecijfers hebben softwareleveranciers aangegeven dat ze genoodzaakt zijn de prijsstijgingen voor software, hardware, support en diensten voor een deel door te berekenen. De opgegeven prijsstijgingen variëren tussen 3,7 en 14,5 %. De verwachting is dat we gemiddeld uitkomen op een prijsstijging van 8 à 9 %. De exacte consequenties zijn nog niet bekend. Berekening is gebaseerd op een gemiddelde prijsstijging van 8,5% i.p.v. 2,3% die is opgenomen in de begroting. Om deze reden wordt op de ICT exploitatiebudgetten de indexering met 6,2% verhoogt.
De verhoging van de indexering zorgt voor een structurele claim van respectievelijk € 55.432,00 in 2024; € 56.857,00 in 2025; € 60.553,00 in 2026 en € 60.139,00 in 2027. Bekostiging van deze claim kan plaatsvinden ten laste van de stelpost inflatie die in Programmabegroting 2023 structureel is opgenomen voor € 600.000,00.
10
KN24/S3 Arbodienst West-Brabant (HCC) De kerntaak van een arbodienst is werkgevers te ondersteunen bij hun arbeidsomstandighedenbeleid en verzuimbeleid. Vanuit onze wettelijke verplichting heeft vorig jaar een nieuwe aanbesteding voor een Arbodienst plaatsgevonden. Op basis van nieuwe gestegen tarieven (bij alle inschrijvers), afspraken over dienstverlening in de preventieve sfeer (vitale en gezonde organisatie) en een hoger ziekteverzuim ten opzichte van voorgaande jaren dienen we het huidige budget structureel op te hogen met € 30.000,00. In de komende jaren zullen we de ontwikkeling van het ziekteverzuimpercentage in de gaten houden en bij daling daarvan, uiteraard ook passende correcties op het budget toepassen. KN24/S4 licentiekosten van HR21 HR21 is het gemeentelijk functiebeschrijvings- en waarderingssysteem en biedt een dekkend bestand aan normfuncties waar alle werkzaamheden in gemeentebanen in zijn beschreven. Gemeentelijke organisaties die zich hebben aangesloten bij HR21, kunnen gebruik maken van een kant-en-klaar bestand met 105 functies. Gemeenten hoeven dus niet meer zelf functiebeschrijvingen of -waarderingen op te stellen. Ons huidige systeem wordt al sinds 2009 niet meer actief onderhouden. De gemeente is, ook door de krapte op de arbeidsmarkt, uiteraard gebaat bij een actueel, up to date systeem. Vandaar dat we overgaan op HR21.
Het implementeren van het systeem zal plaatsvinden in 2023 en de structurele licentiekosten van HR21 bedragen vanaf 2024 € 5.000,00. Voor dit bedrag kan het functiewaarderingssysteem HR21 door ons gebruikt worden en wordt het tevens onderhouden. De VNG is licentiehouder van dit systeem. KN24/S5 Onderhoud bluswatervoorzieningen Het voorhanden hebben en onderhouden van de bluswatervoorzieningen is een wettelijke verantwoordelijkheid van de gemeente. Het bestaande onderhoudsbudget ad. € 1.094,00 in 2024 is niet toereikend voor het volledig uitvoeren van inspectie en onderhoud van met name de brandputten. Om de inspectie van en het onderhoud aan de bluswatervoorzieningen adequaat te kunnen uitvoeren (bereikbaarheid en werking van de voorzieningen) is een structurele claim ingediend van € 7.500,00. KN24/S6 Integraal beheer openbare ruimte: onderdeel wegen In de raadsvergadering van december 2023 wordt de actualisatie van het wegenbeleid voor de periode 2024 – 2027 aan uw raad voorgelegd. In 2016 is uw raad voorgesteld middelen beschikbaar te stellen om het gewenste beeldkwaliteitsniveau B aan te kunnen houden (scenario ‘toekomstvisie 2030’). Bij amendement op het raadsvoorstel (14 december 2016) voor deze middelen is door uw raad besloten om de realisatie van dit scenario af te laten hangen van de financiële mogelijkheden.
Afgelopen jaren waren de financiële mogelijkheden over het algemeen niet aanwezig en zijn de benodigde middelen slechts in beperkte mate beschikbaar gesteld. In de ‘kadernotitie integraal beheer openbare ruimte’ (uit 2016) is berekend, dat voor het scenario ‘toekomstvisie 2030’ het beheerbudget voor wegen structureel verhoogd moet worden tot € 560.000,00 in 2018. Doordat gekozen is voor een fasering en er bij aanvang minder geld voor verhoging van het beheerbudget vrijgemaakt kon worden, zal het langer duren voordat het gewenste niveau zal zijn bereikt. In 2018 en 2019 is structureel een bedrag ad € 120.000,00 beschikbaar gesteld. Vanaf 2020 (begroting 2020) is hier een vervolgclaim op verwerkt, waarna er structureel € 265.000,00 in de huidige begroting zit voor het onderdeel wegen. In 2022 is hier een structureel bedrag bijgekomen van € 17.610,00, waardoor er structureel € 282.610,00 in de huidige begroting is verwerkt. Uw raad heeft bij amendement besloten de beheerbudgetten gefaseerd te laten toenemen en jaarlijks bij de Kadernota de structurele groei van deze budgetten te bepalen (afhankelijk van de financiële ruimte). In deze Kadernota dienen we een claim in van structureel € 277.390,00, zodat het beheerbudget behorende bij het scenario van € 560.000,00 in 2024 structureel behaald wordt.
Hiermee wordt er meteen een basis gelegd voor de uitvoering van het toekomstige wegenbeleid. KN24/S7 Leerlingenvervoer De kosten voor het leerlingenvervoer stijgen. Voor het taxivervoer voor leerlingen hebben we contracten met vervoerders afgesloten. Jaarlijks vindt er in september een indexering plaats. De indexering in september 2023 zal een stuk hoger zijn dan gebruikelijk vooral vanwege de gestegen brandstofkosten. De kostenstijging vanwege indexering wordt geraamd op € 37.500,00 en komen ten laste van de stelpost inflatie.
11
KN24/S8 Jeugd: niet vrij toegankelijke zorg Vanaf 2018 is er een stijgende lijn te zien in de totaalkosten voor zorg in natura (ZIN), Landelijk Transitiearrangement (LTA), Jeugdzorg Plus, persoonsgebonden budget (PGB), Jeugdbescherming en reclassering (GI’s). Vanwege de landelijke ontwikkelingen is er nog geen zicht op stabilisatie. Waar de kosten in 2022 al opliepen tot € 4,7 miljoen, in 2023 zijn de tarieven van arrangementen Niet Vrij Toegankelijke Zorg (NVTZ) opgehoogd. Regionaal heeft dit een kostenverhogend effect van ca. 5,24%. Voor de GI’s is hier nog 2,3% aanvullend geïndexeerd. Ook voor 2024 houden we rekening met een stijging van dergelijke omvang, gezien de huidige economische situatie. Er is in 2024 en verder ruim € 4,8 miljoen begroot, waar € 5,1 miljoen is benodigd oplopend tot € 5,3 miljoen in 2027. Een deel van dit verschil kan worden opgevangen door budgetverschuivingen binnen het programma. Voor het overige deel wordt een structurele claim ingediend van € 260.000,00 in 2024 oplopend naar € 400.000,00 in 2027. Deze claim is gebaseerd op de werkelijke uitgaven van 2022 en niet op de Rijksmiddelen die we via het Gemeentefonds gaan ontvangen. In hoofdstuk 6, paragraaf 6.5.5., van deze Kadernota zijn de Rijksmiddelen vanuit het Gemeentefonds voor de jaren 2024 tot en met 2027 opgenomen en toegelicht.
Het is moeilijk om aan te geven in hoeverre de werkelijke kosten van 2022 ook structureel van deze omvang blijven, afnemen of misschien wel toenemen. Dit sluit aan bij de huidige landelijke ontwikkelingen. Het onderzoeksbureau AEF (Andersson Elffers Felix) heeft in 2020 een onderzoek uitgevoerd naar de financiële tekorten in de jeugdzorg. De uitkomsten van het onderzoek laten zien dat gemeenten in een paar jaar tijd na de decentralisatie fors meer zijn gaan uitgeven aan jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering en dat deze stijgende lijn zich blijft voortzetten. Dit wordt continu door ons gemonitord en gerapporteerd in de tussentijdse rapportages. KN24/S9 en S10 Wmo: Huishoudelijke ondersteuning en begeleiding Op basis van: de werkelijke kosten in voorgaande jaren; de hoge indexatie en de wettelijke eis marktconforme tarieven te hanteren; de cijfers in het Wmo; Voorspelmodel VNG m.b.t. de verwachtte vergrijzing en andere demografische ontwikkelingen in onze gemeente; verwachten we het budget voor huishoudelijke ondersteuning structureel te moeten verhogen met € 250.000,00 en met betrekking tot begeleiding met structureel € 200.000,00. KN24/S11 Tijdelijk omgevingsplan naar definitief omgevingsplan Gedurende de transitieperiode wordt het tijdelijke omgevingsplan ‘getransformeerd’ naar het definitieve omgevingsplan voor de gemeente Rucphen.
Hierin zijn alle inhoudelijke en technische keuzes voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties verwerkt. Dit is een wettelijke verplichting. Bij het omzetten van het tijdelijke deel van het omgevingsplan naar het definitieve deel is het van belang om alle regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving opnieuw tegen het licht te houden en op te stellen vanuit de vereiste evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hierbij moet worden gedacht aan regels uit de bestaande vastgestelde bestemmings-, wijziging- en uitwerkingsplannen en andere gemeentelijke verordeningen met regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving (zoals de APV), instructieregels van Rijk, waterschap en provincie, regels uit de bruidsschat, etc. Deze ‘vertaling’ is extra complex omdat de opzet en structuur van het omgevingsplan, vanwege de verbrede reikwijdte, compleet anders is dan de opzet en structuur van het huidige bestemmingsplan. Dit maakt het opstellen van het definitieve omgevingsplan tot een zeer omvangrijk en complex traject. Het is niet voor niets dat het Rijk de gemeente zes en wellicht meer jaar de tijd geeft om dit traject af te ronden. Om een beeld te geven.
Uit diverse netwerkbijeenkomsten en regionale werkgroepen blijkt dat in den lande verschillende gemeentes al een aantal jaar met een projectgroep bestaande uit meerdere personen van verschillende disciplines aan het oefenen zijn met het opstellen van een omgevingsplan. Hoewel de resultaten in sommige gevallen hoopvol zijn, laten deze pilots zien dat het opstellen van het definitieve omgevingsplan een langdurig en complex traject is waarin gemaakte keuzes op grond van veranderende inzichten, praktische en/of technische beperkingen lopende het traject moeten worden herzien en bijgesteld.
12
Gelet op het bovenstaande kan de opstelling van een definitief Omgevingsplan in grote lijnen vergeleken worden met een opstellen van een complex bestemmingsplan buitengebied, waarbij de verbrede reikwijdte van het Omgevingsplan, het samenvoegen van alle regels voor de fysieke leefomgeving uit verschillende documenten op Rijks-, provinciaal en lokaal niveau én de gewijzigde opzet en structuur, het proces nog een stuk complexer en lastiger maakt. Gezien het voorstaande wordt voorgesteld om gedurende de transitieperiode (van 1 januari 2024 tot 1 januari 2030) € 150.000,00 per jaar te reserveren voor het voorbereiden en opstellen van het definitieve omgevingsplan Rucphen. De ambtelijke inschatting is dat we, gezien de nog te maken keuzes, deze periode hard nodig zullen hebben om te kunnen komen tot omgevingsplan waarin de (bestuurlijke) cultuur binnen de gemeente Rucphen op een juridisch juiste maar toch werkbare wijze is verwerkt. Het opstellen van een definitief omgevingsplan betreft een wettelijke verplichting en daarom is er hier sprake van een claim. KN24/S12 Stedelijke regio WBW De stedelijke regio West-Brabant west (SRWBW) is volop in ontwikkeling. De SRWBW is onderdeel van het NOVEX gebied Stedelijk Brabant. De NOVEX-gebieden betreffen de aandachtsgebieden vanuit het Rijk en zijn onderdeel van de ruimtelijke voorstellen van de provincies.
In deze gebieden gebeuren de grote ruimtelijke transities van Nederland. Op de tafel van de SRWBW liggen diverse opgaves. Begin 2023 is akkoord gegeven in het directeurenoverleg en op bestuurdersniveau voor het uitwerken van het werkprogramma van deze regio tot aan het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving (BOL) 2023. Daarnaast zal de SRWBW zich gaan buigen over de ruimtelijke puzzel, het volgende instrument waarmee het rijk meer leiding wilt pakken op de ruimtelijke ordening van Nederland. De kosten voor deze claim bedragen structureel € 20.000,00. KN24/S13 Aanschaf materieel en kleding handhaving Het huidige budget is al een aantal jaren niet toereikend. Het huidige budget is gebaseerd op 3 fte aan kleding en materialen, terwijl we inmiddels voor 6 fte nodig hebben (4 BOA, 1 WABO, 1 AOV). Het betreft hier met name de aanschaf van veiligheidsvesten die periodiek vervangen dienen te worden. Gebaseerd op 6 fte dienen we het budget te verhogen met structureel € 5.900,00.
13
4.
Investeringsprogramma 2024 – 2027
Het meerjaren investeringsprogramma 2024 – 2027 bevat voornamelijk investeringen die gebaseerd zijn op bestaande beheerplannen. De afschrijvingslasten van de investeringen uit dit investeringsprogramma zijn verwerkt in hoofdstuk 6, paragraaf 6.4.2. van deze kadernota. Het is mogelijk dat door voortschrijdend inzicht nog investeringen worden toegevoegd of juist worden geschrapt uit de indicatieve ramingen 2024 en verder. Bij de samenstelling van de financiële meerjarenramingen voor de verschillende jaren dient dan alsnog een afweging te worden gemaakt.
4.1 Meerjaren investeringsprogramma 2024 – 2027 De tabel op de volgende bladzijden omvat het volledige meerjaren investeringsprogramma 2024 – 2027. In paragraaf 4.2 worden de investeringen uit de jaarschijf 2024 toegelicht. Daar waar relevant zijn ook enkele investeringen uit volgende jaarschijven toegelicht. Voertuigen en materieel servicedienst van afdeling beheer en ruimtelijke ontwikkeling Op dit meerjarig investeringsprogramma is een aantal vervangingen van voertuigen en materieel voor de buitendienst opgenomen. Voor de nu opgevoerde investeringen zullen wij steeds zeer kritisch zijn ten aanzien van de technische noodzaak van vervanging. Uiteraard is bedrijfszekerheid en zeker veiligheid voor onze medewerkers bepalend. Gelet op ons voortdurend streven naar een meer efficiënte bedrijfsvoering is het mogelijk dat wij bepaalde voertuigen of hulpmiddelen niet meer in eigendom hoeven te hebben. Ook dat gegeven zullen wij steeds meenemen in de afweging om al dan niet tot vervanging over te gaan. Indien blijkt dat vervanging technisch of veiligheidshalve noodzakelijk is maar wij voorzien dat de periode waarvoor de investering nut heeft beperkt is, zullen we alternatieve mogelijkheden overwegen. Wijzigingen ten opzichte van de Programmabegroting 2023 Ten opzichte van de Programmabegroting 2023 is het meerjarig investeringsprogramma op een aantal onderdelen gewijzigd.
Het betreft de volgende onderdelen: Er is een nieuwe investering toegevoegd in 2024: Verduurzaming gemeentehuis Rucphen – maatregelen korte termijn; Er is een nieuwe investering toegevoegd in 2024: Vervanging stemhokjes; Er is een nieuwe investering toegevoegd voor de jaren vanaf 2024 met betrekking tot vervangingsinvestering gemeentehuis; De nieuwe investeringsbedragen met betrekking tot Openbare Verlichting zijn overgenomen uit het beleidsplan Openbare Verlichting 2023-2027; De investering met betrekking tot de vervanging tractor is doorgeschoven van 2024 naar 2026. De investeringsbedragen met betrekking tot het integraal werken (Wegen, openbare verlichting (OV), groen, spelen en riolering) zijn geactualiseerd ten opzichte van de Programmabegroting 2023. De reden van deze actualisatie is de uitkomst van een evaluatie m.b.t. historische gegevens naar de werkelijke realisatie van projecten over de periode 2019-2022. Hieruit is gebleken dat we 80% van de geplande projecten hebben kunnen realiseren, waardoor jaarlijks de achterstand in de uitvoering groter is geworden. Hierdoor is in deze Kadernota de ambitie teruggebracht en is een realistischere planning opgenomen. Hierin is tevens de meest actuele indexering meegenomen.
Hierbij is de hoogste prioriteit toegekend aan wegen en riolen waar de technische urgentie het hoogst is en er een reële kans is op ernstige schades zoals het bezwijken van het riool en ontstaan van verzakkingen. Vervolgens is gekeken naar verkeersveiligheid, wateroverlast en overige beleidsuitgangspunten, zoals het herstellen van de groenstructuur en klimaat adaptatie.
Meerjaren investeringsprogramma 2024-2027 Omschrijving Investeringen mbt diverse programma's Vervanging 3x Renault Kangoo Waspunt Verduurzaming gemeentehuis Rucphen – maatregelen korte termijn
afschr. 10 10 Totaal
Programma Bestuur en ondersteuning Dienstverlening en informatievoorziening vervanging stemhokjes Vervangingsinvestering gemeentehuis
5 10 10 Totaal
Programma Verkeer, vervoer en waterstaat Vervanging getrokken strooier Vervanging getrokken strooier Vervanging sneeuwschuif Vervanging sneeuwschuif Vervanging sneeuwschuif SNK Openbare Verlichting: lichtmasten Openbare Verlichting: armaturen Levensduurverlengend onderhoud wegen (vernieuwing BBV) Maatregelen tbv verkeer en fysieke infrastructuur Reconstructie Seringenstraat - Seringenplein Reconstructie Seringenstraat - Seringenplein, Openbare Verlichting Herinrichting Kerkeheidestraat Herinrichting Kerkeheidestraat, Openbare Verlichting Rucphen Noord fase 1 (wijkgerichte aanpak) Rucphen Noord fase 1, Openbare Verlichting Reconstructie Noorderstraat zuid St. Willebrord Reconstructie Noorderstraat zuid St. Willebrord, Openbare Verlichting Reconstructie St. Janstraat (rozenquartier - pastorie) Reconstructie St. Janstraat (rozenquartier - pastorie), Openbare Verlichting
10 10 10 10 10 50 25 25 30 30 25 30 25 30 25 30 25 30 25
2024
2025
2026
2027
96.000,00
0,00
0,00
300.000,00
265.000,00
265.000,00
35.000,00 335.000,00
35.000,00 300.000,00
35.000,00 300.000,00
39.881,00 100.490,00 250.000,00 50.000,00
45.000,00 45.000,00 12.500,00 12.500,00 7.500,00 69.864,00 50.368,00 250.000,00 50.000,00
30.000,00 2.000,00 30.000,00 2.000,00
183.555,00 18.427,00 180.000,00 40.000,00
96.000,00 262.000,00 262.000,00
300.000,00 10.000,00 35.000,00 345.000,00
50.790,00 69.073,00 250.000,00 50.000,00 402.103,00 38.462,00 262.708,00 26.911,00 40.000,00 5.000,00
125.930,00 128.093,00 250.000,00 50.000,00
772.636,00 72.730,00
15
Meerjaren investeringsprogramma 2024-2027 Omschrijving Reconstructie Gagelrijzen (fase 1) Reconstructie Gagelrijzen (fase 1), Openbare Verlichting Rucphen Noord fase 2 (wijkgerichte aanpak) Rucphen Noord fase 2 (wijkgerichte aanpak), Openbare Verlichting Rucphen Oost fase 1 (Wijkgerichte aanpak) Rucphen Oost fase 1 (Wijkgerichte aanpak), Openbare Verlichting Reconstructie Rucphensebaan Reconstructie Rucphensebaan, Openbare Verlichting Rucphen Oost fase 2 (Wijkgerichte aanpak) Rucphen Oost fase 2 (Wijkgerichte aanpak), Openbare Verlichting
afschr. 30 25 30 25 30 25 30 25 30 25 Totaal
Programma Sport, cultuur en recreatie Reconstructie Seringenstraat - Seringenplein, groen Reconstructie Seringenstraat - Seringenplein, spelen Herinrichting Kerkeheidestraat, groen Rucphen Noord fase 1 (wijkgerichte aanpak), groen Rucphen Noord fase 1 (wijkgerichte aanpak), spelen Groenrenovatie Nijverhei grondverwerving tbv retentie Rucphen Noord voorbereiding Rucphen Noord fase 1, groen retentie tbv Rucphen Noord, groen Reconstructie St. Janstraat (rozenquartier - pastorie), groen Reconstructie Gagelrijzen (fase 1), groen voorbereiding Rucphen Noord fase 2, groen Groenrenovatie Zwartenburg Groenrenovatie Zwartenburg, spelen Groenrenovatie Gagelrijzen Groenrenovatie Gagelrijzen, spelen Reconstructie Noorderstraat zuid St. Willebrord, groen Rucphen Noord fase 2 (wijkgerichte aanpak), groen Rucphen Noord fase 2 (wijkgerichte aanpak), spelen
2024 100.000,00
1.295.047,00
15 10 15 15 10 15 0 15 15 15 15 15 15 10 15 10 15 15 15
2025 1.386.170,00 173.448,00 40.000,00 5.000,00
3.004.007,00
2026
1.246.609,00 123.067,00 40.000,00 5.000,00
2027
1.919.047,00
1.134.553,00 112.349,00 40.000,00 5.000,00 40.000,00 5.000,00 2.301.616,00
3.000,00
60.000,00
60.000,00 25.000,00 100.000,00 25.000,00 3.000,00 230.194,00 10.000,00
120.000,00
59.441,00 15.000,00 39.226,00 155.129,00 10.000,00 150.000,00 40.000,00 5.000,00 25.000,00 308.056,00 5.000,00
16
Meerjaren investeringsprogramma 2024-2027 Omschrijving Reconstructie Noorderstraat zuid St. Willebrord, groen Rucphen Oost fase 1 (Wijkgerichte aanpak), groen Rucphen Oost fase 1 (Wijkgerichte aanpak), spelen Reconstructie Rucphensebaan, groen Rucphen Oost fase 2 (Wijkgerichte aanpak), groen Vervanging tractor Renovatie openbaar groen Aanschaf en vervangen speeltoestellen en inrichting speelterreinen
afschr. 15 15 10 15 15 10 15 10
2026 5.000,00
2027 28.569,00 213.630,00 12.500,00 5.000,00 5.000,00
130.000,00 15.000,00 648.185,00
70.000,00 130.000,00 15.000,00 676.194,00
130.000,00 15.000,00 589.699,00
80 20 20 10 80
40.718,00 124.359,00 125.615,00 69.340,00 332.880,00 692.912,00 692.912,00
401.199,00 91.347,00 126.871,00 70.033,00 1.336.875,00 2.026.325,00 2.026.325,00
288.315,00 142.235,00 128.140,00 70.733,00 1.425.558,00 2.054.981,00 2.054.981,00
495.037,00 363.674,00 129.421,00 71.441,00 495.037,00 1.554.610,00 1.554.610,00
nvt
75.000,00 75.000,00 3.123.626,00
75.000,00 75.000,00 6.184.517,00
75.000,00 75.000,00 5.025.222,00
75.000,00 75.000,00 4.820.925,00
nvt
324.874,00 324.874,00
160.220,00 160.220,00
102.773,00 102.773,00
0,00 0,00
subtotaal GRP 2023 / 2026 Totaal Programma Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Ontwikkelbudget grondbedrijf Totaal Totaal geheel Grondbedrijf Kredieten grondexploitatie Totaal grondbedrijf
2025
0,00 130.000,00 15.000,00 453.667,00
Totaal Programma Volksgezondheid en milieu Gemeentelijke Rioleringsprogramma 2023 / 2026 Vrij-verval en drainage Gemalen BBV's mechanisch en elektrisch IBA mechanisch en elektrisch reparatie vrij-verval regulier Afkoppelen en klimaatadaptie
2024
4.2 Toelichtingen investeringen 2024 Verduurzaming gemeentehuis Rucphen – maatregelen korte termijn € 262.000,00 De mogelijkheden voor verdere verduurzaming van het gemeentehuis Rucphen zijn in 2023 onderzocht. Als maatregel op korte termijn wordt benoemd om de traditionele verlichting in het gehele gebouw te vervangen voor ledverlichting. De bijbehorende totale investering bedraagt € 262.000,00. Deze investering bestaat uit Verlichting kantoren € 119.000,00, verlichting gangen € 118.000,00 en buitenverlichting € 25.000,00. Met deze investering volgen we het Collegewerkprogramma (CWP) ter verdere verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed. Ook dragen we hiermee actief en positief bij aan het Klimaatakkoord van Parijs ter reductie van broeikasgassen (49% in 2030 en 95-100% in 2050). Automatisering € 300.000,00 Op basis van het Programmaplan Dienstverlening en Informatievoorziening 2020 – 2025 is een jaarlijks krediet opgenomen van € 265.000,00. Bij de Programmabegroting is voor de jaren 2023 t/m 2025 dit bedrag verhoogd naar € 300.000,00. Het betreft hier eenmalige investeringen in verband met de versnelling van het cloudbeleid, het naar de cloud brengen van de bedrijfskritische applicaties. Door de applicaties bij de leverancier onder te brengen worden de risico’s verspreid en dus verminderd.
Grote leveranciers zijn meer gespecialiseerd op beveiliging van hun datacenter en beveiligingsupdates kunnen veel sneller geplaatst worden. Tevens staat de data dan ook grotendeels op verschillende plaatsen. Ook de laatste leveranciers bieden de cloud optie aan vanaf 2024. Vandaar dat er gefaseerd kan worden overgegaan in de periode 2023 t/m 2025 en zo de werkzaamheden kunnen worden gespreid en de risico’s geleidelijk aan kunnen worden verminderd. Vervanging stemhokjes € 10.000,00 De huidige stemhokjes zijn na jarenlange dienstverlening toe aan vervanging. De kosten voor vervanging bedragen € 10.000,00. Vervangingsinvestering gemeentehuis € 35.000,00 We maken inmiddels meer dan 10 jaar intensief gebruik van het gemeentehuis. Dat betekent dat we nu op een punt gekomen zijn dat een aantal onderdelen aan het einde van de economische en technische levensduur is gekomen. Om de huidige uitstraling en functionaliteit te behouden dienen we de komende jaren de nodige vervangingsinvesteringen te doen. Hiervoor hebben we een meerjarenplan vervangingsinvestering gemeentehuis 2023-2033 opgesteld. Op basis van dit plan hebben we voor de uitvoering in de jaren 2024 t/m 2027 een bedrag opgenomen in dit investeringsprogramma van € 35.000,00 en voor de jaren 2028 t/m 2033 € 25.000,00.
Uitgaande van een periode van 10 jaar willen we de vervanging gefaseerd gaan uitvoeren en de continuïteit van werkzaamheden zo min mogelijk verstoren. De volgende inventarisatie zal in 2031 plaats vinden. Openbare Verlichting (OV): lichtmasten € 50.790,00 en armaturen € 69.073,00 Bedragen zijn gebaseerd op het beleidsplan Openbare Verlichting 2023-2027 (vastgesteld in de raadsvergadering van 8 maart 2023) en worden ingezet ter verbetering van de openbare verlichting. Levensduurverlengend onderhoud Wegen € 250.000,00 Op grond van het BBV mogen de kosten van levensduurverlengend onderhoud van investeringen met maatschappelijk nut niet ten laste komen van de exploitatie maar dienen deze te worden geactiveerd. Maatregelen t.b.v. verkeer en fysieke infrastructuur € 50.000,00 Dit krediet dient om maatregelen dan wel kleinschalige aanpassingen te bekostigen t.b.v. de fysieke infrastructuur en verkeersveiligheid (wegen, riolering, openbare verlichting, groen, verkeer en dergelijke). Deze aanpassingen kunnen zowel op eigen initiatief als op verzoek van burgers en instellingen worden uitgevoerd. Integrale projecten Om diverse redenen is het noodzakelijk om aanpassingen te doen aan de openbare ruimte.
Dit kan zijn vanuit beheer, omdat straten of riolen vervangen moeten worden, door gewijzigd beleid zoals het bomen- en groenstructuurplan of ontwikkelingen zoals aanleg van de omleidingsweg Rucphen – Sint Willebrord – Sprundel en nieuwbouwprojecten of gewijzigde inzichten/ wetgeving, bijvoorbeeld ten aanzien van klimaat.
18
Voor deze aanpassingen zijn investeringen nodig. Door een integrale benadering kunnen de juiste prioriteiten worden gelegd. Door werk met werk te maken kunnen kosten worden bespaard en is er minder overlast voor de inwoners en het verkeer. Deze benadering heeft geleid tot onderstaande planning van projecten. Deze planning dient als basis voor het investeringsprogramma verkeer vervoer en waterstaat. Planning
Integrale aanpak Binnen de projecten wordt de volledige openbare ruimte integraal aangepakt, dit betekent dat: - Waar nodig het riool wordt vervangen; - In het kader van klimaatadaptatie wordt regenwater afgekoppeld en opgevangen in een infiltratieriool en waar mogelijk wadi’s worden aangelegd; - Groot onderhoud aan de weg wordt gepleegd wat betekent dat het volledige profiel opnieuw wordt bestraat of de straat wordt gereconstrueerd waarbij de verharding, het meubilair en de openbare verlichting worden vervangen; - Waar nodig verkeersmaatregelen worden genomen; - De boom- en groenstructuur versterkt wordt conform het, in het groenbeleidsplan Groen R opgenomen, groenstructuurplan. Ontwikkelingen In de begroting van 2023 hebben we aangegeven de komende jaren de integrale benadering van de openbare ruimte verder uit te zullen werken. Bovenstaande planning is dan ook dynamisch en zal jaarlijks zal worden bijgesteld op basis van actuele informatie. Evaluatie historische gegevens Op basis van de begrotingscijfers blijkt dat we in de periode 2019 - 2022 80% van de geplande projecten hebben kunnen realiseren. Hierdoor is in deze periode de achterstand in uitvoering toegenomen van 1,5 naar 2,5 jaar. In 2023 is de ambitie teruggebracht ten einde een meer realistische planning te presenteren.
19
Prioritering In bovenstaande planning is hiertoe een eerste aanzet gemaakt. Hierbij is de hoogste prioriteit toegekend aan wegen en riolen waar de technische urgentie het hoogst is en er een reële kans is op ernstige schades zoals het bezwijken van het riool en ontstaan van verzakkingen. Vervolgens is gekeken naar verkeersveiligheid, wateroverlast en overige beleidsuitgangspunten, zoals het herstellen van de groenstructuur en klimaat adaptatie. GRP In de raadsvergadering van 15 juni 2022 heeft uw raad het Gemeentelijk Rioleringsprogramma 2023-2026 vastgesteld. Op basis hiervan zijn de voor 2024 geplande rioleringswerken in de planning van de integrale projecten opgenomen. De financiële uitgangspunten zijn in het GRP vermeld, maar we kunnen niet in de toekomst kijken en de ontwikkeling van rente en prijzen voor materialen, brandstof, energie etc. niet voorspellen. Een andere variabele is de planning van integrale projecten, die leidend is in verband met integraal werken. In de planperiode 2023-2026 was de geplande hoeveelheid werk en de beschikbare hoeveelheid personeel niet in balans. De voorgaande planning is voor de jaren 2024 – 2027 bijgesteld zoals in voorgaande alinea’s al is omschreven.
Bouwprojecten/ ruimtelijke ontwikkelingen Bij het opstellen van de planning van de integrale projecten hebben we zo veel mogelijk rekening gehouden met bouwprojecten en ruimtelijke ontwikkelingen, om de overlast voor de bewoners te beperken en schade aan nieuw werk te voorkomen. Op basis van het huidige landelijke beleid en de behoefte aan meer woningen, verwachten wij dat het aantal bouwprojecten/ ruimtelijke ontwikkelingen de komende jaren verder zal toenemen. De toename van het aantal bouwprojecten/ ruimtelijke ontwikkelingen heeft niet alleen gevolgen voor de volgorde van de projecten, maar ook voor het aantal (integrale-) projecten dat jaarlijks kan worden voorbereid en uitgevoerd. Bij veel bouwprojecten worden door de ontwikkelaar straten aangelegd en/ of aangepast en daarna overgedragen aan de gemeente. Het toetsen van de plannen, additioneel toezien op de aanleg en overname in beheer van deze nieuwe/ gewijzigde straten wordt door de medewerkers van Beheer Openbare Ruimte verzorgd. Herschikken planning Met name op het gebied van civiele techniek is de krapte op de arbeidsmarkt de afgelopen jaren sterk toegenomen en lijkt deze voorlopig nog aan te houden. Door de eerder genoemde bouwprojecten/ ruimtelijke ontwikkelingen die in aantal toenemen, waarbij de beschikbare capaciteit gelijk blijft, is er minder tijd voor de eigen projecten.
Er wordt daarom maximaal ingezet op het uitbesteden van werkzaamheden. Het toetsen van de plannen en het begeleiden van de vele processen/ onderzoeken vergt echter ook de nodige tijd. Dit betekent dat we de beschikbare tijd zo effectief en efficiënt mogelijk moeten inzetten en realistisch moeten plannen. In de voorgaande planning van de integrale projecten is hierop geanticipeerd waardoor een aantal projecten is doorgeschoven tot buiten de planperiode 2024 – 2027. Gevolgen herschikken planning Het herschikken van de planning van de integrale projecten kan een nadelig effect hebben op het behalen van de klimaatdoelen. Knelpunten, qua wateroverlast, worden (deels) later aangepakt dan is voorzien in ‘GRP 20232026’ en het klimaatbeleid ‘Klimaatbestendig Rucphen’. Door het herschikken van klimaatmaatregelen is er meer kans/risico op wateroverlast. Uw raad zal hierover jaarlijks geïnformeerd worden bij de behandeling van de programmabegroting. Het herschikken van de planning van de integrale projecten heeft ook financiële consequenties. Als gevolg van het doorschuiven van de projecten zal het totale investeringsvolume per kalenderjaar afnemen. Dit heeft een gunstig effect op de afschrijvingslasten. Als gevolg van indexatie zullen de kosten per project echter toenemen.
Kostenraming en hoogconjunctuur Op basis van recent uitgevoerde werken zijn de rekentarieven voor de integrale projecten herzien, rekening houdend met de huidige hoogconjunctuur en (jaarlijkse-) indexering.
20
Vervanging tractor € 0,00 ** In de Programmabegroting 2023 was voor de jaarschijf 2024 een investering opgenomen met betrekking tot de vervanging van de tractor. Gezien de huidige staat van het voertuig, kan de vervanging met 2 jaar worden uitgesteld. Renovatie openbaar groen € 130.000,00 De plantsoenen binnen de gemeente dienen regelmatig gerenoveerd te worden. Begin 2022 is het groenbeleidsplan Groen R vastgesteld. Dit plan dient als basis om tijdens de behandeling van het investeringsplan aan te geven welke renovaties de komende jaren zijn gepland. We werken hierbij zoveel mogelijk integraal in een buurt- of wijkgerichte aanpak met de disciplines water en wegen. Hierdoor is het mogelijk duidelijk te communiceren richting bewoners wanneer het groen in hun wijk wordt aangepakt. Voor de groenrenovaties worden omwonenden uitgenodigd mee te denken en hun wensen kenbaar te maken. Uitgangspunt is een jaarlijks gemiddeld te besteden bedrag van € 130.000,00. Aanschaf en vervangen speeltoestellen en inrichting speelterreinen € 15.000,00 Om te blijven voldoen aan de wet- en regelgeving en de instandhouding van de speelgelegenheden te waarborgen, dienen (o.a. door vandalisme) versleten speeltoestellen te worden vervangen. Jaarlijks worden alle toestellen in de gemeente door een extern bureau geïnspecteerd. De resultaten van deze inspectie worden weergegeven in een adviesrapport.
Gemeentelijk Rioleringsprogramma (GRP) Uw raad heeft op 15 juni 2022 het Gemeentelijk Rioleringsprogramma 2023-2026 vastgesteld. Conform dit GRP wordt ingezet op klimaatmaatregelen om schade en overlast ten gevolge van wateroverlast zo veel mogelijk te beperken. Rioolbeheer wordt risicogestuurd uitgevoerd. Integraal werken is hierbij het uitgangspunt, omdat gecombineerde uitvoering van riool-, weg- en groenbeheer kosteneffectief is en minder overlast geeft voor verkeer en burger. De regionale samenwerking in water- en klimaatkring De Baronie en SWWB-verband wordt voortgezet en er wordt ingezet op participatie van inwoners. In de Programmabegroting 2023 is aangegeven dat jaarlijks bij de Kadernota bekeken zal worden in hoeverre de indexering nog aansluit bij de CBS gegevens. Op basis van de meest recente CBS gegevens zijn de investeringen met betrekking tot riolering in 2024 ten opzichte van de opgenomen investeringen 2024 uit de Programmabegroting 2023 aanvullend geïndexeerd met 3,9%. In 2024 is in totaliteit afgerond € 693.000,00 opgenomen voor investeringen. Het toepassen van deze indexeringscorrectie is ook van toepassing op de jaren daarna. Ontwikkelbudget grondbedrijf € 75.000,00 Vanwege de keuze voor het “situationeel grondbeleid” kan ook de gemeente initiatiefnemer zijn. Om projecten te kunnen starten en op haalbaarheid te onderzoeken is een ontwikkelbudget gewenst.
Uit dit budget worden haalbaarheidsonderzoeken (zoals stedenbouwkundige verkenningen en taxaties), maar ook voorbereidingskosten voor een bestemmingsplan gefinancierd.
** Op deze investering is de tekst die is opgenomen in het begin van dit hoofdstuk van toepassing.
21
5.
Toekomstige ontwikkelingen en bestuurlijke ambities
In dit hoofdstuk worden de toekomstige ontwikkelingen aangekondigd en de bestuurlijke ambities die we op dit moment hebben. De toekomstige ontwikkelingen betreffen onderwerpen waarbij we weten dat ze in de toekomst gaan plaatsvinden, maar waarvan we nog geen inzicht hebben welke middelen we hiervoor nodig hebben. De bestuurlijke ambities betreffen onderwerpen die meer het karakter van een wens hebben. In dit hoofdstuk worden de bestuurlijke ambities die er zijn toegelicht en waar mogelijk de financiële consequenties erbij vermeld. Omdat we gekozen hebben voor een beleidsarme Kadernota, zijn deze onderwerpen niet meegenomen in de hoofdstuk 3 Claims en knelpunten.
5.1. Toekomstige ontwikkelingen Omgevingswet: personele claim De manier van werken onder de toekomstige Omgevingswet vraagt om nieuwe rollen en taken. De ontwikkeling en het beheer van het omgevingsplan wordt, veel meer dan nu het geval is, een samenwerking tussen techniek (digitale bronbestanden), inhoud (juridische regels) en dienstverlening (vertaling regels in begrijpelijke taal). De juridische regels in het omgevingsplan worden gekoppeld aan locaties (geometrische objecten). Deze juridische regels (vaak complex en moeilijk leesbaar) worden voor de gebruikers van het omgevingsplan (onze inwoners, bedrijven en instellingen) vertaalt in begrijpelijke taal. De vereiste geografische en juridische kennis en deskundigheid in de vorm van een geo-specialist en een regelanalist heeft de gemeente niet in huis. De geo-specialist weet hoe geo-informatie aan regels kan worden gekoppeld en de regelanalist maakt de toepasbare regels en beheert – samen met de geo-specialst en de planjurist - de regels van het Omgevingsplan. Dit is van essentieel belang omdat er onder de Omgevingswet sprake is van één Omgevingsplan voor het gehele grondgebied. Dit is anders dan de huidige situatie waarin voor het grondgebied van de gemeente Rucphen meerdere bestemmingsplannen gelden.
Het is aannemelijk dat het Omgevingsplan op het zelfde moment voor diverse ontwikkelingen gewijzigd moet worden (vergelijkbaar met partiële herzieningsplannen/postzegelplannen) die tegelijk worden opgesteld/ter inzage liggen. Het beheerteam – bestaande uit planjurist, geo-specialist en regelanalist – moeten het totaaloverzicht behouden om de kwaliteit van het Omgevingsplan te kunnen borgen. De uiteindelijke financiële consequenties zijn op dit moment moeilijk in te schatten omdat de invulling op verschillende wijzen kan worden ingestoken. We kunnen zelf een geo-specialist en regelanalist in dienst nemen of onderzoeken of we deze deskundigheden samen met andere De6-gemeenten in dienst kunnen nemen. Een derde optie is om de benodigde deskundigheid extern in te huren. Duidelijk is wel dat een geo-specialist en regelanalist noodzakelijk zijn omdat gemeenten zelf verantwoordelijk worden om het Omgevingsplan en de wijzigingen daarop via de landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaarstellen te openbaren. Dit verloopt na inwerkingtreding van de Omgevingswet niet meer zoals nu via de provincie. Visie op Functioneel Applicatiebeheer en Informatiebeheer Vanuit het Collegewerkprogramma wordt in 2023 een extern onderzoek gedaan om tot een visie/roadmap te komen naar de rol en plaats in de organisatie van functioneel applicatiebeheer en informatiemanagement.
Dit kan mogelijk leiden tot een herschikking van taken en/of uitbreiding van formatie. Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed In navolging van het College Werkprogramma is in het eerste kwartaal met het onderzoek naar de mogelijke verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed gestart. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de benodigde (structurele) middelen voor de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed om aan de doelstellingen uit het Klimaatakkoord van Parijs invulling te kunnen geven (reductie broeikasgassen 55% in 2030 en 95-100% in 2050). Het resultaat is gesplitst in 2 delen; mogelijkheden op korte termijn (terugverdientijd minder dan 5 jaar) en mogelijkheden voor de midden- en lange termijn. Voor de maatregelen voor de midden- en lange termijn wordt voor elk gebouw een toekomstvisie opgesteld met bijbehorend voorstel voor de benodigde middelen om in 2050 volledig gasloos te kunnen zijn. Vanaf 2024 wordt deze toekomstvisie en het advies voor de eventuele maatregelen verduurzaming fase 2 verder uitgewerkt. Integrale afweging van de maatregelen voor de midden- en lange termijn zal plaatsvinden via de Kadernota en begroting 2025.
22
Automatisering salarisadministratie We gaan in 2024 opnieuw de salarisadministratie aanbesteden. De dienstverlening van de huidige aanbieder houdt op. Afhankelijk van keuzes gaan we of regionaal, of als afzonderlijke organisatie aanbesteden. Mogelijke kosten zijn nog niet bekend, maar we moeten er rekening mee houden dat een dergelijke aanbesteding een kostenstijging met zich mee gaat brengen. Onderzoek De6/D9 (Wmo samenwerking) Momenteel loopt een onderzoek naar een eventuele opschaling van De6 naar D9 voor wat betreft de Wmo samenwerking. Besluitvorming over de voortgang en het vervolg na het uit te brengen rapport van het ingeschakelde extern adviesbureau (medio 2023) moet nog plaatsvinden. Verwacht wordt dat er de nodige inzet en middelen nodig zijn om dit verder in proces te brengen. Projectkosten recreatieparken In het College Werkprogramma is aangegeven dat er een hoge prioriteit gegeven wordt aan de vitaliteit van recreatieparken. Momenteel zijn we bezig met het uitschrijven van een projectplan. Uit dit projectplan kunnen eventuele financiële gevolgen vloeien die op dit moment nog niet in beeld te brengen zijn. Dorpsbus, voorzetting voorziening na pilot Ambitie om de Dorpsbus te behouden na afloop van de pilot (voor de periode tot en met december 2023).
De Dorpsbus wordt geen onderdeel van de concessie openbaar vervoer waarvoor de Provincie momenteel de aanbestedingsprocedure doorloopt voor de overeenkomst vanaf juli 2025. De Provincie heeft aangegeven dat de Dorpsbus buiten de scope van de concessie valt, als reactie op een door Rucphen ingediende zienswijze. De evaluatie van de pilot vindt plaats in het derde kwartaal van 2023. De evaluatie is bepalend voor de eventueel benodigde middelen. Nieuw contract deeltaxi KCV Begin 2024 gaat het nieuwe contract KCV in, vanaf dan kunnen alleen cliënten met een indicatie reizen met de deeltaxi. Dit heeft twee gevolgen: 1. mogelijke toename aanvragen indicatie deeltaxi 2. minder mensen kunnen gebruiken maken van deeltaxi, komen nog niet in aanmerking voor indicatie, maar zijn wel kwetsbaar en hebben wel een vervoersbehoefte. Wanneer we een alternatief voor de deeltaxi bieden, besparen we ook kosten op deze dure indicaties. In 2023 willen we onderzoeken wat alternatieven kunnen zijn. Implementatie Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) De Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) is nog een wetsvoorstel. Met het wetsvoorstel wordt beoogd knelpunten weg te nemen in relatie tot gegevensuitwisseling en privacy in het sociaal domein bij de aanpak van meervoudige problematiek.