CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

06b Kadernota 2024

gemeenteraad 5 juli 2023, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Kadernota 202421.614 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

13 alinea's met “omgevingsplan”: 82 121 122 123 125 230 231 296 298 299 304 305 421

In het coalitieakkoord is besloten om het accres vanaf 2026 niet langer te koppelen aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Het kabinet heeft, als uitwerking van het coalitieakkoord, besloten dat het gemeentefonds vanaf 2027 geïndexeerd wordt op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Uitgangspunt is dat het gemeentefonds meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bbp volgen. Hiermee wordt een stabiele, solide en duurzame financiële basis geboden. Financieringssystematiek In het coalitieakkoord heeft het kabinet een nieuwe financieringssystematiek voor medeoverheden aangekondigd met als doel een stabiele(re) financiering en meer autonomie voor medeoverheden. Bij de Miljoenennota 2023 heeft het kabinet aanvullend eenmalig € 1 miljard voor gemeenten beschikbaar gesteld voor 2026, vooruitlopend op de nieuwe financieringssystematiek. Dit bedrag komt vanaf 2027 structureel beschikbaar. Dit is dan ook financieel verwerkt in de meicirculaire 2023. Financiële mutaties Hieronder geven wij aan wat de raming van de algemene uitkering voor de jaren 2024 t/m 2027 was (meerjarenbegroting 2023-2026 o.b.v. de Septembercirculaire 2022) en vervolgens onze berekening o.b.v. de meicirculaire 2023. Algemene uitkering Omschrijving Septembercirc. 2022:meerjarenbegr. 2023-2026 Algemene uitkering Stelpost jeugdmiddelen Totaal algemene uitkering Begroting 2023 Meicirc.

2023: meerjarenbegr. 2024-2027 Algemene uitkering Stelpost jeugdmiddelen Totaal algemene uitkering Kadernota 2024 Mutatie septembercirc. 2022 / meicirc. 2023

2024

2025

2026

2027

40.929.747 43.090.867 42.062.162 42.023.416 778.683 466.594 225.911 0 41.708.430 43.557.461 42.288.073 42.023.416 43.704.710 45.980.770 43.487.478 44.677.841 0 0 225.911 138.501 43.704.710 45.980.770 43.713.389 44.816.342 1.996.280

2.423.309

1.425.316

2.792.926

De tabel laat zien dat de algemene uitkering voor alle jaren fors stijgt ten opzichte van de cijfers uit de begroting 2023. Deze stijging word o.a. veroorzaakt door de middelen voor jeugdzorg (2024+2025), de structurele prijsbijstelling over 2022 (i.v.m. inflatie 2022) en het structureel beschikbaar maken van de 1 miljard (vanaf 2027) vooruitlopend op de nieuwe financieringssystematiek.

41

Jeugdzorg Situatie begroting 2023 (o.b.v. septembercirculaire 2022) In de begroting 2023 was met betrekking tot de middelen voor jeugdzorg het uitgangspunt voor de jaren 2024 tot en met 2026, dat gemeenten de bedragen voor jeugdzorg als stelpost mochten opnemen in de begroting. Dit op basis van gemaakte afspraken tussen het Rijk, de VNG en het Interprovinciaal Overleg (IPO). Daarbij is aangegeven dat gemeenten in de jaarschijven 2024 tot en met 2026 de middelen voor 100% mogen meenemen in hun meerjarenbegroting. Omdat bij de begroting 2023 er nog steeds landelijk discussie was over de jeugdmiddelen, zijn wij uitgegaan van een percentage van 50% in plaats van 100%. Situatie Kadernota 2024 (o.b.v. meicirculaire 2023) Gemeenten en Rijk hebben een principeakkoord bereikt over het financiële kader voor de Hervormingsagenda Jeugd. De beschikbaarstelling en de verdeling van de extra middelen is onder voorbehoud van de omzetting van het principeakkoord in een definitief akkoord op het geheel van de Hervormingsagenda. In totaal wordt in de meicirculaire 2023 € 1,45 miljard in 2024 en € 954 miljoen in 2025 voor jeugdzorg beschikbaar gesteld. Voor de gemeente Rucphen betekent dit een ontvangst binnen de algemene uitkering van € 1.798.755,00 in 2024 en € 1.118.535,00 in 2025.

De beschikbaarstelling van de middelen voor de jaren 2026 en verder vindt plaats na het advies van de deskundigencommissie en de besluitvorming daarover. In 2026 gaat het om 367 miljoen (voor Rucphen € 451.821,00) en in 2027 € 225 miljoen (voor Rucphen € 277.002,00). In de meicirculaire 2023 wordt geen verdere toelichting gegeven of gemeenten deze bedragen gaan ontvangen. Om deze reden hanteren wij in deze Kadernota een stelpost in de jaren 2026 en 2027 op basis van een percentage van 50% van de verwachte jeugdmiddelen. Bijstelling accres 2022 (extra prijsbijstelling 2022) In 2022 is de inflatie na het uitkomen van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2022 aanzienlijk gestegen. Daarom heeft het kabinet bij Najaarsnota 2022 besloten om eenmalig een structurele prijsbijstelling over 2022 uit te keren. Deze extra prijsbijstelling is gebaseerd op het CEP 2023, waarbij gekeken is naar de inflatieontwikkeling over 2022 (t.o.v. CEP 2022 (T-1)). Deze eenmalig structurele prijsbijstelling over 2022 is verwerkt in de meicirculaire 2023. Taakmutaties Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslag Op 1 januari 2023 is de Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen in werking getreden.

Op basis van de meicirculaire 2023 is vanaf het uitkeringsjaar 2023 structureel jaarlijks € 3,3 miljoen beschikbaar voor de financiële gevolgen die de uitvoering van deze wet met zich meebrengt voor gemeenten. Dit houdt in dat er geen koppeling is met het daadwerkelijk plaatsvinden van verkiezingen in een gegeven jaar. Voor Rucphen betreft het hier een structureel bedrag van € 5.300,00. Dit bedrag wordt toegevoegd aan het budget algemeen beheer verkiezingen. Decentralisatie- en integratie-uitkering Decentralisatie-uitkering armoedebestrijding kinderen Vanaf 2017 is landelijk € 85 miljoen structureel beschikbaar gesteld voor de bestrijding van de gevolgen van armoede van kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling voor het jaar t+1 (betreft nu dus 2024) en verder. De middelen worden verdeeld op basis van door CBS ontwikkelde gegevens over kinderen met een kans op armoede. Op basis van de actualisatie wordt het bedrag vanaf 2024 verhoogd van € 71.520,00 naar € 81.559,00. Decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters De decentrale uitkering voorschoolse voorzieningen peuters heeft als doel dat alle peuters, zonder recht op kinderopvangtoeslag of voorschoolse educatie, naar een voorschoolse voorziening kunnen gaan.

De decentrale uitkering voorschoolse voorzieningen is vanaf uitkeringsjaar structureel geactualiseerd met de voluminastanden van uitkeringsjaar 2022. Op basis van deze actualisatie wordt het bedrag vanaf 2023 verhoogd van € 31.536,00 naar € 33.419,00. Deze verhoging zorgt voor een hogere storting in de reserve onderwijsachterstandenbeleid.

42

Integratie-Uitkering Sociaal Domein (IUSD) Op basis van de meicirculaire 2023 is de integratie-uitkering participatiewet (beschut werken en Wsw) geactualiseerd. De mutatie op de integratie-uitkering participatiewet (Wsw) wordt ook toegepast op het budget Wsw. De mutatie met betrekking op het onderdeel beschut werken komt ten gunste van het begrotingssaldo. In onderstaande tabel zijn de huidige ramingen afgezet tegen de nieuwe bedragen o.b.v. de meicirculaire 2023: Omschrijving PW: IUSD (Wsw) (OUD) PW: IUSD (Wsw) (NIEUW) Totale mutatie budget Wsw

2024 5.521.412 5.901.964 380.552

2025 5.316.734 5.673.469 356.735

2026 5.197.908 5.535.159 337.251

2027 4.824.164 5.138.869 314.705

Omschrijving PW: IUSD (beschut werken) (OUD) PW: IUSD (beschut werken) (NIEUW)

2024 190.064 201.764

2025 205.680 218.339

2026 221.422 235.053

2027 237.164 251.763

Totale mutatie

11.700

12.659

13.631

14.599

Effect meicirculaire 2023 op begrotingssaldo Omschrijving Mutatie septembercirc. 2022 / meicirc. 2023 AF:Taakmutatie wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslag BIJ: IUSD (beschut werken) Effect algemene uitkering op begrotingssaldo

2024 1.996.280

2025 2.423.309

2026 1.425.316

2027 2.792.926

5.300

5.300

5.300

5.300

11.700 2.002.680

12.659 2.430.668

13.631 1.433.647

14.599 2.802.225

Overige ontwikkelingen o.b.v. meicirculaire 2023 BTW compensatie Fonds (BCF) Onderdeel van de algemene uitkering is de stelpost ruimte plafond BTW compensatiefonds. Het Ministerie van BZK heeft in afstemming met de VNG en de provinciale toezichthouders een advies opgesteld over de wijze waarop de ruimte onder het plafond BCF door gemeenten “kan” worden opgenomen als verwachte bate. Dit advies luidt: Gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte onder het plafond BCF, adviseren we om voorzichtigheid in acht te nemen door een raming op te nemen, die maximaal gebaseerd is op de meest recente, gerealiseerde ruimte onder het plafond BCF. Voor de begroting 2024 is dit de realisatie 2022 zoals die in de meicirculaire is opgenomen. Deze komt neer op een bedrag van € 342.000,00. De provinciale toezichthouders gebruiken dit advies als richtlijn bij het beoordelen van de (meerjaren)begroting 2024-2027. Omdat er al jaren sprake was van een daling van de ruimte onder het BCF-plafond vinden wij het nu niet realistisch deze inkomstraming structureel te verwerken in deze Kadernota. Bij de begroting 2024 zullen wij de afweging maken of het verantwoord is deze stelpost (gedeeltelijk) op te nemen.

Opschalingskorting De oploop van de opschalingskorting is geschrapt voor de duur van de kabinetsperiode en eindigt, zoals voorzien, in een korting van € 975 miljoen cumulatief in 2026. Dit betekent dat de stand van de opschalingskorting van € 300 miljoen zoals bereikt in 2019 blijft bevroren tot en met 2025. Ondanks dat er vanaf 2027 extra middelen komen voor gemeenten, blijft voor 2026 een groot tekort over. Een belangrijk onderdeel hiervan is deze opschalingskorting. De opschalingskorting keert volledig terug in 2026, met een extra uitname ineens van € 675 miljoen. De Voorjaarsnota 2023 biedt geen informatie over de opschalingskorting. De vraag blijft of en ook wanneer het Rijk en de VNG overeenstemming bereiken over het schrappen van de opschalingskorting.

43

6.5.6. Dividend nv Bank Nederlandse Gemeenten Het jaarlijks bedrag aan dividend over de afgelopen begrotingsjaren kent een wisselend verloop: • 2019: € 24.963,00 • 2020: € 35.577,36 • 2021: € 44.815,68 • 2022: € 49.140,00 Het dividend van de BNG Bank N.V. voor 2023 en verder baseren we op het gemiddelde bedrag aan dividend over de afgelopen vier begrotingsjaren. De huidige raming (€ 38.000,00) is passend voor 2024.

6.6. Overige financiële mutaties Algemeen In hoofdstuk 3 van deze Kadernota zijn de claims en knelpunten gepresenteerd. Daarnaast dienen nog twee mutaties verwerkt te worden die effect hebben op het begrotingssaldo. Verhoging bijdrage ZVH De Markiezaten (inclusief: Bijdrage Coördinator Mensenhandel ZVH en cofinanciering ex-gedetineerden) De bijdrage voor het Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH) stijgt van € 48.387,00 in 2023 naar € 52.364,00. Deze structurele stijging van € 3.553,00 wordt o.a. veroorzaakt door een stijging van de indexering van 3 naar 4% in verband met de inflatie, een kostenstijging van de energie en de cao-effecten. Daarnaast neemt de Gemeente Roosendaal geen vaste werkplek meer af in het ZVH, waardoor deze kosten gedragen dienen te worden door de 8 deelnemende gemeenten. Vrijval stelpost inflatie In de Programmabegroting 2023 is vanaf 2023 een structurele stelpost inflatie opgenomen. Deze stelpost is bedoeld voor het opvangen van kostenstijgingen door indexering. In hoofdstuk 3 met betrekking tot de claims en knelpunten wordt al een structureel beroep gedaan op de stelpost inflatie. Gezien de financiële effecten in hoofdstuk 6 (paragraaf 6.4.3.) met betrekking tot de effecten van de gemeenschappelijke regelingen als gevolg van indexering, laten we het restant van de structurele stelpost vrijvallen ten gunste van het begrotingssaldo.

Op deze manier zetten we de stelpost optimaal in. We kiezen ervoor om geen nieuwe stelpost inflatie op te nemen in de begroting, omdat we de kostenstijgingen (ramingen/budgetten) meerjarig geactualiseerd hebben. Omschrijving Verhoging bijdrage ZVH De Markiezaten Vrijval restant stelpost inflatie Totaal financiële mutatie (-=nadeel)

2024 -3.553 507.068 503.515

2025 -3.649 504.893 501.244

2026 -3.746 500.432 496.686

2027 -3.843 500.066 496.223

44

6.7. Benodigd weerstandvermogen en risicomanagement De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt volgens de jaarrekening 2022, per 31 december 2022 € 3.125.972,00. De beschikbare weerstandscapaciteit, gecorrigeerd voor middelen welke niet als dekking gebruikt kunnen worden bedraagt € 9.778.801,00. Volgens de normtabel weerstandsvermogen is onze weerstandscapaciteit uitstekend. Bij de bepaling van de ratio is al rekening gehouden met toekomstige onttrekkingen uit de Algemene Reserve, waarover uw raad heeft besloten. Tussen de vaststelling van deze Kadernota en de Programmabegroting 2024 vindt een actualisatie van de risico’s plaats, zodat in de Programmabegroting 2024 een actuele stand van het benodigd weerstandsvermogen kan worden gepresenteerd. Mutaties weerstandsvermogen tot en met 5 juli 2023 resume toekomstige ontwikkelingen weerstandscapaciteit af: Storting in reserve Kadernota (o.b.v. Kadernota 2024)

€

totaal voorgestelde mutaties 2024

€

327.020 327.020

Raadsbesluiten tot de aanwending van / storting in de algemene reserve Storting in reserve Kadernota ten behoeve van begroting 2024 o Aanwending: € 327.020,00; o Kadernota 2024; o Raad 5 juli 2023. Reserve grondexploitatie De reserve grondexploitatie bedraagt per 1 januari 2024 € 2.023.168,20. De reserve bestaat uit de Algemene reserve geliquideerde bouwwijken ( € 1.753.063,39) en het Algemeen uitbreidingsfonds geliquideerde complexen (fonds grote werken) (€ 270.104,81). Op deze reserves zijn in 2024 geen mutaties voorzien. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bij de OZB is zo groot als het verschil tussen het gehanteerde tarief en het tarief om tot een "artikel 12 gemeente" gerekend te worden. Voor 2023 is dit tarief 0,1729%. Wanneer we dit percentage afzetten tegen de in de begroting opgenomen ramingen voor de OZB-ontvangsten is er nog een ruimte van € 2.609.341,00 structureel. Beschikbare Weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve per 01-01-2024

€

4.134.792

Reserve grondexploitatie

€

2.023.168

Onbenutte belastingcapaciteit (redelijk peil 2023)

€

2.609.341

Onvoorzien

€

55.000

Algemene reserve geactiveerde gronden in erfpacht (stille reserves)

€

953.000

Totale beschikbare weerstandscapaciteit

€

9.775.301

Totaal aanwendingen tlv / vrijval tgv de algemene reserve

€

327.020

Totaal gecorrigeerde beschikbare weerstandscapaciteit

€

9.448.281

Totaal benodigde weerstandscapaciteit (o.b.v. 100%)

€

3.125.972

Vrij besteedbaar

€

6.322.309

af: onbenutte belastingcapaciteit en erfpacht

€

3.562.341

Vrij besteedbare middelen (na correctie)

€

2.759.968

45

Wanneer we de benodigde weerstandscapaciteit in mindering brengen op de beschikbare weerstandscapaciteit resteert een vrij besteedbaar bedrag van € 6.322.308,97. Als we vervolgens op dit bedrag een correctie toepassen voor de middelen welke niet als dekking gebruikt kunnen worden (onbenutte belastingcapaciteit en erfpacht), resteert nog € 2.759.968,47 aan vrij besteedbare middelen. Dit is de ruimte boven het ratio van 1,0, de vrij besteedbare ruimte boven het ratio van 1,4 bedraagt € 1.509.579,67. Ratio weerstandsvermogen Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, leggen we een relatie tussen de financieel gekwantificeerde risico’s, de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Ratio weerstandsvermogen

=

Beschikbare weerstandscapaciteit

€

9.448.281

Benodigde weerstandscapaciteit

€

3.125.972

3,0

Wanneer we op deze ratio een correctie toepassen voor de middelen welke niet als dekking gebruikt kunnen worden (onbenutte belastingcapaciteit en erfpacht), verandert het ratio als volgt:

Ratio weerstandsvermogen (gecorrigeerd)

=

Beschikbare weerstandscapaciteit

€

5.885.940

Benodigde weerstandscapaciteit

€

3.125.972

1,9

Wanneer we alle toekomstige ontwikkelingen meenemen en deze afzetten tegen de totale beschikbare weerstandscapaciteit heeft de gemeente Rucphen een ratio van 3,0. We zijn ons er van bewust dat de onbenutte belastingcapaciteit en erfpacht niet kunnen worden gebruikt als dekking. Wanneer we een correctie op deze onderdelen toepassen daalt de ratio naar 1,9, wat volgens de norm ruim voldoende is. Prognose Kengetallen Om een beeld te geven van de financiële positie van onze gemeente zijn de kengetallen meerjarig geprognosticeerd. De uitgangspunten die hiervoor zijn gebruikt zijn: -

de balanspositie per 31 december 2022; de meerjarenraming uit de programmabegroting 2023; de geactualiseerde liquiditeitsprognose.

Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheersing (prognose) Rekening 2022

Begroting 2023

Prognose 2024

Prognose 2025

Prognose 2026

Prognose 2027

Netto schuldquote

41,1%

61,6%

57,9%

64,1%

53,3%

58,7%

Netto schuldquote (gecorrigeerd)

40,6%

61,2%

57,0%

62,8%

51,5%

56,9%

Solvabiliteitsratio

54,7%

41,3%

43,0%

45,1%

45,2%

44,2%

Grondexploitatie

13,2%

2,1%

0,2%

-1,4%

-1,9%

-1,9%

Structurele exploitatieruimte

5,9%

5,1%

5,2%

6,7%

3,3%

3,4%

Belastingcapaciteit

95,8%

98,8%

96,9%

95,1%

93,3%

91,5%

Kengetallen:

46

Om meer duiding te geven aan de percentages koppelen we deze aan een rating. Hierbij staat A voor ‘minst risicovol’, B voor ‘neutraal’ en C voor ‘meest risicovol’. Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheersing (prognose) Rekening 2022

Begroting 2023

Prognose 2024

Prognose 2025

Prognose 2026

Prognose 2027

Netto schuldquote

A

A

A

A

A

A

Netto schuldquote (gecorrigeerd)

A

A

A

A

A

A

Solvabiliteitsratio

A

B

B

B

B

B

Grondexploitatie

A

A

A

A

A

A

Structurele exploitatieruimte

A

A

A

A

A

A

Belastingcapaciteit

B

B

B

B

A

A

Kengetallen:

Meerjarig wordt een stijging van de schuldquote voorzien als gevolg van het aantrekken van lang vermogen om onze reguliere- en investeringsuitgaven te kunnen financieren. Een percentage <90% wordt gezien als het minst risicovol. Hierbij plaatsen we de kanttekening dat er rekening is gehouden met het feit dat een gedeelte van de investeringen doorschuiven naar volgende begrotingsjaren, zodat ook na 2027 een toename van de schuldquote wordt verwacht. Naast het aantrekken van nieuw vreemd vermogen vinden er ook structurele onttrekkingen uit de reserves (eigen vermogen) plaats. Dit is terug zien in de afname van het solvabiliteitsratio. Een percentage > 50% wordt door onze Provincie gezien als het minst risicovol. Met een solvabiliteitsratio tussen 20% - 50% classificeert gemeente Rucphen zich als neutraal.

47

7.

Financieel totaaloverzicht 2024 - 2027

In de voorgaande hoofdstukken is een aantal financiële gevolgen de revue gepasseerd. In onderstaande tabel zijn deze (in totalen) nogmaals opgenomen. Omschrijving

2024

2025

2026

2027

Begrotingssaldo volgens de begroting 2024-2027, inclusief wijzigingen t/m 5 juli 2023

1.991.593

2.764.164

415.670

-210.029

Totaal claims t.l.v. algemene dekkingsmiddelen

-1.215.790

-1.256.374

-1.306.965

-1.357.561

Financiële mutaties a.g.v. ontwikkelingen kapitaallastenbudgetten en rente

-32.313

-98.460

-131.735

-176.051

Financiële mutaties a.g.v. deelname gemeenschappelijke regelingen

-723.857

-594.691

-592.897

-749.913

Algemene uitkering (meicirculaire 2023)

2.002.680

2.430.668

1.433.647

2.802.225

Leges rijbewijzen (gemeenteleges)

25.900

25.500

46.600

55.000

overige financiële mutaties

503.515

501.244

496.686

496.223

2.551.728

3.772.051

361.006

859.894

Totaal geraamd saldo 2024-2027 Kadernota 2024

Na verwerking van alle nu bekende gegevens, sluit het jaar 2024 met een positief saldo van € 2.551.728,00. De jaren na 2024 sluiten ook positief met de volgende bedragen: € 3.772.051,00 in 2025; € 361.006,00 in 2026 en € 859.894,00 in 2027. Om te kunnen beoordelen of een begroting inderdaad structureel sluitend is, dienen bovenstaande saldi te worden gecorrigeerd met de geraamde eenmalige baten en lasten en stortingen in en onttrekkingen aan reserves. Voor de Provincie is dit een toetsingsnorm. Na verwerking van de eenmalige zaken komen we op de volgende structurele begrotingssaldi: Omschrijving saldo Kadernota 2024 Incidentele baten en lasten

2024 2.551.728 -147.485

2025 3.772.051

2026 361.006 0

2027 859.894 0

Totaal structureel saldo

2.404.243

3.772.051

361.006

859.894

Zowel in het Hoofdlijnenakkoord 2022-2026 als in het Collegewerkprogramma 2022-2026 is afgesproken dat de begroting meerjarig sluitend moet zijn. De tabel laat zien dat het jaar 2024 en de daarop volgende jaren reëel en structureel sluitend zijn. Tegelijkertijd zijn dit de bedragen die voor u relevant zijn om te zien of er ruimte is voor toekomstige ontwikkelingen en bestuurlijke ambities. U dient er zich wel van bewust te zijn dat deze Kadernota een momentopname is en dat er tal van (externe) factoren van invloed kunnen zijn op zowel de uitgaven als de inkomsten van de gemeente. Nog voor behandeling in de begrotingsraad van 8 november aanstaande behandelt uw raad in september het ‘Project Flexwoningen’ en staat in november de ‘actualisatie van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) kern Rucphen’ op de agenda. Beiden met meerjarige financiële consequenties die niet financieel verwerkt zijn in deze Kadernota. Daarnaast wordt u op 27 juni aanstaande geïnformeerd over de ontwikkeling van het gebied Schijf Noord en kan ook de septembercirculaire 2023 van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds afwijken en tot een ander begrotingsnadeel/-voordeel leiden. Tot slot zijn de bestuurlijke ambities uit hoofdstuk 5 nog niet ingevuld.

48

8.

Voorstel

In deze Kadernota geven wij u een actueel inzicht in onze financiële positie en de ontwikkelingen voor de komende jaren. Na verwerking van alle nu bekende gegevens en de incidentele baten en lasten, sluiten alle jaren met een structureel positief saldo. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de kosten die kunnen voortvloeien uit de toekomstige ontwikkelingen en bestuurlijke ambities uit Hoofdstuk 5 van deze Kadernota. Na vaststelling van de Kadernota zal een en ander worden verwerkt in de begroting 2024 en meerjarenraming 2025 t/m 2027, die aan u voor behandeling in de raadsvergadering van 8 november 2023 zal worden aangeboden.

Voorstel Wij stellen uw raad voor: 1. De Kadernota 2024 vast te stellen als basis voor de Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 20252027. 2. Ten behoeve van de eenmalige claims een bedrag van € 327.020,00 uit de algemene reserve te storten in de reserve Kadernota.

Rucphen, 6 juni 2023

Burgemeester en wethouders van Rucphen,

de secretaris,

de burgemeester,

drs. S. Michielse

mr. M. van der Meer Mohr

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12919615/1