CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

06b Kadernota 2024

gemeenteraad 5 juli 2023, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Kadernota 202421.614 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het wetsvoorstel voorziet daartoe in wettelijke taken voor het college van burgemeester de wethouders voor onderzoek, planvorming en coördinatie bij meervoudige problematiek in het sociaal domein en eventueel aanpalende terreinen. Deze wettelijke taken vormen de grondslag voor de ter uitvoering van die taken noodzakelijke verwerking en uitwisseling van persoonsgegevens. Tevens voorziet dit wetsvoorstel de meldpunten voor niet acute zorg bij gemeenten, van een duidelijke wettelijke basis die nodig is voor het ook bij deze wet stellen van regels voor de verwerking van persoonsgegevens door deze meldpunten. De Wams treedt op 1 januari 2024 in werking. De aanpak van meervoudige problematiek slaagt alleen wanneer betrokken partijen onderling gegevens kunnen uitwisselen, de Wams geeft hiervoor een wettelijke grondslag. We verwachten capaciteit kwijt te zijn aan een goede implementatie van deze wet. De Wams heeft betrekking op zorg en veiligheid en heeft dus een integraal karakter.

23

Integraal huisvestingsplan (IHP) In 2019 is het IHP door uw raad vastgesteld. De totale kosten werden destijds geraamd op € 22.580.000,00 (afgerond 22,5 miljoen euro). Eind 2022 is een nieuwe raming gemaakt op basis van nieuwe inzichten en prijsstijgingen. De totale kosten IHP werden toen geraamd op € 28.309.897,00 (afgerond 28,3 miljoen euro). In april 2023 zijn voor Vinkenbos en Heilinde nieuwe berekeningen gemaakt en zijn voor de overige projecten inschattingen gemaakt op basis van de huidige ontwikkelingen in de markt. De totale kosten IHP worden nu geraamd op € 32.618.582,00 (afgerond 32,6 miljoen euro). Tijdens het opstellen van deze kadernota zijn de volgende middelen beschikbaar voor het IHP: Kredieten Voorbereidingskrediet St. Willebrord (bevoorschot) € 353.215,00 Vinkenbos (dekking door huuropbrengst) € 995.705,00 € 1.348.920,00 Reserves Reserve IHP t/m 2e bestuursrapportage 2023 Voorstel Resultaatbestemming 2022

€ 3.734.115,00 € 1.917.490,00 € 5.651.605,00

Stelpost kapitaallasten in begroting (1)

€ 5.882.000,00

Totaal

€ 12.882.525,00

(1) In de begroting zit een bedrag van € 147.050,00 aan kapitaallasten met betrekking tot de vervangende nieuwbouw St. Willebrord (Heilinde). De investering van € 5,8 mln. is gebaseerd op een afschrijvingstermijn van 40 jaar voor het gehele investeringsbedrag. Als een deel (installaties) in 15 jaar wordt afgeschreven wordt het investeringsbedrag lager. Uit bovenstaande blijkt dat er al ruim € 12 miljoen is gereserveerd voor het IHP. Om alle opgaven uit het IHP te realiseren is nog afgerond € 20 miljoen benodigd. Scholen in kern Rucphen In november 2022 is een adviesbureau gestart met het traject om te komen tot een actualisatie van het IHP voor de kern Rucphen. Op 4 mei 2023 zijn nieuwe prognoses van de ontwikkeling van het aantal leerlingen in alle kernen van de gemeente Rucphen ontvangen. Tot aan de zomervakantie werken we samen met partners uit onderwijs in kinderopvang binnen de kern Rucphen aan een actualisatie van het IHP. Onder leiding van het adviesbureau doorlopen we het plan van aanpak. Belangrijk moment is het bespreken van het concept IHP binnen de projectorganisatie. Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst van 5 september 2023 presenteren we het concept IHP, waarna we u op 1 november om steun zullen vragen voor het geactualiseerde IHP. Daarbij worden de financiële kaders geschetst die vanuit het IHP van belang zijn voor de begroting voor 2024 en verder.

Flexwoningen In de gemeente Rucphen is, net als in vele andere gemeenten, veel druk op de woningmarkt. Met name voor starters en spoedzoekers zijn veel te weinig woningen beschikbaar. Daarnaast is er de taakstelling met betrekking tot de opvang van statushouders en is er mogelijk extra huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen nodig. De taakstelling met betrekking tot huisvesting van statushouders loopt achter. De komende jaren gaat de taakstelling alleen maar omhoog in verband met de hoge instroom van vluchtelingen. Om de achterstand niet meer te laten oplopen en om aan de taakstelling te voldoen moeten er op hele korte termijn woningen worden gerealiseerd. Wanneer er extra woningen komen kan daarmee ook de mogelijke extra opvang van Oekraïense vluchtelingen worden gerealiseerd. Zo wordt de druk op de totale woningmarkt verlicht. Er wordt bewust gekozen voor meerdere doelgroepen zodat de kansen op een passende woning voor alle doelgroepen groter wordt. Het project wordt samen gedaan met de corporatie Thuisvester. Naast het project om te komen tot realisatie van de woningen zal Thuisvester de verhuur, beheer en exploitatie van de woningen doen.

24

Om voor deze verschillende doelgroepen op korte termijn woningen te realiseren en te voldoen aan de taakstelling is vanuit de gemeente en Thuisvester gekozen om verplaatsbare woningen, de zgn. flexwoningen, voor deze doelgroepen te realiseren. Kosten voor gemeente • De kosten voor bouw- en woonrijp maken en bijkomende kosten. Op basis van normbedragen worden deze kosten op € 2,5 miljoen geschat met een afschrijftermijn over de 15 jaar exploitatie. • We gaan er vanuit dat de exploitatie van Thuisvester over 15 jaar geen negatief resultaat oplevert zodat de gemeente geen bijdrage hoeft te leveren aan een tekort. Bij de start van het project was het uitgangspunt een exploitatieperiode van 10 jaar met een verwacht negatief resultaat. Thuisvester en gemeente hebben toen het uitgangspunt gehanteerd om het tekort 50/50 te delen. • Het neutrale resultaat van de exploitatie leggen we vast in een samenwerkingsovereenkomst zodat de gemeente niet in de exploitatie van de woningen deelneemt en geen onzekerheid heeft gedurende de looptijd van 15 jaar. • Wanneer de locatie op termijn geen permanente woonbestemming krijgt dan komen er naast de kosten voor bouw- en woonrijp maken nog 50% van de verplaatsingskosten voor de gemeente bij om ze naar een alternatieve locatie te verplaatsen. Kosten voor Thuisvester • Aankoop woningen en bijkomende kosten.

Het gaat om circa 10-11 miljoen euro, afhankelijk van de keuze voor het type woningen. • Grond voor 15 jaar om niet ter beschikking stellen. Deze gronden staan op de verkooplijst bij Thuisvester, maar nu kunnen ze de komende 15 jaar niet verkopen. • We gaan er vanuit dat de inkomsten en kosten van de exploitatie over 15 jaar verrekend met de restwaarde van de woningen (afschrijving over 40 jaar) neutraal uitkomen. Een eventuele negatieve exploitatie is het risico van Thuisvester. • Wanneer de locatie geen permanente woonbestemming krijgt, betaalt Thuisvester 50% van de verplaatsingskosten en de huurderving. Thuisvester is verantwoordelijk voor de verdere exploitatie van de woningen op de nieuwe locatie en de kosten die daar mee gemoeid zijn. Hierin zit ook het risico van de restwaarde van een verplaatsbare woning. • Wanneer de locatie een permanente woonbestemming krijgt en de verplaatsbare woningen in te passen zijn in een toekomstig plan dan kan Thuisvester de woningen verder exploiteren op deze locatie. Thuisvester betaalt de gemeente in dat geval de kosten voor bouw- en woonrijp maken op het moment dat er een plan is voor de locatie en duidelijk is dat de woningen kunnen blijven staan. Bovenstaande is nog in het stadium van een ambtelijk voorstel en wordt in een samenwerkingsovereenkomst met Thuisvester nader uitgewerkt en ter besluitvorming aan uw raad voorgelegd.

Hierin komen ook de bijbehorende bedragen. Het is nu te vroeg om de bedragen te geven omdat we nog geen uitgewerkt plan met kostenraming hebben voor de beoogde locatie, alleen een eerste schets i.v.m. de aantallen woningen. Proces De planning voor dat raadsvoorstel en-besluit is als volgt: 13 september 2023 : voorstel in commissie; 27 september 2023 : voorstel in de raad; Ontwikkelingen Schijf Noord We zijn in gesprek met de grondeigenaren binnen het te ontwikkelen gebied, maar er ligt nog geen verzoek tot aankoop vanuit de grondeigenaren. De strategie met betrekking tot de ontwikkeling Schijf Noord wordt nader uitgewerkt. Tijdens de informatieve bijeenkomst van 27 juni 2023 hebben wij de eerste contouren van de ontwikkeling Schijf Noord met uw raad gedeeld. Hiermee is een basis gelegd voor de uitwerking van de structuurvisie. Daarnaast bent u geïnformeerd over de strategie inclusief de financiële consequenties en bent u meegenomen in het verdere proces. De uitvoering van de financiële consequenties is, gelet op de continuïteit van het proces, al in uitvoering.

25

5.2. Bestuurlijke ambities Vernieuwen product burgerlijke stand Eén van de punten uit het Collegewerkprogramma (CWP) is het vernieuwen van het product Burgerlijke Stand. In 2022 zijn we gestart met het vernieuwen hiervan. Een onderdeel hiervan is het uitbreiden van het huidige trouwambtenaren team. Inmiddels hebben we het team uitgebreid en hebben we nu 7 trouwambtenaren. Dit is ook het moment om het, belangrijke representatieve onderdeel aan te passen. Dit bestaat uit: aanschaf nieuwe toga(s); voor allen uniforme moderne akte/laptoptas. Onze trouwambtenaren zijn het visitekaartje van de gemeente. Zij komen bij de bruidsparen thuis langs. Reeds bij de huisbezoeken moet een representatieve en professionele (eerste) indruk worden gemaakt. De kosten voor deze ambitie worden geraamd op incidenteel € 9.500,00 in 2024. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Vernieuwen product burgerlijke stand

2024 9.500 9.500

2025

2026

2027

0

0

0

Inzet buurtsportcoaches Eind 2022 zijn de buurtsportcoaches verlengd voor de duur van één jaar (2023). In 2023 zijn hier middelen voor beschikbaar vanuit de reserve “brede impuls combinatiefuncties”. Het budget is vanaf 2024 niet meer toereikend, terwijl de inzet van de buurtsportcoaches in het CWP is opgenomen. We willen de buurtsportcoaches ook in het jaar 2024 inzetten. De reden voor de verlenging met één jaar is omdat in een bestuurlijk overleg met Sportservice Noord-Brabant (SSNB) afgesproken is dat zij meer aandacht zullen hebben voor de effectmeting en tevens wordt op sommige onderwerpen van koers veranderd. In 2024 zal een gedegen evaluatie plaatsvinden om de buurtsportcoaches al dan niet structureel in te zetten. De totale kosten voor de inzet van de buurtsportcoaches voor 2024 zijn begroot door SSNB op € 149.905,00. In dit bedrag is al rekening gehouden met een verwachte loonstijging in verband met de nieuwe CAO sport welke in het najaar van 2023 vastgesteld zal worden. Het bedrag van € 149.905,00 kan voor € 72.644,00 bekostigd worden uit de reserve brede impuls combinatie functies en beschikbare middelen met betrekking tot gezond in de stad. Wat resteert is een incidentele bestuurlijke ambitie van € 77.261,00. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Inzet buurtsportcoaches

2024 77.261 77.261

2025

2026

2027

0

0

0

Werkkostenregeling Via de werkkostenregeling (WKR) kan de werkgever onbelaste vergoedingen aan de werknemers geven. Hierbij mogen ook zaken vergoed worden waar een werknemer privé voordeel van kan hebben. Denk hierbij aan tablets of kerstpakketten. Het bedrag dat de werkgever onbelast mag besteden, heet de vrije ruimte. De vrije ruimte wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld. Komt het bedrag wat onbelast is besteed boven de grens van de vrije ruimte? Dan dient over het gedeelte dat boven de grens komt, 80% belasting te worden betaald. Gebaseerd op de werkelijk cijfers van de afgelopen jaren dient de post werkkostenregeling structureel te worden bijgeraamd met € 10.000,00. De huidige raming bedraagt € 10.000,00. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Werkkostenregeling

2024 10.000 10.000

2025 10.000 10.000

2026 10.000 10.000

2027 10.000 10.000

26

Uitbreiding preventief aanbod Sociaal Domein In het CWP is opgenomen dat we ons nog meer inzetten op preventie en integraliteit om de zelfredzaamheid te bevorderen en zwaardere en duurdere zorg te voorkomen. We ontwikkelen een integrale toegang en kunnen vooraan in het proces de hulp geven die nodig is. Daarnaast bevorderen we door de inzet van meer preventief aanbod dat kwetsbare groepen eerder bereikt worden en mee kunnen doen in onze samenleving. In het kader van de inrichting van het integraal loket waar inwoners terecht kunnen met al hun vragen op het gebied van welzijn, zorg en financiën en vanuit de verschillende domeinen hebben we moeten constateren dat er lacunes zijn in ons preventief aanbod. Hier willen we in 2024 op gaan uitbreiden vanuit de behoefte van onze inwoners. Dit brengt meer kosten met zich mee. De kosten voor deze ambitie worden geraamd op structureel € 25.000,00. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Uitbreiding preventief aanbod Sociaal Domein

2024

2025

2026

2027

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

Educatief afvalproject Deze claim is bedoeld om jaarlijks een educatief afvalproject voor het primair en het voortgezet onderwijs uit te voeren. Het project bevat: Lessen over afval; Bedrijfsbezoeken; Opschoondag Rucphen; Workshops afval. Dit project is in het verleden bekostigd met de NedVang-subsidie. Deze subsidieregeling is na 2022 gestopt. Hierdoor is de bekostiging van het project weggevallen. Voor het uitvoeren van het Educatief Afvalproject is een bedrag benodigd van € 16.000,00. Dit bedrag kan ten laste worden gebracht van de afvalstoffenheffing. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Educatief afvalproject tlv afvalstoffenheffing

2024 16.000 16.000 16.000

2025 16.000 16.000 16.000

2026 16.000 16.000 16.000

2027 16.000 16.000 16.000

Ontwikkelvisie Potentiële woningbouwlocaties bevinden zich vaak buiten bestaand stedelijk gebied. Om op deze locaties woningbouw te kunnen realiseren, is het conform provinciaal beleid noodzakelijk de ontwikkelrichting van het gebied vast te leggen (artikel 3.77 in combinatie met artikel 3.43 van de provinciale Interim Omgevingsverordening. Pas nadat de ontwikkelrichting voor een gebied is vastgelegd, kunnen woningbouwontwikkelingen worden opgepakt. We noemen deze visies ontwikkelvisies omdat daarin vooraf de kaders voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen een gebied worden geschetst. Het vooraf vastleggen van deze ontwikkelkaders past binnen de doelstelling van het kabinet op de regie op volkshuisvesting te hernemen. Deze middelen worden gevraagd gelet op de bestuurlijke woningbouwambitie (Bouwen, Bouwen, Bouwen). Het opstellen van ontwikkelvisies kan worden uitgesmeerd over een ruimere periode, waardoor de jaarlijks benodigde structurele middelen kunnen worden verminderd. Het gevolg is dat er jaarlijks minder ontwikkelvisies kunnen worden opgesteld. Dit betekent wel dat ruimtelijke initiatieven in gebieden waarvoor pas later een ontwikkelvisie wordt opgesteld voorlopig niet opgepakt kunnen worden. Er wordt nu alleen middelen gevraagd voor de collegeperiode t/m 2026. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Ontwikkelvisie

2024 50.000 50.000

2025 50.000 50.000

2026 50.000 50.000

2027 0 0

Tijdelijk Omgevingsplan Minister Hugo de jonge heeft toegezegd dat het DSO bij inwerkingtreding van de Omgevingswet ‘voldoende’ werkend zal zijn. Omdat het DSO op dit moment nog werkt met de standaarden van de Omgevingswet (STOPTPOD¹), is het zeer waarschijnlijk dat er gebruik moet worden gemaakt van tijdelijke alternatieve maatregelen (TAM) op basis van bestaande RO-standaarden (IMRO²). De TAM’s zijn nodig om te voorkomen dat ruimtelijke

27

initiatieven en gebiedsontwikkeling na inwerkingtreding van de Omgevingswet stil komen te liggen. Een nadeel van werken met TAM/ IMRO-plannen is dat deze plannen op enig moment in de toekomst alsnog omgezet moeten worden naar STOP-TPOD. Deze omzetting zorgt voor extra werk en kosten. Deze kosten worden niet door het Rijk vergoed en komen daarom voor rekening van de gemeente. De motie-Nicolaï die de regering verzocht om de financiële lasten of schadeverplichtingen van lagere overheden als gevolg van aan het Rijk toe te rekenen onvolkomenheden in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) voor rekening van het Rijk te nemen, kreeg onvoldoende steun in de Eerste Kamer. De extra jaarlijkse kosten worden tot einde collegeperiode 2026 ingeschat op circa €25.000,00. Het college en de raad kunnen ervoor kiezen geen reserve op te bouwen voor deze (te verwachten) kostenpost. Dit betekent wel dat de extra kosten voor het verwerken van de TAM/IMRO-plannen in het definitieve omgevingsplan op een later tijdstip voor rekening van de gemeente komen zonder dat hiervoor financiële middelen zijn gereserveerd. Risico: Doordat onduidelijk blijft wanneer het Rijk een volledig werkend DSO kan opleveren, kunnen de totale financiële lasten of schadeverplichtingen voor gemeenten niet concreet worden ingeschat.

Duidelijk is wel dat hoe langer gemeenten noodgedwongen moeten werken met tijdelijke alternatieve maatregelen (TAM) hoe groter de omvang aan TAM/IMRO-plannen die gemeenten moeten omzetten naar STOP-TPOD. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Tijdelijk omgevingsplan

2024 25.000 25.000

2025 25.000 25.000

2026 25.000 25.000

2027 0 0

Beleidsontwikkeling nieuwe stijl De Omgevingsprogramma’s maken onderdeel uit van de beleidscyclus onder de Omgevingswet. Deze cyclus bestaat uit vier fasen: 1 beleidsontwikkeling, 2 beleidsdoorwerking, 3 uitvoering en 4 terugkoppeling. Het Omgevingsprogramma kan in de eerste drie fasen worden toegepast. Het programma vraagt om een meer samenhangende en integrale benadering op grond van de verbrede reikwijdte van de Omgevingsvisie (en het Omgevingsplan). Een omgevingsprogramma is niet in alle gevallen verplicht vandaar dat de hoogte van de gevraagde middelen afweegbaar is. Vanwege het cyclische karakter van omgevingsprogramma’s wordt om een structurele borging van de benodigde middelen gevraagd. Ambities en doelstellingen uit de Omgevingsvisie worden uitgewerkt in Omgevingsprogramma’s, met de focus op de ‘hoe-vraag’. De insteek is om drie (eventueel vier) Omgevingsprogramma’s op te stellen, waarin de wijze waarop de drie ambities en elf doelstellingen van de Omgevingsvisie worden behaald zo concreet mogelijk worden beschreven. Dit zijn: duurzaam samenleven, prettig samenleven en ruime mogelijkheden voor werken en vrijetijdsbesteding. Voor bepaalde onderwerpen verplicht de Omgevingswet de gemeente een programma op te stellen, zoals het onderwerp volkshuisvesting.

Het voordeel van het werken met samenhangende integrale programma’s is dat – meer dan onder de huidige werkwijze – ambities in samenhang worden bepaald. Daarmee worden de ambities realistischer en haalbaarder in vergelijking tot de huidige situatie waarin sectorale ambities worden geformuleerd waardoor er een stapeling van ambities ontstaat die in sommige gevallen tegenstrijdig en dus niet haalbaar zijn. Met deze structurele investering ontstaat een werkwijze waarbij realistische samenhangende ambities worden geformuleerd die op een efficiëntere wijze kunnen worden behaald. Op termijn leidt dit tot een bezuiniging ten opzichte van de huidige werkwijze en kunnen de ambities uit de omgevingsvisie én het bestuursakkoord en het collegewerkprogramma op een efficiëntere en effectievere wijze worden behaald. Zoals reeds beschreven zijn gemeenten, in tegenstelling tot de kerninstrumenten omgevingsvisie en het omgevingsplan, niet in alle gevallen verplicht het instrument programma te gebruiken. Het staat het college en de raad daarmee vrij om hier niet voor te kiezen. Dit heeft wel gevolgen voor het behalen van de in verschillende (beleids-)documenten geformuleerde ambities. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Beleidsontwikkeling nieuwe stijl

2024 75.000 75.000

2025 75.000 75.000

2026 75.000 75.000

2027 75.000 75.000

28

Onkruidbestrijding + Straatvegen Bestuurlijke ambitie voor het verhogen van de frequentie onkruidbestrijding op verharding en straatvegen. Het afgesproken beeldkwaliteitsniveau B (integraal beheer openbare ruimte 2016) wordt niet gehaald, om hieraan te voldoen dient structureel vaker onkruid te worden geborsteld en geveegd. De dekking van deze bestuurlijke ambitie vindt plaats voor 50% ten laste van de rioolheffing, 35% ten laste van de afvalstoffenheffing en 15% ten laste van het begrotingssaldo. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Onkruidbestrijding + Straatvegen 50% tlv rioolheffing 35% tlv afvalstoffenheffing 15% tlv begrotingssaldo

2024 150.000 150.000 75.000 52.500 22.500

2025 151.500 151.500 75.750 53.025 22.725

2026 153.015 153.015 76.508 53.555 22.952

2027 154.545 154.545 77.273 54.091 23.182

Schoon initiatieven Enige jaren geleden is er een ‘schoon initiatief’ gestart in Sprundel en inmiddels heeft dit initiatief navolging gekregen in de kernen Rucphen en Schijf. Tot op heden gaan deze initiatieven onder de vlag van buurtpreventie en worden ook de kosten gedekt uit dit budget. We zien echter dat door een toename van deze succesvolle schoon initiatieven het budget voor buurtpreventie begint te knellen. Voorts verdient een dergelijk initiatief eigen budget en waardering. De kosten voor deze ambitie worden geraamd op structureel € 3.500,00. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Schoon initiatieven

2024 3.500 3.500

2025 3.500 3.500

2026 3.500 3.500

2027 3.500 3.500

Uitbreiding BOA capaciteit Onze BOA’s zijn niet meer uit het straatbeeld weg te denken en leveren een wezenlijke bijdrage aan de leefbaarheid binnen onze gemeente en opereren ook op het snijvlak van leefbaarheid en veiligheid. Met een steeds sterker terugtrekkende beweging van de politie (Niet alleen op veelvoorkomende kleine ergernissen openbare ruimte, maar ook op veelvoorkomende kleine verkeersergernissen) neemt de druk op ons BOA team (4 FTE) steeds meer toe en verwachten we ook steeds meer van de BOA’s. Om de ambities uit CWP te kunnen realiseren is handhaving nodig. In het destijds door de raad vastgestelde visiedocument is een groei voorgesteld naar 5 FTE voor onze gemeente. Met deze bestuurlijke ambitie zou hieraan invulling worden gegeven. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Uitbreiding BOA capaciteit

2024 75.000 75.000

2025 78.075 78.075

2026 81.120 81.120

2027 84.284 84.284

Kosten representatie / college In het hoofdlijnenakkoord is de ambitie opgenomen om meer naar buiten te gaan, meer samen te werken met onze partners. Om aan deze ambitie invulling te geven worden kosten gemaakt. Deze kosten zijn structureel gestegen. Voorbeelden hiervan zijn de jaarlijkse deelname aan het VNG congres, contributies en lidmaatschappen en representatiekosten bij jubilea. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Kosten representatie / college

2024 7.000 7.000

2025 7.070 7.070

2026 7.141 7.141

2027 7.212 7.212

29

Preventie veiligheid Jaarlijks verzorgen we verschillende (gast)lessen op onze basisscholen en onze middelbare school. Denk aan lessen op het gebied van ondermijning maar ook de vuurwerklessen. Deze kosten zijn hoger en structureel geworden. Dit betekent dat het huidige budget niet meer toereikend is. De kosten voor deze ambitie worden geraamd op structureel € 4.000,00. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Preventie veiligheid

2024 4.000 4.000

2025 4.040 4.040

2026 4.080 4.080

2027 4.121 4.121

Promotiebeleid Het promotiebeleid wordt ter behandeling aangeboden voor de raadsvergadering van 27 september 2023. In dit promotiebeleid worden onder andere handvatten geboden voor evenementen, het financieel bijdragen aan grote sportevenementen, dagrecreatief aanbod, de website OntdekR, bij welke samenwerkingsverbanden we aangehaakt willen blijven, hoe we omgaan met het toeristisch informatiepunt Sprundel en het toeristisch netwerk. In het toeristisch netwerk gaat het over de wandelpaden, fietsenpaden, mountainbike netwerk, ruiteren mennetwerk. Om uitvoering te kunnen geven aan onder andere de bovenstaande aspecten vragen wij u om een structureel budget van € 50.000,00. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Promotiebeleid

2024 50.000 50.000

2025 50.000 50.000

2026 50.000 50.000

2027 50.000 50.000

Bedrijfshulpverlening (BHV) Hybride werken vraagt om een groter aantal voor BHV taken opgeleide medewerkers. De opleidingskosten stijgen door een groter aantal te trainen BHV-ers. Als gevolg van uitbreiding van getrainde medewerkers nemen ook de kosten voor de Multibel alarmerings-app nemen toe. De kosten voor deze ambitie worden geraamd op structureel € 6.000,00. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Bedrijfshulpverlening (BHV)

2024 6.000 6.000

2025 6.060 6.060

2026 6.121 6.121

2027 6.182 6.182

Sociaal intranet In de vastgestelde Visie op Verbinding is in het uitwerkingsprogramma een sociaal intranet opgenomen. Het huidige intranet biedt niet de mogelijkheid om interactief te zijn (zelf berichten delen, reageren). Een sociaal intranet zal bijdragen aan de interne verbinding en kruisbestuiving binnen de organisatie. Tevens is dit ook een belangrijk onderdeel in de organisatieagenda voor de pijler bedrijfscultuur. De kosten voor deze ambitie bedragen € 15.000,00 (aanschaf, trainingen en begeleiding) voor het eerste jaar en de jaren daarna bedragen de kosten structureel € 4.500,00. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Sociaal intranet

2024 15.000 15.000

2025 4.545 4.545

2026 4.590 4.590

2027 4.636 4.636

Participatie Op dit moment is de Leidraad Participatie 1.0 in gebruik. Ten behoeve van een verdere doorontwikkeling van deze leidraad in de Leidraad Participatie 2.0 versie dient het verder uitgewerkt te worden met nieuwe participatiemiddelen. We bekijken per bewonersgroep wat het beste past en welke participatiemethode er wordt gebruikt. Te onderzoeken (burger)participatiemiddelen en methoden: SIR communicatie & participatie (relevant methodiek) De Relevant Gesprek methodiek is een gestructureerde werkwijze om te bepalen hoe je de omgeving betrekt bij jouw participatievraagstuk.

30

CitizenLab CitizenLab is een online participatieplatform voor gemeenten om informatie te delen, gebruikers te raadplegen, een dialoog te voeren en samen de toekomst te co-creëren. Gemeentepeiler Gemeentepeiler is een gebruiksvriendelijke participatietool waarmee inwoners regelmatig hun mening kunnen geven over thema’s en onderwerpen die spelen in hun gemeente, dorp, wijk of buurt. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Participatie

2024 15.000 15.000

2025 15.000 15.000

2026 15.000 15.000

2027 15.000 15.000

Kosten van stages Gelet op de krappe arbeidsmarkt verleggen we de focus steeds meer op het aantrekken van stagiaires (het voorportaal van de arbeidsmarkt). Op die manier hopen we vroegtijdig jong talent aan onze organisatie te binden. Het huidige structurele budget bedraagt € 3.500,00 en we willen dit ophogen met € 5.000,00. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Kosten van stages

2024 5.000 5.000

2025 5.050 5.050

2026 5.101 5.101

2027 5.152 5.152

Werving en selectie gemeentepersoneel Vanwege de krappe arbeidsmarkt zijn we volop aan het onderzoeken op welke wijze we de arbeidsmarkt het beste kunnen benaderen, om alsnog vacatures goed ingevuld te krijgen. Dit varieert van het zoeken naar meerdere ingangen (meerdere kanalen (websites etc.) tegelijkertijd inzetten) tot het gebruiken van verschillende communicatiemiddelen (video’s, infographics etc.) om de diverse doelgroepen te bereiken. Ruime overschrijding van het beschikbare budget was structureel. Bijstelling daarvoor heeft bij de begroting 2023 plaatsgevonden, door aan het budget structureel € 10.000,00 toe te voegen. Nu is bijstelling noodzakelijk puur gericht op de andere benadering van de arbeidsmarkt. Hiervoor willen we het budget ophogen met € 10.000,00. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Werving en selectie gemeentepersoneel

2024 10.000 10.000

2025 10.100 10.100

2026 10.201 10.201

2027 10.303 10.303

Kosten van studies en cursussen De focus binnen onze organisatieontwikkeling hebben we de laatste jaren steeds meer verschoven naar talentontwikkeling. Door toename van het aantal gevolgde opleidingen, uitbreiding van de formatie en daarmee stijgende opleidingskosten is langzaam maar zeker het opleidingsbudget relatief gezien steeds lager geworden. In 2022 heeft een overschrijding plaatsgevonden van 15.000,00. De verwachting is dat dit de komende jaren zeker niet af zal nemen, temeer ook omdat we (mogelijk in aanvulling op een Leer Management Systeem (LMS)) gerichte online (gemeente)trainingen overwegen in te gaan kopen. Overigens is het gebruikelijk dat een gemeente zo’n 2% van de loonsom als opleidingsbudget hanteert. De gemeente Rucphen heeft op dit moment een budget van 0,8% van de loonsom. De kosten voor deze ambitie worden geraamd op structureel € 15.000,00. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Kosten van studies en cursussen

2024 15.000 15.000

2025 15.150 15.150

2026 15.302 15.302

2027 15.455 15.455

Medewerker tevredenheidsonderzoek We moeten met regelmaat de thermometer in de organisatie stoppen om te onderzoeken of de investeringen in de organisatieontwikkeling ook daadwerkelijk leiden tot een op de toekomst voorbereide, vitale organisatie. In het verleden werd een medewerkers tevredenheidsonderzoek vierjaarlijks uitgevoerd. Dit principe is losgelaten.

31

Uitvoering vindt nu op incidentele basis plaats. We beoordelen nog welke vorm het meest passend is bij onze organisatie (MTO, Pulse-onderzoek o.i.d.). De kosten voor het onderzoek bedragen € 10.000,00. In 2025 staat in de huidige begroting € 5.000,00 geraamd. Wanneer deze bestuurlijke ambitie in 2024 wordt ingevuld, dan valt het bedrag van 2025 vrij ten gunste van het begrotingssaldo. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Medewerker tevredenheidsonderzoek

2024 10.000 10.000

2025 -5.000 -5.000

2026

2027

0

0

Leer Management Systeem (LMS) Om diverse organisatie- en bedrijfsvoeringsactiviteiten (IkbenR-campus, Organisatieontwikkeling, Introductieprogramma, interne documenten, integriteit, vitaliteit, online trainingen etc.) op een eenduidige manier te positioneren binnen onze organisatie is het belangrijk zichtbare samenhang hierin aan te brengen. Hiertoe willen we een LMS inzetten. De kosten voor deze ambitie worden geraamd op structureel € 8.000,00. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Leer Management Systeem (LMS)

2024 8.000 8.000

2025 8.080 8.080

2026 8.161 8.161

2027 8.243 8.243

Sjors Sportief- Creatief Voor de periode 2019-2021 zijn er vanuit de stimuleringsregeling sociaal domein middelen beschikbaar gesteld voor Sjors Sportief en Creatief. In 2021 is de bestuurlijke ambitie door het college ingevuld voor de jaren 2022 en 2023. Om dit te kunnen continueren zijn er structureel middelen nodig. Om deze bestuurlijke ambitie in 2024 verder invulling te kunnen geven is een structureel bedrag benodigd van € 6.500,00. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Sjors Sportief- Creatief

2024 6.500 6.500

2025 6.500 6.500

2026 6.500 6.500

2027 6.500 6.500

Ondersteuning van vrijwilligers in het sociaal domein Er zijn steeds meer vrijwilligers in onze gemeente actief in het sociaal domein, de cliëntondersteuners, de mobiliteitsconsulenten, en bij de vraag- en aanbodpunten (ca. 25 personen). Deze mensen zetten zich belangeloos in voor onze inwoners, en zijn een belangrijk onderdeel van het voorliggend veld. Door deze inzet worden vragen van inwoners vroegtijdig en preventief opgepakt, waar mogelijk samen met het sociaal netwerk. Dit leidt tot minder hulpvragen bij onze gemeentelijke integrale toegang. Vrijwilligers zorgen er zo voor dat duurdere geïndiceerde zorg wordt voorkomen of afgevangen, wat een vermindering van de uitgaven in het sociaal domein tot gevolg heeft. Om deze vrijwilligers goed te ondersteunen, te laten functioneren en kwaliteit te borgen, is gebleken dat hierbij professionele ondersteuning nodig en gewenst is. Hiervoor willen we een professionele vrijwilligercoördinator voor alle vijf kernen inzetten. Deze zorgt voor verbinding tussen de professionele zorg en de vrijwilligers, kan opschalen naar professionals waar nodig, deelt kennis en deskundigheid met de vrijwilligers en helpt ook de grenzen van de vrijwilliger te bewaken. Zo zetten we de vrijwilligers in hun kracht, benutten hun inzet, borgen we professionaliteit en zetten we preventief in op het voorkomen van zwaardere en duurdere zorg.

De structurele kosten voor deze ambitie bedragen € 24.000,00 gebaseerd op 1 dag per week (0,2fte). Kosten van deze ambitie: Omschrijving Ondersteuning van vrijwilligers in het sociaal domein

2024

2025

2026

2027

24.000

24.984

25.958

26.970

24.000

24.984

25.958

26.970

32

Materieel Servicedienst aanvullen met mini-shovel (Knikmops) De inzet van de Servicedienst is gericht op snelle dienstverlening die direct resultaat levert voor inwoners en ondernemers. In dat licht bezien is er behoefte aan het snel inzetbaar hebben van met name veeg capaciteit. De dienstverlening van derden die geboden kan worden is onvoldoende qua reactietijd of onbetaalbaar. Door met eigen personeel te kunnen vegen kan met name bij calamiteiten snel worden gereageerd. Door de keuze voor een mini-shovel (knikmops) wordt de veegfunctie aangevuld met een mogelijkheid voor borstelen (onkruid op verharding), laadbak en palletlepels. De inzet van de servicedienst wordt daarmee verbeterd, beter uitgerust voor klussen die net iets groter zijn dan minimaal maar voor een aannemer nauwelijks de moeite waard zijn. De uitdaging en afwisseling voor het verjongende personeelsbestand wordt daarmee eveneens verbeterd. De standaard afschrijftermijn van 10 jaar kan gezien de verwachte inzet op 15 jaar worden gesteld waardoor de jaarlijkse kapitaallast wordt beperkt. Hiermee wijken we af van de afschrijvingstermijn die is opgenomen in de financiële verordening van de Gemeente Rucphen. Het investeringsbedrag bedraagt € 45.000,00. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Materieel Servicedienst aanvullen met minishovel (Knikmops)

2024

2025

2026

2027

0

3.000

3.000

3.000

0

3.000

3.000

3.000

Totaaloverzicht bestuurlijke ambities Omschrijving Vernieuwen product burgerlijke stand Inzet buurtsportcoaches Werkkostenregeling Uitbreiding preventief aanbod Sociaal Domein Educatief afvalproject Ontwikkelvisie Tijdelijk omgevingsplan Beleidsontwikkeling nieuwe stijl Onkruidbestrijding + Straatvegen Schoon initiatieven Uitbreiding BOA capaciteit Kosten representatie / college Preventie veiligheid Promotiebeleid Bedrijfshulpverlening (BHV) Sociaal intranet Participatie Kosten van stages Werving en selectie gemeentepersoneel Kosten van studies en cursussen Medewerker tevredenheidsonderzoek Leer Management Systeem (LMS) Sjors Sportief- Creatief Ondersteuning van vrijwilligers in het sociaal domein Materieel Servicedienst aanvullen met minishovel (Knikmops) Totaal bestuurlijke ambities waarvan incidentele middelen waarvan dekking tlv rioolheffing waarvan dekking tlv afvalstoffenheffing structurele last voor begrotingssaldo bij invullen van deze ambities

2024 9.500 77.261 10.000 25.000 16.000 50.000 25.000 75.000 150.000 3.500 75.000 7.000 4.000 50.000 6.000 15.000 15.000 5.000 10.000 15.000 10.000 8.000 6.500

2025

2026

2027

10.000 25.000 16.000 50.000 25.000 75.000 151.500 3.500 78.075 7.070 4.040 50.000 6.060 4.545 15.000 5.050 10.100 15.150 -5.000 8.080 6.500

10.000 25.000 16.000 50.000 25.000 75.000 153.015 3.500 81.120 7.141 4.080 50.000 6.121 4.590 15.000 5.101 10.201 15.302 0 8.161 6.500

10.000 25.000 16.000 0 0 75.000 154.545 3.500 84.284 7.212 4.121 50.000 6.182 4.636 15.000 5.152 10.303 15.455 0 8.243 6.500

24.000

24.984

25.958

26.970

0

3.000

3.000

3.000

691.761 121.761 75.000 68.500

588.654 20.000 75.750 69.025

599.790 25.000 76.508 69.555

531.103 0 77.273 70.091

426.500

423.879

428.727

383.739

33

6.

Actualisatie financiële positie 2024 – 2027

6.1. Inleiding In deze kadernota wordt een aantal beleids- en andere ontwikkelingen gepresenteerd. Een absolute randvoorwaarde voor het realiseren van deze plannen is een goed zicht op de beschikbare middelen te hebben en te houden. Deze kadernota geeft op basis van de huidige inzichten en beschikbare informatie een indruk van de meerjarige financiële positie. Uiteraard geldt daarbij dat de meerjarenraming naarmate het jaar van raming verder in de toekomst ligt, steeds meer onzekerheden bevat. Zo kan de Septembercirculaire het perspectief nog wijzigen.

6.2. Opbouw financiële positie In het vervolg van dit hoofdstuk zal de financiële positie van onze gemeente concreet in beeld worden gebracht. Daartoe zijn de mutaties ten opzichte van de reeds bestaande ramingen opgenomen. Indien sprake is van hogere lasten of lagere baten (negatieve effecten voor de exploitatie) zijn de bedragen met een minteken (-) vermeld. Hierbij wordt het volgende stramien gevolgd: A. Uitgangspositie bepalen: Primitieve begroting (paragraaf 6.3.1) Vaststelling programmabegroting 2023 – 2026 (paragraaf 6.3.2) Raadsbesluiten met gevolgen voor financiële positie 2024 – 2027 (paragraaf 6.3.3) Uitgangspunt voor de kadernota 2024 (paragraaf 6.3.4.) Naast besluitvorming door de gemeenteraad zijn er (autonome) ontwikkelingen die gevolgen hebben voor de financiële positie van onze gemeente in de komende jaren: B. Relevante kostenontwikkelingen in beeld brengen: De ontwikkelingen in het benodigde loonkostenbudget (paragraaf 6.4.1) De ontwikkelingen in het benodigde kapitaallastenbudget (paragraaf 6.4.2) De kostenontwikkeling a.g.v. deelname in gemeenschappelijke regelingen (paragraaf 6.4.3) C.

Relevante ontwikkelingen rondom belangrijke opbrengstencomponenten in beeld brengen: Beleidsuitgangspunten lokale heffingen (paragraaf 6.5.1) Onroerende zaakbelasting (paragraaf 6.5.2) Overige heffingen, rechten en leges (paragraaf 6.5.3) Ontwikkelingen gemeentelijk belastinggebied (paragraaf 6.5.4) Algemene uitkering gemeentefonds (paragraaf 6.5.5) Dividend nv Bank Nederlandse Gemeenten (paragraaf 6.5.6) D. Overige financiële mutaties (paragraaf 6.6) E. Benodigd weerstandvermogen en risicomanagement (paragraaf 6.7)

34

6.3. Uitgangspositie 6.3.1. Primitieve begroting Als uitgangspunt geldt het financiële meerjarenperspectief zoals dat in de primitieve meerjarenprogrammabegroting 2023 t/m 2026 is weergegeven. 6.3.2. Vaststelling programmabegroting 2023 – 2026 Op 9 november 2022 is de programmabegroting 2023 – 2026 vastgesteld. 6.3.3. Raadsbesluiten met gevolgen voor de financiële positie 2024 – 2027 Na vaststelling van de programmabegroting is door uw raad een aantal begrotingswijzigingen vastgesteld, waaruit meerjarige financiële effecten voortvloeien. In deze kadernota zijn de begrotingswijzigingen tot en met de raadsvergadering van 5 juli 2023 verwerkt. 6.3.4. Uitgangspunt voor de kadernota Verwerking van de hierboven genoemde besluiten levert het volgende uitgangspunt op voor de meerjarenbegroting 2024 – 2027. Begroting (structurele effecten) Oorspronkelijke ramingen begroting Wijzigingen: raadsbesluiten + wijzigingen t/m de raadsvergadering 5 juli 2023 Begrotingssaldo volgens primitieve begroting 2024–2027 (incl.raadsbesl.)

2024

2025

2026

2027

2.612.699

3.600.284

1.295.431

649.320

-621.106

-836.120

-879.761

-859.349

1.991.593

2.764.164

415.670

-210.029

6.4. Relevante kostenontwikkelingen 6.4.1. Ontwikkelingen loonkostenbudget Op 21 februari 2023 is een principeakkoord voor de Cao Gemeenten gesloten. De nieuwe Cao loopt van 2 januari 2023 tot en met 1 januari 2024. Op 5 april 2023 is het akkoord definitief vastgesteld. De financiële vertaling van deze Cao is structureel verwerkt in de 1e bestuursrapportage 2023. Deze cijfers zijn dus verdisconteerd in de totaaltelling in de tabel van paragraaf 6.3.4.. Voor de berekening van de meerjarige loonkosten hanteren we de percentages met betrekking tot de loonvoet sector overheid uit de meicirculaire van het Gemeentefonds. De percentages uit de meicirculaire 2023 zijn nog niet meegenomen in de meerjarenberekening uit de 1e bestuursrapportage 2023, omdat de meicirculaire op dat moment nog niet gepubliceerd was. Om deze reden wordt in de periode tussen de Kadernota 2024 en de Programmabegroting 2024 de meerjarenberekening met betrekking tot de loonkosten geactualiseerd. De financiële consequenties hiervan worden verwerkt in de Programmabegroting. 6.4.2. De ontwikkelingen in het benodigde kapitaallastenbudget, inclusief de effecten van het liquiditeitenverloop In deze paragraaf worden de kapitaallasten van het meerjaren-investeringsprogramma 2024-2027 geactualiseerd. Ten opzichte van de ramingen van de begroting 2023 zijn de kapitaallasten in de jaarschijven 2024-2026 aangepast.

Dit heeft met name te maken met vertraagde uitvoering van investeringen, aanvullende besluitvorming, en de te verwachten “nieuwe” kapitaallasten uit het investeringsprogramma 2024-2027. Op basis van de recent geactualiseerde liquiditeitenplanning zullen we in de periode 2024–2027 afgerond € 21,5 miljoen aan geldleningen moeten aantrekken. De rentekosten ontwikkelen zich als volgt: Omschrijving Rentekosten huidige meerjarenbegroting Totaal geactualiseerde rentekosten Totaal financiële mutatie (-= nadeel)

2024 361.214 393.527 -32.313

2025 425.211 577.828 -152.617

2026 431.302 638.377 -207.075

2027 431.302 681.743 -250.441

35

Volgens de geactualiseerde liquiditeitenplanning is er voldoende liquiditeit tot en met het derde kwartaal 2024. Voor de rentekosten betekent dit ten opzichte van de huidige meerjarenbegroting dat er een verschuiving van de rentelast plaatsvindt. Door in 2024 geld aan te trekken, verschuift de rentelast naar 2025 en verder. Hierbij houden we rekening met een rentepercentage van 3,4% in 2024 en 2% meerjarig. De nadelige mutatie ten opzichte van de huidige begroting heeft zowel te maken met het hoge rentepercentage van dit moment als met het hogere aan te trekken bedrag. Om voor korte perioden liquide te blijven, maken we gebruik van kasgeldleningen tot maximaal de kasgeldlimiet. O.b.v. begroting 2023 is dit € 5,7 miljoen. Hieronder zijn de mutaties, gesplitst in een aantal hoofdgroepen, weergegeven: - = nadeel Omschrijving 2024 2025 2026 Act. kapitaallasten incl. IP 2024 t/m 2027 0 54.157 75.340 Rentekosten -32.313 -152.617 -207.075 Totaal financiële mutatie (-= nadeel) -32.313 -98.460 -131.735

2027 74.390 -250.441 -176.051

Voor toekomstige investeringen, waarvoor al of niet een reserve is gevormd, zal voor de daadwerkelijke financiering rekening worden gehouden met rentekosten. 6.4.3. De kostenontwikkeling a.g.v. deelname in gemeenschappelijke regelingen In uw raadsvergadering van 20 juni 2023 zijn de (ontwerp)begrotingen 2024 van de gemeenschappelijke regelingen uit onderstaande tabel behandeld. De financiële effecten op het begrotingssaldo worden verwerkt in deze Kadernota. Na het besluit door het Algemeen Bestuur van de betreffende GR worden de bijdragen voor 2024 definitief verwerkt in de Programmabegroting voor 2024. Omschrijving WVS-Groep (WVS) GGD West-Brabant (GGD) Regionale Ambulancevoorziening (RAV) Omgevingsdienst (OMWB) Veiligheidsregio MWB Regio West-Brabant (RWB) West-Brabants Archief (WBA) Regionaal Bureau Leren (RBL) Werkplein Hart van West-Brabant Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) GR GIA en Meldpunt Crisiszorg Totaal financiële mutatie ( - = nadeel) tlv Reserve voortijdig schoolverlaten (RBL) tlv afvalstoffenheffing (BWB) tlv rioolheffing (BWB) Totaal financiële mutatie ( - = nadeel)

2024 -182.606 -44.364 -192.652 -20.514 -47.465 -30.458 -3.100 -137.817 -64.600 -22.907 -746.483 -3.100 -8.091 -11.435 -723.857

2025 -125.071 -62.310 -203.375 -42.454 -47.477 -34.540 -3.901 -3.821 -74.600 -22.907 -620.456 -3.901 -9.435 -12.429 -594.691

2026 -155.414 -74.035 -213.250 -48.365 -41.634 -40.668 -4.652 64.317 -85.400 -22.907 -622.008 -4.652 -10.950 -13.509 -592.897

2027 -150.502 -91.980 -223.406 -62.451 -65.063 -44.327 -5.420 -17.864 -99.123 -22.907 -783.043 -5.420 -12.905 -14.805 -749.913

Gemeenschappelijke Regeling WVS-Groep (WVS) Voor 2024 bedraagt de totale bijdrage van de deelnemende gemeenten aan de Gemeenschappelijke Regeling WVS € 8.342.000,00 (herziene begroting WVS 2023: € 7.700.000,00). Voor de gemeente Rucphen gaat het om een bijdrage van € 952.885,00. In de jaarschijf 2024 van de herziene begroting 2023 van WVS is rekening gehouden met een gemeentelijke bijdrage van € 770.279,00. De financiële consequentie van de begroting 2024 van € 182.606,00 wordt verwerkt ten laste van het begrotingssaldo 2024. Gemeenschappelijke regeling GGD West-Brabant In 2024 is de totale bijdrage voor de deelnemende gemeenten aan de Gemeenschappelijke Regeling GGD West-Brabant € 23.745.697,00 (begroting GGD 2023: € 21.790.197,00). Voor Rucphen is de bijdrage 2024 bepaald op € 533.653,00. In de meerjarenbegroting 2023 – 2026 was een gemeentelijke bijdrage van € 489.28,00 geraamd. Het verschil van € 44.364,00 komt ten laste van het begrotingssaldo 2024.

36

Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord (RAV) Sinds 2012 is de gemeentelijke bijdrage aan de RAV Brabant Midden-West-Noord komen te vervallen. Ook in 2024 en verder blijft de RAV in staat de begroting sluitend te houden zonder inkomsten uit gemeentelijke bijdragen. In de beleidsbegroting 2024 is dan ook geen gemeentelijke bijdrage opgenomen. Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) In 2024 is de totale bijdrage voor de deelnemende gemeenten aan de Omgevingsdienst Midden- en WestBrabant € 23.592.813,00 (begroting OMWB 2023: € 20.362.342,00). De bijdrage 2024 voor de gemeente Rucphen bedraagt € 511.954,00. In de meerjarenbegroting 2023 – 2026 was een gemeentelijke bijdrage van € 319.302,00 opgenomen. Het verschil van € 192.652,00 komt ten laste van het begrotingssaldo 2024. Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant In 2024 is de totale bijdrage voor de deelnemende gemeenten aan de Veiligheidsregio Midden- en WestBrabant € 77.169.802,00 (2023 na wijziging: € 76.140.800,00). De bijdrage 2024 voor de gemeente Rucphen bedraagt € 1.228.263,00. In onze meerjarenbegroting was een gemeentelijke bijdrage van € 1.207.749,00 opgenomen. Het verschil van € 20.514,00 komt ten laste van het begrotingssaldo 2024. Regio West Brabant (RWB) In 2024 is de totale bijdrage voor de deelnemende gemeenten aan de Regio West-Brabant (incl.

Rewin) € 28.391.000,00 (2023: € 24.227.000,00). De bijdrage 2024 voor de gemeente Rucphen bedraagt € 660.047,00. In de meerjarenbegroting 2023 – 2026 was een gemeentelijke bijdrage van € 618.582,00 opgenomen. Het verschil van € 47.465,00 verwerken we ten laste van het begrotingssaldo 2024. West-Brabants Archief (WBA) In 2024 is de totale bijdrage voor de deelnemende gemeenten aan het West-Brabants Archief € 3.091.564,00 (2023 na wijziging: € 2.964.674,00). De bijdrage 2024 voor de gemeente Rucphen bedraagt € 134.415,00. In de meerjarenbegroting 2023 – 2026 was een gemeentelijke bijdrage van € 103.957,00 opgenomen. Het verschil van € 30.458,00 komt ten laste van het begrotingssaldo 2024. Regionaal Bureau Leren (RBL) De totale bijdrage van de deelnemende gemeenten aan het Regionaal Bureau Leren in 2024 is € 1.875.113,00 (2023: € 1.726.014,00). De bijdrage 2024 voor de gemeente Rucphen bedraagt € 41.116,00. In de meerjarenbegroting was een gemeentelijke bijdrage van € 38.016,00 opgenomen. Het verschil van € 3.100,00 komt ten laste van de Reserve voortijdig schoolverlaten. Werkplein Hart van West-Brabant Voor 2024 bedraagt de totale bijdrage van de gemeenten die deelnemen aan de Gemeenschappelijke Regeling Werkplein € 105.969.278,00 (2023: € 97.182.742,00). Voor de gemeente Rucphen gaat het om een bijdrage van € 8.616.503,00.

Ten opzichte van de jaarschijf 2024 van onze meerjarenbegroting levert de begroting van het Werkplein een (bruto) nadeel op van € 445.653,00. Uitgangspunt is echter dat hogere uitgaven voor inburgering zullen worden gecompenseerd door een hogere Rijksbijdrage. Daarnaast dient de Rijksbijdrage voor BUIG die we meerjarig in onze begroting hebben opgenomen nog geactualiseerd te worden aan de hand van de laatste prognoses. Rekening houdend met deze twee zaken bedraagt het netto nadeel dat we in onze begroting 2024 moeten verwerken € 137.817,00.

37

Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) De totale bijdrage van de deelnemende gemeenten en het waterschap in 2024 bedraagt € 20.400.000,00 (2023: € 17.871.00,00). De gemeentelijke bijdrage aan de BWB voor 2024 is bepaald op € 502.000,00 (inclusief € 30.000,00 compensabele BTW). Ten opzichte van de begroting 2023 betekent dit een toename van € 68.800,00 in de bijdrage. Er is ook een toename van € 4.200,00 in compensabele BTW. Deze BTW kunnen we terugvragen en geeft een voordeel. Het netto effect voor 2024 is € 64.600,00. O.b.v. de kostenverdeelstaat kunnen we de kosten verdelen tussen de belastingsoorten. Alle kosten direct of indirect verbonden aan afval (€ 8.091,00) en riolering (€ 11.435,00) worden doorbelast in de heffing. Omdat hier ook inkomsten tegenover staan, drukken deze niet op het begrotingssaldo. Het deel wat niet kan worden doorbelast, € 45.074,00, komt wel ten laste van het begrotingssaldo. GR Geweld in afhankelijkheidsrelaties (GIA) en Meldpunt Crisiszorg (MCZ) De totale bijdrage van de deelnemende gemeenten aan GR GIA en MZC in 2024 is € 7.933.332,00 (2023: € 6.553.975,00). De bijdrage 2024 voor de gemeente Rucphen bedraagt € 299.278,00. In de meerjarenbegroting was een gemeentelijke bijdrage van € 276.371,00 opgenomen. Het verschil van € 22.907,00 (indexering 4,4%) komt ten laste van het begrotingssaldo.

6.5. Relevante ontwikkelingen rondom de belangrijkste opbrengstencomponenten 6.5.1. Beleidsuitgangspunten lokale heffingen De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor de heffing van gemeentelijke belastingen, rechten en leges worden ieder jaar in de paragraaf lokale heffingen van de begroting beschreven. Deze uitgangspunten volgen het Hoofdlijnenakkoord 2022 – 2026 en het Collegewerkprogramma 2022 – 2026. De meest belangrijke uitgangspunten kunnen als volgt worden samengevat: • de opbrengstverhoging van de onroerende-zaakbelastingen (OZB) jaarlijks beperken tot maximaal 2%; • een 100% kostendekkende tariefberekening bij de afvalstoffenheffing en rioolheffing. Verder is het gebruikelijk om de jaarlijkse verhoging van de toeristen- en forensenbelasting te koppelen aan de OZB-opbrengstverhoging. De verhoging van andere belastingen en rechten, zoals het marktgeld en lijkbezorgingsrechten, koppelen we aan het Consumenten Prijs Indexcijfer (CPI). Zoals gebruikelijk wordt het voorstel tot aanpassing van de belastingverordeningen en wijziging van de tarieven in de raadsvergadering van december, voorafgaand aan het nieuwe belastingjaar, behandeld. Het vaststellen van belastingverordeningen en tarieven is een autonome bevoegdheid van de gemeenteraad. 6.5.2. Onroerende zaakbelastingen Bij de vaststelling van de OZB-opbrengst wordt vastgehouden aan een maximale stijging van 2%.

Deze jaarlijkse stijging is verwerkt in de meerjarenraming. Daarnaast is rekening gehouden met extra opbrengst als gevolg van areaaluitbreiding. De vastgestelde OZB-opbrengst in combinatie met totale WOZ-waarde bepaalt het definitieve tarief. Hierbij wordt uitgegaan van de totale WOZ-waarde van alle woningen en niet-woningen. Deze waarde wordt berekend exclusief areaaluitbreiding en waardeverlaging als gevolg van bezwaar- en beroepschriften. Wel houden we rekening met de verwachte waardeontwikkeling die door de Waarderingskamer bekend wordt gemaakt. Meeropbrengst OZB areaaluitbreiding In onze meerjarenbegroting ramen we een meeropbrengst OZB als gevolg van areaaluitbreiding. Areaaluitbreiding bestaat uit nieuwbouw en aanbouw van (niet-)woningen. Het uitgangspunt is dat areaaluitbreiding jaarlijks € 30.000,00 aan meeropbrengst oplevert.

38

6.5.3. Overige heffingen, rechten en leges Afvalstoffenheffing Bij de afvalstoffenheffing geldt het uitgangspunt van een volledig 100%-kostendekkende tariefberekening. Alle kosten van de activiteiten die in enige mate (geheel/gedeeltelijk) kunnen worden toegerekend aan de in de Wet Milieubeheer opgenomen gemeentelijke zorgplicht voor het verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen, inclusief de kosten van het grondstoffencentrum, worden in de kostenonderbouwing meegenomen. Daarbij maken we onderscheid tussen vaste en variabele kosten, om zo het vaste tarief per perceel en de verschillende containertarieven te berekenen. Rioolheffing De tariefontwikkeling van de rioolheffing is afhankelijk van de kostenonderbouwing zoals opgenomen in de financiële paragraaf van het gemeentelijke rioleringsprogramma. Op 15 juni 2022 is het gemeentelijke rioleringsprogramma 2023 – 2026 door uw raad behandeld. Hierbij wordt een systematiek voorgesteld waardoor matige stijging van het tarief wordt bereikt. Dit wordt bereikt door vanaf 2032 niet volledig lineair af te schrijven, maar een gedeelte direct na investering ten laste van de voorziening te brengen. Hierdoor daalt de boekwaarde van de investeringen en daarmee dalen ook de kapitaallasten. Toeristenbelasting en forensenbelasting Conform de begrotingsuitgangspunten worden deze belastingopbrengsten verhoogd met hetzelfde percentage als de OZB.

Voor de toeristenbelasting is in 2014 door uw raad besloten om de tarieven op € 0,05 af te ronden en pas aan te passen als de meerjarige indexering leidt tot een verhoging met € 0,05 of een veelvoud daarvan ten opzichte van het dan geldende tarief. In 2024 wordt het tarief voor personen vanaf 18 jaar verhoogd van € 1,05 naar € 1,10. Voor personen tot 18 jaar blijft het tarief € 0,80. Leges algemeen We berekenen alle leges tarieven op basis van de ‘activity-based-costing-methode’, waarbij we een inschatting maken van de werkelijke kosten van een dienst/product. Hierbij houden we rekening met de geraamde tijdsbesteding, externe kosten en een doorbelasting van overhead. De opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen. De tarieven voor leges zijn daarom kostendekkend berekend. Daarnaast zijn er bepaalde producten waarvoor maximum tarieven gelden. Deze zijn landelijk vastgesteld. Risico op minder legesinkomsten De nieuwe Omgevingswet (ingangsdatum 1 januari 2024) heeft gevolgen voor de legesinkomsten. Er komen minder vergunningplichten, de huidige omgevingsvergunning wordt gesplitst in een ‘technisch deel’ en een ‘ruimtelijk deel’ en gemeenten mogen milieuleges gaan heffen. Vanaf 2023 treedt ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen stapsgewijs in werking. Deze wet bewaakt de kwaliteit van ontwerp en uitvoering van bouwplannen.

Een groot deel van het werk dat gemeenten nu uitvoeren, moet na inwerkingtreding van deze wet door aanvragers van omgevingsvergunningen worden gedaan. De nieuwe wetten zullen niet direct leiden tot minder werk omdat er vanuit inwoners en bureaus nog vele vragen zullen blijven over de benodigde vergunningen en meldingen eveneens behandeld moeten worden. Daar staan dan echter geen legesinkomsten tegenover. We hebben hiervoor een risico opgevoerd in onze paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Leges rijbewijzen (gemeenteleges) Voor de periode 2024 tot en met 2028 is door het RDW een overzicht opgesteld met daarin de aantal rijbewijzen dat in deze jaren vernieuwd dient te worden. De nieuwe aantallen veroorzaken een stijging van de gemeenteleges. Dit komt door de zogenaamde ‘rijbewijscyclus’. Omdat vanaf 1 oktober 1986 de geldigheid van het rijbewijs van 5 jaar naar 10 jaar is gegaan, krijg je steeds te maken met twee verschillende periodes van 5 jaar. In de eerste periode van 5 jaar worden er minder rijbewijzen afgegeven en in de tweede periode van 5 jaar worden er veel meer rijbewijzen afgegeven. De eerste periode gaat in vanaf 1 oktober 2021. De tweede periode gaat in vanaf 1 oktober 2026. Omschrijving Leges rijbewijzen Totaal financiële mutatie (-= nadeel)

2024 25.900 25.900

2025 25.500 25.500

2026 46.600 46.600

2027 55.000 55.000

39

Marktgeld en lijkbezorgingsrechten Bij deze rechten is bewust gekozen om slechts gedeeltelijke kostendekking te realiseren. Een verhoging van de tarieven naar volledig kostendekkende tarieven leidt tot ongewenst hoge (schrik-)tarieven. Wel worden de rechten gekoppeld aan het CPI-cijfer om de dekking constant te houden. Kwijtschelding Kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen wordt uitgevoerd door de Belastingsamenwerking WestBrabant (BWB). Op basis van de kwijtgescholden bedragen uit 2022 (€ 92.186,34) verhogen we de meerjarenraming van € 90.000,00 naar € 95.000,00. Deze verhoging is te wijten aan de verhoging van het tarief voor afvalstoffenheffing. Door de tariefverhoging wordt er per casus een hoger bedrag kwijtgescholden. In 2022 bestond onze kwijtschelding voor 99,7% uit afvalstoffenheffing. De kosten voor kwijtschelding worden daarom volledig doorbelast in de afvalstoffenheffing. Omschrijving toename lasten kwijtschelding toename baten afvalstoffenheffing Totaal financiële mutatie (-= nadeel)

2024 -5.000 5.000 0

2025 -5.000 5.000 0

2026 -5.000 5.000 0

2027 -5.000 5.000 0

6.5.4 Ontwikkelingen gemeentelijk belastinggebied Regeling specifieke uitkering kwijtschelding gemeentelijke belastingen (kinderopvangtoeslag-affaire) Gemeenten en belastingsamenwerkingen kunnen vanaf 1 juli 2021 vorderingen kwijtschelden voor gedupeerde ouders en toeslagpartners van de kinderopvangtoeslag-affaire. Het Rijk heeft hierbij aangegeven gemeenten volledig te compenseren. Ouders die een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag willen, kunnen zich tot en met 31 december 2023 aanmelden. Dit betekent dat het proces van kwijtschelden en de verantwoording hierover nog doorloopt na 2023 op het moment dat de Belastingdienst definitief uitslag geeft. VNG modelverordening Riool- en Waterzorgheffing Deze verordening vervangt de oude modelverordening Rioolheffing. De naam is aangevuld met “Waterzorgheffing” omdat gemeenten naast de zorgplicht voor afvalwater ook een zorgplicht voor hemel- en grondwater hebben. De term rioolheffing roept een beeld op van een buizenstelsel, terwijl de gemeentelijke watertaken veel meer omvatten. De bestrijding van wateroverlast en verdroging vraagt steeds meer maatregelen, zoals retenties, in de publieke ruimte om schade te voorkomen. Hiervan heeft iedereen profijt, ook wanneer er geen aansluiting is op de gemeentelijke riolering.

De belangrijkste wijziging in de VNG-verordening is dan ook dat de eis voor een directe of indirecte aansluiting op de gemeentelijke riolering komt te vervallen. Dit betekent dat er meer percelen in de heffing kunnen worden betrokken. Hiermee bedoelen zij onroerende zaken, zoals bedoeld in Wet WOZ en roerende zaken die duurzaam aan een plaats zijn gebonden. De BWB heeft samen met de deelnemers gekeken naar de mogelijke varianten in de nieuwe modelverordening en de consequenties daarvan voor deelnemers en burgers. Het streven is om te komen tot een gezamenlijk voorkeursmodel. Over concrete ontwikkelingen wordt uw raad tussentijds geïnformeerd. Toename waardebezwaren De groei van het aantal waardebezwaren van de afgelopen jaren blijft doorzetten. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door de tussenkomst van no cure no pay (NCNP)-bureaus. Het verdienmodel van NCNP-bureaus is gericht op vergoedingen (proceskosten) die zij ontvangen als professionele ondersteuner in een bezwaarproces. Die vergoedingen zijn vaak een veelvoud van het voordeel voor de bezwaarmaker. Deze ontwikkeling leidt tot een sterke stijging van de kosten voor de BWB, door extra tijdsbesteding aan bezwaarafhandeling en te betalen proceskosten. De BWB zet in op verschillende hulpmiddelen om de bezwaarmakers te motiveren om rechtstreeks met BWB te schakelen.

Er zijn dan geen proceskosten verschuldigd en het resultaat voor de bezwaarmaker blijft gelijk. Maatregelen no cure no pay (NCNP)-bureaus Er komen maatregelen om de uitwassen van no cure - no pay-bureaus bij het indienen van bezwaren tegen de WOZ-waarde aan te pakken. Dit kondigde staatssecretaris Marnix van Rij op 5 maart 2023 aan. Hij komt hiermee tegemoet aan de bezwaren die de VNG al jarenlang uit.

40

Het informeel contact met de gemeenten krijgt een belangrijke functie in het bezwaarproces. De vergoedingen voor het bezwaar maken mogen niet meer worden uitgekeerd aan no cure - no pay-bureaus en ze worden verlaagd. De VNG werkt met het ministerie van Financiën aan de verdere uitwerking van de nieuwe regels die in de loop van 2024 moeten worden ingevoerd. 6.5.5. Algemene uitkering gemeentefonds Op basis van de meicirculaire 2023 kunnen wij de actuele stand van zaken met betrekking tot de algemene uitkering van het Gemeentefonds in beeld brengen. Hierbij is uitgegaan van een aantal aannames, bijvoorbeeld aantal inwoners, woonruimten en bijstandontvangers. De mogelijkheid bestaat dan ook dat de daadwerkelijke uitkering als gevolg van mutaties in de aantallen nog zal wijzigen. De ervaring leert dat de septembercirculaire ook altijd weer belangrijke (structurele) mutaties bevat. Accres De voeding van het gemeentefonds als gevolg van de methode ‘samen de trap op en samen de trap af’ wordt het accres genoemd. Op basis van de keuzes uit het coalitieakkoord en aanvullende afspraken met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is het accres voor de jaren tot en met 2025 gesplitst in een vaststaand volumedeel en een loon- en prijsdeel dat per circulaire bijgesteld wordt op basis van de laatste inzichten van het Centraal Planbureau (CPB) over de loon- en prijsontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12919615/1