CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

06b.1 Bijlage 4 Projectplan Kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo

commissie Algemeen Bestuur en Middelen 25 juni 2026, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Perspectievennota 20278.572 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Projectplan Kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo

2

Gemeente Rucphen | Projectplan Kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo

Managementsamenvatting De afgelopen jaren zijn de kosten binnen het sociaal domein in Rucphen,

Voor sturing en monitoring worden kernindicatoren gebruikt, zoals totale

met name voor jeugdzorg en Wmo, fors toegenomen. Hoewel deze stijging

uitgaven, in-, door- en uitstroom van cliënten, gemiddelde kosten per cliënt,

landelijk zichtbaar is, heeft het college onderzocht welke sturings­

gebruik van maatwerkvoorzieningen en de effectiviteit van de

mogelijkheden lokaal aanwezig zijn om kosten beheersbaar te houden

(gesubsidieerde) sociale basis. Deze indicatoren worden periodiek gevolgd,

zonder de kwaliteit van ondersteuning voor inwoners te beperken. Dit heeft

zowel binnen de Jeugdwet als de Wmo, en bieden inzicht in trends en de

geleid tot het project kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo, met als doel om

macro effecten van de maatregelen.

via beheersmaatregelen en gepaste interventies de zorg- en organisatie­ kosten binnen jeugd en Wmo terug te dringen.

De doelstellingen van het project sluiten aan bij landelijke verwachtingen: concrete beleidskeuzes en passende lokale interventies

Het plan van aanpak richt zich op drie ontwikkellijnen:

moeten bijdragen aan fors verminderde uitgaven voor jeugd en Wmo in 2028. Hiermee wordt beoogd een gezonde balans te vinden tussen

1. Versterken van de sociale basis en het voorliggend veld Inzetten op algemene en collectieve voorzieningen om waar mogelijk

noodzakelijke ondersteuning en verantwoord omgaan met schaarse maatschappelijke middelen.

specialistische jeugdzorg en Wmo-maatwerkvoorzieningen te voorkomen. 2. Versterken van de toegang en inzet op normaliseren

Het project start met het verzamelen en valideren van relevante data en het

Tijdig beoordelen van zorgvragen en adequaat afwegen van de noodzaak

monitoren van kernindicatoren op basis van een 0-meting. Gedurende het

tot inzet van geïndiceerde zorg en ondersteuning. Daarbij geldt dat

eerste projectjaar (2026) wordt het palet aan interventies uitgebreid en

hobbels en tegenslagen bij het ‘gewone leven’ horen en (wettelijke)

worden indicatoren per interventie bepaald en gevolgd. Middels een

verwijzers in staat moeten worden gesteld om anders te denken en

terugkerende verantwoordingsrapportage wordt de gemeenteraad

anders te doen.

geïnformeerd over de voortgang in het project.

3. Effectiever organiseren van geïndiceerde zorg Herbeoordelen van de duurste en meest complexe casuïstiek, voorkomen

Dit plan vormt daarmee de basis voor een duurzame en financieel

van oneigenlijk gebruik van voorzieningen en waar passend inzetten van

beheersbare uitvoering van jeugdzorg en de Wmo.

alternatieve financieringsstromen.

3

Inhoudsopgave Managementsamenvatting ................................................................................................................. 3

Hoofdstuk 4: Hoe meten en weten we dat het goed gaat? ......................... 29

Hoofdstuk 1: Vertrekpunt .................................................................................................................... 6

Hoofdstuk 5: Tijdpad . ............................................................................................................................ 31

Inleiding .................................................................................................................................................................. 6

Fase 1: Inventarisatie .............................................................................................................................. 31

Kaders en (on)gevraagd advies . ..................................................................................................... 6

Verantwoording en monitoring ......................................................................................................... 31

Bevindingen ...................................................................................................................................................... 6

Vervolg .................................................................................................................................................................. 32

Uitgaven in breder (landelijk) perspectief .............................................................................. 7 Kernindicatoren ............................................................................................................................................. 8 Vertaling naar ontwikkellijnen . ......................................................................................................... 9 Hoofdstuk 2: Overtuiging en methode ............................................................................... 11 Datagedreven werken .............................................................................................................................. 12 Verschillende inrichting jeugd en Wmo ..................................................................................... 12 Hoofdstuk 3: Ontwikkellijnen . ..................................................................................................... 14 Ontwikkellijn 1: Versterken van de sociale basis en het voorliggend veld .......................................... 14 Essentie .............................................................................................................................................................

14 Achtergrond ................................................................................................................................................... 14 Beheersmaatregelen .............................................................................................................................. 15 Ontwikkellijn 2: Het versterken van de toegang en inzet op normaliseren ........................................... 18 Essentie ............................................................................................................................................................. 18 Regionaal perspectief op normaliseren .................................................................................. 19 Beheersmaatregelen .............................................................................................................................. 19 Ontwikkellijn 3: Effectiever organiseren van inzet van geïndiceerde zorg .......................................... 25 Essentie ............................................................................................................................................................. 25 Beheersmaatregelen .............................................................................................................................. 25

4

Gemeente Rucphen | Projectplan Kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo

5

Hoofdstuk 1: Vertrekpunt Inleiding

Bevindingen

In de kosten binnen het Sociaal Domein in onze gemeente is de afgelopen

Jeugd

jaren een stijgende lijn te zien. Hoewel deze trend landelijk zichtbaar is,

Onze gemeente kent een relatief hoog percentage van jeugdigen in de

achtte het college het noodzakelijk om nader te onderzoeken in hoeverre

jeugdzorg (toename van 65% actieve cliënten sinds 2020) en er is een

lokaal invloed uit te oefenen is op deze ontwikkeling. Daarom heeft

toename van zorgzwaarte. Ook is er een niet lokaal te beïnvloeden trend van

onderzoeksbureau Kurtosis in juni 2025 opdracht gekregen om onderzoek te

stijgende tarieven (+/-20%) waar de gemeente mee te kampen heeft.

doen naar de beheersbaarheid van de kosten voor jeugdzorg in de gemeente. Na een tussentijdse presentatie van de bevindingen aan de

De grootste stijging in aantallen en uitgaven vond plaats tussen 2023 en

gemeenteraad in oktober 2025, is de eindrapportage begin december 2025

2024.

opgeleverd. Het aantal ‘hoogcomplexe’ zorgtrajecten is gestegen van 28 (2024) naar Daarnaast heeft de gemeenteraad op 12 november 2025 bij motie

35 (2025). Daarmee stegen de kosten ook aanzienlijk. Datzelfde geldt voor

´kostenbeheersing Jeugdzorg en Wmo´ opdracht gegeven om ook voor de

JeugdzorgPlus.

Wmo onderzoek uit te voeren naar beheersmaatregelen, besparings­ mogelijkheden en financiële risico’s. Daarbij is gevraagd om meetbare

De laagcomplexe zorg (zorgprofielen 1 tot en met 10 uit de jeugdhulp­

beheersmaatregelen (kpi’s) en inzicht in de effecten van de maatregelen

catalogus van West-Brabant West) bleef in kosten nagenoeg gelijk. Ook het

voor uitvoering, kwaliteit, dienstverlening en wachttijden.

totaal aantal jeugdigen met specialistische jeugdzorg bleef nagenoeg gelijk (636 in 2024 en 644 in 2025). Daaruit valt op te maken dat in 2025 enkele

Kaders en (on)gevraagd advies

jeugdigen bovengemiddeld veel kostbare zorg nodig hebben vanwege

Bij de uitvoering van dit plan van aanpak hebben zowel de gemeenteraad als

specifieke (heftige) problematiek.

de Adviesraad Sociaal Domein een belangrijke rol. De gemeenteraad vervult haar kaderstellende en controlerende rol door het project (en de maat­

Het toegangsteam van onze gemeente staat te boek als scherp en kritisch

regelen) richting te geven en te toetsen of de maatregelen bijdragen aan

op verzoeken om toewijzingen van zorg door zorgaanbieders.

een financieel houdbaar en kwalitatief verantwoord sociaal domein. De Adviesraad Sociaal Domein brengt het perspectief van inwoners in en kan het college hierover gevraagd en ongevraagd adviseren. In aanloop naar de totstandkoming van dit plan van aanpak heeft onze adviesraad dan ook kennis kunnen nemen van de opzet van het project en actief het perspectief van inwoners (op het gebied van jeugd en Wmo) gedeeld.

6

Gemeente Rucphen | Projectplan Kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo

Wmo Voor de Wmo geldt dat er geen vergelijkbaar onderzoek is uitgevoerd als het Kurtosis-onderzoek voor jeugd.

Het Rijk berekent het sociaal budget op basis van een verdeelmodel dat uitgaat van objectieve factoren (inwoners, inkomen, demografie),

Zo zijn de werkelijke lasten ook van 2023 naar 2024 het hardst gestegen.

waarbij het geld vooral via de algemene uitkering van het Gemeentefonds wordt verstrekt. Specifiek wordt in de verdeelmodellen

Het product HO-Stabilisatie, gericht op inwoners waarbij de huishoudelijke

ook rekening gehouden met stapeling van problematiek en specifieke

ondersteuning niet alleen gericht is op schoonmaken, maar ook op het

demografische gegevens (aandeel inwoners ouder dan 75 jaar,

stabiel houden van de leefomgeving, vaak in complexe situaties, wordt het

eenpersoonshuishoudens, laagopgeleiden, inwoners met een

meest ingezet (643 arrangementen in 2025).

migratieachtergrond en huishoudens met een laag inkomen).

De lichtere vorm van ondersteuning, HO-light, is meer gericht op basisbehoeften en wordt ingezet wanneer er minder intensieve hulp nodig is

Een quickscan levert het volgende beeld op:

in het huishouden. Dit product wordt minder vaak ingezet (182 arrangementen in 2025). In regionaal vergelijk (De6) hebben wij een beneden gemiddeld aantal inwoners in (lees: gebruiken van een maatwerkvoorziening binnen) de Wmo.

Uitgaven in breder (landelijk) perspectief Ter vergelijk is er vanuit het projectteam kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo gezocht naar de verhouding tussen de Rijksmiddelen die beschikbaar worden gesteld voor het sociaal domein (via algemene uitkering) en onze gemeentelijke uitgaven voor jeugd en Wmo.

Grafiek: Inkomsten vs. Uitgaven Sociaal Domein 2020 t/m 2025 gemeente Rucphen

7

De grafiek laat zien dat de kosten in de afgelopen jaren (tussen 2020 en

Er zou minder maatwerk ingezet moeten worden en er moet een groter

2025) inderdaad fors zijn toegenomen. Gelijktijdig is in de Rijksbijdrage een

beroep gedaan worden op het netwerk van mensen zelf.1

stijgende lijn te zien. In 2025 is te zien dat er in totaal 35,5 miljoen euro beschikbaar is gesteld door het Rijk ten behoeve van het sociaal domein in

Kernindicatoren

Rucphen. Daar tegenover staat 34,6 miljoen aan werkelijke uitgaven (nog

Om te kunnen sturen op kostenbeheersing worden gedurende het project

vóór vaststelling van de jaarrekening door de gemeenteraad).

een aantal kernindicatoren gevolgd. Deze indicatoren geven inzicht in zowel de financiële ontwikkeling als het gebruik van voorzieningen en de effecten

Goed om te vermelden is dat de berekening van middelen die beschikbaar

voor inwoners. Denk daarbij onder meer aan de totale uitgaven binnen de

zijn gesteld door het Rijk, is gebaseerd op geoormerkt geld uit eerdere

Jeugdwet en Wmo ten opzichte van de begroting, het aantal en type

jaren. Sinds 2019 stelt het Rijk deze middelen beschikbaar via de algemene

toegekende voorzieningen, de gemiddelde kosten per cliënt en de instroom,

uitkering. Dat betekent dat gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor

doorstroom en uitstroom van cliënten. Door deze indicatoren periodiek te

invulling van de lokale begroting, die vaak is gebaseerd op uitgaven in

monitoren en te duiden, ontstaat inzicht in de mate waarin de ingezette

eerdere jaren. Zo ook in onze gemeente. Los van de financiële noodzaak, is

maatregelen bijdragen aan een financieel beheersbaar en inhoudelijk

er ook inhoudelijke motivatie om anders te denken en te doen. Ook in onze

verantwoord sociaal domein. Opgesomd gebruiken we in ons project de

gemeente is het zo, dat er soms geïndiceerde zorg wordt ingezet, terwijl een

volgende kernindicatoren (geformuleerd als doelstelling):

andere oplossing passender zou zijn. Overigens betekent deze grafiek niet dat er minder urgentie is op de opgaven in het project kostenbeheersing jeugd en Wmo. Immers is breed bekend dat gemeenten afstevenen op een ‘ravijnjaar’. Incidentele compensatie op basis van (onder meer) het rapport ‘Op de Groei’ van Deskundigencommissie van Ark heeft ertoe geleid dat het ravijnjaar slechts is uitgesteld en nu verwacht wordt in 2028. Dit betekent dat er per definitie sprake is van een (landelijke) taakstelling en de druk op onze begroting verder toeneemt. Over de houdbaarheid van de Wmo stelde het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in november 2025 in het rapport ‘Tijd voor stevige keuzes’ (november 2025) dat er keuzes moeten worden gemaakt om de Wmo betaalbaar en uitvoerbaar te houden.

1 Rapport ‘Tijd voor stevige keuzes’, Ministerie van VWS, november 2025

8

Gemeente Rucphen | Projectplan Kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo

Domein

Kernindicator

Vertaling naar ontwikkellijnen

Jeugd

Totale uitgaven Jeugdwet ten opzichte van de begroting

Het rapport van Kurtosis bevestigde het idee om te komen tot drie centrale

nemen af

plekken waar we kunnen en willen bijsturen op het zorggebruik en daarmee

Het aantal jeugdigen met jeugdhulp (totaal en per zorgvorm)

de -kosten. Dit hebben we vertaald naar de volgende drie ontwikkellijnen die

daalt

toepasbaar zijn voor zowel jeugd als Wmo:

Instroom, doorstroom en uitstroom van jeugdigen in

1. Het versterken van de sociale basis en het voorliggend veld

jeugdhulp

2. Het versterken van de toegang en inzet op normaliseren

Gemiddelde kosten per jeugdige nemen af

3. Het effectiever organiseren van de inzet van geïndiceerde zorg

Het aantal verwijzingen per verwijzer neemt af Wmo

Totale uitgaven Wmo ten opzichte van de begroting nemen af

Per ontwikkellijn beschrijven we in de volgende hoofdstukken eerst kort wat

Het aantal cliënten met een maatwerkvoorziening daalt

de ontwikkellijn inhoudt en waarom het belangrijk is om hier op in te zetten.

Instroom daalt en uitstroom van Wmo-cliënten stijgt

Vervolgens formuleren we wat we willen bereiken en welke interventies daar

Het aandeel oplossingen via algemene of voorliggende

bij passen.

voorzieningen stijgt ten opzichte van maatwerkvoorzieningen De interventies zijn inhoudelijk ondergebracht onder de ontwikkellijnen en onderverdeeld in maatregelen voor jeugd (aangeduid met een J), De gekozen kernindicatoren zijn nadrukkelijk niet nieuw of uitzonderlijk,

Wmo (aangeduid met een W) en overkoepelend (aangeduid met de

maar sluiten aan bij de gegevens die we in Rucphen grotendeels al regulier

letters SD, staand voor Sociaal Domein breed). Op pagina 22 vindt u het

verzamelen binnen de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo. Hoeveel we

totaaloverzicht van de maatregelen.

kunnen besparen en beïnvloeden wordt binnen het project kostenbeheersing Jeugd en Wmo in de fase na planvorming onderzocht.

9

10

Gemeente Rucphen | Projectplan Kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo

Hoofdstuk 2: Overtuiging en methode De gemeente heeft de verantwoordelijkheid om inwoners zo veel

Daarnaast moeten we binnen de gemeente als collectief (inwoners,

mogelijk zelfstandig te laten meedoen, met steun van hun eigen

toegangsprofessionals, (beleids)medewerkers en bestuur) begrijpen waarom

netwerk, een sterke sociale basis en ondersteuning dichtbij.

bepaalde keuzes worden gemaakt. Alleen dan hanteert iedereen dezelfde

Tegelijkertijd is er ook de verwachting dat de gemeenschap daar aan

uitgangspunten op basis van dezelfde verwachtingen en wordt het werken

bijdraagt. Specialistische zorg en maatwerkvoorzieningen zijn daarbij

met schaarste binnen het sociaal domein vanzelfsprekend. Kostenbeheersing

geen vanzelfsprekendheid, maar een vangnet dat we zorgvuldig en

is geen eenmalige actie; het gaat om structurele (gedrags)verandering. Een

alleen inzetten wanneer lichtere oplossingen niet toereikend zijn, zodat

visie helpt om kortetermijnmaatregelen te koppelen aan langere termijn

deze zorg beschikbaar blijft voor inwoners die er echt op aangewezen

doelen.

zijn. Om ervoor te zorgen dat er een start gemaakt wordt met ‘anders denken, We geloven dat door een integrale benadering, waarbij preventie, eigen

anders doen’ is de paraplu tot stand gekomen uit gesprekken met onder

kracht en lokale samenwerking centraal staan, de gemeente grip kan

meer jeugd- en Wmo-professionals, de Adviesraad Sociaal Domein en de

krijgen op de kosten zonder dat de ondersteuning voor inwoners onder

verschillende beleidsafdelingen binnen onze gemeente. Het is inmiddels

druk komt te staan. De focus ligt op het realiseren van een

duidelijk dat de urgentie op de maatschappelijke opgave (beheers- en

toekomstbestendig sociaal stelsel.

betaalbaar maken van de zorg en ondersteuning vanuit de Jeugdwet en de Wmo) breed gevoeld wordt in onze gemeente.

In het project kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo geldt deze overtuiging als de ‘paraplu’ waaronder alle acties en interventies plaatshebben. Het is een overtuiging die door de gehele organisatie (van bestuur tot uitvoering) moet worden gedragen. Zonder een overkoepelende visie ontstaan versnipperde maatregelen die mogelijk onvoldoende bijdragen aan het beoogde doel.

11

Datagedreven werken

Verschillende inrichting jeugd en Wmo

Om te weten welke interventies er kunnen worden ingezet om een

De regionaal gecontracteerde jeugdzorg is opgeknipt in verschillende

verschuiving te bewerkstelligen in de specialistische zorg en ondersteuning,

profielen en intensiteiten. Vooraf wordt een gedefinieerd probleem

is dataverzameling van essentieel belang. Vaak worden op basis van

gekoppeld aan zo’n profiel. Als we weten dat de zorg die binnen een

patronen, beelden en ideeën keuzes gemaakt of prioriteiten gesteld zonder

specifiek profiel wordt geboden, eigenlijk niet op die manier zou hoeven

dat hier data aan ten grondslag ligt en effectiviteit van de gemaakte keuze

worden ingezet, dan moeten we mogelijk maken dat er andere keuzes

niet goed in beeld is.

worden gemaakt.

Dat willen we voorkomen, in het project kostenbeheersing Jeugd en Wmo

Bij de Wmo ligt dat net even anders. De diversiteit aan producten is groot.

prioriteren we daarom niet zonder gedegen onderbouwing. Dat waar we in

We hebben te maken met hulpmiddelen maar ook met de inzet van

de praktijk last van hebben, toetsen we aan de informatie (de data) die we

begeleiding. Binnen de Wmo zijn de producten in de regio De63

daarover verzamelen.2 Als je immers weet hoeveel inwoners gebaat zouden

gecontracteerd en is er minder ‘grijs gebied’ over het recht op zorg.

zijn bij alternatieven in het voorliggend veld, kun je ook bedenken wat de

Tegelijkertijd zijn ook bij de inzet van Wmo-producten of diensten vragen te

potentiële winst zou zijn als het lukt om die inwoners bij die alternatieven te

stellen over het nut en de noodzaak en alternatieven in de sociale basis.

brengen. Dit in de wetenschap dat niet alle inzet van zorg beïnvloedbaar is.

Sociale basis

1433

644

In 2025 ontvingen 1443 inwoners zorg en ondersteuning uit de Wmo. Zorg vanuit de Jeugdwet werd verleend aan 644 jeugdigen en gezinnen.

De sociale basis is het geheel van informele sociale verbanden (buurten, groepen, verenigingen, netwerken, gezinnen) van mensen, aangevuld en ondersteund vanuit de lokale overheid, organisaties, diensten en voorzieningen. Zij maken het mogelijk dat inwoners de mogelijkheden hebben om te participeren in sociale relaties op een manier die hun welzijn, capaciteiten en individueel potentieel verbetert. In de sociale basis gaat het om het versterken van eigenaarschap, zeggenschap en eigen regie van inwoners. - Movisie www.movisie.nl/artikel/wat-sociale-basis-precies

2 Om goed te weten en te meten of we op de goede weg zijn, is een solide (data)basis randvoorwaardelijk. Een gedegen 0-meting op basis van valide data helpt ons in het project om steeds te blijven sturen op dezelfde indicatoren aan de hand van dezelfde (geüpdate) data. 3 https://www.de6gemeenten.nl/

12

Gemeente Rucphen | Projectplan Kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo

13

Hoofdstuk 3 Ontwikkellijnen Ontwikkellijn 1: Versterken van de sociale basis en het voorliggend veld

Achtergrond Rucphen kent in de dorpen vele vrijwilligers, maatschappelijke organisaties en zorgprofessionals waarmee de sociale basis verder versterkt kan worden.

Essentie

Daarnaast is een belangrijke opgave om de vindbaarheid en toegankelijkheid

In Rucphen willen we dat inwoners zo veel mogelijk steun vinden in de eigen

van voorliggende voorzieningen te vergroten.

omgeving, in voorzieningen dichtbij en in een sterke sociale basis. Op dit moment benutten we nog niet alle kansen in het ‘gewone leven’.

We weten dat maar een gedeelte van de specialistische jeugdzorg op de langere termijn effectief blijft.5 Voor de Wmo geldt dat het

Inwoners die voor zichzelf en elkaar zorgen, vormen het fundament van de

Houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015 (november 2025) liet zien dat de

sociale basis. Dat doen we door samen te zorgen voor activiteiten,

groeiende vraag naar zorg en ondersteuning om meerdere redenen niet te

ontmoeting en hulp te bieden waar nodig. Het gaat er in essentie om dat we

beantwoorden is conform de huidige wet- en regelgeving.6

naar elkaar omkijken in onze gemeente. Het versterken van de sociale basis is belangrijk gezien de ontwikkelingen in de samenleving.

Dat sterkt ons in de overtuiging dat oplossingen in de eigen omgeving en met het eigen netwerk steeds belangrijker worden. Dat vraagt anders

De behoefte aan het versterken van de sociale basis is een reactie op de

denken, anders kijken en anders doen. Daarvoor moeten we onze

druk die ontstaat door landelijke maatschappelijke ontwikkelingen die ook

professionals (lokaal team, huisartsen, gecertificeerde instellingen) wel de

binnen onze gemeente te zien zijn, zoals individualisering; vergrijzing;

mogelijkheden geven om niet standaard te kiezen voor geïndiceerde

migratie; meer kwetsbare inwoners in wijken en dorpen door decentralisatie;

kostbare zorg. Er zijn alternatieven nodig om andere keuzes te kunnen

armoede en eenzaamheid. Dusdanige uitdagingen zijn niet door de overheid

maken. Tegelijkertijd zijn er situaties die vragen om langdurige(re) zorg. Het

alleen op te lossen. Het vraagt inzet en verandering van gedrag van de

is evident dat zorg die nodig is, ook als dat langdurig is, ook wordt verleend

inwoners, van de samenleving, van ons allemaal. De sociale basis is een

en ingezet. Daarnaast vraagt het maken van andere keuzes ook lef.

middel om hier met elkaar stappen in te zetten zonder mensen daarbij achter te laten.4

4 Verwey Jonker Instituut - Kernboodschap en position paper Sociale Basis, 2023 5 https://www.socialevraagstukken.nl/onvoldoende-bewijs-voor-goede-ervaringen-met-specialistische-jeugdzorg/#:~:text=Onderzoek%20naar%20interventies%2C%20uit%20 de,des%20te%20positiever%20het%20effect. 6 Rapport ‘Tijd voor stevige keuzes’, Ministerie van VWS, november 2025, p.10-11

14

Gemeente Rucphen | Projectplan Kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo

Beheersmaatregelen7

J1: Voldoende alternatieven in sterke sociale basis

De grootste sleutel bij de zoektocht naar alternatieven voor (relatief) dure

Om mogelijk te maken dat vaker gebruik gemaakt wordt van voorliggende

specialistische zorg, zit in de kracht van een stevige sociale basis. De visie

alternatieven, moeten deze alternatieven wel beschikbaar zijn. Een grondige

sociale basis en het uitvoeringsplan sociale basis zijn in september 2025

inventarisatie bij de jeugdprofessionals en consulenten moet ertoe leiden dat

vastgesteld door de gemeenteraad. Hiermee is al een start gemaakt met de

duidelijk wordt waar de lacunes en hiaten in de huidige sociale basis zitten.

versterking van de sociale basis. Zo weten we voor jeugdzorg dat een groot deel van zorg in het gedwongen kader zich concentreert op echtscheidingsproblematiek. Problematische ‘Een sterke sociale basis is belangrijk omdat het zorgt voor een veilige

relaties tussen volwassenen hebben een enorme impact op het opgroeien

en inclusieve omgeving waarin mensen kunnen samenleven, meedoen

van kinderen. Daarnaast zorgen deze situaties voor veel werkdruk bij

en eigen regie ervaren. Het zorgt voor meer onderlinge verbinding

professionals die soms middenin de scheidingssituatie terechtkomen. We

tussen inwoners. Dit versterkt het gevoel van gemeenschapszin en

zien vaak dat er jeugdzorg wordt ingezet, terwijl het van belang is dat

solidariteit, waardoor mensen zich veiliger en meer betrokken voelen bij

eerstvoorliggende (ouder)problematiek op verschillende leefgebieden moet

hun omgeving. Een sterke sociale basis betekent daarnaast voor

worden aangepakt. Wanneer de thuissituatie gestabiliseerd is, kan een

inwoners van de gemeente Rucphen dat ze minder afhankelijk zijn van

betere inschatting worden gemaakt of inzet van jeugdzorg noodzakelijk is en

instanties. Om inwoners te kunnen blijven faciliteren en stimuleren is

een grote kans van slagen heeft.

verandering en vernieuwing noodzakelijk. Het gaat om een andere, meer optimale, rolverdeling tussen inwoners, maatschappelijke instellingen en

Ook zou de inzet van steungezinnen een uitkomst kunnen zijn voor

de overheid. In tijden van crisis of persoonlijke tegenslag kunnen

overbelasting van ouders of mede mogelijk maken dat ouders een

inwoners makkelijker rekenen op steun van hun buren, vrienden of

individuele behandeling kunnen volgen terwijl de kinderen worden

lokale netwerken, wat bijdraagt aan het welzijn van iedereen.

opgevangen door gezinnen uit de buurt.

Binnen de gemeente betekent dit dat de druk op de eerstelijns en

Daar waar we nu in de praktijk vaak (moeten) kiezen voor kostbare

specialistische zorg in een vroeg stadium waar mogelijk kan worden

ambulante jeugdhulptrajecten, moeten we toe naar oplossingen dichtbij en

opgevangen door het geheel van inwoners en lokale voorzieningen

in de wijk. De verwachting is dat het aantal jeugdigen met specialistische

samen. De sociale basis kan daarmee worden ingezet om de druk op

jeugdzorg daarmee significant daalt.

deze kostbare hulp te verlagen. Het is belangrijk om dit niet als vanzelfsprekend te zien, de sociale basis loopt het risico om - zonder de juiste ondersteuning - overvraagd te worden.’ - Visie Sociale Basis

7 Een passende interventie is niet alleen het creëren van nieuw aanbod. Sterker nog, het is juist ook zoeken naar al bestaande initiatieven die als alternatief fungeren voor de inzet van specialistische zorg. Dat betreffen soms interventies in beleid, in gedrag en tot slot in aanbod.

15

In Rucphen werken we in de toegang tot jeugdhulp en Wmo-zorg al in Benodigde data

rechtstreeks contact met inwoners8. Onze hypothese is dat het intensiveren van (waakvlam)contact en het bieden van lichte ondersteuning door onze

>A  antal initiatieven en deelnemers voorliggende alternatieven (geldt alleen als er een subsidierelatie1 is)

toegangsprofessionals in de praktijk kan voorkomen dat specialistische zorg wordt ingezet. Dit sluit aan bij het advies van Kurtosis om (te onderzoeken

> Aantal keren geregistreerde voorkomen inzet specialistische zorg

of het mogelijk is om) beschikkingsvrije ondersteuning te bieden.

1 Hier is de subsidierelatie van belang, omdat de organisaties die wij subsidiëren ook te

Belangrijke voorwaarden daarbij zijn:

bevragen zijn op de benodigde informatie. In beginsel is de sociale basis breder.

> Voldoende beschikbaarheid van inzet van maatschappelijke partners in de sociale basis; en > Voldoende tijd voor toegangsprofessionals om in een aantal

SD3: Bied ondersteuning en (lichte) begeleiding voorliggend aan

contactmomenten huishoudens en gezinnen op de rit te helpen.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een ondersteuningslijn opgebouwd om gemeenten te helpen bij het inrichten van een ‘Stevig Lokaal Team’. De VNG heeft zeven essentiële kenmerken van een stevig lokaal team benoemd. Het vijfde essentiële kenmerk luidt: ‘Zelf hulp bieden (ook bij onveiligheid)’. De VNG stelt: ‘Lokale teams bieden zelf (vrij toegankelijke) ondersteuning en (jeugd)hulp, ook aan huishoudens en gezinnen waar zorgen zijn over veiligheid of ernstige ontwikkel­ achterstanden. Ook dat kenmerkt een stevig lokaal team.’

Stevig lokaal team Een stevig lokaal team is toegankelijk en stevig verankerd in de leefwereld van kinderen en volwassenen. Ze bieden zelf (jeugd)hulp en

Benodigde data > Aantal jeugdigen Laagcomplex (specifieke zorgprofielen) > Aantal inwoners met alle vormen van Begeleiding, Dagbesteding en HO binnen de Wmo > Aantal initiatieven en deelnemers voorliggende alternatieven

Voorbeeld: We starten in Rucphen op 1 april 2026 met indicatieloze dagbesteding in alle dorpen van onze gemeente. Het gaat om een combinatie van vrije inloop,

ondersteuning, maar halen ook andere hulp op maat erbij.

(geïndiceerde) dagbesteding, steunpuntactiviteiten en eetpunten. Inwoners

- VNG vng.nl/sites/default/files/2024-04/stevige-lokale-teams.pdf

Naar verwachting leidt dit tot minder indicaties (BG-groep) en bijbehorende

hebben dan geen WMO-indicatie nodig voor deze vorm van ondersteuning. vervoerskosten.

8 Sinds 2023 kunnen inwoners met alle vragen over welzijn, zorg en geld terecht bij één loket: VraagR

16

Gemeente Rucphen | Projectplan Kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo

17

SD4: Versterken sociale basis De nieuwe Rucphense koers richt zich niet alleen op specialistische zorg en

Ontwikkellijn 2: Het versterken van de toegang en inzet op normaliseren

ondersteuning vanuit de Jeugdwet en de Wmo, maar juist ook op het versterken van de sociale basis. We zijn structureel in gesprek met onze

Essentie

partners in het buurt-, jeugd- en welzijnswerk om gezamenlijk te verkennen

De toegang is hét sturingspunt in het sociaal domein van Rucphen. Hier

waar hiaten in de dienstverlening zitten en welke vragen vaker binnen de

wordt bepaald of een hulpvraag leidt tot specialistische jeugdhulp of Wmo-

sociale basis kunnen worden opgevangen.

ondersteuning, of dat lichtere, voorliggende of informele oplossingen passend zijn. Juist in een tijd waarin de financiële ruimte onder druk staat,

In deze netwerkgesprekken onderzoeken we wat daarvoor nodig is: welke

is een scherpe, professionele en eenduidige toegang essentieel. Elke

randvoorwaarden, capaciteit en expertise vereist zijn en hoe opdrachten

verwijzing naar maatwerkvoorzieningen onder de Jeugdwet of de Wmo heeft

waar nodig kunnen worden aangescherpt of verbreed. Daarbij kijken we ook

immers langdurig (soms meerjarig) financiële consequenties. Door in de

of aanpassingen in doelgroep en dienstverlening helpend zijn om beter aan

toegang beter te differentiëren tussen wat echt specialistische zorg vraagt

te sluiten bij de ondersteuningsvragen van inwoners.

en wat met algemene voorzieningen, collectieve oplossingen of het eigen netwerk kan worden opgevangen, sturen we direct op kostenbeheersing én

Door deze gezamenlijke verkenning ontstaat ruimte om zorgvragen waar

op passende ondersteuning.

mogelijk via voorliggende voorzieningen op te vangen. Wanneer dit leidt tot inhoudelijke aanpassingen, kunnen ook subsidieafspraken in overleg worden

Normaliseren betekent daarbij niet dat we problemen bagatelliseren, maar

herijkt, zodat ze aansluiten bij de gezamenlijke ambitie en de praktijk.

dat we bewuster kijken naar wat hoort bij het leven en wat vraagt om professionele interventie. Door vroegtijdig het gesprek te voeren over eigen kracht, opvoedvaardigheden, sociale netwerken en inzet van de sociale

Benodigde data >H  et aantal collectieve basisvoorzieningen (waarmee wij een subsidierelatie hebben) >H  et aantal deelnemers aan preventieve initiatieven (waarmee wij een subsidierelatie hebben) >H  et aantal keren dat het in de toegang lukt om een alternatief voor specialistische zorg in te zetten >H  et aantal inwoners dat na een preventieve interventie alsnog instroomt in de geïndiceerde zorg

18

Gemeente Rucphen | Projectplan Kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo

basis, voorkomen we onnodige medicalisering en zorgafhankelijkheid. Dit vraagt om duidelijke kaders, goede triage, versterking van de deskundigheid in de toegang en een stevige verbinding met het voorliggend veld.

Regionaal perspectief op normaliseren

Beheersmaatregelen

In de onlangs vastgestelde Regiovisie Jeugd West-Brabant West 2026-2030

In navolging van de interventies om de sociale basis te versterken, dient

is opnieuw bekrachtigd dat het thema normaliseren extra aandacht vraagt.

geïnvesteerd te worden in de begeleiding van de toegang in anders denken,

In West-Brabant West is een programmaplan opgesteld, waarvan een deel

anders doen. Daarbij is het commitment op de overtuiging (p.3)

van de uitvoering ligt bij lokale gemeenten.

randvoorwaardelijk. In de gemeente moet iedere betrokkene op de hoogte zijn van de overtuiging en vanuit die essentie aan het werk zijn.

Normaliseren is de bril waardoor we kijken, hoe we vraag­ stukken aanvliegen, beleidsstukken schrijven en inwoners

Niet om het inwoners moeilijker te maken om tot zorg te komen, maar met

begeleiden.

name om de schaarse zorg vanuit de Jeugdwet en de Wmo eerlijk te

Programmaplan Normaliseren, Jeugdregio West-Brabant West, 2024, p.4

verdelen. J2: Het terugdringen van lichte ambulante jeugdzorg

We gaan in Rucphen aan de slag met de acties die van gemeenten in onze

In een eerste meerjarige analyse van het jeugdzorggebruik in Rucphen

regio worden verwacht. Juist omdat de gemeente daar lokaal profijt van kan

binnen het project kostenbeheersing, is opgevallen dat er een vrij constante

hebben. De regio adviseert:

groep jeugdigen is met laagcomplexe (ambulante) jeugdhulp. In verhouding

1. Vervlecht normaliseren in de gemeentelijke visie, strategie en beleid

tot het landelijk gemiddelde is dit een grote groep. Lichte ambulante

2. Versterk de pedagogische basis in het voorliggend veld

jeugdhulp wordt vaak kortdurend ingezet (intensief of acuut) om gezinnen

(zie ontwikkellijn 1)

te ondersteunen, zodat zij weer zelfstandig verder kunnen.

3. Werk aan houding en gedrag (op alle lagen) Het terugdringen van lichte ambulante jeugdzorg kan en moet vanuit De grootste inhoudelijke verandering die voortkomt uit de koers is de

de toegang (door alle wettelijke verwijzers) worden geïnitieerd. Daarbij geldt

gedragsverandering. Daar waar professionals in de toegangen zijn geleerd

overigens dat er beter te sturen is op de nieuwe instroom van jeugdigen

protocollen te hanteren, caseloads te draaien en inwoners niet te lang te

in deze categorie, dan op het vroegtijdig beëindigen van reeds lopende

laten wachten op zorg, wordt de opdracht nu om te verdragen en waar nodig

jeugdzorgtrajecten. Zeker omdat de arrangementensystematiek in

te vertragen. Verdragen van hobbels en tegenslagen in het leven. Vertragen

West-Brabant West een specifieke financieringsafspraak kent. Bij het

om goed antwoord te krijgen op de vraag achter de vraag. Waar liggen

bereiken van het beoogde (en vooraf bepaalde) resultaat wordt een laatste

kansen en krachten buiten de geïndiceerde zorg? Hoe kunnen we vanuit de

betaling voldaan. Daaraan is de duur van een traject ondergeschikt.

gemeente ondersteunen bij het zelfoplossend vermogen van inwoners? En ook van belang: welke keuzes hadden we beter/anders kunnen maken in lopende zorgtrajecten?

19

Onze aanname is dat het terugdringen van de instroom op laagcomplexe

Nu komt het voor dat zorgaanbieders gedurende een zorgtraject problemen

zorg en het daarvoor in de plaats inzetten van collectieve alternatieven in de

zien verergeren of veranderen. Dat leidt dan tot contact met de toegang. Op

sociale basis, tot een reductie van het aantal jeugdigen (en daarmee in

inhoud is het lastig om ‘nee’ te zeggen tegen een vraag om meer of andere

kosten) zal leiden. Als het lukt om groepsgerichte interventies in te zetten

zorg, om het lopende zorgtraject geen schade aan te doen. Een betere

voor een lagere prijs dan de optelsom van individuele geïndiceerde zorg

uitvraag bij aanmelding en meer directe betrokkenheid van

(mits dit een passend antwoord is voor de desbetreffende jeugdige) kan een

jeugdprofessionals bij lopende zorgtrajecten kan stapeling mogelijk worden

besparing worden gerealiseerd. Daarvoor is een verkenning met het

voorkomen.

uitvoeringsteam en partijen in het voorliggend veld nodig naar mogelijke inzet van alternatieven.

Daar waar contractueel stapeling niet mogelijk is, staan wij dat in beginsel niet toe. Op inhoud kunnen altijd uitzonderingen ontstaan. Daarbij geldt dat

Benodigde data > Aantal jeugdigen nieuwe instroom in laagcomplexe jeugdzorg

een jeugdige niet de dupe mag zijn van leidende afspraken in een contract, maar ook dat in tijden van schaarste voorzichtig moet worden omgegaan met beschikbare expertise en middelen. In de praktijk is terug te zien dat de uitstroom beperkt is en dat in

J5: Dring stapeling van arrangementen terug

toenemende mate (2023: 1,4 trajecten per jeugdige à 2025: 1,65 trajecten

In de jeugdzorg zien we regelmatig terug dat meerdere arrangementen

per jeugdige) sprake is van stapeling van jeugdhulparrangementen, met een

gelijktijdig of opeenvolgend worden ingezet. Hoewel dit in onze toegang

laagcomplexe component. Wel dient hierbij te worden opgemerkt dat

goed wordt overwogen en wordt vastgelegd, verhoogt elke stapeling de

stapeling van laagcomplexe trajecten soms wordt gedaan om kostbare

kosten en maakt het mogelijk de ondersteuning complexer, terwijl het effect

hoogcomplexe trajecten te voorkomen. Niet alle stapeling van

voor gezinnen niet altijd toeneemt.

jeugdhulptrajecten is daarmee financieel nadelig.

Deze maatregel betekent dat we bij iedere nieuwe inzet nog kritischer toetsen: voegt dit arrangement daadwerkelijk iets toe aan de gestelde doelen, of kan het binnen het bestaande traject worden opgelost? We sturen daarbij actief op samenhang, prioritering en het voorkomen van dubbelingen. En zoals gesteld op inzet van mogelijke alternatieven binnen de sociale basis.

20

Gemeente Rucphen | Projectplan Kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo

Benodigde data > Het gemiddeld aantal trajecten per jeugdige > Het aantal aangevraagde trajecten bij nieuwe instroom

W1: Doelrealisatie en casusregie in de Wmo

W2: Vergroot de inzet op HO-light t.o.v. HO-stabilisatie

Casusregie betekent meer dan het coördineren van zorg. Het betekent

Sinds een aantal jaar werkt onze gemeente met het product ‘Huishoudelijke

actiever sturen op het behalen van vooraf concreet geformuleerde doelen.

Ondersteuning-light’. Dit product is een minder intensieve ondersteunings­

Ondersteuning is daarmee niet onbeperkt of vanzelfsprekend verlengbaar,

variant van het bekende product ‘HO-stabilisatie’. Huishoudelijke

maar altijd gekoppeld aan wat er moet veranderen in het leven van een

ondersteuning is er in de regel op gericht om hulpbehoevende inwoners

inwoner.

langer zelfstandig thuis te laten wonen.

Bij de start van een traject worden samen met de inwoner (en zijn netwerk)

Het gestandaardiseerde product biedt ruimte voor intensieve ondersteuning

duidelijke, meetbare en haalbare doelen vastgesteld. De Wmo-consulent

in het huishouden. Echter is met de introductie van het product HO-light

bewaakt vervolgens of de ingezette ondersteuning daadwerkelijk bijdraagt

gebleken dat niet alle inwoners dezelfde intensiteit en frequentie van

aan deze doelen. Als voortgang uitblijft, wordt tijdig bijgestuurd:

huishoudelijke hulp nodig hebben.

intensiveren, afschalen of beëindigen.9 In toenemende mate zetten wij de lichtere vorm van ondersteuning in. Door structureel te sturen op doelrealisatie voorkomen we dat trajecten

Echter is dat nog niet standaard. Deze maatregel richt zich op de nieuwe

onnodig lang doorlopen. Ondersteuning wordt effectiever, transparanter en

instroom van inwoners die een beroep willen/moeten doen op huishoudelijke

beter uitlegbaar. Daarmee draagt deze maatregel direct bij aan zowel betere

ondersteuning vanuit de Wmo. Het product HO-light wordt primair

resultaten voor inwoners als aan beheersing van de zorgkosten.

aangeboden en er wordt bezien of inwoners daar voldoende mee uit de voeten kunnen, vóórdat gedacht wordt aan de inzet van het intensievere product.

Benodigde data Onze aanname is dat het voorliggend aanbieden en inzetten van HO-light bij > Gemiddelde duur van Wmo-ondersteuning

een ondersteuningsvraag op korte termijn kan leiden tot een kostenreductie,

> Registratie van doelen en doelrealisatie

zonder dat er voor inwoners merkbaar iets verandert in de dienstverlening.

> Aantal op- en afschalingen Wmo-indicaties

Daarbij blijft gelden dat de zorg die nodig is, ook daadwerkelijk beschikbaar

> Aantal beëindigingen van Wmo-indicaties (en reden beëindiging)

moet worden gesteld door de Wmo-consulenten. Om dit te realiseren is mogelijk een aanpassing in bestaande beleidsregels of de verordening nodig, zoals eerder geschetst.

9 Disclaimer: Voor intensievere begeleiding en betrokkenheid van Wmo-consulenten bij zorg- en ondersteuningstrajecten is tijd nodig. De vraag is of binnen de huidige formatie ruimte gevonden kan worden om deze taken uit te kunnen voeren.

21

Hoewel een verwijzing naar zorg dan soms de kortste route lijkt, zorgt dat Benodigde data

aan de voor- en achterkant van de zorg voor een ophoping van onopgeloste vragen. Om de toegang in staat te stellen uitvoering te geven aan de

> Het aandeel HO-light t.o.v. HO-stabilisatie

overtuiging, zetten we in op:

> Het aantal nieuwe instroom HO-producten (light en stabilisatie)

> Structurele intervisie en casuïstiekbespreking, gericht op kostenbewustzijn

> De gemiddelde kosten per nieuwe instroom

en schaarste in het sociaal domein > Training van medewerkers in anders denken, anders doen > Terugkerende toelichting op de overtuiging, verankerd in beleids- en

SD2: Deskundigheidsbevordering en kostenbewustzijn Het werk van professionals in de toegang tot specialistische zorg en

visiestukken van de gemeente > Standaard afwegingsmomenten ook bij laagcomplexe zorg

ondersteuning is pittig. Hoogopgelopen problemen van inwoners passeren dagelijks het bureau en bij het delen van die problemen draag je als

Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid om de toegang structureel

toegangsmedewerker ook direct een verantwoordelijkheid. De kunst is om

inzage te laten hebben in de kosten binnen het sociaal domein. Hoewel in dit

hoofd- en bijzaken van elkaar te kunnen scheiden, kalm te blijven en na te

project de nadruk ligt op kostenbeheersing, blijft in de uitvoering de

blijven denken over oplossingen voor de langere termijn. Ook bij crises is

menselijke maat altijd overeind.

dat belangrijk.

Afbeelding: Uit Jeugdregio West-Brabant West Koersvast: ‘Handel of het je eigen kind is’.

22

Gemeente Rucphen | Projectplan Kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo

SD5: Zorg voor kaderstellend beleid

Daar horen ook afspraken bij. Toegangsmedewerkers en huisartsen moeten

Als je als inwoner een vraag om ondersteuning of zorg stelt aan de

zich gesteund voelen door afspraken die hen helpen onderbouwen dat de

gemeente, dan heeft Rucphen daarover afspraken vastgelegd in de lokale

beste route lang niet altijd is om de indicatie af te geven. Daarvoor is nodig

verordeningen en beleidsregels Jeugd en Wmo.

dat: > Er goed inzicht en overzicht is in het beschikbare aanbod in de sociale

In die verordening staan onder meer de wettelijke verantwoordelijkheden van het college, de toegangsroute van inwoners en het onderzoek en gesprek dat in die toegang plaatsheeft.

basis > In werkinstructies en samenwerkafspraken, met zowel professionele als vrijwilligersorganisaties, staat vastgelegd welke stappen er te zetten zijn in de afweging vóórdat specialistische zorg wordt ingezet > Er een structureel overleg plaatsvindt met huisartsen over de

Het grootste deel, ca. 46% van de wettelijke verwijzingen loopt via de gemeentelijke toegang voor de jeugd. Dan volgen de huisartsen met

doelstellingen uit dit project > Het aanpassen van de verordeningen en waar nodig de beleidsregels (en

36%. In meer uitzonderlijke situaties stellen gecertificeerde instellingen

ook de subsidieverordening), om meer en beter de volgordelijkheid aan te

een bepaling jeugdhulp op, of is er een rechtstreekse verwijzing van een

brengen

rechter of medisch specialist.

Deze cijfers laten zien dat de lokale toegang én de huisarts de twee

Het succes van het project kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo valt of

voornaamste toegangspoorten zijn in de route naar specialistische

staat met de randvoorwaarden waarbinnen professionals en uitvoerende

jeugdzorg. Bij de Wmo is dat volledig de gemeente.

organisaties hun werk moeten doen. Voldoende capaciteit, duidelijke kaders en bestuurlijke consistentie zijn essentieel om de voorgestelde

Inwoners kennen in veel gevallen de plek waar zij hun vragen kunnen

maatregelen daadwerkelijk te kunnen realiseren. Zonder deze

stellen. Tegelijkertijd is de verwachting ook vaak dat die vragen worden

randvoorwaarden blijft het effect van de maatregelen beperkt.

beantwoord met een verwijzing/indicatie voor specialistische zorg. Die verwachting is alleen te kantelen, als op alle lagen in en vanuit de gemeente onze overtuiging wordt onderschreven en uitgedragen.

23

24

Gemeente Rucphen | Projectplan Kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo

Ontwikkellijn 3: Effectiever organiseren van inzet van geïndiceerde zorg

Beheersmaatregelen J3: Zet in op voorkomen van maatwerktrajecten In de Hervormingsagenda Jeugd is afgesproken om te streven naar zo min

Essentie

mogelijk inzet van niet-gecontracteerde zorg. Maatwerk wordt vaak

In Rucphen ligt een belangrijk besparings- én verbeterpotentieel in de

afgesproken op momenten dat het gecontracteerde aanbod niet toereikend

manier waarop we zorg en ondersteuning organiseren. Er is een stijging van

is. Dat kan zijn omdat een specifieke type voorziening niet in de regio is

het aantal jeugdigen met een kostbaar maatwerktraject (niet-

gecontracteerd óf omdat er een aanvulling nodig is op een bestaand product.

gecontracteerde zorg). Door scherper te sturen op het voorkomen van

Zoals eerder gesteld is stapeling van arrangementen niet wenselijk. Maar

maatwerkvoorzieningen en meer gebruik te maken van gecontracteerde

evenwel geldt dat de inzet van maatwerkvoorzieningen in onze gemeente in

oplossingen, houden we meer en beter zicht op de uitvoering en kwaliteit

de afgelopen jaren aanzienlijk is gestegen. Dat komt soms door hiaten in de

van de zorg.

gecontracteerde zorg, of opgelopen wachtlijsten voor specifieke zorg. De kosten voor maatwerkoplossingen zijn meestal hoog.

Effectiever organiseren betekent ook dat we kritisch kijken naar waar middelen nu het zwaarst drukken. Het herbeoordelen van de 20 duurste

Om het aantal maatwerkvoorzieningen terug te dringen, is het nodig om

casussen binnen Wmo en jeugdzorg helpt om te toetsen of de inzet nog

(nog) strikter om te gaan met contractuele afspraken binnen hoogcomplexe

proportioneel en doelmatig is. Daarnaast vraagt het om het actief beëindigen

zorg. In beginsel zou het Jeugdbos (de gecontracteerde jeugdzorg in West-

van oneigenlijk gebruik van voorzieningen. Tegelijkertijd zorgen we ervoor

Brabant West) moeten voorzien in de zorg voor alle jeugdigen in de regio.

dat ondersteuning wordt gefinancierd vanuit de juiste wettelijke kaders,

Juist bij meervoudige zorgvragen en complexe situaties zijn intensiteiten en

bijvoorbeeld door tijdig in te zetten op passende financieringsstromen zoals

profielen binnen hoogcomplexe zorg in te zetten. Er gelden in principe geen

de Wlz wanneer dat aan de orde is. Voor de Wmo spelen de

contra-indicaties en uitwijken naar buiten de regio zou niet nodig moeten

meedenkcoaches in onze gemeente een belangrijke rol.

zijn.

De term maatwerkvoorzieningen wordt in de Wmo gebruikt voor

Benodigde data

gecontracteerde zorg en ondersteuning, terwijl diezelfde term bij jeugd juist staat voor zorg die niet binnen de contracten is geregeld.

> Het aantal maatwerktrajecten dat wordt ingezet (incl. kosten) > Het aantal maatwerktrajecten dat wordt verzocht > Het aantal maatwerktrajecten dat wordt afgekeurd (incl. kosten)

Door deze lijn consequent door te voeren, brengen we meer samenhang, rechtmatigheid en doelmatigheid in de ondersteuning. Daarmee creëren we financiële ruimte én zorgen we dat ondersteuning beschikbaar blijft voor inwoners die deze echt nodig hebben.

25

J4: Herbeoordelen 20 duurste casussen jeugd

W3: Herbeoordelen 20 duurste casussen Wmo

Hoewel we uit voorbeelden van andere gemeenten weten dat het lastig is

Net als bij jeugd ligt ook bij Wmo een belangrijk sturingsmoment bij de

om inhoudelijk te sturen op reductie van zorgkosten bij meervoudige

meest kostenintensieve casussen. Een relatief klein aantal trajecten bepaalt

complexe problematiek, is het herbeoordelen van casussen toch opgenomen

een onevenredig groot deel van het totale budget. Door de 20 duurste

in het maatregelen overzicht binnen dit project.

Wmo-casussen gericht te herbeoordelen, krijgen we scherp in beeld of de huidige inzet nog passend, doelmatig en rechtmatig is - en of de

Dat is om lessen te kunnen trekken uit eerder gemaakte keuzes en

ondersteuning nog aansluit bij de actuele ondersteuningsvraag. Denk

verzwaring of opschaling van de zorg voor individuele jeugdigen. Een eerste

bijvoorbeeld aan woningaanpassingen en/of dure eenmalige voorzieningen.

korte analyse levert een beeld op van stapeling van zorgtrajecten en exponentiële kostenontwikkeling. Het is de moeite waard om te onderzoeken

De herbeoordeling is niet primair gericht op bezuinigen, maar op

of er in die situaties (te) laat de juiste zorg is ingezet, of dat er andere

proportionaliteit en passende inzet. We toetsen of doelen zijn behaald, of

factoren zijn die hebben gemaakt dat de zorg voor een individuele jeugdige

afschaling mogelijk is, of alternatieven in de sociale basis toereikend zijn en

zo kostbaar is geworden.

of financiering vanuit een ander wettelijk kader logischer is. Daarmee creëren we waar mogelijk ruimte in het budget én borgen we dat zware en

Met het combineren van de maatregelen SD2 (deskundigheidsbevordering

langdurige ondersteuning beschikbaar blijft voor inwoners die daar echt op

en kostenbewustzijn) en J4 leren we in de toegang anders om te gaan met

aangewezen zijn.

zorgvragen die vaak acuut en urgent worden gesteld. Op de lange termijn zou dat kunnen leiden tot het maken van andere keuzes met een mogelijk positief effect op de kosten van de zorg.

Benodigde data > Aantal herbeoordeelde casussen

Benodigde data > Aantal herbeoordeelde casussen > Aantal op- en afschalingen na herbeoordeling

26

Gemeente Rucphen | Projectplan Kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo

> Aantal op- en afschalingen na herbeoordeling

W4: Beëindig oneigenlijk gebruik van Wmo-voorzieningen (vb.

SD1: Zet in op passende financieringsstromen (uitstroom Wlz)

terugroepactie scootmobielen)

Binnen zowel de jeugd- als de Wmo-trajecten zien we een aantal langdurige

Scootmobielen en andere Wmo-hulpmiddelen brengen structurele

en intensieve ondersteuningssituaties waarbij de zorgvraag structureel en

maandelijkse kosten met zich mee, terwijl niet altijd duidelijk is of deze nog

blijvend van aard is. In die gevallen kan financiering vanuit de Wet

(voldoende) worden gebruikt. Met deze maatregel zetten we in op actieve

langdurige zorg (Wlz) passender zijn dan voortzetting onder de Jeugdwet of

monitoring en herbeoordeling van uitstaande indicaties. We benaderen

de Wmo. Met deze maatregel scannen we actief langlopende indicaties op

gebruikers schriftelijk met de vraag of en in welke mate de scootmobiel nog

potentiële uitstroom naar de Wlz, zodat zorg wordt bekostigd vanuit het

wordt ingezet. Aanvullend kan - in samenwerking met onze bekende

juiste wettelijke kader.

leveranciers - op basis van onderhoudsgegevens worden gesignaleerd waar mogelijk sprake is van weinig of geen gebruik, waarna gericht in contact

Deze inzet vraagt tijd, zorgvuldige dossieranalyse en afstemming met

gekomen kan worden met de betreffende inwoner(s).

gezinnen, aanbieders en het zorgkantoor. Daarbij geldt dat de instroom in de Wlz niet vanzelfsprekend is: het zorgkantoor toetst streng aan de wettelijke

Doel is het beëindigen van voorzieningen die niet langer noodzakelijk zijn en

criteria, waardoor de financiële opbrengst vooraf onzeker is. Toch is het

het vergroten van het kostenbewustzijn bij inwoners. De opbrengst is vooraf

noodzakelijk om structureel te beoordelen of de financieringsgrondslag nog

niet exact te voorspellen en de uitvoering vraagt extra administratieve inzet.

passend is, zodat we in Rucphen voldoende middelen beschikbaar kunnen

Tegelijkertijd geeft inzicht in het aantal uitstaande indicaties, nieuwe

houden voor tijdelijke, ontwikkelingsgerichte en minder intensieve

verstrekkingen en de maandelijkse kosten per voorziening een concreet

ondersteuning.

aanknopingspunt om gerichter te kunnen sturen op rechtmatigheid en doelmatigheid binnen de Wmo. Benodigde data Benodigde data

> 10% langstlopende trajecten in jeugd en Wmo > Uitstroomprofielen per individu

> Aantal indicaties > Aantal nieuwe verstrekkingen van hulpmiddelen

> Na herbeoordeling en Wlz aanvraag het aantal uitgestroomde inwoners en jeugdigen naar de Wlz

> Maandelijkse kosten per hulpmiddel (in onderhoud, etc.)

27

28

Gemeente Rucphen | Projectplan Kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo

Hoofdstuk 4: Hoe meten en weten we dat het goed gaat? De kern van deze aanpak is helder: minder jeugdigen en inwoners in

We monitoren dit langs de drie ontwikkellijnen, volgens de principes van

geïndiceerde zorg, doordat we scherper sturen in de toegang, normaliseren

datagedreven werken. Opgesomd zetten we de volgende maatregelen in:

waar dat kan en doelmatiger organiseren. De zorgkosten stijgen door indexering jaarlijks, maar vooralsnog blijven de uitgaven in lijn met de

Domein

Beheersmaatregel

Rijksbijdrage in de algemene uitkering. Daarom sturen we op volume,

Jeugd

J1: Voldoende alternatieven in sterke sociale basis

instroom, duur en zwaarte van de ondersteuning. Zo meten we of het

J2: Dring inzet van lichte ambulante jeugdzorg terug

beroep op specialistische zorg daadwerkelijk afneemt en of alternatieven

J3: Zet in op voorkomen van maatwerktrajecten

vaker en effectiever worden benut.

J4: Herbeoordelen 20 duurste casussen jeugd J5: Dring stapeling van arrangementen terug (naar niveau 2023) Wmo

W1: Zet bij casusregie in op doelrealisatie W2: Vergroot de inzet van HO-light t.o.v. HO-standaard W3: Herbeoordelen 20 duurste casussen Wmo W4: Beëindig oneigenlijk gebruik van Wmo-voorzieningen (terugroepactie scootmobielen)

SD-breed

SD1: Zet in op passende financieringsstromen (uitstroom Wlz) SD2: Deskundigheidsbevordering en kostenbewustzijn SD3: Bied ondersteuning en (lichte) begeleiding voorliggend (collectief) aan SD4: Versterken sociale basis SD5: Zet in op kaderstellend beleid

29

Versterking van de sociale basis

Omvang en ontwikkeling geïndiceerde zorg

(voor aanbieders waarmee wij een subsidierelatie hebben)

> Aantal jeugdigen in zorg

> Aantal gesubsidieerde voorzieningen in de sociale basis

> Aantal inwoners met een Wmo-voorziening

> Aantal potentiële deelnemers (of plekken)

> Gemiddeld aantal trajecten per jeugdige

> Aantal werkelijke deelnemers

> Aantal maatwerktrajecten jeugd

>A  antal keren dat deelnemers alsnog uitstromen naar specialistische zorg

> Ontwikkeling van de 20 duurste casussen (jeugd en Wmo)

Een sterke sociale basis moet zichtbaar meer bereik en benutting laten zien.

Hier kijken we naar trends: stabilisatie of daling van het aantal cliënten,

Alleen dan kan zij daadwerkelijk een alternatief vormen voor specialistische

minder stapeling van trajecten en beweging in de zwaarste casuïstiek.

inzet. Verminderen van stapeling en onnodige voorzieningen Sturing via toegang en herbeoordeling

> Gemiddeld aantal trajecten per jeugdige

>A  antal herbeoordeelde casussen

> Gemiddelde inzet per hulpmiddel

>A  antal op- en afschalingen na herbeoordeling

> Ontwikkeling in het gebruik en herbeoordeling van langdurige

> Aantal keer dat de toegang kiest voor de sociale basis

voorzieningen

>A  antal keer dat de toegang kiest voor specialistische inzet vanwege gebrek aan alternatieven

Hier toetsen we of ondersteuning proportioneel is en blijft. Door deze data elk kwartaal in samenhang te bespreken en in beeld te

Deze data laat zien of de toegang daadwerkelijk het sturingsinstrument

brengen, ontstaat inzicht in de vraag of we bewegen richting onze ambitie:

wordt dat we beogen: bewuste keuzes, onderbouwde afwegingen en actieve

minder afhankelijkheid van geïndiceerde specialistische zorg en meer

bijsturing.

passende ondersteuning dichtbij huis. Niet door zorg te beperken, maar door bewuster, gerichter en proportioneel te handelen.

30

Gemeente Rucphen | Projectplan Kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo

Hoofdstuk 5: Tijdpad Fase 1: Inventarisatie

Verantwoording en monitoring

Nu de inventarisatiefase van het project is afgerond met dit plan van

De voortgang wordt gedeeld via een visueel en toegankelijk infogram.

aanpak, start vanaf het tweede kwartaal ook de uitvoeringsfase waarin we

Dat is een informerende interactieve webpagina, waarop zowel actualiteiten

per maatregel gericht data gaan verzamelen. Het college informeert de Raad

en inhoudelijke ontwikkelingen als de voortgang op de actuele indicatoren

periodiek (per kwartaal) via de reguliere P&C-cyclus en aanvullend met een

(per maatregel en zo mogelijk per interventie) staan opgenomen.

terugkerende voortgangsrapportage. De infogram wordt per kwartaal geactualiseerd en bevat: Aan het eind van elk kwartaal wordt op basis van op te stellen kpi’s een

> De kernindicatoren zoals benoemd in dit plan

rapportage samengesteld die in het begin van elk volgend kwartaal met de

> Ontwikkeling in aantal jeugdigen in zorg en Wmo-gebruikers

Raad kan worden gedeeld. Concreet betekent dit dat de eerste voortgangs­

> Resultaten van herbeoordelingen

rapportage, middels een infogram, naar verwachting beschikbaar komt in

> Ontwikkelingen in de sociale basis

het derde kwartaal van 2026.

> Kwalitatieve voortgang in het project

De rapportages richten zich primair op volumetrends, instroom, uitstroom en

Op deze manier ontstaat een transparant en actueel overzicht waarmee

het gebruik van specialistische voorzieningen. Daarmee kan de Raad volgen

bestuur, organisatie en raad gezamenlijk kunnen ‘meten en weten’.

of de beoogde beweging - minder inzet van gespecialiseerde zorg daadwerkelijk zichtbaar wordt.

31

Vervolg Met het afronden van dit plan van aanpak sluiten we de eerste,

Dit hoofdstuk markeert daarmee niet het einde, maar het begin van gerichte

inventariserende fase af. De volgende fase staat in het teken van verdiepen

uitvoering. Met duidelijke indicatoren, een transparant informatiesysteem en

en concretiseren. Op basis van dataverzameling werken we aan een

een vast ritme van verantwoorden zetten we een volgende stap naar een

0-meting op geselecteerde indicatoren en bepalen we in de uitvoering waar

sociaal domein waarin ondersteuning beschikbaar blijft voor wie het echt

de meeste nadruk in genoemde maatregelen komt te liggen.

nodig heeft - en waarin we tegelijkertijd bewust en beheerst omgaan met de inzet van maatschappelijke middelen voor specialistische zorg.

Kort opgesomd staat het tweede kwartaal van 2026 in het teken van: > Verzamelen en valideren van relevante data > In beeld brengen van potentiële besparingen (en mogelijkheid tot beïnvloeding van zorggebruik) > Vaststellen of benodigde indicatoren structureel of geautomatiseerd kunnen worden gevolgd > Inventariseren van de randvoorwaarden > Waar nodig aanvullende registraties of procesaanpassingen > De voorbereiding op benodigd kaderstellend beleid (werkinstructies/ verordeningen/beleidsregels) Met het doen van onderzoek naar de oorzaken van stijgende zorgkosten, de motie van de gemeenteraad met betrekking tot de oorzaken in de Wmo en de inventarisatiefase van het project kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo is er al een start gemaakt met het uitvoeren van de maatregelen. Concreet verwachten we de eerste indicatoren per maatregel in de eerste voortgangsrapportage (Q3 2026) met de gemeenteraad te kunnen delen. Dan zou er ook meer zicht moeten zijn op het besparingspotentieel, een inschatting van de beoogde verschuiving binnen het zorglandschap en een daling van cliëntaantallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17067269/1