06a Regels bp Berkstraat r NL.IMRO.0840.9000B0035-ON01 2020-10-13 1
Tekst van het document
Regels
bestemmingsplan “Buitengebied Rucphen 2012, Berkstraat ongenummerd naast 1a te Sprundel” Planstatus: Datum: Plan identificatie:
ontwerp 2020-10-13 NL.IMRO.0840.9000B0035-ON01
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Inhoud Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels .................................................................................................................... 3 Begrippen ................................................................................................................................. 3 Wijze van meten ....................................................................................................................... 9
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels .............................................................................................................. 10 Groen - Landschapselement.................................................................................................... 10 Wonen ................................................................................................................................... 12
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Algemene regels ................................................................................................................... 15 Anti-dubbeltelregel................................................................................................................. 15 Algemene bouwregels ............................................................................................................ 15 Algemene gebruiksregels ........................................................................................................ 16 Algemene aanduidingsregels .................................................................................................. 16 Algemene afwijkingsregels ...................................................................................................... 17 Algemene wijzigingsregels ...................................................................................................... 17 Algemene procedureregels ..................................................................................................... 17 Overige regels......................................................................................................................... 18
Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
Overgangs- en slotregels ...................................................................................................... 19 Overgangsrecht ...................................................................................................................... 19 Slotregel ................................................................................................................................. 19
Bijlagen Bijlage 1
Landschapsplan
Verbeelding
Bestemmingsplan regels 180690 | 01-10-2020
Pagina 2 van 19
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan “Buitengebied Rucphen 2012, Berkstraat ongenummerd naast 1a te Sprundel” identificatienummer NL.IMRO.0840.9000B0035-ON01 van de gemeente Rucphen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aan huis gebonden beroep een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is. Hieronder wordt niet begrepen de uitoefening van detailhandel en prostitutie; 1.4 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.6 afgewerkt bouwterrein de gemiddelde hoogte van de omringende grond van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.7 abiotische waarden het geheel van waarden in verband met het abiotisch milieu (= niet levende natuur), in de vorm van aardkundige en/of hydrologische kenmerken, zowel op zichzelf als in relatie tot de aanwezigheid of nabijheid van (ontwikkelingsmogelijkheden voor) een waardevol biotisch milieu (= levende natuur, gevormd door organismen en leefgemeenschappen); 1.8 antennedrager antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne; 1.9 archeologische verwachting de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten; 1.10 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten; 1.11 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.12 bebouwingscluster een vlakvormige verzameling van gebouwen; 1.13 bebouwingsconcentratie een kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster; 1.14 bebouwingslint een lijnvormige verzameling van gebouwen langs een weg in het buitengebied, doorgaans dubbelzijdig aanwezig, met geringe afstanden tussen bouwkavels, veelal met een historisch gegroeide menging van kleinschalige niet-buitengebiedgebonden functies; Bestemmingsplan regels 180690 | 01-10-2020
Pagina 3 van 19
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
1.15 bebouwingspercentage een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd; 1.16 bed and breakfast een kleinschalige overnachtingaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf (maximumverblijfsduur zes aaneengesloten nachten) met het serveren van ontbijt. Een bed & breakfast is gevestigd in een woonhuis en wordt gerund door de eigenaren van het betreffende huis. Hieronder wordt niet verstaan een overnachting noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid.
Aanverwante voorzieningen, zoals speeltuintjes, stallingen, detailhandel, horeca en dergelijke zijn niet toegestaan; 1.17 bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.18 beperkingen veehouderij gebied waar de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen zijn beperkt 1.19 beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis het gebruik van (een gedeelte van) een gebouw voor het verrichten van werkzaamheden van dienstverlenende en/of ambachtelijke aard met als doel daaruit hoofd- of neveninkomsten te betrekken, waarbij geen sprake is van een zich als specifiek opgeleid persoon naar buiten presenterende beroepsbeoefenaar en waarvan de omvang in activiteiten zodanig is dat deze, met behoud van de woonfunctie in de woning en de bijbehorende bouwwerken kunnen worden uitgeoefend door de hoofdbewoners dan wel eigenaren van de woning en de bijbehorende bouwwerken. Gebruik mag niet leiden tot afbreuk en belemmering van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of bebouwing en geen belemmering opleveren voor de doorstroming van het verkeer op de openbare weg.
De activiteit aan huis mag niet vergunningplichtig of meldingsplichtig zijn ingevolge de Wet milieubeheer en daarop baseerde AMvB's. Er mag geen buitenopslag of bedrijfs- of beroepsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen; 1.20
bestaand 1. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd, krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; 2. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald;
1.21 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.22 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.23 bijbehorende bouwwerken uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.24 bijgebouw een op zich zelfstaand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
Bestemmingsplan regels 180690 | 01-10-2020
Pagina 4 van 19
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
1.25 boringvrije zone gebied rondom een waterwingebied waar zich tussen het maaiveld en het watervoerende pakket waaraan het grondwater wordt onttrokken een aaneengesloten slecht doorlaatbare kleilaag bevindt; 1.26 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.27 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.28 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.29 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel; 1.30 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.31 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.32 cultuurhistorische waarden en kenmerken waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden; 1.33 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden,
waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.34 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, voor zover het bestemmingsplan deze inrichting niet verbiedt; 1.35 functie doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan; 1.36 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.37 gebruiken gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.38 geomorfologische waarden de in het kader van dit plan aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door de samenhang van de verschijningsvorm van het aardoppervlak met de wijze van zijn ontstaan;
Bestemmingsplan regels 180690 | 01-10-2020
Pagina 5 van 19
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
1.39 hobbymatig houden van paarden het niet bedrijfsmatig houden van paarden, zodat er geen sprake is van een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer en niet is gericht op het generen van winst; 1.40 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.41 huishouden persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; 1.42 inwoning twee of meer huishoudens die één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van één of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen c.q.
(verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn; 1.43 landschapselementen ecologische, cultuurhistorische en/of landschappelijke waardevolle elementen zoals bosjes, houtwallen, poelen en moerasjes, in de regel kleiner dan 2 ha; 1.44 landschappelijke inpassing het inpassen van een gebouw of een gebruik in het landschap, waarbij afstemming plaatsvindt op de structuur van het landschap door middel van de architectuur van het gebouw en/of de aanplant van gebiedseigen beplanting; 1.45 landschappelijke waarden en kenmerken gebruikswaarde, natuurwaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten; 1.46 maatvoeringsvlak een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangegeven, waar een bepaalde maatvoering geldt; 1.47 mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.48 natuurwaarden de aan een gebied toegekende, gewenste of oorspronkelijke
waarden in verband met biotopen, bijzondere flora en fauna, ecologische samenhangen en structuren; 1.49 nevenactiviteit een ondergeschikte activiteit waarvan de omvang zodanig is dat deze, met behoud van de hoofdfunctie, naast de hoofdfunctie kan worden uitgeoefend; 1.50 normaal onderhoud, gebruik en beheer een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten in lijn met de bestemming dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt gehandhaafd; 1.51 paardenbak een niet overdekt en al dan niet omsloten terrein, voorzien van een bewerkte/aangepaste bodem, voor het africhten, trainen en berijden van paarden en het anderszins beoefenen van de paardensport; Bestemmingsplan regels 180690 | 01-10-2020
Pagina 6 van 19
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
1.52
peil a. voor gebouwen, waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwterrein.
1.53 permanente bewoning bewoning door een persoon of door groepen van personen van een voor recreatieve bewoning bedoelde ruimte als hoofdverblijf dan wel vaste woon- of verblijfplaats; 1.54 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.55 raamprostitutie een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostitué/prostituee tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen met als doel het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.56 seksautomatenhal een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en/of live-shows van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven; 1.57 seksbioscoop en/of -theater een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin vertoningen van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven; 1.58 seksinrichting de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotischmassagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.59 slopen het al dan niet geheel afbreken van gebouwen en andere bouwwerken; 1.60 straatprostitutie het zich op de openbare weg respectievelijk op openbare ruimten of in een zich op de openbare weg respectievelijk openbare ruimte bevindend voertuig beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.61 uitvoeren uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.62 verblijfsrecreatie het verblijf voor recreatieve doeleinden buiten de eerste woning, waarbij ten minste één nacht wordt doorgebracht, met uitzondering van overnachtingen bij familie en kennissen; 1.63 voorgevellijn de denkbeeldige lijn, evenwijdig aan de as van de weg waaraan gebouwd wordt, op een afstand van de weg die: a. gelijk is aan de in de regels voorgeschreven afstand van gebouwen uit de as van de weg op het betreffende bouwperceel; b. gelijk is aan de afstand van bestaande gebouwen tot de as van de weg op het betreffende bouwperceel, indien de afstand kleiner is dan de in de regels voorgeschreven afstand;
Bestemmingsplan regels 180690 | 01-10-2020
Pagina 7 van 19
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
1.64 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals waterlopen en watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van watergangen en dergelijke; 1.65 waterwinbedrijf een bedrijf gericht op het winnen van water uit het waterwingebied met bijbehorende voorzieningen zoals een retentievijver, een onthardingsinstallatie en kalk-opslag; 1.66 weg als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub b van de Wegenverkeerswet 1994, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 1.67 werk een constructie, geen gebouw of bouwwerk zijnde; 1.68 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
Bestemmingsplan regels 180690 | 01-10-2020
Pagina 8 van 19
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
Algemeen
2.1.1 afstanden van gebouwen onderling, alsmede afstanden van gebouwen tot de bouwperceelsgrens worden gemeten vanaf de zijgevel van een gebouw; 2.1.2 de bebouwde oppervlakte van een bouwperceel of een ander terrein door de oppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen en overkappingen bij elkaar op te tellen, tenzij in deze regels anders is bepaald; 2.1.3 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en de zijgevel van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.1.4 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.1.5 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot dan wel de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.1.6 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.1.7 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.1.8 de
dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.1.9 de breedte en diepte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat. 2.1.10 de verticale diepte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het diepste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals funderingen, rioleringen, kabels en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2 Ondergeschikte bouwdelen Bouwdelen als plinten, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, portalen, balkons en overstekende daken, worden bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 2.3 Relatie Daar waar twee of meer bestemmingsvlakken, bouwvlakken, aanduidingen en/of maatvoeringsvlakken door middel van de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden, gelden die bestemmingsvlakken, bouwvlakken, aanduidingen en/of maatvoeringsvlakken bij de toepassing van deze regels als één bestemmingsvlak, één bouwvlak, één aanduiding en/of één maatvoeringsvlak.
Bestemmingsplan regels 180690 | 01-10-2020
Pagina 9 van 19
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen - Landschapselement
Bestemmingsomschrijving
3.1.1 Algemeen De voor 'Groen - Landschapselement' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de instandhouding van natuurlijke en/of cultuurhistorisch en/of landschappelijk waardevolle landschapselementen; b. extensief recreatief gebruik; c. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; d. ondergeschikte bijbehorende wegen, paden en verhardingen; e. andere tot de bestemming behorende voorzieningen 3.2
Bouwregels
3.2.1 Algemeen Het is verboden om op deze gronden te bouwen. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1 Verboden gebruik Tot het verboden gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het opslaan, het storten en/of het bergen van goederen, materialen en producten, behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. b. het gebruik van gronden voor het grazen van dieren; c. het gebruik van recreatieverblijven ten behoeve van permanente bewoning. 3.4
Omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden
3.4.1 Omgevingsvergunningsvereiste Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van beplanting, waaronder bijvoorbeeld houtgewas, tenzij het beplanting betreft die wordt aangebracht ter uitvoering van een in artikel 3.3 genoemd landschappelijk inpassingsplan; b. het vellen van houtgewas wat niet overeenkomt met de duurzame ontwikkeling of instandhouding van de bij de bestemming behorende landschappelijke, natuurlijke of cultuurhistorische waarden; c. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; d. het verrichten van grondroeractiviteiten, bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage; e. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; f. het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; g. het aanbrengen van voorzieningen van geringe omvang ten behoeve van extensieve recreatie; h. het aanbrengen van halfverhardingen. 3.4.2 Uitzonderingsregel Het in lid 3.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en/of werkzaamheden die: a. behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming, als afzetten, knotten, dunnen, waarbij de in 3.1.1 sub a genoemde waarden duurzaam worden veiliggesteld; b.
reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
Bestemmingsplan regels 180690 | 01-10-2020
Pagina 10 van 19
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
3.4.3 Voorwaarden Een omgevingsvergunning voor werken en/of werkzaamheden als bedoeld in 3.4.1 wordt door het bevoegd gezag niet eerder verleend, nadat: a. is aangetoond dat uitoefening van de werken en/of werkzaamheden niet strijdig is met de belangen van de bestemming; b. een deskundigenrapport is overgelegd omtrent de vraag of door de voorgenomen werken en/of werkzaamheden de belangen in verband met de bestemming niet onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade.
Bestemmingsplan regels 180690 | 01-10-2020
Pagina 11 van 19
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Artikel 4 4.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
4.1.1 Bestemming De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met daaraan ondergeschikt een aan huis gebonden beroep met dien verstande dat de activiteiten in de woning worden uitgeoefend en de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft; b. groenvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. 4.1.2 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen, met inachtneming van de aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 4.1.1 genoemde bestemmingen worden opgericht: a. hoofdgebouwen; b. bijbehorende bouwwerken; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Algemeen Gebouwen mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. de afstand tussen gebouwen onderling, indien deze niet aaneengesloten zijn gebouwd, bedraagt minimaal 3 m; b. per bouwvlak is maximaal één woning toegestaan. 4.2.2 Hoofdgebouwen Hoofdgebouwen mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het op de kaart aangegeven bouwvlak worden opgericht; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' maximaal de aangegeven goot- en bouwhoogte zijn toegestaan. c. de breedte van een hoofdgebouw bedraagt maximaal 20 m, of maximaal de bestaande breedte indien het hoofdgebouw op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan breder is dan 20 m; d. de afstand van de voorgevel van een hoofdgebouw tot de as van de openbare weg bedraagt: minimaal 15 m; e. de inhoud bedraagt maximaal 1.000 m³; f. de dakhelling bedraagt bij toepassing van hellende dakvlakken minimaal 30° en maximaal 65°; g. de afstand tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal 3 m. h. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - dove gevel’ dient deze gevel te worden uitgevoerd als een dove gevel, tenzij aan deze gevel geen geluidgevoelige ruimtes grenzen; i. artikel 4.2.2.
lid h is niet van toepassing als de meeste westelijk gelegen woning op een afstand van ten minstens 17 meter van de as van de weg van de Luienhoeksestraat gepositioneerd wordt. 4.2.3 Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de goothoogte bedraagt maximaal 3,5 m; c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m; d. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per woning bedraagt maximaal 100 m², met dien verstande dat de bebouwde oppervlakte van het bouwperceel maximaal 40% bedraagt; e. de afstand van bijbehorende bouwwerken tot de voorgevellijn van de woning bedraagt minimaal 1 m. 4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. bij een woning mag maximaal één niet overdekt zwembad worden opgericht, met dien verstande dat: 1. het zwembad binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak wordt opgericht; Bestemmingsplan regels 180690 | 01-10-2020
Pagina 12 van 19
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
2. de afstand tot de voorgevellijn van de woning minimaal 3 m bedraagt; 3. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 5 m bedraagt; 4. de afstand tot de woning maximaal 20 m bedraagt; b. de bouwhoogte van pergola's en tuinmeubilair bedraagt maximaal 2,5 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 m. 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Paardenbak Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 voor het oprichten van een paardenbak voor hobbymatig gebruik, met dien verstande dat: a. per woning binnen het bouwvlak maximaal 1 paardenbak is toegestaan; b. de paardenbak wordt gesitueerd achter de voorgevellijn van de woning; c. de oppervlakte van de paardenbak maximaal 800 m² bedraagt; d. de bouwhoogte van de omheining maximaal 1,70 m bedraagt; e. er geen lichtmasten mogen worden geplaatst; f. de afstand van de paardenbak tot het bestemmingsvlak van woningen van derden minimaal 25 m bedraagt. 4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Algemeen gebruik In aanvulling op het bepaalde in lid 4.1.1 is tevens ondergeschikt aan deze bestemming toegestaan: a. het gebruik van de gronden voor het oprichten van een paardenbak. 4.4.2 Verboden gebruik Tot het verboden gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden voor kampeermiddelen; b. het gebruik van opstallen voor statische opslag; c. het gebruik van bedrijfs- en/of bijgebouwen voor bewoning; d. het gebruik van ruimten binnen de woning en/of bijgebouwen bij de woning voor aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten dan wel een bed and breakfast; e. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. 4.5
Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1 Beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1.1 juncto lid 4.4.2 sub d voor de uitoefening van beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten in de woning en bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: a. het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden en naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming is; b. het uitoefenen van de activiteiten niet tot gevolg heeft dat het uiterlijk aangezien van de woning zodanig verandert, dat de woning het karakter van een woning geheel of gedeeltelijk verliest; c. de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken dat wordt gebruikt voor de activiteiten bedraagt maximaal 70 m²; d. het uitoefenen van activiteiten die vergunnings- of meldingsplichtig zijn op grond van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving niet zijn toegestaan, tenzij het gebruik de woonfunctie op zichzelf en in relatie tot zijn omgeving niet zal aantasten; e. degene die de activiteiten in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitvoert tevens gebruiker van de woning is; f. het niet betreft zodanige verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; g.
de uitoefening van detailhandel niet is toegestaan, uitgezonderd als ondergeschikte nevenactiviteit gerelateerd aan het desbetreffende bedrijf.
Bestemmingsplan regels 180690 | 01-10-2020
Pagina 13 van 19
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
4.5.2 Bed and breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1.1 juncto lid 4.4.2 onder d voor het gebruik van bebouwing voor verblijfsrecreatieve nevenactiviteiten in de vorm van een bed and breakfast, met dien verstande dat: a. een bed and breakfast kan alleen worden aangeboden door de hoofdbewoner van het pand; b. de woning dient door de hoofdgebruiker te worden bewoond; c. de hoofdfunctie van de woning waarin een bed and breakfast gevestigd wordt, moet wonen blijven; d. het aantal personen dat tegelijkertijd van een bed and breakfast accommodatie gebruik kan maken bedraagt maximaal 10; e. maximaal vier kamers mogen worden gebruikt als bed and breakfast kamer; f. bed and breakfast kamers mogen niet als zelfstandige wooneenheid functioneren; g. permanente bewoning niet is toegestaan; h. de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; i. de verblijfsrecreatieve functie mag niet worden gebruikt voor de tijdelijke huisvesting van seizoensarbeiders; j. parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden, binnen het bestaande bouwvlak; k. er mogen geen aanverwante voorzieningen gerealiseerd worden; l. er geen sprake is van een aantoonbaar onevenredige aantasting van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden en (agrarische) bedrijven.
Bestemmingsplan regels 180690 | 01-10-2020
Pagina 14 van 19
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 6 6.1
Algemene bouwregels
Afstand tot geluidsgevoelige bebouwing
6.1.1 Algemeen Deze bepaling strekt tot de bescherming van de geluidszone rondom lokale en interlokale wegen. 6.1.2 Bouwregels Voor de geluidsgevoelige bebouwing van de naast wegen gelegen gronden dient in ieder geval een afstand van 15 m uit de as van de weg in acht te worden genomen. 6.1.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.1.2 voor het toestaan van een kortere afstand tot de weg, met dien verstande dat voldaan moet worden aan de geluidsnormen voor nieuwe geluidgevoelige objecten uit de Wet geluidhinder. 6.2
Afstand tot de weg
6.2.1 Algemeen In hoofdstuk 2 zijn afstandsbepalingen tot de as van de weg opgenomen ter bescherming van de verkeersveiligheid. 6.2.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in hoofdstuk 2 voor het toestaan van een kortere afstand tot de weg, met dien verstande dat de verkeersveiligheid blijft gewaarborgd. 6.3
Ondergeschikte bouwdelen
Bouwdelen als plinten, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, portalen, balkons en overstekende daken, worden bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 6.4
Bestaande afstanden
6.4.1 Bestaande afstanden Indien afstanden tot op de datum van de terinzagelegging van de vaststelling van het plan meer dan wel minder bedragen dat ingevolge hoofdstuk 2 van de bestemmingsplannen zoals opgenomen in bijlage 6 is voorgeschreven, mogen de bestaande afstanden als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 6.4.2 Bestaande andere maten In die gevallen dat hoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande gebouwen en bestaande bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op de dag van de vaststelling van het plan meer of minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen de bestaande maten en hoeveelheden als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden. Bestemmingsplan regels 180690 | 01-10-2020
Pagina 15 van 19
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
6.5
Nadere eisen
6.5.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij het verlenen van een omgevingsvergunning, met inachtneming van de regels vervat in hoofdstuk 2, nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de plaatsing van gebouwen en bijbehorende bouwwerken ten opzichte van de bouwperceelsgrens en ten opzichte van elkaar; b. de dakhelling en nokrichting van hellende dakvlakken van gebouwen; c. de plaatsing en vormgeving van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 6.5.2 Voorwaarden De in lid 6.4.1 bedoelde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gronden, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in verband met calamiteiten.
Artikel 7 7.1
Algemene gebruiksregels
Algemene gebruiksregels
Het is verboden de in de artikelen 3 tot en met 4 bedoelde gronden en bouwwerken: a. te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de bestemmingsomschrijving; b. te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven voor een seksinrichting, een escortbedrijf en raam- en straatprostitutie.
Artikel 8 8.1
Algemene aanduidingsregels
Bebouwingsconcentratie
8.1.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bebouwingsconcentratie' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor een bebouwingsconcentratie. 8.2
Beperking veehouderij
8.2.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' zijn, behalve voor de aldaar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van natuur en woonconcentraties door het stellen van regels met betrekking tot de ontwikkelingsmogelijkheden van de niet- intensieve veehouderij en de intensieve veehouderij. 8.3
Teeltondersteunende kassen toegestaan
8.3.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'teeltondersteunende kassen toegestaan' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor teeltondersteunende kassen. 8.4
Vrijwaringszone - radar
8.4.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - radar' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van het radarverstoringsgebied van Vliegbasis Woensdrecht teneinde de verstoring van het radarbeeld te voorkomen.
Bestemmingsplan regels 180690 | 01-10-2020
Pagina 16 van 19
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
8.4.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikelen 3 tot en met 4) mogen geen bouwwerken worden opgericht: a. binnen een afstand van 15 km van de radarantenne: hoger dan de denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf de radarantenne Vliegbasis Woensdrecht op 48 +NAP, oplopend met 0,25 graden tot een hoogte van 113 m + NAP; b. buiten de afstand van 15 km van de radarantenne: 113 m + NAP. 8.4.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.4.2 voor het bouwen overeenkomstig het bepaalde in de andere bestemmingen, met dien verstande dat: a. het functioneren van de radar niet in onevenredige mate wordt of kan worden aangetast; b. schriftelijk advies is verkregen van de Minister van Defensie, DGW&T, directie Brabant.
Artikel 9 9.1
Algemene afwijkingsregels
Algemeen
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het volgende: a. de in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10%, met dien verstande dat deze afwijking niet is toegestaan voor de inhoud van burgerwoningen binnen de bestemming 'Wonen'; b. de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, met dien verstande dat de overschrijding maximaal 2,5 m bedraagt en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; c. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt verhoogd tot maximaal 40 m; d. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 m; met dien verstande dat: 1. de belangen van de eigenaren en gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet aantoonbaar onevenredig worden geschaad; 2. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 10 10.1
Algemene wijzigingsregels
Algemeen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de regels in het plan wijzigen in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen, met dien verstande dat: a. bestemmingsgrenzen met niet meer dan 5 meter worden verschoven; b. de belangen van de eigenaren en gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet aantoonbaar onevenredig worden geschaad; c. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 11 11.1
Algemene procedureregels
Afwijken van het bestemmingsplan
Bestemmingsplan regels 180690 | 01-10-2020
Pagina 17 van 19
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Bij een afwijking van het bestemmingsplan, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing. 11.2
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is de procedure als vervat in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing. 11.3
Wijzigingsbevoegdheid
Bij toepassing van de algemene wijzigingsbevoegdheid, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in de afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht, van toepassing. 11.4
Nadere eisen
Bij toepassing van de nadere eisen regeling, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Artikel 12 12.1
Overige regels
Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in artikel 7 is een economisch delict in de zin van artikel 1a, sub 2° van de Wet op de economische delicten en als zodanig strafbaar op grond van deze wet. 12.2
12.3
Parkeerregeling a. bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of afwijken, dient tenminste voldaan te worden aan het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeernormen, zoals opgenomen in de 'Nota Parkeernormen Rucphen 2017 ' d.d. 31 mei 2017; b. het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde onder a indien wordt voorzien in parkeervoorziening, die gelet op de parkeerbelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is als bedoeld onder a; c. indien de 'Nota Parkeernormen Rucphen 2017' als bedoeld onder a gedurende de planperiode van dit bestemmingsplan wordt gewijzigd, wordt bij de verlening van de omgevingsvergunning getoetst aan deze wijziging. d. parkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient in stand te worden gehouden. Voorwaardelijke verplichtingen
12.3.1 Landschappelijke inpassing a. de gronden en bouwwerken binnen de bestemming ‘Wonen’ mogen uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van wonen indien de landschappelijke inpassing binnen 2 jaar na de bouw van de woning is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand wordt gehouden conform het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels.
Bestemmingsplan regels 180690 | 01-10-2020
Pagina 18 van 19
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 4 Artikel 13
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
13.1
Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
13.2
Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 14
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan “Buitengebied Rucphen 2012, Berkstraat ongenummerd naast 1a te Sprundel”.
Bestemmingsplan regels 180690 | 01-10-2020
Pagina 19 van 19
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Bijlagen
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Bijlage 1 Landschapsplan
Landschappelijke inpassing Ruimte voor ruimte woningen naast Berkstraat 1 - Sprundel
Nieuwmoerseweg 3a 4885 KJ ACHTMAAL info@plangroen.nl
www.plangroen.nl
Planlocaae
planlocaae planlocaae
1920
Gebiedsbeschrijving:
1950
planlocaae
1985
planlocaae
2017
Het gebied ten oosten van de kernen bestaat hoofdzakelijk uit oude besloten zandontginningen. De kavelstructuur is grillig en is her en der aangezet met houtwallen. Het grootste deel van deze karakteristieke elementen is echter verloren gegaan. Een ander opvallend element is de laanbeplanting langs de wegen. Het patroon van bomenrijen en lanen maakt het landschap kleinschaliger. Door de grillige structuur en de aanwezigheid van veel opgaande beplanting zijn landschapskamers ontstaan die allerlei agrarische functies herbergen. Er bevinden zich veel intensieve veehouderijen, maar ook boomteelt en kassen. Op de planlocatie worden de landschapselementen ‘Knip- scheerheg’, ‘Bossingel’, Solitaire bomen’ en ‘Hoogstam fruitboomgaard’ toegepast Aan de voorzijde en tussen de percelen wordt het landschappelijk element ‘Knip-scheerheg’ gerealiseerd met daarboven ‘Solitaire bomen’. Aan de west en deels de oostzijde wordt een bossingel aangeplant. Dit niet alleen om de perceelsgrenzen aan te geven en privacy van de omliggende percelen te creëren, maar ook om een robuuste verbinding te van de Berkstraat naar de schuurkerkstraat/Luienhoeksestraat te maken. De bossingel aan de westzijde dient 2,5 meter vanaf de insteek van de A watergang aangeplant te worden. Het onderhoud van de bossingel dient plaats te vinden zodra dit het onderhoud aan de A watergang belemmerd.
Landschappelijk inpassing Ruimte voor Ruimte woningen naast Berkstraat 1 - Sprundel
Hoogstam frutbomen 3 Stuks Bossingel 40 M lengte
Bossingel 92 M lengte
Solitaire bomen 7 Stuks
Knip- scheerheg 162 meter lang
Landschappelijk inpassing Ruimte voor Ruimte woningen naast Berkstraat 1 - Sprundel
Knip- scheerheg 162 M:
Landschapsboom als solitair (7 stuks):
‘Knip-scheerheg ’ valt onder landschapspakket L7 (STIKA).Het is een vrijliggend lijnvormig landschapselement, met aaneengesloten begroeiing van inheemse bomen- en struiken, dat regelmatig wordt geknipt of geschoren.
Het landschapselement ‘Landschapsboom als solitair’ valt onder het landschapspakket L8B (STIKA). Een bomenrij is een één-, twee of meerrijigge beplanting van bomen, niet zijnde knotbomen, die meestal van ongeveer gelijke leeftijd zijn. Een laan is een specifieke vorm van een bomenrij. Er is sprake van een laan als aan beide zijden van een weg één of meer rijen bomen in een regelmatig plantverband geplant zijn. Een bomenrij rij bestaat uit minimaal 10 inheemse loofbomen en de bomen staan in een langgerekte en relatief smalle zone zonder agrarisch gebruik.
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer: -
-
Het element is tenminste 25 meter lang en is ten minste 1 meter en ten hoogste 3 meter breed; Het element wordt minimaal eenmaal per 2 jaar en maximaal eenmaal per jaar geknipt of geschoren en de haag heeft in geschoren toestand een hoogte van minimaal 1 meter; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 juni en 15 maart.
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer: -
-
Er worden vier planten per strekkende meter geplant. -
Soort Latijnse naam
Nederlandse naam
Ligustrum ovalifolium
gewone liguster
maat
Aantal
120/150
648
-
De bomen kunnen periodiek worden gesnoeid, waarbij de kroon (onderste dikke tak tot de top) na het snoeien altijd meer dan 50% van de lengte van het takvrij stamstuk bedraagt; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in de strook zonder agrarisch gebruik worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken onder de kronen van de bomen; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 augustus en 15 maart.
Soort Latijnse naam Prunus avium Tilia cordata Acer campestre
maat
Aantal
20-25 20-25 20-25
3 2 2
Nederlandse naam zoete kers kleinbladige linde veldesdoorn
Landschappelijk inpassing Ruimte voor Ruimte woningen naast Berkstraat 1 - Sprundel
Bossingel 132 M:
Hoogstam fruitboomgaard (3 stuks):
Het landschapselement ‘Bossingel’ valt onder het landschapspakket L1B(STIKA). Het is een vrijliggend aaneengesloten lijnvormig landschapselement, met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken met een bedekking van minimaal 90%.
Het landschapselement ‘Bossingel’ valt onder het landschapspakket L10(STIKA). Een boomgaard met hoogstamfruitbomen ( appel, peer, pruim,kers), waarvan de kroon op een hoogte van minimaal 150 centimeter boven de stamvoet begint en waarvan de onderbegroeiing bestaat uit een grazige vegetatie.
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer: Het element is tenminste 25 meter lang en is tenminste 2 meter en ten hoogste 20 meter breed; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat aan stammen en hakhoutstoven en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden.
Soort Latijnse naam Tillia europeae Fagus sylvatica Amelanchier lamarckii Viburnum opulus Corylus avellana
maat
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer:
-
-
Aantal
Nederlandse naam kleinbladige linde gewone beuk krentenboompje sneeuwbal hazelnoot
Het element is tenminste 1 are en ten hoogste 50 are groot; In geval van een bestaand element bedraagt de onderlinge plantafstand minimaal 8 meter. De onderbegroeiing wordt als grasland beheerd. Indien het appel of peer betreft wordt de boom tenminste éénmaal per 2 jaar gesnoeid. Andere soorten enkel vormsnoei indien nodig. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbebehandeling. Schade aan stammen van bomen door vraat wordt voorkomen. Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen. Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 augustus en 1 april.
Soort Latijnse naam Malus dom. ‘Elstar’
16-18 6-8 blw 2xvp 60/80 3t 100/125 3t 60/100
21 33 45 89 35
Pyrus com. ‘Conferance’ Prunus av. ‘Regina’
maat
Aantal
18-20 18-20 18-20
1 1 1
Nederlandse naam Elstar appel Conferance peer Regina kers
Landschappelijk inpassing Ruimte voor Ruimte woningen naast Berkstraat 1 - Sprundel
Referentiebeelden
Hoogstam fruitboomgaard Solitaire bomen
Knip- Scheerheg
Bossingel Landschappelijk inpassing Ruimte voor Ruimte woningen naast Berkstraat 1 - Sprundel
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Verbeelding
10
Plangebied
es hoeks Luien
Buitengebied Rucphen 2012, Berkstraat ongenummerd naast 1a te Sprundel
Enkelbestemmingen
traat
G-LE
Groen - Landschapselement
W
Wonen
Gebiedsaanduidingen overige zone - bebouwingsconcentratie overige zone - beperkingen veehouderij RPN00U 01604G0000
overige zone - teeltondersteunende kassen toegestaan vrijwaringszone - radar
Bouwvlakken G-LE
bouwvlak
RPN00U 00007G0000
Bouwaanduidingen
RPN00U 01614G0000 01605G0000
[sba-dg]
specifieke bouwaanduiding - dove gevel
Maatvoeringen 6.5
G-LE
10
maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)
RPN00U 01613G0000
1
G-LE W G-LE
W
0U 00134G0000
[sba-dg]
6.5
5
6.5
10
10
1A
t
Berkstraa
BESTEMMINGSPLAN "Buitengebied Rucphen 2012, Berkstraat ongenummerd naast 1a te Sprundel"
Projectnr Blad Getekend Schaal Datum Wijz.
: : : : : :
180690 NL.IMRO.0840.9000B0035-ON01 L.S. 1:1000 2020-09-28
7
GEMEENTE RUCPHEN
RPN00U 00135G0000
Schu
Molenzicht 2 |4881 BW Zundert |076-5990340 | www.schoenmakersadvies.nl
at
a rkstr
urke