CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

06 RV RB Perspectievennota 2027

commissie Algemeen Bestuur en Middelen 25 juni 2026, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Perspectievennota 20273.141 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Raadsvergadering 8 juli 2026

Agendanummer 00

Commissievergadering ABM 25 juni 2026

Agendanummer 06

Perspectievennota 2027 Voorstel: 1. De OZB-opbrengst in de begroting 2027 meerjarig met een bedrag van € 2.0 mln. te verhogen; 2. Met ingang van 2027 een structurele storting van € 250.000 per jaar te doen in de bestemmingsreserve Integraal huisvestingsplan en deze te dekken door een aanvullende verhoging van de OZB-opbrengst met eenzelfde bedrag; 3. De (overige) bestuurlijke prioriteiten uit de nota uitsluitend in de begroting 2027 op te nemen indien het college daarbij een concreet (structureel) dekkingsvoorstel aanbiedt; 4. De Perspectievennota 2027 vast te stellen als bestuurlijk richtinggevend document voor de verdere begrotingsvoorbereiding; 5. Het college van B&W opdracht te geven om, in samenspraak met (een afvaardiging van) de raad, uiterlijk bij de Perspectievennota 2028 concrete voorstellen aan te bieden die het financieel perspectief vanaf 2028 structureel verbeteren. Samenvatting: De Perspectievennota 2027 vormt de bestuurlijke basis voor de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030. De nota bevat de financiële en inhoudelijke hoofdlijnen en biedt uw raad de mogelijkheid om kaders en prioriteiten te bespreken en vast te stellen. Recente actualisatie laat een zorgelijk financieel meerjarenbeeld zien, met tekorten in de gehele komende bestuursperiode. Dit komt door een combinatie van autonome ontwikkelingen en eerdere, lokale keuzes.

Het college stelt voor het tij te keren door inkomsten te verhogen én uitgaven te verlagen. Zo wil het de OZB-opbrengst met € 2,25 mln. verhogen om onze lokale, financiële draagkracht te benutten voor ons voorzieningenniveau. Daaronder wordt ook verstaan het structureel reserveren van geld voor toekomstige onderwijshuisvesting. Voor de bestuurlijke prioriteiten gaat het college op zoek naar structurele ruimte om deze te kunnen realiseren. Tot slot bereidt het college zich voor op een gerichte opdracht van uw raad om de structurele uitgaven te verlagen, zodat de financiële gezondheid duurzaam wordt geborgd. Het is onze gezamenlijke opgave om taken, opgaven en middelen beter in balans te brengen. Motivering: We staan op een keerpunt in ons financieel meerjarenperspectief waarin we constateren dat onze structurele inkomsten onvoldoende zijn meegegroeid met onze structurele uitgaven. Dat maakt het onvermijdelijk dat nu en de komende jaren bestuurlijke keuzes moeten worden gemaakt: niet alles kan meer tegelijk en nieuwe ambities kunnen alleen nog worden gerealiseerd als op andere onderdelen wordt getemporiseerd, versoberd of gestopt, of als aanvullende inkomsten worden gevonden. Dergelijke keuzes hebben onvermijdelijk merkbare, maatschappelijke effecten voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers.

Een belangrijk deel van de financiële druk komt voort uit ontwikkelingen waarop we zelf weinig invloed hebben (gehad). Het gaat daarbij onder meer om loon- en prijsstijgingen, hogere rentelasten, de groei van taken en de actualisatie van budgetten in het sociaal domein. Ook de algemene uitkering uit het Gemeentefonds beweegt niet voldoende mee met de ontwikkeling van

2

de lasten. Daarnaast zorgen de financiële gevolgen van gemeenschappelijke regelingen voor extra druk op de begroting. Ook hebben we de afgelopen jaren een goed voorzieningenniveau voor onze kernen in stand gehouden en verder uitgebouwd, zonder dat onze inwoners daar extra aan hebben hoeven bijdragen. Samen leidt dit tot een structureel financieel knelpunt dat niet meer vanzelf verdwijnt. Belangrijkste beleidsopgaven voor de komende jaren Beleidsinhoudelijk staan we voor meerdere grote opgaven. In de fysieke leefomgeving liggen opgaven rond wonen, nieuwkomers, de Omgevingswet, openbare ruimte, klimaatadaptatie, energietransitie, netcongestie en gemeentelijk vastgoed. De woningbouwopgave is groot en vraagt om uitvoeringskracht. Voor nieuwkomers geldt dat de door het Rijk opgelegde taakstelling en maatschappelijke druk hoog blijven. Tegelijk is de uitvoeringsruimte beperkt. Ook de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed en de uitvoering van de Omgevingswet vragen om extra inzet, terwijl de beschikbare middelen niet onbeperkt zijn. Daarbij komt dat het investeringsprogramma voor 2027-2030 fors is. Er zijn investeringsvoornemens voor riolering, wegen, openbare verlichting, groen, grondbedrijf, integrale projecten, vervangingsinvesteringen, ICT en buitensport.

Een deel daarvan volgt uit eerder vastgestelde plannen en is daarmee noodzakelijk onderhoud of uitvoering van bestaand beleid. Een ander deel betreft nieuwe of aanvullende keuzes. Omdat deze investeringen later leiden tot renteen afschrijvingslasten, werken zij structureel door in de begroting. Vroegtijdige prioritering is daarom belangrijk om te voorkomen dat de financiële druk verder oploopt. In het sociaal domein vraagt vooral de combinatie van jeugd, Wmo, preventie en de sociale basis om aandacht. De vraag naar ondersteuning neemt toe, terwijl de kosten harder stijgen dan de middelen. Daarom wordt gewerkt aan kostenbeheersing, met meer nadruk op de sociale basis, een sterke toegang en doelmatiger inzet van geïndiceerde zorg. Ook regionale samenwerking blijft hier van belang. Ook op het terrein van veiligheid, dienstverlening en digitalisering zijn er duidelijke opgaven. Denk aan ondermijning, zorg en veiligheid, weerbaarheid en wijkveiligheid. Maar ook aan een toekomstbestendig dienstverleningsconcept, participatie en communicatie, het doorlopend onderhouden en verbeteren van onze uitvoeringskracht, de organisatie én de voortdurende modernisering van ICT, informatievoorziening, -veiligheid en bedrijfscontinuïteit.

Deze onderwerpen zijn niet vrijblijvend: zij raken de kwaliteit van onze organisatie, de betrouwbaarheid van de uitvoering en de mate waarin we onze inwoners en ondernemers goed en toekomstbestendig kunnen blijven bedienen. Naar een houdbare meerjarenbegroting De komende jaren kunnen we voor onze reguliere taken en opgaven niet meer volstaan met het zonder meer voortzetten van wat al is. Er is sprake van een financieel krap en kwetsbaar meerjarenbeeld, waarin structureel evenwicht niet vanzelf ontstaat. Dat vraagt om scherpe maar ook realistische afwegingen die we met elkaar moeten maken. Welke opgaven krijgen prioriteit, welk tempo is haalbaar, welke ambities vragen om bijstelling en waar is extra dekking nodig? De afgelopen jaren hebben we onze structurele lasten met in totaal € 1,6 mln. kunnen verlagen met beperkte maatschappelijke impact. Daardoor hebben we steeds een ‘sluitende’ begroting aan u kunnen aanbieden. Verdere verlaging van onze uitgaven is niet mogelijk zonder maatschappelijke impact. Dit vraagt zorgvuldige voorbereiding en afweging. We stellen daarom een gecombineerde aanpak voor om te komen tot een houdbare meerjarenbegroting door onze beïnvloedbare inkomsten structureel te verhogen en, samen met uw

3

raad, op zoek te gaan naar mogelijkheden om onze uitgaven structureel te verlagen. We hanteren een realistisch beeld om ook toekomstige, verplichte uitgaven nog te kunnen dragen maar zorgen tegelijkertijd dat we ons financieel perspectief niet verder verzwaren. We lichten dat hieronder toe: 1. Verhoging OZB-opbrengst met € 2.0 mln. Het Rijk past in de verdeling van het gemeentefonds voor alle gemeenten een korting toe op de algemene uitkering, omdat gemeenten worden geacht ook zelf inkomsten te verwerven via de OZB. Door de sterke stijging van de WOZ-waarden is die korting in de afgelopen bestuursperiode flink toegenomen. Tegelijkertijd hebben wij in Rucphen in diezelfde periode de OZB-groei bewust begrensd op 2% vanwege bestuurlijke afspraken om de lokale lastendruk te beperken. Daarmee hebben we fors ingeteerd op onze financiële ruimte. Bij ongewijzigd beleid wordt de toegenomen korting van het Rijk (in 2027: € 6.0 mln.) niet gecompenseerd met de lokale OZB-opbrengst (in 2027: € 4.0 mln.) en ontstaat er toenemende scheefgroei tussen door het Rijk veronderstelde, lokale draagkracht en de werkelijk gerealiseerde OZB-opbrengst:

Omdat tegelijkertijd onze uitgaven, vanwege autonome ontwikkelingen, flink zijn toegenomen, is het niet langer realistisch en houdbaar het beroep op (een deel van) onze lokale, onbenutte belastingcapaciteit van in totaal € 4.4 mln. langer uit te stellen. We stellen daarom voor de OZBopbrengst vanaf 2027 met € 2,0 mln. (zijnde het actuele verschil tussen korting van het Rijk en lokale netto OZB-opbrengst) te verhogen om verder interen te voorkomen en het ontstane financiële nadeel te herstellen ten behoeve van ons lokaal voorzieningenniveau. 2. Structureel en planmatig sparen voor toekomstige onderwijshuisvesting Met het amendement van 15 juni 2022 heeft uw raad duidelijk aangegeven geld te willen reserveren voor toekomstige onderwijshuisvesting. De bedoeling daarvan was om eventuele overschotten uit de rekeningresultaten niet langer toe te voegen aan de algemene reserve, maar te storten in een bestemmingsreserve IHP. Ons huidige financieel perspectief vraagt echter juist om versterking van de algemene reserve, zodat toekomstige tekorten kunnen worden opgevangen. Daarmee houden we ook onze weerstandsratio binnen de bandbreedte die uw raad heeft vastgesteld. Door de verwachte tekorten is het niet waarschijnlijk dat het beoogde effect van het amendement kan worden bereikt. Zonder voordelige rekeningresultaten ontstaat er immers geen ruimte om een

4

overschot af te romen naar de bestemmingsreserve IHP. Daarom stellen wij voor om voortaan jaarlijks een vast bedrag in de begroting op te nemen voor de bestemmingsreserve IHP, volledig gedekt door een aanvullende stijging van de OZB-opbrengst. Op dit moment is nog niet bepaald welk doelbedrag gereserveerd moet worden en wanneer dat doelbedrag beschikbaar moet zijn. 3. Bestuurlijke prioriteiten verwerken we uitsluitend in de begroting inclusief dekking De door uw raad vastgestelde financiële kaders vormen voor ons het uitgangspunt. Binnen die kaders zetten wij de beschikbare middelen zo doelmatig en doeltreffend mogelijk in en leggen daarover jaarlijks verantwoording af aan uw raad. Voor bestuurlijke prioriteiten welke niet voortkomen uit door uw raad gewijzigde doelen zoeken we de komende maanden - binnen ons mandaat- naar realisatiemogelijkheden binnen bestaande, financiële kaders door (her)prioritering en uitruil ‘nieuw voor oud’. We informeren uw raad over de gevonden mogelijkheden en vragen, indien nodig, bij de begroting om aanvullende dekking. 4. Vaststellen van de Perspectievennota 2027 De Perspectievennota 2027 vormt het kader voor de verdere uitwerking van de begroting 2027 en de meerjarenraming. De nota maakt inzichtelijk welke ontwikkelingen onvermijdelijk zijn, welke keuzes beïnvloedbaar zijn en waar bestuurlijke afwegingsruimte bestaat.

Daarmee biedt de nota uw raad de mogelijkheid om met elkaar in gesprek te gaan en daardoor tijdig richting te geven aan prioriteiten, tempo en financiële ruimte. Op basis van uw besluit, al dan niet aangevuld met amendementen of nadere opdrachten, werkt het college de begroting verder uit. Zo ontstaat een begroting die financieel houdbaar, uitvoerbaar en bestuurlijk verantwoord is. 5. Het meerjarenperspectief vraagt om ons verder voor te bereiden op 2028 e.v. Gelet op het meerjarige tekort zijn in hoofdlijn drie bestuurlijke scenario’s denkbaar: A. Direct prioriteiten meegeven voor het meerjarenperspectief: de raad bepaalt welke opgaven voorrang krijgen en welke keuzes tijdelijk kunnen worden uitgesteld of welke opgaven moeten worden versoberd. B. College opdracht geven: de raad vraagt het college gericht om varianten, maatregelen en dekkingsvoorstellen uit te werken voor de Perspectievennota 2028; C. Gezamenlijke verkenning: raad, college en organisatie verkennen samen de belangrijkste financiële en inhoudelijke keuzes, als voorbereiding op de besluitvorming over de begroting. Daarbij wordt gezamenlijk gekeken naar keuzes met de grootste maatschappelijke en financiële betekenis. Wij hebben de voorkeur samen met raad en organisatie op te trekken in ons gezamenlijk belang.

5

Middelen: Indien uw raad ons voorstel aanneemt, voorzien we de volgende meerjarenraming1 voor de begroting 2027: Ontwikkeling meerjarig saldo

2027

2028

2029

2030

Begrotingssaldo start Perspectievennota 2027

-955.774

-2.402.030

-2.164.313

-1.736.407

Autonome ontwikkelingen

-608.293

-1.027.305

-1.976.386

-2.723.324

Gemeenschappelijke regelingen

-421.373

-194.516

-170.515

-320.994

Investeringsprogramma (afschrijvingslasten)

0

68.473

75.059

103.211

-1.985.440

-3.555.378

-4.236.155

-4.677.514

Bestuurlijke prioriteiten met dekkingsvoorstel

-250.000

-250.000

-250.000

-250.000

Bestuurlijke prioriteiten

-492.450

-443.148

-472.686

-505.106

60.000

0

0

0

2.250.000

2.366.000

2.488.000

2.614.000

Te vinden dekking binnen bestaande financiële kaders

432.450

443.148

472.686

505.106

(concept) Begrotingssaldo na Perspectievennota

14.560

-1.439.378

-1.998.155

-2.313.514

(concept) Begrotingssaldo

Waarvan incidenteel met incidentele dekking Lokale inkomsten

De tabel laat zien hoe ons (concept) begrotingssaldo zich zonder maatregelen de komende jaren verder ontwikkelt en welke mutaties daarbij de belangrijkste rol spelen. Daarbij gaat het om autonome ontwikkelingen, gemeenschappelijke regelingen en het investeringsprogramma. De tabel maakt daarmee niet alleen zichtbaar wat het financiële effect is, maar ook waar de belangrijkste oorzaken liggen. De kern is dat onze structurele lasten harder groeien dan onze structurele baten. In 2027 is ons tekort, bij ongewijzigd beleid, al aanzienlijk en in de jaren daarna loopt dit verder op. Dat betekent dat de begroting niet alleen onder druk staat, maar ook dat er geen vanzelfsprekende ruimte is om extra middelen voor onze opgaven toe te voegen zonder aanvullende dekking of andere keuzes. Daarom stellen we een set aan maatregelen voor die het financieel perspectief op korte en lange termijn moeten verbeteren en borgen. Deze zijn opgenomen in bovenstaande tabel. Voor 2027 verwachten we daardoor een sluitende begroting te kunnen aanbieden. De jaren erna vragen nog om vervolgmaatregelen. Voor het juiste begrip van de gepresenteerde cijfers lichten we daarbij het volgende nog toe: Autonome ontwikkelingen – de Meicirculaire De zeer recent ontvangen meicirculaire laat een positiever beeld zien voor 2027 en verder ten opzichte van de cijfers van de Voorjaarsnota.

Dit wordt met name veroorzaakt door een stijging in het accres, het uitstel van de vervanging van de abonnementstarieven Wmo en door actualisatie van de maatstafgegevens. We informeren u met een aparte raadsinformatiebrief over alle mutaties uit de meicirculaire die voor ons relevant zijn, zodat uw raad op 8 juli 2026 kan beschikken over de meest actuele gegevens t.a.v. de rijksinkomsten. Gemeenschappelijke Regelingen - de motie ‘0-lijn’ In de raadsvergadering van 3 juli 2024 heeft uw raad een motie aangenomen waarin u het college opdraagt om: “enkel akkoord te gaan met de begrotingen 2026 en verder, van de 1 De Perspectievennota is een momentopname. Tal van (externe) factoren kunnen, in aanloop naar de

begroting, nog van invloed zijn op zowel de uitgaven als de inkomsten van de gemeente. Bovendien is het coalitieakkoord nog niet vertaald naar een collegewerkprogramma en de financiële consequenties daarvan.

6

gemeenschappelijke regelingen, als daarin de definitieve gemeentelijke bijdrage voor het jaar 2025 als nullijn wordt gehanteerd.” Het hanteren van een nullijn als absolute eis is te beperkt voor een volledig objectieve beoordeling van een begroting. Ook gemeenschappelijke regelingen hebben te maken met niet direct beïnvloedbare factoren zoals open-eind regelingen, rijksbijdragen en wijziging van wettelijke taken waardoor het aanhouden van een 0-lijn niet mogelijk is. In andere gevallen stijgt onze bijdrage omdat we meer diensten afnemen. We vinden het belangrijker dat we in gesprek blijven met onze gemeenschappelijke regelingen door te vragen om bestuurlijke keuzes voor te leggen. Met de vaststelling van de nota verbonden partijen heeft uw raad een basis aan regionale, financiële richtlijnen vastgesteld die erop toezien dat loon- en prijsindexering worden begrensd, de begroting beleidsarm wordt opgesteld en dat er niet onnodig wordt gereserveerd. Dit regionaal gedragen geheel aan richtlijnen vinden wij passend en dekkend om te borgen dat er reële begrotingen worden gepresenteerd. Structureel en reëel evenwicht als eerste vereiste voor financiële gezondheid In het voorliggende perspectief hebben we, naast zo realistisch mogelijk begroten, ook adviezen en aanbevelingen van bijvoorbeeld de VNG en de Provincie meegewogen.

Zo benutten we (financieel technische) kansen om ons financieel perspectief niet onnodig te verzwaren vanwege de financiële onzekerheden die er bovenlokaal spelen. Zo wijst de VNG erop dat gemeenten nog steeds last hebben van de oplopende kosten in de jeugdzorg en de nog onduidelijke gevolgen van de voorgenomen korting op de Wmo-huishoudelijke hulp. Daarom adviseert de VNG om de begroting 2027 structureel en reëel sluitend te maken, zodat preventief toezicht wordt voorkomen. Voor 2028 en verder adviseert de VNG om de lasten voor jeugdzorg realistisch te ramen en met stelposten te werken voor de verwachte maatregelen en onzekerheden. Daarnaast adviseert de VNG om de aangekondigde korting op de huishoudelijke hulp in de Wmo vanaf 2029 via een stelpost te neutraliseren, zolang nog niet duidelijk is hoe deze maatregel precies wordt uitgevoerd. Tot slot vraagt de VNG gemeenten om deze onzekerheden te verwerken in de risicoparagraaf en waar nodig ook mee te nemen in het weerstandsvermogen. Met deze adviezen houden we rekening in ons financieel perspectief. Onze toezichthouder, de Provincie, vereist dat we zorg dragen voor reëel en structureel evenwicht in de begroting. U kunt dat teruglezen in de Begrotingscirculaire 2027 welke is geagendeerd bij de ingekomen stukken. Deze is ook verder onder de aandacht gebracht van de audit commissie van 21 mei 2026.

Samengevat geven zij ons daarnaast de volgende “spelregels” mee: Bezuinigingen en taakstellingen mogen alleen worden opgenomen als deze hard en haalbaar zijn. Er wordt hierop actief getoetst; Structurele lasten mogen niet worden gedekt uit een reserve, met uitzondering van kapitaallasten; Gemeenten mogen 10% van het vrij besteedbare deel van de algemene reserve inzetten om structurele lasten te dekken. Dit op voorwaarde dat de weerstandsratio boven 1,0 blijft, de solvabiliteit groter is dan 20% en dit is afgestemd met de toezichthouder; De begroting van een gemeenschappelijke regeling (GR) is leidend voor het financieel toezicht. Ook de accountant onderschrijft het belang van financiële balans, zoals recentelijk in zijn verslag van bevindingen bij de jaarstukken 2025 valt terug te lezen. Mede daarom is in het coalitieakkoord benoemd dat onze financiële gezondheid essentieel is om daadkrachtig te kunnen blijven handelen in het belang van onze inwoners, ondernemers en bezoekers. Op basis van de voorgestelde aanpak voorzien we een sluitende begroting 2027.

7

Vervolg: 16 juni: 25 juni: 8 juli:

raadsinformatie-avond commissie ABM raad

Na vaststelling van de Perspectievennota 2027 verwerken we uw besluiten in de begroting 2027 en de meerjarenraming. De bestuurlijke en financiële uitgangspunten uit de nota dienen als basis voor verdere actualisatie van de bestaande budgetten en begrotingsopstelling. We starten samen met de ambtelijke organisatie een voorbereidingstraject zodat we de nog vast te stellen opdracht voor het financieel meerjarenperspectief zo goed mogelijk kunnen oppakken.

Rucphen, 9 juni 2026 Burgemeester en wethouders van Rucphen, de secretaris,

de burgemeester,

drs. E.A.C.M. Kolen.

mr. M. van der Meer Mohr.

Bijlage(n): a. Conceptbesluit b. Perspectievennota 2027

RAADSBESLUIT Perspectievennota 2027 8 juli 2026 De raad van de gemeente Rucphen, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 juni 2026, overwegende dat hij voor de voorbereiding van de Programmabegroting 2027 kaderstellende keuzes en/of uitgangspunten wenst te formuleren, gelet op artikel 4 van de Financiële Verordening Rucphen 2025 (artikel 212 Gemeentewet), gehoord de commissie Algemeen Bestuur en Middelen op 25 juni 2026, besluit: 1. De OZB-opbrengst in de begroting 2027 meerjarig met een bedrag van € 2.0 mln. te verhogen; 2. Met ingang van 2027 een structurele storting van € 250.000 per jaar te doen in de bestemmingsreserve Integraal huisvestingsplan en deze te dekken door een aanvullende verhoging van de OZB-opbrengst met eenzelfde bedrag; 3. De (overige) bestuurlijke prioriteiten uit de nota uitsluitend in de begroting 2027 op te nemen indien het college daarbij een concreet (structureel) dekkingsvoorstel aanbiedt; 4. De Perspectievennota 2027 vast te stellen als bestuurlijk richtinggevend document voor de verdere begrotingsvoorbereiding; 5.

Het college van B&W opdracht te geven om, in samenspraak met (een afvaardiging van) de raad, uiterlijk bij de Perspectievennota 2028 concrete voorstellen aan te bieden die het financieel perspectief vanaf 2028 structureel verbeteren; Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Rucphen in zijn openbare vergadering van 8 juli 2025, de griffier,

de voorzitter,

J.J.H. Lahaije.

mr. M. van der Meer Mohr.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17065797/1