CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

06 20210520 Jaarrekening cie raad

gemeenteraad 16 juni 2021, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling jaarrekening 2020 en bestemming batig rekeningsaldo 202041.620 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

63

Stelpost donorwet In het kader van de invoering van de nieuwe donorwet hebben gemeenten op basis van de septembercirculaire 2019 vanaf 2020 een structurele bijdrage ontvangen. Deze bijdrage is voor de wettelijke verplichting om bij afgifte van paspoort en rijbewijs de aanvrager te informeren over orgaandonatie. Deze middelen zijn hiervoor apart gezet in de begroting op een stelpost. Gebleken is dat de gemeente Rucphen hiervoor geen kosten maakt en dat middelen kunnen vrijvallen ten gunste van het begrotingssaldo. Voor 2020 betreft het een bedrag van € 4.000,00. Het structureel aframen van dit budget wordt verwerkt in de begroting 2021. Stelpost Brede regeling combi functie/buurtsportcoaches Begin 2020 zijn de afspraken van de Brede Regeling Combinatiefuncties aangepast en verstevigd. Daarmee wordt de zekerheid van de Rijksbijdrage aan buurtsportcoaches voor gemeenten vergroot. Deze verstevigde afspraken zijn in werking getreden vanaf 1 januari 2020 en zullen lopen tot en met 31 december 2022. Het beschikbare Rijksbudget is 75,2 mln. per jaar. De regeling is aangepast naar aanleiding van de constatering van de Algemene Rekenkamer, dat de middelen niet beleids- en bestedingsvrij werden verstrekt. Met de aangebrachte wijzigingen wordt de beleids- en bestedingsvrijheid van de regeling nu verstevigd.

Richting 2022 zal er in samenspraak met alle partijen die de bestuurlijke afspraken hebben ondertekend een evaluatie plaatsvinden over de wijze van voortzetting van de Brede Regeling Combinatiefuncties/buurtsportcoaches. De wijze waarop de middelen voor deze regeling tot nu toe beschikbaar zijn gesteld wordt hierin betrokken. Op basis van de decembercirculaire 2019 ontvangt de gemeente Rucphen voor de jaren 2020 tot en met 2022 een bedrag van € 42.772,00. Dit bedrag is opgenomen als stelpost. Vanwege de coronacrisis heeft dit traject stilgelegen. Dit wordt in 2021 verder opgepakt. Stelpost grondbedrijf boekwaarde grondexploitatie Conform de BBV voorschriften is het verplicht de rentekosten via een omslagmethode door te belasten aan taakvelden waar een boekwaarde van een investering voorkomt. Bij de verwerking van de begroting 2020 was het onderdeel grondbedrijf niet volledig en was hiervoor een stelpost opgenomen om de aansluiting te krijgen met het juiste rentebedrag voor het grondbedrijf. Bij de 1e bestuursrapportage 2020 is deze stelpost komen te vervallen en is het rentebedrag in lijn gebracht met het juiste rentebedrag voor het grondbedrijf. Stelpost ruimte plafond BCF compensatiefonds Onderdeel van de algemene uitkering is de stelpost ruimte plafond BTW-compensatiefonds.

Door de Provincie Noord-Brabant is aangegeven dat het is toegestaan een stelpost hiervoor op te nemen. In de Programmabegroting 2020 hebben wij hier voor het jaar 2020 een inkomstraming (stelpost) opgenomen van € 59.655,00. Dit bedrag sluit aan bij de afrekening van het BCF-plafond 2018, zoals de Provincie heeft voorgeschreven. Gezien de grote onzekerheid over de ontwikkeling van de ruimte onder het BCF-plafond is deze stelpost betrokken bij de risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen. In de meicirculaire 2020 is de afrekening van het BTW-Compensatiefonds 2019 verwerkt. Doordat gemeenten minder hebben gedeclareerd bij het BCF dan vooraf gedacht (septembercirculaire 2019), is de ruimte onder het plafond groter geworden. Dit voordeel is verdisconteerd in de berekening van de algemene uitkering 2020. Stelpost decentralisatie-uitkering Gezond in de stad Vanaf 2015 wordt een decentralisatie-uitkering van jaarlijks € 45.000,00 ontvangen, de zogenaamde GIDS middelen. “Gezond in de stad” is een stimuleringsprogramma dat GIDS-gemeenten helpt bij het versterken van hun lokale aanpak van gezondheidsachterstanden. De GIDS middelen werden deels ingezet om huursom van de Vrije Universiteit (VU) te bekostigen en ze worden ingezet voor de bekostiging van de regeling “brede impuls combinatiefuncties (sportcoaches)”.

De Vrije Universiteit heeft aangegeven na april 2020 de huur van een ruimte in het Gezondheidscentrum niet te willen verlengen. Deze huur werd door de gemeente aan de VU vergoed ten laste van de middelen die ontvangen zijn voor “Gezond In De Stad” (GIDS). Het gaat jaarlijks om een bedrag van € 6.440,00. Deze middelen vallen weer vrij in de stelpost voor GIDS middelen. Voor 2020 gaat het om een bedrag van € 4.293,00. In het actieprogramma Kansrijke Start heeft de Minister van VWS aangegeven dat via een decentralisatieuitkering middelen beschikbaar gesteld worden aan GIDS-gemeenten (Gezond in de stad) die een lokale coalitie willen vormen rondom de eerste 1000 dagen van kinderen. De middelen voor de eerste tranche zijn bij de meicirculaire aan het gemeentefonds toegevoegd. GIDS-gemeenten hebben zich in de periode van medio januari tot eind oktober kunnen aanmelden voor de tweede tranche van de impuls Kansrijke Start. In de

64

decembercirculaire 2019 is de verdeling van de tweede tranche voor de jaren 2019 tot en met 2021 opgenomen. De gemeente Rucphen ontvangt voor deze jaren € 6.713,00 per jaar extra. De inkomsten voor 2020 en 2021 zijn toegevoegd aan de stelpost decentralisatie-uitkering Gezond in de Stad. Stelpost subsidieprogramma De stelpost subsidieprogramma is bedoeld om mutaties op bestaande subsidies en incidentele subsidies te bekostigen. In de bestuursrapportages worden de mutaties op de stelpost toegelicht. Stelpost taakstelling bedrijfsvoering Op basis van de begroting 2020 was de taakstelling bedrijfsvoering voor 2020 € 36.382,00. Deze taakstelling is behaald en de mutaties op de stelpost zijn in de bestuursrapportages toegelicht. Stelpost ondersteuning griffier In de begroting 2020 was een stelpost opgenomen in verband met de ondersteuning van de griffier. Deze stelpost is daarna meegenomen in de verdeling van de salariskosten van de begroting. Dwangsommen Dwangsommen worden alleen in uitzonderlijke situaties opgelegd en worden om die reden niet als structurele inkomst geraamd. In 2019 is een bedrag van ruim € 6.000,00 aan dwangsommen opgenomen. Het invorderingstraject hiervan is nog lopende. Om deze reden is dit bedrag in 2020 opgenomen als dubieuze debiteur. Verder is in 2020 een bedrag van € 16.000,00 aan dwangsommen opgenomen. Ook hierbij is het invorderingstraject nog lopende.

65

De kosten van overhead In de programma’s nemen we alleen de kosten van het primaire proces op. Dit met het uitgangspunt dat we kosten zoveel mogelijk direct toerekenen aan een taakveld. Overhead is niet direct toe te rekenen aan een specifiek taakveld en wordt daarom centraal begroot en verantwoord. Om vast te stellen welke kosten onder de overhead vallen, is door commissie BBV de volgende definitie opgesteld: “Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Het is voorgeschreven de kosten van overhead in een apart overzicht op te nemen. Doordat de overhead op een apart taakveld wordt begroot, staan deze niet bij de taakvelden van bijvoorbeeld riolering en afval. Om de tarieven toch juist vast te stellen, rekenen we de overhead afzonderlijk toe. Deze methode is opgenomen in de verordening art. 212 Gemeentewet (de financiële verordening). Ook is voorgeschreven dat in de paragraaf Lokale Heffingen per bestemmingsheffing een tabel wordt opgenomen waarin de berekening van de kostendekkendheid is verwerkt. In onderstaande tabel zijn de kosten van overhead in rubrieken onderverdeeld. Ook geven we per rubriek een verklaring van de verschillen tussen de begroting (na wijziging) en de werkelijke baten en lasten. Wij verwijzen daarbij in een aantal gevallen naar een inhoudelijke toelichting in de paragraaf Bedrijfsvoering.

Rubriek

Begroot

Salariskosten

Werkelijk

Saldo

4.296.928

4.143.952

152.976

Overige personeelskosten

300.724

266.656

34.068

Kapitaallasten

437.697

437.697

-

Belastingen en verzekeringen

79.181

79.145

36

Behandeling Bezwaren en rechtskundig advies

87.830

83.521

4.309

Inkoop

118.251

124.044

-5.793

Communicatie

141.715

58.333

83.382

Automatisering en telefonie

984.647

878.533

106.114

Archief

94.068

94.068

-

Facilitair

263.568

304.788

-41.220

Catering en overige kosten

37.101

41.168

-4.067

6.841.710

6.511.905

329.805

Totaal overheadkosten Doorbelaste salariskosten en overhead Totaal netto overheadkosten

421.273

409.671

11.602

6.420.437

6.102.234

318.203

Verschillenverklaring De belangrijkste oorzaak van de daling van de netto overheadkosten zijn de lagere salaris- en personeelskosten, lagere kosten voor communicatie en lagere kosten voor automatisering. De lagere salariskosten zijn het gevolg van lagere kosten van inhuur van personeel. De lagere personeelskosten worden met name veroorzaakt door lagere kosten bij de studies en cursussen, lagere kosten voor de werkkostenregeling en minder kosten voor dienstreizen. Hiervan wordt wel € 10.000,00 overgebracht naar 2021 voor bewustwording integriteit. Bij communicatie ligt de oorzaak bij nog niet gedane uitgaven voor budgetten van overheidsparticipatie en ideeënmakelaars. Hiervan wordt ongeveer € 84.000,00 overgebracht naar 2021 omdat door de coronacrisis we niet zijn toegekomen aan de activiteiten. Bij automatisering en telefonie zijn minder kosten gemaakt bij onderhoud programmatuur. Tevens wordt € 26.000,00 overgebracht naar 2021 voor informatieveiligheid, het werkbudget privacy en de privacy module Salariskosten Aan het taakveld overhead worden de salariskosten van de ambtelijke organisatie toegerekend in overeenstemming met de verdeling in de begroting 2020.

66

Overige personeelskosten Onder deze rubriek vallen alle kosten die betrekking hebben op personeel, niet zijnde salariskosten. De belangrijkste onderdelen hierin zijn: • werving en selectie; • kosten van arbodienst en arbeidsgeneeskundig onderzoek; • reis- en verblijfkosten; • studies en cursussen; • ondernemingsraad. Kapitaallasten Betreft afschrijving en toegerekende rente op basis van het omslagprincipe over de boekwaarde van gebouw, inventaris, automatisering, etc. Belasting en verzekeringen Betaalde belastingen en afgedragen premies. Behandeling bezwaren en rechtskundig advies Overheidsorganen zoals gemeenten kunnen beslissingen nemen met rechtsgevolgen voor anderen. De rechtsbescherming is o.a. geregeld in de Algemene Wet Bestuursrecht. Daarnaast kan het zijn dat iemand meent niet correct behandeld te zijn door de gemeente (bestuur of medewerkers) en daarover een klacht wil indienen. Een klacht wordt in eerste instantie door de gemeente zelf behandeld. Als dat niet tot een oplossing leidt kan een klacht worden ingediend bij een onafhankelijke ombudsvoorziening: de Commissie Ombudsman. Inkoop Wij hebben de werkzaamheden van inkoop en aanbesteding voornamelijk uitbesteed aan de Stichting Inkoopbureau West-Brabant, een samenwerkingsverband van gemeenten en gemeenschappelijke regelingen op het gebied van inkoop in de regio Zuid-West Nederland.

Het Inkoopbureau ondersteunt en adviseert haar deelnemers op het gebied van inkoop en contractmanagement in de ruimste zin van het woord. Bij iedere deelnemer worden een of meerdere medewerkers vanuit het Inkoopbureau gestationeerd. Deze medewerkers zorgen dat het inkoop- en aanbestedingsbeleid actueel is, verzorgen de begeleiding van aanbestedingen en vervullen een helpdeskfunctie op het gebied van inkoop. Ook verzorgt het Inkoopbureau de coördinatie, de aanbestedingen en het contractmanagement van regionale en gezamenlijke aanbestedingen. Daarnaast biedt het Inkoopbureau verzorging van het contractmanagement van (complexe) contracten en van het doorlopen van innovatieve aanbestedingen. Communicatie Voor een toelichting op onze doelstellingen met betrekking tot communicatie en de vastgestelde beleidskaders verwijzen wij naar de paragraaf Bedrijfsvoering. De kosten die onder overhead worden verantwoord hebben vooral betrekking op de publicaties in de raadhuiskrant, kosten overheidsparticipatie en de inhuur van tijdelijke ondersteuning in verband met uitvoering van de Communicatievisie 2017-2022. Automatisering en telefonie Op 16 december 2015 hebt u de ‘Visie op Dienstverlening en Informatievoorziening’ vastgesteld. Aansluitend hebben wij een ‘Programmaplan Dienstverlening en Informatievoorziening 2016-2020’ vastgesteld.

Naar aanleiding van het programmaplan is een ‘Meerjaren Uitvoeringsprogramma Dienstverlening en Informatievoorziening 2016-2020’ opgesteld. Op basis van deze documenten vinden investeringen in zowel hard- als software plaats. Daar vloeien dan kapitaallasten en onderhoudskosten uit voort. Archief Wij zijn deelnemer in de gemeenschappelijke regeling “West-Brabants Archief” (WBA). De financiële bijdrage over 2020 bedroeg € 94.068,00. Facilitair Dit onderdeel omvat alle kosten die te maken hebben met het gebruik van het gemeentehuis zoals schoonhouden, energieverbruik, onderhoud gebouw, inventaris en installaties, en beveiliging. De inkomsten in verband met verhuur zijn op de kosten in mindering gebracht. Tevens omvat deze rubriek de kosten van druken bindwerk, briefporten en abonnementen op (digitale) vakliteratuur. Catering en overige kosten Deze rubriek bevat de kosten voor het bedrijfsrestaurant, de vergaderkosten, de kosten van de maaltijden voor de avondopenstelling en de kosten voor de koffieautomaten.

67

Heffing Vennootschapsbelasting Gemeenten zijn op grond van de 'Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen' verplicht vennootschapsbelasting (Vpb) te betalen als zij een fiscale onderneming hebben. Deze wet is, mede onder druk van de Europese Commissie, ingevoerd om een gelijk speelveld te maken tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. De belasting heeft voor onze gemeente betrekking op het grondbedrijf en k over opbrengsten van het afval (niet de afvalstoffenheffing). Per saldo is € 3.124,00 ontvangen aan betaalde vennootschapsbelasting. In 2020 is een voorschot over de aangifte van 2020 betaald. Daarnaast is een eerdere betaling over 2017 teruggedraaid. In het boekjaar 2020 is per saldo een negatieve uitgaaf verantwoord.

68

De Paragrafen Wij hebben, conform BBV, zeven programma overstijgende paragrafen in de begroting opgenomen. De indeling van de jaarstukken is gelijk aan die van de begroting en kent daarom in ieder geval diezelfde paragrafen. Op advies van de commissie BBV wordt een achtste paragraaf “financiële effecten van de corona crisis” toegevoegd aan de jaarstukken 2020. In de paragrafen staat informatie voor raadsleden waarmee zij inzicht krijgen in de financiële positie van onze gemeente, de beheersmatige aspecten en de risico’s. Wij gaan in op de volgende onderwerpen: • lokale heffingen • weerstandsvermogen en risicobeheersing • onderhoud van kapitaalgoederen • financiering • bedrijfsvoering • verbonden partijen • grondbeleid • financiële effecten corona crisis

Lokale heffingen Lokale heffingen zijn de opbrengsten uit rechten (retributies) en de eigen belastingen. In deze paragraaf staat informatie over: • de actualiteiten; • de geraamde inkomsten; • de beleids- en begrotingsuitgangspunten; • de kostendekking van de tarieven; • de lokale lastendruk; • het kwijtscheldingsbeleid; • Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB). Actualiteiten Taxatie woningen op basis van gebruiksoppervlakte De Waarderingskamer heeft besloten dat uiterlijk per 1 januari 2022 alle gemeenten de woningen verplicht moeten taxeren op basis van de gebruiksoppervlakte (m2). Dit sluit beter aan bij de markt. Tot en met belastingjaar 2020 taxeerden we woningen binnen de gemeente Rucphen nog op inhoud (m3). In februari 2021 zijn de eerste aanslagen op basis van gebruiksoppervlakte opgelegd. Om dit te realiseren zijn in de periode november 2018 tot en met december 2020 ongeveer 9.600 woningen opnieuw getaxeerd. Voor het hele project betalen we een incidentele bijdrage van € 79.000,00 aan de BWB. De (deel)bijdrage voor 2020 bedroeg € 32.920,00. In 2021 wordt het project afgerond en afgerekend. Toename waardebezwaren De verwachting is dat de groei van het aantal waardebezwaren van de afgelopen jaren blijft doorzetten (22% per jaar). Dit wordt grotendeels veroorzaakt door de tussenkomst van no cure no pay (NCNP)-bureaus.

Het verdienmodel van NCNP-bureaus is gericht op vergoedingen (proceskosten) die zij ontvangen als professionele ondersteuner in een bezwaarproces. Die vergoedingen zijn vaak een veelvoud van het voordeel voor de bezwaarmaker. Ter illustratie: een verlaging van de WOZ-waarde met € 10.000,00 levert een bezwaarmaker € 10,06 op in 2021. Ditzelfde bezwaar kost onze gemeente € 282,62. Deze ontwikkeling leidt tot een sterke stijging van de kosten, door extra tijdsbesteding aan bezwaarafhandeling en te betalen proceskosten. De BWB zet in op verschillende hulpmiddelen om de bezwaarmakers te motiveren om rechtstreeks met BWB te schakelen. Er zijn dan geen proceskosten verschuldigd en het resultaat voor de bezwaarmaker blijft gelijk. Geraamde inkomsten In onderstaand overzicht zijn de inkomsten per belastingsoort opgenomen.

69

Soort

Begroting

Begroting na wijziging

Werkelijk

Algemene dekkingsmiddelen

3.907.150

3.779.110

3.757.039

Onroerende-zaakbelastingen:

3.683.866

3.683.866

3.689.664

eigenarenheffing woningen

2.683.948

2.683.948

2.702.584

eigenarenheffing niet-woningen

605.290

605.290

608.713

gebruikersheffing niet-woningen

394.628

394.628

378.368

meeropbrengst OZB areaaluitbreiding

90.000

28.000

-

Forensenbelasting

17.687

19.287

19.224

Toeristenbelasting

115.597

47.957

48.151

Leges

807.664

932.286

1.035.830

Algemene dienstverlening

212.484

182.957

193.024

Algemene dienstverlening (rijksleges)

120.000

120.000

71.962

Omgevingsvergunningen

471.077

622.472

766.548

Europese dienstenrichtlijn

4.103

6.857

4.296

Overige heffingen

4.835.989

4.894.634

4.868.133

Rioolheffing

2.270.400

2.312.400

2.310.581

Afvalstoffenheffing

2.519.750

2.540.850

2.514.731

Lijkbezorgingsrechten

34.507

30.052

35.199

Marktgelden

11.332

11.332

7.622

Verschillenverklaring Onroerendezaakbelastingen (OZB) De werkelijke OZB opbrengsten voor woning eigenaren zijn ruim € 28.000,00 meer dan begroot. Dit komt door een sterkere waardeontwikkeling. De WOZ-waarden van woningen tussen de waardepeildatum 1 januari 2018 en 1 januari 2019 zijn gemiddeld met 4,9% gestegen. In de tariefstelling is rekening gehouden met 3,0%. Over voorgaande belastingjaren verklaren we ruim € 4.300,00 oninbaar en storten we € 5.000,00 extra in de voorziening dubieuze debiteuren. Deze mutaties hebben een negatief effect op de werkelijke inkomsten. De OZB opbrengsten van niet-woningen laten een andere ontwikkeling zien. Hier zijn de werkelijke opbrengsten € 9.000,00 minder dan begroot. Er is echter geen sprake van waardedaling. De WOZ-waarden van overige onroerende zaken tussen de waardepeildatum 1 januari 2018 en 1 januari 2019 stegen gemiddeld met 3,8%. In de tariefstelling hielden we rekening met gemiddelde van 1,17%. Het verschil ontstaat binnen de OZB gebruikersheffing en is waarschijnlijk een gevolg van toenemende leegstand. Per jaareinde is daar sprake van een negatief op te leggen bedrag van ruim € 21.000,00. De rest van het verschil verklaren we door een storting van € 3.000,00 in de voorziening dubieuze debiteuren. Deze mutatie heeft een negatief effect op de (verwachte) inkomsten.

De geraamde meeropbrengst OZB uit begroting 2020 is niet volledig behaald. Het begrote bedrag was in de 2e bestuursrapportage 2020 al verminderd naar een bedrag van € 28.000,00. Dit komt overeen met de meeropbrengsten van OZB woning-eigenaren. Echter door bovengenoemde negatieve mutaties uit het jaarwerk is per saldo slechts € 5.798,00 gerealiseerd aan meeropbrengsten. Forensenbelasting Er is meer forensenbelasting opgelegd dan geraamd. In de 2e bestuursrapportage 2020 is de raming geactualiseerd. Dit komt door de staffel in het tarief. Een minimale stijging in de WOZ-waarde kan een onevenredige stijging in opbrengst veroorzaken. In absolute waarden is de stijging minimaal. Toeristenbelasting De coronacrisis heeft een grote impact op de (verwachte) inkomsten toeristenbelasting. In 2020 zijn de opgelegde voorlopige aanslagen met 9/11 deel van het aanslagbedrag verlaagd. Dit om te borgen dat bedrijven

70

in de recreatieve sector niet werden geconfronteerd met een onrealistisch aanslagbedrag en in liquiditeitsproblemen zouden komen. Voor gemeente Rucphen betekent dit een inkomstenverlies in 2020, waarvan het werkelijke verlies, pas kan worden bepaald bij de definitieve aanslag 2020, die in 2021 wordt opgelegd. Voor een reëele tussentijdse raming, maakten we gebruik van een onderzoek van het Centrum voor geldzaken. Op basis van dit onderzoek is een bedrag van € 67.640,00 aan inkomsten afgeraamd. Het verschil tussen de voorlopige aanslag en de raming is opgenomen als “nog op te leggen”. Leges Het verschil tussen de opbrengsten leges ‘Algemene dienstverlening’ en de begroting is het gevolg van een afname in het aantal verkochte reisdocumenten. Deze “reisdocumentendip” zorgt dat de werkelijke opbrengst secretarieleges achterblijft op de raming. Dit verschil is niet direct zichtbaar in de tabel omdat de ontvangen huwelijksleges (€ 14.500,00) en leges op grond van de Telecommunicatiewet (€ 17.500,00) dit verlies (deels) opvangen. Omdat reisdocumenten bestaan uit een rijksdeel en een gemeentedeel blijven ook de rijksleges achter op de raming. Dit heeft geen effect op het resultaat, omdat deze ontvangsten in het geheel worden afgedragen aan het Rijk. Het verschil bij de leges Omgevingsvergunningen verklaren we a.d.h.v. de ontvangsten met betrekking tot bouwleges.

Het aantal bouwaanvragen is eind 2020 fors toegenomen. De gerealiseerde meeropbrengst van € 140.000,00 kon niet meer in de financiële slotwijziging worden meegenomen. In de leges Europese dienstenrichtlijn is er slechts sprake van een minimaal verschil met de raming. Rioolheffing In de 2e bestuursrapportage 2020 is een meeropbrengst van € 42.000,00 toegevoegd aan de raming. In werkelijkheid is dit bijna € 50.000,00. Dit is deels het gevolg van een toename van het aantal woningen (areaal) en een waardestijging van de objecten in de categorie niet-woningen. Het verschil bestaat voor € 1.400,00 uit het oninbaar verklaren van vorderingen rioolheffing uit voorgaande jaren. Daarnaast wordt ruim € 6.000,00 gestort in de voorziening dubieuze debiteuren. Afvalstoffenheffing In de 3e begrotingswijziging 2020 is het effect van de aanbesteding huis-aan-huis inzameling van huishoudelijk afval, het medegebruik van de milieustraat Etten-Leur en de tariefstelling afvalstoffenheffing 2020 verwerkt. Dit effect was nog niet bekend bij het opstellen van de begroting 2020, wat het verschil tussen de primitieve begroting en begroting na wijziging verklaart. De opbrengst van de afvalstoffenheffing is € 26.000,00 minder dan de begroting na wijziging.

Dit is te verklaren door een extra storting in de voorziening dubieuze debiteuren van € 17.000,00 en het oninvorderbaar verklaren van ruim € 1.000,00 aan vorderingen uit voorgaande jaren. Het resterende verschil (€ 8.000,00) komt door een afwijking van het aantal werkelijke ledigingen t.o.v. het begrootte aantal ledigingen. Lijkbezorgingsrechten In 2020 is de geraamde opbrengst lijkbezorgingsrechten meer dan behaald. De opbrengst bestaat voor het grootste gedeelte uit verlengingen van bestaande grafrechten. Dit geldt zowel voor de begraafplaats aan de Kaaistraat in St. Willebrord als aan de Kerstraat in Rucphen. Marktgelden De werkelijke opbrengsten marktgelden blijven achter op de raming. Het verschil verklaren we door een lagere bezetting van de markt.

71

Beleids- en begrotingsuitgangspunten De belangrijkste beleids- en begrotingsuitgangspunten voor de heffing van gemeentelijke belastingen, rechten en leges worden jaarlijks in de paragraaf lokale heffingen van de begroting beschreven. Deze liggen ook vast in het Coalitieakkoord 2018 – 2022 voor deze raadsperiode. De meest belangrijke uitgangspunten zijn: • de opbrengstverhoging van de onroerende-zaakbelastingen (OZB) jaarlijks beperken tot maximaal 2%; • een 100% kostendekkende tariefberekening bij de afvalstoffenheffing en rioolheffing. Verder is het gebruikelijk om de jaarlijkse verhoging van de toeristen- en forensenbelasting te koppelen aan de OZB-opbrengstverhoging. De verhoging van andere belastingen en rechten, zoals het marktgeld en lijkbezorgingsrechten, koppelen we aan het Consumenten Prijs Indexcijfer (CPI). Deze index wordt jaarlijks door het Centraal Plan Bureau bekend gemaakt. Volgens de Kerngegevenstabel 2017 – 2020, gepubliceerd in augustus 2019, is het indexcijfer voor 2020 ingeschat op 1,5%. Het vaststellen van belastingverordeningen en tarieven is een autonome bevoegdheid van de gemeenteraad. In de raadsvergadering van het 11 december 2019 heeft uw raad, voorafgaand aan het nieuwe belastingjaar, de verordeningen voor 2020 vastgesteld. Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Op basis van artikel 220 van de Gemeentewet mogen we belastingen op onroerende zaken heffen.

Dit doen we om een deel van onze gemeentelijke taken te bekostigen. De onroerende-zaakbelastingen vormen de grootste ‘eigen’ inkomstenbron van onze gemeente. Drie groepen krijgen een aanslag OZB: • eigenaren van woningen; • eigenaren van niet-woningen; • gebruikers van niet-woningen. De eigenaar/gebruiker op 1 januari van enig jaar is belastingplichtig voor dat hele jaar. De heffingsgrondslag is de (WOZ)waarde van de onroerende zaak, die met een WOZ-beschikking is vastgesteld. Voor het belastingjaar 2020 gold de waardepeildatum 1 januari 2019. Bij de vaststelling van de OZB-opbrengst is, conform het coalitieakkoord, vastgehouden aan de afgesproken maximale stijging van 2%. Daarnaast is rekening gehouden met extra opbrengst als gevolg van areaaluitbreiding. De vastgestelde OZB-opbrengst in combinatie met de totale WOZ-waarde bepaalt het definitieve tarief. Hierbij gaan we uit van de totale WOZ-waarde van alle woningen en niet-woningen. Deze waarde is berekend exclusief areaaluitbreiding en waardeverlaging als gevolg van bezwaar- en beroepschriften. Wel houden we rekening met de verwachte waardeontwikkeling. Forensenbelasting We heffen forensenbelasting om mensen die relatief veel in onze gemeente verblijven, maar geen ingezetene zijn van onze gemeente, mee te laten betalen aan voorzieningen in onze gemeente.

Het doel is niet om kosten voor deze voorzieningen één op één te verhalen, maar juist om een bijdrage te vragen aan het algemene voorzieningenniveau. De heffingsgrondslag is de WOZ-waarde van de woning waarin het verblijf plaatsvindt. Conform de uitgangspunten verhoogden we de forensenbelasting met hetzelfde percentage als de OZB (2%). Toeristenbelasting Toeristenbelasting is verschuldigd over zakelijke of privé overnachtingen van mensen buiten de gemeente die hiervoor een vergoeding betalen. Degene die overnacht, betaalt de belasting vrijwel altijd aan de ondernemer die de overnachting verzorgt. Deze ondernemer draagt de belasting daarna af aan de gemeente. Deze belasting kent zowel een tarief voor volwassenen als voor jeugdige personen tot en met de leeftijd van 18 jaar. Bij de wijziging van de tarieven van de toeristenbelasting is rekening gehouden met het amendement dat in december 2014 door de raad is aangenomen. De tarieven worden pas verhoogd als de meerjarige indexering gekoppeld aan de OZB-opbrengstverhoging (2%) leidt tot een verhoging van de tarieven met een tot op € 0,05 nauwkeurig af te ronden tarief. In 2020 was een verhoging niet aan de orde. Het tarief voor volwassenen bleef gelijk op € 1,00 en het tarief voor jeugdige personen op € 0,75.

72

Kostendekking van de tarieven Naast de hiervoor genoemde belastingen beschrijven we in dit onderdeel ook de heffingen en rechten die hoogstens kostendekkend mogen zijn. We maken inzichtelijk hoe we bij de berekening van de tarieven borgen dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn en hoe deze uitgangspunten zijn gebruikt bij de tariefstelling. Rioolheffing De rioolheffing hangt samen met de wettelijke zorgplicht voor drie beleidsvelden op het gebied van water. Doel van de rioolheffing is om geld vrij te maken voor onder meer de afvoer van afvalwater, de afvoer van regenwater (ook wel hemelwater genoemd) en het beheer van het grondwaterpeil. De inkomsten uit rioolheffing zijn alleen beschikbaar voor uitgaven gerelateerd aan de beschreven zorgtaken. Het heffen van rioolheffing om andere gemeentetaken te financieren is niet toegestaan. De tariefontwikkeling van de rioolheffing is afhankelijk van de kostenonderbouwing zoals opgenomen in de financiële paragraaf van het gemeentelijk rioleringsplan. Op 13 december 2017 heeft uw raad het verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (vGRP) 2018 – 2022 vastgesteld. Hierbij is gekozen voor het scenario ‘risicogestuurd rioolbeheer’. Een volledig 100%-kostendekkende tariefberekening is het uitgangspunt. Voor woningen is een vast bedrag aan rioolheffing verschuldigd.

In 2020 is dit bedrag bepaald op € 207,02. Voor niet-woningen is de WOZ-waarde van het object de heffingsgrondslag. De heffingsmaatstaf is 0,1124% van de totale WOZ-waarde met een maximale heffing voor niet-woningen van € 2.500,00. De eigenaar op 1 januari van het belastingjaar is belastingplichtig voor het gehele jaar.

Berekening van de kostendekkendheid rioolheffing

Omschrijving

Begroot

Begroting na wijziging

Werkelijk

Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

1.554.565 97.920

1.544.837

1.544.705

97.920

109.592

Netto kosten taakveld

1.456.645

1.446.917

1.435.112

Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente

207.334

207.334

207.334

BTW

312.974

312.974

312.974

Overig

293.447

355.099

355.161

Totale kosten

2.270.400

2.322.324

2.310.581

Opbrengst heffingen

2.270.400

2.312.400

2.310.581

Dekkingspercentage

100,0%

99,6%

100,0%

Afvalstoffenheffing Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor de inzameling van het afval van huishoudens. Met de afvalstoffenheffing kan de inzameling van het huishoudelijk afval worden bekostigd. De inkomsten uit de afvalstoffenheffing mogen niet meer dan kostendekkend zijn. Alle particuliere huishoudens waar de gemeente de inzamelplicht nakomt, moeten afvalstoffenheffing betalen. De heffing stellen we vast per perceel. Sinds de invoering van het DIFTAR-systeem bestaat de heffing uit een vast bedrag per perceel (woning) en een drietal variabele tarieven voor het per keer aanbieden van de verschillende afvalcontainers (restafval-, GFT-afval- en ondergrondse verzamelcontainer). Voor de huis-aanhuis inzameling van papier en plastic is géén bedrag verschuldigd. Het uitgangspunt bij de afvalstoffenheffing is een volledig 100%-kostendekkende tariefberekening. Alle kosten van de activiteiten die in enige mate (geheel/gedeeltelijk) kunnen worden toegerekend aan de in de Wet Milieubeheer opgenomen gemeentelijke zorgplicht voor het verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen, inclusief de kosten van de gemeentelijke milieustraat, zijn in de kostenonderbouwing meegenomen. Daarbij maken we onderscheid tussen vaste en variabele kosten, om zo het vaste tarief per perceel en de verschillende containertarieven te berekenen. Het vast tarief voor 2020 is € 140,50.

De variabele tarieven voor restafval, GFT-afval- en ondergrondse verzamelcontainer zijn respectievelijk € 9,80, € 3,40 en € 2,00 per lediging.

73

Berekening van de kostendekkendheid afvalstoffenheffing

Omschrijving

Begroot

Begroot na wijziging

Werkelijk

Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

2.065.710 109.620

2.120.806 109.620

2.125.383 253.530

Netto kosten taakveld

1.956.090

2.011.186

1.871.853

Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente

60.591

55.307

55.307

BTW

298.922

298.922

414.651

Overig

204.147

221.545

238.768

Totale kosten

2.519.750

2.586.960

2.580.579

Opbrengst heffingen

2.519.750

2.540.850

2.514.731

Dekkingspercentage

100,0%

98,2%

97,4%

Leges We heffen leges voor het in behandeling nemen van verschillende aanvragen voor gemeentelijke dienstverlening of voor het verkrijgen van diverse producten. Denk hierbij aan inwoners die betalen voor een paspoort, een rijbewijs of een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie, maar ook aan projectontwikkelaars die een aanvraag indienen voor een omgevingsvergunning. De opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen. Met andere woorden: een gemeente kan geen winst maken op de diensten die zij levert. De tarieven voor leges zijn daarom kostendekkend berekend. Daarnaast zijn er bepaalde producten waarvoor maximumtarieven gelden. Deze zijn landelijk vastgesteld. We berekenen alle tarieven op basis van de ‘activity-based-costing-methode’, waarbij we een inschatting maken van de werkelijke kosten van een dienst/product. Hierbij houden we rekening met de geraamde tijdsbesteding, directe kosten en een doorbelasting van overhead. De legestabel is onderverdeeld in drie titels met onderliggende hoofdstukken voor specifieke dienstverlening. In onderstaande tabellen is de kostendekking op hoofdstukniveau inzichtelijke gemaakt.

Titel 1 Algemene dienstverlening kosten hoofdstuk 1

Dienstverlening en Producten

hoofdstuk 2

Burgerlijke stand

hoofdstuk 3

Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

hoofdstuk 4

Rijbewijzen

hoofdstuk 5

Verstrekkingen uit de basisregistratie personen

hoofdstuk 6

Vervallen

hoofdstuk 7

Vastgoedinformatie

hoofdstuk 8

Overige publiekszaken

hoofdstuk 9

Leegstandwet

hoofdstuk 10 Vervallen

opbrengsten

dekking

-

618

0,0%

36.963

20.321

55,0%

72.131

53.577

74,3%

163.523

123.143

75,3%

3.255

1.905

58,5%

-

-

0,0%

-

-

0,0%

6.345

4.055

63,9%

-

-

0,0%

-

-

0,0%

887

802

90,5%

hoofdstuk 12 Telecommunicatie en ondergrondse infrastructuur

25.662

23.788

92,7%

hoofdstuk 13 Verkeer en vervoer

16.542

9.376

56,7%

hoofdstuk 11 Kansspelen

hoofdstuk 14 Vervallen

-

-

0,0%

hoofdstuk 15 Diversen

28.576

27.402

95,9%

kostendekking Titel 1

353.884

264.986

74,9%

74

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning kosten

opbrengsten

dekking

hoofdstuk 1

Begripsomschrijvingen

-

-

0,0%

hoofdstuk 2

Voorafgaand aan de formele aanvraag

-

-

0,0%

hoofdstuk 3

Omgevingsvergunning

1.013.419

654.225

64,6%

hoofdstuk 4

Vermindering

-

-

0,0%

hoofdstuk 5

Teruggaaf

hoofdstuk 6

Wet ruimtelijke ordening/Wet geluidhinder

hoofdstuk 7

In deze titel niet benoemde beschikking

kostendekking Titel 2

-

-

0,0%

166.622

112.323

67,4%

-

-

0,0%

1.180.041

766.548

65,0%

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn kosten

opbrengsten

dekking

hoofdstuk 1

Horeca

2.744

1.255

45,7%

hoofdstuk 2

Organiseren evenementen of markten

3.968

1.431

36,1%

hoofdstuk 3

Seksbedrijven

-

-

0,0%

hoofdstuk 4

Vervallen

hoofdstuk 5

Gastouderopvang

hoofdstuk 6

Winkeltijdenwet

-

116

0,0%

hoofdstuk 7

Marktstandplaats

1.577

1.136

72,1%

hoofdstuk 8

In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

-

-

0,0%

kostendekking Titel 3

-

-

0,0%

1.267

358

28,2%

9.556

4.296

45,0%

Marktgeld en lijkbezorgingsrechten Marktgeld en lijkbezorgingsrechten vallen, net als leges, onder retributies (rechten). Retributies worden geheven als de gemeente een dienst verleent of een van haar bezittingen ter beschikking stelt. In dit geval gaat het om respectievelijk het gebruik van een marktstandplaats en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats. Ook bij deze rechten geldt dat ze maximaal kostendekkend mogen zijn, maar hier kiezen we bewust voor gedeeltelijke kostendekking. Een verhoging naar volledig kostendekkende tarieven leidt tot ongewenst hoge (schrik-)tarieven. Bij de berekening van het tarief van het markt- en promotiegeld hebben wij in verband met de praktische hanteerbaarheid het tarief op € 0,05 naar boven afgerond. De lijkbezorgingsrechten worden afgerond op hele euro’s. Berekening van de kostendekkendheid marktgeld Omschrijving

Begroting na wijziging

Begroot

Werkelijk

Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

33.409 3.784

31.269 10.784

23.173 10.244

Netto kosten taakveld

29.625

20.485

12.929

9.300

9.300

9.300

BTW

-

-

-

Overig

-

-

-

Totale kosten

38.925

29.785

22.229

Opbrengst heffingen

11.332

11.332

7.622

Dekkingspercentage

29,1%

38,0%

34,3%

Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente

75

Berekening van de kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten Omschrijving

Begroting na wijziging

Begroot

Werkelijk

Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

76.484 -

75.626 -

110.163 178

Netto kosten taakveld

76.484

75.626

109.985

Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente

39.028

39.028

39.028

BTW

-

-

-

Overig

-

-

-

115.512

114.654

149.013

Opbrengst heffingen

34.507

30.052

35.199

Dekkingspercentage

29,9%

26,2%

23,6%

Totale kosten

Lokale lastendruk In onderstaande tabel geven we een doorkijk in het verloop van de tarieven en de waardeontwikkeling. Belastingsoort

2017

2018

2019

2020

1. eigenarenheffing woningen

0,1156%

0,1139%

0,1098%

0,1048%

2. eigenarenheffing niet-woningen

0,1438%

0,1499%

0,1610%

0,1565%

3. gebruikersheffing niet-woningen

0,1204%

0,1264%

0,1313%

0,1279%

1. tarief woningen

€ 204,15

€ 205,58

€ 207,02

€ 207,02

2. tarief niet-woningen

0,1058%

0,1108%

0,0987%

0,1124%

€ 92,40

€ 109,20

€ 124,20

€ 140,50

2. tarief lediging Restafvalcontainer

€ 5,25

€ 5,60

€ 6,85

€ 9,80

3. tarief lediging GFT-afvalcontainer 4. tarief inworp ondergrondse verzamelcontainer

€ 1,85

€ 2,00

€ 2,40

€ 3,40

€ 1,05

€ 1,10

€ 1,35

€ 2,00

1-1-2016

1-1-2017

1-1-2018

1-1-2019

1. woningen

0,4%

1,3%

3,8%

4,9%

2. niet-woningen

-3,7%

1,6%

7,2%

3,8%

Gemiddelde woningwaarde (CBS Statline)

1-1-2016

1-1-2017

1-1-2018

1-1-2019

1. woningen

€ 240.000

€ 239.000

€ 244.000

€ 253.000

Onroerende-zaakbelastingen

Rioolheffing

Afvalstoffenheffing 1. vast bedrag per perceel

Waardeontwikkeling WOZ-waarde

Ook hebben we voor de verschillende (fictieve) huishoudens de financiële consequenties in een tabel weergegeven. Wij hebben onderscheid gemaakt in een berekening voor belastingplichtigen met een eigen woning of eigen bedrijf, en een berekening voor huurders van woningen.

76

Lokale lastendruk Belastingsoort

Huurwoning

WOZ-waarde object per 01-01-2018

n.v.t.

Particuliere woning

Particuliere woning

€

€

Waardeontwikkeling (Waarderingskamer)

250.000 4,90%

WOZ-waarde object per 01-01-2019

400.000

Bedrijf €

700.000

4,90%

€

262.000

€

419.000

€

274,58

€

3,80% €

726.000

439,11

€

1.136,19

n.v.t.

€

928,55

€

816,02

Onroerende-zaakbelastingen eigenarenheffing

n.v.t.

gebruikersheffing

n.v.t.

n.v.t.

Rioolheffing: woningtarief

n.v.t.

€

207,02

€

207,02

niet-woningtarief Afvalstoffenheffing (*) Vast tarief per perceel

€

140,50

€

140,50

Lediging GFT-container

€

20,40

€

20,40

Lediging Rest-container

€

107,80

€

107,80

Totaal aanslag 2020

€

268,70

€

750,30

Aanslagbedrag 2019

€

213,95

€

Verschil

€

54,75

€

€

140,50

n.v.t.

€

20,40

n.v.t.

€

107,80

n.v.t.

€

914,83

€ 2.880,77

695,47

€

860,17

€ 2.737,00

54,83

€

54,66

€

143,77

(*) uitgaande van een gemiddeld aantal ledigingen van respectievelijk 6 GFT/ 11 Rest afvalcontainers.

Kwijtscheldingsbeleid Het verlenen van kwijtschelding is geen verplichting maar een bevoegdheid. Volgens de Invorderingswet kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend aan een belastingplichtige die zijn belastingaanslag of een deel daarvan niet anders dan met buitengewoon bezwaar kan betalen. De Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2020 is vastgesteld op 11 december 2019. In iedere verordening geven we afzonderlijk aan of er kwijtschelding mogelijk is. In 2020 kon volledige kwijtschelding worden verzocht voor de aanslag OZB, rioolheffing en het vaste deel van de afvalstoffenheffing. Kwijtschelding van het variabele deel van de afvalstoffenheffing was beperkt tot een maximum aantal containerledigingen, namelijk 9 ledigingen van de restafvalcontainer, 5 ledigingen van de GFT-container en 26 inworpen in de ondergrondse verzamelcontainer. Daarnaast is in het kwijtscheldingbeleid aangegeven wanneer iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. Dit toetsten we aan de betalingscapaciteit en de hoogte van het vermogen van een belastingschuldige. Hier zijn normeringen voor. Het betreft de normen en bedragen genoemd in de Participatiewet (bijstandsnorm), die gelden voor de “kosten van bestaan”. In ons bestaand beleid is gekozen om de kosten van bestaan op 100% van de bijstandsnorm te stellen.

Dit is het maximaal toegestane percentage en zorgt voor de ruimste mate van kwijtschelding. In 2020 is voor ruim € 77.000,00 aan kwijtschelding verleend. Hiervan heeft € 52.000,00 betrekking op het vaste deel en € 25.000,00 op het variabele deel van de afvalstoffenheffing. Er is geen OZB of rioolheffing kwijtgescholden. Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) In 2020 is € 395.700,00 aan reguliere bijdragen betaald aan de BWB. Dit bedrag is exclusief compensabele BTW en na verwerking van de 2e begrotingswijziging BWB 2020. Daarnaast is voor het project “Transitie naar waarderen op gebruikersoppervlak” aanvullend € 32.920,00 bijgedragen. Tot slot moesten we op basis van nacalculatie € 20.500,00 bijbetalen over 2019. Gelijktijdig kon € 3.400,00 meer aan compensabele BTW worden teruggevorderd. Per saldo is er sprake van een nadeel van € 17.100,00.

77

Weerstandsvermogen en risicobeheersing In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijven we de financiële positie van onze gemeente. Ook nemen we hier de verplichte financiële kengetallen op. Beleidskader In de raadsvergadering van 19 september 2018 stelde uw raad de “Nota risicomanagement & weerstandsvermogen 2018” vast. In het risicomanagementbeleid is op hoofdlijnen aangegeven wat uw raad wil bereiken met risicomanagement, welke instrumenten en middelen daartoe ingezet worden, en wat de definities en uitgangspunten zijn om te komen tot de noodzakelijke berekeningen. Dit beleidskader gebruiken we om uitvoering te geven aan het risicomanagement. Wij zoeken een balans tussen een zo volledig en objectief mogelijk risicoprofiel zonder daarbij onnodig beslag te leggen op de weerstandscapaciteit. Dit kan alleen door een integrale benadering waarin de samenhang tussen risico’s, reserves en het ratio centraal staat. We leggen de nadruk op risicomonitoring. De speerpunten voor deze periode zijn dan ook gelijk aan de doelstellingen van risicomonitoring: • • •

Speerpunt 1: Tijdig signaleren van risico’s; Speerpunt 2: Effectiviteit van beheersmaatregelen; Speerpunt 3: Evaluatie.

Risico’s, weerstandscapacitieit en weerstandsvermogen Het realiseren van ambities gaat gepaard met het nemen van risico’s. Risico’s horen bij het proces van verandering. Het is belangrijk dat uw raad zich bewust is van de risico’s die horen bij het beleid van de gemeente en dat zij hierop stuurt. Of onze gemeente in staat is de gevolgen van de risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt, wordt weergegeven door de 'weerstandscapaciteit'. Onder weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om risico’s te kunnen dekken. Dit zijn onder andere: het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de reserve grondexploitatie, de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en overige stille reserves. Samen vormen deze middelen de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit is afhankelijk van de aard en de omvang van de risico’s (risicoprofiel). De relatie tussen de weerstandscapaciteit en het risicoprofiel noemen we het weerstandsvermogen. Deze wordt weergegeven door de ratio weerstandsvermogen. Risicoprofiel De lijst met risico’s actualiseren we twee keer per kalenderjaar: bij de samenstelling van de begroting en de jaarrekening. In combinatie met de risico’s van de grondexploitatie en strategische gronden vormen deze risico’s het risicoprofiel van de gemeente Rucphen.

In de Programmabegroting 2021 waren 31 risico’s geïnventariseerd. Bij deze laatste actualisatie onderkennen we in totaal 33 risico’s voor onze gemeentelijke exploitatie. Bij de inventarisatie is ook de kans en het financiële gevolg in beeld gebracht. Uit ons risicoprofiel blijkt dat het maximale financiële gevolg van alle risico’s samen € 8.584.686,00 is. Het is ondenkbaar dat alle risico’s tegelijk en in hun maximale omvang optreden. We reserveren daarom een gedeelte van het totale risicobedrag. Dit berekenen we door middel van kanspercentage x maximaal financieel gevolg. Om het totale risicobedrag af te dekken is een weerstandscapacitieit benodigd van € 2.032.291,00. In het volgende overzicht presenteren we de grootste risico’s en het totaalbedrag van de overige risico’s uit de gemeentelijke exploitatie. Een totaallijst van deze risico’s vindt u terug in de bijlagen. Daarnaast hebben we de risico’s die bij onze grondexploitaties zijn benoemd in deze paragraaf opgenomen. Door de risico’s van de gemeentelijke exploitatie en grondexploitatie te combineren wordt een totaalbeeld van alle risico’s gegeven.

78

Belangrijkste financiële risico's Financieel gevolg maximaal

Benodigde weerstandscapaciteit

Risico

Kans

Slechte, ontoereikende verkeersveiligheid

50%

€

300.000

€

150.000

Ontwikkelingen bij verbonden partijen, uitbreiding takenpakket GR, begrotingstekorten e.d.

70%

€

150.000

€

105.000

Exploitatiebijdrage Vijfsprong vanaf 2023

70%

€

150.000

€

105.000

Boete Autoriteit Persoonsgegevens als gevolg van datalek of niet voldoen aan de AVG

10%

€

900.000

€

90.000

Afvalstoffenheffing is niet kostendekkend en kosten kunnen niet uit de egalisatiereserve worden bekostigd.

50%

€

150.000

€

75.000

Faillissement leverancier software toepassingen

10%

€

750.000

€

75.000

Rijksbudget inclusief algemene uitkering wordt naar beneden bijgesteld of stijgt te weinig t.o.v. kostenstijging

30%

€

200.000

€

60.000

Tijdens de sloop van gebouwen in eigendom van de gemeente die gebouwd zijn voor 1970 wordt verborgen asbest aangetroffen tijdens de werkzaamheden

50%

€

100.000

€

50.000

Totaal grote risico's

€

2.700.000

€

710.000

Overige risico's

€

3.550.000

€

264.000

40.750

€

4.075

Strategische gronden: Uitbreiding Struikhei

10%

€

Totaal risico’s strategische gronden:

€

40.750

€

4.075

Totaal risico’s gemeentelijke exploitatie

€

6.290.750

€

978.075

2.293.936

€

1.054.216

Risico’s grondexploitatie: Complexen in exploitatie (zie paragraaf 5.7)

n.v.t.

€

Totaal risico’s grondexploitatie

€

2.293.936

€

1.054.216

Totaal gemeentelijke risico’s

€

8.584.686

€

2.032.291

Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Rucphen bestaat uit het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de reserve grondexploitatie, de onbenutte belastingcapaciteit, het restantbedrag van de post onvoorzien uit de begroting 2021 en overige stille reserves. Alle onderdelen worden hieronder toegelicht. Algemene reserve Per 31 december 2020 is de algemene reserve groot € 3.427.873,98. Om een correct beeld te geven van het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve brengen we alle toekomstige onttrekkingen uit de algemene reserve, waarover door uw raad besluitvorming heeft plaatsgevonden, in mindering. Per saldo brengen we € 467.000,00 in mindering op de algemene reserve voor de periode vanaf 1 januari 2021. Dit heeft uw raad besloten op 8 juli 2020 bij de behandeling van de Kadernota 2021. Dit bedrag wordt gestort in de ‘Reserve Kadernota’ ten behoeve van de eenmalige claims. Reserve grondexploitatie Deze middelen gebruiken we om de risico’s van de grondexploitatie af te dekken. We nemen deze mee in de weerstandscapaciteit omdat overschotten binnen deze reserve terugvloeien naar de algemene reserve. In het geval van een tekort, wordt dit juist aangevuld door de algemene reserve. De omvang van de reserve grondexploitatie per 31 december 2020 is € 1.425.238,08.

Onbenutte belastingcapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit is de mogelijkheid om extra middelen te genereren door belastingen te verhogen of heffingen meer kostendekkend te maken. Voor de drie belangrijkste inkomsten van onze gemeente, onroerendezaakbelasting (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing, is deze mogelijkheid alleen van toepassing op de OZB omdat de anderen al 100% kostendekkend zijn. De nadruk ligt hierbij op het woord ‘mogelijkheid’.

79

Anders dan bij de reserves kan de onbenutte belastingcapaciteit namelijk niet worden gebruikt als dekking en mag deze alleen worden gezien als scenario bij grote financiële tekorten op de begroting over langere tijd. De onbenutte belastingcapaciteit bij de OZB is zo groot als het verschil tussen het gehanteerde tarief en het tarief om tot een "artikel 12 gemeente" gerekend te worden. Voor 2021 is dit tarief 0,1809%. Wanneer we dit percentage afzetten tegen de in de begroting opgenomen ramingen voor de OZB-ontvangsten blijkt er nog een ruimte te zijn van € 2.323.657,90 structureel. Onvoorzien De post onvoorzien is een vast onderdeel van de begroting. Op het budget voor onvoorziene uitgaven 2021 resteert een bedrag van € 55.000,00. De mutaties op de post onvoorzien in 2020 worden toegelicht in paragraaf 6.4. Algemene reserve geactiveerde gronden in erfpacht (stille reserves) Op basis van nieuwe BBV-regelgeving moeten in erfpacht uitgegeven gronden worden gewaardeerd tegen de uitgifteprijs van eerste uitgifte. Deze waarde (€ 953.000,00) is toegevoegd aan de algemene reserve (erfpacht) en mag worden toegerekend aan onze weerstandscapaciteit. Net als bij de onbenutte belastingcapaciteit kan deze waarde niet worden gebruikt als dekking. Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve per 01-01-2021

€

3.427.874

Reserve grondexploitatie

€

1.425.238

Onbenutte belastingcapaciteit (redelijk peil 2021)

€

2.323.658

Onvoorzien

€

55.000

Algemene reserve geactiveerde gronden in erfpacht (stille reserves)

€

953.000

Totale beschikbare weerstandscapaciteit

€

8.184.770

Af: Totaal aanwendingen tlv / vrijval tgv de algemene reserve

€

467.000

Totaal gecorrigeerde beschikbare weerstandscapaciteit

€

7.717.770

Totaal benodigde weerstandscapaciteit (o.b.v. 100%)

€

2.032.291

Vrij besteedbaar

€

5.685.479

Wanneer we de benodigde weerstandscapaciteit in mindering brengen op de beschikbare weerstandscapaciteit resteert een vrij besteedbaar bedrag van € 5.685.479,00. Wanneer we op dit bedrag een correctie toepassen voor de middelen welke niet als dekking gebruikt kunnen worden (onbenutte belastingcapaciteit en erfpacht), resteert nog € 2.408.821,00 aan vrij besteedbare middelen. Ratio weerstandsvermogen Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, zetten we af tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen: Beschikbare weerstandscapaciteit

€ 7.717.770

Benodigde weerstandscapaciteit

€ 2.032.291

3,8

Wanneer we op deze ratio een correctie toepassen voor de middelen welke niet als dekking gebruikt kunnen worden (onbenutte belastingcapaciteit en erfpacht), verandert het ratio als volgt: Beschikbare weerstandscapaciteit

€ 4.441.112

Benodigde weerstandscapaciteit

€ 2.032.291

2,2

Het uitgangspunt is een gecorrigeerd ratio met een bandbreedte tussen 1,0 en 1,4, met waarderingscijfer C. Het gecorrigeerd ratio voor de jaarrekening 2020 ligt in positieve zin buiten deze bandbreedte. Volgens de weerstandsnorm is dit ratio ‘uitstekend’. Indien het ratio op enig moment groter is dan 1,4, dan is sprake van vrij besteedbare ruimte binnen de Algemene reserve.

80

De financiële ruimte boven een ratio van 1,4 is € 1.595.904,66. Het uitgangspunt is dat deze ruimte in de Algemene reserve blijft, totdat anders wordt besloten.

Waarderingscijfer

Weerstandsnorm Ratio Betekenis

A

>2.0

uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

C

1.0-1.4

voldoende

D

0.8-1.0

matig

E

0.6-0.8

onvoldoende

F

<0.6

ruim onvoldoende

In onderstaand schema is het verloop van het ratio weerstandsvermogen weergegeven. De genoemde P&C documenten staan in chronologische volgorde. Ratio weerstandsvermogen

Verloop van het ratio weerstandsvermogen Begroting 2020

Rekening 2019

Begroting 2021

Rekening 2020

ratio weerstandsvermogen

2,3

3,0

2,8

3,8

ratio weerstandsvermogen (gecorrigeerd)

1,4

1,7

1,5

2,2

ratio:

Kengetallen Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een provincie of gemeente. Om dit te bereiken is voorgeschreven dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) De netto schuldquote geeft de hoogte van de schulden van gemeente Rucphen aan ten opzichte van de totaal baten. Het percentage gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen geeft aan hoeveel schulden zijn doorgeleend aan derden. De schuldquote geeft daarmee een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Solvabiliteitsratio Het solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre de gemeente Rucphen voldoende eigen vermogen bezit om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Grondexploitatie Aan grondexploitatie kunnen risico’s verbonden zijn, door bijvoorbeeld herwaardering. Het percentage grondexploitatie geeft aan of de gemeente Rucphen relatief veel grond heeft en daardoor veel risico loopt.

Voor het percentage grondexploitatie geldt: hoe lager dit percentage, hoe beter. Structurele exploitatieruimte Dit percentage geeft aan of de gemeente Rucphen voldoende structurele baten heeft om haar structurele lasten te dekken. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de inkomsten onvoldoende ruimte biedt om de structurele component van de lasten te dragen. Voor het percentage structurele exploitatieruimte geldt: hoe hoger dit percentage, hoe beter. Belastingcapaciteit De hoogte van de belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het geeft aan of de gemeente Rucphen relatief veel belastingen heft en of er ruimte om deze belastingen te verhogen. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze.

81

Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheersing (prognose) Kengetallen:

Begroting 2020

Rekening 2019

Begroting 2021

Rekening 2020

Netto schuldquote

70,8%

42,5%

81,9%

43,1%

Netto schuldquote (gecorrigeerd)

71,6%

41,7%

81,4%

42,6%

Solvabiliteitsratio

46,0%

59,4%

41,9%

53,7%

Grondexploitatie

14,4%

12,7%

10,1%

14,4%

Structurele exploitatieruimte

1,3%

-2,9%

0,6%

1,5%

100,6%

95,8%

99,1%

98,8%

Belastingcapaciteit

Er zijn geen landelijke normen voor de kengetallen omdat deze erg afhangen van de lokale situatie. De gemeenteraad kan zelf normen stellen voor deze kengetallen. In 2020 was een stijging in de netto schuldquote (gecorrigeerd) verwacht als direct gevolg van het aantrekken van lang vermogen om onze regulier- en investeringsuitgaven te kunnen financieren. Het aantrekken van lang vermogen bleek (nog) niet noodzakelijk is doorgeschoven naar januari 2021, wat een gunstig effect heeft op de netto schuldquote per 31 december 2020. Het doorschuiven van de financieringsbehoefte is ook een (deel)oorzaak van de stijging in het solvabiliteitsratio. De combinatie van een toename van het totaal eigen vermogen en afname van de vaste schulden zorgt voor een verhoogde financiële weerbaarheid. De gemeente Rucphen heeft relatief veel grond ten opzichte van de totaalbaten uit de programma’s en loopt hierbij een substantieel risico bij bijvoorbeeld een herwaardering van de gronden. De structurele exploitatieruimte over 2020 is positief. Dit komt omdat de structurele lasten over 2020 lager zijn dan de structurele baten uit 2020. Hierin nemen we alle lasten en baten mee waarvan het karakter structureel is. Een structureel karakter wil niet per definitie zeggen dat het jaarlijks voorkomt, maar wel dat er regelmaat in zit.

Een goed voorbeeld zijn de verkiezingen, deze zijn niet jaarlijks, maar hebben wel een terugkeerpatroon, dus een structureel karakter. Tussen de begrotingsjaren kan de structurele exploitatieruimte afwijken. In onze meerjarenraming uit de Programmabegroting 2021 is een structureel sluitend saldo gepresenteerd. Er is geen sprake van een meerjarig negatief effect. Het percentage belastingcapaciteit in Rucphen ligt op 98,8%. Dit houdt in dat er minder belasting wordt geheven t.o.v. het landelijk gemiddelde. Impliciet geeft dit percentage weer dat er meer inkomsten uit belastingen gegenereerd kunnen worden.

82

Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Integraal beheer openbare ruimte Op 14 december 2016 heeft uw raad de voorkeur uitgesproken voor het scenario ‘toekomstvisie 2030’ voor de disciplines ‘wegen ’en ‘groen’. Jaarlijks bepaalt uw raad bij de kadernota welke bedragen structureel extra in de programmabegroting worden opgenomen voor het gefaseerd toegroeien naar het scenario ‘toekomstvisie 2030. Dit heeft geleid tot een structurele verhoging van de budgetten met € 40.000,00 voor groen in de programmabegroting 2020. Na de Kadernota 2020 is aanvullend een structurele verhoging van de budgetten voor wegen van € 25.000,00 verwerkt. Deze extra middelen zijn ingezet om te groeien in de gewenste kwaliteitsverhoging naar genoemd scenario. Wegen In juni 2017 is het beheerplan wegen 2017 vastgesteld. Dit gebruiken we om de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s op te stellen. Gemiddeld worden de wegen tweemaal per drie jaren visueel geïnspecteerd, waarna we de onderhoudstoestand van de wegen vastleggen in het softwarepakket van het wegenbeheer. Vervolgens bepalen we wanneer bepaalde wegvakken voor onderhoud of reconstructie in aanmerking komen. Het regulier onderhoud is geïnventariseerd en voorbereid, maar zal in 2021 worden uitgevoerd. Dit vanwege de samenloop met de aanleg van de Zuidelijke Tak.

Bij gelijktijdige uitvoering van het onderhoud zou een heel gebied niet meer ontsloten worden aangezien hierbij de volgende wegen zijn opgenomen: Vennestraat, Hogestraat, Puinboekstraat, Akkerstraat, Heijningen en Scherpenbergsebaan. Daarnaast is in 2020 de reconstructie van de Vosdonkseweg, Achtmaalsebaan en de Bredasebaan voorbereid en uitgevoerd. Tevens zijn de aanwezige voet- en fietsbruggen in de gemeente vervangen. De bedoeling is deze ook in een beheerplan te onderhouden. De financiële consequenties welke samenhangen met het beheerplan wegen worden toegelicht onder taakveld 2.1 – verkeer en vervoer. De stand van de reserve wegbeheer is € 569.893,12 per 31 december 2020. Riolering Op 13 december 2017 is het vGRP 2018 – 2022 vastgesteld. Hierbij heeft uw raad gekozen voor ‘risicogestuurd rioolbeheer’, voortzetting van de regionale samenwerking in waterkring Baronie en Samenwerking Water WestBrabant (SWWB) en de uitvoering van maatregelen in het kader van klimaatadaptatie. Een toelichting op de budgetten en kredieten van het vGRP is vermeld onder programma 7.2 - riolering. De stand van de voorziening GRP is € 1.605.648,28 per 31 december 2020. Op basis van de werkelijke cijfers 2020 is in 2020 een storting geboekt van € 131.822,38. Water Voor het baggeren van sloten is een voorziening gevormd waaruit om de 10 jaar het baggeren wordt betaald.

Er is in 2020 niet gebaggerd, omdat dit is gepland in 2021. Voor het maaibeheer van sloten en waterpartijen was in 2020 ca. € 128.000,00 beschikbaar. Dit budget is overschreden met € 3.000,00 ten gevolge van toegenomen stortkosten van maaisel. Vanwege de beperkte beschikbaarheid van de gemeentelijke vrachtauto, is een klein deel van het slootmaaisel afgevoerd in januari 2021, waardoor de kosten hiervan drukken op het budget 2021. Groen Het beheer van plantsoenen en bomen vindt plaats conform het in 2008 vastgestelde Visiedocument Groenbeleid. Het beheerniveau van plantsoenen is daaruit voortgezet en is gebaseerd op de landelijke CROWnormeringen (sinds 2017 niveau B Standaard, beeldbestek). Bij de inrichting en beheer van groen wordt invulling gegeven aan de beleidsuitgangspunten zoals gesteld in het Visiedocument Groenbeleid.

83

Het reguliere onderhoud op het groen vindt grotendeels plaats door het Werkvoorzieningschap (WVS). Door gerichte sturing is een verbetering van de kwaliteit van het onderhoud merkbaar. In de zomerperiode is het WVS ondersteund door een groenaannemer. De stand van de reserve groencompensatie is € 698.477,61 per 31 december 2020. In 2020 heeft een storting plaatsgevonden van € 390.047,90 i.v.m. financiële herplantplicht en eindafrekeningen van de Groenblauwe diensten. Daarnaast is een bedrag aangewend ten laste van deze reserve van € 581,00 i.v.m. afschrijvingslasten. Na aftrek van alle geraamde aanwendingen resteert op deze reserve een boekwaarde van € 645.430,61 (betreft vrije ruimte). De stand van de reserve groenvoorziening is € 366.489,16 per 31 december 2020. In 2020 heeft een storting plaatsgevonden van € 72.362,40 i.v.m. verkoop diverse percelen (stukken plantsoen) en eindafrekeningen van de Groenblauwe diensten. Daarnaast is een bedrag aangewend ten laste van deze reserve van € 6.638,13 i.v.m. afschrijvingslasten. Na aftrek van alle geraamde aanwendingen resteert op deze reserve een boekwaarde van € 130.034,46 (betreft vrije ruimte). Gebouwen De gemeentelijke gebouwen en objecten zoals gemeenschapshuizen, sport- en zwemaccommodaties zijn in onderhoud en beheer van de gemeente. Het onderhoud vindt plaats aan de hand van het meerjaren onderhoudsplan (MJOP).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10250375/1