CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

05b Programmabegroting 2024

gemeenteraad 8 november 2023, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Programmabegroting 202441.604 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

7 alinea's met “omgevingsplan”: 715 728 730 731 735 736 737

63

Omschrijving

2024

2025

2026

2027

Rentekosten van langlopende geldleningen Rente kasgeldleningen Kosten betalingsverkeer en beheer Rentetoerekening (boekwaarde aandelen) Raming kosten rente rekening-courant Kosten i.v.m. invordering (a) totale kosten

399.022 8.348 756 408.126

607.978 8.629 756 617.363

692.742 8.875 756 702.373

736.915 9.101 756 746.772

Raming opbrengst rente rekening-courant Rente hypothecaire geldleningen Rentevergoeding grondbedrijf Ontvangsten i.v.m. invordering Toegerekende reële en bespaarde rente Ontvangen dividend (b) totale opbrengsten

497 20.718 24.000 515.620 38.000 598.835

423 6.056 24.000 510.770 38.000 579.249

346 -908 24.000 518.200 38.000 579.638

265 -7.621 24.000 497.597 38.000 552.241

Saldo

190.709

-38.114

-122.735

-194.531

Aan de kostenzijde is een duidelijke toename te zien in de totale rentekosten. Op basis van de recent geactualiseerde liquiditeitenplanning zullen we in de periode 2024–2027 afgerond 24,0 miljoen aan geldleningen moeten aantrekken. Dit met een stijging in de totale rentekosten als gevolg. Aan de opbrengsten kant neemt de boekwaarde van de lopende investeringen, als gevolg van afschrijving, af. Hierdoor wordt de aan de taakvelden toegerekende rente lager. Na het realiseren van investeringen wordt aan de taakvelden meer rente toegerekend. Reële en bespaarde rente toegerekend aan taakvelden: Omschrijving 0.2 Burgerzaken 0.4 Overhead 0.5 Treasury 1.1 Crisisbeheersing en brandweer 1.2 Openbare orde en veiligheid 2.1 Verkeer en vervoer 2.5 Openbaar vervoer 3.1 Economische ontwikkeling 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur 3.4 Economische promotie 4.1 Openbaar basisonderwijs 4.2 Onderwijshuisvesting 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 5.2 Sportaccommodaties 5.5 Cultureel erfgoed 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen 7.1 Volksgezondheid 7.2 Riolering 7.2 Riolering toekomstige investeringen 7.3 Afval 7.5 Begraafplaatsen en crematoria 8.1 Ruimte en leefomgeving 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) 8.3 Wonen en bouwen Totaal

2024 21 56.328 756 2.893 465 145.820 698 11 16 175 4.705 37.101 2.453 53.461 7 12.682 36.011 225 226 88.380 43.403 750 194 160 22.444 6.235 515.620

De rentekosten worden via een omslagmethode toegerekend aan taakvelden waar een boekwaarde van een investering voorkomt. In gevallen dat voor specifieke investeringen geldleningen worden afgesloten, mag de werkelijke rente worden doorbelast. Dat deel van de rentekosten blijft dan buiten de omslag. Wij hebben enkel geldleningen afgesloten voor algemene financiering. Dat betekent dus dat de rentekosten via omslag worden

64

doorberekend. De omslagrente is bepaald op 0,43% en wordt conform de regelgeving afgerond op 0,50%.Voor de berekening van de renteomslag wordt verwezen naar de paragraaf 5.4 Financiering.

2.6.

Overige baten en lasten

Onder overige baten en lasten worden diverse stelposten verantwoord. We nemen een stelpost op in onze begroting wanneer de werkelijke kosten niet exact kunnen worden bepaald. Dit komt het vaakst voor wanneer er inkomsten worden ontvangen, waarvoor nog geen (lokaal) beleid is. Onderstaand een overzicht van de opgenomen stelposten in Programmabegroting 2024. • Stelpost Ambulantisering in de GGZ (€ 39.721,00) • Stelpost Rijksvaccinatieprogramma meningokokken (€ 4.082,00) • Stelpost Integratie-uitkering inburgering (€ 44.073,00) • Stelpost Flankerend beleid energiearmoede.(€ 46.790,00) • Stelpost subsidieprogramma (€ 7.271,00) • Stelpost SPUK BREED.(€ 515.112,00)

2.7.

Onvoorzien

Voor 2024 is een post voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 55.000,00. De post mag worden aangewend voor zaken die onvoorzien, onvermijdbaar en onuitstelbaar zijn. Aanwending zal steeds aan uw raad worden voorgelegd.

65

3.

Overzicht van de kosten van overhead

In de programma’s nemen we alleen de kosten van het primaire proces op. Dit met het uitgangspunt dat we kosten zoveel mogelijk direct toerekenen aan een taakveld. Overhead is niet direct toe te rekenen aan een specifiek taakveld en wordt daarom centraal begroot en verantwoord. De commissie BBV schrijft voor de kosten van overhead in een apart overzicht op te nemen. Om vast te stellen welke kosten onder de overhead vallen, is door de commissie de volgende definitie opgesteld: “Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Doordat de overhead op een apart taakveld wordt begroot, staan deze niet bij de taakvelden van bijvoorbeeld riolering en afval. Om de tarieven toch juist vast te stellen, rekenen we de overhead afzonderlijk toe. De methode zelf wordt niet voorgeschreven, maar dient wel door de raad te worden vastgesteld en in de financiële verordening te worden opgenomen. In de raadsvergadering van 27 september 2023 is de verordening financieel beleid, beheer en organisatie Rucphen 2023 vastgesteld. Ook is in de paragraaf Lokale Heffingen per bestemmingsheffing een tabel opgenomen waarin de berekening van de kostendekkendheid is verwerkt. In onderstaande tabel zijn de kosten van overhead in rubrieken onderverdeeld, vervolgens is een aantal rubrieken toegelicht.

Rubriek Salariskosten Overige personeelskosten Rentekosten Afschrijvingskosten Belastingen en verzekeringen Behandeling Bezwaren en rechtskundig advies Inkoop Communicatie Dienstverlening en informatievoorziening Archief Facilitair Catering en overige kosten Totaal overheadkosten Doorbelaste overhead Totaal netto overheadkosten

Raming 2024 6.218.908 476.087 56.328 618.075 154.067 172.595 126.504 50.851 1.053.976 130.097 543.324 45.474 9.646.286 135.852 9.510.434

Salariskosten Het merendeel van de kosten van overhead bestaat uit salariskosten. De doorbelaste salariskosten bedragen € 6.218.908. Aan het taakveld overhead wordt 58,5 fte van de ambtelijke organisatie toegerekend. De totale omvang van de organisatie is afgerond 165 fte. Overige personeelskosten Onder deze rubriek vallen alle kosten die betrekking hebben op personeel, niet zijnde salariskosten. De belangrijkste onderdelen hierin zijn: • werving en selectie; • kosten van arbodienst en arbeidsgeneeskundig onderzoek; • reis- en verblijfkosten; • organisatieontwikkeling; • studies en cursussen. Rentekosten Deze rubriek bevat de toegerekende rente op basis van het omslagprincipe over de boekwaarde van gebouw, inventaris, automatisering, etc. Dit bedrag is terug te vinden in de tabel uit paragraaf 2.5. Afschrijvingskosten Deze rubriek betreft het bedrag aan afschrijvingskosten voor het gemeentehuis (gebouw), automatisering en telecommunicatie etc. Belasting en verzekeringen Betaalde belastingen en afgedragen premies.

66

Behandeling bezwaren en rechtskundig advies Overheidsorganen zoals gemeenten kunnen beslissingen nemen met rechtsgevolgen voor anderen. De rechtsbescherming is o.a. geregeld in de Algemene Wet Bestuursrecht. Daarnaast kan het zijn dat iemand meent niet correct behandeld te zijn door de gemeente (bestuur of medewerkers) en daarover een klacht wil indienen. Een klacht wordt in eerste instantie door de gemeente zelf behandeld. Als dat niet tot een oplossing leidt kan een klacht worden ingediend bij een onafhankelijke ombudsvoorziening, de Commissie Ombudsman. Inkoop Wij hebben de werkzaamheden van inkoop en aanbesteding voornamelijk uitbesteed aan de Stichting Inkoopbureau West-Brabant, een samenwerkingsverband van gemeenten en gemeenschappelijke regelingen op het gebied van inkoop in de regio Zuid-West Nederland. Het Inkoopbureau ondersteunt en adviseert haar deelnemers op het gebied van inkoop en contractmanagement in de ruimste zin van het woord. Bij iedere deelnemer worden een of meerdere medewerkers vanuit het Inkoopbureau gestationeerd. Deze medewerkers zorgen dat het inkoop- en aanbestedingsbeleid actueel is, verzorgen de begeleiding van aanbestedingen en vervullen een helpdeskfunctie op het gebied van inkoop. Ook verzorgt het Inkoopbureau de coördinatie, de aanbestedingen en het contractmanagement van regionale en gezamenlijke aanbestedingen.

Daarnaast biedt het Inkoopbureau verzorging van het contractmanagement van (complexe) contracten en van het doorlopen van innovatieve aanbestedingen. Communicatie In de paragraaf 5.5 ‘Bedrijfsvoering’ lichten we ‘communicatie’ nader toe. Dienstverlening en Informatievoorziening In de paragraaf 5.5 ‘Bedrijfsvoering’ lichten we ‘dienstverlening en informatievoorziening’ nader toe. Archief De rubriek ‘archief’ bevat de bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling ‘West-Brabants Archief’ (WBA). De begroting 2024 is beleidsmatig en financieel in overeenstemming. De bijdrage voor Rucphen bedraagt € 130.097,00. Facilitair Dit onderdeel omvat alle kosten die te maken hebben met het gebruik van het gemeentehuis zoals schoonhouden, energieverbruik, onderhoud gebouw, inventaris en installaties en beveiliging. De inkomsten in verband met verhuur zijn op de kosten in mindering gebracht. Tevens omvat deze rubriek de kosten van druken bindwerk, briefporten en abonnementen op (digitale) vakliteratuur. Catering en overige kosten Hieronder vallen de kosten van het bedrijfsrestaurant.

67

4.

Bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting

Gemeenten zijn op grond van de 'Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen' verplicht vennootschapsbelasting (Vpb) te betalen als zij een fiscale onderneming hebben. Deze wet is, mede onder druk van de Europese Commissie, ingevoerd om een gelijk speelveld te maken tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. De belasting heeft voor onze gemeente betrekking op het grondbedrijf en over opbrengsten van het afval (niet de afvalstoffenheffing). Ondersteuning aangifte Vennootschapsbelasting Aangifte vennootschapsbelasting is een wettelijke taak. Wij zijn voornemens om de aangifte op termijn in eigen beheer op te stellen. Voor de aangifte over 2023 is dit nog niet mogelijk, omdat we de expertise missen om met de belastingdienst op een gelijkwaardig niveau te onderhandelen. De aangifte over 2023 dient dus nog door de extern adviseur opgesteld te worden. In de Kadernota 2024 is hiervoor een eenmalige claim opgenomen van € 12.000,00 voor 2024, welke verwerkt is in deze begroting.

68

5.

De Paragrafen

Als onderdeel van de programmabegroting 2024 – 2027 nemen wij, conform het BBV, zeven programma overstijgende paragrafen op. Daar waar de programma’s een horizontale doorkijk geven op alle inhoudelijke aspecten van het programma geven de paragrafen juist een verticale doorkijk vanuit een bepaald (financieel) perspectief. In de paragrafen staat informatie voor raadsleden waarmee zij inzicht krijgen in de financiële positie van onze gemeente, de beheersmatige aspecten en de risico’s. Wij gaan in op de volgende onderwerpen: • lokale heffingen; • weerstandsvermogen en risicobeheersing; • onderhoud van kapitaalgoederen; • financiering; • bedrijfsvoering; • verbonden partijen; • grondbeleid.

5.1

Lokale heffingen

Lokale heffingen zijn de opbrengsten uit rechten (retributies) en de eigen belastingen. In deze paragraaf staat informatie over: • de actualiteiten; • de beleids- en begrotingsuitgangspunten; • de geraamde inkomsten; • de kostendekking van de tarieven; • de lokale lastendruk; • het kwijtscheldingsbeleid; • Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB). Actualiteiten VNG modelverordening Riool- en Waterzorgheffing Deze verordening vervangt de oude modelverordening Rioolheffing. De naam is aangevuld met “Waterzorgheffing” omdat gemeenten naast de zorgplicht voor afvalwater ook een zorgplicht voor hemel- en grondwater hebben. De term rioolheffing roept een beeld op van een buizenstelsel, terwijl de gemeentelijke watertaken veel meer omvatten. De bestrijding van wateroverlast en verdroging vraagt steeds meer maatregelen, zoals retenties, in de publieke ruimte om schade te voorkomen. Hiervan heeft iedereen profijt, ook wanneer er geen aansluiting is op de gemeentelijke riolering. De belangrijkste wijziging in de VNG-verordening is dan ook dat de eis voor een directe of indirecte aansluiting op de gemeentelijke riolering komt te vervallen. Dit betekent dat er meer percelen in de heffing kunnen worden betrokken. Hiermee bedoelen zij onroerende zaken, zoals bedoeld in Wet WOZ en roerende zaken die duurzaam aan een plaats zijn gebonden.

De BWB heeft in samenwerking met de deelnemers een voorkeursmodel opgesteld. Het voorkeursmodel gaat uit van een eigenaren en gebruikersheffing voor woningen en een gebruikersheffing voor niet-woningen. Onze huidige verordening kent alleen een eigenarenheffing voor zowel woningen als niet-woningen. Het volgen van de modelverordening zal voor onze gemeente een lastenverschuiving veroorzaken. We zijn niet verplicht de modelverordening te volgen. Uw raad bepaalt zelf in hoeverre u deze voorkeursvariant wil gebruiken. In de raad van december 2023 doen wij uw raad een voorstel voor de verordening rioolheffing 2024 en bijbehorende tariefstelling. Toename waardebezwaren (WOZ-beschikkingen) De groei van het aantal waardebezwaren door de tussenkomst van no cure no pay (NCNP)-bureaus zet door. Het verdienmodel van NCNP-bureaus is gericht op vergoedingen (proceskosten) die zij ontvangen als professionele ondersteuner in een bezwaarproces. Die vergoedingen zijn vaak een veelvoud van het voordeel voor de bezwaarmaker. Deze ontwikkeling leidt tot een sterke stijging van de kosten voor de BWB, door extra tijdsbesteding aan bezwaarafhandeling en te betalen proceskosten. De BWB zet in op verschillende

69

hulpmiddelen om de bezwaarmakers te motiveren om rechtstreeks met BWB te schakelen. Er zijn dan geen proceskosten verschuldigd en het resultaat voor de bezwaarmaker blijft gelijk. Landelijk beleid tegen overcompensatie WOZ-bureaus op komst Op 19 september heeft staatssecretaris Van Rij van Fiscaliteit en Belastingdienst het wetsvoorstel ‘Herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en Bpm’ ingediend bij de Tweede Kamer. De ‘overcompensatie’ wordt teruggedrongen, onder meer door een beperking van de vergoedingen voor rechtsbijstand tot 25 % van de huidige vergoeding en een beperking van de immateriële schadevergoeding. Daarnaast wil de staatssecretaris belanghebbenden bewust maken van de procedures die in hun naam worden gevoerd en de maatschappelijke kosten die zij daarmee veroorzaken. Daarom worden gemeenten verplicht om de uitbetaling van vergoedingen rechtstreeks te storten op de rekening van de belanghebbende. De VNG heeft de gevolgen van het wetsvoorstel vooraf onderzocht en overlegd met de uitvoeringsorganisaties van de Wet WOZ. De conclusie is positief. Over het wetsvoorstel wordt op 26 oktober in de Tweede Kamer gestemd, daarna volgt nog behandeling in de Eerste Kamer. Het is de bedoeling dat de wet op 1 januari 2024 in werking treedt.

Beleids- en begrotingsuitgangspunten De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor de heffing van gemeentelijke belastingen, rechten en leges worden ieder jaar in de paragraaf lokale heffingen van de begroting beschreven. Deze uitgangspunten volgen het Hoofdlijnenakkoord 2022 - 2026 voor deze raadsperiode. De meest belangrijke uitgangspunten kunnen als volgt worden samengevat: • bezuinigen gaat voor lastenverzwaring; • de opbrengst van de onroerendezaakbelastingen (OZB) wordt jaarlijks maximaal 2% verhoogd. Zoals gebruikelijk wordt het voorstel tot aanpassing van de belastingverordeningen en wijziging van de tarieven in de raadsvergadering van december, voorafgaand aan het nieuwe belastingjaar, behandeld. Het vaststellen van belastingverordeningen en tarieven is een autonome bevoegdheid van de gemeenteraad. Geraamde inkomsten In onderstaande tabel is voor de verschillende soorten belastingen en heffingen de geraamde opbrengst volgens de begroting 2024 opgenomen.

Soort

Begroting

Algemene dekkingsmiddelen

4.219.439

Onroerendezaakbelasting:

4.054.436

eigenaar woningen

2.905.194

eigenaar niet-woningen

692.786

gebruiker niet-woningen

456.456

meeropbrengst OZB areaaluitbreiding

30.000

Forensenbelasting

19.145

Toeristenbelasting

115.858

Leges

1.130.604

Titel 1: Algemene dienstverlening

272.248

Titel 1: Algemene dienstverlening (rijksleges)

203.400

Titel 2: Omgevingsvergunningen

623.156

Titel 3: Europese dienstenrichtlijn

7.000

Naturalisaties en Eigen Verklaring (CBR)

18.100

70

Naturalisaties (rijksleges)

6.700

Overige heffingen

5.730.886

Rioolheffing

2.656.694

Afvalstoffenheffing

3.040.408

Lijkbezorgingsrechten

26.534

Marktgelden

7.250

Onroerendezaakbelastingen (OZB) Op basis van artikel 220 van de Gemeentewet mogen we belastingen op onroerende zaken heffen. Dit doen we om een deel van onze gemeentelijke taken te bekostigen. De onroerendezaakbelastingen vormen de grootste ‘eigen’ inkomstenbron van onze gemeente. Drie groepen krijgen een aanslag OZB: • eigenaren van woningen; • eigenaren van niet-woningen; • gebruikers van niet-woningen. De eigenaar/gebruiker op 1 januari van enig jaar is belastingplichtig voor het gehele jaar. De heffingsgrondslag is de (WOZ)waarde van de onroerende zaak die met een WOZ-beschikking is vastgesteld. Voor het belastingjaar 2024 geldt de waardepeildatum 1 januari 2023. Bij de OZB heeft uw raad een keuzevrijheid met betrekking tot de vaststelling van de tarieven, de verdeling van de lasten tussen groepen belastingplichtigen (eigenaren en gebruikers) en het in de verordening opnemen van aanvullende vrijstellingen. Bij de vaststelling van de OZB-opbrengst wordt, conform het hoofdlijnenakkoord, vastgehouden aan de afgesproken maximale stijging van 2%. Deze jaarlijkse stijging is verwerkt in de meerjarenraming. Daarnaast is rekening gehouden met extra opbrengst als gevolg van areaaluitbreiding. De vastgestelde OZB-opbrengst in combinatie met totale WOZ-waarde bepaalt het definitieve tarief. Hierbij wordt uitgegaan van de totale WOZ-waarde van alle woningen en niet-woningen.

Deze waarde wordt berekend exclusief areaaluitbreiding en waardeverlaging als gevolg van bezwaar- en beroepschriften. Wel houden we rekening met de verwachte waardeontwikkeling. Forensenbelasting We heffen forensenbelasting om mensen die relatief veel in onze gemeente verblijven, maar geen ingezetene zijn van onze gemeente, mee te laten betalen aan voorzieningen in onze gemeente. Het doel is niet om kosten voor deze voorzieningen één op één te verhalen, maar juist om een bijdrage te vragen aan het algemene voorzieningenniveau. De heffingsgrondslag is de WOZ-waarde van de woning waarin het verblijf plaatsvindt. Het is gebruikelijk om de opbrengst van de forensenbelasting te koppelen aan de OZB-opbrengstverhoging. Toeristenbelasting Toeristenbelasting is verschuldigd over zakelijke of privé overnachtingen van mensen buiten de gemeente die hiervoor een vergoeding betalen. Degene die overnacht, betaalt de belasting vrijwel altijd aan de ondernemer die de overnachting verzorgt. Deze ondernemer draagt de belasting daarna af aan de gemeente. Deze belasting kent zowel een tarief voor volwassenen als voor jeugdige personen tot en met de leeftijd van 18 jaar. Bij de wijziging van de tarieven van de toeristenbelasting houden we rekening met het amendement dat in december 2014 door de raad is aangenomen.

De tarieven worden pas verhoogd als de meerjarige indexering gekoppeld aan de OZB-opbrengstverhoging (maximaal 2%) leidt tot een verhoging van de tarieven met een tot op € 0,05 nauwkeurig af te ronden tarief. In 2024 stijgt het tarief voor volwassenen naar € 1,10. Het tarief voor personen jonger dan 18 jaar blijft € 0,80.

71

Kostendekking van de tarieven Naast de hiervoor genoemde belastingen beschrijven we in dit onderdeel ook de heffingen en rechten die hoogstens kostendekkend mogen zijn. We maken inzichtelijk hoe we bij de berekening van de tarieven borgen dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn en hoe deze uitgangspunten gebruiken bij de tariefstelling. Rioolheffing De rioolheffing hangt samen met de wettelijke zorgplicht voor drie beleidsvelden op het gebied van water. Doel van de rioolheffing is om geld vrij te maken voor onder meer de afvoer van afvalwater, de afvoer van regenwater (ook wel hemelwater genoemd) en het beheer van het grondwaterpeil. De inkomsten uit rioolheffing zijn alleen beschikbaar voor uitgaven gerelateerd aan de beschreven zorgtaken. Het heffen van rioolheffing om andere gemeentetaken te financieren is niet toegestaan. Onze rioolheffing bestaat uit een vast bedrag voor woningen; voor niet-woningen is de hoogte van de heffing afhankelijk van de WOZ-waarde van het object, waarbij in de verordening een maximumbedrag van € 2.500,00 is opgenomen. De tariefontwikkeling van de rioolheffing is afhankelijk van de kostenonderbouwing zoals opgenomen in de financiële paragraaf van het gemeentelijk rioleringsprogramma. Op 15 juni 2022 heeft uw raad het Gemeentelijk Rioleringsprogramma 2023 – 2026 vastgesteld.

Hierin is het uitgangspunt om de tariefstijging van de rioolheffing te beperken. Het beste resultaat wordt bereikt door investeringen vanaf 2032 niet volledig lineair af te schrijven, maar gedeeltelijk ook direct af te schrijven. Daardoor daalt de boekwaarde en daarmee de jaarlijkse afschrijvingslast. Dit heeft uiteraard een gunstig effect op het tarief na 2032. Op korte en middellange termijn wordt een stijging van het tarief geprognosticeerd. In 2024 is deze prognose € 225,00. Berekening van de kostendekkendheid rioolheffing Omschrijving

Begroot

Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

1.782.843 32.024

Netto kosten taakveld

1.750.819

Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente

354.497

BTW

325.895

Overig

282.026

Totale kosten

2.713.237

Opbrengst heffingen

2.656.694

Dekkingspercentage

97,9%

Afvalstoffenheffing Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor de inzameling van het afval van huishoudens. Met de afvalstoffenheffing kan de inzameling van het huishoudelijk afval worden bekostigd. De inkomsten uit de afvalstoffenheffing mogen niet meer dan kostendekkend zijn. Alle particuliere huishoudens waar de gemeente de inzamelplicht nakomt, moeten afvalstoffenheffing betalen. De heffing stellen we vast per perceel. Sinds de invoering van het DIFTAR-systeem bestaat de heffing uit een vast bedrag per perceel (woning) en een drietal variabele tarieven voor het per keer aanbieden van de verschillende afvalcontainers (restafval-, GFT-afval- en ondergrondse verzamelcontainer). Voor de huis-aanhuis inzameling van papier en plastic is géén bedrag verschuldigd. Het uitgangspunt bij de afvalstoffenheffing is een volledig 100%-kostendekkende tariefberekening. Alle kosten van de activiteiten die in enige mate (geheel/gedeeltelijk) kunnen worden toegerekend aan de in de Wet Milieubeheer opgenomen gemeentelijke zorgplicht voor het verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen, inclusief de kosten van de grondstoffencentrum, zijn in de kostenonderbouwing meegenomen. Daarbij maken

72

we onderscheid tussen vaste en variabele kosten, om zo het vaste tarief per perceel en de verschillende containertarieven te berekenen. Berekening van de kostendekkendheid afvalstoffenheffing Omschrijving

Begroot

Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

2.638.772 436.341

Netto kosten taakveld

2.202.431

Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente

100.537

BTW

470.112

Overig

267.486

Totale kosten

3.040.566

Opbrengst heffingen

3.040.408

Dekkingspercentage

100,0%

Leges We heffen leges voor het in behandeling nemen van verschillende aanvragen voor gemeentelijke dienstverlening of voor het verkrijgen van diverse producten. Denk hierbij aan inwoners die betalen voor een paspoort, een rijbewijs of een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie, maar ook aan projectontwikkelaars die een aanvraag indienen voor een omgevingsvergunning. De totale opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen. Met andere woorden: een gemeente mag geen winst maken op de diensten die zij levert. De tarieven voor leges zijn daarom kostendekkend berekend. Daarnaast zijn er bepaalde producten waarvoor maximumtarieven gelden. Deze zijn landelijk vastgesteld. We berekenen alle tarieven op basis van de ‘activity-based-costing-methode’, waarbij we een inschatting maken van de werkelijke kosten van een dienst/product. Hierbij houden we rekening met de geraamde tijdsbesteding, externe kosten en een doorbelasting van overhead. Ook koppelen we bepaalde leges aan het Consumenten Prijs Indexcijfer (CPI) om de dekking constant te houden. Volgens de Kerngegevenstabel, gepubliceerd in september 2023, is het indexcijfer voor 2024 ingeschat op 3,4%. Invoering Omgevingswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is definitief vastgesteld. Onze verordening Leges 2024 wordt grotendeels aangepast aan de hand van de modelverordening van de VNG.

Dit houdt in dat vooral Hoofdstuk 2 (voorheen titel 2) van de verordening wordt aangepast om aan te sluiten op de nieuwe wet. In december 2023 wordt de nieuwe verordening uw raad ter vaststelling aangeboden. Risico op minder legesinkomsten De nieuwe Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen hebben gevolgen voor de legesinkomsten. Er komen minder vergunningplichten, de huidige omgevingsvergunning wordt gesplitst in een ‘technisch deel’ en een ‘ruimtelijk deel’ en gemeenten mogen milieuleges gaan heffen. Gelijktijdig met de Omgevingswet treedt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in werking. Deze wet bewaakt de kwaliteit van ontwerp en uitvoering van bouwplannen. Een groot deel van het werk dat gemeenten nu uitvoeren, moet na inwerkingtreding van deze wet door aanvragers van omgevingsvergunningen worden gedaan. De nieuwe wetten zullen niet direct leiden tot minder werk omdat er vanuit inwoners en bureaus nog vele vragen zullen blijven over de benodigde vergunningen en meldingen eveneens behandeld moeten worden. Daar staan dan echter geen legesinkomsten tegenover. We hebben hiervoor een risico opgevoerd in onze paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

73

Titel 1 Algemene dienstverlening kosten

opbrengsten

dekking

paragraaf 1

Burgerlijke stand

17.376

16.737

96,3%

paragraaf 2

Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

390.305

307.800

78,9%

paragraaf 3

104.316

96.600

92,6%

9.525

7.500

78,7%

paragraaf 5

Rijbewijzen Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie personen [leeg]

paragraaf 6

Vastgoedinformatie

paragraaf 7

Overige publiekszaken

12.559

8.400

66,9%

paragraaf 8

[leeg]

paragraaf 9

Bijzondere wetten

51.632

37.611

72,8%

paragraaf 10 Diversen

1.032

1.000

96,9%

kostendekking Titel 1

586.745

475.648

81,1%

paragraaf 4

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning kosten

opbrengsten

dekking

hoofdstuk 1

Begripsomschrijvingen

-

-

-

hoofdstuk 2

Voorafgaand aan de formele aanvraag

-

-

-

hoofdstuk 3

Omgevingsvergunning

790.384

602.356

76,2%

hoofdstuk 4

Vermindering

-

-

-

hoofdstuk 5

Teruggaaf

-

-

-

hoofdstuk 6

Wet ruimtelijke ordening/Wet geluidhinder

68.036

20.800

30,6%

hoofdstuk 7

In deze titel niet benoemde beschikking

-

-

-

858.420

623.156

72,6%

kostendekking Titel 2 Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

kosten paragraaf 1

Horeca

paragraaf 2

Seksbedrijven

paragraaf 3

Winkeltijdenwet

paragraaf 4 paragraaf 5 paragraaf 6

[leeg]

paragraaf 7

In dit hoofdstuk niet benoemd besluit

opbrengsten

dekking

3.793

3.200

84,4%

Organiseren evenement of markt

2.907

2.800

96,3%

Standplaatsen

1.138

1.000

87,9%

7.838

7.000

89,3%

kostendekking Titel 3

74

Marktgeld en lijkbezorgingsrechten Marktgeld en lijkbezorgingsrechten vallen, net als leges, onder retributies (rechten). Retributies worden geheven als de gemeente een dienst verleent of een van haar bezittingen ter beschikking stelt. In dit geval gaat het om respectievelijk het gebruik van een marktstandplaats en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats. Ook bij deze rechten geldt dat niet meer dan 100% van de kosten kunnen worden verhaald. Echter bij deze rechten is bewust gekozen om slechts gedeeltelijke kostendekking te realiseren. Een verhoging van de tarieven naar volledig kostendekkende tarieven leidt tot ongewenst hoge (schrik-)tarieven. Wel worden de rechten gekoppeld aan het CPI-cijfer om de dekking constant te houden. Bij de berekening van het tarief van het markt- en promotiegeld hebben wij in verband met de praktische hanteerbaarheid het tarief op € 0,05 naar boven afgerond. De lijkbezorgingsrechten worden afgerond op hele euro’s. Berekening van de kostendekkendheid marktgeld Omschrijving

Begroot

Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

70.222 8.850

Netto kosten taakveld

61.372

Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente

16.352

BTW

0

Overig

0

Totale kosten

77.724

Opbrengst heffingen

7.250

Dekkingspercentage

9,3%

Berekening van de kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten Omschrijving

Begroot

Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

97.261 -

Netto kosten taakveld

97.261

Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente

28.237

BTW

0

Overig

0

Totale kosten

125.498

Opbrengst heffingen

26.534

Dekkingspercentage

21,1%

75

Lokale lastendruk In onderstaande tabel geven we een doorkijk in het verloop van de tarieven en de waardeontwikkeling. We gaan uit van voorlopige tarieven. Definitieve vaststelling vindt plaats in de raadsvergadering van december 2023. Belastingsoort

2021

2022

2023

2024

1. eigenarenheffing woningen

0,1006%

0,0944%

0,0819%

0,0835%

2. eigenarenheffing niet-woningen

0,1602%

0,1623%

0,1700%

0,1734%

3. gebruikersheffing niet-woningen

0,1281%

0,1339%

0,1376%

0,1404%

Rioolheffing** 1. tarief woningen

€ 207,02

€ 207,02

€ 216,34

€ 225,00

2. tarief niet-woningen*

0,1127%

0,1193%

0,1273%

0,1324%

Afvalstoffenheffing 1. vast bedrag per perceel

€ 148,50

€ 156,50

€ 155,00

€ 187,00

2. tarief lediging Restafvalcontainer

€ 11,30

€ 11,00

€ 9,70

€ 10,20

3. tarief lediging GFT-afvalcontainer

€ 4,00

€ 3,80

€ 3,40

€ 3,60

4. tarief inworp ondergrondse verzamelcontainer

€ 2,30

€ 2,20

€ 1,90

€ 2,00

1-1-2020

1-1-2021

1-1-2022

1-1-2023

6,5%

9,1%

13,1%

n.n.t.b.

0,4%

0,7%

4,8%

n.n.t.b.

1-1-2020

1-1-2021

1-1-2022

1-1-2023

€ 276.000

€ 291.000

€ 314.000

n.n.t.b.

Onroerendezaakbelastingen*

Waardeontwikkeling WOZ-waarde 1. woningen 2. niet-woningen bron: waarderingskamer Gemiddelde WOZ waarde (CBS-statistiek WOZ) 1. woningen

(*) voor 2024 uitgaande van voorlopige tarieven omdat de totale WOZ-waarde van de categorie woningen en niet-woningen nog niet kan worden berekend. (**) voor 2024 gaan we uit van de voorlopige tarieven, zoals geprognosticeerd in het Gemeentelijk Rioleringsprogramma 20232026.

Ook hebben we voor de verschillende (fictieve) huishoudens de financiële consequenties in een tabel weergegeven. Wij hebben onderscheid gemaakt in een berekening –uitgaande van vaste WOZ-waarde van een object voor belastingplichtigen met een eigen woning of eigen bedrijf, en een berekening voor huurders van woningen.

76

Lokale lastendruk Huurwoning

Particuliere woning

Particuliere woning

n.v.t.

€ 250.000

€ 400.000

€ 700.000

eigenarenheffing

n.v.t.

€ 208,85

€ 334,15

€ 1.213,80

gebruikersheffing

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

€ 982,46

n.v.t.

€ 225,00

€ 225,00

Belastingsoort WOZ-waarde object

Bedrijf

Onroerendezaakbelastingen (*)

Rioolheffing (*) woningtarief niet-woningtarief

€ 926,77

Afvalstoffenheffing (**) Vast tarief per perceel

€ 187,00

€ 187,00

€ 187,00

n.v.t.

Lediging Gft-container

€ 21,60

€ 21,60

€ 21,60

n.v.t.

Lediging Rest-container

€ 112,20

€ 112,20

€ 112,20

n.v.t.

Totaal aanslag 2024

€

320,80

€

754,65

€

879,95

€

3.123,03

Aanslagbedrag 2023

€

282,10

€

703,19

€

826,04

€

3.044,30

Verschil

€ 38,70

€ 51,46

€ 53,91

(*) uitgaande van voorlopige tarieven omdat de totale WOZ-waarde nog niet kan worden berekend. (**) uitgaande van gemiddeld aantal ledigingen van respectievelijk 6 GFT/ 11 Rest afvalcontainers

Kwijtscheldingsbeleid Het verlenen van kwijtschelding is geen verplichting maar een bevoegdheid. Volgens de Invorderingswet kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend aan een belastingplichtige die zijn belastingaanslag of een deel daarvan niet anders dan met buitengewoon bezwaar kan betalen. De raad stelt jaarlijks het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid vast. In het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid staat eerst aangegeven voor welke heffingen kwijtschelding kan worden aangevraagd. Volledige kwijtschelding kan worden verzocht voor de aanslag OZB, rioolheffing en het vaste deel van de afvalstoffenheffing. Kwijtschelding van het variabele deel van de afvalstoffenheffing is beperkt tot een maximum aantal containerledigingen, namelijk 9 ledigingen van de restafvalcontainer, 5 ledigingen van de Gft-container en 26 inworpen in de ondergrondse verzamelcontainer. Daarnaast is in het kwijtscheldingbeleid aangegeven wanneer iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. Dit toetsten we aan de betalingscapaciteit en de hoogte van het vermogen van een belastingschuldige. Hier zijn normeringen voor. Het betreft de normen en bedragen genoemd in de Participatiewet (bijstandsnorm), die gelden voor de “kosten van bestaan”. In ons bestaand beleid is gekozen om de kosten van bestaan op 100% van de bijstandsnorm te stellen.

Dit is het maximaal toegestane percentage en zorgt voor de ruimste mate van kwijtschelding. Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant De gemeentelijke bijdrage aan de BWB voor 2024 is bepaald op € 502.000,00 (inclusief € 30.000,00 compensabele BTW).

€ 78,73

77

5.2

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijven we de financiële positie van onze gemeente. Ook nemen we hier de verplichte financiële kengetallen op. Beleidskader In de raadsvergadering van 19 september 2018 stelde uw raad de “Nota risicomanagement & weerstandsvermogen 2018” vast. In het risicomanagementbeleid is op hoofdlijnen aangegeven wat uw raad wil bereiken met risicomanagement, welke instrumenten en middelen daartoe ingezet worden, en wat de definities en uitgangspunten zijn om te komen tot de noodzakelijke berekeningen. Dit beleidskader gebruiken we deze periode om uitvoering te geven aan het risicomanagement. Wij zoeken een balans tussen een zo volledig en objectief mogelijk risicoprofiel zonder daarbij onnodig beslag te leggen op de weerstandscapaciteit. Dit kan alleen door een integrale benadering waarin de samenhang tussen risico’s, reserves en het ratio centraal staat. We leggen de nadruk op risicomonitoring. De speerpunten voor deze periode zijn dan ook gelijk aan de doelstellingen van risicomonitoring: • • •

Speerpunt 1: Tijdig signaleren van risico’s; Speerpunt 2: Effectiviteit van beheersmaatregelen; Speerpunt 3: Evaluatie.

Risico’s, weerstandscapacitieit en weerstandsvermogen Het realiseren van ambities gaat gepaard met het nemen van risico’s. Risico’s horen bij het proces van verandering. Het is belangrijk dat uw raad zich bewust is van de risico’s die horen bij het beleid van de gemeente en dat zij hierop stuurt. Of onze gemeente in staat is de gevolgen van de risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt, wordt weergegeven door de 'weerstandscapaciteit'. Onder weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om risico’s te kunnen dekken. Dit zijn onder andere: het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de reserve grondexploitatie, de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en overige stille reserves. Samen vormen deze middelen de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit is afhankelijk van de aard en de omvang van de risico’s (risicoprofiel). De relatie tussen de weerstandscapaciteit en het risicoprofiel noemen we het weerstandsvermogen. Deze wordt weergegeven door de ratio weerstandsvermogen. Risicoprofiel De lijst met risico’s actualiseren we twee keer per kalenderjaar, namelijk bij de samenstelling van de begroting en de jaarrekening.

In combinatie met de risico’s van de grondexploitatie en strategische gronden vormen deze risico’s het risicoprofiel van de gemeente Rucphen. In de jaarrekening 2022 waren 45 risico’s geïnventariseerd. Bij deze laatste actualisatie zijn in totaal 43 risico’s voor onze gemeentelijke exploitatie in beeld. In het volgende overzicht wordt de top 10 grootste risico’s gepresenteerd en het totaalbedrag van de overige risico’s uit de gemeentelijke exploitatie. Een totaallijst van deze risico’s is terug te vinden in bijlage 3. Daarnaast hebben we de risico’s die bij onze grondexploitaties zijn benoemd in deze paragraaf opgenomen.

78

Belangrijkste financiële risico's Financieel gevolg maximaal

Benodigde weerstandscapaciteit

Risico

Kans

De (financiële) beheersmaatregelen in de jeugdzorg zijn onvoldoende in relatie tot de knelpunten in de Jeugdzorg WBW.

50%

€

400.000

€

200.000

Slechte, ontoereikende verkeersveiligheid.

50%

€

300.000

€

150.000

Ontwikkelingen bij verbonden partijen, uitbreiding takenpakket GR, begrotingstekorten e.d.

70%

€

200.000

€

140.000

De (financiële) beheersmaatregelen zijn onvoldoende in relatie tot de toename in zorgvraag (open einde regeling Wmo).

50%

€

200.000

€

100.000

Overlast door extreme weersomstandigheden.

50%

€

200.000

€

100.000

Boete Autoriteit Persoonsgegevens als gevolg van datalek of niet voldoen aan de AVG.

10%

€

1.000.000

€

100.000

Het uitbreken van nog onbekende crises.

10%

€

1.000.000

€

100.000

Lagere uitkering Regeling specifieke uitkering stimulering sport.

30%

€

236.000

€

70.000

Faillissement leverancier software toepassingen.

10%

€

750.000

€

75.000

Faillissement (grote) zorgaanbieder.

30%

€

200.000

€

60.000

Totaal grote risico's

€

4.486.000

€

1.095.000

Overige risico's

€

4.340.000

€

748.000

40.750

€

4.075

Strategische gronden: Uitbreiding Struikhei

10%

€

Totaal risico’s strategische gronden:

€

40.750

€

4.075

Totaal risico’s gemeentelijke exploitatie

€

8.866.750

€

1.847.075

Risico’s grondexploitatie: Complexen in exploitatie (zie paragraaf 5.7)

1.592.025

€

962.048

Totaal risico’s grondexploitatie

n.v.t. €

€

1.592.025

€

962.048

Totaal gemeentelijke risico’s

€

10.458.775

€

2.809.123

Bij de inventarisatie is ook de kans en het financiële gevolg in beeld gebracht. Uit ons risicoprofiel blijkt dat het maximale financiële gevolg van alle risico’s samen € 10.458.775,00 is. Het is ondenkbaar dat alle risico’s tegelijk en in hun maximale omvang optreden. We reserveren daarom een gedeelte van het totale risicobedrag. Dit berekenen we door middel van kanspercentage x maximaal financieel gevolg. Om het totale risicobedrag af te dekken is een weerstandscapacitieit benodigd van € 2.809.123,00. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Rucphen bestaat uit het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de reserve grondexploitatie, de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien uit de begroting 2024 en overige stille reserves. Alle onderdelen worden hieronder toegelicht. Algemene reserve Per 1 januari 2024 is de verwachte omvang van de algemene reserve groot € 4.131.292,27. Om een correct beeld te geven van het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve brengen we alle toekomstige onttrekkingen uit de algemene reserve, waarover door uw raad besluitvorming heeft plaatsgevonden, in mindering. Daarnaast wordt ook alle vrijval ten gunste van de algemene reserve verrekend. Alle mutaties tot en met de 2e bestuursrapportage 2023 zijn verwerkt.

In 2024 houden we rekening met storting in de Reserve Kadernota van € 327.020,00 i.v.m. de eenmalige claims uit de Kadernota 2024. Verder zijn er geen aanwendingen of stortingen in relatie tot algemene reserve waarover uw raad een besluit heeft genomen.

79

Reserve grondexploitatie Deze middelen worden gebruikt om de risico’s van de grondexploitatie af te dekken. We nemen deze mee in de weerstandscapaciteit omdat enerzijds overschotten binnen deze reserve terugvloeien naar de algemene reserve en anderzijds tekorten worden aangevuld door de algemene reserve. De verwachte omvang van de reserve grondexploitatie per 1 januari 2024 is € 2.023.168,20. Onbenutte belastingcapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit is de mogelijkheid om extra middelen te genereren door belastingen te verhogen of heffingen meer kostendekkend te maken. Voor de drie belangrijkste inkomsten van onze gemeente, onroerendezaakbelasting (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing, is deze mogelijkheid alleen van toepassing op de OZB omdat de heffingen al 100% kostendekkend zijn. De nadruk ligt hierbij op het woord ‘mogelijkheid’. Anders dan bij de reserves kan de onbenutte belastingcapaciteit namelijk niet worden gebruikt als dekking en mag deze alleen worden gezien als scenario bij grote financiële tekorten op de begroting over langere tijd. De onbenutte belastingcapaciteit bij de OZB is zo groot als het verschil tussen het gehanteerde tarief en het tarief om tot een "artikel 12 gemeente" gerekend te worden. Voor 2024 is dit tarief 0,1614%.

Wanneer we dit percentage afzetten tegen de in de begroting opgenomen ramingen voor de OZB-ontvangsten blijkt er nog een ruimte te zijn van € 3.365.318,00 structureel. Onvoorzien Voor 2024 is een post voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 55.000,00. Algemene reserve geactiveerde gronden in erfpacht (stille reserves) In erfpacht uitgegeven gronden moeten worden gewaardeerd tegen de uitgifteprijs van eerste uitgifte. Deze waarde is middels de resultaatbestemming 2017 toegevoegd aan de algemene reserve (erfpacht) en mag worden toegerekend aan onze weerstandscapaciteit. Net als bij de onbenutte belastingcapaciteit kan deze waarde niet worden gebruikt als dekking. Ook hier is alleen sprake van een mogelijkheid om op termijn inkomsten te genereren. Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve per 01-01-2024

€

4.131.292

Reserve grondexploitatie

€

2.023.168

Onbenutte belastingcapaciteit (redelijk peil 2024)

€

3.365.318

Onvoorzien

€

55.000

Algemene reserve geactiveerde gronden in erfpacht (stille reserves)

€

953.000

Totale beschikbare weerstandscapaciteit

€

10.527.779

Af: Totaal aanwendingen tlv / vrijval tgv de algemene reserve

€

327.020

Totaal gecorrigeerde beschikbare weerstandscapaciteit

€

10.200.759

Totaal benodigde weerstandscapaciteit (o.b.v. 100%)

€

2.809.123

Vrij besteedbaar

€

7.391.636

Ratio weerstandsvermogen Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Ratio weerstandsvermogen

=

Beschikbare weerstandscapaciteit

€ 10.200.759

Benodigde weerstandscapaciteit

€

2.809.123

3,6

80

Wanneer we op deze ratio een correctie toepassen voor de middelen welke niet als dekking gebruikt kunnen worden (onbenutte belastingcapaciteit en erfpacht), verandert de ratio als volgt: Ratio weerstandsvermogen (gecorrigeerd)

=

Beschikbare weerstandscapaciteit

€

5.882.440

Benodigde weerstandscapaciteit

€

2.809.123

2,1

We streven naar een gecorrigeerd ratio met een bandbreedte tussen 1.0 en 1.4, met waarderingscijfer C. Het gecorrigeerd ratio voor de begroting 2024 ligt met 2,1 , buiten deze bandbreedte. Volgens de weerstandsnorm is dit ratio ‘uitstekend’. Omdat het ratio groter is dan 1.4, is sprake van vrij besteedbare ruimte binnen de Algemene reserve. Het uitgangspunt is dat deze ruimte in de Algemene reserve blijft, totdat anders wordt besloten. De vrije ruimte bedraagt: € 1.949.668,27. Weerstandsnorm Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

>2.0

uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

C

1.0-1.4

voldoende

D

0.8-1.0

matig

E

0.6-0.8

onvoldoende

F

<0.6

ruim onvoldoende

De gepresenteerde ratio is zowel van toepassing op het begrotingsjaar 2024 als op de jaren 2025 t/m 2027 van de meerjarenraming, omdat alle toekomstige mutaties op de Algemene reserve, waarover besluitvorming door uw raad heeft plaatsgevonden, zijn doorgerekend. Het verloop van het ratio is gepresenteerd in onderstaande tabel. Ratio weerstandsvermogen

Verloop van het ratio weerstandsvermogen Rekening 2021

Begroting 2023

Rekening 2022

Begroting 2024

ratio weerstandsvermogen

3,3

3,4

3,1

3,6

ratio weerstandsvermogen (gecorrigeerd)

2,2

2,2

2,0

2,1

ratio:

Kengetallen Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een provincie of gemeente. Om de kengetallen te bepalen is gebruik gemaakt van de geprognosticeerde balans 2024. Voorgeschreven is dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) De netto schuldquote geeft de hoogte van de schulden van gemeente Rucphen aan ten opzichte van de totaal baten. Het percentage gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen geeft aan hoeveel schulden zijn doorgeleend aan derden. De schuldquote geeft daarmee een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Solvabiliteitsratio Het solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre de gemeente Rucphen voldoende eigen vermogen bezit om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. De norm van de VNG voor het solvabiliteitsratio is 20%.

81

Grondexploitatie Aan grondexploitatie kunnen risico’s verbonden zijn, door bijvoorbeeld herwaardering. Het percentage grondexploitatie geeft aan of de gemeente Rucphen relatief veel grond heeft en daardoor veel risico loopt. Voor het percentage grondexploitatie geldt: hoe lager dit percentage, hoe beter. Structurele exploitatieruimte Dit percentage geeft aan of de gemeente Rucphen voldoende structurele baten heeft om haar structurele lasten te dekken. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Voor het percentage structurele exploitatieruimte geldt: hoe hoger dit percentage, hoe beter. Belastingcapaciteit De hoogte van de belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het geeft aan op de gemeente Rucphen relatief veel belastingen heft en of er ruimte om deze belastingen te verhogen. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze. Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheersing (prognose) Rekening 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Netto schuldquote

41,1%

61,6%

50,2%

52,2%

56,9%

62,5%

Netto schuldquote (gecorrigeerd)

40,6%

61,2%

49,8%

51,4%

55,6%

60,9%

Solvabiliteitsratio

54,7%

41,3%

48,0%

48,2%

46,7%

44,1%

Grondexploitatie

13,2%

2,1%

1,2%

-0,2%

-1,6%

0,0%

Kengetallen:

Structurele exploitatieruimte

5,9%

5,1%

2,7%

4,4%

0,1%

1,3%

Belastingcapaciteit

95,8%

98,8%

90,4%

87,4%

84,5%

81,6%

Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheersing (prognose) Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026

Begroting 2027

Kengetallen: Netto schuldquote

A

A

A

A

A

A

Netto schuldquote (gecorrigeerd)

A

A

A

A

A

A

Solvabiliteitsratio

A

B

B

B

B

B

Grondexploitatie

A

A

A

A

A

A

Structurele exploitatieruimte

A

A

A

A

A

A

Belastingcapaciteit

B

B

A

A

A

A

82

Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen Gewaarborgde geldleningen De gemeente Rucphen staat in 2024 garant voor een 4-tal geldleningen voor sportverenigingen. Het bedrag waarvoor garant gestaan wordt is per 1 januari 2024 € 257.218,00. Het oorspronkelijke bedrag van deze leningen bedroeg € 602.500,00. De hypotheken met een door onze gemeente gegarandeerde hypothecaire geldlening zijn in 2023, naar verwachting, uitgefaseerd. Er worden geen nieuwe rechtstreekse hypotheekgaranties meer verstrekt. Tot slot is er een ongelimiteerde achtervangovereenkomst met Thuisvester voor 17 leningen met een schuldrestant van ruim € 130,2 miljoen euro. Deze portefeuille bestaat uit fixe leningen, die volledig worden afgelost aan het einde van de looptijd. nr.

doel

Sport 1 Financiering bedrijfsvoering 2 Nieuwbouw schietbaan 3 Renovatie 6 tennisbanen 4 Aanleggen 2 padelbanen Totaal

geldnemer

R.K.S.V. Rood-Wit De Koningsschutters TV de Bocht TV de Bocht

% borg

100% 100% 100% 100%

bedrag

restant bedrag 1 jan

restant bedrag 31 dec

60.000 400.000 92.500 50.000 602.500

22.926 156.548 27.744 50.000 257.218

20.922 136.548 18.494 46.667 222.631

Garanties i.v.m. woningbouw Nationale hypotheekgarantie Aantal hypotheken Som van de risicobedragen (x € 1 mln.)

2024 0 0,00

2023 0 0,00

2022 8 0,08

2021 8 0,03

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) Aantal leningen Schuldrestant (x € 1 mln.) Toegerekend bedrag

2024 17 130,2 83,3

2023 17 130,2 83,3

2022 17 130,2 79,3

2021 15 94,6 76,9

83

5.3

Onderhoud kapitaalgoederen

Algemeen Integraal beheer openbare ruimte In 2016 is uw raad voorgesteld middelen beschikbaar te stellen om het gewenste beeldkwaliteitsniveau B aan te kunnen houden (scenario ‘toekomstvisie 2030’). Bij amendement op het raadsvoorstel (14 december 2016) voor deze middelen is door uw raad besloten om de realisatie van dit scenario af te laten hangen van de financiële mogelijkheden. Afgelopen jaren waren de financiële mogelijkheden beperkt en zijn de benodigde middelen slechts in beperkte mate beschikbaar gesteld. In de ‘kadernotitie integraal beheer openbare ruimte’ (uit 2016) is berekend, dat voor het scenario ‘toekomstvisie 2030’ het beheerbudget voor wegen structureel verhoogd moet worden tot € 560.000,00 in 2018. Doordat gekozen is voor een fasering en er bij aanvang minder geld voor verhoging van het beheerbudget vrijgemaakt kon worden, zal het langer duren voordat het gewenste niveau zal zijn bereikt. In 2018 en 2019 is structureel een bedrag ad € 120.000,00 beschikbaar gesteld. Vanaf 2020 (begroting 2020) is hier een vervolgclaim op verwerkt, waarna er structureel € 265.000,00 in de huidige begroting zit voor het onderdeel wegen. In 2022 is hier opnieuw een structureel bedrag bijgekomen van € 17.610,00, waardoor er structureel € 282.610,00 in de huidige begroting is verwerkt.

In de Kadernota 2024 is een structurele claim € 277.390,00 opgenomen, zodat het beheerbudget behorende bij het scenario van € 560.000,00 in 2024 structureel behaald wordt. Hiermee wordt er meteen een basis gelegd voor de uitvoering van het toekomstige wegenbeleid. Deze claim is verwerkt in deze begroting. Wegen Op grond van de Wegenwet is de gemeente verplicht om een beheer/beleidsplan vast te stellen. Het huidige beheer en beleidsplan is vastgesteld in juni 2017 en moet worden geactualiseerd. In de raadsvergadering van december 2023 wordt de actualisatie van het wegenbeleid voor de periode 2024 – 2028 aan uw raad voorgelegd. Hierin is integraal werken het uitgangspunt. Er wordt gecombineerd onderhoud gepleegd aan zowel wegen, water als riolering. Daarnaast zijn ook de uitgangspunten; duurzaamheid en kosten efficiëntie in dit plan verwerkt. In juni 2017 is het beheerplan wegen 2017 vastgesteld. Dit gebruiken we om de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s op te stellen op basis van de keuze voor scenario ‘Toekomstvisie 2030’. Gemiddeld worden de wegen tweemaal per drie jaren visueel geïnspecteerd, waarna de resultaten (de onderhoudstoestand van de wegen) worden vastgelegd in het softwarepakket t.b.v. het wegenbeheer. Op basis van objectieve criteria wordt vervolgens bepaald wanneer bepaalde wegvakken voor onderhoud of reconstructie in aanmerking komen.

De financiële consequenties welke samenhangen met het beheerplan wegen worden toegelicht in hoofdstuk 1 van deze programmabegroting onder taakveld 2.1 – verkeer en vervoer. Riolering Op grond van de Wet Milieubeheer en de Waterwet is de gemeente verplicht om een Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) op te stellen. Uw gemeenteraad heeft op 15 juni 2022 het Gemeentelijk Rioleringsprogramma 2023-2026 vastgesteld. Het rioolbeheer wordt risicogestuurd uitgevoerd, waarbij integraal werken het uitgangspunt is. Een gecombineerde uitvoering van riool-, weg- en groenbeheer is kosteneffectief en geeft minder overlast voor onze inwoners. Veder wordt ingezet op klimaatmaatregelen om schade en overlast als gevolg van wateroverlast zo veel mogelijk te beperken. De regionale samenwerking in water- en klimaatkring De Baronie en Samenwerking Water West-Brabant (SWWB) wordt voortgezet en er wordt ingezet op participatie van inwoners. Openbaar groen De inrichting en het beheer van het gemeentelijk groen vindt plaats conform de uitgangspunten van het groenbeleidsplan ‘Groen R’ (2022), het groenbeheerplan ‘Groene Vingers’ (2022) en het boombeleid ‘BOOM’ (2021).

84

Met het groenbeleid 'Groen R' en het groenbeheerplan 'Groene Vingers' wordt het groen binnen onze gemeente, zowel in de dorpen als in het buitengebied, gewaardeerd en geborgd. We streven de komende jaren naar een duurzame ontwikkeling van het groen. De aspecten gebruiks-. belevings-, en toekomstwaarde zijn hierbij drie bepalende pijlers. Uitgangspunten hierbij zijn het behouden en versterken van de groenstructuur, het vergroten van de biodiversiteit en het klimaat-adaptief maken van de gemeente. Om het vastgestelde beeldkwaliteitsniveau B te bereiken en te behouden werken we vanaf 2023 voor het groenbeheer en -onderhoud op basis van een beeld- en frequentiebestek. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden zetten we de WVS-groep en commerciële partijen in. Gebouwen De gemeentelijke gebouwen en objecten zoals gemeenschapshuizen, sport- en zwemaccommodaties zijn in onderhoud en beheer van de gemeente. Het onderhoud vindt plaats aan de hand van het meerjaren onderhoudsplan (MJOP). Het gewenste kwaliteitsniveau is dat onze objecten zich in een redelijke tot goede staat van onderhoud bevinden. Dit houdt in dat we kleine bouwkundige en installatietechnische gebreken herstellen en regulier onderhoud uitvoeren aan de diverse elementen die (cyclisch) onderhoud nodig hebben.

In januari 2021 is op basis van deze uitgevoerde conditiemetingen het meerjaren onderhoudsplan geactualiseerd en vervolgens door uw raad op 29 september 2021 vastgesteld voor de jaren 2022 t/m 2031. In dit onderhoudsplan wordt op basis van urgentie verdere invulling gegeven om de staat van onderhoud de komende jaren op het gewenste doelmatige niveau te houden. Voor 2024 is voor structureel onderhoud voor 18 objecten € 410.851,00 aan uitgaven voorzien.

85

5.4

Financiering

Algemeen In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) is een belangrijk en bindend kader gesteld voor een verantwoorde en professionele inrichting van de treasuryfunctie en voor het scheppen van voorwaarden om deze te kunnen uitvoeren. Op grond van de Wet fido zijn de gemeenten verplicht twee treasury-instrumenten op te stellen. Dit zijn het treasurystatuut en de paragraaf financiering in de begroting en de jaarrekening. Het treasurystatuut is een nadere uitwerking van artikel 20 Financieringsfunctie uit de ‘Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) Rucphen 2023’. Op basis van artikel 20, lid 4 stelt het college van burgemeester en wethouders regels op ter uitvoering van de taken, bevoegdheden en de bijbehorende informatievoorziening omtrent de financieringsfunctie. In de financieringsparagraaf legt de gemeente de verwachtingen en het beleid voor de financieringsrisico's vast. De paragraaf geeft inzicht in het rentebeleid, het risicobeheer, de kasgeldlimiet, de financieringsbehoefte en de renterisiconorm. Rentebeleid We trekken tegen een zo laag mogelijk rentepercentage financieringsmiddelen aan. Voor financiering tot één jaar zijn dit kasgeldleningen. Langlopende financiering vindt plaats op de kapitaalmarkt tegen concurrerende rentetarieven. Hierbij houden we ons aan de normen zoals deze zijn opgenomen in de Wet fido.

Omdat financieringsmiddelen veelal worden aangetrokken ten behoeve van het doen van investeringen zullen de nieuw aan te trekken geldleningen een looptijd kennen van circa 25 jaar. Bij het aangaan van een geldlening maken we een afweging tussen financieringsovereenkomsten welke rentevast zijn en financieringsovereenkomsten met een conversiebepaling zodat na verloop van tijd, in het algemeen na 10 jaar, de lening kan worden geconverteerd naar een lager rentepercentage. Kasgeldlimiet De financiering met kasgeld is geregeld binnen de kasgeldlimiet die is voorgeschreven in de Wet fido. De wettelijke norm bedraagt 8,5% van het totaal van de jaarbegroting (de totale lasten op de begroting) van het openbare lichaam bij aanvang van het jaar. Dit betekent dat het maximale bedrag dat in 2023 met kasgeld (korter dan één jaar) gefinancierd mag worden 8,5% x € 74.039.985,00 = € 6.293.396,00 bedraagt. Financieringsbehoefte Wij ramen het volgende verloop van de liquiditeiten gedurende de planperiode:

Omschrijving

Saldo 1 januari Saldo kasstroom uit operationele activiteiten Saldo kasstroom uit investeringsactiviteiten Saldo kasstroom uit financieringsactiviteiten Aan te trekken langlopende leningen Saldo 31 december

2024

2025

2026

2027

1.429.095 5.414.440 -7.481.087 -6.884.189 7.500.000

-21.741 6.761.579 -11.242.911 -2.281.557 6.800.000

15.370 4.190.356 -5.135.160 -2.388.246 3.400.000

82.320 3.525.240 -7.415.042 -2.422.236 6.300.000

-21.741

15.370

82.320

70.282

Op basis van de recent geactualiseerde liquiditeitenplanning zullen we in de periode 2024 – 2027 afgerond 24,0 miljoen aan geldleningen moeten aantrekken. Waar nodig maken we gebruik van kasgeldleningen tot maximaal de kasgeldlimiet. Onze leningenportefeuille ziet er dan (geprognosticeerd) als volgt uit:

86

Omschrijving

Bedrag (x € 1.000)

Stand lening op 1 januari 2024 Nieuwe leningen Reguliere aflossingen Stand leningen op 31 december 2024

29.576.134 7.500.000 -1.816.134 35.260.000

Risicobeheer We zijn ons bewust van de renterisico’s bij financiering op lange termijn. Bij een stijgende renteontwikkeling zullen wij tijdig de afweging maken om te komen tot het aantrekken van financieringsmiddelen voor de langere termijn. Ook voor de bestaande geldleningen zijn we alert op mogelijkheden voor renteconversie. Op deze manier kunnen we optimaal profiteren van de renteontwikkeling. Renterisiconorm De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Het doel van deze norm is dat gemeenten in enig jaar niet meer dan 20% van hun begrotingstotaal (looptijd langer dan 1 jaar) mogen converteren. Deze zekerheid is ingebouwd in de wet Fido om te voorkomen dat de gemeente met te grote negatieve renteschommelingen geconfronteerd wordt en de nadelige gevolgen daarvan moet kunnen opvangen binnen de begroting. Per 1 januari 2024 heeft de gemeente Rucphen, ter financiering van haar operationele en investeringsactiviteiten, een restant aan langlopende schulden van € 29.576.134,00. Het renterisico daarvan blijft ruim binnen de norm van 20% van het begrotingstotaal. Renterisiconorm

2024

1a Renteherziening op vaste schuld o/g

0

1b Renteherziening op vaste schuld u/g

0

2 Netto-renteherziening op vaste schuld (1a -/- 1b)

0

3 Aflossingen

1.816.134

4 Renterisico op vaste schuld (2 +/+ 3)

1.816.134

5 Begrotingstotaal 2024

74.039.958

6 Het normpercentage

20%

7 Renterisiconorm (5 x 6)

14.807.992

8 Ruimte onder risiconorm (7 -/- 4)

12.991.858

Berekening van de renteomslag De berekening per 01-01-2024 van de renteomslag vindt als volgt plaats:

Rente berekening voor de boekwaarde

2024

1 De externe rentelasten over de korte en lange financiering 2 De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

399.022 20.718

3 De aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente (1 - 2)

378.304

4 Boekwaarde exclusief grondbedrijf 5 Rente over de boekwaarde exclusief grondbedrijf (3 /4)

87.865.535 0,43%

87

Rentepercentage grondbedrijf De berekening per 01-01-2024 van het rentepercentage vindt als volgt plaats:

Berekening rentepercentage grondbedrijf

2024

1 De externe rentelasten over de korte en lange financiering

399.022

2 Vaste schulden 3 Rentelast over het vreemd vermogen (1 / 2)

29.576.134 1,35%

4 Vreemd vermogen

51.469.288

5 Totaal vermogen

105.302.433

6 Percentage vreemd vermogen (4 / 5)

48,88%

7 Rentepercentage grondbedrijf (6 * 3)

0,66%

88

5.5

Bedrijfsvoering

Personeel & organisatie De Organisatie agenda – Samenwerken aan resultaat en mens De organisatieagenda bevat de koers voor de doorontwikkeling van onze organisatie (ons huis). Het huis is gebouwd op zes pijlers: bedrijfscultuur, toekomst van ons personeel, talentontwikkeling, managementstijl, organisatiestructuur en werkwijzen. Per pijler hebben we samen met de organisatie bepaald wat we willen bereiken. Hoe we dat willen doen is vertaald in concrete projecten en activiteiten. Veel projecten en activiteiten dragen bij aan de doelstellingen van meerdere pijlers. De organisatieagenda is een dynamisch document: we spelen in op nieuwe trends en ontwikkelingen, halen tussentijds ideeën op en passen daar onze activiteiten op aan. We denken en doen dit vanuit de strategie “Samenwerken aan resultaat en mens”. In 2024 werken wij aan:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13407167/1