CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

05b Programmabegroting 2024

gemeenteraad 8 november 2023, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Programmabegroting 202441.604 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

7 alinea's met “omgevingsplan”: 715 728 730 731 735 736 737

6.81b Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO) Maatschappelijke opvang, verslavingszorg en (Openbare Geestelijke Gezondheidszorg) OGGZ De maatschappelijke opvang, verslavingszorg en (Openbare Geestelijke Gezondheidszorg) OGGZ blijven de komende jaren nog een taak van de centrumgemeenten. In 2025 wordt, mede op basis van de ervaringen met beschermd wonen, bekeken of dit gedecentraliseerd kan worden in de verdere toekomst. In 2024 gaat het nieuwe contract voor de OGGZ in, er is gekozen om dit niet meer volgens een jaarlijkse subsidie te bekostigen om te zorgen voor structurele inzet. Wet verplichte ggz De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) regelt het verlenen van verplichte zorg aan mensen met een psychische aandoening. Verplichte zorg is nodig als er door de psychische aandoening gevaar (ernstig nadeel) is of dreigt voor de persoon zelf of anderen. Wijk ggz-er De gemeente is met ingang van 2023 wettelijk verantwoordelijk voor de opvolging van de niet acute politiemeldingen van mensen met verward gedrag (e33 meldingen). Dat betekent dat we op een melding (na triage door het meldpunt crisiszorg) meteen moeten gaan handelen. Als gemeente hebben we ook de opgave om steeds meer bijzondere doelgroepen (lees: personen met een GZ-problematiek en/of verward gedrag) op lokaal niveau op te nemen (is ook een wettelijke taak).

Om deze processen goed te laten verlopen hebben wij onder andere sinds enkele jaren de functie van Wijk ggz-er ingekocht bij GGZ Westelijk Noord-Brabant.

43

6.82a Jeugdbescherming en 6.82b Jeugdreclassering Gemeenten zijn niet alleen verantwoordelijk voor de ondersteuning bij (lichte) opvoedings- en ontwikkelingsproblematiek van jeugdigen en/of hun ouders maar ook voor de jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsketen. Het doel is om jeugdigen en gezinnen eerder, beter en duurzaam te beschermen in onveilige opgroei- en opvoedsituaties. 1.6.5.

Beleidsindicatoren

Banen per 1.000 inwoners 15-64 jaar

463,9

825,4

Rucphen

Nederland bron: Meerdere bronnen | 2022

*Banen: Onder een baan wordt verstaan een vervulde positie verstaan. Dit betreffen zowel fulltimers, parttimers als uitzendkrachten. De indicator betreft het aantal banen per 1.000 inwoners.

Jongeren met een delict voor de rechter 1%

1%

Rucphen

Nederland bron: CBS Jeugd | 2021

*Jongeren met een delict voor de rechter: Het percentage jongeren (12 t/m 21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen.

% Kinderen in uitkeringsgezin

% Werkloze jongeren

6,00%

4,00%

2,00% 1,00%

Nederland

Rucphen

bron: CBS 2021

Nederland

Rucphen

bron: CBS | 2021

*Kinderen in uitkeringsgezin: Percentage kinderen tot 18 jaar die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Minimaal 1 lid van het huishouden ontvangt een bijstandsuitkering. *Werkloze jongeren: Personen van 16 t/m 22 jaar die als werkzoekende staan ingeschreven bij het UWV en tegelijkertijd geen baan hebben als werknemer volgens de Polisadministratie.

44

Netto arbeidsparticipatie 69,8%

72,2%

Rucphen

Nederland bron: CBS | 2022

*Netto arbeidsparticipatie: het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking).

Personen met een bijstandsuitkering per 1.000 inwoners

Rucphen

25,47

Nederland

43,12

bron: cbs_reint | 2021

*Personen met een bijstandsuitkering: Het aantal personen met een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, t/m 2014) en de Participatiewet (vanaf 2015).

Lopende re-integratievoorzieningen per 1.000 inwoners van 15 -64 jaar

12,77

19,77

Rucphen

Nederland bron: CBS | 2022

*Lopende re-integratievoorzieningen: Onze gemeente biedt voorzieningen aan zoals scholing, werk of begeleiding om re-integratie (terugkeer naar werk) mogelijk te maken.

Jongeren met jeugdhulp aantal per 1.000 jongeren % van alle jongeren tot 18 jaar

Rucphen

Nederland

15,5

13,2

bron: CBS | 2022

45

*Jongeren met jeugdhulp: Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp. Jeugdhulp is hulp bij psychische hulpvragen, een verstandelijke beperking en/of opvoedproblemen. Jeugdhulp is bedoeld voor kinderen en jongeren tot 18 jaar, soms tot 23 jaar

Jongeren met jeugdreclassering

Jongeren met jeugdbescherming

geen data

0,3%

1,5%

1,2%

Rucphen

Nederland

Rucphen

Nederland

bron: COELO | 2022

bron: CBS Jeugd | 2022

*Jongeren met jeugdreclassering: Een jongere die met de politie in aanraking is geweest en een procesverbaal heeft gekregen, kan jeugdreclassering opgelegd krijgen. Jeugdreclassering is een vorm van jeugdzorg waarbij de jongere wordt geholpen, begeleid en gecontroleerd. Het doel van jeugdreclassering is om in samenwerking met ouder(s) of netwerk, het gedrag van de jongere te veranderen en recidive te voorkomen. *Jongeren met jeugdbescherming: Jeugdbescherming is een maatregel die de rechter dwingend oplegt wanneer een gezonde en veilige ontwikkeling van een kind of jongere in de leeftijd van 0 tot 18 jaar (ernstig) wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet (voldoende) helpt.

Cliënten met een maatwerkarrangement Wmo per 1.000 inwoners

58

70

Rucphen

Nederland bron: CBS - GMSD Wmo | 2022

*Cliënten met een maatwerkarrangement Wmo: Een maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

46

1.7.

Programma 7: Volksgezondheid en milieu

1.7.1. Beoogd maatschappelijk effect Een duurzame en gezonde leefomgeving. 1.7.2. Ontwikkelingen en speerpunten binnen dit programma Afspraken uit het hoofdlijnenakkoord Naar een gezonde generatie We hechten belang aan een gezonde leefstijl voor alle inwoners. In het lokaal Preventieakkoord hebben we de krachten gebundeld om een stap te zetten naar een gezond en vitaal Rucphen. We voeren dit verder uit. Naar een duurzame gemeente Rucphen wil op termijn energie- en klimaatneutraal zijn. We volgen daarin het landelijk tempo. We geven uitvoering aan de Regionale Energiestrategie, de gemeentelijke visies op zonne- en windenergie en duurzaamheid en de Transitievisie warmte. We richten ons in eerste instantie op zonne-energie. De windprojecten en de aanvragen hiervan komen eerst pas na 2030 mogelijk in beeld. Activiteiten uit het collegewerkprogramma • We sluiten aan op bestaande initiatieven, zoals de Rookvrije generatie en Gezonde Generatie op de thema's overgewicht, alcohol en roken; • Voor het project ‘Kansrijke Start’ vormen we samenwerkingsverbanden; • We stellen een lokaal werkprogramma verslavingspreventie op en voeren dit uit; • We participeren in het opstellen van de Regionale Energie Strategie 2.0; • De opgave uit de transitievisie Warmte is het aardgasvrij maken van woningen en gebouwen in 2050 inclusief tussenstappen.

We voeren de transitievisie Warmte (Nationaal isolatieprogramma) uit; • We voeren de Regionale Energiestrategie, de gemeentelijke visies op zonne- en windenergie en duurzaamheid en de Transitievisie warmte uit; • We ondersteunen ontvankelijke aanvragen zon op dak/zon op veld; • We plaatsen zonnepanelen op gemeentelijke gebouwen; • We verduurzamen de gemeentelijk gebouwen; • We voeren activiteiten van de ‘Regeling Reductie Energieverbruik Woningen’ via het Regionaal Energie Loket uit; • We stellen het Beleid klimaatbestendig Rucphen op; • We maken beleid voor laadpalen, zodat we juiste afweging kunnen maken waar en hoeveel laadpalen gewenst zijn; • We voeren het GRP 2023-2026 uit: De projecten in de buitenruimte pakken we integraal op (dus gecombineerd beheer water/riolering, wegbeheer, groenbeheer en klimaat); • We implementeren de overgang naar Saver voor inzameling van het huishoudelijk afval 2022-2023 en het grondstoffencentrum.

47

1.7.3.

Overzicht taakvelden en baten en lasten per taakveld

De baten en lasten die aan het programma verbonden zijn, zijn in onderstaande tabel per taakveld vermeld: Rekening 2022 Volksgezondheid Riolering Afval Milieubeheer Begraafplaatsen en crematoria TOTAAL

1.7.4.

Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten

Begr. na wijz. 2023

Begroting 2024

969.402 1.531 1.602.478 -2.429.674 2.088.734 -3.049.495 695.708 -30.993 93.553 -37.979

1.104.964 -316.797 1.012.189 -2.530.241 2.419.786 -3.120.931 2.006.788 -983.747 90.831 -26.141

1.001.092 -290.847 1.782.843 -2.671.916 2.638.772 -3.475.803 1.277.609 -422.586 97.261 -26.534

-96.735

-343.299

-90.109

De taakvelden

7.1 – Volksgezondheid Gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD) De Wet publieke gezondheid is het landelijk wettelijk kader voor publieke gezondheidszorg. Deze wet gaat over gezondheid beschermende en gezondheid bevorderende maatregelen voor de bevolking in algemene zin of voor specifieke (risico-)doelgroepen. Hieronder vallen ook de vaccinatieprogramma’s. Gemeenten hebben de wettelijke taak voor de lokale invulling en uitvoering. Om taken op het gebied van de publieke gezondheidszorg uit te voeren zijn gemeenten verplicht om een Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) in stand te houden. Wij nemen deel aan de Gemeenschappelijke Regeling GGD West-Brabant samen met 15 andere gemeenten. De 16 gemeenten dragen gezamenlijk de kosten van de GGD. Op grond van de begroting 2024 van GGD West-Brabant is een bijdrage van € 533.653,00 geraamd voor de gemeente Rucphen in 2024. Jeugdgezondheidszorg Gemeenten zijn op basis van de Wet publieke gezondheid ook verantwoordelijk voor de jeugdgezondheidszorg (JGZ) van 0 tot 19 jaar. Het doel van de jeugdgezondheidszorg is het bevorderen, beschermen en beveiligen van de gezondheid en de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van jeugdigen, zowel individueel als op populatieniveau. In de gemeente Rucphen is TWB verantwoordelijk voor de JGZ 0 tot 4 jaar en de GGD WestBrabant voor de JGZ 4 tot 19 jaar.

De uitvoering wordt gedaan door een team van jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen en consultatiebureau-assistenten. Rijksvaccinatieprogramma Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bepaalt op landelijk niveau welke vaccinaties kinderen krijgen aangeboden. Gemeenten zijn formeel verantwoordelijk voor de uitvoering en financiering van deze vaccinaties. Voor Rucphen wordt dit uitgevoerd door Thuiszorg West Brabant (0 tot 4 jarigen) en GGD WestBrabant (4 jarigen tot 19 jarigen). Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) & Integraal Zorgakkoord (IZA) Het Rijk heeft in 2022 met het GALA en IZA ambities uitgesproken op het gebied van gezondheid en preventie. Gemeenten en regio’s worden gemotiveerd om de omslag van curatief naar preventief in gang te zetten. De reden hiervoor is dat de huidige zorg nog maar moeilijk houdbaar is op de lange termijn, en inzet op preventie zorggebruik op termijn kan drukken. In de uitwerking van het GALA en IZA is regionale samenwerking tussen gemeenten, de zorgverzekeraar en welzijnsorganisaties vereist. Hierin ligt ook een ondersteunende rol voor de GGD voor de deelnemende gemeenten.

48

Regeling Specifieke uitkering versterking voor sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 2023-2026 (SPUK BREED) Voor de uitvoer van ambities in het GALA is per 2023 een nieuwe SPUK geopend. Hier kunnen gemeenten rijksmiddelen aanvragen voor initiatieven omtrent (1) gezondheid en preventie, (2) sport en bewegen, en (3) sociale basis. De GGD speelt ook een rol in lokale ondersteuning met betrekking tot het opstellen van een plan van aanpak en het leggen van verbindingen op gemeenteniveau. Regionale ambulancevoorziening (RAV) De Gemeenschappelijke regeling Regionale Ambulancevoorziening (RAV) Brabant Midden-West-Noord, waarin wij samen met 35 andere gemeenten participeren, verzorgt ons regionale ambulancevervoer. De opdracht hierbij is om een meldkamer in stand te houden, het verlenen of doen verlenen van ambulancezorg en het leveren van een bijdrage aan de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR). 7.2 – Riolering Gemeentelijk Rioleringsprogramma (GRP) Uw raad heeft op 15 juni 2022 het Gemeentelijk Rioleringsprogramma 2023-2026 vastgesteld. Conform dit GRP wordt ingezet op klimaatmaatregelen om schade en overlast ten gevolge van wateroverlast zo veel mogelijk te beperken. Het rioolbeheer wordt risicogestuurd uitgevoerd.

Integraal werken is hierbij het uitgangspunt, omdat gecombineerde uitvoering van riool-, weg- en groenbeheer kosteneffectief is en minder overlast geeft voor het verkeer en de inwoners. De regionale samenwerking in water- en klimaatkring De Baronie en SWWB-verband wordt voortgezet en er wordt ingezet op participatie van inwoners. Op basis van de meest recente CBS gegevens zijn de investeringen met betrekking tot riolering in 2024 ten opzichte van de opgenomen investeringen 2024 uit de Programmabegroting 2023 aanvullend geïndexeerd met 3,9%. In 2024 is in totaliteit afgerond € 693.000,00 opgenomen voor investeringen. Het toepassen van deze indexeringscorrectie is ook van toepassing op de jaren daarna. Klimaatadaptatie Aan het lokaal klimaatbeleid ‘klimaatbestendig Rucphen”, vastgesteld november 2022, wordt in 2024 verder uitvoering gegeven. De bewustwording onder inwoners en bedrijven vergroten we middels acties, subsidiemogelijkheden en communicatie via de website en andere kanalen. Dit wordt eveneens in samenwerking met de klimaatkring de Baronie opgepakt. Daarnaast wordt bekeken waar kansen liggen om bedrijventerrein(en) meer klimaatrobuust in te richten. Binnen de regionale samenwerking met gemeente Roosendaal en het Waterschap pakken we de droogteproblematiek verder aan met het project ‘Molenbeek’.

De uit te voeren infrastructurele projecten pakken we integraal op en hierbij worden de benodigde klimaatadaptieve maatregelen meegenomen. Rioolheffing Rioolheffing wordt geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan de zorgplichten voor huishoudelijk afvalwater, hemel- en grondwater. Voor woningen wordt een vast bedrag in rekening gebracht; voor niet-woningen is de hoogte van de heffing afhankelijk van de WOZ-waarde van het object, waarbij in de verordening een maximumbedrag ad € 2.500,00 is opgenomen. De tariefontwikkeling van de rioolheffing is afhankelijk van de kostenonderbouwing zoals opgenomen in de financiële paragraaf van het GRP. 100% kostenverhaal is hierbij het uitgangspunt. 7.3 – Afval In de wet Milieubeheer is aangegeven dat gemeenten verplicht zijn huishoudelijk afval in te zamelen. In het Landelijk Afval Plan 2 (LAP2) zijn aanvullende doelstellingen en afspraken verwoord. Eén van de doelstellingen is het afval tegen een zo laag mogelijke kostprijs in te zamelen en te verwerken. In de Visie Duurzaamheid en de daarbij behorende Duurzaamheidsagenda is eveneens het thema “Afval en Grondstoffen” opgenomen. Inzameling huishoudelijk afval In de vergadering van 29 september 2021 heeft uw raad besloten met ingang van 1 januari 2023 toe te treden tot de N.V. Saver.

Daarnaast kunnen onze inwoners vanaf deze datum hun grof huishoudelijk afval aanleveren bij het Grondstoffencentrum van Saver. Het Grondstoffencentrum is zo ingericht dat bij goede scheiding van het grof huishoudelijk afval slechts voor twee afvalstromen hoeft te worden betaald, te weten voor dakbedekking en voor grof huishoudelijk restafval.

49

Afvalstoffenverordening De toetreding tot Saver, samen met de invoering van de Omgevingswet maakt het noodzakelijk om onze Afvalstoffenverordening tekstueel aan te passen. Om onze Afvalstoffenverordening handen en voeten te geven hebben wij besloten om een Uitvoeringsbesluit Afval vast te laten stellen door het college van burgemeester en wethouders. De nieuwe afvalstoffenverordening en -besluit zullen per 1 januari 2024 in werking treden. Afvalstoffenheffing Door middel van de afvalstoffenheffing worden de kosten doorberekend aan de huishoudens, waarbij 100% kostenverhaal het uitgangspunt is. Evenals bij de rioolheffing is voor de Afvalstoffenheffing in het BBV voorgeschreven op welke wijze de kostendekkendheid van een heffing inzichtelijk wordt gemaakt. Wij verwijzen verder naar de paragraaf Lokale Heffingen in deze begroting. 7.4 – Milieubeheer Uitvoeringsmiddelen klimaat- en energiebeleid De uitvoeringsmiddelen klimaat- en energiebeleid, de zogenaamde Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) ofwel ‘Jetten-gelden’, die we vanaf 2023 als specifieke uitkering hebben ontvangen, zijn als volgt verdeeld; voor 2023 betreft het een bedrag van € 417.598,00, in 2024 tenminste € 421.386,00 en in 2025 tenminste € 425.174,00.

Deze structurele middelen dienen voor minimaal 90% te worden ingezet voor apparaatskosten voor de uitvoering van klimaat- en energiedoelen. Hieronder vallen o.a. salarissen en sociale lasten voor ambtelijk personeel, kosten voor ingeleend personeel of het afnemen van technisch- of beleidsonderzoek. Daarnaast mag maximaal 10% van deze middelen gebruikt worden voor overige kosten die te maken hebben met de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid van de gemeente. In ons geval zullen de middelen worden ingezet voor de uitvoering van het lokale klimaat- en energiebeleid en werkzaamheden die voortkomen uit de Transitievisie Warmte, de Visie op Zonne- en Windenergie, de Visie Duurzaamheid en het verder uitvoeren van de duurzaamheidsagenda. Transitievisie Warmte Voor onze gemeente is door een extern onderzoeksbureau een analyse van de gebouwde omgeving gemaakt. Uit deze analyse is naar voren gekomen dat we voor onze gemeente niet wijkgericht aan de slag zullen gaan, maar dat we gaan varen op een gemeente brede aanpak. Deze gemeente brede aanpak vertaalt zich in een doelgroepgerichte aanpak, waarbinnen een prioritering is aangebracht. Op basis van deze prioritering in doelgroepen zijn voor onze gemeente Meerjarige Uitvoeringsplannen (MJUP’s) per doelgroep opgesteld door een extern bureau.

Met deze MJUP’s zijn specifieke rijksmiddelen aangevraagd via het Nationaal Isolatie Programma (NIP). Deze zogenaamde NIP-gelden zullen worden uitgekeerd in 3 tranches (2023, 2024, 2025) en zijn gebaseerd op het aantal woningen in een verdeelsleutel. Hierbij bedroeg de eerste tranche in 2023 € 661.380,00. De tranche in 2024 zal ongeveer 1,5 keer zo groot zijn en de tranche in 2025 zal in hoogte vergelijkbaar zijn met de tranche van 2023. Deze specifieke middelen dienen te worden besteed om woningen met label D, E, F of G te isoleren en stellen ons in staat om een eerste stap te maken in de uitvoering van de Transitievisie Warmte. Aanpak energiearmoede Voor de aanpak van energiearmoede zoeken we continu naar de juiste balans tussen zorgvuldigheid (het bereiken van de juiste groep mensen die het meest geholpen worden met de aanpak) en snelheid (de urgentie is hoog). Met de aanpak van energiearmoede zetten we effectief in op het besparen van energie en het omlaag brengen van de energierekening. Om energie te besparen zetten we, op grote schaal, in op het toepassen van concrete maatregelen in de woningen. Daarnaast willen we door middel van het stimuleren van gedragsverandering de inwoners adviseren over het omlaag brengen van het energieverbruik.

Voor de aanpak op grotere schaal zijn we in het 4e kwartaal van 2023 gestart met de uitvoering van een Europese aanbesteding waarmee we inzetten op energie-fixteams. Deze energie-fixteams passen kleine energiebesparende maatregelen toe bij woningen met een laag energielabel en hoog energiegebruik. Deze aanpak betreft een combinatie van koopwoningen en huurwoningen van Thuisvester. Daarnaast gaan we ook werken met een witgoed-regeling voor een specifieke doelgroep binnen het huurdersbestand van Thuisvester, namelijk de huurders die al in een goed geïsoleerde woning wonen (waarbij energiebesparende maatregelen dus weinig effect meer hebben) maar die toch hulp kunnen gebruiken om de energierekening te verlagen.

50

In het kader van gedragsverandering zetten we in op voorlichtingsacties, informatieavonden en de inzet van lokale energiecoaches. Inmiddels is er één energiecoach actief binnen de gemeente en is het streven om deze poule van vrijwilligers uit te breiden. Deze energiecoach zal huisbezoeken op afspraak uitvoeren bij inwoners die behoefte hebben aan meer advies en ondersteuning over het onderwerp energiebesparing. Om uitvoering te geven aan de aanpak energiearmoede hebben we tot en met 2025 € 781.602,00 aan specifieke Rijksmiddelen ter beschikking. Het reactie ratio tijdens de inzet van de energie-fixteams bepaalt de uiteindelijke verdeling van de middelen per oplossingsrichting. Hierdoor zal in het 1e kwartaal van 2024 gestart kunnen worden met de witgoed-regeling. PeP en PMIEK Om met de netcongestie om te gaan, die nu en in de komende 5 tot 10 jaar nog steeds zal spelen, zijn het PePproces (Plannen en Prioriteren) en het PMIEK (Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat) in het leven geroepen. In het PeP-proces worden nieuwe energie-opwek initiatieven voor de korte termijn (2023-2027) getoetst aan de afspraken binnen de RES 1.0. Hierbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar ruimtelijke inpassing of de maximum ambitie per gemeente. Gezien de netcongestie problematiek kan namelijk niet ieder project dat stroom gaat terug leveren aan het net worden aangesloten.

Binnen het PMIEK zijn projecten met een grote energievraag voor de middellange termijn (2028-2035) in kaart gebracht en geprioriteerd. Dit prioriteringskader is op basis van maatschappelijk belang en iedere twee jaar zal er een nieuw PMIEK worden vastgesteld. Regionale Energiestrategie (RES) 2.0 We zijn onlangs gestart met het proces om de huidige afspraken binnen de RES te herijken. De definitieve RES 2.0 wordt eind 2024 verwacht. In de eerste aanzet voor deze RES 2.0 komt naar voren dat we als regio richting een gebiedsgerichte opgave willen gaan. Dit zou kunnen betekenen dat onze RES-ambitie wordt bijgesteld. Visie Zonne- en Windenergie In onze RES (Regionale Energiestrategie) is geen zon-op-veld opgenomen. In onze huidige Visie Zonne- en Windenergie staat echter dat een aanvulling van onze zon-op-dak ambitie met zon-op-veld projecten noodzakelijk is om onze ambitie te kunnen halen. Ook zijn er zoekgebieden geformuleerd waar deze zon-opveld projecten gerealiseerd zouden kunnen worden. In 2024 willen we onze lokale Visie Zonne- en Windenergie herijken. Deze loopt gelijk op met de uiteindelijke RES 2.0 om ervoor te zorgen dat de visie overeenkomt met de nieuwe RES-afspraken.

Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant De Omgevingsdienst heeft als missie om als een verlengstuk van het lokaal en provinciaal bestuur een bijdrage te leveren aan een leefbare en veilige werk- en leefomgeving voor de regio. Doelstellingen hierbij zijn het verder verbeteren van de dienstverlening, kwaliteit en veiligheid en een eenduidige en gelijke behandeling van bedrijven en burgers. De taken die Rucphen door de Omgevingsdienst laat uitvoeren bestaan uit verplichte taken (landelijke basistaken), verzoektaken en collectieve taken, allen gerelateerd aan de activiteit milieu. De landelijke basistaken moet Rucphen verplicht door de Omgevingsdienst laten uitvoeren en bestaan voornamelijk uit vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu. De verzoektaken bestaan hoofdzakelijk uit adviezen en onderzoeken die de omgevingsdienst voor onze gemeente uitvoert op het gebied van veiligheid, luchtkwaliteit, geluid, bodem, energie, afval(water) en asbest. De collectieve taken worden uitgevoerd ten behoeve van alle deelnemers. Dit wordt vormgegeven in een Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK). Hierin wordt onder andere een gezamenlijke werkwijze en prioritering vormgegeven voor de aanpak van gemeentegrenzen overschrijdende milieuproblemen, de schadelijke effecten hiervan (op gezondheid, veiligheid, duurzaamheid) en milieucriminaliteit.

51

7.5 - Begraafplaatsen en crematoria In de Wet op de Lijkbezorging is geregeld dat elke gemeente tenminste één gemeentelijke begraafplaats heeft. De gemeente Rucphen heeft twee gemeentelijke begraafplaatsen, te weten aan de Kerkstraat te Rucphen en de Kaaistraat te St. Willebrord. Daarnaast is in elk kerkdorp, met uitzondering van Rucphen, een bijzondere begraafplaats, die door het kerkbestuur beheerd wordt. Het reguliere groenonderhoud op de gemeentelijke begraafplaatsen is bij het Werkvoorzieningsschap ondergebracht. Alle andere werkzaamheden op de begraafplaatsen worden in eigen beheer uitgevoerd. In de ‘Verordening lijkbezorgingsrechten’ zijn de verschuldigde rechten voor het gebruik maken van de gemeentelijke begraafplaatsen vastgesteld. 1.7.5.

Beleidsindicatoren

Percentage berekende hernieuwbare elektriciteit 12,8%

33,2%

Rucphen

Nederland bron: berekening | 2021

Omvang huishoudelijk restafval kg per inwoner

Rucphen

148

bron: Sitchting Halt | 2016 - 2020

Nederland

169

bron: CBS | 2021

*Omvang huishoudelijk restafval: Het aantal kilogram niet gescheiden ingezameld huishoudelijk afval.

52

1.8.

Programma 8: Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing

1.8.1. Beoogd maatschappelijk effect Het is goed wonen in Rucphen; aantrekkelijk en leefbaar. 1.8.2. Ontwikkelingen en speerpunten binnen dit programma Afspraken uit het hoofdlijnenakkoord Bevorderen lokale binding We zetten in op een aantrekkelijk en gevarieerd woningaanbod. We gaan de komende periode nadenken voor wie, wat en waar we willen bouwen. We willen inwoners graag de mogelijkheid bieden om in de gemeente Rucphen te blijven wonen of er naar terug te keren. Hiervoor creëren we voldoende mogelijkheden. Hierbij actualiseren we de Woonvisie. Hierbij nemen we de regie. Optimaliseren dorpskernen De kernen vormen het kloppend hart van de dorpen. We verkennen de mogelijkheden voor het optimaliseren ervan. Huisvesten arbeidsmigranten en statushouders Arbeidsmigranten zijn niet meer weg te denken bij onze bedrijven en zijn nodig voor de economie. We zetten in op goede huisvesting voor deze doelgroep op de daarvoor meest geschikte locaties. Hiervoor trekken we samen op met gemeenten in de regio.

Activiteiten uit het collegewerkprogramma • We stellen een Omgevingsvisie 2.0 op en werken deze uit in een omgevingsplan; • We actualiseren de Woonvisie; • We maken de realisatie van pré-mantelzorgwoningen mogelijk; • We geven uitvoering aan ruimtelijke initiatieven voor woningbouw met als doel de bouw van zoveel mogelijk woningen; • We onderzoeken een ruimere opzet van het Omgevingsplan om meer mogelijk te kunnen maken voor ruimtelijke initiatieven en minder procedures als gevolg hiervan; • We onderzoeken de mogelijkheden voor strategisch grondbeleid; • We betrekken deze ambitie expliciet bij de uitwerking van de omgevingsvisie 2.0; • We benutten kansen en projecten uit het IP en ontwikkellocaties om hier uitvoering aan te geven; • We onderzoeken de mogelijkheden van een flexibel woonconcept voor knelpunten op de woningmarkt. 1.8.3.

Overzicht taakvelden en baten en lasten per taakveld

De baten en lasten die aan het programma verbonden zijn, zijn in onderstaande tabel per taakveld vermeld: Rekening 2022 Ruimtelijke ordening Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen) Wonen en bouwen TOTAAL 1.8.4.

Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten

Begr. na wijz. 2023

Begroting 2024

1.113.434 -661.692 2.879.924 -3.001.416 1.155.655 -509.888

976.110 -297.998 4.783.162 -4.472.611 1.096.002 -559.068

854.877 -238.389 2.002.792 -1.917.505 1.190.789 -560.144

976.017

1.525.597

1.332.420

De taakvelden

8.1 - Ruimtelijke ordening Omgevingswet: van bestemmingsplan naar omgevingsplan De Omgevingswet treedt in werking op 1 januari 2024. Op dat moment vormen de bestaande bestemmings-, wijzigings- en uitwerkingsplannen tezamen van rechtswege het tijdelijke omgevingsplan. In de periode tot en met 2031 moet het tijdelijke omgevingsplan worden omgezet in een definitief omgevingsplan. Dit plan moet

53

voldoen aan alle regels van de Omgevingswet. Dat betekent dat alle regels over de fysieke leefomgeving in het plan moeten worden opgenomen. Bij het omzetten van het tijdelijke deel van het omgevingsplan naar het definitieve deel is het van belang om alle regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving opnieuw tegen het licht te houden en op te stellen vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Ook regels uit bestaande verordeningen moeten voor eind 2031 verhuizen naar het omgevingsplan indien deze regel: • een onderdeel van de fysieke leefomgeving wijzigt; • verplicht in het omgevingsplan moet staan vanwege een instructie of instructieregels; • geldt als maatwerkregel op een voorschrift van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) of het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Nu zijn dat uitsluitend ruimtelijke regels. Ook moeten in het definitieve omgevingsplan instructieregels vanuit het rijk en de provincie worden verwerkt. Om de dienstverlening voor gebruikers (inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties) te vergroten, kunnen in het definitieve deel van het omgevingsplan toepasbare regels worden opgenomen. Dit is een vertaling van de (soms ingewikkelde) juridische regels in begrijpelijke taal. Omgevingswet: beleidsontwikkeling - Omgevingsvisie 2.0, programma’s, definitief omgevingsplan De Omgevingswet kent een aantal kerninstrumenten.

Deze zijn anders van opzet en structuur en hebben een veel bredere inhoudelijke scope. Daarmee vraagt de Omgevingswet ook om een andere samenhangende manier van werk. De omgevingsvisie is een dynamisch document. Daarom is het wenselijk om na vaststelling van de Omgevingsvisie 2.0 (laatste kwartaal van 2024) de ambities en doelstellingen uit de visie te blijven monitoren en waar nodig periodiek door te ontwikkelen c.q. te herijken. Hiermee blijven de ambities en doelstellingen uit de omgevingsvisie actueel en sluit de visie aan bij de (maatschappelijke) behoeften uit de omgeving en bij de laatste beleidsinzichten. De ambities en doelstellingen uit de visie worden vertaald in een beperkt aantal programma’s. Een omgevingsprogramma is een nieuw instrument onder de Omgevingswet. Dit instrument is bedoeld om richting te geven aan de vertaling van de ambities en doelstellingen voor de fysieke leefomgeving uit de omgevingsvisie (strategisch) naar regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving uit het omgevingsplan (uitvoerend). Op basis van de programma’s ‘duurzaam samenleven’, ‘prettig samenleven’ en ‘ruime mogelijkheden voor werken en vrijetijdsbesteding’ wordt vervolgens bepaald of en zo ja welke regels worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan voor de gemeente Rucphen om de in de omgevingsvisie geformuleerde ambities en doelstellingen te bereiken.

Deze meer samenhangende manier van werken wordt, gezien de bredere scope van de inhoud, over de hele organisatie uitgerold. Dit betekent dat medewerkers moeten worden voorbereid op de nieuwe manier van werken (door middel van opleidingen) én dat de kennis actueel wordt gehouden. Daarnaast moeten werkprocessen (structureel) worden geëvalueerd, aangepast en geoptimaliseerd. Omgevingswet: functioneren landelijk DSO (tijdelijk alternatieve maatregel (TAM) Het is zeer waarschijnlijk dat op 1 januari 2024 het landelijk Digitaal Stelsel Omgevingswet (hierna: DSO) nog niet volledig functioneert. De adviescommissie ICT-toetsing en de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State hebben meermaals kritische vragen gesteld bij het functioneren van het DSO. Tot op heden zijn een aantal van deze vragen door de minister nog niet beantwoord. Het DSO bestaat uit een landelijke voorziening, collectieve voorzieningen voor gemeenten en individuele voorzieningen van overheden. Het DSO bevat één digitaal loket voor het aanvragen van vergunningen, het raadplegen van geldende regels per locatie en (op termijn) informatie over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het DSO is dus de motor achter de Omgevingswet. Het zorgt dat alle gegevens over de fysieke leefomgeving geografisch en tekstueel bij elkaar gepresenteerd en uitgewisseld worden.

Zonder een goed functionerend DSO kan geen uitvoering worden gegeven aan de Omgevingswet. Om te voorkomen dat planvorming en gebiedsontwikkelingen onaanvaardbare vertraging oplopen als gevolg van de invoering van de Omgevingswet (en het niet volledig functionerend landelijk DSO), is een Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM) bedacht. Deze TAM maakt het mogelijk dat gewenste ontwikkelingen (bijvoorbeeld woningbouwontwikkelingen) juridisch kunnen worden verankerd, waardoor zij doorgang kunnen vinden.

54

Een belangrijk nadeel van deze TAM’s is dat zij op een later moment, wanneer het DSO goed functioneert, in het DSO moeten worden opgenomen. Dit brengt (extra) kosten met zich mee (werk en capaciteit). Deze extra kosten worden niet vergoed door het Rijk en komen daarmee voor rekening van de gemeente. Niet alle mankementen van het DSO zullen voor 1 januari 2024 opgelost zijn. Dit betekent dat er rekening moet worden gehouden met aanpassingen die kunnen leiden tot extra ICT kosten die nodig zijn om het DSO (beter) te laten functioneren. Omgevingswet: gevolgen voor digitale plankaarten Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de viewer van Ruimtelijkeplannen.nl uitgeschakeld worden. Raadplegen van ruimtelijke plannen kan vanaf dat moment uitsluitend via de viewer ‘Regels op de kaart’ in het omgevingsloket. Voor dit onderdeel moeten we zelf de informatie aanleveren volgens de nieuwe RO-standaard STOP/TPOD (Standaard Officiële Publicaties en Toepassings-Profiel Omgevingsdocumenten). Deze standaard vraagt om extra werkzaamheden en kennis voor het opstellen van digitale plankaarten als gevolg van aanpassing van het omgevingsplan. Voor de uitvoering van deze extra werkzaamheden zullen naar verwachting extra middelen benodigd zijn.

Omgevingswet: personele consequenties Nadat de Omgevingswet inwerking is getreden ontstaan er nieuwe rollen en taken die op dit moment nog niet beschreven zijn en waarin op dit moment nog niet is voorzien binnen de afdeling BRO of elders in de organisatie. De ontwikkeling en het beheer van het definitieve omgevingsplan wordt onder de Omgevingswet – veel meer dan nu het geval is – een samenwerking tussen techniek (digitale bronbestanden), inhoud (juridische regels) en dienstverlening (vertaling regels in begrijpelijke taal) omdat (juridische) regels worden gekoppeld aan locaties (geometrische objecten). De gemeente Rucphen zal een geo-specialist en een regelanalist nodig hebben. De geo-specialist weet hoe geoinformatie aan regels worden gekoppeld en speelt een essentiële rol bij de verdere (door)ontwikkeling van regels op de kaart. De regelanalist maakt de toepasbare regels en beheert – samen met de geo-specialst en de planjurist - de regels van het omgevingsplan. Dit is van belang omdat er onder de Omgevingswet sprake is van één omgevingsplan voor het gehele grondgebied van de gemeente Rucphen. Dit is heel anders dan de huidige situatie waarin voor het grondgebied van de gemeente Rucphen meerdere bestemmingsplannen gelden. Daarnaast is dit omgevingsplan veel meer dan nu het geval is gebaseerd op digitale (geo)data.

Het is zeer aannemelijk dat in de toekomst dit ene omgevingsplan op het zelfde moment voor meerdere ontwikkelingen gewijzigd moet worden (vergelijkbaar met postzegelbestemmingsplan die tegelijk worden opgesteld/ter inzage liggen. Het beheersteam – bestaande uit planjurist, geospecialist en regelanalist - behoudt het totaaloverzicht en waarborgt de kwaliteit van het omgevingsplan Rucphen. 8.2 - Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) De gemeente heeft de regie over de gronduitgifte voor de volgende woningbouwlocaties: Hofstede in Rucphen, de Fazantendonk-Vosdonkseweg en Kaaistraat-Valkendonk in St. Willebrord. Hofstede fase I en II De ontwikkeling van Hofstede fase I en II is in uitvoering. Fazantendonk-Vosdonkseweg Voor de woningbouwontwikkeling aan de Fazantendonk-Vosdonkseweg is een stedenbouwkundige visie opgesteld. De ontwikkeling heeft vertraging opgelopen vanwege het Didam-arrest. Kaaistraat-Valkendonk Bestemmingsplan Kaaistraat-Vosdonkseweg te St. Willebrord is in 2022 vastgesteld en na intrekking van een aanvankelijk ingesteld beroep onherroepelijk geworden. Voor het bouwrijp maken van de gronden is een aanlegvergunning verleend. De omgevingsvergunningen voor het bouwen van de bestemde 17 woningen kunnen worden aangevraagd. Enkelen hiervan (het betreft particuliere aanvragen) zijn reeds in behandeling genomen.

De grond naast deze locatie (naast de begraafplaats aan de Kaaistraat) en de grond achter de Valkendonk wordt door de gemeente zelf ontwikkeld voor woningbouw.

55

8.3 - Wonen en bouwen Uitvoering woonvisie De krapte op de woningmarkt is een groot probleem. Bouwen is nodig. Daarbij hebben we te maken met een veranderende bevolkingssamenstelling. De groep inwoners die zorg nodig heeft wordt de komende jaren groter. Het Rijk vraagt daarom aan alle gemeenten om een woonzorgvisie te ontwikkelen. Zo kan er worden gestuurd op de huisvesting van onze inwoners in de toekomst. Onze eerste woon(zorg)visie met algemene uitgangspunten is eind 2023 gereed. We bouwen hierop komend jaar verder om in de tweede helft van 2024 tot een complete woon(zorg)visie met concrete actiepunten te komen. Ontwikkelvisies Diverse woningbouwlocaties bevinden zich buiten bestaand stedelijk gebied op basis van het provinciaal beleid. Om op deze locaties over te kunnen gaan op woningbouw is het conform provinciaal beleid noodzakelijk om de ontwikkelingsrichting van het gebied vast te leggen. De provincie onderschrijft deze noodzaak in de Interim omgevingsverordening. Daaruit blijkt dat het noodzakelijk is om gebiedsvisies op te stellen om de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied vast te leggen. Daarop volgend kunnen we de procedure doorlopen om te komen tot een woningbouwontwikkeling ter plaatse.

In dit document noemen we ze ontwikkelvisies, aangezien we in deze visies ook direct onze randvoorwaarden kunnen vastleggen ten aanzien van een bredere scope dan alleen ruimtelijke aspecten (zoals duurzaamheid, klimaatadaptatie en gezondheid). De ontwikkelvisies zijn uitvoerend en gebiedsgericht en vormen de basis voor de ontwikkeling van het gebied. We gaan van start met ontwikkelvisies voor de gebieden Rucphen Noord-West en Vissenberg III. Huisvesting statushouders Het Rijk stelt voor elke gemeente in Nederland ieder half jaar de taakstelling tot huisvesting van statushouders vast. De gemeente is verplicht om de door het COA gekoppelde statushouders binnen afzienbare tijd te plaatsen binnen de gemeente. De provincie houdt toezicht op deze wettelijke taakstelling. In samenwerking met Thuisvester en Vluchtelingenwerk krijgen de gekoppelde statushouders door Thuisvester een passende sociale huurwoning toegewezen. Dit is ook vastgelegd in de prestatieafspraken met Thuisvester. Het aantal mutaties van vrijkomende sociale huurwoningen is echter te laag om te kunnen voldoen aan de wettelijke taakstelling. Door het opzetten en behouden van een goede en open communicatie met de provincie en het COA waren de achterstanden tot op heden verschoonbaar. Het probleem om te voldoen aan de taakstelling wordt steeds meer een landelijk probleem.

Door de huidige problematieken omtrent de woningmarkt lukt het meerdere gemeentes, net als de gemeente Rucphen, al langere tijd niet om te voldoen aan de wettelijke taakstelling. De provincie heeft besloten om Rucphen hoger op de toezichtladder te plaatsen. Dit betekent dat er een plan van aanpak moest worden opgesteld om aan te tonen hoe onze gemeente in gaat lopen op de achterstand. In 2022 is hiervoor een plan van aanpak opgesteld waar alle activiteiten omtrent de huisvesting van statushouders in zijn vermeld. De problematiek van de uitstroom van statushouders vanuit de opvanglocaties staat mede in de belangstelling vanwege de landelijke discussie over huisvesting van statushouders en de spreidingswet die het kabinet heeft aangekondigd. Gelet op de opgave van de tweede helft van 2023 en de eerste helft van 2024 is het middels de huidige werkprocessen niet mogelijk om de achterstand op korte termijn in te lopen. Thuisvester wordt gevraagd actief mee te denken in oplossingsrichtingen om deze achterstand in te lopen. Huisvesting arbeidsmigranten In 2021 heeft de gemeente Rucphen zich verbonden aan het Afsprakenkader Arbeidsmigranten West-Brabant. Het afsprakenkader West-Brabant is een integrale set van afspraken, waarmee stappen worden gezet om de omstandigheden voor arbeidsmigranten in onze regio te verbeteren op het gebied van huisvesting, werken en leren en welzijn.

Iedere overheid heeft daarbij haar eigen verantwoordelijkheid en beleidsruimte. Door middel van het afsprakenkader realiseren we een op elkaar afgestemde aanpak. Het afsprakenkader biedt voldoende speelruimte voor lokale keuzen en inkleuring, bijvoorbeeld als het gaat om de gebieden waar de gemeente huisvesting toe wil staan. Het afsprakenkader sluit daarmee aan bij de ambitie in de woonvisie Rucphen 2020-2024 om short-stay verblijven te realiseren op of nabij het bedrijventerrein. Conform het collegewerkprogramma zal in 2024 gewerkt worden aan de actualisatie van het beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten. In dat kader zal een onderzoek worden uitgevoerd naar de mogelijkheden om arbeidsmigranten op het bedrijventerrein te huisvesten. Ons college is akkoord gegaan met de deelnamen aan het Brabants Migratie Informatie Punt. Wij als gemeente hebben ons verbonden aan dit project en zullen over een periode van twee jaren een bedrag van € 7.900,00 ter

56

beschikking stellen, waarvan € 3.950,00 in 2023. Doel van het project is informatievoorziening voor arbeidsmigranten inzake onder andere zorg, huisvesting, arbeidsomstandigheden. Woningbouwontwikkelingen In 2024 zullen naar verwachting verschillende woningbouwontwikkelingen in de gemeentelijke kernen verder worden gebracht of worden afgerond. Dit zijn o.a.: Zegge-Oost, Hoefstraat-West te Zegge, Rucphen Noordwest, Rucphense Vaartkant (middengebied) te Rucphen, Lindestraat St. Willebrord, Sint Janstraat 64, 64a en 66 (Rozenquartier) te Sprundel en de herontwikkeling van de Pastorie in Schijf. 1.8.5.

Beleidsindicatoren

Woonlasten éénpersoonshuishouden

Woonlasten meerpersoonshuishouden

euro

euro

780

860

852

942

Rucphen

Nederland

Rucphen

Nederland

bron: COELO, Groningen | 2023

bron: COELO, Groningen | 2023

*Woonlasten: Het gemiddelde totaalbedrag per jaar dat een één- of meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten (onroerendezaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing).

Gemiddelde WOZ waarde woningen 400 350 300 250 200 150 100 50 0

2019

2020

2021 Rucphen

2022

2023

Nederland bron : CBS - WOZ | 2019 -2023

Nieuw gebouwde woningen per 1.000 woningen

26,5

9,3

Rucphen

Nederland bron: BAG/ABF | 2022

57

Demografische druk

Rucphen

70,10%

Nederland

70,30%

bron : CBS | 2023

*Demografische druk: De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 20 tot 65 jaar. Dit cijfer geeft inzicht in de verhouding van het niet-werkende deel van de bevolking tot het werkende deel van de bevolking.

58

2.

Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen

2.1.

Inleiding

Algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten van een gemeente waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald. Deze middelen zijn in principe vrij aanwendbaar: uw raad bepaalt voor welk doel de middelen worden ingezet. Hierbij dient natuurlijk in acht te worden genomen dat gemeenten wettelijk verplicht zijn een aantal taken uit te voeren. Het overzicht van algemene dekkingsmiddelen bevat de volgende onderdelen: • Lokale heffingen; • Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds; • Dividend; • Saldo financieringsfunctie; • Overige baten en lasten.

2.2.

Overzicht algemene dekkingsmiddelen

In de tabel hieronder is de opbrengst van de verschillende algemene dekkingsmiddelen verantwoord. Vervolgens lichten wij de opbrengsten kort toe. Rekening 2022

ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN ONVOORZIEN Lokale heffingen Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds Dividend Saldo financieringsfunctie Overige baten en lasten

Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten

Totaal algemene dekkingsmiddelen

Onvoorzien

Begr. na wijz. 2023

389.234 -4.112.796

377.698 -4.285.777

377.500 -4.219.439

-46.969.823

-47.532.545

-50.589.471

-44.816 424.341 -516.119

-49.140 396.116 -493.400 1.088.984 -10.000 -50.508.064

-38.000 408.126 -560.835 657.049 -53.965.070

55.000

55.000

55.000

55.000

-4.100 -50.834.080

Lasten Baten

Totaal onvoorzien

2.3.

Begroting 2024

Lokale heffingen

Lokale heffingen zijn de opbrengsten uit rechten (retributies) en de eigen belastingen. Onder de algemene dekkingsmiddelen uit lokale heffingen verstaan we alleen de baten uit de eigen belastingen. Dit zijn de onroerendezaakbelastingen (OZB), toeristenbelasting en forensenbelasting. Belastingopbrengsten uit rechten, zoals rioolheffing, zijn kostendekkend en daarmee niet vrij besteedbaar. Voor het opleggen en innen van de eigen belastingen betalen we een bijdrage aan de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB). Deze bijdrage zien we terug aan de lastenkant. Een nadere toelichting over de inkomsten en kostendekking vindt u terug in paragraaf 5.1 ‘Lokale heffingen’.

2.4.

Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds

De algemene uitkering is één van de uitkeringen die gemeenten van het Rijk ontvangen. Dat gebeurt via het Gemeentefonds. Gemeenten kunnen, met inachtneming van wet- en regelgeving, zelf bepalen of zij de uitkering uitgeven aan taken die het Rijk opdraagt of aan eigen beleid. Gemeenten hoeven zich niet aan het Rijk te verantwoorden over de besteding van de algemene uitkering. De verantwoording vindt plaats aan de gemeenteraad.

59

In de Kadernota 2024 zijn de uitkomsten van de meicirculaire 2023 meegenomen en verwerkt. Aan de hand van de septembercirculaire 2023 van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is de algemene uitkering opnieuw berekend. De volgende bedragen zijn in de begroting 2024 opgenomen. In de tabel zijn tevens de bedragen uit de Kadernota 2024 (o.b.v. meicirculaire 2023) opgenomen:

Kadernota 2024:o.b.v. meicirculaire 2023 Begroting 2024:o.b.v. septembercirculaire 2023 Verschil

2024

2025

2026

2027

43.704.710

45.980.770

43.487.478

44.677.841

44.187.736

46.418.856

43.905.822

45.793.275

483.026

438.086

418.344

1.115.434

Jeugdzorg Situatie Kadernota 2024 (o.b.v. meicirculaire 2023) Gemeenten en Rijk hebben een principeakkoord bereikt over het financiële kader voor de Hervormingsagenda Jeugd. De beschikbaarstelling en de verdeling van de extra middelen is onder voorbehoud van de omzetting van het principeakkoord in een definitief akkoord op het geheel van de Hervormingsagenda. In totaal is in de meicirculaire 2023 € 1,45 miljard in 2024 en € 954 miljoen in 2025 voor jeugdzorg beschikbaar gesteld. Voor de gemeente Rucphen betekent dit een ontvangst binnen de algemene uitkering van € 1.798.755,00 in 2024 en € 1.118.535,00 in 2025. De beschikbaarstelling van de middelen voor de jaren 2026 en verder vindt plaats na het advies van de deskundigencommissie en de besluitvorming daarover. In 2026 gaat het om € 367 miljoen (voor Rucphen € 451.821,00) en in 2027 € 225 miljoen (voor Rucphen € 277.002,00). In de meicirculaire 2023 wordt geen verdere toelichting gegeven of gemeenten deze bedragen gaan ontvangen. Om deze reden hanteren wij in deze Kadernota een stelpost in de jaren 2026 en 2027 op basis van een percentage van 50% van de verwachte jeugdmiddelen. Situatie Begroting 2024 (o.b.v. septembercirculaire 2023) Tussen het Rijk, IPO en de VNG zijn afspraken gemaakt met betrekking tot het opnemen van extra middelen jeugdzorg in de meerjarenraming van de begroting 2024.

De gezamenlijke toezichthouders van alle provincies staan toe dat een stelpost wordt opgenomen voor 100% van het aandeel in de genoemde extra inkomsten voor 2026 (macro € 284 miljoen) en 2027 (macro € 211 miljoen). Officieel zijn de middelen nog niet beschikbaar gesteld, en nog afhankelijk van besluitvorming door het Rijk. Hieraan is dus wel een risico verbonden. De provinciale toezichthouders merken de extra middelen jeugdzorg, conform de eerder toegekende extra middelen jeugdzorg, aan als een structureel dekkingsmiddel. Op basis van deze afspraken is het volgende verwerkt in deze begroting 2024: 2024

2025

2026

2027

0

0

225.911

138.501

0

0

374.796

278.457

0

0

148.885

139.956

Kadernota 2024:o.b.v. meicirculaire 2023 Begroting 2024:o.b.v. septembercirculaire 2023 Verschil

Algemene uitkering 2024 De algemene uitkering 2024 bestaat uit de volgende onderdelen: Omschrijving

2024

a.

Algemene uitkering

44.187.736

b.

Decentralisatie-uitkering Vergunningverlening, toezicht en handhaving

46.697

c.

Decentralisatie-uitkering versterking omgevingsveiligheidsdiensten

5.000

d.

Decentralisatie-uitkering armoedebestrijding kinderen

81.559

e.

Decentralisatie-uitkering extra capaciteit BOA's

32.635

f.

Decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters

33.419

g.

Decentralisatie-uitkering Wet Kwaliteitsborging Bouw (Wkb)

14.258

h.

Decentralisatie-uitkering Veilig Wonen

7.062

Totaal algemene uitkering

Totaal

44.187.736

44.408.366

60

De belangrijkste ontwikkelingen in het Gemeentefonds en de gevolgen daarvan voor de gemeente Rucphen lichten wij hieronder toe. a. Algemene uitkering De raming van de algemene uitkering is voor 2024 met € 483.026,00 gestegen ten opzichte van de cijfers uit de Kadernota 2024. De algemene uitkering in 2024 bedraagt € 44.187.736,00. Ook voor de jaren na 2024 wordt de algemene uitkering op basis van de septembercirculaire 2023 positief bijgesteld. b. Decentralisatie-uitkering Vergunningverlening, toezicht en handhaving Vanwege de overdracht van taken aan gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) bij provinciale inrichtingen is vanaf 2018 structureel € 46,7 miljoen aan het Gemeentefonds toegevoegd. In dit bedrag is rekening gehouden met de bij provincies achterblijvende wettelijke taak betreffende de coördinatie van de handhavingssamenwerking binnen de provincie en de regie op de kwaliteitscriteria. Voor Rucphen bedraagt de decentralisatie-uitkering € 46.697,00. Het betreft hier geoormerkte gelden. c. Decentralisatie-uitkering versterking omgevingsveiligheidsdiensten Op basis van de septembercirculaire 2020 gaan gemeenten jaarlijks in het kader van cluster 4 van de meerjaren agenda omgevingsveiligheid 2021-2024 een bedrag van in totaal € 3,8 miljoen ontvangen.

De rijksmiddelen zijn tot en met 2020 via de provincies ter beschikking gesteld aan de Omgevingsdiensten. Vanaf 2021 is deze bijdrage toegevoegd aan het gemeentefonds. De middelen zijn bedoeld voor lokale versterking omgevingsveiligheid. Dit geeft gemeenten de ruimte om te komen tot lokale prioriteiten bij de uitvoering van omgevingsveiligheidsbeleid. Op die wijze wordt omgevingsveiligheid goed lokaal ingebed. De omgevingsdienst West-Brabant voert deze taken voor de gemeente Rucphen uit. Voor de jaren 2021 tot en met 2024 ontvangt de gemeente Rucphen jaarlijks € 5.000,00. Dit bedrag wordt toegevoegd aan het budget werkprogramma OMWB. d. Decentralisatie-uitkering armoedebestrijding kinderen Vanaf 2017 is structureel een bedrag van € 85 miljoen beschikbaar gesteld voor de bestrijding van de gevolgen van armoede onder kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling vanaf het volgende jaar. De middelen worden verdeeld op basis van door het CBS ontwikkelde gegevens over kinderen met een kans op armoede. De verdeling over de gemeenten voor 2024 en verder is gebaseerd op gegevens over het jaar 2023 en komt voor onze gemeente uit op € 81.559,00. e. Decentralisatie-uitkering extra capaciteit boa's In de openbare ruimte verrichten boa’s belangrijk werk in specialistische en complexe beleids- en wetsgebieden.

In de afgelopen jaren zijn boa’s binnen hun bevoegdheid ook steeds meer taken gaan uitvoeren. De Tweede Kamer heeft d.d. 23 september 2021 de motie Hermans c.s. aangenomen. Met deze motie, waarmee structureel € 200 miljoen is vrijgemaakt voor handhaving en veiligheid, is onder meer aan het kabinet de opdracht meegegeven om de capaciteit van (wijk)agenten en boa’s in de openbare ruimte te vergroten. Van dit bedrag wordt structureel € 25 miljoen voor de boa’s beschikbaar gesteld. In zijn brief van d.d. 12 november 2021 aan de Tweede Kamer heeft de minister van Justitie en Veiligheid (JenV) aangegeven op welke wijze hij deze € 25 miljoen wil inzetten. Naast onder meer € 5,5 miljoen voor de groene boa en een bedrag voor de verdere professionalisering en een veilige taakuitvoering van de boa’s in alle domeinen, wordt € 13 miljoen vrijgemaakt voor de capaciteit van boa’s in de openbare ruimte. De € 13 miljoen loopt via het gemeentefonds, het resterende bedrag niet. Het structurele bedrag binnen het gemeentefonds voor de gemeente Rucphen bedraagt € 32.635,00. f. Decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters De decentrale uitkering voorschoolse voorzieningen peuters heeft als doel dat alle peuters, zonder recht op kinderopvangtoeslag of voorschoolse educatie, naar een voorschoolse voorziening kunnen gaan.

De decentrale uitkering voorschoolse voorzieningen is vanaf uitkeringsjaar structureel geactualiseerd met de voluminastanden van uitkeringsjaar 2022. Op basis van deze actualisatie is het bedrag vanaf 2023 verhoogd van € 31.536,00 naar € 33.419,00.

61

g. Decentralisatie-uitkering Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) De Wkb treedt naar verwachting vanaf 1 januari 2024 gefaseerd in werking. Er wordt gestart met de eenvoudigere bouwprojecten, daarna volgen eventueel de meer complexere projecten. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Onder deze wet zullen kwaliteitsborgers zorgdragen voor het voldoen aan de bouwtechnische regels. Deze taken vervallen hiermee bij gemeenten die overigens wel het bevoegd gezag blijven houden. Tegelijkertijd wijzigen bepaalde wettelijke taken en krijgen gemeenten er extra wettelijke taken bij, zoals registratie en beoordeling van de Wkb-meldingen. Hieronder vallen onder andere bouwmeldingen, gereed meldingen en informatieverstrekking van de start en einde van bouwwerkzaamheden. De gemeente Rucphen ontvangt hiervoor in 2024 en 2025 een bedrag van € 14.258,00 en in 2026 € 14.150,00. h. Decentralisatie-uitkering Veilig Wonen De veiligheid van decentrale bestuurders is een vereiste voor het goed functioneren van het openbaar bestuur. Per 1 oktober 2023 wordt de werkgeversverantwoordelijkheid voor hun veiligheid daarom geëxpliciteerd met een wijziging van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers.

Ten behoeve van een veilige woonplek krijgen decentrale bestuurders (burgermeester en wethouders) een beveiligingsadvies op maat aangeboden. Bij de advisering zal een breder pakket van preventieve maatregelen worden gehanteerd, waaronder fysieke, elektronische en digitale maatregelen. Gemeenten dienen op basis van de nieuwe regeling het beveiligingsadvies altijd over te nemen en de uitvoering van de veiligheidsmaatregelen te bekostigen. Vanuit het programma Weerbaar Bestuur wordt hier een tegemoetkoming van € 2,4 miljoen per jaar tegenover gesteld voor de periode 2023-2026. Voor Rucphen is dit een bedrag van € 7.062,00 voor de jaren 2023 tot en met 2026. Ontwikkelingen m.b.t. algemene uitkering volgende jaren a. Accressen Tot vorig jaar gold voor de groei van het gemeentefonds de trap-op-trap-af-systematiek. Wanneer de rijksuitgaven stegen, groeide het gemeentefonds evenredig mee. Omgekeerd gold hetzelfde: daalden de rijksuitgaven als gevolg van bezuinigingen, dan daalde ook het gemeentefonds. Nadeel hiervan was dat het beeld van de rijksuitgaven tussen mei en september vaak fluctueerde, en daarmee ook de uitkering uit het gemeentefonds. Daarom is vorig jaar besloten om, vooruitlopend op een nieuwe systematiek, de jaarlijkse groei van het gemeentefonds te splitsen in een ‘volumedeel’ en een ‘LPO-deel’ (loon- en prijsontwikkelingen).

Het volumedeel staat voor de komende jaren vast, het LPO-deel groeit evenredig mee met de omvang van de inflatie. Valt de inflatie hoger uit, dan stijgt ook het LPO-deel. Valt de inflatie lager uit, dan daalt dit deel van de uitkering evenredig mee. De hiervoor gebruikte index is het gewogen gemiddelde van drie indices: de loonvoet sector overheid (60%), de index materiële overheidsconsumptie (20%) en de index overheidsinvesteringen (20%). Tot en met 2025 wijzigt de groei van het gemeentefonds slechts nog als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen. Het biedt gemeenten voor de komende jaren zekerheid over hun inkomsten en beschikbare vrije ruimte, ook wanneer de uitgaven van het Rijk achterblijven bij de ramingen. Vanaf 2027 wordt gewerkt met de nieuwe financieringssystematiek. Vanaf dat jaar wordt het gemeentefonds geïndexeerd op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Doordat het volumeaccres in 2027 met € 700 miljoen stijgt, zien we in de eerste tabel van deze paragraaf een stijging van de algemene uitkering van de gemeente Rucphen in 2027. Meerjarige ontwikkeling uitkeringsfactor Bij de berekening van de algemene uitkering gedurende de planperiode is rekening gehouden met de volgende uitkeringsfactoren, welke zijn genoemd in de septembercirculaire 2023: 2024

2025

2026

2027

meicirculaire 2023

1,395

1,471

1,433

1,460

septembercirculaire 2023

1,406

1,480

1,441

1,489

verschil aantal punten

0,011

0,009

0,008

0,029

De uitkeringsfactoren vallen voor de jaren 2024–2028 hoger uit ten opzichte van de meicirculaire 2023. Deze stijgingen worden voornamelijk veroorzaakt door de algemene mutaties die in de septembercirculaire zijn

62

verwerkt. Het betreft de nieuwe accresstanden in 2024-2028 (met name de indexaties in 2027 en 2028) en de ruimte onder het BCF-plafond in 2023. Verder zijn de uitkeringsfactoren ook gewijzigd als gevolg van aanpassingen in de ramingen van de volumina van de verdeelmaatstaven en de belastingcapaciteit (OZBmaatstaven). Taakmutaties Rijksvaccinatieprogramma Vanaf december 2019 krijgen zwangere vrouwen maternale kinkhoestvaccinatie aangeboden door de Rijksoverheid. Vanaf 1 januari 2024 wordt de uitvoering van deze maternale kinkhoestvaccinatie formeel overgedragen aan de gemeenten. De maternale kinkhoestvaccinatie wordt dan toegevoegd aan de opsomming van vaccinaties in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) zoals genoemd in artikel 11, tweede lid, in het Besluit publieke gezondheid. Bij deze septembercirculaire zijn de bijbehorende middelen, landelijk circa 4 miljoen per jaar, voor de uitvoering van de maternale kinkhoestvaccinatie aan het gemeentefonds toegevoegd. Voor de gemeente Rucphen betreft het een bedrag van € 4.580,00 voor de jaren 2024 en 2025 en € 4.225,00 vanaf 2026. Dit bedrag wordt toegevoegd aan het budget “uitvoeren Rijksvaccinatieprogramma (RVP)”.

Flankerend beleid energiearmoede (Bijzondere bijstand en vroegsignalering) Het kabinet stelt in totaal € 200 miljoen voor de jaren 2022 tot en met 2024 beschikbaar om een stapeling van sociale en maatschappelijke problemen als gevolg van de hoge inflatie te voorkomen. Van dit bedrag is er in 2023 in totaal € 50 miljoen via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld. Voor 2024 wordt ook in totaal € 50 miljoen via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld. Voor Rucphen betreft dit een bedrag van € 46.790,00 en dit bedrag wordt opgenomen als stelpost in onze begroting. Integratie-uitkering Sociaal Domein (IUSD) Compensatie Wet Sociale werkvoorziening (Wsw) voor bijzondere wettelijk minimumloon (wml)-verhoging Bij de Voorjaarsnota 2023 heeft het kabinet besloten om gemeenten te compenseren voor de bijzondere verhoging van het wml voor medewerkers in de Wsw. Dit betreft een meerjarige reeks die toegevoegd wordt aan het Wsw-onderdeel in deze integratie-uitkering. De bedragen in de reeks lopen af met de afbouw van de Wsw tot 2048 en worden naar rato verdeeld via het verdeelmodel Integratie-Uitkering Participatie. De integratie uitkering Participatie wordt hierdoor voor Rucphen in 2024 met € 84.439,00 verhoogd, wat ten gunste komt van het budget Wsw. In onderstaande tabel zijn de huidige ramingen afgezet tegen de nieuwe bedragen o.b.v.

de septembercirculaire 2023: Omschrijving PW: IUSD (Wsw) (meicirculaire 2023) PW: IUSD (Wsw) (septembercirculaire 2023) Totale mutatie budget Wsw

2.5.

2024 5.901.964 5.986.403 84.439

2025 5.673.469 5.752.485 79.016

2026 5.535.159 5.610.023 74.864

2027 5.138.869 5.206.221 67.352

Treasury

Dividend Dividend is winstuitkering van een onderneming aan haar aandeelhouders. Gemeente Rucphen heeft 19.656 aandelen in BNG Bank. We verwachten in 2024 een winstuitkering over het aandelenbezit in 2023. De raming is gebaseerd op een gemiddelde van de werkelijk ontvangen dividenden over de afgelopen jaren. Saldo van de financieringsfunctie Onder financieringsfunctie verstaan we alle activiteiten die te maken hebben met het verwerven en beheren van financiële middelen. Het saldo van de financieringsfunctie is het saldo van (a) de betaalde rente (kosten) over de aangegane leningen en de aangetrokken middelen in rekening-courant en (b) de ontvangen rente (opbrengsten) over de uitzettingen inclusief de toegerekende rentelasten aan de programma’s. We presenteren het saldo in het volgende overzicht:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13407167/1