05b Programmabegroting 2023
Tekst van het document
46
7.2 – Riolering Uw gemeenteraad heeft op 15 juni 2022 het Gemeentelijk Rioleringsprogramma 2023-2026 (GRP) vastgesteld. Conform dit GRP wordt onder andere ingezet op klimaatmaatregelen om schade en overlast ten gevolge van wateroverlast zo veel mogelijk te beperken. Rioolbeheer wordt risicogestuurd uitgevoerd. Integraal werken is hierbij het uitgangspunt, omdat gecombineerde uitvoering van riool-, weg- en groenbeheer kosteneffectief is en minder overlast geeft voor verkeer en burger. De regionale samenwerking in water- en klimaatkring De Baronie en SWWB-verband wordt voortgezet en er wordt ingezet op participatie van inwoners. In 2023 is € 3,5 miljoen opgenomen voor investeringen. Dit bedrag is gewijzigd ten opzichte van het GRP omdat in de kadernota 2023 de planning van het project Seringenstraat is doorgeschoven naar 2024. Ook zijn de investeringsbedragen preventief verhoogd met een inflatiecorrectie als gevolg van de prijsstijgingen in 2022. In hoofdstuk 7.3 lichten we dit nader toe. Klimaatadaptatie Aan het lokaal klimaatbeleid ‘Klimaatbestendig Rucphen’, ter vaststelling aangeboden voor uw vergadering van november 2022, zal in 2023 uitvoering worden gegeven. Op het vlak van bewustwording en communicatie zetten we acties uit. Maar ook de lokale en regionale projecten waarbij we de gevolgen van het klimaat aanpakken worden verder opgepakt.
Rioolheffing Rioolheffing wordt geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan de zorgplichten voor huishoudelijk afvalwater, hemel- en grondwater. Voor woningen wordt een vast bedrag in rekening gebracht; voor niet-woningen is de hoogte van de heffing afhankelijk van de WOZ-waarde van het object, waarbij in de verordening een maximumbedrag ad € 2.500,00 is opgenomen. De tariefontwikkeling van de rioolheffing is afhankelijk van de kostenonderbouwing zoals opgenomen in de financiële paragraaf van het GRP. 100% kostenverhaal is hierbij het uitgangspunt. 7.3 – Afval In de wet Milieubeheer is aangegeven dat gemeenten verplicht zijn huishoudelijk afval in te zamelen. In het Landelijk Afval Plan 2 (LAP2) zijn aanvullende doelstellingen en afspraken verwoord. Eén van de doelstellingen is het afval tegen een zo laag mogelijke kostprijs in te zamelen en te verwerken. In de Visie Duurzaamheid en de daarbij behorende Duurzaamheidsagenda is eveneens het thema “Afval en Grondstoffen” opgenomen. Wij streven naar het voorkomen van afval en naar een optimale betaalbare afvalscheiding die in verhouding staat met een acceptabele afvalstoffenheffing. Door goed scheidingsgedrag kan het aantal ledigingen van containers dalen.
Met behulp van het bewustwordingsproces bij onze inwoners maar ook bij onze bedrijven en zakelijke partners wordt invulling gegeven aan het verbeteren van afvalpreventie en afvalscheiding. Door meer te communiceren over het hergebruik van materialen en dit ook als onderdeel op te nemen in aanbestedingen wordt de circulaire economie (w.o. circulair bouwen) verder gestimuleerd. Dit sluit aan op onze Visie Duurzaamheid waarin wij streven naar zo weinig mogelijk restafval per inwoner. Het doel is om een percentage afvalscheiding van 75% in 2024 te behalen. Tevens is de ambitie in 2024 maximaal 100 kg restafval per inwoner per jaar te behalen. Afvalstoffenheffing Door middel van de afvalstoffenheffing worden de kosten doorberekend aan de huishoudens, waarbij 100% kostenverhaal het uitgangspunt is. Evenals bij de rioolheffing is voor de Afvalstoffenheffing in het BBV voorgeschreven op welke wijze de kostendekkendheid van een heffing inzichtelijk wordt gemaakt. Wij verwijzen verder naar de paragraaf Lokale Heffingen in deze begroting. Inzameling huishoudelijk afval In de vergadering van 29 september 2021 heeft uw raad besloten met ingang van 1 januari 2023 toe te treden tot de N.V. Saver. Daarnaast kunnen onze inwoners vanaf deze datum hun grof huishoudelijk afval aanleveren bij het Grondstoffencentrum van Saver.
Het Grondstoffencentrum is zo ingericht dat bij goede scheiding van het grof huishoudelijk afval slechts voor twee afvalstromen hoeft te worden betaald, te weten voor dakbedekking en voor grof huishoudelijk restafval.
47
7.4 – Milieubeheer Duurzaamheid In juni 2019 is de Visie duurzaamheid 2019-2030 ‘Samen werken aan een toekomstbestendig Rucphen’ en de Duurzaamheidsagenda vastgesteld. Deze bevat een meerjarenprogramma dat de basis vormt voor het jaarlijks uitvoeringsplan. De thema’s die zijn opgenomen in de Visie Duurzaamheid zijn: • klimaat, energie en wonen; • groen en water; • afval en grondstoffen; • duurzame mobiliteit; • duurzame landbouw; • gemeentelijke organisatie als bedrijf en als voorbeeld. Energietransitie (RES) Het Klimaatakkoord verplicht de regio’s in Nederland een Regionale Energie Strategie op te stellen onder andere ter bevordering van de energietransitie. De energietransitie is een onderdeel van het thema ‘Klimaat, Energie en Wonen’. Wij staan voor een grote opgave. Om de doelstelling te halen dat de CO2 uitstoot wordt verminderd met 48,7 megaton moeten ook gemeenten nu al aan de slag. Deze vermindering kan worden gehaald door de inzet van duurzame energiebronnen, zoals zon, wind en aardwarmte. In juni 2021 is de ‘Regionale Energie Strategie 2030 West-Brabant’ vastgesteld. Hierin is voor onze gemeente de volgende opgave opgenomen: • vóór 2030 met grootschalige zonne-energie zon-op-dak 30 GWh opwekken; • na 2030 met windenergie 36 GWh opwekken. Uw raad heeft in 2021 eveneens de ‘Visie Zonne- en Windenergie’ vastgesteld.
Daarbij heeft uw raad bepaald dat geen projectinitiatieven van windenergie mogen worden voorbereid vóór 2030. Tevens is besloten dat voor projecten grootschalige opwekking zonne-energie via zon-op-land die behoren tot de treden 1 t/m 3 een positieve grondhouding wordt aangenomen. • Trede 1: zonne-energie via zon-op-dak en zonneparken op braakliggende percelen binnen de bebouwde kommen; • Trede 2: de zonne-energie via zonneparken in de zoekgebieden kort rondom de kernen; • Trede 3: zonne-energie via zonneparken in het zoekgebied ten zuiden van de A58 tussen de afslagen Rucphen – St. Willebrord. Vijf principeverzoeken voor zonneparken op land worden beoordeeld. Tevens wordt in het kader van het opstellen van de Regionale Energie Strategie 2.0 het Regionaal Energie Strategie-team verzocht de opgave voor onze gemeente (gedeeltelijk) te wijzigen naar zon-op-land in plaats van volledig zon-op-dak. In het voorjaar 2023 staat de door het Rijk verplichte voortgangsrapportage van de RES 1.0 op de planning, welke we met de RES-regio gaan oppakken. Zowel op basis van deze uitkomsten, als de balans tussen focus op uitvoering en noodzaak om ambities te herijken, als op basis van wat er nodig is in het kader van de Omgevingswet gaan we daarna bepalen of we als regio naar een RES 2.0 toe willen. Eventuele besluitvorming daarover gaat dan wel pas in 2024 komen.
Om duurzame (zonne-)energieprojecten te faciliteren zetten we tot slot samen met de regio een revolverend fonds op. Transitievisie Warmte (TvW) De vastgestelde TvW met de opgave Besparen – Isoleren – Ventileren wordt verder uitgerold. Omdat ook de projecten Energiearmoede en het Nationaal Isolatie Programma gelijktijdig lopen, worden deze drie onderwerpen integraal opgepakt. Dit vindt plaats in twee fases. Fase 1 betreft het genereren en analyseren van data alsmede het prioriteren ervan. Hierbij werken wij samen met Sweco en Thuisvester. In fase 2 zullen op maat wijkuitvoeringsprogramma’s worden geschreven. De uitvoering van deze wijkuitvoeringsprogramma’s zullen gefaseerd plaatsvinden. Verduurzamen gemeentelijke gebouwen Het verduurzamen van onze gemeente wordt steeds belangrijker. Duurzaamheid is hierom ook als speerpunt opgenomen in het hoofdlijnenakkoord en het bijbehorende collegewerkprogramma.
48
Het voornemen is om komend jaar onze gemeentelijke gebouwen te schouwen en een verder plan van aanpak voor verduurzaming op te stellen. In 2022 is onderzocht op welke gebouwen zonnepanelen kunnen worden geplaatst. Er is vooralsnog maar 1 locatie geschikt gebleken en dat is de gemeentewerf in Rucphen. Veel gebouwen zijn om constructieve redenen helaas niet geschikt. Verder staat de netbeheerder in een aantal gevallen, vanwege de capaciteit van het bestaande netwerk, ook geen terug levering van elektriciteit toe. De mogelijkheden tot verduurzaming van de gemeenschapshuizen moet integraal worden onderzocht. Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) De Omgevingsdienst heeft als missie om als een verlengstuk van het lokaal en provinciaal bestuur een bijdrage te leveren aan een leefbare en veilige werk- en leefomgeving voor de regio. Doelstellingen hierbij zijn het verder verbeteren van de dienstverlening, kwaliteit en veiligheid en een eenduidige en gelijke behandeling van bedrijven en burgers. De taken die Rucphen door de Omgevingsdienst laat uitvoeren bestaan uit verplichte taken (landelijke basistaken), verzoektaken en collectieve taken, allen gerelateerd aan de activiteit milieu. De landelijke basistaken moet Rucphen verplicht door de Omgevingsdienst laten uitvoeren. Onze gemeentelijke bijdrage aan de Omgevingsdienst voor 2023 bedraagt € 316.371,00.
Het blijft noodzakelijk om als eigenaar van en deelnemer aan deze gemeenschappelijke regeling, deze ook zeer kritisch te blijven volgen op met name de bedrijfsvoering en financiële huishouding. 7.5 - Begraafplaatsen en crematoria In de Wet op de Lijkbezorging is geregeld dat elke gemeente tenminste één gemeentelijke begraafplaats heeft. De gemeente Rucphen heeft twee gemeentelijke begraafplaatsen, te weten aan de Kerkstraat te Rucphen en de Kaaistraat te St. Willebrord. Daarnaast is in elk kerkdorp, met uitzondering van Rucphen, een bijzondere begraafplaats, die door het kerkbestuur beheerd wordt. Het reguliere groenonderhoud op de gemeentelijke begraafplaatsen is bij het Werkvoorzieningsschap ondergebracht. Alle andere werkzaamheden op de begraafplaatsen worden in eigen beheer uitgevoerd. In de ‘Verordening lijkbezorgingsrechten’ zijn de verschuldigde rechten voor het gebruik maken van de gemeentelijke begraafplaatsen vastgesteld. 1.7.5.
Beleidsindicatoren
Percentage berekende hernieuwbare elektriciteit 10,5%
26,8%
Rucphen
Nederland bron: berekening | 2020
Omvang huishoudelijk restafval kg per inwoner
170
Rucphen
bron: Sitchting Halt | 2016 - 2020
Nederland
150
bron: CBS statistiek Huishoudelijk afval | 2020
*Omvang huishoudelijk restafval: Het aantal kilogram niet gescheiden ingezameld huishoudelijk afval.
49
1.8.
Programma 8: Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing
1.8.1. Beoogd maatschappelijk effect Het is goed wonen in Rucphen; aantrekkelijk en leefbaar. 1.8.2. Ontwikkelingen en speerpunten binnen dit programma Afspraken uit het hoofdlijnenakkoord: Bevorderen lokale binding We zetten in op een aantrekkelijk en gevarieerd woningaanbod. We gaan de komende periode nadenken voor wie, wat en waar we willen bouwen. We willen inwoners graag de mogelijkheid bieden om in de gemeente Rucphen te blijven wonen of er naar terug te keren. Hiervoor creëren we voldoende mogelijkheden. Hierbij actualiseren we de Woonvisie. Hierbij nemen we de regie. Optimaliseren dorpskernen De kernen vormen het kloppend hart van de dorpen. We verkennen de mogelijkheden voor het optimaliseren ervan. Huisvesten arbeidsmigranten en statushouders Arbeidsmigranten zijn niet meer weg te denken bij onze bedrijven en zijn nodig voor de economie. We zetten in op goede huisvesting voor deze doelgroep op de daarvoor meest geschikte locaties. Hiervoor trekken we samen op met gemeenten in de regio.
Activiteiten uit het collegewerkprogramma • We stellen een Omgevingsvisie 2.0 op en werken deze uit in een omgevingsplan; • We actualiseren de Woonvisie; • We maken de realisatie van pré-mantelzorgwoningen mogelijk; • We geven uitvoering aan ruimtelijke initiatieven voor woningbouw met als doel de bouw van zoveel mogelijk woningen; • We onderzoeken een ruimere opzet van het Omgevingsplan om meer mogelijk te kunnen maken voor ruimtelijke initiatieven en minder procedures als gevolg hiervan; • We onderzoeken de mogelijkheden voor strategisch grondbeleid; • We betrekken deze ambitie expliciet bij de uitwerking van de omgevingsvisie 2.0; • We benutten kansen en projecten uit het IP en ontwikkellocaties om hier uitvoering aan te geven; • We onderzoeken de mogelijkheden van een flexibel woonconcept voor knelpunten op de woningmarkt. 1.8.3.
Overzicht taakvelden en baten en lasten per taakveld
De baten en lasten die aan het programma verbonden zijn, zijn in onderstaande tabel per taakveld vermeld: Rekening 2021 Ruimtelijke ordening Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen) Wonen en bouwen TOTAAL 1.8.4.
Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten
Begr. na wijz. 2022
Begroting 2023
851.566 -825.973 8.303.028 -9.008.956 780.968 -436.699
1.238.570 -466.246 9.549.920 -9.867.944 1.223.277 -555.488
567.383 -235.738 4.063.115 -3.970.666 898.515 -557.788
-336.066
1.122.089
764.821
De taakvelden
8.1 - Ruimtelijke ordening Omgevingswet: van bestemmingsplan naar omgevingsplan De inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld naar ten minste 1 juli 2023. Op dat moment vormen de bestaande bestemmings-, wijzigings- en uitwerkingsplannen tezamen van rechtswege het tijdelijke omgevingsplan. In de periode tot 2029 moet het tijdelijke omgevingsplan worden omgezet in een definitief
50
omgevingsplan. Dit plan moet voldoen aan alle regels van de Omgevingswet. Dat betekent alle regels over de fysieke leefomgeving in het plan moeten worden opgenomen. Een regel uit een verordening moet verhuizen naar het omgevingsplan indien deze regel: • een onderdeel van de fysieke leefomgeving wijzigt; • verplicht in het omgevingsplan moet staan vanwege een instructie of instructieregels; • geldt als maatwerkregel op een voorschrift van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) of het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Nu zijn dat uitsluitend ruimtelijke regels. Ook moeten in het definitieve omgevingsplan instructieregels vanuit het rijk en de provincie worden verwerkt. Medio 2023 zal worden gestart met de voorbereidingen om het tijdelijke omgevingsplan om te zetten in een definitief omgevingsplan. Omgevingsvisie 2.0 Een omgevingsvisie is een integrale visie die strategische hoofdkeuzen van beleid voor de fysieke leefomgeving bevat. In 2022 is de Omgevingsvisie 1.0 vastgesteld. In deze versie zijn de bestaande beleidskaders voor de fysieke leefomgeving verzameld en in lijn gebracht met de vereisten van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie 1.0 was daarmee conserverend van karakter. In 2023 starten we met de opstelling van de Omgevingsvisie 2.0. In de 2.0 versie verschuift de focus van conserverend naar vooruitstrevend en toekomstgericht.
Deze versie zal via een participatief traject tot stand komen. Digitaal Stelsel Omgevingswet Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) bevat één digitaal loket voor het aanvragen van vergunningen, het raadplegen van geldende regels per locatie en (op termijn) informatie over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het DSO bestaat uit een landelijke voorziening, collectieve voorzieningen voor gemeenten en individuele voorzieningen van overheden. Het DSO is dus de motor achter de Omgevingswet. Het zorgt dat alle gegevens over de fysieke leefomgeving geografisch en tekstueel bij elkaar gepresenteerd en uitgewisseld worden. Zonder een goed functionerend DSO kan geen uitvoering worden gegeven aan de Omgevingswet. In februari 2022 was het adviescollege ICT-toetsing zeer kritisch over de inspanningen van het kabinet om de technische mankementen van het DSO op te lossen. Het adviescollege heeft in oktober 2022 deze zorgen herhaald. Mede naar aanleiding van dit rapport heeft de minister besloten de inwerkingtreding met een half jaar uit te stellen. De verwachting is dat niet alle mankementen voor 1 juli 2023 opgelost zullen zijn. Dit betekent dat we rekening moeten houden met aanpassingen die kunnen leiden tot extra ICT kosten die nodig zijn om het DSO beter te laten functioneren.
Gevolgen voor digitale plankaarten Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de viewer van Ruimtelijkeplannen.nl uitgeschakeld worden. Raadplegen van ruimtelijke plannen kan vanaf dat moment uitsluitend via de viewer ‘Regels op de kaart’ in het omgevingsloket. Voor dit onderdeel moeten we zelf de informatie aanleveren volgens de nieuwe RO-standaard STOP/TPOD (Standaard Officiële Publicaties en Toepassings-Profiel Omgevingsdocumenten). Deze standaard vraagt om extra werkzaamheden en kennis voor het opstellen van digitale plankaarten als gevolg van aanpassing van het omgevingsplan. Voor de uitvoering van deze extra werkzaamheden zullen naar verwachting extra middelen benodigd zijn. 8.2 - Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) De gemeente heeft de regie over de gronduitgifte voor de volgende woningbouwlocaties: Hofstede in Rucphen, de Fazantendonk-Vosdonkseweg en Kaaistraat-Valkendonk in St. Willebrord. Hofstede De ontwikkeling van Hofstede fase I is in uitvoering. Fase II van het wijzigingsplan is in 2022 vastgesteld. Tegen het vaststellingsbesluit van Fase II is geen beroep aangetekend, zodat het plan onherroepelijk is en er gestart kan worden met de uitvoering. Fazantendonk-Vosdonkseweg Voor de woningbouwontwikkeling aan de Fazantendonk-Vosdonkseweg is een stedenbouwkundige visie opgesteld. De ontwikkeling heeft vertraging opgelopen vanwege het Didam-arrest.
Verwacht wordt dat de ontwikkeling in 2023 verder opgepakt wordt.
51
Kaaistraat-Valkendonk Bestemmingsplan Kaaistraat-Vosdonkseweg te St. Willebrord is in 2022 vastgesteld. Op deze locatie zijn 17 woningen voorzien. Tegen het vaststellingsbesluit is beroep ingesteld. Als gevolg hiervan kan de realisatie van dit woningbouwplan vertraging oplopen. We zijn met de opstellers van het beroep in gesprek om tot een passende oplossing te komen zodat het beroep kan worden ingetrokken. De grond naast deze locatie (naast de begraafplaats aan de Kaaistraat) en de grond achter de Valkendonk wordt door de gemeente zelf ontwikkeld voor woningbouw. Hiervoor zal in 2023 bestemmingsplan ValkendonkKaaistraat St. Willebrord worden voorbereid. 8.3 - Wonen en bouwen Uitvoering woonvisie De krapte op de woningmarkt is een groot probleem. Bouwen is nodig. Komend jaar maken we (strategische) keuzes voor de lange termijn en leggen dat vast in geactualiseerde Woonvisie en een integraal woningbouwprogramma. Daarin nemen we op wat, waar en voor wie we gaan bouwen. Het gaat niet alleen om woningen, maar ook om de effecten van deze woningen op fysieke en sociale voorzieningen, leefbaarheid van wijken, opbouw van de bevolking etc. Huisvesting statushouders Het Rijk stelt voor elke gemeente in Nederland ieder half jaar de taakstelling tot huidvesting van statushouders vast.
De gemeente is verplicht om de door het COA gekoppelde statushouders binnen afzienbare tijd te plaatsen binnen de gemeente. De Provincie houdt toezicht op deze wettelijke taakstelling. In samenwerking met Thuisvester en Vluchtelingenwerk krijgen de gekoppelde statushouders door Thuisvester een passende sociale huurwoning toegewezen. Dit is ook vastgelegd in de prestatieafspraken met Thuisvester. Het aantal mutaties van vrijkomende sociale huurwoningen is echter te laag om te kunnen voldoen aan de wettelijke taakstelling. Door het opzetten en behouden van een goede en open communicatie met de provincie en het COA waren de achterstanden tot op heden verschoonbaar. Het probleem om te voldoen aan de taakstelling wordt steeds meer een landelijk probleem. Door de huidige problematieken omtrent de woningmarkt lukt het meerder gemeentes net als de gemeente Rucphen, al langere tijd niet om te voldoen aan de wettelijke taakstelling. De provincie heeft besloten om Rucphen hoger op de toezichtladder te plaatsen. Dit betekent dat er een plan van aanpak moet worden opgesteld om aan te tonen hoe onze gemeente in gaat lopen op de achterstand. In 2022 is hiervoor een concept plan van aanpak opgesteld waar alle activiteiten omtrent de huisvesting van statushouders in worden vermeld.
De problematiek van de uitstroom van statushouders vanuit de opvanglocaties staat mede in de belangstelling vanwege de landelijke discussie over huisvesting van statushouders en de dwangwet die het kabinet heeft aangekondigd. Gelet op de nieuwe opgave van 2023 is het middels de huidige werkprocessen niet mogelijk om de achterstand op korte termijn in te lopen. Huisvesting arbeidsmigranten In juli 2021 heeft de gemeente Rucphen zich verbonden aan het Afsprakenkader Arbeidsmigranten WestBrabant. Het afsprakenkader West-Brabant is een integrale set van afspraken, waarmee stappen worden gezet om de omstandigheden voor arbeidsmigranten in onze regio te verbeteren op het gebied van huisvesting, werken en leren en welzijn. Iedere overheid heeft daarbij haar eigen verantwoordelijkheid en beleidsruimte. Door middel van het afsprakenkader realiseren we een op elkaar afgestemde aanpak. Het afsprakenkader biedt voldoende speelruimte voor lokale keuzen en inkleuring, bijvoorbeeld als het gaat om de gebieden waar de gemeente huisvesting toe wil staan. Het afsprakenkader sluit daarmee aan bij de ambitie in de woonvisie Rucphen 2020-2024 om short-stay verblijven te realiseren op of nabij het bedrijventerrein. In 2023 zal het huidige beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten worden geactualiseerd.
In dat kader zal een onderzoek worden uitgevoerd naar de mogelijkheden om arbeidsmigranten op het bedrijventerrein te huisvesten. Woningbouwontwikkelingen In 2023 pakken we de volgende woningbouwontwikkelingen op of nemen deze verder in behandeling. Dit zijn: Zegge-Oost, Hoefstraat-West te Zegge, Zegge-Oost, Rucphen Noordwest, Rucphense Vaartkant (middengebied) te Rucphen, Lindestraat St. Willebrord, Sint Janstraat 64, 64a en 66 (Rozenquartier) te Sprundel en de herontwikkeling van de Pastorie in Schijf.
52
1.8.5.
Beleidsindicatoren
Woonlasten éénpersoonshuishouden
Woonlasten meerpersoonshuishouden
euro
euro
720
733
800
810
Rucphen
Nederland
Rucphen
Nederland
bron: COELO, Groningen | 2021
bron: COELO, Groningen | 2021
*Woonlasten: Het gemiddelde totaalbedrag per jaar dat een één- of meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten (onroerendezaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing).
Gemiddelde WOZ waarde woningen 300 290 280 270 260 250 240 230 220 210 200 2017
2018
2019 Rucphen
2020
2021
Nederland bron : CBS - WOZ | 2017 -2021
Nieuw gebouwde woningen per 1.000 woningen
3,5
8,9
Rucphen
Nederland bron: BAG/ABF | 2021
Demografische druk
Rucphen
69,10%
Nederland
70,30%
bron : CBS | 2021
*Demografische druk: De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 20 tot 65 jaar. Dit cijfer geeft inzicht in de verhouding van het niet-werkende deel van de bevolking tot het werkende deel van de bevolking.
53
2.
Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen
2.1.
Inleiding
In dit hoofdstuk besteden wij aandacht aan de algemene dekkingsmiddelen. Algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten van een gemeente waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald. Deze middelen zijn in principe vrij aanwendbaar: uw raad bepaalt voor welk doel de middelen worden ingezet. Hierbij dient natuurlijk in acht te worden genomen dat gemeenten wettelijk verplicht zijn een aantal taken uit te voeren. Het overzicht van algemene dekkingsmiddelen bevat de volgende onderdelen: • Lokale heffingen; • Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds; • Dividend; • Saldo financieringsfunctie; • Overige baten en lasten.
2.2.
Overzicht algemene dekkingsmiddelen
In de tabel hieronder is de opbrengst van de verschillende algemene dekkingsmiddelen verantwoord. Vervolgens lichten wij de opbrengsten kort toe. Rekening 2021
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN ONVOORZIEN Lokale heffingen Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds Dividend Saldo financieringsfunctie Overige baten en lasten
Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten
Totaal algemene dekkingsmiddelen
Onvoorzien
Begr. na wijz. 2022
381.361 -3.962.749
382.456 -4.080.755
336.998 -4.139.577
-40.873.483
-46.276.636
-46.353.264
-35.577 418.803 -480.126
-44.816 417.332 -462.690 590.651
-38.000 368.212 -533.070 968.622
-49.474.458
-49.390.079
55.000
55.000
55.000
55.000
-6.150 -44.557.922
Lasten Baten
Totaal onvoorzien
2.3.
Begroting 2023
Lokale heffingen
Lokale heffingen zijn de opbrengsten uit rechten (retributies) en de eigen belastingen. Onder de algemene dekkingsmiddelen uit lokale heffingen verstaan we alleen de baten uit de eigen belastingen. Dit zijn de onroerende zaakbelasting, toeristenbelasting en forensenbelasting. Belastingopbrengsten uit rechten, zoals rioolheffing, zijn kostendekkend en daarmee niet vrij besteedbaar. Voor het opleggen en innen van de eigen belastingen betalen we een bijdrage aan de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB). Deze bijdrage zien we terug aan de lastenkant. Een nadere toelichting over de inkomsten en kostendekking vindt u terug in paragraaf 5.1 ‘Lokale heffingen’.
2.4.
Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds
De algemene uitkering is één van de uitkeringen die gemeenten van het Rijk ontvangen. Dat gebeurt via het Gemeentefonds. Gemeenten kunnen, met inachtneming van wet- en regelgeving, zelf bepalen of zij de uitkering uitgeven aan taken die het Rijk opdraagt of aan eigen beleid. Gemeenten hoeven zich niet te verantwoorden over de besteding van de algemene uitkering richting het Rijk. De verantwoording vindt plaats aan de gemeenteraad.
54
In de Kadernota 2023 zijn de uitkomsten van de meicirculaire 2022 meegenomen en verwerkt. Aan de hand van de septembercirculaire 2022 van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is de algemene uitkering opnieuw berekend. De volgende bedragen zijn in de begroting 2023 opgenomen. In de tabel zijn tevens de bedragen uit de Kadernota 2023 (o.b.v. meicirculaire 2022) opgenomen: 2023
2024
2025
2026
Kadernota 2023: meicirculaire 2022
39.824.985
40.597.824
42.783.996
40.610.366
Begroting 2023: septembercirculaire 2022
40.194.712
40.929.747
43.090.867
42.062.162
0
778.683
466.594
225.911
369.727
1.110.606
773.465
1.677.707
stelpost middelen jeugdzorg (50%) Verschil
Middelen Jeugdzorg In de Kadernota 2023 is op basis van de meicirculaire 2022 het bedrag aan jeugdzorg 2023 verwerkt, € 1.915.681,00. Voor de jaren na 2023 was in de meicirculaire het volgende opgenomen, waardoor wij in onze berekeningen geen extra middelen voor jeugdzorg vanaf 2024 hebben opgenomen in de Kadernota 2023: Het kabinet gaat de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Het kabinet zal bij het afsluiten van de Hervormingsagenda ook besluiten over de extra middelen voor 2024 en verder die aan gemeenten beschikbaar gesteld worden, waarbij het advies van de Commissie van Wijzen het uitgangspunt vormt. In augustus 2022 hebben we van de Provinciale toezichthouder een bericht ontvangen, met daarin de afspraken die gemaakt zijn tussen het Rijk en de VNG omtrent de meerjarige jeugdmiddelen. Het Rijk en de VNG werken op dit moment aan de Hervormingagenda jeugdzorg. Deze zal naar verwachting dit najaar worden afgerond. Vooruitlopend hierop zijn voor de jaren 2022 en 2023 reeds aanvullende, incidentele middelen toegevoegd aan het gemeentefonds, in lijn met de financiële reeks van de uitspraak van de Commissie van Wijzen (CvW).
Naast de besparingsopgave die volgt uit de uitspraak van de Commissie van Wijzen heeft het kabinet besloten tot het realiseren van de aanvullende besparing van structureel € 511 miljoen, welke een Rijksverantwoordelijkheid is gemaakt. Concreet betekent dit dat het aan de Rijksoverheid is om de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen. Het gaat daarbij om maatregelen waardoor gemeenten minder middelen nodig hebben of waarbij alternatieve inkomsten gegenereerd worden (bijv. door middel van de invoering van een eigen bijdrage). Ook draagt het Rijk het budgettaire risico ingeval (een deel van) deze maatregelen geen of niet tijdig doorgang vinden. Partijen erkennen de noodzaak om op deze ontwikkelingen te anticiperen en aanvullende afspraken te maken ten aanzien van de te verwachten ruimte in de gemeentelijke begroting aanvullend op de meicirculaire 2022. De volgende afspraken zijn gemaakt: • Gemeenten mogen in de jaarschijven 2024 tot en met 2026 de middelen die op de aanvullende post zijn gereserveerd voor 100% meenemen in hun meerjarenraming. Concreet gaat het om respectievelijk € 1.265 miljoen, € 758 miljoen en € 367 miljoen. • Daarnaast mogen gemeenten in hun begroting rekening houden met een besparing van €100 miljoen in 2024, €500 miljoen in 2025, € 500 miljoen in 2026 en vanaf 2027 € 511 miljoen structureel als gevolg van maatregelen die het Rijk zal uitwerken.
Het gaat hier om afspraken die gehanteerd worden voor het toezicht op de meerjarenraming in de gemeentebegroting voor 2023. In de eerste afsprakenregel is opgenomen dat 100% opgenomen mag worden als stelpost. Omdat er over dit onderwerp nog steeds discussie plaatsvindt en nog geen definitieve besluiten zijn genomen, hanteren wij in deze begroting een percentage van 50% in plaats van 100%. Wanneer bij een latere gemeentefondscirculaire blijkt dat de volledige 100% definitief richting de gemeente komt, zullen wij die lijn volgen en de volledige 100% overnemen.
55
Eenmalige rijksbijdrage in 2026 Het Rijk werkt met gemeenten en provincies door aan een nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026. In aanloop daarnaartoe stelt het kabinet voor gemeenten eenmalig € 1 miljard extra in 2026 beschikbaar. Daarvan wordt een bedrag van € 76 miljoen aan het BTW-compensatiefonds toegevoegd en komt € 924 miljoen beschikbaar via de algemene uitkering van het gemeentefonds. De cijfers in de tabel hierboven zijn inclusief deze eenmalige rijksbijdrage in 2026. Algemene uitkering 2023 De algemene uitkering 2023 bestaat uit de volgende onderdelen: Omschrijving a.
2023
Algemene uitkering
40.194.712 Totaal algemene uitkering
40.194.712
b.
Decentralisatie-uitkering Vergunningverlening, toezicht en handhaving
46.697
c.
Decentralisatie-uitkering versterking omgevingsveiligheidsdiensten
5.000
d.
Decentralisatie-uitkering armoedebestrijding kinderen
71.520
e.
Decentralisatie-uitkering extra capaciteit BOA's
32.635
f.
Decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters
31.536
g.
decentralisatie-uitkering Wet Kwaliteitsborging Bouw (Wkb)
17.218 Totaal
40.399.318
De belangrijkste ontwikkelingen in het Gemeentefonds en de gevolgen daarvan voor de gemeente Rucphen lichten wij hieronder toe. a. Algemene uitkering De raming van de algemene uitkering is voor 2023 met € 369.727,00 gestegen ten opzichte van de cijfers uit de Kadernota 2023. De algemene uitkering in 2023 bedraagt € 40.194.712,00. Ook voor de jaren na 2023 wordt de algemene uitkering op basis van de septembercirculaire 2022 positief bijgesteld. b. Decentralisatie-uitkering Vergunningverlening, toezicht en handhaving Vanwege de overdracht van taken aan gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) bij provinciale inrichtingen is vanaf 2018 structureel € 46,7 miljoen aan het Gemeentefonds toegevoegd. In dit bedrag is rekening gehouden met de bij provincies achterblijvende wettelijke taak betreffende de coördinatie van de handhavingssamenwerking binnen de provincie en de regie op de kwaliteitscriteria. Voor Rucphen bedraagt de decentralisatie-uitkering € 46.697,00. Het betreft hier geoormerkte gelden. c. Decentralisatie-uitkering versterking omgevingsveiligheidsdiensten Op basis van de septembercirculaire 2020 gaan gemeenten jaarlijks in het kader van cluster 4 van de meerjaren agenda omgevingsveiligheid 2021-2024 een bedrag van in totaal € 3,825 miljoen ontvangen.
De rijksmiddelen zijn tot en met 2020 via de provincies ter beschikking gesteld aan de Omgevingsdiensten. Vanaf 2021 is deze bijdrage toegevoegd aan het gemeentefonds. De middelen zijn bedoeld voor lokale versterking omgevingsveiligheid. Dit geeft gemeenten de ruimte om te komen tot lokale prioriteiten bij de uitvoering van omgevingsveiligheidsbeleid. Op die wijze wordt omgevingsveiligheid goed lokaal ingebed. De omgevingsdienst West-Brabant voert deze taken voor de gemeente Rucphen uit. Voor de jaren 2021 tot en met 2024 ontvangt de gemeente Rucphen jaarlijks € 5.000,00. Dit bedrag wordt toegevoegd aan het budget werkprogramma OMWB. d. Decentralisatie-uitkering armoedebestrijding kinderen Vanaf 2017 is structureel een bedrag van € 85 miljoen beschikbaar gesteld voor de bestrijding van de gevolgen van armoede onder kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling vanaf het volgende jaar. De middelen worden verdeeld op basis van door het CBS ontwikkelde gegevens over kinderen met een kans op armoede. De verdeling over de gemeenten voor 2023 en verder is gebaseerd op gegevens over het jaar 2022 en komt voor onze gemeente uit op € 71.520,00.
56
e. Decentralisatie-uitkering extra capaciteit BOA's In de openbare ruimte verrichten BOA’s belangrijk werk in specialistische en complexe beleids- en wetsgebieden. In de afgelopen jaren zijn BOA’s binnen hun bevoegdheid ook steeds meer taken gaan uitvoeren. De Tweede Kamer heeft d.d. 23 september 2021 de motie Hermans c.s. aangenomen. Met deze motie, waarmee structureel € 200 miljoen is vrijgemaakt voor handhaving en veiligheid, is onder meer aan het kabinet de opdracht meegegeven om de capaciteit van (wijk)agenten en BOA’s in de openbare ruimte te vergroten. Van dit bedrag wordt structureel € 25 miljoen voor de BOA’s beschikbaar gesteld. In zijn brief van d.d. 12 november 2021 aan de Tweede Kamer heeft de minister van Justitie en Veiligheid (JenV) aangegeven op welke wijze hij deze € 25 miljoen wil inzetten. Naast onder meer € 5,5 miljoen voor de groene BOA en een bedrag voor de verdere professionalisering en een veilige taakuitvoering van de BOA’s in alle domeinen, wordt € 13 miljoen vrijgemaakt voor de capaciteit van BOA’s in de openbare ruimte. De € 13 miljoen loopt via het gemeentefonds, het resterende bedrag niet. Het structurele bedrag binnen het gemeentefonds voor de gemeente Rucphen bedraagt € 32.635,00. f.
Decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters Rijk en gemeenten hebben in 2016 bestuurlijke afspraken gemaakt met als doel om alle peuters de mogelijkheid te geven om naar een voorschoolse voorziening te gaan. Om gemeenten hiertoe in staat te stellen, heeft het Rijk vanaf 2016 via een decentralisatie-uitkering aan gemeenten een budget beschikbaar gesteld dat oploopt tot structureel € 60 miljoen in 2021. Dit bedrag is gebaseerd op een aanname van het aantal peuters die niet bereikt worden door gemeenten en die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag en/of voorschoolse educatie. SZW en de VNG hebben overeenstemming bereikt om de peutermiddelen vanaf 2019 niet verder op te laten lopen dan € 30 miljoen. Dit heeft als gevolg dat voor 2019 en verder de bedragen per gemeenten en de verdeling van 2018 zullen worden aangehouden. Voor Rucphen bedraagt de decentralisatie-uitkering structureel € 31.536,00. g. Decentralisatie-uitkering Wet kwaliteitsborging bouw De Wkb treedt naar verwachting vanaf 1 januari 2023 gefaseerd in werking. Er wordt gestart met de eenvoudigere bouwprojecten, daarna volgen eventueel de meer complexere projecten. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Onder deze wet zullen kwaliteitsborgers zorgdragen voor het voldoen aan de bouwtechnische regels.
Deze taken vervallen hiermee bij gemeenten die overigens wel het bevoegd gezag blijven houden. Tegelijkertijd wijzigen bepaalde wettelijke taken en krijgen gemeenten er extra wettelijke taken bij, zoals registratie en beoordeling van de Wkb-meldingen. Hieronder vallen onder andere bouwmeldingen, gereed meldingen en informatieverstrekking van de start en einde van bouwwerkzaamheden. Gemeenten ontvangen voor de noodzakelijke voorbereidingen die de gemeenten nog moeten treffen tot de inwerkingtreding van de Wkb in 2022 een bijdrage van € 25 miljoen in aanvulling op de 10 miljoen die eerder in 2021 is verstrekt. Daarnaast ontvangen de gemeenten na inwerkingtreding een jaarlijkse bijdrage (tot en met 2026) van € 10 miljoen voor het uitvoeren van de Wkb-taken. Het bedrag voor de gemeente Rucphen bedraagt € 42.336,00 in 2022; € 17.218,00 in 2023; € 17.232,00 in 2024; € 17.232,00 in 2025 en € 17.102,00 in 2026. Ontwikkelingen m.b.t. algemene uitkering volgende jaren a. Accressen 2022 – 2026 De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap op trap af-methode wordt het accres genoemd.
Zoals toegelicht in de Startnota 2022 is er in het Coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV besloten tot twee belangrijke wijzigingen in de indexering van de algemene uitkering van de fondsen door te voeren. Ten eerste is in het Coalitieakkoord besloten dat de fondsen vanaf 2026 niet langer via de normeringssystematiek geïndexeerd worden. Daarmee vervalt de koppeling aan de rijksuitgaven. Het gereserveerde accres vanaf 2026 wordt wel bijgesteld als gevolg van de jaarlijkse loon- en prijsontwikkeling zoals deze door het CPB wordt geraamd. Ten tweede is er besloten dat tot 2025 het accres grotendeels op basis van de bestaande afspraken berekend wordt.
57
In de Startnota heeft het kabinet aangegeven nader te bezien of het wenselijk is om het accres stabieler te maken. Het kabinet heeft daarom het voorstel aan de VNG en het IPO (Interprovinciaal Overleg) gedaan om het volumedeel van het accres voor 2022–2025 vast te zetten. De VNG heeft met dit voorstel ingestemd. Het IPO heeft laten weten niet met dit voorstel in te stemmen. Het volumedeel van het accres zal voor de periode 2022-2025 dan ook alleen voor de gemeenten worden vastgezet. Door het vastzetten van het volumedeel van het accres voor gemeenten zijn bij zowel het Rijk als de gemeenten veel minder budgettaire schommelingen dan voorheen. Dit betekent dat de accresstanden voor de jaren 2022 tot en met 2025 voor gemeenten slechts nog zullen wijzigen als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen. Hiermee wordt een eerste belangrijke stap gezet richting een meer stabiele financiering voor gemeenten. Het biedt hen voor de komende jaren zekerheid over hun inkomsten en beschikbare vrije ruimte, ook wanneer de uitgaven van het Rijk achterblijven bij de ramingen. In de septembercirculaire 2022 zijn de accressen vanaf 2023 weer bijgewerkt en alle jaren vallen positief uit. De mutaties in het accres ten opzichte van de meicirculaire 2021 zijn als volgt: 2023: € 389 miljoen; 2024: € 90 miljoen; 2025: € 44 miljoen; 2026: € 60 miljoen. De bedragen zijn structureel en cumuleren dus.
In alle jaren zijn de hogere accressen volgens de circulaire het gevolg van hogere loon- en prijsontwikkeling dan tot nu toe aangenomen. b. Herijking verdeling gemeentefonds Met ingang van 1 januari 2023 is sprake van de invoering van een nieuwe verdeling van de algemene uitkering. De uitkomsten van de verdeling zijn verwerkt in de Kadernota 2023. Op 6 april jl. zijn de Tweede Kamer en gemeenten door de fondsbeheerders geïnformeerd over de invoering van de nieuwe verdeling per 1 januari 2023. Zoals ook met de Tweede Kamer is besproken, tijdens het Kamerdebat Financiën decentrale overheden en versterking lokaal bestuur van 7 april jl., is dit model geen eindstation en vraagt het model continu onderhoud. In de kamerbrief van 5 juli jl. heeft de minister de Tweede Kamer geïnformeerd over de organisatorische inbedding en de inhoud van de onderzoeksagenda. Deze agenda is toegevoegd aan de septembercirculaire 2022, maar brengt voor nu geen opvallende ontwikkelingen. c. Meerjarige ontwikkeling uitkeringsfactor Bij de berekening van de algemene uitkering gedurende de planperiode is rekening gehouden met de volgende uitkeringsfactoren, welke zijn genoemd in de septembercirculaire 2022:
meicirculaire 2022
2023
2024
2025
2026
1,285
1,356
1,419
1,345
septembercirculaire 2022
1,299
1,370
1,432
1,391
verschil aantal punten
0,014
0,014
0,013
0,046
De uitkeringsfactoren vallen voor de jaren 2023 – 2026 hoger uit. Deze stijgingen worden voornamelijk veroorzaakt door de algemene mutaties die in de septembercirculaire zijn verwerkt (de nieuwe accresstanden in 2023-2026, de ruimte onder het BCF-plafond in 2022 en de eenmalige rijksbijdrage in 2026). Sociaal domein: Integratie-uitkeringen Zoals bekend is vanaf 2019 een groot deel van de integratie-uitkering Sociaal Domein overgeheveld naar de algemene uitkering. Op basis van de meicirculaire 2022 is nog gedeelte overgeheveld naar de algemene uitkering, de IUSD 18+/voogdij en een gedeelte van Participatiewet Wajong en begeleiding. Dit is verwerkt in de kadernota 2023. Op basis van de septembercirculaire 2022 zijn er geen mutaties ten opzichte van de standen uit de meicirculaire 2022.
58
Taakmutaties Asiel (Inburgering) In het bestuurlijk akkoord met betrekking tot de opvang van asielzoekers op 26 augustus jl. is afgesproken dat het kabinet voldoende financiële middelen beschikbaar stelt voor integratie. Als gevolg van een hogere instroom van inburgeraars is afgesproken het budget voor de inburgering voor de jaren 2022, 2023 en 2024 op te hogen met respectievelijk € 20, 40 en 30 miljoen. Hiermee worden gemeenten in staat gesteld alle inburgeraars passende ondersteuning te bieden. Voor de gemeente Rucphen gaat het in 2023 om € 54.197,00 en in 2024 0m € 39.076,00. Deze bedragen worden toegevoegd aan de stelpost Integratie uitkering Inburgering. Overig Energietoelage De energietoeslag bedraagt voor het jaar 2022 in totaal € 1.300 voor mensen die leven van 120% van het sociaal minimum. Tijdens de augustusbesluitvorming is besloten om in 2023 nogmaals € 1.300 aan deze doelgroep uit te keren. Dit is opgenomen in de Miljoenennota 2023. Om huishoudens in 2022 nog beter te ondersteunen, wordt gemeenten de mogelijkheid geboden om € 500 hiervan al in 2022 uit te keren. Gemeenten hebben onder de huidige wetgeving de tijd om de toeslag tot 1 juli 2023 uit te keren. De begroting voor het Gemeentefonds zal hier nog op worden aangepast.
Van de € 1,4 miljard voor 2023 is het kabinet voornemens om met een incidentele suppletoire begrotingswet (ISB) € 500 miljoen naar 2022 te schuiven, waardoor er € 900 miljoen in 2023 overblijf. Over de verdeling van de middelen in 2022 volgt zo spoedig mogelijk nadere informatie. Goed Verhuurderschap In het Coalitieakkoord is afgesproken dat gemeenten meer mogelijkheden krijgen om malafide verhuurderschap en discriminatie op de huurmarkt gerichter aan te pakken. Deze afspraken worden uitgevoerd in de vorm van het wetsvoorstel Goed Verhuurderschap en zullen naar verwachting in 2023 in werking treden. Het wetsvoorstel introduceert een landelijke basisnorm voor goed verhuurderschap, in de vorm van algemene regels, waaraan verhuurders en verhuurbemiddelaars zich dienen te houden. Het Rijk stelt middelen ter beschikking om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel. De financiering bestaat uit een incidentele bijdrage van € 9,2 miljoen voor de eenmalige kosten die gemeenten maken als gevolg van de invoering van de landelijke regels en het instellen van het meldpunt. Daarnaast bestaat de financiering uit een structurele bijdrage van € 12,4 miljoen voor de structurele kosten als gevolg van de landelijke algemene regels en het meldpunt.
In de decembercirculaire 2022 zal meer duidelijkheid komen over de verdeling van deze financiële middelen. Decentralisatie-uitkering Invoeringskosten Omgevingswet Het Rijk draagt in 2022 in totaal € 150 miljoen bij aan de transitiekosten die gemeenten hebben gemaakt in aanloop naar de invoering van de Omgevingswet. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten opnieuw in kaart worden gebracht. De € 150 miljoen in 2022 komt neer op een bedrag van € 258.135,00 voor de gemeente Rucphen. De middelen zijn beleids- en bestedingsvrij. Over de middelen voor de jaren 2023 tot en met 2025 volgt meer informatie in een latere circulaire. Klimaat en Energie Medeoverheden krijgen naar aanleiding van het Klimaatakkoord en het Coalitieakkoord veel nieuwe taken op het terrein van de sectoren gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, landbouw en elektriciteit. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft advies uitgebracht genaamd “Van Parijs naar Praktijk” uitgebracht met daarin de geschatte uitvoeringsmiddelen die medeoverheden nodig hebben voor de periode 2022-2030 voor de uitvoering van het Klimaatakkoord.
In de meicirculaire is reeds bekend gemaakt dat vanaf 2023 tot en met 2030 gemeenten en provincies, aanvullend op de reeds eerder toegekende middelen, extra uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid krijgen zodat zij hun uitvoeringskracht kunnen voorzetten en intensiveren. Over de middelen die in het Coalitieakkoord zijn gereserveerd voor de uitvoeringskosten van medeoverheden voor het klimaatakkoord en aanvullend klimaatbeleid vinden nog gesprekken plaats tussen onder andere de VNG, het IPO en het Rijk. In 2024 wordt er een herijking uitgevoerd ten aanzien van de benodigde en beschikbare uitvoeringsmiddelen.
59
2.5.
Treasury
Dividend Dividend is winstuitkering van een onderneming aan haar aandeelhouders. Gemeente Rucphen heeft 19.656 aandelen in BNG Bank. We verwachten in 2023 een winstuitkering over het aandelenbezit in 2022. De raming is gebaseerd op een gemiddelde van de werkelijk ontvangen dividenden over de afgelopen jaren. Saldo van de financieringsfunctie Onder financieringsfunctie verstaan we alle activiteiten die te maken hebben met het verwerven en beheren van financiële middelen. Het saldo van de financieringsfunctie is het saldo van (a) de betaalde rente (kosten) over de aangegane leningen en de aangetrokken middelen in rekening-courant en (b) de ontvangen rente (opbrengsten) over de uitzettingen inclusief de toegerekende rentelasten aan de programma’s. We presenteren het saldo in het volgende overzicht: Omschrijving
2023
2024
2025
2026
Rentekosten van langlopende geldleningen Rente kasgeldleningen Kosten betalingsverkeer en beheer Rentetoerekening (boekwaarde aandelen) Raming kosten rente rekening-courant Kosten i.v.m. invordering (a) totale kosten
359.636 7.820 756 368.212
361.214 7.980 756 369.950
425.211 8.164 756 434.131
431.302 8.346 756 440.404
Raming opbrengst rente rekening-courant Rente hypothecaire geldleningen Rentevergoeding grondbedrijf Ontvangsten i.v.m. invordering Toegerekende reële en bespaarde rente Ontvangen dividend (b) totale opbrengsten
568 29.324 24.000 479.178 38.000 571.070
497 8.087 24.000 484.622 38.000 555.206
423 920 24.000 480.471 38.000 543.814
346 -5.374 24.000 488.624 38.000 545.596
Saldo
202.858
185.256
109.683
105.192
Aan de kostenzijde is een duidelijke toename te zien in de totale rentekosten. Op basis van de recent geactualiseerde liquiditeitenplanning zullen we in de periode 2023–2026 afgerond 12,0 miljoen aan geldleningen moeten aantrekken. Dit met een stijging in de totale rentekosten als gevolg. Aan de opbrengsten kant neemt de boekwaarde van de lopende investeringen, als gevolg van afschrijving, af. Hierdoor wordt de aan de taakvelden toegerekende rente lager. Na het realiseren van investeringen wordt aan de taakvelden meer rente toegerekend. De rentekosten worden via een omslagmethode toegerekend aan taakvelden waar een boekwaarde van een investering voorkomt. In gevallen dat voor specifieke investeringen geldleningen worden afgesloten, mag de werkelijke rente worden doorbelast. Dat deel van de rentekosten blijft dan buiten de omslag. Wij hebben enkel geldleningen afgesloten voor algemene financiering. Dat betekent dus dat de rentekosten via omslag worden doorberekend. De omslagrente is bepaald op 0,39% en wordt conform de regelgeving afgerond op 0,50%.Voor de berekening van de renteomslag wordt verwezen naar de paragraaf 5.4 Financiering.
60
Reële en bespaarde rente toegerekend aan taakvelden: Omschrijving 0.2 Burgerzaken 0.4 Overhead 0.5 Treasury 1.1 Crisisbeheersing en brandweer 1.2 Openbare orde en veiligheid 2.1 Verkeer en vervoer 2.5 Openbaar vervoer 3.1 Economische ontwikkeling 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur 3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen 4.1 Openbaar basisonderwijs 4.2 Onderwijshuisvesting 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 5.2 Sportaccommodaties 5.5 Cultureel erfgoed 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.71 Maatwerkdienstverlening 187.1 Volksgezondheid 7.2 Riolering 7.2 Riolering toekomstige investeringen 7.3 Afval 7.4 Milieubeheer 7.5 Begraafplaatsen en crematoria 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) 8.3 Wonen en bouwen
2023 36 57.217 756 3.240 289 156.896 848 11 24 95 4.888 35.205 2.520 53.304 9 9.211 37.004 37 153 71.426 16.175 1.131 0 143 22.239 6.321 479.178
2.6.
Overige baten en lasten
Onder overige baten en lasten worden diverse stelposten verantwoord, o.a. de stelpost inflatie, stelpost energiekostenstijging en de stelpost Integratie-uitkering Inburgering. stelpost energiekostenstijging In deze begroting houden we, conform Kadernota 2023, rekening met een energiekostenstijging van 50%. De stelpost energiekostenstijging, groot € 190.000,00, is hierop gebaseerd. Het daadwerkelijke effect op onze meerjarenbegroting is op dit moment niet te bepalen. De aanbesteding voor ons energiecontract is weliswaar doorlopen, maar het tarief is nog onbekend. Dit wordt dagelijks ‘geprikt’ tot 30 november, waarna het definitieve tarief voor 2023 in december 2022 zal worden bepaald. Op basis van het definitieve tarief, kunnen we een doorrekening maken. De financiële mutaties willen we in een separaat voorstel voorleggen aan uw raad in de eerste raadsvergadering van 2023.
2.7.
Onvoorzien
Voor 2023 is een post voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 55.000,00. De post mag worden aangewend voor zaken die onvoorzien, onvermijdbaar en onuitstelbaar zijn. Aanwending zal steeds aan uw raad worden voorgelegd.
61
3.
Overzicht van de kosten van overhead
In de programma’s nemen we alleen de kosten van het primaire proces op. Dit met het uitgangspunt dat we kosten zoveel mogelijk direct toerekenen aan een taakveld. Overhead is niet direct toe te rekenen aan een specifiek taakveld en wordt daarom centraal begroot en verantwoord. De commissie BBV schrijft voor de kosten van overhead in een apart overzicht op te nemen. Om vast te stellen welke kosten onder de overhead vallen, is door de commissie de volgende definitie opgesteld: “Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Doordat de overhead op een apart taakveld wordt begroot, staan deze niet bij de taakvelden van bijvoorbeeld riolering en afval. Om de tarieven toch juist vast te stellen, rekenen we de overhead afzonderlijk toe. De methode zelf wordt niet voorgeschreven, maar dient wel door de raad te worden vastgesteld en in de financiële verordening te worden opgenomen. In de raadsvergadering van 19 september 2018 is de Financiële Verordening 2018 vastgesteld. Ook is in de paragraaf Lokale Heffingen per bestemmingsheffing een tabel opgenomen waarin de berekening van de kostendekkendheid is verwerkt. In onderstaande tabel zijn de kosten van overhead in rubrieken onderverdeeld, vervolgens is een aantal rubrieken toegelicht.
Rubriek Salariskosten Overige personeelskosten Rentekosten Afschrijvingskosten Belastingen en verzekeringen Behandeling Bezwaren en rechtskundig advies Inkoop Communicatie Dienstverlening en informatievoorziening Archief Facilitair Catering en overige kosten Totaal overheadkosten Doorbelaste overhead Totaal netto overheadkosten
Raming 2023 4.910.412 376.699 57.217 623.855 163.498 138.828 122.824 51.903 933.002 103.957 335.406 37.404 7.855.005 231.376 7.623.629
Salariskosten Het merendeel van de kosten van overhead bestaat uit salariskosten. De doorbelaste salariskosten bedragen € 4.910,412. Aan het taakveld overhead wordt afgerond 55 fte van de ambtelijke organisatie toegerekend. De totale omvang van de organisatie is afgerond 148 fte. Overige personeelskosten Onder deze rubriek vallen alle kosten die betrekking hebben op personeel, niet zijnde salariskosten. De belangrijkste onderdelen hierin zijn: • werving en selectie; • kosten van arbodienst en arbeidsgeneeskundig onderzoek; • reis- en verblijfkosten; • studies en cursussen; • ondernemingsraad. Rentekosten Deze rubriek bevat de toegerekende rente op basis van het omslagprincipe over de boekwaarde van gebouw, inventaris, automatisering, etc. Dit bedrag is terug te vinden in de tabel uit paragraaf 2.5. Afschrijvingskosten Deze rubriek betreft het bedrag aan afschrijvingskosten voor het gemeentehuis (gebouw), automatisering en telecommunicatie etc.
62
Belasting en verzekeringen Betaalde belastingen en afgedragen premies. Behandeling bezwaren en rechtskundig advies Overheidsorganen zoals gemeenten kunnen beslissingen nemen met rechtsgevolgen voor anderen. De rechtsbescherming is o.a. geregeld in de Algemene Wet Bestuursrecht. Daarnaast kan het zijn dat iemand meent niet correct behandeld te zijn door de gemeente (bestuur of medewerkers) en daarover een klacht wil indienen. Een klacht wordt in eerste instantie door de gemeente zelf behandeld. Als dat niet tot een oplossing leidt kan een klacht worden ingediend bij een onafhankelijke ombudsvoorziening, de Commissie Ombudsman. Inkoop Wij hebben de werkzaamheden van inkoop en aanbesteding voornamelijk uitbesteed aan de Stichting Inkoopbureau West-Brabant, een samenwerkingsverband van gemeenten en gemeenschappelijke regelingen op het gebied van inkoop in de regio Zuid-West Nederland. Het Inkoopbureau ondersteunt en adviseert haar deelnemers op het gebied van inkoop en contractmanagement in de ruimste zin van het woord. Bij iedere deelnemer worden een of meerdere medewerkers vanuit het Inkoopbureau gestationeerd. Deze medewerkers zorgen dat het inkoop- en aanbestedingsbeleid actueel is, verzorgen de begeleiding van aanbestedingen en vervullen een helpdeskfunctie op het gebied van inkoop.
Ook verzorgt het Inkoopbureau de coördinatie, de aanbestedingen en het contractmanagement van regionale en gezamenlijke aanbestedingen. Daarnaast biedt het Inkoopbureau verzorging van het contractmanagement van (complexe) contracten en van het doorlopen van innovatieve aanbestedingen. Communicatie In de paragraaf 5.5 ‘Bedrijfsvoering’ lichten we ‘communicatie’ nader toe. Dienstverlening en Informatievoorziening In de paragraaf 5.5 ‘Bedrijfsvoering’ lichten we ‘dienstverlening en informatievoorziening’ nader toe. Archief De rubriek ‘archief’ bevat de bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling ‘West-Brabants Archief’ (WBA). De begroting 2023 is beleidsmatig en financieel in overeenstemming. De bijdrage voor Rucphen bedraagt € 103.957,00. Facilitair Dit onderdeel omvat alle kosten die te maken hebben met het gebruik van het gemeentehuis zoals schoonhouden, energieverbruik, onderhoud gebouw, inventaris en installaties en beveiliging. De inkomsten in verband met verhuur zijn op de kosten in mindering gebracht. Tevens omvat deze rubriek de kosten van druken bindwerk, briefporten en abonnementen op (digitale) vakliteratuur. Catering en overige kosten Hieronder vallen de kosten van het bedrijfsrestaurant.
63
4.
Bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting
Gemeenten zijn op grond van de 'Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen' verplicht vennootschapsbelasting (Vpb) te betalen als zij een fiscale onderneming hebben. Deze wet is, mede onder druk van de Europese Commissie, ingevoerd om een gelijk speelveld te maken tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. De belasting heeft voor onze gemeente betrekking op het grondbedrijf en over opbrengsten van het afval (niet de afvalstoffenheffing).
64
5.
De Paragrafen
Als onderdeel van de programmabegroting 2023 – 2026 nemen wij, conform het BBV, zeven programmaoverstijgende paragrafen op. Daar waar de programma’s een horizontale doorkijk geven op alle inhoudelijke aspecten van het programma geven de paragrafen juist een verticale doorkijk vanuit een bepaald (financieel) perspectief. In de paragrafen staat informatie voor raadsleden waarmee zij inzicht krijgen in de financiële positie van onze gemeente, de beheersmatige aspecten en de risico’s. Wij gaan in op de volgende onderwerpen: • lokale heffingen; • weerstandsvermogen en risicobeheersing; • onderhoud van kapitaalgoederen; • financiering; • bedrijfsvoering; • verbonden partijen; • grondbeleid.
5.1
Lokale heffingen
Lokale heffingen zijn de opbrengsten uit rechten (retributies) en de eigen belastingen. In deze paragraaf staat informatie over: • de actualiteiten; • de beleids- en begrotingsuitgangspunten; • de geraamde inkomsten; • de kostendekking van de tarieven; • de lokale lastendruk; • het kwijtscheldingsbeleid; • Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB). Actualiteiten Regeling specifieke uitkering kwijtschelding gemeentelijke belastingen (kinderopvangtoeslag-affaire) Gemeenten en belastingsamenwerkingen kunnen vanaf 1 juli 2021 vorderingen kwijtschelden voor gedupeerde ouders en toeslagpartners van de kinderopvangtoeslag-affaire. Het Rijk heeft hierbij aangegeven gemeenten volledig te compenseren. Ouders die een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag willen, kunnen zich tot en met 31 december 2023 aanmelden. Dit betekent dat het proces van kwijtschelden en de verantwoording hierover nog doorloopt na 2023 op het moment dat de Belastingdienst definitief uitslag geeft. VNG modelverordening Riool- en Waterzorgheffing Deze verordening vervangt de oude modelverordening Rioolheffing. De naam is aangevuld met “Waterzorgheffing” omdat gemeenten naast de zorgplicht voor afvalwater ook een zorgplicht voor hemel- en grondwater hebben. De term rioolheffing roept een beeld op van een buizenstelsel, terwijl de gemeentelijke watertaken veel meer omvatten.
De bestrijding van wateroverlast en verdroging vraagt steeds meer maatregelen, zoals retenties, in de publieke ruimte om schade te voorkomen. Hiervan heeft iedereen profijt, ook wanneer er geen aansluiting is op de gemeentelijke riolering. De belangrijkste wijziging in de VNG-verordening is dan ook dat de eis voor een directe of indirecte aansluiting op de gemeentelijke riolering komt te vervallen. Dit betekent dat er meer percelen in de heffing kunnen worden betrokken. Hiermee bedoelen zij onroerende zaken, zoals bedoeld in Wet WOZ en roerende zaken die duurzaam aan een plaats zijn gebonden. De BWB heeft samen met de deelnemers gekeken naar de mogelijke varianten in de nieuwe modelverordening en de consequenties daarvan voor deelnemers en burgers. Het streven is om te komen tot een gezamenlijk voorkeursmodel. Belastingjaar 2023 wordt hier als niet haalbaar gezien en zal verder worden benut om de (financiële) impact te duiden. Over concrete ontwikkelingen wordt uw raad tussentijds geïnformeerd.
65
Toename waardebezwaren (WOZ-beschikkingen) De groei van het aantal waardebezwaren van de afgelopen jaren blijft doorzetten. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door de tussenkomst van no cure no pay (NCNP)-bureaus. Het verdienmodel van NCNP-bureaus is gericht op vergoedingen (proceskosten) die zij ontvangen als professionele ondersteuner in een bezwaarproces. Die vergoedingen zijn vaak een veelvoud van het voordeel voor de bezwaarmaker. Deze ontwikkeling leidt tot een sterke stijging van de kosten voor de BWB, door extra tijdsbesteding aan bezwaarafhandeling en te betalen proceskosten. De BWB zet in op verschillende hulpmiddelen om de bezwaarmakers te motiveren om rechtstreeks met BWB te schakelen. Er zijn dan geen proceskosten verschuldigd en het resultaat voor de bezwaarmaker blijft gelijk. Ook op landelijk niveau is de BWB zeer actief betrokken bij de gesprekken over dit onderwerp. Beleids- en begrotingsuitgangspunten De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor de heffing van gemeentelijke belastingen, rechten en leges worden ieder jaar in de paragraaf lokale heffingen van de begroting beschreven. Deze uitgangspunten volgen het Hoofdlijnenakkoord 2022 - 2026 voor deze raadsperiode.