05b Programmabegroting 2023
Tekst van het document
De meest belangrijke uitgangspunten kunnen als volgt worden samengevat: • bezuinigen gaat voor lastenverzwaring; • de opbrengst van de onroerende-zaakbelastingen (OZB) wordt jaarlijks maximaal 2% verhoogd. Zoals gebruikelijk wordt het voorstel tot aanpassing van de belastingverordeningen en wijziging van de tarieven in de raadsvergadering van december, voorafgaand aan het nieuwe belastingjaar, behandeld. Het vaststellen van belastingverordeningen en tarieven is een autonome bevoegdheid van de gemeenteraad. Geraamde inkomsten In onderstaande tabel is voor de verschillende soorten belastingen en heffingen de geraamde opbrengst volgens de begroting 2023 opgenomen. Soort
Begroting
Algemene dekkingsmiddelen
4.139.577
Onroerendezaakbelasting:
3.974.949
eigenaar woningen
2.848.229
eigenaar niet-woningen
679.239
gebruiker niet-woningen
447.481
meeropbrengst OZB areaaluitbreiding
30.000
Forensenbelasting
18.770
Toeristenbelasting
115.858
Leges
869.882
Titel 1: Algemene dienstverlening
153.507
Titel 1: Algemene dienstverlening (rijksleges)
64.400
Titel 2: Omgevingsvergunningen
619.300
Titel 3: Europese dienstenrichtlijn
7.875
Naturalisaties en Eigen Verklaring (CBR)
18.100
Naturalisaties (rijksleges)
6.700
Overige heffingen
5.300.003
Rioolheffing
2.468.619
Afvalstoffenheffing
2.793.393
Lijkbezorgingsrechten
26.141
Marktgelden
11.850
66
Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Op basis van artikel 220 van de Gemeentewet mogen we belastingen op onroerende zaken heffen. Dit doen we om een deel van onze gemeentelijke taken te bekostigen. De onroerende-zaakbelastingen vormen de grootste ‘eigen’ inkomstenbron van onze gemeente. Drie groepen krijgen een aanslag OZB: • eigenaren van woningen; • eigenaren van niet-woningen; • gebruikers van niet-woningen. De eigenaar/gebruiker op 1 januari van enig jaar is belastingplichtig voor het gehele jaar. De heffingsgrondslag is de (WOZ)waarde van de onroerende zaak die met een WOZ-beschikking is vastgesteld. Voor het belastingjaar 2023 geldt de waardepeildatum 1 januari 2022. Bij de OZB heeft uw raad een keuzevrijheid met betrekking tot de vaststelling van de tarieven, de verdeling van de lasten tussen groepen belastingplichtigen (eigenaren en gebruikers) en het in de verordening opnemen van aanvullende vrijstellingen. Bij de vaststelling van de OZB-opbrengst wordt, conform het hoofdlijnenakkoord, vastgehouden aan de afgesproken maximale stijging van 2%. Deze jaarlijkse stijging is verwerkt in de meerjarenraming. Daarnaast is rekening gehouden met extra opbrengst als gevolg van areaaluitbreiding. De vastgestelde OZB-opbrengst in combinatie met totale WOZ-waarde bepaalt het definitieve tarief. Hierbij wordt uitgegaan van de totale WOZ-waarde van alle woningen en niet-woningen.
Deze waarde wordt berekend exclusief areaaluitbreiding en waardeverlaging als gevolg van bezwaar- en beroepschriften. Wel houden we rekening met de verwachte waardeontwikkeling. Forensenbelasting We heffen forensenbelasting om mensen die relatief veel in onze gemeente verblijven, maar geen ingezetene zijn van onze gemeente, mee te laten betalen aan voorzieningen in onze gemeente. Het doel is niet om kosten voor deze voorzieningen één op één te verhalen, maar juist om een bijdrage te vragen aan het algemene voorzieningenniveau. De heffingsgrondslag is de WOZ-waarde van de woning waarin het verblijf plaatsvindt. Het is gebruikelijk om de opbrengst van de forensenbelasting te koppelen aan de OZB-opbrengstverhoging. Toeristenbelasting Toeristenbelasting is verschuldigd over zakelijke of privé overnachtingen van mensen buiten de gemeente die hiervoor een vergoeding betalen. Degene die overnacht, betaalt de belasting vrijwel altijd aan de ondernemer die de overnachting verzorgt. Deze ondernemer draagt de belasting daarna af aan de gemeente. Deze belasting kent zowel een tarief voor volwassenen als voor jeugdige personen tot en met de leeftijd van 18 jaar. Bij de wijziging van de tarieven van de toeristenbelasting houden we rekening met het amendement dat in december 2014 door de raad is aangenomen.
De tarieven worden pas verhoogd als de meerjarige indexering gekoppeld aan de OZB-opbrengstverhoging (maximaal 2%) leidt tot een verhoging van de tarieven met een tot op € 0,05 nauwkeurig af te ronden tarief. In 2023 blijft het tarief voor volwassenen naar € 1,05. Het tarief voor personen jonger dan 18 jaar wordt verhoogd naar € 0,80. Kostendekking van de tarieven Naast de hiervoor genoemde belastingen beschrijven we in dit onderdeel ook de heffingen en rechten die hoogstens kostendekkend mogen zijn. We maken inzichtelijk hoe we bij de berekening van de tarieven borgen dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn en hoe deze uitgangspunten gebruiken bij de tariefstelling.
67
Rioolheffing De rioolheffing hangt samen met de wettelijke zorgplicht voor drie beleidsvelden op het gebied van water. Doel van de rioolheffing is om geld vrij te maken voor onder meer de afvoer van afvalwater, de afvoer van regenwater (ook wel hemelwater genoemd) en het beheer van het grondwaterpeil. De inkomsten uit rioolheffing zijn alleen beschikbaar voor uitgaven gerelateerd aan de beschreven zorgtaken. Het heffen van rioolheffing om andere gemeentetaken te financieren is niet toegestaan. Onze rioolheffing bestaat uit een vast bedrag voor woningen; voor niet-woningen is de hoogte van de heffing afhankelijk van de WOZ-waarde van het object, waarbij in de verordening een maximumbedrag van € 2.500,00 is opgenomen. De tariefontwikkeling van de rioolheffing is afhankelijk van de kostenonderbouwing zoals opgenomen in de financiële paragraaf van het gemeentelijk rioleringsprogramma. Op 15 juni 2022 heeft uw raad het Gemeentelijk Rioleringsprogramma 2023 – 2026 vastgesteld. Hierin is het uitgangspunt om de tariefstijging van de rioolheffing te beperken. Het beste resultaat wordt bereikt door investeringen vanaf 2032 niet volledig lineair af te schrijven, maar gedeeltelijk ook direct af te schrijven. Daardoor daalt de boekwaarde en daarmee de jaarlijkse afschrijvingslast. Dit heeft uiteraard een gunstig effect op het tarief na 2032.
Op korte en middellange termijn wordt een stijging van het tarief geprognosticeerd. Berekening van de kostendekkendheid rioolheffing Omschrijving
Begroot
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
958.115 30.889
Netto kosten taakveld
927.226
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
350.286
BTW
875.907
Overig
321.334
Totale kosten
2.474.753
Opbrengst heffingen
2.468.619
Dekkingspercentage
99,8%
Afvalstoffenheffing Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor de inzameling van het afval van huishoudens. Met de afvalstoffenheffing kan de inzameling van het huishoudelijk afval worden bekostigd. De inkomsten uit de afvalstoffenheffing mogen niet meer dan kostendekkend zijn. Alle particuliere huishoudens waar de gemeente de inzamelplicht nakomt, moeten afvalstoffenheffing betalen. De heffing stellen we vast per perceel. Sinds de invoering van het DIFTAR-systeem bestaat de heffing uit een vast bedrag per perceel (woning) en een drietal variabele tarieven voor het per keer aanbieden van de verschillende afvalcontainers (restafval-, GFT-afval- en ondergrondse verzamelcontainer). Voor de huis-aanhuis inzameling van papier en plastic is géén bedrag verschuldigd. Het uitgangspunt bij de afvalstoffenheffing is een volledig 100%-kostendekkende tariefberekening. Alle kosten van de activiteiten die in enige mate (geheel/gedeeltelijk) kunnen worden toegerekend aan de in de Wet Milieubeheer opgenomen gemeentelijke zorgplicht voor het verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen, inclusief de kosten van de milieustraat, zijn in de kostenonderbouwing meegenomen. Daarbij maken we onderscheid tussen vaste en variabele kosten, om zo het vaste tarief per perceel en de verschillende containertarieven te berekenen.
Op het moment van schrijven van deze begroting zijn de ramingen na overgang naar Saver nog niet bekend. In de hierna volgende tabel is gerekend met de meerjarenraming in de huidige situatie. In de raadsvergadering van 14 december 2022, bij het vaststellen van de belastingverordeningen voor 2023, zullen wij uw raad een begrotingswijziging aanbieden.
68
Berekening van de kostendekkendheid afvalstoffenheffing Omschrijving
Begroot
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
2.227.797 161.700
Netto kosten taakveld
2.066.097
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
80.782
BTW
380.784
Overig
279.496
Totale kosten
2.807.159
Opbrengst heffingen
2.793.393
Dekkingspercentage
99,5%
Leges We heffen leges voor het in behandeling nemen van verschillende aanvragen voor gemeentelijke dienstverlening of voor het verkrijgen van diverse producten. Denk hierbij aan inwoners die betalen voor een paspoort, een rijbewijs of een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie, maar ook aan projectontwikkelaars die een aanvraag indienen voor een omgevingsvergunning. De totale opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen. Met andere woorden: een gemeente mag geen winst maken op de diensten die zij levert. De tarieven voor leges zijn daarom kostendekkend berekend. Daarnaast zijn er bepaalde producten waarvoor maximumtarieven gelden. Deze zijn landelijk vastgesteld. We berekenen alle tarieven op basis van de ‘activity-based-costing-methode’, waarbij we een inschatting maken van de werkelijke kosten van een dienst/product. Hierbij houden we rekening met de geraamde tijdsbesteding, externe kosten en een doorbelasting van overhead. Ook koppelen we bepaalde leges aan het Consumenten Prijs Indexcijfer (CPI) om de dekking constant te houden. Volgens de Kerngegevenstabel, gepubliceerd in augustus 2022, is het indexcijfer voor 2023 ingeschat op 2,9%. Invoering Omgevingswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2023 is nog niet definitief vastgesteld.
Een definitief besluit over de inwerkingtreding is door de 1e kamer gepland voor 1 november 2022. Ook is de invoering van de Wet Kwaliteitsborging per 1 januari 2023 nog onzeker. Onderstaande tabellen zijn gebaseerd op de huidige situatie / verordening. We houden voor wat betreft de leges(verordening) rekening met drie scenario’s: de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging treden op 1 januari 2023 in werking; alleen de Omgevingswet treedt in werking, de Wet Kwaliteitsborging wordt uitgesteld; de Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging worden uitgesteld. Risico op minder legesinkomsten De nieuwe Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen hebben gevolgen voor de legesinkomsten. Er komen minder vergunningplichten, de huidige omgevingsvergunning wordt gesplitst in een ‘technisch deel’ en een ‘ruimtelijk deel’ en gemeenten mogen milieuleges gaan heffen. Gelijktijdig met de Omgevingswet treedt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in werking. Deze wet bewaakt de kwaliteit van ontwerp en uitvoering van bouwplannen. Een groot deel van het werk dat gemeenten nu uitvoeren, moet na inwerkingtreding van deze wet door aanvragers van omgevingsvergunningen worden gedaan. De nieuwe wetten zullen niet direct leiden tot minder werk omdat er vanuit inwoners en bureaus nog vele vragen zullen blijven over de benodigde vergunningen en meldingen eveneens behandeld moeten worden.
Daar staan dan echter geen legesinkomsten tegenover. We hebben hiervoor een risico opgevoerd in onze paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.
69
Titel 1 Algemene dienstverlening kosten
opbrengsten
dekking
hoofdstuk 1
Dienstverlening en Producten
2.921
2.400
82,2%
hoofdstuk 2
Burgerlijke stand
23.277
17.000
73,0%
hoofdstuk 3
Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
hoofdstuk 4
Rijbewijzen
hoofdstuk 5
Verstrekkingen uit de basisregistratie personen
hoofdstuk 6
Vervallen
hoofdstuk 7
Vastgoedinformatie
hoofdstuk 8
Overige publiekszaken
hoofdstuk 9
Leegstandwet
91.982
64.900
70,6%
107.968
84.700
78,5%
5.004
2.600
52,0%
-
-
-
-
-
-
8.400
58,2%
-
-
14.432 -
hoofdstuk 10 Vervallen
-
-
-
hoofdstuk 11 Kansspelen
1.117
900
80,6%
hoofdstuk 12 Telecommunicatie en ondergrondse infrastructuur
28.279
20.000
70,7%
hoofdstuk 13 Verkeer en vervoer
19.876
17.007
85,6%
hoofdstuk 14 Vervallen
-
-
-
hoofdstuk 15 Diversen
-
-
-
217.907
73,9%
kostendekking Titel 1
294.856
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning kosten
opbrengsten
dekking
hoofdstuk 1
Begripsomschrijvingen
-
-
-
hoofdstuk 2
Voorafgaand aan de formele aanvraag
-
-
-
hoofdstuk 3
Omgevingsvergunning
705.772
598.700
84,8%
hoofdstuk 4
Vermindering
-
-
-
hoofdstuk 5
Teruggaaf
hoofdstuk 6
Wet ruimtelijke ordening/Wet geluidhinder
hoofdstuk 7
In deze titel niet benoemde beschikking
kostendekking Titel 2
-
-
-
64.350
20.600
32,0%
-
-
-
770.122
619.300
80,4%
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn kosten
opbrengsten
dekking
hoofdstuk 1
Horeca
3.803
3.200
84,1%
hoofdstuk 2
Organiseren evenementen
8.134
2.800
34,4%
hoofdstuk 3
Seksbedrijven
-
-
-
hoofdstuk 4
Vervallen
-
-
-
hoofdstuk 5
Gastouderopvang
1.341
400
29,8%
hoofdstuk 6
Winkeltijdenwet
hoofdstuk 7
Standplaatsen
hoofdstuk 8
In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
kostendekking Titel 3
-
-
-
1.788
1.475
82,5%
-
-
0,0%
15.066
7.875
52,3%
70
Marktgeld en lijkbezorgingsrechten Marktgeld en lijkbezorgingsrechten vallen, net als leges, onder retributies (rechten). Retributies worden geheven als de gemeente een dienst verleent of een van haar bezittingen ter beschikking stelt. In dit geval gaat het om respectievelijk het gebruik van een marktstandplaats en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats. Ook bij deze rechten geldt dat niet meer dan 100% van de kosten kunnen worden verhaald. Echter bij deze rechten is bewust gekozen om slechts gedeeltelijke kostendekking te realiseren. Een verhoging van de tarieven naar volledig kostendekkende tarieven leidt tot ongewenst hoge (schrik-)tarieven. Wel worden de rechten gekoppeld aan het CPI-cijfer om de dekking constant te houden. Bij de berekening van het tarief van het markt- en promotiegeld hebben wij in verband met de praktische hanteerbaarheid het tarief op € 0,05 naar boven afgerond. De lijkbezorgingsrechten worden afgerond op hele euro’s. Berekening van de kostendekkendheid marktgeld Omschrijving
Begroot
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
53.789 10.884
Netto kosten taakveld
42.905
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
17.193
BTW
-
Overig
-
Totale kosten
60.098
Opbrengst heffingen
11.850
Dekkingspercentage
19,7%
Berekening van de kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten Omschrijving
Begroot
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
90.875 -
Netto kosten taakveld
90.875
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
37.136
BTW
-
Overig
-
Totale kosten
128.011
Opbrengst heffingen
26.141
Dekkingspercentage
20,4%
71
Lokale lastendruk In onderstaande tabel geven we een doorkijk in het verloop van de tarieven en de waardeontwikkeling. We gaan uit van voorlopige tarieven. Definitieve vaststelling vindt plaats in de raadsvergadering van december 2022. Belastingsoort
2020
2021
2022
2023
1. eigenarenheffing woningen
0,1048%
0,1006%
0,0944%
0,0963%
2. eigenarenheffing niet-woningen
0,1565%
0,1602%
0,1623%
0,1655%
3. gebruikersheffing niet-woningen
0,1279%
0,1281%
0,1339%
0,1366%
Rioolheffing** 1. tarief woningen
€ 207,02
€ 207,02
€ 207,02
€ 216,00
2. tarief niet-woningen*
0,1124%
0,1127%
0,1193%
0,1245%
Afvalstoffenheffing*** 1. vast bedrag per perceel
Onroerende-zaakbelastingen*
€ 140,50
€ 148,50
€ 156,50
€ 151,00
2. tarief lediging Restafvalcontainer
€ 9,80
€ 11,30
€ 11,00
€ 11,20
3. tarief lediging GFT-afvalcontainer
€ 3,40
€ 4,00
€ 3,80
€ 3,90
4. tarief inworp ondergrondse verzamelcontainer
€ 2,00
€ 2,30
€ 2,20
€ 2,20
1-1-2019
1-1-2020
1-1-2021
1-1-2022
4,9%
6,5%
9,1%
n.n.t.b.
3,8%
0,4%
0,7%
n.n.t.b.
1-1-2019
1-1-2020
1-1-2021
1-1-2022
€ 263.000
€ 274.000
€ 290.000
n.n.t.b.
Waardeontwikkeling WOZ-waarde 1. woningen 2. niet-woningen bron: waarderingskamer Gemiddelde WOZ waarde (CBS-statistiek WOZ) 1. woningen
(*) voor 2023 uitgaande van voorlopige tarieven omdat de totale WOZ-waarde van de categorie woningen en niet-woningen nog niet kan worden berekend. (**) voor 2023 gaan we uit van de voorlopige tarieven, zoals geprognosticeerd in het Gemeentelijk Rioleringsprogramma 20232026. (***) voor 2023 gaan we uit van de meerjarenraming 2023 van december 2021. De definitieve tarieven volgen in de raadsvergadering van december 2022, wanneer ook de overgang naar Saver is afgerond.
72
Ook hebben we voor de verschillende (fictieve) huishoudens de financiële consequenties in een tabel weergegeven. Wij hebben onderscheid gemaakt in een berekening –uitgaande van vaste WOZ-waarde van een object voor belastingplichtigen met een eigen woning of eigen bedrijf, en een berekening voor huurders van woningen. Lokale lastendruk Huurwoning
Particuliere woning
Particuliere woning
n.v.t.
€ 250.000
€ 400.000
€ 700.000
eigenarenheffing
n.v.t.
€ 240,72
€ 385,15
€ 1.158,82
gebruikersheffing
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
€ 956,05
n.v.t.
€ 216,00
€ 216,00
Belastingsoort WOZ-waarde object
Bedrijf
Onroerende-zaakbelastingen (*)
Rioolheffing (*) woningtarief niet-woningtarief
€ 871,32
Afvalstoffenheffing (**) Vast tarief per perceel
€ 151,00
€ 151,00
€ 151,00
n.v.t.
Lediging GFT-container
€ 23,40
€ 23,40
€ 23,40
n.v.t.
Lediging Rest-container
€ 123,20
€ 123,20
€ 123,20
n.v.t.
Totaal aanslag 2023
€
297,60
€
754,32
€
898,75
€
2.986,19
Aanslagbedrag 2022
€
300,30
€
743,32
€
884,92
€
2.908,50
Verschil
-€ 2,70
€ 11,00
€ 13,83
(*) uitgaande van voorlopige tarieven omdat de totale WOZ-waarde nog niet kan worden berekend. (**) uitgaande van gemiddeld aantal ledigingen van respectievelijk 6 GFT/ 11 Rest afvalcontainers
Kwijtscheldingsbeleid Het verlenen van kwijtschelding is geen verplichting maar een bevoegdheid. Volgens de Invorderingswet kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend aan een belastingplichtige die zijn belastingaanslag of een deel daarvan niet anders dan met buitengewoon bezwaar kan betalen. De raad stelt jaarlijks het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid vast. In het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid staat eerst aangegeven voor welke heffingen kwijtschelding kan worden aangevraagd. Volledige kwijtschelding kan worden verzocht voor de aanslag OZB, rioolheffing en het vaste deel van de afvalstoffenheffing. Kwijtschelding van het variabele deel van de afvalstoffenheffing is beperkt tot een maximum aantal containerledigingen, namelijk 9 ledigingen van de restafvalcontainer, 5 ledigingen van de GFT-container en 26 inworpen in de ondergrondse verzamelcontainer. Daarnaast is in het kwijtscheldingbeleid aangegeven wanneer iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. Dit toetsten we aan de betalingscapaciteit en de hoogte van het vermogen van een belastingschuldige. Hier zijn normeringen voor. Het betreft de normen en bedragen genoemd in de Participatiewet (bijstandsnorm), die gelden voor de “kosten van bestaan”. In ons bestaand beleid is gekozen om de kosten van bestaan op 100% van de bijstandsnorm te stellen.
Dit is het maximaal toegestane percentage en zorgt voor de ruimste mate van kwijtschelding. Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant De gemeentelijke bijdrage aan de BWB voor 2023 is bepaald op € 427.500,00 (inclusief € 25.800,00 compensabele BTW).
€ 77,69
73
5.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijven we de financiële positie van onze gemeente. Ook nemen we hier de verplichte financiële kengetallen op. Beleidskader In de raadsvergadering van 19 september 2018 stelde uw raad de “Nota risicomanagement & weerstandsvermogen 2018” vast. In het risicomanagementbeleid is op hoofdlijnen aangegeven wat uw raad wil bereiken met risicomanagement, welke instrumenten en middelen daartoe ingezet worden, en wat de definities en uitgangspunten zijn om te komen tot de noodzakelijke berekeningen. Dit beleidskader gebruiken we deze periode om uitvoering te geven aan het risicomanagement. Wij zoeken een balans tussen een zo volledig en objectief mogelijk risicoprofiel zonder daarbij onnodig beslag te leggen op de weerstandscapaciteit. Dit kan alleen door een integrale benadering waarin de samenhang tussen risico’s, reserves en het ratio centraal staat. We leggen de nadruk op risicomonitoring. De speerpunten voor deze periode zijn dan ook gelijk aan de doelstellingen van risicomonitoring: • • •
Speerpunt 1: Tijdig signaleren van risico’s; Speerpunt 2: Effectiviteit van beheersmaatregelen; Speerpunt 3: Evaluatie.
Risico’s, weerstandscapacitieit en weerstandsvermogen Het realiseren van ambities gaat gepaard met het nemen van risico’s. Risico’s horen bij het proces van verandering. Het is belangrijk dat uw raad zich bewust is van de risico’s die horen bij het beleid van de gemeente en dat zij hierop stuurt. Of onze gemeente in staat is de gevolgen van de risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt, wordt weergegeven door de 'weerstandscapaciteit'. Onder weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om risico’s te kunnen dekken. Dit zijn onder andere: het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de reserve grondexploitatie, de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en overige stille reserves. Samen vormen deze middelen de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit is afhankelijk van de aard en de omvang van de risico’s (risicoprofiel). De relatie tussen de weerstandscapaciteit en het risicoprofiel noemen we het weerstandsvermogen. Deze wordt weergegeven door de ratio weerstandsvermogen. Risicoprofiel De lijst met risico’s actualiseren we twee keer per kalenderjaar, namelijk bij de samenstelling van de begroting en de jaarrekening.
In combinatie met de risico’s van de grondexploitatie en strategische gronden vormen deze risico’s het risicoprofiel van de gemeente Rucphen. In de jaarrekening 2021 waren 45 risico’s geïnventariseerd. Bij deze laatste actualisatie zijn in totaal 45 risico’s voor onze gemeentelijke exploitatie in beeld. In het volgende overzicht wordt de top 10 grootste risico’s gepresenteerd en het totaalbedrag van de overige risico’s uit de gemeentelijke exploitatie. Een totaallijst van deze risico’s is terug te vinden in bijlage 3. Daarnaast hebben we de risico’s die bij onze grondexploitaties zijn benoemd in deze paragraaf opgenomen.
74
Belangrijkste financiële risico's Financieel gevolg maximaal
Benodigde weerstandscapaciteit
Risico
Kans
De (financiële) beheersmaatregelen in de jeugdzorg zijn onvoldoende in relatie tot de knelpunten in de Jeugdzorg WBW
70%
€
420.000
€
290.000
Slechte, ontoereikende verkeersveiligheid.
50%
€
300.000
€
150.000
Ontwikkelingen bij verbonden partijen, uitbreiding takenpakket GR, begrotingstekorten e.d.
70%
€
200.000
€
140.000
De (financiële) beheersmaatregelen zijn onvoldoende in relatie tot de toename in zorgvraag (open einde regeling Wmo).
50%
€
200.000
€
100.000
Overlast door extreme weersomstandigheden.
50%
€
200.000
€
100.000
Boete Autoriteit Persoonsgegevens als gevolg van datalek of niet voldoen aan de AVG.
10%
€
900.000
€
90.000
Afvalstoffenheffing is niet kostendekkend en kosten kunnen niet uit de egalisatiereserve worden bekostigd.
50%
€
150.000
€
75.000
Faillissement leverancier software toepassingen.
10%
€
750.000
€
75.000
Rijksbudget inclusief algemene uitkering wordt naar beneden bijgesteld of stijgt te weinig t.o.v. kostenstijging.
30%
€
200.000
€
60.000
Lagere uitkering Regeling specifieke uitkering stimulering sport
30%
€
295.000
€
88.000
Totaal grote risico's
€
3.615.000
€
1.168.000
Overige risico's
€
4.460.000
€
692.000
40.750
€
4.075
Strategische gronden: Uitbreiding Struikhei
10%
€
Totaal risico’s strategische gronden:
€
40.750
€
4.075
Totaal risico’s gemeentelijke exploitatie
€
8.115.750
€
1.864.075
2.069.000
€
945.000
Risico’s grondexploitatie: Complexen in exploitatie (zie paragraaf 5.7)
n.v.t.
€
Totaal risico’s grondexploitatie
€
2.069.000
€
945.000
Totaal gemeentelijke risico’s
€
10.184.750
€
2.809.075
Bij de inventarisatie is ook de kans en het financiële gevolg in beeld gebracht. Uit ons risicoprofiel blijkt dat het maximale financiële gevolg van alle risico’s samen € 10.184.750,00 is. Het is ondenkbaar dat alle risico’s tegelijk en in hun maximale omvang optreden. We reserveren daarom een gedeelte van het totale risicobedrag. Dit berekenen we door middel van kanspercentage x maximaal financieel gevolg. Om het totale risicobedrag af te dekken is een weerstandscapacitieit benodigd van € 2.809.075,00. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Rucphen bestaat uit het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de reserve grondexploitatie, de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien uit de begroting 2023 en overige stille reserves. Alle onderdelen worden hieronder toegelicht. Algemene reserve Per 1 januari 2023 is de verwachte omvang van de algemene reserve groot € 4.527.526,27. Om een correct beeld te geven van het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve brengen we alle toekomstige onttrekkingen uit de algemene reserve, waarover door uw raad besluitvorming heeft plaatsgevonden, in mindering. Daarnaast wordt ook alle vrijval ten gunste van de algemene reserve verrekend. Alle mutaties tot en met de 2e bestuursrapportage 2022 zijn verwerkt.
In 2023 houden we rekening met storting in de Reserve Kadernota van € 312.234,00 i.v.m. de eenmalige claims uit de Kadernota 2023. Verder
75
zijn er geen aanwendingen of stortingen in relatie tot algemene reserve waarover uw raad een besluit heeft genomen. Reserve grondexploitatie Deze middelen worden gebruikt om de risico’s van de grondexploitatie af te dekken. We nemen deze mee in de weerstandscapaciteit omdat enerzijds overschotten binnen deze reserve terugvloeien naar de algemene reserve en anderzijds tekorten worden aangevuld door de algemene reserve. De verwachte omvang van de reserve grondexploitatie per 1 januari 2023 is € 1.839.612,67. Onbenutte belastingcapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit is de mogelijkheid om extra middelen te genereren door belastingen te verhogen of heffingen meer kostendekkend te maken. Voor de drie belangrijkste inkomsten van onze gemeente, onroerendezaakbelasting (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing, is deze mogelijkheid alleen van toepassing op de OZB omdat de heffingen al 100% kostendekkend zijn. De nadruk ligt hierbij op het woord ‘mogelijkheid’. Anders dan bij de reserves kan de onbenutte belastingcapaciteit namelijk niet worden gebruikt als dekking en mag deze alleen worden gezien als scenario bij grote financiële tekorten op de begroting over langere tijd. De onbenutte belastingcapaciteit bij de OZB is zo groot als het verschil tussen het gehanteerde tarief en het tarief om tot een "artikel 12 gemeente" gerekend te worden. Voor 2023 is dit tarief 0,1729%.
Wanneer we dit percentage afzetten tegen de in de begroting opgenomen ramingen voor de OZB-ontvangsten blijkt er nog een ruimte te zijn van € 2.609.341,00 structureel. Onvoorzien Voor 2023 is een post voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 55.000,00. Algemene reserve geactiveerde gronden in erfpacht (stille reserves) In erfpacht uitgegeven gronden moeten worden gewaardeerd tegen de uitgifteprijs van eerste uitgifte. Deze waarde is middels de resultaatbestemming 2017 toegevoegd aan de algemene reserve (erfpacht) en mag worden toegerekend aan onze weerstandscapaciteit. Net als bij de onbenutte belastingcapaciteit kan deze waarde niet worden gebruikt als dekking. Ook hier is alleen sprake van een mogelijkheid om op termijn inkomsten te genereren. Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve per 01-01-2023
€
4.527.526
Reserve grondexploitatie
€
1.839.613
Onbenutte belastingcapaciteit (redelijk peil 2022)
€
2.609.341
Onvoorzien
€
55.000
Algemene reserve geactiveerde gronden in erfpacht (stille reserves)
€
953.000
Totale beschikbare weerstandscapaciteit
€
9.984.479
Af: Totaal aanwendingen tlv / vrijval tgv de algemene reserve
€
312.234
Totaal gecorrigeerde beschikbare weerstandscapaciteit
€
9.672.245
Totaal benodigde weerstandscapaciteit (o.b.v. 100%)
€
2.809.075
Vrij besteedbaar
€
6.863.170
Ratio weerstandsvermogen Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.
Ratio weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit
€
9.672.245
Benodigde weerstandscapaciteit
€
2.809.075
3,4
76
Wanneer we op deze ratio een correctie toepassen voor de middelen welke niet als dekking gebruikt kunnen worden (onbenutte belastingcapaciteit en erfpacht), verandert de ratio als volgt: Ratio weerstandsvermogen (gecorrigeerd)
=
Beschikbare weerstandscapaciteit
€
6.109.905
Benodigde weerstandscapaciteit
€
2.809.075
2,2
We streven naar een gecorrigeerd ratio met een bandbreedte tussen 1.0 en 1.4, met waarderingscijfer C. Het gecorrigeerd ratio voor de begroting 2023 ligt met 2,2 , buiten deze bandbreedte. Volgens de weerstandsnorm is dit ratio ‘uitstekend’. Omdat het ratio groter is dan 1.4, is sprake van vrij besteedbare ruimte binnen de Algemene reserve. Het uitgangspunt is dat deze ruimte in de Algemene reserve blijft, totdat anders wordt besloten. De vrije ruimte bedraagt: € 2.177.200,00. Weerstandsnorm Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
>2.0
uitstekend
B
1.4-2.0
ruim voldoende
C
1.0-1.4
voldoende
D
0.8-1.0
matig
E
0.6-0.8
onvoldoende
F
<0.6
ruim onvoldoende
De gepresenteerde ratio is zowel van toepassing op het begrotingsjaar 2023 als op de jaren 2024 t/m 2026 van de meerjarenraming, omdat alle toekomstige mutaties op de Algemene reserve, waarover besluitvorming door uw raad heeft plaatsgevonden, zijn doorgerekend. Het verloop van het ratio vanaf 2019 is gepresenteerd in onderstaande tabel. Ratio weerstandsvermogen ratio:
Verloop van het ratio weerstandsvermogen Rekening 2020
Begroting 2022
Rekening 2021
Begroting 2023
ratio weerstandsvermogen
3,8
3,1
3,3
3,4
ratio weerstandsvermogen (gecorrigeerd)
2,2
1,9
2,2
2,2
Risicoprofiel corona Voor alle corona gerelateerde risico’s hebben we een apart risicoprofiel, wat we voor de begroting 2023 hebben geactualiseerd. Bij deze actualisatie onderkennen we in totaal 13 risico’s voor onze gemeentelijke exploitatie. Hierbij is ook de kans en het financiële gevolg in beeld gebracht. Belangrijkste financiële risico's financieel benodigde gevolg weerstandscapaciteit (maximaal)
risico
kans
Extra inhuur door toename van corona-gerelateerd ziekteverzuim
30%
200.000
60.000
Extra uitgaven faciliteren thuiswerken
10%
100.000
10.000
30%
50.000
15.000
10%
50.000
5.000
Extra kosten communicatie bij specifieke maatregelen
10%
25.000
2.500
Een toename van de inzet VTH op alle regelingen en verordeningen
10%
100.000
10.000
Minder inkomsten uit toeristenbelasting
30%
50.000
15.000
Er is nieuw beleid nodig om de lokale economie te stimuleren
70%
100.000
70.000
Een lagere OZB-opbrengst (gebruikersheffing) als gevolg van leegstand Er wordt beroep gedaan op uitstaande borgstellingen en garanties
77
Faillissement van een (sport)vereniging
10%
100.000
10.000
Een stijging van het aantal bijstandsgerechtigden
10%
200.000
20.000
Faillissement van een SKW
10%
100.000
10.000
Een stijging van de kosten van schuldhulpverlening
50%
100.000
50.000
Een toename van de bijdrage aan de GGD
10%
100.000
10.000
1.275.000
287.500
Totaal gemeentelijke risico’s
Stand van de Risicoreserve Coronacrisis Bij de inventarisatie is ook de kans en het financiële gevolg in beeld gebracht. Uit ons risicoprofiel blijkt dat het maximale financiële gevolg van alle risico’s m.b.t. de coronacrisis samen € 1.275.000,00 is. In de meeste gevallen is uitgegaan van worst case scenario. We reserveren daarom een gedeelte van het totale risicobedrag. Dit berekenen we door middel van kanspercentage x maximaal financieel gevolg. Om het totale risicobedrag af te dekken is een weerstandscapacitieit benodigd van € 287.500,00. De risico’s worden gedekt door de Risicoreserve Coronacrisis. Deze financiële buffer is voldoende groot om de financiële gevolgen van de crisis op te vangen. Beschikbare weerstandscapaciteit Risicoreserve Coronacrisis per 31 december 2021
1.711.674
aanwendingen 2022 (besloten door uw raad)
-352.462
stortingen 2022 (besloten door uw raad)
255.124
aanwendingen en stortingen 2022 (onder voorbehoud besluitvorming) Gedeeltelijke vrijval Risicoreserve coronacrisis (2e bestuursrapportage 2022)
-1.067.701
Decentralisatie-uitkering Handhaving quarantaine (2e bestuursrapportage 2022)
396
Decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters (2e bestuursrapportage 2022)
210
Totaal gecorrigeerde beschikbare weerstandscapaciteit
547.241
Totaal benodigde weerstandscapaciteit (o.b.v. 100%)
287.500
Vrije ruimte binnen de reserve
259.741
Kengetallen Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een provincie of gemeente. Om de kengetallen te bepalen is gebruik gemaakt van de geprognosticeerde balans 2023. Voorgeschreven is dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) De netto schuldquote geeft de hoogte van de schulden van gemeente Rucphen aan ten opzichte van de totaal baten. Het percentage gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen geeft aan hoeveel schulden zijn doorgeleend aan derden. De schuldquote geeft daarmee een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Solvabiliteitsratio Het solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre de gemeente Rucphen voldoende eigen vermogen bezit om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. De norm van de VNG voor het solvabiliteitsratio is 20%. Grondexploitatie Aan grondexploitatie kunnen risico’s verbonden zijn, door bijvoorbeeld herwaardering.
Het percentage grondexploitatie geeft aan of de gemeente Rucphen relatief veel grond heeft en daardoor veel risico loopt. Voor het percentage grondexploitatie geldt: hoe lager dit percentage, hoe beter.
78
Structurele exploitatieruimte Dit percentage geeft aan of de gemeente Rucphen voldoende structurele baten heeft om haar structurele lasten te dekken. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Voor het percentage structurele exploitatieruimte geldt: hoe hoger dit percentage, hoe beter. Belastingcapaciteit De hoogte van de belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het geeft aan op de gemeente Rucphen relatief veel belastingen heft en of er ruimte om deze belastingen te verhogen. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze. Prognose Meerjarig wordt een afname van de schuldquote verwacht. Mede dankzij de mutaties binnen de algemene uitkering is het aantrekken van lang vermogen pas noodzakelijk in 2024. Hierbij plaatsen we de kanttekening dat er rekening is gehouden met het feit dat een gedeelte van de investeringen doorschuiven naar volgende begrotingsjaren. Na 2026 wordt een toename van de schuldquote verwacht. Ook het solvabiliteitsratio lijkt zich te stabiliseren door het afnemen van het vreemd vermogen.
Het structureel positieve begrotingssaldo is goed terug te zien in het kengetal ‘structurele exploitatieruimte’. Er is ruimte voor het invullen van ambities én het opvangen van structurele tegenvallers.
Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheersing (prognose) Rekening 2021
Kengetallen:
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Netto schuldquote
39,0%
61,6%
52,6%
52,1%
44,8%
Netto schuldquote (gecorrigeerd)
38,5%
61,2%
51,7%
50,8%
43,0%
Solvabiliteitsratio
49,3%
41,3%
45,4%
46,5%
45,8%
Grondexploitatie
13,2%
2,1%
0,2%
-1,4%
-1,9%
Structurele exploitatieruimte
2,2%
5,1%
5,2%
6,5%
3,4%
Belastingcapaciteit
98,8%
98,8%
96,9%
95,1%
93,3%
Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheersing (prognose) Rekening 2021
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Netto schuldquote
A
A
A
A
A
Netto schuldquote (gecorrigeerd)
A
A
A
A
A
Solvabiliteitsratio
B
B
B
B
B
Grondexploitatie
A
A
A
A
A
Structurele exploitatieruimte
A
A
A
A
A
Belastingcapaciteit
B
B
B
B
A
Kengetallen:
79
Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen Gewaarborgde geldleningen De gemeente Rucphen staat in 2023 garant voor een 4-tal geldleningen voor sportverenigingen. Het bedrag waarvoor garant gestaan wordt is per 1 januari 2023 € 238.428,00. Het oorspronkelijke bedrag van deze leningen bedroeg € 588.802,00. De hypotheken met een door onze gemeente gegarandeerde hypothecaire geldlening zijn in 2023, naar verwachting, uitgefaseerd. Er worden geen nieuwe rechtstreekse hypotheekgaranties meer verstrekt. Tot slot is er een ongelimiteerde achtervangovereenkomst met Thuisvester voor 15 leningen met een schuldrestant van ruim € 71,9 miljoen euro per eind 2023. Deze portefeuille bestaat uit fixe leningen, die volledig worden afgelost aan het einde van de looptijd. nr
Doel van de geldlening
Naam van de geldnemer
1 2 3 4
Bouw kantine Financiering v.d. bedrijfsvoering Nieuwbouw schietbaan Renovatie 6 tennisbanen
v.v. R.S.V. R.K.S.V. Rood-Wit De Koningsschutters TV de Bocht
Percen- Oorspron- Restant tage kelijk per 1 gewaar- bedrag januari borgd 2023 100% 100% 100% 100%
TOTAAL
Restant bedrag eind jaar
36.302 60.000 400.000 92.500
725 24.930 176.548 36.225
0 22.926 156.548 26.975
588.802
238.428
206.449
GARANTIE'S I.V.M. WONINGBOUW NATIONALE HYPOTHEEKGARANTIE Aantal hypotheken Som van de risicobedragen (x € 1 mln)
2023 0 0
2022 2 0
2021 8 0,03
2020 10 0,1
WAARBORGFONDS SOCIALE WONINGBOUW Aantal leningen Schuldrestant (x € 1 mln)
2023 14 71,9
2022 14 71,9
2021 15 76,9
2020 14 78,0
80
5.3
Onderhoud kapitaalgoederen
Algemeen Integraal beheer openbare ruimte Op 14 december 2016 heeft uw raad de voorkeur uitgesproken voor het scenario ‘toekomstvisie 2030 voor de disciplines ‘wegen ’en ‘groen’ en de realisatie van dit scenario af te laten hangen van de financiële mogelijkheden. Jaarlijks wordt bij de Kadernota bepaald welke bedragen voor het gefaseerd toegroeien naar dit scenario structureel in de programmabegroting mogen worden opgenomen. Wegen In juni 2017 is het beheerplan wegen 2017 vastgesteld. Dit gebruiken we om de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s op te stellen op basis van de keuze voor scenario ‘Toekomstvisie 2030’. Gemiddeld worden de wegen tweemaal per drie jaren visueel geïnspecteerd, waarna de resultaten (de onderhoudstoestand van de wegen) worden vastgelegd in het softwarepakket t.b.v. het wegenbeheer. Op basis van objectieve criteria wordt vervolgens bepaald wanneer bepaalde wegvakken voor onderhoud of reconstructie in aanmerking komen. De financiële consequenties welke samenhangen met het beheerplan wegen worden toegelicht in hoofdstuk 1 van deze programmabegroting onder taakveld 2.1 – verkeer en vervoer. Riolering Op grond van de Wet Milieubeheer en de Waterwet is de gemeente verplicht om een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) op te stellen. Uw gemeenteraad heeft op 15 juni 2022 het Gemeentelijk Rioleringsprogramma 2023-2026 vastgesteld.
Het rioolbeheer wordt risicogestuurd uitgevoerd, waarbij integraal werken het uitgangspunt is. Een gecombineerde uitvoering van riool-, weg- en groenbeheer is kosteneffectief en geeft minder overlast voor onze inwoners. Veder wordt ingezet op klimaatmaatregelen om schade en overlast als gevolg van wateroverlast zo veel mogelijk te beperken. De regionale samenwerking in water- en klimaatkring De Baronie en Samenwerking Water West-Brabant (SWWB) wordt voortgezet en er wordt ingezet op participatie van inwoners. Openbaar groen De inrichting en het beheer van het gemeentelijk groen vindt plaats conform de uitgangspunten van het groenbeleidsplan ‘Groen R’ (2022), het groenbeheerplan ‘Groene Vingers’ (2022) en het boombeleid ‘BOOM’ (2021). Met het groenbeleid 'Groen R' en het groenbeheerplan 'Groene Vingers' wordt het groen binnen onze gemeente, zowel in de dorpen als in het buitengebied, gewaardeerd en geborgd. We streven de komende jaren naar een duurzame ontwikkeling van het groen. De aspecten gebruiks-. belevings-, en toekomstwaarde zijn hierbij drie bepalende pijlers. Uitgangspunten hierbij zijn het behouden en versterken van de groenstructuur, het vergroten van de biodiversiteit en het klimaat-adaptief maken van de gemeente. Op het moment van opstellen van deze programmabegroting is de structurele keuze qua groenbeheer en onderhoud nog niet bekend.
In 2023 worden de werkzaamheden nog op basis van een detacheringscontract door de WVS-groep uitgevoerd. De uiteindelijke keuze voor uitvoer van de werkzaamheden wordt in het eerste kwartaal van 2023 aan uw raad voorgelegd. Gebouwen De gemeentelijke gebouwen en objecten zoals gemeenschapshuizen, sport- en zwemaccommodaties zijn in onderhoud en beheer van de gemeente. Het onderhoud vindt plaats aan de hand van het meerjaren onderhoudsplan (MJOP). Het gewenste kwaliteitsniveau is dat onze objecten zich in een redelijke tot goede staat van onderhoud bevinden. Dit houdt in dat we kleine bouwkundige en installatietechnische gebreken herstellen en regulier onderhoud uitvoeren aan de diverse elementen die (cyclisch) onderhoud nodig hebben. In januari 2021 is op basis van deze uitgevoerde conditiemetingen het meerjaren onderhoudsplan geactualiseerd en vervolgens door uw raad op 29 september 2021 vastgesteld voor de jaren 2022 t/m 2031. In dit onderhoudsplan wordt op basis van urgentie verdere invulling gegeven om de staat van onderhoud de komende jaren op het gewenste doelmatige niveau te houden. Voor 2023 is voor structureel onderhoud voor 18 objecten € 63.630,00 aan uitgaven voorzien.
81
5.4
Financiering
Algemeen In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) is een belangrijk en bindend kader gesteld voor een verantwoorde en professionele inrichting van de treasuryfunctie en voor het scheppen van voorwaarden om deze te kunnen uitvoeren. Op grond van de Wet fido zijn de gemeenten verplicht twee treasury-instrumenten op te stellen. Dit zijn het treasurystatuut en de paragraaf financiering in de begroting en de jaarrekening. Het treasurystatuut is een nadere uitwerking van artikel 14 Financieringsfunctie uit de ‘Financiële verordening Rucphen 2018’. Op basis van artikel 14, lid 4 stelt het college regels op ter uitvoering van de taken, bevoegdheden en de bijbehorende informatievoorziening omtrent de financieringsfunctie. In de financieringsparagraaf legt de gemeente de verwachtingen en het beleid voor de financieringsrisico's vast. De paragraaf geeft inzicht in het rentebeleid, het risicobeheer, de kasgeldlimiet, de financieringsbehoefte en de renterisiconorm. Rentebeleid We trekken tegen een zo laag mogelijk rentepercentage financieringsmiddelen aan. Voor financiering tot één jaar zijn dit kasgeldleningen. Langlopende financiering vindt plaats op de kapitaalmarkt tegen concurrerende rentetarieven. Hierbij houden we ons aan de normen zoals deze zijn opgenomen in de Wet fido.
Omdat financieringsmiddelen veelal worden aangetrokken ten behoeve van het doen van investeringen zullen de nieuw aan te trekken geldleningen een looptijd kennen van circa 25 jaar. Bij het aangaan van een geldlening maken we een afweging tussen financieringsovereenkomsten welke rentevast zijn en financieringsovereenkomsten met een conversiebepaling zodat na verloop van tijd, in het algemeen na 10 jaar, de lening kan worden geconverteerd naar een lager rentepercentage. Kasgeldlimiet De financiering met kasgeld is geregeld binnen de kasgeldlimiet die is voorgeschreven in de Wet fido. De wettelijke norm bedraagt 8,5% van het totaal van de jaarbegroting (de totale lasten op de begroting) van het openbare lichaam bij aanvang van het jaar. Dit betekent dat het maximale bedrag dat in 2023 met kasgeld (korter dan één jaar) gefinancierd mag worden 8,5% x € 67.838.872,00 = € 5.766.304,00 bedraagt. Financieringsbehoefte Wij ramen het volgende verloop van de liquiditeiten gedurende de planperiode:
Omschrijving
2023
2024
2025
2026
Saldo 1 januari Saldo kasstroom uit operationele activiteiten Saldo kasstroom uit investeringsactiviteiten Saldo kasstroom uit financieringsactiviteiten Aan te trekken langlopende leningen
7.367.821 9.050.823 -13.474.462 -1.816.134
1.128.047 7.434.275 -12.179.248 -1.843.860 5.500.000
39.214 8.655.085 -7.160.774 -2.011.412 500.000
22.114 6.220.113 -10.232.494 -2.005.634 6.000.000
Saldo 31 december
1.128.048
39.214
22.113
4.099
Op basis van de recent geactualiseerde liquiditeitenplanning zullen we in de periode 2023 – 2026 afgerond 12,0 miljoen aan geldleningen moeten aantrekken. Waar nodig maken we gebruik van kasgeldleningen tot maximaal de kasgeldlimiet. Onze leningenportefeuille ziet er dan (geprognosticeerd) als volgt uit:
Omschrijving Stand lening op 1 januari 2023 Nieuwe leningen Reguliere aflossingen Stand leningen op 31 december 2023
Bedrag (x € 1.000) 31.392.268 0 -1.816.134 29.576.134
82
Risicobeheer We zijn ons bewust van de renterisico’s die gemoeid zijn met financiering op lange termijn. Bij een stijgende renteontwikkeling zullen wij tijdig de afweging maken om te komen tot het aantrekken van financieringsmiddelen voor de langere termijn. Ook voor de bestaande geldleningen zijn we alert op mogelijkheden voor renteconversie. Op deze manier kunnen we optimaal profiteren van de renteontwikkeling. Renterisiconorm De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Het doel van deze norm is dat gemeenten in enig jaar niet meer dan 20% van hun begrotingstotaal (looptijd langer dan 1 jaar) mogen converteren. Deze zekerheid is ingebouwd in de wet Fido om te voorkomen dat de gemeente met te grote negatieve renteschommelingen geconfronteerd wordt en de nadelige gevolgen daarvan moet kunnen opvangen binnen de begroting. Per 1 januari 2023 heeft de gemeente Rucphen, ter financiering van haar operationele en investeringsactiviteiten, een restant aan langlopende schulden van € 31.392.268,00. Het renterisico daarvan blijft ruim binnen de norm van 20% van het begrotingstotaal.
Renterisiconorm
2023
1a Renteherziening op vaste schuld o/g
0
1b Renteherziening op vaste schuld u/g
0
2 Netto-renteherziening op vaste schuld (1a -/- 1b)
0
3 Aflossingen
1.816.134
4 Renterisico op vaste schuld (2 +/+ 3)
1.816.134
5 Begrotingstotaal 2023
67.838.872
6 Het normpercentage
20%
7 Renterisiconorm (5 x 6)
13.567.774
8 Ruimte onder risiconorm (7 -/- 4)
11.751.640
Berekening van de renteomslag De berekening per 01-01-2023 van de renteomslag vindt als volgt plaats:
Berekening rentepercentage grondbedrijf
2023
1 De externe rentelasten over de korte en lange financiering
359.636
2 Vaste schulden 3 Rentelast over het vreemd vermogen (1 / 2)
31.292.268 1,15%
4 Vreemd vermogen
49.131.833
5 Totaal vermogen
101.582.371
6 Percentage vreemd vermogen (4 / 5)
48,37%
7 Rentepercentage grondbedrijf (6 * 3)
0,56%
83
Rentepercentage grondbedrijf De berekening per 01-01-2023 van het rentepercentage vindt als volgt plaats:
Rente berekening voor de boekwaarde
2023
1 De externe rentelasten over de korte en lange financiering 2 De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
359.636 29.324
3 De aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente (1 - 2)
330.312
4 Boekwaarde exclusief grondbedrijf 5 Rente over de boekwaarde exclusief grondbedrijf (3 /4)
85.709.502 0,39%
84
5.5
Bedrijfsvoering
In 2020 heeft ons college, na een interactief proces met de organisatie, de organisatieagenda vastgesteld. Dit document bevat de koers voor de organisatie voor de komende jaren. We zijn voortvarend aan de slag gegaan met talentontwikkeling en binnen de overkoepelende term ‘Ik ben R’ werken we aan verschillende thema’s zoals bedrijfscultuur en het delen van elkaars kennis en expertise. In 2023 gaan we verder de positieve koers die is ingezet op basis van deze organisatieagenda. Personeel & organisatie De Organisatieagenda – Samenwerken aan resultaat en mens In 2020 hebben wij de Organisatieagenda vastgesteld, deze agenda is het fundament voor de doorontwikkeling van onze organisatie (ons huis). De kern is samengevat in drie elementen: “Samenwerken aan resultaat en mens”. Samenwerken betekent voor ons: We zijn er voor de samenleving. We bedenken vooraf wat nodig is en wie nodig zijn en werken daar vervolgens samen aan. Samenwerken doen we met collega‘s, bestuur, inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties, regiogemeenten etc. Resultaat betekent voor ons: We zijn er voor de samenleving. Wat we doen heeft direct of indirect waarde voor onze samenleving; inwoners, bedrijven en verenigingen. We dragen allemaal op onze eigen manier bij aan het resultaat. Mens betekent voor ons: We zijn er voor de samenleving.
De toegevoegde waarde die wij leveren wordt gerealiseerd door onze mensen. De mens stellen we dan ook nadrukkelijk centraal. Samenwerken aan Resultaat en Mens hebben we vertaald in een zestal thema’s: organisatiestructuur, bedrijfscultuur, toekomst van ons personeel, talentontwikkeling, managementstijl en werkwijzen. Per thema zijn doelstellingen (wat willen we bereiken) en concrete acties uitgewerkt (hoe willen we dat bereiken). De organisatieagenda is een dynamisch document: we halen tussentijds ideeën op, spelen in op nieuwe trends en ontwikkelingen etc. In 2023 werken wij aan: Bedrijfscultuur De bedrijfscultuur bepaalt hoe we samenwerken aan resultaat en mens. Houding en gedrag, vertrouwen, verbinding en communicatie zijn daarbij belangrijke elementen. Door de coronacrisis hebben medewerkers elkaar een lange periode minder ontmoet. Een grote groep nieuwe medewerkers zijn ingestroomd in een organisatie, waarvan het merendeel van de medewerkers vanuit huis werkte. Afgelopen jaar hebben we om elkaar en elkaars werk (weer) te leren kennen de ‘Ik ben R’ week georganiseerd. Een week waarin zowel medewerkers als bestuur workshops voor elkaar georganiseerd hebben om kennis te maken met de collega’s en elkaars vakgebieden. Dit heeft voor nieuwe verbinding en integraliteit gezorgd.
In 2023 zetten we deze lijn verder door binnen het thema ‘Ik ben R’ regelmatige kennisdeling en communicatie te stimuleren. Ook organiseren we trainingen op het gebied van houding en gedrag, zoals elkaar durven aanspreken. Een vast onderdeel is het werken aan integrale bewustwording op het gebied van integriteit, privacy en informatieveiligheid. Toekomst van ons personeel Voor ons is het belangrijk dat onze organisatie nu én in de toekomst gesteld staat voor de ondersteuning aan de samenleving, met een personeelsbestand dat daarbij past. Met de huidige krappe arbeidsmarkt wordt dat een steeds grotere uitdaging. Het invullen van vacatures wordt steeds lastiger en er moet vaker personeel ingehuurd worden. Daarnaast speelt ook het verlies van kennis en ervaring door de uitstroom van medewerkers en werkdruk bij een aantal functiegebieden. Strategisch plannen van het personeelsbestand, zowel kwalitatief als kwantitatief wordt daarom steeds belangrijker. Daarbij zijn twee sporen te onderscheiden: Spoor één is de inzet op het verwerven van nieuwe medewerkers, via moderne arbeidsmarktcommunicatie, zelf opleiden en aansluiten bij initiatieven en beschikbare kennis in de regio. In De6 verband worden steeds meer samenwerkingsinitiatieven opgezet om hierin de krachten te bundelen.
Zo zoeken we in 2023 de samenwerking in De6 verband op het gebied van de arbeidsmarktbenadering en de tekorten aan personeel in de civiele techniek. Daarnaast sluiten we aan bij de Vereniging Brabantse Gemeenten voor de ontwikkeling van een traject voor zij-instromers in het ruimtelijk domein. Spoor twee gaat in op het boeien en binden van medewerkers, denk daarbij aan talentgericht werken (zie thema talentontwikkeling, vitaliteit (gezond, gelukkig en gedreven), opleiding en trainingen, het faciliteren van een goede privé/werkbalans en het evalueren van instrumenten als belonen en waarderen. Een belangrijke basis vormen daarbij regelmatige evaluaties en de gesprekken tussen manager en medewerkers.
85
Talentontwikkeling Gelinkt aan de toekomst van het personeel is talentontwikkeling een belangrijk speerpunt. Om alle aanwezige kwaliteiten van onze medewerkers optimaal te benutten inventariseren we welke talenten we allemaal in huis hebben. Talent is voor ons: doen waar je goed in bent en waar je plezier uit haalt. Dit gaat dus veel verder dan puur kwaliteiten op één bepaald vakgebied. Dit betekent dat medewerkers in toenemende mate ingezet (kunnen) worden op opgaven die niet per se binnen de eigen afdeling vallen. Zo ontstaan kansen voor persoonlijke ontwikkeling en het vervullen van ambities. In 2021 zijn we gestart met een organisatie breed traject, waar we het hele jaar 2022 aan gewerkt hebben. Het traject is gebaseerd op de DISC-methode, waarmee we borgen dat in de organisatie dezelfde taal spreken over talenten, samenwerking, ontwikkeling, gedrag etc. In 2023 gaan we verder met een vervolgtraject hierop, de invulling hiervan zal per team, afdeling of persoon maatwerk zijn dat zal worden ingevuld naar behoefte. Managementstijl Bij een organisatie die constant in beweging is, past een veranderende managementstijl. We vinden het belangrijk dat we hierbij zowel oog hebben voor het eindresultaat als de menselijke maat in het werk. We streven daarom naar een managementstijl die meer faciliterend en coachend is met aandacht voor het resultaat en de mens.
We werken regelmatig in bijeenkomsten aan het collectief van leidinggevenden (MT+) door groeps- en individuele gesprekken, waarbij de focus ligt op leiderschap, talentontwikkeling, personeelsgesprekken en eigen ontwikkeling. Werkwijzen We hebben een grote diversiteit aan opgaven, taken en diensten. Op verschillende schaalniveaus en met de aansturing die daarbij hoort. Per opgave en ambitie kijken we hoe we die het beste kunnen oppakken en bemensen. We denken continu na over hoe we ons werk organiseren naar aanleiding naar veranderende behoeften, omgeving of wetgeving. Organisatiestructuur We werken vanaf januari 2021 met een nieuwe organisatiestructuur. Het einddoel is een structuur die ons maximaal ondersteunt om de maatschappelijke opgaven en bestuurlijke ambities zo goed mogelijk te kunnen vervullen. In 2022 vond er een evaluatie plaats hoe de nieuwe organisatiestructuur bevalt. In 2023 zullen eventuele aanpassingen of verbeteringen naar aanleiding van de evaluatie worden opgepakt. Samenwerking en juridische kwaliteitszorg Juridische kwaliteitszorg Het streven was om in 2022 stappen te zetten die erop gericht waren de juridische kwaliteitszorg te verbeteren. Uit een eerdere zelfscan kwamen zaken naar voren als: studie, en afstemming tussen beleid, vergunningverlening en handhaving. Door personele wisselingen is dit in 2022 op een laag pitje komen staan.
Ondertussen is het team versterkt en pakken we dit in 2023 weer voortvarend op. Samenwerking Onze gemeente zoekt op verschillende manieren de intergemeentelijke samenwerking op. Zo is in 2022 binnen De6 een Toekomstvisie De6 opgesteld die we ook met uw raad hebben gedeeld. Hierin is aangegeven dat we alle aanleiding zien om de samenwerking voort te zetten. In een vorm die past bij deze tijd en die ondersteunend is aan de ambities van de gemeenten, en optimaal gebruik maakt van de voordelen van samenwerken. Dit betekent een flexibele netwerksamenwerking waarvan de vorm en inhoud wordt bepaald door de opgaven waarvoor we staan. Zo zoeken we in 2023 de samenwerking op het gebied van de arbeidsmarktbenadering en de tekorten aan personeel in de civiele techniek. Daarnaast sluiten we aan bij de Vereniging Brabantse Gemeenten voor de ontwikkeling van een traject voor zij-instromers in het ruimtelijk domein. Dienstverlening en informatievoorziening Onze gemeente werkt volgens de visie op Dienstverlening en Informatievoorziening 2020 – 2025. In deze visie staat dat we onze dienstverlening willen verzorgen vanuit een drietal kernwaarden: persoonlijk, toegankelijk en betrouwbaar. Het beleid voor dienstverlening en informatievoorziening is vastgelegd in het Programmaplan Dienstverlening en Informatievoorziening 2020-2025.
Hierin wordt ingegaan op digitale vaardigheid, doorontwikkeling dienstverlening, doorontwikkeling informatievoorziening en fundament op orde. De uitwerking is vastgelegd in het Uitvoeringsprogramma Dienstverlening en Informatievoorziening 2020-2025.
86
Belangrijke speerpunten, zoals vastgelegd in het Uitvoeringsprogramma Dienstverlening en Informatievoorziening, die we in 2023 gaan oppakken, of verder uitwerken, zijn: • We ontwikkelen een Cloudstrategie; • We bepalen een strategie m.b.t. data gedreven werken; • We volgen en committeren ons aan de landelijke ontwikkelingen die de transparante overheid verder optimaliseren; • We ontwikkelen beleid t.a.v. regie op gegevens; • We bepalen onze deelname in gezamenlijke uitvoeringsonderwerpen; • We vergroten het aantal digitaal aan te vragen producten voor klanten met tenminste 10% per jaar; • We stellen vraag- en antwoordscripts (FAQ’s) op voor veel gestelde klantvragen; • We ontwikkelen beleid m.b.t. informatieontsluiting via Berichtenbox; • We actualiseren het Kwaliteitshandvest op basis van serviceformules; • Project procesoptimalisatie: we beginnen bij de processen waar de meeste winst te behalen valt, voor zowel onze inwoners als voor onze organisatie. Om te bepalen welke dat zijn starten we met een inventarisatie op basis waarvan we prioriteiten kunnen stellen. De primaire focus ligt daarbij op directe klantprocessen, zoals aanvragen voor producten/voorzieningen, vergunningen, subsidies enz. Informatieveiligheid Zie programma 0: Bestuur en ondersteuning.
Archief- en informatiebeheer Conform de Archiefverordening van de gemeente Rucphen informeren wij uw raad jaarlijks over het archiefbeheer. Wij doen dit door het onderwerp Archief- en informatiebeheer op te nemen in de gemeentelijke Planning & Control Cyclus en hierbij verantwoording af te leggen en verbeteracties te benoemen. Daarnaast stelt de archivaris van het West-Brabants Archief (WBA) tweejaarlijks een uitgebreid “Kritische Prestatie Indicatoren (KPI)” rapport op. In 2023 stelt onze archivaris een KPI-rapport op , voorzien van een SMART-verbeterrapportage voor de komende jaren. De belangrijkste verbeteracties voor 2023 zijn: • In 2022 zijn we begonnen met het overdragen van de bouwvergunningen uit de periode 1905-2010 naar het e-depot (elektronische archiefkluis) van het WBA. In 2023 ronden we deze overdracht af en gaan we verder met het overdragen van andere digitale dossiers (bijvoorbeeld milieuvergunningen), waardoor deze digitaal toegankelijk worden voor burgers en bedrijven. • Het bewerken, digitaliseren en overdragen van de laatste analoge archieven, namelijk het bestuursarchief periode 2000-2004. • Het werken volgens de principes van “Archive by design”, waarbij het (samen met het WBA opgestelde) integraal kwaliteitssysteem, Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), Informatieveiligheid, nieuwe Archiefwet en Wet Open Overheid (Woo) de basis vormt.
• Het verder duurzaam toegankelijk maken, beheren en vernietigen van digitale documenten in de diverse applicaties, afdelingsschijven en e-mailapplicatie. Financiën De begroting moet structureel op orde zijn. Daarbij hebben we blijvende aandacht voor de risicoparagraaf en het weerstandsvermogen. We hanteren twee uitgangspunten. Ten eerste gaat bezuinigen voor lastenverzwaring. Ten tweede hanteren we voor de OZB maximaal 2% verhoging per jaar. Activiteiten uit het collegewerkprogramma • We voldoen voor wat betreft de rechtmatigheidsverantwoording aan de minimale vereisten. Dit betekent dat we de financiële rechtmatigheid waarborgen; • We besteden de inzet van accountantsdiensten aan; • We actualiseren het controle protocol accountant voor de hele raadsperiode. Ontwikkeling planning en control-documenten Enkele jaren geleden hebben wij met uw raad het voornemen gedeeld om bestuursrapportages te beperken tot de formeel benodigde voorstellen/besluiten. De afwijkingen ten opzichte van de begroting en de bestuurlijk relevante ontwikkelingen zouden door middel van presentaties in de commissies overgebracht worden. Doordat