05 RV RB Vestiging voorkeursrecht gebied ten westen van het 'Munnikenheide College' (Sprundelseweg te Rucphen)
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Raadsvergadering 2 juli 2025
Agendanummer 00
Commissievergadering ABM 23 juni 2025
Agendanummer 05
Inleiding: In uw raadsvergadering van 11 juni 2025 heeft u de locatiekeuze voor de realisatie van twee zelfstandige basisscholen met bijbehorende voorzieningen, in het gebied ten noord-westen van het 'Munnikenheide College' (Sprundelseweg te Rucphen) onderschreven. De voorkeurslocatie ondersteunt de ambitie van de schoolbesturen, schooldirecties en kinderopvangorganisaties om te komen tot een campusmodel op één locatie. Het instrument voorkeursrecht, zoals opgenomen in hoofdstuk 9 van de Omgevingswet, biedt de gemeente de mogelijkheid om een actieve en regisserende rol te vervullen bij de realisatie van ruimtelijke en maatschappelijke opgaven. De gemeente is voornemens van dit instrument gebruik te maken ten behoeve van de ontwikkeling van de twee zelfstandige basisscholen met bijbehorende voorzieningen op de aangewezen locatie. De beoogde ontwikkeling zal plaatsvinden via een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA), waarbij de planologische inpassing op een later moment wordt geborgd in het gemeentelijke omgevingsplan. Op deze manier kan de bouw op relatief korte termijn van start gaan, terwijl tegelijkertijd wordt voldaan aan de wettelijke vereisten die aan het voorkeursrecht zijn verbonden Voorstel: 1.
Op grond van artikel 9.2 van de Omgevingswet een voorkeursrecht te vestigen op de percelen kadastraal bekend als gemeente Rucphen, sectie C, perceelnummer 4131 en sectie D, perceelnummer 7420. 2. De onder 1 bedoelde percelen aan te wijzen om de realisatie van de beoogde ruimtelijke en maatschappelijke opgave in het gebied zeker te stellen. 3. Dit besluit te nemen ter bekrachtiging van het collegebesluit van 6 mei 2025, welk besluit van rechtswege vervalt zodra dit raadsbesluit rechtskracht verkrijgt. 4. Dat dit besluit op grond van artikel 9.2, derde lid, van de Omgevingswet een maximale werkingsduur heeft van drie jaar. 5. Dat, indien de ruimtelijke planvorming nog niet voldoende gevorderd is om een omgevingsplan voor de beoogde ontwikkeling vast te stellen, vóór het verstrijken van de werkingsduur van het voorkeursrecht zal worden overgegaan tot het vaststellen van een omgevingsplan, een omgevingsprogramma of een omgevingsvisie als grondslag voor continuering van het voorkeursrecht. 6. Dit besluit te publiceren in het Gemeenteblad, kenbaar te maken conform de vereisten van artikel 9.5, eerste en tweede lid, van de Omgevingswet en te registreren in het kader van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, zodat het voorkeursrecht rechtskracht verkrijgt op de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad. 7.
Dat op basis van de toezegging van de portefeuillehouder tijdens de raadsvergadering van 11 juni 2025 het voorkeursrecht zal worden ingetrokken in het geval dat voor een andere locatie wordt gekozen.
2
Samenvatting: Om de ruimtelijke en maatschappelijke opgave in het gebied aan de westkant van het ‘Munnikenheide College’ (Sprundelseweg te Rucphen) te verwezenlijken kan gebruik worden gemaakt van het instrument uit hoofdstuk 9 van de Omgevingswet, namelijk het voorkeursrecht. Door dit recht te vestigen, krijgt de gemeente de mogelijkheid om een actieve en sturende rol te spelen in de gebiedsontwikkeling en vroegtijdig te anticiperen op (ongewenste) grondtransacties. Het voorkeursrecht verplicht de eigenaar om, indien hij voornemens is de desbetreffende percelen te verkopen, deze eerst aan de gemeente aan te bieden. Hierdoor versterkt de gemeente haar positie op de grondmarkt en voorkomt zij speculatie die kan leiden tot prijsopdrijving. Dit biedt de gemeente de nodige grip op de grondprijzen en draagt bij aan een duurzame en integrale ontwikkeling van het gebied. De desbetreffende percelen zijn wellicht ook noodzakelijk voor de nieuwbouw van de basisscholen (inclusief kinderopvang) met bijbehorende voorzieningen van het dorp Rucphen. Zonder dit instrument bestaat het risico dat grondtransacties in het gebied rondom het gebied aan de westkant van het ‘Munnikenheide College’ (Sprundelseweg te Rucphen) leiden tot verlies van regie over de toekomstige planontwikkeling en/of aanzienlijke prijsstijgingen van de gronden.
Het vestigen van het voorkeursrecht is daarom een logische en strategische stap om deze ontwikkelingen te beheersen en de gemeentelijke doelen veilig te stellen. Motivering: 1.1 Met het voorkeursrecht wordt de gemeentelijke regie en strategische positie op de grondmarkt versterkt Met het vestigen van het gemeentelijk voorkeursrecht verkrijgt onze gemeente een eerste recht van koop bij voorgenomen verkoop van de percelen. Dit voorkomt dat gronden in handen komen van partijen die niet bijdragen aan de gewenste ontwikkeling of dat grondspeculatie de uitvoerbaarheid van het plan belemmert. Het voorkeursrecht fungeert als een strategisch instrument waarmee de gemeente haar positie op de grondmarkt versterkt en passief invloed kan uitoefenen op toekomstige transacties. Daarmee kan een langdurig en kostbaar verwervings – of onteigeningstraject zoveel mogelijk worden voorkomen. 1.2/2.1 Er is sprake van een strategische noodzaak voor de toekomstige ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkeling van het gebied. De betreffende percelen zijn nodig voor de realisatie van de geplande voorzieningen, waaronder de inpassing van basisscholen, kinderopvang en een verder kwalitatief hoogwaardige invulling van het gebied. Om deze maatschappelijke doelen mogelijk te maken en de ruimtelijke samenhang te waarborgen, is gemeentelijke regie noodzakelijk.
Vestiging van een voorkeursrecht biedt daartoe het instrumentarium. 1.3/2.2 Er wordt voldaan aan de eisen voor het vestigen van een voorkeursrecht De vestiging van het voorkeursrecht voldoet aan de eisen uit artikel 9.1, eerste lid, onder c, van de Omgevingswet: • Toegedachte functie: Een voorkeursrecht mag alleen worden gevestigd ten behoeve van een niet-agrarische ontwikkeling. De betreffende percelen zijn aangewezen voor toekomstige functies, zoals wonen, verkeer, maatschappelijke voorzieningen, werken, natuur, park en groen. Deze functies zullen in opvolgende planologische procedures verder worden uitgewerkt. De herontwikkeling sluit daarmee aan bij het wettelijk vereiste doel.
3
• Afwijkend huidig gebruik: De huidige bestemming van de gronden (Maatschappelijk, Agrarisch met waarden – Landschappelijk en Groen – Landschapselement) en het feitelijke gebruik hiervan wijken af van de toekomstige functies. Hiermee wordt voldaan aan de vereiste dat het huidige gebruik verschilt van het beoogde gebruik. • Geen eerder voorkeursrecht: Volgens de wet mag op deze percelen in de afgelopen twee jaar geen voorkeursrecht zijn gevestigd door hetzelfde bestuursorgaan op basis van dezelfde grondslag. In dit geval is daar zeker geen sprake van. Op basis van de bovenstaande overwegingen kan het voorkeursrecht op rechtsgeldige wijze worden gevestigd. Aangezien de beoogde ontwikkeling op deze locatie nog niet is opgenomen in een gemeentelijke omgevingsvisie of -plan, rust op de gemeente de inspanningsverplichting om deze ontwikkeling tijdig planologisch in te passen. Dit is noodzakelijk om de werking van het voorkeursrecht te laten continueren. Daartoe zal het gemeentelijk omgevingsplan binnen een termijn van drie jaar worden gewijzigd. 3.1 Het collegebesluit vervalt anders. Artikel 9.1, derde lid, van de Omgevingswet bepaalt dat het besluit van het college van rechtswege vervalt drie maanden na de dagtekening, of zoveel eerder als een besluit van de gemeenteraad tot aanwijzing conform artikel 9.2 van de Omgevingswet in werking treedt.
4.1 Aan het voorkeursrecht is een maximale termijn gekoppeld. Artikel 9.2, derde lid, van de Omgevingswet bepaalt dat een besluit tot aanwijzing van gronden, zoals bedoeld in artikel 9.2, eerste lid, van de Omgevingswet, van rechtswege vervalt drie jaar na de dagtekening van dat besluit, tenzij binnen die termijn een omgevingsvisie of omgevingsplan is vastgesteld waarin de ontwikkeling is opgenomen. 5.1 Het voorkeursrecht kan anders niet worden gecontinueerd. Het voorkeursrecht kan anders niet worden gecontinueerd. Artikel 9.2, tweede lid, van de Omgevingswet bepaalt dat de gemeenteraad bij de vestiging van het aanwijzingsbesluit expliciet moet aangeven of nadien nog zal worden overgegaan tot het vaststellen van een omgevingsvisie. 6.1 Het besluit moet formele rechtskracht krijgen. Om het voorkeursrecht daadwerkelijk rechtskracht te laten verkrijgen, is het noodzakelijk dat het raadsbesluit op de juiste wijze bekend wordt gemaakt en geregistreerd. Op grond van artikel 9.5 van de Omgevingswet treedt het voorkeursrecht pas in werking op de dag na de bekendmaking van het besluit in het Gemeenteblad. Daarnaast vereist de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen dat het besluit wordt ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster. Middelen: Vooralsnog brengt dit besluit geen kosten met zich mee.
Indien wordt overgegaan tot de verwerving van de gronden, moeten de benodigde financiële middelen tijdig beschikbaar worden gesteld. Vervolg: Na instemming van uw gemeenteraad worden de volgende stappen ondernomen: • het besluit wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad en geregistreerd in het gemeentelijke beperkingenregister en in de openbare registers (van de landelijke voorziening) bij het Kadaster. • Voor afloop van de werkingsduur van het voorkeursrecht zal – indien de ruimtelijke planvorming nog niet voldoende gevorderd is om een omgevingsplan voor de beoogde
4
ontwikkeling vast te stellen – worden overgegaan tot het vaststellen van een omgevingsvisie als grondslag voor continuering van het voorkeursrecht.
Rucphen, 6 mei 2025 Burgemeester en wethouders van Rucphen, de secretaris,
de burgemeester,
drs. E.A.C.M. Kolen.
mr. M. van der Meer Mohr.
Bijlage(n): a. Conceptbesluit b. Tekening percelen C4131 en D7420
RAADSBESLUIT Vestiging voorkeursrecht gebied ten westen van het ‘Munnikenheide College’ (Sprundelseweg te Rucphen) 2 juli 2025 De raad van de gemeente Rucphen, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 mei 2025, overwegende dat: het college van burgemeester en wethouders op 6 mei 2025, op grond van artikel 9.1 van de Omgevingswet, heeft besloten een voorlopig voorkeursrecht te vestigen op de percelen kadastraal bekend als gemeente Rucphen, sectie C, perceelnummer 4131 en sectie D, perceelnummer 7420; het college van burgemeester en wethouders de gemeenteraad heeft voorgesteld om het hiervoor bedoelde besluit te bekrachtigen. gelet op artikel 9.2 van de Omgevingswet, alsmede de overige van toepassing zijnde bepalingen van de Omgevingswet, de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht, gehoord de commissie Algemeen Bestuur en Middelen op 23 juni 2025, besluit: 1. Op grond van artikel 9.2 van de Omgevingswet een voorkeursrecht te vestigen op de percelen kadastraal bekend als gemeente Rucphen, sectie C, perceelnummer 4131 en sectie D, perceelnummer 7420. 2. De onder 1 bedoelde percelen aan te wijzen om de realisatie van de beoogde ruimtelijke en maatschappelijke opgave in het gebied zeker te stellen. 3.
Dit besluit te nemen ter bekrachtiging van het collegebesluit van 6 mei 2025, welk besluit van rechtswege vervalt zodra dit raadsbesluit rechtskracht verkrijgt. 4. Dat dit besluit op grond van artikel 9.2, derde lid, van de Omgevingswet een maximale werkingsduur heeft van drie jaar. 5. Dat, indien de ruimtelijke planvorming nog niet voldoende gevorderd is om een omgevingsplan voor de beoogde ontwikkeling vast te stellen, vóór het verstrijken van de werkingsduur van het voorkeursrecht zal worden overgegaan tot het vaststellen van een omgevingsplan, een omgevingsprogramma of een omgevingsvisie als grondslag voor continuering van het voorkeursrecht. 6. Dit besluit te publiceren in het Gemeenteblad, kenbaar te maken conform de vereisten van artikel 9.5, eerste en tweede lid, van de Omgevingswet en te registreren in het kader van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, zodat het voorkeursrecht rechtskracht verkrijgt op de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad. 7. Dat op basis van de toezegging van de portefeuillehouder tijdens de raadsvergadering van 11 juni 2025 het voorkeursrecht zal worden ingetrokken in het geval dat voor een andere locatie wordt gekozen.
6
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Rucphen in zijn openbare vergadering van 2 juli 2025, de griffier,
de voorzitter,
J.J.H. Lahaije.
mr. M. van der Meer Mohr.