05 Kadernota 2022
Tekst van het document
€
-467.000
bij: Resultaatbestemming jaarrekening 2020
€
796.546
bij: overheveling Risicoreserve Coronacrisis naar de Algemene Reserve
€
377.070
af: Storting in reserve Kadernota (o.b.v. Kadernota 2022)
€
-170.000
totaal toekomstige ontwikkelingen
€
536.616
* regels met een * zijn meegenomen in de berekeningen bij de jaarrekening 2020.
41
Raadsbesluiten tot de aanwending van / storting in de algemene reserve Storting in reserve Kadernota ten behoeve van begroting 2021 o Aanwending: € 467.000,00; o Kadernota 2021 o Raad 8 juli 2020 Resultaatbestemming jaarrekening 2020 o Storting: € 796.546,00; o Vaststelling jaarrekening 2020 en bestemming batig rekeningsaldo 2020 o Raad 16 juni 2021 Overheveling Risicoreserve Coronacrisis naar de Algemene Reserve o Storting: € 377.070,00; o Vaststelling jaarrekening 2020 en bestemming batig rekeningsaldo 2020 o Raad 16 juni 2021 Storting in reserve Kadernota ten behoeve van begroting 2022 o Aanwending: € 170.000,00; o Kadernota 2022 o Raad 7 juli 2021 Reserve grondexploitatie De reserve grondexploitatie bedraagt per 31 december 2020 € 1.425.238,08. De reserve bestaat uit de Algemene reserve geliquideerde bouwwijken ( € 1.155.133,27) en het Algemeen uitbreidingsfonds geliquideerde complexen (fonds grote werken) (€ 270.104,81). Op deze reserves zijn in 2021 geen mutaties voorzien. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bij de OZB is zo groot als het verschil tussen het gehanteerde tarief en het tarief om tot een "artikel 12 gemeente" gerekend te worden. Voor 2021 is dit tarief 0,1809%. Wanneer we dit percentage afzetten tegen de in de begroting opgenomen ramingen voor de OZB-ontvangsten blijkt er nog een ruimte te zijn van € 2.323.657,90 structureel.
Beschikbare Weerstandscapacitieit Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve per 01-01-2021
€
3.427.874
Reserve grondexploitatie
€
1.425.238
Onbenutte belastingcapaciteit (redelijk peil 2021)
€
2.323.658
Onvoorzien
€
55.000
Algemene reserve geactiveerde gronden in erfpacht (stille reserves)
€
953.000
Totale beschikbare weerstandscapaciteit
€
8.184.770
Bij: vrijval tgv de algemene reserve
€
536.616
Totaal gecorrigeerde beschikbare weerstandscapaciteit
€
8.721.386
Totaal benodigde weerstandscapaciteit (o.b.v. 100%)
€
2.032.291
Vrij besteedbaar
€
6.689.095
Wanneer we de benodigde weerstandscapaciteit in mindering brengen op de beschikbare weerstandscapaciteit resteert een vrij besteedbaar bedrag van € 6.689.095,00. Als we vervolgens op dit bedrag een correctie toepassen voor de middelen welke niet als dekking gebruikt kunnen worden (onbenutte belastingcapaciteit en erfpacht), resteert nog € 3.412.437,00 aan vrij besteedbare middelen.
42
Ratio weerstandsvermogen Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, leggen we een relatie tussen de financieel gekwantificeerde risico’s, de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Beschikbare weerstandscapaciteit
€ 8.721.386
Benodigde weerstandscapaciteit
€ 2.032.291
4,3
Wanneer we op deze ratio een correctie toepassen voor de middelen welke niet als dekking gebruikt kunnen worden (onbenutte belastingcapaciteit en erfpacht), verandert het ratio als volgt: Beschikbare weerstandscapaciteit
€ 5.444.728
Benodigde weerstandscapaciteit
€ 2.032.291
2,7
Wanneer we alle toekomstige ontwikkelingen meenemen en deze afzetten tegen de totale beschikbare weerstandscapaciteit heeft de gemeente Rucphen een ratio van 4,3. We zijn ons er van bewust dat de onbenutte belastingcapaciteit en erfpacht niet kunnen worden gebruikt als dekking. Wanneer we een correctie op deze onderdelen toepassen daalt de ratio naar 2,7, wat volgens de norm uitstekend is. Prognose Kengetallen Om een beeld te geven van de financiële positie van onze gemeente zijn de kengetallen meerjarig geprognosticeerd. De uitgangspunten die hiervoor zijn gebruikt zijn: - de balanspositie per 31 december 2020; - de meerjarenraming uit de programmabegroting 2021; - de geactualiseerde liquiditeitsprognose.
Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheersing (prognose) Kengetallen:
Rekening 2020
Begroting 2021
Prognose 2022
Prognose 2023
Prognose 2024
Prognose 2025
Netto schuldquote
43,1%
81,9%
63,7%
63,9%
62,4%
67,2%
Netto schuldquote (gecorrigeerd)
42,6%
81,4%
63,1%
63,3%
61,9%
66,6%
Solvabiliteitsratio
53,7%
41,9%
44,1%
41,9%
40,8%
39,8%
Grondexploitatie
14,4%
10,1%
14,7%
16,1%
16,5%
16,5%
Structurele exploitatieruimte
1,5%
0,6%
0,9%
0,8%
1,1%
1,1%
Belastingcapaciteit
98,8%
99,1%
98,5%
98,4%
98,2%
98,1%
Meerjarig wordt een stijging van de schuldquote voorzien als gevolg van het aantrekken van lang vermogen om onze regulier- en investeringsuitgaven te kunnen financieren. Volgens het accountantsverslag over de jaarrekening 2020 is een netto schuldquote < 130% conform norm VNG. Hierbij plaatsen we de kanttekening dat er rekening is gehouden met het feit dat een gedeelte van de investeringen doorschuiven naar volgende begrotingsjaren. Zodat ook na 2025 een verdere toename van de schuldquote wordt verwacht. Naast het aantrekken van nieuw vreemd vermogen vinden er ook structurele onttrekkingen uit de reserves (eigen vermogen) plaats. Dit is terug zien in de afname van het solvabiliteitsratio. Volgens het accountantsverslag over de jaarrekening 2020 is een solvabiliteitsratio > 20% conform de norm van de VNG.
43
Risicoreserve coronacrisis De beschikbare weerstandscapaciteit van de Gemeente Rucphen in relatie tot Corona bestaat uit de Risicoreserve Coronacrisis. In de jaarrekening 2020 is uitgebreid toegelicht welke risico’s worden gedekt door de reserve en welke mutaties hebben plaatsgevonden binnen de reserve. De stand van de reserve per 7 juli 2021 bedraagt € 1.392.950,00. Wanneer we de benodigde weerstandscapaciteit voor risico’s (€ 794.500,00) in mindering brengen op de beschikbare weerstandscapaciteit is er een vrije ruimte binnen de reserve van € 598.450,00. Het uitgangspunt is dat deze ruimte in de reserve blijft, totdat anders wordt besloten.
44
7.
Financieel totaaloverzicht 2022 - 2025
In de voorgaande hoofdstukken is een aantal financiële gevolgen de revue gepasseerd. In onderstaande tabel zijn deze (in totalen) nogmaals opgenomen. Omschrijving
2022
2023
2024
2025
Begrotingssaldo volgens de begroting 2022-2025, inclusief wijzigingen t/m 7 juli 2021
359.247
234.654
426.606
-118.622
Totaal claims t.l.v. algemene dekkingsmiddelen
-786.450
-788.995
-801.792
-814.845
27.727
83.973
105.124
83.880
165.998
292.103
261.736
240.508
Financiële mutaties a.g.v. ontwikkelingen kapitaallastenbudgetten en rente Financiële mutaties a.g.v. deelname gemeenschappelijke regelingen Algemene uitkering (meicirculaire)
648.191
589.995
480.441
1.354.419
Taakmutatie: Wet Open Overheid
-102.200
-113.900
-125.600
-137.300
5.955
6.499
6.995
7.573
318.468
304.329
353.510
615.613
PW: IUSD (Reint. Wajong/Begel.) Totaal geraamd saldo 2022-2025 (na actualisatie financiële positie) (-=nadeel)
Na verwerking van alle nu bekende gegevens, sluit het jaar 2022 met een positief saldo van € 318.468,00. De jaren na 2022 sluiten ook positief met de volgende bedragen: € 304.329,00 in 2023; € 353.510,00 in 2024 en € 615.613,00 in 2025. Om te kunnen beoordelen of een begroting inderdaad structureel sluitend is, dienen bovenstaande saldi te worden gecorrigeerd met de geraamde eenmalige baten en lasten en stortingen in en onttrekkingen aan reserves. Voor de Provincie is dit een toetsingsnorm. Tegelijkertijd zijn de bedragen die hieronder staan de bedragen die voor u relevant zijn om te zien of er ruimte is voor bestuurlijke ambities. Na verwerking van de eenmalige zaken komen we op de volgende structurele begrotingssaldi: Omschrijving saldo Kadernota 2022 Incidentele baten en lasten
2022 318.468 -368.252
2023 304.329 -54.100
2024 353.510 -20.000
2025 615.613 0
Totaal structureel saldo
-49.784
250.229
333.510
615.613
In het Coalitieakkoord is afgesproken dat de begroting meerjarig sluitend zal zijn. De tabel laat zien dat het jaar 2022 niet reëel en structureel sluitend is. Positieve kanttekening daarbij is dat a) heel veel regulier werk gewoon doorgaat, b) we de mogelijkheid hebben gezien om in deze Kadernota claims te verwerken van structureel afgerond € 800.000,00 en dat we c) tevens volop uitvoering geven aan de 10 projecten en activiteiten die we benoemd hebben in de inleiding van de deze Kadernota. Wij gaan er al het mogelijke aan doen om u voor de raadsvergadering van 10 november 2021 een structureel sluitende meerjarenraming aan te bieden. We moeten ons er wel van bewust zijn dat deze Kadernota een momentopname is en dat er tal van externe factoren van invloed kunnen zijn op zowel de uitgaven als de inkomsten van de gemeente. Zo gaat bijvoorbeeld de Septembercirculaire 2021 van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds afwijken in verband met o.a. de extra compensatie van 1.3 miljard voor Jeugdzorg in 2022. Daarnaast zijn de bestuurlijke ambities uit hoofdstuk 5 nog niet ingevuld.
45
8.
Voorstel
In deze Kadernota geven wij u een actueel inzicht in onze financiële positie en de ontwikkelingen voor de komende jaren. Na verwerking van alle nu bekende gegevens, sluiten alle jaren met een positief saldo, maar na verwerking van incidentele baten en lasten sluit het jaar 2022 met een tekort. Tevens is hierbij nog niet met de kosten die kunnen voortvloeien uit de toekomstige ontwikkelingen en bestuurlijke ambities uit Hoofdstuk 5 van deze Kadernota, rekening gehouden. Na vaststelling van de Kadernota zal een en ander worden verwerkt in de begroting 2022 en meerjarenraming 2023 t/m 2025, die aan u voor behandeling in de raadsvergadering van 10 november 2021 zal worden aangeboden.
Voorstel Wij stellen uw raad voor : 1. De Kadernota 2022 voor kennisgeving aan te nemen en de inhoud als basis gebruiken voor de Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025. 2. Ten behoeve van de eenmalige claims een bedrag van € 170.000,00 uit de algemene reserve te storten in de reserve Kadernota.
Rucphen, 8 juni 2021
Burgemeester en wethouders van Rucphen, de secretaris,
de burgemeester,
drs. S. Michielse
mr. M. van der Meer Mohr