Rekenkamer Arnhem memo over de werking van de Omgevingswet
Tekst van het document
De Omgevingswet Werken onder de Omgevingswet is wennen voor alle betrokken partijen. Zowel voor de gemeente, de ODRA als voor initiatiefnemers, aanvragers en omwonenden die willen participeren. Uit de nota van bevindingen blijkt dat de medewerkers van de ODRA in de praktijk knelpunten zien. Een daarvan is de knip. Sommige aanvragers vragen alleen een vergunning aan voor het bouwtechnisch deel van het plan en niet voor het ruimtelijk deel. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is daar een knip ingekomen. Als blijkt dat het bouwtechnisch deel vergunningsvrij is, betekent dat niet dat het ruimtelijk deel dat ook is. Volgens medewerkers van de ODRA leidde dit in 2024 tot veel verwarring onder aanvragers. Het vereist een actieve houding van vergunningverleners om aanvragers hierop te wijzen. Deze verwarring is volgens medewerkers een gevolg van het werken onder de Omgevingswet en zou landelijk spelen. De actieve houding van vergunningverleners om aanvragers te wijzen op ‘de knip’ is geen vastgelegd vereiste. Het kan dus afhankelijk zijn van de persoonlijke invulling van de vergunningverlener of dit gedaan wordt. Medewerkers geven aan dat zij signalen ontvangen dat aanvragers het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) onhandig in gebruik vinden. De tevredenheidscijfers uit het eigen publieksonderzoek wijzen daar ook op.
In het begin van het jaar 2024 duikt het cijfer naar beneden wanneer aanvragers voor het eerst gebruik maken van de nieuwe systemen onder de Omgevingswet. De ODRA verwachtte dat het werken met de Omgevingswet in 2024 zou leiden tot een stijging in het aantal telefoontjes. De indruk van de ODRA is dat deze stijging achterbleef maar dat de vragen waar initiatiefnemers en aanvragers mee zaten wel complexer werden. De gedachte achter de Omgevingswet is dat het voor aanvragers simpeler zou worden, maar dat blijkt nog niet uit de eerste ervaringen. Gedurende het onderzoek waren nog maar een beperkt aantal aanvragen onder de Omgevingswet afgerond (659 aanvragen in oktober). Hierdoor kon er nog geen compleet beeld gegeven worden van de totale werkvoorraad op jaarbasis onder de Omgevingswet en wat de gevolgen zijn voor deze werkvoorraad. De ODRA kon op dat moment wel al de inschatting geven dat circa 50% van de aanvragen een buitenplanse omgevingsactiviteit (BOPA) zou betreffen. Alle bovenstaande bevindingen komen terug in het eerste reflectierapport van de Evaluatiecommissie dat in april 2025 naar de Tweede Kamer is verzonden.1 Inmiddels is bekend geworden dat het aantal BOPA’s bij bouwvergunningen is gestegen. De Evaluatiecommissie is het opgevallen dat veel BOPA’s bij bouwvergunningen onder de oude wetgeving zou zijn aangemerkt als ‘kruimelgeval’.
Denk dan aan dakkappellen die niet passen in het omgevingsplan. De Evaluatiecommissie maakt zich zorgen over de stijging van het aantal BOPA’s vanwege de werkdruk die dat nu en in de toekomst zal opleveren voor gemeenten. De commissie zegt: “de vele BOPA’s die op termijn in het omgevingsplan verwerkt moeten worden, maken de werkdruk in de toekomst naar verwachting alleen maar groter. De krapte op de arbeidsmarkt bemoeilijkt daarbij het aantrekken van gekwalificeerd personeel om het benodigde werk uit te voeren.” Deze zorg sluit aan bij andere bevindingen uit de NvB.
1
7. Bijlage 3b - Eerste reflectierapport Evaluatiecommissie Omgevingswet ‘In werking, maar onderbenut