Raadsinformatiebrief Spreidingswet.49.2
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Onderwerp Spreidingswet opvang asielzoekers Adviseur Portefeuillehouder Datum
: C. A. de Haas : E. Weststeijn : 27 november 2022
Aan de Raad Inleiding Op 8 november 2022 bracht het ministerie van JenV de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (hierna: de Spreidingswet) in consultatie. Dit wetsvoorstel is opgesteld naar aanleiding van de ‘Bestuurlijke afspraken doorstroom migratie’ van 26 augustus 2022. De VNG, het Veiligheidsberaad, het IPO en het Rijk spraken toen af dat uiterlijk 1 oktober 2022 spoedwetgeving in consultatie zou worden gebracht, die een wettelijke taak creëert voor gemeenten om asielopvang te realiseren. Met enige vertraging werd het wetsvoorstel op 8 november in consultatie gebracht. Partijen kregen twee weken de tijd om te reageren. Deze raadsinformatiebrief is bedoeld om uw raad te informeren over 1. de werking op hoofdlijnen van de Spreidingswet; 2. de reactie van de VNG namens de gemeenten 3. de (veronderstelde) gevolgen voor onze gemeente, voor zover nu in te schatten. We geven u in deze brief een zo actueel beeld, zoals dat ons eind november bekend is, op grond van overheidsbronnen (site rijksoverheid, site Vereniging Nederlandse Gemeenten). Er spelen echter nog allerlei (politieke) krachten en ontwikkelingen die de feitelijke invoering van de wet, wat betreft invoeringdatum, reikwijdte en instrumentarium, van kleur kunnen doen verschieten. Onze bedoeling is om uw raad overzicht en inzicht te geven op basis van wat we nú weten. 1.
Werking van de Spreidingswet Het wetsvoorstel maakt het mogelijk opvangplekken zo evenredig mogelijk over Nederland te verspreiden en kleinschalige opvang te exploiteren, in lijn met de ‘Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen’ uit mei 2022. De wet werkt (vereenvoudigd, op hoofdlijnen) als volgt.1 Stap 1: opgave bepalen Aan het begin van iedere twee jaar wordt per Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) door de minister van JenV het aantal benodigde opvangplaatsen vastgesteld. Door het aantal benodigde plaatsen te verminderen met de voorraad die er al is, wordt de opgave van nog te realiseren opvangplekken duidelijk. Startend in 2023 moet een aantal van 55.000 plekken worden gerealiseerd, zo meldt de toelichting op de systematiek van de wet. Uitgaande van de huidige duurzame voorraad van het COA van 15.000 plekken moeten er dus nu 40.000 opvangplaatsen gevonden worden. Alleen bij uitzonderlijke gevallen (oorlog of natuurramp) kan er tussentijds opgehoogd worden. Daarmee is dus in principe de opgave voor iedere gemeente voor de komende twee jaar bekend. Indicatief is de verdeelslteutel bij 40.000 op te vangen asielzoekers 23 asielzoekers per 10.000 inwoners.
1 Ontleend aan https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/11/08/kamerbrief-over-spreidingswet.
Pagina 1 van 4
Stap 2: invullen van de opgave Gemeenten bieden zo veel mogelijk plekken vrijwillig aan. Gemeente bepalen zelf hoeveel plekken en waar. Per provincie maken gemeenten onderlinge afspraken over asielopvang. Dat doen gemeenten aan de zg. Provinciale Regietafel. Niet elke gemeente krijgt per definitie een azc. Gemeenten kunnen ook meer Oekraïners of statushouders opvangen, in plaats van een azc te realiseren (‘uitruil’). Gemeenten die voor 1 mei een plan hebben en meer opvangen dan gevraagd, kunnen een bonus tot € 2.500 euro per extra plek krijgen, te besteden naar eigen inzicht. Alle opvangplaatsen die op een duurzame wijze worden georganiseerd (daarmee wordt bedoeld: locaties voor > 100 personen, voor > 5 jaar), maken vervolgens onderdeel uit van de vaste voorraad van het COA. Bij de volgende tranche in 2025 geldt dan dat er meer duurzame opvangplekken beschikbaar zijn die op de totaal te verdelen opvangplaatsen in mindering kunnen worden gebracht. Bij iedere tranche bouwt de vaste voorraad naar verwachting dus op. Waardoor er steeds meer opvangplaatsen voortkomen uit een duurzame vaste voorraad en minder opvangplaatsen tot stand hoeven te komen via een verdeling bij wet.
Stap 3: indien niet aan de opgave voldaan wordt De staatssecretaris kan een verplichting opleggen, in uiterste gevallen, bijvoorbeeld als een gemeente geen invulling geeft aan haar taak, of geen afspraken maakt met buurgemeenten. Elke gemeente kent haar taak, en kan dus niet meer overvallen worden. De eerste vier jaar vindt het toezicht plaats door de staatssecretaris. Het kabinet komt met een voorstel voor de inrichting van het toezicht daarna. Waarschijnlijk is hier een rol weggelegd voor de provincies. Kortom: gemeenten krijgen een richtcijfer voor het aantal asielzoekers dat ze moeten opvangen. Gemeenten kunnen zelf met een opvangplan komen. Als ze dat voor 1 mei presenteren en gedurende vijf jaar meer dan 100 opvangplekken bieden, kunnen ze een bonus krijgen. Als gemeenten op 1 mei nog geen plan hebben én er in totaal te weinig plek is in die provincie, kan de staatssecretaris gemeenten dwingen. 2. Standpunt gemeenten De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) stelde in een advies samen met de Adviesraad Migratie (ACVZ) in 2021 vast dat de de huidige manier waarop het asielstelsel in Nederland is ingericht niet functioneert. Het Rijk is afhankelijk van de vrijwillige medewerking van de gemeenten en komt daardoor steevast opvanglocaties te kort.
De gemeenten weten op hun beurt niet waar ze aan toe zijn door het voortdurend op- en afschalen van de opvangcapaciteit van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Het resultaat is dat het asielstelsel vastloopt wanneer het aantal asielaanvragen toeneemt. De Spreidingswet is een belangrijke schakel om te komen tot een robuuste en flexibele asielopvang. De VNG stelt zich, namens gemeenten, op het standpunt dat een Spreidingswet nodig is om structureel uit de opvangcrisis te blijven. Echter, op basis van de uitkomsten van een uitvoeringsscan en gesprekken met meer dan 60 gemeenten, concludeert de VNG in haar consultatiereactie dat de Spreidingswet, zoals deze nu voorligt, niet bijdraagt aan een duurzaam en stabiel opvanglandschap met voldoende opvangplaatsen. De kritiek van de VNG heeft met name betrekking op: - De inrichting van de verdeel- en beloningssystematiek. Deze moet worden versimpeld. Het voorstel dat er nu ligt is complex en onnavolgbaar, zorgt voor vertraging en bevordert niet de evenwichtige spreiding van de opvangplekken over gemeenten. - Het verband tussen de beoogde Spreidingswet en de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen. De Spreidingswet moet nadrukkelijk onderdeel vormen van de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen. Dat betekent dat er ruimte moet zijn voor kleinschaligheid, flexibiliteit, Pagina 2 van 4
samenhang met integratie en maatschappelijke voorzieningen en aandacht voor verschillende vormen van opvangvoorzieningen. De VNG doet aanbevelingen om te komen tot een Spreidingswet die uitlegbaar en uitvoerbaar is.2 1. Herzie de verdeel- en beloningssystematiek. 2. Maak kleinschalige opvang écht mogelijk. 3. De Spreidingswet is een lange termijnoplossing; aanvullende acties voor de korte termijn zijn ook nodig. 4. Zorg voor stabiliteit, ook bij krimp. 5. Monitoring vanaf dag één is noodzakelijk. 6. De minister van Justitie en Veiligheid krijgt te veel beslisruimte over het verdeelbesluit. 7. Betrokkenheid van medeoverheden bij uitwerking AMvB’s en aparte uitvoeringstoets zijn nodig. 8. Helderheid over de financieringssystematiek is nodig over de gehele asielopgave.3 Ook de K80, het netwerk van kleine gemeenten, heeft een reactie gezonden aan de VNG. Deze reactie klinkt door in de uiteindelijke VNG-reactie. De K80 heeft in het bijzonder aandacht gevraagd voor het bonussysteem, dat zich in het wetsvoorstel beperkt tot duurzame (lees grote) opvanglocaties. De K80 betoogt dat kleinere gemeenten vaak asielzoekers opvangen op in kleinere aantallen, op kleinere locaties. Kleinere gemeenten zijn sterk gebleken in het opvangen van gezinnen, waarbij de hele gemeenschap helpt bij het integreren en een goed leven in onze kernen.
Ook in kleinschalige opvang, dichtbij de gemeenschap wordt veel tijd en energie gestoken. Door ook een bonussysteem in te voeren voor kleinschalige opvang wordt recht gedaan aan de maatschappelijke bijdrage die onze inwoners, ondernemers en gemeentelijke organisaties leveren. 3. Gevolgen voor Rozendaal De definitieve Spreidingswet zal naar alle waarschijnlijkheid in het eerste kwartaal van 2023 van kracht worden. Ook wanneer de Spreidingswet vormen van kleinschalige opvang voor asielzoekers4 beter mogelijk maakt, blijven de mogelijkheden in Rozendaal beperkt, onder andere vanwege onze ruimtelijke kenmerken (aard van de bebouwing, grenzend aan Natura2000-terrein etc.). Het college van B&W van Rozendaal is zich bewust van de urgentie en omvang van de maatschappelijke opgave. We lopen niet weg voor onze verantwoordelijkheid, maar we lopen, gegeven onze omvang, wel snel tegen grenzen aan. In de Raadsinformatiebrief opvang ontheemden, asielzoekers en statushouders van 6 september 2022 en de mondelinge beantwoording van een rondvraag in de raadsvergadering van 1 november door de portefeuillehouder hebben we aangegeven dat we op dit moment met name inzetten op twee lijnen: 1. onderzoek naar een kleinschalige opvanglocatie voor Oekraïnse ontheemden; 2.
onderzoek naar een vorm van flexwoningen voor statushouders en andere groepen woningzoekenden (denk aan spoedzoekers, starters of studenten). We beogen u in de laatste raadsvergadering van dit jaar, op 13 december 2022, een update over deze zoeksporen te geven. Mede vanwege de Spreidingswet, maar vooral vanuit maatschappelijke verantwoordelijkheid, achten wij het van belang dat (minstens) één van deze beide zoeksporen tot 2 Zie https://vng.nl/brieven/consultatiereactie-wet-gemeentelijke-taak-mogelijk-maken-asielopvangvoorzieningen. 3 Zie https://vng.nl/nieuws/vng-kritisch-over-effectiviteit-en-uitvoerbaarheid-asielwet.
4 Kleinschalig betekent in dit geval minder dan 100 personen. Er zijn op enkele plekken in ons land inmiddels pilotprojecten
waarbij kleinere aantallen asielzoekers op een locatie opgevangen worden, bijvoorbeeld als ‘salellietlocatie’ op hooguit enkele kilometers verwijderd van een azc. Vanuit bedrijfsvoeringsaspecten (efficiency) blijft het COA primair inzetten op grote azc’s waar asielzoekers langjarig (bij voorkeur veel langer dan vijf jaar) opgevangen kunnen worden. Zie: https://www.coa.nl/nl/nieuws/spreidingswet-helpt-en-moet-op-onderdelen-beter-en-scherper.
Pagina 3 van 4
resultaat leidt. Onze inzet in het licht van de Spreidingswet zal dan gericht moeten zijn op een uitruil en/of een vorm van maatwerkafspraak, waarbij onze opgave tegen een bepaalde compensatie door een andere gemeenten wordt overgenomen. Of en hoe dit vorm kan krijgen, is op dit moment niet bekend. U wordt vanzelfsprekend geïnformeerd op het moment dat we hier meer helderheid over hebben. Het college van burgemeester en wethouders,
Kees de Haas, gemeentesecretaris a.i.
Ester Weststeijn, burgemeester
Pagina 4 van 4