Programmabegroting 2022-2025 incl corr tabellen 17-11-2021.pdf
Tekst van het document
Om het huidige (unieke) karakter van de begraafplaats te behouden gaan we het onderhoud intensiveren ondergronds bemesten waardoor de levensduur van bomen wordt verlengd en de noodzakelijke nieuwe aanplant beter kan groeien. Bovendien vindt onderhoud van de paden plaats, zodat deze begaanbaar blijven en beter bestand zijn tegen heftige regenbuien. Wat mag het kosten? Voor de digitale module die noodzakelijk is voor de ontsluiting van de informatie worden geen aanvullende kosten verwacht. De hiervoor al in het verleden aangegane verplichtingen zijn geboekt onder programma 0 (Burgerzaken). Het geïntensiveerde onderhoud van de begraafplaats is kostenneutraal wegen financiering vanuit de Provincie. Wel wordt op basis van hogere opbrengsten van de laatste jaren de begrote opbrengst van de begraafplaats bijgesteld. Het betreft een ophoging van de geramde opbrengsten met € 13.700. Overzichtstabel mutaties t.o.v. Kadernota 2022 9.162
Cijfers primitieve begroting 2021-2024 Mutaties vastgest begr/Kadernota/turap 1: Onderzoek afval Uitvoeringsprogramma energieneutraal Onderzoek afval onttr reserve Uitvoeringsprogramma energieneutraal onttr reserve
2023 22.692
2024 31.253
2025 25.986
-26.400 -120.000 26.400 120.000
Stand Kadernota
9.162
22.692
31.253
25.986
Verschil Kadernota - begroting
27.597
22.410
8.535
68.297
-8.500 -3.000 13.000
-8.500 -3.000 13.000
-8.500 -3.000 13.000
13.700 4.000 8.397
13.700 4.000 3.210
13.700 4.000 -10.665
-8.500 -3.000 13.000 50.000 13.700 4.000 -903
Verklaring: Meerkosten afvalinzameling/verwerking Kosten Wvggz en VGGM (extra taak, correctie; CONRAD) Hogere opbrengst afvalstoffenheffing Lagere storting voorziening cf GRP Hogere opbrengst begraafplaats Lagere kosten ongediertebestrijding Overige mutaties
43
Nadere toelichting: Kosten Wvggz Deze nieuwe taak (wet verplichte geestelijke gezondheidzorg) zorgt voor extra kosten die bij deze in onze begroting zijn verwerkt. Storting voorziening riool De storting in de voorziening voor riolering is het laatste jaar aanmerkelijk lager. In de loop van 2022 zal een nieuw GRP worden aangeboden aan de raad. Lagere kosten ongediertebestrijding Na een jarenlange stijging van de kosten is nu een dalende trend te ontdekken in deze kosten. Deze trend is in de begroting verwerkt.
7.3 Financiële consolidatie Werkelijk 2020
Begroot 2021
Begroot 2022
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
Baten 7.1 Volksgezondheid 7.2 Riolering 7.3 Afval 7.4 Milieubeheer 7.5 Begraafplaatsen en crematoria totaal baten
0 158.010 178.965 26.207 95.570 458.752
0 158.215 187.139 0 66.500 411.854
10.000 159.975 202.569 0 80.000 452.544
10.000 159.975 205.623 0 81.200 456.798
0 159.975 208.719 0 82.400 451.094
0 159.975 211.858 0 83.600 455.433
Lasten 7.1 Volksgezondheid 7.2 Riolering 7.3 Afval 7.4 Milieubeheer 7.5 Begraafplaatsen en crematoria totaal lasten
55.329 121.644 204.835 253.851 18.938 654.597
53.220 143.520 150.870 51.500 21.193 420.303
67.500 135.763 188.000 170.000 21.255 582.518
68.350 127.383 164.120 50.750 21.296 431.899
59.200 132.678 166.640 51.500 21.491 431.509
60.050 78.188 169.160 52.250 21.706 381.354
Saldo van baten en lasten
-195.845
-8.449
-129.974
24.899
19.585
74.079
0.10 Mutaties reserves (onttrekking) 0.10 Mutaties reserves (toevoeging) Saldo toevoegingen en onttrekkingen
214.849 0 214.849
17.611 0 17.611
166.733 0 166.733
20.204 0 20.204
20.204 0 20.204
20.204 0 20.204
Geraamd resultaat
19.004
9.162
36.759
45.103
39.789
94.283
44
Programma 8: Volkshuisvesting, ruimtelijke ontwikkeling en stedelijke vernieuwing 8.1 Reguliere aanpak Wat willen we bereiken? Binnen dit programma geven we allereerst uitvoering aan wettelijke verplichtingen op het terrein van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening, zoals de Woningwet en de Wabo. Het betreft daarbij bijvoorbeeld de processen van het vergunningverlening en de planvorming. Rozendaal een prettig woon- en leefklimaat. Het beleid en de uitvoering door bijvoorbeeld het verstrekken van omgevingsvergunningen is erop gericht om dat prettige woon- en leefklimaat te behouden. Dit programma spreekt zich uit over ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Rozendaal. Het ruimtelijk beleid richt zich op coördinatie van de activiteiten van het gemeentelijk bestuur met inachtneming van de aanwezige kwaliteiten in zowel het groen als de (historische) bebouwing. Wat gaan we daarvoor doen? We borgen gedegen vergunningverlening, toezicht en handhaving. Hiertoe werken we samen met onder meer de gemeente Rheden als het gaat om bouwtoezicht. De Omgevingsdienst Arnhem (ODRA) is verder een heel belangrijke partner vanwege de werkzaamheden op met name het milieuterrein die deze gemeenschappelijke regeling voor Rozendaal uitvoert.
Op het vlak van volkshuisvesting, maar breder ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen is samenwerking in de regio, vooral in de Groene Metropoolregio een zeer belangrijk onderdeel van de reguliere aanpak binnen dit programma. We werken – ook in regionaal verband – onder meer aan de volgende opgaven: In de regio’s Arnhem-Nijmegen en Foodvalley (gezamenlijk de Groene Metropool) ligt voor de komende jaren een enorme bouwopgave. Hierbij heeft de regio zichzelf als doel gesteld om de invulling van deze opgave zó vorm te geven dat het meerwaarde oplevert voor alle inwoners. Om deze opgave in goede banen te leiden is de verstedelijkingsstrategie opgesteld. Deze verstedelijkingsstrategie is onderdeel van de opgave Groene Groei opgave van de agenda van de Groene Metropoolregio. De strategie die is ontwikkeld laat zien wat het kostbare groene raamwerk van de regio is: de landschappen, de fijne uitloopgebieden en de groene dorpen en steden. De Verstedelijkingsstrategie is van een hoog abstractieniveau en raakt Rozendaal in dit stadium nauwelijks, de verdere uitwerking van de strategie wordt nauwgezet in de gaten gehouden. In aanvulling hierop wordt met de gemeenten Arnhem, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum en Rheden op het gebied van wonen (sub)regionaal afgestemd, dit is een voorwaarde bij het toevoegen van nieuwe woningbouwplannen.
In 2021 is er binnen de subregio een nieuwe subregionale Woonagenda vastgesteld. Met de realisatie van de woningen op de Del en Steenhoek, voldoet Rozendaal voorlopig aan de regionale opgave. Binnen dit programma vallen ook de activiteiten en kosten tot uitdrukking die voortvloeien uit een actieve grondexploitatie. In Rozendaal betreft dat De Del. We voeren een passief grondbeleid. Voor de locatie de Del wordt sinds 2013 jaarlijks een grondexploitatie vastgesteld. Op 23 maart 2021 is de grondexploitatie de Del vastgesteld met een bijgesteld geprognotiseerd eindresultaat van 4,43 miljoen euro. Op basis van de planning in de grondexploitatie wordt naar verwachting de laatste kavel nog in 2021 verkocht en levert. In het eerste kwart van 2022 zal de exploitatie De Del worden afgesloten en eventueel noodzakelijke besluitvorming worden voorbereid. Voor 2022 en verder verwachten we geen kosten en opbrengsten meer uit de grondexploitatie. Wat mag het kosten? Bovenstaande aanpak past binnen de al begrote financiële kaders.
45
8.2 Nieuwe ontwikkelingen De volgende ontwikkelingen vragen in 2022 in het bijzonder aandacht. Ruimtelijke ontwikkeling Wat willen we bereiken? Voorbereiding op en implementatie van de Omgevingswet. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is beoogd per juli 2022. Het betreft een bijzonder omvangrijke operatie. Eind 2021 wordt duidelijk of deze datum ook haalbaar is. De Omgevingswet vereist dat de gemeente optreedt als één overheid en zorgdraagt voor een inhoudelijk integrale afweging met alle betrokken overheden. Samenwerking met verschillende ketenpartners zoals provincie en ODRA is hierin essentieel en deze samenwerking wordt in 2022 voortgezet. Wat gaan we daarvoor doen? Om de Omgevingswet tijdig te implementeren werken we eraan om: 1. Het beleidsinstrumentarium (omgevingsvisie, programma’s en omgevingsplan) conform de wet vorm te geven. Daarbij zal ook aandacht moeten zijn voor een veranderde verhouding overheid-burger leidend tot nieuw inspraakbeleid en participatieprocessen; 2. De processen voor het afhandelen van initiatieven, conform de nieuwe wettelijke standaarden te brengen. Een belangrijk aspect daarvan is de aanpak voor het digital stelsel Omgevingswet (DSO). Voor de concrete aanpak die we hanteren om in het gewenste tempo de Omgevingswet te implementeren wordt verwezen naar eerdere raadsbesluitvorming hieromtrent en de raadsinformatiebrief van september 2021.
Gelijktijdig met de Omgevingswet is ook de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) voorzien. Onder de Wkb blijft de gemeente verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en omgevingsveiligheid. De vergunninghouder legt onder de Wkb inhoudelijk verantwoording af aan het bevoegd gezag (gemeente) voor de start van de bouw. Het bevoegd gezag beoordeeld de aangeleverde gegevens bij het uitvoeren van de toezichthoudende en eventueel handhavende taak. Doordat de toezichthoudende taak voor de gemeente Rozendaal door de toezichthouders van de gemeente Rheden wordt uitgevoerd wordt de invoering van de Wkb in samenwerking met Rheden voorbereid. Wat mag het kosten? We voorzien bij de vergunningverlening een toename in opbrengsten door leges en een afname in kosten voor de behandeling. Deze toename is ook verdisconteerd met de toename op grond van de bouw op De Del een positieve ontwikkeling laat zien. Op basis daarvan begroten we voor de komende jaren €2.300 minder aan kosten en €29.000 meer jaarlijks aan opbrengsten. Zowel voor de Omgevingswet, als voor de Wet kwaliteitsborging geldt dat nog onduidelijk is of en in hoeverre het Rijk gaat bijdragen in implementatie- en uitvoeringskosten. Ten aanzien van de aanpak Omgevingswet is in de Kadernota is al een bedrag van €15.000 gereserveerd voor de eerste onvermijdelijk kosten in 2022.
Het gaat daarbij om: o omgang met de zogenoemde bruidsschat o het opstellen van toepasbare regels, en o het ontwikkelen van VTH-beleid. Ten aanzien van de Wet kwaliteitsborging is nog geen indicatie te geven van de kosten. Planschade Wat willen we bereiken? De behandeling van planschadeverzoeken behoort tot het reguliere werk (en capaciteit) binnen dit programma. Op het moment dat een bestemmingsplan een verandering in de bouw- of gebruiksmogelijkheden met zich meebrengt kan er planschade ontstaan. Als inwoners schade ondervinden door noodzakelijk geachte planvorming kan er sprake zijn van een recht op schadevergoeding. We werken aan een gedegen en integere afwikkeling van de eventuele planschadeprocedures.
46
Wat gaan we daarvoor doen? De herziening van het bestemmingsplan die de bouw van IKC Dorpsschool Rozendaal planologisch mogelijk maakt is aanleiding geweest voor een aantal omwonenden om een verzoek om planschade in te dienen. Deze verzoeken worden op grond van de procedureverordening voor advisering tegemoetkoming planschade afgehandeld. Op grond van de concept-adviezen onafhankelijke advisering lijkt planschade aan de orde als gevolg van planvorming van de IKC Dorpsschool. In het restant van 2021 en in de loop van 2022 zal inzet nodig zijn op de afwikkeling van de planschadeprocedures. Waar nodig zal externe ondersteuning worden ingezet. Wat mag het kosten? De planschade die het gevolg is van de bouw van de IKC Dorpsschool Rozendaal wordt in lijn met de daarvoor gestelde kaders uitgekeerd. Op het moment van schrijven is nog onduidelijk wat de definitieve hoogte van de planschade is en wanneer deze definitief wordt vastgesteld. Dit is mede afhankelijk van juridische procedures. Kosten voor de eventueel te vergoeden planschade en daarbij horende kosten voor onder meer juridische ondersteuning worden in lijn met staande kaders gedekt uit de algemene reserve.
Basisregistraties ruimtelijk domein Wat willen we bereiken? Dit deel van het programma ziet toe dat gemeenten een aantal basisgegevens over gebouwen en adressen (BAG) en de basisregistraties grootschalige topografie (BGT) waarin op een eenduidige manier de ligging van alle fysieke objecten zoals gebouwen, wegen, water en terreinen is geregistreerd. Daarmee zijn de gegevens toegankelijke voor derden en deels via een landelijke voorziening) voor andere ketenpartners zoals het Kadaster. Als opdrachtgever en in samenwerking met ketenpartners worden ontwikkelingen, bijvoorbeeld op basis van omgevingsvergunningen of feitelijke ontwikkelingen in de openbare ruimte bijgehouden. Rozendaal organiseert de uitvoering van deze taken al vele jaren door middel van dienstverlening vanuit Rheden. De Rhedense dienstverlening is per 2021 feitelijk overgenomen door De Connectie. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de juistheid, volledigheid en tijdigheid van deze registraties. Dit is een wettelijke taak. De inzet binnen dit programmaonderdeel is erop gericht om deze wettelijke verplichting op een voor Rozendaal passende wijze te organiseren. Wat gaan we daarvoor doen? Doordat de taken per 2021 uitgevoerd worden met ondersteuning van Connectie zijn hierover in 2021 ook nadere afspraken gemaakt met De Connectie.
Deze afspraken betreffen de dienstverlening ten aanzien van de genoemde basisregistraties (BAGF/BGT), alsook ten aanzien van een aantal nieuwe zaken. Het betreft daarbij het gegevensbeheer van WOZ-objecten en de registraties die nodig zijn voor de nieuwe wettelijke verplichting uit hoofde van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen (Wkpb). Het gaat in dat laatste geval om administratie van beperkingen die we als gemeente opleggen bij gebouwen, bijvoorbeeld door deze aan te wijzen als monument. Aanscherping van de afspraken ten opzichte van de oude samenwerking met Rheden was ook gewenst vanuit het oogpunt van informatieveiligheid en privacy. Wat mag het kosten? Bovenstaande heeft geleid tot een significante kostentoename voor de uitoefening van de basisregistraties door De Connectie in vergelijking met de uitvoering door Rheden. Het betreft een toename van € 26.000. Deze toename laat zich deels verklaren doordat Rheden onderdelen van de dienstverlening in het verleden niet volledig doorbelaste aan Rozendaal. Maar ook doordat er met deze nieuwe inrichting een aantal nieuwe taken bij De Connectie zijn belegd. Het betreft daarbij de verplichte Wkpb, WOZ-gegevensbeheer en afspraken in het kader van informatieveiligheid en privacy (rapportageverplichtingen).
Deze kostentoename wordt als reëel gezien en als onvermijdelijk, omdat er geen alternatief bestaat voor de inrichting van deze werkzaamheden.
47
Overzichtstabel mutaties t.o.v. Kadernota Cijfers primitieve begroting 2021-2024 Mutaties vastgest begr/Kadernota/turap 1: omgevingswet omgevingswet onttrekking reserve Stand Kadernota Verschil Kadernota - begroting Verklaring: index Kosten Basisregistraties ruimtelijk domein Lagere kosten bouwvergunningen Lagere opbrengst bouwvergunningen Overige mutaties
2022 14.560
2023 -10.100
2024 -9.760
2025 -9.415
-15.000 15.000 14.560 -34.540
0 0 -10.100 -15.770
0 0 -9.760 -22.000
0 0 -9.415 -23.235
-26.500 2.300 -10.000 -340
-26.500 2.300 0 8.430
-26.500 2.300 0 2.200
-26.500 2.300 0 965
Nadere toelichting: De post omgevingsvergunningen bouwen is op basis van de cijfers van de laatste jaren bijgesteld. Voor de opbrengst bouwvergunningen is een doorkijkje gemaakt wat tot een aframing van de opbrengsten leidt in het eerste jaar.
8.3 Financiële consolidatie Werkelijk 2020 Baten 8.1 Ruimtelijke Ordening 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) 8.3 Wonen en bouwen totaal baten
Begroot 2021
Begroot 2022
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
0
0
0
0
0
0
1.075.517 64.833 1.140.350
160.020 61.500 221.520
0 50.000 50.000
0 45.000 45.000
0 40.000 40.000
0 40.000 40.000
Lasten 8.1 Ruimtelijke Ordening 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) 8.3 Wonen en bouwen totaal lasten
40.937
14.230
24.860
9.890
9.920
9.950
600.308 31.514 672.759
160.020 36.110 210.360
0 60.120 84.980
0 60.980 70.870
0 61.840 71.760
0 62.700 72.650
Saldo van baten en lasten 0.10 Mutaties reserves (onttrekking) 0.10 Mutaties reserves (toevoeging) Saldo toevoegingen en onttrekkingen Geraamd resultaat
467.591 29.711 0 29.711 497.302
11.160 3.400 0 3.400 14.560
-34.980 15.000 0 15.000 -19.980
-25.870 0 0 0 -25.870
-31.760 0 0 0 -31.760
-32.650 0 0 0 -32.650
48
Bijlage wettelijke beleidsindicatoren Per programma worden de verplicht voorgeschreven beleidsindicatoren opgenomen. Om deze iets meer in perspectief te plaatsen is ook de indicator zoals die in de begroting van 2020 was opgenomen weergegeven en het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners.
Programma 0 Bestuur en ondersteuning Begroting Rozendaal 2022
Indicator Formatie (fte per 1.000 inwoners) Bezetting (fte per 1.000 inwoners) Apparaatskosten (€ per inwoner) Externe inhuur (% van de totale loonsom) Externe inhuur (de totale kosten inhuur externen) Overhead (% van totale lasten)
Begroting Rozendaal 2021
7 7 921 13% 111.596 35%
8 7,3 889 18% 148.986 35%
Toelichting: Voor deze indicatoren zijn geen landelijke cijfers bekend. Een vergelijking met bijvoorbeeld gemeenten < 25.000 is dan ook niet op basis van deze informatie te maken. Programma 1 Veiligheid De landelijk beschikbare informatie onderschrijft het beeld van Rozendaal als zeer veilige gemeente. Van het relatief hoge aantal inbraken per 1000 woningen was in 2021 geen sprake, zo
Indicator Verwijzingen Halt, per 1.000 jongeren Winkeldiefstallen, per 1.000 inwoners Geweldsmisdrijven, per 1.000 inwoners Diefstallen uit woning, per 1.000 inwoners Vernielingen/beschadigingen openbare ruimte per 1.000
Cijfers zoals bekend bij begr 2022 Rozendaal
Cijfers zoals bekend in Q3 2020 < 25.000 inw
6 0 0 2,9 2,9
10 0,7 2,6 1,5 4,5
peiljaar 2020 2020 2020 2020 2020
Toelichting: In de door het CBS aangeleverde data zijn geen recentere cijfers beschikbaar dan tot 2020. Programma 2 Er zijn geen voorgeschreven beleidsindicatoren die betrekking hebben op dit programma.
49
Programma 3 Indicator
Functiemenging (%, peiljaar 2020) Vestigingen (bedrijven, per 1.000 inwoners van 15 t/m 64 jaar, peiljaar 2020)
Cijfers voor Rozendaal
Cijfers voor gemeenten < 25.000 inw
37,1% 189.7
48,6% 165,4
Toelichting: De functiemengingsindex (FMI) weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen, en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen. Het relatief hoge aantal vestigingen wordt beïnvloed door het hoge aantal zzp’ers dat Rozendaal rijk is.
Programma 4 Cijfer voor Rozendaal
Indicator
Absoluut verzuim (aantal per 1.000 leerlingen) Relatief verzuim (aantal per 1.000 leerlingen) Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv’er), in % deelnemers aan het VO en MBO-onderwijs
Cijfer voor < 25.000 inw peiljaar
0 30
1,1 19
2018 2019
0,6
1,3
2020
Cijfer voor Rozendaal
Cijfers < 25.000 inw
37,3%
50,5%
Programma 5 Indicator
Niet-wekelijkse sporters (% van bevolking 19jr en ouder)
peiljaar 2020
Programma 6 Cijfer Indicator
voor Rozendaal
Banen (aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 t/m 64 jaar) Jongeren met een delict voor de rechter (%) 50
400,7 1
Cijfers < 25.000 inw peiljaar
666,3 1
2020 2015
Kinderen in uitkeringsgezin (% kinderen tot 18 jaar) Netto arbeidsparticipatie (% werkzame beroepsbev t.o.v. totaal) Werkloze jongeren (% 16 t/m 22-jarigen) Personen met een bijstandsuitkering (aantal per 10.000 inwoners) Lopende re-integratievoorz (per 10.000 inwoners van 15 t/m 64 jaar) Jongeren met jeugdhulp (% van alle jongeren tot 18 jaar) Jongeren met jeugdbescherming (% van alle jongeren tot 18 jaar) Jongeren met jeugdreclassering (% van alle jongeren van 12 tot 23 jaar) Cliënten met een maatwerkarrangement WMO (per 10.000 inwoners)
0 70,5% 0 152,6 0 10,2 x x 260
3 69,3% 1 262,8 148,9 10,6 1,1 0,4% 624
2015 2020 2015 2020 2020 2020 2020 2020 2020
Toelichting: Bij het CBS zijn geen aantallen bekend voor jongeren met een jeugdbeschermingstraject. Voor Rozendaal geldt dat over 2020 (peildatum), geen sprake was van inzet van Jeugdbescherming. Voor 2022 zal dit mogelijk wel het geval zijn. Eventuele meerkosten hiervoor worden gedekt uit de algemene reserve.
Programma 7
Cijfer voor
Indicator
Omvang huishoudelijk restafval (kg/inwoner) Hernieuwbare elektriciteit (%)
Peiljaar
Rozendaal
Cijfers voor < 25.000 inw
145 9,7
126 x
2019 2019
Programma 8 Indicator
Gemiddelde WOZ-waarde (x € 1.000) Nieuwgebouwde woningen (aantal per 1.000 woningen) Demografische druk (%) Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden (€) Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden (€)
Cijfer voor Rozendaal
Cijfers voor < 25.000 inw Cijfers
Peiljaar
536 8,8 98,4 1.005 1.036
312 9,6 79,6 x x
2020 2020 2021 2021 2021
Toelichting: de term demografische druk geeft uitdrukking aan het percentage relatief jongere (0-20 jaar) en oudere (65+) dat woonachtig is in de gemeente. Bij het CBS zijn geen cijfers bekend over de gemeentelijke woonlasten over peiljaar 2021.
51
Financieel meerjarig perspectief
52
Recapitulatiestaat en overzicht Algemene dekkingsmiddelen Onderstaand overzicht bevat de totalen zoals deze in de afzonderlijke programma’s zijn opgenomen. Het betreft dan per programma zowel de baten en de lasten, als de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Programma Baten Bestuur en ondersteuning Veiligheid Verkeer en vervoer Economie Onderwijs Sport, cultuur en recreatie Sociaal domein Volksgezondheid en milieu VHROSV subtotaal baten programma's Onttrekkingen aan reserves Bestuur en ondersteuning Veiligheid Verkeer en vervoer Economie Onderwijs Sport, cultuur en recreatie Sociaal domein Volksgezondheid en milieu VHROSV subtotaal onttrekkingen Lasten Bestuur en ondersteuning Veiligheid Verkeer en vervoer Economie Onderwijs Sport, cultuur en recreatie Sociaal domein Volksgezondheid en milieu VHROSV subtotaal lasten programma's Toevoegingen aan reserves Bestuur en ondersteuning Veiligheid Verkeer en vervoer Economie Onderwijs Sport, cultuur en recreatie Sociaal domein Volksgezondheid en milieu VHROSV subtotaal toevoegingen Saldo baten en lasten Saldo onttrekkingen en toevoegingen Totaal saldo
Werkelijk 2020
Begroot 2021
Begroot 2022
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
3.385.632 6.019 775 0 25.116 10.000 549.653 458.752 1.140.350 5.576.297
3.250.895 1.000 0 0 27.100 0 61.000 411.854 221.520 3.973.369
3.505.786 1.200 0 0 189.541 10.000 53.000 452.544 50.000 4.262.071
3.533.934 1.215 0 0 76.161 0 51.300 456.798 45.000 4.164.407
3.629.950 1.230 0 0 26.780 0 51.100 451.094 40.000 4.200.153
3.736.445 1.245 0 0 27.200 0 51.870 455.433 40.000 4.312.193
138.958 0 101.062 0 152.530 1.608 0 214.849 29.711 638.718
24.456 0 17.739 6.000 111.267 4.592 215.500 17.611 3.400 400.565
28.589 0 16.175 0 111.791 2.092 7.000 166.733 15.000 347.379
27.816 0 16.175 0 111.791 2.092 6.500 20.204 0 184.578
27.286 0 16.175 0 111.791 2.092 2.000 20.204 0 179.548
27.207 0 16.175 0 111.791 2.092 0 20.204 0 177.468
2.134.960 95.180 204.781 2.166 483.728 155.864 1.136.357 654.597 672.759 5.540.392
1.931.520 94.030 129.801 9.650 523.710 156.587 862.054 420.303 210.360 4.338.014
2.153.501 108.185 132.253 3.700 691.641 163.517 627.679 582.518 84.980 4.547.973
2.201.063 116.340 136.163 3.750 584.234 140.532 635.236 431.899 70.870 4.320.087
2.246.811 124.495 138.198 3.800 541.469 142.562 639.036 431.509 71.760 4.339.640
2.282.412 171.170 139.483 3.850 551.110 144.607 645.041 381.354 72.650 4.391.676
49.521 0 3.221 0 44.000 0 0 0 0 96.742
6.686 0 3.221 0 0 0 0 0 0 9.907
6.686 0 3.221 0 0 0 0 0 0 9.907
6.686 0 3.221 0 0 0 0 0 0 9.907
6.686 0 3.221 0 0 0 0 0 0 9.907
6.686 0 3.221 0 0 0 0 0 0 9.907
35.905
-364.645
-285.902
-155.679
-139.486
-79.482
541.976 577.881
390.658 26.013
337.472 51.570
174.671 18.991
169.641 30.155
167.561 88.079
53
Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Met de begrotingscirculaire 2019 heeft de provincie voor gemeenten een eenduidige opzet geadviseerd ten aanzien ervan het structurele begrotingssaldo. Met ingang van de begroting 2019 treft u deze hierbij aan. Op basis van het structurele begrotingssaldo komt de provincie tot haar oordeel over repressief dan wel preventief financieel toezicht. Het verschil met het “reguliere” begrotingssaldo komt tot uitdrukking door de incidentele lasten en baten buiten beschouwing te laten. Saldo 2022
Saldo 2023
Saldo 2024
Saldo 2025
Bestuur en ondersteuning Veiligheid Verkeer en vervoer Economie Onderwijs Sport, cultuur en recreatie Sociaal domein Volksgezondheid en milieu VHROSV
-443.690 -455.861 -451.271 -460.416 -106.985 -115.125 -123.265 -169.925 -132.253 -136.163 -138.198 -139.483 -3.700 -3.750 -3.800 -3.850 -502.100 -508.073 -514.689 -523.910 -153.517 -140.532 -142.562 -144.607 -574.679 -583.936 -587.936 -593.171 -129.974 24.899 19.585 74.079 -34.980 -25.870 -31.760 -32.650 Totaal van de programma's 2.081.878 1.944.411 1.973.896 1.993.932
Algemene dekkingsmiddelen Vennootschapsbelasting (VPB) Overhead Onvoorzien Subtotaal programma's inclusief algemene dekkingsmiddelen, VPB, overhead en onvoorzien
3.428.849 3.456.989 3.529.254 3.633.810 0 0 0 0 1.622.873 1.658.257 1.684.844 1.709.360 -10.000 -10.000 -10.000 -10.000
-285.902
-155.679
-139.486
-79.482
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
337.472
174.671
169.641
167.561
Geraamd resultaat Incidentele baten en lasten
51.570 0
18.991 0
30.155 0
88.079 0
Structureel begrotingssaldo
51.570
18.991
30.155
88.079
2022
2023
2024
2025
51.570
18.991
30.155
88.079
Primitieve begroting
De incidentele baten en lasten (definitie = 3 jaar of korter) in de primitieve begroting heffen elkaar op waardoor het structurele begrotingssaldo dat de provincie beoordeelt in het kader van financieel toezicht gelijk is aan het geraamde resultaat.
54
Paragrafen Inleiding Naast programma’s zijn er in de begroting ook financiële paragrafen opgenomen. Waar programma’s direct gericht zijn op de burger, geven de paragrafen een dwarsdoorsnede van de financiële aspecten van de begroting, bezien vanuit een bepaald perspectief. Doel van de paragrafen is dat onderwerpen die versnipperd in de begroting staan, worden gebundeld in een overzicht, waardoor de raad een goed inzicht krijgt. Gezien de raad in een gedualiseerd stelsel kaders stelt en controleert, is het van belang dat de raad inzicht heeft in en overzicht heeft over deze onderwerpen. De raad legt in de paragrafen de beleidslijnen vast met betrekking tot de beheersmatige aspecten. Daarnaast zijn de verplichte paragrafen bedoeld om de raad en het college de financiële positie van de gemeente beter te laten beheersen. Vanaf 1 januari 2004 zijn de volgende zeven paragrafen verplicht voorgeschreven: Lokale heffingen; Weerstandsvermogen en risicobeheersing; Onderhoud kapitaalgoederen; Financiering; Bedrijfsvoering; Verbonden partijen (externe samenwerking); Grondbeleid. Daarnaast hebben wij nog een paragraaf over Informatieveiligheid opgenomen.
55
Paragraaf 1 Lokale heffingen Lokale heffingen zijn inkomsten die verkregen worden op grond van publiekrechtelijke regels, voornamelijk belastingen en leges. De belangrijkste heffingen in Rozendaal zijn de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Hieronder wordt een beeld gegeven van de tarieven en de kwijtschelding. Uitgangspunten: de tarieven voor rioolheffing moeten kostendekkend zijn; de tarieven voor afvalstoffenheffing moeten kostendekkend zijn; de OZB en overige tarieven worden in principe jaarlijks aangepast met het inflatiepercentage (2022: 1,5%). Rioolheffing Uitgangspunt is een kostendekkend tarief wat een uitvloeisel is van de in het rioleringsplan (vGRP) opgenomen kosten en investeringen. Het tarief rioolheffing wordt vastgesteld aan de hand van het laatst vastgestelde vGRP (30 oktober 2018). De uitkomsten hiervan bepalen het rioolrecht voor de komende jaren en dat is vastgesteld op € 220 voor de huidige planperiode.
Rioolheffing
2019
2020
2021
2022
€ 220,00
€ 220,00
€ 220,00
€ 220,00
Afvalstoffenheffing Uitgangspunt is een kostendekkend tarief. De kosten voor zowel inzameling als verwerking zijn de afgelopen jaren bij alle gemeenten sterk gestegen. De tariefsverhoging bedroeg vorig jaar 8%, voor 2022 blijft dit beperkt tot 2,9%. 2019
2020
2021
2022
1-2 persoonshuishouden
€ 217,00
€ 226,00
€ 244,00
€ 251,00
3 of meerpersoonshuishouden
€ 244,00
€ 255,00
€ 275,00
€ 283,00
OZB Uitgangspunt voor de tarieven OZB is toename met het inflatiepercentage van 1,5%. Daarnaast is de totale WOZwaarde gestegen door een stijging van de huizenprijzen en uitbreiding van het aantal woningen. Voor het bepalen van de nieuwe OZB-percentages is de geraamde opbrengst uit de begroting (vermeerderd met de opbrengst van extra woningen en verschuiving tussen woning en niet-woning) het uitgangspunt. De nieuwe percentages moeten om die reden allemaal worden verlaagd en zien er als volgt uit: 2019
2020
2021
2022
OZB eigenaar woningen
0,1037%
0,1000%
0,0958%
0,0885%
OZB eigenaar niet-woningen
0,1346%
0,1366%
0,1379%
0,1421%
OZB gebruiker niet-woningen
0,1082%
0,1098%
0,1109%
0,1143%
Omdat de waardering van de onroerende zaken het gehele jaar doorloopt is bovenstaande berekening een eerste indicatie van de tarieven. In december zijn, bij het vaststellen van de verschillende belastingverordeningen, de definitieve tarieven bekend.
56
De bijbehorende opbrengst ziet er als volgt uit:
OZB eigenaar woningen OZB eigenaar niet-woningen OZB gebruiker niet-woningen
2022 391.377 42.587 35.259
Kwijtschelding Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen. Dit is het geval als aan de voorwaarden voor kwijtschelding van de invorderingswet is voldaan. Lastendruk Door bovenstaande tariefswijzigingen zal de belastingdruk voor de inwoners van Rozendaal voor een gemiddeld gezin stijgen met 1,2%. Overige belastingen en leges Hieronder vallen bijvoorbeeld: producten van burgerzaken; vergunningen; grafrechten. In principe worden alle tarieven aangepast met de inflatiecorrectie, voor 2022 bedraagt deze 1,5%. Ook wordt, indien mogelijk, aansluiting gezocht met de tarieven van buurgemeente Rheden. Met betrekking tot burgerzaken zijn er voor o.a. de paspoorten en rijbewijzen door het Rijk maximumtarieven vastgesteld. Deze wijken daarom af van de basisregel dat inflatiecorrectie wordt toegepast. Kostendekkendheid tarieven In onderstaande tabel is het kostendekkingspercentage van de afzonderlijke producten en het geheel opgenomen: Soort leges
Burgerlijke stand Huwelijken APV-vergunningen Reinigingsrecht Rioolrecht Grafleges/rechten Omgevingsvergunning bouwen* Totaal
Kosten incl. Geraamde Dekkingsoverhead en opbrengst percentage btw 32.326 5.650 17% 23.084 20.000 87% 5.961 1.000 17% 188.590 188.569 100% 157.560 159.975 102% 84.437 80.000 95% 43.504 50.000 115% 535.463 505.194 94%
Rioolrecht Door schommelingen in kosten heeft het kostendekkingspercentage jaarlijks een lichte afwijking van 100%. Over elke planperiode komt dit jaarlijkse gemiddeld uit op 100%. Omdat de afwijkingen (zowel begroting als jaarrekening) gering zijn, worden deze verrekend met het exploitatiesaldo. Door de kleine schaal van Rozendaal is een aantal leges c.q. producten niet kostendekkend te krijgen. 57
Voor rijbewijzen en reisdocumenten gelden voorgeschreven maximumtarieven terwijl de vaste kosten relatief hoog zijn. Voor overige vergunningen (waaronder APV) en producten is de legesplicht vorig jaar gedeeltelijk afgeschaft omdat de kosten die met de heffing en invordering daarvan te maken hebben hoger zijn dan de (reëel in rekening te brengen) opbrengsten. Dit geldt niet voor rioolrecht, afvalstoffenheffing en in mindere mate de grafleges/rechten en omgevingsvergunningen. De wijze van kostentoerekening is opgenomen in de financiële verordening die door de raad is vastgesteld.
58
Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen geeft antwoord op de vraag in hoeverre een gemeente in staat is om niet afgedekte risico’s op te vangen met gereserveerde financiële middelen (weerstandscapaciteit). Voldoende weerstandsvermogen zorgt ervoor dat de uitvoering van taken en het voorzieningenniveau bij financiële tegenslagen gegarandeerd blijven. Voldoende weerstandsvermogen gaat over twee vragen: 1. Welke risico’s lopen we? 2. Wat is de beschikbare weerstandscapaciteit? Risico’s Een risico is de kans op het optreden van een gebeurtenis met een negatief gevolg voor de gemeente. Een gemeente loopt tal van risico’s die we in meer of mindere mate kunnen inschatten en beheersen. Gemeentelijke risico’s kunnen voortkomen uit de politiek, de aansprakelijkheid, de strategie, financiële samenwerking, het bedrijfsproces en het milieu. Daarnaast zijn zaken als verbonden partijen, openeinderegelingen en grondexploitaties bekende onderwerpen waar de gemeente belangrijke risico’s loopt. Risicoprofiel Er zijn meer methoden om een gekwantificeerd risicoprofiel op te stellen, uiteenlopend van meer wetenschappelijke methoden tot meer praktische modellen. Voor alle methoden geldt dat ze geen 100% garantie bieden op volledigheid. Het gaat er immers om risico’s zo goed mogelijk te benoemen waar nog niet op één of andere manier in is voorzien.
De eigenschap van een risico is echter dat men niet weet wat, wanneer of hoe het zich aandient. Voor deze paragraaf kiezen we voor een pragmatische aanpak. Basis voor het risicoprofiel is een organisatiebrede inventarisatie van risico’s die twee maal per jaar plaatsvindt (begroting en rekening). Deze hebben we zo goed mogelijk gekwantificeerd en voorzien van een risicoscore (kans x impact), op basis van de volgende tabellen. Kans Gering (minder dan 1 x per 4 jaar) Gemiddeld (ongeveer 1 x per 4 jaar) Hoog (minimaal 1 x per jaar)
Score 1 3 5
Financieel gevolg Score Gering (< 0,1% omzet = < € 5.000 1 Beperkt (> 0,1% omzet < 0,5 % omzet = tussen € 2 5.000 en € 25.000) Groot (> 0,5 % omzet = > € 25.000) 3 Omzet: lasten programma’s Rozendaal (begroting 2022: afgerond € 4,6 miljoen) De risicoscore komt tot stand door de kans te vermenigvuldigen met de impact. Hoe hoger de score hoe groter het risico. De uitkomst zetten we af tegen de volgende tabel: Ranking Scores >= 10 5 < Scores < 10 Scores < 5
Gevolg Hoog risico. Als het een financieel risico betreft dient weerstandsvermogen aanwezig te zijn. Beperkt risico. Als het een structureel financieel risico betreft wordt deze voor 25% meegeteld voor het aanhouden van een weerstandsvermogen (spreiding over 4 jaar). Een incidenteel risico wordt voor 50% meegenomen. Gering risico. Voor zover het financiële gevolgen betreft worden die geacht binnen de reguliere bedrijfsvoering gedragen te kunnen worden.
De risicoscore houdt ook rekening met het feit dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen. Wanneer hiermee geen rekening wordt gehouden is de kans groot dat een behoorlijk deel van het vermogen (ofwel algemene reserve) onnodig geblokkeerd wordt.
59
Structureel of incidenteel Van belang is onderscheid te maken tussen risico’s met structurele en incidentele effecten, in het profiel is dit onderscheid ook aangebracht. Risico’s met structurele effecten hangen meestal samen met de bedrijfsvoering zoals rente of hogere kosten vanwege een hoger aantal bijstandontvangers. Wanneer dit soort risico’s zich voordoen dienen ook structurele maatregelen genomen te worden door ze mee te nemen in het financieel meerjarig perspectief. Het kan zijn dat het perspectief hiervoor op korte termijn geen ruimte biedt en dat moet worden omgebogen binnen de begroting. Om die reden wordt het risico voor 100% meegenomen wanneer het hoog is en voor 25% wanneer het beperkt is om het eerste jaar eventueel te overbruggen met behulp van het weerstandsvermogen. Wanneer zich een incidenteel risico voordoet dient deze in principe ineens ten laste van de weerstandscapaciteit gebracht te worden, wanneer deze niet kan worden opgevangen in het rekeningresultaat. Weerstandscapaciteit Voor een oordeel over ons weerstandsvermogen is naast het risicoprofiel ook een inschatting van onze weerstandscapaciteit nodig. Ook hierbij wordt in principe onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele middelen. Bronnen van weerstandscapaciteit zijn de algemene reserve, vrij aanwendbare bestemmingsreserves, de onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorziene uitgaven.
Stille reserves kunnen hierbij ook een rol spelen. Het betreft eigendommen die lager zijn gewaardeerd (boekwaarde) dan de waarde in het economisch verkeer (bij gebouwen is uitgegaan van de WOZ-waarde). Omdat deze niet onmiddellijk in een feitelijk dekkingsmiddel kunnen worden omgezet, laten we deze voortaan bij de berekening van de weerstandscapaciteit buiten beschouwing. We benoemen deze wel zoals voorheen. Omschrijving Kerklaan 1 en 3 Werf Obligaties Totaal
Boekwaarde 31-12-2020
Economische/ woz-waarde
Stille reserve
0 0 142.941
1.402.000 146.000 161.187
1.402.000 146.000 18.246 1.566.246
Structureel Dit wordt vooral gevormd door de onbenutte belastingcapaciteit (en dan vooral OZB aangezien er al voor 100% dekking is gekozen voor afval en riool) en het bedrag voor onvoorzien. De onbenutte belastingcapaciteit kan berekend worden door aansluiting te zoeken bij artikel 12 van de financiële verhoudingswet. Artikel 12 Bij een eventuele ‘artikel 12-aanvraag’ geldt ook een normtarief voor de OZB als één van de toelatingseisen. In dat geval dient een gemeente minimaal 20% meer OZB te heffen dan het landelijk gemiddelde. Op basis van die norm bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit voor de gemeente Rozendaal ongeveer € 275.000. Echter, de feitelijke hoogte van de onbenutte belastingcapaciteit (met uitzondering van een artikel 12-aanvraag) is vooral een politieke keuze. Op basis van het gewenste financiële beleid is er feitelijk geen onbenutte belastingcapaciteit, uitgezonderd een inflatieverhoging. Om die reden is in onderstaand overzicht alleen € 10.000 voor onvoorziene uitgaven opgenomen voor de structurele weerstandscapaciteit. Incidenteel De incidentele weerstandscapaciteit wordt bepaald door de som van alle reserves waaraan nog geen specifieke bestemming is gegeven en eventuele bestemmingsreserves zonder concrete verplichting die daardoor herbestemd kunnen worden. Voor de berekening van de weerstandscapaciteit beperken we ons tot de algemene reserve.
De overige reserves hebben in principe allemaal een bestemming waarvan het niet wenselijk is om deze opnieuw te bestemmen. Het genoemde bedrag betreft de geraamde stand per 1-1-2021.
60
Structureel Onbenutte belastingcapaciteit Onvoorzien (gemiddeld obv meerjarenbegroting)
0 10.000
subtotaal structureel
10.000
Incidenteel Algemene reserve
3.506.238
Totale weerstandscapaciteit
3.516.238
Risicoprofiel
Bedrag
Ris ico sco re %
2
15.000
6
25%
3.750
3
2
15.000
6
25%
3.750
3
3
40.000
9
25%
10.000
3
3
20.000
9
25%
5.000
3
3 100.000
9
25%
25.000
1
1
0
1
0%
0
1
1
0
1
0%
0
3
3
50.000
9
25%
12.500
3
2
20.000
6
25%
5.000
1
3
50.000
3
0%
0
2
3
50.000
6
25%
12.500
Onderwerp Risico/oorzaak Openeinderegel ingen
Beheersmaatregel
WWB
Meer aanvragen
3
WMO
Meer aanvragen
Jeugdzorg
Meer aanvragen
Geen, conjunctuurgevoelig Geen, wel optie om beleid aan te passen Geen, wel optie om beleid (gedeeltelijk) aan te passen Geen
Geen
Leerlingenvervo Meer aanvragen er Overige risico's met structureel effect Algemene Samen trap af uitkering Renterisico Schommelingen op de geld(uitgaven) en kapitaalmarkt
Op dit moment geen lening en anders wordt dit risico afgedekt via de renterisiconorm Renterisico Daling van rentevergoeding Feitelijk geen gezien de (inkomsten) over uitgezette eigen verplichting tot middelen schatkistbankieren. Momenteel lage rentevergoeding Kapitaalgoedere Onvoorzien en onverwacht Actuele beheerplannen n onderhoud aan gebouwen of en periodiek inspectie wegen Huisvesting Herverdeling Deelname aan brandweer huisvestingskosten overleggen, inspraak Kortleven Het vroegtijdig overlijden van Verzekeren danwel pensioen een (ex) bestuurder kan opvangen binnen wethouders financiele consequenties weerstandsvermogen hebben (verzekerbaar) Wachtgeldverpli Bij mutaties in het college Verzekeren danwel chtingen kunnen opvangen binnen bestuurders wachtgeldverplichtingen weerstandsvermogen ontstaan
61
K
I
Bedrag
Gemeenschapp Het algemeen bestuur kan elijke regelingen besluiten nemen met financiele consequenties waaraan de gemeente vanwege de constructie gehouden is Personeel Lastig vervulbare vacatures waardoor externe inhuur noodzakelijk is
Feitelijk niet aanwezig
5
3
30.000
15
100%
30.000
Aantrekkelijke werkgever blijven
3
3
50.000
9
25%
12.500
subtotaal structureel 120.000 Risico's met incidenteel effect Opbrengst De Stijging van de kosten in het Del plan boven de 2% Ramp c.q. groot Gemeente wordt door incident bijvoorbeeld het ministerie niet volledig gecompenseerd voor de kosten die gemaakt zijn Rechtspositionel Binnen elk bedrijf kunnen e consequenties situaties aan de orde zijn waarbij er kosten optreden voor besluiten met rechtspositionele consequenties. De gemeente is hiervoor eigen-risicodrager. Schades Schade door eigendommen van de gemeente (bijvoorbeeld door bomen)
Planschade
Niet binnen de exploitatieovereenkomst af te dekken planschaden
Strak op de planning
3
3
50.000
9
50%
25.000
Feitelijk niet aanwezig
3
3
50.000
9
50%
25.000
Voorziening voor treffen dan wel opvangen binnen weerstandsvermogen
3
3
75.000
9
50%
37.500
In principe geldt hiervoor de aansprakelijkheidsverzek ering van de gemeente, echter er is altijd een risico dat het niet past binnen de voorwaarden, bijvoorbeeld het niet uitvoeren van inspecties Feitelijk niet aanwezig
2
3
30.000
6
50%
15.000
2
3
50.000
6
50%
25.000
subtotaal incidenteel 127.500 Totaal 247.500
Weerstandsratio De confrontatie van risicoprofiel en weerstandscapaciteit is opgenomen in de volgende tabel.
Weerstandsvermogen
Beschikbaar
Benodigd
Structureel Incidenteel
A C
10.000 3.506.238
B D
120.000 127.500
Totaal
E
3.516.238
F
247.500
Structureel (A/B) Incidenteel (C/D) Totaal (E/F)
0,08 27,50 14,21
62
Ratio > 2,0 1,5 - 2,0 1,0 - 1,5 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 < 0,6
Waardering uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende
Conclusie Ten opzichte van de jaarrekening 2020 is het weerstandsvermogen iets gedaald. De weerstandsratio is onverminderd meer dan uitstekend, waarbij de stille reserves niet in de berekening zijn meegenomen. De gemeente Rozendaal is hiermee uitstekend in staat om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het voorzieningenniveau in gevaar uitkomt. Bij materiële tegenvallers van structurele aard is er zodoende ook voldoende tijd om de maatregelen in kaart te brengen die nodig zijn om een structureel evenwicht tot stand te brengen.
63
Meerjarig overzicht van Reserves en Voorzieningen Begroot 1-1-2022
Begroot 1-1-2023
Begroot 1-1-2024
Begroot 1-1-2025
Begroot 1-1-2026
A. Algemene reserve Mobiel
3.506.238
3.457.838
3.457.838
3.457.838
3.457.838
subtotaal A
3.506.238
3.457.838
3.457.838
3.457.838
3.457.838
B. Bestemmingsreserves Reserve monumenten Reserve sociaal domein Vervangingsreserve inventaris gemeentehuis Reserve digitalisering Reserve fietspaden Reserve wegen Reserve begraafplaats Reserve Energietransitie Reserve dekking kapitaallasten
25.959 352.294
25.959 345.294
25.959 338.794
25.959 336.794
25.959 336.794
89.253 1.400 147.551 92.187 18.913 318.277 4.969.724
95.939 1.400 147.551 95.408 18.913 198.277 4.790.745
102.625 1.400 147.551 98.629 18.913 198.277 4.612.667
109.311 1.400 147.551 101.850 18.913 198.277 4.435.119
115.997 1.400 147.551 105.071 18.913 198.277 4.257.651
subtotaal B
6.015.558
5.719.486
5.544.815
5.375.174
5.207.613
952.000
1.026.000
1.096.000
1.171.000
1.191.000
369.464
394.464
419.464
444.464
469.464
subtotaal C
1.321.464
1.420.464
1.515.464
1.615.464
1.660.464
Totaal
10.843.260
10.597.788
10.518.117
10.448.476
10.325.915
C. Voorzieningen Voorziening riolering Voorziening wachtgeld/pensioen wethouders
Bij het vermelden van de stand van de reserves en voorzieningen gaat het altijd om een momentopname. De cijfers in de eerste kolom zijn gebaseerd op de laatst formeel vastgestelde cijfers van de jaarrekening 2020 en aangevuld met de verwachte mutaties (claims) in 2021. In de overige jaren zijn de vaste en bekende toevoegingen en onttrekkingen verwerkt.
64
Overige financiële kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht gemeenten met ingang van het begrotingsjaar 2016 een basisset van vijf financiële kengetallen op te nemen. Doel is om in één oogopslag de gemeenteraad meer inzicht te bieden in de financiële positie van de gemeente. Financiële kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Kengetal grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2019 2020 2021 2022 2023 2024 -121% -184% -150% -150% -155% -157% -121% -184% -150% -150% -155% -157% 84% 87% 83% 82% 81% 80% 8% 0% 0% 0% 0% 0% -11,2% 1,2% 0,3% 0,0% 0,1% -0,3% 124% 122% 123% 123% 123% 123%
Betekenis van de kengetallen Net als bij het weerstandsvermogen gelden ook voor deze kengetallen geen harde normen. Wel zijn er algemene bandbreedtes waarmee een indruk kan worden verkregen over de waarde van het kengetal.
Netto schuldquote Netto schuldquote voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Kengetal grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Categorie A Voldoende < 90% < 90% > 50% < 20% Begr en Mrj >0% < 95%
Categorie B Matig 90%-130% 90%-130% 20%-50% 20%-35% Begr of Mrj >0% 95%-105%
Categorie C Onvoldoende >130% >130% <20% >35% Begr en Mrj <0% >105%
Netto schuldquote inclusief alle verstrekte leningen Beide zijn voor Rozendaal gelijk omdat er geen doorverstrekte geldleningen aan bijvoorbeeld woningcorporaties zijn. De netto schuldquote geeft het niveau aan van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft daarmee een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Normaal ligt de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 90%. Als de netto schuldquote tussen 90% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog (oranje). Hij moet niet verder stijgen. Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan bevindt de gemeente in de gevarenzone (rood). Het bestuur moet er werk van maken om de schuld te verlagen. (Bron: VNG -website). Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin Rozendaal in staat is op de lange termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Kengetal grondexploitatie De grondexploitatie kan een grote invloed op de financiële positie van een gemeente hebben (zowel positief als negatief). Dit kengetal geeft een indicatie van het relatieve belang van de grondexploitatie voor Rozendaal. Het percentage is de waarde van bouwgronden in relatie tot de totale baten exclusief de reserves.
In het kengetal is nu rekening gehouden met de voortgang van De Del waarbij er vanuit wordt gegaan dat de boekwaarde met de jaarrekening wordt afgeboekt met de verkopen van De Del. De jaarlijkse actualisatie van de grondexploitatie geeft overigens een concreter beeld van het verwachte verloop van grondexploitaties. Structurele exploitatieruimte Aan de hand van dit kengetal kan het structurele en reële evenwicht van de begroting beoordeeld worden. Een percentage van 0% betekent een sluitende begroting, een positief percentage wil zeggen dat er begrotingsruimte is. In dit geval biedt het financieel meerjarig perspectief bij de begroting dan ook een betere indicatie. Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen kan worden gerelateerd aan de totale woonlasten. De woonlasten worden bepaald aan de hand van de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing 65
voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in Rozendaal. De gemiddelde WOZ-waarde in Nederland bedroeg in 2019 € 248.000 en in Rozendaal € 492.000. Dat is dan ook de reden voor het hoge percentage. Dit zegt echter niets over de feitelijke onbenutte belastingcapaciteit, dat is immers een politieke keuze (zie ook de opmerking onder het kopje Artikel 12). Financiële kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Kengetal grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit Kengetal
A B C D E F G H
1A Netto Schuldquote (incl. verstrekte leningen) Vaste schulden (cf art 46 BBV) Netto vlottende schuld (cf art 48 BBV) Overlopende passiva (cf art.49 BBV) Financiele activa (cf. art 36 lid d, e en f) Uitzettingen < 1 jaar Liquide middelen (cf.art 40 BBV) Overlopende activa (cf art. 40a BBV) Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV excl mut.reserves) Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%
A B
2. Solvabiliteitsratio Eigen vermogen (cf art 42 BBV) Balanstotaal Solvabiliteit (A/B) x 100%
A B C
Kengetal grondexploitatie Niet in exploitatie genomen bouwgronden (cf art 38 lid a punt 1 BBV) Bouwgronden in exploitatie Totale baten cf art 17 lid c BBV (excl mut.reserves) Grondexploitatie (A+B)/C x 100%
A B C D E
A B C D E F
Structurele exploitatieruimte Structurele lasten Structurele baten Totale structurele toevoegingen aan reserves Totale structurele onttrekkingen aan reserves Totaal baten Structurele exploitatieruimte (((B-A)+(D-C))/E x 100%
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting 2020 2021 2022 2023 2024 -109% -138% -128% -133% -135% -109% -138% -128% -133% -135% 79% 83% 81% 80% 79% -3% 0% 0% 0% 0% -6,8% 0,8% -1,9% 1,5% 0,7% 135% 120% 120% 120% 121%
Begroting 2025 -130% -130% 78% 0% 2,0% 121%
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
0 926.035 639.126 1.583.804 5.972.814 23.972 67.334 5.576.296 -109%
0 700.000 10.000 1.638.866 4.242.687 50.000 250.000 3.973.368 -138%
0 700.000 75.000 1.693.486 4.445.719 25.000 50.000 4.262.071 -128%
0 700.000 75.000 1.605.745 4.678.333 25.000 0 4.164.407 -133%
0 700.000 75.000 1.660.945 4.696.255 25.000 50.000 4.200.153 -135%
0 700.000 75.000 1.716.145 4.626.245 5.000 50.000 4.312.193 -130%
10.182.998 9.730.160 9.177.324 9.002.653 8.833.012 8.665.451 12.970.622 11.745.823 11.372.788 11.293.117 11.223.476 11.100.915 79% 83% 81% 80% 79% 78%
0
0
0
0
0
0
-173.714 5.579.296 -3%
0 3.973.368 0%
0 4.262.071 0%
0 4.164.407 0%
0 4.200.153 0%
0 4.312.193 0%
4.850.392 4.301.296 96.742 265.718 5.576.296
3.949.095 3.813.348 10.013 175.664 3.973.368
4.359.432 4.198.071 96.742 178.979 4.262.071
4.270.316 4.164.407 9.907 178.078 4.164.407
4.339.640 4.200.153 9.907 177.548 4.200.153
4.391.676 4.312.193 9.907 177.468 4.312.193
-6,8%
0,8%
-1,9%
1,5%
0,7%
2,0%
513 220 275 0
517 220 283 0
1.008 839
1.020 852
517 220 287 0 0 1.024 852
517 220 291 0 0 1.028 852
517 220 296 0 0 1.033 852
120%
120%
120%
121%
121%
Belastingcapaciteit, woonlast meerpersoonshuishouden OZB lasten voor een gezin bij gemiddelde WOZwaarde 572 Rioolheffing voor een gezin 220 Afvalstoffenheffing voor een gezin 244 Eventuele heffingskorting 0 Totaal woonlasten voor een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) 1.036 Woonlasten gemidd voor gezin in 2020 (gem <25K)* 766 Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde jaar ervoor (E/F) x 100% 135%
* bron: Coelo
66
Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente Rozendaal beslaat een oppervlakte van 2.795 hectare. Hier wonen, werken en recreëren mensen waarvoor veel kapitaalgoederen nodig zijn. In deze paragraaf geven we inzicht in de onderhoudstoestand en de kosten van onze belangrijkste groepen kapitaalgoederen (wegen, riolering/water, openbare verlichting, groen en gebouwen). Onderhoud van kapitaalgoederen beslaat een substantieel deel van de begroting. Een goed overzicht is daarom van belang voor een juist inzicht in de financiële consequenties ervan. De lasten hiervan komen in verschillende programma’s tot uitdrukking. Beleid voor beheer kapitaalgoederen Voor het onderhoud hanteren we de volgende plannen: Nota
Jaar van vaststelling/beoordeling
Onderhoudsinventarisatie wegen (2015-2024)
2018
Onderhoudsplan riolering (2019 - 2023)
2018
Groenplan (2015 – 2020)
2015
Wegbeheer Bij de begroting 2019 is besloten om bij groot onderhoud van een aantal binnenwegen het asfalt te vervangen door klinkers. In de meerjarenbegroting is met de kapitaallasten van die investeringen rekening gehouden. Voor een klein deel van de wegen geldt onderhoud met asfalt waarvoor een reserve wordt aangehouden. Voordat tot daadwerkelijke uitvoering van het wegbeheer wordt overgegaan wordt ook het riool geïnspecteerd om te beoordelen of er ‘werk met werk’ gemaakt kan worden en we voorkomen dat niet veel later diezelfde weg weer open moet voor periodiek onderhoud aan het riool. Investeringsschema Omschrijving
2022
Mr. Van Hasseltlaan Ringallee
105.000
Totaal
105.000
2023
2024
2025
30.000 30.000
0
0
Riolering In 2018 is een nieuw verbreed rioleringsplan (vGRP) vastgesteld. Dit plan is de uitvoering van de wettelijke verplichting dat de gemeente een rioleringsplan moet hebben. In dit plan zijn de normen bepaald voor de kwaliteit van het onderhoud en milieu. In dit plan wordt aangegeven welke investeringen er jaarlijks nodig zijn om aan de gestelde voorwaarden uit het plan te voldoen. De hieruit voortvloeiende lasten zijn in de begroting verwerkt. Als blijkt dat investeringen niet direct noodzakelijk zijn, dan zullen deze investeringen worden uitgesteld. Verder hebben metingen uitgewezen dat wij voldoen aan de basisinspanning (afkoppelen) zoals deze is opgelegd door de Provincie. Dit is vastgelegd in het BRP (Basis rioleringsplan) en getoetst door het waterschap Rijn&IJssel. Door de invoering van de Wet gemeentelijke watertaken zijn gemeenten verantwoordelijk geworden voor de ruimtelijke inpassing van maatregelen die de waterbeheerder betreffen. Daarnaast kent de wet drie zorgplichten toe aan gemeenten: afvalwater, hemelwater en grondwater. In het vGRP wordt met deze nieuwe zorgplichten rekening gehouden. Naast het opstellen en periodiek herzien van het vGRP (vooral ook bedoeld om tijdig de kosten voor riolering in beeld te hebben) wordt er jaarlijks ongeveer 1500 meter riolering geïnspecteerd. Daaruit volgen aanbevelingen
67
voor onderhoud dan wel herstel/vervanging zodat die activiteiten op het juiste moment worden uitgevoerd en er ook geen onnodige kosten worden gemaakt. In de loop van 2022 zal u een nieuw rioleringsplan worden aangeboden. Gemeentegebouwen Om het benodigde onderhoud uit te kunnen voeren is jaarlijks per gebouw een budget in de begroting opgenomen. Om deze budgetten te kunnen bepalen is een onderhoudsplanning gemaakt waarbij gebruik is gemaakt van ervaringscijfers. De budgetten in de begroting zijn toereikend voor het noodzakelijke onderhoud. Voor het onderhoud van de nieuwe school is in 2019 een contract afgesloten. Het deel voor de gemeente (gymzaal) wordt via de VVE verrekend en hiermee is in de begroting rekening gehouden. Groenplan In 2015 is een Groenplan vastgesteld. In dit plan is voor de lange termijn aangegeven waar het openbaar groen verbeterd of aangepast kan worden. Hieraan is gevolg gegeven door uitvoering van een groot aantal zaken Tevens wordt in dit plan beschreven hoe Rozendaal met het openbaar groen om wil gaan. Bij het opstellen van de begroting wordt rekening gehouden met de kosten voor onderhoud van de hierin beschreven zaken.
68
Paragraaf 4 Financiering De paragraaf financiering geeft jaarlijks inzicht in de ontwikkelingen rond de meerjarenfinanciering, het te voeren beleid op dit gebied en in de risico’s die de gemeente daarbij loopt. Zoals wettelijk voorgeschreven hanteren we hiervoor een treasurystatuut dat door de raad is vastgesteld. In het treasurystatuut staat aan welke partijen en onder welke condities de gemeente geld mag uitlenen en bij welke partijen en onder welke condities beleggingen en financieringen kunnen plaatsvinden. De uitgangspunten zijn gebaseerd op een risicomijdend treasurybeleid. De gemeente verricht geen ‘near banking’- of ‘banking’-activiteiten omdat dit niet tot de kernactiviteiten van de gemeente behoort. Risicobeheer In deze paragraaf wordt, via een aantal tabellen, inzicht gegeven in de risico’s met betrekking tot de vlottende schuld (kasgeldlimiet) en de risico’s op de vaste schuld (renterisiconorm). Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is bedoeld om het renterisico op opgenomen kortlopende geldleningen tot een acceptabel maximum te beperken. Kortlopende leningen zijn immers ‘goedkoper’ dan langlopende leningen. Een risico hierbij is echter dat het lagere rentepercentage ook voor een korte periode van toepassing is. Om te voorkomen dat gemeenten met omvangrijke kortlopende leningen bij forse rentestijgingen in de problemen komen is er een landelijke kasgeldlimiet vastgesteld.
In Rozendaal is dit voorlopig niet aan de orde, omdat er sprake is van een hoog bedrag aan eigen liquide middelen. Kasgeldlimiet
Omvang begroting per 1 januari (afgerond) 1. Toegestane kasgeldlimiet (8,5% begroting) 2. Omvang vlottende korte schuld (rekening-courant Gemeente) 3. Vlottende middelen (kortlopende vorderingen) 4. Totaal kasgeld (2) – (3) 5. Toegestaan kasgeldlimiet (1) 6. Overschrijding kasgeldlimiet (4-5)
Begroting 2022 4.547.973 386.578 700.000 4.520.719 -3.820.719 386.578 -4.207.297
Het negatieve bedrag bij de overschrijding van de kasgeldlimiet betekent in dit geval dus een overschot op de kasgeldlimiet en ruimschoots binnen de norm. Renterisiconorm Eventuele renterisico’s op de langere termijn worden beheerst door de toepassing van de zogenaamde renterisiconorm. In de kern komt deze erop neer dat niet op eenzelfde moment een omvangrijke herfinanciering van langlopende leningen plaatsvindt tegen op dat moment bijvoorbeeld fors hogere rentepercentages. Met het toepassen van een renterisiconorm worden de renterisico’s gespreid. De gemeente Rozendaal kent momenteel (en dat is ook niet voorzien) geen langlopende leningen, daarom is berekening van de norm niet aan de orde. Uitgezette middelen De gemeente Rozendaal heeft een goede liquiditeitspositie, in 2021 voorzien we dat we gemiddeld een bedrag van ongeveer € 4,5 miljoen aanhouden bij de schatkist. Gezien de huidige omstandigheden op de geld- en kapitaalmarkt valt hierop nauwelijks rendement te behalen. Deze middelen uitlenen aan andere gemeenten is toegestaan maar ook die gemeenten kunnen momenteel tegen hele lage percentages lenen bij bijvoorbeeld de BNG. Garanties op leningen aan derden Er zijn op dit moment geen garanties op leningen aan derden verstrekt. 69
Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet HOF) De wet is in 2013 aangenomen. De decentrale overheden hebben door deze wet nog eens nadrukkelijk de zelfde verantwoordelijkheid opgelegd gekregen voor een gedegen begrotingsbeleid. Doel is om samen het Nederlandse begrotingstekort binnen de perken te houden. Er wordt gewerkt met het zogenaamde EMU-saldo en Europese normeringen hiervoor. Ook is bepaald dat overtollige kasmiddelen belegd dienen te worden bij het Rijk. Dat geldt dus ook voor de gemeente Rozendaal.
70
Paragraaf 5 Bedrijfsvoering Inleiding Onze bedrijfsvoering richt zich op de ondersteunende diensten, die nodig zijn om de beoogde resultaten en effecten uit het beleidsplan en de programma’s te bereiken. Bedrijfsvoering omvat de vakgebieden Personeel en Organisatie, Informatisering, Juridische zaken, Financiën, Automatisering, Communicatie en Huisvesting. Bedrijfsvoering is primair een verantwoordelijkheid van het college c.q. de gemeentesecretaris. Deze paragraaf vertoont overlap met Programma 0, Bestuur en Ondersteuning. Deze paragraaf behandelt die aspecten van de bedrijfsvoering die niet, of niet uitvoerig onder programma 0 zijn behandeld. Daarbij gaan we in op de onderdelen Planning en Control, Personeel en organisatie, Informatisering en automatisering en kosten. 5.1 Planning en control Ontwikkeling P&C-cyclus In vervolg op de Kadernota geven wij met deze begroting de verbetering van de P&C-cyclus verder vorm. In deze begroting staan wij – meer specifiek dan voorheen - ruimte stil bij de sturende vragen wat we willen bereiken, wat gaan we daarvoor doen en wat mag het kosten. Hierbij willen wij als college zo scherp mogelijk beschrijven wat de opdracht van de raad is voor 2022. Hiermee willen wij de raad in staat stellen om de kaders helder vorm te geven, prioriteiten te stellen en uiteindelijk ook om effectiever de controlerende taak uit te oefenen.
Wij laten deze begroting uitwerken in ambtelijke werkprogramma’s. Hiermee willen wij komen tot een maar planmatige en projectmatige aanpak van activiteiten. Met deze aanpak zetten wij een vervolgstap gezet in een ontwikkelproces van de P&C-cyclus die jaren in geleden in gang is gezet. Dat omvat ook de ambitie om de andere P&C-documenten (waaronder de tussenrapportages) een sterker evaluatief karakter te geven. De nieuwe opzet is een ontwikkelproces, waarin het college de raad uitdrukkelijk uitnodigt om mee te denken over de wijze waarop de P&C-cyclus nog beter kan bijdragen aan een scherp geformuleerde maatschappelijke resultaten. Risicobeheersing Het is belangrijk om financiële en operationele risico’s in beeld te hebben en om daarop als organisatie te kunnen sturen. Dat doen we onder meer door het bijhouden van de Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Daarin schetsen we op procesniveau de risico-indicatie en geven we waar gewenst aan welke beheersmaatregel aan de orde is om risico’s in te dammen. Door een stevige reservepositie, kunnen we de geschetste risico’s goed opvangen. Dat is terug te zien in een uitstekende weerstandsratio. Naast deze bedrijfsbrede verantwoording over de risicobeheersing zijn de volgende ontwikkelingen relevant voor gedegen risicobeheersing: Frauderisico-analyse: periodiek evalueren we het risico op fraude binnen de processen.