CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp-Programmabegroting 2025-2028

1.4 Bestuurlijke informatiebijeenkomst 10 oktober 2024, gemeente RozendaalBij agendapunt: Toelichting op de meerjarenbegroting 2025 - 202839.511 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Programmabegroting 2025-2028

Voorwoord Begroten in onzekere tijden Voor u ligt de Programmabegroting 2025-2028. De begroting voor 2025 en 2028 sluiten met een licht positief saldo. De jaren 2026 en 2027 zijn negatief. Daarmee voldoen we aan de minimale eisen die de provincie stelt in haar rol als toezichthouder, maar zijn de donkere financiele wolken die boven gemeenten in Nederland hangen ook in onze gemeente zichtbaar. De eerste begroting van het nieuwe kabinet-Schoof laat weinig verbetering zien wat betreft de ontwikkeling van de gemeentefinanciën. Over de visie van dit kabinet op gemeentefinanciën op de langer termijn is weinig duidelijkheid. Het is een teken aan de wand dat voor het eerst in de historie de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) een publiekscampagne is gestart onder het motto ‘Je gemeente doet er alles aan’. Met deze boodschap in kranten, op stations en in winkelcentra wil de VNG mensen meer bewust maken van wat gemeenten allemaal doen. De onderliggende boodschap is gericht aan het kabinet: zonder voldoende geld kunnen gemeenten hun taken niet naar behoren uitvoeren. Tegen deze achtergrond ontkomt ook Rozendaal er niet aan om zeer terughoudend te zijn in de uitgaven en tegelijkertijd de inkomsten te verhogen door de OZB sterker te laten stijgen dan alleen de inflatiecorrectie. Daardoor tekent zich, cijfermatig, nog een redelijk meerjarig beeld af.

Ons weerstandsvermogen is nog steeds goed op orde. Uw raad heeft daarover in het Kadernotadebat aangegeven het belangrijk te vinden om terughoudend met onze reserves om te gaan, om ruimte te houden voor onverwachte tegenvallers. Over échte pijnlijke ingrepen door bezuinigingen hoeven we dus op dit moment niet met uw raad in gesprek te gaan. Daar past wel een belangrijke inhoudelijke kanttekening bij: er is in toenemende mate sprake van een beleidsarme begroting. Er zijn steeds meer projecten of ambities die we niet of op een minimumniveau oppakken. We zetten in op wat nodig en gewenst is en moeten tegelijkertijd rekening houden met wat er van buitenaf van ons gevraagd en soms vereist wordt. Die balans denken wij gevonden te hebben in deze meerjarenbegroting. We blijven een heleboel dingen ‘gewoon’ doen die voor onze inwoners belangrijk zijn: de diensten van Burgerzaken, het verlenen van vergunningen en ontheffingen, stimuleren van maatschappelijke organisaties en initiatieven via subsidies, sociale voorzieningen en ondersteuning voor jong en oud, het onderhoud van wegen, fietspaden en ons groen. Dat verandert niet, maar de mogelijkheid om op één van deze gebieden zichtbaar ‘een tandje bij te schakelen’ is er nauwelijks. Daarbij komt dat we het werk met een beperkt aantal medewerkers verzetten.

We zijn en blijven als kleine organisatie kwetsbaar voor uitval, vertrekkend personeel en ziekte, maar zijn ook trots op onze wendbaarheid en de kracht van onze nabijheid. Het meerjarig financieel perspectief bij deze overwegingen vindt u hierna onder ‘Financieel perspectief’. Onze beleidskeuzes en de financiële effecten daarvan worden toegelicht in de programma’s en paragrafen. 1

Wat doen we niet? Bij het lezen van deze begroting zult u wellicht opmerken dat deze weinig inzet bevat buiten wat wettelijk noodzakelijk is. Dat is niet omdat er geen doelen, wensen of plannen en investeringen in beeld zijn, maar omdat er geen of nauwelijks financiële ruimte is om deze te kunnen uitvoeren. Ter nuancering: dat beeld is niet helemaal nieuw. De gemeente Rozendaal is zich al jarenlang bewust van de beperkt beschikbare middelen. Ons gemeentebestuur kent een lange traditie van een prudente aanpak om de gemeentefinanciën gezond te houden. Door doordacht onze verplichte taken uit te voeren en slim samen te werken zijn we steeds weer in staat gebleken om met beperkte middelen veel te realiseren. Dat is de komende jaren op een bescheiden manier niet anders. Keerzijde hiervan is dat we door het gebrek aan financiële ruimte de ondergrens naderen van wat wenselijk en noodzakelijk is, omdat de wet dat van ons vraagt, of omdat onze inwoners dat van ons verwachten. We geven, aansluitend bij vragen daarover in het Kadernotadebat, enkele voorbeelden in het ruimtelijk domein, het sociaal domein en in het domein van onze organisatie en ondersteunende taken.

Natuurlijk spannen we ons er onverminderd voor in om in samenwerking met u als raad, in samenwerking met regiogemeenten en in samenwerking met onze inwoners te blijven doen wat nodig is, pragmatisch en vanuit de kracht van klein. Openbare ruimte, groen, infrastructuur en duurzaamheid; omgevingsvisie Investeringen in infrastructuur, zoals onderhoud van wegen en de afronding van de overgang naar Ledverlichting in straatarmaturen, komen pas aan de orde als de technische noodzaak tot vervanging dit vraagt, en dus niet eerder op basis van andere argumenten (bijvoorbeeld duurzaamheid/energiebesparing of beeldkwaliteit). In de Kadernota stond mede daarom al het voornemen genoemd om pas in 2027 in plaats van in 2025 met uw raad in gesprek te gaan over de verdere reconstructie van fietspaden van asfalt naar duurzaam beton. Aan het voornemen uit de Kadernota om de Ledverlichting af te ronden door de resterende armaturen te vervangen geven we vooralsnog geen uitvoering, aangezien de huidige armaturen nog niet zijn afgeschreven. We geven daarnaast geen invulling aan de wens om meer in te zetten op de kwaliteit van de openbare ruimte. We zien ook af van acties gericht op de verduurzaming van het gemeentehuis, omdat de besparingen niet opwegen tegen de investeringen.

De verbreding van de duurzaamheidsaanpak die in het laatste kwartaal van 2024 gestart is, is in de uitvoering de jaren daarna grotendeels gebonden aan de door anderen (Rijk, provincie) beschikbaar gestelde budgetten. Sociaal domein en opvang bijzondere doelgroepen Door een veranderend Nederland zien wij dat ook de gemeente Rozendaal worstelt met de steeds verder stijgende uitgaven in het sociaal domein. Zowel het aantal mensen dat een beroep doet op voorzieningen als de kosten van deze voorzieningen stijgen. Dit laatste vaak door inflatie en loonkosten bij de uitvoeringspartners. Toch houden we de uitgaven in het sociaal domein op het niveau van 2023. Onzekerheid hier vangen we af in de risicoparagraaf en de bestemmingsreserve sociaal domein. Met het risico op niet vergoede gevolgkosten rond de GOO ‘De Bosrank’ is geen rekening gehouden in de begroting, terwijl dit wel van invloed is op de beslissing om de opvang al dan niet te continueren na maart 2025. Binnen de huidige capaciteit is rekening gehouden met ‘reguliere’ samenwerkingswerkzaamheden in de regio en met Rheden, maar niet met eventuele nieuwe ontwikkelingen, zoals de mogelijke samenwerking in de regio of met Rheden in een aanpak voor de opvang en huisvesting van specifieke doelgroepen zoals statushouders en vluchtelingen.

Bestuur, bedrijfsvoering en organisatie De doorontwikkeling van onze (slapende) rekenkamercommissie naar een onafhankelijke decentrale rekenkamer, een wettelijk verplichting per 1 januari 2023, stellen we uit tot 2026. Vanuit het Gelders Archief hebben wij het verzoek ontvangen om meer mensen en middelen beschikbaar te stellen. Door de beperkt beschikbare budgetten geven we nu geen invulling aan dit verzoek. Het reguliere budget voor externe adviseurs is beperkt gehouden. De (beperkte) ‘lucht’ die nog in de begroting zat 2

op het gebied van personeel en organisatie(ontwikkeling) – vaak juist nodig om wendbaar te kunnen zijn in onze kleine organisatie – is uit deze begroting geperst. Daarmee komen de voorbereiding voor projecten bijvoorbeeld naar aanleiding van de Omgevingsvisie (woningbouwopgave) onder spanning te staan. Voor de doorontwikkeling in onze bedrijfsvoering (Administratieve Organisatie/Interne Controle (AO/IC), rechtmatigheidscontrole, beheer personeelsdossiers, juridische functie (Woo verzoeken, AVG-verzoeken etc.), leveranciersmanagement en contractbeheerslechts) geldt hetzelfde. Acties naar aanleiding van de Visie op dienstverlening voeren we beperkt uit, omdat inhuur op het Team Dienstverlening met name bedoeld is om de dienstverlening door Burgerzaken op peil te houden. We doen het samen! Het jaar 2025 is het laatste volle jaar om uitvoering te geven aan de voornemens uit het coalitieakkoord 2022-2026. Een nieuw gemeentebestuur zal na de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026 onder een ander financieel gesternte aan de slag gaan. Daarbij blijft onveranderd ons en uw streven om het unieke karakter van onze gemeente te behouden. We weten dat onze inwoners zich bevoorrecht voelen om hier te mogen wonen en leven. Dit wordt lastiger als de gemeentefinanciën steeds meer onder spanning komen te staan én we het liefst de OZB maar beperkt willen laten stijgen.

Als we willen investeren in Rozendaal, zullen we dat sámen moeten doen. Als we onze unieke Rozendaalse omgeving willen behouden en vormgeven zoals de inwoners dat wensen, vraagt dat ook inzet van onze inwoners en maatschappelijke organisaties. De persoonlijke benadering en directe relatie tussen de gemeente en inwoners is daarbij randvoorwaardelijk. Een professionaliseringsslag in onze communicatie sluit daar direct op aan. Inspanningen van onze gemeenschap en initiatieven van inwoners of buurten moedigen we aan. Als we ergens wél in willen investeren, is dat in gemeenschapszin en samenredzaamheid. We sluiten hierbij aan bij de signalen van diverse fracties in de Algemene Beschouwingen bij het Kadernotadebat en werken dat in deze meerjarenbegroting op hoofdlijnen uit. 1 oktober 2024

Burgemeester en wethouders van Rozendaal, de secretaris, Bas Pelgrum

de burgemeester, Ester Weststeijn

3

Inhoudsopgave Voorwoord ............................................................................................................................................... 1 Financieel perspectief.............................................................................................................................. 5 Opbouw en leeswijzer ........................................................................................................................... 11 Programma’s .......................................................................................................................................... 13 Programma 0: Bestuur en ondersteuning ......................................................................................... 13 Programma 1: Veiligheid ................................................................................................................... 23 Programma 2: Verkeer en Vervoer .................................................................................................... 28 Programma 3: Economie ................................................................................................................... 31 Programma 4: Onderwijs...................................................................................................................

33 Programma 5: Openbaar groen, sport, cultuur en recreatie............................................................. 36 Programma 6: Sociaal domein........................................................................................................... 40 Programma 7: Volksgezondheid en milieu ........................................................................................ 45 Programma 8: Volkshuisvesting en ruimtelijke ontwikkeling ............................................................ 50 Paragrafen.............................................................................................................................................. 53 Paragraaf 1: Lokale heffingen ............................................................................................................ 53 Paragraaf 2: Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................... 55 Paragraaf 3: Onderhoud kapitaalgoederen ....................................................................................... 64 Paragraaf 4: Financiering ................................................................................................................... 66 Paragraaf 5: Bedrijfsvoering ..............................................................................................................

68 Paragraaf 6: Verbonden Partijen ....................................................................................................... 73 Paragraaf 7: Grondbeleid................................................................................................................... 79 Paragraaf 8: Openbaarheidsparagraaf (Wet Open Overheid) ........................................................... 80 Paragraaf 9: Informatieveiligheid en privacy ..................................................................................... 82 Paragraaf 10 Sociaal domein ............................................................................................................. 88 Financiële begroting .............................................................................................................................. 93 Geprognosticeerde balans................................................................................................................. 93 Recapitulatie overzicht ...................................................................................................................... 94 Overzicht Algemene dekkingsmiddelen ............................................................................................ 95 Investeringsstaat................................................................................................................................

96 EMU-saldo ......................................................................................................................................... 96 Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves ................................................................................... 97 Incidentele baten en lasten ............................................................................................................... 98 Overzicht beleidsindicatoren ................................................................................................................. 99

4

Financieel perspectief Waarom dit perspectief Over de jaren heen geeft het college regelmatig het signaal af dat het lastiger wordt om de begroting sluitend te krijgen. Daar tegenover staat het beeld dat het elk jaar toch (net) weer lukt. Onze focus ligt steeds meer op het op peil houden van reguliere taken. De begroting is in toenemende mate beleidsarm. Om inzicht te geven in deze trend willen we de cijfers van deze begroting plaatsen in een meerjarig perspectief. We kijken een aantal jaren terug, leggen uit hoe het nu is gesteld en wat ons de komende jaren staat te wachten. Dat geeft context bij het licht positieve resultaat voor 2025 en de verwachte negatieve resultaten de jaren erna. Een negatief resultaat moeten we, zoals in 2023, aanvullen vanuit de reserves. Deze zijn nog altijd verhoudingsgewijs goed, maar tonen een dalende lijn richting 2028. Op dit moment helpen de rentebaten in het financieel beeld. Los van de onzekerheid over de hoogte van de rentepercentages, nemen deze baten per definitie af als de omvang van de reserves terugloopt. Tegen deze achtergrond willen we graag al vroeg in 2025 samen met u de strategische keuzes op weg naar de volgende kadernota in beeld brengen. Saldo van de begroting

Primitieve begroting

2025 12.882

2026 -151.838

2027 -99.906

2028 8.615

Van kadernota naar begroting en het effect van de Mei- en Septembercirculaire Bij het opstellen van de voorliggende Kadernota 2025-2028 was de Meicirculaire gemeentefonds 2024 van het Rijk nog niet bekend. In deze Meerjarenbegroting 2025-2028 is het effect van de Meicirculaire wel verwerkt. De Meicirculaire werkt voor Rozendaal positief op het financieel meerjarig beeld. Dit is niet in lijn met het gemiddeld landelijk beeld. Met name als gevolg van het lager inflatieniveau (dat wil zeggen lager dan verwacht bij de vorig circulaire) ontvingen gemeenten in de Meicirculaire miljoenen minder in het gemeentefonds. We houden in deze meerjarenbegroting geen rekening met het effect van Septembercirculaire 2024 die op Prinsjesdag 17 september verscheen. De eerste beelden uit deze circulaire zijn dat deze niet leidt tot (grote) veranderingen in het meerjarig financieel perspectief. Weliswaar krijgen gemeenten er vanaf 2025 door een hogere inflatieverwachting geld bij, maar omdat dit bedrag in latere jaren afloopt en het geld opgaat aan hogere lonen en prijzen, verdampt dit effect vrijwel meteen. Bovendien gaan gemeenten er reëel zelfs op achteruit, omdat het volumedeel (het deel waar gemeenten de groei en andere kostenstijgingen van moeten opvangen) licht nadelig is.

Ervan uitgaande dat gemeenten het prijsdeel nodig hebben voor het opvangen van hun eigen inflatie (cao-lonen, prijsstijgingen), laat de Septembercirculaire zien dat er sprake is van een reëel lagere algemene uitkering. Alleen voor de lopende begroting 2024 kunnen gemeenten mogelijk incidenteel een licht voordeel verwachten. Het is nog niet bekend hoe dit uitwerkt voor onze gemeente. Realistisch begroten Bij het opstellen van een begroting proberen wij zo realistisch mogelijk te begroten. De cijfers vanuit de Begroting 2024-2027 vormen hiervoor een vertrekpunt. Aanpassingen op deze budgetten komen uit de voorgaande jaarrekeningen en de Turap’s. In tegenstelling tot voorgaande jaren zijn in het kader van de rechtmatigheid ook alle Specifieke Uitkeringen (SPUK’s) waarvoor al een beschikking is ook opgenomen in deze begroting. Specifiek wordt aandacht gegeven aan het project Opvang Oekraïners Rozendaal (GOO ‘De Bosrank’), vanwege de grote (budgettaire) omvang. 5

Beeld van de inkomsten en uitgaven Van onze acht begrotingsprogramma’s is programma 6, Sociaal Domein, het omvangrijkste programma. In 2025 beslaat dit 54% van de totale uitgaven.1 Programma 0, Bestuur en ondersteuning, is goed voor 26% van de uitgaven in 2025. (Zie onderstaande diagrammen). Aan de inkomstenkant zien we dat ca. 38% van onze inkomsten afkomstig is van de algemene uitkering van het Rijk. Andere inkomstenbron is de bijdrage van het Rijk voor onze GOO ‘De Bosrank’. De uitgaven en inkomsten van de opvang van Oekraïense ontheemden vallen zoals bekend tegen elkaar weg.

Tijdens één van de avonden die we in het voorjaar van 2022 organiseerden voor de (toen) nieuwe gemeenteraad, hebben we als onderdeel van de avond op een andere wijze visueel gemaakt hoe verdeling van de uitgaven in Rozendaal zich verhoudt tot de verdeling in andere gemeenten. Zie de diagrammen hieronder. De getallen in deze diagrammen zijn inmiddels enigszins verouderd (met name programma 6 is kleiner omdat we toen nog geen opvang voor Oekraïense vluchtelingen organiseerden), maar het algemene beeld dat daaruit naar voren komt niet. De diagrammen laten zien dat in Rozendaal bijna € 1.300 per inwoners uitgegeven wordt aan bestuur en ondersteuning, waar dat in Rheden iets minder dan de helft van dat bedrag is, in lijn met het landelijk gemiddelde. Voor wat betreft het sociale domein besteedt Rozendaal nog geen € 400 per inwoner (excl. opvang Oekraïense vluchtelingen). Die uitgaven zijn in Rheden (en gemiddeld in Nederland) meer dan het drievoudige. Dit wordt vooral verklaard door de relatief hoge sociaaleconomische score van onze inwoners: inwoners met een hogere SES-score doen in het algemeen gemiddeld een fors lager beroep op de diverse regelingen en ondersteuningsmogelijkheden in het sociaal domein.

Rozendaal

Rheden

Nederland gemiddeld

1 Ook de uitgaven voor ‘project OOR’ (dus GOO ‘De Bosrank’) lopen via dit programma. Dit vertekent het beeld: in de jaren

vóór 2023 was programma 0 verhoudingsgewijs het grootste programma.

6

Langjarige financiële ontwikkeling van Rozendaal Gezonde meerjarige financiën zijn één van de pijlers onder (het voortbestaan van) de gemeente Rozendaal. “Een behoudend financieel beleid met een duidelijke begrotingsdiscipline is een randvoorwaarde om onze doelen te behalen en een absolute voorwaarde voor zelfstandigheid.”, zo staat in het huidige Coalitieakkoord van Rosendael ’74 en PAK. En: “We behouden een peil van de reserves dat het mogelijk maakt om risico’s op te vangen.”2 De laatste jaren hebben we als college van B&W meer en minder zorgelijke signalen aan uw raad gegeven over onze meerjarige financiën. Om deze zorgen, tegen de achtergrond van landelijke ontwikkelingen van het gemeentefonds, in perspectief te zetten, nemen we uw raad in deze programmabegroting niet alleen mee in de verwachtingen en plannen voor de komende jaren, maar kijken we ook terug. We bekijken achtereenvolgens 1) de ontwikkeling van de uitgaven (begrote lasten), 2) de ontwikkeling van het begrotingssaldo, 3) de ontwikkeling van de reserves (algemene reserve en bestemmingsreserves) en 4) de verhouding tussen structurele en incidentele baten en lasten. 1. Stijging in uitgaven als trend In de periode vanaf 2014 zien we een stijgende lijn in onze uitgaven. Deze is in lijn met een groei van taken die gemeenten moeten uitvoeren.

In 2015 is het effect van de decentralisaties in het sociaal domein goed af te lezen. De verdubbeling van de lasten in 2024 en 2025 is toe te rekenen aan de opvang van de Oekraiense ontheemden. Na de opvang zien we echter dat de lasten niet terug gaan naar het niveau van 2023. Dit komt door de verwerking van Specifieke Uitkeringen, aanvullende taken en de hoge inflatie die in 2022 en 2023 hebben plaatsgevonden. Deze lijkt zich voort te zetten. De uitkeringen uit het gemeentefonds stijgen niet in hetzelfde tempo met deze kosten mee. 2. Meerjarig sluitend, mede dankzij de hogere rente-inkomsten Deze tabel ‘begrotingssaldo met effecten rente-inkomsten’ laat zien wat het effect is van de renteinkomsten op onze begroting. De huidige rentepercentages staan onder druk. Wij zien dat de rentestanden langzaam aan het dalen zijn. Een dalende rente zorgt er bij de gemeente Rozendaal voor dat het begrotingstekort groter wordt. De blauwe lijn geeft aan wat ons begrotingssaldo is. De gouden lijn geeft aan waar ons begrotingssaldo op uit komt als wij de rente-inkomsten verliezen. Deze renteinkomsten zijn van cruciaal belang om aan onze wettelijke verplichtingen te kunnen blijven voldoen, zelfs in een beleidsarme begroting.

2 Coalitieakkoord Rozendaal 2022-2026, Daadkrachtig werken aan een duurzame toekomst, Rosendael ’74 en PAK, p. 5 en 6.

7

3. Goede reservepositie steeds verder onder druk Als we twintig jaar terugkijken zien we dat onze reserves in omvang zijn toegenomen. Dit heeft een directe relatie met bouwprojecten zoals IKC Dorpsschool en buurt De Del. De opbrengsten daarvan zijn voor het merendeel bestemd, zoals zichtbaar is in de groenen lijn die stijgt vanaf ca. 2018, en dus niet vrij inzetbaar (de blauwe lijn daalt). Vanaf 2022 zien we dat de reserves geleidelijk aan teruglopen van € 9,9 miljoen in 2022 naar (verwacht) € 8,2 miljoen in 2028. Daarmee is nog altijd sprake van een (zeer) gezonde vermogenspositie. Wel teren we in op ons spaargeld, zonder dat we mogelijkheden zien deze in de toekomst weer aan te vullen. 4. Verhouding structurele en incidentele baten en lasten De grafiek toont dat onze begroting bijna volledig bestaat uit structurele baten en lasten. Dit sluit aan bij de eerdere constatering dat onze begrotingen in toenemende mate beleidsarm zijn. De hoge incidentele baten en lasten van 2024 t/m 2026 worden veroorzaakt door de opbrengsten voor OOR en de SPUK’s. In 2025 worden de incidentele lasten voornamelijk onttrokken aan onze reserves.

Landelijke ontwikkelingen: het gemeentefonds en de herziening van de systematiek3 Onze meerjarige financiële gezondheid vraagt enige toelichting op de context van onze inkomsten uit het gemeentefonds en de herziening van de systematiek die hieronder ligt. Al enkele jaren wordt immers gesproken dat er een ‘financieel ravijn’ op gemeenten afkomt. Hoe dit komt en in hoeverre dat ook voor Rozendaal geldt, pogen we in dit deel toe te lichten. Gemeenten ontvangen ongeveer de helft van hun inkomsten uit het gemeentefonds. Voor Rozendaal is dat zoals gezegd meer, zo’n 2/3e (zonder de effecten OOR). Tot twee jaar geleden groeide het gemeentefonds mee met de omvang van de rijksuitgaven. Als de rijksuitgaven stegen, ging de uitkering uit het gemeentefonds omhoog en vice versa (‘samen trap op, trap af’). Een nieuw regeerakkoord kon toen grote gevolgen hebben voor de gemeentefinanciën. In de nieuwe systematiek, die al sinds voor 2020 onderwerp van gesprek en onderhandeling is, houdt de groei van het gemeentefonds gelijke tred met de meerjarige ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Hierdoor zijn gemeenten minder afhankelijk van wat er in een regeerakkoord wordt afgesproken. De volumeontwikkeling wordt gebaseerd op een acht-jaars (historisch) gemiddelde van de ontwikkeling van het BBP.

Op zich juichen gemeenten deze beweging toe, omdat daarmee toegewerkt wordt stabielere systematiek en een grotere gemeentelijke autonomie. Daarbij heeft de Vereniging Nederlandse 3 De informatie over de (herziening van het gemeentefonds is gebaseerd op analyses en informatie van de VNG en achter-

grondartikelen van o.a. BMC en Binnenlands Bestuur.

8

Gemeenten (VNG) zich namens alle gemeenten zich continu ingespannen om tot een ‘faire’ nieuwe verdelingssystematiek te komen, die recht doet aan de ontwikkelingen bij gemeenten en die ervoor zorgt dat taken en middelen in balans zijn. Als onderdeel van deze beweging is in de zomer van 2020 ook de K80 ontstaan, omdat het er op dat moment naar uitzag dat de herverdeling zou leiden tot forse nadelige effecten voor met name kleine gemeenten. Na een intensief meerjarig traject is dit voorjaar afgesproken dat de nieuwe systematiek vanaf 2024 ingaat. Eerder werd gesproken over 2027. Omdat dit nadelig uitpakt voor gemeenten, worden gemeenten hiervoor deels gecompenseerd.4 Hoewel de lobby van de VNG en de netwerken in de afgelopen jaren deels succesvol is geweest (o.a. de afschaffing van de oploop van de opschalingskorting en de overheveling van de SPUK’s naar de algemene uitkeringen waar de K80 zich in het bijzonder voor ingespannen heeft), resteert vanaf 2026 een korting van bijna € 2,5 miljard, ten opzichte van het door laten lopen van de ‘trap op trap af’-systematiek. We zien dus nu dat gemeenten bij het opstellen van de meerjarenramingen vanaf 2026 grote tekorten (het ‘ravijn’) voorzien. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat met ingang van dat jaar de algemene uitkering terugloopt.

Dit effect stabiliseert enigszins in de jaren daarna, maar de bezuiniging op de algemene uitkering vanaf 2026 is niet in lijn met het groeiend aantal taken van gemeenten en de (nieuwe of versterkte) inspanningen die ook de huidige regering vraagt van gemeenten op bijvoorbeeld bestaanszekerheid, wonen, en asiel en migratie. De oplopende gemeentelijke tekorten vinden plaats tegen de achtergrond van een zeer beperkte beleidsvrijheid voor gemeenten. Gemeenten hebben te maken met een groot aantal door het Rijk opgelegde taken, die moeten worden gefinancierd uit de algemene uitkering. Dit beperkt de ruimte om keuzes te maken. Naast de algemene uitkering ontvangen gemeenten en provincies specifieke uitkeringen van het Rijk. Deze middelen kunnen niet vrij besteed worden. Er moet apart verantwoording over afgelegd worden. Het aantal specifieke uitkeringen is gestegen van 16 in 2018 naar 137 in 2022. Dit beperkt gemeenten in de mogelijkheden om autonome beleidskeuzes te maken. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft geanalyseerd dat de daadwerkelijke vrije ruimte voor gemeenten nog geen 20% van de totale uitgaven betreft.

Áls er dus bezuinigd moet worden, hebben deze snel invloed op zaken die direct en zichtbaar voor inwoners van belang zijn, bijvoorbeeld beheer van de openbare ruimte en groen, onderhoud van wegen en ondersteuning van maatschappelijke initiatieven en voorzieningen. Situatie in Rozendaal: stabieler, met weinig bewegingsruimte De tekorten als gevolg van de uitkering uit het gemeentefonds zijn in Rozendaal veel minder zichtbaar dan in andere gemeenten. De reden hiervoor is gelegen in de veelheid van indicatoren die gezamenlijk de hoogte van de algemene uitkering bepalen. De uitkering wordt bepaald op basis van een groot aantal variabelen, zoals het aantal inwoners, jongeren en uitkeringsgerechtigden, de oppervlakte van de gemeente en de grootte van de watergebieden. In totaal gaat het om ongeveer 60 van deze zogenoemde maatstaven. Sommige daarvan werken in ons voordeel door onze unieke kenmerken (bijv. de maatstaven die te maken hebben met het oppervlakte van onze gemeente – dat is in verhouding tot de omvang van de bebouwde kom zeer groot). De belangrijkste factor echter het ‘vaste bedrag’ dat iedere gemeente via de algemene uitkering ontvang: Rozendaal ontvangt op dat deel van het gemeentefonds dus precies evenveel als willekeurig welke andere (grotere) gemeente.

Uit onderstaande grafiek wordt duidelijk dat onze inkomsten uit de algemene uitkering voor de komende jaren 4 Afgezien van een eenmalige korting van € 675 miljoen in 2025.

9

(2025-2028) op dit moment relatief stabiel lijkt te zijn. Daarbij moet wel aangetekend worden dat het merendeel van deze uitgaven nét zo stabiel (en dus vast) zijn: zoals eerder aangegeven zit het merendeel van onze uitgaven ‘vast’ in wettelijke verplichtingen en regelingen en/of betreft het zaken in de bedrijfsvoering, bestuur en ondersteuning.

10

Opbouw en leeswijzer Opbouw in programma’s en paragrafen De begroting is opgebouwd volgens de door de raad vastgestelde programma-indeling en de (deels wettelijk verplichte) paragrafen. In de programma’s zijn de drie ‘w-vragen’ sturend: wat willen we bereiken, wat gaan we daarvoor doen en wat mag het kosten? Hierbij willen wij zo scherp mogelijk beschrijven wat de opdracht van de gemeenteraad is aan het college van B&W voor 2025 en verder. Wij willen de gemeenteraad daarmee in staat stellen om de kaders helder vorm te geven, prioriteiten te stellen en uiteindelijk ook om effectiever de controlerende taak uit te oefenen. De begroting wordt ambtelijk uitgewerkt in een werkprogramma. Hiermee komen we tot een planmatige, projectmatige en controleerbare aanpak van onze inzet. Het college is van oordeel dat deze begroting een goede basis biedt om ook de toekomstige jaarstukken, en zo nodig de tussentijdse rapportages, verder te ontwikkelen. De begroting bestaat grofweg uit drie onderdelen: de programma’s; de paragrafen; de financiële begroting. Programma’s Alle acht programma’s starten met een inleiding waarin staat beschreven op welke onderdelen het programma betrekking op heeft. Vervolgens geven wij aan wat het beleidsdoel is binnen het programma. We volgen in onze programma-indeling en taakvelden de indeling uit het BBV.

Deze uniforme indeling helpt om tot betrouwbare informatie voor interne sturing en externe vergelijkbaarheid te komen. Onderdeel van die indeling is de voorgeschreven uitwerking van de volgende vragen: Wat willen we bereiken? Bij deze eerste W-vraag zijn op hoofdlijnen de te behalen doelen opgenomen. Wat gaan we daarvoor doen? Hier wordt geconcretiseerd welke acties en inspanningen (van ons en van onze samenwerkingspartners) er in 2025 (of verder) nodig zijn om het gewenste doel te bereiken. Wat mag het kosten? Hierin staat het overzicht dat inzicht geeft in: o de baten en lasten van de meeste recente jaarrekening; o de baten en lasten van het aankomende begrotingsjaar; o de baten en lasten van de drie jaren daaropvolgend; o overzicht van de onttrekkingen en toevoegingen aan reserves. We geven een toelichting op de opgenomen baten en lasten en verklaren de verschillen ten opzichte van de vorige meerjarenbegroting. Tot slot voegen wij ook nog een overzicht toe met de afwijkingen ten opzichte van Kadernota 2025. Beleidsindicatoren In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) wordt verplicht voorgeschreven dat gemeenten een aantal beleidsindicatoren opnemen in de begroting, in het programma waar de indicator betrekking op heeft. Doel hiervan is ten eerste om de begrotingen inzichtelijker maken voor raadsleden die niet met financiën zijn belast.

Ten tweede helpt dit om een betere onderlinge vergelijkbaarheid van de gemeentebegrotingen mogelijk te maken. Deze wettelijke indicatoren hebben echter in onze context vaak nauwelijks raakvlak met onze opgaven en onze inzet. De unieke karakteristieken van onze gemeente maken dat de verplichte indicatoren weinig zeggingskracht hebben. We kiezen er daarom voor om dit overzicht niet per programma op te nemen, zoals voorgeschreven, maar in een aparte bijlage.

11

Verbonden Partijen Binnen elk programma worden de Verbonden Partijen genoemd die een bijdrage leveren aan de doelstelling. Deze Verbonden Partijen worden in lijn met de voorschriften uit het BBV behandeld in de paragraaf Verbonden Partijen. Paragrafen In de paragrafen worden vanuit een dwarsverband op de programma’s diverse onderwerpen behandeld die de bedrijfsvoering in brede zin betreffen. Het gaat in de paragrafen niet om het ‘wat’, maar om de ‘hoe-vraag’. Er zijn acht wettelijk voorgeschreven en dus verplichte paragrafen: Hoe gaan we om met belastingen (lokale heffingen) (paragraaf 1)? Hoe worden risico’s beheerst en welk effect heeft dat op het weerstandsvermogen (paragraaf 2)? Hoe onderhouden we onze bezittingen en openbare ruimte (paragraaf 3)? Hoe lopen de geldstromen en onze vermogenspositie (paragraaf 4)? Hoe is de bedrijfsvoering geregeld (paragraaf 5)? Met wie vormen wij Verbonden Partijen en hoe zijn de afspraken geregeld (paragraaf 6)? Hoe is ons grondbeleid (paragraaf 7)? Hoe geven wij invulling aan de Wet Open Overheid (paragraaf 8)? We hebben een negende en een tiende, niet verplichte, maar wel wenselijke, paragraaf hieraan toegevoegd: Hoe waarborgen wij de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van onze (digitale en fysieke) informatie en hoe gaan wij om met persoonsgegevens (paragraaf 9)? Hoe zit het Sociaal domein in elkaar en welke duiding

hebben sommige onderdelen hierbinnen nodig (paragraaf 10)? Deze paragraaf is nieuw en dit jaar toegevoegd om begrotingsprogramma 6 niet ‘topzwaar’ te maken, en tegelijkertijd wel landelijke en regionale ontwikkelingen en actualiteiten op dit complexe terrein te kunnen toelichten. Financiële begroting In de financiële begroting wordt een samenvatting gegeven van alle lasten en baten op de programma’s. Daarnaast wordt inzicht geboden in de financiële ontwikkeling van het meerjarig perspectief, eventuele investeringen en de manier waarop daar invulling aan kan worden gegeven. Tot slot zijn er een aantal overzichten opgenomen die door het BBV worden voorgeschreven en die vooral voor de provinciaal toezichthouder relevante informatie bevatten.

12

Programma’s Programma 0: Bestuur en ondersteuning Inleiding In het programma Bestuur en ondersteuning geven we vorm en inhoud aan (de ondersteuning van) het gemeentebestuur (gemeenteraad en het college van Burgemeester en Wethouders). Samen geven we invulling en uitvoering aan het Coalitieakkoord 2022-2026. Deze begroting start met het laatste volle zittingsjaar van deze gemeenteraad, het jaar 2025. In maart 2026 volgen wederom gemeenteraadsverkiezingen. Dit programma gaat over de voorwaarden voor het bestuur om zijn wettelijke en autonome taken te kunnen uitvoeren en om de bestuurlijke en politieke ambities te kunnen realiseren. Het programma omvat ook onze dienstverlening aan inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Allerlei ondersteunende functies in de organisatie en allerlei vormen van samenwerking – met inwoners, in de regio – krijgen in dit begrotingsprogramma een plek. Dit programma is daarmee ook randvoorwaardelijk voor onze beleidsmatige inzet, zoals beschreven in de programma’s 1 tot en met 8. In de (verplichte) paragraaf Bedrijfsvoering en overige paragrafen zoals Informatieveiligheid en Privacy staan onderdelen van de bedrijfsvoering nader beschreven.

Beleidsdoel We willen het gemeentebestuur (wettelijk zijn dat raad en college gezamenlijk, als algemeen en dagelijks bestuur van de gemeente) in staat stellen op efficiënte, transparante en democratische wijze besluiten te nemen. We richten de organisatie passend en toekomstbestendig in om deze besluiten voor te bereiden en deze vervolgens in uitvoering te vertalen. We willen de gemeenteraad ondersteunen om invulling te kunnen geven aan de kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol.

Wat willen wij bereiken? We streven zowel in onze organisatie en dienstverlening als in onze samenwerkingsrelaties naar een (meer) optimale balans tussen de kracht en de kwetsbaarheid die inherent is aan onze kleine schaal. Dat doen we op acht gebieden, die we hieronder uitwerken. 1. Bestuur & democratie We zetten ons in voor een krachtig gemeentebestuur en goede democratische besluitvorming. We waarborgen dat onze bestuursorganen raad, college van B&W en de burgemeester als zelfstandig bestuursorgaan op efficiënte, transparante en democratische wijze kunnen functioneren. We dragen daarbij zorg voor transparante (digitale) ontsluiting van gemeentelijke informatie. 2. Verbindend bestuur We hechten waarde aan de Rozendaalse gemeenschap en de kracht van het eigen en gezamenlijke initiatief. We beogen in 2025 meer vorm en inhoud te geven aan de wijze waarop we als gemeente 13

bijdragen aan het behouden en versterken van de lokale gemeenschapszin. We zetten in op (burger)participatie en het benutten van de kracht van onze lokale samenleving bij belangrijke ontwikkelingen zoals de vormgeving van een nieuw meerjarenperspectief op duurzaamheid en de Omgevingsvisie. 3. Constructieve partner in de regio We zetten ons in om het maximale uit de samenwerking in de regio en met regiogemeenten te halen, zodat we als regio én als eigenstandige gemeente krachtiger worden. We werken samen in de regio niet alleen omdat het soms wettelijk moet, maar vooral omdat we als kleine gemeente als geen ander de meerwaarde ervaren van het bundelen van krachten. Of dit nu gaat om de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR), de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM), de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Midden-Gelderland (MGRSD SDCG) of de samenwerking met buurgemeente Rheden: wij stellen ons op als een soms kritische, maar bovenal constructieve partner. 4. Dienstverlening & Burgerzaken In aansluiting op de eisen en wensen van onze omgeving (rijksoverheid, maar vooral inwoners en overige klanten) willen we adequate diensten verlenen, zowel fysiek aan het loket als digitaal. Daarnaast willen de we kwaliteit van dienstverlening versterken op basis van onze Visie op dienstverlening (2022).

Daarbij zijn onze producten en diensten ook digitaal toegankelijk waar dit wordt gevraagd op basis van (Europese) wet- en regelgeving. 5. Communicatie & participatie Communicatie en participatie vormt een ruggengraat in het realiseren van en informeren over onze doelen. Om te werken vanuit onze waarden en vanuit nabijheid als kracht is het in toenemende mate van belang om naast een gedegen dienstverleningsaanpak ook onze communicatiestrategie en uitingen te professionaliseren. We willen hier de komende jaren een verbeterslag in maken, om mensen actiever te betrekken bij besluitvorming en helderder voor het voetlicht te brengen welke doelen we ons stellen. Dit is randvoorwaardelijk voor het behouden en versterken van de lokale gemeenschapszin (zoals genoemd onder ‘verbindend bestuur’). 6. I-Domein: ICT-beleid, informatiebeleid, informatievoorziening en informatieveiligheid Onze samenleving is gedigitaliseerd en digitalisering is verweven in alle taken van de gemeente, van burgerzaken tot het fysiek domein, van de uitvoering van sociale regelingen tot de lokale democratie. Het is daarom essentieel dat wij een stabiele ICT-omgeving behouden, gericht op het continueren van de dienstverlening aan onze inwoners. Even essentieel is het dat we risico’s op informatieveiligheid en privacy in beeld hebben en zo veel mogelijk mitigeren.

Daar hebben we de afgelopen jaren forse stappen gezet met de uitvoering van de Digitale Agenda 2022-2023. Daarnaast willen wij met onze digitale dienstverlening blijven inspelen op de eisen die onze omgeving aan de gemeente stelt. Zie ook de paragraaf bedrijfsvoering, de paragraaf Wet Open Overheid (Woo) en de paragraaf Informatieveiligheid en Privacy. 7. Toekomstbestendige organisatie We investeren doorlopend in een weerbare en wendbare organisatie om ook de komende jaren efficiënt te werken aan onze opgaven. Onze strategie daarvoor hebben we uiteengezet in een brief aan uw raad (3 oktober 2023), die ook in 2025 een belangrijke leidraad blijft. We hebben de afgelopen 14

jaren forse stappen gezet in het op orde krijgen van met name het domein bedrijfsvoering, het uitbouwen en verdiepen van de samenwerking in het sociaal domein met Rheden (beleidstaken), het idomein en dienstverlening/burgerzaken. Om wendbaar en weerbaar te worden en te blijven, blijven we het komende jaar werken vanuit de volgende sporen: versterken regie: verbeterde strategievorming, contractmanagement en een sterkere verbinding in het netwerk; versterken dienstverlening en communicatie: om het contact en verbinding met de inwoner blijvend te borgen; versterken van de bedrijfsvoering als ruggengraat van de kernorganisatie. 8. Onderhoud gemeentelijk vastgoed/gemeentehuis We zorgen voor adequaat onderhoud van ons gemeentelijk vastgoed. Waar het ons gemeentehuis betreft willen we naast een veilige werkomgeving voor onze medewerkers ook een toegankelijke en transparante entree realiseren met ruimtes voor de diverse functies. Naast de publieksdienstverlening, en werklocatie beogen we dat het gemeentehuis zich ontwikkelt tot ‘huis van de gemeenschap’. We hebben daarbij oog voor het monumentale karakter van ons gemeentehuis en spannen ons ervoor in het monument voor toekomstige generaties te behouden.

Wat gaan wij daarvoor doen? We benoemen op ieder van de acht velden de acties die we in 2025 (e.v.) wensen in te zetten. 1. Bestuur & democratie We zorgen ook in 2025 voor goede, navolgbare en transparante besluitvorming in de gemeenteraad en het college van B&W. Daarbij voldoen we stapsgewijs aan de eisen die de Wet Open Overheid (Woo) stelt aan actieve openbaarmaking. In 2025 onderzoeken we een voor Rozendaal passende wijze van implementatie van de Wet versterking decentrale rekenkamers. Onder regie van de werkgeverscommissie van de gemeenteraad starten we de werving van een nieuwe griffier, wegens (leeftijd gerelateerde) uitdiensttreding van onze griffier per medio 2025. De voorbereidingen voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 pakken we in 2025 binnen de reguliere capaciteit op. Er zijn in 2025 geen reguliere verkiezingen voorzien en we nemen hier dus geen budget voor op. We implementeren in 2025 eventuele wijzigingen naar aanleiding van de evaluatie van de (bijgestelde) vergaderstructuur van de gemeenteraad in 2024. We ondersteunen in 2025, op weg naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2026, initiatieven van onze lokale politieke partijen die laten zien hoe de lokale democratie bij ons werkt en hoe belangrijk actieve leden zijn. In lijn met de landelijke trend hebben immers ook de politieke partijen bij ons moeite met het vinden en behouden van actieve leden.

Om jongeren kennis te laten maken met onze democratie en besluitvormingsprocessen blijven we ook in 2025 actief de Kinderburgemeester en Jongerenraad ondersteunen. 2. Verbindend bestuur We werken in 2025 net als voorgaande jaren aan goede verbindingen tussen burger en bestuur, zowel op het niveau van individuele projecten (zoals bij ontwikkeling van openbaar groen), als in het algemeen (bijvoorbeeld via ‘Buurt aan Tafel’ of themabijeenkomsten). Ook initiatieven zoals een dag voor nieuwe inwoners, dragen bij aan ‘nabij en open bestuur’. Een dag voor nieuwe inwoners heeft in 2024 niet plaatsgevonden en staat in het voorjaar van 2025 wederom op het programma. We onderzoeken de mogelijkheden voor vormen van digitale inwonersparticipatie (bijvoorbeeld met een burgerpanel). Dit is een onderwerp dat in eerdere begrotingen al op de agenda stond, maar door capaciteitsgebrek niet is gerealiseerd. 15

Om meer vorm en inhoud te geven aan de wijze waarop we als gemeente bijdragen aan het behouden en versterken van de lokale gemeenschapszin werken we in 2025 een Visie op gemeenschapszin uit. We blijven, onder meer via welzijnssubsidies, initiatieven voor en door de Rozendaalse gemeenschap faciliteren. Onder meer in de in 2025 vast te stellen Omgevingsvisie en de nieuwe duurzaamheidsagenda houden we rekening met het ondersteunen en versterken van gemeenschapszin en wat daar (ruimtelijk) relevant voor is. In 2025 staat ons een bijzonder herdenkingsjaar te wachten. We herdenken en vieren 80 jaar oorlog en vrijheid in Rozendaal en daarbuiten en organiseren hieromheen activiteiten die passen binnen de bestaande middelen en capaciteit. We zetten wederom in op het betrekken van jongeren en scholieren in de (herdenkings)activiteiten. 3. Constructieve partner in de regio We volgen de relevante regionale ontwikkelingen om kansen en risico’s te identificeren. We richten daartoe onze bestuurlijke en ambtelijke inzet in de regionale samenwerkingen rond de thema’s natuurversterking, projecten uit het groenblauw raamwerk en groene groei in de GMR. We blijven als trekker betrokken bij het tot stand brengen van bestuurlijk en ambtelijk draagvlak voor groenbehoud, bijvoorbeeld ten behoeve van ons bomenareaal in de Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie(DPRA).

We werken als constructieve partner mee aan voorstellen bij gemeenschappelijke regelingen die leiden tot een verlichting van de meerjarige druk op de gemeentefinanciën. We laten, afgestemd met de raad, vroegtijdig onze stem horen in bezuinigingsdiscussies, herverdelingsdiscussies en kosten-verdeel-systematiek. 4. Dienstverlening & burgerzaken In 2024 zijn de eerste diensten gedigitaliseerd. Inwoners kunnen nu digitaal een stempas aanvragen, een verhuizing doorgeven en een uittreksel basisregistratie personen aanvragen. Geleidelijk aan kunnen onze inwoners met behulp van DigiD steeds meer digitale hun zaken met de gemeente regelen. Naast het toegankelijk maken van de belangrijkste digitale diensten werken we aan het verbeteren van de communicatie daarover via onze website. We brengen in 2025 de huidige stand van de digitale toegankelijkheid in beeld (zoals ook gevraagd wordt op basis van Europese regelgeving). Op basis van de Visie op dienstverlening en de gebruikservaring van de nu beschikbare digitale dienstverlening onderzoeken we of en hoe we vervolgstappen kunnen zetten op het inrichten van ambulante dienstverlening aan kwetsbare inwoners. Het contract voor de verschillende ondersteuningspakketten bij Burgerzaken loopt af en moet in 2025 worden aanbesteed. Dit vraagt, naast inzet van een projectteam uit de organisatie, ook externe projectondersteuning.

Voor 2025 voorzien we net als in 2024 beperkingen in de capaciteit door langdurig verzuim. Hierdoor blijft tijdelijk externe inhuur noodzakelijk en schakelen we specialistische ondersteuning in bij het verzuimtraject. We komen toe aan een volgende stap in onze diensten rond huwelijken. Na een verbeterslag van administratie en proces in 2024 en het neerzetten van de basis voor digitale dienstverlening op dit vlak, liggen in 2025 beleidskeuzes voor. Het gaat hier met name om de vraag of we trouwen in Rozendaal (nog) aantrekkelijker willen maken en wat dit voor consequenties heeft in financiële, organisatorische en communicatieve zin. 16

5. Communicatie & participatie We zien een toenemende behoefte aan ondersteuning in communicatie & participatie. Te denken valt aan de ontwikkeling van kaders voor burgerparticipatie; het beter doordenken en plannen van communicatie-/participatieaanpak in ‘de opgaven die ertoe doen’ (Omgevingsvisie, duurzaamheidsagenda, opvang Oekraïners en vluchtelingen etc.); ondersteuning op communicatieinstrumenten; ondersteuning in woordvoering en perscontacten en tot slot een betere profilering van de gemeente en inzet op arbeidsmarktcommunicatie. Een uitgebreidere toelichting hierop is opgenomen in de raadsinformatiebrief van 3 oktober 2023 over de doorontwikkeling van de organisatie. Als gevolg van de begrotingsbehandeling 2024 in november 2023 is er in 2024 geen ruimte geweest om dit voornemen op te pakken. De noodzaak is echter onverminderd. We werken in 2025 een plan van aanpak uit voor de versterking van de communicatie-/participatiefunctie. Dat doen we door onze huidige communicatieaanpak met een scan tegen het licht houden. We identificeren daarmee de verschillende verbeteracties (quick wins en/of beleidsmatig) om de communicatiewerkzaamheden te verbeteren. We verbeteren het websitebeheer in de organisatie om de website beter te benutten en te positioneren als één van de middelen in de communicatieaanpak.

Hiermee vullen we ook een randvoorwaarde in om te voldoen aan wet- en regelgeving op het vlak van digitale toegankelijkheid. Op dit moment kennen we geen aparte formatie op communicatie. De feitelijke inzet op communicatie lossen we al jaren samen op. Dat blijven we grotendeels doen. We zien echter dat dit op sommige punten zorgt voor een onevenredig zware belasting die maakt dat andere taken in de verdrukking komen. In het reguliere werk zijn er een voortdurend kleine en soms grotere (communicatieve) ondersteuningsbehoeften bij projecten en vraagstukken waarbij extra (of slimmere) communicatie-inzet van grote waarde kan zijn. We denken hierbij voor het komende jaar in ieder geval aan het traject rondom vaststelling van de Omgevingsvisie, de duurzaamheidsagenda en de Gemeentelijke Opvanglocatie Oekraïners (GOO) ‘De Bosrank’. Maar ook bijvoorbeeld de 4 en 5 mei bijeenkomsten en inwonerbijeenkomsten doen een beroep op schaarse capaciteit. 6. I-Domein In 2024 is de Digitale Agenda 2022-2023 afgerond. Daarmee hebben we het been bijgetrokken. Binnen de bestaande capaciteit en middelen blijven wij de ontwikkelingen en verbeterpunten monitoren en daar waar nodig implementeren binnen onze gemeente.

Veel van dit werk is ‘onder de motorkap’: de inwoner merkt er niet direct iets van, maar het is wel randvoorwaardelijk om voor onze inwoners een betrouwbare, transparante en doelmatige overheid te zijn en blijven. Voor 2025 hebben wij de volgende activiteiten geïdentificeerd. We voeren het Implementatieplan Woo uit, zodat we stapsgewijs aan de wettelijke vereisten op het vlak van actieve openbaarmaking voldoen. (Zie verder de paragraaf Woo.) We vullen het recht in van de inwoners en bedrijven om digitaal gemeentelijke diensten/aanvragen te kunnen doen. Uiteraard willen wij dit aanbieden op een veilige manier. Hiervoor is een beveiligde email optie de lichtste vorm van veiligheid en loopt het waarborgen van de veiligheid op tot het inloggen met DIGID, e-Herkenning of e-IDAS (Europese inlogoptie). We voeren alle benodigde audits (zoals ENSIA) uit en bereiden ons voor op de inwerkingtreding van onder andere de Cyberbeveiligingswet (de Nederlandse vertaling van Europese regelgeving in het kader van digitale veiligheid die per oktober 2024 van kracht is). (Zie verder de paragraaf Informatieveiligheid en Privacy.) Om over te kunnen gaan op volledig digitaal werken is het noodzakelijk om een digitale handtekeningen te zetten. Hiervoor zoeken wij nog geschikte tools en de implementatie van de uiteindelijke tool volgt daarop. 17

We actualiseren het uitwijkplan. Dit is noodzakelijk om bij calamiteiten de bedrijfscontinuïteit (met name voor burgerzaken) te kunnen garanderen. Het inregelen van business continuity management en IT service continuity management zijn ook eisen die vanuit de wettelijke verplichtingen rond informatiebeveiliging aan ons gesteld worden en waarop we ons moeten verantwoorden. Uit een eerste inventarisatie in 2024 blijkt dat met name Burgerzaken-taken op dit moment niet zomaar vanaf een andere locatie dan de Kerklaan kunnen worden gecontinueerd. Overige applicaties staan grotendeels in de Cloud. We werken aan versterken van het leveranciersmanagement vanuit het perspectief van informatieveiligheid. Ook voor uitbestede taken blijven wij als gemeente immers verantwoordelijk voor de informatieveiligheid. Dit vraagt een verbeterslag op contractbeheer en om grip te krijgen op de informatieveiligheid bij onze leveranciers. (Zie ook de raadsinformatiebrief Voortgang Digitale Agenda 2022-2023 dd. 22 maart 2024.) We stellen een kwaliteitsplan archivering op, zodat archiefwaardige stukken op een goede manier bewaard blijven, volgens de Archiefwet. 7. Toekomstbestendige organisatie In de raadsinformatiebrief van 3 oktober 2023 schetsten we de beoogde aanpak voor de doorontwikkeling van de organisatie de komende jaren.

We zien dat het richten van de ontwikkeling van en in onze organisatie voor de komende jaren een kwestie is van maatwerk. We zijn uniek in ons formaat, onze uitgangspositie en de sociaaleconomische structuur in onze gemeente. We hanteren dus geen (bestuurskundig) vast model, maar hanteren een aantal richtingwijzers die ons helpen bij de keuzes voor organisatieopgaven die we de komende periode veelvuldig gaan tegenkomen. Die ons helpen om mét de raad en de collega’s telkens een stap in de gewenste richting te zetten. Om ook in 2025 stappen te zetten op het vlak van regie, bedrijfsvoering en dienstverlening werken we aan: Het op peil brengen van de HR-organisatie: het gaat onder meer om de personeelsadministratie en om noodzakelijke stappen om te voldoen aan goed werkgeverschap en wettelijke vereisten. Hierbij wordt ook gewerkt aan het verstevigen van de rechtspositionele verhouding tussen werkgever en werknemer (functiehuis). Een volgende stap in de interne organisatiestructuur: onder andere het forse personeelsverloop dat we voorzien in 2026 vraagt om een heldere organisatiestructuur passend binnen de bredere aanpak (formatie, bezetting en aansturing).

Hierbij wordt ook gewerkt aan het verstevigen van de rechtspositionele verhouding tussen werkgever en werknemer (functiehuis); Een lerende en ontwikkelende organisatie met voldoende inzet op individuele en collectieve ontwikkeling; Het continueren van taakuitoefening van de functie van griffier na uitdiensttreding, waarbij ook voor juridische werkzaamheden een nieuwe invulling moet worden gezocht (deze twee taken, met twee werkgevers, zijn bij ons op dit moment in één functie verenigd). 8. (Onderhoud) gemeentelijk vastgoed/gemeentehuis Om een toegankelijke en transparante entree te realiseren die past bij de overige gebruiksfuncties die ons gemeentehuis heeft werken we aan de hand van een verkennende functie-uitwerking en globale inrichtingsschets een plan uit voor interne aanpassingen aan het gebouw. Te beginnen met de begane grond. Daarmee werken we ook aan veilige werkplekken op de benedenverdieping en een houden we rekening met eisen aan informatieveiligheid en privacy. Met externe ondersteuning komen we tot een ontwerp en doorrekening van de verbouwkosten. We doen dit binnen vooraf opgestelde uitgangspunten, zoals zo bescheiden mogelijke (structurele) bouwkundige ingrepen; financiële terughoudendheid/bescheidenheid; rekening houden met het monumentale karakter; zo veel mogelijk flexibele (d.w.z. geen onomkeerbare) oplossingen.

Op basis van het ontwerp en zal nadere besluitvorming aan de orde zijn en wordt een kredietaanvraag voorbereid. We laten in 2025 uitgesteld onderhoud verrichten aan de buitenzijde van het gemeentehuis, dit op advies van Stichting Monumentenwacht Gelderland. Het betreft hier het vervangen van de 18

dakbedekking op de platte daken van het gebouw. Verder wordt de aanwezige houtrot hersteld en wordt er schilderwerk uitgevoerd. In 2025 stoppen de activiteiten van de milieustraat op de gemeentewerf. Wij onderzoeken daarna wat de mogelijkheden zijn voor het pand van de gemeentewerf.

Wat mag het kosten? Werkelijk Begroot 2023 2024

Begroot 2025

Begroot 2026

Begroot 2027

Begroot 2028

Baten 0.1 Bestuur 7.733 0 0 0 0 0 0.2 Burgerzaken 34.099 65.570 57.619 62.072 66.655 65.560 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden 12.090 13.400 13.000 13.255 13.510 13.765 0.4 Overhead 35.118 33.352 31.902 32.502 33.102 33.702 0.5 Treasury 206.332 207.000 213.800 214.550 211.250 207.000 0.61 OZB woningen 434.700 440.017 511.603 549.973 591.222 635.563 0.62 OZB niet-woningen 63.323 71.157 68.536 73.676 79.201 85.141 0.64 Belastingen overig 0 0 0 0 0 0 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds 3.585.404 3.810.151 3.973.201 3.910.994 4.041.182 4.169.905 0.8 Overige baten en lasten 0 0 0 0 0 0 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) 0 0 0 0 0 0 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten totaal baten 4.378.798 4.640.647 4.869.661 4.857.022 5.036.122 5.210.637 Lasten 0.1 Bestuur 489.019 511.805 498.515 524.257 545.160 563.573 0.2 Burgerzaken 75.316 83.901 78.993 90.380 92.944 93.374 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden 0 0 0 0 0 0 0.4 Overhead 1.956.238 2.054.657 2.169.718 2.076.162 2.129.447 2.169.168 0.5 Treasury 0 0 0 0 0 0 0.61 OZB woningen 34.427 35.400 36.100 36.800 37.500 38.200 0.62 OZB niet-woningen 0 0 0 0 0 0 0.64 Belastingen overig 0 0 0 0 0 0 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds 0 0 0 0 0 0 0.8 Overige baten en lasten 0 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) 0 0 0 0 0 0 0.11 Resultaat van de

rekening van baten en lasten totaal lasten 2.555.000 2.695.763 2.793.325 2.737.599 2.815.052 2.874.314 Saldo van baten en lasten 0.10 Mutaties reserves (onttrekking) 0.10 Mutaties reserves (toevoeging) Saldo toevoegingen en onttrekkingen Geraamd resultaat

1.823.798 1.944.884 2.076.335 2.119.424 2.221.070 2.336.323 97.425 6.686 90.739

4.494 6.686 -2.192

195.222 6.686 188.536

4.494 6.686 -2.192

4.494 6.686 -2.192

4.494 6.686 -2.192

1.914.537 1.942.692 2.264.871 2.117.232 2.218.878 2.334.131

19

Een kwart van de lasten van onze gemeente wordt uitgegeven in programma 0. Dit komt met name doordat alle salariskosten van zowel de ambtelijke organisatie als die van het college en de raad hierop drukken. Daartegenover staat dat programma 0 zorgt voor twee derde van de opbrengsten. Dit komst door de opbrengsten vanuit het gemeentefonds en de opbrengsten van de lokale heffingen die binnen dit programma geboekt worden. De reguliere taken die aan dit programma toe te rekenen zijn, zijn zeer divers. Het gaat hier om onder andere: alle handelingen van Burgerzaken (uitgifte van reisdocumenten, inschrijvingen in Rozendaal, huwelijken, verkiezingen etc.); secretariële ondersteuning, bestuursondersteuning en representatie (agendabeheer, beantwoorden van de telefoon, organiseren van allerlei evenementen, communicatie, representatie en facilitaire zaken); financiën (opstellen financiële producten, zorgdragen voor de administratie, treasury, controle en het geven van financieel advies); ICT, informatiebeleid en informatieveiligheid (informatiebeveiliging, privacy, archief, informatiearchitectuur, ICT-infrastructuur, software en hardware); juridische zaken (behandelen bezwaar en beroep, behandelen vergunningen en vraagbaak Wooverzoeken); griffie (ondersteuning raad en voorbereiding van de raadsvergaderingen).

Specifiek voor 2025-2026 zien we de volgende mutaties: De kosten voor de implementatie van de Wet versterking decentrale rekenkamers en het uitvoeren van rekenkameronderzoek begroten wij vanaf jaarschijf 2026 voor een bedrag van € 10.000. Er zijn in 2025 geen (reguliere) verkiezingen voor de Tweede Kamer door de vervroegde landelijke verkiezingen in 2024. De daarvoor begrote kosten ramen we in 2025 af met € 9.000. Wij verwachten dat de extra kosten bij het langdurige verzuim blijven doorlopen voor het eerste halfjaar. Deze kosten ramen wij op € 94.278 als gevolg van externe inhuur en specialistische ondersteuning bij het verzuimtraject. Hiervoor is geen dekking te vinden binnen de exploitatie, zodoende dekken we deze lasten uit de algemene reserve. Het contract voor de verschillende ondersteuningspakketten bij Burgerzaken loopt af. Voor deze aanbesteding is externe projectondersteuning nodig. We ramen hier € 5.000 voor ten laste van het budget Externe inhuur. Het vervangen van de dakbedekking op de platte daken van het gebouw en het herstellen van het aanwezige houtrot en het buiten schilderwerk kosten incidenteel zo’n € 80.000. Hiervoor hebben wij gespaard in de reserve onderhoud gemeentehuis. Deze reserve wordt als dekkingsmiddel ingezet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=a7371e98-9567-416a-8b08-47837783bad9