CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2026-2029

1.2 Raadsvergadering 1 juli 2025, gemeente RozendaalBij agendapunt: Kadernota5.598 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota 2026-2029

Inleiding Voor u ligt de Kadernota 2026-2029. Deze kadernota maakt deel uit van de Rozendaalse P&C-cyclus bestaande uit de kadernota, de programmabegroting, tussenrapportages en de jaarstukken (de programmarekening). De programmabegroting en de jaarstukken zijn wettelijk verplichte documenten. De kadernota is dat niet. Wel schrijft onze Financiële verordening 2024 voor dat het college van B&W de uitgangspunten voor het opstellen van de meerjarenbegroting en een actualisatie van het financieel meerjarig perspectief aan de raad voorlegt en eventueel ook voorstellen voor (nieuw) beleid.

Doel en opzet Doel van de kadernota is om tot kaders te komen die voor het opstellen van de Begroting 2026-2029 leidend zijn voor het college. De kadernota is dus een nota op basis waarvan het college de begroting verder uitwerkt. De nota geeft inzicht in de belangrijkste in-en externe ontwikkelingen waar de gemeente op moet inspelen en wat dat voor het financiële meerjarige beeld betekent. Met dit document en het gesprek in de raad hierover kunt u richting bepalen en accenten meegeven op weg naar de begroting.

Leeswijzer Deze kadernota bestaat uit vier delen. A. Het financieel meerjarig perspectief We geven als eerste een beknopte weergave van de belangrijkste financiële ontwikkelingen, op basis van bestaand beleid en met de huidige Meerjarenbegroting 2025-2028 als vertrekpunt. De cijfermatige conclusie die daaruit voortkomt, betreft dus het financieel meerjarig perspectief zónder dat we nieuw beleid oppakken of andere externe ontwikkelingen (met financiële consequenties) een plek geven, en zónder dat we bijsturen op bestaand beleid. B. Beleidsontwikkelingen In dit tweede deel staan we stil bij ontwikkelingen die het nodig maken om in 2026 e.v. nieuw beleid of regelgeving op te stellen, of bestaand beleid of regelgeving te wijzigen. Het gaat in het licht van deze kadernota daarbij uitsluitend om ontwikkelingen met financiële consequenties. C. Dilemma’s en aanpak op weg naar de begroting In dit derde deel schetsen we de afwegingen die de raad kan maken op weg naar een gezond meerjarig financieel perspectief. We vragen u bij de behandeling van de kadernota op 1 juli a.s. om u – via de Algemene Beschouwingen en het daarop volgende debat – uit te spreken over de vragen die u in deze kadernota aantreft, en de uitgangspunten die we u voorleggen op weg naar de begroting. Door u daarover uit te spreken, geeft u als raad richting aan het college bij het opstellen van de Begroting 2026-2029.

Deze krijgt u vervolgens in oktober ter besluitvorming voorgelegd. D. Bijlagen In de bijlage werken we een aantal zaken en financiële overzichten nader uit.

2

A. Financieel meerjarenperspectief 1. Startpunt Als startpunt hanteren we de Meerjarenprogrammabegroting 2025-2028. De cijfers voor de beginstand van het jaar 2029 zijn gebaseerd op 2028 uit de begroting 2025-2028. Het beeld is dan als volgt.

Saldo Begroting 2026-2029 (beginstand)

2026 -151.838

2027 - 99.906

2028 8.615

2029 8.615

2. Autonome ontwikkeling We schetsen de belangrijkste ontwikkelingen op basis van staande begrotingsaannames. Het gaat dus om de inschatting van de financiële effecten van autonome ontwikkelingen (zaken die op ons afkomen zonder dat wij daar veel invloed op hebben) en de inschatting van het financieel effect van reeds vastgesteld beleid. Onderstaande tabel geeft een overzicht. Ontwikkeling Verminderde renteopbrengsten CAO-ontwikkeling Inflatie Effect MJP wegen (rentederving en kosten) Organisatiekosten (Functiehuis, ICT, effect bestaande samenwerking Rheden)

Financieel effect meerjarig - 58.000 - 58.000 Meerjarig oplopend van - 5.000 tot - 60.000 Meerjarig oplopend van - 5.000 tot - 60.000 - 75.000

Als we deze ontwikkelingen verwerken en vervolgens afzetten tegen de primitieve Meerjarenbegroting 2025-2028 zien we een negatieve ontwikkeling van het meerjarig saldo: meerjarig om en nabij de € 250.000 negatief. Al in de Meerjarenbegroting 2025-2028 werd rekening gehouden met een negatief saldo voor de jaren 2026 en 2027 (zie onder 1). Op basis van bovenstaande ontwikkelingen zakt het saldo verder in de min. Zie onderstaande tabel, die het geactualiseerd meerjarig perspectief bevat als basis voor de Programmabegroting 2026-2029. In de bijlagen is verder uitgewerkt hoe deze cijfers zijn opgebouwd en welke aannames daaraan ten grondslag liggen.

Saldo (met ontwikkelingen)

2026 - 255.000

2027 - 306.000

2028 - 187.500

2029 - 265.500

3. Geprognosticeerde ontwikkeling gemeentefonds We zien dat er jaarlijks, op twee momenten (mei en december) via de zg. ‘circulaires’ van het Rijk geld wordt toegevoegd aan het gemeentefonds. Voor Rozendaal gaat het nu om € 90.000 tot € 115.000 méér inkomsten in het gemeentefonds. In de bovenstaande tabel onder 2 is het (positieve) effect van de Decembercirculaire 2024 (€ 115.0000) al verwerkt. Bij het opstellen van deze kadernota hebben we echter nog geen rekening kunnen houden met het effect van de Meicirculaire 2025. We verwachten dat de meicirculaire een positief effect laat zien, op basis van een voorlopige doorrekening van het effect van de Voorjaarsnota van het Rijk. Om de raad goed zicht te geven op ons financieel perspectief, geven we hier aan wat het effect van de Voorjaarsnota van het Rijk op Rozendaal kan zijn. Het betreft nadrukkelijk een voorlopige, indicatieve, doorrekening van de Voorjaarsnota. De uiteindelijke (échte) cijfers zien we pas in de Meicirculaire. 2026 3

2027

2028

2029

Indicatie effect VJN voor Rozendaal + 96.000 + 102.000 + 102.000 + 111.000 Saldo inclusief indicatie effect VJN - 159.000 - 204.000 - 85.500 - 154.500 4. Tussentijdse conclusie Inclusief de positieve aanname over de ontwikkeling in het gemeentefonds (via de te verwachten Meicirculaire) zien we dat we – als we niets doen – rekening moeten houden met een negatief meerjarig begrotingssaldo tussen de (afgerond) - € 85.000 en - € 205.000. Dit vraagt om structureel bijsturen: door kostenbesparing en/of opbrengstenverhoging.

B. Beleidsontwikkelingen Deel A is opgesteld met uitsluitend de blik gericht op onvermijdelijke ontwikkelingen met een financieel effect, op basis van bestaande beleidskaders. Dit past bij het beeld van de laatste jaren: onze begrotingen zijn steeds meer behoudend en beleidsarm. In deze kadernota zetten we die lijn door. We zien geen ruimte voor nieuwe (beleids)ontwikkelingen, projecten of plannen met financiële gevolgen op basis van specifieke wensen van college of raad. Toch zijn er onderwerpen waarop beleid in voorbereiding is en die mogelijk ook een financieel effect hebben. Het gaat onder meer om de volgende thema’s: - Bomenbeheer en -behoud - Beleid en aanpak Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH-beleid) - (Bijsturen op) Meerjarenonderhoudsplan wegen (MJOP) - Meerjarenplan huisvesting scholen (onderwijshuisvesting) - Bibliotheek - Beschermd Wonen - Aanpak nieuwkomers/huisvesting De reden dat we deze beleidsontwikkelingen hier benoemen in de verder beleidsarme kadernota is met name gelegen in urgentie (bijv. bomenbeheer) en wettelijke verplichtingen (bijv. onderwijshuisvesting en VTH-beleid). Bij het MJOP wegen speelt vooral het voorziene meerjarig financieel effect, dat maakt dat we mogelijk de beleidsuitgangspunten moeten herijken. Het begrotingseffect van deze onderwerpen is nog niet in op alle onderwerpen beeld, maar wordt de komende tijd nader uitgewerkt.

Voor m.n. de thema’s bomenbeheer en -behoud en het onderhoud wegen (MJOP wegen) ambieert het college met beleidsvoorstellen richting raad te komen vóór de aanbieding van de conceptbegroting in oktober. Naar aanleiding van deel A en B willen we uw raad graag enkele vragen meegeven, die onze inzet richting de begroting verder laden. Vragen aan de raad 1. In hoeverre wenst de raad specifieke beleidsmatige ontwikkelingen niet op te pakken vóór de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026? 2. Zijn er thema’s die de raad juist wél op weg naar de komende meerjarenbegroting uitgewerkt zou willen zien?

4

C. Uitgangspunten voor begroting Het beeld uit paragraaf A laat een meerjarige disbalans tussen inkomsten en uitgaven zien. In deel B hebben aangestipt dat diverse thema’s een financieel effect kunnen hebben. Dit vraagt stevig bijsturen. Voor de raad zien we daarom twee kernvragen van belang voor het richting geven aan de komende begroting. Vragen aan de raad 3. Welke meerjarige aanpak willen we hanteren op weg naar de meerjarenbegroting? - Willen we rust in het eerste jaar (sluitend in 2026, geen structurele ingrepen in de jaren daarna)? Deze optie geeft tijd en ruimte om tot meer fundamentele oplossingen te komen in de nieuwe bestuursperiode (na de verkiezingen). - Willen we nu toewerken naar een (meer) sluitend meerjarenperspectief, en dus in de komende begroting een aanpak vastleggen waarmee we vanaf 2029 een begroting hebben die structureel sluitend is? Deze optie zorgt ervoor dat het huidige gemeentebestuur (raad en college) een ‘ordentelijk huishoudboekje’ achterlaten richting de volgende bestuursperiode en dat we problemen niet voor ons uitschuiven. 4. Op welke wijze wil de raad het begrotingstekort dichten? Met andere woorden: welke verhouding wil de raad hanteren tussen de twee belangrijkste ‘knoppen’ waar we aan kunnen draaien?1 - Uitgaven terugschroeven; bezuinigen - Inkomsten verhogen; OZB verhogen Beide aanpakken kennen eigen dilemma’s en risico’s.

Verdergaande bezuiniging leiden tot een verdergaande verschraling van voorzieningen en uitvoeringscapaciteit, tot op (en over) het niveau van ‘krabben in de korst van de kaas’. Het verhogen van de inkomsten via belastingverhoging (OZB) leidt tot verdergaande lastenverzwaring voor inwoners, naast de al door te voeren verhoging als gevolg van de wijziging in het afvalinzameling. Het college heeft – als voorschot op de beantwoording van bovenstaande vragen – een aantal uitgangspunten opgesteld. We nodigen de raad van harte uit om naar aanleiding van de bovenstaande vragen en de onderstaande uitgangspunten koers te bepalen. 1. Het college biedt de raad een structureel sluitende begroting aan voor 2026 en handelt daarmee volgens de richtlijnen van het provinciaal toezicht. a. Om de meerjarig financiële positie met zorg en aandacht aan te pakken stelt het college voor om de begroting op te stellen vanuit het streven om de structurele baten en lasten in 2026 sluitend te maken. b. Voor de overige jaren maken we geen (onomkeerbare) keuzes, noch in inkomstenverhoging, noch in bezuinigingen (zie onder 6). 2. In 2026 vangen we het tekort op met een gebalanceerde mix tussen bezuinigingen en OZBverhoging. a. Het college staat een gebalanceerde aanpak voor ogen, waarbij ten dele een beroep wordt gedaan op bezuinigingsmogelijkheden en ten dele een beroep op OZB-verhoging.

1 We zien betrekkelijk weinig kans in het (verdergaand) schatkistbankieren. Ook grondexploitaties leveren naar verwachting

niet (op voldoende korte termijn) oplossingen aan de inkomstenzijde. Andere inkomsten uit belastingheffing (zoals bijvoorbeeld het invoeren van hondenbelasting) zijn onvoldoende efficiënt beoordeeld (het zou meer kosten dan opleveren) en derhalve niet meegenomen.

5

b. Daarbij denkt het college aan een 50-50% aanpak: de helft kosten terugdringen, de helft inkomen verhogen. 3. Bezuinigen via gerichte keuzes, die inwoners zo min mogelijk raken en niet onomkeerbaar zijn. a. We zien bezuinigen als een onwenselijk, maar noodzakelijk middel om de begroting voor 2026 sluitend krijgen. Onwenselijk omdat de Rozendaalse middelen al weinig rek zit. Noodzakelijk, omdat zonder bezuinigen een onevenredige vraag bij de inwoners zou worden neergelegd. b. We bezuinigen niet door de kaasschaaf over alle begrotingsprogramma’s te halen, maar door gericht keuzes te maken over projecten, programma’s of activiteiten we in 2026 niet of anders uitvoeren, of die we uitstellen. In de bijlage zijn voorbeelden gegeven van bezuinigingsmogelijkheden en de gevolgen daarvan. c. We beogen zo min mogelijk te snijden in voorzieningen of activiteiten die de inwoners van Rozendaal direct raken of waardoor onomkeerbare effecten ontstaan. d. De maximaal ingeschatte mogelijkheden van bezuinigingen – zonder kritische infrastructuur meerjarig te raken, schatten we in rond de € 75.000. 4. Inkomstenverhoging gedeeltelijk via OZB-verhoging. a. We voeren een verdere verhoging van de OZB door. b. Daarbij houden we rekening met andere lastenverzwaringen die doorwerken voor inwoners van Rozendaal, in het bijzonder toename aan afvalstoffenheffing. 5.

Voor 2026 zetten we geen reserves in om structurele lasten te dekken. We willen een sluitende begroting aanbieden aan de Provincie zonder dat we daarvoor kustgrepen inzetten. 6. Voor de jaren 2027-2029 accepteren we een negatief saldo en vangen deze waar nodig op uit de algemene reserve. Door te koersen op een sluitende begroting in 2026 voldoen we aan de kaders die vanuit provinciaal toezicht zijn gesteld. Tegelijkertijd ziet het college dat het noodzakelijk is om in aanloop naar de begroting 2027-2030 ook meer structureel naar de juiste balans tussen inkomsten en uitgaven te kijken. Zo ontstaat ook ruimte om de meer fundamentele vragen op te pakken als onderdeel van verkiezingsprogramma’s voor de gemeenteraadsverkiezingen 2026. 7. Nieuwe beleidsontwikkelingen pakken we ‘met beleid op’. De wereld draait door en het college blijft daarom waar noodzakelijk of wenselijk voorstellen doen. Bijvoorbeeld wanneer nodig vanuit (nieuwe) wettelijke verplichtingen, vanuit coalitieafspraken of breed gedragen wensen vanuit de raad, of voorstellen die bijdrage aan een meer robuuste (financiële) positie. Wel zullen we daarin de grootst mogelijke financiële behoudendheid betrachten, omdat we simpelweg geen structurele financiële ruimte lijken te hebben. 8. Nieuw beleid komt altijd met een dekkingsvoorstel.

Bij nieuwe beleidsontwikkelingen zoeken we zo veel als mogelijk dekking via externe financieringsbronnen (provincie, Rijk, incidentele uitkeringen en subsidies), ruilen we bestaand budget in of putten we – bij incidentele zaken – uit de reserves.

6

D. Bijlagen Bijlage 1: Meerjarig perspectief In aanvulling op deel A bevat bijlage 1 het meerjarig perspectief in meer detail en met toelichting. Er wordt geschetst hoe de gemeente Rozendaal er voor staat na alle ontwikkelingen die het college nodig acht. Dit leidt tot een geactualiseerd financieel perspectief als basis voor de Programmabegroting 2026-2029. De cijfers voor de beginstand van het jaar 2029 zijn gebaseerd op 2028 uit de begroting 2025-2028. Het minteken staat voor een negatief effect op de begroting.

Saldo begroting 2026-2029 Inflatie2 Cao Gemeentefonds, Decembercirculaire 2024 Correctie rente-inkomsten i.v.m. dalende rente Gemeentefonds, decembercirculaire Bibliotheek Aanvullende audits ICT Functiehuis Rentederving investering wegen Inzet Boa’s Huisvesting brandweer Asfaltwegen Reconstructie/ beklinkering Extra huisvestingkosten OZB Subsidie aan de bibliotheek CDOKE-middelen, lasten Kosten afvalinzameling CDOKE-middelen, baten Afvalstoffenheffing inzameling Duurzaamheid mutatie reserve Duurzaamheid Saldo na autonome ontwikkelingen

2026 -151.838 - 14.762 Programma 0 - 55.000 115.000

2027 - 99.906 - 29.994

2028 8.615 - 45.015

2029 8.615 - 59.815

- 70.000 89.000

- 70.000 89.000

- 70.000 89.000

- 58.000

- 58.000

- 58.000

- 58.000

- 15.000 - 50.000 - 5.000

- 15.000 - 50.000 - 10.000

- 15.000 - 50.000 - 39.000

- 10.000 - 20.000

- 10.000 - 20.000

- 10.000 - 20.000

- 9.200 - 7.900

- 9.200 - 7.900

- 9.200 - 12.100

- 20.000

- 20.000

- 20.000

- 85.650 - 55.000 85.650 55.000 - 50.000 50.000 - 306.000

- 98.050 - 55.000 98.050 55.000 - 30.000 30.000 - 187.500

- 186.800 - 55.000 186.800 55.000 - 28.000 28.000 - 265.500

100.000 - 15.000 - 50.000 - 4.000 Programma 1 - 10.000 0 Programma 2 - 9.200 7.800 Programma 4 - 20.000 Programma 6 - 90.000 Programma 7 - 84.400 - 55.000 84.400 55.000 - 60.000 60.000 - 255.000

2 De inflatie wordt hier meegenomen als totale post. Bij de begroting wordt deze per programma doorgerekend.

7

Toelichting Inflatie 2026-2029 De verwachte inflatie van de DNB bedraagt 3%. In de Meerjarenbegroting 2025-2028 is rekening gehouden met 2%. In de begroting wordt de inflatie doorberekend naar de desbetreffende programma’s. Cao Er is een nieuwe Cao vastgesteld voor de periode van 1 april 2025 tot met 31 maart 2027. De loonontwikkelingen worden in de begroting meegenomen. Gemeentefonds De Decembercirculaire 2024 was nog niet verwerkt in de Meerjarenbegroting 2025-2028, maar nu wel in deze Kadernota 2026-2029. Deze circulaire heeft een positief effect op de te ontvangen middelen. In de Decembercirculaire zit de decentrale uitkering voor de bibliotheek. Deze is in het bovenstaande overzicht apart zichtbaar gemaakt. In tegenstelling tot de voorgaande jaren achten wij het verstandig om vooruitlopend op de Meicirculaire 2025 alvast een eerste doorrekening te presenteren over de verwachte effecten van de in de Voorjaarsnota van het Rijk opgenomen extra middelen voor gemeenten. Onderstaande tabel betreft een eerste voorzichtige doorrekening. Het is goed om te benadrukken dat de eerste doorrekening (vertaling van de VNJ) af kan wijken van wat we uiteindelijk daadwerkelijk als gemeente ontvangen via de Meicirculaire 2025. Gemeentefonds, VJN Rijk

2026 96.000

2027 102.000

2028 102.000

2029 111.000

Renteopbrengsten Op dit moment zien wij een dalende lijn in de percentage van de rente. De gemeente Rozendaal heeft een sterke liquiditeitspositie. Deze lagere percentages zorgen voor lagere rente-inkomsten. Deze worden in de begroting verwerkt. Aanvullende audits informatiebeveiliging (ICT-kosten) In de loop van 2025 worden de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de Wet Weerbaarheid Kritieke Entiteiten (Wwke) van kracht. Als gevolg van de Cbw moeten gemeenten aantoonbaar voldoen aan risicobeheermaatregelen en technische maatregelen die aansluiten op de (vernieuwde versie van de) BIO (de BIO 2.0). Tot op heden is bij audits hoofdzakelijk gecontroleerd op ‘Opzet’ en ‘Bestaan’. Vanaf 2025 zal ook getoetst gaan worden op ‘Werking’. Deze verandering heeft een aanzienlijke impact en leidt tot een toename van auditlasten en andere controlevormen (o.a. pentesten). Gevolg hiervan is dat de kosten toenemen (voor bijv. burgerzaken, ENSIA, website, DigiD). Het niet naleven van de Cbw kan gevolgen hebben voor zowel onze burgers als onze organisatie. Denk hierbij allereerst aan directe risico’s van een hack of datalek en verstoorde dienstverlening aan onze burgers. Daarnaast kunnen er forse juridische-, financiële-, reputatie- en operationele-schade consequenties optreden. Ook zonder hack of datalek zijn er risico’s.

Zo kan het niet (naar behoren) uitvoeren van de DigiD-audit van burgerzaken tot gevolg hebben dat de gemeente afgesloten wordt van DigiD waardoor de digitale dienstverlening (via onze website) niet meer mogelijk is. De conclusie voor de begroting is dat we de post ICT-kosten ophogen met € 15.000 voor de pentest en periodiek externe audits.

8

Functiehuis We zijn goed op weg om beter in control te komen op de verschillende HR-aspecten, via de uitvoering van het HR-werkprogramma. Als gevolg daarvan pakken we ‘goed werkgeverschap’ beter op. We werken op basis van de bindende Cao aan het op orde brengen van ons functiehuis. Dit is een proces in meerdere stappen. Bij het opstellen van de begroting denken we het financiële gevolg hiervan (in termen van salarislasten) in zicht te hebben. We verwerken de opnieuw ingedeelde en gewaardeerde functies in een formatiebegroting. We hanteren als uitgangspunt het op max van de schaal begroten van de functies. Het cumulatieve maximale financiële effect als gevolg van het op orde brengen van het functiehuis (i.h.b. herwaardering) voor de begroting schatten we in op een structurele uitzetting van € 50.000. Rentederving investeringen wegen Onder het kopje ‘asfaltwegen en reconstructie/beklinkering wegen’ (deel van programma 2) verderop in deze bijlage leest u over de benodigde investering in wegen. De gevolgen van de investeringen zijn dat de liquide middelen dalen. Daarmee lopen we rente-inkomsten mis. We verlagen in de begroting de opbrengsten van rente op basis van het besluit op het raadsvoorstel MJOP wegen. Dit voorstel wordt u in het derde kwartaal 2025 aangeboden.

Inzet BOA’s De kosten voor inzet van Rhedense BOA’s voor Rozendaal zijn gestegen van ongeveer € 5.000 per jaar naar een verwachte € 15.000 per jaar. De toename komt door de professionalisering van Rheden op dit beleidsveld. Waar in het verleden niet alles aan Rozendaal werd doorbelast, wordt dit nu wel geregistreerd en doorbelast. Verder krijgt Rheden ook verzoeken vanuit de politie om polshoogte te nemen bij melding waar zij niet aan toekomen. Dit gebeurt ook op het Rozendaals grondgebied. Conclusie voor begroting is dat we de post veiligheid ophogen met € 10.000. Huisvesting brandweer De kosten van huisvesting brandweer (kazernes/posten) zijn niet geregionaliseerd en worden gedragen door de gemeenten waar de huisvesting staat. Er zijn beheerafspraken gemaakt met elke deelnemende gemeente. Het AB van de VGGM heeft in 2025 ingestemd met een bestuurlijke opdracht om de beheerafspraken en huisvestingskosten te regionaliseren. Een ingewikkeld proces, dat al langer boven de markt hangt en waar u als raad al eerder over geïnformeerd bent, maar dat tot op heden niet geeffectueerd is. Deze harmonisatie gaat – naar alle waarschijnlijkheid – nu alsnog landen in de begroting van 2027 en verder. De conclusie voor de begroting is dat we de post huisvesting brandweer wederom opvoeren voor € 20.000 structureel, vanaf 2027.

Asfaltwegen en reconstructie/beklinkering wegen In 2024 is gestart met het opstellen van een Meerjaren onderhoudsplan (MJOP) wegen. In 2025 hebben wij de resultaten ontvangen van dit MJOP wegen. De financiële doorrekening van dit plan leidt tot een financieel fors negatief effect op de lange termijn. Het tekort loopt tot 2034 op tot ca. € 250.000. Om dit effect te mitigeren heeft het college besloten te kijken naar alternatieven. Dit leidt tot een nieuw raadsvoorstel waarin u de keuze heeft welke investeringen noodzakelijk zijn voor onze gemeente. De raad ontvangt dit voorstel in het derde kwartaal van 2025. In de begroting passen we de kosten van asfaltwegen aan op basis van het besluit van de raad dat tegen die tijd is genomen. CDOKE-middelen Er worden aanvullende CDOKE-middelen beschikbaar gesteld. Deze worden ingezet om het Meerjarenprogramma Duurzaamheid 2026-2029 te kunnen uitvoeren. Dit nieuwe meerjarenprogramma is op dit moment in voorbereiding.

9

Afvalinzameling/afvalstoffenheffing De gemeente heeft volgens de Wet milieubeheer de plicht tot (de organisatie van) de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. Hieronder valt onder andere de huis aan huis inzameling van restafval, gft-afval en PBD (verpakkingsmateriaal), de inzameling van grof huishoudelijk afval en het recycleplein (aanbieden restafval en te hergebruiken grondstoffen). De afgelopen jaren zien gemeenten toenemende kosten en commerciële partijen die zich terugtrekken uit de markt voor het inzamelen van het afval. Dit laatste geldt ook voor Rozendaal. Dit heeft ertoe geleid dat uw raad op 27 mei 2025 heeft ingestemd met het voorstel waarbij we zaken wensen te gaan doen met een nieuwe partij: Circulus. De door uw raad gefiatteerde toetreding als aandeelhouder bij Circulus heeft (incidentele) financiële consequentie die nog niet zijn meegenomen in de bovengenoemde tabel. Het gaat hierbij om het verkrijgen van aandelen waardoor de liquide middelen verminderen. De vermindering op liquide middelen heeft gevolgen voor de renteopbrengsten. Dit negatieve gevolg zou gecompenseerd kunnen worden door mogelijke dividendopbrengsten. De mate waarin deze posten tegen elkaar wegvallen kunnen wij nu nog niet inschatten. Bij de begroting zullen wij hier meer duidelijkheid over hebben.

In de onderstaande tabel staan de gevolgen voor de tarieven van de afvalstoffenheffing vermeld. Dit betreft een stijging van zo’n 16%. De gewijzigde kosten afvalinzameling, de afvalstoffenheffing en overige financiële gevolgen worden verwerkt in de begroting.

2025

2026

2027

2028

huishoudens 1-2 personen (65%) € 298,00 € 355,00 € 365,00 € 370,00 huishoudens >3 personen (35%) € 336,00 € 395,00 € 405,00 € 410,00

Duurzaamheid Met het Meerjarenprogramma Duurzaamheid 2026-2029 geven we concrete invulling aan de duurzaamheidsambities en (wettelijke) verplichting van de gemeente Rozendaal. Met het programma werken we aan een duurzame toekomst voor inwoners en de gemeenschap Rozendaal. In dit programma geven we concrete invulling (qua trajecten en projecten) aan deze doelstellingen en verplichtingen. Voor de uitvoering van deze trajecten en projecten is interne (beleids-)capaciteit noodzakelijk en middelen voor de uitvoering (externe ondersteuning, communicatie en participatie, ondersteuning van bewonersinitiatieven en overige middelen). De aanvullende CDOKE-middelen en de daarbij behorende kosten worden verwerkt in de begroting.

10

Bijlage 2: Bezuinigingen per thema en gevolgen We schetsen in deze bijlage indicatief welk type bezuiniging we kansrijk achten, inclusief een beeld van de mogelijke gevolgen daarvan. We identificeren vijf categorieën waar we kansen zien om kosten te drukken door activiteiten te schrappen, uit te stellen of de aanpak te wijzigen. Deze lijst is nietlimitatief. Andere bezuinigingsmogelijkheden zouden in het begrotingsproces aan de orde kunnen komen op aangeven van het debat in uw raad. Organisatiekosten (diverse posten) a. We kunnen de post onvoorzien verlagen tot € 1. (Op nul zetten mag vanuit de begrotingsvoorschriften niet.) Deze post dient ertoe om onverwachte uitgaven op te vangen. Dit levert een indicatieve besparing op van € 10.000. De post heeft een risico-functie en wordt zo de afgelopen jaren ook – zij het niet ieder jaar – ingezet. Het schrappen van het budget leidt ertoe dat er eerder reparatie nodig is met een raadsvoorstel om programmaoverschrijding te voorkomen, of tot onvermijdelijke overschrijdingen die we via de turap melden. b. Om beter in te kunnen spelen op de steeds veranderende personele samenstelling is het wenselijk om de formatie te berekenen op basis van de maximale inschaling volgens functiewaarderingssysteem.

Als we dit voor 2026 op een andere wijze berekenen dan levert dit levert een indicatieve besparing op tussen de € 15.000 en € 30.000 (afhankelijk van uitkomsten functiewaardering). Met het inzetten van deze besparing vervalt de ruimte om nieuwe medewerkers passende (hogere) inschaling aan te bieden ten opzichte van de voorganger. Ook ontbreekt de financiële dekking voor toekenning van extra tredes bij goed functioneren. c. In verschillende ondersteuningsbudgetten van raad, college en organisatie denken we tussen de € 5.000 tot € 7.500 euro te kunnen bezuinigen. Het gaat dan om middelen die bedoeld zijn voor professionalisering en kennisontwikkeling (opleidingsbudget) en ondersteuning. Bijvoorbeeld persoonlijke ontwikkeling van medewerkers (individueel of collectief), het inwerkprogramma van de nieuwe raad of een incidentele kennissessie voor raad, college of organisatie op het vlak van bijvoorbeeld integriteit kan dan niet met behulp van externe begeleiding worden uitgevoerd. d. Op de post ICT kunnen we voor 2026 een deel van het budget verminderen dat bedoeld is voor de verzwaring van de audit- en controlelast met het oog op de Cyberbeveiligingswet. Ook kunnen we in onderhandelingen met softwareleveranciers mogelijk strakkere onderhandelingsuitkomsten realiseren in noodzakelijke ICT-ondersteuning. Indicatief denken we hiermee rond de € 7.500 te kunnen besparen.

Het effect is dat we minder dan noodzakelijk en gewenst aantoonbaar grip hebben op de beveiliging van onze IT-systemen en de compliance aan informatiebeveiligingseisen. Daardoor hebben we ook verminderd grip op de risico’s waar we ons aan blootstellen, terwijl cyberrisico’s juist sterk toenemen (zie ook het cyberdreigingsbeeld). De kans op een opening in onze digitale ‘voor- of achterdeur’ neemt toe, waarmee we ons kwetsbaarder maken voor incidenten. We voldoen daarmee ook niet aan de gestelde eisen aan monitoring en de wettelijke verplichting vanuit de Cyberbeveiligingswet. Dit kan op termijn leiden tot boetes vanuit rijksinstanties zoals de Autoriteit Persoonsgegevens (privacy) of de RDI (informatiebeveiliging). 11

Kosten voor een nabije overheid e. Vorig jaar hebben we, op basis van de Raadsinformatiebrief Organisatieontwikkeling van oktober 2023, beargumenteerd hoe & waarom we onze communicatiefunctie willen versterken. Vanaf 2026 hadden we hiervoor een budget opgenomen. We kunnen de inzet hiervan een jaar opschorten. Daarmee realiseren we een besparing van € 20.000. Het betekent dat we in 2026 geen extra communicatieondersteuning kunnen organiseren, terwijl de behoefte niet anders is geworden. Denk bijvoorbeeld aan extra ondersteuning bij participatietrajecten in het kader van groenbeheer, beleidsontwikkeling, projecten zoals OOR of inwonerinitiatieven. f.

We kunnen het representatiebudget verlagen met ca. € 5.000 tot € 10.000 (20%-45%). Dit leidt ertoe dat we strakkere keuzes maken op diverse (representatieve) activiteiten: we doen ze niet, of versoberen vergaand. Denk daarbij aan de nieuwjaarsreceptie, de 4 mei-herdenking, bijeenkomst nieuwe medewerkers, borrels/jaarlijks uitje raad, presentjes jubilerende bruidsparen, relatiegeschenken, verwelkomen/afscheid nemen van medewerkers etc.

Kosten in regionale samenwerkingen g. We heroverwegen deelname aan onderdelen van Gemeenschappelijke Regelingen of samenwerkingsverbanden voor zover deze niet gebaseerd zijn op uitvoeringstaken (schaalvoordelen) en/of wettelijke verplichtingen. Denk aan het heroverwegen van deelname aan (onderdelen van) de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen incl. TEB, de K80 of de VeluweAlliantie. Voor een deel leidt dit niet tot besparingen die direct in 2026 verzilverd kunnen worden als gevolg van uittredingsregelingen. Uittreding kan bovendien gepaard gaan met eenmalige uittredingskosten. h. We gaan strakker inzetten op (het bepleiten van) bezuinigingen bij de Gemeenschappelijke Regelingen die gebaseerd zijn op wettelijke taken, door het bestuur van de betreffende regelingen onder meer via de zienswijzen bij de behandeling van de ontwerpbegrotingen op te roepen om besparingen te realiseren. i.

We bezien of we in de dienstverleningen door en samenwerking met partners zoals de gemeente Rheden of De Connectie besparingen kunnen realiseren. Het risico is dat we op korte of lange termijn niet voordeliger uit zijn door het ontbreken van specialistische kennis die duur bij externe marktpartijen ingehuurd moet worden om toch onze wettelijke taken te kunnen uitvoeren.

Subsidieverstrekkingen j. We bezuinigen taakstellend 20% voor subsidies op sport, cultuur en welzijn. Door een taakstelling op het budget voor (incidentele) welzijnssubsidies kan een besparing worden gerealiseerd van om en nabij de € 15.000 (20%). Het betreft onder meer subsidieverstrekkingen aan de lokale muziekvereniging, ondersteuning van de soos-bijeenkomsten en monumenten- en erfgoedsubsidies, maar kan ook betrekking hebben grotere reguliere subsidieontvangers zouden gekort kunnen worden. Denk aan Veilig thuis, het zorg en welzijnshuis of Inclusio. Door het niet verstrekken van een subsidie ondervinden initiatiefnemers problemen in het exploitabel krijgen van voor Rozendaalse gemeenschap belangrijke activiteiten.

12

Groen- en wegenbeheerkosten k. Hierbij zien wij de mogelijkheid tot het bezuinigen op gladheidsbestrijding. In dat geval strooien wij alleen de hoofdwegen. Alle andere wegen laten wij achterwege. Verder kunnen wij hier nog snijden in het onderhoud aan wegen. Beide opties leveren zo’n € 5.000 tot € 10.000 op. Beide opties hebben effect op de veiligheid van de Rozendaalse inwoner en hebben potentieel juridische consequenties (aansprakelijkheidsstelling bij ongevallen). l.

Door de beeldkwaliteit van het onderhoud groen naar beneden bij te stellen kunnen we een bedrag bezuinigen van zo’n € 10.000. Wij verwachten dat dit een onwenselijke oplossing is gezien de klachten die wij nu al ontvangen op de huidige beeldkwaliteit van het groen.

m. De gemeente heeft nog snippergroen percelen in haar bezit. Bij de verkoop van deze percelen scheelt het in het onderhoud dat aan groen gedaan moet worden. Dit is echter zeer marginaal en sommige stukken grond hebben wij om strategische redenen.

Bijlage 3 Uitwerking verhogen inkomsten Onroerend zaakbelasting (OZB) Het afgelopen jaar is de OZB naast de inflatiecorrectie extra verhoogd met 5,5%. In de saldi van deze Kadernota is deze verhoging zoals vastgesteld bij de Meerjarenbegroting 2025-2028 meegenomen. Het is noodzakelijk om deze extra verhoging te laten staan en door te trekken naar 2029. De gemeente Rozendaal hanteert nog steeds de laagste tarieven in de regio. Als we de totale tekorten over 2026-2029 willen dekken vanuit de opbrengsten OZB dan is een forse verhoging van de tarieven (23%) noodzakelijk. Als wij naast de verhoging van 5,5% ook de verhoging van 23% doorvoeren dan kost dat een woningeigenaar in Rozendaal gemiddeld € 154 aan ozb extra per jaar. Als wij de aanslag berekenen tegen de tarieven die de gemeente Rheden voor 2025 hanteert dan kost dat een woningeigenaar € 222 extra aan ozb per jaar. Rozendaal o.b.v. 5,5%+ inflatie 3% Aanslag bij gemiddelde woz waarde 769.000 Aanslag bij woningwaarde 500.000 Aanslag bij woningwaarde 1.000.000

2025 705 459 917

2026 765 497 995

2027 830 540 1.080

2028 901 586 1.171

2029 977 635 1.271

Rozendaal o.b.v. 7,5%+ inflatie 3% Aanslag bij gemiddelde woz waarde 769.000 Aanslag bij woningwaarde 500.000 Aanslag bij woningwaarde 1.000.000

2025 705 459 917

2026 779 507 1.013

2027 861 560 1.120

2028 951 619 1.237

2029 1.051 684 1.367

Rozendaal obv Rhedens tarief met indexatie prijs 3% Aanslag bij gemiddelde woz waarde 769.000 Aanslag bij woningwaarde 500.000 Aanslag bij woningwaarde 1.000.000

2025 922 600 1.199

2026 950 617 1.235

2027 978 636 1.272

2028 1.008 655 1.310

2029 1.038 675 1.349

13

OZB-opbrengsten 2025 511.603 5.167 28.000 38.000 157.000

Begroting 2025 Opbrengst inflatie stijging 3% Opbrengst bij extra stijging 5,5% Opbrengst bij extra stijging 7,5% Opbrengst Rhedens tarief met 3% stijging

2026 549.973 5.555 30.000 41.000 162.000

2027 591.222 5.971 32.500 44.000 167.000

2028 635.563 6.419 35.000 47.500 172.000

2029 641.982 6.612 38.000 48.000 177.000

Om te zien wat de impact is op de aanslag gemeentelijke belastingen met een gemiddelde WOZwaarde (€ 769.000) hebben wij in onderstaande tabel weergegeven wat de hoogte van de belastingen is bij regiogemeenten, het landelijk gemiddelde en het zogenaamde artikel 12 tarief. (Dit tarief is het minimale belastingtarief dat een gemeente moet hanteren om in aanmerking te komen voor een zogenaamde artikel 12 procedure. Deze procedure biedt extra hulp aan gemeenten om uit de financiële problemen te komen).

Regio en landelijk (bij woningwaarde € 769.000) Aanslag in Arnhem Aanslag in Rheden Aanslag in Renkum Aanslag landelijk gemiddelde tarief Aanslag bij art 12 tarief

2025 857 922 1.131 711 1.227

Er is sprake van dat een nieuw kabinet het voornemen wil uitwerken om de OZB-verhoging te maximeren. Als dit voornemen uitvoering krijgt, zou er minder of geen vrijheid meer zijn, om indien noodzakelijk, de OZB te verhogen boven het maximum. Mochten wij in financiële nood komen, dan kan deze maatregel ervoor zorgen dat gemeenten in een artikel 12 procedure terecht komen. Mocht de gemeente Rozendaal hierin terecht komen dan zal haar tarief verhoogd moeten worden tot het artikel 12 tarief. Dat zou op dit moment betekenen dat de OZB met 85% moet stijgen. Overige inkomensverhoging Naast het ophogen van de lokale heffingen zijn er weinig effectieve oplossingen om de inkomsten te verhoging. Mogelijkheden zijn te vinden in co-financieringsprojecten, Specifieke Uitkeringen en mogelijke andere subsidie stromen. Deze opties bieden ons de mogelijkheid om ambities uit te voeren zonder dat alle kosten voor ons risico en of rekening komen. Een en ander is sterk afhankelijk van waar het rijk mee komt. Gezien de onzekerheid is hier niets voor ingerekend. Pas als we weten welke middelen beschikbaar komen en onder welke voorwaarden, beoordelen we of hier op ingezet wordt in relatie tot sluimerende ambities.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=916b15f7-bcfd-441a-a392-7cabff7f7800