Bijlage: Onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)
Tekst van het document
Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.
Jagermeesterlaan ong, Rozendaal
31
Hoofdstuk 5
Goede omgevingskwaliteit
In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze een goede omgevingskwaliteit wordt gewaarborgd en verder ontwikkeld door de voorgenomen ontwikkeling.
5.1
Zorgvuldig ruimtegebruik
De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. De aard en omvang van de ontwikkeling bepalen het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte wordt afgewogen.
Projectspecifiek Voorliggend initiatief voorziet in de ontwikkeling van één nieuwe vrijstaande en levensloopbestendige woning binnen bestaand stedelijk gebied. Uit jurisprudentie blijkt dat pas van een stedelijke ontwikkeling sprake is als woningbouwprojecten voorzien in 12 nieuwe woningen of meer. Voorliggend initiatief blijft hier qua aantal onder, waardoor er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en een verdere toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is.
Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.
5.2
Archeologie, cultuurhistorie en landschap
De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van projecten onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap.
De Erfgoedwet en de Omgevingswet vormen samen het fundament voor de duiding en de bescherming van het cultureel erfgoed. De vuistregel voor de verdeling tussen Erfgoedwet en Omgevingswet is als volgt: de duiding van cultureel erfgoed en de zorg voor cultuurgoederen in overheidsbezit staat in de Erfgoedwet; de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving is geregeld in de Omgevingswet.
32
Jagermeesterlaan ong, Rozendaal
Voor gebouwde of aangelegde monumenten betekent dit dat de vergunningverlening voor het wijzigen van rijksmonumenten is geregeld via de Omgevingswet. Ook aanwijzing en omgang met beschermde stads- en dorpsgezichten gebeurt straks op grond van de Omgevingswet. Datzelfde geldt voor de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving (vergunningverlening en integratie in de planvorming). Deze aspecten vallen nu nog onder het Overgangsrecht in de Erfgoedwet.
Besluit kwaliteit leefomgeving In het Bkl is ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten.
Het gemeentelijk beleid over archeologie en cultuurhistorie is veelal opgenomen op de archeologische beleidskaart en/of de cultuurhistorische waardenkaart. Deze archeologische waarden en verwachtingen en de cultuurhistorische waarden zijn veelal vertaald in respectievelijk archeologische dubbelbestemmingen en cultuurhistorische dubbelbestemmingen opgenomen in het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan of activiteitgericht in het gemeentebrede omgevingsplan. Indien het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen, wordt hieraan getoetst.
Projectspecifiek Cultuurhistorie en landschap Binnen het projectgebied en in de directe omgeving zijn geen cultuurhistorisch waardevolle objecten zoals (rijks)monumenten of andere waardevolle objecten aanwezig. Ook ligt het projectgebied niet in een cultuurhistorisch waardevol gebied met bijbehorende beschermingsregels. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het beschermd dorpsgezicht (woonwijk betreft een latere invulling in Rozendaal). Gezien de beperkt ruimtelijke impact, wordt invloed op het dorpsgezicht uitgesloten. Ook landschappelijk gezien heeft het initiatief geen negatieve effecten, zoals toegelicht in paragraaf 3.2.2.
Archeologie In het omgevingsplan heeft het projectgebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Archeologisch onderzoek is nodig als nieuwe ontwikkelingen bouwwerken mogelijk maken groter dan 750 m² en grondwerkzaamheden dieper gaan dan 30 cm onder maaiveld. Met onderhavige ontwikkeling worden geen bouwwerken groter dan 750 m 2 mogelijk gemaakt. Het uitvoeren van archeologisch onderzoek is daarmee niet aan de orde.
Het initiatief kan, voor zover het cultuurhistorisch en archeologische waarden betreft, zonder beperkingen worden uitgevoerd. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.
Jagermeesterlaan ong, Rozendaal
33
5.3
Ecologie
De Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen in de Omgevingswet: de Aanvullingswet natuur het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Er is sprake van een beleidsneutrale overgang. Het huidige normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht blijft ongewijzigd. Uitgezonderd van de toets ten aanzien van stikstof. Het beoordelen van de effecten van een planontwikkeling op beschermde gebieden is geregeld in artikel 11.6 van het Besluit activiteiten leefomgeving. De regels van artikel 5.5a van de Wet natuurbescherming (Wnb) blijven gelden tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum. Hier vindt, vooralsnog, dus geen verandering plaats ten opzichte van oorspronkelijke wet- en regelgeving. Na de -nog te bepalen- datum dient stikstof te worden gemonitord als omgevingswaarde.
Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de huidige Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG).
Gebiedsbescherming De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; 2. Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en 3. De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. In afdeling 8.6 Bkl staat het beoordelingskader voor de omgevingsvergunning voor Natura 2000-activiteiten.
Dit is door middel van het aanvullingsspoor Natuur gebeurd.
34
Jagermeesterlaan ong, Rozendaal
Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter, ook decentrale overheden kunnen hierover actief beleid voeren. Hierbij kan worden gedacht aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of:
er soorten aanwezig zijn; en
welke soorten dat zijn.
In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt bepaald wanneer een vergunning nodig is.
Projectspecifiek Ten behoeve van voorliggende ontwikkeling is onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 4. De belangrijkste conclusies zijn in het vervolg van voorliggende paragraaf opgenomen.
Soortenbescherming Uit het onderzoek blijkt dat het projectgebied geen relevante functie vervult voor beschermde soorten. De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming. Gelet op de voorziene werkzaamheden is het uitvoeren van vervolgonderzoek niet nodig. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Overtredingen ten aanzien van algemene broedvogels kan worden voorkomen door de locatie buiten het broedseizoen bouwrijp te maken.
Houtopstanden De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtredingen omtrent houtopstanden. Negatieve effecten ten aanzien van de rond het projectgebied gelegen woningen worden door de afstand tot de ontwikkellocatie en de kleinschaligheid van het project uitgesloten.
Gebiedsbescherming De projectlocatie maakt geen deel uit van Natura 2000-gebied of een ander beschermd natuurgebied. Het projectgebied ligt op circa 70 meter afstand tot het Natura 2000-gebied Veluwe. Significant negatieve directe effecten op Natura 2000-gebied kunnen op basis van de uitgevoerde Quickscan uitgesloten worden. Wel zijn de mogelijke effecten met betrekking tot stikstofdepositie nader beschouwd in een voortoets stikstofdepositie (bijlage 5). Uit de berekeningen volgt dat er tijdens de aanleg sprake is van een zeer beperkte tijdelijke bijdrage aan een klein deel van zoekgebied/leefgebied, maar dat significant negatieve effecten uitgesloten kunnen worden.
Jagermeesterlaan ong, Rozendaal
35
Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.
5.4
Verkeer en parkeren
Een toename aan functies zorgt voor extra verkeer. Bij het toelaten van een nieuwe functie moet daarom worden aangetoond wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij dient in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s (en evt. ook fietsen en/of scooters). Er mag geen onaanvaardbaar effect zijn.
Projectspecifiek Verkeersaantrekkende werking Voor het bepalen van de extra verkeersbewegingen is voor dit plan uitgegaan van 8,2 verkeersbewegingen per dag. Dit is het gemiddelde kengetal dat het CROW geeft voor vrijstaande woningen in de rest bebouwde kom van matig tot niet stedelijke gebieden. Gelet op dit aantal verkeersbewegingen, kan geconcludeerd worden dat de verkeersaantrekkende werking door het toevoegen van één woning nauwelijks toeneemt. Het projectgebied wordt via een nieuwe inrit ontsloten door de Jagermeesterlaan. Deze straat heeft voldoende capaciteit om een zeer beperkte toename aan extra verkeersbewegingen te verwerken.
Parkeerbehoefte Als gevolg van het initiatief neemt ook de vraag naar parkeervoorzieningen in het projectgebied toe. De gemeente Rozendaal beschikt niet over een nota parkeernormen waardoor de parkeernormen van het CROW worden gehanteerd. Voor een vrijstaande woning binnen de bebouwde kom geldt een parkeernorm van 2,2, afgerond 3 parkeerplaatsen. In de toekomstige situatie is op eigen terrein voldoende ruimte om in deze parkeerbehoefte te voorzien.
Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.
5.5
Duurzaamheid en klimaatadaptatie
Het klimaat verandert en steeds vaker worden we geconfronteerd met de gevolgen, zoals hitte, droogte, extreme neerslag en overstromingen. Klimaatverandering is in een vergaand stadium en de effecten en risico’s voor onze samenleving worden steeds groter. Aan de ene kant moeten we de uitstoot van broeikasgassen verminderen, zodat de opwarming beperkt blijft. Aan de andere kant is het noodzakelijk om ons als samenleving aan te passen en voor te bereiden op de reeds ingezette klimaatveranderingen en de gevolgen daarvan. Niet alleen om schade te beperken, maar ook om kansen te benutten.
De nationale opgave voor klimaatadaptatie is beschreven in het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie met daarin een prominente rol voor gemeenten. Lokale gevoeligheden voor klimaatverandering moeten in kaart worden gebracht en als integraal onderdeel
36
Jagermeesterlaan ong, Rozendaal
van beleid daadkrachtig worden aangepakt. Daarbij is het van belang zowel te kijken naar aanpassingen aan de bestaande openbare ruimte als naar nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
Projectspecifiek Op basis van de klimaateffectatlas is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen in het projectgebied als gevolg van klimaatverandering.
Wateroverlast Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat ter plaatse van het projectgebied een toename van het aantal zeer natte dagen verwacht wordt. Gemiddeld neemt de jaarlijkse neerslag neemt toe, echter neemt de hoeveelheid neerslag in de zomer naar verwachting af ten opzichte de huidige situatie. Er is een kleine toename in de kans dat veel en langdurige regenval leidt tot grondwateroverlast op het perceel door de lage grondwaterstand. Onderhavig projectgebied blijft echter in de toekomstige situatie voor het grootste deel onverhard waardoor water in de bodem kan infiltreren.
Hittestress Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat binnen het projectgebied meer tropische dagen en langere hitte verwacht kan worden. De geplande nieuwbouw is goed geïsoleerd conform de huidige normen. Daarmee voldoet de woning aan de toegenomen koelbehoefte die kan ontstaan als een gevolg van hittestress. Daarbij is het projectgebied rondom de beoogde woning erg groen en zal deze ook zo groen mogelijk worden ingericht en met zo min mogelijk verharding, ter voorkoming van hittestress.
Droogte De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft droogte zien dat het projectgebied een hoger neerslagtekort verwacht kan worden. Dit heeft gevolgen voor de grondwaterstanden en droogtegevoeligheid van het gebied. Door het hemelwater binnen het projectgebied te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater ook in het gebied zelf. De kans op een natuurbranden is bij langdurige droogte blijft in de toekomst gelijk aan de huidige situatie.
Overstroming De bijbehorende kaartbeelden laten zien dat het projectgebied op ruime afstand tot de rivier Rijn ligt. Rozendaal is hoger gelegen dan de gronden direct ten noorden van de Rijn. Risico’s met betrekking tot overstroming zijn daarmee voor de projectlocatie zeer beperkt.
Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.
Jagermeesterlaan ong, Rozendaal
37
Hoofdstuk 6
Conclusie
De Omgevingswet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: 1. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en 2. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.
Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat daartoe instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en de veiligheid tot doel hebben. Daarnaast kent het Besluit kwaliteit leefomgeving instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Om het bouwplan te kunnen vergunnen, moet worden aangetoond dat er met het bouwplan sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In deze paragraaf wordt een conclusie getrokken ten aanzien van de integrale weging van de aspecten die bij een veilige en gezonde fysieke leefomgeving (uit hoofdstuk 4) en een goede omgevingskwaliteit (uit hoofdstuk 5) van toepassing. Immers, één omgevingswaarde of –norm voor gezondheid en/of veiligheid bestaat er niet. Dit is een optelsom en weging van de verschillende deelaspecten.
Uit voorgaande hoofstukken blijkt dat er geen aspecten zijn die beperkend werken op de gewenste ontwikkeling. Ten aanzien van de aspecten geluid, geur, trilling, luchtkwaliteit, omgevingsveiligheid en bodem worden geen normen overschreden of bijna overschreden. Dat laatste is van belang omdat bij gezondheid en veiligheid juist de cumulatieve beoordeling van deze sectorale aspecten van belang is. Tevens zijn er geen relevante waarden die geschaad worden als gevolg van het initiatief.
Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat met de ontwikkeling een veilige en gezonde fysieke leefomgeving kan worden gewaarborgd en dat daarmee sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
38
Jagermeesterlaan ong, Rozendaal
Hoofdstuk 7
Toestemming en voorwaarden
Deze onderbouwing etfal is de basis voor het planologische basisbesluit voor hierna nog aan te vragen omgevingsvergunningen. Zie ook paragraaf 1.3 voor het bredere wettelijke kader en een toelichting op het planologische basisbesluit. Het kader waarbinnen omgevingsvergunningen verleend kunnen worden en de voorwaarden die daarbij gelden wordt in de volgende paragrafen vormgegeven.
7.1
Toedeling functies
Voor de locatie worden conform onderstaande kaart de functies ‘Wonen’ en ‘Tuin’ toegedeeld. Onder deze functies vallen de volgende gebruiksmogelijkheden;
Wonen a. wonen, al dan niet in combinatie met een beroep aan huis; b. erven en tuinen. Tuin a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen; b. perceelsontsluitingen en parkeervoorzieningen.
Uitsnede situering functies en bouwvlak
7.2
Toedeling bouwmogelijkheden
Binnen het projectgebied worden de volgende bouwmogelijkheden toegedeeld: a. per bouwvlak is maximaal 1 vrijstaande woning toegestaan; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd met inachtneming van de overige bouwregels in 7.2.
Jagermeesterlaan ong, Rozendaal
39
7.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen mag bij vrijstaande woningen aan beide zijden niet minder bedragen dan 3 meter; c.
7.2.2
de maximum goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen mogen niet meer dan 4 meter bedragen. Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:: a. aan- en uitbouwen mogen uitsluitend binnen het aangeduide bouwvlak en de aanduiding ‘bijgebouwen’ worden gebouwd; b. bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het aangeduide bouwvlak en de aanduiding ‘bijgebouwen’ worden gebouwd; c.
de goothoogte van aan- of uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 3,5 meter bedragen en de bouwhoogte niet meer dan 5 meter;
a. de gezamenlijke oppervlakte van buiten het bouwvlak gelegen aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 100 m2. 7.2.3
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. voor het bouwen van overkappingen gelden de in 7.2.2 genoemde regels; b. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven: Bouwwerk geen gebouw zijnde vlaggenmasten pergola's erf- of terreinafscheidingen achter de voorgevellijn, op of rond een terrein waarop een gebouw staat overige erf- en terreinafscheidingen overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
7.3
Maximale bouwhoogte 8 meter 3 meter 2 meter 1 meter 3 meter
Procedure
In beginsel is bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit conform artikel 16.62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is acht weken. In sommige gevallen kan het college echter wel bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten de uitgebreide procedure op basis van afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaren. Bij de reguliere procedure bestaat de mogelijkheid voor bezwaar. Bij de uitgebreide procedure bestaat geen mogelijkheid voor bezwaar. Daar bestaat de mogelijkheid zienswijzen tegen het ontwerpbesluit in te dienen.
40
Jagermeesterlaan ong, Rozendaal
Hoofdstuk 8
Overige aspecten
In hoofdstuk 1 is te lezen dat onderdeel van de besluitvorming meer is dan alleen de vraag of voldaan wordt aan evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In elk geval op twee aspecten dient altijd ook ingegaan te worden en die komen daarom hier aan bod. Hier, ín dit hoofdstuk, kunnen nog meer aspecten aan bod komen maar het kan ook zijn dat het besluit zelf daar verder op in gaat. Immers, voorliggend stuk is niet het besluit, het is een onderdeel ervan.
8.1
Participatie
Onder de Omgevingswet is het belang van participatie toegenomen. De gemeenteraad kan aangeven in welke gevallen participatie verplicht is en hoe dat vorm gegeven kan worden Voor het initiatief heeft de initiatiefnemer de direct belanghebbenden in de omgeving op de hoogte gebracht. Omwonenden hebben geen bezwaar tegen voorliggend plan.
8.2
Kostenverhaal
Het kostenverhaal is het door de overheid verhalen van kosten op een initiatiefnemer. Voor het verlenen van de dienst om stukken te beoordelen en samen met de initiatiefnemer uit te werken worden op basis van de legesverordening leges geheven. Maar het verhaal van te maken overheidskosten heeft ook betrekking op werken, werkzaamheden en maatregelen zoals bijvoorbeeld kosten voor het aanleggen van openbare voorzieningen zoals wegen, parkeren, civiele voorzieningen etc.. Dit kostenverhaal kan publiekrechtelijk vormgegeven worden via het Omgevingsplan, het projectbesluit of de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Overheid en initiatiefnemer kunnen ook een overeenkomst sluiten over kostenverhaal voorafgaand aan het besluit dat de aangewezen activiteit mogelijk maakt: de ‘anterieure overeenkomst’. De Omgevingswet biedt daarvoor een grondslag in paragraaf 13.6.2 van de Omgevingswet. Onderdeel van deze overeenkomst is ook dat hier wordt vastgelegd op welke wijze omgegaan wordt met de nadeelcompensatie.
Projectspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de procedure zijn verrekend in de leges. Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende nadeelcompensatie worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
Jagermeesterlaan ong, Rozendaal
41
8.3
Vooroverleg
In het kader van bestuurlijk vooroverleg is overleg gevoerd met de belanghebbende instanties
42
Jagermeesterlaan ong, Rozendaal
Jagermeesterlaan ong, Rozendaal
43
Bijlagen
44
Jagermeesterlaan ong, Rozendaal
Digitale watertoets
Jagermeesterlaan ong, Rozendaal
45
Bodemonderzoek
46
Jagermeesterlaan ong, Rozendaal
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Jagermeesterlaan ong, Rozendaal
47
Quickscan Flora en Fauna
48
Jagermeesterlaan ong, Rozendaal
Voortoets stikstofdepositie
Jagermeesterlaan ong, Rozendaal
49
50
Jagermeesterlaan ong, Rozendaal
Jagermeesterlaan ong, Rozendaal
51