CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2e. Meerjarenprogramma 2025-2028 ODRA

1.2 Raadsvergadering 18 juni 2024, gemeente RozendaalBij agendapunt: Jaarstukken Gemeenschappelijke regelingen ODRA en VGGM, Zienswijzebehandeling meerjarenbegrotingen ODRA, VGGM MGR en GMR en Gewijzigde begroting 2024 en resultaat jaarrekening 2023 VGGM18.183 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Samenwerken aan impact Meerjarenprogramma 2025-2028 Omgevingsdienst Regio Arnhem

02 S A M E N VAT T I N G

Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) voert sinds 2013 voor tien gemeenten en de provincie Gelderland vergunningverlening-, toezicht- en handhavingstaken (VTH) uit voor milieu en – voor vier gemeenten en de provincie – bouw. Op deze wijze draagt ODRA bij aan het realiseren van de maatschappelijke opgaven van haar opdrachtgevers. En hoewel de prestaties van ODRA niet ter discussie staan, is er in toenemende mate behoefte om meer duidelijkheid te krijgen in de publieke waarde die ODRA creëert. De focus op waarde creatie gaat hand in hand met de behoefte aan verbreding van de sturings- en verantwoordingscyclus richting een rijkere verantwoording. Voorgaande betekent dat ODRA verbreedt van een uitvoeringsorganisatie naar ook een advies- en kennisorganisatie en beleidsondersteuner. Deze adviserende rol is gerelateerd aan de kerntaak van ODRA (VTH) en gericht op een goede uitvoering van de door gemeenten en provincie aan ODRA opgedragen taken. WAAROM EEN MEERJARENPROGRAMMA? Bij de eigenaren en ODRA bestaat behoefte aan een meerjarig uitvoeringsprogramma. Daarmee kan de publieke waarde van ODRA inzichtelijk worden gemaakt en de adviserende rol van ODRA concreet worden ingevuld. Deze invulling vraagt om Omzetontwikkeling per taakgroep (x € miljoen) begrotingeen 2024 inhoudelijke verdieping waarbij de VTH-inzet van ODRA 21 doel- en effectgericht in beeld wordt gebracht.

18 Denk bijvoor15 geluidsoverlast beeld aan de bijdrage aan schone lucht, minder 12 en verduurzaming van de energievoorziening. Het Algemeen 9 Bestuur van ODRA heeft eind 2022 de opdracht gegeven deze 6 Diensten slag te maken en te komen tot een meerjarig3programma voor de periode 2025-2028. Een programma dat: 0 Bouw Millieu

deling

Gez. Diensten • aansluit bij de opgaven van gemeenten en provincie; Real ‘20 Real ‘21 • altijd vertrekt vanuit de basistaken van ODRA: VTH en daarbinnen accenten aanbrengt; • accenten Doorbeblast legt die in nauwe samenspraak met vertegenwoordigers materieelvanuit de gemeenten en provincie tot stand zijn gekomen; • inspeelt op de rolontwikkeling van Producten omgevingsdiensten die de samenleving vraagt. Een rolJaarverslag ontwikkeling die meer gezamenlijk eigenaarschap / solidariteit vraagt van gemeenten en provincie; • vooruitkijkt over meerdere jaren én Capaciteitsplanning Projectplannen ruimte biedt om jaarlijks bij te stellen werkinstructies op basis van goede monitoring; • de beleidscyclus zoals we die met elkaar hebben afgesproken sluitend maakt:

Real ‘22

Bg ‘23

Programmakosten uitvoering Meerjarenprogramma | 2025-2028

Beleidsdoelen gemeenten en provincie

Strategisch beleidskader Rapportage & evaluatie

Strategische Cyclus

Operationeel Beleidskader

Planning & control

Voorbereiden

Operationele Cyclus Uitvoeren

Loonkosten + externe inzet uitvoering

Bg ‘24

Adviseren, vergunnen toezicht en handhaven: vinger aan de pols mbv accountgesprekken

Meerjarenprogramma ODRA

Werkprogramma’s gemeenten en provincie

Monitoren Partnerrapportages

03

WAT ZIJN DE REGIONALE OPGAVEN? De opgaven in de fysieke leefomgeving - waar alle gemeenten en provincie die samen ODRA vormen de komende jaren voor staan - zijn als volgt samen te vatten: • Een gezonde leefomgeving voor mens, dier en milieu • Veiligheid in de leefomgeving • Focus op duurzame oplossingen. WAT ZIJN DE INHOUDELIJKE ACCENTEN? ODRA verleent vergunningen, houdt toezicht en handhaaft waar nodig. Dat blijft ODRA doen, dat is de basis. Vanuit de behoefte aan meer zicht op de waarde creatie heeft ODRA, samen met de partners, afgelopen jaar besproken wélke inhoudelijke accenten (prioriteiten) er in de uitvoering van de VTH-taken moeten worden gelegd. We willen niet ‘zomaar controles uitvoeren’ maar sturen op impact en ‘bijdragen aan de opgaven waar gemeenten en provincie zich voor gesteld zien’. VTH is immers een instrument voor gemeenten en provincie om doelen te realiseren. ODRA gaat geen nieuwe dingen doen, maar meer specifieke accenten leggen in de uitvoering van haar werk. Bijvoorbeeld: Een vergunning verlenen en daarbij expliciet aandacht besteden aan circulair bouwen. Of: In plaats van een algemene controle, tijdens de controle specifiek aandacht besteden aan luchtkwaliteitsmaatregelen. Er is ingezoomd op de hiervoor genoemde opgaven en gekeken waar de bijdrage van het VTH-instrumentarium substantieel kan zijn.

Dit heeft geleid tot elf thema’s voor de komende vier jaar. In paragraaf 3.3 wordt de keuze van deze prioritaire thema’s nader toegelicht:

Gezondheid mens en milieu met de thema’s: verbeteren lokale luchtkwaliteit, verminderen milieuhinder, beschermen bodem- en grondwaterkwaliteit, tegengaan verspreiding Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) verbeteren waterkwaliteit.

Veiligheid in de leefomgeving met de thema’s: beperken veiligheidsrisico’s, borgen bouwkwaliteit en veiligheid, aanpakken ondermijning en milieucriminaliteit.

Duurzame oplossingen, met de thema’s: verminderen gebruik fossiele energie, stimuleren circulaire economie, bijdragen aan ruimtelijke opgaven en een natuur-inclusieve leefomgeving.

Aan elk prioritair thema zijn één of twee concrete uitvoeringsdoelstellingen en prestatie-indicatoren gekoppeld en vervolgens uitgewerkt in een set activiteiten om die doelen te bereiken. De rol van ODRA is daarbij de ene keer regulerend, de andere keer adviserend, participerend of signalerend. In het Meerjarenprogramma wordt aansluiting gezocht bij de doelen van het Interbestuurlijke Programma ‘Versterking VTH-stelsel’ (IBP-VTH): Toe bewegen naar een brede milieu (omgevings-) dienst. Opdat ODRA een stevige inbreng van milieu- en bouwaspecten in beleid en regelgeving kan bieden en wel op zodanige wijze dat aan de ‘voorkant’ (het beleid) niet de problemen voor de ‘achterkant’ (VTH-uitvoering) worden geschapen. Dat vraagt van onze eigenaren dat zij ODRA vroegtijdig betrekken en het vraagt van ODRA een verdere organisatieontwikkeling om de juiste kennis aan tafel te brengen en deze te kunnen vertalen naar beleid. En daarmee een robuuste, onafhankelijke, professionele en hoogwaardige organisatie te zijn met een voorspelbaar en acceptabel kostenplaatje. HOE HOUDEN GEMEENTEN EN PROVINCIE GRIP: MONITORING, EVALUATIE EN BIJSTELLING Het Meerjarenprogramma geeft richting en sturing aan de VTH-inzet voor de komende jaren. Echter, het programma is inhoudelijk niet in beton gegoten.

Jaarlijks wordt het Meerjarenprogramma geactualiseerd en worden in overleg met de opdrachtgevers de indicatoren en activiteiten aan­ gescherpt. De jaarlijkse actualisatie biedt ook ruimte om binnen de financiële kaders tot inhoudelijke bijstelling te komen. Gedurende de uitvoering monitoren we de voortgang aan de hand van de met elkaar overeengekomen prestatie-indicatoren per thema. Daarover wordt periodiek in de zogeheten partnerrapportages en jaarlijks in de jaarverslagen verantwoording afgelegd, waarmee gemeenten en provincie kunnen bij­sturen. Aan de hand van de resultaten in het jaarverslag, kunnen gemeenten en provincie verzoeken om bijsturing voor het daaropvolgende uitvoeringsjaar. Daarmee houden gemeenten en provincie grip op de prioriteitstelling in de uitvoering door ODRA. Op deze wijze bewaken we samen dat ODRA doet waarvoor zij is opgericht namelijk het bijdragen aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving voor mens, dier en milieu!

GEZOND, VEILIG EN DUURZAAM

Omgevingsdienst Regio Arnhem

I N H O U D S O P G AV E

02 05 07

09

Samenvatting Inhoudsopgave

024 5. Hoogwaardige uitvoering

5.1 Uitvoeringsstrategieën: Optimaliseren en verbeteren 5.2 Bouw 5.3 Milieu

1. Inleiding - Deel 1

1.1 Achtergrond 1.2 Doel Meerjarenprogramma 2025 – 2028 1.3 Positionering Meerjarenprogramma 1.4 Totstandkomingsproces 1.5 Leeswijzer

2. Uitgangspunten Opgaven Gemeenten en provincie centraal Adequate uitvoering wettelijke taken Kennisintensieve uitvoeringsorganisatie Naast individueel maatwerk aandacht voor gezamenlijkheid (solidariteit) Rijker VERANTWOORDEN: Sturen op impact Inzet op continu verbeteren Intensiveren samenwerking Uitvoeren missie, visie, kernwaarden

029 6. Borging uitvoering en doorontwikkeling organisatie

6.1 Uitgangspunten organisatieontwikkeling 6.2 Interne prioriteiten

032 7. Financiële doorkijk

7.1 Financieel beleid 7.2 duiding Financiële Consequenties Meerjarenprogramma

032 8. Aanzet tot programmering Evaluatie en bijstelling

8.1 Goede basis leggen in 2024 8.2 Verdere uitwerking Meerjarenprogramma - Monitoring 8.3 Evaluatie - Bijstelling

011 3. Ontwikkelingen - Beleidsopgaven in de regio

3.1 Landelijke ontwikkelingen 3.2 Beleidsopgaven in de regio 3.3 Vertaling beleidsopgaven in 11 prioritaire thema’s

014 4. Inzet op prioritaire thema’s

4.1 Gezondheid mens, dier en milieu 4.2 Veiligheid in de leefomgeving 4.3 Bijdragen aan duurzame oplossingen

BIJLAGEN 038

Bijlage 1 Uitvoeringsprogramma MJP 2025-2028

048

Bijlage 2 Begroting 2025-2028 (separaat document)

COLOFON Het Meerjarenprogramma 2025-2028 is een uitgave van de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA). De inhoud is tot stand gekomen in interactie met de partners. Het meerjarenprogramma is geschreven door Henk Mogezomp (Buiten Organisatieadvies), Annette Prent en Maarten Leseman (ODRA).

De foto’s zijn van Ivo Hutten en StudioBont heeft het meerjarenprogramma vormgegeven. We verspreiden ons meerjarenprogramma onder onze partners, Raadsleden en Statenleden en publiceren dit programma op www.odregioarnhem.nl. Voor reacties of opmerkingen: communicatie@odra.nl.

1 INLEIDING

07 1.1 Achtergrond De samenleving vraagt in toenemende mate om heldere antwoorden van de overheid op complexe ruimte gerelateerde vraagstukken. Denk aan schone lucht, schoon en voldoende (drink)water, duurzame energie, voldoende en betaalbare woningen, een prettige en veilige leefomgeving en – last but not least – een goede dienstverlening. Eén van de instrumenten die de overheid daarbij ter beschikking staat is regulering. De regulerende (uitvoerende) taken heeft de overheid grotendeels belegd bij omgevingsdiensten. Zo ook de gemeenten en provincie die samen omgevingsdienst regio Arnhem (ODRA) vormen.

1.2 Doel Meerjarenprogramma 2025 – 2028

ODRA is gestart als uitvoeringsorganisatie namens gemeenten en Doel van dit meerjarenprogramma (MJP) is tweeledig: provincie voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Gemeen1. De bijdrage aan de beleidsopgaven van gemeenten en provincie ten en provincie doen de afgelopen jaren meer en meer ook een beroep expliciteren, zowel inhoudelijk, financieel als procesmatig en op de aanwezige kennis- en adviesvaardigheden van ODRA. Dit is daarmee tegelijkertijd de aanwezige kennis en expertise eerder enerzijds ingegeven door de krapte op de arbeidsmarkt, anderzijds door in de beleidscyclus betrekken. Daarbij ligt het accent vooral op de toegenomen aandacht voor de kwaliteit van de fysieke leefomgehet verbreden van de (specialistische) adviesrol naar meer ving. Die vraagt om kennis en expertise op diverse milieuthema’s zoals Omzetontwikkeling per taakgroep (x € miljoen) beleidsondersteuning bij ruimtelijke plannen. geluid, bodem, lucht, water, externe veiligheid, energie en circulariteit. egroting 2024 21 2. Beter inzichtelijk maken wat de publieke waarde van ODRA is. Kennis die bij ODRA aanwezig is en die breder kan worden ingezet dan 18 De huidige programmering en verantwoording is vrijwel uituitsluitend voor toetsing van vergunningaanvragen.

Deze ontwikkeling 15 sluitend ingericht op het verantwoorden van uren (input) en vraagt (deels) ook om andere accenten in 12 de sturing en verantwoording: 9 maatschappelijke impact aantallen vergunningen en controles (output), maar dat zegt niet Er is behoefte aan meer zicht en grip op de 6 Diensten alles over de impact van het werk van ODRA op de leefomgeving. van het werk van ODRA, oftewel de publieke waarde die ODRA levert. 3 ODRA streeft ernaar om de komende jaren voelbaar, zichtbaar Voorliggend meerjarenprogramma biedt daarvoor de inhoudelijke basis. 0 en meetbaar concretere doelen te realiseren. Bouw Millieu We leggenGez. in dit Diensten Meerjarenprogramma de focus op de bijdrage van Real ‘20 Real ‘21 ODRA aan een veilige en gezonde leefomgeving en op de bijdrage die ODRA kan leveren aan het realiseren van duurzame oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. De gezondheid van mens, dier en Doorbeblast milieu is daarbij leidend. ODRA heeft daarnaast een belangrijke rol in materieel het versterken van het vertrouwen in de overheid en het gezag in de uitvoering. Door een goede uitvoering van haar kerntaken (vergunningverProducten lening, toezicht op naleving en handhaving) Jaarverslag draagt ODRA daar haar steentje aan bij.

Bg ‘24 Bg ‘23 1.3 Positi onering Meerjarenprogramma

Real ‘22

Met het Meerjarenprogramma legt ODRA een sterkere verbinding tussen het strategische en operationele domein in de beleidscyclus: De zogenoemde ‘Big 8’:

Rapportage & evaluatie Capaciteitsplanning Projectplannen werkinstructies

Strategische Cyclus

Voorbereiden

Operationele Cyclus Uitvoeren

Programmakosten uitvoering Loonkosten bedrijfsvoering Huisvesting / ICT / facilitair

Operationeel Beleidskader

Planning & control

ng

Loonkosten + externe inzet uitvoering

Beleidsdoelen gemeenten en provincie

Strategisch beleidskader

Meerjarenprogramma ODRA

Werkprogramma’s gemeenten en provincie

Monitoren Partnerrapportages

Adviseren, vergunnen toezicht en handhaven: vinger aan de pols mbv accountgesprekken

Het Meerjarenprogramma heeft binnen de Planning en Control-cyclus (P&C) van ODRA een kader- stellende functie, is het inhoudelijke richtsnoer (kompas) voor jaarlijkse werkprogramma’s en is de inhoudelijke onderbouwing voor de meerjarenbegroting. We maken het Meerjarenprogramma in principe voor vier jaar, maar zullen het jaarlijks in overleg met onze gemeenten en provincie actualiseren.

Omgevingsdienst Regio Arnhem

08

1.4 Totstandkomingsproces Dit Meerjarenprogramma is in overleg met vertegenwoordigers van onze gemeenten en provincie tot stand gekomen. Gestart is met een gebiedsverkenning en analyse van Coalitieakkoorden en beleidsplannen. In gesprekken bij gemeenten en provincie is verkend welke thema’s en onderwerpen prioriteit hebben en waar (extra) inzet van ODRA gewenst is. Op basis hiervan is ingezoomd op de bijdrage die ODRA met haar VTH-instrumentarium aan de beleidsopgaven van provincie en gemeenten kan leveren. Het resultaat van deze analyse is in de vorm van een eerste concept Meerjarenprogramma ambtelijk teruggelegd en oriënterend besproken in het Algemeen Bestuur. Op basis van deze besprekingen is het Meerjarenprogramma aangepast en geconcretiseerd, onder meer op het punt van financiële consequenties. Het Meerjarenprogramma is vervolgens in een finale commentaarronde voorgelegd, waarbij het uitvoeringsprogramma bij de provincie en een aantal gemeenten in aparte sessies is doorgesproken.

1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 lichten we de uitgangspunten toe, die aan de basis staan van dit Meerjarenprogramma. Vervolgens staan we in hoofdstuk 3 stil bij maatschappelijke trends en ontwikkelingen in het VTH-veld. Tevens bespreken we hier de (gemene deler in de) beleidsopgaven van provincie en gemeenten. De VTH-inzet op elf prioritaire omgevingsthema’s beschrijven we in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 lichten we onze uitvoeringsstrategie toe, zowel ten aanzien van de prioritaire thema’s als onze wettelijke VTH-taken. Hoofdstuk 6 behandelt de interne organisatie van ODRA en de doorontwikkeling die hier nodig is. Hoofdstuk 7 beschrijft het financiële beleid van ODRA en hoe met de financiële consequenties van het Meerjarenprogramma wordt omgegaan. Hoofdstuk 8 is het slothoofdstuk: hier komen de verdere programma-uitwerking, monitoring en jaarlijkse actualisatie en bijstelling aan de orde.

Meerjarenprogramma | 2025-2028

2

09

UITGANGSPUNTEN

Omgevingsdienst Regio Arnhem

010

In dialoog met onze gemeenten en provincie hebben we de volgende uitgangspunten geformuleerd die tezamen de basis zijn onder het Meerjarenprogramma 2025-2028.

Opgaven gemeenten en provincie centraal We willen vanuit onze kennis, expertise, rol en verantwoordelijkheid een substantiële bijdrage leveren aan de maatschappelijke opgaven waar onze opdrachtgevers voor staan. We vertrekken daarom bij de beleidsopgaven van de gemeenten en de provincie. Daarbinnen focussen we op omgevingsthema’s waar ODRA invloed heeft met haar VTH-inzet, te weten: • Gezonde leefomgeving, met thema’s als luchtkwaliteit, milieuhinder en bodembescherming. • Veilige leefomgeving, met thema’s als veiligheidsrisico’s, bouwkwaliteit en veiligheid en ondermijning. • Duurzame leefomgeving, met thema’s als energietransitie, circulaire economie en duurzame inpassing van ruimtelijke opgaven.

Kennisintensieve uitvoeringsorganisatie ODRA verbreedt zich van pure uitvoeringsorganisatie, aangestuurd op aantallen, naar een kennisintensieve uitvoeringsorganisatie, die: • Op een groot aantal omgevingsthema’s in staat is beleid te toetsen op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid en daar goed over kan adviseren richting gemeenten en provincie; • Ook bijdraagt aan de leefomgevingskwaliteit door op diverse omgevingsthema’s te helpen bij de ontwikkeling van meer regionaal afgestemd beleid. ODRA functioneert op onderdelen al als kennisintensieve uitvoeringsorganisatie. Diverse gemeenten worden al ondersteund met milieuexpertise. ODRA denkt mee over ruimtelijke plannen en formuleert op bepaalde thema’s al uitvoeringsrichtlijnen waar aanvragen op worden getoetst. Naar verwachting neemt deze advies- en kennisrol de komende jaren, onder invloed van diverse ontwikkelingen (zie hoofdstuk 3), verder aan belang toe.

Adequate uitvoering wettelijke taken

Naast individueel maatwerk aandacht voor gezamenlijkheid (solidariteit)

De basis voor ons werkpakket blijven de bouw- en milieutaken die bij wet of per mandaat aan ons zijn overgedragen. De komende jaren gaan we deze (basis)taken meer dan adequaat uitvoeren. We zien nadrukkelijk de mogelijkheden om inhoudelijke thema’s en accenten aan deze basisactiviteiten te koppelen, zodat de publieke waarde en impact van onze activiteiten toeneemt.

ODRA beschikt over veel VTH-gerelateerde omgevingsexpertise (denk aan geluid, bodem, externe veiligheid, lucht, geur, licht, constructieve veiligheid, energie en ecologie). In lijn met de Omgevingswet, die immers meer ruimte laat voor regionaal en lokaal maatwerk, willen gemeenten en provincie deze expertise meer te gelde maken door deze ook eerder in de beleidscyclus in te zetten en waar mogelijk

‘Rijker Verantwoorden’ Het Meerjarenprogramma is gebaseerd op de werkwijze van Rijker Verantwoorden, die aansluit op de Publieke Waarde theorie van Mark Moore. De doelen en indicatoren kunnen niet altijd effectgericht (bijvoorbeeld in termen van bodemof luchtkwaliteit) worden geformuleerd. Wat wel kan is dat we gezamenlijk met opdrachtgevers bepalen wat op belangrijke thema’s de gewenste outcome is. Rijker verantwoorden is een proces dat continu bijstelling en aanscherping vraagt.

Meerjarenprogramma | 2025-2028

011 Missie, visie Ons bestaansrecht is het bijdragen aan een gezonde, veilige, schone en duurzamere leef­ omgeving waarin de gezondheid van mens, dier en milieu leidend is. We werken dagelijks aan de veiligheid en het aanzien van gebouwen, de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater, bodem, lucht (geluid) en indirect aan biodiversiteit te komen tot regionaal afgestemd uitvoeringsbeleid op de diverse omgevingsthema’s. Dat vraagt om meer sturing op solidariteit. Een onderwerp als milieu houdt immers niet op bij de gemeentegrens.

en natuur. We geven samen met onze gemeenten

Rijker verantwoorden: sturen op impact

voor de maatschappelijke opgaven. Dat doen we

ODRA wil meer inzetten op een meer op outcome gerichte wijze van verantwoording, oftewel: Heeft de bijdrage van ODRA (voldoende) effect gehad op het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving? In lijn met de ontwikkeling van de organisatie, waarin veel meer vanuit de maatschappelijke opgaven wordt gewerkt, wil ODRA deze ‘rijkere verantwoording’ aanbrengen. Daarbij sluit ODRA aan bij de uitkomsten van de pilot Rijker Verantwoorden uit 2022/2023. Deze ontwikkeling is tevens in lijn met de aanbevelingen uit het rapport “Om de leefomgeving” van de Commissie van Aartsen en sluit ook aan bij de kern van de Omgevingswet. Daarin wordt de leefwereld meer centraal gezet in plaats van de systeemwereld.

Inzet op continu verbeteren We krijgen de komende jaren onze rol en verantwoordelijkheid in relatie tot de Omgevingswet (per 1 januari 2024) duidelijker in beeld. We groeien met de jaren in onze rol en houden scherp voor ogen wat de wet (inclusief EU-regelgeving) beoogt: het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Onze focus is het (continu) verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving.

en provincie richting aan duurzame oplossingen

door kwaliteit te leveren in vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies en door onze (specialistische) kennis, deskundigheid en ervaringen actief te delen met beleidsmakers en bestuurders. We zijn ondernemend, innovatief en steeds uit op het verbeteren van ons werk.

Kernwaarden Verantwoordelijk, Vertrouwen, Vakmanschap, Samen(werken).

Intensiveren samenwerking In toenemende mate is specialistische kennis en expertise vereist voor effectief toezicht. We gaan in netwerken samenwerken met specialisten van onder meer de veiligheidsregio (VGGM) en andere OD’s (via ODNL). Daarnaast bundelen we in de uitvoering onze krachten met andere toezicht- en handhavingsinstanties, zoals waterschappen, provincie en ILT, politie en Openbaar Ministerie.

Uitvoeren missie, visie, kernwaarden Het Meerjarenprogramma gaat niet alleen over het ‘wat’, maar ook over het ‘hoe’ en wat onze inspiratiebronnen zijn: onze missie, visie en kernwaarden. Deze waarden komen in alle onderdelen van ons werk terug.

Omgevingsdienst Regio Arnhem

012

3

ONTWIKKELINGEN BELEIDSOPGAVEN IN DE REGIO

Meerjarenprogramma | 2025-2028

013 3.1 Landelijke ontwikkelingen

3.2 Beleidsopgaven in de regio

• Gezondheid en veiligheid We zullen ons opnieuw moeten verhouden tot de wens van inwoners die een gezonde en veilige leefomgeving willen en soms eisen. Samenwerking is nodig om de weg naar duurzame oplossingen met onze opdrachtgevers, bedrijven en inwoners af te leggen. Het veranderende klimaat, nieuwe energievoorzieningen, warmtenetten, verduurzaming van woningen, meer groen in de wijken en reductie van stikstof vragen om ingrijpende maatregelen.

Veel van de geschetste landelijke ontwikkelingen zien we terug in de beleidsopgaven van onze gemeenten en provincie. De beleidsopgaven met de grootste relevantie voor het werkveld van ODRA zijn:

• Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging De implementatie van de Omgevingswet vraagt de komende jaren veel aandacht. We gaan vaker gemeenten adviseren over omgevings­ visies en omgevingsplannen. We zullen ook een actievere rol hebben in meedenken over ruimtelijke initiatieven, vergunningen en meldingen binnen strakkere termijnen moeten afhandelen en aanvragen volledig digitaal gaan afhandelen (DSO). Ditzelfde geldt voor de Wet Kwaliteitsborging bouw (Wkb). De technische veiligheidstoets bij de nieuwbouw van kleinere bouwwerken ligt met ingang van 1-1-2024 in handen van private kwaliteitsborgers en niet meer bij de overheid. Het is nog speculeren wat het effect van deze wet is op de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht. • Verbetering en versterking VTH Na kritische analyses over het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving en de daaruit voortvloeiende aanbevelingen (commissie Van Aartsen), zullen de komende jaren in het stelsel verbeteringen worden doorgevoerd. Wat de impact is voor ODRA is nog niet exact te beschrijven. Omgevingsdiensten moeten hoe dan ook robuuster worden en onafhankelijker kunnen opereren. Parallel aan de landelijke ontwikkelingen, verkent het bestuur van ODRA dan ook verschillende vormen van samenwerking, zoals die met de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN). • Dynamische omgeving We groeien en werken in een dynamische omgeving.

Dat vraagt attent zijn op kansen zien en kansen benutten en op het juiste moment de goede keuzes maken. Bijvoorbeeld vinden, boeien en binden van nieuwe medewerkers op een krappe arbeidsmarkt met veel concurrenten. We zullen als organisatie niet alleen onze zaakjes op orde moeten hebben, maar ook interessant moeten zijn voor jonge mensen. Dat betekent investeren in strategisch personeelsmanagement, in ontwikkeling van medewerkers (qua expertises en vaardigheden) en in de professionalisering van de bedrijfsvoering. • Complexe informatiewetten We moeten aan complexe informatiewetten voldoen (o.m. WEP, digitale overheid, AVG, etc.) en de eisen aan business intelligence, datakwaliteit en informatiebeheer worden hoger. Dat vraagt extra inspanning van de hele organisatie en alle medewerkers.

• Verduurzaming / energietransitie Circulaire economie, klimaat en energie spelen in de beleids­ programma’s van onze gemeenten en provincie een voorname rol. Het zijn eveneens speerpunten in het programma van de Groene Metropool Regio. Wij kunnen een bijdrage leveren aan duurzame oplossingen voor bedrijfsactiviteiten (energie en circulaire economie). We vinden deze thema’s terug in de gebouwde omgeving, denk aan energiezuinig en circulair bouwen en natuur-inclusief en klimaatadaptief bouwen. • Stedelijk gebied De deelnemers aan de Groene Metropool Regio hebben een forse woningbouwopgave. In de Woondeal 2.0 gaat het om 33.000 woningen voor 2030 en circa 55.000 voor 2040. Naast woningbouw staan grote infrastructurele projecten (Noordtak Betuwelijn, mogelijke doortrekking A-15) gepland. Deze projecten leiden tot een verdere verstedelijking van de regio. De ruimtelijke opgave is niet alleen kwantitatief (beton en asfalt), maar ook kwalitatief (groen en leefomgeving). Dat betekent concreet: Beter benutten van bestaande voorraad, meer landschap, meer stad. Deze ruimtelijke opgaven leveren enerzijds forse milieu-hygiënische uitdagingen op (o.m. geluids-, externe veiligheids- en luchtkwaliteit-issues, w.o. stikstof) en bieden anderzijds ook kansen voor duurzamere keuzes. Op ODRA zal een beroep worden gedaan om tijdig en oplossingsgericht te adviseren over milieu-en duurzaamheid.

• Landelijk gebied De transformatie van het landelijk gebied (nieuwe invulling van bestaande functies) is voor de provincie en de gemeenten met een groot buitengebied een actueel beleidsthema en stevige uitdaging. De ruimteclaims zijn groot: energie, woningbouw, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Op ODRA zal een beroep worden gedaan om tijdig en oplossingsgericht te adviseren over milieu- en duurzaamheid en het tegengaan van ondermijning. • Leefbaarheid In de plannen van onze gemeenten en provincie is volop aandacht voor een gezonde, veilige, klimaatbestendige en aantrekkelijke leefomgeving, zowel fysiek (voldoende groen en blauw) als fysisch (milieuhinder, schone lucht, water en bodem). Aandacht voor de ‘harde kant’ van de leefomgeving is belangrijk voor de beleving door inwoners van hun wijk, hun centrum en hun dorp. Arnhem stelt momenteel een beleidsplan gezonde leefomgeving op waarin dit soort milieuthema’s worden uitgewerkt. De provincie heeft recent een kadernotitie Gezonde, Veilige Leefomgeving vastgesteld, waarin ook ingezet wordt op een hogere basiskwaliteit van de leefomgeving. De luchtkwaliteit is daarbinnen een belangrijk thema met grote impact op de gezondheid. In onze regio hebben de gemeenten Arnhem, Renkum en Rheden en de provincie het Schone Luchtakkoord (SLA) getekend.

Voor ODRA betekent dit dat we een nieuwe balans moeten zoeken tussen enerzijds het voorkomen van gezondheidsschade door slechte lucht voor bewoners en anderzijds de ruimte voor bedrijven: ‘voldoen aan emissienormen’.

Omgevingsdienst Regio Arnhem

014

Meerjarenprogramma | 2025-2028

015 3.3 Vertaling beleidsopgaven in 11 prioritaire thema’s We onderscheiden elf thema’s waar ODRA met haar VTH-inzet een substantiële bijdrage kan leveren aan de beleidsopgaven van provincie en gemeenten. Deze prioritaire thema’s spelen een centrale rol in dit Meerjarenprogramma.

Prioritaire thema’s Gezondheid mens, dier en milieu

Veiligheid in leefomgeving

Duurzame oplossingen

1. Verbeteren lokale luchtkwaliteit

6. Beperken en beheerden veilig-

9. Energietransitie: verlagen

2. Verminderen milieuhinder 3. B  eschermen bodem- en grondwaterkwaliteit 4. Voorkomen verspreiding ZZS 5. Verbeteren waterkwaliteit

heidsrisico’s bedrijfsactiviteiten 7. Borgen bouwkwalititeit en veiligheid 8. Aanpakken ondermijnende criminaliteit

gebruik fossiele energie 10. Stimuleren circulaire economie 11. Bijdragen aan ruimtelijke opgaven en een natuurinclusieve leefomgeving

Deze keuze is gebaseerd op de volgende overwegingen en argumenten: 1. U  it de omgevingsanalyse die ter voorbereiding op dit meerjarenprogramma is uitgevoerd, komen als belangrijkste beleidsopgaven met betrekking tot de fysieke leefomgeving van gemeenten en provincie deze naar voren: gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. 2. O  DRA heeft vervolgens gekeken naar díe thema’s waar zij het meest het verschil kan maken met de inzet van haar expertise en het VTH-instrumentarium. 3. D  e – op basis van interviews en sessies met experts gekozen – prioritaire thema’s sluiten bovendien goed aan op de opgaven en thema’s uit het Nationaal Milieuprogramma (NMP). Onder de hoofdopgaven vitale ecosystemen, gezonde leefomgeving en duurzame circulaire economie worden in het NMP onder meer de volgende thema’s genoemd: bodemverontreiniging, chemische stoffen, lichthinder, geluid, luchtkwaliteit, omgevingsveiligheid, circulaire economie en duurzame productie en consumptie. Voor elk van de prioritaire thema’s geldt dat de aandacht ervoor zoveel als mogelijk deel uit maakt van het reguliere VTH-werk. Anders geformuleerd: In de meeste gevallen is geen sprake van extra werk, maar van het aanbrengen van accenten in de uitvoering; accenten waar ODRA vervolgens richting haar eigenaren verantwoording over aflegt om zo invulling te geven aan het ‘rijker verantwoorden’.

In het hoofdstuk hierna lichten we de elf prioritaire thema’s verder toe en geven we aan wat we de komende periode tot en met 2028 met onze expertise en VTH-inzet op deze prioritaire thema’s willen bereiken.

Omgevingsdienst Regio Arnhem

4

INZET OP PRIORITAIRE THEMA’S

017 ODRA wil een bijdrage leveren aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit en helpen bij de realisatie van duurzame oplossingen en ruimtelijke opgaven waar provincie en gemeenten voor staan. De inzet op de elf prioritaire thema’s, zoals in het vorige hoofdstuk gepresenteerd, speelt hierbij een leidende rol. In dit hoofdstuk beschrijven we de VTH-uitvoeringsaccenten op deze thema’s. Per thema volgt eerst een korte probleemanalyse, daarna benoemen we de VTH-doelen. De uitvoeringsaccenten in de prioritaire thema’s (met activiteiten, kpi’s en kostenindicatie) zijn uitgewerkt in de separate bijlage “Uitvoeringsprogramma MJP”.

Wat willen we bereiken? We willen een concrete bijdrage leveren aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Extra aandacht binnen dit thema krijgt de aanpak van fijnstof en stikstofoxiden. Onze VTH-doelen voor dit thema zijn:

4.1 Gezondheid mens, dier en milieu

4.1.2 Verminderen van milieuhinder Probleemanalyse Milieuhinder wordt veelal ervaren als overlast, maar kan ook gezondheidsklachten veroorzaken. Verwacht wordt dat het aantal klachten als gevolg van milieuhinder de komende jaren gaat toenemen, omdat:

Gezondheid voor mens en milieu heeft bij inwoners en bestuurders steeds meer aandacht. Het voorkomen en verminderen van gezondheidsschade door onder meer luchtverontreiniging, geluidhinder en de verspreiding van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) staat volop in de belangstelling. ODRA kan op deze thema’s met het VTHinstrumentarium een belangrijke bijdrage leveren. Hetzelfde geldt op het gebied van de bodemkwaliteit, waar de onderwerpen grondwaterbescherming en een juiste toepassing van grond en secundaire bouwstoffen extra aandacht krijgen. Binnen het thema waterkwaliteit volgen we de ontwikkelingen en intensiveren we onze toezichttaak op indirecte lozingen op het riool. 4.1.1 Verbeteren lokale luchtkwaliteit Probleemanalyse We weten dat luchtvervuiling een belangrijke oorzaak is van gezondheidsklachten met chronische ziekte tot gevolg. Het kost de gemiddelde Nederlander volgens het RIVM 13 maanden aan levens­verwachting. Fijnstof en stikstofdioxide (NO2) zijn verantwoordelijk voor ongeveer 3,5 procent van de nationale ziektelast en veroorzaken in Nederland jaarlijks 11.000 doden. Stikstofoxiden, samen met ammoniak (NH3), dragen ook bij aan de stikstofdepositie op kwetsbare natuurgebieden. Naast natuurherstel is terugdringen van de stikstofuitstoot ook een voorwaarde voor twee opgaven: woningbouw en uitbreiding energie-infrastructuur.

De huidige wettelijke grenswaarden liggen hoger dan de advies­ waarden van de Wereld Gezondheid Organisatie (WHO). De WHO heeft in 2021 haar advieswaarden naar beneden bijgesteld, omdat gezondheidseffecten en sterfte optreden bij zeer lage concentraties. Door verstedelijking (inbreiding) neemt de congestie en kans op gezondheidsschade toe. In het verlengde van de nieuwe WHO normen verwachten we voor de zomer van 2024 een nieuwe EU richtlijn met aangescherpte luchtkwaliteitsnormen richting 2030-2035. Dit kondigt een nieuwe fase in het luchtkwaliteitsbeleid aan waarin beleid wordt aangescherpt en uitvoering geïntensiveerd. Landelijk en in de regio is de lokale luchtkwaliteit een belangrijk thema, zie onder meer de beleidsplannen van de gemeente Arnhem en de provincie Gelderland. Het Schone Lucht Akkoord (SLA) heeft hoge ambities en kent een breed maatregelenpakket. We constateren dat landelijk meer aandacht is voor cumulatieve effecten van stoffen op de luchtkwaliteit en hoe inwoners deze percipiëren.

1. Alle vergunningen voldoen uiterlijk in 2027 aan de strengere luchtemissie-eisen; 2. De NOx- en fijn stof-emissies van de prioritaire milieubelastende activiteiten zijn in 2025 in beeld én kennen een dalende trend in 2028 ten opzichte van 2025.

• De afstand tussen hindergevoelige objecten (wonen, recreëren, e.d.) en hinder veroorzakende activiteiten (woningbouw, infrastructurele projecten) in stedelijke gebieden als gevolg van verdichting kleiner wordt; • Het draagvlak voor hinder producerende activiteiten afneemt; • Nieuwe vormen van energievoorziening (buitenunits warmte­ pompen, windmolens, zonneparken) de kans op overlast vergroten. We leggen komende periode de focus op geluidklachten omdat we uit ervaring en meetgegevens weten dat geluidsoverlast het grootste aandeel heeft in de gemelde hinderklachten. Binnen de VTH-taken van ODRA zijn het vaak evenementen (met name in Arnhem) die de meeste geluidklachten veroorzaken. Bedrijfsmatige activiteiten (denk bijvoorbeeld aan horeca, recreatie, sport) kunnen ook een bron van geluidsoverlast zijn, zeker wanneer ze in of dichtbij woonomgevingen worden uitgeoefend. In toenemende mate is sprake van klachten over warmtepompen, airco’s en windenergie (neveneffecten van de energietransitie). Binnen het thema milieuhinder blijven we vanzelfsprekend ook aandacht besteden aan het verminderen van geur- en lichthinder. Onze activiteiten op dit vlak zetten we op het huidige niveau door.

Om misverstanden te voorkomen: ODRA blijft gewoon de wettelijke, aan ODRA opgedragen, VTH-taken uitvoeren. Binnen deze basis­uitvoering worden op 11 inhoudelijke prioritaire thema’s uitvoeringsaccenten gezet. In hoofdstuk 5 gaan we dieper in op de uitvoeringsstrategie, waarbij ook de basisuitvoering wordt beschreven.

Omgevingsdienst Regio Arnhem

018 Wat willen we bereiken? Binnen het thema milieuhinder krijgt de aanpak van geluidhinder de komende jaren extra accent. Onze VTH-doelen hierbij zijn: 1. Het verminderen van geluidhinder door bedrijfsactiviteiten en evenementen. 2. Het verminderen van geluidhinder van nieuwe energiedragers en -voorzieningen als gevolg van de energietransitie. Zie de bijlage “Uitvoeringsprogramma MJP” voor een verdere inhoudelijke uitwerking. 4.1.3 Beschermen bodem- en grondwaterkwaliteit Probleemanalyse De gezondheid van mensen kan worden aangetast door blootstelling aan bodemverontreiniging. Tevens heeft de bodemkwaliteit effect op kwetsbare functies als natuur en drinkwater. Naast de aandacht voor de chemische kwaliteit blijkt dat ook andere eigenschappen van de bodem van belang zijn voor een gezonde leefomgeving. Een vitale bodem zorgt voor voedselzekerheid en voedselveiligheid en draagt bij aan het beperken van wateroverlast en hittestress. Daarnaast kan de bodem energie leveren en zorgen voor CO2-opslag waarmee klimaatdoelen worden bereikt. Onderdeel van de bodem is het grondwater. De kwaliteit van het grondwater (en oppervlaktewater, zie 4.1.5) staat onder druk als gevolg van verontreinigingen afkomstig uit de landbouw, industrie en huishoudens. Er worden te veel probleemstoffen aangetroffen in het grondwater.

Zonder aanvullende maatregelen gaat de kwaliteit van ons drinkwater achteruit. Op het gebied van bodem- en grondwaterkwaliteit krijgt ODRA de komende jaren een grotere rol: • Per 1 januari 2024 is de zorg voor de bescherming van de bodem formeel bij de gemeenten komen te liggen in plaats van bij de provincie. Gemeenten beleggen deze taken voor een groot deel bij ODRA. We moeten nieuwe bodemverontreinigingen zien te voorkomen en bestaande verontreinigingslocaties bewaken. • De provincie heeft het toezicht op milieubedreigende activiteiten in grondwater-beschermingsgebieden* in Gelderland per 1-1-2024 bij ODRA belegd. De provincie ziet (voor deze gebieden) ook een signalerende rol weggelegd voor ODRA als het gaat om het grondwatergebruik (onttrekkingsputten) en bodemlozingen (lozingsputten).

Overzicht bodemregels

• Voor de toepassing van bodemenergie is specifiek uitvoeringsbeleid nodig. Het afhandelen van vergunningen moet goed geregeld worden. ODRA kan hier met haar kennis en expertise en gebruikmakend van het kennisnetwerk in ODNL-verband een belangrijke bijdrage leveren. Last but not least schudt ook de Omgevingswet de kaarten opnieuw als het gaat om de kaders van wet- en regelgeving: Toezicht op transport en toepassing van (verontreinigde) grond en secundaire bouwstoffen blijft de komende jaren ook een belangrijk item. Illegale of onjuiste toepassingen zijn een belangrijke oorzaak van het nieuwe lokale verontreinigingen of diffuse verspreiding. ODRA kan daarbij gebruik maken van scherpere landelijke regels. Toepassing van bepaalde bouwstoffen wordt bijvoorbeeld verboden en voor de toepassing van AVI-bodemassen en immobilisaat gaat een informatieplicht gelden. Kortom, er is zowel inhoudelijk als organisatorisch en juridisch, sprake van veranderingen die maken dat de toch al bedreigde bodem- en grondwaterkwaliteit nóg kwetsbaarder wordt. De bescherming en beschikbaarheid van een vitale bodem en goede kwaliteit van grondwater vragen de komende jaren dan ook extra aandacht.

Wat willen we bereiken? We willen de komende jaren actief invulling geven aan de zorg voor een gezonde kwaliteit van bodem en grondwater, zowel door het inzetten van het VTH-instrumentarium als door het inzetten van onze expertise in een adviesrol. Binnen dit thema krijgen de bescherming van grondwater en juiste toepassing van verontreinigde grond en risicovolle secundaire bouwstoffen extra aandacht. Onze doelen op dit thema zijn: 1. Voorkomen van nieuwe bodemverontreinigingen als gevolg van bedrijfsactiviteiten. 2. Beter beschermen van grondwater(beschermingsgebieden). Zie de bijlage “Uitvoeringsprogramma MJP” voor een verdere inhoudelijke uitwerking. * Hiermee worden alle beschermingsgebieden t.b.v. de openbare drinkwatervoorziening bedoeld, zowel bestaande winningen als beschermingsgebieden t.b.v. nog te realiseren winningen.

Regels in omgevingsplan

Algemene rijksregels

Bruidsschatregels

Mogelijke overige decentrale regels

• Milieubelastende activiteiten graven, saneren van de bodem, toepassenbouwstoffen of grond of baggerspecie • Voorafgaand bodemonderzoek

• Bouwen op bodemgevoelige locaties • Nazorg

• Maatwerkregels in het Bal gereguleerde mba’s • Aanpassingen/vervallen bruidsschatregels • Uitvoering geven aan instructieregels provincie ter bescherming grondwater

Meerjarenprogramma | 2025-2028

Overige • Kleinschalig grondverzet in verontreinigde bodem • Activiteiten op locatie zonder onaanvaardbaar risico

Overige • Concretisering bodemsanering bij overige activiteiten • Integraal bodembeleid

019 4.1.4 Tegengaan verspreiding ZZS Probleemanalyse Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) is de verzamelnaam voor stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu en waarvan we weten dat deze direct of indirect de gezondheid van mens en milieu bedreigen. Veel van deze stoffen zijn kankerverwekkend, hebben een negatieve impact op de voortplanting en hopen zich op in de voedselketen. Voorbeelden zijn PFAS, kwik, lood, benzeen en PAK. De afbraaksnelheid van een aantal ZZS is zo laag dat gesproken wordt over ‘eeuwige chemicaliën’. De totale lijst ZZS bestaat uit meer dan 1.500 stoffen. Verspreiding vindt plaats via lucht en water en ZZS kunnen zich ophopen in bodem en ondergrond en verder verplaatsen via grond- en afvalstromen. Daar komt bij dat veel bedrijven niet op de hoogte zijn welke ZZS zij gebruiken, welke (informatie- en minimalisatie) verplichtingen van kracht zijn en wat bedrijven kunnen doen (kennis en handelingsperspectief ontbreekt). In Europees en landelijk beleid heeft het weren van ZZS en tegengaan van verdere verspreiding in bodem, lucht, water en afval hoge prioriteit. Een belangrijke rol hierbij is weggelegd voor ons als omgevingsdienst. Het Ministerie van I&W heeft recent gevraagd welke PFAS-emissiebedrijven in onze regio zijn gevestigd. Dit soort vragen zullen breder en vaker gesteld gaan worden.

Wat willen we bereiken? We willen een actieve bijdrage leveren om de problematiek van ZZS inzichtelijk en beheersbaar te krijgen. Het streven is nieuwe PFAS-situaties te voorkomen. Concreet willen we op dit prioritaire thema het volgende bereiken: 1. G  rootgebruikers en grote uitstoters van ZZS in onze regio in beeld; 2. N  aleefgedrag bevorderen ten aanzien van informatieplicht en minimalisatieverplichting ZZS (naleefgedrag is bij benaderde en gecontroleerde groep bedrijven substantieel gestegen). Zie de bijlage “Uitvoeringsprogramma MJP” voor een verdere inhoudelijke uitwerking. 4.1.5 Verbeteren waterkwaliteit Probleemanalyse De Kaderrichtlijn Water (Krw) stelt dat al het oppervlakte- en grondwater in de Europese Unie uiterlijk in 2027 van goede kwaliteit moet zijn. Tevens moet er voldoende schoon water beschikbaar zijn. We zien in de praktijk dat deze doelen onder druk staan en de breed levende verwachting is dat deze doelen waarschijnlijk niet gehaald worden. Dat heeft niet alleen gevolgen voor de gezondheid, de natuur, de drink­ waterproductie, de industrie en de landbouw. Het betekent ook dat de EU aan Nederland forse boetes kan opleggen en dat activiteiten stil komen te liggen. De analogie met het stikstofdossier dringt zich op. Wat willen we bereiken? De primaire bevoegdheid op dit thema ligt bij de waterbeheerders, Rijkswaterstaat en de waterschappen.

De gemeenten zijn bevoegd gezag voor ‘indirecte lozingen’ op het riool. Wij leveren onze bijdrage door:

4.2 Veiligheid in de leefomgeving Wij hebben een rol in het verminderen dan wel beheersen van externe veiligheidsrisico’s voor mens en milieu. We leggen de komende periode accenten bij de opslag van gevaarlijke stoffen bij grote distributiecentra en magazijnen en het borgen van bouwkwaliteit en veiligheid, ook bij bestaande bouw. De Omgevingswet en de ruimtelijke ontwikkelingen in onze regio betekenen dat we meer aandacht moeten geven aan omgevingsveiligheid in ruimtelijke plannen. De aanpak van ondermijnende (milieu)criminaliteit is ook onderdeel van deze pijler en dit willen we de komende jaren op structurele basis doorzetten. 4.2.1 Beperken en beheersen veiligheidsrisico’s Probleemanalyse Externe veiligheid gaat over de risico’s voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Dat is de definitie die wij hanteren. Op risicokaarten is aangegeven welke risicovolle bedrijven, transportroutes of buisleidingen in de directe omgeving staan of liggen. De opslag van gevaarlijke stoffen is een actueel veiligheids­ thema, dat door de sterke groei van logistieke bedrijven en postorderen koeriersbedrijven om extra aandacht vraagt. In de regio komen veel grote magazijnen en distributiepunten voor. Hier speelt veel onbekendheid over opgeslagen stoffen en de risico’s daarvan.

Veiligheidsrisico’s spelen nadrukkelijk ook rond de opkomst van nieuwe energiedragers, zoals de toename van LNG-tankstations, toepassing van waterstof (o.m. waterstofbromidebatterij), introductie van buurtbatterijen en opslag van lithium ion-accu’s. We zien door verstedelijking (woningbouw) en infrastructurele ontwikkelingen (bijvoorbeeld Noordtak Betuweroute, aanpassingen bij treinstations) de veiligheidsrisico’s voor gevoelige functies in de directe omgeving toenemen. Dit levert voor ons een spanningsveld op met de Omgevingswet, waarin een betere bescherming van gevoelige functies en gebouwen uitgangspunt is. Dit zet grote druk op de kwaliteit van ruimtelijke planontwikkeling en risico-afwegingen. Wat willen we bereiken? We willen externe veiligheidsrisico’s beheersen en gevoelige functies beter beschermen. Extra aandacht de komende jaren gaat uit naar opslag van gevaarlijke stoffen en omgevingsveiligheid in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Op welke milieubelastende activiteiten we ons exact gaan richten, wordt in de in 2024 op te stellen regionale risicoanalyse nader ingekleurd. Onze doelen op dit thema zijn: 1. Beter inzicht in de actuele veiligheidsrisico’s van bedrijfsactiviteiten; 2. Verlagen van veiligheidsrisico’s in verband met opslag van gevaarlijke stoffen en toepassing van nieuwe energiedragers.

Zie de bijlage “Uitvoeringsprogramma MJP” voor een verdere inhoudelijke uitwerking.

1. H  et toezicht op indirecte lozingen te intensiveren en waar dat voor de hand ligt een relatie te leggen met de ZZS-aanpak (zie thema 3). De controles doen we ook ter bescherming van het rioolstelsel. Zie de bijlage “Uitvoeringsprogramma MJP” voor een verdere inhoudelijke uitwerking. Omgevingsdienst Regio Arnhem

021 4.2.2 Borgen bouwkwaliteit en -veiligheid Probleemanalyse Er wordt steeds meer binnenstedelijk gebouwd waardoor het een steeds grotere uitdaging wordt dit op een veilige en verantwoorde wijze te kunnen doen. Ook de veiligheid voor personen buiten het bouwhek of sloopterrein is een actueel vraagstuk. Scherpe prioriteiten en een nieuwe aanpak zijn nodig om klachten ook echt opgelost te krijgen. De bouwkwaliteit van woningen en gebouwen is door verschillende ontwikkelingen ook een issue: • In hoofdstuk 3 hebben we al gewezen op de Wet kwaliteits­ borging bouw (Wkb). Hoe deze wet uitpakt en wat dit betekent, gaat de komende jaren blijken; •D  e scope van het onderwerp bouwkwaliteit wordt breder. Het gaat allang niet meer alleen om technische en gebouwgebonden onderwerpen als constructieve veiligheid en brand­ veiligheid, maar ook om (omgevings)aspecten als klimaat, energie en natuur-inclusief bouwen. •D  e energietransitie levert nieuwe veiligheidsvraagstukken op in de gebouwde omgeving, denk aan de toepassing van zonnepanelen en (buurt)batterijen. Wat willen we bereiken? Onze inzet is erop gericht dat de bouwkwaliteit en veiligheid bij nieuwbouw en sloop geborgd blijft. De doelen die we op dit thema voor onze bouwpartners willen realiseren, zijn: 1. Grotere effectiviteit bouwtoezicht; 2. M  eer aandacht voor bouwkwaliteit en bouwveiligheid in bestaande bouw.

Zie de bijlage “Uitvoeringsprogramma MJP” voor een verdere inhoudelijke uitwerking. 4.2.3 Verminderen ondermijnende criminaliteit Probleemanalyse We komen in het veld tegen dat bedrijven en gebouwen een dekmantel zijn voor criminele activiteiten. Het vermengen van onder- en bovenwereld zien wij op verschillende plekken terug. Denk aan garagebedrijven, horeca, afvalverwijderingsbedrijven en opslagboxen op bedrijventerreinen en stallen en loodsen en recreatieparken in het landelijk gebied. Van een percentage bedrijfspanden, stallen en loodsen in de regio is het feitelijke gebruik onbekend. Zicht van de overheid ontbreekt of is versnipperd over verschillende organisaties, waarmee het risico op ondermijning toeneemt. Dit geldt zowel op bedrijventerreinen als in het landelijk gebied. De aanpak van milieucriminaliteit blijft nadrukkelijk om aandacht vragen. Het verdienmodel in de afvalsector nodigt uit tot crimineel handelen. Bedrijven krijgen vaak betaald voor het innemen van afval nog voordat ze de verwerking hebben geregeld. Dit levert grote milieu- en gezondheidsrisico’s op, omdat de bedrijven het afval onjuist kunnen verwerken en dumpen. Zo kan het afval in de leefomgeving of voedselketens terechtkomen. Aanpakken van deze vorm van milieu­ criminaliteit is arbeidsintensief en vraagt een regio-overstijgende ketenaanpak.

Wat willen we bereiken? We willen de aanpak van ondermijnende criminaliteit intensiveren en de inzet van partners op het thema ondermijnende criminaliteit blijvend en met kwaliteit ondersteunen. Onze doelen op dit thema zijn: 1. Versterken van samenwerking met ketenpartners in de aanpak van ondermijnende (milieu)criminaliteit; 2. Actief monitoren van wijzigingen van het bedrijvenbestand en sneller kunnen signaleren en/of opsporen van ondermijnende (milieu)criminaliteit. Zie de bijlage “Uitvoeringsprogramma MJP” voor een verdere inhoudelijke uitwerking.

4.3 Bijdragen aan duurzame oplossingen Verduurzaming heeft hoge prioriteit in het beleid van onze gemeenten en provincie. Van ons wordt een belangrijke bijdrage verwacht, onder meer door duurzame initiatieven te faciliteren. Speerpunt in onze VTH-aanpak is bijdragen aan de energietransitie bij bedrijven en waar het kan ook in de gebouwde omgeving. Naast toezicht en handhaving gaat het hierbij ook om signalering en advisering vanuit de VTHpraktijk, bijvoorbeeld bij de aanpak van netcongestie en neveneffecten van duurzame energievoorziening. Ook bij het stimuleren en bevorderen van een meer circulaire economie en natuur- en klimaatinclusieve leefomgeving kan ODRA een belangrijke rol vervullen. We willen daar een effectieve VTH-A-aanpak (de “A” staat voor advies) voor ontwikkelen, zoveel mogelijk in samenwerking met de Groene Metropool Regio (GMR). Prioriteit binnen deze pijler ligt nadrukkelijk ook bij de ruimtelijke opgaven van onze opdrachtgevers. We willen de kwaliteit en impact van de ODRA-advisering (milieu-inbreng) in ruimtelijke planprocessen verder verhogen. 4.3.1 Terugdringen gebruik fossiele energie Probleemanalyse We constateren dat de energietransitie wereldwijd een van de grootste uitdagingen is en steeds meer urgentie krijgt. Bij alle partners staat duurzaamheid hoog op de agenda en wordt gewerkt aan duurzaamheids- of klimaat-/energieprogramma’s.

De energietransitie is noodzakelijk omdat de inzet van fossiele brandstoffen tot uitstoot van CO2 leidt en de klimaatopwarming versterkt. De energie die we niet kunnen besparen, moeten we uiteindelijk groen maken door de inzet van hernieuwbare bronnen. Realisatie van deze doelen gaat niet zonder slag of stoot. Terug­ verdientijden voor bedrijven zijn lang omdat de investeringen hoog zijn. Ook ontbreekt het, zeker bij kleinere bedrijven, vaak aan de benodigde technische kennis. Door grootschalige inzet en verdere technische ontwikkeling kan duurzaam energiegebruik tot kosten­ besparing leiden. We hebben op dit terrein de nodige expertise.

Omgevingsdienst Regio Arnhem

022

De plicht tot verduurzaming van het energieverbruik en de onderzoeksplicht voor zeer grootverbruikers (inclusief ETS) per 2023 ondersteunt het transitieproces. Dat doet andere – bestaande en nieuwe - regelgeving ook. • Per 1 juli 2023 zijn de erkende maatregelen (de EML-lijst) geactualiseerd. Naast energiebesparende maatregelen bevat de EML-lijst nu ook maatregelen voor de productie van hernieuwbare energie op de eigen locatie; • Grotere kantoren moeten via een energielabel al aan kunnen tonen dat ze aan een bepaald niveau voldoen. Nu is energielabel C nog genoeg, de komende jaren volgt een stapsgewijze aanscherping richting label A. Via de EPBD IV worden ook aan andere gebouwen strengere energieprestatie-eisen gesteld; • Per 1 januari 2024 geldt voor grotere werkgevers (met meer dan 100 werknemers) een rapportageplicht voor werkgebonden personenmobiliteit. Doel achter deze regels is een verduurzaming van het vervoer (mobiliteitsmanagement). De energietransitie-opgave in de gebouwde omgeving is ook groot. In alle nieuw- en verbouwplannen speelt duurzaamheid een belangrijke rol, maar het gat tussen ambitie en uitvoering is vaak nog groot.

ODRA kan gemeenten met specifieke expertise en praktische adviezen ondersteunen, bijvoorbeeld door uitvoeringsbeleid te helpen formuleren voor omgevingsplannen en initiatiefnemers in het kader van (bouw)aanvragen te wijzen op duurzame oplossingen (zie ook 4.2.2.). Nieuwe energiedragers zijn dringend nodig, maar hebben ook neveneffecten. Denk aan geluidsoverlast van buitenunits van warmtepompen, veiligheidsvraagstukken rond buurtbatterijen, lokale energienetten en waterstof of beïnvloeding van het grondwater door bodemenergiesystemen. Ook de netcongestie is in toenemende mate een probleem. Gemeenten en provincie zijn hier aan zet, waarbij de kennis die ODRA over de bedrijven en hun activiteiten heeft, van betekenis is in het aanpakken van dit probleem. Dit vraagt derhalve om een goed samenspel tussen gemeenten en provincie en ODRA. De rol van ODRA is hier adviserend en signalerend. Wat willen we bereiken? Wij willen met ons regulerende instrumentarium het gebruik van fossiele energie door bedrijven verder terugdringen. Naast energiebesparing krijgen duurzame energie en energiemanagement extra aandacht. Wij zetten verder onze kennis en expertise in om de verduurzaming in de gebouwde omgeving te ondersteunen.

Ook gaat extra aandacht uit naar het beheersen en beperken van neveneffecten van nieuwe energiedragers. Onze doelen op dit thema zijn: 1. Het verminderen van het fossiele energieverbruik bij bedrijven en kantoren. Energiecontroles zijn daarbij succesvol verbreed naar energiebesparing én duurzame opwek, energiemanagement en mobiliteit; 2. Beter ondersteunen van energietransitieplannen en -projecten van gemeenten, regio en provincie. Zie de bijlage “Uitvoeringsprogramma MJP” voor een verdere inhoudelijke uitwerking. 4.3.2 Stimuleren circulaire economie Probleemanalyse De ambitie is hoog. Nederland wil in 2030 tenminste 50 procent minder grondstoffen verbruiken en in 2050 moet de Nederlandse economie volledig circulair zijn. In het ideaalplaatje bestaat in de circulaire economie geen afval, worden bio grondstoffen hoogwaardig benut en gebruiken producenten grondstoffen steeds opnieuw. In de praktijk is de economie nog ver van dit ideaal en zijn partijen nog volop op zoek naar effectieve strategieën. Circulaire economie is een breed en lastig begrip. ‘Greenwashing’ komt veelvuldig voor, omdat veel onduidelijk is over wat nu wel of niet circulair is en of een reststroom als afval moet worden beschouwd of niet. Wij kunnen met onze kennis en expertise meer duidelijkheid scheppen en helpen om tot een concrete en praktische aanpak te komen.

Wat willen we bereiken? ODRA reguleert het bedrijfsleven in de regio Arnhem en moet daarbij continu balanceren tussen enerzijds het adequaat toepassen van het ‘voorzorgsbeginsel’, anderzijds ruimte bieden voor innovatieve ideeën. Daarvoor is expertise op het gebied van circulariteit onmisbaar. Enerzijds om vergunningverleners en toezichthouders te faciliteren en te adviseren, anderzijds om signalen te vertalen en te (laten) beoordelen door deskundigen op circulaire toepassingen. Ook participeren in netwerken circulariteit en het coördineren van toezicht- en vergunningprojecten gericht op het circulair krijgen van een bepaalde branche, zijn noodzakelijke bouwstenen voor ODRA om haar verantwoordelijkheid waar te kunnen maken. Hiervoor is de komende jaren extra inzet nodig. Onze doelen op dit thema zijn: 1. Beter zicht op circulaire aspecten van bedrijvigheid en bedrijfsprocessen in de regio; 2. Beter ondersteunen van innovatieve CE-initiatieven en -projecten. Zie de bijlage “Uitvoeringsprogramma MJP” voor een verdere inhoudelijke uitwerking.

Meerjarenprogramma | 2025-2028

023

4.3.3 Bijdragen aan ruimtelijke opgaven en natuur-inclusieve leefomgeving Probleemanalyse Voor de gemeenten in de Groene Metropool Regio geldt dat zij voor 2030 zo’n 33.000 woningen moeten bouwen en circa 55.000 voor 2040 (Woondeal 2.0). Daarnaast liggen er grote ruimtelijke opgaven in verband met de energie-infrastructuur (boven- en ondergronds), klimaatadaptatie en natuur- en landschapsontwikkeling. Ook legt de inpassing van infrastructurele projecten (A-15, Noordtak Betuwelijn) een claim op de schaarse ruimte. Deze ontwikkelingen hebben grote impact op de omgevingskwaliteit. Daar komt bij dat de opgave niet alleen kwantitatief is, maar ook kwalitatief. De bestaande voorraad moet beter benut, de woonomgeving “vergroend” en er moet meer circulair en conceptueel worden gebouwd. De eisen aan ruimtelijke planvorming worden steeds hoger, terwijl gemeenten in toenemende mate expertise op relevante omgevingsthema’s (denk aan geluid, lucht, externe veiligheid, technische duurzaamheidsissues en de VTH-invalshoek) missen. ODRA beschikt hier wel over en zet deze kennis graag in voor het helpen formuleren van uitvoeringsbeleid en het laten landen hiervan in omgevingsplannen. Om tot realisatie van woningbouwen andere ruimtelijke plannen te komen zijn er creatieve oplossingen nodig.

Naast hoogwaardige expertise en praktische en tijdige advisering wordt er van ODRA steeds meer een flexibele en meedenkende houding gevraagd.

In de realisatie en beheerfase van woon- en werkomgevingen doen zich ook interessante ontwikkelingen voor. Gemeenten maken met ontwikkelaars privaatrechtelijke afspraken over bijvoorbeeld groenaanleg en regenwateropvang en willen dat deze worden nagekomen. Zijn de afgesproken klimaat- en watermaatregelen wel gerealiseerd, zijn de afspraken over natuurcompensatie en circulaire economie wel nagekomen en staan bomen/groenvoorzieningen er over 5 jaar ook nog? Wij krijgen steeds meer verzoeken om op dit soort onderwerpen toe te zien. Wat willen we bereiken? Wij willen in overleg met onze opdrachtgevers bijdragen aan een duurzame en natuur-en klimaatinclusieve leefomgeving. De komende jaren gaat extra aandacht uit naar de kwaliteit van de milieu-inbreng in ruimtelijke planprocessen en natuur- en klimaatmaatregelen in de realisatie- en beheerfase. Onze doelen op dit thema zijn: 1. Hoogwaardige, tijdige en oplossingsgerichte (milieu)advisering bij ruimtelijke ontwikkelingen; 2. Verhogen naleefgedrag bij de toepassing en instandhouding van duurzaamheids-/klimaat- en natuurmaatregelen. Zie de bijlage “Uitvoeringsprogramma MJP” voor een verdere inhoudelijke uitwerking.

Omgevingsdienst Regio Arnhem

024

5

HOOGWAARDIGE UITVOERING

Meerjarenprogramma | 2025-2028

025 ODRA wil de uitvoering van haar VTH taken verder ontwikkelen. Enerzijds gaat het daarbij om het verbeteren van de dienstverlening bij de uitvoering van haar VTH-taken. Anderzijds om het goed inbedden van de in hoofdstuk 4 geformuleerde prioritaire thema’s. Om daarmee de bijdrage van ons werk aan de beleidsopgaven van gemeenten en provincie beter zichtbaar te maken. In paragraaf 5.1 is samengevat langs welke lijnen ODRA de uitvoering wil bewerkstelligen. Daarnaast is ook sprake van volume veranderingen in de uitvoering van onze VTH-taken. Deze veranderingen zijn het gevolg van ruimtelijke, economische en maatschappelijke ontwikkelingen (zie hoofdstuk 3). In de paragrafen 5.2 en 5.3 wordt dit nader toegelicht. Specifiek wordt in deze paragrafen ook ingegaan op de ontwikkeling die ODRA doormaakt van uitvoeringsorganisatie naar een brede omgevingsdienst. De start in 2023 met adviseurs uitvoeringsbeleid is daarvan een eerste aanzet. ODRA wil hieraan samen met gemeenten en provincie komende jaren nadrukkelijker invulling geven..

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=4243fc7a-2af1-4359-9aa8-74d88e79bbf2