Bijlage 2b.2. Jaarrekening 2023 ODRA - katern 2
Tekst van het document
2023 JAARREKENING JAARVERSLAG EN -REKENING 2023 KATERN 2
INHOUDSOPGAVE KATERN 2
BIJLAGEN
04
I: Inleiding, grondslagen en uitgangspunten
37
1: Specificatie per partner
07
J: Baten en lasten; programma-indeling, product– en klantgroepen
38
2: Specificatie producten
13
K: staat van baten en lasten categoriale indeling
39
3: Specificatie diensten
22
L: Balans per 31 december 2023
40
4: Specificaties productie/ bestedingen gezamenlijke diensten en projecten
30
M: Financiële weerbaarheid en risico’s
41
5: Organogram ODRA
34
N: Rechtmatigheidsverklaring dagelijks bestuur
42
6: Controleverklaring accountant
I
INLEIDING, GRONDSLAGEN EN UITGANGSPUNTEN
1. Inleiding Ons financieel en sociaal jaarverslag bestaat uit twee katernen. In katern 1 hebben we de focus op de inhoudelijk behaalde resultaten conform afgesproken programma- en taakveldindeling van het Gelders Stelsel. In dit katern (2) van het jaarverslag verantwoorden we ons over de financiën 2023. Dit doen we aan de hand van de grondslagen en uitgangspunten, die in hoofdzaak zijn bepaald door de richtlijnen uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Daarnaast hebben we met de zeven omgevingsdiensten in Gelderland en onze partners (gemeenten en provincie) afspraken gemaakt over de programma- en taakveldindeling en de detaillering van onze verantwoording. We spreken over de programma’s Vergunningen, Toezicht/Handhaving, Advies en Projecten. Verder is een indeling gemaakt op de taakvelden Milieu/algemeen en Bouw. Dit sluit aan bij de toekomstige indeling die vanuit de robuustheidseisen wordt gebruikt, respectievelijk ‘basis- en milieugerelateerde taken’ en ‘plus-taken’. Een derde indeling is de verantwoording op categoriaal exploitatie-niveau. Deze worden aangevuld met alle vereiste cijfers en toelichtingen op onze balanspositie en alle door de BBV voorgeschreven overzichten.
2. Grondslagen en uitgangspunten Wettelijk kader en bestuurlijke afspraken BBV: Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. Financiële verordeningen Omgevingsdienst Regio Arnhem (actualisatie is vastgesteld in dec. 2023). Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). De systematiek van ‘Beheerste outputfinanciering’; diensten en producten worden afgerekend tegen vooral vastgestelde prijzen (vastgelegd in de PDC 22/23) en werkelijke aantallen. Deze methodiek geldt voor alle opdrachten van klanten, met uitzondering van de provinciale programma’s en opdrachten van derden. Deze worden geheel op uren x tarief afgerekend. Toerekening en berekeningswijzen Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop de dienst en/of product betrekking heeft: Baten betreffen de in rekening gebrachte bedragen aan alle klanten. Dat doen we op basis van de afgesproken tarieven voor de producten en diensten in de PDC. Alleen voor de (SPUK-)projecten zijn afwijkende diensten geformuleerd, met afgesproken (afwijkende) tarieven. Voor nog niet afgeronde producten (onderhandenwerk) wordt op basis van verstreken doorlooptijd in relatie tot de gemiddelde doorlooptijd per product, een percentage berekend. Dat percentage x het tarief van betreffende product is de waarde die is opgenomen, onder aftrek van de stand van voorgaand jaar.
Lasten zijn de personeelskosten (eigen medewerkers en inhuur), huisvesting, facilitair, bovenregionale kosten,, advieskosten en materiële kosten voor projecten. Bijzondere lasten zijn correcties uit voorgaande jaren en dotaties aan voorzieningen die niet waren voorzien in de begroting. Directe kosten en overhead onderscheiden we in: Directe kosten; dit zijn de personeelskosten en kosten die volledig gerelateerd kunnen worden aan het primaire proces. Deze kosten worden toegerekend aan de programma’s en taakvelden, op basis van de verhouding van de tijdsbesteding door medewerkers. Overheadkosten (indirect); dit zijn de loonkosten van medewerkers bedrijfsvoering, staf en management, teamleiding, huisvesting, ICT en facilitair voor zover deze niet worden gemaakt voor projecten en specifieke opdrachten en activiteiten in het primaire proces. Voorzieningen worden berekend op basis van het financiële risico, toekomstige kosten voor zover deze tijdens het opstellen van de jaarrekening (februari 2024) konden worden vastgesteld.
PAGINA 5
Exploitatieresultaat is het verschil van baten, lasten en dotatie/onttrekking aan voorzieningen. Het exploitatieresultaat wordt na afsluiten van het boekjaar gemuteerd op de Algemene reserve en Bestemmingsreserves, tenzij anders wordt besloten door het Algemeen Bestuur. Algemene reserve is 5% van de jaarlijkse exploitatielasten, met een maximum van €0,5 miljoen. Het Algemeen Bestuur kan besluiten tot instellen van Bestemmingsreserves. Mocht na verrekenen van het exploitatieresultaat 2023 met de Algemene Reserve en/of bestemmingsreserves nog een saldo resteren, dan kan dit, op basis van de bepalingen in de gemeenschappelijke regeling, via de sleutel ‘stemverhouding’ worden afgerekend. Continuïteit ODRA, er zijn geen meerjarige toezeggingen van klanten aan ODRA over de meerjarige begroting. Elk jaar wordt op basis van de geaccordeerde begroting een werkprogramma afgesproken. De bijdragen zijn voor een deel van structurele aard, ODRA voert de wettelijke taken voor milieuvergunningen en toezicht uit.
3. Positief resultaat We hebben boekjaar 2023 met een positief exploitatieresultaat van €144.300 (na fondsmutaties, maar vóór bestemming) afgesloten. Het resultaat is te splitsen in resultaat uit reguliere bedrijfsvoering (afgerond €161.000 positief) en een donatie aan de verlofvoorziening (afgerond €17.000).
PAGINA 6
J
BATEN EN LASTEN; PROGRAMMA-INDELING, PRODUCT– EN KLANTGROEPEN
1. Indeling van de verantwoording In het bijgevoegde overzicht van baten en lasten hanteren we een indeling in taakvelden en programma’s. Kosten en baten gefinancierd uit bestemmings- en balansfondsen hebben we niet gecategoriseerd op programmaniveau. Deze zijn opgenomen en toegelicht in de categoriale exploitatie rekening. We hanteren naast de dimensies programma’s en taakvelden, ook een indeling in klantgroepen en productgroepen. We gebruiken klantgroepen en productgroepen om het systeem van beheerste outputfinanciering te laten werken. Klanten We hebben enkel publiekrechtelijke organisaties als klant. We maken in de staat van baten en lasten onderscheid tussen vier klanten: Partners – dat zijn de 10 gemeenten in de regio Arnhem en de provincie Gelderland voor reguliere taken. Provincie - voor de provinciale programma’s PCH (toezicht op complexe bedrijven) en PAB (aandachtsbedrijven). Omgevingsdiensten in Gelderland. Derden - alle overige klanten, zoals gemeenten, omgevingsdiensten buiten Gelderland en Omgevingsdiensten NL, brancheorganisaties en verschillende ministeries. Deze laatste geven subsidie voor projecten die via de SiSa verantwoording lopen. Productgroepen In ons financieringssysteem hanteren we een vijftal productgroepen, gebaseerd op de volgende methodiek: Producten - worden in rekening gebracht op basis van vaste productprijs x aantal geleverde producten.
Diensten - op basis van een uniform uurtarief (€95,- per uur). Gezamenlijke diensten - op basis van fixed price voor het gehele pakket aan diensten. Materiele kosten - worden één op één doorbelast op basis van nacalculatie werkelijke kosten. Producten- en dienstencatalogus Wij werken met een producten- en diensten catalogus (PDC) waarin elk van de circa 80 producten en diensten zijn beschreven op inhoud, kwaliteitsniveau en prijs. We hebben elke dienst en product gekoppeld aan een taakveld en een programma. De realisatie van de baten komt geheel vanuit deze koppeling voort. De realisatie van de programma/taakveldkosten baseren we op de verhouding van de tijdsbesteding op de producten x gemiddeld tarief. Voor partners, omgevingsdiensten en de provincie voor de provinciale programma’s geldt dat we vooraf een werkpakket afspreken. Werk voor overige klanten, de projecten en alle opdrachten van partners die niet zijn opgenomen in het basiswerkpakket, worden beschouwd als ‘aanvullend werk’ en daarmee een extra dimensie in de monitoring en beheersing van ons werk. Het systeem van outputfinanciering is door de indeling in product- en klantgroepen administratief complexer geworden dan we bij aanvang aannamen. Ook de aanvullende opdrachten, met soms afwijkende tarieven en diensten, leiden tot aanvullende complexiteit.
Doel is om dit te gaan beperken door zoveel mogelijk opdrachten in het werkpakket op te nemen.
2. Initiële begroting en begrotingswijziging Op 14 april 2022 heeft het Algemeen Bestuur (AB) de initiële begroting 2023 besproken en op 20 oktober 2022, met inachtneming van de zienswijzen van Gemeenteraden en Provinciale Staten, vastgesteld. In het voorjaar 2023 zijn we gestart met opstellen van een begrotingswijziging. In april 2023 is de CAO-SGO voor 2023 van kracht geworden. Deze CAO bevatte forse stijgingen van lonen en verruiming van het bovenwettelijk verlof. De stijging was
PAGINA 8
zodanig dat een begrotingswijziging, met tariefsverhoging van €92,- (in de initiële begroting) naar €95,- nodig was. Ook de toezeggingen vanuit de ministeries over de (SPUK-)projecten leidde tot veranderingen in de begroting. Op 14 december 2023 is de gewijzigde begroting 2023 door het Algemeen Bestuur goedgekeurd, met inachtneming van de zienswijzen van onze partners de Gemeenteraden en Staten. De totale omvang van de initiële begroting 2023 was €20,6 miljoen. De geactualiseerde begroting gaat uit van €24,7 miljoen. De belangrijkste aanpassingen zijn: €3,3 miljoen hogere omzet door aanvullend werk, nieuwe projecten en actualisatie werkprogramma’s. €0,1 miljoen extra middelen uit reserves en voorzieningen (uitkomsten jaarrekening 2022). €0,7 miljoen prijsbijstelling van de diensten en producten.
3. Verschillen begroting en realisatie per programma In tabel 1 is per programma en taakveld te zien dat de saldi van kosten en baten per programma relatief klein zijn. Waar deze optreden betreft dit onder meer het verschil tussen urenrealisatie en de afgerekende productprijzen (kengetallen), doordat kosten anders zijn toegerekend dan de baten (zie grondslagen). Na afloop van elk jaar maken we een analyse van de kengetallen. Als gevolg van deze interne analyse over 2023 zien we dat processen nader bekeken moeten worden, dan wel het kengetal bijstelling behoeft in de toekomst. Dit wordt in de begroting verder meegenomen.
Tabel 1: Staat van baten en lasten per programma
PAGINA 9
Toelichting tabel 1 (realisatie per programma) We hebben €48.000 meer baten gerealiseerd dan begroot. Per programma zijn de verschillen tussen de begroting, respectievelijk kosten/baten als volgt te verklaren (zie bijlage 2 voor de exacte aantallen): Vergunningen - saldo programma minus €0,4 miljoen De baten zijn lager dan begroot. Er zijn meer diensten geleverd (4.183 uur). Het gaat om juridische ondersteuning bij vergunningen, begeleiden Briks aanvragen en adviezen omgevingskwaliteit. Bij de producten geldt dat er vooral goedkopere producten zijn geleverd dan begroot; 300 meer meldingen met kengetal 1; er waren 175 omgevingsvergunningen minder (kengetal 23). Dit drukt de omzet. De toegerekende (personeel) kosten zijn navenant hoger door de extra inzet, maar ook vanwege hogere tijdsbesteding op de producten dan het geraamde kengetal. Toezicht en handhaving - saldo programma €0,3 miljoen De baten zijn ruim een half miljoen hoger dan begroot. Er zijn meer diensten geleverd (1.990 uur). Het betreft meer controles bodem, mba en complex en handhavingsbesluiten. Bij de producten geldt dat er 2.106 meer zijn dan begroot, vooral een enorme toename aan klachten. Het effect op de baten is gering vanwege het kengetal 1 uur. De toegerekende (personeel) kosten vallen hoger uit. Meer bestede uren, maar ook een hogere inzet op de klachtafhandeling dan het kengetal 1.
Advies - saldo programma minus €0,5 miljoen De baten zijn lager dan begroot. Er zijn minder diensten geleverd (683 uur). Het betreft vooral saneringsevaluaties. De toegerekende (personeel) kosten vallen hoger uit. Onder meer door een hogere materiële kostencomponent, dan begroot, voor de meetdienst en andere adviesopdrachten. Projecten - saldo programma projecten €0,7 miljoen Projecten; de baten zijn lager dan begroot. Een aantal projecten zijn later gestart dan gehoopt en budget niet geheel benut. Onder meer projectmanagent en ondersteuning is 6.179 uur minder. De toegerekende (personeel) kosten navenant lager uit. Stelseltaken: worden alleen kosten op gerealiseerd. Inhoudelijk is dit toegelicht in katern 1. Balans en saldo Vanuit de bestemmingsfondsen zijn middelen vrijgevallen voor innovatie, mba-omzetting dekking voor afschrijvingen van apparatuur en voertuigen meetdienst. Saldo 2023 is vóór bestemming. In 2022 is het saldo weergegeven (€24.000) dat na bestemming is gerestitueerd aan de partners. Tabel 2: Realisatie per productgroep
Toelichting tabel 2 Verschillen tussen realisatie en actuele begroting We hebben meer producten geleverd dan in de actuele begroting was aangenomen. Deels vanwege aanvullende opdrachten en taken (bijvoorbeeld bouwtaken Doesburg), maar ook door meer ondersteuning bij vergunningen bij de bouwpartners. Een groot aandeel is het aantal klachten, dat fors is toegenomen. We hebben minder omzet gerealiseerd in de groep Producten. De prijs van producten varieert van €92 (melding sloop) tot €9.200 (milieuvergunning uitgebreid). Er zijn in 2023 meer goedkope producten gerealiseerd (vooral meldingen en klachtafhandelingen) , waardoor er minder omzet is gemaakt. Het gemiddeld gerealiseerd tarief is ruim €129 per product lager uitgekomen.
PAGINA 10
4. Overhead specificatie Tabel 3: Specificatie Overhead
Toelichting tabel 3 De totale overhead is uitgekomen op afgerond €6,4 miljoen. In tabel 3 is de opbouw hiervan weergegeven. De totale overhead (exclusief voorziening) bedraagt 26% (begroot is 25,8%). Ten opzichte van 2022 is de overhead wel gedaald, maar ten opzicht van het begrotingsdoel niet. Het absolute bedrag aan overheadkosten toegenomen, maar niet evenredig aan de groei van de organisatie. We hebben een stukje efficiency gerealiseerd door de omzet groei. De huisvesting- en ICT-kosten zijn veelal vaste kosten. De dekkingsgraad neemt toe.
5. Financiering en dekking
Tabel 4: Overzicht van dekkingsmiddelen
Toelichting tabel 4 We kennen vier financieringsstromen die gerekend worden tot de exploitatie: baten van partners, baten uit provinciale programma’s, baten van de omgevingsdiensten in Gelderland en baten van derden. Het saldo financieringsmiddelen bestaat uit vrijval uit reserves en voorzieningen en rente. Over het saldo in de schatkist is €147.000 rente ontvangen. De vrijval uit de balans betrof afgerond €126.000. We hebben in 2022 een lening bij de Bank Nederlandse Gemeenten BNG afgesloten voor de financiering van onze herhuisvesting in de Airborne Tower. De eerste aflossing– en rentetermijn ad €17.000 was in 2023. We hebben geen beleggingen uitstaan en dus geen dividend uitgekeerd. We innen geen lokale heffingen en ontvangen geen uitkeringen uit algemene fondsen.
PAGINA 11
Tabel 5: Overzicht financiering uit reserves
Toelichting tabel 5 We hebben het positieve saldo van boekjaar 2022 na een bestuursbesluit in oktober 2023, op basis van zienswijzen van de partners, gesplitst. Het saldo 2022 ad €53.300 is voor €23.000 toegevoegd aan de algemene reserve. Daarmee is het maximum bereikt. Het restant is teruggestort aan de partners conform de verdeelsleutel. Aan het Algemeen Bestuur wordt voorgelegd hoe het positieve saldo van 2023 te bestemmen. Er is een voorstel voor aanpassing van de gemeenschappelijke regeling (ingangsdatum 1 juli 2024), waarin wordt voorgesteld om het artikel met de maximale grens van het eigen vermogen (€0,5 miljoen) aan te passen. De aanpassing behelst een normstelling van minimaal 0,8 voor de ratio van het weerstandsvemogen en de risico’s van ODRA. Deze wijziging is in lijn met de robuustheidscriteria die het ministerie van I&W voorstelt. Besluitvorming over de bestemming, en besluitvorming over de nieuwe GR zijn aan elkaar gerelateerd.
Tabel 6: Overzicht incidentele kosten en baten
Toelichting op tabel 6 De afspraken die we met onze partners hebben gemaakt over de basistaken zijn structurele taken. Dit zijn wettelijk verplichte taken om onder te brengen bij een omgevingsdienst. Daarnaast leggen partners (overig) milieugerelateerde taken en bouwtaken bij ons neer. Voor de meeste taken geldt dat deze structureel zijn ingebracht; ze zijn onderdeel van de werkpakketten/ afspraken in de DVO’s. Naast deze taken die in tabel 2 zijn verwerkt leggen partners en derden aanvullende opdrachten bij ons neer. Deze incidentele kosten en baten staan in tabel 6. Dit zijn opdrachten die vaak in de vorm van een project worden uitgevoerd. Onze partners hebben de verantwoordelijkheid om de benodigde capaciteit en kwaliteit die wij moeten aanwenden in stand te houden, dan wel verantwoord af te bouwen bij majeure verandering van taken. Om ODRA en haar partners te vrijwaren van financiële risico’s bij terugtrekken van structurele, niet wettelijke taken zijn in het voorstel voor de nieuwe GR (1 juli 2024) bepalingen opgenomen voor vergoeding van frictiekosten.
PAGINA 12
K
STAAT VAN BATEN EN LASTEN CATEGORIALE INDELING
1. Baten In de voorgaande hoofdstukken hebben we de baten gepresenteerd op programma of taakveld en per productgroep. In tabel 7 is de verdeling over de klantgroepen weergegeven. De omvang van onze begroting is €24,7 miljoen. Toelichting tabel 7 Ten opzichte van de begroting is de omzet nagenoeg 100%. Op detailniveau zijn er verschillen: Voor de provinciale programma’s ‘complexe handhaving en aandachtsbedrijven’ zijn meer diensten verricht (inhoudelijk is dit in katern 1 toegelicht). Bij partners en de post derden en overig is de omzet eveneens hoger dan begroot. Belangrijkste reden is de groei in aantal aanvullende opdrachten dat gedurende 2023 bij ons is neergelegd. Het totaal aan aanvullend werk is 5% van onze omzet. In de begroting was €3,1 miljoen begroot voor projecten; hierin waren stelposten opgenomen die middels aanvullende opdrachten bij partners en prov. Programma’s zijn verantwoord in de realisatie. Doorbelaste materiële kosten: hogere realisatie doordat we een groter aandeel externe expertise hebben ingehuurd, respectievelijk projecten zijn opgestart. De overige inkomsten betreft rente. Na enkele jaren van een 0-situatie wordt sinds oktober 2022 weer rente uitgekeerd door de BNG en schatkist op onze openstaande tegoeden.
Tabel 7: Staat van baten
PAGINA 14
2. Kosten: totaal overzicht Tabel 8: Staat van lasten
Realisatie & begrotingsindicatoren Onze begroting 2023 is opgebouwd vanuit een aantal uitgangspunten en kengetallen. Hieronder zijn deze weergegeven qua begroting en realisatie in 2023.
Realisatie- en begrotingsindicatoren De personeelskosten plus kosten inhuur zijn samen 87% van de kosten. Huisvesting en ICT totaal 7%, de bedrijfs- en overige kosten 6%. De loon- en personeelskosten, huisvesting en ict zijn de vaste kosten van ODRA. Totaal 74%. Deze zijn weinig beïnvloedbaar.
PAGINA 15
3. Kosten: capaciteit en personeel Tabel 9: Formatie bezetting/loonkosten en personele kengetallen
Toelichting tabel 9 Loonkosten De formatie is begroot op 222 fte (initieel 189 fte begroot). De begroting voor de loonsom is gebaseerd op de functieschaal en de gemiddelde periodiek van de werknemers in die schaal. Dit houdt in dat veelal het maximum van de schaal is gehanteerd qua periodieken. Er was €16 miljoen begroot. De gemiddelde loonsom is begroot op €85.196 per fte. De realisatie is €1.279 per fte lager uitgekomen. Dit heeft te maken met de feitelijke periodieken van nieuwe medewerkers; die starten vaak lager in een schaal. Er is circa €0,6 miljoen minder aan salarissen en sociale premies uitgegeven. Externe inhuur Het werkaanbod is sterk gegroeid sinds de initiële begroting is opgesteld in april 2022. Dit is via de gewijzigde begroting (medio 2023) aangepast. Omdat een groot deel van het extra werk van tijdelijke aard is (projecten) en doordat de arbeidsmarkt het lastig maakt om voor sommige functies invulling te vinden, is het aandeel externen hoger uitgekomen dan begroot, namelijk 23% (i.p.v. de begrote 20%). De arbeidsmarkt maakt tevens dat de gemiddelde kosten voor inhuur hoger zijn dan begroot. Veel externen hebben (tussentijds) hun tarieven aangepast op basis van de inflatie. Het hogere aandeel externen en het hogere tarief heeft geleidt tot een hogere besteding van €0,6 miljoen t.o.v. de begroting.
De kosten van interne capaciteit en externe capaciteit zijn samen conform de begroting. Overhead en productiviteit Personele overhead was begroot op 176% en is uitgekomen op 17%. (zie tabel 3) De extra inzet van circa 3 fte was nodig voor inhaalwerk op startdossiers en ICT-office verbeteringen. De totale overhead inclusief materiele overhead (zie tabel 3) is begroot op 25,8% van de omzet. We zijn uitgekomen op 26%. Meerjarig is het doel 25%. Productiviteit was initieel begroot op 1.400 uur per fte; Door de nieuwe CAO hebben alle medewerkers 3 extra bovenwettelijke verlofdagen toegekend gekregen. Dit verlaagt de norm voor de productiviteit structureel naar 1.374 uur per fte. Deze is als kengetal in de gewijzigde begroting opgenomen. In 2023 is de productiviteit uitgekomen op 76% (bij de uitvoering). Omgerekend 1.422 uur per fte. Deze hogere productiviteit is te verklaren door onder meer een toename van het verlofsaldo. De extra toegekende bovenwettelijke verlof uren zijn voor een klein deel opgenomen. Daarnaast is er een relatief laag verzuim geweest in 2023, namelijk 4,4% (begroot met de norm 5%) en qua opleidingen (bij de lijnafdelingen) is ook minder besteed, namelijk 47 uur gemiddeld per fte (incl. omgevingswet). De norm is 64 uur. Opleidingen en overige personeelskosten; totale kosten €963.000 Overige personeelskosten is genormeerd op 4% loonsom. De realisatie is 4,7%.
Het merendeel van de kosten (afgerond €0,3 miljoen) betreft reiskosten, zowel woonwerk als zakelijk. In september 2023 is gestart met het verstrekken van leasefietsen. Er zijn inmiddels ruim 20 medewerkers die daar gebruik van maken. Een andere grote (en toenemende post) zijn de vergoedingen voor de zogenaamde ‘buiten-dag-venster’-uren ad €0,1 miljoen; waarbij toezichthouders ’s avonds, ‘s nachts, en in de weekenden diensten verrichten. De overige personeels-gerelateerde kosten zijn voor werving en selectie, arbo, verzuimbegeleiding en werkkleding.
PAGINA 16
Uitkeringen en kosten voormalige medewerkers. Totaal kosten €188.000 Er heeft een dotatie plaatsgevonden aan de personeelsvoorziening voor twee voormalige medewerkers, waarvoor toekomstige kosten voor ODRA (uitkering en transitiekosten) gedragen worden. Onder de post uitkeringen vallen de UWV-vergoedingen voor medewerkers met zwangerschapsverlof. Harmonisatiebijdragen zijn vergoedingen van toelagen die worden gegeven aan medewerkers die bij de oprichting van ODRA in 2013 zijn overgekomen van de partners. De vergoeding is lager dan begroot, omdat de voorziening die hiervoor is gevormd is geïndexeerd voor hogere Cao-lonen. Externe inhuur Het werkaanbod is sterk gegroeid sinds de initiële begroting is opgesteld in april 2022. Dit is via de gewijzigde begroting (medio 2023) aangepast. Omdat een groot deel van het extra werk van tijdelijke aard is (projecten) en doordat de arbeidsmarkt het lastig maakt om voor sommige functies invulling te vinden, is het aandeel externen hoger uitgekomen dan begroot, nl 23% (i.p.v. de begrote 20%). De arbeidsmarkt maakt tevens dat de gemiddelde kosten voor inhuur hoger zijn dan begroot. Veel externen hebben (tussentijds) hun tarieven aangepast op basis van de inflatie. Het hogere aandeel externen en het hogere tarief heeft geleidt tot een hogere besteding van €0,6 miljoen t.o.v. de begroting.
De kosten van interne capaciteit en externe capaciteit zijn samen conform de begroting. Overhead en productiviteit Personele overhead was begroot op 176% en is uitgekomen op 17%. (zie tabel 3) De extra inzet van circa 3 fte was nodig voor inhaalwerk op startdossiers en ict-office verbeteringen. De totale overhead inclusief materiele overhead (zie tabel 3) is begroot op 25,8% van de omzet. We zijn uitgekomen op 26% Het meerjarig is het doel 25%. Productiviteit; Deze was initieel begroot op 1.400 uur per fte; Door de nieuwe CAO hebben alle medewerkers 3 extra bovenwettelijke verlofdagen toegekend gekregen. Dit verlaagt de norm voor de productiviteit structureel naar 1.374 uur per fte. Deze is als kengetal in de gewijzigde begroting opgenomen. In 2023 is de productiviteit uitgekomen op 76% (bij de uitvoering). Omgerekend 1.422 uur per fte.Deze hogere productiviteit is te verklaren door onder meer een toename van het verlofsaldo. De extra toegekende bovenwettelijke verlof uren zijn voor een klein deel opgenomen. Daarnaast is er een relatief laag verzuim geweest in 2023, nl 4,4%.(begroot met de norm 5%) en qua opleidingen (bij de lijn afdelingen) is ook minder besteed, nl 47 uur gemiddeld per fte. (incl. omgevingswet). De norm is 64 uur. Opleidingen en overige personeelskosten; totale kosten €963.000 Overige personeelskosten is genormeerd op 4% loonsom. De realisatie is 4,7%.
Het merendeel van de kosten (afgerond €0,3 miljoen) betreft reiskosten; zowel woonwerk als zakelijk. In september 2023 is gestart met het verstrekken van leasefietsen. Er zijn inmiddels ruim 20 medewerkers die daar gebruik van maken. Een andere grote (en toenemende post) zijn de vergoedingen voor de zgn. ‘buiten-dagvenster’-uren ad €0,1 miljoen; waarbij toezichthouders ’s avonds, ‘s nachts, en in de weekenden diensten verrichten. De overige personeelsgerelateerde kosten zijn voor werving en selectie, arbo, verzuimbegeleiding en werkkleding. Onder de werkkostenregeling zijn vergoedingen en kosten opgenomen voor collectieve personeelsuitjes en bijeenkomsten, lunches enz. Cf de CAO wordt ook jaarlijks een vergoeding uitgekeerd voor ziektekosten. De vrije WKR ruime voor ODRA is berekend op €0,25 miljoen. De besteding van €0,13 miljoen blijft daar ruim onder. Opleidingen zijn genormeerd op 3% van de loonsom. De realisatie is 1,6%. De begrotingsveronderstelling is dat dit volledig materiële (out of pocket) kosten zouden zijn. Ten behoeve van de omgevingswet is gekozen voor interne opleidingen; dus vooral tijdsbesteding i.p.v. uitgaven.
PAGINA 17
Uitkeringen en kosten voormalige medewerkers. Totaal kosten €188.000 Er heeft een dotatie plaatsgevonden aan de personeelsvoorziening voor twee voormalige medewerkers, waarvoor toekomstige kosten voor ODRA (uitkering en transitiekosten) gedragen worden. Onder de post uitkeringen vallen de UWV-vergoedingen voor medewerkers met zwangerschapsverlof. Harmonisatiebijdragen; dit zijn vergoedingen van toelagen die worden gegeven aan medewerkers die bij de oprichting van ODRA in 2013 zijn overgekomen van de partners. De vergoeding is lager dan begroot, omdat de voorziening die hiervoor is gevormd is geïndexeerd voor hogere cao-lonen.
4. Wet normering topinkomens De WNT is van toepassing op Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA). Het voor ODRA toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2023 € 223.000 op fulltime basis. Naast de in tabel 10 vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen. Ons Algemeen en Dagelijks Bestuur bestaat uit wethouders en Gedeputeerde namens onze partners. Bestuurders krijgen geen vergoeding voor hun bestuurstaak. De kosten voor onze bestuursleden worden door de desbetreffende partner vergoed. In 2023 is na de Provinciale verkiezingen van maart 2023 het bestuurslid vanuit de Provincie gewijzigd. Daarnaast is er een bestuurslid vanuit de gemeente afgetreden, en begin 2024 een nieuw bestuurslid aangetreden. De directeur van ODRA is de enige bestuurder vallend onder de WNT. Ruben Vlaander is in oktober 2019 aangesteld als directeur. Het inkomen en de vergoedingen in 2023 zijn samen onder de norm van de WNT gebleven.
PAGINA 18
Tabel 10 en 11: Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf 13e maand van de functievervulling.
PAGINA 19
5. Kosten huisvesting (+facilitair), mobiliteit en ICT kosten; Totaal kosten€1.644.000 Tabel12: 12:Huisvesting Huisvestingen enfacilitair facilitair Tabel
Toelichting tabel 12 In september 2022 is ODRA verhuisd naar de Airborne Tower. Door de verhuizing en het in eigen beheer nemen van de huisvesting, ict en facilitair, is de kostenstructuur veranderd van een ‘all-in service fee’ aan de toenmalige gastheer De Connectie’, in een huurcontract, investeringen in het kantoorpand met bijbehorende afschrijvingen en tal van facilitaire en ICT-contacten. De overgang is gepaard gegaan met een structurele besparing van €150.000. 2023 is het eerste jaar dat we volledig zelfstandig hebben gedraaid; het vergelijk in de kosten in de betreffende tabellen met 2022 is derhalve niet in alle gevallen te maken, te meer dat ook in 2022 we een aantal maanden huur als incentive hebben meegekregen. In de begroting én realisatie geldt dat we 121 werkplekken (0,6 flex-factor) hebben met gelijkblijvend gehuurd oppervlakte (2.100 m2). De vier etages die we huren (met een 20 jarig huur contract) zijn volledig duurzaam ingericht met automatische LED, warmteregeling en refurbished meubilair. In de onderhandelingen,vorig jaar bij het aangaan van de huurovereenkomst, is afgesproken dat de huur per 1 februari 2023 ingaat en de indexering per 2024. Voor 2023 een meevaller van 1 maand huur en de inflatie - correctie. De huisvestings-, facilitaire en mobiliteitskosten zijn als geheel binnen de begroting gebleven.
Qua mobiliteit: we zijn bezig met het verduurzamen van de mobiliteit door het wagenpark te elektrificeren en door het beschikbaar stellen van lease fietsen. ICT-kosten Tabel 13: ICT kengetallen ICT
real. '23
real. '22
Licenties (ODRA) Software afschijving Netwerk (wifi-cloud) * Werkplekkosten ict / afschrijvingen
act. bg ‘23 443 42 288 116
580 42 158 116
481 61 143 119
Totaal ICT
889
897
804
€4.010 €7.348
€3.941 €7.410
€3.941 €6.647
Kengetallen ICT kosten per fte ICT kosten per werkplek (121 stuks)
PAGINA 20
Toelichting tabel 13 Qua ICT wordt volledig ‘mobiel en plaats onafhankelijk’ gewerkt: geheel via wifi, alles in the Cloud, en met office 365/Teams als tools. Medio 2023 is een intern project geweest, waarbij de office omgeving opnieuw is ingericht om efficiënter gebruik te maken van de functionaliteit die office/teams biedt. Tevens is de beveiliging herzien, waardoor de BIO-compliance beter is gewaarborgd. Adviseurs en onderzoek; kosten €309.000 (zie tabel 8) Naast de inhuur van capaciteit voor het primaire proces maken we gebruik van adviseurs voor specialistische taken en onderzoeken. In 2023 waren de grote posten: Onderzoeken voor de bedrijfsvoering: accountant (50K), juridische, HR en inkoopadviezen (49K), marketingkosten (20K) en informatiemanagement (46K) en diverse kleine adviezen (12K). Onderzoeken behoeve van samenwerking in het stelsel van omgevingsdiensten (60K). Organisatieontwikkeling: Opzet en uitwerking van ‘outcome’ gericht werken en verantwoorden (72K).
6. Specificatie programma’s en projectkosten; totaal €1.239.000 (zie tabel 8) Tabel 14: Bovenregionale kosten (stelselkosten)
Tabel 15: Specificatie programma's en projecten
Stelseltaken x €1.000
Projectkosten
act. Bg ‘23
real. '23
I-Go Kennis en portaal Ketenhandhaving Kwaliteit en coördinatie Personeel en organisatie BSBm Complexe vergunningen Contributie ODNL Overig
24 100 100 36 15 16
19 103 110 6 44 6
30 0
38 10
Totaal (kosten OD's)
400
Projecten partners meetdienst wabo Arnhem wabo Lingewaard beheer zones en kaarten (incl rvmk) rvmk / orm vergunning milieu ODRN piket (schoonmaak) innovatie prov. Programma's incidentele projecten 336 Totaal (kosten OD's)
act. Bg ‘23
230 0 0 77 0 64 72 103 0 122
400
real. '23
real. '23
315 27 32 46
251 38 80
40 58 15 51 324
98 66 89 7 118
336
336
Stelselkosten; Totaal €336.000 Toelichting op tabel 14 In tabel 14 zijn de kosten opgenomen van taken die gezamenlijk in het Gelders stelsel worden gedaan. Totaal is er bijna €60.000 minder uitgegeven dan begroot. Opvallende afwijkingen zijn de kosten van de coördinatie (uitgevoerd door OddV) en de kosten voor personeel. In deze laatste zijn de kosten van de Gelderse omgevingsdag opgenomen. Toelichting tabel 15 Onder de projectkosten vallen de kosten die direct gerelateerd zijn aan de VTH-taken of projecten. Een groot deel van de kosten wordt één op één doorbelast aan de betreffende afnemer of toegerekend aan het project. Wabo - er zijn afspraken gemaakt met de gemeente Lingewaard en Arnhem dat de materiele kosten voor de Wabo vanaf 2023 direct door de gemeente worden betaald, i.p.v.voorgeschoten door ODRA. Dat er toch een realisatie is, heeft te maken met oude rekeningen uit 2022 en de overgangstermijnen. De kosten zijn via de werkprogramma’s doorbelast. De kosten van de meetdienst overstijgen het budget. De kostentrend is opwaarts vanwege toename aantal opdrachten en het gebruik van materialen. Ook de kosten voor het pand aan de markt en de voertuigen van de meetdienst worden doorbelast aan de provincie via dit budget. Afschrijfkosten van apparatuur wordt bekostigd uit de bestemmingsreserve (zie hoofdstuk over activa).
Piket (schoonmaakkosten) vallen ook hoger uit dan begroot. Dit heeft er mee te maken dat incidenten zoals afvalstortingen niet te voorspellen zijn. De kosten worden direct aan de betreffende partner doorbelast. Ten opzichte van vorig jaar zijn er minder kosten gemaakt. Projecten - betreffen de kosten die zijn toegerekend aan bv de SPUK-projecten, Theseus, Adviesrobot, en kosten meetdienst voor derden en OD’s.
PAGINA 21
L
BALANS PER 31 DECEMBER 2023
Onze jaarrekening 2023 is opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Financiële verordening Omgevingsdienst Regio Arnhem. Deze verordening is eind 2023 vernieuwd en vastgesteld door het Algemeen Bestuur. We lichten de grondslagen die daar mede in zijn opgenomen hierna verder toe.
1. Grondslagen balans Vaste activa Immateriële vaste activa - zijn bij ODRA niet aanwezig. Materiële vaste activa - de materiële vaste activa met economisch nut zijn geactiveerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de ontvangen bijdragen, die hierop betrekking hebben. Duurzame waardeverminderingen worden onafhankelijk van het resultaat in aanmerking genomen. Deze worden lineair afgeschreven op basis van de economische levensduur. De investeringen in de inrichting van de ICT-systemen behoren tot de (im)materiële activa. Financiële vaste activa – zijn bij ODRA niet aanwezig. Vlottende activa Voorraden – zijn niet van toepassing bij ODRA. Uitzettingen met rentelooptijd korter dan een jaar - hieronder vallen in principe het onderhanden werk. De waardering is op basis van de gerealiseerde doorlooptijd van het product in relatie tot de gemiddelde doorlooptijd van het betreffende product. Onderhanden werk is gefactureerd aan de klanten, verrekend met het saldo van voorgaand jaar, en komt dus nu niet voor op de balans van 2023. Liquide middelen - betreft de BNG rekening - worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De rekening ‘Rijksschatkist’ is opgenomen onder de uitzettingen minder dan een jaar. Vaste passiva Eigen Vermogen - betreft de Algemene Reserve, de Bestemmingsreserves en het saldo van de rekening van baten en lasten (resultaat).
Voorzieningen ODRA kent vier voorzieningen: Harmonisatie-voorziening - deze is gevormd bij de oprichting van ODRA in 2013 ter dekking van toekomstige kosten van werknemers die door ODRA van de betreffende gemeenten en provincie zijn overgenomen. Voorzieningen voor kosten van voormalige medewerkers - hier worden alle toekomstige kosten opgenomen van medewerkers waar nog uitkeringen of vergoedingen voor betaald moeten worden. Voorzieningen voor bovenwettelijk verlof. Vanuit de BBV is bepaald dat het deel dat wordt gespaard door medewerkers moet worden opgenomen in de voorziening. Bij ODRA wordt het spaardeel niet apart geregistreerd. Voor de voorziening wordt uitgegaan van het aantal niet opgenomen bovenwettelijke verlofuren (x gemiddeld uurloon), met een maximum voor de voorziening. Het maximum wordt bepaald via een risico-afweging, nl welk bedrag is nodig om de kosten van grootschalige opname van verlof in twee begrotingsjaren op te vangen. Vlottende passiva Passiva met rentelooptijd korter dan een jaar - zoals de vooruit ontvangen betalingen en hebben betrekking op programma’s en projecten die in het boekjaar nog niet volledig zijn afgerond. Deze zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde na aftrek van de gemaakte kosten. De overige schulden en de overlopende passiva, deze zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Langlopende lening - afgesloten met de BNG ter dekking van de investering in de huisvesting in 2022. Rente en aflossing staan vast voor 15 jaar.
PAGINA 23
2. Balans Tabel 16: Vaste en vlottende activa
3. Activa Tabel 17: Materiële vaste activa
Toelichting tabel 17 De materiele activa zijn in 2023 als volgt gemuteerd: Apparatuur ten behoeve van bedrijfsvoering en kantoor: investeringen worden in 5 jaar afgeschreven. Er is een kleine investering geweest in keukenapparatuur. Voertuigen meetdienst: de bussen worden in 10 jaar afgeschreven. Het beleid is om over te gaan op elektrische voertuigen en lease. Er is één auto verkocht in 2023 met een bescheiden boekwinst. Apparatuur voor meetdienst: afschrijving is 5 tot 10 jaar afhankelijk van het type apparatuur. De investering betreft een soundlevel meter. Huisvesting infrastructuur kantoor: de kosten van de verbouwing en inrichting uit 2022 wordt in 15 jaar afgeschreven. Parallel aan de lening die hiervoor is afgesloten. In 2023 zijn er geen aanpassingen gedaan aan het kantoor. Meubilair: afschrijving in 10 jaar. Eveneens geen nieuwe investeringen gedaan. ICT-apparatuur, laptops en audiovisuele schermen worden in 4 jaar afgeschreven, telefoons in 2 jaar. De investering betreft mobiele apparatuur voor uitbreiding van de bezetting. Software investeringen: betreft de investeringen in SAP en Open Wave en worden in 5 jaar afgeschreven.
PAGINA 24
Toelichting tabel 18 In tabel 18 hebben we een onderscheid gemaakt tussen de ‘uitzettingen korter dan een jaar’ en de vorderingen. De uitzettingen betreffen de middelen die zijn ondergebracht in de Rijksschatkist. Er is een saldo van €2,28 miljoen beschikbaar op 31 december 2023. De overige vorderingen betreffen vooruitbetaalde bedragen aan leveranciers, met name licentiekosten waarvoor vooruitbetaling veelal in de leveringsvoorwaarden is opgenomen.
Tabel 18: Uitzettingen korter dan een jaar
De producten die we aan de partner leveren, worden afgerekend met een vaste productprijs nadat ze zijn afgerond. Producten die nog niet zijn afgerond worden als onderhanden werk gewaardeerd (zie grondslagen). Met de partners is afgesproken dat de waarde niet op de balans wordt opgenomen, maar wordt gefactureerd (met verdiscontering van de waarde uit 2022). De waarden zijn afgerond €623.000 eind 2023 minus €593.800 eind 2022. Toelichting tabel 19 Tabel 19: Liquide middelen We maken gebruik van twee bankrekeningen - BNG en een rekeningcourant bij het Rijk (schatkistbankieren SKB). Voor de liquiditeitspositie wordt alleen de BNG-rekening weergegeven. De schatkist is opgenomen bij de ‘uitzettingen’. De liquiditeit is in heel 2023 goed geweest. Het systeem van bevoorschotting dat ODRA heeft afgesproken met de partners zorgt ervoor dat er voldoende werkkapitaal aanwezig is, en rente opbrengsten heeft gegeven. In het geval van grote uitgaven (bijvoorbeeld bij btw en premie betalingen) kunnen we eventueel gebruik maken van een lopend krediet bij de BNG van €1,0 miljoen. Er is een bankgarantie afgegeven ad € 115.679 t.b.v. de huur aan Eusebius BS.
Tabel 20: Benutting drempelbedrag
Toelichting tabel 20 Standaard is een drempelbedrag van €1,0 miljoen. We hebben echter een specifieke afspraak (25-9-2013) met het Ministerie van Financiën. Daarin is vastgelegd dat de limiet €1,75 miljoen is om het werkkapitaal ruimer te hebben.
PAGINA 25
4: Passiva Reserves Het resultaat van 2022 (€53.300) is gesplitst. Er is €29.800 toegevoegd aan de algemene reserve. Daarmee is die reserve aangevuld tot het maximum, zoals in de GR is bepaald. Het restant ad €23.500 is gerestitueerd aan de partners, conform de geldende verdeelsleutel van stemverhouding. In 2023 zijn de bestemmingsreserves als volgt gemuteerd: BR Bureau milieumetingen: hieruit worden de afschrijfkosten van de apparatuur en voertuigen van de meetdienst bekostigd. BR Omzetting mba’s: In de voorbereiding voor de omgevingswet zijn deze activiteiten uitgevoerd. Bedrag is vrijgevallen. BR Innovatie: Is vrijgevallen ter dekking van de projecten die binnen de gezamenlijke diensten zijn uitgevoerd.
Tabel 21: Reserves
Batig saldo Wij stellen voor om het positieve resultaat van €144.300 te reserveren. Er is een wijziging van de GR gepland op 1 juli 2024, waarin een wijziging is opgenomen met betrekking tot algemene reserve. De wijziging betreft een aanpassing van het maximum van €0,5 miljoen algemene reserve in een minimale ratio van 0,8 voor het weerstandsvermogen. Deze wijziging komt voort uit de robuustheidscriteria die door het Interbestuurlijk Programma (IBP) zijn geformuleerd. In afwachting van de besluitvorming over dit artikel kan het AB een besluit nemen, dit zal na balansdatum worden verwerkt. Tabel 22: Voorzieningen en langlopende schuld
Toelichting op tabel 22 De voorzieningen voor toekomstige verplichtingen zijn in 2023 met €239.000 toegenomen; Voorziening ‘harmonisatietoelagen’: is bij de oprichting van ODRA ingesteld om garantie toelagen die overgekomen medewerkers ontvangen, tot hun uitdiensttreding te dekken. Er is een dotatie geweest om de effecten (loonstijgingen) van de CAO 2023 te kunnen opvangen. Er is nog €404.000 nodig lopend tot 2041. Voorziening ‘personele kosten’: zie toelichting bij de exploitatie. De toekomstige kosten van voormalige medewerkers zijn opgenomen. Reserve ‘bovenmatig verlof’: zie toelichting bij de exploitatie. Door sturing op de verlofsaldi wordt de opname gespreid en afgebouwd. Met €0,5 miljoen kunnen op korte termijn de risico’s worden opgevangen. Langlopende schulden Bij de BNG is een lening afgesloten voor de financiering van de infrastructuur in het kantoor. Ingangsdatum was 1 juli 2022; looptijd 15 jaar lineair. In 2023 heeft de eerste aflossing plaatsgevonden van €41.700. De rente is verantwoord in de exploitatie. Het deel voor 2024 is opgenomen bij de kortlopende schulden.
PAGINA 26
Vlottende passiva (met looptijd korter dan jaar)
Tabel 23: Vooruit ontvangen bedragen
Toelichting op tabel 23 Eind 2022 zijn voorschotbedragen op de toegekende subsidies binnengekomen voor SPUK-projecten die begin 2023 zijn gestart. Eind 2023 zijn de voorschotten voor 2024 binnengekomen. Qua besteding / aanwending; deze zijn verantwoord bij de baten van derden (projecten). Daarnaast zijn er nog drie projecten waarvoor al middelen zijn binnengekomen (via voorschotfacturering) en in 2024 zullen worden besteed. Subsidies voor bodemtaken - de laatste rekeningen moeten nog in 2024 binnenkomen. Daarna kan het verschil worden samengevoegd met de middelen ‘warme overdracht bodem’. Voor de warme overdracht bodem zijn middelen door de Provincie beschikbaar gesteld aan de gemeenten. Uit deze subsidie worden mede de kosten van ODRA bekostigd. Voor 2024 is een bestedingsplan opgesteld. De inrichting van het meldpunt is overgedragen van de provincie naar de OD’s. Gezamenlijk is hiervoor een nieuw systeem ingericht. De eindafrekening is in 2024; resterende bedragen zijn hiervoor beschikbaar. De verantwoording van de SPUK-subsidies loopt via de Sisa-richtlijnen en maken onderdeel uit van de jaarrekening (inhoudelijk zijn de projecten in katern 1 toegelicht).
Tabel 24: SPUK verantwoordingstabellen
SPUK-IBP: kwaliteitsprogramma vanuit Omgevingsdienst NL en Ministerie van I&W, voortvloeiend uit de aanbevelingen van de Commissie van Aartsen. Het ontvangen bedrag zijn de voorschotten van 2023 en 2024. De looptijd van het project is verlengd tot eind 2024. Er is totaal een bedrag van €525.000 toegezegd. SPUK-THE (energie): Toezicht en handhaving op energie-besparingsplicht. De ontvangen middelen zijn de voorschotten van 2023 en 2024. Het project loopt door tot 2026; er is een beschikking afgegeven voor een totaalbedrag van €1.565.897.
PAGINA 27
Tabel 25 : Schulden korter dan 1 jaar
Tabel 26: Overlopende passiva
Toelichting op tabel 25 en 26 Onze schuldenpositie is aan het einde van het boekjaar altijd relatief groot. Leveranciersfacturen en afdracht belastingen en premies worden toegerekend aan het boekjaar, maar betaald in de eerste maand van het nieuwe jaar. Voor de BTW-afdracht geldt dat het opgenomen bedrag in de tabel de verschuldigde belasting is over het vierde kwartaal 2022, gesaldeerd met de voorbelasting. Onder de post ‘crediteuren privaat’ zijn verschuldigde bedragen aan de personeelsvereniging en nog te betalen vergoedingen aan private personen opgenomen. De afrekeningen met de klanten betreffen een aantal (nog op te stellen) creditnota’s.
5: Niet uit de balans blijkende verplichtingen Tabel 27: Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Toelichting op tabel 27 In de tabel zijn alle verplichtingen opgenomen waarvoor in 2023 of eerdere jaren meerjarige contracten zijn afgesloten. Een deel van de contracten wordt in 2024 opnieuw afgesloten, wederom meerjarig, een aantal via een Europese Aanbesteding. In de tabel zijn de contracten die in 2023 zijn afgesloten, maar een looptijd hebben van minder dan een jaar, niet opgenomen, evenals de afspraken met leveranciers met een korte (<1 jaar) opzegtermijn. Deze kosten worden uit de begroting 2024 gedekt, en vormen geen risico op frictie of afkoop bij tussentijdse verandering van de organisatie. Diverse verplichtingen Opgebouwd IKB is niet gekapitaliseerd. Dit is geen verplichting in het BBV vanuit de aanname dat deze jaarlijks gelijk zijn. Wij rekenen de opgebouwde IKB aan het eind van het jaar af.
PAGINA 28
Reguliere verlofsaldi hoeven volgens de BBV niet gekapitaliseerd te worden. Er wordt uitgegaan van gelijke opnamen in de jaren. De (nieuwe) verplichting om bovenwettelijk verlof wel als voorziening op te nemen is verwerkt in de balans tot maximaal €0,5 miljoen. Een volledige opname van het boven wettig verlof (volledige verplichting) zou uitkomen op €0,8 miljoen. Alle medewerkers in vaste dienst hebben een trekkingsrecht van maximaal €1.000 voor vijf jaar ter besteding aan een Arbogeschikte thuiswerkplek. De feitelijk afgeroepen vergoeding is in de exploitatie opgenomen bij de algemene personeelskosten. De reservering staat (gesaldeerd) op de balans en bedraagt €34.300. Afspraken rond het generatiepact zijn niet gewaardeerd in de jaarrekening Gebeurtenissen met gevolgen voor 2024 en later Er zijn toezeggingen vanuit respectievelijk het ministerie van I en W en het RVO dat in de verantwoording de tarieven kunnen worden gebruikt die standaard zijn voor de betreffende OD’s. In de verantwoording van de SPUK-middelen is door ODRA uitgegaan van de tarieven in de initiële begroting en de daarop gebaseerde beschikking. Indien de tarieven van de bijgestelde begroting wordt gehanteerd, leidt dat tot een hogere omzet in de betreffende jaren. De eerste fase van ons contract met de leveranciers van onze bedrijfvoeringsystemen (SAP/Nmbrs) loopt af per 20 maart 2024.
Vooruitlopend hierop heeft een evaluatie plaatsgevonden op de functionaliteit en technisch functioneren van deze systemen. Op basis van een opgestelde businesscase heeft het bestuur op 8 februari 2024 besloten om een Europese Aanbesteding op te starten voor vernieuwing van de bedrijfssystemen. Operationeel per 1 januari 2025. Verder zijn geen andere relevante gebeurtenissen na balansdatum.
PAGINA 29
M
FINANCIËLE WEERBAARHEID EN RISICO’S
Wij brengen ons bestuur aan de hand van een dashboard periodiek op de hoogte van de stand van zaken in onze bedrijfsvoering. We staan dan stil bij de operationele risico’s, financiën en ons weerstandsvermogen. De financiële positie ultimo 2023 geeft geen directe aanleiding om in 2024 maatregelen voor te stellen aan ons bestuur.
1: Financiële positie; weerstandsvermogen In de tabellen wordt de financiële positie verder geduid. Weerstandsvermogen: het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate wij in staat zijn financiële tegenvallers in de toekomst op te vangen. In de Gemeenschappelijke Regeling (GR) is bepaald welke vermogensbestanddelen wij kunnen aanhouden. Deze bestaan uit een algemene reserve en bestemmingsreserves. De algemene reserve is nu nog gemaximeerd tot €500.000, dat is 2,0% van de omzet in 2023. Daarnaast kunnen we bestemmingsreserves aanhouden voor kosten die we in de toekomst verwachten. Inhoud en omvang bepaalt het Algemeen Bestuur. In de nieuwe GR wordt voorgesteld om het weerstandsratio als uitgangspunt te nemen. Dit is de verhouding tussen de risico’s en het vermogen (+ post onvoorzien). De norm vanuit het IBP is 0,8. Eind 2023 was onze ratio 0,6. Indien het batig saldo wordt toegevoegd aan de algemene reserve, stijgt de ratio naar 76%.
Tabel 28: Weerstandsvermogen en weerstandsratio
2: Risico beoordeling In deze paragraaf geven we een beeld van de risico’s die waren geïdentificeerd in de begroting 2023, en welke zich hebben voorgedaan. We hebben (als ze tegelijkertijd voordoen) de inschatting gemaakt van circa €1,0 miljoen aan risico’s voor de bedrijfsvoering. We hebben de risico’s verdeeld in vijf categorieën: 1. Exploitatiesaldo Een saldo in de exploitatie kan ontstaan door het niet realiseren van begrote inkomsten, tegenvallende kosten of kosten voor onvoorziene gebeurtenissen. Nieuw in deze categorie is ook de structurele krappe arbeidsmarkt, waardoor niet aan verplichtingen jegens klanten kan worden voldaan, en er omzetmarge wordt misgelopen. Verloop in 2023 Vanuit de periodieke prognoses (aan het bestuur) is gebleken dat we achterliepen op de realisatie van de omzet. De marges liepen op tot 2% á 3% van de omzet, circa €0,5 miljoen. Die marges ontstonden door:
PAGINA 31
Een groei van het werkaanbod, waardoor er veel extra capaciteit nodig is. Werving en inwerken leidt tot een "WERKEN EN INWERKEN LEIDT TOT vertraging in de realisatie van de werkafspraken. Dit was het meest voelbaar bij de projecten. Daar is ook uiteindelijk EEN VERTRAGING IN DE REALISATIE minder omzet gerealiseerd dan begroot. Daarbij komt dat je VAN DE WERKAFSPRAKEN” voor het extra werk, met name als het incidenteel is, aangewezen bent op externen. Het risico van de meerprijs, heeft zich voorgedaan. Het gaat om €37.000 per fte. Ons systeem van Outputfinanciering; uit de analyse over 2023 blijkt dat de gemiddelde prijs van een product uitkomt op €611,- (begroot €740). Er worden meer ‘goedkopere’ producten dan duurdere geleverd. Er is een disbalans in aantallen, maar ook in bestede tijd per product. Bij een aantal producten is het ‘kengetal’ (de gemiddelde tijdsbesteding) niet reëel. De mitigerende maatregen waren er vooral in de 2e helft 2023; de focus is toen gelegd op de declarabiliteit; indirecte activiteiten zijn lager geprioriteerd. 2. Taakuitvoering We kunnen aansprakelijk worden gesteld voor fouten in de taakuitvoering en bedrijfsvoering. Bijvoorbeeld als gedelegeerde bevoegdheden onduidelijk zijn en niet helder zijn vastgelegd. Dit betreft vooral een bestuurlijk- en imagoprobleem.
We zijn verzekerd voor schadeclaims tot een bedrag van maximaal twee keer €2,5 miljoen per jaar. Met een eigen risico. In 2023 zijn er geen substantiële claims binnen gekomen waarvoor de verzekering is ingezet. 3. Frictiekosten Ondanks de groei van afgelopen jaren, de krappe arbeidsmarkt en organisatorische turbulentie, is in 2023 weinig frictie ontstaan met financiële consequenties. Partners hebben in 2023 vooral meer taken en opdrachten bij ons neergelegd. Het effect hiervan is al in punt 1 beschreven. Er zijn geen partners die taken weer terug in eigen beheer hebben genomen. De frictie van personeel dat geen fit meer heeft met ODRA is beperkt gebleven. Er is wel een dotatie gedaan van €0,2 miljoen voor de personeelsvoorziening van eerdere casussen, 4. Niet voldoen aan wet- en regelgeving Compliancy aan algemene wet- en regelgeving, zoals belastingwetten, privacy, Europese -en nationale verordeningen is een algemeen risico. Met name voor de rechtmatigheidsverklaring. We zijn vanaf boekjaar 2023 verplicht om een eigen ‘in controlstatement’ af te geven, waaruit deze rechtmatigheid blijkt. Deze is verderop in de jaarrekening opgenomen. In 2023 is geconstateerd dat er geen financiële risico’s hieruit voortkomen die effect hebben gehad op de exploitatie of begroting 2024.
omdat bijvoorbeeld geen wijzigingen zijn doorgevoerd in de belastingplicht (omgevingsdiensten zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting). 5. Liquiditeit Ons werkkapitaal wordt gevormd door vermogen, beschikbare voorzieningen en voorschotten die partners betalen voor onze dienstverlening. Bij uitblijven van betalingen van de voorschotten lopen wij een risico dat we salarissen, loonheffing, premies, BTW en crediteuren te laat betalen. We hebben aan het eind van elk kwartaal een saldo van minimaal twee miljoen euro nodig. We dekken een groot deel van de liquiditeitsbehoefte uit de voorschotten van onze partners, en zijn daarbij afhankelijk van hun betalingsdiscipline. Die is in 2023 sterk verbeterd ten opzichte van 2022.
3: Financiële kengetallen Tabel 29: Financiële kengetallen
PAGINA 32
Toelichting op tabel 29 Met bovenstaande kengetallen geven we inzicht in de structurele evenwichtigheid en duurzaamheid van onze begroting. De netto schuld quotes geven inzicht in het niveau van onze schuldenlast ten opzichte van de baten middelen. In de toelichting op de balans zijn de schulden en eigen vermogen gespecificeerd. De schuldquote is gelijk aan 2022. Feitelijk financieren we de lopende verplichtingen met eigen middelen. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin wij in staat zijn aan onze financiële verplichtingen te voldoen. Het betreft het eigen vermogen versus het balanstotaal. Het percentage is licht gedaald naar 6,6%. Voor de beoordeling van het structurele- en reële evenwicht van de begroting maken wij het onderscheid tussen structureleen incidentele lasten. We hebben geen toezeggingen op een meerjarige omzet, ondanks het aanwezig zijn van wettelijke verplichte basis-milieutaken. Grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn bij ODRA niet van toepassing.
4: Financiering, treasury, bankieren Ons Treasurystatuut is in december 2023 geactualiseerd, te samen met de financiële verordeningen. Hieronder een toelichting op de kasstromen en het renterisico beheer. Externe financieringen: In 2022 zijn we een lening aangegaan ter dekking van de investeringen in de huisvesting. Dit gaat om een 15-jarige lening van €625.000. De afschrijving van de investeringen loopt hiermee gelijk. De investeringen in ICT worden gefinancierd uit onze liquiditeit. Dit gezien de relatief korte looptijd. Investeringen in apparatuur meetdienst; Deze worden de komende jaren nog gedekt met het bestemmingsfonds. We zijn sinds eind 2013 verplicht deel te nemen aan schatkistbankieren - alle banktegoeden boven drempelwaarde van €1,75 miljoen, die wij met het Ministerie van Financiën hebben afgesproken, worden verplicht gestort op een rekeningcourant bij het Ministerie. De overige liquiditeit is onze rekening-courant tegoeden en die hebben we ondergebracht bij de BNG. In de financieringsovereenkomst (juni 2020) met de BNG is een kredietlimiet afgesproken van maximaal één miljoen euro. Sinds oktober 2022 wordt er (weer) rente vergoed over de tegoeden.
Kasgeldlimiet Fido - in de wet Financiering decentrale overheden (Fido) is een kasgeldlimiet gesteld aan het maximumbedrag waarop wij onze financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd minder dan 1 jaar) mogen financieren. Voor ons is de norm 8,2% van het begrotingstotaal. Wij komen hier niet boven.
PAGINA 33
N
RECHTMATIGHEIDSVERKLARING DAGELIJKS BESTUUR
1. Vereisten De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Daarnaast geldt dat de ODRA moet voldoen aan een drietal rechtmatigheidscriteria. Dit betreffen: Het begrotingscriterium: een verklaring dat alle exploitatieposten binnen de vastgestelde begroting zijn gebleven, inachtneming van gestelde marges (beschreven in de financiële verordeningen en controle protocollen), dan wel expliciet (buiten de begroting om) zijn geaccordeerd door het bestuur. Rechtmatig handelen binnen de bestaande wet en regelgeving en verordeningen. Deze betreft met name de rechtmatigheid op inkoop (Europese Aanbesteding), kasbeheer, en loon- en belasting wetgeving. Misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium.; richt zich op niet toegestaane aanwending van eigendommen van ODRA door medewerkers, dan wel misbruik maken van de positie die medewerkers hebben binnen ODRA.
2. Conclusies over 2023 In de bestuursvergadering van december 2023 is het geactualiseerde treasury statuut, de financiële verordening en het controleprotocol vastgesteld. Ze hebben een werking voor heel 2023. In het controle protocol is het grensbedrag voor fouten in de jaarrekening bepaald op 1% van de omzet, zijnde €246.000. Voor onzekerheden geldt de grens van 3% van de omzet; €738.000. De rapporteringstolerantie is bepaald op €50.000 bij fouten. Voor de WNT geldt een marge van €0,-. Met inachtneming van bovenstaande is het Dagelijks Bestuur van mening: Begrotingscriterium - dat de ODRA periodiek het bestuur en de partners heeft geïnformeerd over de voortgang van de exploitatie via een ‘dashboard’ en specifieke partnerrapportages. Dat daarin inzicht is gegeven in de kosten en baten, waarbij de marges van de prognoses expliciet zijn toegelicht, en binnen de marges van onzekerheden zijn gebleven. Er is uiteindelijk een positief exploitatie saldo gerealiseerd, waarmee ODRA wordt gecomplimenteerd. Op basis van de tussentijdse rapportages, met een wat somberder beeld) is tijdig bijgestuurd. In deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties zijn rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. Rechtmatigheid - alle inkoopcontracten zijn getoetst aan de (Europese) aanbestedingsregels.
Het merendeel van de inkoopcontracten betreft inhuur van personeel. Deze worden via het platform ‘Werken in Gelderland’ (WIG) aanbesteed. WIG is een zogenaamde DAS (dynamisch aankoop), dat Europese aanbesteding garandeert. Er is één licentiecontract dat in 2023 opnieuw (Europees) had moeten worden aanbesteed, maar door de verlengingsbepalingen (automatisch tenzij) is dit niet tijdig opgestart. Het contract wordt in 2024 Europees aanbesteed. Betreft €125.000 overwaarde. Misbruik - er zijn door het bestuur geen gevallen van misbruik of oneigenlijk gebruik van middelen bekend.
ONDERTEKENING Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van Omgevingsdienst Regio Arnhem van 17 april 2024.
De voorzitter, De heer J. Maouche
PAGINA 35
De secretaris, Dhr. R. Vlaander
BIJLAGEN
Bijlage 1: Specificatie per partner
PAGINA 37
Bijlage 2: Specificatie producten
PAGINA 38
Bijlage 3: Specificatie diensten
PAGINA 39
Bijlage 4: Specificaties productie/ bestedingen gezamenlijke diensten en projecten
PAGINA 40
Bijlage 5: Organogram ODRA
PAGINA 41
Bijlage 6: Controleverklaring accountant
Pascalweg 2 6662 NX Elst 0481-463534 elst@jonglaan.nl www.jonglaan.nl
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Aan: het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Arnhem
A. Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2023 Ons oordeel Wij hebben de in de jaarstukken 2023, op pagina 4 tot en met 41 (katern 2), opgenomen jaarrekening 2023 van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Arnhem gecontroleerd. Naar ons oordeel: • geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2023 een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2023 als van de activa en passiva van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Arnhem per 31 december 2023 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de bepalingen van en krachtens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). • zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2023 met betrekking tot specifieke uitkeringen in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de relevante wet- en regelgeving, zoals opgenomen in het normenkader.