Bijlage 2a. Memo betreffende motie en toezegging 50.000 bij begrotingsbehandeling
Tekst van het document
Memo
Onderwerp ‘Toezegging 50k’ n.a.v. begrotingsraad Adviseur Portefeuillehouder
: B. Pelgrum : College van B&W
Datum Openbaar
: 21 december 2023 : Nee
1 Inleiding Op 7 november 2023 heeft de raad ingestemd met de begroting 2024-2027. Daarbij heeft het college bij monde van portefeuillehouder Weststeijn aan de raad toegezegd om op zoek te gaan naar ca. 50k ruimte in de begroting van 2024. Eerste stap in dit proces vormde een gesprek tussen de fractievoorzitters en het college, in aanwezigheid van de gemeentesecretaris en de griffier, op 6 december 2023. In dit gesprek zijn de wederzijdse verwachtingen over de toezegging geëxpliciteerd, getoetst en aangescherpt. Op basis van dit gesprek is de nu voorliggende memo opgesteld. 2 -
-
Strekking van de toezegging van het college aan de raad 7 november 2023 Het college spant zich in om aan de raad voorstellen te doen die leiden tot incidentele ruimte in de begroting 2024 van ca. € 50.000, waarbij de ruimte allereerst gezocht wordt in de begrotingsprogramma’s 0 en 1. De raad spreekt zich uit over het voorstel van het college in de vergadering van 6 februari 2024. De raad komt in de loop van dit jaar met (een) initiatiefvoorstel(len) ter besteding van de gevonden ruimte in 2024, waarbij de ruimte ten goede komt aan ‘groen, grijs, veiligheid en zorg’. De raad houdt daarbij rekening met uitvoerbaarheid (en dus ook besteding) binnen deze jaarschijf (het betreft besteding in 2024, voorstellen daartoe zijn danook voorzien in de periode februari – juni – gelijkelijk termijn voor de Kadernota). Voorafgaand aan de bespreking in de raadsvergadering van 6 februari 2024 treedt (een afvaardiging van) het college in overleg met (een afvaardiging van) de raad over de zoeksporen voor de 50k, zoals het college die op dat moment opgesteld heeft. Het college neemt eventuele opgedane inzichten over onder meer de wijze waarop de raad is meegenomen bij de gewijzigde inzichten tussen Kadernota en Begroting, mee in het proces voor Kadernota en Begroting 2025-2028.
Met de uitvoering van deze toezegging wordt geacht tevens invulling te zijn gegeven aan de unaniem aangenomen motie in de raadsvergadering van 7 november 2023.
3 Vervolgproces Het college heeft inmiddels een aantal overzichten opgesteld. Daarin is zichtbaar welke opties het college ziet om de door de raad gewenste extra ruimte van 50k te vinden in de begrootte uitgaven. Deze overzichten zijn bijgevoegd. Voor het vervolg stelt het college het volgende proces voor: - 9 januari: gesprek college en vertegenwoordiging raad om de inzichten uit deze memo te delen en te bespreken tot welke conclusies dit leidt voor de raadsvergadering van 6 februari; - Uiterlijk 14 januari: bijstellen memo op basis van het gesprek, opstellen college- en raadsvoorstel; - 16 januari: besluitvorming in college; - 17 of 18 januari: verzending voorstel naar de raad; - 6 februari: behandeling voorstel in de raadsvergadering.
Pagina 1 van 3
Memo
4 Duiding overzichten (bijlagen) Brede zoektocht naar besparingsopties. Conform de toezegging heeft het college breed gekeken naar in de begroting voor het jaar 2024, breder dan uitsluitend de programma’s 0 en 1. De potentiële ruimte in andere programma’s dan 0 en 1 zijn uiteindelijk niet verwerkt in de bijlagen, omdat besparingen daarin nóg directer onze inwoners raken dan de potentiële opties die we vonden in programma 0 en 1. Het college heeft gemeend dat dit niet in lijn is met de intentie van de motie. De kosten die zijn opgevoerd zijn dus uitsluitend kosten die geboekt zijn onder programma 0 en 1. Ook binnen de programma’s 0 en 1 is door het college begonnen met een open blik, om vervolgens vanuit die brede blik terug te redeneren tot meer en minder mogelijke en wenselijke opties en wat daarvan de consequenties en risico’s zijn. Een aantal opties zijn door het tijdsverloop feitelijk niet uit te voeren, of dermate onwenselijk in de ogen van het college, dat deze wat betreft het college geen onderdeel vormen van het vervolgproces. Ten behoeve van de transparantie zijn deze wel benoemd in de bijlage. Besparingsopties die nu voorliggen worden feitelijk als onwenselijk gezien. Bij de behandeling van de Kadernota 2024-2027 heeft het college aangegeven hoe, mocht er enige financiële ruimte ontstaan, dit in de ontwerpbegroting opgenomen zou worden.
Daarin zijn de volgende kernthema’s benoemd als urgent/noodzakelijk, uit te werken in de ontwerpbegroting: - organisatieontwikkeling; - gemeentehuis; - sociaal domein; - duurzaamheid/milieu/energietransitie. De uitwerking van die thema’s heeft geleid tot een afgewogen ontwerpbegroting, veelal voorafgegaan door raadsinformatiebrieven (organisatieontwikkeling, huisvesting/gemeentehuis). Daarbij is aandacht geweest voor de juiste verhoudingen tussen maatschappelijke resultaten en het (versterken) van het organiserend vermogen. De raad roept het college (via de motie) op om te schrappen in kosten die ons in staat zouden moeten stellen om dat organiserend vermogen te versterken en om toe te werken naar een toekomstbestendige organisatie in 2026, conform het coalitieakkoord tussen Rosendael ’74 en het PAK. De bijlagen geven inzicht in potentiële besparingsopties die nader uitgewerkt kunnen worden voor besluitvorming. In alle gevallen geldt dat het college de inzet (en de daaraan gerelateerde kosten) noodzakelijk acht op weg naar een wendbare en weerbare organisatie. Kort en goed: geen van de aangereikte besparingsopties kan rekenen op een onverdeeld positief advies van het college. Tabellen als basis voor gesprek. Op alle onderdelen van de bijlagen is aangegeven waarom de kosten noodzakelijk zijn.
Hetzij voor het behoud of versterken van de wendbaarheid en weerbaarheid van onze mensen; hetzij omdat het gaat om achterstallig onderhoud en het voldoen aan wettelijke verplichtingen. Een belangrijk doel van het gesprek met (een afvaardiging van) de raad over de opties om besparingen te realiseren is het delen van inzicht in de gevolgen van de keuzes. Wat is het effect op de inwoners en de organisatie als we bepaalde activiteiten niet uitvoeren of uitstellen? Wat zijn de risico’s, in juridische zin, in imago, richting partners? Het college ziet het als een nuttige exercitie als op deze wijze beelden over nut en noodzaak van alle onderdelen waarop potentieel een besparing gerealiseerd zou kunnen worden uitgewisseld worden. We gaan hierover graag op 9 januari met u in gesprek.
Pagina 2 van 3
Memo
Financiële toelichting op de bijlagen. De bijlagen bieden in totaal een besparingsoptie van €100.500,- waarover het college open in gesprek wil gaan. Dat gesprek dient enerzijds om inzicht te verschaffen in de gevolgen van het schrappen van activiteiten en zo de raad beter geïnformeerd tot keuzes te laten komen. Anderzijds om richting te geven aan de eventueel nader uit te werken opties voor de € 50.000, dus om daadwerkelijk keuzes te maken. Van belang daarbij is dat de totale toename aan lasten in programma 0 in de begroting 2024 € 206.609 betreft. Deze toename is voor ongeveer de helft, namelijk € 101.000 het gevolg van extra investeringen in de organisatie.1 In programma 1 is de enige kostentoename die we als besparingsoptie voorleggen de € 48.000 OOVtaken. Deze is ook gerelateerd aan gewenste urenuitbreiding voor de griffie (geraamd op € 28.000). In alle gevallen gaat het om een toename van indirecte kosten. Het betreft echter wel degelijk kosten die we maken om dienstverlening of voorzieningen voor inwoners te borgen: - € 41.600 Dienstverlening en burgerzaken: kosten die gemaakt worden (voor de inzet van personeel) om de continuïteit en kwaliteit van de (digitale) dienstverlening aan Rozendalers te waarborgen. - € 35.000 HR-ondersteuning: kosten die gemaakt worden om de interne organisatie te ondersteunen in meer en minder reguliere HR-aspecten.
Feitelijk ‘de meest indirecte’ kostenpost uit het lijstje, maar wel een randvoorwaarde voor de toekomstbestendige organisatie, waarin medewerkers gericht en met passende arbeidsvoorwaarden zich kunnen inzetten voor het belang van Rozendaal en de Rozendaalse inwoners. - € 48.000 OOV: kosten die gemaakt worden om onze rol op het vlak van integrale veilighied, rampen en crisis en openbare orde en veiligheid (zoals APV, veiligheidsdriehoek, brandweer/natuurbrandbestrijding, VGGM) op minimaal niveau in te vullen.
1 Waarbij het ter nuancering vermeldenswaardig is dat er op het onderdeel personeelslasten € 77.000 is afgeboekt vanwege
afgenomen personeelslasten. Tezamen met een verwerkt effect van de CAO-verhoging leidend tot een netto-afname van ongeveer € 25.000 van de personeelslasten. De andere verklaring voor de kostentoename in programma 0 is gelegen in indexering en inflatiecorrectie. Alleen inflatiecorrectie was binnen programma 0 al verantwoordelijk voor € 94.000 kostentoename. Pagina 3 van 3