CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Rozendaal Rapportage BUP

1.2 Raadsvergadering 19 maart 2024, gemeente RozendaalBij agendapunt: Vervolgactiviteiten Energietransitie 202417.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Buurt Uitvoeringsplan Rozendaal Leermolens Enk, Delhoevelaan e.o. en De Moestuin

samen met

1

Inhoudsopgave Aanleiding

pagina 3

Gebiedsbeschrijving

pagina 4

Participatieproces

pagina 5

Onderzoek warmtealternatieven

pagina 14

Conclusie onderzoek en richtingen voor vervolg

pagina 18

Plan van aanpak uitvoering

pagina 19

Actieagenda

pagina 22

Bijlagen

pagina 23

2

Aanleiding Heel Nederland is uiterlijk 2050 CO2 -neutraal. Dat betekent onder andere voor woningen dat er gezocht moet worden naar manieren om de woningen warm te houden zonder het gebruik van aardgas of andere fossiele brandstoffen. In de gemeentelijke transitievisie warmte is een eerste verkenning gedaan naar de warmtealternatieven in de gemeente Rozendaal. Deze is op 2 november 2021 door de gemeenteraad van Rozendaal vastgesteld. In deze transitievisie warmte is geconcludeerd dat in de gecombineerde buurten De Moestuin, Leermolens Enk en Omgeving Delhoevelaan mogelijk kansen liggen voor een collectief warmte alternatief. Vandaar dat voor deze buurten in de herfst van 2022 een vervolgonderzoek is gestart. Wat kan technisch, wat is financieel haalbaar, hoe verhoudt een collectief systeem zich tot individuele oplossingen en welk draagvlak is er in de buurten? Samen met woningcorporatie Portaal, netbeheerder Liander, werkgroep Duurzaam Rozendaal en betrokken bewoners van deze buurten onderzochten we wat de mogelijkheden zijn voor duurzame warmte. De uitwerking daarvan krijgt zijn weerslag in dit Buurtuitvoeringsplan.

3

Gebiedsbeschrijving In de buurten Leermolens Enk, Delhoevelaan e.o. en De Moestuin staat relatief oudere bebouwing met een gemiddeld bouwjaar tussen 1954-1963. De wijken zijn vrij dicht bebouwd en kennen weinig vrijstaande woningen. De Moestuin is ook de buurt waar het corporatiebezit geconcentreerd is. Woningcorporatie Portaal wil ook met de woningen aan de slag dus het is een goed moment om samen op te trekken. Het draagvlak en sociale cohesie lijkt in de buurt Leermolens Enk en de omgeving Delhoevelaan ook vrij hoog. Dit zijn kortom buurten waar een collectieve aanpak van isolatie met een verkenning van een kleinschalige warmtenet kansrijk lijkt. Buurten dus om samen mee aan de slag te gaan in de volgende stap van het maken van een buurtuitvoeringsplan.

Leermolens Enk/Delvehoevelaan: 215 woningen bebouwingsdichtheid tussen 1500 en 2500 km2 bouwjaar tussen 1954 en 1963 vrij gemiddeld gasgebruik

De Moestuin: 84 woningen bebouwingsdichtheid tussen 1500 en 2500 km2 bouwjaar tussen 1954 en 1963 vrij gemiddeld gasgebruik 4

Participatieproces In oktober 2022 gingen we in Rozendaal met bewoners van Leermolensenk, De Moestuin en de Delhoevelaan voor het eerst (per buurt) in gesprek over warmte. Aan de hand van een ‘buurtpaspoort’ werd per avond verduidelijkt welke mogelijkheden werden gezien om genoemde buurten te verduurzamen en over te laten gaan naar verwarmen zonder aardgas. Omdat juist in deze buurten ook kansen leken te zijn voor een collectieve vorm van warmte, een kleinschalig warmtenet, werd uitgelegd aan de aanwezigen dat de gemeente daarom juist hier graag wilde starten met een onderzoek. Zodoende zou de collectieve optie naast de andere mogelijke opties kunnen worden gezet. Ook werd groot belang gehecht aan het zoveel mogelijk betrekken van bewoners bij het proces. Het onderzoek begon op deze avond met het ophalen van informatie en vragen van bewoners.

Aan 3 tafels gingen we in gesprek over warmte, isolatie en het betrekken van de buurt bij het verduurzamingsproces. Werkgroep Duurzaam Rozendaal deelde kennis en ervaring op het gebied van isolatie en andere al bestaande duurzame activiteiten. Voor de Moestuin sloot woningcorporatie Portaal aan om met huurders in gesprek te gaan. Op deze manier haalden we op welke kansen mensen zien, welke ideeën over warmtealternatieven er zijn en welke zorgen er leven. Ook de eerste vragen over de beschikbare warmtealternatieven werden beantwoord. Bewoners benadrukten onder meer dat de focus niet meteen moet liggen op de collectieve optie van het kleinschalige warmtenet. Mensen wilden vooral meegenomen worden in de afwegingen. We hebben tijdens de gesprekken opgehaald wie actief betrokken wil zijn en op welke manier. Een duidelijke behoefte was meer inzicht en informatie. Welke alternatieven zijn er in Rozendaal en hoe is de afweging daarvan gegaan? Wat kunnen mensen (al) aan hun woning doen? Hoe ziet het onderzoeks- en overgangsproces eruit? Wat zijn de kosten? Alle inhoudelijke vragen hebben we waar mogelijk beantwoordt in de vragenlijst die we op de website Duurzaam Rozendaal voor iedereen beschikbaar hebben gemaakt. Ook een begrippenlijst is opgesteld. 5

Rode draad gesprekken Inzicht in de alternatieven voor aardgas Kortgezegd blijken in Rozendaal weinig tot geen warmtebronnen aanwezig, is er geen groot oppervlaktewater en geen industrie met restwarmte (warmte die overblijft na het productieproces). Verbranden van biomassa vindt de gemeente geen duurzaam alternatief en voor het boren naar diepere aardwarmte is de warmtevraag in Rozendaal te laag. Van hernieuwbare gassen (biogas of waterstofgas) is nog onvoldoende bekend in hoeverre toepassing voor woningen in de toekomst interessant is. Daarnaast is er nog te weinig beschikbaar. Naast een kleinschalige warmtenet met centrale warmtepompen blijven individuele oplossingen met warmtepompen over. Die voorziening kan warmte uit de lucht of bodem halen en heeft vaak (nog) een (aard)gasverwarming voor de pieken in de vraag zoals in koude winterweken. Voor deze opties is de verkenning per buurt gestart. Vereiste isolatiegraad van de woning Isoleren is een goed idee, om zo de energievraag en het energieverbruik terug te brengen. Er waren vooral veel vragen over het benodigde niveau van isoleren per woning en/of per collectief om in de toekomst uiteindelijk te kunnen kiezen voor een bepaalde warmteoptie. Tijdens het proces is per warmteoptie daarom door Qirion gekeken naar de minimum isolatiegraad en geschatte investeringskosten.

Per buurt zijn berekeningen gemaakt en is, in overleg met de werkgroep Duurzaam Rozendaal, een standaardnorm als uitgangspunt genomen. Proces en betaalbaarheid Uitgangspunt van de raad is dat niemand in Rozendaal verplicht zal worden om mee te doen met een kleinschalig warmtenet. Zeggenschap is een belangrijk thema. De haalbaarheid/betaalbaarheid is kwantitatief onderzocht en gewogen aan de hand van (kosten)technische aspecten en criteria die samen met een kerngroep van bewoners is opgesteld. Daarnaast zijn ook meer kwalitatieve aspecten en criteria geformuleerd die uiteindelijk door de begeleidingsgroep duurzaam Rozendaal zijn verwerkt tot een gespreks(meet)methode om ook deze aspecten mee te kunnen nemen in de weging/vergelijking van de opties. 6

Procesplanning Op basis van de opgehaalde informatie en in overleg met de werkgroep duurzaam Rozendaal hebben we een procesplan van aanpak opgesteld. We hebben met elk van de geïnteresseerde bewoners gebeld om te polsen hoe zij denken over hun eventuele bijdrage. Het procesplan heeft een informatie-, onderzoeks- en besluitvormingsfase meegekregen. Op aangeven van bewoners die in meer of minder mate een actieve rol wilden vervullen tijdens het proces hebben we uiteindelijk besloten om met één kernteam voor de drie buurten te werken en daarnaast een bewonersbuurtteam (per buurt) op te zetten. Met als insteek het betrekken van bewoners en het beter op maat terug kunnen koppelen van informatie en uitkomsten. Op 17 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rozendaal dit procesplan vastgesteld. In de tijdsplanning van een jaar zag dat er zo uit:

Planning Buurtuitvoeringsplan Rozendaal Informatiefase

Onderzoeksfase

Besluitvormingsfase

Kernteam

• Doorrekenen modelwoningen, technisch-financieel voor verschillende • Maatregelen definiëren en prioriteren

• Bepalen modelwoningen voor warmte in de buurt) • Criteria bepalen

• Besluitvorming buurt en gemeente • Uitvoeringsagenda bepalen

op keuze bewoners • Voorkeursvariant bepalen en uitwerken Resultaat

Resultaat

Keuze woningen en door

Resultaat

Voorkeursvariant en

Gedragen buurtuitvoeringsplan

Buurtteams en buurtbijeenkomsten

Delen verkenning bewoners

bijeenkomst (delen stand van zaken, eerste voorkeur bepalen) per buurt

er mb ve no

ok

tob

er

er se

pte

mb

i jun

i me

ril ap

art ma

ari ru feb

jan

ua

ri

en criteria

Beslismoment buurt (gedragen oplossing?) Besluitvorming gemeenteraad en L.O.I.

Kickoff Procesuitvoering met inrichting kernteam en buurtteams Op 24 januari 2023 is een brede plenaire kickoff georganiseerd met alle betrokkenen om het procesplan toe te lichten en verduidelijken. We bespreken en toetsen het voorstel voor de groepsverdeling (kernteam en buurtteams) bij de deelnemers. Daarbij besteden we niet alleen aandacht aan de vragen en opmerkingen maar vooral ook aan communicatie als continue proces. We spreken af om informatie en actualiteit gedurende het proces op de website van de gemeente (via duurzaam Rozendaal) bij te houden. We spreken ook af dat een afvaardiging van de werkgroep duurzaam Rozendaal als begeleidingsgroep zitting neemt in het kernteam.

7

Kernteam en buurtteams In het kernteam is elke buurt vertegenwoordigd met 1-3 bewoners. De rol van het kernteam is gericht op het inhoudelijk meedenken over zowel de kwantitatieve aspecten (technisch-, juridisch- en financieel gerelateerd) als over de meer kwalitatieve aspecten van de warmteverkenning (organisatorisch- en omgevings-gerelateerd). Daarnaast helpt het kernteam bij de vormgeving van een afwegingskader en bij het in het vizier houden van het langere termijnperspectief van een duurzaam ingericht Rozendaal waar het goed wonen is en blijft. De rol van de buurtteams is wat minder intensief en gericht op het helpen betrekken van bewoners in de eigen buurt en het ondersteunen bij (de beste manier van) informeren en communiceren in en met de buurt. Indien nodig hebben kernteamleden een kort lijntje met de buurtteams. Per buurtteam wordt een app-groep gemaakt om contact te houden of informatie te delen. Visie op een duurzame toekomst We halen tijdens de kickoff ook op welke woorden opkomen als de deelnemers denken aan de warmtetransitie in hun wijk. Dit vormt de input voor het ‘lonkend perspectief’; een duurzaam toekomstbeeld waar we naar toe willen werken. Woorden als solidariteit, echt duurzaam (breed), collectief op buurtniveau en onafhankelijkheid komen daarin terug. Er worden ook risico’s benoemd.

Het gaat dan vooral om korte termijn denken, smalle benadering (want het vraagstuk is breder dan alleen energie) maar ook om bijvoorbeeld landelijke randvoorden waar niemand lokaal invloed op heeft.

8

Informatie- en onderzoeksfase Tijdens de informatie- en onderzoeksfase is het kernteam meerdere keren bij elkaar geweest. De bijeenkomsten werden door Spectrum georganiseerd en gefaciliteerd en daarbij is tussendoor veelvuldig afgestemd met de gemeente, de begeleidingsgroep duurzaam Rozendaal en Qirion. Op 8 februari kwam het kernteam voor het eerst bij elkaar en is gesproken over de warmteopties en de isolatiegraad per optie. Bestaande kaders en uitgangspunten (criteria transitievisie warmte en aanvullende kaders uit de raad van 17 januari) werden besproken en verder aangevuld. Op 1 maart zijn vervolgens de kwantitatieve criteria, alsook het plan van aanpak, voor de analyse van Qirion besproken. Daarnaast is met behulp van een ‘brown paper gesprek’ een overzicht geschetst hoe in fases toegewerkt kan worden naar een gezamenlijk duurzaam toekomstbeeld (lonkend perspectief) voor de buurt. Dit wilden we doen door niet alleen (uitgewerkte) warmteopties te schetsen maar ook vormgevende gesprekken te hebben over wat bewoners belangrijk vinden voor een duurzame toekomst. En verder door het opstellen van een kwalitatieve scorings- en beoordelingslijst om warmteopties te kunnen vergelijken. Met de lijst in de hand werd door de begeleidingsgroep een (gespreksvoerings)methodiek ontwikkeld om op basis van een aantal gesprekken zo’n kwalitatieve vergelijkingsanalyse te maken (zie bijlage).

Als doel werd geformuleerd om namens de bewoners een aanbeveling te kunnen doen aan de gemeente. Het buurtuitvoeringsplan kan met deze input de beleidsaanzet worden voor de toekomstige actie-agenda van de gemeente.

9

In de periode van maart/april zijn vervolgens verschillende activiteiten georganiseerd. • • •

Op 12 april is een eerste gespreksbijeenkomst georganiseerd met het gemeentebestuur (wethouders en raadswerkgroep) en de begeleidingswerkgroep duurzaamheid om ze mee te nemen in het proces. En om de methode voor kwalitatieve toetsing te delen en in te zetten. Daarnaast is in samenwerking met het kernteam en de buurtteams een informatieve nieuwsbrief gepubliceerd en huis-aan-huis bezorgd bij de bewoners van de drie buurten. Verder is op 21 april een informatieve excursie voor alle geïnteresseerde bewoners van de drie buurten georganiseerd naar een kleinschalig warmtenet in Didam. De voorzitter van de energie coöperatie in Didam heeft de aanwezige Rozendalers tijdens een presentatie meegenomen in de stand van zaken en de belangrijkste ontwikkelingen en stappen die in Didam zijn gezet. De nieuwsbrief, de powerpoint van Didam en een filmpje van de excursie zijn terug te vinden via de website Duurzaam Rozendaal.

10

•

•

•

•

Op 24 april kwam het kernteam voor de derde keer weer bij elkaar, waarbij de eerste (concept-) uitkomsten van de kwantitatieve analyse van Qirion werden gepresenteerd met veel vragen, opmerkingen en stof tot gesprek tot gevolg. Deze konden worden meegenomen naar een volgende, verbeterde versie. De kwalitatieve beoordeling werd nog toegelicht maar de toepassing werd, net als het maken van afspraken over communicatie, doorgeschoven naar de volgende bijeenkomst op 22 mei. Er werd toen een terugkoppeling gegeven over de aanvullingen en aanpassingen op de resultaten van het (kwantitatieve) onderzoek van Qirion, die we inmiddels ook hadden verwerkt tot drie visuele infographics. Opnieuw was er een levendige discussie. De bijeenkomst werd verder aangevuld met een sessie kwalitatieve weging en waardering (in twee groepen) met de methodiek zoals hierboven genoemd, ontwikkeld door de begeleidingsgroep duurzaam Rozendaal (Bart Poel, Frank van der Weiden en Vincent Wiegel). De groepen hebben in samenspraak de sessie later afgemaakt. Om een goede analyse te kunnen maken werd nog een aanvullende sessie met het gemeentebestuur gepland en een sessie om de uitkomsten/analyse te bespreken. En toen was het weer hoog tijd voor terugkoppeling naar de buurt. De maand juni is gebruikt om de beschikbare informatie te verwerken tot toegankelijke informatie voor alle bewoners.

In afstemming met de buurtteams is de brede buurtbijeenkomst vervangen door een informatieve buurt-zomerborrel met inzet van de vrolijk gekleurde bus van Spectrum. We hebben een uitnodigingsflyer gemaakt en de eerste werd nog voor de zomervakantie op 1 juli georganiseerd samen met het buurtteam Delhoevelaan. Zij dachten mee over de plek, nodigden medebuurtbewoners uit met de flyer door aan te bellen en plakten posters in de buurt. Het werd een gezellige bijeenkomst met levendige discussies waarbij opnieuw ook weer aan bewoners is uitgevraagd waaraan zij in deze transitie behoefte hebben en op welke manier zij betrokken zouden willen worden. De gemeenteraad is op 4 juli schriftelijk geïnformeerd over de stand van zaken warmteontwikkeling inclusief infographics, waarna de zomervakantie het proces even op een lager pitje zette.

Bus-informatiebijeenkomst Delhoevelaan 1 juli 2023

11

Besluitvormingsfase Op basis van de berekeningen en kwantitatief technische analyse van Qirion, de pictocharts en de gesprekken ontstond inmiddels langzaam maar zeker het beeld dat de kansen voor een (keuze voor een) kleinschalig warmtenet eigenlijk nihil waren. In de moestuin bleek geen sluitende businesscase mogelijk en in beide andere buurten zou 90% van de bewoners moeten deelnemen om dat wel mogelijk te maken. Vooral door de relatief hoge investeringskosten van de benodigde infra voor een warmtenet is het genereren van zo’n breed draagvlak in de buurt eigenlijk op voorhand een niet erg realistisch scenario. Deze constatering betekende ook dat er voor bewoners dus vooralsnog maar weinig te kiezen zou zijn. Na de vakantie op 18 september werd het proces opnieuw opgestart met een 5e bijeenkomst met het kernteam. Er werden opnieuw opmerkingen en vragen over het rapport van Qirion gesteld. Over de uitgangspunten en ook bijvoorbeeld dat keuzes voor kleinschalige mini-warmtenetten (3-5 woningen) en ook voor PVT werden gemist. Informatie over de mogelijkheid van mini-netten zijn van meer recentelijke aard en geen onderdeel van het onderzoek van Qirion geweest, maar kunnen eventueel worden meegenomen als mogelijk vervolgonderzoek in het op te stellen buurtuitvoeringplan.

De afspraak werd dat resterende vragen per mail konden worden gestuurd en dan nog verwerkt en meegenomen in het rapport. Vervolgens werden de eerste resultaten van het kwalitatief onderzoek gepresenteerd door Bart Poel. Eindsituatie, woonkwaliteit en financiën werden als belangrijkste hoofdaspecten genoemd. Afspraak werd dat na 5 oktober wanneer de tweede sessie met het gemeentebestuur zou hebben plaatsgevonden een uitgebreider analyse en verslag kon worden gemaakt door de begeleidingsgroep. Op burendag, 23 september, vond vervolgens de tweede informatieve buurt-borrel plaats die samen met het buurtteam in Leermolensenk werd georganiseerd. Hoewel de burendag-activiteit in de buurt niet doorging en het weer niet helemaal meezat, werd ook deze bijeenkomst gelukkig toch nog prima bezocht. Voor de Moestuin werd de buurt-bus-borrel tot nader orde uitgesteld, omdat woningcorporatie Portaal ondertussen bij de gemeente had aangegeven andere plannen te hebben met haar bezit in de buurt. Zonder de eigenaar van de huurwoningen is het lastig informatie te verstrekken en een gesprek te voeren met bewoners.

Bus-informatiebijeenkomst Leermolensenk 23 september 2023

12

De laatste kernteam bijeenkomst werd op 8 november gehouden waarbij ook wethouder Tineke van der Pas aanwezig was. De nadruk van de sessie lag op de uitkomsten en analyse van de gesprekken die onder leiding van de begeleidingsgroep werden gevoerd over kwalitatieve aspecten van de warmtetransitie. De gehanteerde methodiek maakte weging en waardering van deze aspecten mogelijk. Een uitgeschreven analyse en advies door de begeleidingsgroep is bijgevoegd in de bijlage. Daarna is ook een eerste opzet van onderhavig buurtuitvoeringsplan besproken, waarbij de resultaten van zowel de kwantitatieve analyse van Qirion als de kwalitatieve analyse van de begeleidingsgroep samenkomen in een actieagenda. Er zijn drie ‘sporen’ met een aantal voorstellen voor acties. Deze sporen werden verder aangevuld ter verwerking waarna de sessie met een bedankje van de wethouder werd afgesloten. Op 29 januari 2024 staat een afspraak in reservering om verdere betrokkenheid van kernteamleden en andere bewoners in het toekomstig proces te bespreken.

13

Onderzoek warmtealternatieven Op basis van de warmtetransitievisie en de gesprekken met het kernteam, zijn de alternatieven voor de huidige warmtevoorziening geselecteerd. Randvoorwaarde was onder meer dat het alternatief voor 2030 gerealiseerd kan worden inclusief een inschatting van de technische en financiële haalbaarheid. Ook is in samenspraak een lijst met kwantitatieve en kwalitatieve aspecten/criteria opgesteld op basis waarvan opties kunnen worden vergeleken. De drie opties die zijn doorgerekend zijn: Buurt Warmtepomp, lokaal collectieve oplossing met MT-net (70-40oC) De collectieve aard van deze warmteoptie biedt kans voor sturing vanuit de gemeente, socialisering van de kosten voor de bewoners, het collectief organiseren van de warmtelevering houdt het eigenaarschap lokaal en zorgt voor eigen regie. In de Transitievisie Warmte waren 3 gebieden als meest kansrijk voor een warmtenet in Rozendaal geïdentificeerd. Door gebrek aan andere lokale warmtebronnen is hier een Buurt Warmtepomp als optie gekozen (gelijk aan het Modulaire Energie Systeem toegepast in Didam).

Collectieve Buurt Warmtepomp In een collectief energiesysteem is een centrale bron aanwezig, waarbij warmte via een warmtenet gedistribueerd wordt naar de individuele woningen waar een warmte afleverset de cv-ketel vervangt. Mogelijk dienen er leidingen aan- of omgelegd te worden om de afleverset te plaatsen in de woning. De warmtebron wordt gevormd door een buurt warmtepomp op basis van lucht (en een gasketel als piek en back-up voorziening). Met een temperatuur van 70oC kunnen bestaande woningen comfortabel verwarmd worden en warm water gebruiken. De buurt warmtepomp is modulair op te bouwen, waarbij toekomstige ontwikkelingen zoals op het gebied van waterstof en opslag ingepast kunnen worden. Een warmtebedrijf is nodig voor de realisatie en de exploitatie van het warmtenet en de warmtebron. Dit is op meerdere manieren te organiseren: • De gemeente trekt een marktpartij aan die voldoet aan de voorwaarden en zelfstandig een net in eigenaarschap en beheer heeft • De gemeente (met bewoners) richt een warmtebedrijf op dat eigenaarschap van het net heeft en marktpartijen worden aangetrokken om diensten te leveren

Individuele hybride warmtepomp Elke bewoner kan voor zichzelf bepalen hoe en wanneer de overstap te maken is. Dit is een optie die op korte termijn toegepast kan worden zonder dat veel aanpassing aan de woning nodig is. Deze optie is geen volledig alternatief voor de gasketel, maar een tussentijdse verduurzamingsmaatregel die het gasverbruik reduceert.

14

Hybride Warmtepomp De hybride warmtepomp wordt gekoppeld aan de binneninstallatie naast de bestaande gasketel en neemt ruimte in binnen en buiten de woning. Een hybride warmtepomp heeft dezelfde werking als een luchtwater warmtepomp. De hybride warmtepomp levert het basisvermogen voor ruimteverwarming, mocht de buitentemperatuur te laag zijn, bijvoorbeeld 5 graden of lager, dan neemt de cv-ketel de functie ruimteverwarming over. Tevens voorziet de bestaande cv-ketel in warm tapwaterbereiding. Voor de warmtepomp zal er een buitenunit nodig zijn, deze produceert geluid dat aan wettelijke eisen moet voldoen om overlast te voorkomen (<40dB bij de buren). Hier dient in de plaatsing rekening mee te worden gehouden door deze op de juiste locatie te plaatsen of af te schermen .

Individuele All-Electric warmtepomp Een lucht-water warmtepomp gecombineerd met de vereiste isolatiemaatregelen is een volledig aardgas vrije optie. Elke bewoner kan voor zichzelf bepalen hoe en wanneer de overstap te maken. Dit is een optie die op een redelijk korte termijn toegepast kan worden. Wel moet de woning over een goede isolatie beschikken omdat sprake is van een lage temperatuurverwarming.

All-Electric – Lucht waterwarmtepomp In het All-Electric scenario wordt in deze studie uitgegaan van een lucht-water warmtepomp. Deze werkt op elektriciteit en haalt daarmee warmte uit de buitenlucht. Dit wordt omgezet naar bruikbare warmte voor het verwarmen van je woning en het bereiden van warmtapwater. Er zijn ook warmtepompen die warmte uit de bodem kunnen halen. Met warmtepompen is het noodzakelijk om de woning goed geïsoleerd te hebben. Tevens is een warmteafgifte systeem dat op lage temperatuur (<50 graden) werkt noodzakelijk, zoals convectoren of vloerverwarming. Een warmtepomp bestaat uit twee delen: een binnen-unit en buffer en een buiten-unit. Hiervoor is ruimte nodig in en om de woning. De benodigde ruimte voor een binnen-unit en de buffer is vaak vergelijkbaar met de huidige gasketel plus een koelkast. De buitenunit produceert geluid dat aan wettelijke eisen moet voldoen om overlast te voorkomen (<40dB bij de buren). Hier dient in de plaatsing rekening te worden gehouden door deze op de juiste locatie te plaatsen of af te schermen.

15

Uitkomsten kwantitatief onderzoek Deze warmteopties zijn doorgerekend en vergeleken op kosten voor de woningeigenaar en CO2 uitstoot. Dat geeft het volgende beeld: All-Electric • Meest voordelig in verbruik • Vereist mogelijk hoge investeringen, afhankelijk van al bestaande isolatiemaatregelen • Grootste CO2-reductie van de drie opties, en nog meer haalbaar door de inkoop van hernieuwbare elektriciteit • Vereist de meeste aanpassingen aan de woningen • Vereist meer ruimte dan de huidige situatie in de woning voor de warmtepomp en een buffervat • Een buitenunit wordt geplaatst waarbij rekening gehouden dient te worden met de wettelijke geluidseisen bij de buurpercelen en woningen. Voor rijwoningen wordt dit mogelijk problematisch • Grootste vraag uit het elektriciteitsnet Collectieve Buurt Warmtepomp • Positieve business case is enkel mogelijk voor Leermolensenk en Delhoevelaan bij een hoge participatiegraad (>90%). Voor de Moestuin is ook bij een participatiegraad van 100% geen positieve business case te realiseren.

• Vereist hoge investeringen vooraf • CO2 -uitstoot is lager dan individuele hybride warmtepompen en hoger dan individuele lucht-water warmtepompen • Straten zullen tijdelijk opengebroken worden en asfalt wordt vervangen door ander wegdek • Isolatiemaatregelen niet noodzakelijk, wel mogelijk aanpassingen aan het inpandig leidingwerk nodig Hybride warmtepomp • In de TCO het voordeligst voor de kosten eindgebruiker per maand • Gebruikt het meeste aardgas van alle opties en daarmee ook de hoogste CO2 -uitstoot • Vereist de minste aanpassingen aan de woningen en de openbare ruimte • Vereist meer ruimte dan de huidige situatie in de woning om de warmtepomp te plaatsen • Een buitenunit wordt geplaatst • Twee apparaten om te onderhouden Kwantitatieve beoordeling warmteopties: kosten & CO2

Maandelijkse CO2-uitstoot op basis van energiemix 2030

106 kg C02 / maand

189 kg C02 / maand

214 kg C02 / maand

Ter referentie

HR-ketel: 312 kg C02 / maand

Maandelijkse kosten voor eindgebruiker, Leermolensenk Collectieve hybride warmtepomp (MES)

Individuele all-electric warmtepomp Individuele hybride warmtepomp

Toename kosten door: Stijging tarieven gas, electra en warmte

totaal: € 466

totaal: € 387

Lager percentage deelnemers (nu 75%)

€4

totaal: € 337

€ 317

€ 228 € 22

€ 49

Vaste lasten per maand voor E, G en W aansluiting Variabele kosten per maand (E, G en W verbruik)

€ 266

€ 155

Afname kosten door:

€ 45

Investeringskosten over de eerste 15 jaar, per maand

€ 104

Subsidies Besparen (isolatie en gedrag) Koppeling werkzaamheden openbare ruimte

Investeringskosten: Warmtepomp en warmtesysteem woning (vloerverwarming) Isolatie dak, vloer, spouw, glas (label A+) Variabele kosten: Elektra-gebruik Onderhoud Vaste lasten: Vastrecht

Investeringskosten: Warmtepomp Isolatie beperkt (label B) Variabele kosten: Elektra-gebruik Gasgebruik Onderhoud

Investeringskosten: Bijdrage aansluitkosten Variabele kosten: Warmtegebruik Onderhoud Vaste lasten: Vastrecht warmte

Vaste lasten: Vastrecht

16

Bij het vergelijken van de warmteopties op kosten voor de gebruiker en CO2 uitstoot, is een berekening gemaakt op basis van gemiddelden. Hieruit komt de individuele hybride warmtepomp als voordeligste naar voren. De individuele all-electric warmtepomp levert de meeste CO2-reductie en is qua kosten voor de eindgebruiker de tweede, maar vraagt een flinke investering in isolatie. Het warmtenet vraagt een minder hoge investering aan de woning zelf, maar hogere vaste lasten (voor gebruik van het warmtenet) en variabele kosten omdat de warmtevraag hoger is. Betere isolatie kan die kostenpost omlaag brengen, maar vraagt uiteraard een hogere investering. De belangrijkste conclusies uit het onderzoek zijn dat: • Een collectief warmtenet op dit moment in geen van de 3 onderzochte buurten rendabel is te exploiteren. • Het gebruik van een volledig elektrisch warmtepomp leidt tot de meeste CO2 besparing, maar is op korte termijn voor bewoners de kostbaarste optie omdat voor de meeste woningen nog een flinke verbouwing nodig is om een woning hiervoor geschikt te maken. • Voor de meeste inwoners is daarom de hybride warmtepomp-optie de meest voor de hand liggende (tijdelijke) oplossing bij de vervanging van een gasgestookte CV-ketel na 2026. Elektriciteitsnet Momenteel zijn er nog geen middenspanningsruimtes (MSR) of kabels die volledig belast zijn in de onderzochte buurten.

Het is aannemelijk dat het net verzwaard moet worden. Wanneer en in welke mate is afhankelijk van de hoeveelheid warmtepompen, zonnepanelen en laadpalen in Rozendaal. Het toepassen van een collectief warmtenet voorkomt waarschijnlijk geen verzwaring van het elektriciteitsnet voor 2050. Bij het All-Electric scenario moeten twee stations verzwaard en vijf nieuwe stations geplaatst worden. In het geval van een warmtenet is het nodig om twee stations te verzwaren en vier nieuwe stations te plaatsen. Hier zit weinig verschil tussen en dus zal niet de keuze voor een bepaald warmtealternatief, maar het extra vermogen van zonnepanelen en laadpalen een reden zijn om het elektriciteitsnet uit te breiden. Uitkomsten kwalitatief onderzoek De keuze voor een bepaald warmtealternatief wordt niet alleen gedaan op basis van kosten en techniek. Ook factoren als betrouwbaarheid, zeggenschap (invloed op de aanbieder) en gemak voor de bewoner spelen een rol. In verschillende sessies hebben we deze informatie opgehaald (zie hoofdstuk Proces). De werkgroep Duurzaam Rozendaal heeft dit vervolgens vertaald in een model om de warmteopties op deze kwalitatieve criteria te kunnen vergelijken. Niet om op basis van een cijfer een ranking te maken, maar om in beeld te krijgen waar overeenstemming en duidelijkheid over is en welke onduidelijkheden er nog zijn.

Dat helpt bij het verbeteren van gerichte informatievoorziening over de mogelijke oplossingen en over verschilpunten. Conclusies uit dit onderzoek zijn: • Het is verstandig om nu (nog) geen besluit te forceren en de optie voor een buurtwarmtenet niet definitief overboord te gooien (uitgangspunten en aannames kunnen in de toekomst nog veranderen) • Doen wat nu al kan omdat het duidelijk is, omdat het in alle scenario’s nuttig is. Begin nu met het organiseren van voorlichting, promotie, collectieve inkoop, en uitvoering van isolatie. • Verder uitzoeken wat onduidelijk is en verdiepen in de mogelijkheden van mini-netten (straat- of blokcollectief) • Leg de nadruk op leiderschap en houdt de urgentie in het oog (lange vs korte termijn en lonkend perspectief)

17

Conclusie onderzoek en richtingen voor vervolg Een collectief warmtesysteem voor de drie buurten gezamenlijk is op dit moment niet haalbaar zonder grote investeringen en (onrealistisch) hoog aantal aansluitingen. Ook per buurt is dat nu niet haalbaar. Wel is er nog veel te doen om inwoners vooruit te helpen in de individuele zoektocht naar de juiste keuzes in de warmtetransitie en hierin de verbinding in de buurten op te zoeken en te versterken. Ook is een kleinschalige combinatie van warmtevoorziening wellicht mogelijk. We richten ons daarom in het vervolg op de individuele oplossing zonder daarbij het gezamenlijke uit het oog te verliezen. We onderscheiden hierbij de volgende drie sporen: 1. Stimuleren en ondersteunen energiebesparing Veel Rozendalers zijn al lang bezig met het isoleren van hun woningen. Toch is hier nog veel winst te behalen, ook in de 3 buurten van het BUP. Dit doen we door te inspireren, informeren en motiveren. 2. Verdiepen warmtealternatieven Een toekomst zonder aardgas, dat is flinke uitdaging. Voor de buurten van dit BUP forceren we nu nog geen besluit over een warmteoptie, maar werken verder aan het maatwerk. Op woningniveau met een warmtepomp (eventueel via een hybride tussenvorm) of op straat / blokniveau met een miniwarmtenet. Dit vraagt om nader onderzoek en om maatwerkinformatie.

Daarnaast zetten we in op het voorkomen van overlast door individuele oplossingen. 3. Uitbouwen coöperatieve beweging De Rozendalers zijn uitstekend in staat om dingen zelf te regelen. Alleen, maar ook met elkaar. Zo ook op het gebied van duurzaamheid. In het proces van de warmtetransitie is wel duidelijk geworden dat er in Rozendaal potentie is om dit verder vorm te geven en uit te bouwen in een energie- of bewonerscoöperatie. Dat geeft meer draagvlak en verbinding.

De isolatie-opgave in Rozendaal Het grootste deel van de woningen in de 3 onderzoeksbuurten van Rozendaal is na de Tweede Wereldoorlog gebouwd. In Leermolensenk staan 124 woningen uit de periode 1946 – 1974, 18 van voor 1946 en 2 van na 2006. De meeste woningen hebben een energielabel C, D of E maar van veruit de meeste woningen (72) is het label niet bekend. Van de 91 woningen in de Delhoevelaan e.o., heeft bijna de helft een C, D of E label. De andere helft is onbekend. Ook in De Moestuin zijn de energielabels grotendeels niet bekend. Van de wel bekende labels, overheerst label C. Slechts een klein deel van de woningen heeft energielabel A of B. Deze woningen zijn in principe direct op lage temperatuur te verwarmen, zonder extra isolatiemaatregelen. Woningen die op lage temperatuur verwarmd kunnen worden noemen we ook wel aardgasvrij ready. De woningen met energielabel C zijn in theorie ook zonder verdere isolatie-opgave op middentemperatuur te verwarmen. Op midden temperatuur (60 á 70 graden Celsius) kunnen verwarmen betekent dat er in principe met een warmtepomp verwarmd kan worden. Dit zou wel een fors hogere energierekening en minder comfort voor deze woningen betekenen t.o.v. goede isolatie en lage temperatuurverwarming (30 á 50 graden Celsius).

Het is voor deze woningen dan ook logischer om eerst te isoleren en dan over te stappen op lage temperatuur-verwarming door middel van een warmtepomp. Een aanzienlijk deel van de woningen kan met een beperkt aantal isolatiemaatregelen relatief goed geïsoleerd worden. En dus ligt er een financieel en technisch goed haalbare isolatieopgave om naar aardgasvrij ready en dus naar lage temperatuurverwarming te gaan.

18

Plan van aanpak uitvoering Spoor 1. Stimuleren en ondersteunen energiebesparing 1.1 Collectieve inkoopacties Collectief organiseren van isolatie helpt mensen bij het maken van keuzes. Betrouwbaar advies van regionale partijen en meer massa betekent eerder aan de beurt, mogelijk zelfs met korting (hoewel dat effect beperkt zal zijn). Uit een eerdere verkenning van Duurzaam Rozendaal, geldt dat zeker voor HR++ glas . We selecteren per buurt en woningtypes de maatregelen met het meeste effect en organiseren daarvoor inkoopacties. Bij de bus-gesprekken in de Leermolensenk en Delhoevelaan e.o. is hiervoor een eerste verkenning gedaan van de behoefte dat als basis dient voor het verder vormgeven van de inkoopactie. De focus ligt daarbij niet puur op een scherpe prijs, maar zeker ook op kwaliteit en service van de aanbieders. Regionaal heeft de voorkeur. 1.2 Individueel advies met een collectieve aanpak Bij veel mensen leeft de vraag of hun eigen woning geschikt is voor een warmtepomp. En welke type warmtepomp is dan het beste en wat kost dat dan? Het antwoord hierop hangt van veel zaken af en is per woning verschillend. Energiecoaching en maatwerkadvies (in de vorm van bijvoorbeeld het onafhankelijk laten maken van berekeningen) is daarom een logische vervolgstap. Door dit collectief te organiseren, zorgen we voor schaalvoordeel en eenduidigheid.

In Rozendaal was lange tijd een eigen energiecoach aanwezig die de dorpsgenoten gratis van onafhankelijk energieadvies voorzag. Nu dat niet meer zo is, is het logisch daarbij een samenwerkingspartij als Rijn en IJssel Energie coöperatie te zoeken, die ook in Rheden energiediensten verlenen. Zij hebben bijvoorbeeld een woningscan door een onafhankelijk energiecoach die in Arnhem en Rheden gratis te krijgen is. In de buurten is het afgelopen jaar samenwerking met en tussen inwoners ontstaan op dit vlak, waar goed op doorgebouwd kan worden.

De warmtescanwandeling is een nuttig hulpmiddel bij het inzichtelijk krijgen van isolatielekken. Rijn en IJsselenergie biedt dit voor een groepje bewoners al gratis aan. https://www.rijnenijsselenergie.nl/ bespaaradvies/warmtewandeling/

1.3 Communicatie en informatie Het moet voor inwoners makkelijk zijn om informatie te vinden over de mogelijkheden om energie te besparen. Daar bleek ook echt behoefte aan. Een website helpt, liefst vanuit de bewonerscoöperatie (zie later), maar ook het actief informeren en betrekken van de buurt. Voor veelgestelde vragen als hoe werkt een warmtepomp en welk type is geschikt voor mijn woning, is een onafhankelijke vergelijking van warmtepompen geschikt (zie kader). Informatieavonden met een specifiek thema helpen ook en kunnen bijvoorbeeld gaan over vragen als: hoe vind ik een goede balans tussen isoleren en ventileren, hoe weet ik of mijn woning geschikt is voor een warmtepomp of hoe kan ik isolatiemaatregelen financieren? Verspreiden van verhalen uit de buurten is een ander belangrijk vervolg. We gaan op zoek naar goede voorbeelden en ambassadeurs. Deze ‘klushelden’ kunnen helpen bij het informeren van elkaar en anderen over isolatiemogelijkheden. Daar is in dit traject al zeker een eerste groep van ontstaan. Deze verhalen verspreiden we via de krant en website, maar waar bewoners dat willen ook in hun eigen buurt. Keukentafelgesprekken zijn daarvoor makkelijk te organiseren. Een kleine ondersteuning door de gemeente, bijvoorbeeld onkostenvergoeding, helpt hierbij.

19

Gemeente Overbetuwe heeft in samenwerking met de online warmtepompvergelijker een platform opgezet met lokale aanbieders (https://warmtepompvergelijker.nl) Op het platform staat een overzicht van alle warmtepompen die lokale installateurs in een straal van 10 kilometer rondom de gemeente Overbetuwe kunnen aanbieden. Deelname voor installateurs is gratis. Elk van de 11 deelnemende installateurs heeft zijn eigen aanbod en prijzen ingevoerd. Op hun beurt kunnen alle inwoners (mits woonachtig in de gemeente) hier bekijken welke warmtepompen geschikt zijn voor hun woning en voldoen aan hun wensen en eisen. Is er bij hen interesse? Dan kunnen inwoners direct bij een lokale installateur naar keuze een offerte aanvragen.

1.3 Isoleren en biodiversiteit We willen goed doen voor het klimaat en daarom is het heel goed dat we onze woningen isoleren. Maar sommige isolatiemaatregelen kunnen juist weer andere problemen veroorzaken, zoals het verstoren van nesten van kwetsbare diersoorten. Bij het isoleren van woningen moet ook rekening gehouden worden met kwetsbare diersoorten die in de woningen kunnen leven, zoals de huismus, vleermuis of de gierzwaluw. In 2024 wordt in de hele bebouwde kom van de gemeente Rozendaal gestart met een ecologisch onderzoek om uit te vinden óf en wáár kwetsbare diersoorten zitten. Op basis van de uitkomsten kan geheel of gedeeltelijk ontheffing worden gegeven voor het uitvoeren van spouwmuurisolatie en het installeren van zonnepanelen. De verwachting is dat eind 2024 of begin 2025 de ontheffing kan worden verleend. Overige isolatiemaatregelen kunnen al eerder worden getroffen. Spoor 2. Verdiepen warmtealternatieven 2.1 Kleinschalige warmtenetten, onderzoek Op dit moment is een rendabele exploitatie van een buurtwarmtenet niet kansrijk. Toch kent deze opties voordelen qua ontzorging van woningeigenaren en ten aanzien van de organisatorische en technische uitvoering. Ook zal de nu nog negatieve business case door stijgende aardgasprijzen naar verwachting steeds positiever worden.

Door nu te wachten zullen echter steeds meer inwoners overschakelen naar een individuele (hybride) warmtepomp. En hoe meer mensen kiezen voor een individuele oplossing, hoe lastiger de collectieve optie kan worden gerealiseerd. Daarom willen we een vinger aan de pols houden of en hoe de nu nog negatieve business case van een warmtenet sneller positief te krijgen is. Bijvoorbeeld door extra financiering of subsidies te verwerven en te onderzoeken in hoeverre de gemeente Rozendaal zelf een rol wil spelen bij de oprichting van een lokale energie coöperatie of warmtebedrijf. Naast een warmtenet voor een wijk of buurt, zijn er ook mogelijkheden van kleinschalige oplossingen van warmte. Dit is in het onderzoek nog niet meegenomen omdat dit een nieuwe ontwikkeling is en bovendien meer organisatie vraagt. Wat is er nodig om inzichtelijk te krijgen of dit kansrijk is? De eerste verkenningen van dit soort warmtenetten zijn inmiddels bekend.1 Een belangrijke conclusie is dat dit vraagt om meer organisatie en efficiency. In specifieke situaties kunnen deze oplossingen belangrijke technisch-economische voordelen bieden. Ook kan de schaal goed werken voor draagvlak en inclusiviteit. De organisatie van een miniwarmtenet vraagt extra aandacht. De kleine schaal is zowel een kans (om iedereen echt mee te laten doen) als een uitdaging (veel meer eigen organisatie).

Het gaat daarbij ook om de rol die de gemeente kan pakken in de organisatie en (financiële) ondersteuning. Of dit haalbaar is en zo ja op welke locatie(s) en op welke schaal, is een interessant vervolgonderzoek. We gaan samen met een nader te bepalen verkenningsgroep in gesprek met aanbieders en gebruikers van deze netten om zo een beter beeld te vormen van de kansen. Dit doen we samen met geïnteresseerden uit de wijk. Te denken valt aan het inzichtelijk krijgen van het minimumaantal deelnemers, de benodigde organisatievorm en het maken een checklist (zoals bereidheid van alle directe buren om mee te doen, vergelijkbaarheid van de woningen en inzicht in de energiehuishouding). 1 Zie bijvoorbeeld rapport Verkenning mini-warmtenetten, Next2Company, april 2023

20

2.2 Regels / voorwaarden warmtepompen Een veel gehoorde zorg bij warmtepompen is de impact op de omgeving, met name wat betreft geluid. Per 1 april 2021 worden nieuwe geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco’s die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Met deze landelijke geluidsnorm worden buren beter beschermd tegen geluid van warmtepompen en wordt de ontwikkeling van stillere warmtepompen bevorderd. Afhankelijk van een aantal factoren kan bepaald worden of er wel of geen omgevingsvergunning nodig is. Denk daarbij aan het soort warmtepomp dat u kiest en de locatie waar u de warmtepomp wilt plaatsen. Indien van toepassing verleent de omgevingsdienst hiervoor vergunningen. De gemeente speelt een rol qua informatievoorziening, bijvoorbeeld over het kiezen van de meest geschikte locatie en het installeren van een geluidsdichte kap. Dit doen we in samenwerking met de ODRA. Spoor 3. Uitbouwen coöperatieve beweging 3.1 Energiecoöperatie Rozendaal heeft een energiecoöperatie (Zonneroos) maar deze is op dit moment beperkt actief. De Stichting Rozendaal Groen is opgericht in februari 2021 ter behartiging van formele zaken als verzekering van de vrijwilligers, contractuele zaken en financiën.

Deze stichting is met name opgezet voor het organiseren van de Kindertuin Rozendaal. De stichting heeft ten doel: het entameren en ondersteunen van activiteiten in en nabij de gemeente Rozendaal gericht op verduurzaming, vergroening en bewustwording van onze relatie met de natuur. Daarnaast is uiteraard de werkgroep Duurzaam Rozendaal erg actief. Zij zijn ook bezig met hun toekomst en organisatievorm. Belangrijk voor een toekomstbestendig Rozendaal is aan te sluiten bij wat er is en bestaande structuren en thema’s nog robuuster te maken. Dit zijn in elk geval de thema’s energie en groen. Een mogelijke aanvulling is het thema ‘sociaal’. Komende periode inventariseren we daarom in gezamenlijkheid of een bewonerscoöperatie een passende vorm is en hoe een eventuele oprichting kan worden ondersteund. 3.2 Uitbreiden andere thema’s Met een bewoners- of energiecoöperatie met leden kan de werkgroep zich met meer mandaat ontwikkelen tot een volwaardige gesprekspartner van de gemeente betreffende bovengenoemde thema’s. Daarbij gaat het in ieder geval om activiteiten rond (kleinschalige) opwek en besparing van energie, biodiversiteit en hemelwateropvang. Mogelijk gecombineerd met opslag van elektriciteit in de buurt, deelauto’s en/of een voedselbos.

Via laagdrempelige informatieve activiteiten en (informele) ontmoeting, kan de warmtetransitie en duurzame leefomgeving verder worden vormgegeven waarbij tegelijkertijd ook de mogelijkheden voor mensen om elkaar in de buurt te leren kennen en ontmoeten worden uitgebouwd. Daarbij raak je aan bovengenoemd thema ‘sociaal’. Tijdens het proces en in gesprekken is veelvuldig opgemerkt dat ontmoetingsplekken in Rozendaal schaars zijn. Dit heeft voor de toekomst extra aandacht nodig.

21

Actieagenda Samenvattend komt dat neer op de volgende actiepunten per fase van voorbereiding en uitvoering Voorbereiding: • Juiste samenwerkingspartners zoeken voor inkoopactie • Verkenningsgroep / onderzoeksgroep verdieping kleinschalige warmtenetten oprichten • Informatie website updaten en communicatieplan maken samen met partners • Energiecoaching en woningadvies opzetten ism Rijn en IJssel Energiecoöperatie. • Subsidiebeleid ontwikkelen als onderdeel van de isolatieaanpak (incl. mogelijkheid leningen) • Samenwerking gemeente Rheden verkennen op gebied van ecologisch onderzoek, isolatie (inkoopactie) en advisering • In beeld brengen van wat er is aan inwonersorganisaties en in gesprek met deze organisaties over hun wensen en ideeën • Waar mogelijk (nationale) subsidieprogramma’s of -kansen volgen en aanvragen Uitvoering: • Ecologisch onderzoek uitvoeren voor bebouwde kom (eventueel in samenwerking met Rheden) • Met verkenningsgroep criteria / checklist opstellen wanneer een miniwarmtenet interessant kan zijn • Informatievoorziening geluid warmtepompen (ism ODRA) • Indien haalbaar: vormgeven en oprichten bewoners coöperatie (inclusief taken en reikwijdte; meer thema’s) • Lopend project mbt subsidie voor bewoners met energiearmoede verder uitvoeren

22

Bijlagen

23

Bijlage 1. Buurtpaspoorten

24

25

Bijlage 2. Criteria onderzoek warmteopties Kwantitatief • Betrouwbaarheid technische betrouwbaarheid​. Technische en ook financiële constructies om het betaalbaar te houden. ​ • Betaalbaarheid (rekening houdend met emissies en wetgeving) • Toekomstbestendig dwz rekening houdend met emissies en wetgeving • Realiseertermijn • CO2-besparing en energie-efficiency • Geluid • Luchtkwaliteit (binnen en buiten) • Materiaalgebruik Toegevoegd op 8 februari: • Toekomstbestendig qua schaalbaarheid: dwz modulair op te bouwen • Mogelijkheid tot koelen ook meenemen Kwalitatief • Betaalbaarheid ​solidariteit en oog voor kleine beurs! • Betrouwbaarheid sociale (partner)betrouwbaarheid (redundantie)​. Toegevoegd op 8 februari: • ‘Gedoe’ aan de woning en in de straat (ook juridisch/financieel). Is een loketfunctie om te ontzorgen mogelijk? • Toekomstbestendig qua afhankelijkheid van partners: Is een open warmtenet mogelijk? ​ Mogelijkheden beheer? • Sociale koppelkansen voor ‘brede’ duurzaamheid: de energietransitie is inzetbaar als bredere hefboom. ​ Denk aan mogelijke combinatie met voedselbos, ontmoetingsplek oid. Mensen kunnen hierdoor ook breder worden ‘aangeschakeld’.

Toegevoegd op 1 maart: • Autonomie en Zelfbeheer (in welke mate is zeggenschap/eigenaarschap mogelijk?) • Governance (hoe is toezicht en bestuur geregeld? ) • Transparant verdienmodel met duidelijkheid in kostenopbouw en begrijpelijke afrekening (kan ik goed aflezen waarvoor ik betaal?) • Esthetiek en inpasbaarheid in de (openbare) ruimte • Toegankelijkheid: heeft iedereen toegang? (ook qua financieringsconstructies) Gemeentelijke criteria/kaders Door de gemeenteraad van Rozendaal zijn op 14 februari aanvullende kaders ten behoeve van de uitwerking van het Buurtuitvoeringsplan vastgesteld, zijnde: • Keuzevrijheid voor inwoners in warmte alternatief (bewoners hebben de keuze om individueel hun woning te verduurzamen of te participeren in een collectief warmte buurtsysteem). • Vergelijkbare informatie van individuele en collectieve warmte oplossingen, zodat inwoners beide opties tegen elkaar kunnen afwegen, inclusief financiële uitwerking. • De toekomstige warmte oplossing is CO2-neutraal. • Geen verplichting voor inwoners tot keuze voor collectieve warmte oplossing. Ook worden zij nog niet verplicht tot een (gelijkwaardige) individuele warmte oplossing. Dit is in lijn met het bestaande kader en coalitieakkoord: Voor 2030 geen huizen verplicht van het aardgas. • Heldere kaders over eigendom én besturing van een collectieve warmte oplossing.

(Dit in het aankomende proces nader uit te werken). 26

• •

Kaders voor bijdrage gemeente aan collectieve warmte oplossing en aansluitkosten woningen (BAK) als ook voor bijdrage gemeente aan individuele warmte oplossingen. (Dit in het aankomende proces nader uit te werken). De impact van (collectieve) warmtesystemen op de ruimtelijke omgeving moet passen in de op te stellen omgevingsvisie.

27

Rapportage Haalbaarheidsstudie Rozendaal

Manon Schenkels, Alwin van der Ven & Rogier Berndsen Qirion EC | Duiven Status: Definitief Versie: 1.1 7-11-2023

1. Context Om in Rozendaal te kunnen kiezen voor een duurzaam warmte-alternatief, is het nodig om te bepalen waarop deze keuze gebaseerd wordt en wie de uiteindelijke keuze maakt. Een van de onderdelen hierbij is de afweging van de technische en financiële haalbaarheid van de mogelijke opties. Deze rapportage geeft inzicht in de haalbaarheid van drie gekozen warmte-alternatieven, voor de drie aangewezen startbuurten in de transitie visie warmte. Deze rapportage is tot stand gekomen in samenwerking met Spectrum, de gemeente, werkgroep Duurzaam Rozendaal en de Kernteamleden en is onderdeel van het opstellen van het Buurt Uitvoerings Plan Rozendaal. Voor vragen over de inhoud van deze rapportage kunt u terecht bij Manon Schenkels (manon.schenkels@qirion.nl) of Alwin van der Ven (alwin.van.der.ven@qirion.nl).

2

7-11-2023

2. Inhoudsopgave 1.

Context

2.

Inhoudsopgave

1.

Inleiding

3.

Scope

2.

Uitgangspunten

4.

Proces

3.

Investeringskosten

5.

Warmteopties Selecteren 1.

Geselecteerde Warmteopties

2.

Afgevallen Warmteopties

6.

7.

3

8.

Haalbaarheidsstudie: Hybride Warmtepomp

9.

Haalbaarheidsstudie: All-Electric

Haalbaarheidsstudie 1.

Inleiding

2.

Uitgangspunten warmteopties algemeen

Haalbaarheidsstudie: Collectieve Buurtwarmtepomp 1.

Inleiding

2.

Ruimtelijke inpassing

3.

Schetstracé

4.

Uitgangspunten

5.

Investeringskosten

6.

Samenvatting en Conclusie

10.

1.

Inleiding

2.

Ruimtelijke inpassing

3.

Invloed op het elektriciteitsnet

4.

Uitgangspunten

5.

Investeringskosten

Vergelijking 1.

Inleiding

2.

Investeringskosten en subsidies

3.

Uitgangspunten

4.

Total Cost of Ownership

5.

CO2-uitstoot

11.

Samenvatting/hoofdpunten

12.

Doorkijk

13.

Bijlagen 7-11-2023

3. Scope Drie gebieden Leermolensenk, Delhoevelaan en de Moestuin worden onderzocht omdat deze in de Transitievisie Warmte als geschikt voor collectieve warmte zijn geïdentificeerd. Alle drie de gebieden hebben voornamelijk woningen gebouwd rond 1960. In Leermolensenk en de Delhoevelaan staan grotendeels twee-onder-één-kap woningen en in de Moestuin is er mix van grotendeels twee-onder-één-kap en rijwoningen, en wat vrijstaande woningen. Wat opvalt is dat de drie buurten relatief hoog gasverbruik hebben, vergeleken met het gemiddelde in Nederland. Dit is deels te verklaren door de ouderdom van de woningen en lage energetische kwaliteit (zie ook de buurtpaspoorten in de bijlagen). 4

7-11-2023

4. Proces Met de werkgroep Duurzaam Rozendaal, bestaande uit bewoners, zijn vooraf een aantal processtappen bepaald: 1. Warmteopties selecteren om te onderzoeken​ (afgerond) 2. Onderzoek naar technische, financiële en maatschappelijke haalbaarheid (afgerond in dit rapport) 3. Afweging warmtealternatieven op kosten en kwalitatieve waardes (vervolgstap) Ten behoeve van de selectie en de haalbaarheidsstudie zijn er tussentijdse bijeenkomsten geweest. Een kort overzicht daarvan: • De eerste bijeenkomsten met de bewoners en alle stakeholders vonden plaats op 4, 5 en 12 oktober voor respectievelijk de buurten Leermolensenk, De Moestuin en Delhoevelaan. Hierna is het traject richting een buurtuitvoeringsplan Rozendaal per startbuurt afgetrapt. • In de tussentijd zijn er 4 bijeenkomsten geweest met het kernteam, om resultaten te delen en aannames voor de berekeningen af te stemmen. • Op 22 mei 2023 zijn de laatste resultaten van deze haalbaarheidsstudie gepresenteerd en besproken met het kernteam.

5

7-11-2023

5. Warmteopties Selecteren 5.1. Geselecteerde warmteopties Op basis van de Transitievisie Warmte Rozendaal en de gesprekken met de werkgroepen zijn er alternatieven voor de huidige warmtevoorziening geselecteerd om de haalbaarheid te toetsen.

Hierbij is als uitgangspunt gehanteerd dat het alternatief voor gasketels 2030 gerealiseerd kan worden en de mate van technische en financiële haalbaarheid.

6

Warmteoptie

Onderbouwing

Collectieve Buurt Warmtepomp

De collectieve aard van deze warmteoptie biedt kans voor sturing vanuit de gemeente, socialisering van de kosten voor de bewoners, het collectief organiseren van de warmtelevering houdt het eigenaarschap lokaal en zorgt voor eigen regie. In de Transitievisie Warmte zijn 3 gebieden als meest kansrijk voor een warmtenet in Rozendaal geïdentificeerd. Door gebrek aan andere lokale warmtebronnen is hier een Buurt Warmtepomp als optie gekozen (gelijk aan het Modulaire Energie Systeem toegepast in Didam).

Hybride Warmtepomp

Elke bewoner kan voor zichzelf bepalen hoe en wanneer de overstap te maken is. Dit is een optie die op korte termijn toegepast kan worden zonder dat veel aanpassing aan de woning nodig is. Deze optie is geen volledig alternatief voor de gasketel, maar een tussentijdse verduurzamingsmaatregel die het gasverbruik reduceert.

All-Electric – Lucht waterwarmtepomp

Een lucht-water warmtepomp gecombineerd met de vereiste isolatiemaatregelen is een volledig aardgas vrije optie. Elke bewoner kan voor zichzelf bepalen hoe en wanneer de overstap te maken. Dit is een optie die op een redelijk korte termijn toegepast kan worden.

7-11-2023

5. Warmteopties Selecteren 5.2. Afgevallen warmteopties Op basis van de Transitievisie Warmte Rozendaal en de gesprekken met de werkgroepen zijn er alternatieven voor de huidige warmtevoorziening besproken die niet verder onderzocht zijn. Afgevallen warmteoptie

Onderbouwing

Geothermie met warmtenet

Geen kansen geïdentificeerd voor een geothermiebron in Rozendaal

Restwarmte met warmtenet

Geen restwarmte beschikbaar in Rozendaal

Laag temperatuur warmtenet

Er zijn geen lage temperatuurbronnen aanwezig, zoals oppervlaktewateren, waardoor een ondergronds warmte- en koude opslag systeem (WKO) nodig is. Vanuit hier wordt het laag temperatuur water via een warmtenet getransporteerd naar de woningen. Daarnaast is er bij woningen na-verwarming nodig om warm tapwater beschikbaar te hebben en afhankelijk van de temperatuur in het net zijn ook individuele boosterwarmtepompen nodig voor ruimteverwarming. Bestaande bouw heeft een grotere warmte- dan koudevraag waardoor de WKO energetisch uit balans raakt (de temperatuur van de bron daalt doordat er teveel warmte wordt onttrokken). Om de WKO in balans te brengen zal er een installatie moeten komen die warmte produceert en in de bron stopt, dit leidt tot hogere investerings- en operationele kosten. Door deze hoge kosten en het feit dat de inkomsten laag zullen zijn voor een warmtebedrijf (tariefstructuren wijken af bij lagere temperaturen) is financiële haalbaarheid zeer onwaarschijnlijk. Dit soort oplossingen zijn financieel eerder haalbaar voor nieuwbouwwijken, waar een betere balans tussen koude en warmtevraag is, met een sterke tot hoge dichtheid dan bestaande wijken met een matige tot sterke dichtheid.

Water-water warmtepompen

Hogere investeringskosten dan een lucht-water warmtepomp bij een gelijke sCOP ( gemiddeld opwekkingsrendement over de seizoenen).

PVT

Zonnepanelen met thermische elementen lenen zich goed om in de zomermaanden warm tapwater te produceren. Op zichzelf is PVT, als volledig alternatief voor aardgas, niet interessant. De warmte is niet jaarrond beschikbaar waardoor er altijd een andere warmtebron benodigd om een woning volledig te voorzien van warmte (bijv. een ketel of een warmtepomp), wat de investeringskosten verhoogt. Een andere optie is om over seizoenen heen warmte te bufferen. Dit vereist echter een groot oppervlakte en buffering op grote schaal en neemt extra ruimte in beslag. Tevens zijn de investeringskosten zijn hoger dan een systeem met enkel een warmtepomp waardoor het onwaarschijnlijk is dat dit financieel aantrekkelijker is dan individuele warmtepompen.

7 Waterstof

Is voor 2030 hoogstwaarschijnlijk niet beschikbaar voor woningen als alternatief voor aardgas

7-11-2023

6. Haalbaarheidsstudie 6.1. Inleiding Door Qirion EC is onderzoek gedaan naar de technische en financiële haalbaarheid van de geselecteerde warmteopties per buurt.

Per warmteoptie is gekeken naar: • Criteria voor technische haalbaarheid waaronder geluid en ruimtegebruik • Benodigde aanpassingen aan de woning • Investeringskosten • Gebruikskosten • Business Case met uitkomsten de Total Cost of Ownership (TCO) • CO₂-reductie Parallel aan deze opdracht worden ook kwalitatieve aspecten van de warmteopties nader beoordeeld. Dat gebeurt onder begeleiding van Spectrum en Werkgroep Duurzaam Rozendaal, in samenwerking met de Gemeente en de Kernteamleden. De Werkgroep Duurzaam Rozendaal heeft hiervoor een specifieke toetsingsmethodiek ontwikkeld.

8

7-11-2023

6. Haalbaarheidsstudie 6.2. Uitgangspunten warmteopties algemeen Uitgangspunten warmteopties getoetst met de werkgroepen 1. Collectieve Buurt Warmtepomp • • •

2.

Hybride warmtepomp •

3.

Uitgangspunt warmtevraag neemt af met 20% t.o.v. CBS data 2020

All-Electric (lucht-water warmtepomp) • • •

9

Met een Midden Temperatuur (MT) net (70-40oC), zoals het Modulaire Energie Systeem (MES) in Didam 70% van de woningen worden aangesloten op het warmtenet Uitgangspunt warmtevraag neemt af met 20% t.o.v. CBS data 2020

Woningen dienen te voldoen aan een bepaalde isolatiegraad, deze wordt gebaseerd op streefwaardes én is aangepast na bevindingen opgehaald uit de werkgroep De warmtevraag is gebaseerd op de streefwaardes in de situatie na de benodigde verduurzamingsmaatregelen Resultaten worden opgesplitst, namelijk: a) Voor woningen die nog alle verduurzamingsmaatregelen moeten treffen b) Voor woningen die alle verduurzamingsmaatregelen al hebben getroffen en daarmee klaar zijn voor All-Electric oplossingen 7-11-2023

6. Haalbaarheidsstudie 6.2. Uitgangspunten warmteopties algemeen • •

10

De collectieve buurtwarmtepomp en de individuele hybride warmtepomp kunnen zonder veel aanpassingen als alternatief toegepast worden in de huidige woningen All-Electric vereist echter een hoge isolatiegraad, mechanische ventilatie en mogelijk aanpassing van het afgiftesysteem naar convectoren of vloerverwarming

7-11-2023

7. Haalbaarheidsstudie Collectieve Buurt Warmtepomp 7.1. Inleiding In een collectief energiesysteem is een centrale bron aanwezig, waarbij warmte via een warmtenet gedistribueerd wordt naar de individuele woningen waar een warmte afleverset de cv-ketel vervangt. Mogelijk dienen er leidingen aan- of omgelegd te worden om de afleverset te plaatsen in de woning. De warmtebron wordt gevormd door een buurt warmtepomp op basis van lucht (en een gasketel als piek en back-up voorziening). Met een temperatuur van 70oC kunnen bestaande woningen comfortabel verwarmd worden en warm water gebruiken. De buurt warmtepomp is modulair op te bouwen, waarbij toekomstige ontwikkelingen zoals op het gebied van waterstof en opslag ingepast kunnen worden.

Een warmtebedrijf is nodig voor de realisatie en de exploitatie van het warmtenet en de warmtebron. Dit is op meerdere manieren te organiseren: • De gemeente trekt een marktpartij aan die voldoet aan de voorwaarden en zelfstandig een net in eigenaarschap en beheer heeft • De gemeente (met bewoners) richt een warmtebedrijf op dat eigenaarschap van het net heeft en marktpartijen worden aangetrokken om diensten te leveren 11

7-11-2023

7. Haalbaarheidsstudie Collectieve Buurt Warmtepomp 7.2. Ruimtelijke Inpassing • • •

Een warmtepomp zoals in Didam (MES) dient 30 meter van woningen geplaatst te worden Er is ruimte aan de randen van de buurten voor een buurtwarmtepomp die buiten de geluidsgrenzen vallen De afmetingen van het MES zijn 9x3 meter en 5 meter rondom dient boomvrij te zijn

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=8b5db63a-376d-4adb-b6dd-d05f58e935bb