CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 Reactienota zienswijzen omgevingsvisie Rozendaal

1.3 Commissievergadering 24 februari 2026, gemeente RozendaalBij agendapunt: Omgevingsvisie8.184 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactienota zienswijzen ontwerp Omgevingsvisie Rozendaal Februari 2026 De Ontwerp Omgevingsvisie Rozendaal lag ter inzage van 29 december 2025 tot 9 februari 2026. Dit document geeft een samenvatting van de zienswijzen die zijn ingebracht ten aanzien van deze ontwerp omgevingsvisie. Daarnaast is de reactie van de gemeente opgenomen op de ingebrachte punten en de wijze van verwerking in de omgevingsvisie. Zienswijzen die kunnen leiden tot een aanpassing in de Omgevingsvisie, zijn in groen gemarkeerd. Ziens wijze

1

Samenvatting zienswijze

Beantwoording zienswijze

Indiener 1 A. B.

Indiener spreekt de waardering uit voor de Ontwerp Omgevingsvisie en herkent zich in de beschreven identiteit, de omgevingsschets en het toekomstverhaal. Indiener geeft aan dat ongeveer een kwart van de inwoners van Rozendaal ouder is dan 65 jaar, zo ook indiener zelf. Indiener beschrijft dat de Rozendaalse ouderen zo lang mogelijk thuis willen blijven wonen, maar een ‘verhuistrein’ geen optie is omdat er onvoldoende aantrekkelijke levensloopbestendige koopwoningen zijn. Indiener roept daarom op om in het op te stellen Volkshuisvestingsprogramma de ontwikkeling van grondgebonden seniorenwoningen te stimuleren en faciliteren. De indiener pleit daarbij voor een woon-zorgprogramma voor ouderen, die in de eigen wijk wonen met thuiszorg en buurtcontacten en een woon-zorg cluster in samenhang met de nieuwbouw van De Biesdel gericht op

A.

De gemeente is verheugd te vernemen dat indiener zich herkent in de genoemde zaken.

B.

De gemeente herkent het geschetste beeld met betrekking tot (grondgebonden) levensloopbestendige koopwoningen. Dit aandachtspunt zal zeker worden meegewogen in de uitwerking van het Volkshuisvestingsprogramma.

1 van 24

geclusterd wonen nabij een verpleeghuis. C.

Ziens wijze

2

De indiener pleit daarnaast voor een integraal omgevingsplan voor de Kleiberg en de Pinkenberg waar plaats is voor natuur, sport, recreatie, waterwinning en wonen met behoud van de landschappelijke en cultuurhistorische elementen van dit deel van de Veluwezoom.

C.

Met de Omgevingsvisie als vertrekpunt zal in de toekomst een Omgevingsplan worden uitgewerkt voor het gehele grondgebied van de gemeente. Het gebied rondom de Kleiberg en de Pinkenberg maakt hier dus vanzelfsprekend onderdeel van uit.

A.

De negen potentiële woningbouwlocaties zijn eerder verkend op haalbaarheid op basis van netcongestie, stikstof, planologische haalbaarheid en betaalbaarheid en levensloopbestendigheid. Dit wordt gebruikt als input voor het nog op te stellen Volkshuisvestingsprogramma. In dit kader zal meer duidelijkheid ontstaan over de specifieke locaties en hoe kansrijk deze zijn voor nader onderzoek.

Samenvatting zienswijze

Indiener 2 A.

De indiener geeft aan in de omgevingsvisie te lezen over 9 potentiële woningbouwlocaties die wellicht in aanmerking komen voor toekomstige woningbouw. Indiener geeft aan het overzicht van deze locaties niet te kunnen vinden en wil graag weten of het grasveld met speeltuin gelegen aan het Valkenierspad hier onderdeel van uitmaakt en zo ja, of hier een schets van beschikbaar is.

2 van 24

Ziens wijze

3

Samenvatting zienswijze

Indiener 3 A.

Ziens wijze

4

De indiener maakt bezwaar tegen de potentiële woningbouwlocatie ‘speeltuin’ gelegen aan het Valkenierspad. Als redenen worden hiervoor gegeven het verlies aan uitzicht, privacy en hoogstwaarschijnlijk de daling van de marktwaarde van de woning van de indiener. Daarnaast noemt indiener potentiële geluidsoverlast van nieuwe bewoners (jongeren) en de beperkte bereikbaarheid van het perceel als redenen waarom dit perceel ongeschikt zou zijn.

A.

Er worden in het kader van de Omgevingsvisie geen besluit genomen met betrekking tot potentiële woningbouwlocaties, noch is in het kader van de Omgevingsvisie bepaald welke locaties dit zijn. De gemeente neemt kennis van de redenen van indiener waarom hij/zij eventuele woningbouw op de locatie ‘speeltuin’ aan het Valkenierspad onwenselijk acht.

A.

De gemeente is verheugd te vernemen dat indiener zich hierin herkent. De Omgevingswet stelt de ambities voor onze gemeente

Samenvatting zienswijze

Indiener 4 A. B.

De indiener onderstreept dat er in de Ontwerp Omgevingsvisie terecht aandacht is voor de ‘beleving van ons waardevolle dorpsgezicht’. De indiener geeft aan dat hierbij wordt verwezen naar de aangesloten

B.

3 van 24

C.

groene structuur met houtwallen en open plekken, het historische bomenbestand, cultuurhistorische monumenten en erfgoed en de cultuurhistorische waarden van het beekdal. Het wordt de indiener hierbij niet duidelijk hoe de ambities omtrent deze thema’s gerealiseerd zullen worden en hoe de bestaande kwaliteiten worden geborgd. Indiener vraagt zich hierbij af wat de toetsingscriteria worden voor omgevingsplannen in de dorpskom. De indiener roept op om tot een uitvoeringsplan te komen waarbij toekomstige inbreidingsplannen worden getoetst aan het behoud of hun invloed op de bestaande kwaliteiten. Indiener stelt hierbij een ‘integraal erfgoedplan voor de dorpskom’ als uitwerking van de doelstellingen onder ‘recreatie en beleving van ons waardevolle dorpsgezicht’. Dit erfgoedplan zou volgens de hedendaagse systematiek van erfgoedbeheer moeten worden opgesteld, waarbij erfgoed wordt gezien als een ensemble in plaats van losse elementen van bijvoorbeeld lanen en monumenten. Hierbij zou de samenwerking kunnen worden gezocht met GLK, Gelders Genootschap, Oudheidkundige Kring Rheden-Rozendaal, Bekenstichting n Stichting behoud karakter de Leermolensenk.

vast richting 2050. Hoe hier concreet uitvoering aan gegeven wordt, wordt uitgewerkt in onderliggende (omgevings)programma’s. In dit geval bijvoorbeeld in het ‘Programma Beheer Openbare Ruimte Groen’ zoals opgenomen in het kader op pagina 33 van de Ontwerp Omgevingsvisie. C.

In het Omgevingsplan zullen regels worden opgenomen waaraan toekomstige plannen worden getoetst. De visie in de Omgevingsvisie vormt hiervoor de basis, maar moet in het Omgevingsplan nog nader worden uitgewerkt naar concrete regels, ook met betrekking op het behoud van bestaande kwaliteiten. Hierbij vormt bijvoorbeeld ook de Nota Ruimtelijke Kwaliteit belangrijke input. De gemeente neemt kennis van de suggestie van indiener om in dit kader een ‘integraal erfgoedplan voor de dorpskom’ op te stellen, dat tevens zou kunnen dienen als input voor de regels in het Omgevingsplan.

4 van 24

Ziens wijze

5

Samenvatting zienswijze

Indiener 5 A. B.

C.

De indiener geeft aan dat de Ontwerp Omgevingsvisie een solide indruk maakt. De indiener vraagt bij de nadere uitwerking van de omgevingsvisie aandacht voor de zichtbaarheid van het beekdal tussen de vijver en de Ringallee. De beek wordt volgens indiener door hoge struiken en bomen onnodig aan het zicht onttrokken ter hoogte van de pluktuin, en verderop door hoge hagen van bewoners. Dit is volgens indiener in strijd met het Beeldkwaliteitsplan.

A.

De indiener vraagt aandacht voor het beperken van dichte verhardingen, met name asfalt. Met halfopen verhardingen kan hemelwater beter infiltreren, is er geen ongewenste chemische uitloging van asfalt. Daarnaast geeft indiener aan dat het er minder fraai uitziet. Indiener geeft aan blij te zijn dat onder andere in De Genestetlaan al asfalt is vervangen en te hopen dat zich dit naar de toekomst voortzet.

C.

B.

De gemeente is blij te vernemen dat de Ontwerp Omgevingsvisie een solide indruk maakt op indiener. De gemeente neemt de input met betrekking tot de zichtbaarheid van het beekdal in de nadere uitwerking van de omgevingsvisie mee. Het is daarbij niet duidelijk welk document indiener op doelt wanneer wordt gesproken over het Beeldkwaliteitsplan. Mogelijk doelt indiener op de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Dit document zal zeker worden meegenomen als input voor de uitwerking van de Omgevingsvisie naar het Omgevingsplan. Op pagina 22 van de Ontwerp Omgevingsvisie wordt beschreven dat we als gemeente “(...) meer maatregelen nemen om ons dorp klimaatadaptief in te richten (...)”. Het beperken van dichte verhardingen en het toepassen van halfopen verhardingen is hierbij een van de mogelijk kansrijke maatregelen.

5 van 24

Ziens wijze

6

Samenvatting zienswijze

Indiener 6 A.

De indiener geeft het eens te zijn de ambities en ziet hierin een belangrijke basis voor verdere concretisering. De indiener geeft aan dat de visie op de energietransitie te smal benoemd is. De afgelopen jaren hebben sessies met inwoners plaatsgevonden die hebben geleid tot meer helderheid over hun behoeften. Verduurzaming is hierbij wezenlijk, maar moet ook leiden tot comfortabel wonen.

A.

C.

De indiener geeft aan dat de visie op biodiversiteit meer uitwerking verdient, onder andere wat betreft de potentie van samenwerking tussen gemeente en inwoners.

C.

D.

De indiener geeft aan dat het afkoppelen van regenwater en grondwaterkwaliteit in de Ontwerp Omgevingsvisie nog onderbelicht blijven.

D.

B.

B.

De gemeente is verheugd te vernemen dat indiener het eens is met de ambities. Op pagina 21 van de Ontwerp Omgevingsvisie worden meerdere strategische keuzes besproken in het kader van duurzame energie. Hiervoor hebben de sessies met inwoners van de afgelopen jaren belangrijke input gevormd, maar er zal in het kader van het Programma Warmte ook nog nadere uitwerking plaatsvinden. Comfortabel blijven wonen zal hierbij vanzelfsprekend een belangrijk onderdeel zijn. We passen de volgende zin op pagina 22 van de Ontwerp Omgevingsvisie aan van “Dit betekent ook dat we kritisch kijken naar kapvergunningen in privétuinen en inwoners stimuleren hun tuinen groen te houden of waar mogelijk verder te vergroenen.” naar “Dit betekent ook dat we kritisch kijken naar kapvergunningen in privétuinen en inwoners stimuleren hun tuinen groen te houden of waar mogelijk verder te vergroenen en de biodiversiteit te vergroten.” We passen de volgende zin op pagina 22 van de Ontwerp Omgevingsvisie aan van “Dit betekent zowel het op strategische plekken realiseren van voldoende waterberging, maar ook ervoor te zorgen dat water goed kan worden

6 van 24

E.

De indiener stelt voor om op pagina 13 aan de passage over ecologische verbindingen de volgende zin toe te voegen: “De biodiversiteit is vergroot door maatregelen in het openbaar groen en in particuliere tuinen. De gemeente ondersteunt bewonersinitiatieven op dit terrein”.

E.

afgevoerd wanneer dit nodig is, bijvoorbeeld na hevige regenval.” naar “Dit betekent zowel het op strategische plekken realiseren van voldoende waterberging en afkoppeling van regenwater te stimuleren, maar ook ervoor te zorgen dat water goed kan worden afgevoerd wanneer dit nodig is, bijvoorbeeld na hevige regenval.” We voegen op pagina 13 van de Ontwerp Omgevingsvisie de volgende passage toe: “De biodiversiteit is vergroot door maatregelen in het openbaar groen en in particuliere tuinen.” Het ondersteunen van bewonersintitiatieven komt terug in de participatieverordening waar dit in breder verband overwogen wordt.

F.

De indiener geeft het aan merkwaardig te vinden dat de Leermolensenk als cultuurhistorische akker, begrensd door een eeuwenoude houtwal, niet wordt benoemd in de Ontwerp Omgevingsvisie.

F.

G.

De indiener pleit ervoor om op pagina 17 een passage te wijden aan de Leermolensenk. Indiener geeft aan dat diverse organisaties hier pleiten voor een biologische dorpsakker, inclusief een petitie ondertekend door 235 mensen en de partijen PAK en Rozendaal ‘74 die hierover vorig jaar huis-aan-huis pamfletten hebben verspreid. Deze biologische akker zou minimaal 1,5 tot 2 hectare nodig hebben voor bedrijfsmatige exploitatie, wat ook het blijvende open karakter van de akker zou waarborgen. De indiener roept op om in de bestemming van de Leermolensenk in het Omgevingsplan ‘agrarisch met waarden’ aan te scherpen tot ‘biologisch agrarisch met waarden’ . De indiener vraagt in het Omgevingsplan te specificeren dat op de Leermolensenk alleen biologische geboerd mag worden, het open karakter gerespecteerd wordt, dat opstal t.b.v. de agrarische

G.

H. I.

De omgevingsvisie heeft een bepaald abstractieniveau waardoor specifieke locaties niet altijd expliciet worden benoemd. Op diverse plekken in de omgevingsvisie worden het koesteren en versterken van het erfgoed en de waarde van groenstructuren/houtwallen beschreven. In de geest van deze zienswijze stellen we voor om op pagina 22 in de paragraaf: Klimaatadaptatie en het belang van groen, de volgende zin toe te voegen: Daar waar akkerbouw mogelijk is onderzoeken we of vastgelegd kan worden dat dit op biologische wijze dient te gebeuren.

H.

Zie indiener 6, antwoord G.

I.

Zie indiener 6, antwoord G.

7 van 24

J. K.

L.

bedrijfsvoering is toegestaan en dat dit mag worden gecombineerd met een ontmoetingsplek voor inwoners. De indiener geeft aan dat ‘meer ruimte voor aanpassing van de bestaande woningvoorraad’ zoals beschreven op pagina 18 van de Ontwerp Omgevingsvisie meer uitwerking behoeft. De indiener geeft aan dat bij het op pagina 19 beschreven ‘wij koesteren en versterken het erfgoed’ ook de Leermolensenk hoort, een restant van een veel grotere enk uit de hoogtijdagen van het kasteeldorp. De indiener vraagt de zin op pagina 21 van de Ontwerp Omgevingsvisie “We maken ons sterk voor een schone lucht, gaan buurt voor buurt…” te wijzigen in: “We maken ons sterk voor schone lucht, een gezonde gifvrije bodem, grotere biodiversiteit en zuiver water. We gaan buurt voor buurt…”.

M. De indiener vraagt op pagina 21 van de Ontwerp Omgevingsvisie de volgende tekst toe te voegen: “Hierbij is het zaak breder te kijken dan enkel naar een lijstje met energiebesparende maatregelen. Uiteindelijk gaat het de inwoners, die de investering grotendeels opbrengen, om een toekomstbestendige comfortabele woning. Een woning met een gezond binnenmilieu (ventilatie), geen oververhitting in de zomer en vrij van geluidhinder door installaties. Qua regulering van de energievraag is meer voorlichting nodig over het op de juiste momenten gebruiken van energie en wanneer er een overschot is welke mogelijkheden er dan zijn om hiermee om te gaan. Een lokale energiehub kan een mogelijkheid zijn in samenwerking met bijv. de Zonneroos.” N. De indiener vraagt zich af wat de gemeente in het kader van de op pagina 21 beschreven ‘verbeteren van de luchtkwaliteit’ van plan is te gaan doen, naast het beperken van houtstook, aan de overlast van de A12.

J.

Deze nadere uitwerking zal plaatsvinden in het nader op te stellen Volkshuisvestingsprogramma.

K.

Het koesteren en versterken van het erfgoed heeft betrekking op diverse locaties en structuren in de gemeente. Waar specifieke plekken worden genoemd dient dit gezien te worden als voorbeeld, en niet als een uitputtende lijst. L. We passen op pagina 21 de zin “We maken ons sterk voor een schone lucht, we gaan buurt voor buurt…” aan naar “We maken ons sterk voor een schone lucht, een goede bodemkwaliteit, grotere biodiversiteit en schoon water. We gaan buurt voor buurt…” M. Op pagina 21 van de Ontwerp Omgevingsvisie worden meerdere strategische keuzes besproken in het kader van duurzame energie. De genoemde maatregelen overstijgen het detailniveau van de Omgevingsvisie, maar zullen onder andere in Programma Warmte nader worden uitgewerkt.

N.

Eventuele toekomstige maatregelen met betrekking tot houtstook vallen direct onder de bevoegdheid van de gemeente, hiervoor kan de gemeente eventueel regels en adviezen opnemen in het Omgevingsplan. De A12 daarentegen is een rijksweg. Besluiten over zaken als maximumsnelheid, geluidsschermen of het type asfalt

8 van 24

O.

P.

De indiener mist in de Ontwerp Omgevingsvisie de aandacht voor het afkoppelen van hemelwater van het riool en waterzuinig bouwen. De indiener stelt voor de volgende tekst toe te voegen ““De gemeente stimuleert het afkoppelen van hemelwater, door dit op te vangen en gebruiken voor secundaire toepassingen, het laten infiltreren in de bodem waar dit mogelijk is en daardoor bij te dragen aan verminderen van overbelasting van het riool, verbeteren van de grondwaterspiegel en beperken van drinkwaterverbruik. Het gebruik van hemelwater voor bijv. het sproeien van de tuin komt de biodiversiteit in droge perioden ook ten goede, wat weer aansluit aan de ‘groene achtertuin’. Bij het afkoppelen van straatkolken van het vuilwaterriool dienen maatregelen genomen te worden om verontreiniging van het grondwater te voorkomen.” Indiener stelt voor de volgende tekst op pagina 22 “Verdwijnend groen compenseren wij - kwantitatief en kwalitatief - zoveel mogelijk op dezelfde plaats en met aandacht voor soortenkeuze: bijvoorbeeld in het kader van droogtebestendigheid en het natuurbrandrisico.” te vervangen voor de tekst “Verdwijnend groen compenseren wij – kwalitatief en kwantitatief – waar mogelijk op dezelfde plaats en met aandacht voor soortenkeuze.

We kiezen in principe voor biologisch geteelde inheemse (waard)planten waar veel andere organismen baat bij hebben voor het vergroten van de biodiversiteit van zowel flora als fauna. Daarnaast houden we rekening met andere factoren zoals droogtebestendigheid en het natuurbrandrisico.”

O.

P.

liggen niet bij de gemeente, maar bij Rijkswaterstaat. De gemeente heeft geen directe beslissingsbevoegdheid. Wel blijven wij hierover continu in gesprek met onze partners, zoals Rijkswaterstaat en de provincie, om de belangen en de gezondheid van de inwoners van Rozendaal onder de aandacht te brengen en aan te dringen op verbeteringen. Om die reden staat houtstook wel expliciet beschreven in de Ontwerp Omgevingsvisie, en de overlast van de A12 niet. Dit punt is reeds ondervangen met de aanpassing aan de Omgevingsvisie zoals beschreven onder Indiener 6, antwoord D.

We passen de volgende tekst “Verdwijnend groen compenseren wij - kwantitatief en kwalitatief - zoveel mogelijk op dezelfde plaats en met aandacht voor soortenkeuze: bijvoorbeeld in het kader van droogtebestendigheid en het natuurbrandrisico.” aan naar “Verdwijnend groen compenseren wij - kwantitatief en kwalitatief - zoveel mogelijk op dezelfde plaats en met aandacht voor soortenkeuze: bijvoorbeeld in het kader van droogtebestendigheid, biodiversiteit en het natuurbrandrisico.” Het kiezen voor biologisch geteelde inheemse

9 van 24

Q.

Ziens wijze

7

De indiener stelt voor de volgende tekst op pagina 22 “Dit betekent ook dat we kritisch kijken naar kapvergunningen in privétuinen en inwoners stimuleren hun tuinen groen te houden of waar mogelijk verder te vergroenen.” te vervangen voor de tekst “Dit betekent ook dat we kritisch kijken naar kapvergunningen in privétuinen. We stimuleren inwoners hun tuinen volgens het hiervoor genoemde principe (biologische inheemse (waard)planten) groen te houden en te vergroenen.”

Q.

(waard)planten is een goede keuze voor de biodiversiteit, maar overstijgt het detailniveau van de Omgevingsvisie. We passen de volgende tekst “Dit betekent ook dat we kritisch kijken naar kapvergunningen in privétuinen en inwoners stimuleren hun tuinen groen te houden of waar mogelijk verder te vergroenen.” aan naar “Dit betekent ook dat we kritisch kijken naar kapvergunningen in privétuinen en inwoners stimuleren hun tuinen groen te houden of waar mogelijk verder te vergroenen en/of de biodiversiteit te vergroten.”

Samenvatting zienswijze

Indiener 7* * De zienswijze van indiener 7 is - voor een deel - woordelijk nagenoeg exact dezelfde zienswijze als die van indiener 6. Om die reden wordt op diverse punten verwezen naar de antwoorden op zienswijze 6. A. B.

C.

De indiener geeft het eens te zijn de ambities en ziet hierin een belangrijke basis voor verdere concretisering. De indiener geeft aan dat de visie op de energietransitie te smal benoemd is. De afgelopen jaren hebben sessies met inwoners plaats gevonden die hebben geleid tot meer helderheid over hun behoeften. Verduurzaming is hierbij wezenlijk, maar moet ook leiden tot comfortabel wonen. De indiener geeft aan dat de visie op biodiversiteit meer uitwerking

Het kiezen voor biologisch geteelde inheemse (waard)planten is een goede keuze voor de biodiversiteit, maar overstijgt het detailniveau van de Omgevingsvisie.

A.

Zie indiener 6, antwoord A.

B.

Zie indiener 6, antwoord B.

C.

Zie indiener 6, antwoord C.

10 van 24

D. E.

verdient, onder andere wat betreft de potentie van samenwerking tussen gemeente en inwoners. De indiener geeft aan dat het afkoppelen van regenwater en grondwaterkwaliteit in de Ontwerp Omgevingsvisie nog onderbelicht blijven. De indiener geeft aan te betreuren dat de Werkgroep Duurzaam Rozendaal niet als ketenpartner is beschouwd in de totstandkoming van de Ontwerp Omgevingsvisie.

D.

Zie indiener 6, antwoord D.

E.

F.

De indiener geeft aan Staatsbosbeheer en Geldersch Landschap en Kasteelen te missen als ketenpartners in de totstandkoming van de Ontwerp Omgevingsvisie.

F.

G.

De indiener stelt voor om op pagina 13 aan de passage over ecologische verbindingen de volgende zin toe te voegen: “De biodiversiteit is vergroot door maatregelen in het openbaar groen en in particuliere tuinen. De gemeente ondersteunt bewonersinitiatieven op dit terrein”. De indiener geeft het aan merkwaardig te vinden dat de Leermolensenk als cultuurhistorische akker, begrensd door een eeuwenoude houtwal, niet wordt benoemd in de Ontwerp Omgevingsvisie. De indiener pleit ervoor om op pagina 17 een passage te wijden aan de Leermolensenk. Indiener geeft aan dat diverse organisaties hier pleiten voor een biologische dorpsakker, inclusief een petitie ondertekend door

G.

In de totstandkoming van de omgevingsvisie zijn alle inwoners van Rozendaal tijdens de Dag van Rozendaal uitgenodigd om mee te denken over de inhoud van de Ontwerp Omgevingsvisie, zo ook de leden van de Werkgroep Duurzaam Rozendaal. Met hen is hetzelfde materiaal besproken als met de ketenpartners; de gesprekken met hen vonden dezelfde dag (overdag) plaats als met inwoners (‘s avonds). Op pagina 5 van de Ontwerp Omgevingsvisie staat het volgende beschreven: “De ketenpartners zijn - naast ambtenaren van de gemeente Rozendaal - buurgemeente Rheden, de provincie Gelderland, waterschap Rijn en IJssel, Geldersch Landschap en Kasteelen, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden, Vitens, Vivare en de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen.” De genoemde partijen waren dus onder de genodigde ketenpartners. Zie indiener 6, antwoord E.

H.

Zie indiener 6, antwoord F.

I.

Zie indiener 6, antwoord G.

H. I.

11 van 24

J.

K.

235 mensen en de partijen PAK en Rozendaal ‘74 die hierover vorig jaar huis-aan-huis pamfletten hebben verspreid. Deze biologische akker zou minimaal 1,5 tot 2 hectare nodig hebben voor bedrijfsmatige exploitatie, wat ook het blijvende open karakter van de akker zou waarborgen. De indiener roept op om in de bestemming van de Leermolensenk in het Omgevingsplan ‘agrarisch met waarden’ aan te scherpen tot ‘biologisch agrarisch met waarden’ .

De indiener vraagt in het Omgevingsplan te specificeren dat op de Leermolensenk alleen biologische geboerd mag worden, het open karakter gerespecteerd wordt, dat opstal t.b.v. de agrarische bedrijfsvoering is toegestaan en dat dit mag worden gecombineerd met een ontmoetingsplek voor inwoners. L. De indiener geeft aan dat ‘meer ruimte voor aanpassing van de bestaande woningvoorraad’ zoals beschreven op pagina 18 van de Ontwerp Omgevingsvisie meer uitwerking behoeft. M. De indiener geeft aan dat bij het op pagina 19 beschreven ‘wij koesteren en versterken het erfgoed’ ook de Leermolensenk hoort, een restant van een veel grotere enk uit de hoogtijdagen van het kasteeldorp. N. De indiener vraagt de zin op pagina 21 van de Ontwerp Omgevingsvisie “We maken ons sterk voor een schone lucht, gaan buurt voor buurt…” te wijzigen in: “We maken ons sterk voor schone lucht, een gezonde gifvrije bodem, grotere biodiversiteit en zuiver water. We gaan buurt voor buurt…”. O. De indiener vraagt op pagina 21 van de Ontwerp Omgevingsvisie de volgende tekst toe te voegen: “Hierbij is het zaak breder te kijken dan enkel naar een lijstje met energiebesparende maatregelen. Uiteindelijk gaat het de inwoners, die de investering grotendeels opbrengen, om een toekomstbestendige comfortabele woning.

Een woning met een gezond binnenmilieu (ventilatie), geen oververhitting in de zomer en vrij van geluidhinder door installaties. Qua regulering van de energievraag is meer voorlichting nodig over het op de juiste momenten gebruiken van energie en wanneer er een overschot is welke mogelijkheden er dan zijn om hiermee

J.

Zie indiener 6, antwoord H.

K.

Zie indiener 6, antwoord I.

L.

Zie indiener 6, antwoord J.

M. Zie indiener 6, antwoord K. N.

Zie indiener 6, antwoord L.

O.

Zie indiener 6, antwoord M.

12 van 24

P. Q.

R.

S.

om te gaan. Een lokale energiehub kan een mogelijkheid zijn in samenwerking met bijv. de Zonneroos.” De indiener vraagt zich af wat de gemeente in het kader van de op pagina 21 beschreven ‘verbeteren van de luchtkwaliteit’ van plan is te gaan doen, naast het beperken van houtstook, aan de overlast van de A12. De indiener vraagt op pagina 22 onder “Klimaatadaptatie en het belang van groen” een aanpassing door te voeren door te beschrijven dat Rozendaal nastreeft een gifvrije gemeente te zijn en enkel in uiterste gevallen keuze maakt voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast roept de indiener de gemeente op gifvrij handelen bij burgers te benadrukken. De indiener mist in de Ontwerp Omgevingsvisie de aandacht voor het afkoppelen van hemelwater van het riool en waterzuinig bouwen. De indiener stelt voor de volgende tekst toe te voegen ““De gemeente stimuleert het afkoppelen van hemelwater, door dit op te vangen en gebruiken voor secundaire toepassingen, het laten infiltreren in de bodem waar dit mogelijk is en daardoor bij te dragen aan verminderen van overbelasting van het riool, verbeteren van de grondwaterspiegel en beperken van drinkwaterverbruik. Het gebruik van hemelwater voor bijv. het sproeien van de tuin komt de biodiversiteit in droge perioden ook ten goede, wat weer aansluit aan de ‘groene achtertuin’.

Bij het afkoppelen van straatkolken van het vuilwaterriool dienen maatregelen genomen te worden om verontreiniging van het grondwater te voorkomen.” De indiener geeft aan dat het in de omgevingsvisie beschreven dat “Het DNA en de identiteit van Rozendaal het fundament vormt waarop we onze ambities voor de toekomst vormgeven” een volwaardig en visievol benoemen van het erfgoed impliceert. Indiener is van mening dat het enkel het beekdal benoemen als cultuurhistorisch erfgoed onrecht doet aan de realiteit en wat is vastgelegd in het bestemmingsplan. Indiener geeft aan dat het samenstel van beekdal, beschermd dorpsgezicht, lanen, kasteel, Leermolensenk en de houtwallen in hun cultureel-historisch verband op beeldende wijze de rijkdom en het DNA van ons dorp weergeeft.

P.

Zie indiener 6, antwoord N.

Q.

Zie indiener 6, antwoord L. In dit kader is het sterk maken voor een gezonde bodem toegevoegd aan de tekst van de Omgevingsvisie. Zoveel mogelijk gifvrij werken is hier een belangrijk onderdeel van.

R.

Zie indiener 6, antwoord O.

S.

Het koesteren en versterken van het erfgoed heeft betrekking op diverse locaties en structuren in de gemeente. Waar specifieke plekken worden genoemd dient dit gezien te worden als voorbeeld, en niet als een uitputtende lijst.

13 van 24

T.

Indiener vraagt om het kader op pagina 10 van de Ontwerp Omgevingsvisie in de ondertitel onder “DNA en identiteit” naast “belangrijkste kwaliteiten" en "doelstellingen" toe te voegen. De zinsnede “...urgentie om dit karakter te beschermen en te verbeteren” geeft volgens indiener al een doelstelling aan die indiener graag aan het begin van dit aandachtspunt beschreven zou zien.

T.

U.

De indiener vraagt op pagina 12 van de Ontwerp Omgevingsvisie de volgende tekst toe te voegen: “Binnen de bebouwde kom is de cultuurhistorische waarde ervaarbaar in het kasteel met zijn tuinen en bossen, de eeuwenoude lanen met bebouwing zoals de Kerklaan en Rosendaalselaan. Alsmede het beekdal waar de vijvers herinneren aan de watermolens. Een zandweg (nu De Genestetlaan) leidde meer dan 700 jaar geleden al naar de Leermolensenk die wordt begrensd door één van de historische houtwallen. De enk en de houtwallen zijn beschermd erfgoed.”

U.

V.

De indiener vraagt om op pagina 21 de volgende zin “We trekken de geschiedenis van ons waardevolle beekdal meer het dorp in en dragen het verhaal hierover met trots uit.” te vervangen door de zin “We versterken de beleving van de cultuurhistorische kwaliteit in het dorp, door deze ervaarbaar te maken en aandacht te geven. Het bijzondere verleden van Rozendaal weerspiegelt zich in de samenhang tussen het cultuurhistorische erfgoed, het vertelt een boeiend verhaal. Ook zijn er lijnen te

V.

Het overzicht op pagina 13 is bedoeld om de belangrijkste kwaliteiten op te sommen. Het beschermen en versterken van deze kwaliteiten vormt het fundament van de Omgevingsvisie en is vervolgens vervlochten in de doelstellingen en strategische keuzes die in de rest van de Omgevingsvisie volgen. Het klopt dat de zinsnede “...urgentie om dit karakter te beschermen en te verbeteren” meer als een doelstelling is geformuleerd. Hoewel dit inhoudelijk ook klopt en op diverse plekken in het stuk voorkomt, werkt deze formulering op deze plek in de Omgevingsvisie verwarrend. We passen het daarom aan naar “waar men de urgentie om dit karakter te beschermen en te verbeteren voelt”. We voegen de volgende tekst toe op pagina 12 van de Ontwerp Omgevingsvisie: “Binnen de bebouwde kom is de cultuurhistorische waarde ervaarbaar in het kasteel met zijn tuinen en bossen, de eeuwenoude lanen met bebouwing zoals de Kerklaan en Rosendaalselaan. Alsmede het beekdal waar de vijvers herinneren aan de watermolens. Een zandweg (nu De Genestetlaan) leidde meer dan 700 jaar geleden al naar de Leermolensenk die wordt begrensd door één van de historische houtwallen.” De laatste zin uit het tekstvoorstel van indiener nemen wij niet over dit een incompleet beeld schetst van de plekken in het tekstvoorstel waarvoor een beschermingsstatus geldt.

Op deze plek in de Ontwerp Omgevingsvisie wordt het beekdal aangehaald vanwege de relatie tussen klimaatrobuustheid (groen en water) en cultuurhistorie. Het tekstvoorstel weerspiegelt deze relatie niet.

14 van 24

trekken vanuit onze historie naar de visie op de toekomst. Het is waardevol deze te ontdekken en te benoemen.“ W. Indiener geeft aan op pagina 22 onder het kopje “Recreatie en beleving van ons waardevolle dorpsgezicht” de beperkte focus op het beekdal en enkele monumentale panden de veel grotere rijkdom aan samenhangend erfgoed miskent. Indiener stelt voor de zinsnede “...in het bijzonder langs de Rozendaalse Beek en het beekdal en bij beeldbepalende panden zoals de Torckschool, het gemeentehuis en de kerk.” te schrappen. X. De indiener stelt voor om ten behoeve van de beschreven “betere informatievoorziening” samen met GLK een flyer en/of brochure te ontwikkelen. Y. De indiener stelt voor om de zin op pagina 22 van de Ontwerp Omgevingsvisie “In het verlengde hiervan behouden en beschermen we de cultuurhistorische waarden van het beekdal.” te vervangen voor: “In het verlengde hiervan behouden en beschermen we de cultuurhistorische waarden van het erfgoed.”

W. De opsomming is bedoeld als voorbeeld van onze waardevolle locaties en in die zin niet als uitputtend bedoeld.

X. Y.

Z. Z.

Ziens wijze

De indiener stelt voor de zin op pagina 22 van de Ontwerp Omgevingsvisie “Concreet betekent dit dat we bijvoorbeeld de waardevolle open zichtlijnen in stand houden, oorspronkelijke bosschages onderhouden en dat we geen nieuwe functies in het beekdal toevoegen.” te vervangen door “Concreet betekent dit dat we de waardevolle open zichtlijnen in stand houden en dat we de huidige bestemming als erfgoed eerbiedigen.”

De gemeente neemt kennis van dit voorstel als mogelijke uitwerking van het verbeteren van de informatievoorziening. Zie antwoord W

Het niet toestaan van nieuwe functies in het beekdal het niet enkel te maken met de huidige erfgoedbestemming, maar ook met bijvoorbeeld de waterhuishouding en natuurwaarden van het gebied. De focus op de erfgoedbestemming in het tekstvoorstel van indiener weerspiegelt dit niet.

Samenvatting zienswijze

15 van 24

8

Indiener 8 A.

De indiener complimenteert de gemeente met de Ontwerp Omgevingsvisie als solide en evenwichtige basis voor de toekomstige ontwikkeling van de gemeente Rozendaal. De indiener geeft aan dat het thema biodiversiteit om verdere verdieping vraagt vanwege de druk op het beschermde Natura2000-gebied

A.

De gemeente dankt de indiener voor de complimenten voor de Ontwerp Omgevingsvisie.

B.

C.

De indiener geeft aan dat de goede staat van instandhouding zoals beschreven in de factsheets niet klopt vanwege verstruweling, verruiging en de aanwezigheid van invasieve exoten.

C.

D.

De indiener roept de gemeente op om als rentmeester van het Natura2000-gebied actief beleid te voeren om het gebied te beschermen

D.

In de ambitie “Groene achtertuin van de regio” beschrijven we het belang van het behouden en versterken van de groene waarden en de biodiversiteit van het Natura2000gebied binnen onze gemeentegrenzen. Ook beschrijven we hoe wij willen bijdragen in het duurzaam beheren van het gebied, maar beschrijven ook dat wij hierbij vanuit onze bevoegdheid niet het voortouw kunnen nemen. Het bevoegd gezag voor activiteiten in en rond Natura2000gebieden ligt bij de provincie. Als het gaat om ontwikkelingen in het dorp of het reguleren van (recreatieve) drukte, dragen wij hieraan bij waar mogelijk. We beschrijven daarnaast dat we willen blijven samenwerken met onze partners op dit vlak. De gemeente herkent zich niet in de bewering van de indiener dat in de factsheets wordt gesuggereerd dat er een goede staat van instandhouding is van het Natura2000 gebied. In de factsheet “Analyse natuur, water, klimaat en recreatie” staat hierover het volgende beschreven “Tegelijkertijd staat het natuurgebied sterk onder druk als gevolg van vermesting en verzuring door stikstofoverbelasting, verdroging, versnippering en verstoring door recreatief gebruik”. Zie indiener 8, antwoord B.

B.

16 van 24

E.

F.

G.

Ziens wijze

9

en versterken. De indiener geeft aan dat de grootste bedreigingen voor het natuurgebied (stikstof, pesticiden, ammoniak en andere schadelijke stoffen) van buitenaf komen en dat actieve menging van de gemeente in beleid van provincie en Rijk daarom noodzakelijk is. De indiener vraagt aandacht voor dat de plannen voor natuurherstel van de provincie Gelderland door de Ecologische Autoriteit niet onverdeeld positief zijn beoordeeld en dat de gemeente actief betrokken zou moeten zijn bij deze planvorming.

De indiener vraagt de gemeente in de omgevingsvisie expliciet op te nemen dat het College in dit kader een actieve rol zal vervullen richting andere overheden ten behoeve de versterking van natuur en biodiversiteit rond Rozendaal.

E.

Zie indiener 8, antwoord B.

F.

De provincie Gelderland is momenteel bezig om haar natuurdoelanalyses en de hierop gebaseerde maatregelen aan te scherpen op basis van de kritiek van de Ecologische Autoriteit. De gemeente houdt deze ontwikkelingen in de gaten en is zij voor de Aanpak Veluwe betrokken in het gebiedsproces.

G.

Zie indiener 8, antwoord B.

A.

Naar aanleiding van Indiener 6 antwoorden L, P en Q is aandacht voor biodiversiteit explicieter opgenomen in de omgevingsvisie. Hiermee is deze reactie reeds belegd in de aanpassingen op de Ontwerp Omgevingsvisie.

Samenvatting zienswijze

Indiener 9 A.

De indiener vindt dat de Leermolensenk en haar omgeving beter verankerd moeten worden in de Omgevingsvisie zodat dit past bij de in de Ontwerp Omgevingsvisie genoemde kernambities.

17 van 24

B. C.

D.

E.

F. G.

H.

De indiener complimenteert de gemeente met de Ontwerp Omgevingsvisie en geeft aan dat het duidelijk is dat er veel werk is verzet om samen met inwoners en organisaties tot deze visie te komen. De indiener vraagt in de Omgevingsvisie een eenduidige term te gebruiken voor het gebied dat begrensd wordt door aan de noordzijde de Wildwal/houtwal, aan de oostzijde door de Baron van Pallandtlaan, aan de zuidzijde door de Hertog van Gelrestraat en aan de westzijde door de Jagermeesterlaan. Indiener stelt hierbij voor om de term ‘Enk’ te hanteren om verwarring met de naoorlogse woonbuurt ‘Leermolensenk’ te voorkomen. De indiener vindt dat de bescherming van de Enk opgenomen dient te worden in de Omgevingsvisie zodat deze bescherming in het toekomstige Omgevingsplan kan worden opgenomen.

B.

De gemeente dankt de indiener voor dit compliment.

C.

We zullen in het stuk wanneer de Enk wordt genoemd deze eenduidig beschrijven als de Leermolensenk. De Leermolensenk als naoorlogse woonbuurt wordt in de Ontwerp Omgevingsvisie niet genoemd en zal dus niet voor verwarring zorgen.

D.

De indiener vraagt om de Enk op te nemen in de begrippenlijst met de volgende definitie: “De Enk is het gebied in de bebouwd kom van Rozendaal liggend in de woonbuurt Leermolensenk, welk gebied geografisch begrensd wordt door aan de noordzijde de Wildwal/houtwal, aan de oostzijde door de Baron van Pallandtlaan, aan de zuidzijde door de Hertog van Gelrestraat en aan de westzijde door de Jagermeesterlaan.“ De indiener stelt voor de Enk op pagina 10 van de Ontwerp Omgevingsvisie te beschrijven als onderdeel van de belangrijkste kwaliteiten onder “DNA en identiteit van Rozendaal”. De indiener vraagt de Enk te beschrijven als onderdeel van het toekomstverhaal in de middelste kolom van pagina 13 van de Ontwerp Omgevingsvisie als onderdeel van het cultuurhistorische verhaal en als functie van recreatieve waarde (dorpsgezicht) en als onderdeel van de “groene achtertuin”. De indiener vraagt de Enk te beschrijven als onderdeel van het

E.

Een beschermingsstatus van een specifieke locatie overstijgt het detailniveau van de Omgevingsvisie en is, zoals de indiener zelf ook beschrijft, onderdeel van het toekomstige Omgevingsplan. Een beschermingsstatus van een specifieke locatie in de Omgevingsvisie is niet noodzakelijk om dit in het Omgevingsplan te kunnen opnemen. In de begrippenlijst staan relatief ingewikkelde termen opgenomen ter verduidelijking van de tekst in de Ontwerp Omgevingsvisie. Begrenzingen van geografische locaties horen hierin niet thuis.

F. G.

H.

De Leermolensenk valt onder de beschreven ‘kasteel en omgeving’ in het eerste punt in de opsomming van het genoemde kader. We passen de zin “Tegelijkertijd blijven we onze groene achtertuin openstellen (...)” aan naar “Tegelijkertijd blijven we onze groene achtertuin en historische dorpsgezicht openstellen”. De Leermolensenk is onderdeel van dit dorpsgezicht. We passen de zin “Inwoners van Rozendaal – zowel jong als

18 van 24

toekomstverhaal in de rechterkolom van pagina 13 van de Ontwerp Omgevingsvisie als plek waar men elkaar kan ontmoeten.

I.

De indiener vraagt op pagina 13 van de Ontwerp Omgevingsvisie toe te voegen dat “de Enk het beschermen waard is omdat het een belangrijke functie vervult”. J. De indiener vraagt op pagina 16 de Enk te benoemen als verbinding tussen kernambities 1 en 2 met kernambitie 3 vanwege de verbindende rol met het groen in het buitengebied. K. De indiener vraagt de sociale functie van Enk onder ambitie 2 te benoemen door de volgende tekst toe te voegen: “De Enk draagt in zijn huidige vorm al bij aan de saamhorigheid en beleving van de natuur vanwege het sociale contact tijdens het ontmoeten en bijpraten op het bankje aan Anton Logemannpad. Als de (natuurwaarde van de) Enk verstevigd wordt, neemt deze bijdrage verder toe. Bovendien zorgt de Enk voor een gevoel van openheid in de beleving van de natuur te midden van de aanwezige (woon)bebouwing.” L. De indiener vraagt om achter de zin op pagina 19 “We koesteren en versterken het erfgoed van Rozendaal (...) met altijd aandacht voor toegankelijkheid, klimaatadaptatie en behoud van historische kwaliteiten.” de volgende zin toe te voegen: “De Leermolensenk is een voorbeeld van een historische kwaliteit waarbij de combinatie toegankelijkheid en klimaatadaptatie vanzelfsprekend is.” M.

De indiener vraagt aan de volgende zin op pagina 22 “We willen het groene dorpskarakter van Rozendaal behouden en versterken de bestaande groene structuren in en rond ons dorp.” de volgende zin toe te voegen: “De Enk is hier een aansprekend voorbeeld van.”

I. J. K.

L.

oud – ontmoeten elkaar bij de sportvelden en openluchttheater de Pinkenberg (...)” aan naar “Inwoners van Rozendaal – zowel jong als oud – ontmoeten elkaar bij de sportvelden, de Leermolensenk en openluchttheater de Pinkenberg (...)”. Zie indiener 9, antwoord D. Het specifiek uitlichten van een locatie in de tekst waarnaar wordt verwezen sluit niet aan bij het detailniveau van de betreffende tekst. In het kader van de rol van de Leermolensenk voor ontmoeting is naar aanleiding van indiener 9, antwoord H de tekst reeds aangepast. De natuurwaarde van deze plek wordt, als onderdeel van de grotere groenstructuur van de gemeente, ook reeds voldoende belegd in de Omgevingsvisie. Het op deze plek uitlichten van één specifieke locatie overstijgt het detailniveau van de Omgevingsvisie.

M. Zie indiener 9, antwoord L.

19 van 24

Ziens wijze

Samenvatting zienswijze

10

Indiener 10* * De zienswijze van indiener 10 is - voor een deel - woordelijk nagenoeg exact dezelfde zienswijze als die van indiener 6 en 7. Om die reden wordt op diverse punten verwezen naar de antwoorden op zienswijze 6 en 7. A.

De indiener geeft aan dat biodiversiteit beter en duidelijk in de Omgevingsvisie omschreven zou moeten worden.

A.

B.

De indiener geeft aan te betreuren dat de Werkgroep Biodiversiteit niet als ketenpartner is beschouwd in de totstandkoming van de Ontwerp Omgevingsvisie.

B.

C.

De indiener geeft aan Staatsbosbeheer en Geldersch Landschap en Kasteelen te missen als ketenpartners in de totstandkoming van de Ontwerp Omgevingsvisie. De indiener spreekt waardering uit voor de Ontwerp Omgevingsvisie en ziet de moeite die is gegaan om een goede omgevingsvisie neer te leggen die voldoet aan de wettelijke eis. De indiener spreekt verbazing uit dat de Leermolensenk niet specifiek wordt benoemd in de Ontwerp Omgevingsvisie, omdat dit in eerdere versies wel het geval was en dit historisch waardevolle gebied niet mag

C.

D. E.

Naar aanleiding van Indiener 6 antwoorden L, P en Q is aandacht voor biodiversiteit explicieter opgenomen in de omgevingsvisie. Hiermee is deze reactie reeds belegd in de aanpassingen op de Ontwerp Omgevingsvisie. In de totstandkoming van de omgevingsvisie zijn alle inwoners van Rozendaal tijdens de Dag van Rozendal uitgenodigd om mee te denken over de inhoud van de Ontwerp Omgevingsvisie, zo ook de leden van de Werkgroep Biodiversiteit. Met hen is hetzelfde materiaal besproken als met de ketenpartners; de gesprekken met hen vonden dezelfde dag (overdag) plaats als met inwoners (‘s avonds). Zie indiener 7, antwoord F.

D.

De gemeente dankt de indiener voor deze blijk van waardering.

E.

Het klopt dat in de eerdere conceptversie van de omgevingsvisie de Leermolensenk expliciet werd benoemd. Tijdens de raadsbijeenkomst op 16 december is

20 van 24

ontbreken in de omgevingsvisie. F.

G.

H.

I.

J.

De indiener pleit ervoor om op pagina 17 een passage te wijden aan de Leermolensenk. Indiener geeft aan dat diverse organisaties hier pleiten voor een biologische dorpsakker, inclusief een petitie ondertekend door 235 mensen en de partijen PAK en Rozendaal ‘74 die hierover vorig jaar huis-aan-huis pamfletten hebben verspreid. De indiener vraagt de zin op pagina 21 van de Ontwerp Omgevingsvisie “We maken ons sterk voor een schone lucht, gaan buurt voor buurt…” te wijzigen in: “We maken ons sterk voor schone lucht, een gezonde gifvrije bodem, grotere biodiversiteit en zuiver water. We gaan buurt voor buurt…”. De indiener vraagt de gemeente op pagina 22 van de Ontwerp Omgevingsvisie onder “Klimaatadaptatie en het belang van groen” de volgende tekst op te nemen: “Bij alle beslissingen die de gemeente neemt, wordt het belang van de natuur meegenomen. In het besluit dat de gemeente neemt staat duidelijk onderbouwd verwoord welke gevolgen het besluit heeft voor de biodiversiteit (inclusief water- en luchtkwaliteit). De gemeente onderzoekt op welke wijze dit het meest effectief en efficiënt gedaan kan worden. Voorbeelden als een klimaatburgemeester of kwartiermaker worden bij dit onderzoek als optie betrokken.”

F.

een amendement aangenomen waarin is besloten deze passage te laten vervallen. Zie indiener 6, antwoord G.

G.

Zie indiener 6, antwoord L.

H.

De indiener vraagt de gemeente op pagina 22 van de Ontwerp Omgevingsvisie onder “Klimaatadaptatie en het belang van groen” de volgende tekst op te nemen: “Het gebruik van (biologische) bestrijdingsmiddelen en (kunstmatige) bemesting is niet goed voor de biodiversiteit, de bodem en het water. De gemeente wil een gifvrije gemeente zijn en grijpt alleen in uiterste noodzaak terug op deze middelen. De gemeente stimuleert haar ondernemers en inwoners op de zelfde manier te handelen.” De indiener vraagt de gemeente op pagina 22 van de Ontwerp

I.

We passen de volgende tekst “Bij alle ruimtelijke ingrepen en ontwikkelingen die plaatsvinden in ons dorp hanteren we een aantal ontwikkelprincipes vanuit het adagium water en bodem sturend. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient het effect op het water- en bodemsysteem geminimaliseerd of tenminste gemitigeerd te worden.” aan naar “Bij alle ruimtelijke ingrepen en ontwikkelingen die plaatsvinden in ons dorp hanteren we een aantal ontwikkelprincipes vanuit het adagium water en bodem sturend. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient het effect op het water- en bodemsysteem en de natuur geminimaliseerd of tenminste gemitigeerd te worden.” Zie indiener 6, antwoord L. In dit kader is het sterk maken voor een gezonde bodem toegevoegd aan de tekst van de Omgevingsvisie. Zoveel mogelijk gifvrij werken en het beperken van het gebruik van bestrijdingsmiddelen en (kunstmatige) bemesting zijn hier een belangrijk onderdeel van.

J.

Zie indiener 6, antwoord D. Vanzelfsprekend zal de

21 van 24

Omgevingsvisie onder “Klimaatadaptatie en het belang van groen” de volgende tekst op te nemen: De gemeente koppelt bij openbare gebouwen het regenwater af en stimuleert gebouweneigenaren hetzelfde te doen. Dit helpt verdroging tegen te gaan.” K. De indiener vraagt aan de Omgevingsvisie toe te voegen: “.. het bedrijfsmatig telen van gewassen binnen de gemeente mag alleen volgens biologische of biodynamische principes. Dit zorgt ervoor dat bijvoorbeeld de Leermolensenk geen ‘sink hole’ wordt, maar een stepping stone en daarbij meer bijdraagt aan de aaneengesloten groene structuur èn aan een gezondere ‘groene achtertuin’. De gemeente stimuleert het gebruik van andere gewassen dan mais en raaigras, wat naast verbetering van de biodiversiteit ook de opname van CO2 vergroot.” L. De indiener roept op om in de bestemming van de Leermolensenk in het Omgevingsplan ‘agrarisch met waarden’ aan te scherpen tot ‘biologisch agrarisch met waarden’ . M. De indiener vraagt aan de Omgevingsvisie toe te voegen: “De gemeente sluit zich aan bij het initiatief Donkere Veluwe om van de Veluwe een Dark Reserve te maken. Hiertoe wordt onder andere in het huidige lichtplan onderzocht waar haalbare kansen liggen en voert de gemeente deze door. Waar mogelijk faciliteert ze de ‘Nachtwachter(s)’.

Onder andere middels voorlichting stimuleert de gemeente haar inwoners aan te haken bij het initiatief Donker Veluwe. Zowel de biodiversiteit als de gezondheid van de inwoners van Rozendaal hebben baat bij een zo donker mogelijke nacht.” N. Indiener stelt voor de volgende tekst op pagina 22 “Verdwijnend groen compenseren wij - kwantitatief en kwalitatief - zoveel mogelijk op dezelfde plaats en met aandacht voor soortenkeuze: bijvoorbeeld in het kader van droogtebestendigheid en het natuurbrandrisico.” te vervangen voor de tekst “Verdwijnend groen compenseren wij – kwalitatief en kwantitatief – waar mogelijk op dezelfde plaats en met aandacht voor soortenkeuze. We kiezen in principe voor biologisch geteelde inheemse (waard)planten waar veel andere organismen baat bij hebben voor het vergroten van de biodiversiteit van zowel flora als fauna. Daarnaast houden we rekening met

gemeente zich ook bij openbare gebouwen hiervoor inzetten. K.

De (agrarische) bestemming en de bedrijfsvoering van een specifiek perceel binnen de gemeente overstijgt het detailniveau van de Omgevingsvisie en zal worden uitgewerkt in het Omgevingsplan.

L.

Zie indiener 6, antwoord G.

M. Dit overstijgt het detailniveau van de Omgevingsvisie, maar de gemeente is bereid te werken aan voldoende donkerte ten behoeve van de natuurwaarde en neemt kennis van de aanbevelingen van indiener in dit kader.

N.

Zie indiener 6, antwoord P.

22 van 24

O.

P.

andere factoren zoals droogtebestendigheid en het natuurbrandrisico.” De indiener stelt voor de volgende tekst op pagina 22 “Dit betekent ook dat we kritisch kijken naar kapvergunningen in privétuinen en inwoners stimuleren hun tuinen groen te houden of waar mogelijk verder te vergroenen.” te vervangen voor de tekst “Dit betekent ook dat we kritisch kijken naar kapvergunningen in privétuinen. We stimuleren inwoners hun tuinen volgens het hiervoor genoemde principe (biologische inheemse (waard)planten) groen te houden en te vergroenen.” De indiener vraagt aan de alinea over de aaneengesloten groene structuur op pagina 22 van de Ontwerp Omgevingsvisie toe te voegen: We koesteren de houtwallen, waaronder ook de houtwal achter het Anton Logemannpad, en borgen en verbeteren de ecologische kwaliteit.”

O.

Zie indiener 6, antwoord Q.

P.

De keuze voor een aaneengesloten groene structuur met (onder andere) houtwallen wordt in de Ontwerp Omgevingsvisie op pagina 22 reeds beschreven. Het uitlichten van deze houtwal legt ten onrechte de focus op één specifieke houtwal, terwijl juist de groene structuur als aaneengesloten geheel van grote waarde is. Het rekening houden met biodiversiteit is in de Omgevingsvisie reeds op meerdere plekken beschreven. In het kader van de reactie bij indiener 6, antwoord P is biodiversiteit als factor bij soortkeuze toegevoegd. Het rekening houden met rode lijst-soorten is hier een wezenlijk onderdeel van. We passen de zin “Bij alle ruimtelijke ingrepen en ontwikkelingen die plaatsvinden in ons buitengebied hanteren we het principe water en bodem sturend.” aan t naar “Bij alle ruimtelijke ingrepen en ontwikkelingen die plaatsvinden in onze gemeente hanteren we het principe water en bodem sturend.” We voegen de volgende tekst toe aan de Omgevingsvisie onder het kopje “Water”: Schoon (drink)water is van groot belang. Wij onderzoeken in samenwerking met onze partners hoe wij als gemeente meer kunnen bijdragen aan het verbeteren van de waterkwaliteit en daarmee de bodemkwaliteit.”

Q.

De indiener vraagt aan de Omgevingsvisie toe te voegen: “De gemeente houdt bij haar beleid en beslissingen rekening met de soorten die op de rode lijst staan en onderzoekt op welke wijze de gemeente doorlopend kan bijdragen het uitsterven van deze soorten te voorkomen.”

Q.

R.

Indiener vraagt de volgende zin op pagina 22 van de omgevingsvisie “Bij alle ruimtelijke ingrepen en ontwikkelingen die plaatsvinden in ons buitengebied hanteren we het principe water en bodem sturend.” aan te passen naar: “Bij alle ruimtelijke ingrepen en ontwikkelingen die plaatsvinden in onze gemeente hanteren we het principe water en bodem sturend.” De indiener vraagt om onder het kopje “Water” op pagina 25 de volgende tekst toe te voegen: “Schoon (drink)water is voor allen van belang. Wij onderzoeken hoe onze gemeente meer kan bijdragen aan het verbeteren van de waterkwaliteit met als nevendoelstelling het verbeteren van de bodemkwaliteit.”

R.

S.

S.

23 van 24

Ziens wijze

Samenvatting zienswijze

11

Indiener 11 A. B.

C.

D.

De indiener spreekt de waardering uit voor de aandacht voor de energietransitie, regionale samenwerking, netcapaciteit en het belang van afstemming met de netbeheerder in de Ontwerp Omgevingsvisie. De indiener geeft aan dat het kleine deel van de bovengrondse 150 kVverbinding dat zich op Rozendaalse grondgebied bevindt ongestoord blijft functioneren, adequaat te bereiken is voor beheer en onderhoud en vrij blijft van functies die het veilig gebruik of onderhoud kunnen belemmeren. De indiener verzoekt de gemeente daarom om de beperkingengebieden rond de hoogspanningslijn blijvend te respecteren en te vertalen naar het Omgevingsplan. De indiener vraagt om aandacht voor ondergrondse drukte bij toekomstige ingrepen als warmtenetten, kabels en waterberging en tijdige afstemming met de netbeheerder wanneer ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden in de nabijheid van de hoogspanningsverbinding. De indiener spreekt waardering uit voor de benadering van de gemeente voor de energietransitie vanuit regionale samenhang en blijft in dit kader in de toekomst graag meedenken met de gemeente bij vragen die raken aan netcapaciteit, verzwaringen en eventuele gebiedsontwikkelingen nabij de hoogspanningsverbinding.

A.

De gemeente dankt de indiener voor deze blijk van waardering.

B.

De gemeente onderschrijft het belang dat deze verbinding adequaat functioneert en bereikt kan worden en zal het beperkingengebied in de vertaling naar het Omgevingsplan blijven respecteren.

C.

De gemeente zal bij ruimtelijke ontwikkelingen die plaatsvinden in de nabijheid van de hoogspanningsverbinding tijdig in overleg treden met de netbeheerder.

D.

De gemeente dankt de indiener nogmaals voor de blijk van waardering en maakt in de toekomst graag gebruik van het aanbod van indiener wanneer nodig.

24 van 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=38e78869-ca18-40af-b3a4-dccd706dc6f5