Bijlage 1 BUP Rozendaal
Tekst van het document
12 Plaats hier uw voettekst 30m Geluidsbuffer voor de MES in Leermolensenk en Delhoevenlaan
7-11-2023
30m Geluidsbuffer voor de MES in De Moestuin
7. Haalbaarheidsstudie Collectieve Buurt Warmtepomp 7.3. Schetstracé • •
Het tracé is ontworpen om alle woningen binnen de scope te kunnen bedienen Straten zullen worden opengebroken om leidingen aan te leggen. Gemeente Rozendaal heeft aangegeven geen asfalt terug te willen leggen, dit scheelt aanzienlijk in de kosten voor de aanleg van een warmtenet
Schetstracé Leermolensenk en Delhoevelaan
13
Schetstracé De Moestuin 7-11-2023
7. Haalbaarheidsstudie Collectieve Buurt Warmtepomp 7.4. Uitgangspunten Technische input parameters van de Business Case Collectieve Buurt Warmtepomp: • • • • •
Stooklijn van 70oC aanvoer en 40oC retour sCOP warmtepomp: 2,7 Rendement piek en back-up ketel: 87% 85% warmte vanuit warmtepomp en 15% vanuit de gasketel (buffer is aanwezig en wordt gebruikt om de inzet van de warmtepompen te vergroten) Hulpenergie pompen, ketels, appendages: 0,0056GJe/GJth
In de Business Case Collectieve Buurt Warmtepomp wordt gerekend met een totale warmtevraag van de woningen en het warmteverlies in het warmtenet. De warmtevraag per woning bestaat uit de huidige warmtevraag minus 20% voor de ruimteverwarming en 10-11GJ ten behoeve van tapwater.
Leermolensenk
Totale warmtevraag per woning (GJ/jaar) 50,0
Delhoevelaan
55,8
De Moestuin
52,4
14
Warmteverlies per warmtenet (GJ/jaar)
Totale lengte leidingen (m)
2.500
12.870
1.100
5.265
7-11-2023
7. Haalbaarheidsstudie Collectieve Buurt Warmtepomp 7.4. Uitgangspunten Voor de business case is hetzelfde model genomen als voor het warmtenet in Didam. Hierin beheert en opereert een integraal warmtebedrijf de bron en de infrastructuur. De belangrijkste parameters in dit model zijn: •
• •
• •
15
Beheer en onderhoudskosten • MES, 3% van de investeringskosten • Warmtenet, 1% van de investeringskosten • Afleversets, 3% van de investeringskosten Financiële uitgangspunten • Inflatie, 2% • Rendementseis, 6% Afschrijftermijnen • Distributienet, 30 jaar • Afleversets, 15 jaar • Warmtepompen, 15 jaar Energietarieven warmtebedrijf (excl. belastingen) • Inkoop gas 0,67€/Nm3 (5% korting op prijsplafond wegens grootschalige inkoop) • Inkoop elektriciteit 0,19 (5% korting op prijsplafond wegens grootschalige inkoop) Warmtetarieven levering (wordt gereguleerd door het ACM, Prijsplafond ACM tarieven 2023 excl. 21%BTW) • Warmtetarief, 39,16€/GJ • Vastrecht, 454,12€/jaar • Meettarief, 25,37€/jaar • Vergoeding huur afleverset, 116,43 €/jaar (niet gereguleerd door ACM)
7-11-2023
7. Haalbaarheidsstudie Collectieve Buurt Warmtepomp 7.5. Investeringskosten Er zijn meerdere scenario's doorgerekend om te toetsen wanneer een collectieve warmteoplossing op basis van een buurtwarmtepomp haalbaar is. Om de onrendabele top van het warmtebedrijf te dekken wordt een bijdrage gevraagd in de investeringskosten aan de bewoners. Enkel voor Leermolensenk en Delhoevelaan wordt gedurende 30 jaar een positieve geldstroom gerealiseerd vanaf 90% aangesloten woningen. Dit scenario is daarom minimaal nodig. Een 70% aansluitgraad is normaliter waar vanuit wordt gegaan als realistische aansluitgraad en is tevens doorgerekend. Ter illustratie is ook het scenario met een 100% aansluitgraad doorgerekend om te laten zien wat het maximaal haalbare is. Voor Leermolensenk en Delhoevelaan zijn dus drie scenario's doorgerekend, namelijk met 70%, 90% en 100% aansluitgraad. Voor de Moestuin zijn twee scenario's doorgerekend, namelijk die met 70% en 100% aansluitgraad, waarvan beide geen positieve geldstroom hebben. De gebruikte uitgangspunten zijn in de tabellen weergeven. Gemeente Rozendaal heeft uitgesproken dat de wegen waar asfalt wordt opengebroken klinkers voor in de plaats kunnen komen. Hier is dus gerekend met de kosten voor het terugleggen van klinkers i.p.v. asfalt. In bijlage 13.8 worden de kosten voor het warmtenet verder opgesplitst ter indicatie van mogelijke koppelkansen.
Een warmte afleverset zal op het bestaande leidingsysteem aangesloten worden en gasvoorzieningen dienen verwijderd te worden. De benodigde aanpassingen dienen per situatie bepaald te worden en dienen door de bewoner zelf betaald te worden. In de tabel staat een gemiddelde prijs opgegeven voor het aanpassen van het inpandig leidingwerk. 100% aangesloten
90% aangesloten
70% aangesloten
De Moestuin Aantal aansluitingen Warmtenet Aansluitleidingen Afleversets Buurt Warmtepomp Systeem Warmtepompen (+herinvestering) ISDE subsidie Totaal investeringskosten
100% aangesloten
70% aangesloten
Leermolensenk en Delhoevelaan Aantal aansluitingen Warmtenet Aansluitleidingen Afleversets Buurt Warmtepomp Systeem
3.742.000 1.080.000 432.000 1.285.000
3.742.000 970.000 388.000 1.285.000
3.742.000 755.000 302.000 1.285.000
Warmtepompen (+herinvestering) ISDE subsidie Totaal investeringskosten
400.000 -49.500 5.604.500
400.000 -49.500 5.450.500
400.000 -49.500 5.149.500
Investeringskosten per aansluiting vanuit de bewoner (BAK) 33.030
37.500
50.730
Investeringskosten per aansluiting vanuit de bewoner (BAK) 40.511
55.105
Aanpassen inpandig leidingwerk t.b.v. aansluiting
4.000
4.000
Aanpassen inpandig leidingwerk t.b.v. aansluiting
4.000
16
216
4.000
194
151
89
62
1.887.140 445.000 178.000
1.887.140 310.000 124.000
1.028.000 320.000 -39.600 3.818.540
1.028.000 320.000 -39.600 3.629.540
4.000
7-11-2023
7. Haalbaarheidsstudie Collectieve Buurt Warmtepomp 7.6. Samenvatting en Conclusie Samenvatting Er zijn een aantal factoren die de financiële haalbaarheid beperken: • Veel leidinglengte per woning in elke buurt met als gevolg: • Hoge investeringskosten • Veel warmteverlies • Relatief hoge kosten voor de bron in De Moestuin (door het lagere aantal aansluitingen) t.o.v. Leermolensenk en Delhoevelaan • Naar verwachting neemt de warmtevraag in de toekomst af terwijl de onderhoudskosten door inflatie zullen stijgen Conclusie • Enkel voor een warmtenet in Leermolensenk en Delhoevelaan waar 90% of meer van de woningen aan het warmtenet aangesloten zijn, is er een positieve geldstroom gedurende 30 jaar • In de Moestuin zal een warmtenet met een buurtwarmtepomp in elk scenario operationeel verlies leiden gedurende 30 jaar Een aantal factoren die de financiële haalbaarheid kunnen verbeteren: • Meer landelijke financiële (fiscale) sturing/ondersteuning, subsidies, innovaties en marktontwikkelingen • Investeringskosten kunnen omlaag door koppelkansen in de aanleg • Slimmere tarievenstructuur, dynamisch en goedkoper inkopen van elektra en gas, en evt. buffering op grotere schaal om de productiekosten voor de warmte te verlagen
17
7-11-2023
8. Haalbaarheidsstudie Hybride Warmtepomp 8.1. Inleiding De hybride warmtepomp wordt gekoppeld aan de binneninstallatie naast de bestaande gasketel en neemt ruimte in binnen en buiten de woning. Een hybride warmtepomp heeft dezelfde werking als een lucht-water warmtepomp. De hybride warmtepomp levert het basisvermogen voor ruimteverwarming, mocht de buitentemperatuur te laag zijn, bijvoorbeeld 5 graden of lager, dan neemt de cv-ketel de functie ruimteverwarming over. Tevens voorziet de bestaande cv-ketel in warm tapwaterbereiding. Voor de warmtepomp zal er een buitenunit nodig zijn, deze produceert geluid dat aan wettelijke eisen moet voldoen om overlast te voorkomen (<40dB bij de buren). Hier dient in de plaatsing rekening mee te worden gehouden door deze op de juiste locatie te plaatsen of af te schermen (zie dezelfde geluidscontouren voor All-Electric op hoofdstuk 9.2).
18
7-11-2023 Voorbeeldopstelling hybride warmtepomp (met optioneel PV) (bron: nefit.nl)
Een voorbeeld van twee type buiten-units. Bron: Energieplein
8. Haalbaarheidsstudie Hybride Warmtepomp 8.2. Uitgangspunten •
Aangenomen warmtevraag is zoals eerder aangegeven de huidige warmtevraag ruimteverwarming – 20%. De warmte nodig voor tapwater bereiding wordt niet gereduceerd en is geschat op 10-11 GJ
•
Bij een hybride lucht-water warmtepomp zijn naast de installatie verder geen aanpassingen nodig aan de woning
•
60% van de warmtevraag wordt ingevuld met de warmtepomp, en dus elektriciteit. De overige 40% met de ketel en dus aardgas (op korte termijn. Dit kan op langere termijn vervangen worden door waterstof of biogas).
•
De COP van de warmtepomp is 3,8 in de hybride opstelling
•
Het rendement van de aardgas ketel is 95%
19
Leermolensenk
Totale warmtevraag per woning (GJ) 50,0
Delhoevelaan
55,8
De Moestuin
52,4
7-11-2023
8. Haalbaarheidsstudie Hybride Warmtepomp 8.3. Investeringskosten •
Er wordt uitgegaan van € 8.731,- investeringskosten voor het bijplaatsen en installeren van een warmtepomp bij een bestaande ketel
•
Bij de hybride warmtepomp zijn er vaste jaarlijkse kosten voor de elektriciteit en gasaansluiting
•
Voor de variabele verbruikskosten wordt gerekend met de prijsplafondprijzen van 2023
•
Mogelijke subsidies voor de installatie van de individuele hybride warmtepomp: •
"Per 1 januari 2022 is de ISDE-subsidie voor isolatiemaatregelen en (hybride) warmtepompen met een vermogen groter dan 1 kW … 30% van de gemiddelde totale investeringskosten." Bron: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/energie-thuis/vraag-en-antwoord/krijg-ik-subsidie-voor-een-warmtepomp
•
20
Isolatiemaatregelen zijn niet nodig, maar indien men vooraf meer investeert in isolatiemaatregelen dan kunnen de variabele kosten lager uitvallen
7-11-2023
9. Haalbaarheidsstudie All-Electric 9.1. Inleiding In het All-Electric scenario wordt in deze studie uitgegaan van een lucht-water warmtepomp. Deze werkt op elektriciteit en haalt daarmee warmte uit de buitenlucht. Dit wordt omgezet naar bruikbare warmte voor het verwarmen van je woning en het bereiden van warmtapwater. Er zijn ook warmtepompen die warmte uit de bodem kunnen halen. Met warmtepompen is het noodzakelijk om de woning goed geïsoleerd te hebben. Tevens is een warmteafgifte systeem dat op lage temperatuur (<50oC) werkt noodzakelijk zoals convectoren of vloerverwarming.
Een warmtepomp bestaat uit twee delen: een binnen-unit en buffer en een buiten-unit. Hiervoor is ruimte nodig in en om de woning. De benodigde ruimte voor een binnen-unit en de buffer is vaak vergelijkbaar met de huidige gasketel plus een koelkast. De buiten-unit produceert geluid dat aan wettelijke eisen moet voldoen om overlast te voorkomen (<40dB bij de buren). Hier dient in de plaatsing rekening mee te worden gehouden door deze op de juiste locatie te plaatsen of af te schermen.
21
7-11-2023 Een voorbeeld van twee type buiten-units. Bron: Energieplein
Een voorbeeld van de binnen-unit en een buffervat. Bron: Energieplein
9. Haalbaarheidsstudie All-Electric 9.2. Ruimtelijke Inpassing • • • •
Indicatie van mogelijke locaties (buiten rood gebied) voor de buitenunits van individuele lucht-water warmtepompen indien geplaatst ter hoogte van het maaiveld zonder obstakels volgens de wetgeving van maximale geluidsdruk aan de perceelgrens De woningcorporatiewoningen delen één perceel waardoor er meer ruimte lijkt te zijn dan werkelijk mogelijk is Omdat er ook 3 tot 5 meter afstand van de huizen van de buren aangehouden moet worden, zullen lucht-water warmtepompen een uitdaging worden bij de rijwoningen Geluid is een uitdagende factor voor lucht-water warmtepompen en dient per situatie bekeken te worden
22
7-11-2023 Geluidsbuffer 4m rondom perceelgrenzen Leermolensenk en Delhoevenlaan
Geluidsbuffer 4m rondom perceelgrenzen De Moestuin
9. Haalbaarheidsstudie All-Electric 9.3. Elektriciteitsnet Momenteel zijn er nog geen middenspanningsruimtes (MSR) of kabels die volledig belast zijn. Het is aannemelijk dat het net verzwaard moet worden. Wanneer en in welke mate is afhankelijk van de hoeveelheid warmtepompen, zonnepanelen en laadpalen in Rozendaal. •
•
23
Als er veel zonnepanelen worden geïnstalleerd, zal het elektriciteitsnet hiervoor al verzwaard worden. Hetzelfde geldt voor de installatie van laadpalen voor elektrisch vervoer Om te voorkomen dat het elektriciteitsdistributienet verzwaard wordt, dan moet terug levering door zonnepanelen en het laden van elektrisch vervoer centraal in de wijk gebeuren, zodat alleen tot dat punt het elektriciteitsnet verzwaard moet worden
Huidige belasting middenspanningsruimtes (MSR) en laagspanningskabels. (bron: buurtanalysetool Liander) 7-11-2023
9. Haalbaarheidsstudie All-Electric 9.3. Elektriciteitsnet Het toepassen van een collectief warmtenet voorkomt waarschijnlijk geen verzwaring van het elektriciteitsnet voor 2050 (zie onderstaande figuren). Bij het All-Electric scenario (links) moeten twee stations verzwaard en vijf nieuwe stations geplaatst worden. In het geval van een warmtenet (rechts) is het nodig om twee stations te verzwaren en vier nieuwe stations te plaatsen. Hier zit weinig verschil tussen en dus zal het extra vermogen van zonnepanelen en laadpalen een reden zijn om het elektriciteitsnet uit te breiden.
Verwachte benodigde uitbreidingen van de Middenspanningsruimtes (MSR) in het geval
24 van All-electric warmteoplossingen en installatie zonnepanelen in Rozendaal voor 2050. (bron: buurtanalysetool Liander)
Verwachte benodigde uitbreidingen van de Middenspanningsruimtes (MSR) in het geval van een Hoog Temperatuur (HT) warmtenet en installatie zonnepanelen in Rozendaal voor 2050 (bron: buurtanalysetool Liander)
7-11-2023
9. Haalbaarheidsstudie All-Electric 9.4. Uitgangspunten De All-Electric optie gaat uit van een lucht-warmtepomp, om het huis comfortabel te kunnen verwarmen dient deze geïsoleerd te zijn, een passend warmteafgifte systeem te hebben en te zijn voorzien van een volledig mechanisch ventilatiesysteem. • • • •
Vereiste energetische kwaliteit van de woning wordt gebaseerd op een RVO standaard (in lijn met advies van de werkgroep) De kosten zijn bepaald op basis van kentallen De oppervlaktes van de woningen in De Moestuin en Delhoevelaan zijn gebaseerd op de voorbeeldwoningen van het RVO. De Leermolensenk woning is gebaseerd op de voorbeeldwoning vanuit de werkgroep Wat de huidige energetische kwaliteit van de woningen is dient op individuele basis in kaart gebracht te worden De Moestuin
Gebruiksoppervlakte Begane Vloer Gesloten gevel Dak hellend Dak plat Ramen Kierdichting Ventilatie Afgiftesysteem Warmtebehoefte ruimteverwarming 25
Delhoevelaan
Tussen Rijwoning 1946-1964 Twee-onder-één-kap <1964 97,8 122,9 44,2 66,6 39,8 87,3 48 53,6 20,7 19,9 22,9
37,2 23,1
Gebouw- en energetische kenmerken van geselecteerde woningen
53,3 34,6
Leermolensenk Twee-onder-één-kap Werkgroep 102,8 42,8 94,3 50 0,0 18,3
53,3 29,7
Energetische Kenmerken
m2 m2 m2 m2 m2 m2
3,5m2K/W 1,7m2K/W 3,5m2K/W 3,5m2K/W 1,4W/m2/K 0,4dm3/sm2 Volledig Mechanisch Convectoren kWh/m2 GJ 7-11-2023
9. Haalbaarheidsstudie All-Electric 9.5. Investeringskosten Delhoevelaan Kosten Verduurzamingsmaatregelen Twee-onder-één-kap <1964 Totaal Isolatie
€ 20.656
Vloer
€
3.225
Gevel
€
2.644
Dak Hellend
€
5.350
Dak Plat
€
5.808
Ramen
€
3.628
Kierdichting
€ 2.619
Ventilatie
€ 5.047
Warmteafgifte
€ 5.163
Totaal Renovatie pakket
€ 33.485
L/W warmtepomp
€ 15.159
Totale investeringskosten Totaal ISDE subsidie isolatie (indicatie van totaalpakket isolatiemaatregelen) Totaal ISDE subsidie warmtepomp (indicatie)
€ 48.644
Investeringskosten incl. subsidie
€ 37.444
Kosten Verduurzamingsmaatregelen Twee-onder-één-kap <1964
26
€ -6.700 € -4.500
7-11-2023
9. Haalbaarheidsstudie All-Electric 9.5. Investeringskosten Leermolensenk Kosten Verduurzamingsmaatregelen Twee-onder-één-kap Werkgroep Totaal Isolatie
€ 12.824
Vloer
€
2.074
Gevel
€
2.855
Dak Hellend
€
4.991
Ramen
€
2.903
Kierdichting
€ 2.619
Ventilatie
€ 5.047
Warmteafgifte
€ 5.163
Totaal Renovatie pakket
€25.652
L/W warmtepomp
€ 15.159
Totale investeringskosten Totaal ISDE subsidie isolatie (indicatie van totaalpakket isolatiemaatregelen)
€ 40.811
Totaal ISDE subsidie warmtepomp (indicatie)
€-4.500
Investeringskosten incl. subsidie
€ 30.111
€-6.200
Kosten Verduurzamingsmaatregelen Twee-onder-één-kap werkgroep
27
7-11-2023
9. Haalbaarheidsstudie All-Electric 9.5. Investeringskosten De Moestuin Kosten Verduurzamingsmaatregelen Tussen Rijwoning 19461964 Totaal Isolatie
€ 11.282
Vloer
2.142
Gevel
1.205
Dak Hellend
4.791
Ramen
3.144
Kierdichting
€ 2.619
Ventilatie
€ 5.047
Warmteafgifte
€ 5.163
Totaal Renovatie pakket
€ 24.111
L/W warmtepomp
€ 15.159
Totale investeringskosten Totaal ISDE subsidie isolatie (indicatie van totaalpakket isolatiemaatregelen)
€ 39.270
Totaal ISDE subsidie warmtepomp (indicatie)
€-4.500
Investeringskosten incl. subsidie
€ 28.920
€-4.350
Kosten Verduurzamingsmaatregelen Tussen Rijwoning 1946-64
28
7-11-2023
10. Vergelijking 10.1. Inleiding Sommige opties vergen een grote investering vooraf, terwijl andere juist meer verbruikskosten hebben. Om de juiste inzichten voor een duidelijk handelingsperspectief te bieden worden de opties vergeleken op: • • •
29
Eenmalige investeringskosten inclusief subsidies; wordt vergeleken om zo de best passende financiële keuze te maken Total Cost of Ownership (TCO); wordt vergeleken om zo de financieel meest voordelige keuze te maken over de lange termijn voor de eindgebruiker CO2-reductie; om zo inzicht te krijgen in de meest duurzame optie
7-11-2023
10. Vergelijking 10.2. Investeringskosten en subsidies Een deel van de vergelijking bestaat uit de eenmalige investeringskosten, echter is het belangrijk om ook te kijken naar de variabele kosten per optie, wat op de volgende slides wordt weergegeven, in de TCO's.
Leermolensenk Delhoevelaan Moestuin
€41.500 €41.500 -
€9.235 €9.235 -
Totaal incl. subsidies €32.265 €32.265 -
Alle drie
€8.731
€2.619
€6.112
Leermolensenk Delhoevelaan Moestuin
€40.811 €48.644 €39.270
€10.700 €11.200 €8.850
€30.111 €37.444 €30.420
Alle drie
€15.159
€4.548
€10.611
Buurt Buurt warmtepomp Individueel Hybride WP Individueel AllElectric WP, met nodige isolatie Individueel AllElectric WP, zonder extra isolatie
Eenmalige investeringskosten
Subsidie (ca.)
Tot max. 25.000 euro kan voor verduurzamingsmaatregelen aan de woning tegen gunstige voorwaarden geleend worden via het warmtefonds. Meer informatie over de subsidie mogelijkheden staat in de bijlagen. 30
7-11-2023
10. Vergelijking 10.3. Uitgangspunten TCO berekening • • • • • • •
De referentie HR-ketel gaat ook uit van 20% reductie in de warmtevraag Voor koken rekenen we 474 kWh per jaar per woning Warm tapwaterbereiding vraagt ca. 2.800kWh (10 GJ) per woning (gemiddeld 21% van totale warmtevraag) Voor het elektraverbruik wordt uitgegaan van het huidig verbruik, CBS data uit 2020 Twee verschillende afschrijftermijnen: • Renovatiemaatregelen en ombouw MES: 30 jaar • Warmtepompen en overige technische installaties: 15 jaar Onderhoudskosten van de technische installaties zijn 1,5% van de initiële investering, per jaar Voor de energieprijzen wordt gerekend met de prijsplafond prijzen van 2023, namelijk: • • •
•
0,40 euro/kWh elektriciteit 1,45 euro/m3 aardgas 47,38 euro/GJ warmte
De vaste lasten per jaar bestaan uit het vastrecht + leveringstarieven: • • • •
419,39 euro/jaar voor elektriciteit 312,17 euro/jaar voor aardgas 580,33 euro/jaar voor warmte Teruggave energiebelasting 596,85 euro/jaar
CO2-reductie berekening •
•
31
CO2-reductie is bepaald door de Nederlandse energiemix. De reductie is groter wanneer men enkel CO 2 neutrale energie inkoopt Voor de CO2 uitstoot rekenen we met de emissie van 1 kWh aardgas en de inschatting van de uitstoot voor 1 kWh elektra in 2030, namelijk: 0,19 kgCO2/kWh voor aardgas én 0,19 kgCO2/kWh voor elektra Bron: Nationale Energieverkenning 2017 | PBL Planbureau voor de Leefomgeving
7-11-2023
10. Vergelijking 10.4. Total Cost of Ownership – Leermolensenk Maandelijkse totale kosten voor eindgebruiker, Leermolensenk 600 500 26 400 300
79 12 14
45
47
15 34 22
4
25 59 4
228
228
Individuele All Electric Warmtepomp
Individuele All Electric Warmtepomp, geen extra isolatiemaatregelen benodigd
102
200 302
317
Referentie, HR ketel
Collectieve Hybride Warmtepomp (MES)
100
266
Individuele Hybride Warmtepomp
Subsidiabel deel investeringen, over de eerste 15 jaar, per maand Investeringskosten over de eerste 15 jaar, per maand. Min subsidies Vaste lasten per maand voor E, G en W aansluiting Variabele kosten per maand (E, G en W verbruik)
32
7-11-2023
10. Vergelijking 10.4. Total Cost of Ownership – Delhoevelaan
Maandelijkse totale kosten voor eindgebruiker, Delhoevelaan 600 500
26
53
79 400
12 14
45
300 200
343
358
15 49 22
177
25
84 4
4
264
264
Individuele All Electric Warmtepomp
Individuele All Electric Warmtepomp, geen extra isolatiemaatregelen benodigd
303
100 Referentie, HR ketel
Collectieve Hybride Warmtepomp (MES)
Individuele Hybride Warmtepomp
Subsidiabel deel investeringen, over de eerste 15 jaar, per maand Investeringskosten over de eerste 15 jaar, per maand Vaste lasten per maand voor E, G en W aansluiting Variabele kosten per maand (E, G en W verbruik)
33
7-11-2023
10. Vergelijking 10.4. Total Cost of Ownership – De Moestuin Maandelijkse totale kosten voor eindgebruiker, De Moestuin 600
500 400 300
12 14
15 49 22
200 300 100
262
45 151
25 84
4
4
195
195
Referentie, HR ketel
Individuele Hybride Warmtepomp Individuele All Electric Warmtepomp Variabele kosten per maand (E, G en W verbruik)
Individuele All Electric Warmtepomp, geen extra isolatiemaatregelen benodigd
Vaste lasten per maand voor E, G en W aansluiting Investeringskosten over de eerste 15 jaar, per maand Subsidiabel deel investeringen, over de eerste 15 jaar, per maand
34
7-11-2023
10. Vergelijking 10.5. CO2-uitstoot – Leermolensenk CO2 besparing t.o.v. de individuele HR ketel op aardgas, Leermolensenk
-
40%
32% 66%
100%
60%
68% 34%
Referentie, HR ketel
Collectieve Hybride Warmtepomp (MES) % CO2 uitstoot tov. referentie
35
Individuele Hybride Warmtepomp
Individuele All Electric Warmtepomp
% CO2 besparing tov. referentie
7-11-2023
10. Vergelijking 10.5. CO2-uitstoot – Delhoevelaan CO2 besparing t.o.v. de individuele HR ketel op aardgas, Delhoevelaan
-
39%
31%
65%
100%
61%
69% 35%
Referentie, HR ketel
Collectieve Hybride Warmtepomp (MES) % CO2 uitstoot tov. referentie
36
Individuele Hybride Warmtepomp
Individuele All Electric Warmtepomp
% CO2 besparing tov. referentie
7-11-2023
10. Vergelijking 10.5. CO2-uitstoot – De Moestuin
CO2 besparing t.o.v. de individuele HR ketel op aardgas, De Moestuin 33% 72% 100% 67% 28%
Referentie, HR ketel
Individuele Hybride Warmtepomp
% CO2 uitstoot tov. referentie
37
Individuele All Electric Warmtepomp
% CO2 besparing tov. referentie
7-11-2023
11. Samenvatting / hoofdpunten Collectieve Buurt Warmtepomp • • • • •
Positieve business case is enkel mogelijk voor Leermolensenk en Delhoevelaan bij een hoge participatiegraad (>90%) Vereist hoge investeringen vooraf CO2-uitstoot is lager dan individuele hybride warmtepompen en hoger dan individuele lucht-water warmtepompen Straten zullen tijdelijk opengebroken worden en asfalt wordt vervangen door ander wegdek Isolatiemaatregelen niet noodzakelijk, wel mogelijk aanpassingen aan het inpandig leidingwerk nodig
Hybride warmtepomp • • • • • •
In de TCO het voordeligst voor de kosten eindgebruiker per maand Gebruikt het meeste aardgas van alle opties en daarmee ook de hoogste CO2-uitstoot Vereist de minste aanpassingen aan de woningen en de openbare ruimte Vereist meer ruimte dan de huidige situatie in de woning om de warmtepomp te plaatsen Een buitenunit wordt geplaatst Twee apparaten om te onderhouden
All-Electric • • • • • •
• 38
Meest voordelig in verbruik Vereist mogelijk hoge investeringen, afhankelijk van al bestaande isolatiemaatregelen Grootste CO2-reductie van de drie opties, en nog meer haalbaar door de inkoop van hernieuwbare elektriciteit Vereist de meeste aanpassingen aan de woningen Vereist meer ruimte dan de huidige situatie in de woning voor de warmtepomp en een buffervat Een buitenunit wordt geplaatst waarbij rekening gehouden dient te worden met de wettelijke geluidseisen bij de buurpercelen en woningen. Voor rijwoningen wordt dit mogelijk problematisch Grootste vraag uit het elektriciteitsnet 7-11-2023
12. Doorkijk • De kwantitatieve resultaten uit dit rapport dienen als puzzelstuk in de keuze voor de warmteoplossing • In de vervolgstappen zullen deze inzichten gewogen worden en aangevuld worden met kwalitatieve factoren • Wanneer er keuzes worden gemaakt voor een specifieke warmteoptie dienen deze per woning bekeken te worden en verder worden uitgewerkt. De getallen in deze studie zijn momentopnames en indicatief
39 Plaats hier uw voettekst
7-11-2023
13. Bijlagen
40
7-11-2023
13. Bijlagen 13.1. Verduurzamingsmaatregelen Delhoevelaan Vloer Gevel HR++ Dak Plat Buitenzijde Dak Hellend Binnenzijde Kierdichting Ventilatie Warmteafgifte
Min € 2.256 € 2.175 € 3.567
Max Gemiddelde € 5.063 € 3.225 € 3.233 € 2.644 € 3.689 € 3.628
€ 5.666
€
6.038
€
5.808
€ 3.939 € 1.694 € 3.192 € 3.241
€ € € €
6.625 3.973 6.379 7.032
€ € € €
5.350 2.619 5.047 5.163
Er zijn maatregelen gekozen die voldoen aan de energetische eisen voor All-electric oplossingen. Dit zijn kentallen voor maatregelen incl. materiaal, materieel en arbeid van Q4 2022. Marktprijzen kunnen hoger uitvallen. Per woning zal bekeken moeten worden welke maatregelen nodig zijn en wat hiervan de kosten zijn.
41
7-11-2023
13. Bijlagen 13.2. Verduurzamingsmaatregelen Leermolensenk Min € 1.451 € 2.350
Max € 3.255 € 3.492
Gemiddelde € 2.074 € 2.855
HR++ € 2.854 Dak Plat Buitenzijde € Dak Hellend Binnenzijde € 3.674 Kierdichting € 1.694 Ventilatie € 3.192 Warmteafgifte € 3.241
€ 2.952 € -
€ 2.903 € -
€ 6.180 € 3.973 € 6.379 € 7.032
€ 4.991 € 2.619 € 5.047 € 5.163
Vloer Gevel
Er zijn maatregelen gekozen die voldoen aan de energetische eisen voor All-electric oplossingen. Dit zijn kentallen voor maatregelen incl. materiaal, materieel en arbeid van Q4 2022. Marktprijzen kunnen hoger uitvallen. Per woning zal bekeken moeten worden welke maatregelen nodig zijn en wat hiervan de kosten zijn.
42
7-11-2023
13. Bijlagen 13.3. Verduurzamingsmaatregelen De Moestuin Min Vloer € 1.498 Gevel € 992 HR++ € 3.091 Dak Plat Buitenzijde € Dak Hellend Binnenzijde € 3.527 Kierdichting € 1.694 Ventilatie € 3.192 Warmteafgifte € 3.241
Max € 3.362 € 1.474 € 3.197 € -
Gemiddelde € 2.142 € 1.205 € 3.144 €-
€ 5.933 € 3.973 € 6.379 € 7.032
€ 4.791 € 2.619 € 5.047 € 5.163
Er zijn maatregelen gekozen die voldoen aan de energetische eisen voor All-electric oplossingen. Dit zijn kentallen voor maatregelen incl. materiaal, materieel en arbeid van Q4 2022. Marktprijzen kunnen hoger uitvallen. Per woning zal bekeken moeten worden welke maatregelen nodig zijn en wat hiervan de kosten zijn.
43
7-11-2023
13. Bijlagen 13.4. Subsidies Max. bedrag
Subsidie
Collectief systeem
Isolatiemaatregelen
€6.000 per aansluiting €3.325 per aansluiting
WIS ISDE
€5.000 per aansluiting
SAH
€100 tot €7.000 per woning
ISDE
Opmerking Beschikbaar voor eigenaar van een toekomstig warmtenet tot 45% van de totale kosten van het warmtenet Beschikbaar voor particuliere woningeigenaren Beschikbaar voor de verhuurders van woningen (particulieren, VVE's, woningcorporaties) Beschikbaar voor woningeigenaren. Hoogte is sterk afhankelijk van de te nemen maatregelen en de combinatie ervan of dat het wordt gecombineerd met een warmtepomp, warmtenet aansluiting of zonneboiler. Meer informatie is te vinden op de website van het RVO over ISDE maatregelen: ISDE: Isolatiemaatregelen woningeigenaren (rvo.nl) Tot 30% van de aanschafkosten voor de woningeigenaar. Het RVO publiceert een meldcode lijst per type warmtepomp met indicatieve subsidiebedragen. Meer informatie is te vinden op de website van het RVO over ISDE maatregelen: ISDE: Stappenplan aanvragen woningeigenaren (rvo.nl). Tot 30% van de aanschafkosten voor de woningeigenaar. Het RVO publiceert een meldcode lijst per type warmtepomp met indicatieve subsidiebedragen. Meer informatie is te vinden op de website van het RVO over ISDE maatregelen: ISDE: Stappenplan aanvragen woningeigenaren (rvo.nl). Lening voor isolatie, ventilatie, warmteafgifte, warmteproductie en zonnepanelen onder gunstige voorwaarden, in sommige gevallen tegen 0% rente en fiscaal aftrekbaar.
Voor meer informatie is de site van het warmtefonds te raadplegen: Energiebespaarlening voor particulieren - Warmtefonds
Lucht-water Warmtepomp €4.500
ISDE
Hybride Warmtepomp
€2.500
ISDE
Algemeen
Lening tot €25.000 per woning
Warmtefonds
€500-1000
Subsidie duurzaamheidsadvies voor monumenten Tot 50% subsidie voor advies verduurzaming van monumentale panden
Tevens zijn er verscheidene fondsen beschikbaar, kijk hier: Energiesubsidiewijzer: vind eenvoudig subsidies en leningen | Verbeterjehuis Houdt rekening met de volgende looptijden van een aantal subsidies: WIS: Opent 1 juni 2023 en sluit 16 december 2023 ISDE: Budget wordt jaarlijks bepaald en loopt tot 2030 SAH: Loopt nog tot 31 december 2023, wordt mogelijk verlengd met 2 jaar 44
7-11-2023
13. Bijlagen
13.5. Buurtpaspoort De Moestuin
45
7-11-2023
13. Bijlagen
13.6. Buurtpaspoort Leermolensenk
46
7-11-2023
13. Bijlagen
13.7. Buurtpaspoort Delhoevelaan
47
7-11-2023
13. Bijlagen
13.8. Verdeling Kosten Distributienet Er zijn koppelkansen in de aanleg van een distributienet om kosten mee te besparen. De materiaalkosten, aanlegkosten en de engineering van het distributienet vormen samen grofweg 78% van de totale kosten voor beide warmtenetten. Hier valt geen kostenbesparing te halen met samenloop van andere werkzaamheden. De andere kosten vormen grofweg 22%. Waarvan de verharding (klinkers, tegels, asfalt etc.) het grootste voordeel oplevert als dit samenloopt met andere werkzaamheden (zoals vervanging van het riool of straatvernieuwing). Mogelijk zijn er ook koppelkansen in de benodigde onderzoeken en vergunningen te behalen (denk hierbij bijvoorbeeld aan archeologie, stikstofberekeningen, strategisch omgevingsmanagement). De Moestuin
Verdeling kosten
Verdeling kosten
Delhoevenlaan Leermolensenk
Materiaalkosten Aanlegkosten (incl. winst , risico, excl. verhardingen)
11,8% €
221.849
58,0% €
1.094.229
Engineering Verharding verwijderen en terugbrengen Onderzoeken, vergunningen, overig
7,4% €
140.000
5,0% €
185.280
16,9% €
319.238
16,7% €
625.383
5,9% €
111.823
5,5% €
206.016
€
1.887.140
Totaal
48
13,2% €
493.610
59,6% € 2.232.030
€ 3.742.318
7-11-2023
Aan
Gemeente Rozendaal Van
Alwin Ven, van der
Memo Contactpersoon
Datum
Alwin Ven, van der +31644590599 alwin.van.der.ven@qirion.nl
16 november 2023
Betreft
BUP Rozendaal_Rapportage Haalbaarheidsstudie
Context Afgelopen juli is de rapportage van een haalbaarheidsstudie naar warmteoplossingen voor Rozendaal opgeleverd door Dep (destijds nog Qirion EC) aan de gemeente Rozendaal en diens bewoners. Op deze rapportage zijn vragen en opmerkingen ontvangen die hier in deze memo behandelt zullen worden. Deze memo begeleidt een aangepaste versie van de rapportage: “BUP Rozendaal_Rapportage Haalbaarheidsstudie_Qirion EC_Definitief_v1.1”. Vragen en opmerkingen Antwoord Reactie Ad 5. Warmteopties selecteren 1.
pag. 6 socialiseren van de kosten voor bewoners → komt niet tot uiting in de doorrekeningen lijkt mij voor Collectieve Buurt Warmtepomp. Is dit een correcte waarneming?
2.
Vereiste isolatiemaatregelen: door de hele rapportage heen blijft bij mij de vraag wat is er nodig aan vereiste isolatiemaatregelen, naast de prima opsomming in de bijlagen: wanneer voldoet de woning en wie schakel je daarvoor in. Wat is bijvoorbeeld ‘kierdichting’, hoe ga je na of de ventilatie voldoende op orde is? Zelf hebben wij in de afgelopen 20 jaar al veel gedaan maar is het genoeg? Ad 6. Haalbaarheidsstudie
3.
pag. 8 In de gehele rapportage komt ‘geluid’ een aantal keren terug. Het lijkt, vooral voor tussenwoningen, een probleem.
De eenmalige investeringskosten zijn voor alle woningen gelijkgesteld, op buurtniveau is dit te zien als socialisering van de kosten. Dit is socialisering op een kleinere schaal dan gas- en elektriciteitsaansluitingen, die gesocialiseerd worden over alle aansluitingen in beheer van één netbeheerder. Wij verwachten dat een woning met isolatie, die voldoet aan de waardes gegeven in 9.4., All-Electric kan gaan. Deze studie heeft als doel om in kaart te brengen wat op buurtniveau de beste optie is voor de bewoners zodat daar verdere plannen op gebaseerd kunnen worden. Een vervolgstap kan zijn om collectief een adviseur in te schakelen die per situatie kan bepalen wat er gedaan moet worden.
Klopt, geluid is met name voor tussenwoningen een uitdaging. Verwachting is dat de warmtepompen zich
Duurzaam Energie Perspectief is een handelsnaam van Qirion B.V. en Qirion B.V. is onderdeel van Alliander N.V.. KvK 09119276 Arnhem BTW-nummer NL8103.85.193.B01 Bankrekening NL95.INGB.0000.0055.85 t.n.v. Alliander N.V..
Datum
2 november 2023 Pagina
2 van 7
Klopt deze constatering? En welke oplossingen zijn denkbaar?
4.
Is het een optie om per huizenblok van 3 (of meer) woningen één warmtepomp te installeren met aftakkingen naar 3 (of meer) woningen?
5.
pag. 9: In Didam is 70% van de woningen aangesloten op het Warmtenet → in Leermolensenk wordt uitgegaan van > 90%. Is dit haalbaar? Het lijkt mij (te) hoog gegrepen.
6.
pag. 10: hoge isolatiegraad → wat is hoog? Is mechanische ventilatie voor alle woningen mogelijk? En kost het niet veel extra energie? Wat wordt bedoeld met mogelijke aanpassing afgiftesysteem naar convectoren of vloerverwarming? Is deze laatste post gelijk aan ‘warmteafgifte’ in bijlage 13.2?
gaan schikken naar de wens van de markt en stiller zullen worden. Omdat schermen, muren, hagen en dergelijke ook invloed hebben op geluid is elke locatie uniek en deze kunnen mogelijk oplossingen bieden. De locatie van de warmtepomp dient goed overwogen te worden, dat kan met een installateur bepaald worden. Voor tussenwoningen zou een centrale warmtepomp inderdaad uitkomst kunnen bieden mocht geluid problematisch blijken. Organisatorisch (eigenaarschap, beheer, verdeling kosten en dergelijke) brengt dit mogelijk uitdagingen met zich mee. Zeker een kansrijke optie om verder te verkennen met een installateur en mogelijk voor woningcorporatie makkelijke te organiseren dan voor particulieren. Een aansluitgraad van 90% is hoog in vergelijking met andere nieuwe warmteprojecten in bestaande bouw. Of het haalbaar is hangt geheel af van de bereidheid van bewoners en de middelen die worden ingezet om bewoners mee te krijgen. De aansluitgraad van 90% is gekozen om een positieve geldstroom te behalen voor een fictief warmtebedrijf. De benodigde isolatiewaardes staan in paragraaf 9.4.. Mechanische ventilatie is technisch mogelijk in elke woning, maar mogelijk niet wenselijk doordat er extra leidingen gelegd moeten worden (over bijvoorbeeld het plafond). Extra energieverbruik voor de mechanische ventilatie is minimaal in verhouding met de totale energievraag in een woning.
Het afgiftesysteem hoeft niet in alle gevallen aangepast te worden, daarom spreken we van een mogelijke aanpassing naar convectoren of vloerverwarming. Veel radiatoren zijn vroeger te groot gedimensioneerd en kunnen nadat de woning goed is geïsoleerd mogelijk ook voldoende warmte afgeven om het behaaglijk warm te hebben in de woning. Dit zal per geval bekeken moeten worden. De kosten voor de aanpassing
Datum
2 november 2023 Pagina
3 van 7
afgiftesysteem zijn gelijk aan de post ‘warmteafgifte’ in de bijlage 13.2..
7.
7. Haalbaarheidsstudie Collectieve Buurt Warmtepomp pag. 11: Zijn er voorbeelden waar gemeenten (en bewoners) een warmtebedrijf hebben opgericht?
8.
pag. 14: sCOP warmtepomp: 2,7 = is dit ‘zuinig’ genoeg of wordt het duurder als wordt uitgegaan van bijvoorbeeld sCOP5 Wat betekent rendement en back-upketel 87%?
9.
pag. 15: disconteringsvoet (2%): betekent dit percentage waarmee je toekomstige cashflows contant maak? Verwachte rendement investering? Risico van de investering? Of is het een potje voor extra tegenvallers?
10.
Opgenomen is inkoop gas: 0,67 / Nm3 en inkoop elektriciteit 0,19 Nu is inkoop gas 0,342 (bijna de helft) Nu is inkoop elektriciteit 0,39 per kWh in juli 2016 0,19. Waar komt dit verschil vandaan?
Enkele voorbeelden zijn: • Warmtenetwerk Didam (Gemeente Montferland en Firan), • Traais Warmtenetwerk (eigendom van Traais Energie Collectief dat in eigendom is van bewoners zelf) • Stadsverwarming Purmerend (100% gemeente), • Gemeente Hengelo werkt samen met Ennatuurlijk en Firan, • WarmteStad (gemeente Groningen en Waterbedrijf Groningen), • Warmtenetwerk Harderwijk (gemeente Harderwijk, Duurzame Energienetwerken Gelderland (DENG)) Als een hogere sCOP te behalen is dan wordt de warmteproductie goedkoper (hoger sCOP=hogere efficiëntie). De investeringskosten zullen wel hoger worden bij dit soort warmtepompen. De back-upketel is een gasketel, deze hebben een efficiëntie, ook wel rendement genoemd. De disconteringsvoet is verkeerd opgenomen in de presentatie, dit was geen uitganspunt in deze business case, en wordt dus ook verwijderd uit de presentatie. De rendementseis van 6% is de waarde waarmee de contante waarde wordt berekend. Het verschil komt door de keuze voor een referentiepunt. Als referentiepunt hebben we voor de kosten van de productie van warmte de prijsplafondprijzen (met korting) genomen voor de inkoop van gas en elektriciteit. In lijn daarmee zijn we ook uitgegaan van het
Datum
2 november 2023 Pagina
4 van 7
prijsplafond warmtetarief (die weer is gebaseerd op de plafondprijzen van gas).
11.
pag. 16: Wat is een positieve geldstroom? En voor wie is deze positief? Het lijkt mij dat de investeringskosten voor Collectieve Buurt Warmtepomp per woning (te) hoog zijn. Is dit een realistische optie voor bewoners?
12.
pag. 17: Dynamische inkopen kunnen denk ik de financiële haalbaarheid ook verslechteren door ‘verkeerd’ te gokken. Is dit een risico?
13.
14.
8. Haalbaarheidsstudie Hybride Warmtepomp pag. 18: Is een zonnecollector (eventueel per woning) een optie om minder gas te verbruiken voor tapwater? En ook wellicht een goedkopere optie?
pag. 19: COP warmtepomp 3,8, op pagina 14 staat sCOP warmtepomp 2,7. Graag het verschil uitleggen.
We gaan uit van een warmtebedrijf dat de buurtwarmtepomp en het warmtenet exploiteert. Voor die fictieve partij hebben we de geldstromen bepaald. Positieve geldstroom betekent dat er meer geld inkomt dan dat het een (nog fictief) warmtebedrijf operationeel kost. Of het collectieve systeem realistisch is hangt sterk af van de hoeveelheid aangesloten woningen en de verhouding tussen de productiekosten en de warmteprijs voor de bewoners. Omdat het risico groot is en de marges klein achten wij het onwaarschijnlijk dat een marktpartij een collectieve buurtwarmtepomp interessant zal vinden zonder significante dekking en/of garantiestelling middels publieke gelden. Bij dynamisch inkopen gaan we er vanuit dat het systeem zo wordt ingeregeld dat men tegen de laagste tarieven inkoopt. De productiekosten lopen dan mogelijk meer mee met de marktfluctuaties dan als er vaste prijsafspraken worden gemaakt. Dit risico is te minimaliseren, maar er blijft een restrisico. Wat hierin acceptabel is, is door een warmtebedrijf te bepalen.
Een zonnecollector is een optie om het gasverbruik te reduceren. Zoals toegelicht in de tabel op pagina 7 (PVT) is dit geen volledig alternatief omdat dit niet jaarrond beschikbaar is. Wel heeft een bewoner hier een kanttekening bij geplaatst (en een systeem voorgesteld dat wel een volledig alternatief zou kunnen zijn (zie vraag 22). De warmtepomp die deel is van een hybride opstelling (pag. 19) levert een kleiner deel van de warmtevraag en wordt anders ingezet waardoor diens efficiëntie hoger is dan de collectieve buurt warmtepomp (pagina 14).
Datum
2 november 2023 Pagina
5 van 7
15.
Zijn er (hybride) warmtepompen met een lager vermogen dan 1kW? Na een snelle check bij diverse leveranciers blijkt dat dit vermogen niet bij alle warmtepompen wordt vermeld, dat is lastig voor een bewoner die tot aanschaf zou willen overgaan.
Warmtepompen met als doel om woningen van warm water te voorzien en een vermogen lager dan 1kW zien wij ook niet op de markt. De vermogens van warmtepompen staan doorgaans op de energielabels of dan wel in de technische documentatie ervan. Voordat men overgaat op de aanschaf van een warmtepomp raden wij aan om met een installateur de mogelijkheden per situatie te verkennen.
9. Haalbaarheidsstudie All-Electric 16.
pag. 23: Voor wie zijn de kosten voor het verzwaren van het net? Voor de netbeheerder, gemeente en/of bewoners?
Kosten voor het verzwaren van het net liggen bij de netbeheerder.
10. Vergelijking 17.
pag. 31: De genoemde energieprijzen zijn niet hetzelfde als op pagina 15. Wat is het verschil?
De prijzen op pagina 15 zijn voor zakelijke grootverbruikers (dus het tarief excl. energiebelasting en dergelijke + hier wordt gerekend met een korting).
18.
pag. 32: Waarom zijn de TCO van MES zoveel hoger dan de andere opties. Zit dat vooral in de leidingen en aanpassen wegen?
De TCO van de MES ligt inderdaad veel hoger door de investeringskosten voor het aanleggen van alle leidingen om woningen aan te sluiten.
19.
Opvallend vind ik dat de individuele AllElectric de laagste kosten laat zien en laagste CO2 uitstoot (wel hoge investering in isolatie als bewoner nog niets heeft gedaan). Mijn vraag blijft hoe je weet of je All-Electric kunt gaan?
Deze studie heeft als doel om in kaart te brengen wat op buurtniveau de beste optie is voor de bewoners zodat daar verdere plannen op gebaseerd kunnen worden. Wij verwachten dat een woning met isolatie, die voldoet aan de waardes gegeven in 9.4., All-Electric kan gaan. Een vervolgstap kan zijn om collectief een installateur in te schakelen die per situatie kan bepalen wat er gedaan moet worden.
11. Samenvatting / hoofdpunten 20.
Mijn eerste, wellicht niet 100% onderbouwde, conclusies zijn: MES - onrealistische optie vanwege hoge participatiegraad (>90%). - (te) hoge investeringskosten - Verlaging CO2 uitstoot valt tegen Hybride individuele warmtepomp - Hoogste CO2 uitstoot is betrekkelijk in vergelijking met MES: 68% vs 60% All Electric individueel
Zie antwoord op vraag 5 en 11 voor opmerkingen over de conclusies voor de buurtwarmtepomp. Zie antwoord op vraag 2 en 19 voor allelectric.
Datum
2 november 2023 Pagina
6 van 7
Mijn belangrijkste vraag blijft: wat moet je (nog) doen in je woning 21.
22.
PVT lijkt afgeschreven omdat alleen een PVT boiler is benoemd. Is dat wel terecht? Collectieve aardbron per 2-4 woningen is bijvoorbeeld toepasbaar in de Moestuin, waar luchtwater komt te vervallen wegens geluidsoverlast en wettelijk minimale afstand van buitenunit tov erf grens Als aanvulling op 9.1 op pagina 21 is een foto gedeeld van een PVT-systeem in combinatie met een warmtepomp. Als opmerking 9.2 op pag 22: bij dit systeem is geluidsoverlast niet meer de uitdaging
24.
Op pagina 46 is het corporatiebezit niet meegenomen
25.
Als je kijkt naar waar ‘we’ naar toe moeten (CO2 neutraal) dan is de cruciale vraag wie ‘we’ zijn en welke rollen er opgesteld moeten worden die vorm gaan geven aan die noodzakelijke veranderingen. Het zal dan vaak gaan om het individuele en het collectieve. Om het vrijwillige en het verplichte. Om wie wat wil en wie wat moet betalen. En hopelijk brengt het ook een gemeentelijk/maatschappelijk (Nuts) model dat (ook) toekomstbestendig is. Beetje abstract en het hoort zeker niet thuis in de opdracht die Qirion heeft gekregen.
26.
Neem als voorbeeld de kosten van het aanleggen van het warmtenet (tabellen pag. 16). Wellicht dat die grotendeels komen te vervallen wanneer de gemeente de riolering in die straten gaat vervangen (moet ook gebeuren!) en bijvoorbeeld
Zie antwoord op vraag 13 voor de PVTboiler. Zie antwoord op vraag 4 voor collectief op een aardbron.
Hiermee is inderdaad geen probleem met het geluid van een buiten-unit van een lucht-water warmtepomp. Deze optie is zeker interessant om te overwegen in de overstap naar all-electric. Onze verwachting is wel dat de investeringskosten hiervan hoger zijn dan de lucht-water warmtepompen. Met een installateur dient per situatie bekeken te worden of dit een technische en financieel mogelijke optie is. Mogelijk is een knelpunt voor rijwoningen de verhouding van het dakoppervlak t.o.v. het benodigde warmtevermogen. Het is van de 29 corporatiewoningen niet exact bekend welke woningen in bezit zijn van de woningcorporatie, daarom stonden deze niet aangegeven bij de onderverdeling in woningtypes. Er is nu expliciet benoemd dat dit onbekend is. Terecht punt en inderdaad buiten de scope van onze studie. Wetgeving die de warmtetransitie kan stimuleren, zeker de collectieve weg, is nog in de maak en biedt hopelijk meer handvatten en duidelijkheid op het vlak van rollen, verantwoordelijkheden, verdeling van de kosten en baten, en verplichten en rechten.
Mocht men kiezen voor een collectieve oplossing dan is het aan de bewoners en gemeente om te bepalen welke organisatievorm hierin wenselijk is (bijvoorbeeld een lokale energiecorporatie van bewoners, een gemeente, het Gelders Warmte Infra Bedrijf, of een samenwerking van deze partijen) We splitsen de investeringskosten van het leidingnet verder op in een extra bijlage om hier meer inzicht in te bieden. Zie bijlage 13.8, en de verwijzing daarnaar op pag. 16)Mocht er gekozen worden voor de
Datum
2 november 2023 Pagina
7 van 7
alleen de materiaalkosten en het laswerk (om het plaatje simpel te houden) ten laste van de Collectieve Buurt Warmtepomp komen. Dit soort suggesties kunnen prima in hoofdstuk 10 worden opgenomen als aanbeveling voor de vervolgdiscussie tussen de Gemeente en de inwoners.
27
Hoe zit het met seizoensopslag van energie?
28
Hoe zijn de aannames voor de isolatiegraad collectieve optie tot stand gekomen?
Kopie aan: Spectrum partner met elan
collectieve buurtwarmtepomp doen we de suggestie om contact te zoeken met het Gelders Warmte Infra Bedrijf (GWIB). Het GWIB zet zich in om gemeenten te helpen in de ontwikkeling van warmtenetten middels kennis, projectleiding, financiering en/of het verlagen van de onrendabele top door schaalvoordeel. Buiten het GWIB en de eerder genoemde subsidies is er voor een toekomstig warmte(net)bedrijf ook nog een mogelijkheid om aanspraak te doen op financieringsinstrumenten van de BNG bank. Seizoensopslag van warmte is een relatief kostbare investering, die kan helpen om warmtesystemen te optimaliseren op bijvoorbeeld kosten en duurzaamheid. We verwachten niet dat, gezien de al hoge kosten van een warmtesysteem, dat dit de haalbaarheid significant zal verbeteren. Er is geen specifieke isolatiegraad aangenomen in de collectieve optie. Wel is er een aanname gedaan over de reductie van de warmtevraag in het gebied van 2% per jaar vanaf 2020 (het jaar van de gebruikte verbruiksdata) tot en met 2030. Dit is hoger dan de verwachte reductie van ruwweg 1,25% beschreven in de 'Klimaaten Energieverkenning 2021' van het PBL (pag. 142), omdat we verwachten dat men in Rozendaal vooruit zullen lopen op deze trend door eerder isolatiemaatregelen en gedragsveranderingen door te voeren.
WEGING VAN DE OPTIES VOOR DE WARMTEVOORZIENING TERUGKOPPELING EN VOORUITBLIK
OVER DIT DOCUMENT • Dit document is een terugkoppeling over - Het proces van beoordeling van de kwalitatieve aspecten van de warmteopties - De uitkomsten – overeenstemming en verschillen in weging en waardering, En een vooruitblik op de vervolgstappen. Het is bedoeld als basis voor een discussie binnen de groep bewoners betrokken bij de beoordeling van de opties die door Qirion zijn uitgewerkt. Op basis hiervan wordt een document opgesteld dat door de betrokken ambtenaar, Dirk Wim, wordt gebruikt om een stuk voor B&W en de raad op te stellen. 2
INHOUD 1. Begrip voor de ‘setting’ 2. Proces 3. Uitkomst 4. Vervolgstappen
3
1) SETTING: OPGAVE VAN GEMEENTE, ACTIE VOOR BEWONERS Duurzaamheid en energie-transitie zijn ingewikkelde thema’s – veel betrokkenen, veel afhankelijkheden Landelijke overheid geeft een opdracht aan de gemeente, maar uiteindelijk moeten de burgers in actie komen Speelt zich voor een belangrijk deel in de ver(de)re toekomst
4
2) PROCES – OMGAAN MET ONZEKERHEID
ZIEN VAN DE VRAAG ZIEN VAN EEN LONKEND PERSPECTIEF
VERBONDENHEID VAN PARTIJEN
DOEN LEREN 5
VERTROUWEN
3) PROCES – OMGAAN MET ONZEKERHEID • Bij de start van het proces is veel nog onzeker • We willen snel actie en duidelijkheid, • Niet te lang blijven ‘hangen’ • Maar hoe vroeger je beslist hoe groter het risico op verkeerde beslissingen 6
Impact van beslissingen bijv. op kosten
Beschikbare informatie
Ontwikkel proces Mate van vrijheid / risico’s
Vormgevende partijen Project manager Ontwikkel proces
4) PROCES – TOEWERKEN NAAR GEDRAGEN OPLOSSINGEN Initiatieffase verkenningen startworkshops
Mogelijkheden Verwachtingen Wensen Risico’s
7
Programma v an eisen Bijstellen
Bijstellen
Bijstellen
Vormgeven van de uiteindelijke optie Wegen/scoren
Wegen/scoren
Wegen/scoren
5) PROCES - FASERING • Doen wat nu al kan omdat het duidelijk is, omdat het in alle scenario’s nuttig is • Verder uitzoeken wat onduidelijk is • Opties doorontwikkelen op basis van de inzichten en discussies
8
6) UITKOMST – EERSTE ORDENING VAN OPLOSSINGEN MCDM 23
Beoordelingsaspecten en waardeanalyse
Project:
Energietransitie gebouwde omgeving buurtniveau
Optie 1 All E Optie 2 Hybr 23 april 2023
Groep 1+2 waarden gemiddeld
oordeel van: inwoners voor de met A gelabelde aspecten belang
realisatieproces 6 duidelijkheid, soepele uitvoering
woonkwaliteit wooncomfort en gemak
10
4 5
10 10
Groep 1
rood: discrepanties gemiddeld score score score belang optie 1 optie 2 optie 3
belang
score optie 1
score optie 2
score optie 3
belang
score optie 1
score optie 2
score optie 3
reductie E-vraag kan technische kwaliteit warmteoptie ruimtebeslag leveringszekerheid en teruglevering ontzorgen in gebruiksfase
8 10 4 10 6
9 9 3 3 3
9 3 9 9 3
1 9 9 9 9
8 6 6 10 4
9 3 3 3 3
3 1 3 3 3
1 3 9 9 3
8 8 5 10 5
9 6 3 3 3
6 2 6 6 3
1 6 9 9 6
kwaliteit uitvoerende partijen communicatie over uitvoering overlast tijdens uitvoering kwaliteitszorg tijdens uitvoering optie collectieve aanpak
6
1
3
3
4
3
9
1
5
2
6
2
10
9
3
1
6
3
3
3
8
6
3
2
thermisch comfort winter thermisch comfort zomer geluidshinder binnenluchtkwaliteit esthetische kwaliteit gebruiksgemak, bediening
10 10 6 8 4 6
9 3 1 1 1 9
9 3 1 1 3 9
9 3 3 9 9 9
10 8 8 8 6 4
3 9 1
9 0 3
9 0 3
1 3
1 3
3 1
10 9 7 8 5 5
6 6 1 1 1 6
9 1,5 2 1 2 6
9 1,5 3 9 6 9 of 1
8 8
3 9
3 9
1 3
10 8
9 9
9 9
3 3
9 8
6 9
6 9
2 3
SUBASPECTEN
groep 2 groep1 eindsituatie 10 10 gemak, zekerheid van warmtevoorziening,10
4,6
groen; zelfde en gemiddelde waarden
Groep 2 HOOFDASPECTEN
financiële aspecten 10 kosten, transparantie, financiering
8 9
exploitatie- en beheerkosten structuur medezeggenschap kosten voor bewoners financierbaarheid
10
1
3
9
10
3
9
1
10
2
6
5
begeleiding inwoners
6
6 6
loketfunctie ontzorging individueel (financiering, hobbels) communicatie met uitvoerders nazorg
6 10
3 9
1 9
9 3
4 8
1 1
1 1
1 1
5 9
2 5
1 5
5 2
vertrouwen
8
6 7
gekozen oplossing participatieproces vertrouwen in partijen onafhankelijkheid en zeggenschap
10 8 10 8
3 3 3 3
3 3 3 3
9 3 3 1
6 8 10 8
9 3 3 9
9 3 3 9
3 1 1 1
? 8 10 8
3 3 6
3 3 6
2 2 1
9
Optie 3 Coll
4,6
4,3
Oordeel hoofdcriteria Optie 1 - All electric
vertrouwen
Optie 1 All E Optie 2 Hybr
4,6
4,6
Oordeel hoofdcriteria Optie 2 - Hybride
vertrouwen
eindsituatie 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0,0
begeleiding inwoners
financiële aspecten
10
Optie 3 Coll
eindsituatie 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0,0
begeleiding inwoners
realisatiefase
woonkwaliteit
financiële aspecten
4,3
Oordeel hoofdcriteria Optie 3 - Collectieve voorziening
realisatiefase
vertrouwen
woonkwaliteit
begeleiding inwoners
eindsituatie 10 8 6 4 2 0
realisatiefase
woonkwaliteit
financiële aspecten
7) UITKOMST – WAAR LOPEN DE MENINGEN UITEEN Belang subaspecten
Weging van de oplossingen
• Technische kwaliteit warmteoptie (eindsituatie): 6 - 10
• Thermisch comfort zomer • Binnenluchtkwaliteit • Gebruiksgemak, bediening • Financierbaarheid • Loketfunctie • Ontzorging individueel (financiering, hobbels)
• Optie collectieve aanpak (realisatieproces): 6 - 10 • Gekozen oplossing (vertrouwen): 6 - 10
• Gekozen oplossing
11
8) UITKOMST – WAT MOETEN WE HIERMEE? • Gericht informatievoorziening verbeteren over de oplossingen op de punten van verschil • Alle oplossingen aanscherpen en/of combineren - Ruimtebeslag van ‘warmtepomp unit binnen’ verkleinen • Voorwaarden aan oplossingen verbinden - Vb: collectief alleen indien gekoppeld aan infrastructurele werkzaamheden
12
9) VERVOLGSTAPPEN – FASERING EN AAN DE SLAG Doen wat nu al kan omdat het duidelijk is, omdat het in alle scenario’s nuttig is Verder uitzoeken wat onduidelijk is Opties doorontwikkelen op basis van de inzichten en discussies Begin nu met organisatie van • voorlichting, • promotie, • collectieve inkoop, en • uitvoering van isolatie
13
Zorg voor informatie over • subaspecten waarover verschil van inzicht bestaat irt de opties
Werk de 3 opties verder uit op een paar aspecten die een hoge weging hebben en een (relatief) lage score Beoordeel de technische en economische haalbaarheid van de verbeteringen
10) ZORG VOOR HET GOEDE KADER Onthoud het lonkend perspectief en schetst het grote kader. Toon leiderschap!
14