CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Anonimizer Zienswijze Z1 - anoniem 2024

1.2 Raadsvergadering 22 februari 2022, gemeente RozendaalBij agendapunt: Partiële herziening bestemmingsplan Dorpsschool Rozendaal5.875 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

KRESSIN

Gemeente Rozendaal Postbus 9106 6880 HH Velp

Fax: 026 ~ 3843670

Re: Deponeren Zienswijze met betrekking tot ontwerp bestemmingsplan NL.IM-

RO.0277.BPKOM2020002-0001 Arnhem, 20 augustus 2020

Geachte dames, heren, In de bijlage treft u de zienswijze van de in de zienswijze genoemde omwonenden aan ten aanzien van het boven genoemde bestemmingsplan. Het wordt bi] deze ingediend. Ik mag ernaar verwijzen.

Met vriendelijke groet,

eressin

By

Zienswijze met betrekking tot ontwerp bestemmingsplan NL.IM-RO.0277.BPKOM2020002-0001

Deze zienswijze wordt ingediend namens de omwonenden aan de

,

a

@ en heeft betrekking op het ontwerp bestemmingsplan NL.IM-RO.0277.BPKOM2020002-0001,

rp. de fri SD

> SD

SD

-

Het voornemen van de gemeente zoals uit het ontwerp bestemmingsplan blijkt ziet op drie punten. I.

Het verlenen van een openbare bestemming aan het schoolplein tot 19.00 uur

tl.

Het verlenen van een openbare bestemming aan de de zich op het plangebied bevindende

ontsluitingsweg UL

het opnemen van een kwalitatieve verplichting voor het hebben en behouden van een

geluidsscherm Absorptieklasse 2 in de vorm en op de plaats waar deze zich thans bevinat.

Alvorens in te gaan op de drie genoemde punten willen de omwonenden het volgende opmerken.

Vigerend bestemmingsplan volstrekt duidelijk 1.

Noch in het Ontwerp Bestemmingsplan

noch in de toelichting heeft de gemeente

aangegeven welke redenen er zijn voor het openbaar toegankelijk maken van het schoolplein tot 19.00 en om deze (tevens) als openbare speeituin te bestemmen. De enige toelichting is dat de gemeente, overigens met name in andere stukken uit de recente discussie, van meet af aan de bedoeling heeft gehad het schoolplein openbaar toegankelijk te hebben en te houden.

tn haar Toelichting wekt 2ij, passend bij die opstelling, de indruk

alsof deze beweerdelijke bedoeling ten onrechte “onduidelijk” in het bestemmingsplan terecht zou zijn gekomen en er een “niet bedoelde interpretatie” mogelijk zou zijn die niet-

schoolgerelateerd gebruik (in de zin van gebruik door anderen dan de kinderen van de school tijdens schooltijd) zou uitsluiten. Ook zou de ontsluitingsweg alleen bij een “strikte interpretatie” niet als weg bestemd voor apenbaar verkeer beschouwd kunnen worden. 2.

De gemeente wil kennelijk suggereren dat het bij deze bestemmingsplanwijziging uitsluitend gaat om het herstellen van onduidelijkheden. Er bestaan echter geen onduidelijkheden in het bestemmingsplan. De gemeente is bij uitstek een deskundige partij bij het opstellen en het formuleren van een bestemmingsplan. Er kan bij haar geen twijfel hebben bestaan over het

feit dat een school gerelateerd-gebruik dat voor alle gebouwen in voorzieningen die op het terrein worden gevestigd dwingend is voorgeschreven, niet mede omvat een openbaar gebruik (door anderen dan kinderen van deze school of door wie dan ook buiten schooltijd) als speeltuin en ontmoetingsplek voor met name jongeren. Reeds tekstueel kan hier reeds geen enkele verwarring over hebben bestaan. 3.

Maar ook wanneer men de regelgeving en de geschiedenis van de totstandkoming van het vigerende bestemmingsplan erbij betrekt, is evident dat de gemeente uitsluitend heeft ingezet op het vestigen van een school (inclusief kinderopvang en buitenschoolse opvang) met de bijbehorende pauzevoorzieningen en sportvoorzieningen. Ze had er ook belang bij, nu bij de afweging van belangen het belang van de gemeente bij het kunnen vestigen van een school in een woonwijk in de praktijk zwaarder mag wegen dan wanneer sprake zou zijn van het vestigen van

louter openbare recreatievoorzieningen. Immers, alleen zo behoefde

het stemgeluid van kinderen niet verplicht bij afweging in het milieuspoor betrokken te worden, al geldt natuurlijk ook dan dat (in het ruimtelijk spoor)

van de omwonenden rekening moet worden gehouden.

onverkort met de belangen

Deze afweging, het zojuist genoemde algemeen belang van de gemeente bij het kunnen

vestigen van een school in een woonwijk versus het belang van de omwonenden voor het behoud van een rustige woonwijk was ook in nagenoeg al haar aspecten onderwerp van het juridisch geschil tot aan de Raad van State. De gemeente heeft in dat traject laten zien weinig tot geen oog te hebben voor de belangen van de omwonenden. Wanneer de gemeente thans betoogd dat het openbaar gebruik van het schoolplein als ook van de weg van meet af aan haar bedoeling is geweest, dan openbaart dat slechts dat de gemeente in het overleg met haar burgers strategisch en niet transparant opereert en daarmee haar burgers bewust ( en overigens ook de Raad van State) op het verkeerde been wil zetten. Het spreekt immers voor zich dat een gemeente die voornemens is de ontsluitingsweg van de school van meet af aan zo in te richten dat hij als “doorgetrokken Akkerlaan” direct aansiuit aan de Kapelieberglaan en die tevens voornemens is om een schoolplein zo in te richten dat hij ook als openbare speeltuin mag worden gebruikt, alleen juist en correct handelt wanneer 2ij dat ook zo in haar bestemmingsplan opneemt. Zodat de burgers weten waar zij aan toe zijn en waar zij de discussie over moeten voeren.

De gemeente licht ook niet toe waarom zij in het bestemmingsplan heeft opgenomen dat alle voorzieningen op het terrein (dus ook de speelvoorzieningen) alleen school gerelateerd gebruikt mogen worden wanneer zij bedoeld dat deze voorzieningen door iedereen gebruikt mogen worden. Evenmin licht zij toe waarom zij in het bestemmingsplan de weg naar de ingang van de school en de zich daar bevindende parkeerplaatsen als ontsluitingsweg bestemd terwijl het haar bedoeling was deze weg als openbare weg te bestemmen en 2ij deze vervolgens in de praktijk ook zo heeft vormgegeven. Zolang hier geen plausibele verklaring voor is moeten de omwonenden aannemen dat de gemeente hier bewust de door haar kennelijk eigenlijk beoogde openbaarheid van schoolplein en antslutingsweg buiten het bestemmingsplan heeft gehouden om verwezenlijking van haar doel, i.e. de vaststelling van het (thans) vigerende bestemmingsplan, niet te bemoeilijken, en om in een tweede stap vervolgens -met als onderliggend argument dat de school, de speelvoorzieningen en de weg er toch liggen- het openbaar gebruik

langs de weg van een partiele wijziging met als enige motivatie een

beweerdelijke redactionele omissie in het bestemmingspian alsnog te verwezenlijken. Omwonenden menen dat dit niet de juiste weg is en dat de gemeente bij het opstellen van een bestemmingsplan zorgvuidig te werk dient te gaan en openbaar en transparant dient te ageren zodat bij de vaststelling van het bestemmingsplan in de discussie met de belanghebbenden alle argumenten aan bod kunnen komen. Dat betekent ook dat het bestemmingsplan enige duurzaamheid dient te hebben en dat het niet juist zou zijn de omwonenden telkens weer met een nieuwe aanpassingen te confronteren.

van het bestemmingsplan is een bestuursrechtelijk bewerkelijk, kostbaar

De vaststelling

en zorgvuldig

traject waarhbij alle betrokken partijen en belanghebbenden hun posities naar voren kunnen

brengen, die vervolgens, in de laatste plaats door de Raad van State, gewogen worden. Het resuitaat van die weging, het vastgestelde bestemmingsplan, dient dan ook door alle partijen die daarbij betrokken zijn, en met name ook de gemeente, te worden gerespecteerd. 10, Anders gezegd, omwonenden menen dat de gemeente reeds op principiéle gronden zou moeten afzien van de voorgenomen partiéle wijziging van het bestemmingsplan, het past immers bij een betrouwbare overheid dat zij zich ook zelf houdt aan de regels die ze heeft opgesteld. Uiteraard is altijd denkbaar dat een nieuwe ontwikkelingen zijn die tot een aanpassing van het bestemmingsplan noodzakelijk, zoals de gemeente echter zelf stelt gaat het hier geenszins om een nieuwe ontwikkeling maar om een voornemen dat de gemeente reeds bij de totstandkoming van het vigerende bestemmingsplan had maar niet in die discussie heeft ingebracht. 11. Mocht de gemeente hier niet toe bereid zijn, dan menen omwonenden dat in het licht van de door de gemeente in deze gevolgde koers het feit dat de school en het schoolplein en de weg er al liggen bij de afweging buiten beschouwing moeten blijven.

Concreet betekent dit dat bij de weging van aspecten van ruimtelijke inrichting de wijk van de omwonenden beschouwd moet worden als een rustige woonwijk waarvoor de richtwaardes dienen te gelden zoals deze zijn aanbevolen in de Handreiking van de Vereniging van de Nederlandse Gemeenten (VNG), en derhalve een langtijdgemiddelde geluidsbelasting van 45 dBa als uitgangspunt moet worden genomen. Voor zover de gemeente zou willen betogen dat door de komst van de school de wijk niet meer zonder meer als rustige woonwijk beschouwd kan worden, menen de omwonenden dat de gemeente dit argument niet toekomt in het licht van de door haar gevolgde niet transparante strategische benadering bij de vestiging van de school.

|

Het verlenen van

uur

een openbare bestemming aan het schoolplein tot 19.00

12: Met betrekking tot de speeltuin merken de omwonenden op, dat iedere analyse over de noodzaak van een openbare speeltuin op deze plek volledig ontbreekt. De gemeente heeft zelf in 2018 een speelvoorzieningennotitie opgesteld waarvan het College in de Gemeenteraad uitdrukkelijk heeft bevestigd, dat deze als leidraad geldt bij de keuze van de locatie voor speelvoorzieningen, en bij de daarop te de plaatsen voorzieningen. Opmerkelijk is dat in deze notitie mede de aanbeveling wordt gedaan om de (toen nog te realiseren) speelvoorziening bij de Openbare school openbaar te maken. Opmerkelijk omdat de speelvoorziening zoals deze vervolgens bij de openbare school is ingericht op nagenoeg geen van de criteria voldoet die, blijkens de notitie, de gemeente bij het vestigen en inrichten van speelvoorzieningen wil hanteren. Omwonenden nemen aan dat de beleidspunten in deze notitie niet slechts “Spielerei” zijn maar zijn ingegeven door de wens voor kinderen in hun nabijheid een even uitdagende als veilige speelomgeving te bieden. Wanneer de gemeente dus haar eigen voorwaarden serieus neemt, dan valt het volgende op: a. De speelvoorziening bij de openbare school ligt niet zoals geéist op een plaats waar b.

mensen langskomen. De speelvoorziening bij de openbare school ligt evenmin op een plaats waar deze zichtbaar is vanuit andere woningen en straten. De speelvoorziening ligt juist verdekt achter de school en is niet vanuit woningen zichtbaar

c.

Ook ligt speelvoorziening dicht bij de woningen Kapelleberglaan en eveneens dicht bij de parkeerplaatsen langs de (volgens bedoeling van de gemeente) openbare Akkerlaan.

d.

Tot slot ligt de speelvoorziening bij een zeer drukke weg, meer precies bij de Scheimseweg en zelfs binnen

afstand

de (op basis van andere wetgeving)

eigenlijk vereiste

50m,

13. Met andere woorden, de speeivoorziening van de openbare school voldoet niet aan vier van

de vijf door de gemeente opgestelde eisen die bestemd zijn om de veiligheid van de kinderen te waarborgen. Dat moge iets minder klemmend zijn zolang het een speelvoorziening bij een openbare school betreft, nu er dan immers alleen gespeeld wordt onder toezicht, bij een openbare speeltuin is dat toezicht echter op geen enkele wijze gewaarborgd. 14. Ook de behoefte van de speelvoorziening op deze locatie is door de gemeente

niet onderzocht. De gemeente laat in het midden of deze speelvoorziening in de zin van haar notitie geldt als een kleine speelvoorziening voor Kleine kinderen (de behoefte wordt dan gemeten door de kinderen te tellen die in een straal van 100 m van deze voorziening wonen) of dat het gaat om een groter speelterrein, waarbij diezelfde telling met een straal van 400 m dient plaats te vinden, Waarbij uiteraard dan nog meegewogen zou moeten worden weike andere speelvoorziening de kinderen die in deze straal wonen hebben. Daarbij zou dan de

gemeente moeten wegen dat volgens haar eigen eisen bij speelvoorzieningen voor kleinere

kinderen rekening moet worden gehauden met de woningen die er in de omgeving van de beoogde speelvoorziening staan. Kort gezegd, huizen met grotere tuinen maken een openbare speelvoorziening minder noodzakelijk. De bebouwing rondom de school bestaat voor een belangrijk dee! uit woningen met een ieder geval voldoende grote tuinen. 15. Het gaat niet aan dat de gemeente al haar inhoudelijke eisen ten aanzien van de locatie en de kwaliteit van de speelvoorziening in een notitie terzijde schuift en eenvoudigweg vaststelt dat de speelvoorziening bij de Dorpsschool openbaar dient te worden, ook wanneer die speelvoorziening op de meeste van de punten niet voldoet aan de eisen die de gemeente zelf daaraan stelt. 16. De zorgvuldigheid van de besluitvorming vereist dat de gemeente haar voornemen de speelvoorziening van de darpsschool openbaar te bestemmen onderbouwd met argumenten dat een speelvoorziening op die locatie noodzakelijk is op basis van de behoeftecriteria die zij zelf heeft gedefinieerd, en dat de locatie op basis van de haar geformuleerde kwaliteitseisen geschikt is.

Is dat niet zo, dan is niet in de zien waarom het belang van de omwonenden bij rust zou moeten wijken voor het voor het algemeen belang, Het algemeen belang is immers niet gediend bij het vestigen van een openbare speelvoorziening op een — volgens de door de gemeente zelf gehanteerde en vastgelegde normen- onveilige en derhalve niet geschikte plaats en zonder dat enige behoefte aan die voorziening is onderzocht. 17. Op deze plaats hebben de omwonenden overigens ook de vraag of de gemeente van mening is dat zij als burgers minder rechten hebben dan de andere bewoners van Rozendaal in een vergelijkbare kwestie. Immers, het College heeft in het kader van de discussie over de te realiseren speelvoorziening in de Del aangegeven dat het feit dat bij een enquéte 4 van de 18 respondenten hebben aangegeven geen speelvoorziening te willen (overigens naar omwonenden naar zonder dat uitvoerig te moeten motiveren) zwaar weegt en dat zij het

om die reden lastig vindt de door sommige andere omwonenden gevraagde speelvoorziening te realiseren ( Citaat wethouder M. Albricht: : Wie ben ik op om dan namens de gemeente iemand een speelvoorziening op te dringen’?). Geldt dat dan niet wanneer zoals hier omwonenden op goede gronden zich tegen de komst van een openbare speelvoorziening verzetten? Geluidsoverlast 18. Het is bekend dat omwonenden veel overlast ondervinden van onder meer het gebruik van de speelvoorzieningen tijdens schooltijd, maar ook van het feit dat deze speelvoorzieningen de facto nu al ook buiten de schooltijd worden gebruikt, door kinderen, maar met name later op de avond ook door

jongeren,

die deze plek met name ook als ontmoetingsplek gebruiken.

Het gaat dan met name om met name geluidsoverlast (zonder op dit punt andere

bijkomende overlast zoals aan- en afrijdende scooters, drugsgebruik en dergelijken te wille verwaarlozen) , tot laat in de late avond. Kinderen die spelen en jongeren die “hangen“ veroorzaken veel storend en hinderlijk geluid, dat zich ook niet door toezicht laat beteugelen. En dat is op zich ook goed zo. (Evenwel mogen omwonenden terecht aan de orde stellen, of het redelijk is dat juist zij deze last tot over de grens van het aanvaardbare moeten dragen. 19. De gemeente heeft aangegeven dat zij, zonder dat zij krachtens het Activiteitenbesluit daartoe gehouden zou zijn, additioneel geluidsonderzoek heeft gedaan om de effecten van de wijziging in kaart te brengen en te bezien of deze aanvaardbaar zijn. Zij komt op basis van de rapporten tot de conclusie dat dit zo zou zijn. 20. De omwonenden betreuren dat de gemeente hier wederom ervoor lijkt te kiezen met onjuiste en misleidende argumenten goede sier te maken in plaats van de bezwaren van de omwonenden serieus te nemen en te respecteren. De gemeente weet immers heel goed dat het Activiteitenbesluit helemaal niet relevant is in deze. De gemeente Is wettelljk gehouden bij het vaststellen van bestemmingsplannen alle aspecten van een goede ruimtelijke inrichting te bezien en bij haar afwegingen te betrekken.

En ook vanuit wettelijk perspectief betekent dit dat zij de aspecten van de geluidshinder die uitgaat van een openbare speeltuin (waarbij het stemgeluid van kinderen niet meer op basis van het Activiteitenbestuit is uitgezonderd) alsmede van een openbare weg in kaart moet brengen zodat dit bij alle afwegingen betrokken kan worden. Het geluid onderzoek dat de gemeente heeft gedaan is dus geenszins een onverplicht extra, maar wettelijk noodzakelijk voor de door haar voorgenomen bestemmingsplanwijziging.

21. Volgens de plannen zal het openbare gebruik van de speeltuin voor iedereen tot 19.00 uur worden toegestaan, hetgeen betekent dat de speeltuin als zodanig niet meer profiteert van de uitzondering voor “schoollawaai” van het Activiteitenbesluit. 22. Het akoestisch onderzoek dat thans is overgelegd refereert volledig aan de uitgangspunten en gegevens zoals deze waren opgenomen in het akoestisch onderzoek dat een bijlage is bij het thans vigerende bestemmingsplan. Daarmee maakt ook dat laatste akoestisch onderzoek volledig dee! uit van deze bestemmingsplanprocedure.

? De Gelderlander, 19 oktober 2019, Wethouder moet van raad en buurt speelveld maken in De Del, door

23. De omwonenden betwisten ten stelligste de juistheid van dat akoestisch rapport. Het rapport voldoet op vele punten niet aan de kwaliteitseisen zoals die aan een dergelijk rapport mogen

worden gesteld. Het rapport geeft sterk de indruk dat het de bedoeling is geweest de uitgangspunten zo te kiezen dat in ieder geval de door de gemeente (ten onrechte) gedefinieerde richtwaarde van 50 dBa voor het langtijdgemiddelde niet wordt overschreden.

De geluidsbelasting is echter ondanks deze uitgangspunten voor een aantal woningen aan de

grenswaarde dan wel nagenoeg aan de grenswaarde. Het is dus relevant te kijken of de uitgangspunten en de gehanteerde methode overeenkomen met de werkelijkheid en de richtlijnen die voor dergelijke berekeningen gelden. Het meest illustratief in het oog springend zijn daarbij, zonder op deze plaat volledig te willen zijn, onder meer de volgende punten: a.

Inde eerste plaats is in het rapport als uitgangspunt gehanteerd een evenredige verdeling van de geluidsemissie over de beschikbare speelruimte, terwijl er sprake is van een hoge concentratie van de speelinrichtingen aan de noordzijde van de inrichting. Feitelijk vindt de geluidsemissie dus plaats vanuit een veel beperktere ruimte, wat grote gevolgen voor het als uitgangspunt te nemen bronvermogen heeft.

b.

Het aanvullende rapport van 2 juli 2020 geeft aan dat de verharding van het terrein thans wel als factor is toegevoegd, zonder dat duidelijk is welk effect dat nu op de berekeningen heeft.

c.

Het geluidscherm isin het model als glooiende lijn gemodelieerd, terwij! het geluidscherm trapsgewijs naar beneden loopt. Bovendien is in de berekeningen ervan uitgegaan dat de geluidsemissie plaatsvindt over het hele terrein, derhalve op een hoogte van 41 naar 48 m. De realiteit is echter dat alle speelvoorzieningen zich

bevinden op een hoogte van 46-47 m (trapveldje), wat tot effect heeft dat een deel

van het geluidscherm volledig nutteloos is. Tussen de woningen van de bewoners ‘2 bestaan directe zichtlijnen naar de speelvoorziening,

hetgeen betekent dat ook het geluid in het geheel niet wordt gehinderd door het geplaatste geluidscherm. Het gevolg is dat de huidige geluidsemissie op de gevel van

de genoemde woningen ook veel hoger is dan in het model is aangenomen. d.

Ook is er geschoven met de buitenspeeltijden, zo is de buitenspeeltijd van de BSO van 2 uur na een half uur per dag gegaan. In de praktijk is dat een volstrekt

onrealistisch scenario. e.

Met betrekking tot het laatste wordt nog opgemerkt, dat iedere verankering van buitenspeeltijden van de school, de kinderopvang en de buitenschoolse opvang in de regelgeving ontbreekt. Het is evident dat de geluidsemissie substantieel veranderd wanneer de verdeling van buitenspeeitijden hij de zoals deze in het akoestisch onderzoek als uitgangspunt is genomen niet worden aangehouden. In het ontwerp bestemmingsplan ontbreekt iedere toelichting hoe de gemeente op dit moment de nakoming van de buitenspeeltijden uit het akoestisch rapport door de school heeft geborgd en hoe zij dat in de toekomst zou willen borgen. Zonder deze borging is het akoestisch rapport betekenisloos, omdat het uitgangspunt dan willekeurig is.

f.

Het rapport komt bij zeven woningen tot lang tijd gemiddelde beoordelingsniveaus van 50 dBa of 49 dBa, dus op of na genoeg op de door de gemeente als uitgangspunt genomen (te hoge) richtwaarde. Er is dus met betrekking tot de in het model berekende geluidsbelasting “geen lucht naar boven “, en mede op deze grond kunnen de omwonenden er aanspraak op maken dat de uitgangspunten overeenkomen met de werkelijkheid zoals deze nu is, dat de nakoming van deze

uitgangspunten in de praktijk wordt geborgd en dat de wijze waarop een en ander in

het akoestisch onderzoek is berekend transparant en toetsbaar is. Aan al deze voorwaarden is thans niet voldaan, hetgeen in de opvatting van de omwonenden eraan in de weg staat dat het bestemmingspian wordt gewijzigd zoals de gemeente

dat voorstelt. g.

Erontbreekt zowel het gehanteerde rekenmodel als een door het gebruikte softwareprogramma gemaakte uitdraai van alle invoer en uitvoer die de omwonenden en door hen in te schakelen deskundigen in staat zou stellen de juistheid van de berekeningen te toetsen. De omwonenden zouden deze alsnog

graag ontvangen.

24, De gemeente heeft voorgesteld thans ook daadwerkelijk metingen te laten plaatsvinden, omwonenden vragen zich af waarom de gemeente niet wacht op de resultaten van een ieder geval dat onderzoek alvorens zij tot besluitvorming over een breder gebruik van het schoolplein en de weg komt. Het is evident dat bij de tot stand komen van het vigerende bestemmingsplan slechts kon worden uitgegaan van rekenmadellen, immers de schoo! stond er nog niet. Thans is de school een bedrijf, en zodra er weer sprake is van een voliedige, niet door Corona maatregelen beperkte bedrijfsvoering zou een juiste meting kunnen laten zien of de berekeningen die zij bij het vigerende bestemmingsplan als basis heeft genomen ook daadwerkelijk kloppen. 25. Zorgvuldige besiuitvorming waarop de omwonenden met het oog op hun belangen aanspraak kunnen maken brengt dwingen met zich mee dat de modelberekening voor de Beluidsemissie is wordt gebaseerd op uitgangspunten die overeenstemmen

met de

werkelijkheid en dat het model op juiste en representatieve wijze ook aan de werkelijkh eid wordt getoetst nu dat feitelijk mogelijk is. De school staat er, de speelvoorziening wordt in strijd met het bestemmingsplan in de praktijk openbaar gebruikt, en dat geldt ook voor de weg. Ook de werking van het geluidscherm kan worden getoetst.

26. Een laatste maar dezelfde mate wezenlijk punt betreft de handhaving. Het voornemen van

de gemeente is dat de toegang tot de openbare speelvoorziening na 19:00 uur verboden is. In haar voorstel is de enige manier van handhaving die zij suggereert het opstelien van borden die daarop wijzen. Het is weinig aannemelijk -en de praktijk wijst dat ook uit - dat borden voldoende zullen zijn om de toegang tot het openbaar en ongehinderd toegankelij ke terrein te verhinderen. Het feit dat twee van de drie ap dit moment geplaatste borden door onbekende alweer zijn verwijderd documenteert dat. Ook is niet duidelijk wie nu eigenlijk moet optreden wanneer het terrein de onbevoegden wordt betreden. Is dat de school of is dat de gemeente? Als het de school is dan is de vraag van de omwonenden op welke wijze in overeenkomsten of vergunningen is geborgd dat de Dorpsschool deze verplichting op zich heeft genomen en dat de school ook kan worden aangesproken wanneer 2ij niet tegen

gebruik van het terrein na 19.00 uur optreedt.

Handhaving 27

Wanneer dat de gemeente

is stellen de omwonenden vast dat de gemeenteraad zelf heeft

uitgesproken niet voornemens te zijn handhavend op het terrein te zullen optreden. Ook het namens de omwonenden ingediende handhavingsverzoek heeft de gemeente bij besluit van 14 juli 2020 integraal afgewezen, dat wil zeggen ook daar waar het gaat over de

aanwezigheid op het terrein en het gebruik van het terrein na 19.00 uur. Deze opstelling van de gemeente en de gemeenteraad staat in de weg aan het besluit dat de gemeente wil nemen om het speelterrein tot 19.00 uur openbaar toegankelijk te maken. Immers na 19.00 uur geldt onbetwist dat de gemeente gehouden is een richtwaarde van 40 dBa (in de onjuiste opinie van de gemeente 45 dBa) te waarborgen en dat is op de wijze zoals het terrein en de geluidsbeschermende maatregelen nu zijn ingericht feitelijk onmogelijk. Het is evident dat een toegelaten openbaar gebruik tot 19:00 uur een onrechtmatig gebruik na 19:00 uur zal bevorderen, zeker wanneer de gemeente ook nadrukkelijk verklaard niet handhavend te willen optreden en ook op geen enkele wijze aangeeft hoe effectief handhaving zou kunnen plaatsvinden.

u

Het verlenen van een openbare bestemming aan de de

zich op het

plangebied bevindende ontsluitingsweg 28. Met betrekking tot het tweede voornemen, namelijk het bestemmen van de ontsiuitingsweg tot openbare weg met de bestemming verkeer merken de omwonenden het volgende op. 29, Beziet men hoe de gemeente de ontsluitingsweg feitelijk vorm heeft gegeven, dan wordt inderdaad duidelijk dat de gemeente van meet af aan voornemens is geweest om niet een

ontsluitingsweg aan te leggen, maar om de Akkerlaan via de school naar de Kapellenberglaan door te trekken. Er kan geen sprake zijn van een woonerfachtige bestemming zoais deze in het akoestisch rapport is gesuggereerd. Zowel vanuit de Akkerlaan als ook vanuit de Kapellenberglaan bezien is door de vormgeving van de weg sprake van

feitelijk een doorgaande weg. Wie vanuit de Akkerlaan komt, krijgt de indruk dat de ontsluitingsweg de natuurlijke voortzetting van de Akkerlaan is en niet de oprit naar een parkeerplaats. En wie vanuit de Kapellenberglaan ({noordzijde) komt, wordt op de T splitsing door de vormgeving van de weg automatisch de (huidige) ontsluitingsweg op geleid die dan voorbij school weer bij de Akkerlaan aansluit. In de uitvoering heeft de gemeente dus de Akkerlaan doorgetrokken naar de Kapellenbergiaan terwijl volgens de bestemming slechts toegestaan was deze weg als ontsluiting voor de parkeerplaatsen voor de school te gebruiken.

30. Het gevoig is dat de doorgetrokken aan ook feitelijk als openbare weg wordt gebruikt door degenen die vanuit de Akkerlaan en de daaromheen liggende straten via de Kapellenberglaan noordzijde uiteindelijk bij de Schelmseweg willen uitkomen. Ook blijkt dat in de praktijk veel auto’s komend vanuit de andere kant van de Schelmseweg via de Kerklaan en de Kapellenberglaan naar de school rijden, ook omdat men via deze route veel minder (gevoeld) door een woonwiljk rijdt dan wanneer men de route Akkerlaan, doorgetrokken Akkerlaan en Kapellenberglaan (Zuid) en Mr. van Hasseltlaan door een woonwijk rijdt. ak. Het valt omwonenden dat de gemeente in het geheel niet heeft bestudeerd wat feitelijk nu de verkeersbewegingen op de diverse wegen zijn nu de school fs gerealiseerd en aok in

bedrijf is. Het akoestisch rapport bij het vigerende bestemmingsplan is immers gebaseerd op het verkeersonderzoek dat nog uitsluitend is gebaseerd op aannames, Een van deze aannames is dat de ontsluiting van de school grotendeels via de Akkerlaan zou plaatsvinden (aan en afrijden) en dat slechts een klein deel van het schoolverkeer via de noordelijke Kapellenbergiaan de school zou aanrijden. In het akoestisch rapport behorend bij het thans voorliggende ontwerp bestemmingsplan wordt opeens aangenomen dat de helft van het

extra verkeer die het gevolg zou zijn van het bestemmen van de doorgetrokken Akkerlaan tot openbare weg via de Kapellenbergiaan noordzijde zou gaan rijden. Ook waar deze aanname op is gebaseerd blijft valledig onduidelijk, opvallend is echter dat deze ieder geval al

belangrijk afwijkt van de aanname uit het verkeersonderzoek, die ervan uitgaat dat vier

vijfde van het schoolverkeer via de zuidelijke route zou aan -of afrijden.

32. Bij zorgvuldige besluitvorming hoort dat waar mogelijk is ook in de praktijk wordt gemeten wat de toename van het verkeer op de verschillende wegvakken is. Op basis van eigen tellingen hebben de omwonenden sterk de indruk dat veel school nog gebonden verkeer dat via de Akkerlaan aanrijdt vervolgens via de Kapellenberglaan noordzijde de wijk weer richting Schelmseweg verlaat. Het is ook op basis van de vormgeving van de weg de door de gemeente geindiceerde route. Daarnaast gebruiken ook veel meer ouders dan de gemeente als uitgangspunt heeft genomen de Kappellenberglaan noordzijde als aanrijroute voor de

school, het is zoals aangegeven ook de gemakkelijkere route.

33. Dit leidt overigens juist op de T splitsing van de doorgetrokken Akkerlaan en de

Kapellenberglaan in de spitstijden tot veel opstoppingen. Het verkeer dat via de Kapellenberglaan noordzijde aanrijdt ontmoet op die splitsing een groot dee! van het afrijdende school verkeer, dat op dat punt, voor zover het wil afslaan naar de Kapellenberglaan zuidzijde door de vormgeving van de weg juist een extra scherpe bocht naar links moet maken. Tegelijkertijd bevindt ze precies op dat punt ook de weg naar de nooduitgang van de school, die door de school in de praktijk als hoofdingang wordt gebruikt. Regelmatig parkeren ouders een auto ook precies bij die T splitsing om hun kind via deze derde deur naar school te brengen, waarbij de stilstaande auto’s het aan het afrijdende verkeer op die splitsing hinderen, wat tot veel getoeter, remmen en optrekken, en derhalve veel overlast leidt. Structurele geluidsoveriast leidt ook tot gezandheidsklachten bij de omwonenden, ook daar lijkt de gemeente op dit onvoldoende oog voor te hebben.

34. De waarneming van de omwonenden is dat het praktijk in belangrijke mate afwijkt van de aannames die in het verkeersonderzoek uit 2015 zijn gedaan. De omwonenden zijn overigens 00k van mening dat de gemeente door de wijze waarop zij de ontsluitingsweg heeft vormgegeven juist heeft bevorderd dat het verkeer zich op geheel andere wijze feitelijk voltrekt dan in het verkeersonderzoek behorend bij het vigerende bestemmingsplan is aangenomen. Wanneer 2ij thans de verkeerssituatie wil wijzigen door het thans illegale

gebruik van de ontsluitingsweg te legaliseren waardoor ook in haar eigen aanname het verkeer op die weg verder zal toenemen, dan is vereist dat zij de verkeerssituatie zoals die feitelijk is en kan worden vastgesteld eerst nagaat voordat zij besluiten neemt.

35. Ook heeft de gemeente volledig niet beoordeeld wat de gevolgen zijn van herbestemmen van de ontsluitingsweg tot gewone openbare weg voor de op het trapveldje en de speelvoorzieningen spelende kinderen die zich pal naast deze weg bevinden.

36. Het akoestisch rapport van 2 juli 2020

jaat ten onrechte geheel buiten beschouwing wat de

effecten van het openbaar maken van de doorgetrokken aan op de overige wegvakken in de omgeving zullen zijn. Nu evident is dat de aannames die behoren bij het vigerende bestemmingsplan niet kloppen en bovendien dat de feitelijke verkeersstromen in kaart kunnen worden gebracht (zodra er weer sprake is van een normaal bedrijf van de school) dient er eerst een nieuwe meting plaats te vinden alvorens een akoestisch onderzoek kan

worden ingesteld naar de overlast die de gewijzigde verkeerssituatie voor alle wegvakken

met zich mee zal brengen. Het is onvoldoende in het rapport behorend bij het antwerp bestemmingsplan slechts het extra verkeer op het doorgetrokken deel zelf in de berekening te betrekken, en zich overigens te baseren op in akoestisch rapport dat gebaseerd is op een verkeersonderzoek, dat op zijn beurt weer gebaseerd is op aannames die in de thans waar te nemen werkelijkheid niet kioppen. Nogmaais, de gemeente is hiertoe gehouden ook wanneer het Activiteitenbesluit het niet vereist. In het ruimtelijk spoor moeten alle aspecten

van rechtswege door de gemeente worden gewogen, en wanneer de ontsluitingsweg wordt herbestemd als openbare weg dan moeten de verkeersgevolgen en de daarmee verbonden

geluidsgevolgen voor de omliggende wegvakken op juiste wijze in kaart worden gebracht. Op basis van de regelgeving voor de ruimtelijke ordening is dat vereist. 37. Op dat punt moet de omwonenden overigens van het hart dat het enigszins bizar aandoet wanneer de gemeente stelt dat zij op grond van haar eigendomsrecht en haar keuze haar grond aan de openbaarheid ter beschikking te stellen meende reeds voor een rechtmatig openbaar gebruik van de weg te hebben gezorgd. Wanneer de gemeente dit tot haar principe verheft {in strijd met alle regelgeving en nogal wat fundamentele rechtsbeginselen) dat zou toch langs dezelfde weg gelden dat iedere eigenaar van grond zelf zou mogen weten wat hij met die grond doet. De gemeente weet beter, de omwonenden zijn op zoek naar een

serieuze discussie met de gemeente en willen dan ook door de gemeente serieus worden

genomen. Dit soort argumentatie past daar niet bij. Het is een argument dat kennelijk moet onderbouwen dat wat de gemeente betreft hier slechts sprake is van een herstel van een administratieve omissie zoals dat in de inleiding al door omwonenden is aangevoerd. Maar het is een buitengewoon onzinnig en bijna respectioos argument.

38. Tot slot voeren de omwonenden op dit punt nog aan dat ook hier de gemeente heeft nagelaten op enige wijze aan te geven welke noodzaak er zou bestaan voor deze wiljziging van de bestemming van deze weg. Deze noodzaak is echter het vertrekpunt voor iedere andere afweging, immers waarom zouden omwonenden zich iberhaupt bezig moeten houden met een verandering van de verkeerssituatie wanneer de gemeente heeft nagelaten aan te geven waarom deze verandering iiberhaupt nodig zou zijn. Zolang zij dit niet doet heeft zij geen belang bij enige aanpassing en dient het belang van omwonenden berust te

prevaleren.

lil Het opnemen van een kwalitatieve verplichting voor het hebben en behouden van een geluidsscherm Absorptieklasse 2 in de vorm en op de plaats waar deze zich thans bevindt.

39. Met betrekking tot het derde voornemen merken omwonenden op dat zoals reeds eerder aangegeven het geluidscherm zoals dat thans is geplaatst gedeeltelijk zinloos is omdat het ondanks zijn hoogte van 2 m voor een belangrijk deel onder het niveau van de geluidsbronnen ligt, het speeiterrein en het trapveldje bevinden zich op een hoogte van 4647 m. Ook is overigens met de speeltoestellen geen rekening gehouden, kinderen die zich op

het geluidscherm de speeltoestellen bevinden produceren ook geluid dat feitelijk over

cherm in een heengaat. De omwonenden zijn voor het opnemen van een geluids

dat op alle woningen de bestemmingsplan dat op een wijze is geplaatst in vormgegeven

moeten zijn vastgesteld richtwaardes feitelijk niet worden overschreden. Daarvoor zou eerst

-en absorptie zodat de dat het geluidscherm bijdraagt aan de vereiste geluidsdemping

de normen die bij de normen die bij het vigerend bestemmingsplan zijn gehanteerd, dan wel bestaat de zorg dat wijziging moeten worden gehanteerd, worden gehaald. Op dit moment tot de norm in het de gemeente het volgens omwonenden ontoereikende geluidsscherm scherm voorschrijft bestemmingsplan wil verheffen terwijl het bestemmingplan een geluids e gehanteerde dat ervoor zorgt dat de geluidshinder bij de woningen de iig door de gemeent richtwaarde niet overschrijdt.

houden van het 40. Daarnaast is onduidelijk wie verantwoordelijk is voor het in stand e bevestigen dat 2ij in geluidscherm, nu dat als erfafscheiding is geplaatst. Kan de gemeent

elijk en een volkomen geval jegens de omwonenden en alle belanghebbenden aansprak

is vormgegeven en verantwoordelijk is voor het in stand houden van een geluidscherm (dat geplaatst op de wijze zoals zojuist is aangegeven)? éle bedenkingen hebben bij Inhetb ovenstaande hebben omwonenden aangegeven dat zij substanti ngsplan. Ze zijn bestemmi de voor nemens van de gemeente zoals geformuleerd in het antwerp tot nu toe geenszins de indruk ontstemd over de wijze waarop de gemeente dit benadert en hebben van de omwonenden. De dat de gemeente, zoals zij stelt, oog heeft voor de legitieme belangen van de omwonenden goed gevoel het geeft toonzet ting is wellicht op onderdelen stevig, maar dat e pad kiest en het weer. Hi et is de gemeente die door deze bestemmingsplanwijziging het juridisch aan de omwonenden gesprek met de omwonenden uit de weg gaat en deze keuze ook zeer expliciet van het College aan g toezeggin de bij heeft meegedeeld. De omwonenden kunnen dit niet plaatsen om met de ngen) de gemeenteraad (nadat alle gemeenteraadsfracties erop hadden aangedro zij, de omwonenden omwonenden in overleg te gaan om de problemen op te lossen. Hoe dat ook altijd bereid zijn tot deur agen dichtgesl willen benadrukken dat zij ondanks de door de gemeente om hier een eerste gemeente de aan is constructieve gesprekken om de problemen op te fossen. Het . Maar het is tegemoet en stap in te zetten.

Het voorliggende juridische traject zien zij met vertrouw niet zelf tot een bevredigende ook altijd, wat hen betreft, een teken van armoede als een gemeente oplossing in een geschil met haar burgers kan komen.

Namens de omwonenden,

20 augustus 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=759ec9b2-d4da-4c41-92da-9578b0b93227