Agendabundel
Tekst van het document
Conform de principes van het verstedelijkingsconcept streven de partijen ernaar om deze woningen te realiseren met een goede omgevingskwaliteit, in een balans tussen stad en land, met bijpassende
15
werkgelegenheid voor de nieuwe inwoners en op hoogwaardige, duurzame wijze ontsloten. Rijk en regio werken gezamenlijk aan het op orde brengen van de benodigde randvoorwaarden om de realisatie mogelijk te maken met onder andere: o verplaatsing bedrijvigheid, opheffing hindercirkels, o aanpak stikstof, o versterking van het landschap, nieuwe natuur o bereikbaarheid en energienetwerken (elektra en warmte). In de ‘’bestuurlijke afspraken Verstedelijking regio Arnhem Nijmegen Foodvalley” zijn op het BO MIRT Oost 2022 afspraken opgenomen over de realisatie van de doelen en de bijbehorende randvoorwaarden en de verdere samenwerking binnen het NOVEX-gebied Arnhem, Nijmegen, Foodvalley. Zo wordt het ontwikkelperspectief voor het NOVEX-gebied verder uitgewerkt in een verstedelijkingsprogramma. 30. Rijk, provincie en gemeenten zetten gezamenlijk en gecoördineerd menskracht en financiële middelen in op grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties Nijmegen Stationsgebied, Nijmegen Kanaalzone en de Spoorzone Arnhem-Oost. In Spoorzone Arnhem-Oost is streven naar het realiseren van 12.000 woningen in de verschillende deelgebieden binnen het grootschalige woningbouwgebied in de periode tot en met 2040. De grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Spoorzone Arnhem-Oost biedt tot en met 2030 ruimte voor de realisatie van 5.400 woningen.
Tweederde deel van de woningen die tot en met 2030 wordt gerealiseerd bevindt zich in het betaalbare segment. Hierbij zijn twee deelgebieden onderscheiden: het deelgebied Presikhaaf (rondom de KennisCampus Arnhem) en het deelgebied Rijnpark. In het deelgebied Presikhaaf worden tot en met 2030 2.300 woningen gebouwd. Voor het deelgebied Rijnpark gaan Rijk en regio gezamenlijk de ontwikkelopgave verder verkennen en een gefaseerde ontwikkelstrategie uitwerken. Het deelgebied Rijnpark van en om het spooremplacement biedt uitstekende kansen voor een grootschalige gebiedsontwikkeling langs de Rijn, dicht tegen het centrum van de stad. Op deze locatie kan een (hoog-)stedelijk milieu worden ontwikkeld. Het deelgebied Presikhaaf leent zich bij uitstek voor het toevoegen van woningen om te komen tot meer gedifferentieerde wijken. Beide woningbouwlocaties dragen daarmee ook nadrukkelijk bij aan de versterking van de leefbaarheid en leefomgeving in Nationaal Programma Leefbaarheid & Veiligheid Arnhem-Oost. De voortgang van deze grootschalige NOVEX- woningbouwlocatie zal ook besproken worden op de woondealtafel. In Nijmegen zijn er twee grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties: Nijmegen Stationsgebied en Nijmegen Kanaalzone. In de woondeal uit 2020 staat een omvschrijving vand gebieden en de opgaven.
Tot en met 2030 worden er in het Stationsgebied circa 3.500 woningen gerealiseerd en 1.000 woningen na 2030. Het aandeel sociaal/middensegment c.q. betaalbaar bedraagt gemiddeld 65%. Vanuit het Mobiliteitsfonds wordt een reservering gedaan voor een taakstellende bijdrage voor een pakket mobiliteitsmaatregelen. Een groot deel van de opgave in het Stationsgebied wordt reeds bekostigd uit eerdere MIRT afspraak (2020) station, Woningbouwimpuls (Wbi) en versnellingsafspraken. Nijmegen Kanaalzone betreft meerdere bestaande wijken en bedrijfsterreinen langs het MaasWaalkanaal, waarbij de grootste transformaties in Winkelsteeg en Dukenburg plaatsvinden. Tot en met 2030 worden er in het gebied Kanaalzone-Winkelsteeg circa 4050 woningen gerealiseerd en 400 woningen na 2030, waarvan gemiddeld 65% betaalbaar. Tot en met 2030 worden er in het gebied Dukenburg ca. 1.200 woningen gerealiseerd, waarvan gemiddeld 65% betaalbaar. Vanuit het Mobiliteitsfonds is tijdens het BO MIRT Oost 2022 een reservering gedaan voor een taakstellende bijdrage voor mobiliteitsmaatregelen. De regio zet zich de komende periode in voor het dekken van haar deel van het afgesproken mobiliteitspakket voor de bouw van 8.750 woningen in de periode tot en met 2030 (met inachtneming van het budgetrecht van raden/staten), zodat in het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving 2023 definitieve afspraken kunnen worden vastgesteld. 16
Conform de principes van het verstedelijkingsconcept streven partijen ernaar deze woningen te realiseren met een goede omgevingskwaliteit, in een balans tussen stad en land, met bijpassende werkgelegenheid voor de nieuwe inwoners en op hoogwaardige, duurzame wijze ontsloten. De gemeente Nijmegen start hiervoor gebiedsontwikkelingen, de voortgang wordt besproken op de Woondeal Tafel.
2.7 Overige thema’s 31.
In Nederland bevinden zich bijna 4.000 vakantieparken, hieronder bevinden zich een grote variëteit, zoals campings, stacaravanparken en bungalowparken. De provincie inventariseert op verzoek van de minister in 2023 in samenwerking met de gemeenten het potentieel van te transformeren vakantieparken in Gelderland en meldt de resultaten daarvan aan de minister. De verantwoordelijkheid voor de daadwerkelijke transformatie van vakantieparken ligt bij de individuele gemeenten en parkeigenaren.
32. Stikstof: Stikstofruimte is een belangrijke randvoorwaarde om de woningbouwambities waar te kunnen maken. Daarbij is en blijft het Stikstofregistratiesysteem (SSRS) het instrument om stikstofruimte die vrijkomt centraal te registreren en gericht toe te wijzen aan woningbouwprojecten. Het Rijk spant zich in voor voldoende stikstofruimte voor woningbouw. Zij stimuleert het gebruik van schoon en emissieloos bouwmaterieel met een bijdrage van een extra €400 miljoen, bovenop de € 500 miljoen die al beschikbaar was. Op de korte termijn (oplevering eerste kwartaal 2023) werkt het Rijk aan de standaardisatie van berekeningen door middel van kengetallen/ vuistregels, met als doel om voor initiatiefnemers de administratieve lasten als gevolg van de extra onderzoeksplicht zoveel mogelijk te beperken. Een volgende stap is om deze standaardisatie te formaliseren in regelgeving. Het Rijk onderzoekt hoe door het breder beschikbaar maken van kennis en kunde capaciteitsproblemen bij gemeenten, provincies en onderzoeksbureaus het hoofd kunnen bieden. Op de langere termijn kan vereenvoudiging van het stelsel van vergunningverlening verhelpen dat kleine woningbouwprojecten vergunningplichtig zijn. Waar in concrete projecten stikstof een knelpunt lijkt voor versnelling, kan dit knelpunt voorgelegd worden aan de regionale en vervolgens landelijke versnellingstafel. 33.
Elektriciteitsnetwerken en aansluitingen: Bij tijdig aanvragen van projecten leidt de beschikbare netcapaciteit op het elektriciteitsnet vooralsnog niet tot vertraging van woningbouwprojecten. Om te zorgen voor voortgang in projecten dragen gemeenten zorg voor tijdige aanvragen voor aansluitingen van (woningbouw)projecten bij de netbeheerder. Het Rijk (EZK en BZK) houdt in samenspraak met medeoverheden en netwerkbeheerders vinger aan de pols waar er knelpunten kunnen ontstaan, en spant zich in om eventuele knelpunten tijdig weg te nemen, zodat de woningbouw en de
bijbehorende voorzieningen in wijken geen vertragingen oplopen. Waar in concrete projecten netcapaciteit een knelpunt lijkt voor versnelling, kan dit knelpunt voorgelegd worden aan de regionale en vervolgens landelijke versnellingstafel. De P-MIEK-tafels zijn het platform om knelpunten ten aanzien van het netwerk en het aansluiten aan de orde te stellen. Regionale en landelijke versnellingstafels leggen hun signalen neer bij deze tafels. Mocht er een te grote netwerkvraag zijn om op te lossen in de P-MIEK-tafels, dan agenderen deze tafels dit bij het landelijke MIEK overleg.
34. Woningcorporaties Gemeenten zien in de corporaties hun eerste partner als het gaat om realisatie van sociale huurwoningen. Zij nodigen de corporaties uit om samen met hen de aanpak vorm te geven om corporaties beter in positie in te brengen bij gebiedsontwikkelingen, en daarbij concreet invulling te geven aan een efficiënte en effectieve samenwerking en procedures. De samenwerking behelst niet alleen de
17
nieuwbouw, maar ook de verbetering van de bestaande voorraad, leefbaarheid en thema’s als bijzondere woonvormen. 35. Water en bodem sturend: Partijen in deze woondeal spannen zich in om het water- en bodemsysteem sturend te laten zijn bij gebiedsontwikkeling en locatiekeuze. Hiertoe worden waterschappen vroegtijdig in het planvormingsproces betrokken. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt verder richtinggevende uitspraken en randvoorwaarden uit in het programma ‘Water en Bodem Sturend’.
3 Uitvoering en samenwerking 3.1 Monitoring en rapportage 36. De voortgang ten aanzien van de wederkerige bestuurlijke afspraken wordt gemonitord met de interbestuurlijke landelijke monitor voortgang woningbouw. Daarover is bestuurlijk afgesproken dat het doel van de monitor is enerzijds het voorzien van de (semi)overheden in informatie over plancapaciteit (woningbouwplannen), de voortgang van de woningbouw en opgeleverde (gerealiseerde) woningen. Anderzijds draagt de monitor bij aan inzicht in eventuele knelpunten en in informatie in verband met voor de woningbouw noodzakelijke opgaven teneinde deze te kunnen oplossen. Voor de monitoring is het relevant dat er overeenstemming is over de te gebruiken definities en dat (eenduidige en betrouwbare) data beschikbaar zijn voor relevante indicatoren (onder andere gerealiseerde sociale woningen). Het Ministerie van BZK zet zich hiervoor in, in afstemming met provincies en gemeenten. In de Groene Metropoolregio wordt jaarlijks de planvoorraad, de bouwproductie en toevoegingen in de bestaande voorraad gemonitord en besproken met marktpartijen en woningcorporaties. Deze monitor is in beginsel algemeen toegankelijk. Het regionaal monitoringssysteem is een dynamisch systeem dat aanpasbaar is en kwantitatieve en kwalitatieve wijzigingen in de planvoorraad snel op kaart inzichtelijk maakt.
Periodiek wordt de landelijke monitor voortgang woningbouw van VNG, IPO en BZK voorzien van geactualiseerde gegevens uit deze regionale monitor. Het regionale monitoringssysteem gaat over de breedte van de woondeal. Daarmee groeit de monitor mee met de opgaven waarvoor de regio staat. Als voorbeeld: zo moet de monitor inzicht gaan bieden in de duurzaamheidsprestaties van onze woningbouwopgave in lijn met de duurzaamheidsdoelstellingen, zodat we indien nodig kunnen bijsturen. De regionale monitor sluit zoveel mogelijk aan op de uniforme definities van de landelijke monitor voortgang woningbouw. 37. Opgebouwde ervaringen met de woondeal deelt de regio met aan andere delen van Gelderland en het land, zodat leereffecten van de woondeal breed gedeeld worden. Te denken is aan ervaringen met monitoring, flexpools of samenwerking.
3.2 Overlegstructuur 38. Om gezamenlijk zicht te houden op de voortgang van de uitvoering van de voorliggende bestuurlijke afspraken voeren we periodiek overleg over de realisatie van de woningbouwopgave tussen het Ministerie van BZK, provincie Gelderland en de regio. Dit overleg bestaat minimaal uit de volgende onderdelen: a. Een regulier overleg op ambtelijk niveau (kernteam) tussen accounthouders vanuit het Ministerie van BZK, provincie Gelderland, de Groene Metropoolregio, gemeenten Arnhem en Nijmegen vindt maandelijks plaats, of zoveel vaker als nodig is.
18
b.
c.
d.
Een BO Woondeal tussen de directeur Woningbouw en bestuurders van provincie Gelderland, van de stedelijke gemeenten en bestuurlijke vertegenwoordigers van de Groene Metropoolregio vindt periodiek plaats. Afgevaardigden uit de woondealregio’s waar het Ministerie van BZK op ambtelijk niveau aan tafel zit, sluiten aan bij dit provinciale overleg. Via het kernteam, het provinciale versnellingsteam en de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en tafels als de landelijke versnellingstafel worden eventuele knelpunten in het BO Woondeal geagendeerd. Het BO Woondeal wordt voorbereid door directeuren / managers van de genoemde partijen. De bestuurlijke afspraken worden jaarlijks herijkt. De prognose voor de woningbouwbehoefte tot 2030 wordt jaarlijks bijgewerkt. De richtinggevende doelstelling voor de woningbouwproductie per jaar tot 2030 wordt bijgewerkt op basis van de gerealiseerde bouwproductie en ontwikkeling van de woningvoorraad. In 2023 wordt de herijking gepland na het beschikbaar komen van de volgende prognose van de woningbouwbehoefte en het provinciaal ruimtelijk arrangement, waarbij in de herijking ook randvoorwaarden zoals water en bodem, stikstof, geluid aan bod kunnen komen. Daarnaast wordt in 2023 eenmalig een tussenbalans opgemaakt ten aanzien van het provinciale aandeel in de nationale opgave na het afsloten van de woondeals.
Waar nodig wordt deze tussenbalans bestuurlijk besproken. Vanuit de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en tafels als de landelijke versnellingstafel agenderen partijen waar nodig eventuele knelpunten in ambtelijke en directeuren en bestuurlijke overleggen.
39. Doel is door monitoring en intensief en kort-cyclisch ambtelijk en bestuurlijk overleg goed zicht te krijgen en te houden op de uitvoering. Hierdoor signaleren we vroegtijdig wanneer de voortgang van de woningbouw en de uitvoering van de bestuurlijke afspraken stokt. Wanneer (gezamenlijk) wordt geconstateerd dat de voortgang stokt, stellen we gezamenlijk vast wat de achterliggende oorzaken daarvan zijn (fact finding). Op basis daarvan worden de benodigde en gewenste acties in gang gezet. Hierbij kan ondersteuning worden ingeschakeld van de landelijke versnellingstafel, tafels van andere ministeries of via onder andere de taskforce nieuwbouw woningcorporaties of expertteams. Uitgangspunt is: ‘los het op, of schaal het op’. Hierbij kunnen bestuurlijke of in het uiterste geval juridische interventies nodig zijn. Bestuurlijk overleg blijft het uitgangspunt. Juridische interventie vindt plaats door de naastgelegen overheid in aansluiting bij het huis van Thorbecke. Via de woondeals kunnen alle partijen die in de keten zijn betrokken bij de woningbouw - zoals marktpartijen, corporaties, zorgkantoren - hun knelpunten agenderen. Dit kan ook via andere tafels zoals de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en de landelijke versnellingstafel.
3.3 Ondersteuning 40. Realisatie van de woningbouwopgave is complex, met invloed en afhankelijkheid van veel direct en indirect betrokken (bouw)partijen en externe factoren, waaronder prijsontwikkelingen, de rente en de beschikbaarheid van locaties, bouwmaterialen, bouwpersoneel en energie-infrastructuur. Kritische succesfactoren dienen aangepakt te worden om de realisatie van de woningbouwopgave mogelijk te maken. Hiervoor is inzet vanuit het Rijk nodig en vanuit provincie en gemeenten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen generieke en locatie-specifieke ondersteuning. 41. De generieke ondersteuning voor de Groene Metropoolregio bestaat uit: ▪ Het Rijk ondersteunt in het opstellen en uitvoeren van de regionale woondeal middels procesgeld. Dit geld kan onder meer gebruikt worden voor de inhuur van capaciteit om gemeenten en provincies te ondersteunen bij het opstellen en uitvoeren van de woondeal. Dit procesgeld wordt uitgekeerd
19
▪ ▪
via de provincies. De provincie is verantwoordelijk voor de verdeling van dit geld over de verschillende woondealregio’s. Via het Actieplan Wonen ondersteunt de provincie gemeenten bij het realiseren van de woningbouwopgave. De provincie werkt in het voorjaar 2023 uit hoe zij de noodzakelijke bijdrage voor de continuering en versterking van de uitvoeringsorganisatie van deze woondeal vorm geeft, uitgaande van de geformuleerde ambities.
42. In bijlage 3 wordt locatie-specifiek bij de sleutelprojecten aangegeven op welke wijze Rijk en provincie ondersteunen in de realisatie van de regionale woningbouwopgave.
20
Bijlagen: Bijlage 1: Provinciale woningbouwopgave De woningbouwopgave 2022 zoals vastgesteld in de ‘Provinciale woningbouwafspraken 2022-2030 provincie Gelderland’ op 13 oktober 2022. Het gaat in totaal om 100.000 huizen, waarvan minimaal 60% betaalbaar en inclusief minimaal 28% sociale huurwoningen. Betaalbaarheid Te realiseren
Netto plan-
Sociale
Midden-
Betaalbare
Betaalbaar-
Woningen door
woningen bruto
capaciteit
huur3
huur4
koop5
heid totaal
woningcorporaties
2022
11.100
13.200
3.400
1.300
2.100
6.800
2.200
2023
12.800
15.700
3.700
1.500
2.600
7.800
3.300
2024
12.400
17.300
3.100
1.000
3.100
7.200
2.600
2025
13.500
13.300
3.500
1.400
3.100
8.000
2.700
2026
11.600
11.400
3.200
1.300
2.700
7.200
2.800
2027
10.100
10.600
2.900
1.000
2.400
6.300
2.600
2028
9.500
9.800
2.600
900
2.300
5.800
2.500
2029
9.500
8.500
2.600
900
2.200
5.700
2.400
2030
9.500
4.800
2.500
1.000
2.100
5.600
2.200
Totaal
100.000
104.600
27.500
10.300
22.600
60.400
23.300
100%
105%
28%
10%
23%
60%
23%
Het college van GS heeft in haar bod aan de minister van 29 september 2022 aangegeven dat het voor realisatie van de opgave nodig is dat het Rijk tegemoet komt aan vier randvoorwaarden: A. Investeringen in bereikbaarheid Grootschalige woningbouw vereist verbetering van de bereikbaarheid. Want als er meer mensen in een regio gaan wonen, gaan er meer mensen gebruik maken van de trein, de bus, fietspaden en wegen. Om de woningbouwopgave verantwoord te realiseren, is steun nodig voor diverse bereikbaarheidsknelpunten in Gelderland. B. Financiering van onrendabele toppen Bij woningbouw is er vaak extra geld nodig om daadwerkelijk betaalbare woningen te realiseren. Cofinanciering vanuit de rijksoverheid van deze onrendabele toppen is een randvoorwaarde om betaalbare woningbouw in Gelderland mogelijk te maken. Er is waardering voor de Woningbouwimpuls, maar er is langjarig meer budget nodig en meer zekerheid over waar dit instrument daadwerkelijk gaat bijdragen aan de opgave. C. Voldoende goede ambtelijke capaciteit Voor de woningbouw is het belangrijk dat er structureel financiën beschikbaar komen om de ambtelijke capaciteit van gemeenten te vergroten. Onderzoeken laten zien dat hier een groot en reëel knelpunt ligt. Ook zijn nieuwe HR-instrumenten ten bate van instroom nodig en mensen moeten over voldoende competenties en doorzettingskracht beschikken. D.
Voldoende stikstofruimte Zonder stikstofruimte kan voor veel woningen geen vergunning worden verleend. Omdat Gelderland bijna de helft van alle stikstofgevoelige Natura 2000 binnen haar grenzen heeft, is voldoende 3
Huurwoningen tot de sociale huurgrens van circa 763 euro per maand. Huurwoningen van de sociale huurgrens van circa 763 euro tot maximaal 1.000 euro per maand. 5 Betaalbare koop zijn conform het beleid van de minister woningen tot 355.000 euro, dit is gelijk aan de grens van de Nationale Hypotheek Garantie in 2022. Diverse gemeenten vinden dit niet voldoende betaalbaar en hanteren daarnaast ook een lagere prijsgrens. 4
21
stikstofruimte onmisbaar. Dit speelt vooral rond de Veluwe: bij Arnhem, Ede, Harderwijk en Apeldoorn. Het college van GS roept het kabinet op haar toezegging na te komen om te zorgen voor voldoende stikstofruimte voor de woningbouw. Daarbij is afgesproken dat de minister voor VRO de opgaven coördineert die samenhangen met woningbouw en zich maximaal inzet voor tegemoetkoming aan de randvoorwaarden.
Bijlage 2: Woningbouwopgave per gemeente (130%) Onderverdeling per gemeente van tabel 1 (paragraaf 2.1) op basis van ‘reality-check’ t.b.v. bod provincie oktober 2022. Subtotalen afgerond. In periode 2026 t/m 2030 gemiddelden per jaar genomen.
Arnhem Te realiseren woningen bruto 800
Sloop 40
Te realiseren woningen netto 760
Totale plancapaciteit 1.040
Harde plancapaciteit 1.040
800
X
800
1.040
1.040
2024
900
X
900
1.170
1.170
2025
1.000
X
1.000
1.300
750
2026
1.200
80
1.120
1.560
0
2027
1.200
X
1.200
1.560
0
2028
1.200
X
1.200
1.560
0
2029
1.200
X
1.200
1.560
0
2030
1.200
X
1.200
1.560
0
Totaal
9.500
120
9.380
12.350
4.000
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023
Sociale huur totaal 225
Sociale huur corporaties 225
Middenhuur totaal 90
Middenhuur corporaties X
Betaalbare koop 50
Betaalbaar totaal 365
225
225
140
X
50
415
2024
225
225
170
X
50
445
2025
300
300
150
X
100
550
2026
360
360
150
X
220
730
2027
360
360
150
X
220
730
2028
360
360
150
X
220
730
2029
360
360
150
X
220
730
2030
360
360
150
X
220
730
Totaal
2.775
2.775
1.300
X
1.350
5.425
29%
xx%
14%
xx%
14%
57%
2022 2023
22
Berg en Dal
Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
80 100 105 120 140 150 140 150 150
100 140 140 150 190 190 190 190 190
100
10
2030
80 100 110 120 150 150 150 150 150
Totaal
1.160
25
1.135
1.480
250
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
5
10
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
10 30 40 40 50 50 50 50 50
10 10 10 10 20 20 20 20 20
10
2030
10 30 40 40 50 50 50 50 50
Totaal
370
370
32%
32%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
120 30 0 0 0 0 0 0
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0
10
10 20 20 20 30 30 30 30 30
30 60 70 70 100 100 100 100 100
140
60
220
730
12%
5%
19%
63%
0 5 5 10 10 10
Wat betreft de sloop van corporatiewoningen gaat het over 25 woningen in de periode van 2022 tot en met 2030.
23
Beuningen Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
90 180 100 190 210 210 210 210 210
90
X
2030
70 140 80 150 160 160 160 160 160
X
70 140 80 150 160 160 160 160 160
Totaal
1.240
X
1.240
1.610
240
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X X X X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties 30
2030
30 50 10 20 30 30 30 30 30
Totaal
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
120 30 0 0 0 0 0 0
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
x
30
0 20 10 10 20 20 20 20 20
x
0 10 20 50 50 50 50 50 50
30 80 40 70 100 100 100 100 100
260
260
140
X
330
720
21%
21%
11%
xx%
27%
59%
50 10 20 30 30 30 30
Middenhuur totaal
x x x x x x x
24
Doesburg Te realiseren woningen bruto
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
40 70 25 55 40 40 40 40 40
40
X
30 60 0 0 30 30 30 30 30
390
50
Sloop
2030
30 60 20 40 30 30 30 30 30
Totaal
300
60
240
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X X 20 40 X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
20 10 10 40 0 0 0 0 0
20 10 10 40 0 0 0 0 0
Totaal
80 27%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
10 0 0 0 0 0 0 0 xx%
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 10 0 0 0 0 0 0 0
x
x
10 10 0 0 20 20 20 20 20
30 30 10 40 20 20 20 20 20
80
10
X
120
210
27%
3%
xx%
40%
70%
x x x x x x x
Wat betreft de sloop van corporatiewoningen gaat het over 60 woningen in de periode van 2022 tot en met 2030.
25
Druten Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
100 90 170 300 110 110 110 110 110
30
X
2030
80 70 130 230 80 80 80 80 80
X
80 70 130 230 80 80 80 80 80
Totaal
910
X
910
1.210
340
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X X X X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
0 10 40 120 20 20 20 20 20
0 10 40 100 70 20 0 0 0
Totaal
270 30%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
150 150 10 0 0 0 0 0
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 0 0 0 10 10 10 10 10
x
x
60 30 30 30 30 30 30 30 30
60 40 70 150 60 60 60 60 60
240
50
X
300
620
27%
5%
xx%
33%
68%
x x x x x x x
26
Duiven Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
80 90 50 140 130 130 130 130 130
60
X
2030
60 70 40 110 100 100 100 100 100
X
60 70 40 110 100 100 100 100 100
Totaal
780
X
780
1.000
170
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X X X X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
2030
20 30 20 40 25 25 25 25 25
Totaal
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
70 40 0 0 0 0 0 0
Middenhuur totaal
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
20 30 20 40 25 25 25 25 25
10 10 0 0 0 5 5 5 5
x x x x x x x x x
0 10 10 30 40 40 40 40 40
30 50 30 70 65 70 70 70 70
235
235
40
X
250
525
30%
30%
5%
xx%
32%
67%
27
Heumen Te realiseren woningen bruto
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
80 70 160 100 160 160 160 160 160
60
X
60 50 60 80 120 120 120 120 120
Sloop
2030
60 50 120 80 120 120 120 120 120
Totaal
910
X
850
1.210
100
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X X 60 X X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties 20
2030
20 20 40 20 30 30 30 30 30
Totaal
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
30 10 0 0 0 0 0 0
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
x
20
0 20 10 0 20 20 20 20 20
x
20 10 10 10 30 30 30 30 30
30 40 60 20 80 80 80 80 80
250
190
130
X
200
550
27%
xx%
14%
xx%
22%
60%
20 30 20 20 20 20 20
Middenhuur totaal
x x x x x x x
28
Lingewaard Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
160 270 300 330 160 160 160 160 160
120
20
2030
120 210 230 250 120 120 120 120 120
X
100 210 140 250 120 120 120 120 120
Totaal
1.410
X
1.300
1.860
320
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X 90 X X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
20 20 20 130 50 50 50 50 50
20 20 20 130 50 50 50 50 50
Totaal
440 31%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
200 0 0 0 0 0 0 0
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 20 20 20 10 10 10 10 10
x
x
30 40 50 50 20 20 20 20 20
50 70 90 230 100 100 100 100 100
440
110
X
270
940
31%
8%
xx%
19%
67%
x x x x x x x
29
Montferland
Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
150
90
200
160
230
50
250
10
220
10
220
10
220
10
220
10
220
10
10
2030
120 150 180 190 170 170 170 170 170
X
120 150 170 190 170 170 170 170 170
Totaal
1.490
X
1.470
1.930
360
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X 10 X X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
40 40 60 50 50 50 50 50 50
30 30 50 50 40 40 40 40 40
Totaal
440 30%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 0 20 10 0 0 0 0 0
x
80
x
50 50 70 60 50 50 50 50 50
360
30
X
480
930
24%
2%
xx%
32%
62%
x x x x x x x
80 150 120 100 100 100 100 100
30
Mook en Middelaar
Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
2022 2023
20
X
20
30
30
40
X
40
50
50
2024
80
X
80
110
2025
80
X
80
100
2026
60
X
60
80
2027
20
X
20
30
2028
20
X
20
30
2029
20
X
20
30
2030
20
X
20
30
Totaal
360
x
360
490
80
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal 5
2022 2023
5 15
10
15
2024
45
45
45
2025
20
40 10 10 10 10 10
60
2026
5
5
15
2027
5
5
2028
5
5
2029
5
5
2030
5
5
Totaal
90
80
20
X
90
200
25%
22%
6%
xx%
25%
56%
15 15 15 15
31
Nijmegen Te realiseren woningen bruto*
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
2.900 1.940 970 2.150 1.810 1.810 1.810 1.810 1.810
2.230
180
2030
1.230 1.990 1.250 1.650 1.390 1.390 1.390 1.390 1.390
X
1.050 1.990 1.090 1.650 1.390 1.390 1.390 1.390 1.390
Totaal
13.070
350
12.720
17.010
8.560
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X 160 X X X X X
Sociale huur totaa*l
Sociale huur corporaties 700
2030
720 460 130 520 520 520 520 520 520
Totaal
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
1490 750 1040 610 610 610 610 610
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
x
500
520 200 80 360 310 310 310 310 310
x
130 180 150 250 180 180 180 180 180
1.360 840 370 1.130 1.020 1.020 1.020 1.020 1.020
4.430
4.240
2.710
X
1.610
8.800
34%
xx%
21%
xx%
12%
67%
Middenhuur totaal
440 100 500 500 500 500 500
x x x x x x x
* inclusief 1.000 eenheden voor studenten SSH&
32
Overbetuwe Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
10
130
X
120 240 270 60 60 60 60 60
180 160 320 345 85 85 85 85 85
140
X
2030
140 120 240 270 60 60 60 60 60
Totaal
1.070
X
1.060
1.425
330
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X X X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
20 60 80 80 40 40 40 40 40
20 60 80 80 40 40 40 40 40
Totaal
430 40%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
120 70 0 0 0 0 0 0
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
20 20 20 0 0 0 0 0 0
x
x
50 50 20 100 20 20 20 20 20
100 120 110 180 60 60 60 60 60
430
60
X
320
810
40%
6%
xx%
30%
76%
x x x x x x x
33
Renkum Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
10
10
90
90
150
150
150
150
160
0
160
0
160
0
160
0
160
0
X
2030
10 70 120 120 120 120 120 120 120
X
10 70 120 120 120 120 120 120 120
Totaal
920
X
920
1.200
400
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X X X X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
0 10 20 20 40 40 40 40 40
0 10 20 20 40 40 40 40 40
Totaal
250 27%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 10 20 20 10 10 10 10 10
x x
x
0 20 20 20 10 10 10 10 10
0 30 60 60 60 60 60 60 60
250
100
X
110
450
27%
11%
xx%
12%
49%
x x x x x x
34
Rheden Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
20
70 70
10
-10
X
X
150 100 100 100 100 100
120 90 0 200 130 130 130 130 130
90
X
2030
90 70 0 150 100 100 100 100 100
Totaal
810
X
780
1.060
230
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
20 20 0 20 10 10 10 10 10
20 20 0 20 10 10 10 10 10
Totaal
110 14%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
60 0 80 0 0 0 0 0
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
20 20 0 50 20 20 20 20 20
x
x
20 10 0 70 50 50 50 50 50
50 50 0 140 70 70 70 70 70
110
190
X
350
590
14%
23%
xx%
43%
73%
x x x x x x x
35
Rozendaal Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
10 0 0 0 0 0 0 0 0
10 0 0 0 0 0 0 0 0
X
2030
10 0 0 0 0 0 0 0 0
X
10 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal
10
X
10
10
10
xx%
xx%
xx%
10
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X X X X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal
0 0%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 0 0 0 0 0 0 0 0
x
x
0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0
0
0
X
0
0
0%
0%
xx%
0%
0%
x x x x x x x
36
Westervoort Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
60 80 80 80 75 75 75 75 75
40
10
2030
50 60 60 60 60 60 60 60 60
X
40 60 60 60 60 60 60 60 60
Totaal
530
X
520
670
80
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X X X X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
0 20 20 20
2030
0 20 20 20 20 20 20 20 20
Totaal
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
40 0 0 0 0 0 0 0
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
x
10
20 20 20 10 10 10 10 10 10
x
20 10 10 10 10 10 10 10 10
40 40 40 40 30 30 30 30 30
160
110
120
X
100
310
30%
xx%
23%
xx%
19%
58%
10 10 10 10
Middenhuur totaal
x x x x x x x
37
Wijchen Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
90 230 350 380 250 350 350 350 350
Harde plancapaciteit
10
2030
70 180 270 290 190 270 270 270 270
X
60 180 270 290 190 270 270 260 270
Totaal
2.080
X
2.060
2.700
750
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X X X X X X 10
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
50 50 40 60 70 70 70 70 60
50 50 40 50 70 70 70 60 60
Totaal
540 26%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
90 230 300 130 0 0 0 0 0
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 0 10 20 20 10 20 10 20
x
x
0 50 60 80 50 60 50 60 50
50 100 110 160 140 140 140 140 130
520
110
X
460
1.110
25%
5%
xx%
22%
53%
x x x x x x x
38
Zevenaar Te realiseren woningen bruto
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
X
80 165 270 210 150 150 150 150 150
100 250 350 300 190 190 190 190 190
Sloop
Harde plancapaciteit
2030
80 190 270 230 150 150 150 150 150
Totaal
1.520
45
1.475
1.950
775
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X 25 X 20 X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
2030
10 90 70 40 50 45 45 45 45
Totaal
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
80 220 210 180 50 25 10 0 0
Middenhuur totaal
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
10 90 70 40 50 45 45 45 45
0 0 60 0 0 15 15 15 15
x x x x x x x x x
20 50 50 100 75 35 35 35 35
30 140 180 140 125 95 95 95 95
440
440
120
X
435
995
29%
29%
8%
xx%
29%
65%
39
Bijlage 3: Versnellingslocaties en kritische succesfactoren [PM Nader in te vullen in gesprek tussen regio, provincie en rijk. Doel: per sleutelproject zo concreet mogelijk maken wat de knelpunten zijn en daarover - waar mogelijk – concrete afspraken maken over hoe daarmee om te gaan en hoe provincie en Rijk gaan steunen.] Projectkenmerken
Kritische succesfactoren
Andere knelpunten
Onrendabele top
Schuytgraaf
Arnhem
1.500
In uitvoering
Centrum-Oost
Arnhem
866
In uitvoering
Vredenburg-Kronenburg
Arnhem
1.844
2023
√
√
√
Nijmeegseweg/Olympuskwartier
Arnhem
430
2025
√
√
√
Spoorknoop-Oost
Arnhem
9.800
2022
√
√
HES-Klingelbeek
Arnhem-Renkum
563
2023
√
Wolfheze Pro Persona
Renkum
500
2025
√
IJsseldistrict
Rheden
800
2024
√
√
√
Driegaarden
Lingewaard
512
2022
√
√
√
De Pas
Overbetuwe
348
2025
Plakseweide
Duiven
300
2025
√
√
√
Ploen-Noord
Duiven
300
2030
√
√
√
Noord
Westervoort
475
2025
√
√
√
Holtkamp-Het Hof
Zevenaar
226
In uitvoering
√
Kanaalzone-Zuid
Nijmegen
4.600
2022
√
√
Stationsgebied
Nijmegen
4.200
In uitvoering
√
√
Waalsprong
Nijmegen
5.600
In uitvoering
Ewijk-Zuid/west
Beuningen
300
2023
√
√
√
√
Winssen-Zuid
Beuningen
345
2023
√
√
√
√
Deest
Druten
253
2023
√
√
Kanaalzone
Heumen
735
2024
√
√
Huurlingsedam
Wijchen
483
2022
Wijchen-West
Wijchen
1.300
2025
’s-Heerenberg/Lengel Oost
Montferland
500
2025
Didam Noordoost
Montferland
350
2025
Start bouw
Stikstofruimte
Gemeente
Bereikbaarheid
Capaciteit en kennis
Naam project
Aantal woningen
√
√ √
√
√
√
√
√
√ √
√
√
√
40
V/A
Fractie
Nr
Technische vragen en antwoorden raadsvergadering 28-2-2023
Vraag en antwoord
Agendapunt 3: Groene Metropoolregio: Geactualiseerde woondeal (aangehouden in de raadsvergadering van 14-02-2023) 1
2
3
BGR PAK R74
R74 PAK BGR
PAK R’74 BGR
V
Is deze woondeal een overeenkomst conform de wet en is naleving via de rechter afdwingbaar? En is bij een door de rechter vastgestelde wanprestatie naleving contract of schadevergoeding afdwingbaar?
A
De woondeal is een bestuurlijke overeenkomst met een inspanningsverplichting voor alle deelnemende partijen. Daarmee is de woondeal niet juridisch afdwingbaar. Mocht de Wet versterking regie op de volkshuisvesting er komen, dan ontstaat een nieuwe situatie. Dan biedt de woondeal een waardevolle basis om op basis van vrijwillige overeenkomst volkshuisvestelijke prestaties te leveren. Zonder woondeal kan dan de provincie of het rijk dwang opleggen. Daar willen zowel Rijk, provincie als regio bij weg blijven door een constructieve samenwerking via de woondeal.
V
Deze woondeal wordt namens Rozendaal getekend door de heer Bruls als voorzitter DB Groene Metropoolregio. Op basis van welke governance (in andere woondeals tekenen individuele gemeenten)?
A
Op basis van de afgesloten gemeenschappelijke regeling van de Groene Metropoolregio, waar de woondeal valt onder de opgave Groene Groei waar de deelnemende gemeenten voor tekenen.
V
Welke rol hebben de Groene Metropoolregio en de provincie in het vaststellen van de Rozendaalse woonvisie of in het beoordelen of de op te stellen Rozendaalse woonvisie conform de woondeal handelt of niet?
A
De Groene Metropoolregio (en de provincie) hebben hierin geen formele rol, hoogstens een morele rol in de samenwerking. De provincie zou op basis van de nieuwe wet (zie hiervoor) een rol krijgen vanuit Interbestuurlijk Toezicht, ongeacht of er wel of geen woondeal is.
1
4
5
PAK BGR R’74
R74 PAK BGR
V/A
Fractie
Nr
Technische vragen en antwoorden raadsvergadering 28-2-2023
Vraag en antwoord
V
Het huidige Rozendaalse woningbestand en de recent bijgebouwde huizen halen de doelstelling van het aandeel sociale huur en betaalbare woningen niet. Moet dit met terugwerkende kracht gecompenseerd worden bij een eventuele mogelijkheid voor nieuwe woningen of worden de op te stellen woonvisie plannen afzonderlijk bekeken op de doelstelling?
A
Nee, dat is niet reëel. Bij nieuwe plannen gaat de samenwerking in de woondeal wel uit van een voldoende aandeel sociale woningbouw (30%) en 2/3 deel betaalbaar. Bij plannen vanaf 1 juli 2023 anterieur of planologisch vast te stellen geldt die verhouding.
V
Kunnen de woondeal doelstellingen als “harde voorwaarde” opgenomen worden richting private projectontwikkelaars die een privaat stukje grond willen bebouwen?
A
Ja, de gemeente heeft hiervoor de verordenende bevoegdheid. Private ontwikkelaars zijn hiervan op de hoogte.
2