Agendabundel
Tekst van het document
Artikel 28 Financiële organisatie Behoef t geen nadere toelichting. Aangesloten wordt bij de wettelijke voorschrif ten.
Artikel 29 Bijdragen van de gemeenten Artikel 29, tweede lid, omschrijf t de kostenverdeelsleutel voor de reguliere taken (de opgave overstijgende kosten) die het openbaar lichaam uitvoert. In de regio is af gesproken dat de verrekening van deze kosten plaatsvindt naar rato van het aantal inwoners. Hiervoor is het laatst bekende inwonersaantal per gemeente de grondslag. Daarnaast wordt de kostenverdeelsleutel van elke individuele opgave vastgelegd. Jaarlijks stelt het algemeen bestuur de hoogte van de bijdragen van de deelnemende gemeenten vast. Uit het wettelijk systeem vloeit voort, dat de deelnemers aan een gemeenschappelijke regeling er te allen tijde voor moeten zorgen dat het gemeenschappelijk openbaar lichaam over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te voldoen.
Artikel 30 Begroting De jaarlijkse bijdrage voor de reguliere taken en de opgaven wordt opgenomen in de begroting. De begroting bestaat dus uit twee delen. Verwezen is naar de termijnen genoemd in de wet zodat bij een wetswijziging de regeling geen aanpassing behoef t.
Artikel 31 Jaarrekening
Verwezen is naar de termijnen genoemd in de wet zodat bij een wetswijziging de regelingen geen aanpassing behoef t.
Artikel 32 Wijziging en ophef f ing Gewijzigde omstandigheden kunnen aanleiding geven om de regeling aan te passen. Daarvoor is met deze bepaling een voorziening getrof f en. Het bestuur dan wel een van de colleges kan voorstellen voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling doen. Alle deelnemende colleges besluiten over een voorstel tot wijziging van de regeling (art. 1 lid 3 jo. lid 1 Wgr), na toestemming van hun raden (art. 1 lid 3 jo. lid 2 Wgr). De regeling is gewijzigd wanneer tweederde van het aantal deelnemende gemeenten daartoe heef t besloten. De wijziging bevat het moment van inwerkingtreding. Dit kan op grond van art. 26 lid 3 van de Wgr niet eerder dan nadat de regeling bekend is gemaakt. De wijze van bekendmaking is voorgeschreven in art. 26 lid 2 van de Wgr.
Artikel 33 Toetreding Dit artikel regelt de procedure voor toetreding van nieuwe deelnemers aan het samenwerkingsverband. Het algemeen bestuur is bevoegd richtlijnen vast te stellen voor toetreding. Bij een toetreding wordt een regeling conf orm artikel 32 gewijzigd. In het toetredingsbesluit wordt bepaald wanneer de toetreding ingaat. Artikel 33a Uittreding Dit artikel regelt de procedure de uittreding van bestaande deelnemers aan het samenwerkingsverband. Bij de wijziging van de Wgr op 1 juli 2022 is geregeld dat in een gemeenschappelijke regeling af spraken moeten worden gemaakt rondom de eventuele uittreding van een deelnemers. Hierbij moeten op grond van de wet in ieder geval de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon en de deelnemende gemeenten meegenomen worden. Bij de GMR bestond er al een regeling ‘Richtlijnen uittreding Gemeenschappelijke regeling Arnhem-Nijmegen’. Dit artikel beoogt te voldoen aan de wettelijke vereisten, maar biedt ruimte om praktische af spraken in een richtlijn verder uit te werken. Het algemeen bestuur blijf t bevoegd richtlijnen vast te stellen voor uittreding, mits het zich houdt aan de essentialia die in artikel 33a staan.
Artikel 34 Liquidatie Als de deelnemende gemeenten besluiten tot ophef f ing van de regeling, dan besluit het algemeen bestuur tot liquidatie. Dit stelt een liquidatieplan vast. De raden worden in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de gemeenten tot deelneming in de f inanciële gevolgen van de ophef f ing. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de ophef f ing heef t voor
het personeel. Als het openbaar lichaam op haar rustende verplichtingen is nagekomen en er blijf t een batig saldo over, dan wordt dit batig saldo aan de hand van de gehanteerde verdeelsleutel, zoals vastgelegd in het liquidatieplan, aan gemeenten uitgekeerd. Resteert een negatief saldo, dan zijn gemeenten naar rato van de gehanteerde verdeelsleutel gehouden deze verplichtingen op zich te nemen. Het openbaar lichaam blijf t bestaan, zolang dat voor liquidatie noodzakelijk is (art. 9 lid 3 Wgr).
Artikel 35 Geschillen en onvoorziene gevallen Geen toelichting nodig.
Artikel 36 Duur van de regeling Met dit artikel worden de evaluatiemomenten van de regeling bepaald. Door de evaluatie aan het begin van het jaar voor het kalenderjaar waarin de algemene gemeenteraadsverkiezingen in de gemeenten plaatsvinden, kan het zittende bestuur nog kennis nemen van de uitkomsten van de evaluatie, deze van commentaar en advies kan voorzien en mee kan geven in de overdracht naar het nieuwe bestuur. De voorbereidingen voor de evaluatie zullen dan na de zomer van het jaar voor de verkiezingen al gestart moeten worden. De eerste evaluatie zou dan al begin 2022 plaats moeten vinden. Dit is te vroeg om de ef f ecten van de nieuwe opzet goed in beeld te kunnen brengen. Het algemeen bestuur kan kiezen of het de evaluatie uitstelt of dat het kiest voor een 'lichte evaluatie' voor de eerste ervaringen. Het algemeen bestuur stelt voor de evaluatie een opdracht vast. Deze zal Bij de evaluatie zullen (in ieder geval) de volgende criteria bevatten getoetst worden: -
de slagvaardigheid van de samenwerking, kan er adequaat worden gereageerd op voorkomende opgaven en uitdagingen (bv. doorlooptijd);
-
de verhouding tussen de bereikte resultaten enerzijds en de bestuurlijke en ambtelijke inzet anderzijds; de vraag of de gemeenteraden zich voldoende herkennen in het proces van samenwerking;
-
de kwaliteit van de gemeenschappelijk gef ormuleerde regionale agenda; de positie die het samenwerkingsverband inneemt richting zijn strategische partners (provincie, The Economic Board / triple helix, Rijk en EU);
-
maximale administratieve eenvoud ('lean and mean').
Artikel 37 Toezending en bekendmaking De gemeente Overbetuwe is hiermee belast, omdat zij de statutaire vestigingsplaats is van het openbaar lichaam.
Artikel 38 Inwerkingtreding en citeertitel
Geen toelichting nodig.
Was
Wordt
Artikel 18 Het algemeen bestuur en dagelijks bestuur ten opzichte van de raden
Artikel 18 Het algemeen bestuur en dagelijks bestuur ten opzichte van de raden
1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de bestuurscommissies geven aan de raden van de gemeenten ongevraagd alle inf ormatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.
1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de bestuurscommissies geven aan de raden van de gemeenten ongevraagd alle inf ormatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de bestuurscommissies verstrekken aan de raden van de gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van die raden worden verlangd. 3. De agenda en bijbehorende stukken van de openbare (gedeelten van) vergaderingen van het algemeen bestuur worden vooraf digitaal openbaar gemaakt. Besluitenlijsten van de openbare (gedeelten van) vergaderingen van het algemeen bestuur worden zo spoedig mogelijk digitaal openbaar gemaakt 4. Het algemeen bestuur stelt voor het verstrekken van informatie een Informatieprotocol vast, maar niet nadat raden de gelegenheid is geboden hun zienswijze hierover te geven. 5. De agenda en besluitenlijst van het dagelijks bestuur worden digitaal openbaar gemaakt indien en voor zover de Wet open overheid hiertoe verplicht.
2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de bestuurscommissies verstrekken aan de raden van de gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van die raden worden verlangd. 3. Het reglement van orde van het algemeen bestuur bevat bepalingen van de wijze waarop deze inlichtingen worden verstrekt.
Nieuw artikel
Artikel 22a Participatie ingezetenen en belanghebbenden Ingezetenen en belanghebbenden kunnen in verband met de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid bij openbare vergaderingen van het AB het woord voeren over een ter bespreking op de agenda opgenomen onderwerp. Het inspreken geschiedt voorafgaand aan de beraadslaging over het onderwerp. Het inspreekrecht van ingezetenen en belanghebbenden in verband met de voorbereiding, uitvoering en monitoring van beleid bij de opgaven, wordt bij de opgave in een participatieprotocol bepaald.
Artikel 30 Begroting
Artikel 30 Begroting
1. De begroting van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen bestaat uit een algemeen geconsolideerd deel voor de taken, zoals bedoeld in artikel 5 van deze regeling, en uit modulaire deelbegrotingen per af zonderlijke opgave. De ontwerpbegroting bevat ook de contouren van de opgave in de regionale agenda. 2. Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april een ontwerpbegroting van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen alsmede de contouren van de opgave in de regionale agenda, voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een behoorlijke toelichting, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. 4. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen de in artikel 35, eerste lid, van de wet genoemde termijn, bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.
1. De begroting van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen bestaat uit een algemeen geconsolideerd deel voor de taken, zoals bedoeld in artikel 5 van deze regeling, en uit modulaire deelbegrotingen per af zonderlijke opgave. De ontwerpbegroting bevat ook de contouren van de opgave in de regionale agenda. 2. Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april een ontwerpbegroting van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen alsmede de contouren van de opgave in de regionale agenda, voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een behoorlijke toelichting, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. 4. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen de in artikel 35, eerste lid, van de wet genoemde termijn, bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting en de regionale agenda naar voren brengen. 5. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijzen zijn vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 6. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast, daarbij kennis nemend van de zienswijzen en het commentaar hierop van het dagelijks bestuur. 7.
Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 8. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 34 van de wet genoemde termijn aan Gedeputeerde Staten. 9. Het bepaalde in dit artikel is, met uitzondering van de genoemde data, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, behoudens die wijzigingen die niet tot een verhoging van de gemeentelijke bijdragen leiden.
Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5. Het algemeen bestuur stelt de begroting tijdig vast.
6. Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 7. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 34 van de wet genoemde termijn aan Gedeputeerde Staten. 8. Het bepaalde in dit artikel is, met uitzondering van de genoemde data, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, behoudens die wijzigingen die niet tot een verhoging van de gemeentelijke bijdragen leiden.
Artikel 31 Jaarrekening
Artikel 31 Jaarrekening
1. De jaarrekening van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen bestaat uit een algemeen deel, de geconsolideerde jaarrekening en de deelexploitaties van de verschillende opgaven. 2. Het dagelijks bestuur biedt de voorlopige rekening over het af gelopen jaar en het jaarverslag, daarbij gevoegd de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 213, derde lid van de Gemeentewet en het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid van de Gemeentewet, jaarlijks vóór de termijn genoemd in artikel 34b van de wet, ter vaststelling aan het algemeen bestuur aan onder gelijktijdige toezending aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. De raden van de gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de rekening naar voren brengen. Hierbij geldt dezelfde termijn als de termijn genoemd in artikel 30, lid 4, van deze regeling. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de jaarrekening, zoals deze bij het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4. Het algemeen bestuur stelt de rekening vast vóór 15 juli volgende op het jaar waarop deze betrekking heef t. 5. Zij wordt binnen twee weken, doch in ieder geval vóór 15 juli, met alle bijbehorende stukken en het jaarverslag aan Gedeputeerde Staten aangeboden. 6.
Vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrif te of andere onregelmatigheden. 7. In de geconsolideerde jaarrekening wordt als bijlage de deelexploitaties van de opgaven opgenomen. Per deelexploitatie wordt het door elk van de deelnemende gemeenten over het desbetref f ende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen, berekend op de wijze zoals omschreven in artikel 29, lid 4, van deze regeling. 8. Bij vaststelling van de jaarrekening vloeit een positief saldo naar rato terug naar de deelnemende gemeente, tenzij de vastgestelde maximale algemene reserve van € 100.000 nog niet bereikt is. Een negatief saldo wordt naar rato bijgestort door de deelnemende gemeenten.
1. De jaarrekening van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen bestaat uit een algemeen deel, de geconsolideerde jaarrekening en de deelexploitaties van de verschillende opgaven. 2. Het dagelijks bestuur biedt de voorlopige rekening over het af gelopen jaar en het jaarverslag, daarbij gevoegd de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 213, derde lid van de Gemeentewet en het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid van de Gemeentewet, jaarlijks vóór de termijn genoemd in artikel 34b van de wet, ter vaststelling aan het algemeen bestuur aan onder gelijktijdige toezending aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. De raden van de gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de voorlopige jaarrekening naar voren brengen. Hiervoor geldt een termijn van acht weken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de jaarrekening, zoals deze bij het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4. Het algemeen bestuur stelt de rekening vast vóór 15 juli volgende op het jaar waarop deze betrekking heef t. 5. Zij wordt binnen twee weken, doch in ieder geval vóór 15 juli, met alle bijbehorende stukken en het jaarverslag aan Gedeputeerde Staten aangeboden. 6. Vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrif te of andere onregelmatigheden. 7.
In de geconsolideerde jaarrekening wordt als bijlage de deelexploitaties van de opgaven opgenomen. Per deelexploitatie wordt het door elk van de deelnemende gemeenten over het desbetref f ende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen, berekend op de wijze zoals omschreven in artikel 29, lid 4, van deze regeling. 8. Bij vaststelling van de jaarrekening vloeit een positief saldo naar rato terug naar de deelnemende gemeente, tenzij de vastgestelde maximale algemene reserve van € 100.000 nog niet bereikt is. Een negatief saldo wordt naar rato bijgestort door de deelnemende gemeenten.
Artikel 33 Toetreding en uittreding
Artikel 33 Toetreding
1. Een gemeente kan toe- of uittreden krachtens daartoe strekkende besluiten van haar college en raad. 2. De uittreding gaat in één jaar na het verstrijken van het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen. 3. De toetreding gaat in met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die waarin de regeling aan Gedeputeerde Staten is toegezonden.
1. De gemeente die wil toetreden tot deze regeling maakt dit schriftelijk kenbaar bij het algemeen bestuur. 2. Het algemeen bestuur stelt richtlijnen vast voor toetreding. Het algemeen bestuur kan voorwaarden verbinden aan de toetreding.
4. Het algemeen bestuur stelt richtlijnen vast voor toe- of uittreding. Het algemeen bestuur kan voorwaarden verbinden aan de toe- of uittreding.
5. Bij een gemeentelijke herindeling van één of meerdere gemeenten zoals bedoeld in de wet algemene regels herindeling kan het algemeen bestuur besluiten om een termijn vast te stellen die af wijkt van de in lid 2 genoemde termijn. Rechten en verplichtingen van de uittredende gemeente - voor herindeling - jegens de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, blijven gelden voor de toetredende gemeente na herindeling.
Artikel 33a Uittreding 1. Een gemeente kan uittreden krachtens daartoe strekkende besluiten van haar college en raad. De uittredende gemeente maakt schriftelijk bij het algemeen bestuur van de regio kenbaar te willen uittreden uit de regeling. Dit is de start van deze procedure tot uittreding. 2. De uittreding gaat in één jaar na het verstrijken van het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen 3. Bij een gemeentelijke herindeling van één of meerdere gemeenten zoals bedoeld in de wet algemene regels herindeling kan het algemeen bestuur besluiten om een termijn vast te stellen die af wijkt van de in het tweede lid genoemde termijn. Rechten en verplichtingen van de uittredende gemeente voor herindeling - jegens de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, blijven gelden voor de toetredende gemeente na herindeling 4. Het algemeen bestuur stelt richtlijnen vast voor de uittreding en kan voorwaarden verbinden aan de uittreding. Hierbij houdt het algemeen bestuur rekening met het bepaalde in lid 5 tot en met 11. 5. De financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties worden door het dagelijks bestuur van de regio in kaart gebracht. Bij het in kaart brengen van deze consequenties is een onafhankelijke deskundige betrokken. 6. Het algemeen bestuur van de regio neemt een besluit over de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties.
Hierbij wordt de hoogte van de uittredingskosten vastgesteld. 7. Het algemeen bestuur neemt dit besluit binnen vijf maanden na ontvangst van het verzoek. Het dagelijks bestuur kan de beslistermijn verdagen met maximaal 3 maanden.
Nieuw artikel
8. De uittredingskosten zijn de kosten die te maken hebben met (de afbouw van) de overcapaciteit die kan ontstaan in de personele en de materiële sfeer. Deze komen eveneens ten laste van de uittredende gemeente en worden alleen in rekening gebracht als de gemeente daadwerkelijk besluit uit te treden. Basis voor de uittredingskostenberekening zijn de gemiddelde realisatiecijfers (afbouw bedrijfsvoeringsorganisatie, aangegane verplichtingen algemeen, aangegane verplichtingen per opgave) van de drie jaar jaren voorafgaand aan het jaar waarin het voornemen tot uittreden kenbaar wordt gemaakt. 9. De kosten die niet direct aan de uittredende partij kunnen worden toegerekend, worden berekend door totalen per kostensoort naar rato te berekenen. Voor het bepalen van de kostenverdeelsleutel wordt aangesloten bij het bepaalde hierover in artikel 29 van de regeling. 10. Middelen die onderdeel uitmaken van een (algemene) reserve van de regio, worden naar rato in mindering gebracht op de te betalen uittredingskosten. Voor het bepalen van de kostenverdeelsleutel wordt aangesloten bij het bepaalde hierover in artikel 29 van de regeling. 11. De regio doet redelijkerwijs al het mogelijke om de kosten voor de uittredende gemeente zo laag mogelijk te houden.
Het algemeen bestuur doet met de gemeente die wil uittreden onderzoek naar de mogelijkheid om uittredingskosten te verminderen (onder meer overname personeel, verlaging investeringen, opdrachtverlening elders). Artikel 33b De raden wordt om zienswijze gevraagd voordat het algemeen bestuur richtlijnen voor toetreding en/of uittreding vaststelt als bedoeld in artikel 33, tweede lid en artikel 33a, vierde lid.
Artikel 36 Duur van de regeling
Artikel 36 Duur van de regeling
1. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. Het algemeen bestuur draagt zorg voor de evaluatie van het algemeen f unctioneren en de werkwijze van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen aan het begin van het kalenderjaar waarin algemene raadsverkiezingen in de gemeenten plaatsvinden.
1. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. Het algemeen bestuur draagt zorg voor de evaluatie van het algemeen f unctioneren en de werkwijze van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen aan het begin van het jaar voor het kalenderjaar waarin algemene raadsverkiezingen in de gemeenten plaatsvinden. Het algemeen bestuur stelt hiervoor een onderzoeksopdracht vast.
Artikel 37 Toezending en bekendmaking
Artikel 37 Toezending en bekendmaking
De gemeente Overbetuwe is belast met de toezending van deze regeling aan Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland en de provincie Limburg en maakt de regeling tijdig bekend zoals bedoeld in artikel 26 van de wet.
De gemeente Overbetuwe is belast met de bekendmaking van de regeling zoals bedoeld in artikel 26 van de wet.
Onderdeel Zienswijze over specifieke besluiten van het bestuur
RvN 1. In de GR expliciet vastleggen op welke besluiten (naast de wettelijk verplichte, zoals bijvoorbeeld de conceptbegroting) zienswijze gegeven moet worden. 2. In de GR bepalen dat alle besluiten die aanzienlijk politiek of f inancieel belang hebben door het algemeen bestuur ter zienswijze aan de raden moeten worden voorgelegd
Actieve informatieplicht
In de GR vastleggen dat het algemeen bestuur in een inf ormatieprotocol vastlegt welke inf ormatie op welke wijze wordt gedeeld (al dan niet met zienswijze vooraf gaand aan het vaststellen van het inf ormatieprotocol).
Evaluatie
In de GR een vaste cyclus van evaluatie opnemen (passend bij de cyclus van de betref f ende GR) waarbij ook wordt vastgelegd op welke punten in ieder geval geëvalueerd wordt.
RA e.o. 1. Een aantal raadsleden vindt dat er zienswijzen gevraagd moeten worden over álle besluiten (, tenzij …..), omdat er van te voren niet goed ingeschat kan worden welke besluiten een gering belang vertegenwoordigen. 2. Enkele raadsleden maken zich zorgen over de slagkracht van de GMR wanneer er over alle besluiten zienswijze wordt gevraagd. Zij willen zienswijze geven als het gaat om besluiten die een wezenlijke wijziging met zich meebrengen, zoals de wijziging van de opgaven. 3. Raadsleden willen het lief st pro-actief betrokken worden en hebben behoef te aan meer debat en gesprek over wat zij willen. • Er is behoef te om de agenda van het AB in te zien om zo te kunnen zien wat er aan komt en of ze het erover kunnen en/of moeten hebben met elkaar of hun bestuurder. • Aangegeven wordt dat de agenda en stukken van de GMR te laat worden gestuurd, zodat er te weinig tijd is om te reageren. • Voor wat betref t de f eitelijke verstrekking van inf ormatie is de digitale weg unaniem gewenst. Ibabs is f avoriet, al wordt aangegeven dat niet alle gemeenten over dit programma beschikken. Men zou graag een signaal krijgen als de stukken in te zien zijn. • De evaluatie wordt belangrijk gevonden. Hierbij vinden de raadsleden belangrijk dat er in ieder geval een evaluatie/zelf ref lectie vanuit het DB en AB plaatsvindt. Verder is van belang dat bij er
GMR In het voorontwerp is geregeld dat er zienswijze aan de raden gevraagd wordt over de voorlopige jaarrekening, een ontwerp liquidatieplan, het ontwerp inf ormatieprotocol, de ontwerp regionale agenda en de ontwerp toe- of uittreding. Het AB van de Groene Metropool kan ook los van de gemeenschappelijke regeling de raden om zienswijze vragen en zal dat bij besluiten “die aanzienlijk politiek of f inancieel belang hebben” ook doen.
In het voorontwerp is opgenomen dat de agenda, bijbehorende stukken en besluiten van de openbare vergaderingen van het algemeen bestuur vooraf respectievelijk achteraf digitaal openbaar worden gemaakt. Tevens zal het inf ormatieprotocol vooraf gaande aan het vaststellen ervan voor een zienswijze aan de raden van de deelnemende gemeente worden voorgelegd
In het voorontwerp blijf t de vierjaarlijkse evaluatie bestaan, maar wordt voorgesteld om de huidige bepaling te wijzigen in die zin dat het jaar vooraf gaand aan de raadsverkiezingen de evaluatie plaatsvindt.
Wijze van uittreden
Participatie
Niet in het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen evalueren. Voorkeur voor af ronding evaluatie (vlak) na het zomerreces van het jaar vooraf gaand aan de gemeenteraadsverkiezingen. Af stemmen met andere GR’en dat niet alle evaluaties in hetzelf de jaar plaatsvinden. 1. In de GR alle af spraken precies vastleggen, waarbij zowel het proces als de wijze van het bepalen van de uittreedsom in de GR wordt vastgelegd. 2. Raadsleden zien daarbij voordeel in f lexibiliteit wanneer er een mogelijkheid wordt geschapen dat het algemeen bestuur bij unanimiteit kan bepalen dat af geweken wordt van de betref f ende uittreedregeling, waarbij het unanieme besluit van het algemeen bestuur eventueel ook ter zienswijze aan de raden voorgelegd dient te worden.
de opgaven – in de vorm die bij de opgave past – gekeken wordt naar de resultaten en de vraag wordt gesteld of deze vorm (nog wel) ef f ectief is. • Er wordt geopperd dat rekenkamers van diverse gemeenten een gezamenlijk rekenkameronderzoek zouden kunnen doen. • Voor raadsleden is het (nog) onduidelijk wat er nu reeds in de regeling is geregeld en wat er nog meer geregeld zou kunnen worden (en of dat moet).
In de GR opnemen dat ingezetenen en belanghebbenden inbreng kunnen hebben op de voorbereiding, uitvoeringen evaluatie van beleid via de gebruikelijke mogelijkheden bij de gemeenten waar de bestuursorganen van deelnemen aan de GR. Het goede van de huidige praktijk moet bewaard blijven, zoals de regiotaf els die vanuit de GMR georganiseerd worden.
• Er blijkt bij beide sessies behoef te bij de raadsleden aan scherpte over wie heef t welke taak bij het inf ormeren en wat de rol van de GMR en het eigen bestuurslid is. • Inf ormatiesessies kunnen – meer dan nu al het geval is – ook gebruikt worden om burgers uit te nodigen. • Er is bij beide sessies behoef te bij de raadsleden aan scherpte over wie heef t welke taak bij het inf ormeren en wat de rol van de GMR en het eigen bestuurslid is.
De GMR kende al een uittredingsregeling Deze uittredingsregeling beschrijf t alle elementen die moeten worden vastgelegd, alleen vereist de Wgr dat dit nu (deels) in de gemeenschappelijke regeling gebeurt. In het voorontwerp is de opdracht aan het AB om een regeling vast te stellen opgenomen. Hierbij hebben we tevens enkele essentiële onderdelen opgenomen waaraan deze regeling moet voldoen. Het voorstel van het Rijk van Nijmegen om het AB een af wijkingsbevoegdheid te geven is in het voorontwerp niet opgenomen. Dit omdat duidelijkheid over de te volgen procedure bij uittreding van belang is. Op dit moment is in het reglement van orde van het AB geregeld dat ingezetenen en belanghebbenden kunnen inspreken. Dit wordt nu in de regeling vastgesteld. Voor het overige hecht het AB eraan dat de participatie per opgave kan worden bepaald in een af zonderlijk participatieprotocol. Elke opgave kent immers zijn eigen dynamiek en mate waarin participatie bij de Groene Metropool en/of de eigen gemeente van belang is.
Raadsvoorstel
Onderwerp Reactie op kaderbrief (financiële en algemene uitgangspunten begroting 2025) Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen Adviseur Programma Portefeuillehouder
: R. Berendsen : 5 en 8 : Weststeijn
Datum B&W Datum Raad Openbaar
: 27 februari 2024 : 19 maart 2024 : Ja
Aan de Raad Aanleiding Op 24 januari 2024 heeft het Dagelijks Bestuur van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR) een brief gestuurd met daarin de financiële en algemene uitgangspunten voor de begroting van 2025 (bijlage 1): een kaderbrief. Deze kaderbrief is ter kennisname naar ons college en uw raad gestuurd. We stellen u voor om conform bijgevoegde brief te reageren richting het DB van de GMR (bijlage 2). Gevraagde beslissing 1. Kennis te nemen van bijgevoegde kaderbrief van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. 2. In te stemmen met bijgevoegde brief als reactie op de kaderbrief en deze namens de raad te verzenden naar het Dagelijks Bestuur van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. Wat willen we bereiken? We willen, mede in het licht van de financieel onzekere situatie voor gemeenten na 2025, een reactie zenden op de kaderbrief van de GMR, zodat deze kan worden meegewogen bij het opstellen van de (concept)begroting van de GMR voor 2025. Argumenten 1.1. De kaderbrief van de GMR schetst de uitgangspunten en ontwikkelingen die worden gehanteerd bij het opstellen van de conceptbegroting 2025-2028 van de GMR. De kaderbrief van de GMR bevat de uitgangspunten en ontwikkelingen die worden gehanteerd bij het opstellen van de conceptbegroting 2025-2028. Kortheidshalve verwijzen wij naar deze brief (bijlage 1 bij dit voorstel).
2.1 De conceptbrief aan het DB van de GMR stuurt aan op terughoudend financieel beleid in de begroting 2025 e.v. van de GMR. Wij geven u naar aanleiding van de kaderbrief van de GMR twee overwegingen mee. Deze hebben we een plek gegeven in het voorstel voor de reactiebrief aan het DB van de GRM. - Voor de indexeringsmethodiek sluit de GMR aan bij het percentage dat is vastgesteld in de Begrotingsrichtlijnen regio Nijmegen (BRN): 6,54%. De verwachting is echter dat de index voor 2025 lager uitkomt. Wij zouden willen adviseren dat in de begroting gekozen wordt voor een andere methodiek die beter aansluit op de loon-prijsontwikkelingen die gemeenten zelf via het accres gecompenseerd krijgen (MEV CPB, voor 2025 bedraagt deze 4,18%). - In de brief wordt aangegeven dat door het aanstaande vertrek van de gemeente Montferland uit de GMR er rekening mee moet worden gehouden dat per 1 januari 2025 de inwonerbijdrage voor het regiobureau en de drie opgaven waar de gemeente Montferland aan deelneemt stijgt. Wij stellen voor om er bij het DB van de GMR op aan te dringen om de gevolgen voor de
Pagina 1 van 3
Raadsvoorstel
uittreding zoveel mogelijk kostenneutraal te houden, wellicht door de uitgangspunten of ambities op deze drie opgaven aan te passen. N.b.: voor de Regionale Energiestrategie (RES) wordt in de (kader)brief aangegeven dat de inwonerbijdrag per 2024 is verhoogd met € 0,57 ten behoeve van de RES-taken. Deze verhoging is al meegenomen in onze Programmabegroting 2024-2027. In de reactie komen we daarop derhalve niet terug. 2.1 Uw reactie is input bij het opstellen van de begroting van de GMR voor 2025. Het DB van de GMR vraagt niet expliciet op een reactie op de kaderbrief. Toch is dit het moment om aan de voorkant van het P&C-proces als raad te sturen op de conceptbegroting van een verbonden partij, zoals de GMR. Juist op dit moment in de tijd kunnen uw signalen nog een plek krijgen in de begroting die op dit moment wordt opgesteld. 2.2 Uw reactie sluit aan bij de lijn van de brief die de wethouders Financiën uit de regio Arnhem aan de GMR gestuurd hebben. De wethouders Financiën uit de regio Arnhem hebben begin december 2023 een brief gestuurd aan een aantal Gemeenschappelijke Regelingen, waaronder de GRM. Deze brief benadrukt dat gemeenten financieel onzekere tijden tegemoet gaan.
Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat van rijkswege de financieringssystematiek van de groei van het Gemeentefonds is gewijzigd en omdat vergoedingen voor de loon- en prijsontwikkelingen via het Gemeentefonds onvoldoende aansluiten bij de werkelijke nominale kosten waar gemeenten mee geconfronteerd worden. Dit maakt dat gemeenten bij het opmaken van de (eigen) kader-/voorjaarsnota’s in de richting van de begroting 2025 en verder op deze daling moeten anticiperen. Oók (of juist) van de GR’en wordt gevraagd om zich bewust te zijn van de onzekerheden in de financiële vooruitzichten van gemeenten, en om aan te geven welke inhoudelijke keuzes er te maken zijn. Wij stellen voor om een reactie op de kaderbrief van de GRM te geven die in lijn ligt met de brief van de wethouders Financiën, vooruitlopend op de formele zienswijze op de conceptbegroting. Het DB van de GMR heeft eind januari een reactie gestuurd op de brief van de wethouders Financiën. In algemene zin geeft het bestuur aan zich terdege bewust te zijn van de financieel onzekere tijden voor gemeenten. Ook GR’en zelf zien zich geconfronteerd met stijgende kosten. Bij de start van de samenwerking is door de samenwerkende gemeenten als uitgangspunt gehanteerd dat de gevraagde inwonerbijdrage voor de uitvoering van de gezamenlijke regionale agenda en voor het regiobureau beperkt dient te blijven.
Het DB geeft in de brief aan de wethouders Financiën aan dat “de gewenste hoogte van de inwonerbijdrage 2025 (vooralsnog 2024 en indexatie) bepaalt of het algemeen bestuur inhoudelijk scherpe kuezes moeten maken in de voorstellen vanuit de vijf opgaven”. 2.3 Dit voorstel sluit aan bij de behandeling van de kaderbrief van de VGGM. Dit voorstel sluit w.b. proces aan bij de behandeling van de kaderbrief van de VGGM in uw raad op 6 en 20 februari 2024. De (concept)brief die wij u richting het DB van de GRM voorleggen is in lijn met uw reactie aan het DB van de VGGM, waar het gaat om algemene financiële uitgangspunten (vanzelfsprekend niet w.b. beleid en inhoud). Kanttekeningen 2.1 Een reactie van uw raad op de kaderbrief betreft geen formele zienswijze. Het DB van de GMR vraagt u kennis te nemen van de kaderbrief. Het bestuur vraagt niet expliciet op een reactie. Gezien recente discussies – waaronder de behandeling van de kaderbrief van de VGGM Pagina 2 van 3
Raadsvoorstel
in de raadsvergaderingen van 6 en 20 februari en de voorbereiding van een raadsinformatiebijeenkomst over de GMR op 2 april – hebben wij gemeend u voor te moeten stellen toch een brief te sturen naar het DB van de GRM. Dit sorteert feitelijk voor op de formele zienswijzeprocedure op de conceptbegroting, die nu in voorbereiding is. Na besluitvorming in het AB wordt de conceptbegroting, als onderdeel van de concept-regionale agenda 2025-2028, in de loop van april aan de gemeenten aangeboden. Uw raad heeft dan formeel de mogelijk om een zienswijze in te dienen op de conceptbegroting. U kunt er dus als raad ook voor kiezen om pas dan uw reactie te geven. Echter, om aan de voorkant, zo vroeg mogelijk in het proces, te sturen op ‘financiële terughoudendheid’, stelt het college uw voor om (ook) te reageren op deze kaderbrief. Wat gaan we daarvoor doen? a) Planning Indien uw raad instemt met de conceptbrief wordt deze namens uw raad verzonden aan het DB van de GMR. Het AB van de GMR behandelt de conceptbegroting 2025-2028 in de vergadering van 10 april 2024. Zoals aangegeven bij de kanttekeningen wordt de conceptbegroting daarna voor zienswijze aan de raden aangeboden. De raden hebben tot 12 juli de tijd om een zienswijze in te dienen. Wij zullen dit verwerken in de lange termijn agenda voor uw raad. b) Evaluatie Niet van toepassing.
c) Participatie en communicatie Niet van toepassing. d) Publicatie verplicht? Niet van toepassing. Wat mag het kosten? Aan dit raadsvoorstel zijn geen kosten verbonden. Wanneer de definitieve conceptbegroting voor de GMR 2025 bekend is (medio april) zullen wij bij de aanbieding van die stukken aangeven wat de gevolgen hiervan zijn voor onze gemeentelijke bijdrage. Het college van burgemeester en wethouders,
Bas Pelgrum, gemeentesecretaris
Ester Weststeijn, burgemeester
Bijlage(n) 1. Conceptbrief aan DB van de GMR 2. Brief financiële en algemene uitgangspunten (kaderbrief) GRM, 24 januari 2024 3. Concept-raadsbesluit
Pagina 3 van 3
Raadsbesluit
Onderwerp Reactie op kaderbrief (financiële en algemene uitgangspunten begroting 2025) Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen
De raad van de gemeente Rozendaal, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27 februari 2024 Besluit: 1. Kennis te nemen van bijgevoegde kaderbrief van de Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen. 2. In te stemmen met bijgevoegde brief als reactie op de kaderbrief en deze namens de raad te verzenden naar het Dagelijks Bestuur van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Rozendaal d.d. 19 maart 2024.
Klaas Schaap, griffier
Ester Weststeijn, burgemeester
Pagina 1 van 1
AAN:
Datum
: 24 januari 2024
de gemeenteraden en colleges van de 17 deelnemende
Uw kenmerk
:
Gemeenten
Ons kenmerk
:
Zaaknummer
: 2024-GMDB-7
Contactpersoon
: H. van den Berg
Telefoonnummer
: 06
46 73 73 74
Onderwerp: financiële en algemene uitgangspunten begroting 2025 Geachte heer, mevrouw, Inleiding Deze (kader-)brief vindt zijn basis in het Spoorboekje P&C-cyclus 2023-2024. Wij informeren u over beleidsmatige en financiële ontwikkelingen voor de begroting 2025 e.v. van de Groene Metropoolregio. De conceptbegroting wordt, als onderdeel van de concept-regionale agenda 2025-2028 in april aan de gemeenten aangeboden. Wij vragen de colleges en gemeenteraden kennis te nemen van deze brief. De informatie uit de brief kunt u betrekken bij het opstellen van uw eigen financiële producten. Vertrekpunt De actuele regionale agenda 2023-2024 heeft een looptijd van 2 jaar. Met deze periode van twee jaar is tegemoetgekomen aan de breed gedragen wens vanuit veel gemeenteraden. Dit betekent dat we dat de begroting voor 2025 gebaseerd wordt op een nieuwe regionale agenda die een looptijd kent van vier jaar: 2025-2028. Sinds het laatste kwartaal van 2023 wordt gewerkt aan deze regionale agenda. De oplading van de agenda gebeurt door het Bestuurlijk Platform van de betreffende opgave. De uiteindelijke afweging geschiedt, conform de Gemeenschappelijk Regeling, door het algemeen bestuur (in september 2024) gehoord de zienswijzen van de gemeenten. Uitgangspunten Voor het opstellen van de begroting 2025 e.v. hanteren we de volgende uitgangspunten: 1.
de begroting 2025-2028 heeft als uitgangspunt de activiteiten die zijn vastgelegd in de conceptregionale agenda 2025-2028 die momenteel in voorbereiding is; 2. het Bedrijfsplan GMR en de vastgestelde financiële verordeningen; 3. het Spoorboekje P&C-cyclus 2023-2024; 4. de GMR hanteert de indexeringsmethodiek zoals die is opgesteld door de adviesfunctie gemeenschappelijke regelingen en vastgelegd in de Begrotingsrichtlijnen regio Nijmegen (BRN). De index voor 2025 is 6,54%; 5. de totale inwonerbijdrage is opgebouwd uit de opgaven en het regiobureau; 6. hoogte algemene reserve is conform de Gemeenschappelijke Regeling maximaal ; 7. de bijdrage aan The Economic Board is voor 2025 ongewijzigd ten opzichte van 2024 met dien verstande dat met het aanbieden van de begroting 2024 het verzoek is ontvangen om de inwonerbijdrage sinds 2026) te indexeren. Ons bestuur heeft begrip voor dit verzoek en heeft het bestuur van de The Economic Board uitgenodigd voor een gesprek. Voor zover de uitkomst van dit gesprek consequenties heeft voor de begroting 2025, dan wordt dit expliciet voorgelegd aan de gemeenten.
Datum: 24 januari 2024 Ons kenmerk: 2024-GMDB-7 Pagina: 2
8. het vertrek van de gemeente Montferland per 31 december 2024 leidt tot een verhoging van de inwonerbijdrage ingaande 2025. Ons bestuur kiest er in eerste aanleg voor de regionale ambitie (en activiteiten) niet aan te passen; 9. de N concept-regionale agenda; 10. bij het opstellen van de concept-regionale agenda is ons bestuur bewust van de financiële situatie van de gemeenten ingaande 2026 (financiële ravijn); 11. bij het bepalen van de hoogte van de inwonerbijdrage is het uitgangspunt dat de deelname van de gemeenten aan de 5 opgaven onveranderd is ten opzichte van de regionale agenda 2023-2024; 12. ter dekking van de kosten die het regiobureau maakt voor de opgaven, wordt ingaande 2025 een bijdrage gevraagd van de ontvangen subsidiegelden (> . Dit percentage bedraagt 5%. Ontwikkelingen Inflatie Ook de Groene Metropoolregio wordt geconfronteerd met stijging van de loonkosten en prijzen. Een aantal jaren is besloten op basis van de BRN-methodiek de inwonerbijdrage te indexeren. Voor 2025 bedraagt het percentage 6,54%. In de begroting 2024 e.v. is nog uitgegaan van 3,5%. In de lijn van eerdere besluiten van het algemeen bestuur zijn wij van plan het verschil (3.04%) in de begroting van 2025 mee te nemen. Arbeidsmarkt Het is een inmiddels genoegzaam bekend dat er krapte is op de arbeidsmarkt. Gemeenten ervaren dit en daarmee de GMR ook.
De regionale samenwerking is een netwerkorganisatie waarbij één van de uitgangspunten is dat medewerkers van de 17 samenwerkende gemeenten actief, veelal in deeltijd, een bijdrage leveren aan de 5 opgaven en de speerpunten binnen deze opgaven. De personele krapte bij de gemeenten maakt dat de Groene Metropoolregio steeds vaker genoodzaakt wordt externen in te huren. Dit heeft naast een prijseffect ook consequenties voor (de versteviging) van het regionale netwerk. Voor de Netwerkdirectie is dit een actueel gespreksthema. Regiobureau De basisbezetting van het regiobureau is nu op orde. Het wegvallen van de inwonerbijdrage van Montferland leidt niet aanpassing van de bezetting in 2025. Geheel in de lijn van de netwerkgedachte van de regionale samenwerking zijn een aantal medewerkers (veelal parttime) gedetacheerd door gemeenten. Voor die medewerkers die nagenoeg fulltime zijn gedetacheerd is nu de vraag gekomen om de detachering te beëindigen of om te zetten in een dienstverband. Hierover zal in 2e/3e kwartaal een besluit moeten worden genomen. Regio Deal Gezonde groene groei De Regio Deal van de regio Arnhem-Nijmegen is op 1 november 2023 ondertekend tijdens een feestelijke bijeenkomst in Ede. Deze Regio Deal richt zich op de aanpak van belangrijke opgaven en verbetering van de kwaliteit van leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers in de regio Arnhem-Nijmegen.
Door het Rijk is 15 miljoen beschikbaar gesteld; de partners in de regio dragen minimaal hetzelfde bedrag bij als cofinanciering. Besloten is dat de Groene Metropoolregio de coördinatie en de daarbij horende ondersteuning verzorgt (periode 2024-2027). In de begroting 2025 e.v. worden deze kosten verwerkt. Dekking van deze kosten komt deels uit de toegekende Rijksbijdrage en een deel komt voor rekening van de Groene Metropoolregio. De provincie Gelderland gaat de kassiersfunctie vervullen.
Datum: 24 januari 2024 Ons kenmerk: 2024-GMDB-7 Pagina: 3
Bij een deel van de projecten binnen de programmalijnen is de Groene Metropoolregio inhoudelijk betrokken. De benodigde cofinanciering is opgenomen in de opgaven. Gemeente Montferland Met het verzoek tot uittreding is het traject in werking gezet zoals opgenomen in de regeling die ziet op uittreding uit de samenwerking. Inzet is erop gericht om de Gemeenschappelijk Regeling in het vierde kwartaal 2024 gewijzigd te hebben. Per 1 januari 2025 bestaat de samenwerking uit 17 gemeenten. Op dit moment wordt een rapport opgesteld om de consequenties van de uittreding in beeld te brengen en dit rapport dient als basis voor het bepalen van een uittredingsvergoeding. Rekening moet worden gehouden met een verhoging van de inwonerbijdrage 2025 voor het regiobureau en de 3 opgaven waarin Montferland op dit moment aan deelneemt. Provincie Gelderland De provincie Gelderland is bij de versterking van de regionale samenwerking in onze regio een belangrijke partner gebleken. Samen is gewerkt aan een regionale visie, de regionale agenda 2022 en de regionale agenda 2023-2024. In 2022 sloten de Groene Metropoolregio, he Economic Board en de provincie een bestuursakkoord om de bestaande samenwerking te bestendigen en is een investeringsagenda opgesteld. De provincie is met The Economic Board ook partner in de Regio Deal en het gesloten Human Capital Akkoord.
De provinciale verkiezingen in 2023 heeft geleid leiden tot een nieuwe samenstelling van de staten en een nieuw college van GS. Onze inspanningen zijn en blijven erop gericht om de gezamenlijke onderschreven ambities tot uitvoering te brengen met passende en toereikende (financiële) steun van onze provinciale partner. In 2024 wordt de investeringsagenda tegen het licht gehouden en zal naar verwachting vooral de relatie met de Regio Deal een plaats krijgen in de te maken afspraken. RES (Regionale Energie Strategie) Met ingang van 2023 heeft het Rijk een jaarlijkse bijdrage van toegekend tot 2030. Om de ambities en afspraken uit de RES 1.0 uit te voeren en in te kunnen spelen op actuele ontwikkelingen is een bedrag van ongeveer 4,5 ton jaarlijks nodig, boven op de rijksbijdrage. Gemeenten beschikken nu over een stevig gegroeid budget voor klimaataanpak. Voor de regiogemeenten gezamenlijk ca. 13 miljoen. Financieel betekent dit dat de gevraagde inwonerbijdrage voor de opgave Circulaire r behoeve van RESdecentrale overheden voor klimaatHiermee heeft het AB al eerder ingestemd. Woondeal 2.1 Een jaar geleden konden wij u melden dat de financiering van de activiteiten voor de Woondeal onder druk stond door onduidelijkheid over de procesgelden voor de gesloten Woondeal.
Onze inspanningen hebben ertoe geleid dat inmiddels door de provincie Gelderland voor de periode 20242028 middelen beschikbaar zijn gesteld voor procesgelden en voor een flexpool (jaarlijks ). De noodzakelijke cofinanciering voor de procesgelden bedraagt jaarlijks
Datum: 24 januari 2024 Ons kenmerk: 2024-GMDB-7 Pagina: 4
Proces begroting 2025-2028 In eerdergenoemd spoorboekje is het begrotingsproces uiteengezet. Hieronder in grote lijnen de stappen die gezet worden: 10 april 2024
Behandeling conceptbegroting 2025-2028 door het algemeen bestuur en aanbieding aan de gemeenten. Zienswijzeperiode gemeenteraden loopt tot 12 juli 2024
11 september 2024
Vaststellen begroting 2025-2028 door het algemeen bestuur
Slot Met deze brief hebben wij getracht u een beeld te geven van actuele ontwikkelingen die van invloed zijn op de op te stellen begroting voor 2025 e.v. Wij hopen dat deze brief in een behoefte voorziet. Mocht de brief aanleiding geven tot vragen dan kunt u contact opnemen met Henk van den Berg. Met vriendelijke groet, Het dagelijks bestuur van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen De voorzitter
de secretaris
Drs. H.M.F. Bruls
Drs. H. Tiemens
i.a.a.: RAC, algemeen bestuur, Regiobureau (Duin, Kerkhof, Van den Berg)
Dagelijks Bestuur GMR t.a.v. dhr. H.M.F. Bruls Nijverheidsweg 2a 6662 NG Elst Datum : 20 maart 2024 Uw kenmerk : 2024-GMDB-7 Ons kenmerk : Z24000@@
Behandeld door : Dhr. R. Berendsen Telefoon : 026-384 36 62 E-mail : gemeente@rozendaal.nl
Onderwerp: Kaderbrief 2025
Geachte heer Bruls, Hartelijk dank voor de toezending van de brief 2025 met daarin de financiële en algemene uitgangspunten voor de begroting van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen van 2025. We hebben kennis genomen van de brief en deze besproken in onze gemeenteraadsvergadering van 19 maart. Naar aanleiding hiervan sturen wij u deze reactie. In de brief is aangegeven welke (algemene en financiële) uitgangspunten en ontwikkelingen worden gehanteerd bij het opstellen van de conceptbegroting. Hierbij is aangegeven dat de conceptbegroting 2025-2028 wordt behandeld in de vergadering van het algemeen bestuur van 10 april. Hierna kunnen gemeenteraden formeel een zienswijze indienen. Vooruitlopend op dat moment willen we het volgende nu al bij u onder de aandacht brengen. Indexeringsmethodiek In de kaderbrief is aangegeven dat voor de indexeringsmethodiek wordt aangesloten bij het percentage dat is vastgesteld in de Begrotingsrichtlijnen regio Nijmegen (BRN). Dit percentage is 6,54% voor 2025. Graag zien wij dat in de begroting gekozen wordt voor een andere methodiek die beter aansluit op de loon-prijsontwikkelingen die gemeenten zelf via het accres gecompenseerd krijgen (MEV CPB, voor 2025 bedraagt deze 4,18%).
Hoogte inwonerbijdrage U geeft aan dat door het aanstaande vertrek van de gemeente Montferland uit de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen rekening gehouden moet worden dat per 1 januari 2025 de inwonerbijdrage voor het regiobureau en de drie van de vijf opgaven waar de gemeente Montferland aan deelneemt stijgt. Wij geven u in het licht van uw begrotingsvoorbereidingen mee dat wij erop rekenen dat de gevolgen van de uittreding kostenneutraal blijven, wellicht mede door de uitgangspunten of ambities op deze drie opgaven aan te passen. We sluiten daarmee ook aan bij het signaal dat de wethouders Financiën in december 2023 per brief naar een aantal Gemeenschappelijke Regelingen, waaronder de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmgen, hebben afgegeven. Deze brief benadrukt de somberdere financiële vooruitzichten bij gemeenten op de langere termijn. Ook Gemeenschappelijke Regelingen die voor en met ons werken, zoals de Groene 1 Kerklaan 1, 6891 CL Rozendaal – Postbus 9106, 6880 HH Velp
Metropoolregio, zullen in toenemende mate kritisch moeten zijn op het uitgavenniveau. In dat licht past geen verhoging van de inwonerbijdrage. Afromen subsidies In de kaderbrief geeft u aan dat ter dekking van de kosten die het regiobureau maakt voor de opgaven, met ingang van 2025 een bijdrage van 5% wordt ‘afgeroomd’ van ontvangen subsidiegelden (> € 125.000). Hoewel wij ons kunnen indenken dat u bedoelt dat u met deze 5% de administratieve lasten van soms omvangrijke subsidie(verantwoordings)processen afdekt, kunnen wij nut & noodzaak, reikwijdte, omvang en effect van deze beoogde maatregel niet inschatten. Graag ontvangen we nadere informatie en uitleg over de aanleiding en achtergrond van uw voorstel en informatie over welke subsidie(stromen) dit op hoofdlijnen betreft, binnen welke opgaven. Wij vragen u vriendelijk om de punten uit deze brief mee te nemen in de conceptbegroting die op 10 april 2024 wordt behandeld in de vergadering van het Algemeen Bestuur. Tot slot: we stellen het op prijs dat u, via uw brief, ons in de gelegenheid stelt om vroegtijdig kennis te nemen van algemene en financiële ontwikkelingen. Daarmee blijven wij als raad aangehaakt op het financiële kader van de Groene Metropoolregio in een zo vroeg mogelijke fase. Vanzelfsprekend zijn de financiën geen doel op zich, maar randvoorwaardelijk voor onze ‘groene groei’.
We kijken dan ook uit naar nieuwe (concept) Regionale Agenda 2025-2028 die momenteel in voorbereiding is. We zullen de ontwikkelingen, plannen en ambities net als voorgaande jaren constructief-kritisch blijven volgen. Met vriendelijke groet, Namens de gemeenteraad van Rozendaal De griffier Klaas Schaap
De voorzitter, Ester Weststeijn
2
Overzicht Raadsinformatiebrieven ten behoeve van de Raadsvergadering van 19 maart 2024 Raadsinformatiebrief Het OOR/De Bosrank Overzicht welzijnssubsidies 2023
B&W stellen voor Voor kennisgeving aannemen Voor kennisgeving aannemen
Raadsinformatiebrief
Onderwerp Overzicht welzijnssubsidies 2023 Adviseur Portefeuillehouder Datum
: M. Jansma : T. van der Pas : 19 maart 2024
Aan de Raad Inleiding Volgens artikel 4 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Rozendaal 2023 (vanaf nu: ASV, vastgesteld in de raad van 13 december 2022), moet het college in het eerste kwartaal na het subsidiejaar over de welzijnssubsidies verantwoording afleggen aan de raad. Daartoe verstrekt het college verstrekt de raad in een overzicht de aantallen welzijnssubsidies tot € 5.000 die in dat jaar zijn verstrekt en van de verenigingen en instanties die een subsidie van € 5.000 of hoger hebben ontvangen. Bij welzijnssubsidies gaat het over de beleidsterreinen sport, kunst en cultuur, maatschappelijke zorg en welzijn inclusief Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) en toerisme en recreatie. Daarnaast moet het college verantwoording afleggen over het gebruik van de Hardheidsclausule (art. 17 ASV). Doelstelling De doelstelling van dit advies is transparantie, in de vorm van verantwoording achteraf, over de verstrekking van welzijnssubsidies. Transparantie bij subsidieverstrekking is van belang omdat het gaat om besteding van publieke middelen. Deze verantwoording wordt afgelegd in de vorm van twee financiële overzichten en een toelichting: 1. Overzicht jaarlijkse welzijnssubsidies 2023 (*bijlage 1). Dit overzicht bevat per beleidsterrein het aantal welzijnssubsidies tot € 5.000.
De meeste van deze welzijnssubsidies worden vanaf 2023 verstrekt vanuit het Subsidiekader 2023-2026. Dit subsidiekader , op 17 januari 2023 vastgesteld door het college en op 14 februari 2023 met een RIB ter kennis gebracht van de raad, maakt de verantwoording veel eenvoudiger. 2. Overzicht eenmalige welzijnssubsidies 2023 (*bijlage 2). 3. Toelichting op beide overzichten en op het gebruik van de hardheidsclausule (* bijlage 3). Vervolg 1. De overzichten op zich hebben geen financiële gevolgen. De uitgaven zijn al gedaan en zijn binnen het budget gebleven. 2. De informatie uit de overzichten wordt meegenomen bij het opstellen van de Jaarrekening 2023 en de Kadernota en Begroting 2025.
Pagina 1 van 2