Agendabundel
Tekst van het document
Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad bedoeld in artikel 6, lid 1, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het college indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten. 1. Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste vijf maanden en de eerste negen maanden van het lopende boekjaar. 2. De tussentijdse rapportages bevatten in ieder geval een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar taakvelden; b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen uitgesplitst naar taakvelden; c. het overzicht van de overhead; d. het totale saldo van de baten en lasten, volgend uit de onderdelen a, b en c; e. de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; f. het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e.
Pagina 3 van 13
3. In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van taakvelden, prioriteiten en investeringskredieten in de begroting groter dan € 5.000 toegelicht. Artikel 7. Jaarstukken 1. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het college de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. 2. Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het college de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. Artikel 8. Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen Het college informeert de raad, zo spoedig mogelijk, als ze verwacht dat: a. de lasten van een programma de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, b. de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of c. de baten van een taakveld of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden, Artikel 98. EMU-saldo Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is.
Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. Artikel 9. Niet uit de balans blijkende verplichtingen Overwegende dat de verplichtingen die voortvloeien uit meerjarige contracten deel uitmaken van de lasten in de meerjarenbegroting en de balans een overzicht van alle activa en passiva bevat, neemt het college onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen, verplichtingen op die niet op één of andere wijze uit de meerjarenbegroting dan wel balans blijken met een belang groter dan € 10.000. Artikel 10. Budgetoverheveling Budgetten die in enig jaar niet besteed zijn maar waarvan het wenselijk is dat de bijbehorende activiteiten alsnog worden uitgevoerd mogen door het college in het volgende begrotingsjaar worden besteed mits deze passen in het afgesproken beleid met de raad. Deze budgetten worden door het college specifiek tot uitdrukking gebracht bij de bestemming van het rekeningresultaat van het betreffende jaar waarop het budget betrekking heeft.
Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording Artikel 110. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 3% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. 2. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) die in de in lid 1 genoemde rechtmatigheidsverantwoording moeten worden opgenomen nader toegelicht. Pagina 4 van 13
1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 3% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 5.000 nader toegelicht. Artikel 11. Voorwaardencriterium 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Het college biedt de raad jaarlijks op de eerste raadsvergadering van het jaar ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien.
Artikel 12 Begrotingscriterium 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5. 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. 5.
Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Artikel 13 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. 2. Het college zorgt voor en leggen vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.
Pagina 5 van 13
Hoofdstuk 4. Financieel beleid Artikel 124. Waardering en afschrijving vaste activa 1. Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening, in het eerste jaar na ingebruikname van het betreffende activum. 2. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. 3. Een saldo voor agio of disagio wordt lineair in 10 jaar afgeschreven. Artikel 135. Voorziening voor oninbare vorderingen 1. Voorstel: Op voorstel van college kan de raad voorzieningen treffen ter dekking van geïdentificeerde risico’s. 2. Voor openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen, wanneer het dubieze karakter hiervan in totaal groter is dan € 35.000. Artikel 146. Reserves en voorzieningen 1. In de begroting en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats. 2. De vorming, opheffing en besteding van reserves en voorzieningen vindt bij voorkeur bij begroting(swijziging) en jaarrekening plaats. 3. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. de voeding van de reserve.
Het college informeert de raad bij de tussenrapportages en jaarrekening over de uitputting van bij begroting vastgestelde voorzieningen en reserves. Artikel 157. Kostprijsberekening Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden, voor zover van toepassing, de volgende kosten en opbrengsten betrokken: a. De directe kosten (feitelijke uitgaven + gemiddelde urenbesteding over de afgelopen 5 jaar); b. De overheadkosten (conform percentage beleidsindicator begroting); c. Mutaties op reserves en voorzieningen; d. Afschrijvingslasten; e. Btw; f. Gederfde inkomsten wegens kwijtschelding; Artikel 186. Prijzen economische activiteiten 1. Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd. Pagina 6 van 13
2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of de garantie wordt gemotiveerd. 3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd. 4. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van: a. leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; b. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; c. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden; d.
een bevoordeling van sociale werkplaatsen; e. een bevoordeling van onderwijsinstellingen; f. een bevoordeling van publieke media-instellingen; en g. een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is. 4. Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doen burgemeester en wethouders vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd. 5. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en er sprake is van een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet. Artikel 17. Kostprijsberekening Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden, voor zover van toepassing, de volgende kosten en opbrengsten betrokken: a. De directe kosten (feitelijke uitgaven + gemiddelde urenbesteding over de afgelopen 5 jaar); b.
De overheadkosten (conform percentage beleidsindicator begroting); c. Mutaties op reserves en voorzieningen; d. Afschrijvingslasten; e. Btw; f. Gederfde inkomsten wegens kwijtschelding; Artikel 18. Prijzen economische activiteiten 1. Voor de levering van goederen, diensten en werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht.
Pagina 7 van 13
3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaan burgemeester en wethouders uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. 4. Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doen burgemeester en wethouders vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd. 5. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en er sprake is van een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet. Artikel 179. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffingen, de afvalstoffenheffing en alle in de legestabel opgenomen leges en heffingen. Artikel 2018. Financieringsfunctie Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen het door de raad vastgestelde treasurystatuut in acht.
Hoofdstuk 5. Paragrafen Artikel 1921. Lokale heffingen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.
Artikel 220. Weerstandsvermogen en risicobeheersing In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. Artikel 231. Onderhoud kapitaalgoederen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. Periodiek, in ieder geval voor riolering en voor de overige kaptitaalgoederen wanneer daar qua (financieel) belang aanleiding voor is, biedt het college geactualiseerde beheerplannen ter vaststelling door de raad aan. Artikel 224. Financiering In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.
Pagina 8 van 13
Artikel 253. Bedrijfsvoering In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. Daarnaast neemt het college in elk geval ook de op grond van stellige uitspraken van de commissie BBV in de kadernota rechtmatigheid verplichte onderwerpen op. Artikel 246. Verbonden partijen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. Artikel 257. Grondbeleid In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. Artikel 28. Wet Open Overheid In de paragraaf Wet Open Overheid bij de begroting en jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen over. Artikel 296. Informatieveiligheid In aanvulling op het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten neemt het college een paragraaf op waarmee verantwoording wordt afgelegd aan de raad over het informatieveiligheidsbeleid.
Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 2730. Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel (concern) en in de afdelingenop de te onderscheiden organisatie- en en programmaonderdelen; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, financieel economische positie, financieel beheer en uitvoering van de begroting; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. het afleggen van verantwoording door het college aan de raad over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en e. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving. Artikel 2831. Financiële organisatie Het college draagt zorgt voor: a.
een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de organisatieonderdelen; Pagina 9 van 13
b. c. d. e. f. g. h.
een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de taakvelden; het beleid en de landelijke aanbestedingsregels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.
Artikel 329. Interne controle 1. Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de financiële beheershandelingen. Over afwijkingen rapporteert het college in de paragraaf bedrijfsvoering zoals beschreven in de artikel 23. 2. Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en nader te bepalen bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de 3 jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen Artikel 303. Intrekken oude verordening en overgangsrecht De financiële verordening d.d. 26 maart 2019 16 mei 2023wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treed. Artikel 31. Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 20234. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening 20234. Aldus besloten in de openbare vergadering van de Gemeenteraad van Rozendaal d.d. 169 meiaart 20243, de griffier, K.M. Schaap
de voorzitter, drs. E. Weststeijn-Vermaat Pagina 10 van 13
Bijlage afschrijvingsbeleid bij artikel 11 Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 7.500 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 30 jaar: rioleringen; b. 40 jaar: nieuwbouw woonruimten en schoolgebouwen; c. 40 jaar: nieuwbouw kantoren en bedrijfsgebouwen; d. 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten, en schoolgebouwen; e. 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop kantoren en bedrijfsgebouwen; f. 25 jaar: hekwerk, uitbreiding en paden begraafplaats g. 15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen, zonnepanelen, rioolgemalen; h. 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, telefooninstallaties, speeltoestellen; i. 10 jaar: kantoormeubilair en schoolmeubilair; j. 10 jaar: aanleg tijdelijke terreinwerken; k. 5 jaar: zware transportmiddelen, aanhangwagens, personenauto’s en lichte motorvoertuigen; l. 5 jaar: website m. 5 jaar: afvalcontainers n. 3 jaar: automatiseringsapparatuur, camerasystemen. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met maatschappelijk nut De volgende materiële vaste activa met maatschappelijk nut worden lineair afgeschreven in: a.
maximaal 40 jaar: klinkerwegen, pleinen en rotondes; b. maximaal 40 jaar: waterwegen, waterbergingen en walbeschoeiing; c. maximaal 30 jaar: parken, sportvelden en groenvoorzieningen; d. maximaal 20 jaar: geluidswallen; e. maximaal 15 jaar: asfaltwegen, asfaltpleinen en asfaltrotondes f. 40 jaar: lantaarnpalen openbare verlichting g. 15 jaar: armaturen openbare verlichting; h. 10 jaar: straatmeubilair; i. 10 jaar: pompen en gemalen.
Artikelsgewijze toelichting Artikel 6 lid 2 In artikel 5 lid 1 is, zoals gebruikelijk bij gemeenten, opgenomen dat de raad autoriseert op programmaniveau wat voor de accountant dan leidend is voor het oordeel over begrotingsrechtmatigheid. Overigns biedt het college bij de prigramma’s inzicht in de onderliggende budgetten per taakveld. In artikel 6 lid 2 is opgenomen dat afwijkingen > € 5.000 op het niveau van het taakveld in de tussenrapportage worden opgenomen. Bij de vormgeving van dit artikel is zowel gedacht aan een grensbedrag als aan een percentage om te voorkomen dat ook heel kleine afwijkingen in de rapportage moeten worden opgenomen. Pagina 11 van 13
Uiteindelijk is gekozen voor een grensbedrag van > € 5.000 wat voor de het merendeel van de programma’s werkbaar is. In verhouding is € 5.000 bij het programma Sociaal Domein relatief laag. De bedoeling is dat de raad in staat is enigszins gevoel en zicht te houden op het verloop van de budgetten door het jaar heen. Artikel 7 Dit artikel heeft tot doel het college in staat te stellen snel te handelen in situaties waarbij het niet lukt vooraf toestemming aan de raad te vragen. Bijbehorende uitgaven tot € 10.000 worden dan achteraf alsnog ter goedkeuring voorgelegd. Artikel 11 Rechtmatigheid is een breed begrip. De rechtmatigheidsverantwoording door het college is beperkt tot de ‘financiële rechtmatigheid’. De Commissie BBV die verantwoordelijk is voor de landelijke richtlijnen voor de rechtmatigheidsverantwoording, legt in de kadernota rechtmatigheid uit wat dit precies betekent.
De commissie BBV geeft aan dat de rechtmatigheidsverantwoording specifiek betrekking heeft op de volgende criteria: • begrotingscriterium: de financiële handelingen passen binnen het kader van de geautoriseerde begroting; • voorwaardencriterium: voorwaarden in wet- en regelgeving worden nageleefd, zoals subsidievoorwaarden; • misbruik en oneigenlijk gebruik criterium: er vindt een toetsing op juistheid en volledigheid van gegevens die door derden zijn verstrekt plaats, met het oog op het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Eerste lid In relatie tot de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is in het eerste lid opgenomen dat de raad bij aanvang van iedere raadsperiode vaststelt op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken geïnformeerd wil worden over rechtmatigheid (Kadernota rechtmatigheid 2023, augustus 2021). Tweede lid In het tweede lid stelt de raad de verantwoordingsgrens vast, waarboven burgemeester en wethouders moeten rapporteren aan de raad (Kadernota rechtmatigheid 2023, augustus 2021). Deze grens moet tussen 0 en 3% liggen van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. Derde lid Het derde lid geeft aan boven welk bedrag afzonderlijke afwijkingen nader moeten worden toegelicht (rapportagegrens).
Artikel 16 Vanwege de hoge weerstandsratio en het door de jaren heen relatief lage bedrag aan dubieuze debiteuren is in dit artikel opgenomen dat er pas een afzonderlijke voorziening wegens oninbaarheid van debiteuren wordt gevormd bij een totaal aan dubieze debiteuren groter dan € 35.000 (1% van begrotingstotaal). Artikel 26. In artikel 14 van het BBV staat welke informatie de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. In dit artikel is de aanvullende informatievraag van de raad Pagina 12 van 13
voor deze paragraaf gedefinieerd. In verband met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording heeft de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en jaarstukken een grotere rol gekregen. De commissie BBV doet hierover een aantal stellige uitspraken: • Burgemeester en wethouders geven in de paragraaf bedrijfsvoering een toelichting op alle afwijkingen die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen. • Indien de normen uit de gids proportionaliteit veelvuldig niet nageleefd worden of slecht gedocumenteerd en/of gemotiveerd zijn, dan moeten burgemeester en wethouders hierover rapporteren via de paragraaf bedrijfsvoering. • Niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet fido en de bijbehorende ministeriële regelingen moeten worden opgenomen en toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Aanvullend moeten burgemeester en wethouders in de paragraaf bedrijfsvoering een nadere toelichting geven op alle afwijkingen die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen voor zover deze de in artikel 11 genoemde rapportagegrens overschrijden. Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Rozendaal d.d. 16 mei 2023
Klaas Schaap, griffier
Ester Weststeijn, burgemeester
Pagina 13 van 13
Memo
Vast te stellen de Controleverordening Rozendaal 202 Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. accountant een door de raad benoemde accountant als bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet.: • registeraccountant of • accountant-administratieconsulent met een aantekening in het inschrijvingsregister als bedoeld in artikel 36, lid 3, Wet op de Accountant-Administratieconsulenten of • organisatie waarin voor de accountantscontrole bevoegde accountants samenwerken, belast met de controle van de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening. b. accountantscontrole de controle van de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening uitgevoerd door de door de raad benoemde accountant van: • het getrouwe beeld van de in de jaarrekening gepresenteerde baten en lasten en de grootte en samenstelling van het vermogen; • het rechtmatig tot stand komen van de baten en lasten en balansmutaties; • het in overeenstemming zijn van de door het college opgestelde jaarrekening met de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels bedoeld in artikel 186 Gemeentewet; • de inrichting van het financieel beheer en de financiële organisatie gericht op de vraag of deze een getrouwe en rechtmatige verantwoording mogelijk maken; • onrechtmatigheden in de jaarrekening; waarbij de nadere regels die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur
worden gesteld op grond van artikel 213, lid 6, Gemeentewet, in acht worden genomen. c. de rechtmatigheidsverantwoording met ingang van het verslagjaar 2023 geeft het college zelf een rechtmatigheidsverantwoording af bij de jaarrekening. De stellige uitspraken van de commissie BBV in de Kadernota rechtmatigheid zijn daarbij leidend. De rechtmatigheidsverantwoording maakt deel uit van de jaarrekening zodat het huidige kwaliteitsniveau van de controle op rechtmatigheid geborgd blijft. De accountant geeft een getrouwheidsoordeel af bij de jaarrekening, waarvan de rechtmatigheidsverantwoording onderdeel uitmaakt. d.
deelverantwoording
Pagina 1 van 5
Collegevoorstel
een in opdracht van de raad ten behoeve van de verslaglegging opgestelde verantwoording van een afzonderlijke organisatie-eenheid binnen de gemeentelijke organisatie, welke verantwoording onderdeel uit maakt van de jaarrekening. e. goedkeuringstolerantie een tolerantie voor fouten in de jaarrekening of onzekerheden in de controle in de vorm van een percentage van de totale lasten van de gemeente (de omvangsbasis). De goedkeuringstoleranties worden door de accountant gehanteerd ten behoeve van zijn oordeelsvorming over de jaarrekening. f. verbijzonderde interne controle De verbijzonderde interne controle heeft als doel om namens het college, onafhankelijk van het voor de uitvoering van (financiële) processen verantwoordelijk management, vast te stellen of de interne controlemaatregelen binnen de processen zijn uitgevoerd en voldoende hebben gewerkt. Artikel 2. Opdrachtverlening accountantscontrole 1. De accountantscontrole van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, lid 2, Gemeentewet, wordt opgedragen aan een door de raad te benoemen accountant. De benoeming van de accountant vindt eenmaal per raadsperiode plaats. 2. De raad stelt voordat met de accountant een overeenkomst wordt aangegaan het programma van eisen vast. In het programma van eisen worden voor de jaarlijkse accountantscontrole opgenomen: a.
de toe te passen goedkeuringstoleranties (en afwijkende rapporteringstoleranties) bij de controle van de jaarrekening; b. de apart te controleren deelverantwoordingen en de daarbij toe te passen goedkeuringstoleranties (en afwijkende rapporteringstoleranties); c. de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen; d. de eventueel aanvullende uit te voeren tussentijdse controles; e. de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende tussentijdse rapportering. 3. De raad kan in het programma van eisen opnemen dat de raad jaarlijks voorafgaande aan de accountantscontrole, in overleg met de accountant, specifieke aandacht vraagt voor onderwerpen. Hierbij kunnen afwijkende rapporteringstoleranties afgesproken worden. Artikel 3. Overige controles en opdrachten 1. Het college kan de door de raad benoemde accountant opdracht geven tot het uitvoeren van specifieke werkzaamheden met betrekking tot de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid voor zover de onafhankelijkheid van de accountant daarmee niet in het geding komt. Het college informeert de raad vooraf over deze aan de accountant te verstrekken opdrachten. 2. Het college draagt de zorg voor de uitvoering van het beleid betreffende de specifieke uitkeringen volgens de eisen van rechtmatigheid van de ministeries.
Het college is voor de controle van de rechtmatige besteding van specifieke uitkeringen bevoegd de opdracht te verlenen aan een andere dan de door de raad benoemde accountant, indien dit in het belang van de gemeente is.
Pagina 2 van 5
Collegevoorstel
3. Het college draagt de zorg voor de verantwoording aan derden (Belastingdienst, ABP, Sociale verzekeringsbank, e.d.) en neemt hierbij de gestelde controle-eisen in acht. Indien een deel van deze verantwoording dient te worden uitgevoerd door een accountant, is het college bevoegd hiervoor de opdracht verlenen aan een andere dan de door de raad benoemde accountant, indien dit in het belang van de gemeente is. Artikel 4. Inrichting accountantscontrole 1. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze, waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de frequentie, de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden. 2. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren. De accountant kan de werkzaamheden in het kader van de accountantscontrole ook zonder vooraankondiging uitvoeren. De voor de controle benodigde dossierstukken vraagt de accountant zoveel mogelijk vooraf schriftelijk op bij een vertegenwoordiger van de ambtelijke organisatie. 3.
Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt periodiek (afstemmings-)overleg plaats tussen de accountant en (een vertegenwoordiger uit) de raad, (een vertegenwoordiger van) de rekenkamer(functie), de portefeuillehouder financiën, de gemeentesecretaris en de senior beleidsmedewerker financiën. Artikel 5. Informatieverstrekking door college 1. Het college is verantwoordelijk voor de samenstelling van de jaarrekening, met de rechtmatigheidsverantwoording, conform de geldende interne en externe wet- en regelgeving en overlegt deze aan de accountant voor accountantscontrole. 2. Het college draagt er zorg voor, dat alle aan de jaarrekening ten grondslag liggende verordeningen, nota’s, collegebesluiten, deelverantwoordingen, administraties, plannen, overeenkomsten, berekeningen e.d. voor de accountant ter inzage liggen en goed toegankelijk zijn. 3. Bij de jaarrekening bevestigt het college schriftelijk aan de accountant, dat alle haar bekende informatie van belang voor de oordeelsvorming van de accountant is verstrekt. 4. Het college overlegt de gecontroleerde jaarrekening samen met de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen voor uiterlijk 1 juli aan de raad. 5.
Alle informatie die na afgifte van de accountantsverklaring en voor behandeling van de jaarrekening in de raad beschikbaar komt en die van invloed is op het beeld dat de jaarrekening geeft, wordt terstond door het college aan de raad en de accountant gemeld. 6. De accountant maakt voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording door burgemeester en wethouders zo veel mogelijk gebruik van het namens burgemeester en wethouders uitgevoerde verbijzonderde interne controle. Pagina 3 van 5
Collegevoorstel
Artikel 6. Toegang tot informatie 1. De accountant is bevoegd tot het opnemen van alle kassen, waardepapieren en voorraden en het inzien van alle boeken, notulen, brieven, computerbestanden en overige bescheiden waarvan hij inzage voor de accountantscontrole nodig oordeelt. Het college draagt er zorg voor, dat de accountant voor de uitvoering van zijn controlewerkzaamheden een onbelemmerde toegang heeft tot alle kantoren, magazijnen, werkplaatsen, terreinen en informatiedragers van de gemeente. 2. De accountant is bevoegd om van alle ambtenaren mondelinge en schriftelijke inlichtingen en verklaringen te verlangen die hij voor de uitvoering van zijn opdracht denkt nodig te hebben. Het college draagt er zorg voor, dat de desbetreffende ambtenaren hieraan hun medewerking verlenen. 3. Het college draagt er zorg voor, dat de ambtenaren van de gemeente zijn gehouden de accountant alle informatie te verstrekken, opdat de accountant zich een juist en volledig oordeel kan vormen over het gevoerde financiële beheer en de getrouwheid van zowel het financiële beeld daarvan in de jaarrekening als de verantwoording van het college omtrent de rechtmatige totstandkoming van de baten en lasten.
Artikel 7. Rapportering 1. Indien de accountant bij een accountantscontrole tot het oordeel komt dat de rechtmatigheidsverantwoording door het college niet getrouw is, dan wel afwijkingen constateert die op zichzelf leiden tot het niet afgeven van een goedkeurende controleverklaring, meldt hij deze terstond schriftelijk aan de raad en zendt een afschrift hiervan aan het college. 2. In aanvulling op het in de wet voorgeschreven verslag van bevindingen brengt de accountant over de door hem uitgevoerde (deel-)controles verslag uit over zijn bevindingen van niet van bestuurlijk belang aan de ambtenaar van wie het geldelijk beheer, de administratie en of de beheersdaden zijn gecontroleerd, de gemeentesecretaris en de senior beleidsmedewerker financiën. 3. De controleverklaring en het verslag van bevindingen worden voor verzending aan de raad door de accountant aan het college voorgelegd met de mogelijkheid voor het college om op deze stukken te reageren. 4. De accountant bespreekt voorafgaand aan de raadsbehandeling van de jaarstukken het verslag van bevindingen met (een voor dit doel door de raad ingestelde vertegenwoordiging van) de raad.
Pagina 4 van 5
Collegevoorstel
HOOFDSTUK V.SLOTBEPALINGEN Artikel 8. Intrekken oude verordening en overgangsrecht De controleverordening gemeente Rozendaal d.d. 1630 septembermei 20023 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treed. Artikel 9. Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 20234. Deze verordening wordt aangehaald als: Controleverordening Rozendaal 20243. Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Rozendaal d.d. 196 meiaart 2024.3
Klaas Schaap, griffier
Ester Weststeijn, burgemeester
Pagina 5 van 5
Raadsvoorstel
Onderwerp Wijziging gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen Adviseur Programma Portefeuillehouder
: R. Berendsen : Bestuur en Ondersteuning : E. Weststeijn
Datum B&W Datum Raad Openbaar
: 19 december 2023 : 19 maart 2024 : Ja
Aan de Raad Aanleiding Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd met als doel de democratische legitimatie en kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden te verstevigen. Een aantal wijzigingen zijn direct in werking getreden. Voor een aantal andere wijzigingen geldt een implementatietermijn van twee jaar. Voor 1 juli 2024 dienen de wijzigingen doorgevoerd te zijn in de regeling. Wijziging van de regeling vraagt om twee rondes langs de raden. De eerste ronde betreft de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen over het ontwerp wijzigingsbesluit (bijlage 4) door de gemeenteraad op grond van artikel 1 lid 3 Wgr, de tweede ronde betreft het vragen om toestemming aan de gemeenteraad op grond van artikel 1 lid 4 Wgr om het definitieve wijzigingsbesluit vast te kunnen stellen. Dit voorstel betreft de eerste ronde, de tweede ronde is voorzien voor (uiterlijk) juni 2024. Gevraagde beslissing 1. Akkoord gaan met het ontwerp-wijzigingsbesluit van de Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen. 2. Geen zienswijze indienen over het ontwerp-wijzigingsbesluit van de Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen. Wat willen we bereiken? De gemeenteraad de mogelijkheid te bieden om een zienswijze te geven op het ontwerpwijzigingsbesluit van de regeling Regio Arnhem-Nijmegen vanwege de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen.
Argumenten 1.1 In het ontwerp-wijzigingsbesluit worden de te maken keuzes voor aanpassingen op basis van de gewijzigde Wgr goed onderbouwd. De keuzes die gemaakt zijn worden verder toegelicht in de begeleidende brief (bijlage 2). De keuzes betreffen: 1. van welke besluiten wordt van raden zienswijze gevraagd; 2. welke inlichtingen aan de raden van de deelnemers worden verstrekt (artikel 18); 3. evaluatie van de regeling (artikel 36); 4. omgang met participatie van ingezetene bij beleid (artikel 22a); 5. hoe het uittreden uit de regeling is geregeld (artikel 33a); 6. afspraken over de financiële termijnen.
Pagina 1 van 3
Raadsvoorstel
1.2 Met de wijzigingen wordt voldaan aan nieuwe geldende wet- en regelgeving Om aan de Wgr te voldoen moeten wijzigingen voor 1 juli 2024 worden doorgevoerd. Omdat de gemeenschappelijke regeling regio Arnhem-Nijmegen op 1 januari 2021 is aangegaan op het moment dat de wijziging van de Wgr reeds bekend was, is bij het opstellen van de nu geldende gemeenschappelijke regeling al rekening gehouden met die wijzigingen. Ook zijn vanaf 2021 door het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur reeds regelingen vastgesteld die inhoudelijk al ingaan op deze wijzigingen, zoals de uittredingsregeling en het informatieprotocol. 1.3 Met de wijzigingen wordt de regeling vereenvoudigd Er zijn artikelen komen te vervallen, omdat deze al in de Wgr zijn beschreven en daarom niet opgenomen hoeven te worden in de Regeling. In de Was-wordt lijst (bijlage 5) is te vinden welke veranderingen worden doorgevoerd en welke artikelen komen te vervallen. 2.1 De voorgestelde wijzigingen zijn zorgvuldig voorbereid en voldoen aan de eisen die de nieuwe Wgr stelt. Het ontwerp is zorgvuldig voorbereid door een ambtelijke werkgroep en het dagelijks bestuur van de Groene Metropoolregio. Op 6 maart 2023vond een webinar plaats voor alle raden waar tekst en uitleg is gegeven over de wijzigingen en vragen konden worden gesteld. Vervolgens is op 27 maart een informatiesessie georganiseerd.
Daar is de wijziging van de regeling, en de keuzes die hieraan ten grondslag liggen, inhoudelijk besproken. De opbrengst van beide avonden is verwerkt in het voorliggende wijzigingsvoorstel. Een overzicht van de opbrengst is te vinden in bijlage 6. Dit wijzigingsvoorstel is in het Algemeen Bestuur van 29 november positief beoordeeld. Uit de inhoud van de conceptregeling, de wijze waarop het voorstel in samenspraak tot stand is gekomen en met de raden is gecommuniceerd, geeft geen aanleiding tot een indienen van een zienswijze over de gewijzigde regeling. Kanttekeningen 1.1 Zonder het indienen van een zienswijze kan de raad de inhoud en de strekking van het voorgestelde ontwerp-wijzigingsbesluit niet laten aanpassen aan hun eventuele wensen. Zonder zienswijze is er geen aanleiding tot aanpassing van het voorgestelde wijzigingsbesluit. Gezien het zorgvuldig doorlopen proces tot het komen van dit concept en de goede onderbouwing van de wijzigingen, zien wij daar geen reden toe. Wat gaan we daarvoor doen? a) Planning Er volgt nog een tweede ronde waarbij het wijzigingsbesluit voor toestemming aan alle raden dient te worden voorgelegd voordat de colleges de gewijzigde regeling definitief kunnen vaststellen.
Hiervoor wordt de volgende globale planning gehanteerd: - december 2023: colleges zenden de conceptregeling en het raadsvoorstel naar de raden voor een zienswijze; - uiterlijk februari 20241: raden geven de zienswijzen op de conceptregelingen aan de eigen colleges; - colleges beoordelen zienswijzen, stemmen met elkaar af en zo nodig met bestuur van de GR; - mei 2024: colleges vragen toestemming aan de raden voor wijziging GR ; - juni 2024: raadsvergadering waarin raad toestemming geeft; - juni 2024: colleges stellen wijziging GR vast. 1 Het raadsvoorstel is door omstandigheden niet geagendeerd voor de vergadering van 6 februari. We hebben
de Groene Metropoolregio laten weten dat de reactie van de gemeente Rozendaal na 19 maart komt.
Pagina 2 van 3
Raadsvoorstel
b) Evaluatie Niet van toepassing. c) Participatie en communicatie Samen met de griffies en de andere gemeenschappelijke regelingen is een proces ingericht om raden actief te informeren en te betrekken bij de wijzigingen van de regelingen in onze regio. Op 6 maart 2023 was er een webinar en op 27 maart 203 een fysieke raadsinformatiebijeenkomst waar input kon worden geleverd. Het met deze input aangepaste wijzigingsbesluit is op 29 november door het AB van de GMR positief beoordeeld. Nu ligt het ophalen van de zienswijzen over het ontwerpwijzigingsbesluit aan alle raden voor. Na besluitvorming door de raad, wordt het bestuur van de Groene Metropoolregio per brief geïnformeerd (zie bijlage 7). d) Publicatie verplicht? Publicatie voor Rozendaal beperkt zich tot de reguliere publicatie van de vergader- en besluit stukken. Wat mag het kosten? Dit voorstel heeft geen financiële gevolgen. Het college van burgemeester en wethouders,
Bas Pelgrum, gemeentesecretaris
Ester Weststeijn, burgemeester
Bijlage(n) 1. Concept-raadsbesluit 2. Aanbiedingsbrief aan gemeenteraden 3. Ontwerp-wijzigingsbesluit 4. Ontwerp gemeenschappelijke regeling – aangepast 5. WAS-WORDT wijziging regeling 6. Overzicht inbreng raden en invulling voorontwerp
Pagina 3 van 3
Raadsbesluit
Onderwerp Wijziging gemeenschappelijke regeling Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen
De raad van de gemeente Rozendaal, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 december 2023.
Besluit: 1. Akkoord gaan met het ontwerp-wijzigingsbesluit van de Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen 2. Geen zienswijze indienen over het ontwerp-wijzigingsbesluit van de Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Rozendaal d.d. 19 maart 2024.
Klaas Schaap, griffier
Ester Weststeijn, burgemeester
Pagina 1 van 1
Geachte leden van het college en de raad van de 18 deelnemende gemeenten aan de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen
Inleiding De Wet gemeenschappelijke regeling (hierna: Wgr) is gewijzigd. Deze wetswijziging strekt ertoe de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden bij taken die in gemeenschappelijke regelingen worden uitgevoerd te versterken. Dat gebeurt onder meer door de raden een grotere rol te geven bij het ontwerp van de regeling en in de regeling op te (laten) nemen bij welke besluiten de raden zienswijzen kunnen indienen. Omdat de gemeenschappelijke regeling regio Arnhem-Nijmegen op 1 januari 2021 (h.o.d.n. Groene Metropool Regio) is aangegaan op het moment dat de wijziging van de Wgr reeds bekend was, is bij het opstellen van de nu geldende gemeenschappelijke regeling al rekening gehouden met die wijzigingen. Ook zijn vanaf 2021 door het algemeen bestuur en dagelijks bestuur reeds regelingen vastgesteld die inhoudelijk al ingaan op deze wijzigingen zoals de uittredingsregeling en het informatieprotocol. Proces Voor een aantal van de wijzigingen in de Wgr is het noodzakelijk om (definitief) keuzes te maken over hoe deze worden geïmplementeerd binnen de gemeenschappelijke regeling Groene Metropoolregio (hierna: ook genoemd als regeling).
Het voorstel dat wij u nu aanbieden is tot stand gekomen na een zorgvuldig proces dat is begeleid door een ambtelijke werkgroep bestaande uit juristen en regiocoördinatoren. Zij hebben gebruikt gemaakt van het proces dat zowel in het Rijk van Nijmegen als Gelderland-Midden is opgestart voor alle regionale samenwerkingsverbanden. Raadsleden hebben hier onder meer met elkaar kunnen spreken tijdens de bijeenkomsten voor gemeenteraden 27 maart jongstleden in Nijmegen en Arnhem. In deze brief nemen we u mee in de gemaakte keuzes in het voorontwerp dat nu voorligt. Aan het einde van deze brief lichten wij de planning toe zoals wij die voor ons zien en moet leiden tot een actuele gemeenschappelijke regeling op 1 juli 2024. Hieronder behandelen we 6 wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling 1. Besluiten waar van raden zienswijze wordt gevraagd (meerdere artikelen in de Wgr) De mogelijkheid om bepaalde besluiten van het samenwerkingsverband aan zienswijzen te onderwerpen bestond natuurlijk al. Nieuw is dat het nu een verplichting is hierover een afweging te maken in de gemeenschappelijke regeling. Wanneer er géén zienswijzen worden gevraagd aan raden, moet dit ook expliciet in de gemeenschappelijke regeling geregeld worden. In de Wgr is nu de verplichting opgenomen om een zienswijze te vragen aan de raden voor de begrotingsprocedure.
Voor het overige schrijft de Wgr niet dwingend voor bij welke andere besluiten het verplicht is een zienswijze te vragen. Het is aan de deelnemers om hierin zelf een keuze te maken. In het voorontwerp is geregeld dat er zienswijze aan de raden gevraagd wordt over de volgende besluiten van het algemeen bestuur (AB): - De voorlopige jaarrekening, - Een ontwerp liquidatieplan, - De ontwerp regionale agenda, - Het ontwerp informatieprotocol en - De ontwerp toe- of uittreding. Opgemerkt wordt dat de eerste besluiten nu ook al opgenomen zijn in de gemeenschappelijke regeling. Analyse van de agenda van het AB levert bovendien op dat – naast de bevoegdheid tot het bewaken, monitoren, coördineren van de inhoudelijke opgaven - dit in overwegende mate de belangrijkste
Bedrijfsvoering - Juridische Zaken
1
onderwerpen zijn waar het AB ook daadwerkelijk over beslist. Voor het overige ziet de besluitvorming van het AB over het algemeen op louter interne (bedrijfsvoerings)zaken en (bekrachtiging van) bestuurlijke bemensing van de diverse posities binnen de Groene Metropoolregio. Het opnemen van een bepaling dat alle besluiten of besluiten “die aanzienlijk politiek of financieel belang hebben” aan de raden worden voorgelegd, ligt daarom niet voor de hand. Het AB van de Groene Metropoolregio kan ook los van de gemeenschappelijke regeling de raden om zienswijze vragen en zal dat bij voorliggende gevallen ook doen. 2. Inlichtingen aan de raden van de deelnemers (artikel 18) Door de wijziging van artikel 18 van de gemeenschappelijke regeling wordt de wijze waarop de informatieverplichting van het AB en DB naar de raden van de deelnemende gemeenten geregeld. De gemeenschappelijk regeling moet immers bepalingen inhouden over de wijze waarop de inlichtingen worden verstrekt die de raden van de deelnemende gemeenten nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. De gemeenschappelijke regeling geeft op dit moment niet aan op welke wijze de inlichtingen worden verstrekt. Wel geeft de regeling aan dat het reglement van orde van het AB bepalingen moet bevatten over de wijze waarop de inlichtingen worden verstrekt. In artikel 15 is bepaald dat het AB een informatieprotocol vaststelt.
Het informatieprotocol gaat in op de wijze van het verstrekken van inlichtingen en het afleggen van verantwoording. Dit is gebeurd. Het AB stelt voor om in de gemeenschappelijke regeling op te nemen dat de agenda, bijbehorende stukken en besluiten van de openbare vergaderingen van het algemeen bestuur vooraf respectievelijk achteraf digitaal openbaar worden gemaakt. Ook zal het informatieprotocol voorafgaande aan de vaststelling, zie onder punt 1, voor een zienswijze aan de raden van de deelnemende gemeenten worden voorgelegd. Hiermee wil het AB recht doen aan hetgeen in de wet staat vermeld, maar zich niet zo vastleggen dat nieuwe mogelijkheden van digitale verstrekking niet gebruikt kunnen worden in verband met een gedetailleerde bepaling in de regeling. Het huidige informatieprotocol kunt u vinden via: Informatieprotocol Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) 3. Evaluatie van de regeling (artikel 36) De Wgr schrijft voor dat de gemeenschappelijke regeling bepalingen bevat over de evaluatie van de regeling. In de Wgr wordt niet bepaald waar de evaluatie specifiek op gericht moet zijn, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze. Er kan dus ook worden gekozen voor de afspraak om de regeling niet te evalueren.
De huidige gemeenschappelijke regeling bevat al een bepaling over evaluatie en wel in het begin van het kalenderjaar van de raadsverkiezingen. Het AB hecht aan het periodiek evalueren, maar heeft gezocht naar een moment waarop het samenwerkingsverband kan worden geëvalueerd door de zittende raad, maar minder dicht zit op de gemeenteraadsverkiezingen. Gelet hierop wordt voorgesteld om de huidige bepaling te wijzigen in die zin dat het jaar voorafgaand aan de raadsverkiezingen de evaluatie plaatsvindt. 4. Participatie ingezetene bij beleid (artikel 22a) De Wgr bevat de verplichting dat in een regeling afspraken worden gemaakt over de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken worden. Op dit moment is in het reglement van orde van het AB geregeld dat ingezetenen en belanghebbenden kunnen inspreken. Dit wordt nu in de regeling vastgesteld. Voor het overige hecht het AB eraan dat de participatie per opgave kan worden bepaald in een afzonderlijk participatieprotocol. Elke opgave kent immers zijn eigen dynamiek en mate waarin participatie bij de Groene Metropool en/of de eigen gemeente van belang is.
Opgemerkt wordt dat aan de Groene Metropoolregio geen bevoegdheden zijn overgedragen en over voorstellen door iedere gemeente afzonderlijk besluitvorming plaatsvindt waarbij ook participatie is betrokken.
Bedrijfsvoering - Juridische Zaken
2
5. Regelen van uittreden uit de regeling (artikel 33a) De regeling dient bepalingen te bevatten over wijziging, opheffing, toetreding, de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding. De GMR kent deze bepalingen al in zijn regeling. Nieuw is echter dat er in de regeling bepalingen moeten worden opgenomen over de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon en de deelnemende gemeenten. Deze omvatten zowel de gevolgen van de uittreding voor de verplichtingen op grond van aangegane verbintenissen als de gevolgen van de uittreding voor de goederen (zaken en vermogensrechten) van de betreffende rechtspersoon. De GMR kent al een uittredingsregeling ‘Richtlijnen uittreding Gemeenschappelijke regeling Arnhem-Nijmegen’. Deze uittredingsregeling beschrijft alle elementen die moeten worden vastgelegd. Echter de Wgr vereist dat dit nu (deels) in de gemeenschappelijke regeling gebeurt. In ons voorstel hebben we de opdracht aan het AB om een regeling vast te stellen opgenomen. Hierbij hebben we ook enkele essentiële onderdelen opgenomen waaraan deze regeling moet voldoen. Naar aanleiding van de raadsbijeenkomst in Nijmegen is gesuggereerd dat een afwijkingsbevoegdheid flexibiliteit brengt wanneer is toegestaan dat in het AB bij unanimiteit – dus als de uittredende partij nog in het bestuur zit – afgeweken kan worden van de procedure.
Deze suggestie is echter niet in het voorontwerp opgenomen. Dit omdat duidelijkheid over de te volgen procedure bij uittreding van belang is en het voorkomen van discussies over de te volgen procedure juist dan van belang is. De huidige regeling voor het uittreden kunt u vinden via: Richtlijnen uittreding Gemeenschappelijke regeling Arnhem-Nijmegen | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) De huidige regeling voor het toetreden kunt u vinden via: Richtlijnen toetreding Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) 6. Financiële termijnen In de Wgr zijn de volgende afspraken voor het begrotingsproces vastgelegd. De termijnen hiervoor zijn ruimer geworden. • De begroting dient vóór 15 september aan GS verzonden te worden in plaats van 1 augustus. • De algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening dienen vóór 30 april (was 15 april) van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de begroting geldt te worden verzonden aan de raden van de deelnemers; • De ontwerpbegroting wordt twaalf weken voor aanbieding aan het bestuur aan de raden toegezonden; • Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, en ook van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Het AB stelt voor om de termijn voor de zienswijze op de ontwerpjaarrekening (niet verplicht op grond van de Wgr; zie punt 1), expliciet op te nemen in de gemeenschappelijke regeling. In de huidige regeling is voor deze termijn verwezen naar de zienswijzetermijn voor de ontwerpbegroting. Dit is nu expliciet opgenomen in de gemeenschappelijke regeling. Naast wijzigingen in de Wgr is leiden tot een herziening van de gemeenschappelijke regeling kent de Wgr wijzigingen die niet om een aanpassing van de regeling vragen. Deze vallen dus buiten de scope van onze brief. Planning In de Wgr is geregeld welke stappen doorlopen moeten worden alvorens het college kan besluiten de collegeregeling te wijzigen (art. 1 Wgr). Zoals al opgemerkt gaat de wetgever ervan uit dat de aanpassing van de gemeenschappelijke regeling voor 1 juli 2024, 2 jaar na de datum van inwerkingtreding, is afgerond.
Bedrijfsvoering - Juridische Zaken
3
De planning, gebaseerd op de planning die in het Rijk van Nijmegen wordt gehanteerd, ziet er als volgt uit: - 5 december 2023: colleges zenden de conceptregeling en het raadsvoorstel naar de raden voor een zienswijze - Uiterlijk in februari 2024: raden geven de zienswijzen op de conceptregelingen aan de eigen colleges - Colleges beoordelen zienswijzen, stemmen met elkaar af en zo nodig met bestuur van de GR - Mei 2024: colleges vragen toestemming aan de raden voor wijziging GR - Juni 2024: raadsvergadering waarin raad toestemming geeft - Juni 2024: colleges stellen wijziging GR vast Afrondend Zoals inmiddels bekend betekent het besluit van de gemeente Montferland dat de gemeenschappelijke regeling moet worden aangepast. Hiervoor ontvangt u, volgens de actuele planning gebaseerd op eerdergenoemde Richtlijn, in het 2e kwartaal 2024 een voorstel. Nadere informatie over dit voorstel kunt verkrijgen bij Henk van den Berg. Eventuele juridische vragen zal hij doorgeleiden naar de ambtelijke werkgroep. Namens het dagelijks bestuur van de Groene Metropoolregio
Voorzitter
Secretaris
Bijlagen: - Overzicht inbreng gemeenteraden (Rijk van Nijmegen en Regio Arnhem) - Was-wordt overzicht - Ontwerp-gemeenschappelijke regeling - Voorstel collegebesluit
Bedrijfsvoering - Juridische Zaken
4
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Montferland, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar; Overwegende dat: • Op 1 juli 2022 de Wet gemeenschappelijke regelingen is gewijzigd; • De gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen daardoor aanpassing behoeft; gelet op: •
de Wet gemeenschappelijke regelingen;
•
de toestemming van de respectievelijke gemeenteraden op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
besluiten de Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen als volgt te wijzigen: I
Wijzigingen
A. Artikel 18, derde tot en met het vijfde lid komen als volgt te luiden: ' Artikel 18 Het algemeen bestuur en dagelijks bestuur ten opzichte van de raden 3. De agenda en bijbehorende stukken van de openbare (gedeelten van) vergaderingen van het algemeen bestuur worden vooraf digitaal openbaar gemaakt. Besluitenlijsten van de openbare (gedeelten van) vergaderingen van het algemeen bestuur worden zo spoedig mogelijk digitaal openbaar gemaakt 4. Het algemeen bestuur stelt voor het verstrekken van informatie een Informatieprotocol vast, maar niet nadat raden de gelegenheid is geboden hun zienswijze hierover te geven. 5. De agenda en besluitenlijst van het dagelijks bestuur worden digitaal openbaar gemaakt indien en voor zover de Wet open overheid hiertoe verplicht.’ De toelichting wordt aangepast door na de eerste alinea in de toelichting op de artikelen 17 tot en met 20 de volgende tekst toe te voegen: “Bij wijziging van de Wgr op 1 juli 2022 is een informatieverplichting in het leven geroepen voor het bestuur van een openbaar lichaam, om de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen te verschaffen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. De GMR kent reeds een informatieprotocol. Enkele elementen hiervan zijn in artikel 18 \overgenomen.