CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Leesmap ingekomen stukken raad 9 februari 2021, gemeente Rozendaal23.605 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

16. Taalhuis Veluwezoom

1. Zie uitvoeringsplan Taalhuis Veluwezoom 2020-2022. 2. Aanvullende financiering noodzakelijk (2020 via gemeentelijke subsidie).

17. Taalklas op de computer – Taalhuis Veluwezoom

1. Zie uitvoeringsplan Taalhuis Veluwezoom 2020-2022. 2. Aanvullende financiering noodzakelijk (2020 via WEB-gelden).

18. Taalmaatjes individueel – Taalhuis Veluwezoom

1. Zie uitvoeringsplan Taalhuis Veluwezoom 2020-2022. 2. Aanvullende financiering noodzakelijk (2020 via WEB-gelden).

100% van de scholen maakt gebruik van het aanbod. Positieve evaluatie van de scholen. Positieve evaluatie van de werkgevers. Aanvullende financiering noodzakelijk (2020 via regeling combinatiefuncties).

19

Speerpunten 2021 (wat vraagt dit jaar specifiek aandacht?) Extra aandacht voor doelgroep 0-6 jaar, m.n. voor laagtaalvaardige gezinnen middels een integrale gezinsaanpak; Borging Voorleesexpress als integraal onderdeel van het Taalhuis Veluwezoom; Uitvoering en borging Taalhuis Veluwezoom; Gefaseerde invoering de Bibliotheek op School, mogelijk ook in Rozendaal. Borging de BoekStartcoach, opgestart in 2019, provinciale subsidie tot juni 2021. Inzet en kostprijs Kosten personeel Kosten ICT Kosten collectie Kosten overig

€ € € €

293.541 6.550 25.866 53.412

Subtotaal

€

379.369

Kosten huisvesting

€

24.099

Totale kosten

€

403.468

Inkomsten

€ 25.770

Samenwerkingspartners voor dit product: Voor- en vroegschoolse instellingen – basisonderwijs – buitenschoolse opvang - ROC – Welzijnsinstellingen Lokale kunstenaarsorganisaties – Cultuurbedrijf Riqq - lokale boekhandels– Vrijwilligersorganisaties – Zorginstellingen - Gemeente Rheden/Rozendaal - CPNB – Rijnbrink - KB

20

Productbegroting 2021 Gemeente Rheden, incl. Rozendaal

Product / dienst

Personeel

ICT / Collectie + automatisering media

Totaal directe Verhouding Toerekening Totaal kosten excl. indirecte indirecte kosten excl. Huisvesting huisvesting kosten kosten huisvesting kosten

Overige

Kernf 1 Kernf 2 Kernf 3a Kernf 3b Kernf 3c

€ 319.032 € 57.255 € 72.196 € 112.566 € 55.641

€ 44.736 € 12.782 € 2.128 € 2.128 € 2.135

€ 142.004 €0 € 3.624 € 18.418 € 3.824

€ 13.660 € 6.830 € 11.288 € 11.704 € 11.499

€ 519.432 € 76.866 € 89.236 € 144.816 € 73.099

Totale directe kosten

€ 616.690

€ 63.908

€ 167.870

€ 54.980

€ 903.448

in % van totaal Ontwikkeling en innovatie Ondersteunende diensten en directie

68,26%

7,07%

18,58%

6,09%

81% 100%

€ 47.824 € 111.589

€ 478 € 1.116

€0 €0

€ 17.210 € 40.156

€ 65.512 € 152.861

€ 73.775 € 72.378 € 24.073 € 24.073 € 24.073

0%

€ 593.207 € 149.244 € 113.309 € 168.889 € 97.172

€ 218.372 € 1.121.820 19%

€ 135.856 € 38.469 € 4.820 € 9.639 € 9.639

Kosten per Totaal inwoner Inkomsten kosten incl incl bibliotheek huisvesting huisvesting derden

Saldo Kosten minus inkomsten

€ 729.063 € 187.713 € 118.128 € 178.528 € 106.811

€ 15,71 € 4,04 € 2,55 € 3,86 € 2,31

€ 171.343 € 400 € 133 € 25.503 € 133

€ 557.719 € 187.313 € 117.995 € 153.025 € 106.678

€ 198.424 € 1.320.244

€ 28,5

€ 197.513

€ 1.122.730

100%

Begrote exploitatiesubsidie begrote doelsubsidies

933.499 189.231 1.122.730

Indirecte kosten

€ 159.412

€ 1.594

€0

€ 57.366

€ 218.372

Totale kosten excl huisvesting

€ 776.102

€ 65.502

€ 167.870

€ 112.346

€ 1.121.820

Verdeling indirecte kosten Kernf 1 Kernf 2 Kernf 3a Kernf 3b Kernf 3c

€ 53.137 € 53.137 € 17.712 € 17.712 € 17.712

€ 1.116 € 319 € 53 € 53 € 53

€0 €0 €0 €0 €0

€ 19.522 € 18.922 € 6.307 € 6.307 € 6.307

€ 73.775 € 72.378 € 24.073 € 24.073 € 24.073

Totaal indirecte kosten

€ 159.412

€ 1.594

€0

€ 57.366

€ 218.372

Totaal per kostensoort Kernf 1 Kernf 2 Kernf 3a Kernf 3b Kernf 3c

€ 372.170 € 110.392 € 89.908 € 130.279 € 73.354

€ 45.851 € 13.100 € 2.181 € 2.181 € 2.188

€ 142.004 €0 € 3.624 € 18.418 € 3.824

€ 33.182 € 25.752 € 17.595 € 18.011 € 17.806

€ 593.207 € 149.244 € 113.309 € 168.889 € 97.172

Totaal kosten excl. Huisvesting

€ 776.102

€ 65.502

€ 167.870

€ 112.346

€ 1.121.820

Begrote kosten minus gebruikersinkomsten € 1.122.730 Overschot -0

21

1 5 Subs. 2021 Bibl. Bijl 3 Leden Roz. tm oktober 2020.pdf

1 6 Subs. 2021 bibl. Bijl 4 a Bibliotheekconvenant 2020-2023_definitief.pdf

Bibliotheekconvenant 2020-2023 Convenant houdende afspraken over de bijdrage van de bibliotheekvoorziening in Nederland aan maatschappelijke opgaven

1

Ondertekend door: De Staat der Nederlanden, het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Koninklijke Bibliotheek, de Stichting Samenwerkende POI’s Nederland, de Vereniging van Openbare Bibliotheken, 1. de Staat der Nederlanden, te dezen vertegenwoordigd door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mr. drs. I.K. van Engelshoven, hierna te noemen ‘de Minister’, 2. het Interprovinciaal Overleg, waarvan de zetel is gevestigd in Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door Z. Pels MA, hierna te noemen ‘IPO’, 3. de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, waarvan de zetel is gevestigd in Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door Leonard Geluk, hierna te noemen ‘VNG’. 4. de Koninklijke Bibliotheek, waarvan de zetel is gevestigd in Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door dr. E.J.B. Knibbeler, hierna te noemen ‘KB’, 5. de Stichting Samenwerkende POI’s Nederland, waarvan de zetel is gevestigd in Hoofddorp, te dezen vertegenwoordigd door M. Van Ham MPM, hierna te noemen ‘SPN’, 6. de Vereniging van Openbare Bibliotheken, waarvan de zetel is gevestigd in Utrecht, te dezen vertegenwoordigd door Mr. C.A.A. Kok, hierna te noemen ‘VOB’, gezamenlijk dan wel afzonderlijk aan te duiden als: ‘partijen’ c.q. ‘partij’.

Overwegen het volgende: 1. Algemene uitgangspunten a. Drie overheidslagen (gemeente, provincie en Rijk) dragen gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het stelsel van openbare bibliotheken in Nederland. Regelmatig overleggen deze overheidslagen over de ontwikkelingen in de bibliotheeksector en de maatschappelijke opgaven. Vertegenwoordigers van de sector zijn betrokken bij dit periodieke bestuurlijk overleg. b. Met de inwerkingtreding per 1 januari 2015 van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) zijn de bestuurlijke rollen en verantwoordelijkheden formeel vastgelegd en zijn de maatschappelijke functies van de bibliotheek helder gedefinieerd. De eerste evaluatie van de Wsob in 2019 laat zien dat de doelen van de wet op hoofdlijnen voldoende worden gerealiseerd. Van een acute aanleiding tot ingrijpende wetswijziging is volgens partijen geen sprake. c. De evaluatie en ook het advies ‘Een bibliotheek voor iedereen’ van de Raad voor Cultuur laten zien dat openbare bibliotheken volop in beweging zijn en op innovatieve wijze invulling geven aan een bredere, maatschappelijk-educatieve functie in de (lokale) samenleving. Er is ook duidelijk meer samenwerking ontstaan tussen de partijen. d. Ondanks deze positieve ontwikkelingen is er aanleiding voor partijen om samen een aantal afspraken te maken.

Het doel daarvan is bibliotheken beter in staat te stellen bij te dragen aan actuele maatschappelijke opgaven. Dat is nodig omdat alleen een volwaardig en robuust netwerk van openbare bibliotheken de maatschappelijke rol goed kan invullen, maar dat netwerk staat onder druk. Dat komt omdat het aantal bibliotheekvestigingen gestaag terugloopt, de bibliotheek niet voor iedereen voldoende bereikbaar is en de financiering is verminderd. e. Partijen willen op korte termijn stappen zetten. In het bestuurlijk overleg van 5 februari 2020 is overeengekomen in een convenant vast te leggen welke bijdrage ieder van de partijen kan 2

leveren om een gezamenlijk toekomstbeeld dichterbij te brengen. Met deze afspraken geven partijen uiting aan de gezamenlijke ambitie om binnen de kaders van de wet uitvoering te geven aan de aanbevelingen uit de evaluatie van de Wsob en de aanbevelingen van de Raad voor Cultuur. f. Partijen nemen zich voor zich de komende drie jaar te focussen op drie grote maatschappelijke opgaven, waarin de bibliotheek een natuurlijke rol van betekenis heeft. De eerste ligt in het domein van lezen. Er zijn grote zorgen rond laaggeletterdheid en de afname van leesvaardigheid en leesplezier bij de jeugd. De tweede grote opgave betreft de participatie van de burger in de informatiesamenleving. Digitalisering en technologie hebben tot gevolg dat burgerschap en democratie een andere invulling krijgen. Nog lang niet iedereen is daarmee vertrouwd en ook niet alle burgers kunnen daar zomaar aan mee doen. En ten derde is er een groeiende behoefte bij alle burgers in Nederland om kennis en vaardigheden op te blijven doen en te blijven leren in een snel veranderende wereld (leven lang ontwikkelen). g. De afspraken in dit convenant liggen in het verlengde van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen. Ze geven extra focus en een concrete invulling voor de komende jaren indachtig de doelen van de Wsob.

Partijen komen het volgende overeen: 2. Doelen en reikwijdte Met het sluiten van dit convenant beogen partijen bibliotheken beter in staat te stellen bij te dragen aan actuele maatschappelijke opgaven. Daartoe leggen zij nu de focus op drie grote maatschappelijke opgaven: het bevorderen van lezen, het bevorderen van participatie in de informatiesamenleving en het bevorderen van een leven lang ontwikkelen. Om dat te bereiken is het nodig dat iedere inwoner van Nederland binnen een redelijke afstand toegang heeft tot een volwaardige openbare bibliotheek. Een bibliotheek die alle vijf

3

bibliotheekfuncties1 uit de Wsob vervult en die vanuit die hoedanigheid een relevante bijdrage levert aan de maatschappelijke opgaven. En een bibliotheek die daarbij intensief samenwerkt met tal van partners op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Dit convenant heeft betrekking op de openbare bibliotheekvoorzieningen in Nederland.2 Het convenant betreft zowel de fysieke als de digitale dienstverlening van de bibliotheekvoorzieningen.

3. Focus op drie actuele maatschappelijke opgaven Het netwerk van openbare bibliotheken draagt bij aan een geïnspireerde, geïnformeerde en betrokken samenleving. In de komende drie jaar legt het netwerk gezamenlijk de focus op drie actuele maatschappelijke opgaven, samen met andere partners binnen bestaande en nog te vormen (landelijke) netwerken.

Opgave 1: Geletterde samenleving – Bevorderen geletterdheid en leesplezier De bibliotheek is vanaf de vroegste jeugd een essentiële partner bij het stimuleren van het lezen. De bibliotheken doen dit op grond van de algemene wettelijke bibliotheektaken, maar ook via speciale programma’s als ‘Tel mee met Taal’ en de Bibliotheek op school en BoekStart binnen ‘Kunst van Lezen’. Verschillende onderzoeken en adviezen laten over een reeks van jaren een dalende leesvaardigheid, leesmotivatie en leesplezier zien. Partijen zijn gegeven deze ontwikkeling van mening dat kosten geen drempel mogen vormen voor het gebruik van de bibliotheek door de jeugd. Op dit moment heffen bibliotheken in een aantal gemeenten nog jeugdcontributie. Sinds de evaluatie van de Wsob is

1 Het gaat om a. ter beschikking stellen van kennis en informatie; b. bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en

educatie; c. bevorderen van lezen en het laten kennismaken met literatuur; d. organiseren van ontmoeting en debat; en e. laten kennis maken met kunst en cultuur. 2 Openbare bibliotheken in Caribisch Nederland streven naar een verbetering van de huisvesting en de dienstverlening. Partijen zijn bereid de bibliotheken in Caribisch Nederland te ondersteunen door expertise, faciliteiten en programma’s beschikbaar te stellen die ook voor Nederlandse bibliotheken beschikbaar zijn.

4

dit aantal teruggelopen van 26 (in 2019) naar 14 (in 2020). De Minister zal deze 14 gemeenten oproepen jeugd gratis toegang tot de bibliotheek te geven. De Minister wil bovendien starten met een Leesoffensief om lezen onder jongeren en voorlezen aan kinderen te stimuleren. Het Leesoffensief is een aanvulling op al bestaande acties om het lezen te stimuleren. Als onderdeel van het Leesoffensief in dit convenant spreken partijen af dat bibliotheken een extra impuls geven aan lees- en taalstimulering. Partijen richten de aanvullende activiteiten specifiek op een aantal doelgroepen: jongens, leerlingen op het vmbo en leerlingen met een meertalige achtergrond. Deze doelgroepen hebben namelijk extra hulp nodig. Bibliotheken die hun collecties, expertise en activiteiten voor deze doelgroepen willen uitbreiden, kunnen hiervoor een financiële bijdrage ontvangen. De bijdrage aan bibliotheken wordt gedekt vanuit de financiële bijdrage van de Minister aan het convenant. Als voorwaarde geldt dat wordt gewerkt vanuit gezamenlijk beleid in afstemming met de scholen in het werkgebied want de belangrijkste plek voor het aanleren en ontwikkelen van leesvaardigheden is en blijft het onderwijs. Partijen zullen voorts hun expertise op het gebied van kinder- en jeugdliteratuur verder bundelen. Als initiator van het landelijk collectieplan neemt de KB hierbij het voortouw.

De provinciale ondersteuningsinstellingen hebben aangegeven hierbij een coördinerende rol te kunnen vervullen en ook bij de extra impuls aan lees- en taalstimulering. De samenwerking met partijen buiten dit convenant - zoals de Leescoalitie, het boekenvak en onderwijsinstellingen - wordt geïntensiveerd. Partijen zullen zich ook inzetten voor de doorontwikkeling van succesvolle programma’s zoals de Bibliotheek op school. Uitgangspunt bij de Bibliotheek op school is het voorkeursmodel inclusief de daarbij behorende wettelijke leenrechtvergoeding, dat nader zal worden uitgewerkt in een brede werkgroep. Partijen spreken met elkaar af in overleg te gaan over de implementatie hiervan, nadat de brede werkgroep, die door de KB is samengesteld om tot een oplossing van deze problematiek te komen, hiertoe voorstellen heeft gedaan. Opgave 2: Participatie in informatiesamenleving - Digitale inclusie en digitaal burgerschap Digitalisering en technologie hebben een steeds grotere impact op vrijwel alle domeinen van ons leven. De burger die niet in staat is om digitale middelen te gebruiken, kan niet of minder goed meedoen in de samenleving. Dit heeft effecten voor de werkgelegenheid, voor het sociaal functioneren en voor het contact met de e-overheid. Partijen vinden het van belang dat iedereen kan meedoen en kan profiteren van digitalisering. Daar hoort ook digitale inclusie bij.

De openbare bibliotheek is een van de partijen die samen met het onderwijs investeert in digitaal burgerschap en van jongs af aan in digitale geletterdheid. Bibliotheken helpen mensen zelfredzamer te worden door het aanbieden van cursussen en door burgers met vragen over de (digitale) overheid te ondersteunen met informatie. Ook kunnen bibliotheken doorverwijzen naar lokale organisaties die ook individuele vragen van burgers kunnen helpen oplossen. Gemeenten streven ernaar om participatie in de informatiesamenleving te bevorderen. Beleid daarop is gebaseerd op een lokale doelgroep-analyse. Dit krijgt vorm in samenspraak met een lokaal (of regionaal) opgavegericht organisatienetwerk van lokale partners waar ook de bibliotheek deel van uitmaakt. Iedere partner in dat netwerk (dus ook de bibliotheek) heeft daarbij zijn eigen en/of met partners gedeelde doelstellingen als het gaat om het bereiken van specifieke doelgroepen. Partijen spreken daarnaast met elkaar af dat bij alle bibliotheekorganisaties in 2020-2021 Informatiepunten Digitale Overheid (IDO’s) zijn geïmplementeerd en het cursusaanbod is geïntensiveerd. Hiermee beogen zij jaarlijks 10% van de doelgroep en op termijn zelfs 20% (ambitiescenario) te bereiken van de in totaal 4 miljoen kwetsbare burgers die digitaal niet mee 5

kunnen doen. De dienstverlening maakt gebruik van interventies waarvan de effectiviteit is onderzocht en onderbouwd. De dienstverlening creëert meetbare resultaten en draagt bij aan het maatschappelijk rendement doordat mensen zelfredzamer worden, beter participeren, gezonder worden (door vermindering van stress en een beter zelfbeeld) en meer kansen hebben om banen te vinden of te behouden. De KB werkt samen met provinciale ondersteuningsinstellingen, lokale bibliotheken en de Manifestgroep van landelijke overheidsdienstverleners aan deze doelstelling vanuit de programmafinanciering van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Partijen brengen advies uit aan het ministerie van Binnenlandse zaken om na 2021 middelen beschikbaar te stellen om de IDO’s structureel voort te zetten. Opgave 3: Leven lang ontwikkelen – basisvaardigheden en blijvende inzetbaarheid Veranderingen in de samenleving komen niet alleen voort uit digitalisering en technologische ontwikkelingen. Er zijn ook economische, demografische en sociale ontwikkelingen die gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de arbeidsmarktpositie van burgers. Daardoor is het van belang om mogelijk te maken dat iedereen op een zelfgekozen manier en tempo mee kan blijven doen, kan blijven leren en de eigen vaardigheden kan blijven ontwikkelen.

Bibliotheekvoorzieningen bieden voor iedereen een openbare, veilige en laagdrempelige (leer-en ontwikkel)plek. Het gaat zowel over non-formeel als informeel leren. En het gaat daarbij zowel om het opdoen van basisvaardigheden (zoals lezen, rekenen, digitale vaardigheden) als om het doorontwikkelen van vaardigheden die bijdragen aan blijvende inzetbaarheid. Partijen spreken met elkaar af dat de KB, provinciale ondersteuningsinstellingen en lokale bibliotheken gezamenlijk het programma ‘de Bibliotheek en basisvaardigheden’ continueren en daarnaast een nieuw landelijk programma ‘Leven lang ontwikkelen’ opzetten. Dit landelijk programma bevat onder andere een interactief leer- en ontwikkelplatform voor gebruikers van bibliotheken. Partijen zorgen gezamenlijk voor doorontwikkeling van landelijke producten en diensten voor deze programma’s van onderop. Denk aan bibliotheken met inloopscholen en makersplaatsen. Zo kan iedereen gebruik maken van hetgeen is ontwikkeld. Partijen maken hiervoor gebruik van bestaande middelen en zoeken naar aanvullende impulsen. Daarnaast zoeken partijen hiervoor samenwerking met andere sectoren zoals het (beroeps)onderwijs. Het is van belang dat bibliotheken dit in ieder geval vormgeven door deelname aan bestaande lokale of regionale netwerken gericht op de bestrijding van laaggeletterdheid en/of de stimulering van (arbeids)participatie.

4. Basis garanderen Om een bijdrage te kunnen leveren aan de hierboven genoemde drie actuele maatschappelijke opgaven is het van belang dat aan een aantal randvoorwaarden is voldaan: a. De bibliotheek is een robuuste organisatie die goed bereikbaar en toegankelijk is; b. Er zijn voldoende en goed gekwalificeerde medewerkers en vrijwilligers; c. Er is een collectief landelijk bibliotheeksysteem; d. De kwaliteit van de dienstverlening is hoog door certificering en monitoring; e. De samenwerking in het netwerk is sterk; f. Innovatie en vernieuwing zijn goed geregeld. De inzet en acties om deze randvoorwaarden te realiseren staan hieronder uitgewerkt.

6

a. De bibliotheek is een robuuste organisatie die goed bereikbaar en toegankelijk is Een volwaardige bibliotheekvoorziening geeft invulling aan de vijf functies die staan beschreven in de bibliotheekwet én speelt in op de lokale situatie. Belangrijk is dat de bibliotheekvoorziening goed bereikbaar en toegankelijk is. Ook de robuustheid van de bibliotheekorganisatie zelf is van belang voor de basis. Partijen spreken met elkaar de ambitie uit om de robuustheid van bibliotheekorganisaties te behouden en te vergroten om een bijdrage te kunnen blijven leveren aan de lokale gemeenschap. De VOB helpt lokale bibliotheken met het ontwikkelen van en experimenteren met verschillende modellen inclusief bijbehorende financieringsmogelijkheden. Partijen verwachten dat provincies en provinciale ondersteuningsinstellingen een rol nemen in de ondersteuning van de lokale bibliotheekorganisaties vanuit hun innovatietaak. Het is van belang dat de bibliotheekvoorziening in de nabijheid is, zodat alle inwoners van Nederland toegang hebben tot de vijf bibliotheekfuncties. Partijen spreken met elkaar af dat in gemeenten waar de afstand tot een bibliotheekvoorziening voor burgers te groot is, de KB, de provinciale ondersteuningsinstelling en de lokale bibliotheekvoorziening in overleg treden met de gemeenten om te zien of het mogelijk is om alsnog een basisvoorziening te realiseren.

Om tot een goed overleg met deze gemeenten (maar ook andere gemeenten) te kunnen komen, is het nodig dat het inhoudelijke aanbod van de bibliotheek en de kosten die gepaard gaan met het realiseren van dit aanbod duidelijk kunnen worden geschetst (en transparant worden gemaakt). Daarom spreken partijen af een gedragen model te ontwikkelen waarmee bouwstenen voor een kwalitatief goede dienstverlening worden vastgesteld en wordt uitgewerkt wat financieel nodig is om de dienstverlening te kunnen bieden. Het model helpt bibliotheken en gemeenten om met elkaar vast te stellen: Wat willen gemeenten bereiken voor hun burgers? Wat voor aanbod kan de bibliotheek op dat punt bieden? Wat zijn de opbrengsten van dat aanbod (voor de gemeente en hun burgers)? Wat gaat dat kosten? Het model gaat over alle terreinen van het bibliotheekwerk en maakt gebruik van goede voorbeelden. De grootte van de bibliotheek is een variabele, zodat het model toepasbaar is voor bibliotheken in steden én voor bibliotheekwerk op het platteland. Provinciale ondersteuningsinstellingen kunnen vervolgens op basis van dit model bibliotheken ondersteunen bij de veranderbeweging richting de maatschappelijk-educatieve bibliotheek. 7

b. Er zijn voldoende en goed gekwalificeerde medewerkers en vrijwilligers Bibliotheken willen voor burgers van betekenis blijven. De transitie van de bibliotheek vraagt om een andere organisatie van het werk en om andere kwalificaties en competenties van het personeel. Deze transitie is voor bibliotheekorganisaties zo ingrijpend dat een gezamenlijke aanpak van arbeidsmarkt en opleidingen nodig is. Partijen spreken af dat acties worden ondernomen om de inzetbaarheid van zittend personeel te vergroten, nieuw personeel met de juiste kwalificaties en competenties te vinden en vast te houden en de vervanging van de huidige en verwachte uitstroom van personeel in goede banen te leiden. De KB, VOB, SPN en Stichting Bibliotheekwerk werken reeds samen in een regiegroep om nader invulling te geven aan een gezamenlijke aanpak. De KB heeft de regie en maakt een financieel plan voor realisatie. Om deze ambitie waar te maken is een eenmalige investeringsimpuls nodig van de Rijksoverheid in combinatie met een structurele bijdrage vanuit de lokale bibliotheekorganisaties en provinciale ondersteuningsinstellingen. De gezamenlijke provinciale ondersteuningsinstellingen dragen vanuit hun innovatietaak zorg voor de ontwikkeling van een opleidingshuis en relevante opleidingen. Dit wordt door de bibliotheken gebruikt om (bij)scholing voor het (zittende) personeel te verzorgen.

In lijn daarmee wordt een modulaire vakopleiding op mbo, hbo/wo niveau voor nieuwe instromers ontwikkeld. De VOB zorgt in afstemming met andere partijen voor de regulering van de uitstroom, het beroepsprofiel en de functiewaardering van het personeel. De gezamenlijke inspanning levert een nieuw vakmanschap op bij medewerkers waarmee bibliotheken de diverse maatschappelijke vraagstukken nog beter op professionele wijze tegemoet kunnen treden. c. Er is een collectief landelijk bibliotheeksysteem In de openbare bibliotheeksector is een groot aantal verschillende bibliotheeksystemen in gebruik. Op basis van de netwerkbepalingen verwacht de Wsob dat deelnemers aan het bibliotheeknetwerk ondersteunende processen zodanig inrichten, dat daarmee de collectiviteit van het netwerk wordt versterkt. Zo zijn verschillende onderzoeken gedaan naar een collectief landelijk bibliotheeksysteem (CLB). Een CLB levert een bijdrage aan de samenwerking tussen bibliotheken, maakt versnelling van innovatie en verlaging van de kosten mogelijk en helpt bij het beter bedienen van de klant met aanbod dat past bij zijn of haar wensen. Partijen spreken met elkaar af dat ze in gezamenlijkheid een CLB realiseren voor de klassieke kerntaak van boekenuitleen. In december 2020 ligt er een uitgewerkt plan om het CLB met voldoende deelname te gaan realiseren. Dit plan wordt voorgelegd aan partijen.

Er dient een oplossing gevonden te worden voor de financiering van de opbouw van en de migratie naar het CLB. Voor muziek geldt dat de uitleen van fysieke muziekdragers een activiteit is met een beperkte tijdshorizon. Partijen onderschrijven het belang van de digitale informatie over muziek en van de digitale toegang tot muziek(fragmenten) voor de gebruikers van de openbare bibliotheek. Muziekweb/CDR biedt deze muziekdiensten aan. Partijen zullen meewerken aan een toekomstbestendige inrichting voor de relevante onderdelen van de dienstverlening van Muziekweb/CDR. Zij zullen ondertussen geen onomkeerbare stappen nemen die strijdig kunnen zijn met dit toekomstperspectief. d. De samenwerking in het netwerk is sterk De beleidsvrijheid die de wet voor partijen biedt wordt gewaardeerd, maar maakt het soms moeilijk om partijen aan te spreken op de uitvoering van hun taken. Partijen hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een goed functionerend bibliotheeknetwerk en zien dat de samenwerking in het bibliotheeknetwerk in een volgende fase is beland. Belangrijk is dat alle betrokkenen elkaar weten te vinden in de gezamenlijke opdracht en dat verantwoordelijkheden duidelijk zijn belegd. 8

Partijen spreken daarom met elkaar af om middels een netwerkagenda gezamenlijke acties en doelen af te stemmen. De netwerkpartners in het bibliotheekstelsel werken de afspraken en ambities uit het convenant in de Netwerkagenda 2021-2024 binnen drie maanden na ondertekening van het convenant verder uit, zodat uitvoering doelmatig plaatsvindt en versnippering van losstaande acties wordt voorkomen. In de uitwerking wordt duidelijk wat iedere partner vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid gaat doen en hoe het netwerk gezamenlijk verantwoordelijkheid en regie neemt om de ambities effectief te realiseren. In het bestuurlijk overleg wordt deze Netwerkagenda door de opdrachtgevende overheden bekrachtigd. Daarnaast spreken partijen af dat de gezamenlijke overheden in een handreiking bibliotheekbeleid kaders geven voor kwalitatief goed bibliotheekwerk samen met een bekostigingsmodel. e. De kwaliteit van de dienstverlening is hoog door certificering en monitoring Partijen willen dat voortdurend en goed inzicht bestaat over de voortgang van de afspraken in het convenant plus een beeld van de kracht en de knelpunten van het huidige bibliotheekstelsel om waar nodig te interveniëren. Monitoring vergt een gericht instrumentarium met een “cockpit” die de juiste stuurinformatie oplevert.

Afspraken over monitoring en gegevenslevering zijn wettelijk vastgelegd en bij de KB ondergebracht om uit te voeren. Daarnaast hebben lokale bibliotheken, provinciale ondersteuningsinstellingen en gemeenten reeds vaste afspraken over certificering. Het gaat om regelmatige kwaliteitstoetsing van bibliotheken, de uitvoering van de leesbevorderingsprogramma’s door bibliotheken en van taalhuizen. Partijen spreken met elkaar af dat zij verder bouwen aan een instrumentarium ten aanzien van: • Inzet op maatschappelijke opgaven en maatschappelijke effectmeting; • Inzicht in bereikbaarheid en toegankelijkheid van robuuste bibliotheekvoorzieningen; • Beeld van verandervermogen van organisaties; • Inzicht van inzet van personeel en vrijwilligers; • Het opdrachtgeverschap van overheden; en • Beeld van de realisatie van stelselvoorzieningen van lokale bibliotheken, provinciale ondersteuningsinstellingen en de KB. Partijen en de Certificeringsorganisatie Bibliotheekwerk, Cultuur en Taal (CBCT) hebben afgesproken dat zij de informatie en instrumenten waarover zij beschikken inzetten en uitbouwen en dat twee keer per jaar op bestuurlijk niveau wordt gerapporteerd over de bevindingen en voortgang. Op basis hiervan kunnen partijen waar nodig interveniëren en bijsturen. De monitoring vindt plaats door de KB.

CBCT ondersteunt op basis van de inzichten in de uitvoering van twee kwaliteitskaders rondom de Bibliotheken en Cultuurorganisaties en Taalhuizen. f. Innovatie en vernieuwing in de sector is goed geregeld Innovatie staat voor de brede vernieuwing van het bibliotheeknetwerk. Partijen willen burgers, medewerkers en bestuurders inspireren om met de nieuwe bibliotheek aan de slag te gaan. Innovatie ondersteunt, versterkt en versnelt het proces om tot nieuwe producten, diensten en organisatievormen te komen. Lokale bibliotheken zijn voortdurend bezig met vernieuwing en innovatie in het licht van maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Deze innovaties zijn zichtbaar en deelbaar via innovatiebieb.nl. De provinciale ondersteuningsinstellingen hebben een spilfunctie in het netwerk en zijn in gezamenlijkheid de aanjager van het innovatieproces, en kunnen in gezamenlijkheid de ambities uit dit convenant concretiseren.

9

Partijen spreken met elkaar af om uit te gaan van een brede invulling van het begrip ‘innovatie’. Innovatie is gericht op verbetering van bestaande processen, op verwante producten voor de nabije toekomst of leidt tot transformaties en het verleggen van grenzen zowel in de fysieke bibliotheek als digitaal. Elke stap in het innovatieproces, van idee tot productontwikkeling en implementatie is onmisbaar om het bibliotheeknetwerk vooruit te helpen. Vanuit deze brede invulling gaan lokale bibliotheken, provinciale ondersteuningsinstellingen, SPN en de KB aan de slag. Landelijk wordt door de KB een impuls gegeven aan innovatie met behulp van een substantieel bedrag aan innovatiegelden, dat in het netwerk wordt ingezet door SPN samen met de Innovatieraad via de provinciale ondersteuningsinstellingen in combinatie met provinciale innovatiemiddelen.

5. Financiële bijdragen a. Voor de uitvoering van het convenant heeft de Minister € 3 mln. beschikbaar gesteld verdeeld over de jaren 2020 tot en met 2023. Deze middelen worden ingezet ter realisatie van de in het convenant gemaakte afspraken. b. De inhoudelijke en financiële inzet per provincie aan deze doelen wordt bepaald per provincie in samenwerking met de respectievelijke provinciale ondersteuningsinstelling. Zo bepaalt ook elke gemeente de inzet aan het gemeentelijke bibliotheekwerk. Hierbij wordt dit convenant en de inhoud van de Netwerkagenda betrokken. c. Bij de maatschappelijke opgaven zijn of komen middelen beschikbaar die niet langs de weg van dit convenant geregeld worden. d. De Netwerkagenda en de bijbehorende jaarplannen zullen een uitwerking van de financiële bijdragen bevatten.

6. Looptijd, evaluatie en ontbinding a. De afspraken uit dit convenant gelden vanaf 30 september 2020 tot 30 september 2023. b. Partijen brengen dit convenant onder de aandacht van hun achterban en vragen leden actief mee te werken om de doelstellingen ervan te bereiken. c. Partijen evalueren één jaar na het in werking treden van dit convenant in een gezamenlijke vergadering. De evaluatie omvat in ieder geval inzicht over de stand van zaken rondom de randvoorwaarden. Ten behoeve van de gewenste transparantie verschaffen alle partijen dan (cijfermatig) inzicht rondom monitoring en certificering van kwaliteit. Partijen maken dan een afspraak over het verder monitoren van het convenant. Van de vergadering wordt een verslag gemaakt, waarin afspraken over het verder monitoren worden vastgelegd. d. Als uit de evaluatie blijkt dat een meerderheid van alle partijen van mening is dat dit convenant niet het gewenste effect heeft, spreken partijen elkaar daar op aan om tot een oplossing te komen. e. Als een van de partijen zich niet houdt aan de afspraken in dit convenant, spreken partijen elkaar daar op aan om tot een oplossing te komen.

Slotbepalingen 7. Werkwijze Partijen stellen binnen drie maanden na inwerkingtreding van dit convenant een Netwerkagenda op. Vertegenwoordigers van partijen komen vervolgens minimaal twee keer per jaar bij elkaar om de voortgang van de uitvoering van het convenant te bespreken en acties door te nemen.

8. Wijzigingen a. Elke partij kan de andere partijen schriftelijk verzoeken het convenant te wijzigen. De wijziging behoeft de schriftelijke instemming van alle partijen.

10

b. Partijen treden in overleg binnen zes weken nadat een partij de wens daartoe aan de andere partijen schriftelijk heeft medegedeeld. c. Wijzigingen van of aanvullingen op dit convenant dienen schriftelijk tussen partijen te worden afgesproken en vastgelegd en ondertekend door daartoe bevoegde personen.

9. Openbaarmaking a. Binnen één maand na ondertekening van dit convenant wordt de tekst daarvan gepubliceerd in de Staatscourant. b. De tekst van het convenant wordt tevens gepubliceerd op de website van de KB, het IPO, de VNG, de VOB en SPN.

Aldus overeengekomen op de laatste van de hieronder genoemde data en in zesvoud ondertekend:

Den Haag, 30 september 2020

……………………………………………..

……………………………………………..

De Minister

KB

I.K. van Engelshoven

E.J.B. Knibbeler

……………………………………………..

……………………………………………..

IPO

SPN

Z. Pels

M. van Ham

……………………………………………..

……………………………………………..

VNG

VOB

L. Geluk

C.A.A. Kok

11

1 7 Subs. 2021 bibl. Bijl 4b Toelichting convenant.pdf

Convenant voor een sterk en robuust bibliotheekstelsel 24 september 2020

In februari van dit jaar stuurde minister Van Engelshoven twee belangrijke documenten naar de Tweede Kamer: de evaluatie van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) en het advies ‘Een bibliotheek voor iedereen’ van de Raad voor Cultuur (RvC). Beide documenten laten zien dat openbare bibliotheken volop in beweging zijn en op innovatieve wijze invulling geven aan een bredere, maatschappelijk-educatieve functie in de (lokale) samenleving. Maar beide geven ook aan dat het stelsel en de voorzieningen nog versterkt kunnen en – volgens de RvC – móeten worden. Speelveld In de positieve evaluatie van de wet wordt gesteld dat het stelsel baat heeft bij een verdiepte samenwerking tussen gemeenten, provincies en Rijk en hun uitvoeringsorganisaties – bibliotheken, provinciale ondersteuningsinstellingen (POI’s) en de KB nationale bibliotheek. Partijen zijn vervolgens aan de slag gegaan met het invullen van deze impliciete opdracht. Het eerste resultaat ligt er: het ‘Bibliotheekconvenant 2021-2023, convenant houdende afspraken over de bijdrage van de bibliotheekvoorziening in Nederland aan maatschappelijke opgaven’ dat eind september door samenwerkende partijen ondertekend zal worden. Doelen Het doel van het convenant is om bibliotheken beter in staat te stellen bij te dragen aan actuele maatschappelijke opgaven. De focus ligt hierbij op: 1.

Geletterde samenleving: bevorderen geletterdheid en leesplezier; 2. Participatie in de informatiesamenleving: digitale inclusie en digitaal burgerschap; 3. Een leven lang ontwikkelen: basisvaardigheden en blijvende inzetbaarheid. Het document is klip en klaar over de essentiële randvoorwaarde voor succes: de bibliotheek is een robuuste organisatie die goed bereikbaar en toegankelijk is. Partijen spreken in het convenant met elkaar de ambitie uit om de robuustheid van bibliotheekorganisaties te verstevigen en te vergroten om zo een bijdrage te kunnen blijven leveren aan de lokale gemeenschap. Het is een grote stap voorwaarts dat alle partijen in het bibliotheekveld nu expliciet hun gemeenschappelijke uitgangspunten hebben verwoord én onderschreven. Die eendracht is een eerste stap. Het convenant beschrijft afspraken waar al aan gewerkt wordt (zoals het gemeenschappelijk streven naar een CLB waar bibliotheken straks gebruik van kunnen maken en samenwerking met overheidspartijen in bijvoorbeeld de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) en de stappen die op korte termijn gezet kunnen worden. Uitwerking Uiteraard komt het straks aan op de verdere uitwerking. De afspraken in het convenant worden binnen drie maanden na ondertekening uitgewerkt in een Netwerkagenda 20212024 en jaarplannen voor de periode van drie jaar tot 1 september 2023.

Daarin worden ook de financiële bijdragen opgenomen. Basis hiervoor vormen – door alle partijen gedragen – (bedrijfs)modellen waarmee bouwstenen voor een kwalitatief goede dienstverlening worden vastgesteld. Er wordt uitgewerkt wat financieel nodig is om deze dienstverlening te kunnen bieden.

1

Deze modellen helpen bibliotheken en gemeenten om met elkaar vast te stellen: a) wat gemeenten willen bereiken voor hun burgers; b) welk aanbod de bibliotheek op dat punt kan bieden; c) wat de opbrengsten van dat aanbod (voor de gemeente en hun burgers) zijn en; d) wat dat gaat kosten. De modellen gaan over alle terreinen van het bibliotheekwerk. Ze worden toepasbaar voor alle soorten bibliotheken: gemengd, stedelijk en landelijk gebied; onbedreigd/bedreigd, mono- en multifunctioneel, et cetera. Het uitvoeringstraject is al in gang gezet. Het wordt getrokken door de VOB (in nauwe samenwerking met een aantal bibliotheken) en SPN, onder begeleiding van adviesbureau Berenschot. Voor de uitwerking van de verschillende thema’s uit het convenant in een netwerkagenda, worden programmagroepen samengesteld met vertegenwoordigers uit het netwerk. Bibliotheken worden uitgenodigd om hieraan deel te nemen en hun kennis, ervaring en ideeën in te brengen. Op die manier geven partijen in het netwerk samen vorm aan de uitwerking van het convenant. Wat zijn de vervolgstappen van de VOB? Bespreking in bestuur en taskforce maakten al duidelijk dat de VOB stevig moet inzetten op de rol van de bibliotheken in de samenleving en de financiële middelen om die ambitie waar te maken. Het is zonneklaar dat de huidige financiële middelen niet toereikend zijn.

Bibliotheken hebben hun slagkracht en waarde bewezen in de afgelopen maanden. Dat werd ook mogelijk door de vruchtbare samenwerking met het ministerie van OCW. Het vertrouwen van het ministerie in bibliotheken biedt de basis voor een constructief gesprek over een forse financiële impuls. Ook zijn we in gesprek over de ‘O’ van OCW, over een bredere inbedding van de bibliotheek dan alleen binnen cultuur. Het convenant benadrukt de samenwerking van bibliotheken met veel partijen, ook met het onderwijs. Het convenant biedt de VOB bovendien een uitstekend vertrekpunt voor verdere gesprekken met politieke partijen die op dit moment werken aan de verkiezingsprogramma’s. De uitgewerkte Netwerkagenda en de jaarplannen – die een helder beeld schetsen van de robuuste positie van bibliotheken op de langere termijn – moeten onderdeel worden van de kabinetsformatie. We zijn met partijen in overleg over de uitwerking. In onze ledenbijeenkomsten in de regio gaan we daar nader op in.

2

1 8 Bibl. Subsidie 2021. br.pdf

01.08.3 Nieuwjaarsbrief dhr. Barends 1 week 1 Nieuwjaarsbrief Dhr. Barends.pdf

NIEUWJAARSBRIEF 2021 Ramon Barends

Arnhem, 1 januari 2021.

Ook de Nieuwjaarsbrief is een traditie die op een andere manier wordt vormgegeven. Normaal neem ik deze mee naar de diverse nieuwjaarsbijeenkomsten die ik jaarlijks bezoek. Ook deze persoonlijke ontmoetingen met velen vallen dit jaar in het water. Om die reden wens ik u via deze brief een 2021 in gezondheid en geluk. Terugblik Zoals bij iedereen is ook mijn jaar anders verlopen dan ik dacht toen ik mijn vorige Nieuwjaarsbrief schreef. Door het coronavirus werden na 12 maart bijna alle bijeenkomsten geschrapt. Ook werden vele vergaderingen in een digitale setting georganiseerd. Dat heeft mij praktisch bevestigd in wat ik al wist: politiek werk is mensenwerk. Wat ik in de afgelopen tijd het meest gemist heb is u. De ontmoeting en de uitwisseling op de wandelgang en in de marge van bijeenkomsten is onmisbaar voor het doen van dit politieke werk. Want, het werk ging door en door de omstandigheden waarin het wordt gedaan voelt het nog intensiever. Er glipt wel eens een “uitzending gemist”-bandje tussendoor. Maar, het levert nog steeds voldoende positiefs op. Ik benoem als hoogtepunt – of beter: 17 hoogtepunten – de besluiten rondom de versterking van de regionale samenwerking in de Regio Arnhem Nijmegen. Vooruitblik Het kan niet anders dan het jaar wat voor ons ligt een beter jaar wordt. Een jaar waarin vele uitdagingen voor ons liggen.

Ook ik heb weer voldoende plannen en ideeën waar ik mee aan de slag ga in de regio en in de provincie. Door het afgelopen jaar heb ik ervaren dat het inrichten van de eigen politieke agenda geen sleur moet worden en dat de gevarieerdheid daar van belang is. Zo is het nog een goed voornemen om eens met de 51 Gelderse gemeenten inhoudelijker aan de slag te gaan. Niet meedoen aan verkiezingen schept die ruimte ook. 2021 zal weer een politiek-inhoudelijk jaar worden. Ik hoop u dan ook snel in levende lijve weer eens te kunnen begroeten. Met vriendelijke groeten,

Ramon Barends Mierlostraat 43 6844 DW ARNHEM nieuwjaarsbrief@ramonbarends.nl

01.08.4 Motie gemeenteraad Arnhem inzake een democratische regio 1 Week 1 Motie gemeenteraad Arnhem Een democratische regio.pdf

AANGENOMEN Gemeenteraad Arnhem Bij elkaar op

16 december 2020

Bij de bespreking van

Versterking regionale samenwerking Arnhem-Nijmegen en Regionale Agenda Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen Giovanni Visser - PvdA Lea Manders - Arnhem Centraal

Motie van

Titel van de motie

Een democratische regio

Nummer Zaaknummer

20M328 507251

Onderstaande raadsleden stellen de raad voor om in de vergadering van 16 december 2020 een besluit te nemen over het raadsvoorstel Versterking regionale samenwerking ArnhemNijmegen. De aanleiding is de gemeenschappelijke regeling waarin de invulling van de twee democratische instrumenten regioagendacommissie en raadsontmoeting niet zijn opgenomen. Door dit voorstel aan te nemen wordt het college van Arnhem opgeroepen om zich binnen de gemeenschappelijke regeling (GR) uit te spreken voor een democratische invulling van de gemeenschappelijke regeling Arnhem-Nijmegen. Omdat we weten dat: - De regioagendacommissie niet in de GR voorkomt, maar wel wordt genoemd in art. 15.2 - Niet in de GR is vastgelegd wie in de regioagendacommissie zitten, wie de leden benoemt en wat de taak en rol is van de commissie - De raadsontmoetingen niet in de GR genoemd worden - In Renkum een raadsbrede motie om de regioagendacommissie concreet vast te leggen is aangenomen Omdat we vinden dat: - Democratische legitimiteit van een GR van groot maatschappelijk belang is - Deze nieuwe GR dé kans is om ook de democratische legitimiteit en rol van de gemeenteraden in de regio structureel te versterken - Een concrete invulling van de regioagendacommissie en raadsontmoetingen noodzakelijk is om daadwerkelijk de rol van de gemeenteraden te versterken binnen de GR

Daarom draagt de gemeenteraad het college op om na inwerkingtreding van de GR de volgende wijzigingen voor te stellen aan het Algemeen Bestuur om een in die zin gewijzigde GR ter goedkeuring aan de deelnemende gemeenteraden voor te leggen: A. De Regeling als volgt aan te passen:  Toe te voegen na 15.2: 15.3 De regioagendacommissie bestaat uit vier raadsleden namens de raden van Arnhem en Nijmegen en twee, per overige deelnemende gemeente, aan te wijzen door de betreffende gemeenteraad. 15.4 De regioagendacommissie kiest uit haar midden een voorzitter. 15.5 De regioagendacommissie beschikt over alle stukken van het Algemeen Bestuur. 15.6 Het lidmaatschap van de regioagendacommissie eindigt zodra het lid ophoudt raadslid van de vertegenwoordigde gemeente te zijn. 15.7 De regioagendacommissie vergadert in openbaarheid en kent het recht van inspraak voor bewoners en belanghebbenden. 

Art. 15.3 wordt vernummerd tot 15.7

B. In, het in art. 18.3 van de GR genoemde, Reglement van Orde de, in het raadsvoorstel genoemde, raadsontmoetingen vast te leggen met een minimale frequentie van tweemaal per jaar.

Giovanni Visser - PvdA Lea Manders - Arnhem Centraal

20m328/p.2

AANGENOMEN

01.08.5 Motie Gemeenteraad Arnhem Regionale inzet lokale samenwerking 1 Week 1 Motie gemeenteraad Arnhem Regionale inzet lokale samenwerking.pdf

AANGENOMEN

Gemeenteraad Arnhem Bij elkaar op

16 december 2020

Bij de bespreking van

Motie van

Versterking regionale samenwerking Arnhem-Nijmegen en Regionale Agenda Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen Giovanni Visser - PvdA

Titel van de motie

Regionale inzet, lokale verantwoording

Nummer Zaaknummer

20M355 507251

Onderstaande raadslid stellen de raad voor om in de vergadering van 16 december 2020 een besluit te nemen over versterking van de regionale samenwerking Arnhem-Nijmegen. Omdat we weten dat; - gemeenteraden niet direct zijn vertegenwoordigd in de regio - een regioagendacommissie de positie van de raden versterkt binnen de regio - Het college zelf ook op verschillende wijzen betrokken is binnen de regio: als lid van het algemeen bestuur (AB) en als deelnemer aan de portefeuillehoudersoverleggen (opgaveteams) - de raden jaarlijks bij besluitvorming over Regionale Agenda kunnen bepalen aan welke opgaven de gemeenten deelnemen en welke kaders en prioriteiten voor het komende jaar van belang zijn Omdat we vinden dat; - de raden nu aan zet zijn om hun positie binnen de versterkte regio te verstevigen - de raad het college ook binnen de regio moet kunnen controleren - een jaarlijks overzicht de raad meer inzicht geeft in de gepleegde inbreng en lobby van het college binnen de regio - dit overzicht bijvoorbeeld als paragraaf in het jaarverslag kan worden opgenomen Daarom verzoekt de gemeenteraad het college om: - jaarlijks een overzicht op hoofdlijnen van de inbreng en ambities van het college in het kader van de regionale opgaven in het afgelopen jaar aan de raad aan te bieden.

Giovanni Visser - PvdA

01.08.6 Motie Gemeenteraad Arnhem Regionale samenwerking en participatie 1 week 1 Motie gemeenteraad Arnhem Regionale samenwerking en participatie.pdf

Gemeenteraad Arnhem

AANGENOMEN Bijeen op

16 december 2020

Ter bespreking van

Versterking regionale samenwerking Arnhem-Nijmegen en Regionale Agenda Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

Motie van

Lea Manders - Lea Manders Giovanni Visser - PvdA

Titel motie

Regionale samenwerking en participatie

Nummer Zaaknummer

20M347g 507251

De Raad, Gehoord de beraadslaging,

Constaterende: 

Dat tot nu toe inwoners niet of niet structureel betrokken zijn geweest bij de regionale samenwerking en geen of nauwelijks zicht hebben op regionale samenwerking; Dat de democratische legitimatie bij regionale processen in het algemeen vaak achterblijft.

Overwegende dat: ‐ Tijdens de bijeenkomsten voor de raden mbt regionale samenwerking er veel zorg is uitgesproken door de raden over de informatie aan en de positie en rol van de inwoners; ‐ In de voorstellen van de colleges hierover niets is opgenomen, omdat de inspraak vooraan in het proces bij de individuele raden wordt gelegd; ‐ Het eindvoorstel echter nogal anders kan zijn geworden door de behandeling door de verschillende raden; ‐ Burgerparticipatie en inspraak hierdoor tussen wal en het schip zou kunnen vallen. ‐ De Regionale Agenda een jaarlijks moment kan zijn om concreet en vernieuwend aan de slag te gaan met regionale inspraak ‐

Roept het college van Arnhem op om burgerparticipatie binnen de regio Arnhem-Nijmegen te bevorderen. En dit zo mogelijk te regelen via een paragraaf burgerparticipatie bij de voorstellen van de regio, door: 1. Een verantwoording op het gevoerde proces, zoals: welke vormen van informeren, inspraak, participatie of co-creatie zijn toegepast en vanuit welk uitgangspunt en doel zijn deze vormen gekozen. 2. Een verslaglegging van de inbreng van betrokkenen en de eventuele zienswijzen. 3. Duidelijk te maken wat er met de inbreng wel of niet is gedaan.

Lea Manders - Arnhem Centraal Giovanni Visser - PvdA

20M347g/p.2

AANGENOMEN

01.08.7 Motie gemeenteraad Arnhem Regionale samenwerking transparant en toegankelijk 1 Week 1 Motie gemeenteraad Arnhem Regionale samenwerking transparant en toegankelijk.pdf

Gemeenteraad Arnhem

AANGENOMEN

Bijeen op

16 december 2020

Ter bespreking van

Versterking regionale samenwerking Arnhem-Nijmegen en Regionale Agenda Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

Motie van

Lea Manders - Arnhem Centraal

Titel motie

Regionale samenwerking transparant en toegankelijk

Nummer Zaaknummer

20M330 507251

De Raad, Gehoord de beraadslaging,

Constaterende dat:   

Informatie mbt besluitvorming binnen de regio nu niet eenvoudig en centraal toegankelijk is; Gemeenteraden geen zicht hebben op elkaars meningen en voorstellen mbt regionale regelingen; Dat tot nu toe inwoners niet of niet structureel betrokken zijn geweest bij de regionale samenwerking en geen of nauwelijks zicht hebben op regionale samenwerking; Dat er een regionaal overleg komt met en door raden.

Overwegende dat: ‐ Gebleken is dat de regionale gemeenteraden transparantie een belangrijke voorwaarde vinden, zowel voor de raden zelf als voor de inwoners; ‐ Er al een (aangenomen) motie uit Nijmegen circuleert met als titel ‘regionale samenwerking is als een parachute’, die vraagt om meer digitale en fysieke toegankelijkheid voor inwoners; ‐ Dat het eenvoudig vinden van de relevante informatie daarvoor een voorwaarde is; ‐ Het inrichten van een overzichtelijke en goed toegankelijke website en database een eerste stap in deze richting is, waardoor raden en inwoners kunnen zien welke stukken er zijn; welke moties over regionale onderwerpen worden ingediend en wat de resultaten zijn van besluitvorming.

Verzoekt de colleges en raden: De faciliteiten aan de regionaal samenwerkende raden te verschaffen/regelen om te komen tot een regionale en toegankelijke website om te zorgen voor transparantie voor de gemeenteraden en de inwoners, waarbij ook zichtbaar is welke voorstellen door de verschillende raden zijn ingediend en zijn aangenomen.

Lea Manders - Arnhem Centraal

20M330/p.2

AANGENOMEN

01.08.8 Motie Gemeenteraad Arnhem Versterking regionale samenwerking 1 week 1 Motie gemeenteraad Arnhem Versterking regionale samenwerking.pdf

Gemeenteraad Arnhem

AANGENOMEN

Bijeen op

16 december 2020

Ter bespreking van

Versterking regionale samenwerking Arnhem-Nijmegen en Regionale Agenda Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen

Motie van

Titel motie

Tulay Gemici (GroenLinks) Maarten Venhoek (D66) Giovanni Visser ( PvdA) Nico Wiggers (AOP) Lea Manders (Arnhem Centraal) Transparante regionale samenwerking

Nummer Zaaknummer

20M331 507251

De Raad, Gehoord de beraadslaging,

Constaterende dat: -Veel raadsleden zich zorgen maken over de grip op, en volgbaarheid van de regionale samenwerking die op afstand plaatsvindt. -In de bevindingen van de evaluatie van het eerste jaar samenwerking1 in het Gemeenschappelijke Orgaan Regio Arnhem-Nijmegen wordt geschreven: ‘‘Participanten uit alle gremia uiten bezorgdheid over de democratische kwaliteit. Zij ervaren relatief grote afstand tussen henzelf en het GO/pfo op het vlak van samenwerking en informatievoorziening. Informatievoorziening schiet tekort, de urgentie en de kansen van de samenwerking blijven onduidelijk. Raadsleden ervaren soms wat oneigenlijke druk om maar in te stemmen.’’ Overwegende dat: -We in deze tijd mogen verwachten dat openbare bijeenkomsten naast fysiek ook digitaal bij te wonen zijn door geïnteresseerden; -De regioagendacommissie niet exclusief organisatorisch van aard zal zijn, maar waarschijnlijk ook het DB zal informeren, zal reflecteren over de kwaliteit van informatie, regionale bijeenkomsten kan organiseren en meedenkt over de regeling in z’n geheel. 1

https://www.regioan.nl/media/20170503­RegioAN­rapportage­eindversie­definitief.pdf

-De ‘opgaven’ de opvolgers zijn van de PFO’s uit de GO. Ze kunnen een uitvoerend en strategisch karakter hebben dat enige discretie kan rechtvaardigen, maar tevens een openbare agenda met onderliggende stukken, gevolgd door openbare besluitenlijsten en vastgestelde notulen waar raden en bewoners eenvoudig kennis van kunnen nemen.

Verzoekt het college - zich ervoor in te spannen dat de regionale vergaderingen van het AB en de regioagendacommissie zowel fysiek als digitaal openbaar toegankelijk zijn. - zich ervoor in te spannen dat de stukken van zowel het AB, het DB als de regioagendacommissie digitaal beschikbaar en eenvoudig vindbaar zijn op de website van de Regio. Hierbij er voor te zorgen dat agenda’s en stukken van het AB en de regioagendacommissie voorafgaand aan bijeenkomsten beschikbaar zijn. - zich in te spannen voor meer openbaarheid rond de opgaven: de agenda’s en de openbare stukken van bestuurlijk overleg over de opgaven worden eenvoudig vindbaar op de website van de regio gepubliceerd, en zodra beschikbaar aangevuld met openbare besluitenlijsten en vastgestelde notulen. en gaat over tot de orde van de dag Tulay Gemici (GroenLinks) Maarten Venhoek (D66) Giovanni Visser (PvdA) Nico Wiggers (AOP) Lea Manders (Arnhem Centraal)

20m331/p.2

AANGENOMEN

01.08.9 Raadsinformatiebrief 20 Corona 1 week 1 raadsinformatiebrief nr 20 corona.pdf

Aan de leden van de raad

Briefnr.: Behandeld door: Doorkiesnr: Uw brief/kenmerk: Bijlage(n): Datum:

EW21-01 E. Weststeijn

Onderwerp:

Raadsinformatiebrief coronavirus nr. 20

8 januari 2021

Geachte leden van de gemeenteraad, Gelukkig 2021! Het nieuwe jaar is inmiddels ruim een week oud. Nu we midden in de lockdown zitten kunnen we het nieuwe jaar niet vol ingaan. Restaurants, terrassen, musea, bioscopen, theaters, feestjes, winkelen, reizen… het kan nu niet. Deze week zijn we in ons land wel met vaccineren gestart. Dat zorgt voor licht aan het eind van de tunnel, al doet het wel een groot beroep op ons geduld en doorzettingsvermogen. Dat doorzettingsvermogen is broodnodig, zo blijkt uit de cijfers. De situatie is nog altijd zorgelijk. Voor de vijfde week op rij valt de regio Gelderland-Midden in de categorie ‘zeer ernstig’. We zakken in het absolute aantal besmettingen, maar er is ook minder getest na de kerstdagen. Het vindpercentage (positieve besmettingen) is onverminderd hoog. Het aantal testen neemt nu overigens weer toe. In deze raadsinformatiebrief leest u de medische gegevens t/m 5 januari 2021. 1.

Lokale bijzonderheden

Even terug naar eind vorig jaar: begin december werd duidelijk dat restaurant The Hunting Lodge in Rozendaal moest stoppen. Een verdrietig voortvloeisel van de coronacrisis en het schrikbeeld van veel (horeca)ondernemers. We leven mee met de (voormalig) uitbaters en het personeel. We merken dat op IKC Dorpsschool het aantal kinderen dat gebruik maakt van de noodopvang fors hoger is dan in de eerste golf dit voorjaar. Dit wijkt niet af van het beeld op scholen in en buiten onze regio. Over het algemeen maakt in onze regio 30 tot 40% van de leerlingen gebruik van de noodopvang, waar dat in de eerste golf ca. 15-20% was. De redenen zijn divers: de regeling is ruimer dan in maart (o.a. definitie ‘cruciale beroepen’ verruimd, meer ruimte voor kwetsbare kinderen). Daarnaast kiezen sommige scholen er zelf voor om ruimhartiger te zijn. En tot slot zijn ook ouders minder geneigd om hun kinderen thuis te houden dan tijdens de eerste lockdown. Alle redenen zijn begrijpelijk, maar het baart wel zorgen: hoe meer ontmoetingen, hoe meer potentiële besmettingen. Over dit punt wordt op nationaal niveau overleg gevoerd.

Postbus 9106, 6880 HH Velp

Tel.: 026-3843666

In 2020 telden we in Rozendaal in totaal 61 (bevestigde) coronabesmettingen. Procentueel wijken we daarmee niet veel af van gemeenten om ons heen.1 Wel kent Rozendaal veel minder ziekenhuisopnames en kennen we geen direct overleden aan een bevestigde coronabesmetting. Het aantal positief geteste inwoners in week 53 was 9. Het aantal positieve testen is gestegen ten opzichte van week 52. In de figuur zijn de besmettingen in Rozendaal per dag weergegeven voor de periode tussen 9 december er 5 januari.

2.

Regionale ontwikkelingen

2.1 Positief geteste personen In de regio Gelderland-Midden zagen we voor het eerst in lange tijd een daling van het aantal inwoners dat positief testte in week 53 (28 december t/m 4 januari) ten opzichte van de week ervoor; van 3968 naar 3021 (-24%). Dit zijn gemiddeld 434 positieve testen per 100.000 inwoners. Hierbij is wel van belang om op te merken dat minder mensen zich hebben laten testen; ruim 3.000 mensen minder dan in de week hiervoor. Het vindpercentage nam dus toe. Het aantal positieve meldingen in de regio per kalenderweek (maandag t/m zondag) sinds de COVID-19 uitbraak begon, is gevisualiseerd in onderstaande figuur.

1 Omgerekend naar inwoneraantal over heel 2020 heeft Rozendaal 3,6% bevestigde coronabesmettingen. Dit zijn

er in Rheden 3,8%; Arnhem 4,1%; Renkum 3,4%.

We zien in week 53 dat het aantal positief geteste personen afnam in alle gemeenten in regio Gelderland-Midden, behalve in de gemeente Rozendaal. In de gemeenten Barneveld, Scherpenzeel en Ede is de daling fors. Maar ook hier kunnen we nu nog geen conclusies aan verbinden.

Bron: RIVM

Het aantal bij de GGD gemelde overleden mensen met een bevestigde besmetting is in onderstaand figuur weergegeven. (Het laatste balkje betreft de gemelde overlijdens van deze week (tot en met dinsdag 5-1).

2.2 Leeftijdsverdeling positief geteste personen In onderstaande tabellen zien we de positieve testen per week per leeftijdsgroep. De bovenste tabel maakt inzichtelijk in welke leeftijdsgroep er relatief (per 100.000 inwoners) meer positieve testen zijn en zo kun je leeftijdsgroepen onderling vergelijken. De tweede tabel laat per leeftijdsgroep het absolute aantal positieve testen zien. Deze week zien we een daling in alle leeftijdsgroepen, behalve in de 80+ groep. Bron: GGD Gelderland-Midden

2.3 Verpleeghuizen Op dit moment geeft het RIVM aan dat er 42 (35,9%) besmette verpleeghuislocaties zijn in de regio Gelderland-Midden. Vorige week waren dit 33 locaties. Dit getal is een inschatting van het totaal aantal verpleeghuislocaties waar in de afgelopen 28 dagen minstens één (nieuwe) COVID-19 besmetting op basis van een positieve test, is gemeld. Landelijk ligt dit percentage op 34,4% (843 locaties). Dit is net als in onze regio een stijging ten opzichte van vorige week.

Bron: RIVM

In onderstaande grafiek wordt het aantal positief geteste bewoners in verpleeghuizen per week in onze regio weergegeven. In week 53 werden er helaas weer meer bewoners positief getest dan in week 52. Er werden ongeveer 87 bewoners positief getest. Hierbij is van belang op te merken dat er in verpleeghuizen bij uitbraken ook vaker asymptomatisch wordt getest.

Bron: RIVM

3. Informatie en communicatie Voor vragen kunt u via de reguliere werkwijze bij uw griffier terecht. Met vriendelijke groet, burgemeester van Rozendaal, drs. E. Weststeijn

01.08.10 Opgave interesse lidmaatschap agendacommissie Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen 1 Week 1 raadsagendacommissie Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen.docx

Geachte leden van de raad, Van de Groene Metropoolregio Arnhem ontving ik onderstaand verzoek met betrekking tot de invulling van de raadsagendacommissie.

“Allereerst de allerbeste wensen voor het nieuwe jaar. Het belooft een interessant jaar te worden waarin de versterkte samenwerking van de regio Arnhem – Nijmegen verder vorm krijgt. Een belangrijke stap is dat we gaan starten met de Raadsagendacommissie. Hiervoor zijn 2 data geprikt: Dinsdag 2 februari, 18.30 tot 20.00 uur Maandag 8 maart, 18.30 tot 20.00 uur Over de exacte invulling van de raadsagendacommissie moet nog besloten worden n.a.v. de ingediende moties. Het kan zijn dat de afvaardiging per gemeenteraad kleiner wordt, maar vooralsnog gaan we uit van de oorspronkelijke opzet met 2 raadsleden per gemeente. Kan worden nagegaan welke 2 raadsleden namens Rozendaal zitting willen nemen in de Raadsagendacommissie? We zijn op zoek naar leden die gedurende de huidige bestuursperiode hier een rol in willen vervullen. Graag ontvang ik z.s.m. de namen zodat we mensen persoonlijk kunnen uitnodigen voor de overleggen. Hartelijke groet, Maaike Mulder Kernteam versterking regionale samenwerking Arnhem - Nijmegen Tel 026 377 39 59 • maaike.mulder@connectie.nl”

De burgemeester zal de afvaardiging in het presidium van 25 januari 2021 bespreken met de fractievoorzitters. U wordt verzocht uw interesse voor het lidmaatschap van de raadsagendacommissie van de Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen vóór die datum kenbaar te maken bij uw fractievoorzitter. Vriendelijke groeten, Klaas Schaap Griffier 026-3843661

01.15.1 Uitnodiging digitale bijeenkomst politiek- Scholengroep Veluwezoom 1 Uitnodiging Bijeenkomst Politiek - Scholengroep Veluwezoom.pdf

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=e2f3b249-cb70-4ee9-bb89-c8e57d5b4392