Agendabundel
Tekst van het document
Geen zienswijze in te dienen ten aanzien van de bijdrageregeling van de VGGM. 4. Geen wensen en bedenkingen mee te geven ten aanzien van het instellingsbesluit bestuurscommissies voor de VGGM. Wat willen we bereiken? Doelstelling is om de Gemeenschappelijke regeling van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) aan te passen aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen en daarbij de gemeenteraad de wettelijk verplichte gelegenheid bieden een zienswijze te geven op het ontwerp. Argumenten 1.1 De wijziging in de GR zijn noodzakelijk op basis van de nieuwe Wgr. In de brief van 1 maart 2024 (bijlage 2) gaat het dagelijks bestuur van de VGGM in op het voornemen de gemeenschappelijke regeling te wijzigen. De aanleiding hiervoor is de gewijzigde Wet Gemeenschappelijke Regelingen per 1 juli 2022. Alle gemeenschappelijke regelingen dienen op grond van deze wetswijziging binnen twee jaar hun gemeenschappelijke regeling aan te passen. Een toelichting op (het ontwerp van) de gewijzigde gemeenschappelijke regeling en een artikelsgewijs
Pagina 1 van 4
Raadsvoorstel
overzicht van de wijzigingen ten opzichte van de vigerende gemeenschappelijke regeling zijn als respectievelijk bijlage 4 en 5 aan dit voorstel toegevoegd. 1.2 De VGGM volgt het correcte proces om de raden te consulteren voor de drie voorliggende stukken. Wijziging van de regeling vraagt om twee rondes langs de gemeenteraden. De eerste ronde – die nu voorligt – betreft de mogelijkheid voor de raden om een zienswijze in te dienen over het ontwerp wijzigingsbesluit op grond van artikel 1 lid 3 van de Wgr. De tweede ronde betreft het vragen om toestemming van de gemeenteraad op grond van artikel 1 lid 4 van de Wgr om het definitieve wijzigingsbesluit vast te kunnen stellen. Ook voor de bijdrageregeling kunnen de raden desgewenst een zienswijze indienen. Voor wat betreft de instelling van de bestuurscommissies besluit het algemeen bestuur, nadat de raden in de gelegenheid zijn gesteld hierover wensen en bedenkingen te uiten. 1.3 Het proces om te komen tot dit ontwerp voor een gewijzigde gemeenschappelijke regeling is zorgvuldig doorlopen. Ten aanzien van de uitwerking van het nieuwe instrumentarium uit de gewijzigde Wgr heeft in maart 2023 een regionale bijeenkomst plaatsgevonden waarin met raadsleden is gesproken over de nadere uitwerking van het nieuw instrumentarium. Daarmee zijn de raden vroegtijdig in het proces betrokken.
De nu voorgestelde wijzigingen hebben primair betrekking op de gewijzigde Wgr en worden in de bij dit voorstel behorende bijlagen goed onderbouwd. In het spoor van de wijziging van de GR wordt ook de bijdrageregeling gewijzigd, zodat deze hierop aansluit (zie verder onder 3). 2.1 De zienswijze op de (ontwerp) GR heeft betrekking op de termijn voor het indienen van de zienswijze op de kaderbrief, die zich niet goed verhoudt tot onze vergadercyclus. Wij stellen uw raad voor een zienswijze te sturen naar VGGM op te nemen. De zienswijze betreft de bepaling in de toelichting op artikel 13 van het ontwerp, waarin is opgenomen dat de termijn voor een zienswijze op de kaderbrief 8 weken bedraagt, in samenhang met artikel 32 dat voorschrijft dat die kaderbrief vóór 1 december verzonden moet worden. Die termijn lijkt, gelet op onze vergadercyclus, voor ons niet haalbaar. Voor het overige zien wij geen belemmeringen in de nieuwe GR. 3.1 De wijzigingen in de ‘Bijdrage regeling’ als uitvloeisel van de nieuwe GR zorgen ervoor dat deze in lijn wordt gebracht met de bestaande werkwijze sinds 2021. Ten aanzien van de concept ‘Bijdrage regeling’ (bijlage 7) moet het volgende worden opgemerkt. In artikel 32 van de vigerende gemeenschappelijke regeling is ten aanzien van de bijdragen van de deelnemende gemeenten opgenomen “dat de berekening daarvan plaats vindt op basis van inwonertal”.
Artikel 33 van de voorliggende gewijzigde ontwerpregeling schrijft in plaats daarvan voor dat “het algemeen bestuur van de VGGM in een bijdrageregeling vaststelt op welke wijze berekend wordt welke bijdrage de colleges verschuldigd zijn voor de uitvoering van de basistaken”. In 2021 is besloten, in afwijking van het oorspronkelijke artikel 32, om de kosten voor de brandweer te baseren op de uitkering per gemeente uit het gemeentefonds. In de voorliggende bijdrageregeling, die thans, voorafgaand aan vaststelling, ter zienswijze aan de raden wordt aangeboden, is deze bekostiging in lijn gebracht met de bestaande praktijk (besluitvorming in 2021). 4.1 Het instellingsbesluit bestuurscommissies is in lijn met een al langer levende bestuurlijke wens. Het instellingsbesluit bestuurscommissies (bijlage 6) geeft inhoud aan de al langer levende bestuurlijke wens om twee bestuurscommissies te vormen, namelijk een bestuurscommissie Veiligheid (bestaande uit de burgemeesters) en een bestuurscommissie Gezondheid (bestaande uit Pagina 2 van 4
Raadsvoorstel
collegevertegenwoordigers met de portefeuille Publieke Gezondheid). De reden voor deze wijziging in de governance ligt in de wens om een formele grondslag te regelen voor de huidige werkwijze binnen het Bestuurlijk Overleg Publieke Gezondheid (BOPG), waarbij de wethouders Publieke Gezondheid als ‘opdrachtgevers’ fungeren voor de GGD . Er is een juridische oplossing gevonden binnen het huidige construct VGGM, waarbij de bestuurscommissies binnen de wettelijke kaders zoveel mogelijk zélf kunnen besluiten over inhoudelijke vraagstukken op de verschillende beleidsdomeinen. Door niet één maar twee bestuurscommissie in te stellen (één voor gezondheid met wethouders en één voor veiligheid met burgemeesters) is zoveel mogelijk gelijkwaardigheid gecreëerd tussen de twee bestuurscommissies. Daar waar de wethouders PG in de bestuurscommissie Gezondheid de opdracht-geversrol naar de GGD vervullen hebben de burgemeesters in de bestuurscommissie Veiligheid de rol van opdrachtgever vanuit de eigen gemeentelijke portefeuille brandweerzorg en crisisbeheersing. In het AB, bestaande uit de burgemeesters, ligt vervolgens de focus op algemene en financiële kaders alsmede op toezichthoudende rol op VGGM als geheel, o.a. om verantwoording aan raad en college af te kunnen leggen. Een en ander wordt nader uitgelegd in de toelichting op gewijzigde gemeenschappelijke regeling, bijlage 4 (pagina 7).
4.2 Raden blijven aan zet via verruimde zienswijzemogelijkheid De governancewijziging naar twee bestuurscommissies betekent ook dat een aantal bevoegdheden van het algemeen bestuur gedelegeerd worden naar de bestuurscommissies. Dit kan de indruk wekken dat raden verder op afstand komen te staan. Dit is in de voorbereiding op dit voorstel besproken in de directie, het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur. De opvatting is dat dit weliswaar ‘juridisch denkbaar is’, maar dat er in de dagelijks praktijk geen voorbeelden denkbaar zijn waarbij de raden een bepaalde vorm van democratische controle in de huidige situatie wél toepassen, die in de voorgestelde nieuwe governancestructuur niet meer toegepast zou kunnen worden. De voordelen van twee gelijkwaardige bestuurscommissies, zoals hierboven geschetst, zijn groter dan de (theoretische) nadelen. De eventuele zorg dat de raad verder op afstand wordt geplaatst door de introductie van twee bestuurscommissies is verminderd door in artikel 13 te expliciteren bij welke besluiten de raden een zienswijze kunnen uitbrengen. De zienswijzemogelijkheid is aanzienlijk verruimd. We stellen daarom voor om geen wensen en bedenkingen mee te geven aan de VGGM op dit instellingsbesluit voor de bestuurscommissies. Planning Het Dagelijks Bestuur van de VGGM heeft verzocht uiterlijk voor 5 juni een reactie te geven.
Na ontvangst van alle zienswijzen zal het DB een voorstel doen aan het AB voor een finaal voorstel aan de colleges die een besluit nemen over wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Voorafgaand aan deze besluitvorming toetst het college bij de raad of toestemming wordt verleend voor wijziging. De raad mag de toestemming alleen weigeren wegens strijd met het recht of het algemeen belang (art. 1 Wgr). Voorzien is dat het AB in juli een finaal voorstel zal doen aan de colleges, zodat kort na de zomervakantie een toestemmingsprocedure kan worden gestart. Het ligt in de lijn der verwachting dat de gewijzigde gemeenschappelijke regeling en onderliggende regelingen op 1 januari 2025 in werking zullen treden. Wat mag het kosten? Aan de uitvoering van dit voorstel zijn geen kosten verbonden.
Pagina 3 van 4
Raadsvoorstel
Het college van burgemeester en wethouders,
Bas Pelgrum, gemeentesecretaris
Ester Weststeijn, burgemeester
Bijlage(n) 1. Concept raadsbesluit 2. Aanbiedingsbrief VGGM 3. Ontwerp besluit tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling 4. Toelichting op de gewijzigde GR 5. Artikelsgewijs overzicht wijzigingen GR 6. Concept-instellingsbesluit Bestuurscommissies 7. Concept-Bijdrageregeling 8. Concept reactie aan DB VGGM (zienswijze)
Pagina 4 van 4
Raadsbesluit
Onderwerp Zienswijze wijziging gemeenschappelijke regeling VGGM De raad van de gemeente Rozendaal, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 april 2024 Besluit: 1. Kennis te nemen van: a. het ontwerp-wijzigingsbesluit van de gemeenschappelijke regeling Veiligheid- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM); b. de bijdrageregeling van de VGGM; c. het instellingsbesluit bestuurscommissies van de VGGM. 2. Een zienswijze in te dienen over het ontwerp-wijzigingsbesluit van de gemeenschappelijke regeling, overeenkomstig de in concept als bijlage bij dit voorstel gevoegde brief aan de VGGM. 3. Geen zienswijze in te dienen ten aanzien van de bijdrageregeling van de VGGM. 4. Geen wensen en bedenkingen mee te geven ten aanzien van het instellingsbesluit bestuurscommissies voor de VGGM. Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Rozendaal 7 mei 2024.
Klaas Schaap, griffier
Ester Weststeijn, burgemeester
Pagina 1 van 1
.J i.Gelderland-Mid .... den
Veiligheids-en Gtzondheidsregio ... .
)~
Het College van B&W van de gemeenten in de regio Gelderland-Midden
Datum 1 maart 2024 Uw kenmerk
SN24_000004 ons kernmerk Click or tap here to enter text. Contactpersoon Eric van Neerrijnen E-mailadres eric.van.neerrijnen@vggm.nl Bijlage 1
Onderwerp:
Zienswijzeverzoek wijziging gemeenschappelijke regeling VGGM
Geacht college,
De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) maakt onder andere samenwerking mogelijk tussen verschillenden gemeenten. Op 1 juli 2022 is deze wet gewijzigd. Als gevolg van de wijziging van de Wgr moet de gemeenschappelijke regeling van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) geactualiseerd worden. De raden van de deelnemende gemeenten hebben de mogelijkheid een zienswijze in te dienen op de voorgenomen wijzigingen van de regeling. Om die reden willen wij u vragen bijgevoegd ontwerp wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling voor zienswijze voor te leggen aan u raad en de raad tevens de gelegenheid te geven wensen en bedenkingen kenbaar te maken over het concept "Instellingsbesluit Bestuurscommissies" en een zienswijze te geven op de concept "Bijdrageregeling". Wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling VGGM De belangrijkste wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling zijn in de bijlag·e bij deze brief weergegeven. Deze wijzigingen hebben primair betrekking op de gewijzigde Wet Gemeenschappelijke regelingen (Wgr) per 1 juli 2022. Daarnaast is inhoud gegeven aan de bestuurlijke wens om twee bestuurscommissies te vormen: een bestuurscommissie Veiligheid (bestaande uit de burgemeesters) en een bestuurscommisie Gezondheid (bestaande uit collegevertegenwoordigers met de portefeuille Publieke Gezondheid).
Het algemeen bestuur besluit over het instellen van de bestuurscommissies nadat de raden in de gelegenheid zijn gesteld hierover wensen en bedenkingen te uiten. Het concept "Instellingsbesluit Bestuurscommissies" is als bijlage bijgevoegd. Tenslotte bevat de ontwerp wijzigingsbesluit een aantal technische aanpassingen en kleine correcties en is de regeling op onderdelen vereenvoudigd en flexibeler gemaakt waarbij onderdelen van de regeling worden uitgewerkt in protocollen vast te stellen door het algemeen bestuur.
Zienswijze vóór 5 juni 2024 De reacties vanuit de raad op het ontwerp wijzigingsbesluit "gemeenschappelijke regeling VGGM 2024", de ontwerp "Bijdrageregeling" en het ontwerp "Instellingsbesluit Bestuurscommissies" ontvangen wij bij voorkeur vóór 5 juni 2024, zodat de reacties en het eventueel hierop gebaseerd aanpassingsvoorstel kunnen worden besproken in de AB vergadering van VGGM van 3 juli 2024. De eindversie van het ontwerp wijzigingsbesluit "gemeenschappelijke regeling VGGM 2024" ontvangt u na behandeling van uw reacties in het Algemeen Bestuur nogmaals voor een wettelijk verplichte
1 maart 2024, kenmerk SN24_000004, pagina 2 'toestemmingsprocedure' via de raad. Na toestemming van alle colleges zal het wijzigingsbesluit bekend worden gemaakt. De gewijzigde gemeenschappelijke regeling zal dan ingaan op 1 januari 2025.
Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Het Dagelijks Bestuur van de Veiligheids- en
ezondheidsregio Gelderland-Midden, r
de voorzitter, Ahmed Marcouch
des Hen
VGGM verzorgt Ambulancez org, Brandweer, GGD en GHOR voor de gemeenten va n Gelderland-Midden
Bezoekadres
Postadres
J::11c.o hi1 1c h 11it,=.nc:in nAI d 1
Pnc:lnHC: 'i1"'1
TP IPfnn n nAnn A.u,:;nnn
Artikelgewijs overzicht van wijzingen Gemeenschappelijke Regeling VGGM Versie 2015
Versie februari 2024
Versie GR 2015 Het college van de gemeenten Arnhem, Barneveld, Doesburg, Duiven, Ede, Lingewaard, Nijkerk, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Scherpenzeel, Wageningen, Westervoort en Zevenaar, ieder voor zover betreft zijn bevoegdheden;
Ontwerpversie februari 2024 Het college van de gemeenten Arnhem, Barneveld, Doesburg, Duiven, Ede, Lingewaard, Nijkerk, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Scherpenzeel, Wageningen, Westervoort en Zevenaar, ieder voor zover betreft zijn bevoegdheden;
overwegende,
overwegende,
dat op grond van artikel 9, in samenhang met artikel 8, van de Wet veiligheidsregio’s de colleges van de gemeenten Arnhem, Barneveld, Doesburg, Duiven, Ede, Lingewaard, Nijkerk, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Scherpenzeel, Wageningen, Westervoort en Zevenaar zijn aangewezen tezamen een gemeenschappelijke regeling te treffen met de aanduiding: veiligheidsregio;
dat op grond van artikel 9, in samenhang met artikel 8, van de Wet veiligheidsregio’s de colleges van de gemeenten Arnhem, Barneveld, Doesburg, Duiven, Ede, Lingewaard, Nijkerk, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Scherpenzeel, Wageningen, Westervoort en Zevenaar zijn aangewezen tezamen een gemeenschappelijke regeling te treffen met de aanduiding: veiligheidsregio;
dat bij deze regeling aan het bestuur van de Veiligheidsregio de bevoegdheden als opgesomd in artikel 10 Wet Veiligheidsregio's dienen te worden overgedragen,
dat bij deze regeling aan het bestuur van de Veiligheidsregio de bevoegdheden als opgesomd in artikel 10 Wet Veiligheidsregio's dienen te worden overgedragen,
dat de Veiligheidsregio ook overigens zorg dient te dragen voor de opdrachten die op grond van de Wet veiligheidsregio bij deze regeling neergelegd worden,
dat de Veiligheidsregio ook overigens zorg dient te dragen voor de opdrachten die op grond van de Wet veiligheidsregio bij deze regeling neergelegd worden,
dat de gemeenteraad, zoals vereist op grond van artikel 1, tweede en derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen, het college toestemming heeft gegeven om een regeling te treffen c.q. te wijzigen;
dat de gemeenteraad, zoals vereist op grond van artikel 1, tweede en derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen, het college toestemming heeft gegeven om een regeling te treffen c.q. te wijzigen;
dat de eenheidsleiding van de Politie Oost-Nederland voor zover het de integrale afstemming van haar taken ten aanzien van de voorbereiding op rampenbestrijding en crisisbeheersing, het veiligheidsbeleid in de gemeenten en de gemeenschappelijke meldkamer betreft, met instemming kennis genomen heeft van deze gemeenschappelijke regeling;
dat de eenheidsleiding van de Politie Oost-Nederland voor zover het de integrale afstemming van haar taken ten aanzien van de voorbereiding op rampenbestrijding en crisisbeheersing, het veiligheidsbeleid in de gemeenten en de gemeenschappelijke meldkamer betreft, met instemming kennis genomen heeft van deze gemeenschappelijke regeling;
dat er reeds de gemeenschappelijke regeling Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden bestaat met een bevoegdheden- en takenpakket dat aansluit bij de opdracht van de Wet Veiligheidsregio's, maar daarbij tevens als organisatie als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheidszorg uitvoering geeft aan de wettelijke taken op het gebied van publieke gezondheid op grond van deze wet, alsmede de ambulancezorg,
dat er reeds de gemeenschappelijke regeling Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) bestaat met een bevoegdheden- en takenpakket dat aansluit bij de opdracht van de Wet Veiligheidsregio's, maar daarbij tevens als organisatie als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheidszorg uitvoering geeft aan de wettelijke taken op het gebied van publieke gezondheid op grond van deze wet, alsmede de ambulancezorg,
dat VGGM ter uitvoering van deze taken reeds een integrale uitvoerende organisatie handhaaft en de deelnemende gemeenten deze willen voortzetten binnen gewijzigde wettelijke kaders; gelet op de Wet veiligheidsregio’s, de Tijdelijke wet Ambulancezorg, de Wet publieke gezondheid, de Politiewet, de Gemeentewet; gelet op de inwerkingtreding van de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen op 1 januari 2015;
Toelichting I.v.m. herindeling gemeente Rijnwaarden bij Zevenaar per 1 januari 2018
dat VGGM ter uitvoering van deze taken reeds een integrale uitvoerende organisatie handhaaft en de deelnemende gemeenten deze willen voortzetten binnen gewijzigde wettelijke kaders; gelet op de Wet veiligheidsregio’s, de Wet Ambulancezorgvoorzieningen, de Wet publieke gezondheid, de Gemeentewet;
I.v.m. wetsactualisatie
gelet op de inwerkingtreding van de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen op 1 juli 2022;
I.v.m. wetsactualisatie
Besluiten: Besluiten: De Gemeenschappelijke Regeling Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden te wijzigen.
Toelichting (op versie februari 2024)
De Gemeenschappelijke Regeling Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden te wijzigen, zodat deze als volgt luidt:
Artikelgewijs overzicht van wijzingen Gemeenschappelijke Regeling VGGM Versie 2015
Versie februari 2024
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSREGIO GELDERLAND-MIDDEN
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSREGIO GELDERLAND-MIDDEN
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Instelling en plaats van vestiging. 1. Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd "Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden". 2. De Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden is een regionaal samenwerkingsverband van de gemeenten Arnhem, Barneveld, Doesburg, Duiven, Ede, Lingewaard, Nijkerk, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Scherpenzeel, Wageningen, Westervoort en Zevenaar; 3. Het openbaar lichaam is gevestigd te Arnhem.
Artikel 1. Instelling en plaats van vestiging. 1. Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd "Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden". 2. De Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden is een regionaal samenwerkingsverband van de gemeenten Arnhem, Barneveld, Doesburg, Duiven, Ede, Lingewaard, Nijkerk, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Scherpenzeel, Wageningen, Westervoort en Zevenaar; 3. Het openbaar lichaam is gevestigd te Arnhem.
Artikel 2. Begripsomschrijvingen Artikel 2. Begripsomschrijvingen 1. In deze gemeenschappelijke regeling en de daarop berustende bepalingen 1. In deze gemeenschappelijke regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: wordt verstaan onder: a. de gemeenschappelijke regeling: de gemeenschappelijke regeling a. de gemeenschappelijke regeling: de gemeenschappelijke regeling Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden; Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden; b. het openbaar lichaam: het openbaar lichaam bedoeld in artikel 1, eerste b. het openbaar lichaam: het openbaar lichaam bedoeld in artikel 1, eerste lid; lid; c. de gemeente: één van de in artikel 1, tweede lid, genoemde c. de gemeente: één van de in artikel 1, tweede lid, genoemde gemeenten; gemeenten; d. de burgemeester: Een burgemeester van de in artikel 1, tweede lid, d. de burgemeester: Een burgemeester van de in artikel 1, tweede lid, genoemde gemeenten; genoemde gemeenten; e. het samenwerkingsgebied: het gezamenlijk grondgebied van de in e.
het samenwerkingsgebied: het gezamenlijk grondgebied van de in artikel 1, tweede lid, genoemde gemeenten, samenvallend met de artikel 1, tweede lid, genoemde gemeenten, samenvallend met de betreffende regio, zoals benoemd in de bij de Wet veiligheidsregio betreffende regio, zoals benoemd in de bij de Wet veiligheidsregio horende bijlage ex artikel 8 van die wet; horende bijlage ex artikel 8 van die wet; f. het algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de Veiligheids- en f. het algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden; Gezondheidsregio Gelderland-Midden; g. het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Veiligheids- en g. het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden; Gezondheidsregio Gelderland-Midden; h. de voorzitter: de voorzitter van het algemeen bestuur, de h. de voorzitter: de voorzitter van de Veiligheids- en Gezondheidsregio bestuurscommissie veiligheid en gezondheid alsmede het dagelijks Gelderland-Midden; bestuur van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden; i. de directie: Het onderdeel van de ambtelijke organisatie zoals bedoeld i. de directie: Het onderdeel van de ambtelijke organisatie zoals bedoeld in artikel 29, tweede lid; in artikel 28, tweede lid; j. de GHOR: Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio als j.
de veiligheidsdirectie: het samenwerkingsverband zoals bedoeld in bedoeld in artikel 32 van de Wet veiligheidsregio’s; artikel 28, vierde lid; 2. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere k. de GHOR: Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie bij Rampen als wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden bedoeld in artikel 32 van de Wet veiligheidsregio’s; verklaard, worden in die artikelen voor de gemeente, de raad, het college 2. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere en de burgemeester achtereenvolgens gelezen de Veiligheids- en wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden Gezondheidsregio Gelderland-Midden, het algemeen bestuur, het dagelijks verklaard, worden in die artikelen voor de gemeente, de raad, het college bestuur en de voorzitter. en de burgemeester achtereenvolgens gelezen de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
Toelichting (op versie februari 2024)
I.v.m. herindeling gemeente Rijnwaarden bij Zevenaar per 1 januari 2018
AD h: De voorzitter is niet de voorzitter van de bestuurscommissie gezondheid
AD j -2015: De veiligheidsdirectie is een vorm van ambtelijk afstemming op directieniveau, dit hoeft niet in de regeling opgenomen te worden AD j - 2024: Nummering en naamgeving aangepast aan de naam die landelijk wordt gebruikt
Artikelgewijs overzicht van wijzingen Gemeenschappelijke Regeling VGGM Versie 2015
Versie februari 2024
HOOFDSTUK II DOEL, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN
HOOFDSTUK II BELANGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN
Artikel 3 Belangen 1. De Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden behartigt de belangen van de gemeenten in het samenwerkingsgebied op de terreinen van: a. Brandweerzorg; b. Ambulancezorg; c. Publieke gezondheid; d. GHOR; e. Rampenbestrijding en crisisbeheersing; f. Gemeenschappelijke meldkamer.
Artikel 3 Belangen De Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden behartigt de belangen van de gemeenten in het samenwerkingsgebied op de terreinen van: a. Brandweerzorg; b. Ambulancezorg; c. Publieke gezondheid; d. Geneeskundige hulpverlening; e. Rampenbestrijding en crisisbeheersing; f. Gemeenschappelijke meldkamerfunctie; g. Forensische zorg.
Toelichting (op versie februari 2024) Omdat het in artikel 3, 4 en 5 gaat om belangenbehartiging, taken en bevoegdheden is ervoor gekozen het woord “doelen” in artikel 3 te vervangen voor “belangen” AD d: De taken van de GHOR-organisatie hebben betrekking op geneeskundige hulpverlening. De GHOR is zelf geen taak. De aansturing van de GHOR is door de wetgever rechtstreeks neergelegd bij de Directeur Publieke Gezondheid (art. 32 Wet Veiligheidsregio’s). AD f: Het beheer van de meldkamerorganisatie is overgedragen aan de politie. De instandhouding van de meldkamerfunctie niet. De meldkamerfunctie is de onderscheiden in de monodisciplinaire meldkamerfunctie voor zowel de brandweer als de ambulancezorg, alsmede de multi-opschalingsfunctie. AD g: VGGM voert taken uit op het gebied van de forensische zorg voor gemeenten, politie en openbaar ministerie. De grondslag hiervoor was nog niet opgenomen in de regeling.
Artikel 4 Wettelijke taken en bevoegdheden: 1. Ter behartiging van de in artikel 3 bedoelde doelen heeft de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden de volgende wettelijke taken en bevoegdheden op het vlak van brandweerzorg, rampenbestrijding, de crisisbestrijding en de geneeskundige hulpverlening: a. het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; c. het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid Wet veiligheidsregio's; d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. het instellen en in stand houden van een brandweer; f. het instellen en in stand houden van een GHOR; g. het voorzien in de meldkamerfunctie; h. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i. het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken. Zulks met inachtneming van het hierover gestelde in de Wet Veiligheidsregio's en op die wet gebaseerde nadere regelgeving. 2.
Ter behartiging van de in artikel 3 bedoelde doelen heeft de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden de volgende wettelijke taken en bevoegdheden op het vlak van de publieke gezondheids- en ambulancezorg: a. de algemene taken genoemd in artikel 2 van de Wet Publieke Gezondheid;
Artikel 4 Basistaken en plustaken: 1. De inhoud van het basistakenpakket van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden wordt bepaald door de taken en bevoegdheden, genoemd in artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s ten aanzien van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbestrijding en geneeskundige hulpverlening en wat bij of krachtens de vigerende wetgeving aan de gemeenten is opgedragen. 2. De taken die geen onderdeel uitmaken van het basistakenpakket, zijn ondergebracht in een plustakenpakket, mits de uitvoering daarvan valt onder de in artikel 3 benoemde belangen. Indien afname van producten en diensten uit dit pakket plaatsvindt, geschiedt zulks op basis van een daartoe tussen de gemeente(n) en de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden te sluiten overeenkomst waarin de rechten en verplichtingen van beide partijen zijn opgenomen, waaronder ook de financiering. Het dagelijks bestuur stelt een modelovereenkomst vast. 3. De deelnemende gemeenten verlenen ieder afzonderlijk de mandaten, volmachten en machtigingen aan het openbaar lichaam die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken.
Artikel 4 en 5 zijn verduidelijkt en vereenvoudigd. Opsommingen van taken en bevoegdheden die voortvloeien uit een wet zijn verwijderd, met een verwijzing naar de betreffende wet. Tevens is de volgorde van deze twee artikelen omgedraaid. In artikel 4 is het onderscheid tussen basistaken (wettelijke taken) en plustaken uitgelegd. Plustaken zijn niet-overgedragen taken. Indien gemeenten de wens hebben om een taak te laten uitvoeren door VGGM, dient daarvoor wel een grondslag te bestaan in artikel 3. In artikel 5 staan alle wettelijke taken en bevoegdheden. Naast taakuitvoering gebaseerd op de door de colleges van deelnemende gemeenten gedelegeerde bevoegdheden geeft VGGM ook uitvoering aan taken die zijn gebaseerd op individueel door gemeenten verleende gemandateerde bevoegdheden. Om deze reden is in artikel 4 het derde lid opgenomen. De formulering van dit artikel sluit aan bij de formulering in de Wgr. De wetgever kent overigens ook rechtstreeks bevoegdheden toe aan VGGM, o.a. aan de commandant brandweer en de directeur publieke gezondheid.
Artikelgewijs overzicht van wijzingen Gemeenschappelijke Regeling VGGM Versie 2015
Versie februari 2024
Toelichting (op versie februari 2024)
b. de taken genoemd in artikel 5 en van de Wet Publieke Gezondheid op het vlak van de jeugdgezondheidszorg; c. de taken genoemd in artikel 5a van de Wet Publieke Gezondheid op het vlak van ouderenzorg; d. de taken in artikel 6 Van de Wet publieke gezondheidszorg op het vlak van de algemene infectieziektebestrijding; e. de taken genoemd in de Tijdelijke wet ambulancezorg; f. andere taken die bij of krachtens wet aan de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden worden opgedragen. 3. Het algemeen bestuur stelt ten aanzien van de in lid 1 genoemde taken tenminste eenmaal per vier jaar een beleidsplan vast voor zover het gaat om brandweerzorg, rampenbestrijding, de crisisbestrijding en de geneeskundige hulpverlening, dat voldoet aan de eisen van artikel 14 en 15 van de Wet Veiligheidsregio's, alsmede een crisisplan op grond van artikel 16 van de Wet Veiligheidsregio's.
Artikel 5 Andere taken en bevoegdheden 1. De Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden draagt tevens zorg voor het verzorgen van andere aangelegenheden die in het kader van de doelstelling van belang zijn en waarvan de uitvoering door de gemeente, na besluitvorming in het algemeen bestuur, aan de Veiligheidsen Gezondheidsregio Gelderland-Midden wordt opgedragen. 2. Tussen de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en de onderscheiden deelnemende gemeenten kan middels bilaterale afspraken in het bijzonder worden vastgelegd de aard en omvang van aansluitende diensten. 3. De taken van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden zijn onderverdeeld in een basispakket en een pluspakket. De inhoud van het basispakket wordt vastgesteld overeenkomstig hetgeen in dan wel op grond van vigerende wetgeving aan de gemeenten is opgedragen. De taken die geen onderdeel uitmaken van het basispakket, zijn ondergebracht in het pluspakket. Indien afname van producten en diensten uit dit pakket plaatsvindt, geschiedt zulks op basis van een daartoe tussen de gemeente(n) en de Veiligheids- en Gezondheidsregio GelderlandMidden te sluiten overeenkomst, waarvan het model wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur.
Artikel 5 Wettelijke taken en bevoegdheden: 1. De colleges van de deelnemende gemeenten dragen de wettelijke taken en bevoegdheden ter behartiging van de in artikel 3 onder a, d, e en f genoemde belangen over aan VGGM, met inachtneming van het hierover gestelde in de Wet veiligheidsregio's en op die wet gebaseerde nadere regelgeving. 2. Ter behartiging van de in artikel 3 onder b, c en g bedoelde belangen heeft de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden de volgende wettelijke taken en bevoegdheden op het vlak van de publieke gezondheids- en ambulancezorg: a. de algemene taken genoemd in artikel 2 van de Wet Publieke Gezondheid; b. de taken genoemd in artikel 5 van de Wet Publieke Gezondheid op het vlak van de jeugdgezondheidszorg; c. de taken genoemd in artikel 5a van de Wet Publieke Gezondheid op het vlak van ouderengezondheidszorg; d. de taken in artikel 6 Van de Wet publieke gezondheidszorg op het vlak van de algemene infectieziektebestrijding; e. de taken genoemd in de Wet ambulancevoorzieningen, en f. de taken als bedoeld in de Wet op de Lijkbezorging op het vlak van de forensische zorg en andere taken die bij of krachtens wet aan de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden worden opgedragen.
Artikel 6 Deelname aan bepaalde publieke samenwerkingsvormen Het bestuur van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden is bevoegd tot het mede treffen van en tot het deelnemen aan: a. een gemeenschappelijke regeling, als bedoeld in de artikelen 93 en 96 van de Wet Gemeenschappelijke regelingen; b. een voorziening tot samenwerking op grond van de Politiewet, indien en voor zover dit verplicht of noodzakelijk is voor bepaalde taken en bevoegdheden.
Artikel 6 Deelname aan bepaalde publieke samenwerkingsvormen Het algemeen bestuur van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden is bevoegd tot het mede treffen van en tot het deelnemen aan: a. een gemeenschappelijke regeling, als bedoeld in de artikelen 93 en 96 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; b. een voorziening tot samenwerking op grond van de Politiewet 2012, indien en voor zover dit verplicht of noodzakelijk is voor bepaalde taken en bevoegdheden.
Artikel 6a Deelname privaatrechtelijke rechtspersonen
Artikel 7 Deelname privaatrechtelijke rechtspersonen 1. Het algemeen bestuur kan tot oprichting besluiten van en deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen,
Zie opmerkingen bij artikel 4
Artikelnummering (van 6a naar 7) aangepast
Artikelgewijs overzicht van wijzingen Gemeenschappelijke Regeling VGGM Versie 2015 1.
2. 3.
Het algemeen bestuur kan tot oprichting besluiten van en deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. De oprichting moet in het bijzonder aangewezen worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerp besluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.
Versie februari 2024 2. 3.
Toelichting (op versie februari 2024)
coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. De oprichting moet in het bijzonder aangewezen worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerp besluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.
Artikel 7 Wijziging van taken en bevoegdheden 1. De taken en bevoegdheden van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden, genoemd in artikel 4 van deze regeling, kunnen worden gewijzigd in geval van noodzakelijke aanpassing, voortvloeiend uit landelijke en/of Europese wetgeving, indien en voor zover geen sprake is van uitbreiding van overgedragen bevoegdheden. Het algemeen bestuur dient tot de wijziging te besluiten. 2. Het algemeen bestuur deelt zijn besluit en de redenen daartoe mee aan de deelnemende gemeenten.
Volgt rechtstreeks uit wetgeving dus kan dit artikel achterwege blijven
Artikel 8 Klachtafhandeling Het algemeen bestuur kan externe klachtencommissies instellen voor de behandeling van verzoekschriften en of klachten.
Artikel 8 Klachtafhandeling Het algemeen bestuur kan een externe klachtencommissie instellen voor de behandeling van verzoekschriften en of klachten.
Feitelijke situatie is nu dat VGGM géén externe klachtencommissie heeft. Er is een interne klachtenprocedure. Daarnaast bestaat de mogelijkheid een klacht in te dienen bij de Ombudsman.
HOOFDSTUK III ORGANEN
HOOFDSTUK III ORGANEN
Artikel 9 De Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden kent de volgende bestuursorganen: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter; d. bestuurscommissies.
Artikel 9 De Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden kent de volgende bestuursorganen: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter; d. bestuurscommissies.
HOOFDSTUK IV ALGEMEEN BESTUUR
HOOFDSTUK IV ALGEMEEN BESTUUR
Verduidelijkt en vereenvoudigd:
Artikel 10 Samenstelling 1. Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. 2. De burgemeester wordt bij verhindering of ontstentenis vertegenwoordigd overeenkomstig artikel 77, eerste lid, van de Gemeentewet. 3. In afwijking van het eerste lid kunnen de deelnemende colleges, met het oog op de uitvoering van taken op het gebied van de publieke gezondheid en ambulancezorg, een extra lid afvaardigen, indien hiervoor een wettelijke grondslag bestaat. 4. Als extra lid als bedoeld in lid 3 van het algemeen bestuur kunnen uitsluitend worden aangewezen leden van de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. 5. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt zodra het extra lid ophoudt lid te zijn van het college van de deelnemende gemeente. 6. Onverminderd het bepaalde in artikel 20 van de Wet gemeenschappelijke
Artikel 10 Samenstelling 1. Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. 2. Behalve de in de wet vastgelegde deelnemers, zijn tevens als adviseurs bij de vergaderingen van het algemeen bestuur genodigd: a. de voorzitter van de bestuurscommissie Gezondheid; b. de directeur brandweer tevens zijnde commandant brandweer zoals bedoeld in de Wet; c. de directeur publieke gezondheid zoals bedoeld in de Wet publieke gezondheid, en d. de coördinerend functionaris gemeenten aangewezen op grond van artikel 36 Wet veiligheidsregio’s; e. een vertegenwoordiger van het ministerie van Defensie; f. een vertegenwoordiger van het ministerie van Justitie en Veiligheid;
In het algemeen bestuur zitten op grond van de wet Veiligheidsregio’s alleen burgemeesters. Het AB vergadert in de nieuwe situatie niet meer in gezamenlijkheid met de bestuurscommissie gezondheid (= collegevertegenwoordigers die binnen de gemeente verantwoordelijk zijn voor de taken op het gebied van de publieke gezondheid). In de wet Veiligheidsregio staat beschreven welke functionarissen tevens zijn genodigd om deel te nemen aan de vergadering van het Algemeen Bestuur. Die opsomming wordt hier niet meer herhaald.
Artikelgewijs overzicht van wijzingen Gemeenschappelijke Regeling VGGM Versie 2015
Versie februari 2024
regelingen, is het lidmaatschap van het algemeen bestuur onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden aangesteld. Voor de toepassing van dit artikel worden met ambtenaar gelijkgesteld, zij die in dienst van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. 7. De commissaris van de Koning, de hoofdofficier van justitie, bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Politiewet 1993, en een vertegenwoordiger van de waterschappen die door de voorzitters van de waterschappen, die binnen het grondgebied van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden zijn gelegen, uit hun midden is aangewezen, worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergaderingen van het algemeen bestuur. Zij hebben daarin een adviserende stem. De commissaris kan zich laten vertegenwoordigen. 8. Als adviserend lid zijn bij de vergaderingen van het algemeen bestuur aanwezig: a. de districtchef Gelderland Midden van Politie Oost-Nederland en een lid van de eenheidsleiding Politie Oost-Nederland; b. de directeur brandweer; c. de directeur publieke gezondheid zoals bedoeld in de Wet publieke gezondheid; d. de coördinerend functionaris gemeenten aangewezen op grond van artikel 36 Wet Veiligheidsregio’s; e.
De voorzitter nodigt andere functionarissen, wier aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen van het algemeen bestuur.
g. een vertegenwoordiger van de eenheidsleiding Politie Oost-Nederland. 3. De voorzitter kan andere functionarissen, van wie de aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is, uitnodigen deel te nemen aan de vergaderingen van het algemeen bestuur.
Artikel 11 Werkwijze 1. Het algemeen bestuur vergadert tenminste 2 keer per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordelen, dan wel indien tenminste drie leden daarom verzoeken. 2. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. Door het algemeen bestuur zullen de deuren gesloten worden indien ten minste drie van de aanwezige leden dit nodig achten of indien de voorzitter dit nodig acht, waarna het algemeen bestuur besluit of verder gegaan wordt met gesloten deuren. 3. Zolang er geen wettelijk grondslag aanwezig is om uitvoering te geven aan het gestelde in artikel 10, derde lid, en daar geen besluit over genomen is, vergadert het algemeen bestuur in openbare en besloten vergaderingen in gezamenlijkheid met de bestuurscommissie veiligheid en gezondheid als bedoeld in artikel 22 lid 2 van deze regeling. 4. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over: a. het vaststellen van het beleidsplan zoals genoemd in artikel 14 Wet veiligheidsregio’s; b. het vaststellen of wijzigen van de begroting; c. het vaststellen van de rekening; d. het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling; e. het vaststellen van een liquidatieplan; f. het vaststellen of wijzigen van retributies of andere heffingen; g. het vaststellen of wijzigen van verordeningen; h.
het vaststellen of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere openbare lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling.
Artikel 11 Werkwijze 1. Het algemeen bestuur vergadert tenminste 2 keer per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht. 2. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. Door het algemeen bestuur zullen de deuren gesloten worden indien ten minste drie van de aanwezige leden dit nodig achten of indien de voorzitter dit nodig acht, waarna het algemeen bestuur besluit of verder gegaan wordt met gesloten deuren. 3. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over: a. het vaststellen van het beleidsplan zoals genoemd in artikel 14 Wet veiligheidsregio’s; b. het vaststellen of wijzigen van de begroting; c. het vaststellen van de jaarrekening; d. het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling; e. het vaststellen van een liquidatieplan; f. het vaststellen of wijzigen van retributies of andere heffingen; g. het vaststellen of wijzigen van verordeningen of regelingen; h. het vaststellen of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere openbare lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling, en i. het oprichten van of de deelname in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve en andere verenigingen, dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelneming daaraan. 4. Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van
Toelichting (op versie februari 2024) Het oorspronkelijke lid 6 komt niet terug omdat hier in de praktijk geen sprake van is.
AD 1: Vereenvoudigd
Het oorspronkelijke lid 3 komt niet terug omdat de bestuurscommissies niet meer in gezamenlijkheid vergaderen met het algemeen bestuur
AD 4: in het reglement van orde wordt expliciet verwoord wanneer vergaderstukken worden
Artikelgewijs overzicht van wijzingen Gemeenschappelijke Regeling VGGM Versie 2015 i.
het oprichten van of de deelname in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve en andere verenigingen, dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelneming daaraan. 5. Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Dit reglement, en de daarin aangebrachte wijzigingen, wordt aan de deelnemende gemeenten gezonden. De artikelen 17, 19, 20, 22, 26 en 28 t/m 33 van Gemeentewet zijn overeenkomstig van toepassing. De taken van de griffier als genoemd in artikel 32a Gemeentewet worden ingevuld door de directie. 6. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter worden de stukken die van het algemeen bestuur uitgaan ondertekend door degene die krachtens artikel 19 de voorzitter vervangt.
Versie februari 2024
Toelichting (op versie februari 2024)
orde vast. Dit reglement, en de daarin aangebrachte wijzigingen, wordt aan de deelnemende gemeenten gezonden. De artikelen 17, 19, 20, 22, 26 en 28 t/m 33 van Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 5. Stukken die van het algemeen bestuur uitgaan worden ondertekend door de voorzitter en, ingevolge artikel 32a Gemeentewet, medeondertekend door een lid van de directie in de hoedanigheid als secretaris.
aangeboden aan de leden met het oog op een ordentelijke en tijdige voorbereiding van de vergadering.
Artikel 11a Verordeningen Het algemeen bestuur is bevoegd verordeningen vast te stellen, die nodig zijn ter regeling van organisatorische en huishoudelijke zaken.
Oud artikel 13, lid 1
AD 6-2015/5-2024: Verduidelijkt.
Artikel 11b Toezicht Ambulancezorg Het algemeen bestuur houdt toezicht op de uitvoering van de Regionale Ambulancevoorziening met publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid als bedoeld in artikel 16 juncto artikel 15, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen Artikel 12 De besluitvorming 1. De besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen (één stem per gemeente). Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag. 2. Met in achtneming van het gestelde in artikel 10, derde lid, en behoudens het bepaalde in lid 3 van dit artikel heeft elke gemeente in de vergaderingen van het algemeen bestuur gelijk stemrecht, ongeacht of de gemeente met één dan wel twee vertegenwoordigers in het algemeen bestuur zitting heeft. 3. Besluiten betreffende de (meerjaren-) begroting en de jaarrekening, alsmede de aan de begrotingen ten grondslag liggende (meerjaren-) beleidsplannen worden genomen op basis van gewogen stemrecht, waarbij elke gemeente voor iedere 20.000 inwoners of gedeelte daarvan één stem heeft. 4. Het stemgewicht voor elke gemeente wordt jaarlijks bepaald op basis van het inwonertal op 1 januari van het voorafgaande jaar, zoals dit is opgenomen in de bevolkingsstatistiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Artikel 13 Verordeningen 1.
Het algemeen bestuur is bevoegd verordeningen vast te stellen, die nodig zijn ter regeling van organisatorische en huishoudelijke zaken. 2. Het algemeen bestuur is bevoegd extern verbindende verordeningen vast te stellen binnen het kader van de taken en bevoegdheden van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden. 3. Voor zover een verordening als bedoeld in het tweede lid, voorziet in hetzelfde onderwerp als een verordening van een deelnemende gemeente, regelt de eerstbedoelde verordening de onderlinge verhouding. Zij kan bepalen dat de gemeentelijke verordening voor het gehele gebied dan wel voor een gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk ophoudt te gelden.
Artikel 12 De besluitvorming 1. Ieder lid van het algemeen bestuur heeft één stem. 2. De besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag. 3. Besluiten betreffende de (meerjaren-) begroting en de jaarrekening, alsmede de aan de begrotingen ten grondslag liggende (meerjaren-) beleidsplannen worden genomen op basis van gewogen stemrecht. Het stemgewicht voor elke gemeente wordt jaarlijks bepaald op basis van het inwonertal op 1 januari van het voorafgaande jaar, zoals dit is opgenomen in de bevolkingsstatistiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek, waarbij de volgende verdeling geldt: - gemeenten tot 40.000 inwoners: 1 stem - gemeenten met 40.000 tot en met 100.000 inwoners: 3 stemmen - gemeenten met meer dan 100.000 inwoners: 5 stemmen.
AD 1+2 : Vereenvoudigd
Het is niet gebruikelijk dat aan een gemeenschappelijke regeling bevoegdheden wordt toegekend voor het vaststellen van extern verbindende verordeningen. In de dagelijks praktijk is hier ook geen gebruik van gemaakt. Om die reden zijn lid 2 en 3 geschrapt. Het eerste lid is verhuisd naar artikel 11 b. Hoewel het vaststellen verordeningen voor het regelen van organisatorische en huishoudelijke zaken rechtstreeks voortvloeit uit de wet, is het eerste lid behouden omdat dit de leesbaarheid van de regeling ten goede komt
Artikelgewijs overzicht van wijzingen Gemeenschappelijke Regeling VGGM Versie 2015
Versie februari 2024 Artikel 13 Zienswijze op besluiten van het algemeen bestuur 1. Het algemeen bestuur besluit, voorafgaand aan het nemen ervan, welke besluiten ter zienswijze, als bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen, aan de raden worden voorgelegd, naast de besluiten waarvan bij of krachtens de wet is bepaald dat deze verplicht aan de raden ter zienswijze worden voorgelegd en de overige in deze regeling genoemde gevallen. 2. In ieder geval wordt aan de raden ter zienswijze voorgelegd: a. Voorgenomen besluiten van het algemeen bestuur alsmede voorgenomen besluiten van een bestuurscommissie, die voor deelnemende gemeenten ingrijpende effecten hebben voor de gezondheid of veiligheid; b. De participatieregeling als bedoeld in artikel 14; c. Het informatieprotocol als bedoeld in artikel 26, eerste lid; d. De bijdrageregeling als bedoeld in artikel 33; 3. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de zienswijzeprocedure. 4. De zienswijzetermijn bedraagt 10 weken tenzij anders in deze regeling of bij wet is bepaald.
Toelichting (op versie februari 2024) Zie algemene toelichting op de vernieuwde Wgr. De reikwijdte van de zienswijze is aanzienlijk uitgebreid. Om voor raden een integrale afweging te kunnen maken op beleidsvoornemens en andere besluiten in relatie tot de financiën, zal het vaak nodig zijn om het voorleggen van besluiten gelijktijdig voor te leggen met de ontwerpbegroting of de gewijzigde begroting. Artikel 10 Wgr gaat nader in op de zienswijzeprocedure. In sommige gevallen (o.a. deelname aan stichtingen en voornemen een bestuurscommissie in te stellen is geen sprake van zienswijze maar van “de mogelijkheid wensen en bedenkingen te uiten”. AD lid 1: Daar waar niet in de regeling of in de wet is voorzien dat aan de raden een zienswijze wordt gevraagd, beslist het algemene bestuur hierover. Het voorgenomen besluit van het algemeen bestuur over het evaluatieonderzoek als bedoeld in artikel 36, tweede lid is een voorbeeld van een besluit waarop het algemeen bestuur het wenselijk zou kunnen achten een zienswijzeprocedure uit te voeren, afhankelijk van de aard en diepgang van de gewenste evaluatie. Ad lid 4: zienswijze op begroting is 12 weken en zienswijze op kaderbrief 8 weken (artikel 32 van deze regeling)
Artikel 14 Participatie 1. Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken voor zover dat bij of krachtens de wet is vereist, of voor zover door het algemeen bestuur is bepaald, of ingeval van delegatie van bevoegdheden vanuit het algemeen bestuur aan de bestuurscommissie, door de bestuurscommissie is bepaald. De participatie vindt plaats op de in de betreffende gemeente gebruikelijke wijze of een door het algemeen bestuur bepaalde wijze, vastgelegd in een participatieregeling. 2. Bij de participatie kan een andere procedure dan die van afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd worden.
Zie algemene toelichting op de vernieuwde Wgr. De participatie kent twee gezichten: één als het eigen bevoegdheden zijn van de GR die door de wetgever zijn toegekend, vooral voor wat betreft de veiligheidstaken en een deel van de gemandateerde taken. In de participatieregeling worden die verschillende bevoegdheden ook onderscheiden en wordt nadere uitwerking gegeven aan de mogelijkheden participatie plaats te laten vinden op een in de betreffende gemeente gebruikelijke wijze. Afdeling 3.4. is volgens de Wgr de procedure die gevolgd moet worden als er geparticipeerd is. Er zijn echter verschillende besluiten denkbaar waarop toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure niet het gewenste middel is om te participeren. Een andere procedure dient in de GR mogelijk gemaakt te worden. Daarin voorziet de zin in het tweede lid.
Artikelgewijs overzicht van wijzingen Gemeenschappelijke Regeling VGGM Versie 2015
Versie februari 2024
Toelichting (op versie februari 2024) Het AB/DB of de Voorzitter, afhankelijk wie het besluit neemt over de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van het beleid is bevoegd om een andere procedure per besluit mogelijk te maken. Maar dat kan ook op voorhand in de participatieregeling vastgelegd worden.
HOOFDSTUK V DAGELIJKS BESTUUR
HOOFDSTUK V DAGELIJKS BESTUUR
Artikel 14 Samenstelling 1. Gezien de aard van de regeling, gelet op de taken op het vlak van gezondheid, wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid die artikel 14, tweede lid van de Wet Gemeenschappelijke regelingen biedt en worden twee leden van het dagelijks bestuur, niet zijnde de voorzitter, aangewezen van buiten de kring van het algemeen bestuur. 2. Het dagelijks bestuur bestaat naast de voorzitter en vicevoorzitter uit drie burgemeesters aan te wijzen door en uit de leden van het algemeen bestuur en twee wethouders lid van de bestuurscommissie veiligheid en gezondheid als bedoeld in artikel 22 lid 2. 3. Het dagelijks bestuur fungeert tevens als dagelijks bestuur van de bestuurscommissie Veiligheid en gezondheid als bedoeld in artikel 22 lid 2. 4. Bij toepassing van artikel 10, derde lid bestaat het dagelijks bestuur naast de voorzitter uit vier burgemeesters (waarvan één tevens vicevoorzitter is) en twee wethouders, aan te wijzen door en uit de leden van het algemeen bestuur en komt het derde lid van dit artikel niet tot toepassing. 5. Bij de samenstelling van het dagelijks bestuur geldt het uitgangspunt dat een evenredige geografische verdeling over de regio wordt aangehouden. Hierbij wordt de onderstaande verdeling gehanteerd: a. een burgemeester afkomstig uit de sub regio Veluwezoom (de gemeenten Arnhem, Renkum, Rheden en Rozendaal); b.
een burgemeester afkomstig uit de sub regio Liemers (de gemeenten Doesburg, Duiven, Rijnwaarden, Westervoort en Zevenaar); c. een burgemeester afkomstig uit de sub regio Overbetuwe (de gemeenten Lingewaard en Overbetuwe); d. een burgemeester afkomstig uit de sub regio West-Veluwe/Vallei (de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen); e. een wethouder afkomstig uit de sub regio West-Veluwe/Vallei (de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen); f. de wethouder volksgezondheid van de gemeente Arnhem Het algemeen bestuur kan van dit uitgangspunt afwijken. 6. De zittingsperiode van de leden van het dagelijks bestuur is gelijk aan de zittingsperiode van de raden. De leden kunnen opnieuw worden benoemd. De leden van het dagelijks bestuur blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien. 7. Indien tussentijds een plaats van een lid openvalt, wordt zo spoedig mogelijk een nieuw lid aangewezen. 8. De voorzitter en vicevoorzitter van het algemeen bestuur zijn tevens voorzitter en vicevoorzitter van het dagelijks bestuur. 9. Degene die ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur of de bestuurscommissie veiligheid en gezondheid, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.
Artikel 15 Samenstelling 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en drie leden uit het AB. Tevens is de voorzitter van de bestuurscommissie gezondheid lid van het dagelijks bestuur. 2. De leden van het dagelijks bestuur, niet zijnde de voorzitter, worden benoemd door het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur benoemt de leden van het dagelijks bestuur voor bepaalde tijd. Na afloop van deze zittingsperiode kunnen de leden van het dagelijks bestuur maximaal één keer worden herbenoemd. De leden van het dagelijks bestuur blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien. 3. Indien tussentijds een plaats van een lid openvalt, wordt zo spoedig mogelijk een nieuw lid aangewezen. 4. Degene die ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur of de bestuurscommissies, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.
Artikel 15 Werkwijze
Artikel 16 Werkwijze
Het AB benoemt de leden van het DB en kan één of meerdere vervangend voorzitters benoemen uit haar midden. De benaming vicevoorzitter is geschrapt. De zittingsperiode van een college is vier jaar. Het ligt voor de hand dat voor de bepaling van de zittingsduur aansluiting wordt gezocht bij de zittingsperiode van een college.
Artikelgewijs overzicht van wijzingen Gemeenschappelijke Regeling VGGM Versie 2015 1. Het dagelijks bestuur vergadert minimaal drie maal per jaar of zo dikwijls de voorzitter het nodig oordeelt of tenminste twee leden de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed hierom verzoeken. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden. 2. Het dagelijks bestuur stelt voor de uitvoering van zijn taken een reglement van orde vast. Op het houden en de orde van de vergadering van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 52, 53 en 54 tot en met 60 van de Gemeentewet, voor zover daarvan niet bij of krachtens wet wordt afgeweken, van overeenkomstige toepassing. 3. Besluiten van het dagelijks bestuur vinden plaats op basis van gewone meerderheid van stemmen. Bij het staken der stemmen beslist de voorzitter.
Versie februari 2024 1. Het dagelijks bestuur vergadert minimaal vier maal per jaar of zo dikwijls de voorzitter het nodig oordeelt of tenminste twee leden de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed hierom verzoeken. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden. 2. Het dagelijks bestuur stelt voor de uitvoering van zijn taken een reglement van orde vast. Op het houden en de orde van de vergadering van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 52, 53 en 54 tot en met 60 van de Gemeentewet, voor zover daarvan niet bij of krachtens wet wordt afgeweken, van overeenkomstige toepassing. 3. Besluiten van het dagelijks bestuur vinden plaats op basis van gewone meerderheid van stemmen, waarbij ieder lid één stem heeft. Bij het staken der stemmen beslist de voorzitter. 4. Besluiten die uitgaan van het dagelijks bestuur worden ondertekend door de voorzitter en, ingevolge artikel 59a, eerste lid Gemeentewet, medeondertekend door een lid van de directie in hoedanigheid als secretaris.
Artikel 16 Taken en bevoegdheden Het dagelijks bestuur oefent, voor zover het algemeen bestuur daartoe besluit en dan naar door het algemeen bestuur te stellen regelen, de wettelijk toegekende of krachtens de gemeenschappelijke regeling aan het algemeen bestuur toevallende, alsmede de door het algemeen bestuur aan de bestuurscommissie Veiligheid en gezondheid gedelegeerde bevoegdheden uit, met uitzondering van: a. het vaststellen en wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de jaarrekening; c. het vaststellen van strategische regionale plannen; d. het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen; e. het toetreden tot, uittreden uit of wijzigen van de gemeenschappelijke regeling overeenkomstig het gestelde in hoofdstuk XII; f. het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling tussen de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en andere lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke gemeenschappelijke regeling; g. het oprichten van of deelnemen in een stichting, maatschap, vennootschap, coöperatieve en andere vereniging dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelname daaraan.