CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

9 Transitievisie Warmte Rozendaal - definitieve versie 7-10.pdf

1.3 Commissievergadering 2 november 2021, gemeente RozendaalBij agendapunt: Bespreking agenda raadsvergadering d.d. 2 november 202113.639 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

36

Uitwerking van individuele gesprekken met bewoners huurwoningen de Moestuin Zorgen betreffen vooral de kwaliteit en comfort van de woningen. Er lijkt een vrij brede wens tot comfortverbetering door isolatiemaatregelen.

• • • • • • • •

Slechte isolatie (glas, gevels, muren, dak) Vocht, schimmel Houtkachels (fijnstof in de buurt) Geen dakisolatie, dakisolatie kan beter vocht in de kelder Dubbel glas is er maar kan beter Vloer en voordeur tochten Groen moet blijven/onderhoud door gemeente kan beter

(Sommige) Mensen zijn te spreken over de kwaliteit van de woning en de recente aanpak (cv-ketel). (Bredere) Kansen voor de gemeente en woningcorporatie Portaal om zich meer gezamenlijk in te zetten vwb energietransitie huurders

• • • • • •

Nieuwe ketels gekregen in 2020 Ca 20 jaar geleden geïsoleerd, lijkt nog prima Comfort is prima Wil graag zonnepanelen (3x genoemd) gemeente zet zich voor ons in veel groene tuinen

Wisselend beeld over de sociale betrokkenheid in de buurt. Initiatief voor gezamenlijke activiteiten is beperkt. Wel behoefte aan breder trekken van activiteiten dan enkel voor de eigen straat.

• • • • •

Niet direct veel contact in de buurt, wel goed contact (naaste) buren Sfeer is goed Niet veel initiatief Trotsmarkt Rozendaal (18-7) Zomerse kerkfair

Vervolgmogelijkheden:

• • •

Informatievoorziening via De Roos en website Iets organiseren met straat verderop (bijv. gebruik en onderhoud groenstrook) Wandelen met de gemeente

37

Uitwerking aanvullende tips van leerlingen ’t Rhedens (via filmpjes) Groen tegen klimaatverandering

Vasthouden van water tegen droogte:

Minder CO2 uitstoot voor de wereld en de toekomst:

-groene daken voor koelte en biodiversiteit (verhogen levensduur dak en koopwaarde huis)

-regenpijpen afkoppelen en regentonnen installeren

-meer elektrische auto’s stimuleren voor minder fossiel verbruik

-groene balkonnen, groene grenzen, groene straten voor schaduw

-meer voorlichting over verdroging en beloningen uitdelen

-meer uitleg over onderhoud en beheer van groene grenzen

-ook in bermen meer wadi’s aanleggen ter voorkoming uitdroging (waterputten daarop aansluiten)

-beschikbaar stellen van materiaal voor onderhoud van groen

-vuilnismannen kunnen misschien regenwater ophalen om wc’s mee door te spoelen?

-meer laadpalen -meer zonnepanelen -meer zonnedaken -iedereen kan een beetje helpen voor een beter milieu

-bestrating eruit, groen erin, minder tegeltuinen en meer ecotuinen en gras -plantensubsidie geven voor groenere tuinen en moestuinen -meer prullenbakken voor een schone natuur -wittere wegen tegen hittestress en ook minder brede wegen

“want de wereld, dat zijn wij!”

38

Bijlage 2 Enquêteresultaten

Enquête naar de energetische conditie van woningen in Rozendaal (juli 2021) (voorlopige resultaten) Bart Poel en Erik Kool

Werkgroep Duurzaam Rozendaal 27 september 2021

1. Inleiding In 2021 heeft de Werkgroep Duurzaam Rozendaal inwoners van Rozendaal door middel van een enquête gevraagd naar de energetische conditie van hun woning en de plannen om in de nabije toekomst maatregelen te treffen. Ook is een aantal vragen gesteld betreffende elektrische stekkerauto’s. Tenslotte bood de enquête de mogelijkheid opmerkingen toe te voegen. Deze enquête is een vervolg op een soortgelijke enquête uit 2019. Het adviesbureau Spectrum heeft de Werkgroep Duurzaam Rozendaal verzocht de conclusies uit de enquête beschikbaar te stellen om deze te betrekken bij hun rapportage naar de gemeente. Dat sloot niet helemaal aan bij onze tijdplanning, vandaar dat besloten is een voorlopige rapportage op te stellen. De resultaten zullen in een latere rapportage worden gecompleteerd en verfijnd en zo mogelijk worden vergeleken met de resultaten uit de eerste enquête uit 2019. De inzichten en aanbevelingen die uit het materiaal naar voren komen zullen in de werkgroep en met de gemeente worden besproken. Daarbij worden ook de resultaten van de buurtgesprekken betrokken. Deze voorlopige rapportage is verstuurd naar de Werkgroep Duurzaam Rozendaal, de Gemeente Rozendaal en zoals aangegeven naar Spectrum. Spectrum heeft de werkgroep ondersteund bij het in beeld brengen van de antwoorden op de vragen.

Deze rapportage geeft in korte hoofdstukken de antwoorden uit de enquêtes weer met voorlopige conclusies en aanvullende opmerkingen.

39

2. Aard van de enquête In totaal hebben 118 respondenten de enquête ingevuld, tegenover 293 in 2019. Dit betekent een dekking van ca. 17% van de woningvoorraad, tegenover 42% in 2019. Dat is weliswaar veel lagere respons, maar desalniettemin geeft het een bruikbaar beeld, temeer omdat de enquête een redelijke dekking geeft van de woningtypologieën in Rozendaal. Bij de analyse van de enquête resultaten is het belangrijk te beseffen dat het hier niet gaat om een aselecte steekproef uit de woningvoorraad; net zo min als dit gold voor de eerste enquête. Dit betekent dat, statistisch gezien, de gegevens van geen van beide enquêtes zondermeer mogen worden opgeschaald naar het totaal van de woningvoorraad. De respondenten zijn mensen die het initiatief hebben genomen de enquête in te vullen; een selecte groep dus en geen aselecte steekproef. Desondanks levert de enquête toch belangrijke inzichten in de penetratiegraad van energiebesparende maatregelen en de intentie van de inwoners om de komende jaren maatregelen te nemen. In de uiteindelijke versie van dit rapport wordt nader gekeken naar de representativiteit van de resultaten. Daartoe is de gemeente gevraagd om de feitelijke verdeling van woningtypologieën te verstrekken. Ook zal de rapportage van Spectrum mee in beschouwing worden genomen; dit om de inzichten te integreren.

3. Woningtypologie De verdeling van de soort woningen en de bouwjaarklasses geven zicht op de representativiteit voor de Rozendaalse woningvoorraad.

Woningcategorieën Van de respondenten woont ongeveer: 35% in een vrijstraande woning, 43% in een helft van een dubbel 12% in een hoekwoning 8% in een tussenwoning 2% in een appartement Ongeveer 4% van deze woningen is een monument. Bouwjaar Het bouwjaar van de woningen is als volgt verdeeld: 73% is gebouwd voor 1975 met oorspronkelijk nauwelijks isolatie 19% is gebouwd in de periode 1975 t/m 2014 met oorspronkelijk matige tot redelijke isolatie 8% is gebouwd na 2013 met goede isolatie. Uiteraard zijn veel van de oudere woningen later nageisoleerd.

40

De resultaten van woningcategorie en bouwjaarklasse zijn hieronder grafisch weergegeven en vergeleken met de verdeling uit de enquête in 2019. In vergelijking met de eerste enquête uit 2019, met een grotere respons (42%), blijkt dat de catagorieen grofweg eenzelfde patroon laten zien; wel verschillen de percentages. De verdeling over de bouwjaarklassen tussen beide enquêtes komt beter overeen, vooral als beseft wordt dat er vanaf 2019 nieuwbouw aan de voorraad is toegevoegd. De gemeente is gevraagd inzicht te geven in de feitelijke verdeling in woningtypologie, om meer zicht te krijgen op de representatieviteit van de enquête.

4. Isolatieniveau Bij de vragen over het isolatieniveau is onderscheid gemaakt tussen beglazing en naisolatie. Naisolatie speelt vooral bij de 73% woningen van voor 1975 en bij het oudere deel van de woningen uit de periode 1975 – 2014.

Beglazing Er is onderscheid gemaakt tussen de beglazing in de woonkamer en de slaapkamers vanwege het verschil in binnentemperatuur. De resultaten voor de woonkamer en de slaapkamers zijn in de grafieken weergegeven. woonkamer

slaapkamers

Er is al redelijk veel HR-glas geplaats, ongeveer 50%; iets meer in de woonkamer en iets minder in de slaapkamers. Het percentage ‘voornamelijk enkel glas’ is 4% voor de woonkamer en 8% in de slaapkamers. Veel woningen (ca. 45%) hebben het oude dubbelglas. Het is belangrijk te beseffen dat dubbel glas een levensduur heeft van ongeveer 20 jaar (plus of min 5 jaar). Het dubbel glas zal na ca. 20 jaar een waas geven tussen de glasplaten. Dit ontstaat doordat vocht door de, oud geworden, omranding diffundeert. Op dat moment is het glas aan vervanging toe. Het oude dubbel glas in de woningvoorraad is daarom de komende jaren aan vervanging toe; het zit al zo’n 15 tot 25 jaar in de woning. Uit de grafieken blijkt dat er dan een vervangingspotentieel van ongeveer 50% van de beglazing is (enkel en oud dubbel glas), waarmee een forse energiebesparing kan worden gerealiseerd. Conclusie: Het is te verwachten dat de komende 5 á 10 jaar, in 50% van de hele Rozendaalse woningvoorraad enkel en oud dubbel glas vervangen gaat worden door HR++ glas van een goede

41

kwaliteit. Hier en daar zal wellicht ook drievoudige beglazing worden toegepast als er ook kozijnvervanging aan de orde is. NB. Wat dit kan betekenen voor het gemeentelijk beleid, moet nader worden besproken.

Naisolatie van de constructie Ongeveer 30% van de respondenten heeft de woning niet nageïsoleerd. Daar zitten woningen bij die niet nageïsoleerd kunnen worden, maar ook woningen die tijdens de bouw al goed zijn geïsoleerd. Dit is dus niet het naisolatie-potentieel. Gevelisolatie is de meest toegepaste isolatiemaatregel (58% van de respondenten). Dak- en vloerisolatie liggen beide op ca. 45%. Subsidieverstrekking Ongeveer 27% van de respondenten gaf aan voor deze maatregelen subsidie te hebben gekregen. Dat speelt over een periode van vele jaren, waardoor niet eenduidig is vast te stellen van welke subsidieregeling gebruik is gemaakt. NB. Nadere analyse geeft mogelijk meer helderheid over het potentieel aan uit te voeren naisolatie. Ook lijkt het van belang nader te kijken naar te stimuleren pakketten van maatregelen en een collectieve aanpak. Dat wil zeggen, niet simpel collectieve inkoop, maar vooral ook een collectief toegesneden pakket maatregelen met bijbehorende communicatie.

5. Ventilatie Ventilatie is noodzakelijk voor een gezond binnenmilieu. Te veel ventilatie is overbodig en kan leiden tot substantieel energieverlies. Ventilatievoorzieningen worden onderverdeeld in drie systemen: -

Natuurlijke ventilatie, De woning is voorzien van roosters in de gevel en verticale bouwkundige kanalen. Afhankelijk van de winddruk en thermische trek treedt er een ongecontroleerde luchtverversing op; kieren en naden zorgen ook voor luchtuitwisseling. Veelal zijn er afzuigkappen en badkamerventilatoren toegevoegd om de ventilatie wat te verbeteren. Natuurlijke ventilatie is onbetrouwbaar, soms is er te weinig ventilatie en veelal is er te veel ventilatie. Het systeem is nauwelijks of niet regelbaar.

-

Mechanische afzuiging De lucht wordt op een aantal plaatsen in de woning afgezogen via kanalen door een ventilatiebox die meestal op zolder is geplaatst. De lucht wordt toegevoerd via roosters in de gevel. Deze voorziening is redelijk regelbaar met de drie-standen schakelaar, onder voorwaarde dat de toevoerroosters in de gevel zijn geopend.

-

Balansventilatie met warmteterugwinning (WTW)

Hierbij wordt zowel mechanisch afgezogen als ook mechanisch lucht toegevoerd. Dat gebeurd via een kanalen systeem voor aan- en afvoer. De afgevoerde lucht en de aangezogen lucht komen bij elkaar in de ventilatie-unit. Daar wordt de warmte uit de afgevoerde lucht met een WTW over gebracht naar de toetredende buitenlucht, die zo wordt voorverwarmd. Het warmteverlies door ventilatie wordt dan met 85 tot 95% gereduceerd.

Ventilatievoorzieningen Het overgrote deel 76% van de respondenten heeft een natuurlijk ventilatiesysteem; 18% heeft mechanische afzuiging en 6% heeft balansventilatie.

42

Natuurlijke ventilatie (76%) Het overgrote deel van de woningen heeft natuurlijke ventilatie. Dat is een belangrijk aandachtspunt bij het aanbrengen van isolatiemaatregelen. Door spouwisolatie is te verwachten dat naden tussen gevel en kozijnen enigermate worden gedicht. Ook bij dakisolatie zal veelal de luchtdichting verbeteren. Er is een reële kans dat de natuurlijke ventilatie, die al van twijfelachtige kwaliteit is, onvoldoende wordt als veel kieren worden gedicht. Om dat te compenseren is het belangrijk dat roosters in de gevel open staan of raampjes op een kier zijn gezet voor voldoende luchttoevoer. De praktijk wijst uit dat dit zelden gebeurt. Dit probleem is eerder aan de orde gekomen tijdens het Nationaal Isolatie Programma en de jaren 80. Toen heeft het dichten van kieren (de toenmalige “kierenjacht”) geleid tot meer vochtproblemen en slechtere binnenlucht kwaliteit. Vervolgens was landelijke voorlichting nodig om mensen te wijzen op een juist ventilatiegedrag, overigens zonder veel succes. Voorkomen is dus beter. mechanische afzuiging (18%) Bij deze vorm van ventileren wordt de warme binnenlucht centraal verzameld in de ventilatie-unit en naar buiten geblazen. De mogelijkheid bestaat de warmte uit de afgezogen lucht te halen en deze te gebruiken voor de verwarming van het tapwater of ruimteverwarming.

Daarmee worden de warmteverliezen door ventilatie teruggedrongen. Dat gebeurd met een warmtepompboiler of een hybride warmtepomp in combinatie met een verwarmingsketel.. balansventilatie (6%) Het zal duidelijk zijn dat gebalanceerde ventilatie met WTW de meest energiezuinige oplossing is. Conclusie: er is de nodige winst te behalen door de ventilatievoorzieningen te verbeteren en daarbij energie te besparen. Een voorwaarde daarbij is dat de kwaliteit van de binnenlucht voorop staat. Met name bij woningen met natuurlijke ventilatie is dat een uitdaging. Het is van belang na te gaan welke ventilatieopties voor welk type woningen in beeld zijn.

6. Verwarming De verwarming is onder te verdelen in ruimteverwarming en tapwaterverwarming

Ruimteverwarming Zoals te verwachten verwarmt het overgrote deel (86%) van de respondenten de woning met een gasgestookte cv-ketel. Ongeveer 5% is voorzien van een warmtepomp voor ruimteverwarming. Dan is er nog een restgroep met verschillende soorten ruimteverwarming variërend van elektrische radiatoren en pelletkachels tot lokale gashaarden. Conclusie: de ketels hebben een levensduur van 15 tot 20 jaar en dat betekent dat er de komende decennia op natuurlijke momenten kan worden overgestapt op gasloos, met dien verstande dat daar, waar collectieve oplossingen voor warmtelevering worden gepland het overstapmoment niet samenvalt met ketelvervanging. Als gasloze oplossing voor individuele bestaande woningen ligt een warmtepomp voor de hand. In principe kan een woning ook elektrisch worden verwarmd, maar dit vraagt veel meer elektriciteit dan de inzet van een warmtepomp, alhoewel een warmtepomp een grote investering is. Bij heel energiezuinige woningen kan elektrische verwarming wel een goede keus zijn. Aandachtspunten: Een warmtepomp levert een warmwater met een temperatuur die lager is dan bij een gasketel. Er is een lage temperatuur verwarmingssysteem (LTV) nodig. Dit betekent dat de warmteafgifte-elementen de woning warm moet krijgen bij een lagere toevoertemperatuur. Vloerverwarming is een systeem dat bij lage temperatuur werkt.

Dat geldt niet zondermeer voor radiatoren in de bestaande bouw, die moeten veelal worden aangepast. 43

Het is wezenlijk om, voor de woningen waarvoor dat speelt, vroegtijdig een strategie op te stellen of en hoe de overstap naar LTV-afgifte systemen kan worden vormgegeven.

Tapwaterverwarming

Ook voor tapwaterverwarming is de conventionele voorziening dominant. Ca. 80% van de woningen uit de enquête verwarmd zijn tapwater met een combi-ketel op gas. Verwarming door een gasboiler of geiser komt voor bij 8% van de huishoudens; 6% heeft een elektrische boiler en een warmtepomp is bij 6% van de woningen geïnstalleerd. Bij 7% is aangegeven dat er gebruik wordt gemaakt van zonnecollectoren, waarschijnlijk in combinatie met een combi-ketel of elektrische boiler. Daar wordt nog nader naar gekeken (zie de definitieve versie).

Conclusie: er is nog een redelijk groot besparingspotentieel voor tapwaterverwarming. Welke oplossingen daarbij prevaleren is mede afhankelijk van de toekomstige keuze voor de ruimteverwarming; dit vanwege het combineren van één unit voor beide functies.

7. Zonnepanelen Uit de enquête blijkt dat 53% van de respondenten zonnepanelen heeft geïnstalleerd. Het totale aantal m2 zonnepanelen opgegeven door de 62 respondenten is 1350 m2; gemiddeld per woning is dat 22 m2. In de enquête van 2019 was dit 15%. Conclusie: Als er van uitgagaan mag worden dat de enquêteresultaten onderling vergeleken mogen worden is dat dus een forse toename.

8. Plannen voor verdere maatregelen de komende 5 jaar Van de respondenten geeft 55% aan de komende 5 jaar geen plannen te hebben voor het treffen van maatregelen; 45 % is dat wel van plan. In het totaal gaven 52 respondenten aan van plan te zijn om de volgende maatregelen te treffen.Wat opvalt is dat ruimteverwarming en zonnepanelen het hoogst scoren. Dat is wellicht te verklaren doordat de plaatsing van zonnepanelen over het algemeen een eenvoudige ingreep is en dat ketelvervanging een natuurlijk moment van heroverweging is. Het isoleren van de constructie scoort minder hoog. Dat geldt zeker ook voor isolerende beglazing. De meeste bewoners zijn zich niet bewust van het feit dat isolerende beglazing een beperkte levensduur heeft en vervanging dus aan de orde is. Opvallend is dat ventilatie en kierdichting niet wordt genoemd, terwijl het uit het oogpunt van binnenluchtkwaliteit en energieverlies een belangrijk aspect is.

44

Conclusie: Er is enige bereidheid tot het nemen van maatregelen. Vanuit de gemeente is het van belang te stimuleren de goede maatregelen te laten nemen, die niet remmend werken op de energietransitie. Voorts is er vooral belangrijk om voor de 55% die geen plannen heeft na te gaan wat daar de drijfveren en blokkades zijn, om vervolgens een toegesneden communicatie en ondersteuning vorm te geven voor deze groep.

9. Elektrisch rijden De figuur geeft de antwoorden weer voor dit thema. Van de respondenten heeft 13% een elektrische stekkerauto en 26% is van plan de komende vijf jaar één aan te schaffen. Ongeveer 20% is geïnteresseerd in een elektrische deelauto en 22% is niet van plan elektrische te gaan rijden. De categorie ‘overig’ bestaat uit mensen die bijvoorbeeld een hybride auto hebben, mensen die fietsen of geen auto hebben. Conclusie: het bezit aan elektrische auto’s zal fors toenemen de komende jaren, wellicht naar ca. 40% bij de respondenten. Dat vraagt om gemeentelijk beleid ten aanzien van publieke en oplaadpunten en het eventueel stimuleren van particuliere oplaadpunten. Naar de toekomst toe zijn er wellicht mogelijkheden om de batterijen in de auto’s in te zetten als opslagcapaciteit voor het elektriciteitsnet.

45

10. Tot slot • Er kunnen nog veel stappen worden gezet als het gaat om reductie van de energievraag. • Het is noodzakelijk dat de sociale huurwoningen binnen een redelijke termijn (maar snel) worden verduurzaamd. Er zijn comfortklachten en de hoge energiekosten zijn strijdig met de sociale doelstelling van corporatie. • Er is een redelijke bereidheid onder de inwoners, alhoewel een belangrijk deel geen plannen heeft maatregelen te nemen. • Naarmate de nadere invulling van de warmtetransitie en de energietransitie in beeld komt, wordt het ook belangrijk de daarop toegesneden aanpak op voor de woningen (individueel of collectief) centraal te stellen. De vraag is hoe dat zou kunnen in een stimuleringsstrategie die gefocust is op de enkelvoudige maatregelen. Mogelijk dat er meer in maatregelpakketten gedacht kan worden voor bepaalde woningtypen in de gemeente. Als we de uiteindelijke stap naar gasloos maken is er een meer gestructureerde aanpak noodzakelijk. Dat is overigens ook waar de inwoners om vragen. • Het is aan te bevelen om bij het stimuleren van isolatiemaatregelen wat breder te kijken en comfort en binnenluchtkwaliteit mee te nemen. • Er lijkt veel bereidheid voor de overstap naar elektrisch rijden en de optie van een elektrische deelauto. De gemeente kan dit in haar beleid faciliteren en stimuleren.

• Het is om tal van redenen cruciaal een goed afgestemde anticiperende communicatie met de inwoners vorm te geven voor de komende jaren. Daarbij zijn continuïteit en consistentie, maar zeker ook flexibiliteit en proactief handelen wezenlijk. Meerdere partijen hebben daarin een rol (gemeente, rijk, werkgroep DR, bewoners afvaardigingen, externe adviseurs, etc.) NB. In de uiteindelijke rapportage zullen deze samenvattende punten nader ingevuld en uitgebreid worden.

46

Bijlage 3 Overzicht duurzame warmteopties We beschrijven onderstaand de verschillende mogelijkheden voor duurzame warmte alternatieven. We maken daarbij onderscheid in individuele oplossingen (all-electric), collectieve oplossingen (warmtenet) en hernieuwbare gassen.

Individueel – all-electric Bij all-electric wordt de woning geheel elektrisch verwarmd, bijvoorbeeld met behulp van een warmtepomp. Bij all-electric oplossingen gaat het meestal om lagetemperatuur (LT) verwarming. Deze manier van verwarmen vereist dat de woning goed is geïsoleerd. Vaak zijn ook bepaalde aanpassingen aan het verwarmingssysteem nodig. Denk aan het aanleggen van vloer- of wandverwarming of de vervanging van conventionele radiatoren door radiatoren die geschikt zijn voor lagetemperatuur verwarming. De benodigde elektriciteit kan deels op de eigen woning opgewekt worden door middel van zonnepanelen, mits het dakvlak voldoende groot is en het dak een juiste oriëntatie heeft. Warmtepomp Een warmtepomp verwarmt het huis als een soort ‘omgekeerde koelkast’. Een warmtepomp haalt warmte uit een omgevingsbron (lucht of bodem) en geeft deze warmte binnenshuis af op een relatief lage temperatuur. Woningen moeten dan ook heel goed geïsoleerd zijn (energielabel A of beter) en vaak ook beschikken over een vloer-verwarmingssysteem of speciale radiatoren. De warmtepomp zorgt ook voor warm water om mee te douchen. Lucht-water warmtepompen maken gebruik van lucht als warmtebron. Dit type heeft een soort airco die lucht van buiten opneemt en hieruit warmte genereert. Een water-water warmtepomp haalt warmte uit de bodem van 50 tot 150 meter diepte.

De aanleg van zo’n warmtepomp is ingrijpender en duurder, omdat hier voor de aanleg grondboringen nodig zijn. Ze zijn wel efficiënter en maken minder geluid. Grootschalige toepassing van individuele elektrische warmtepompen leidt ertoe dat het elektriciteitsnetwerk verzwaard moet worden. Warmtepompsystemen hebben ook de mogelijkheid om te koelen. De laatste jaren neemt de vraag naar koeling in woningen toe. Koeling wordt een steeds belangrijker aspect bij de energiehuishouding, immers de zomers worden warmer en daarmee de koelbehoefte groter. Door te koelen wordt ook warmte geproduceerd. Door deze warmte efficiënt te benutten, bijvoorbeeld lokaal op te slaan kan de warmte later ook weer efficiënt benut worden, waarmee het gehele energiesysteem efficiënter wordt. Een goede isolatie helpt in beide gevallen; het houdt warmte buiten in de zomer en warmte binnen in de winter. Hierdoor vermindert de totale behoefte aan energie. Hybride warmtepomp Een warmtepomp kan ook gecombineerd worden ingezet met een andere/ al aanwezige warmtetechniek. We spreken dan van een hybride warmtepomp. De hybride warmtepomp wordt meestal gecombineerd met een gasketel maar dit kan ook een combinatie van warmtepomp en houtkachel of gaskachel zijn. De hybride warmtepomp verwarmt de woning met de warmtepomp gedurende de milde dagen maar stookt bij op piekmomenten en zeer koude dagen.

Dit maakt het mogelijk om een groot deel van de warmtevraag in te vullen met de warmtepomp zonder de woning helemaal naar energielabel A te hebben geïsoleerd. Bij een energielabel B kan het aardgasverbruik van de woning toch al snel 70% worden verminderd. De hybride warmtepomp wordt zodoende als een goede transitietechniek gezien.

47

Photovoltaïsch Thermische panelen (PVT) De nieuwe generatie thermische zonnepanelen halen gedurende een langere tijd warmte uit de omgeving, niet alleen uit zon, maar ook uit licht en buitenlucht. Voldoende om zonder opslag als bron te kunnen dienen voor een warmtepomp in een woning of in de wijk. Door ontwikkeling van warmteopslag kunnen (op termijn) thermische zonnepanelen ook een groot deel van het jaar een gebouw direct verwarmen. Met beperkte inzet van een warmtepomp kunnen ze het hele jaar door warmte voor ruimteverwarming en warm tapwater leveren. Infraroodpanelen Infraroodpanelen geven stralingswarmte af naar een bepaalde plek in de kamer. Zit men in de stralingswarmte dan voelt dat comfortabel, ook al is de luchttemperatuur eromheen lager. Voor hoofdverwarming zijn infrarood (IR)-panelen minder geschikt. Hiervoor lenen individuele elektrische warmtepompen zich beter, omdat ze minder elektriciteit gebruiken. Voor specifieke situaties zoals tijdelijke verwarming van gebouwen die zeer goed geïsoleerd zijn (passiefbouw), kunnen infraroodpanelen een goede oplossing zijn. Een infrarood-paneel als bijverwarming kan het energieverbruik van de hoofdverwarming verminderen.

Collectief – warmtenetten Collectieve warmtealternatieven zijn warmtesystemen waarbij meerdere gebouwen of woningen zijn aangesloten op dezelfde warmtebron. De warmte wordt via een lokaal warmtenet getransporteerd naar de individuele woningen of gebouwen. Een warmtenet komt in drie smaken; met een hoge-, een midden- of een lage-temperatuurbron. Dit hangt af van de warmtebron die het warmtenet voedt. Hoge temperatuur bronnen HogeTemperatuur- warmte (> 70°C) komt bijvoorbeeld van afval- en energiecentrales. Hetzelfde geldt voor geothermie ofwel aardwarmte. Ook restwarmte van industrie kan van hoge temperatuur zijn. Dit soort collectieve alternatieven met hoge temperatuur kunnen een gebouw direct verwarmen zonder dat daar aanpassingen aan de woning voor nodig zijn. Afstand tot de bron en bebouwingsdichtheid zijn wel van belang. Wanneer de afstand te groot is, zijn er te lange leidingen nodig en gaat er te veel warmte verloren. Ook moeten er voldoende afnemers zijn van het warmtenet. Voor gebieden met een lage bebouwingsdichtheid zijn warmtenetten relatief duur en daarom minder geschikt. Het is dus noodzakelijk voor de financiële haalbaarheid en duurzaamheid van een HogeTemperatuur-warmtenet dat de warmte binnen een korte afstand kan worden geleverd en bij een groot aantal huishoudens. De bebouwingsdichtheid (het aantal gebouwen per km2) moet hoog zijn.

Geothermie heet ook wel diepe aardwarmte en is warmte afkomstig uit de aarde (hoe dieper in de aarde, hoe hoger de temperatuur). Er bestaan drie typen: ondiepe geothermie (<500 meter), diepe geothermie (500-4.000 meter in de bodem) en ultradiepe geothermie (>4.000 meter). Geothermie van hoge temperatuur (diep) wordt haalbaar wanneer er voldoende vraag is vanuit de industrie, glastuinbouw en/of de gebouwde omgeving. Cijfermatig betekent dit dat het haalbaar wordt wanneer er minimaal 3.000-5.000 Woning- EQuivalenten (WEQ) aangesloten kunnen worden. In de regio wordt op dit moment onderzoek gedaan naar de potentie van geothermie. Het is daarom nog onbekend of geothermie een bijdrage kan leveren aan de warmtetransitie.

48

Midden en lage temperatuur bronnen Bronnen die een lagere temperatuur leveren zijn restwarmte van minder intensieve industriële activiteiten, een warmte- en koudeopslaginstallatie of warmte die uit een rivier of kanaal wordt gehaald. Een collectief systeem op MiddenTemperatuur (tussen 40°C en 70°C) vereist wel goede isolatie. Ook is een tweede technologie nodig om warm tapwater te leveren, zoals een elektrische boiler. Een optie is om MiddenTemperatuur -warmte met een collectieve HogeTemperatuur warmtepomp eerst centraal op te warmen tot een hoge temperatuur en vervolgens alsnog via een warmtenet te transporteren. Naast HoogTemperatuur collectieve systemen zijn er ook LaagTemperatuur warmtenetten (<40°C). Voorbeelden zijn Warmte-KoudeOpslag (WKO) en thermische energie uit oppervlaktewater of afvalwater (aquathermie). Dit zijn bronnen die warmte winnen uit de bodem en het riool- of oppervlaktewater. Thermische energie uit oppervlaktewater, kortweg TEO, is duurzame warmte die aan het oppervlaktewater onttrokken kan worden en warmtenetten kan voorzien van warmte. Thermische energie uit afvalwater van de rioolwaterzuivering noemen we TEA. Vanwege de lage temperatuur van de bronnen moet de temperatuur op individueel of collectief niveau met een warmtepomp omhoog gebracht worden naar ten minste 35°C. Bij deze vorm van warmtelevering is vergaande isolatie nodig.

Maar de koudere bron maakt het mogelijk om in de zomermaanden (passief) te koelen. Als het om een warmtenet op basis van lage temperatuur gaat, is er voor het water om te douchen een aanvullende oplossing nodig.

Hernieuwbaar gas Ook zijn er alternatieven die zowel individueel als collectief toepasbaar zijn. Dit is het geval bij hernieuwbaar gas. Hernieuwbaar gas kan in de vorm van groengas of waterstofgas toegepast worden en maakt gebruik van het bestaande gasnet. De (bestaande) gasnetten kunnen duurzame gassen als groengas en waterstofgas naar gebouwen vervoeren. Bij de overstap op waterstofgas zijn er wel aanpassingen in de woning nodig, zoals een nieuw kookstel en cv-ketel. De toekomstige beschikbaarheid van deze duurzame gassen staat echter nog ter discussie. Enerzijds hebben duurzame gassen veel voordelen. Bij het gebruik van groengas of waterstofgas kan namelijk het bestaande gasnet gebruikt worden en HogeTemperatuur-warmte worden geleverd. Groengas en waterstofgas hebben daardoor het voordeel dat ze geen grote ingrepen in de openbare ruimte en relatief beperkte ingrepen in het gebouw vragen. Anderzijds zien we ook uitdagingen rondom het gebruik van duurzame gassen. Het huidige aanbod van duurzame gassen is beperkt en de toekomstige beschikbaarheid onzeker. Zo is de toekomstige beschikbaarheid van groengas geproduceerd uit mest een aandachtspunt vanwege de krimpende veestapel. Daarnaast is er nog veel onduidelijkheid over de nationale verdeling van duurzame gassen.

Momenteel worden de industrie en het zwaar transport als sectoren gezien waar duurzame gassen het meest bijdragen aan verduurzaming.

49

Bijlage 4 Financieringsmogelijkheden

Enkele financieringsmogelijkheden op een rijtje: Subsidies Proeftuinen aardgasvrij, Ministerie Binnenlandse Zaken Gemeenten kunnen tot en met 1 november 2021 een rijksbijdrage aanvragen voor de laatste ronde proeftuinen aardgasvrije wijken. In deze derde ronde moet isoleren onderdeel van de aanpak zijn en behoren stapsgewijze oplossingen waarmee veel CO2 bespaard kan worden ook tot de mogelijkheden. Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE), RVO Woningeigenaren kunnen subsidie aanvragen voor zonneboilers, warmtepompen, aansluiting op warmtenet en isolatiemaatregelen. Voor zakelijke gebruikers is er subsidie beschikbaar voor zonneboilers en warmtepompen, Daarnaast kan subsidie aangevraagd door bedrijven voor kleinschalige windturbines en zonnepanelen. VVE's kunnen bovendien subsidie aanvragen voor aansluiting op een warmtenet. Provincie Gelderland Bedrijfscollectieven kunnen subsidie aanvragen voor inhuur van externe deskundigen voor een energiescan. Zowel voor het werven van bedrijven/instellingen als het begeleiden van deze bedrijven/instellingen bij de inventarisatie van maatregelen. Gemeenten kunnen subsidie aanvragen voor procesondersteuning bij Wijk van de Toekomst trajecten. Gemeenten kunnen subsidie aanvragen voor professionaliseren en vergroten bekendheid energieloketten.

Leningen Het Nationaal Warmte Fonds Dit fonds biedt energiebespaarleningen tegen lage rente voor woningeigenaren,VvE's en scholen. Gemeente heeft duurzaamheids- en stimuleringsregelingen en verstrekt hiervoor leningen (SVn product) Diverse Europese subsidies kunnen ondersteuning bieden in de vorm van procesgeld of subsidie voor aanleg van nieuwe infrastructuur. Diverse hypothecaire leningen: deze zijn rendabel vanaf €15.000,- in verband met de bijbehorende administratie- en advieskosten.

Overig Collectieve inkoop acties kunnen zorgen voor lagere kosten per maatregel, bijvoorbeeld isolatie en zonnepanelen. Gebouwgebonden financiering is nu nog niet mogelijk, maar is in onderzoek op nationaal niveau.

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=a43f2a15-e798-448c-b531-cc030a6e6fd6