CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

9. Bijlage RV Nieuwe ASV 2023: Toelichting.docx

1.3 Commissievergadering 13 december 2022, gemeente RozendaalBij agendapunt: Bespreking agendapunten raadsvergadering 13 december 2022:1.897 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting Algemene subsidieverordening Rozendaal 2023 Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begripsomschrijvingen De begrippen “eenmalige subsidie” en “jaarlijkse subsidie” zijn overgenomen uit de vorige Algemene Subsidieverordening 2019, vastgesteld in de raadsvergadering van 11 december 2018. Zij zijn nog steeds actueel. De formulering is aangescherpt. Artikel 2. Reikwijdte Eerste lid Met het eerste lid krijgt het college de bevoegdheid toegewezen om te besluiten over het verstrekken van subsidies waarop de Algemene subsidieverordening (hierna: ASV) van toepassing is. Het gaat hierbij in beginsel over alle subsidies op de genoemde beleidsterreinen, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies waar overeenkomstig artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht geen wettelijke grondslag nodig is. Tweede lid Art 2 lid 2 geeft het college de ruimte om beleidsterreinen toe te voegen. Derde lid Ten aanzien van subsidies waarvoor overeenkomstig artikel 4:23, derde lid, van de Awb geen wettelijke grondslag nodig is (zoals bijvoorbeeld incidentele subsidies) is de ASV in beginsel niet van toepassing. Dit lid geeft het college de bevoegdheid om de ASV (deels) van toepassing te verklaren als daartoe aanleiding bestaat. Artikel 3.

Subsidieregeling Met dit artikel verplicht de raad het college om in nadere regels, hier en verder “subsidieregeling” genoemd, de te subsidiëren activiteiten te bepalen. Voor zover het college iets wenst te regelen met betrekking tot de doelgroepen die voor subsidie in aanmerking komen, de berekening van de subsidie en de wijze van uitbetalen, dient dit eveneens in de subsidieregeling te gebeuren. In andere artikelen van ASV worden andere bevoegdheden gedelegeerd die betrekking hebben op de inhoud van de subsidieregeling: het afwijken van termijnen, het verbinden van bepaalde verplichtingen aan de subsidie en de wijze van verdelen van het subsidieplafond. Artikel 4 Bevoegdheid college en verantwoording Eerste lid Het college besluit ingevolge het eerste lid binnen de daarvoor door de raad vastgestelde kaders, zoals neergelegd in de gemeentebegroting en deze Algemene subsidieverordening. Dit betekent dat het college geen subsidies kan verlenen, die niet stroken met de door de raad vastgestelde algemene regels. Met besluiten over het verstrekken van subsidies in plaats van verlenen van subsidies wordt beoogd de bevoegdheid te besluiten over het gehele subsidieproces; dus ook het bevoorschotten, lager vaststellen, terugvorderen en dergelijke. In het eerste lid is bepaald dat het college daarbij de gemeentebegroting en subsidieplafonds in acht neemt.

Als de gemeentebegroting nog niet is vastgesteld en er formeel dus nog geen financiële ruimte door de raad beschikbaar is gesteld, wordt subsidie slechts verleend onder de voorwaarde dat de raad daarvoor geld beschikbaar zal stellen, het zogenoemde begrotingsvoorbehoud.

Toelichting op Algemene subsidieverordening Rozendaal 2023, vastgesteld in de raadsvergadering van 13 december 2022 1

In het tweede lid is de bevoegdheid van het college geregeld om voorwaarden aan de subsidie te verbinden. Zie hiertoe ook artikel 4:33 Awb en voor het verschil met verplichtingen: artikel 4:37 Awb. Tweede lid Ook de bevoegdheid om aan een subsidiebeschikking een verplichting te verbinden, berust bij het college. In beginsel is in afdeling 4.2.4 Awb zeer uitvoerig en nauwgezet bepaald welke verplichtingen onder welke voorwaarden bij een subsidieverlening kunnen worden opgelegd en kunnen alle toegestane verplichtingen in beginsel bij subsidieverlening of subsidiewijziging worden opgelegd. Derde lid Het derde lid is specifiek voor de gemeente Rozendaal en regelt een algemene verantwoording van het college aan de raad. Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud Het college kan de subsidieplafonds vaststellen (lid 1); bij de bekendmaking daarvan wordt tevens de door hen bepaalde wijze van verdelen vermeld (eerste lid in combinatie met artikel 4:26, tweede lid, van de Awb) en wordt er, indien van toepassing, gewezen om de mogelijkheid het subsidieplafond te verlagen (tweede en derde lid). De raad stelt uiteraard nog steeds de financiële kaders vast (in de begroting). Het is binnen die kaders dat het college vervolgens de subsidieplafonds kan vaststellen.

Het college, dat via artikel 2 van de ASV de bevoegdheid gedelegeerd heeft gekregen om te besluiten over het verstrekken van subsidies, is verder verplicht – in lijn met de mogelijkheid van artikel 4:34, eerste lid, van de Awb – (in bepaalde gevallen) om bij het gebruik maken van deze gedelegeerde bevoegdheid een begrotingsvoorbehoud te maken (vierde lid). Artikel 6. Aanvraag Eerste lid In het eerste lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie schriftelijk dient te worden gedaan. Met “schriftelijk” is meer bedoeld dan “op papier geschreven”. Zo kan een aanvraag ook digitaal worden gedaan, mits het college het door hem vastgestelde formulier ook in digitale vorm beschikbaar heeft gesteld. In alle gevallen is van belang, dat het aanvraagformulier is voorzien van de benodigde handtekeningen. Tweede en derde lid In het tweede en derde lid is bepaald welke stukken en gegevens bij de aanvraag overlegd dienen te worden. Vierde lid Bij subsidieregeling kan het college besluiten hiervan af te wijken. Artikel 7. Aanvraagtermijn De aanvraagtermijnen zijn afhankelijk van het soort subsidie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen jaarlijkse subsidies die per kalenderjaar of per boekjaar (indien dit afwijkt van het kalenderjaar) worden verstrekt, eenmalige subsidies en andersoortige subsidies.

Vierde lid Bij subsidieregeling kan het college besluiten af te wijken van de aanvraagtermijnen die vastgesteld zijn in het eerste tot en met derde lid. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan subsidies voor activiteiten waarover op zeer korte termijn een besluit moet worden genomen. Niet alle activiteiten kunnen lang van te voren worden gepland. Een aanvraagtermijn van twee weken voorafgaand aan de activiteit lijkt een redelijk minimum. Toelichting op Algemene subsidieverordening Rozendaal 2023, vastgesteld in de raadsvergadering van 13 december 2022 2

Artikel 8. Beslistermijn Hier worden de termijnen gegeven waarbinnen het college gehouden is te beslissen op een aanvraag voor subsidie. In de Awb staan geen strikte beslistermijnen op een aanvraag om subsidie. Ook hierbij is onderscheid gemaakt tussen subsidies per kalenderjaar of boekjaar, en andere. Bij subsidieregeling kan het college besluiten af te wijken van de beslistermijnen die vastgesteld zijn in het eerste en tweede lid (derde lid). Artikel 9. Weigerings- intrekkings- en terugvorderingsgronden Eerste lid In eerste lid zijn naast de algemeen geldende weigeringsgronden van artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb, nog enkele facultatieve weigeringsgronden opgenomen. Het college kan in deze gevallen weigeren, maar is daartoe niet verplicht. Onderdelen a, d en e spreken voor zichzelf. Onderdeel b geeft de mogelijkheid de subsidie te weigeren als de aanvrager over voldoende eigen middelen beschikt. Onderdeel f ten slotte geeft het college de bevoegdheid in een subsidieregeling nog andere weigeringsgronden op te nemen, bijvoorbeeld weigeringsgronden die specifiek met de te subsidiëren activiteiten samenhangen. Tweede lid Het tweede lid betreft het geval dat de aanvrager van een subsidie de toets van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob) niet kan doorstaan.

Bij deze weigeringsgrond is niet van belang of de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, op zichzelf beoordeeld subsidiabel zijn. Het gaat hierbij louter om de integriteit van de persoon dan wel rechtspersoon van de aanvrager aan wie het college op grond van de Wet Bibob geen subsidie wenst te verlenen. Naast subsidie weigeren, kan het college in dergelijke gevallen ook een reeds verleende en vastgestelde subsidie intrekken. Artikel 10 Verantwoording Dit artikel spreekt voor zichzelf en behoeft geen nadere toelichting. Artikel 11. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger Dit artikel bevat een meldingsplicht (eerste lid) en informatieplicht (tweede lid) die voor alle subsidieontvangers geldt. Artikel 12. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen Dit artikel bevat een aanvullende bevoegdheidsgrondslag voor het college om aan de subsidie bepaalde “bijzondere” verplichtingen te verbinden, in aanvulling op wat reeds mogelijk is direct op grond van de Awb (zie artikel 4:37 van de Awb). De artikelen 4:38 en 4:39 van de Awb maken het verder mogelijk om nog andere verplichtingen aan een subsidie te verbinden, als de verordening daarvoor een grondslag biedt. Die grondslag is in artikel 10 gegeven met betrekking tot verplichtingen in het kader van het beheer en gebruik van datgene wat met de subsidie tot stand is gebracht. Artikel 13.

Eindverantwoording subsidies tot € 5.000 Kenmerkend voor subsidies tot € 5.000 is dat deze op basis van vertrouwen worden verleend; er wordt niet meer standaard om verantwoording gevraagd. In plaats daarvan geldt een actieve meldingsplicht voor de subsidieontvanger bij niet nakoming van de voorwaarden (zie artikel 11). Achteraf kan een risicogeoriënteerde controle plaatsvinden bij de subsidieontvanger.

Toelichting op Algemene subsidieverordening Rozendaal 2023, vastgesteld in de raadsvergadering van 13 december 2022 3

Verder wordt het voorschot in één termijn (lump sum) verstrekt en hoeft de subsidieontvanger geen aanvraag voor subsidievaststelling (verantwoording) in te dienen. In het merendeel van de subsidies tot € 5000,- geldt: verlening = vaststelling. Hierdoor kunnen de administratieve lasten voor zowel de subsidieaanvrager als de subsidieverstrekker worden verminderd. In het geval van verlening, gevolgd door ambtshalve vaststelling (eerste lid), wordt in de subsidiebeschikking vermeld wanneer de gesubsidieerde activiteiten moeten zijn verricht. De subsidie wordt vervolgens, binnen een nader bepaalde termijn, ambtshalve vastgesteld door de subsidieverstrekker. Vierde lid In een aantal gevallen, bijvoorbeeld bij subsidies op basis van aantallen trajecten, dient een subsidie ook als deze minder dan € 5.000,- bedraagt, te worden vastgesteld. Dit wordt uitgewerkt in een algemene subsidieregeling. Artikel 14. Eindverantwoording subsidies vanaf € 5.000 tot € 20.000 In dit artikel is bepaald op welke wijze subsidieontvangers subsidie van € 5.000 of hoger tot € 20.000 aan het college dienen te verantwoorden; er dient een aanvraag tot vaststelling ingediend te worden (eerste lid), deze bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht (tweede lid).

Ingevolge artikel 8 wordt de wijze van verantwoording al bij het besluit tot verlening van de subsidie aan de subsidieontvanger bekend gemaakt. Met betrekking tot het inhoudelijk verslag kan vooraf bij de subsidieverlening al zijn aangegeven op welke manieren het aantonen kan plaatsvinden. Er kunnen daarbij verschillende instrumenten worden gebruikt, zoals bestuurs- en activiteitenverslagen, een managementverklaring, een deskundigenverklaring of andere bewijsstukken (bijvoorbeeld een publicatie), enz. Het verslag kan ook bestaan uit een algemeen jaarverslag van een rechtspersoon. Het gaat er om dat duidelijk is dat de verkregen subsidie is aangewend voor het doel waarvoor de subsidie werd verstrekt. Voorts kan het college, overeenkomstig het derde lid, in een subsidieregeling aangeven andere bewijsmiddelen te verlangen dan een inhoudelijk verslag. Artikel 15. Eindverantwoording subsidies vanaf € 20.000 Bij subsidies van € 20.000 of hoger wordt uitgegaan van de traditionele afrekening van subsidies; op basis van gerealiseerde kosten en baten. De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van uitgevoerde activiteiten en gerealiseerde kosten. Het derde lid biedt de basis om in een subsidieregeling te bepalen dat er ook andere, waaronder minder, gegevens gevraagd worden. Artikel 16.

Subsidievaststelling Het eerste lid bevat – overeenkomstig artikel 4:13 van de Awb – de termijn waarbinnen de beschikking gegeven dient te worden. Het merendeel van de aanvragen zal binnen deze beslistermijn kunnen worden afgehandeld. Meer ingewikkelde aanvragen vergen soms meer tijd. De verdaging van de beslistermijn – voor de duur van ten hoogste de in het tweede lid nader bepaalde termijn – biedt dan uitkomst. Een besluit tot verdaging is appellabel. Artikel 17. Hardheidsclausule In de hardheidsclausule is aangegeven op welke onderdelen van de verordening deze clausule van toepassing is. De te treffen voorziening die niet in de verordening is voorzien, dient altijd binnen de doelstellingen van de subsidie te passen. Artikel 18. Slotbepalingen Dit artikel spreekt voor zichzelf en behoeft geen nadere toelichting.

Toelichting op Algemene subsidieverordening Rozendaal 2023, vastgesteld in de raadsvergadering van 13 december 2022 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=75f252d4-1db4-4d5d-ba47-ff4d7858fcd7