8g. Meerjarenprogramma 2025-2028 ODRA
Tekst van het document
5.1 Uitvoeringsstrategieën: Optimaliseren en verbeteren In kwalitatief opzicht zetten we in op het verhogen van het rendement van onze VTH-inzet. Dat doen we door: •Te innoveren en gebruik te maken van moderne technieken en ICT. Bijvoorbeeld door de inzet van drones, warmtebeeldcamera’s en scan-apparatuur. • Scherper te gaan vergunnen. •De planmatige aanpak van het toezicht te intensiveren met een effectieve toezichtstrategie: Gebiedsgerichte aanpak, doorzetten en combineren van branche-gewijze controles, aspectcontroles op specifieke thema’s, ketentoezicht op materiaal- en productketens. •C onsequent handhaven gebaseerd op landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO) en het landelijk beleidskader gedogen. •H et informatie gestuurd werken te versterken, onder meer ten behoeve van tactische analyses, toezichtplannen en periodieke effectmetingen. • Intensiever samen te werken in de keten (met o.m. brandweer, GGD, collega-OD’s en andere toezichthoudende instanties) om op die manier kennis en krachten te kunnen bundelen. •M eer “aan de voorkant aan tafel te zitten” in de initiatieffase van plannen (met initiatiefnemers en/of collega’s van gemeenten) om in een vroeg stadium al te kunnen bijsturen of duidelijkheid te kunnen geven.
5.2 Bouw 5.2.1 Vergunningverlening Dit Meerjarenprogramma treedt 1 januari 2025 in werking. Dan hebben we het eerste jaar Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) achter de rug en kunnen we op basis van analyse en ervaring meer en beter inschatten wat deze veranderingen voor onze werkpakketten betekenen. Voor de vergunningverlening verwachten we op basis van wat we nu zien een (geringe) volumestijging bij de gemeenten Arnhem en Lingewaard. Binnenstedelijke bouwoplossingen maken de uitdaging in de regulering nóg groter.
Meer specifiek verwachten we op bouwgebied een kwalitatieve ontwikkeling in de vergunningverlening. De Omgevingswet maakt immers meer lokaal en regionaal maatwerk mogelijk, maatwerk waar ook in de vergunningverlening op moet worden ingespeeld. Denk bijvoorbeeld aan klimaat en energie, natuur inclusieve bouw, cultuurhistorische waarden en monumentenzorg. Ook verwachten we dat als gevolg van de invoering van de Wet Kwaliteitsborging bouw (Wkb) het aantal vragen en klachten stijgt als gevolg van bijvoorbeeld onduidelijkheden over hoe rapporten van private kwaliteitsborgers te interpreteren. De Wkb geldt in eerste instantie voor gevolgklasse 1 (grofweg: grondgebonden woningen en kleinere bouwinitiatieven, vooralsnog alleen nieuwbouw). Na 3 jaar wordt geëvalueerd en volgt mogelijk klasse 2. De krapte op de arbeidsmarkt dwingt ons om het proces van vergunningverlening zo slim mogelijk in te richten, zodat we met de beschikbare capaciteit aan de vraag uit de markt kunnen voldoen, binnen de gestelde termijnen. We gaan het proces klantgericht, transparant én zakelijk inrichten, zodanig dat aanvragers goed worden bediend én het aantal beoordelingen/afkeuringen van stukken wordt ingeperkt, evenals het aantal herkansingen om aan de indieningsvereisten te voldoen. We zullen bij vergunningaanvragen, aan de voorkant scherp in beeld brengen wat wordt verwacht van de aanvrager.
Hoe beter de aanvraag is voorbereid - en daar zullen we samen met onze gemeentelijke collega’s bij intake en omgevingstafels op letten - des te sneller kan een aanvraag behandeld worden. Dankzij slimmer vergunnen proberen we de verwachte volumegroei het hoofd te bieden met beperkte stijging van kosten. 5.2.2 Toezicht We werken vanaf 2022 risico-gestuurd in het bouwtoezicht. We ontwikkelen daar samen met de gemeenten waarvoor wij de bouwtaken mogen uitvoeren een zogenoemde prioriteitstellingsmethodiek voor, met als doel het rendement van het bouwtoezicht te optimaliseren en te vergroten. Een scherpe prioriteitstelling beperkt de kostenstijging als gevolg van volumegroei. In de prioriteiten zal, onder andere naar aanleiding van diverse incidenten, meer nadruk komen te liggen op toezicht bestaande bouw. Denk aan verkamering, renovatie, brandveiligheid en verduurzaming. Ook zullen we, in elk geval voor de gemeente Arnhem, meewerken aan de ambities om het beleidsdoel van ‘Radicaal Vergroenen’ te realiseren. Momenteel voeren we in de vorm van een pilot onder meer toezicht uit op herplantplicht en natuurcompensatie bij de aanvraag van omgevingsvergunning. Op basis van een evaluatie van deze pilot, wordt in 2025 mogelijk overgegaan tot het structureel uitvoeren van deze taken.
Is dat het geval, dan betekent dit een uitbreiding van de capaciteit en daarmee stijging van de kosten voor de partners die deze taak bij ODRA beleggen.
Omgevingsdienst Regio Arnhem
026
5.2.3 Handhaving De basis voor ons om handhavend (sanctionerend) op te treden in het bouw- en milieudomein is de Landelijke Handhaving Strategie Omgevingsrecht (LHSO). Het is de ernst van de overtreding én het gedrag van de overtreder die tezamen bepalen welke sanctie wij noodzakelijk en gepast vinden en wanneer de overtreder ook naar het strafrecht wordt doorverwezen. We verwachten de komende jaren een stijging in het aantal sancties; door volumegroei aan de vergunningenkant, door de nieuwe wetgeving (Omgevingswet) en door de verwachtingen (soms eisen) van inwoners. De verwachting is dat de inzet van BOA’s en juristen in het bouwdomein zal groeien. In ons werk wordt altijd de proportionaliteit meegewogen. Dat betekent dat ook in uitzonderlijke gevallen wordt afgezien van sancties, ondanks de overtreding. Dit gebeurt altijd zorgvuldig en conform de landelijke nota ‘Grenzen aan gedogen’. 5.2.4 Advisering In het bouwdomein verwachten wij als gevolg van de Omgevingswet dat op meer van onze expertise een beroep wordt gedaan. Naast constructieve veiligheid (bij grotere bouwplannen), bodem, geluid, monumenten en brandveiligheid gaat het hierbij ook om externe veiligheid, circulair bouwen, energiezuinig bouwen en natuur inclusief bouwen.
Bovendien zien we een verbreding van uitsluitend technische, vergunning gerelateerde advisering naar advisering bij ruimtelijke plannen en uitvoeringsgericht beleid.
5.3 Milieu 5.3.1 Vergunningverlening De Omgevingswet dwingt ons om de reguliere behandeltermijn ook voor milieuvergunningen binnen acht weken af te handelen. We gaan, zoals we dat ook doen voor de omgevingsvergunning bouw, de milieuvergunningverlening transparant en zakelijk inrichten. Het is aan de aanvrager om zijn aanvraag zo goed en compleet mogelijk voor te bereiden. Aan onze kant bieden we de aanvrager duidelijke kaders voor indieningsvoorwaarden, procedures en wel of niet buiten behandeling laten. Inhoudelijk zullen we aanvragen toetsen op méér dan alleen de best beschikbare technieken (bbt) ; Het moet immers naast beschermen en benutten ook gaan om het verbeteren van de leefomgeving. We ervaren door de hele organisatie heen dat de arbeidsmarkt krap is. We volgen daarom nauwgezet de ontwikkelingen die kunnen bijdragen aan slim afhandelen van aanvragen, een goed proces aan de voorkant en werken met een actualisatiestrategie.
Meerjarenprogramma | 2025-2028
We maken gebruik van de kennis en ervaring die wordt opgehaald in de projecten Altijd Actuele Digitale Vergunning, de voorstellen uit het Interbestuurlijk Programma (IBP-VTH), de omgevingstafels en het jaarlijks toetsen van het vergunningenbestand. Een aantal gemeenten in onze regio heeft voor de komende jaren nog volop plannen voor uitbreiding en/of verduurzaming van bedrijventerreinen. Dat betekent dat wij meer aanvragen voor het mogen uitvoeren van milieubelastende activiteiten (mba) moeten beoordelen. We verwachten dan ook groei in de volumes, vooral bij de gemeenten Arnhem, Duiven, Zevenaar en Overbetuwe. Daarnaast worden aanvragen complexer en dat vraagt naast overleg en afstemming, vooral extra inzet van specialisten. Denk aan stikstof, lucht, circulaire economie en duurzaamheid. De Omgevingswet streeft naar meer flexibiliteit en maatwerk in de vergunningverlening. Dit houdt in dat er meer ruimte is om gezamenlijk maatwerkvoorschriften op te stellen die aansluiten bij de situatie van een bedrijf, rekening houdend met factoren zoals de locatie, technologieën, milieuprestaties en andere relevante omstandigheden. Hoewel de verwachting is dat het aantal vergunningplichtige activiteiten iets zal dalen, is een groei te verwachten op het aantal meldingen en maatwerk besluiten. In het domein ‘bodem’ is in 2025 veel veranderd.
Gemeenten zijn bevoegd gezag voor bodemtaken, de provincie is dat alleen nog voor lopende dossiers (overgangsrecht). De meeste gemeenten in onze regio hebben taken op het gebied van bodembescherming en onderzoek overgedragen aan ons. De gemeente Arnhem voert een groot deel van de bodemtaken wel zelf uit. Naar verwachting zullen onderdelen bij ons worden ondergebracht. Nog een verandering is dat graven op of in de bodem, boven of onder de interventiewaarde (norm voor sterke bodemverontreiniging) een milieubelastende activiteit (mba) is. Het is voor ons nog niet exact duidelijk hoe deze taak zich ontwikkelt en of hier extra inzet voor nodig is. 5.3.2 Toezicht milieubelastende activiteiten We houden op milieugebied vanaf de start toezicht op basis van een met onze partners opgestelde risicoanalyse. Deze analyse actualiseren we eens in de vier jaar. In 2024 actualiseren we deze weer voor de jaren 2025 en verder. Dat geldt ook voor de risicoanalyse voor het toezicht op de milieubelastende activiteiten waarvoor de provincie bevoegd gezag is. De methodiek en parameters van beide analyses stemmen we op elkaar af. Een en ander in lijn met wat het interbestuurlijk programma (IBP) ontwikkelt. De toezichtstrategie milieu is in 2022 vastgesteld. Voor alle gemeenten en provincie voeren wij toezicht uit op milieubelastende activiteiten. Dat doen we aan de hand van branche- en toezicht-
027
plannen en aspect-of projectcontroles (denk aan bijvoorbeeld energietoezicht, legionella). Deze aanpak gaan we komende jaren verder ontwikkelen, mede gestuurd door de inhoudelijke accenten van dit Meerjarenprogramma. We verwachten door een toename van het aantal milieuklachten, groei en verduurzaming van bedrijventerreinen dat meer inzet van medewerkers milieutoezicht nodig is. De volumegroei proberen we beperkt te houden door scherp te prioriteren en toezicht slim uit te voeren, onder meer door te investeren in innovaties, zoals toezicht met drones en combicontroles met andere beleidsonderdelen. ODRA zet bodemspecialisten in bij het milieutoezicht op bedrijfsactiviteiten. We adviseren ook bij grotere projecten en begeleiden bodem- en grondwatersaneringen. Samen met ketenpartners worden transportcontroles uitgevoerd evenals vrijeveldcontroles om niet gemelde graafwerkzaamheden op te sporen. Voor keten- en administratief toezicht op de toepassing van secundaire grondstoffen volgen we ook de komende jaren een risico gestuurde aanpak. Voor toezicht op bedrijven waar de provincie bevoegd gezag is, hanteren we een programmatische aanpak. We onderscheiden twee programma’s: Een programma complex toezicht (PCH) en een programma aandachtsbedrijven (PAB).
Dit laatste programma richt zich op bedrijven die, vanwege ruimtelijke, milieutechnische en/of nalevingsproblemen tijdelijk extra aandacht nodig hebben. 5.3.3 Toezicht grondwater In de provinciale omgevingsverordening zijn de beschermingsgebieden voor grondwater vastgelegd. ODRA gaat hier met ingang van 1 januari 2024 toezicht op houden. Dat betekent een (geringe) toename van de benodigde capaciteit, die wij deels kunnen opvangen door verschuivingen van de provinciale bodemtaak naar de omgevingsdiensten in Gelderland. 5.3.4 Handhaving We verwachten naast een verdere stijging van het aantal klachten ook meer verzoeken tot handhaving en dan vooral in stedelijk gebied. De inzet van onze boa’s zal naar verwachting met 5% stijgen. In onze handhavingsactiviteiten bouw en milieu is de Landelijke Handhaving Strategie Omgevingsrecht (LHSO, 2023) onze leidraad.
5.3.5 Advisering Er wordt ook in het milieudomein de komende jaren een groter beroep gedaan op onze expertrol, zowel als het gaat om de vraag naar onze expertise voor technisch inhoudelijke adviezen als bij meer generalistische milieuadvisering in ruimtelijke plannen. Naast de milieuthema’s geluid, lucht, geur, externe veiligheid, zie zien we een toename van vragen over lichthinder, Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), (grond) waterkwaliteit en bodem(energiesystemen). De omvang van de technisch-specialistische milieuadvisering neemt de komende vier jaar naar verwachting met circa 5% toe. We verwachten daarnaast als gevolg van de ontwikkeling in milieuhinder- en gezondheidsvragen en klachten een structureel hogere inzet van onze meetdienst. Onze gemeenten en provincie doen meer beroep op generalistische advisering over milieu en omgevingsplannen. Bovendien lijkt het geloof in modellen minder te worden en kiest het bestuur steeds vaker voor ‘meten is weten’. De financiële consequenties hiervan zijn opgenomen in de meerjarenbegroting en worden in bijlage 2 van dit meerjarenprogramma in beeld gebracht. Als het gaat om de meer generalistische milieuadvisering investeert ODRA komende jaren in capaciteit voor advies uitvoeringsbeleid.
Concreet is deze gericht op de volgende taken: • Het samen met gemeenten en provincie leveren van regionaal afgestemd uitvoeringsbeleid op de diverse milieuthema’s als input voor de omgevingsplannen. • Milieuadvisering rondom vraagstukken aan gemeenten en provincie kunnen vertalen in hun eigen beleid met betrekking tot omgevingsplan- en visie; mobiliteit; openbare ruimte; klimaat; circulariteit. VTH-bril blijft daarin leidend. • 1-op-1 advisering over milieuaspecten in ruimtelijke plannen en aanpalende plannen. Daar het hier grotendeels gaat om een collectieve taak, komt dit ook op die wijze tot uiting in de meerjarenbegroting.
Ook in het milieu domein zal de inzet van juristen groeien. Dit is te verklaren door een toename van het aantal op te leggen sancties, de introductie van nieuwe wetgeving en de implementatie van de Omgevingswet. Dit leidt tot meer uitzoekwerk om de sanctiebeschikking op te kunnen stellen. Als gevolg van nieuwe wetgeving zal het aantal bezwaar- en beroepszaken ook toenemen. Concreet denken we dat de benodigde juridische inzet de komende jaren licht toeneemt.
Omgevingsdienst Regio Arnhem
028
6
BORGING UITVOERING EN DOORONTWIKKELING ORGANISATIE
Meerjarenprogramma | 2025-2028
029
Om de doelen van dit Meerjarenprogramma te realiseren is een verdere ontwikkeling en professionalisering van de ODRA-organisatie en bedrijfsvoering nodig. Voor de komende jaren onderscheiden we een aantal prioriteiten die we hebben geclusterd in de volgende vijf bouwstenen: Bedrijfsvoering, samenspel omgeving, capaciteit, werkklimaat en aansturing. In dit hoofdstuk gaan we hier verder op in. Een meer gedetailleerde uitwerking vindt plaats in het document ‘doorontwikkeling organisatie’.
6.1 Uitgangspunten organisatieontwikkeling In de eerdere versie van het Organisatie-ontwikkelplan hebben we uitgangspunten geformuleerd die kunnen worden gelezen als verbeteropdrachten. In de kern staan deze uitgangspunten nog steeds overeind, hier en daar hebben we deze geactualiseerd. • Van productiegericht naar opgavegericht werken Van buiten naar binnen, weten wat in de omgeving speelt, de bedrijven en organisaties in ons werkgebied kennen en de data op orde hebben. We willen een bijdrage leveren aan duurzame oplossingen voor de maatschappelijke opgaven die de fysieke leefomgeving raken. Opgavegericht werken blijft het leidend principe in de uitvoering. De productie van hoeveelheden en aantallen wordt ingeruild voor inbrengen van meer kennis van de complexiteit in relatie tot maatschappelijke opgaven en projecten. •K waliteit wordt om vraagstukken heen georganiseerd De Omgevingswet vraagt om een andere aanpak: meer adviserend, integraal en multidisciplinair. Daarom gaan we meer en meer competenties, kennis en vaardigheden organiseren rondom vraagstukken, in plaats van langs afdelingen. Het gaat om innovatie, slim elkaar vinden en samenwerken. • Meer aandacht voor medewerkers en meer tijd voor management Medewerkers zijn het kapitaal van de organisatie. Daar moeten we zorg en aandacht voor hebben.
De organisatie waar we met ingang van maart 2020 aan zijn gaan bouwen, heeft dat als inzet. Medewerkers krijgen meer persoonlijke aandacht (functioneren, opleiding, talenten benutten, e.d.) van teamleiders, er wordt gezorgd voor een veilige werkomgeving (ook in het toezicht buiten) en er is meer tijd om samen inhoudelijke afwegingen te maken. Daarnaast hebben managers en directie meer tijd om ODRA als organisatie verder te ontwikkelen. • Leiderschap van ODRA richt zich meer op positionering en rol ODRA in het speelveld De balans tussen binnen de boel op orde en buiten een stevige herkenbare rol in het netwerk spelen, is voor de doorontwikkeling
van ODRA van cruciaal belang. Het bestaansrecht van ODRA in de huidige vorm is niet vanzelfsprekend. Dat vraagt aandacht van management, opereren in netwerken en een public affairs strategie. • ODRA heeft een voorbeeldfunctie en wil zelf ook een duurzame organisatie zijn In onze huisvesting (onder meer gebruik van meer dan 70% refurbished materialen, Ledverlichting) werken we al conform dit uitgangspunt maar dit geldt in de volle breedte van ons handelen (naast huisvesting ook inkoop, mobiliteit en schoonmaak bijvoorbeeld). • Het primair proces wordt optimaal ondersteund bij de uitvoering van haar taken De essentie is dat medewerkers in het primair proces efficiënt en effectief hun werk doen. De bedrijfsvoering, de processen en systemen moeten hen faciliteren en dienen de organisatie efficiënt en effectief te laten werken. • De gekozen aanpak van de verandering biedt ruimte en tijd om te leren Het zit in ons DNA om te reflecteren en te leren van casuïstiek en onze ervaringen en fouten. We zijn in die zin een lerende organisatie, steken onze nek uit, zijn ondernemend en gericht op innovatieve oplossingen. Dat betekent dat we multidisciplinair samenwerken in verschillende samenstellingen, dat we integraal werken, oplossingsgericht handelen en adviserend zijn.
• Verantwoorden vinden we niet erg en we laten zien wat we doen Bouwen aan een veelbelovende toekomst en gewaardeerd worden om de kwaliteit van ons werk betekent dat we rijker willen verantwoorden en proactief laten zien wat we doen. Het gaat om de maatschappelijke impact van ons werk (de bedoeling). We vertellen het eerlijke verhaal.
6.2 Interne prioriteiten Komende vier jaar zetten we het traject van organisatieontwikkeling verder door. Daarbij hebben we – zoals deels ook al te lezen is in de aanzet tot de uitvoeringstrategieën in hoofdstuk 5 – de volgende aandachtsgebieden benoemd: 1. Bedrijfsvoering (en processen, data- en informatiemanagement) • Data gedreven werken vraagt om goede aansluiting op de informatiewensen van onze gemeenten en provincie en om goed informatiebeheer, waaronder scherpe keuzes wat wel en niet te registreren en met wie samen te werken (slim registreren). Data gedreven werken vraagt bovendien ook een deels andere houding (discipline) van onze medewerkers;
Omgevingsdienst Regio Arnhem
030
• De grotere focus van de stakeholders op onze kennis en op maatschappelijke bijdragen in plaats van op onze (aantallen) producten vraagt om andere wijzen van onze financiële sturing, ondersteuning en daarmee inrichting van systemen. Komende jaren willen we benutten om deze systematiek te evalueren en waar nodig te actualiseren of te herijken in combinatie met het formuleren van indicatoren voor outcome, naast input en output: Rijker verantwoorden. • Ook willen we de intake van nieuwe zaken zodanig standaardiseren dat we met behulp van innovatieve technieken (robot) efficiënter kunnen werken. 2. Samenspel met omgeving • De samenleving wil een transparante overheid, betrouwbaar en met gezag, hetgeen betekent dat we niet alleen in control moeten zijn, maar deze en andere informatie ook goed moeten ontsluiten en waar mogelijk (dashboards) openbaar maken. Dat vraagt om goed registreren en ook ontplooien van andere wijzen van communicatie en een goede publieke dienstverlening: ‘Jij behandelt de ander zoals je zelf wil worden behandeld.’ We gaan in gesprek met stakeholders en investeren in vroegtijdige en duidelijke communicatie met initiatiefnemers en aanvragers. 3.
Arbeidsmarkt en strategisch personeelsmanagement • De roep om de goede expertise en de krappe arbeidsmarkt vraagt om extra en andere inzet van ons als het gaat om opleiden, werven, selecteren en ontwikkelen van personeel en vooral ook het faciliteren van dit personeel (binden en boeien). Een herijking van het functiehuis (daterend uit 2013) is hier ook onderdeel van. 4. Cultuur en werkklimaat • Vertrouwen in de overheid en gezag in de uitvoering van de publieke dienstverlening is minimaal. Dit gegeven doet een extra beroep op management en medewerkers om te doen wat we zeggen. • Bijdragen aan de oplossingen voor de opgaven vraagt om een goed (intern) samenspel: leren van elkaar, samen kennis ontwikkelen, ontsluiten en toepassen moet vanzelfsprekend zijn. 5. Aansturing en organisatie • De ontwikkelingen doen ook een (deels) ander beroep op de wijze van aansturing. Niet taakgericht maar oplossingsgericht werken faciliteren. Dit vraagt om continue aandacht voor de medewerker. • Specifiek onderdeel hierbij is de doorontwikkeling van de rol van ODRA in relatie tot het beleid: Inbrengen van de (consequenties voor de) praktijk aan de beleidstafels vraagt van het management sturing/coaching intern op de juiste vaardigheden en extern voor acquisitie om ruimte te maken voor een goede rolinvulling van ODRA.
Meerjarenprogramma | 2025-2028
7
031
FINANCIELE DOORKIJK
Omgevingsdienst Regio Arnhem
032
De organisatorische consequenties van dit Meerjarenprogramma zijn in het vorige hoofdstuk toegelicht. In dit hoofdstuk behandelen we het financiële beleid van ODRA. Separaat bijgevoegd is de meerjarenbegroting, waarin de financiële consequenties van dit Meerjarenprogramma voor 2025 en verder zijn verwerkt.
Deze vorm van financiering houdt in dat sprake is van een mix van diensten en producten, die elk hun eigen financieringsmethodiek kennen. Er is destijds voor ‘beheerst’ gekozen om risico’s te vermijden die zouden gelden bij een volledige overgang naar output financiering, met voor alle te leveren output een vaste (product) prijs.
7.1 Financieel beleid
We leveren onze diensten en producten in de volgende verhouding:
7.1.1 Uitgangspunten In de afgelopen jaren hebben wij onze werkzaamheden begroot en verantwoordt via de ‘matrix’ van programma’s en taakvelden. Daarbij waren veelal de programma’s leidend. De Omgevingswet betekent dat onze dienstverlening integraler gaat worden waarbij advies en vooroverleg onderdeel wordt van aanvragen voor vergunningen en controles.
Omzet verdeling in de begroting 2024
21 18 15
1%
12
Diensten
9%
Gez. Diensten
Doorbeblast materieel
54%
Producten
1%
7.1.2 Outputfinanciering In 2020 hebben wij het systeem van ‘beheerste’ outputfinanciering ingevoerd. Deze methodiek is nog steeds leidend voor de financiering van ODRA.
Toelichting financieringswijze: • Diensten: nacalculati es op uren Kosten verdeling • Producten; gerealiseerde producten x vaste productprijs • Gezamenlijke diensten; vaste prijs via verdeelsleutel over de deelnemers • Materieel; doorbelaste kosten voor specifieke taken. Loonkosten + 10% 10%
externe inzet uitvoering
Provinciale programma’s en projecten worden geheel op 16% Programmakosten ‘diensten-basis’ gefinancierd. 36% uitvoering 4%
54%
70%
Loonkosten bedrijfsvoering Huisvesting / ICT / facilitair
Meerjarenprogramma | 2025-2028
6 3 0
36%
Belangrijker worden de taakvelden (of domeinen) Bouw en Milieu. Het sluit beter aan bij de taken die opdrachtgevers bij ons neerleggen, veelal vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomsten (DVO). Het sluit ook beter aan bij de landelijke ontwikkelingen vanuit het IBPVTH. Daarbij wordt onze robuustheid mede getoetst op de omvang van de wettelijke taken voor milieu (en milieu gerelateerd) en de zogenoemde plus-taken, dat zijn veelal bouw-taken.
9
en
033
De verhouding ‘producten’ is afgelopen jaren gedaald van ruim 55% naar nu 36%. In absolute zin is het aandeel gelijk gebleven (circa € 8,5 miljoen), maar doordat het aandeel projecten en provinciale programma’s is toegenomen, daalt het relatieve aandeel. We merken steeds meer dat deze hybride vorm van financiering moeilijker is vol te houden. In administratieve zin brengt het veel inefficiënties met zich mee. Dit geldt voor de systeeminrichting (de BI) maar ook in de tarifering en verantwoording naar de klanten. Een ander belangrijk punt in de huidige financieringsmethodiek is dat we onze financiële risico’s zien toenemen. De Omgevingswet, en een aantal van de (in vorige hoofdstukken) geschetste ontwikkelingen, betekent dat realiseren van producten meer tijd gaat kosten dan het huidige kengetal. Hoeveel meer moet de komende jaren blijken. Ons uitgangspunt voor de Begroting 2025 en verder is dat deze hybride vorm van financiering aan vervanging toe is. Vanuit het IBP-programma wordt nagedacht over normfinanciering. In 2024 bereiden we ons hier samen met onze partners op voor, opdat we mogelijk vanaf 2025 een omslag kunnen realiseren. Tot die tijd hanteren we het huidige systeem, waarbij we knelpunten en risico’s mitigeren als het gaat om de producten en diensten versus methodiek en tarief. De complexiteit gaan we verminderen, wat mogelijk effect heeft op de PDC.
Voor de kadernota 2025 hanteren we de Producten Diensten Catalogus (PDC-‘24) die in het najaar 2023 door het bestuur is vastgesteld. 7.1.3 Kostenbeheersing / tariefstelling In oktober 2020 heeft ODRA een besparingsbrief aangeboden aan de Gemeenteraden en Provinciale Staten. In deze besparingsbrief zijn deelgebieden benoemd waar besparingen mogelijk zijn. Nu drie jaar later mogen we constateren dat die doelen zijn gehaald. Met name door nieuwe huisvesting, ICT en investeringen in kwalitatief hoogwaardig personeel (mix intern/extern). Dit is tot uitdrukking gekomen in ons tarief. Dat is tussen 2019 -2023 gestegen met 7%, terwijl de inflatie over die periode ruim 14% was.
Onze partners hebben aangegeven dat kostenbesparing voor hen van groot belang is. En blijft. De verwachting is dat veel gemeenten vanaf 2026, als er een herijking in de systematiek van het gemeentefonds plaatsvindt, erop achteruitgaan. Ook wij zullen hier rekening mee dienen te houden. Het financiële beleid van ODRA op lange termijn is gericht om de tarieven voor dienstverlening met maximaal de CBS-indexeringen te laten stijgen, waar mogelijk iets minder. Dat bereiken we via de verbeteringen in de bedrijfsvoering en mogelijk ook door omzetgroei, waardoor een betere dekkingsgraad ontstaat van de (vaste) overheadkosten. 7.1.4 Vermogenspositie Binnen het IBP zijn normen ontwikkeld voor robuuste omgevingsdiensten. De financiële weerbaarheid is daar één van. Op dit moment voldoet ODRA nog niet aan de eis om een weerbaarheidsratio van 0,8 te hebben. Het financieel beleid is gericht op de komende jaren hiernaar toe te groeien, bijvoorbeeld door mogelijk batige saldi toe te voegen aan de algemene reserves. Het plafond hiervan is nog niet vastgesteld, dat hangt mede af van de risico’s die we onderkennen. Hiertoe zal ODRA haar risicomanagement verder verstevigen de komende jaren. 7.1.5 Meerjarige financiële ontwikkelingen Omzet verdeling in de begroting 2024 • Omzet verwachting ODRA heeft afgelopen jaren een forse omzetgroei doorgemaakt 1% naar € 25 miljoen in 2024.
Vooral op milieugebied. Een groot deel is ontstaan door de uitvoering van de provinciale programma’s Diensten 9% ‘complexe handhaving’ (PCH) en ‘aandachtsbedrijven’ (PAB). Maar ook de werkpakketten van de gemeentelijke partners zijn in Gez. Diensten omvang toegenomen,36% deels door overheveling van (bouw) taken naar de ODRA, projecten die we uitvoeren, maar ook door de (economische) ontwikkelingen die in voorgaande hoofdstukken al Doorbeblast materieel zijn beschreven. 54%
O 21 18 15 12 9 6 3 0
Rea
Producten Komende jaren zal de omzet verder groeien. We verwachten stijgingen van rond de 3% per jaar richting € 30 miljoen in 2028. 1%
Cap P w
Kosten verdeling
Omzetontwikkeling per taakgroep (x € miljoen) 21 18
Loonkosten + externe inzet uitvoering
10%
15 12 9
16%
6
36%
Programmakosten uitvoering
3 0
Bouw Real ‘20
Real ‘21
Millieu Real ‘22
Bg ‘23
Bg ‘24
4%
54%
70%
Loonkosten bedrijfsvoering Huisvesting / ICT / facilitair
t
Omgevingsdienst Regio Arnhem
034 • Kosten verwachting De verhouding tussen de kosten van de uitvoering en bedrijfsvoering (overhead) is nu 74% - 26%. Het meerjarig doel is 25% overhead. In absolute zin zal ons budget voor bedrijfsvoering groeien door de verwachte omzetgroei. Dit biedt voor een deel ruimte voor de structurele investeringen die in voorgaande hoofdstukken is beschreven op gebied van informatiebeheer en datakwaliteit, personeelsmanagement en kwaliteit (+uitbreiding capaciteit) van medewerkers op de PIOFHA-processen. Incidentele investeringen zullen op specifieke punten ook nodig zijn. • Personeelskosten Onze personeelskosten vormen de belangrijkste post binnen de begroting, namelijk 80%. De arbeidsmarkt werkt op dit moment vanuit werkgeversperspectief niet mee, hetgeen betekent dat werving van internen lastig is voor sommige functies. Externe inzet werkt kostenverhogend. Andere onzekerheden zijn de inflatie en de reactie daarop via de CAO-ontwikkelingen. Het beleid is gericht op een goede verhouding te vinden tussen interne medewerkers en externe inzet. We hanteren daarvoor de richtlijnen vanuit het IBP in het kader van de robuustheidscriteria, max 20% externe inhuur. Qua bedrijfsvoeringkosten geldt dat we met ons nieuwe kantoor dat we in 2022 hebben betrokken, een structurele besparing hebben weten te bewerkstelligen in de huisvestings- en ICT-kosten.
Door de groei van taken en daarmee samenhangend het personeel én nieuwe wensen vanuit een aantal partners om toch een receptie in te richten, zullen we mogelijkerwijs in de nabije toekomst extra moeten investeren in onze huisvesting. In het MJP houden we hier echter nog geen rekening mee. Daarnaast is nieuwe huisvesting voor de meetdienst een ontwikkeling die op kortere termijn nodig zal zijn. De intensivering van ons beleid op emissiemetingen zorgt voor groei op dit punt. De huidige locatie aan de Markt in Arnhem voldoet niet meer aan de omvang van de dienst, maar ook de milieueisen waaraan de dienst moet voldoen zijn moeilijk daar te realiseren. Waar mogelijk pakt ODRA dit samen met de hiervoor geschetste ontwikkelingen.
7.2 Duiding Financiële Consequenties Meerjarenprogramma • Uitvoeringskosten inhoudelijke accenten In bijlage 1 zijn indicatief de kostenconsequenties aangegeven van de uitvoering van de inhoudelijke accenten van dit Meerjarenprogramma. Een groot deel van de activiteiten kunnen we de komende jaren naar verwachting binnen de budgetten voor onze VTH-kerntaken uitvoeren. Dat kan doordat “werk met werk” wordt gemaakt en er via actualisering van de risicoanalyse en daarop gebaseerde toezicht- en actualisatieprogramma’s “als vanzelf” meer aan-dacht aan de inhoudelijke accenten van dit Meerjarenprogramma zal worden besteed (zie ook 5.1).
Meerjarenprogramma | 2025-2028
Op een aantal thema’s en onderdelen zijn extra middelen en/of capaciteit nodig. Dit betreft enerzijds incidentele middelen en anderzijds structurele capaciteit. Extra incidentele middelen zijn nodig voor een incentive aan de voorkant, waaronder: • Het ontwikkelen van handreikingen en specifieke aanpakken, bij bijvoorbeeld geluidhinder. • Uitvoering van een meerjarig CE-programma. • Uitvoering van specifieke toezichtprojecten, bij bijv. luchtkwaliteit en in de bestaande bouw. De structurele middelen die gemoeid zijn met de uitvoering van de inhoudelijke accenten van dit Meerjarenprogramma zijn meegenomen in de raming (extrapolatie van de kosten) van de werkpakketten. Hierbij gaat het om: • Bredere inzet van de meetdienst, voor onder meer luchtkwaliteitsmetingen en extra inzet op geluid en ZZS. • Structureel maken van capaciteit voor uitvoeringsbeleid milieu. Tegenover deze investeringen staan ook besparingen. Structurele budgetuitbreiding bij ODRA voor uitvoeringsbeleid milieu betekent ook dat er bij gemeenten zelf geen of minder capaciteit voor deze taken beschikbaar hoeft te zijn. • Verdere uitwerking In de kadernota 2025 en de meerjarenbegroting zijn de kosten van het meerjarenprogramma verder geconcretiseerd. De meerjarenbegroting is separaat als bijlage 2 bijgevoegd.
8
035
AANZET TOT PROGRAMMERING EVALUATIE EN BIJSTELLING
Omgevingsdienst Regio Arnhem
037
8.1 Goede basis leggen in 2024 In 2024 voeren we onze lopende werkprogramma’s uit. Daarnaast pakken we, zoveel mogelijk in de eerste drie kwartalen van 2024, de volgende zaken op: •U itvoeren van nulmetingen zodat vanaf 2025 een scherpe monitoring mogelijk is; • Actualiseren van de risicoanalyse milieu en opstellen van de risicoanalyse bouw. In de uitwerking krijgen prioritaire thema’s zoals duurzaamheid, schone lucht, geluid en ZZS een zwaarder gewicht; • Verder opstellen van bouwstenen voor regionaal uitvoeringsbeleid voor verschillende milieuthema’s en voor het taakveld bouw. Vaststelling van gezamenlijk uitvoeringsbeleid maakt toezicht en handhaving eenvoudiger en effectiever; • Voorbereiden van branchegerichte toezichtplannen en projectplannen die in 2025 starten; •U itvoeren van basisonderzoeken en analyses, die bepalend zijn voor de verdere invulling van de VTH-A-aanpak, zoals de risicoanalyse ZZS, de gebieds- en ketenanalyse CE en neveneffecten van nieuwe energiedragers; • Werken aan interne/organisatorische randvoorwaarden: ◦D atakwaliteit en beheer, afgestemd op inhoudelijke doelen en prioriteiten; ◦ Inzet van nieuwe technieken (drones, scan- en meetapparatuur); ◦O pleidings- en ontwikkelplan medewerkers (als onderdeel van strategisch personeelsmanagement).
8.2 Verdere uitwerking Meerjarenprogramma - Monitoring In bijlage 1 hebben we een eerste aanzet gemaakt van het meerjarige uitvoeringsprogramma waarin de activiteiten in de tijd zijn uitgezet.
De set kpi’s moet ook behapbaar blijven. Vandaar dat we samen met onze partners per prioritair thema maximaal twee outcome of output kpi’s op de inhoud willen definiëren. Daarnaast hanteert ODRA de volgende in- through- en output indicatoren op de uitvoering van de VTH-taken: • Vergunningverlening – deskundigheid voldoet aan de kwaliteitscriteria, doorlooptijd vergunningen maximaal 8 weken, tevredenheid publieke dienstverlening; • Toezicht en handhaving – deskundigheid voldoet aan de kwaliteitscriteria, % nalevingsgedrag, tevredenheid publieke dienstverlening; • Klachtafhandeling – % tevredenheid publieke dienstverlening, % binnen de termijn van 2 werkdagen in behandeling genomen. In de uitwerking van de nieuwe set kijken we ook (kritisch) naar deze prestatie-indicatoren. Mede op basis van de nieuwe set KPI’s werken we samen met onze partners de wijze van monitoring - en wat dit betekent voor de kwaliteit van informatie, ons informatiesysteem en het proces van verantwoording - verder uit. Onderdeel hiervan zijn ook de nulmetingen.
8.3 Evaluatie - Bijstelling ODRA actualiseert het Meerjarenprogramma jaarlijks. Naast verdere inhoudelijke uitwerking schetsen we in de jaarlijkse actualisatie de voortgang in de uitvoering van de basiswerkzaamheden en de prioriteiten. Dat doen we aan de hand van de KPI’s en een bondige kwalitatieve terugblik (high-lights en story-telling). Tegen het einde van jaar vier volgt een uitgebreide evaluatie, op basis waarvan een nieuw Meerjarenprogramma voor de volgende periode van vier jaar wordt opgesteld.
In de bijlage staan ook eerste aanzetten voor prestatie-indicatoren. Deze zijn nadrukkelijk bedoeld als voorbeeld en inspiratiebron. Deze scherpen we in 2024 waar mogelijk volgens het gedachtegoed van ‘Rijker Verantwoorden’ verder aan. De KPI’s moeten enerzijds gemeenten en provincie meer ‘duiding’ geven over de impact van het werk van ODRA op de opgaven van gemeenten en provincie (publieke waarde / rijker verantwoorden). Anderzijds moeten ze ODRA de mogelijkheid geven om te kunnen bijsturen op de kwaliteit van de publieke dienstverlening en efficiency (input, througput en output).
Omgevingsdienst Regio Arnhem
038
BIJLAGE 1 Uitvoeringsprogramma MJP 2025-2028 Toelichting • In onderstaand uitvoeringsprogramma zijn de elf prioritaire omgevingsthema’s uit het Meerjarenprogramma (MJP) een slag nader uitgewerkt. • Onderstaande uitwerking is een eerste uitwerking. Het is de bedoeling dat het uitvoeringsprogramma jaarlijks – in nauw overleg tussen betrokkenen van ODRA, provincie en gemeenten - wordt geactualiseerd. Nadrukkelijk biedt dit de mogelijkheid om tot aanvulling, aanscherping en concretisering van doelen, activiteiten en KPI’s te komen. • Alleen nieuwe accenten in de VTH-uitvoering zijn in onderstaand programma opgenomen. Reguliere activiteiten in de basisuitvoering die “gewoon” doorgezet worden, worden hieronder niet genoemd. Voorbeelden hiervan zijn: ◦ Bij het thema luchtkwaliteit: Reguliere monitoring en meting van luchtemissies, reguliere control es op luchtemissie-eisen en emissiebeperkende maatregelen en Controle op stalsystemen intensieve veehouderijen. ◦ Bij milieuhinder: Afhandelen van klachten. Regulier toezicht op hinderaspecten (w.o. geur) in het kader van integrale controles. Beheer Verkeersmilieukaart.
Meerjarenprogramma | 2025-2028
◦ Bij Bodem en Grondwater: Regulier bodemtoezicht: zorgdragen voor een duurzame bodemkwaliteit bij lopende, nieuwe en beëindigende bedrijfsactiviteiten. Advisering over bodemkwaliteit irt gebruiksfunctie bij nieuwbouw en andere ruimtelijke ontwikkelingen. ◦ Bij ZZS: Bij vergunningverlening milieu en regulier toezicht: sturen op afname ZZS. Aandacht besteden aan ZZS bij bodemtoezicht, ketentoezicht en milieutoezicht bij afvalof verwerkende bedrijven. ◦ Bij externe veiligheid: In het kader van integraal milieutoezicht: adviseren/toetsen en controleren van risicovolle milieubelastende activiteiten. Adviseren over veiligheidsrisico’s bij ruimtelijke initiatieven en omgevingsplannen. Actualisatie risicokaart en beheer en registratie externe veiligheidsrisico’s (REV). ◦ Bij Bouwkwaliteit en veiligheid: volgen van ontwikkelingen rond Wkb en maken van werkafspraken met gemeenten over eindrapportages kwaliteitsborgers. Afhandelen van bouwgerelateerde klachten conform afgesproken prioriteiten. Uitvoeren controle-aanpak kamergewijze verhuur, deelname pandenoverleg gemeente Arnhem. ◦ Bij Ondermijnende criminaliteit: Periodieke actualisatie van het bedrijvenbestand op bedrijventerreinen.
039
◦B ij Energietransitie: Doorzetten energiecontroles bij bedrijven door energieteam, inclusief voormalige ETS-bedrijven. Uitvoeren energielabel controles bij kantoren. • De activiteiten zijn in drie categorieën ingedeeld: 1 . “Going” concern: de activiteit is onderdeel van de reguliere basisuitvoering (zoals geschetst in hoofdstuk 5 van het MJP) of kan in de basisuitvoering worden geïntegreerd. Dit zijn generieke activiteiten (producten of algemene diensten). 2 . Kaderstellende activiteiten: bijvoorbeeld de ontwikkeling van regionaal uitvoeringsbeleid, kennisontwikkeling en het uitvoeren van een risicoanalyse die aan de basis staat van het formuleren van een concrete VTH-aanpak of beleid. Dit zijn generieke activiteiten/algemene diensten. 3 . Projecten en programmatische activiteiten: vernieuwende en/ of innovatieve activiteiten in een begrensde periode die erop zijn gericht om tot een effectieve VTH-aanpak te komen. Deze activiteiten worden in principe ook collectief (met alle milieu- of bouwpartners) opgepakt, maar hier kunnen ook andere keuzes worden gemaakt. Van te voren wordt altijd eerst een project- of programmaplan opgesteld.
• De financiële consequenties in de kolom “ €€” zijn als volgt geduid: S = structureel. I= incidenteel (bijv. project- en/of procesgeld). Dekking van de incidentele kosten vindt in principe plaats uit het innovatiebudget. • In de laatste kolom is de rol van ODRA bij een activiteit geduid. We onderscheiden hier vier rollen, die in combinatie kunnen voorkomen: regulerend (regelgever of toezichthouder), adviserend (zowel beleidsadvisering als ruimtelijke/projectadvisering), participerend (samenwerken in een project of activiteit), signalerend (doorgeven van relevante informatie uit de uitvoeringspraktijk aan beleidsmakers).
Omgevingsdienst Regio Arnhem
Acviteiten
Meerjarenprogramma | 2025-2028
-Op basis van toezichtproject ontwikkelen van een maatwerkaanpak voor bedrijven met hoogste uitstoot NOx en fijn stof
-Uitvoeren toezichtproject luchtemissies bij prioritaire MBA’s (w.o. steenfabrieken en grote stookinstallaes)
- Meer inzicht krijgen in daadwerkelijke luchtkwaliteit, met partners ontwikkelen van een voorstel voor bredere inzet meetdienst op luchtkwaliteitsmengen (gebruikmakend van reeds aanwezige data en meetneen).
-Uitvoeren analyse prioritaire MBA’s voor wat betre NOx- en fijn-stof-emissies
-Opstellen en uitvoeren actualisaeprogramma luchtemissies (scherper vergunnen op fijn stof, skstof en ammoniak)
- Samen met partners en ism GGD ontwikkelen van uitvoeringsbeleid lokale luchtkwaliteit, onder meer ten behoeve van omgevingsplannen
Aantal controles specifiek gericht op naleving luchtemissies (fijn stof, NOx, ammoniak)
Aantal aangescherpte/ geactualiseerde vergunningen op luchtemissies
Beleving van inwoners in de regio Arnhem van de milieu hygiënische kwaliteit van hun leefomgeving
Mogelijke KPI
Verminderen geluidhinder door bedrijfsacviteiten en evenementen
Prioriteit 2: Verminderen milieuhinder
- Samen met partners ontwikkelen en uitvoeren van een aceve bronaanpak
- Bijdragen aan een handhaaaar geluidbeleid voor evenementen
- Bijdragen aan de totstandkoming van een regionaal afgestemd geluidbeleid tbv omgevingsplannen
Daling van aantal klachten geluidgehinderden agv bedrijfsacviteiten en evenementen t.o.v. 2023
Planning/ Fasering
CC
Rol ODRA
x
1
1
x
2026
2025 x
-
Parciperend
Adviserend
50 K
Adviserend
-#
-
Regulerend
Regulerend
Adviserend
S
-
-
250 K*
I
30 K
-
-
Regulerend
30 K
Parciperend
2025
-
S
Regulerend
-
I
2025-2028
2025
2025
3
x
x
3
x
2
x
x
x
2
Dit wordt gemeten door in 2024/2025 een nulmeng uit te laten voeren en in 2028 een nieuwe meng. Uiteraard is de score die wordt gemeten niet uitsluitend aankelijk van de VTH-inzet, maar verondersteld wordt dat de bijdrage substaneel is
Categorie
*Er wordt ingeschat dat een uitbreiding nodig is van de meetdienst met 2 e. Deze uitbreiding wordt niet alleen ingezet voor luchtkwaliteitsmengen, maar ook voor geluid en ZZS-mengen. De daadwerkelijke invulling is aankelijk van de feitelijke invulling en de strategische posionering van de meetdienst. Momenteel wordt een BC uitgewerkt. Voor 2025 hebben we daarom nog geen bedrag in de begrong opgenomen doch deze als stelpost geposioneerd.
Verminderen van NOx- en fijn stofemissies bij prioritaire milieubelastende acviteiten
Alle vergunningen voldoen uiterlijk in 2027 aan strenge luchtemissie-eisen
Prioriteit 1: Luchtkwaliteit
Opgave: een gezonde leefomgeving voor mens, dier en milieu
Prioriteit/Doel
040
x
Voorkomen van Intensiveren toezicht nieuwe bodemindirecte lozingen
Prioriteit Prioriteit 3: 5: Beschermen Verbeteren bodem en grondwater waterkwaliteit
Betere naleving informaeplicht en minimalisaeverplichng ZZS Prioriteit/Doel
- Bij bedrijfsbeëindiging consequent laten Intensiveren van controles op indirecte uitvoerenop van eindonderzoek bodemwe lozingen het riool. Daarbij leggen
Acviteiten -Toezicht en handhaving op de ketens van ZZS (specifiek toezichtproject)
- Gerichte aspectcontroles op ZZS: toezicht en handhaving op aanwezigheid vermijdingsen reduceplannen
- Vergunningen actualiseren op aspect ZZS
- Uitvoeren branchegericht toezicht bij ZZS-relevante bedrijven zoals metaalbewerkende en coangbedrijven
risicoanalyse ZZS: op welke ZZS-groepen -Opstellen klachtaandelingsbeleid gaan we ons focussen voor hinder agv energietransie
- Samen met partners ontwikkelen en toepassen van een handreiking voor geluidsoverlast agv energietransie -cumulae Samen met partners uitvoeren van een
- Actualiseren vergunningen op het aspect geluid
Prioriteit 4: Tegengaan Het verminderen verspreiding ZZS van geluidhinder van nieuwe energiedragers Grootgebruikersen en -voorzieningen als groot emienten van gevolg van de ZZS in ODRA-gebied energietransit beter in beeld
Beter beschermen van grondwater (beschermingsgebieden)
Bijdragen aan de totstandkoming een -- Bij bedrijfsbeëindiging consequentvan laten regionaal geluidbeleid tbv uitvoeren afgestemd van eindonderzoek bodem omgevingsplannen -Intensiveren risicogestuurd keten- en -locaetoezicht Bijdragen aan (vrijeveld-controles) een handhaaaar geluidbeleid grond voor evenementen en secundaire bouwstoffen (focus op o.m. AVI-bodemas, immobilisaten, IBC-bouwstoffen) - Samen met partners ontwikkelen en van een aceveopbronaanpak -uitvoeren Uitvoeren van toezicht milieubelastende richng o.m.inbinnenstad-vervoerders, acviteiten beschermingsgebieden t.b.v. de evenementenorganisatoren openbare drinkwatervoorziening (nieuwe taak ODRA i.o.v. provincie) - Maatwerkaanpak VTH ontwikkelen en voor bedrijven die de meeste -uitvoeren Samen met partners ontwikkelen van een geluidhinder inclusief richtlijn voor veroorzaken, wijze van omgaan metperiodieke geluidmengen bodemenergie-systemen
Verminderenvan geluidVoorkomen hinder door bedrijfsnieuwe bodemacviteiten en verontreinigingen evenementen
Prioriteit Prioriteit 2: 3: Verminderen Beschermen bodem milieuhinder en grondwater
Sjging van aantal nulsituaeonderzoeken dat bedrijven laten uitvoeren ten
Jaarlijks aantal handhavingszaken dat betrekking hee op ZZS-gerelateerde overtredingen. Of: % van gecontroleerde groep die aan informaeplicht ZZS voldoet Mogelijke KPI
Sjging inzicht in aantal bedrijven dat ZZS emieert e/o verwerkt e/o zich ervan ontdoet ten opzichte van 1-1-2025 in beeld
Daling van geluidSjging vanaantal aantalklachten nulsituaeonderzoeken gehinderden bedrijfsacviteiten dat bedrijvenagv laten uitvoeren ten en evenementen t.o.v. 2023 opzichte van 1-1-2025
-
2027 - 2028
x
x x
1
2
3
2025 2025 -- 2028 2028
-
I
50K CC
-
S
-
-
2027 - 2028 x
Planning/ 2027 Fasering
-
2026 - 2028 x
xCategorie
-
-
Regulerend Regulerend en signalerend
Rol ODRA Regulerend en adviserend
Regulerend
Regulerend
Regulerend en adviserend
Adviserend Adviserend en parciperend Adviserend
2025
30K
Regulerend
Regulerend Adviserend
Parciperend Regulerend en signalerend
Regulerend Adviserend
Adviserend Regulerend
Rol ODRA
Regulerend
-
-
-* -
x
-
-
30K 30K
-
-
-
50 K -
-# -
--
2025
2026 - 2028
2026 - 2028 2026
2026
2025 - 2028 2025
2025 2025 - 2028
S S
II
2025
x
3 3
CC
x
x
x
x
2 2
Planning/ Fasering
-
x
x
x
x
x
x
1 1
*Er wordt ingeschat dat een uitbreiding nodig is van de meetdienst met 2 e. Deze uitbreiding wordt niet alleen ingezet voor luchtkwaliteitsmengen, maar ook voor geluid en ZZS-mengen. De daadwerkelijke invulling is aankelijk van de feitelijke invulling en de strategische posionering van de meetdienst. Prioriteit/Doel Acviteiten Mogelijke KPI geposioneerd. Categorie Momenteel wordt een BC uitgewerkt. Voor 2025 hebben we daarom nog geen bedrag in de begrong opgenomen doch deze als stelpost
-Op basis van toezichtproject ontwikkelen van een maatwerkaanpak voor bedrijven met hoogste uitstoot NOx en fijn stof
041
Omgevingsdienst Regio Arnhem
Meerjarenprogramma | 2025-2028
Intensiveren toezicht indirecte lozingen
Prioriteit 5: Verbeteren waterkwaliteit
Betere naleving informaeplicht en minimalisaeverplichng ZZS
Grootgebruikers- en groot emienten van ZZS in ODRA-gebied beter in beeld
Prioriteit 4: Tegengaan verspreiding ZZS
Beter beschermen van grondwater (beschermingsgebieden)
Voorkomen van nieuwe bodemverontreinigingen
Prioriteit 3: Beschermen bodem en grondwater
Prioriteit/Doel
Intensiveren van controles op indirecte lozingen op het riool. Daarbij leggen we een link met de ZZS-aanpak (zie prioriteit 4).
-Toezicht en handhaving op de ketens van ZZS (specifiek toezichtproject)
- Gerichte aspectcontroles op ZZS: toezicht en handhaving op aanwezigheid vermijdingsen reduceplannen
- Vergunningen actualiseren op aspect ZZS
- Uitvoeren branchegericht toezicht bij ZZS-relevante bedrijven zoals metaalbewerkende en coangbedrijven
- Samen met partners uitvoeren van een risicoanalyse ZZS: op welke ZZS-groepen gaan we ons focussen
- Samen met partners ontwikkelen van een richtlijn voor wijze van omgaan met bodemenergie-systemen
- Uitvoeren van toezicht op milieubelastende acviteiten in beschermingsgebieden t.b.v. de openbare drinkwatervoorziening (nieuwe taak ODRA i.o.v. provincie)
-Intensiveren risicogestuurd keten- en locaetoezicht (vrijeveld-controles) grond en secundaire bouwstoffen (focus op o.m. AVI-bodemas, immobilisaten, IBC-bouwstoffen)
- Bij bedrijfsbeëindiging consequent laten uitvoeren van eindonderzoek bodem
Acviteiten
Jaarlijks aantal handhavingszaken dat betrekking hee op ZZS-gerelateerde overtredingen. Of: % van gecontroleerde groep die aan informaeplicht ZZS voldoet
Sjging inzicht in aantal bedrijven dat ZZS emieert e/o verwerkt e/o zich ervan ontdoet ten opzichte van 1-1-2025 in beeld
Sjging van aantal nulsituaeonderzoeken dat bedrijven laten uitvoeren ten opzichte van 1-1-2025
Mogelijke KPI
-
30K
-
50K
2027 x
-
-
2027 - 2028
x
2025 - 2028
Regulerend en adviserend
-
2027 - 2028 x
x
Regulerend
-
2026 - 2028 x
Regulerend en signalerend
Regulerend
Regulerend en adviserend
30K
Adviserend en parciperend
Adviserend
Regulerend en signalerend
Regulerend
Regulerend
Rol ODRA
2025 x
2026
-
-
x
-
-
2025 - 2028
x
x
-
S
I
-
3
CC
2025 - 2028
2
Planning/ Fasering
x
1
Categorie
042
Acviteiten
- Projectmag toezicht bij 1) opslag gevaarlijke stoffen bij magazijnen en distribuepunten en 2) LNG-staons + andere nieuwe energiedragers.
- Versterken van de EV-advisering bij ruimtelijke iniaeven en plannen, gericht op integrale omgevingsveiligheid (rekening houdend met cumulaeve risico’s van o.m. bedrijfsacviteiten, transport gevaarlijke stoffen, nieuwe energiedragers).
- Uitbreiden experse en versterken samenwerking in expersenetwerk EV (regionaal en landelijk).
- Samen met partners ontwikkelen van regionaal uitvoeringsbeleid EV, o.m. t.b.v. Omgevingsplannen.
-Samen met milieutoezicht, brandweer en andere partners ontwikkelen van een risicogestuurde en programmasche aanpak op kwaliteits- en veiligheidsaspecten in de bestaande bouw.
- Met ontwikkelaars en bouwers in iniaeffase om de tafel over kwaliteits- en veiligheidsaspecten.
- Extra aandacht aan bouwkwaliteit (w.o. duurzaamheid) en veiligheid bij aanvragen vergunningen Bouw en Sloop.
- Uitvoeren van bouw- en woningtoezicht conform met bouwpartners opgestelde risicostrategie bouw.
Versterken van de
- Uitvoeren van risicogestuurd ketentoezicht, samen
Prioriteit 8. Aanpak ondermijnende criminaliteit
Meer aandacht voor bouwkwaliteit en -veiligheid in de bestaande bouw
Grotere effecviteit bouwtoezicht
Prioriteit 7. Borgen bouwkwaliteit en veiligheid
Verlagen van veiligheidsrisico’s ivm opslag gevaarlijke stoffen en toepassing nieuwe energiedragers
Beter inzicht in de actuele veiligheidsrisico’s van bedrijfsacviteiten;
Prioriteit 6. Beperken en beheersen veiligheidsrisico’s
Opgave: een veilige leefomgeving
Prioriteit/Doel
Aantal geregistreerde gevallen van
Bij steekproefsgewijze audits op vereiste bouwkwaliteit is het percentage dat voldoet tenminste 90%
% van gecontroleerde bedrijven waar opslag gevaarlijke stoffen aan de regels voldoet
Aantal incidenten en ongevallen bij bedrijven
Beleving van externe veiligheid door inwoners in de regio Arnhem
Mogelijke KPI
Planning/ Fasering
CC
Rol ODRA
x
2025 - 2028
-
-
2025 - 2028
x
2026 - 2027
Regulerend
2026 - 2028 x
Regulerend
Parciperend en adviserend
Adviserend
Regulerend
2025 - 2028
Regulerend en adviserend
Adviserend
Parciperend
Adviserend
x
-
-
2025 - 2028
x
75K
-
-
-
-
2025 - 2028
x
-#
S
2025 - 2028
-
I 2024 - 2025
3
x
2
x
1
Dit wordt gemeten door in 2024/2025 een nulme ng uit te voeren en deze te herhalen in 2028. Uiteraard is de score die wordt gemeten niet uitsluitend aankelijk van de VTH-inzet, maar verondersteld wordt dat de bijdrage substan eel is
Categorie
043
Omgevingsdienst Regio Arnhem
- Met ontwikkelaars en bouwers in iniaeffase Acviteiten om de tafel over kwaliteits- en veiligheidsaspecten.
Meerjarenprogramma | 2025-2028
-Samen met milieutoezicht, brandweer en andere partners ontwikkelen van een risicogestuurde en programmasche aanpak op kwaliteits- en veiligheidsaspecten in de bestaande bouw.
Versterken van de samenwerking met
- Uitvoeren van risicogestuurd ketentoezicht, samen met andere OD’s en ketenpartners (w.o. poli e en
Prioriteit 8. Aanpak ondermijnende criminaliteit
Meer aandacht voor bouwkwaliteit en -veiligheid in de bestaande bouw
- Met ontwikkelaars en bouwers in iniaeffase om de tafel over kwaliteits- en veiligheidsaspecten.
- Extra aandacht aan bouwkwaliteit (w.o. duurzaamheid) en veiligheid bij aanvragen vergunningen Bouw en Sloop.
Aantal geregistreerde gevallen van ondermijnende en milieucriminaliteit
Bij steekproefsgewijze audits op vereiste bouwkwaliteit is het percentage dat voldoet tenminste 90%
98% van alle bedrijfsloca es % van gecontroleerde bedrijven waar ongeacht de milieu-impact is bekend opslag gevaarlijke stoffen aan de regels voldoet
Ac ef monitoren van - Doorzeen/intensiveren van gebiedsscans Verlagen van - Projectmag toezicht bij wijzigingen in het op bedrijventerreinen. veiligheidsrisico’s ivm 1) opslag gevaarlijke stoffen bij magazijnen en bedrijvenbestand en opslag gevaarlijke distribuepunten en 2) LNG-staons + andere snellere signalering - Verbreden van de gebiedsgerichte aanpak naar stoffen en toepassing nieuwe energiedragers. en/of opsporing van het buitengebied (bijv. leegstaande gebouwen, nieuwe energiedragers ondermijnende (milieu) recrea eparken). criminaliteit Prioriteit 7. Borgen bouwkwaliteit en veiligheid - Bijdrage leveren aan nieuwe ini a even (bijvoorbeeld bestuurlijke interven eteams, speciaal informa ecentrum voor opsporing ondermijnende Grotere effecviteit - Uitvoeren van bouw- en woningtoezicht conform criminaliteit). bouwtoezicht met bouwpartners opgestelde risicostrategie bouw.
Beter inzicht in de Versterken van de actuele veiligheidssamenwerking met risico’s van bedrijfsketenpartners in de acviteiten; aanpak van ondermijnende (milieu) criminaliteit
Aantal geregistreerde incidenten en ongevallen gevallen van bij bedrijven en milieucriminaliteit ondermijnende
Beleving van externe veiligheid door inwoners in de regio Arnhem
Mogelijke KPI
percentage dat voldoet tenminste 90%
- Samen metvan partners ontwikkelen van Uitvoeren risicogestuurd ketentoezicht, samen regionaal uitvoeringsbeleid EV, o.m.(w.o. t.b.v.poli e en met andere OD’s en ketenpartners Omgevingsplannen. OM), bij o.m. afvalbedrijven en specifieke stromen (bijv. metaal, asbest, grond). - Uitbreiden experse en versterken samenwerking expersenetwerk EV onder- Met specifiekeinexper se en capaciteit (regionaal enintegrale landelijk).veiligheidscontroles en steunen van an -ondermijningsprojecten van gemeenten. - Versterken van de EV-advisering bij ruimtelijke en plannen,we gericht op integrale -iniaeven In 2024 ontwikkelen een voorstel voor omgevingsveiligheid (rekening houdend het vervolg van het project Theseus datmet in cumulaeve risico’s van o.m. bedrijfsacviteiten, april 2025 afloopt. transport gevaarlijke stoffen, nieuwe energiedragers).
Prioriteit 6. Beperken en beheersen criminaliteit veiligheidsrisico’s 8. Aanpak ondermijnende
Opgave: een veilige Meer aandacht voorleefomgeving -Samen met milieutoezicht, brandweer en andere bouwkwaliteit en partners ontwikkelen van een risicogestuurde en -veiligheid in de programmasche aanpak op kwaliteits- en bestaande bouw veiligheidsaspecten in de bestaande bouw.
Prioriteit/Doel
- Extra aandacht aan bouwkwaliteit (w.o. duurzaamheid) en veiligheid bij aanvragen vergunningen Bouw en Sloop. 2025 - 2028 Planning/ Fasering
xCategorie CC
Adviserend Rol ODRA
Regulerend
2025 - 2028
x
x
Regulerend
2026 - 2028 x
2025 - 2028
2026 - 2027
Regulerend
2025 - 2028
-
75K
-
-
Regulerend en signalerend
Parciperend en adviserend
Adviserend
Parciperend Regulerend en signalerend adviserend
x
-
Adviserend en parciperend
-
2026 - 2028
Parciperend en signalerend
x
-
-
Adviserend
2026 - 2028
-
-
Adviserend
x
2025
-
Adviserend
Parciperend
Adviserend Regulerend en signalerend
2025 - 2028 2025 - 2028
x
2025 - 2028
-
-
2025 - 2028
-
x
-
-
2025 - 2028
x
-# -
S
-
I 2024 - 2028 2025 2025
3
x
2
x x
x
x
1
Parciperend 75K een nulme 2026 - 2027 Dit wordt gemeten door in 2024/2025 ng uit te en adviserend voeren en deze te herhalen in 2028. Uiteraard is de score die wordt gemeten niet uitsluitend aankelijk van de VTH-inzet, maar verondersteld wordt dat de bijdrage substan eel is
2026 - 2028
x
044
Aantal uitgevoerde “brede” energiecontroles
- Samen met partners gebiedsgerichte of branchespecifieke projecten opzeen die zich richten op zichtbare, concrete en effeceve maatregelen, bijv. minder terrasverwarmers, sluiten van winkeldeuren, ’s avonds uitdoen van kantoorverlichng.
Planning/ Fasering
CC
Rol ODRA
x
x
- Versterken van de energie-advisering rond ruimtelijke plannen en gemeenten ondersteunen met de duurzaamheidstoetsing daarvan (bijv. vervolgpilots m.b.v. het instrument EnergiePrestae op Locae (EPL) en/of op daadwerkelijke realisae energie-/ klimaat- /watermaatregelen).
x
1
x
2
x
x
3
2025 - 2028
2025
2026 - 2027
2026 - 2028
2025 - 2028
-
-
-
-#
-
-
-
100K
-
-**
-
100K
S
I
Adviserend en parciperend
Parciperend
Parciperend
Parciperend
Parciperend
Regulerend en signalerend
In 2024 wordt m.b.v. een enquête in kaart gebracht wat de nulsituae op een select aantal duurzaamheidsitems is (CE en energie); in 2028 wordt de enquête herhaald. Uiteraard is de score die wordt gemeten niet uitsluitend a ankelijk van de VTH-inzet, maar verondersteld wordt dat de bijdrage substaneel is
Categorie
- Ondersteunen (met specifieke inhoudelijke en VTH-experse) van gemeenten en regionale parjen bij het oplossen van vraagstukken rond de energieinfrastructuur (laadinfra, netcongese).
- Samen met partners opstellen van regionaal uitvoeringsbeleid verduurzaming energievoorziening (met aandacht voor neveneffecten nieuwe energiedragers en verduurzaming monumentale panden).
- Samen met gemeenten ontwikkelen van een effeceve aanpak richng kleinverbruikers.
Het gebruik van hernieuwbare energiebronnen bij bedrijven is met 25% toegenomen t.o.v. 2024
Mate waarin bedrijven duurzaamheidsmaat-regelen hebben getroffen is met 20% gestegen t.o.v. 2024
Mogelijke KPI
- In energiecontroles aandacht voor duurzame opwek, energiemanagement, vervoer/mobiliteit en netcongese-problemaek.
Acviteiten
**Tot en met 2026 zijn er – mede dankzij de SPUK-bijdragen - voldoende middelen voor het energieprogramma. Vanaf daarna is de financiële situae onzeker. Gelet hierop zijn voor enkele energieprojecten in dit overzicht aanvullende incidentele middelen opgenomen (2 x € 100.000,-). Dekking hiervan vindt plaats vanuit het innovaebudget.
Beter ondersteunen van energietransieplannen en -projecten van gemeenten, regio en provincie.
Verminderen van het fossiele energieverbruik bij bedrijven en kantoren. Energiecontroles zijn daarbij succesvol verbreed;
Prioriteit 9: Terug- dringen gebruik fossiele energie
Opgave: een duurzame leefomgeving
Prioriteit/Doel
045
Omgevingsdienst Regio Arnhem
Meerjarenprogramma | 2025-2028
Regulerend en adviserend
2026 - 2028
2026 - 2028
2025 - 2028
x
x
x
Overzicht koplopers CE in een branche
- CE meenemen in branche-aanpak (complexe) bedrijven (scouten van koploper-bedrijven, informeren over komende verplichngen t.a.v. toepassing recyclaat, ecodesign en experimenteren met maatwerkvoorschrien CE).
- Intensiveren van toezicht op circulair handelen en naleving scheidingsregels bouw- en sloopafval bij sloopprojecten in GWW en woningbouw.
- Beoordelen “afval of niet” conform nog vast te stellen handreiking.
Regulerend
Regulerend
Regulerend
2025 - 2027
Regulerend en adviserend
x
150K per jaar^
Aantal nieuwe vergunningen waarin CE-voorschrien zijn meegenomen
2025 - 2028
- Actualisae van vergunningen van afval- bedrijven of verwerkers, zodat ze aan de eisen vanuit het landelijke CMP-1 voldoen. Hierover maken we werkafspraken met ODRN.
- Ontwikkelen en toepassen maatwerkvoor-schrien CE (grondstoffenbesparing) en spelregels voor proefnemingen CE in vergunningen.