CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

8f. Begroting 2025 ODRA

1.3 Commissievergadering 18 juni 2024, gemeente RozendaalBij agendapunt: Bespreking agendapunten raadsvergadering 18 juni 20248.074 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage bij meerjarenplan 2025 - 2028

Begroting 2025

02

INLEIDING Deze begroting wordt gepresenteerd als bijlage bij het meerjarenplan van ODRA. In 2023 is ODRA gestart met het opstellen van dit plan. Het proces voor het opstellen van begroting liep hieraan parallel. In hoofdstuk 7 van het meerjarenplan zijn dan ook de uitgangspunten van het financieel beleid opgenomen. De focuspunten en activiteiten voor de komende jaren zijn vertaald in deze begroting. In december 2023 is, op basis van een concept van het meerjarenplan, de kadernota 2025 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Dié kaders vormen de uitgangspunten voor deze begroting en meerjarenraming, te samen met het meerjarenplan én de conceptwerkplannen voor 2025. Deze zijn met de partners opgesteld in de maanden januari en februari 2024 en gebaseerd/geëxtrapoleerd op de werkplannen 2024. Deze begrotingsbijlage is beleidsarm. Bij de toelichtingen op de tabellen worden met name de uitgangspunten toegelicht waarop de begroting is gebaseerd. Die bestaan vooral uit de kaders en normen die door het Algemeen Bestuur zijn vastgesteld (mede in de kadernota) en gebaseerd op de geldende CAO, verplichtingen, indexeringen en trendontwikkelingen vanuit de realisatie(s) van afgelopen jaar 2023.

Bijlage | Begroting 2025

03

I N H O U D S O P G AV E 03

Inleiding

04

1. Uitgangspunten voor de programma-begroting 2025

09

2. Financieel beleid en kaderstelling

012

3. Begroting 2025

017

4. Meerjarenbegroting 2026-2028

019

5. Geprognosticeerde balans en financiële positie

023

6. Risico’s voor de begroting 2025

025

7. Ondertekening

BIJLAGEN 026

Bijlage 1 Overzicht producten

027

Bijlage 2 Overzicht diensten

028

Bijlage 3 Overzicht bijdragen klanten

1

UITGANGSPUNTEN VOOR DE PROGRAMMABEGROTING 2025

05 1.1 PDC - 2024 / 2025 In september 2023 heeft het bestuur de PDC voor 2024 vastgesteld. Voor 2025 is een aantal modificaties aangebracht, op basis van nieuwe inzichten vanuit de omgevingswet en nieuwe vraag aan diensten. Tevens zijn een beperkt aantal wijzigingen in de servicecategorie gemaakt. Services zijn omgezet van ‘product’ naar ‘dienst’ vanwege de ervaringen van 2023. Er is gebleken dat de tijdsbesteding aan een product te gevarieerd is afhankelijk van de aard van de zaak of partner. Klachtenafhandeling is de belangrijkste aanpassing. Kengetallen zijn niet aangepast.

In onderstaande ‘kern-tabel’ is het kader vanuit de productcategorieën (PDC) weergegeven. De cijfers in de begroting 2025 zijn bepaald door extrapolatie van de diensten in de werkpakketten 2024 (vastgesteld in november 2023), met op de achtergrond geformuleerde trends (zie meerjarenplan), voor zover kwantificeerbaar. ODRA is de afgelopen jaren in omzet gegroeid. Dit komt voort uit een groter structureel takenpakket vanuit de partners en, met name vanaf 2023, door de uitvoering van grote projecten. Vanaf 2023 zijn de tarieven geïndexeerd op de (historisch gezien) hoge inflatie.

1.2 Taakvelden en programma’s Binnen het Gelders Stelsel is de afspraak gemaakt dat onze werkzaamheden worden gecategoriseerd in taakvelden en programma’s. De taakvelden (milieu, bouw en algemeen) die we voorheen hanteerden hebben we in lijn gebracht met de taakvelden die vanuit het IBP (Inter Bestuurlijk Programma) worden gehanteerd ten behoeve van de robuustheidsmeting. Het gaat om ‘basistaken milieu’, ‘milieu gerelateerde (plus)taken’ en plustaken; over het algemeen ‘bouw’. Er zijn vijf programma’s: vergunningverlening, toezicht en handhaving, advies, stelseltaken, en projecten.

1.3 Financieringsstructuur Sinds 2018 werken we vanuit de afspraken over ‘beheerste outputfinanciering’. Deze methodiek houdt in dat we werken met een mix van financieringen. Per productcategorie geldt een ander regime: • Provinciale programma’s worden afgerekend op basis van nacalculatie van de gewerkte uren. • De werkprogramma’s voor partners en collega OD’s in Gelderland: afgenomen ‘producten’ worden afgerekend met een vaste prijs, de ‘diensten’ met nacalculatie op uren en de gezamenlijke diensten met een vaste prijs voor het geheel. • De diensten aan derden is geheel op nacalculatie basis van de bestede uren. • Materiele kosten (out of pocket) worden veelal 1 op 1 doorbelast zonder toeslag.

28.000

22.000

16.000

10.000

real 2022

real 2023

ini begr 2024

ini begr 2025

Tabel 2: Omzetontwikkeling vanaf 2022 Toelichting grafiek omzetontwikkeling • De begroting 2024 is lager dan 2023 en 2025. Dit heeft te maken met de projecten (bv WNB, SPUK IBP) die in 2023 zijn uitgevoerd. • Voor 2024 is de verwachting dat de omzet hoger wordt door nieuwe projecten, aanvullend gefinancierd door ministerie en derden.

Tabel 1: Kerncijfers productie Omgevingsdienst Regio Arnhem

06 realisatie 2023

begroting 2024

begroting 2025

benchmark

Personeelskosten direct

€ 69

€ 73

€ 76

€ 68

Personeelskosten indirect

€ 17

€ 16

€ 17

€ 21

Tariefopbouw in euro

Materieel - huisvesting & facilitair

€3

€4

€3

€9

- ict

€4

€3

€4

€5

- overige kosten

€2

€3

Overhead

€9

€4

€5

€ 10

€ 11

€ 19

€ 104

€ 104

Beleidsruimte *)

€0

Totaal

€ 95

€ 99

-€ 4 4,2%

5,1%

1.412

1.400

1.358

- stijging tov voorgaand jaar Aantal productieve uren

1.358

Tabel 3: Tarief opbouw in relatie tot benchmark

1.5 Trends per taakveld en programma en aantallen producten & diensten

1.4 Benchmark; tarief opbouw en andere uitgangspunten We benchmarken onszelf met onder meer de ‘handleiding overheidstarieven’. Met name waar het gaat over het tarief, de overhead en over het aantal productieve uren per fte. In 2023 is er een trendbreuk in de norm hiervoor. Vanuit de CAO-SGO is het aantal (bovenwettelijke) verlofdagen voor onze medewerkers toegenomen. In 2023 en 2024 gaat het om gemiddeld 5 dagen extra per persoon. De productiviteitsnorm zakt daardoor van gemiddeld 1.400 uur per fte naar 1.358 uur. Vanuit de benchmark zien we dat het tarief van ODRA gelijk is aan het landelijke beeld van overheidsorganisaties. In vergelijking met andere omgevingsdiensten zit het tarief van ODRA in de onderste regionen. Een belangrijk verschil is dat we onze overhead hebben kunnen verlagen naar circa 26%. Het aandeel loonkosten in het tarief is bij ODRA hoger dan in de benchmark; dit is te verklaren doordat we relatief veel hoger ingeschaalde werknemers hebben dan veel uitvoeringsdiensten in de benchmark. De ‘beleidsruimte’ in de benchmark is de vrije ruimte die organisaties voor specifieke projecten inzetten. Wij categoriseren deze binnen de personeelskosten.

In de tabellen 4 en 5 is de omzetontwikkeling van de afzonderlijke taakvelden en programma’s weergegeven. In de grafieken is de omzet (x € 1.000) van respectievelijk 2023 en begroting 2025 aangegeven. • De omzet neemt toe in beide taakvelden (bouw en milieu). Ten opzichte van de realisatie 2023 stijgt de omzet uit de bouw met 1,3 miljoen (22%). Dit is voor de helft toe te schrijven aan het prijseffect, de andere helft betreft een verwachte toename in het aantal Briks-vergunningen. • In het taakveld milieu neemt de omzet met 5% toe ten opzichte van 2023. Uit grafiek 5 blijkt dat we een afname verwachten bij toezicht en handhaving; er zijn vooralsnog minder controles (wnb), klachten en handhavingsbesluiten geraamd. • In 2023 zijn er veel projecten uitgevoerd. We verwachten dat deze trend zich doorzet. Er is een stelpost opgenomen in de begroting voor mogelijke projecten van derden. • In de PDC 2025 wordt een aanpassing gedaan met betrekking tot de service categorisering. We evalueren elk jaar of een activiteit voldoende stabiliteit heeft om deze als product met vaste prijs aan te bieden. Het moet dan voor alle klanten en alle zaken voldoende representatief en vergelijkbaar zijn. Hiermee word het risico van een onnauwkeurig kengetal (en dus onjuiste kostendoorbelasting) gemitigeerd.

Omzet per taakveld Omzet per programma 20.000

18.511

19.390

Omzet per taakveld Omzet per taakveld 12.000

11.450

11.351

15.000 real 2022 10.000 5.917

8.000

real 2023

7.226

5.000

ini begr 2024

6.461

5.535 5.372

4.877 3.269

4.000

2.729

ini begr 2025

0 Bouw

Milieu

0 Verg.

Tabel 4 en 5: Omzet per taakveld en programma

Bijlage | Begroting 2025

T&H

Advies

Project

e

innovatie

07 Aantal producten 8.000

6.000 real 2022 4.000 real 2023 2.000

ini begr 2024 ini begr 2025

0 Bouw

Milieu

Aantal diensten in uren 120.000

90.000

60.000

30.000 0 Bouw

Milieu

Tabel 6 en 7: Ontwikkeling aantal producten en diensten • De daling van het aantal producten in tabel 6 betreft de omzetting van klachtafhandeling van product naar dienst. Hier is gebleken dat enkele bedrijven/casus vele klachten veroorzaken die een specifieke aanpak vergen. Het afrekenen via een vaste prijs is dan niet reëel. Om dit te voorkomen wordt de klachtafhandeling voortaan afgerekend op reële urenbasis.

jarenplan verwezen. Vanuit het IBP (Interbestuurlijk programma) is een criterium gesteld voor de innovatieomzet van een omgevingsdienst. Deze betreft 1% van de omzet. Toelichting grafiek innovatie budget • Ten behoeve van de begroting 2025 zijn de bestaande projectbudgetten samengevoegd en opnieuw gealloceerd. • Het budget voor de omgevingswet valt vrij, evenals voor de GUOV. De vaste kosten hiervoor zijn onderdeel van de gezamenlijke dienst ‘beheer zones en kaarten’ (zie tabel 9).

1.6 Projecten en programma’s en gezamenlijke diensten In deze paragraaf is het merenjarenplan gespecificeerd voor het aandeel projecten, programma’s en innovatieactiviteiten. Voor de inhoudelijke toelichting op de voorgenomen bestedingen, wordt naar het meer-

Innovatie/projecten-agenda Realisatie 2023 x € 1.000

Ini begr. 2024

Programma Omgevingswet 251

139

173

149

Stimuleren circulaire economie 81

50

Energie

Ini begr. 2025

Realisatie 2023

Ini begr. 2024

Ini begr. 2025

251

139

120

173

149

120

150

81

50

150

Verminderen Nox en fijnstof

100

100

Tegengaan ZZS

30

30

Robotisering intakeproces

50

Nader te bepalen / vrij budget 81 innovatie108

50 81

108

Totaal

586

446

450

586

446

450

Percentage omzet

2,4%

1,9%

1,7%

2,4%

1,9%

1,7%

24.712

24.083

26.729

24.712

24.083

26.729

Omzet Tabel 8: Innovatie agenda

Omgevingsdienst Regio Arnhem

08 Omschrijving gezamenlijke dienst x € 1.000

Thema

realisatie 2023

ini begr. 2024

begroting 2025

Piketdienst

87

115

117

Strafrecht

217

248

260

Data- en ketengedreven services

721

693

731

Klantadvisering

milieu

12

30

42

Klantadvisering

434

bouw

504

413

Gezamenlijke dienst voor algemeen deel van de projecten GUOV

29

25

Advies uitvoeringsbeleid

137

204

429

1.706

1.727

2.013

173

149

Subtotaal reguliere gezamenlijke diensten

Programma Duurzaamheid:

Energie Circulariteit

81

50

Omgevingswet

251

139

Gezamenlijke dienst innovatiebudget

95

108

450

Subtotaal gezamenlijke programma's en projecten

600

444

450

2.306

2.172

2.463

Programma Omgevingswet:

Totaal gezamenlijke diensten Tabel 9: Overzicht gezamenlijke diensten

De gezamenlijke diensten worden met een vaste prijs opgenomen in de werkprogramma’s. Dat geschiedt op basis van de vastgestelde verdeelsleutel, bestaande uit 40% stemverhouding en 60% inwoneraantal. Voor 2025 is deze verdeelsleutel herijkt; vanwege de groei in de bijdrage van Doesburg, Overbetuwe en de Provincie is de verhouding aangepast. De gezamenlijke diensten worden ondergebracht in de betreffende programma’s conform onderstaande tabel. Toelichting gez. diensten • De stijging van het budget is voornamelijk een prijseffect. • Uitzondering is het advies uitvoeringsbeleid; Dit is een intensivering t.o.v 2024. Dit is apart toegelicht in het meerjarenplan.

Bijlage | Begroting 2025

2

09

UITWERKING FINANCIEEL BELEID EN KADERSTELLING

Omgevingsdienst Regio Arnhem

010 In het meerjarenplan is in hoofdstuk 7 het meerjarig financieel beleid (op hoofdlijnen) beschreven. Voor de begroting is concreet het volgende van belang:

2.1 Outputfinanciering: Hybride vorm provinciale programma’s In 2020 is het systeem van ‘beheerste’ outputfinanciering ingevoerd. Deze vorm van financiering geldt alleen voor de werkpakketten van partners en omgevingsdiensten. Voor diensten in provinciale programma’s (complexe handhaving en aandachts-bedrijven) geldt dat deze worden afgerekend via een input-methode, namelijk op basis van gerealiseerde uren (circa één vijfde van de omzet). Deze hybride vorm van financiering brengt inefficiënties met zich mee qua administratieve inrichting, tarifering en verantwoording naar de klanten. Vanuit het IBP-programma wordt nagedacht over een vorm van normfinanciering. Wanneer het kan worden geïmplementeerd is nog onduidelijk en dus nog niet meegenomen in deze begroting. In de bedrijfsvoering wordt het hanteren van een uniform tarief steeds lastiger. Er zijn tal van projecten die al op andere basis worden gefinancierd. Ook procesinnovaties, waarbij een deel van het werk door procesondersteuners wordt gedaan, maakt dat uniforme tarieven op termijn niet houdbaar zijn. Waar mogelijk gaat ODRA op beperkte schaal met tariefdifferentiatie aan de slag.

2.2 Besparingsdoelstellingen In december 2023 hebben de partners gevraagd om scenario’s uit te werken voor eventuele besparingen in de begroting, met als achtergrond de verontrustende scenario’s voor de gemeenten in kader van de herstructurering van het gemeentefonds in 2026. ODRA heeft op korte termijn, dus voor de begroting 2025, beperkt mogelijkheden. Veel van de kosten zijn vaste kosten (huisvesting, ict), en het merendeel van personeelskosten is gebaseerd op de CAO en ontwikkelingen daarin (indexatie). Besparingen komen pas in zicht op middellange termijn, middels intensievere samenwerking met andere omgevingsdiensten, waarbij taken en/of bedrijfsvoering gezamenlijk kan worden gedaan.

2.3 Doelmatig en efficiënt werken We werken continu aan onze doelmatigheid. Kwalitatief meer bereiken met minder middelen. Dit doen we onder meer door ons traject ‘rijker verantwoorden / outcome gericht werken’ waarbij we het te berekenen effect voorop stellen. Dat zijn vertrekpunten voor onze procesinrichting, die we zo efficiënt mogelijk inrichten. We ondersteunen dat door:

2.3.1 KWALITATIEF HOOGWAARDIG PERSONEEL: Van alle kosten vormen de personeelskosten het grootste aandeel in de exploitatie, in totaal circa 80%. ODRA voert een beleid om continu op drie aspecten de balans te vinden tussen kwaliteit en kosten: • Strategisch personeelsbeleid: We kennen relatief veel medewerkers die bij de oprichting vanuit de partners zijn overgekomen, met een hogere dan gemiddelde leeftijd, veelal salariëring in de eindschalen en diverse garantietoelagen. De natuurlijke uitstroom (pensioen) is op gang gekomen. Daarnaast zien we dat het verloop, door een dynamische arbeidsmarkt, fors is toegenomen, circa 15% in 2023. We verwachten dat het relatief hoge verloop blijft.

Bijlage | Begroting 2025

• Inclusie en diversiteit: ons uitgangspunt is een werkgever te zijn die breed aantrekkelijk is voor een diversiteit aan mensen. Hierbij streven wij naar een personeelsbestand welke een afspiegeling is van de maatschappij. Het streven is om in het laatste kwartaal 2024 tot een beleid en strategie rondom dit thema te komen. Hier geven wij vorm aan door middel van onderzoek, de aansluiting bij het netwerk Diversiteitsreis, en gesprekken met diverse partijen en partners ter benchmarking van het op te zetten beleid. • Het werk dat moet worden uitgevoerd, wordt complexer. Het aantrekken en behouden van kwalitatief hoogwaardig personeel zal door de krapte op de arbeidsmarkt in toenemende mate een uitdaging zijn. Om te voorkomen dat medewerkers hun heil elders zoeken en vervanging er niet is, behoudens steeds kostbaar wordende inhuur, wordt er gekeken naar het functiehuis. • We trekken veel jonge medewerkers aan en leiden ze zelf op. Dit zijn over het algemeen wat langere trajecten, met meer inwerkkosten, maar leiden uiteindelijk tot een stabielere en toekomst bestendige organisatie. • Het aandeel van de flexibele schil (externe inhuur) is op dit moment circa 23% van de totale loonkosten. Wij streven naar een flexibele schil van maximaal 15% van de loonkosten.

Belangrijke succesfactor voor dit beleid zijn de afspraken die ODRA maakt met haar partners over de structurele werkpakketten en de kwaliteit van de prognoses rond het meerjarige werkaanbod. Met bovenstaande condities zijn we beter in staat om in te zetten op het werven en behouden van vast personeel in plaats van inhuur.

2.3.2. DIENSTVERLENINGSCONCEPT We vinden het belangrijk dat er goed zicht is op de uitvoering van de dienstverlening van ODRA aan inwoners en ondernemers in de regio. Daartoe zijn in 2023 werkplannen opgesteld voor verbetering van de diensterlening, vanuit de visie dat we inwoners en ondernemers behandelen, zoals wij zelf ook behandeld zouden willen worden: vriendelijk, behulpzaam, geïnteresseerd en vakkundig. Door duidelijke en zichtbare servicenormen over onze dienstverlening, samengevat in een online kwaliteitshandvest. We werken aan begrijpelijke digitale externe informatievoorziening, toegankelijk voor iedereen, ook voor mensen met een specifieke beperking. In de begroting is dit vertaald in de budgetten voor bedrijfsvoering, onder meer bij post – en telefonie, receptie, informatievoorziening & archief en facilitair.

2.3.3. DUURZAME HUISVESTING, FACILITAIR EN ICT: In september 2022 is ODRA verhuisd naar de Airborne tower. We huren daar vier verdiepingen die duurzaam zijn ingericht (energielabel A++), automatische ledverlichting en refurbished meubilair. Aan de verhuizing was gekoppeld een ICT -transitie naar volledig mobiel – in the cloud. De structurele financiële effecten waren circa € 150.000 per jaar besparing en compliant aan de wet informatiebeveiliging. Het beleid voor de komende jaren is erop gericht om de ICT verder in te richten op efficiënt gebruik van de mogelijkheden voor samenwerken (via teams). Qua huisvesting begint de grens al wel in zicht te komen, met name op de drukke dagen in de week. Voor één specifiek onderdeel van de huisvesting, namelijk de meetdienst, wordt in 2024 een oplossing gezocht. De huidige locatie van de werkplaats (aan de Markt in Arnhem) is te klein voor de te verwachten groei.

011 Op facilitair gebied hebben we een mobiliteitsbeleid geformuleerd, waarbij we de omslag naar minder CO2 uitstoot voor ogen hebben. We stimuleren dat door ons wagenpark te electrificeren, en door gebruik te maken van e-fietsen (leaseregeling), ook voor woon-werk verkeer. Vanaf het begrotingsjaar 2024 zijn we met ingang van 1 juli verplicht te rapporteren over het CO2 gebruik en de besparingen die we gaan bereiken.

2.3.4. PLANNING EN CONTROL & INFORMATIESYSTEMEN Efficiëntie bereiken we ook in de informatievoorziening aan onze klanten (partners, derden en subsidiegevers). We zijn bezig om de processen verder te stroomlijnen, mede aan de hand van de richtlijnen om een eigen ‘in control statement’ te kunnen afgeven. Deze verplichting geldt vanaf 2023. Begin 2024 zijn we gestart met een hernieuwde aanbesteding voor een integraal bedrijfsvoerings-systeem. Sinds 2019 gebruiken we SAP by Design in combinatie met een aantal systemen, waaronder die voor salarisverwerking. Na evaluatie is gebleken dat dit systeem in de huidige configuratie onvoldoende toekomstbestendig is, met name om de professionalisering op HR-gebied te kunnen ondersteunen. Vanuit een opgestelde businesscase blijkt dat implementatie van een nieuw systeem per 1 januari 2025 haalbaar is, en budgetneutraal qua exploitatie kan worden gerealiseerd. Doorgaan met de huidige configuratie zou leiden tot hogere structurele lasten.

2.4 Samenwerking met de regio We werken niet alleen samen met partners in de veiligheidsketen (brandweer, politie, GGD, waterschappen en openbaar ministerie en gemeenten), maar ook met de andere vijf omgevingsdiensten in Gelderland. Het is samenwerken in het primaire proces (complexe handhaving en -vergunningen, ketensamenwerking, enz.), maar ook op het gebied van ICT (IGO – Data gedreven werken) en bedrijfsvoering (HR, AVG en communicatie/portaal). De taken zijn onderling verdeeld. De komende jaren wordt samenwerking landelijk van groter belang. De aanleiding hiervoor is het IBP (Interbestuurlijk programma) met focuspunten op de ‘robuustheid’ van omgevingsdiensten en vthkwaliteit. De kosten voor de komende jaren zullen gaan verschuiven van bijdragen aan het Gelders Stelsel, naar contributie en bijdragen voor de kennisontwikkeling via Omgevingsdienst-NL.

2.5. Kaderstelling en normering In december 2023 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de kaderstelling voor de begroting 2025. De tariefstelling (ad € 104,- per uur) is reeds in paragraaf 1.4 toegelicht.

Secundaire arbeidsvoorwaarden: De algemene personeelskosten waren jarenlang genormeerd op 4,0% van de loonsom. Vanaf 2024 is het verhoogd naar 4,4%; gebleken is dat, met de CAO waarin éénmalige uitkeringen en veel nieuwe secundaire voorwaarden (bijvoorbeeld thuiswerkvergoedingen), dit nodig is. Het reguliere opleidingen budget: Op basis van de richtlijnen uit het IBP is het opleidingen budget verhoogd naar 3% van de loonsom. Naast eigen opleidingen gaan we hier ook de bijdrage aan Omgevingsdienst-NL voor de ‘academie’ uit bekostigen.

2.5.2 DOELSTELLING OVERHEAD Ons langjarig doel is om op 25% overhead uit te komen. In 2023 zijn we uitgekomen op 26%. De jaren daarvoor zijn we geleidelijk gedaald van 28% in 2018. In absolute zin hebben is 2% equivalent aan een half miljoen euro. De stap naar 25% (circa € 0,25 miljoen efficiency) gaan we nog niet in de begroting 2025 bereiken. De ontwikkelingen rond IBP en eigen ambities voor organisatieontwikkeling leidt ertoe dat we nog extra investeren in de bedrijfsvoering. Dit is nader toegelicht in hoofdstuk 3.

2.5.3 DOELSTELLING EXTERNE INHUUR In de CAO is voor overheden de inspanningsverplichting opgenomen om het aandeel externe inhuur te reduceren. In 2023 was ons aandeel 19% qua fte’s (en 24% qua loonkosten). We streven naar 18% in fte’s en 15% loonkosten. De daling in fte’s zal gering zijn vanwege de gespannen arbeidsmarkt. De daling in loonsom bereiken we door meer eigen personeel in te zetten, met name bij de provinciale programma’s. Tot nu toe liep dat via ‘de pool’ in het Gelders Stelsel met de hogere tarieven van de betreffende OD.

2.5.4. KADERSTELLING DECLARABILITEIT (PRODUCTIVITEITSNORM) Zoals aangegeven in paragraaf 1.4 (benchmark overheidstarieven) daalt onze gemiddelde declarabiliteit per medewerker naar 1.358 uur (in 2023 ruim 1.400 uur). In de CAO zijn de (bovenwettelijke) verlof faciliteiten voor medewerkers toegenomen. Productiviteit wordt daarnaast ook bepaald door ‘verzuim’, opleiding en het opnemen van oude verlofrechten. Voor die laatste categorie is een voorziening opgenomen (zie balans) om risico’s voor de realisatie van afgesproken werk via inhuur te kunnen realiseren. Daarnaast sturen we nadrukkelijk op verzuim en op het op peil houden van kennis en vaardigheden.

De kaderstelling bevatte nog een aantal andere normen. Hieronder aangegeven:

2.5.1 NORMERING PERSONEELSBUDGETTEN Personele overhead: De huidige interne bezetting (begin 2024) op bedrijfsvoering / staf / management bedraagt 36 fte. Dit is 20% van de interne bezetting. Binnen bedrijfsvoering en staf worden activiteiten uitgevoerd uiteenlopend van secretariaat, communicatie, ICT-beheer en datakwaliteit, post-telefoon-intake, planning en control en HR. Door de groei van de organisatie is er ook een uitbreiding van teamleiding opgenomen in de begroting.

Omgevingsdienst Regio Arnhem

3 BEGROTING 2025

013 In de tabellen 10 t/m 12 is de begroting vanuit een aantal invalshoeken weergegeven. Achtereenvolgens de taaktype (voorheen taakveld) / programma begroting en de categoriale begroting. De taakveld/ programmabegroting is de resultante van de verwachte werkprogramma’s 2025, ingebracht door de partners. De categoriale begroting wordt verder gespecificeerd met toelichtingen per kostencategorie.

3.1 Baten 2025 De baten per programma worden bepaald door de PDC. Aan elke dienst of product is zowel een programma als een taakveld gekoppeld. De kosten worden bepaald aan de hand van de verhouding tijdsbesteding op die zelfde producten en diensten. De bijdragen per klant zijn opgenomen in bijlage 4. Deze zijn gebaseerd op de conceptwerkprogramma’s 2025 die in februari 2024 met de partners zijn doorgesproken.

Baten x € 1.000

Specificatie taaktype '25

realisatie 2023

ini begr. 2024

begroting 2025

Partners Provinciale programma's Omgevingsdiensten

16.880 5.088 490

17.091 5.005 439

18.446 5.562 601

8.293

2.742

6.955

3.137 272

2.371 328

54 0

Derden Overige baten

1.119 1.135

1.253 294

2.120

111

2.008

0

75

381

0

24.712

24.083

26.729

11.889 44%

7.830 29%

7.009 26%

Baten - verhouding Baten x € 1.000

Baten - verhouding

ini begr. 2024

4.877 20% 11.450 46% 2.728 11% 0%

5.382 22% 275 24.712 100%

begroting 2025

5.241 22% 10.505 44% 2.698 11% 0 0% 5.639 23%

5.524 11.324 3.269 0 6.611

24.083 100%

1. Vergunningverlening 2. Toezicht en Handhaving 3. Advies 4. Stelseltaken 5. Algemeen en Projecten Overige Lasten - verhouding Saldo

realisatie 2023

ini begr. 2024

plustaak milieu

basistaak

plustaak niet-milieu

21%

1.595

408

3.522

42% 12% 0%

7.762 2.532 0

811 0 0

2.751 736 0

25%

0

6.611

0

26.729 100%

11.889

7.830

7.009

44%

29%

26%

Specificatie taakveld '25

Tabel 10: Exploitatie overzicht 2025 baten per klantgroep - taakveld en programma

Lasten x € 1.000

plustaak niet-milieu

Specificatie taakveld '25

realisatie 2023 1. Vergunningverlening 2. Toezicht en Handhaving 3. Advies 4. Stelseltaken 5. Algemeen en Projecten Overige

plustaak milieu

basistaak

begroting 2025

plustaak milieu

basistaak

plustaak niet-milieu

5.264 21% 11.195 46% 3.230 13% 336 1% 4.543 18%

4.997 21% 10.524 44% 2.606 11% 333 1% 5.623 23%

5.312 20% 11.283 42% 3.120 12% 358 1% 6.655 25%

1.534

392

3.386

7.734

808

2.741

2.417 0

0 0

703 358

0

6.655

0

24.568

24.083

26.729

11.684

7.856

7.188

44%

29%

27%

205

-25

-179

144

0

0

Omgevingsdienst Regio Arnhem

014

Tabel 11: Lasten; personeel

Tabel 12: lasten bedrijfsvoering en saldo

Formatie bezetting en personele kengetallen

realisatie 2023 intern

Formatie bezetting Productief Niet productief Totaal bezetting en formatie

147,2 36,3 183,6

extern 31,7 6,1 37,8

totaal 178,9 42,4 221,3

% intern 82%

ini begroting 2024 intern 141,1 35,3 176,4

extern 28,6 28,6

totaal 169,7 35,3 204,9

% intern 83%

begroting 2025 intern 156,9 39,1 196,0

extern

totaal

25,9 25,9

182,8 39,1 221,9

Loonkosten x € 1.000

15.403

4.776

20.179

16.350

3.685

20.035

18.647

3.317

21.964

Gemiddelde kosten /fte (in €)

83.917

126.464

91.177

92.699

129.020

97.761

95.124

128.209

98.982

76%

24%

82%

18%

85%

15%

3%

-1%

Bezettingsverschil in euro's

1.047

-1.504

53

Prijsverschil in euro's

2.197

45

1.732

3.244

-1.459

1.785

1.821

-347

1.475

475

-21

454

2.297

-368

1.929

% van de loonsom % stijging gemid loonkosten tov jaar eerder

1%

Ten opzichte van realisatie 2023

Ten opzichte van begroting 2024 Bezettingsverschil in euro's Prijsverschil in euro's

Tabel 13: Personele kengetallen

Bijlage | Begroting 2025

% intern 86%

015 3.2 Lasten 2025

3.3.1 HUISVESTING EN ICT EN ADVIESKOSTEN

3.2.1. TOELICHTING PERSONEELSKOSTEN In tabel 13 is de ontwikkeling van een aantal belangrijke kengetallen rond bezetting en loonkosten in kaart gebracht. In de begroting gaan we uit van het principe akkoord CAO 2024 en de loonindexeringen Mev-2025 (laatste versie aug. ‘23). Voor 2024 en 2025 is de loonindex­­­respectievelijk 5,8 en 4,3% Toelichting tabel 13; personele kengetallen • Loonkosten: De loonkosten van internen stijgen vanaf 2023 gemeten met 13%. Dit is meer dan de loonindex (gemiddeld 10%). Een van de redenen is dat we het aandeel externen terugbrengen, door medewerkers intern aan te nemen. Dit betreffen veelal de hoger ingeschaalde functies waardoor de gemiddelde looskosten stijgen. Een tweede oorzaak betreft periodieken en doorgroei van medewerkers. • Inhuur: Het tegenovergestelde effect zien we bij inhuur. Het aandeel inhuur daalt, en de gemiddelde kosten voor externen stijgen minder dan de inflatie. Ondanks de krappe arbeidsmarkt hebben we afgelopen jaar (2023) de capaciteit op orde kunnen houden, zonder al te veel druk op de tarieven. Belangrijk voor goede (en qua tarief acceptabele) inhuur is het tijdig aanbesteden hiervan. Dit wordt mogelijk als we samen met onze opdrachtgevers vroegtijdig de benodigde capaciteit in kaart brengen. Het beleid is erop gericht om zo min mogelijk met aanvullende opdrachten te gaan werken; ad-hoc inhuur is altijd duurder.

• (Personele) overhead: Het aantal fte’s in de bedrijfsvoering is afgelopen jaar meegegroeid met de omzet. Daarnaast zijn er functies bijgekomen die verband houden met onze verzelfstandiging op ict en huisvesting. Doel is om de bedrijfsvoering met internen te bemensen. Externe inhuur wordt ingezet bij langdurige ziekte of overbrugging van vacatures. Dit is lastig te plannen en daarom niet in de begroting (met een aantal fte) opgenomen.

3.3 Overhead Naast de personele overhead (medewerkers bedrijfsvoering, staf en leiding) hebben we de huisvesting, ict en andere algemene kosten. Het totaal van de overhead (cf BBV-definitie) gaat in 2025 uitkomen op 26%. Hiervan is 16% personeel, en 10% materieel.

De huisvestingskosten stijgen ten opzichte van 2024 met 1,5%. Een groot deel van de kosten zijn afschrijvingen. De facilitaire kosten en energie stijgen natuurlijk wel gelijk (en meer) aan de inflatie. Deze structurele stijging is reeds in de begroting 2024 opgenomen. Duurzame mobiliteit: De stijging van 2023 naar 2024 is een stijging vanwege de investeringen in duurzame mobiliteit; electrificering van het wagenpark en stimulering fiets en OV. ICT; We begroten in 2025 cf het niveau van 2023. Die kosten zijn hoger dan we in 2024 hebben begroot; dit heeft voornamelijk als oorzaak de toename van de mobiele apparatuur en licenties, die nodig zijn voor onze medewerkers. Gezien het aantal ontwikkelingen dat op ODRA afkomt in het kader van wet- en regelgeving, en de ambities om te kunnen inspelen op de maatschappelijke ontwikkelingen, is naast indexering een groter advieskosten-budget benodigd. We gaan uit van € 357.000.

3.3.2 PROGRAMMAKOSTEN EN STELSELTAKEN In de stelseltaken zijn kosten opgenomen die de Gelderse omgevingsdiensten (en Omgevingsdienst NL) bij ons in rekening brengen voor de taken die zij voor het hele stelsel uitvoeren. De kosten van andere OD’s zijn structureel wat lager. We begroten een budget van € 358.000 (zie ook § 2.4). Voor de projecten en werkpakketten die we in opdracht van de partners uitvoeren, worden ook materiële kosten gemaakt. Deze worden aan de betreffende partner doorbelast. De grootste posten zijn: Meetdienst voor de Provincie, specifieke inhuur of inschakeling van advies bureau’s, en piket (kosten n.a.v. calamiteiten).

3.3.3 ONVOORZIEN Gezien de grote veranderingen die op ODRA afkomen in 2025, nemen we een bedrag onvoorzien op, zijnde 0,5% van de begroting. De risico’s in de begroting zijn hoger dan deze norm (cf BBV van 0,5% van de baten). Afgelopen jaar 2023 is gebleken dat de risico’s voor ODRA tegen de 2% van de omzet zitten. Zie jaarrekening ODRA 2023.

Overhead specificatie (indirecte kosten) x € 1.000

realisatie overhead 2023

directe kosten 2023

totaal kosten 2023

ini begr. overhead 2024

directe kosten 2024

totaal kosten 2024

begroting overhead 2025

directe kosten 2025

totaal kosten 2025

Subtotaal personeel

4.256

17.073

21.329

3.674

17.397

21.072

4.291

19.103

23.394

116 515

830 776 350 333 722

118 489

841 900 357 358 878

Overige overhead Huisvesting en facilitair ICT Advieskosten Stelselkosten Onvoorzien en overig

747 897 269 216 27

40 120 923

747 897 309 336 950

Subtotaal overige overhead

2.156

1.083

3.239

2.380

631

3.011

2.727

607

3.334

Totaal totale kosten % van de totale kosten

6.412 24.568 26,1%

18.156

24.568

6.054 24.083 25,1%

18.028

24.083

7.019 26.729 26,3%

19.710

26.729

73,9%

830 776 350 217 207 0

74,9%

841 900 357 240 389 0

73,7%

Tabel 14: Overhead

Omgevingsdienst Regio Arnhem

016 3.4. Samenvatting begroting 2025 ODRA presenteert een sluitende begroting voor 2025, met een omzet van € 26,6 miljoen. Samengevat is het volgende proces gevolgd: • Eind 2023 zijn de uitgangspunten voor de begroting 2025 via een kaderbrief vastgesteld in het algemeen bestuur. De begroting is een onderdeel (bijlage) van het meerjarenplan dat we hebben opgesteld samen met de partners. • Begin 2024 zijn samen met de partners concept werkprogramma’s opgesteld. Op basis hiervan is het aantal te leveren producten en diensten (vastgelegd in de PDC 2025) bepaald. Aan de hand van de PDC is de programma en taakveld indeling van de begroting opgesteld. • Voor de diensten aan omgevingsdiensten en derden is een voorlopig kader bepaald en zijn stelposten opgenomen; voornamelijk gebaseerd op de cijfers van 2023 en afspraken 2024. Belangrijkste kengetallen: • Het uurtarief voor 2025 wordt ten opzichte van 2024 met € 5,verhoogd tot € 104,-. Het merendeel van de verhoging is gerelateerd aan de indexatiecijfers uit de Mev voor 2025. • De nieuwe activiteiten ten opzichte van de begroting 2024 (uitvoeringsbeleid /innovatiekalender) maken voor circa € 0,80 deel uit van de tariefsverhoging. • De omvang van de begroting voor 2025 is € 26,6 miljoen (realisatie 2023 is € 24,6 miljoen). • Het overheadpercentage komt uit op 26%. We streven naar een percentage van 25%.

• De begroting 2025 voldoet aan de criteria voor robuustheid; de omzet uit basis en milieu-gerelateerde taken is € 19,5 miljoen (norm is € 16,5 miljoen); het opleidingsbudget is 3% (cf de norm) en het innovatiebudget 1,7 % (norm = 1%).

Bijlage | Begroting 2025

4

017

MEERJARENBEGROTING 2026-2028

Omgevingsdienst Regio Arnhem

018 4.1 Stijgende omzet in komende jaren Onze ambitie is om elk jaar ook de meerjarige ontwikkelingen te kwantificeren. Zowel op programmaniveau als op taakveldniveau. Dit is een moeilijk proces omdat het op veel punten nog onduidelijk is qua beleid, zowel vanuit de regering, als vanuit onze partners. Waar we zelf, met de partners, de koers kunnen bepalen is verwoord in het meerjarenplan. Deze heeft dient als uitgangspunt voor de meerjarenraming, zoals hieronder weergegeven.

baten per programma x € 1.000 1. Vergunningverlening 2. Toezicht en Handhaving 3. Advies 4. Stelseltaken 5. Algemeen en Projecten

begroting begroting 2024 2025

raming 2027

raming 2028

raming 2029

5.241 10.505 2.698 0 5.639

5.524 11.324 3.269 0 6.611

5.397 11.857 3.520 0 7.120

5.273 12.414 3.791 0 7.668

5.152 12.997 4.083 0 8.259

5.033 13.608 4.398 0 8.895

24.083

26.729 11,0%

27.894 4,4%

29.147 4,5%

30.492 4,6%

31.934 4,7%

begroting begroting 2024 2025

raming 2026

raming 2027

raming 2028

raming 2029

% verandering

categoriaal meerjaren x € 1.000

raming 2026

Baten Partners Provinciale programma's OD's en derden Totaal baten lasten x € 1.000 Personeelskosten

17.386 5.005 1.692

18.446 5.562 2.721

19.612 5.562 2.721

20.864 5.562 2.721

22.209 5.562 2.721

23.652 5.562 2.721

24.083

26.729

27.894

29.147

30.492

31.934

begroting begroting 2024 2025

raming 2026

raming 2027

raming 2028

raming 2029

23.394

24.485

25.658

26.918

28.273

8,3% 3,0%

1,7% 3,0%

1,8% 3,0%

1,9% 3,0%

2,0% 3,0%

21.072

volume prijspeil

Bedrijfsvoering - huisvesting & facilitair - ict - overige kosten Programmakosten

2.496 828 778 890 515

2.626 841 900 885 708

2.679 858 918 903 722

2.732 875 936 921 737

2.787 893 955 939 752

2.843 911 974 958 767

Totaal lasten

24.083

26.729

27.886

29.127

30.457

31.882

0

0

9

20

35

52

Saldo Tabel 15: Meerjarige ontwikkeling

Bijlage | Begroting 2025

5

019

GEPROGNOSTICEERDE BALANS EN FINANCIËLE POSITIE

Omgevingsdienst Regio Arnhem

020 Activa x € 1.000

realisatie

prognose

prognose

31-12-2023

31-12-2024

31-12-2025

Vaste activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa

0 1.155 0

0 1.250 0

0 1.000 0

Vaste activa

1.155

1.250

1.000

Vlottende activa Liquide middelen Uitzettingen met looptijd < 1 jaar Vooruit betaalde bedragen Onderhanden werk Vlottende activa

846 5.705 250 0 6.801

600 3.000 100 0 3.700

600 3.000 100 0 3.700

Totaal activa

7.956

4.950

4.700

realisatie

prognose

prognose

31-12-2023

31-12-2024

31-12-2025

500 0 213 144 1.056 542 2.455 2.455

644 0 50 0 865 495 2.054 2.054

644 0 0 0 825 448 1.917 1.917

Vlottende passiva Vlottende schulden < 1 jaar Vooruitontvangen subsidies Overige schulden Overlopende passiva

809 790 3.775 127

100 500 2.000 296

100 500 2.000 183

Vlottende passiva

5.501

2.896

2.783

Totaal passiva

7.956

4.950

4.700

Passiva x € 1.000 Vaste passiva Algemene reserve Te bestemmen batig saldo Bestemmingsreserves Resultaat boekjaar Voorzieningen Schulden > 1 jaar Vaste passiva

Tabel 16: Geprognosticeerde balans

5.1 Verwachte balanspositie De bijgevoegde balans is gebaseerd op de eindbalans 2023, in combinatie met voorgenomen investeringen, vastgestelde afschrijvingen in 2024 t.b.v. de huisvesting en ICT en de verwachte mutaties in reserves en voorzieningen in 2024. Balansposten “vlottende activa en vlottende passiva” zijn moeilijk te prognosticeren, daardoor grotendeels stabiel in de prognose gehouden.

5.1.1 TOELICHTING OP VASTE ACTIVA De materiële vaste activa bestaan grotendeels uit de investeringen in ICT en de kantoorinrichting als gevolg van de verhuizing in 2022. Ze worden afgeschreven met de volgende looptijden: Laptops in 4 jaar; Mobiele telefoons in 2 jaar; Netwerkapparatuur / audiovisueel in 4 jaar; Meubilair en kantoorinrichting, variërend van 4 jaar voor bureaustoelen tot 10 jaar overige meubilair; Inrichting en infrastructuur pand in 15 jaar. In 2024 en 2025 zal een deel van de mobiele apparatuur worden vervangen vanwege einde technische levensduur. Geschatte investering € 101.000,-

Bijlage | Begroting 2025

Naast de investeringen in huisvesting en ict, wordt er geïnvesteerd in de apparatuur voor kantoor en basistaken. Voor de apparatuur en voertuigen geldt veelal 10 jaar afschrijving. Voor de meetdienst wordt een apart investeringsplan opgesteld iom de opdrachtgever, zijnde de provincie. Verder bestaat de vaste activa uit waarden voor software, zijnde de investeringen in SAP en Open Wave. Hiervoor geldt een afschrijving van 5 jaar. In 2024 investeren we in een nieuw bedrijfsvoeringsysteem. De kosten worden vanaf 2025 afgeschreven, en komen in de plaats van de afschrijfkosten van ons huidig systeem. Geschatte investering € 250.000 in 2024 en € 75.000 in 2025.

5.1.2 TOELICHTING OP VLOTTENDE ACTIVA De uiteenzettingen met een looptijd < 1 jaar betreffen grotendeels het banksaldo in de rijksschatkist. Aan het eind van 2023 was deze hoog, vanwege diverse afrekeningen over het werkpakket die nog afgewikkeld moesten worden. Gezien onze financieringsafspraken,

021 Materiële vaste activa x € 1.000 Apparatuur en voertuigen Infrastructuur kantoor Kantoormeubilair ICT-apparatuur Immateriële Totaal materiëleactiva vaste(software) activa x € 1.000

realisatie 31-12-2023

mutaties 2024

prognose

-40 -31 -52 -10 227 94

75 392 264 235 283 1.250

115 424 317 244 56 1.155

31-12-2024

mutaties 2025

prognose

-35 -31 -52 -145 14 -250

40 361 212 90 297 1.000

31-12-2025

Tabel 17: Materiële vaste activa middels voorschotten ter grootte van een kwart van de werkpakketten per kwartaal, is te verwachten dat het banksaldo hoog blijft op de jaargrenzen. De post onderhandenwerk is pro forma opgenomen; in 2023 is de onderhanden positie gefactureerd aan de partners, derhalve onderdeel van de debiteuren.

5.1.3 TOELICHTING OP VASTE PASSIVA; RESERVES De vaste passiva bestaan uit onze reserves, voorzieningen en kortlopende schulden. • De algemene reserve is nu nog gemaximeerd (cf de GR) op € 0,5 miljoen. De verwachting is dat per juli 2024 de nieuwe GR van kracht wordt. In de GR is het artikel over de maximale algemene reserve aangepast op basis van de richtlijnen vanuit het IBP. Dit betreft een minimale weerstandsratio van 0,8. De weerstandsratio is de verhouding tussen de risico’s en het vermogen + post onvoorzien. (zie tabel 20). Aan het bestuur wordt voorgesteld om het positieve saldo over 2023 toe te voegen aan de algemene reserve, nadat de GR van kracht is. Indien anders wordt besloten heeft dit geen effect op de exploitatie, enkel op de eindstand van het vermogen ultimo 2024. • De bestemmingsreserves die vanuit de provincie zijn gevormd worden aangewend voor investeringen en afschrijvingen van de ‘meetdienst’. Tevens verwachten we dat daar ook incidentele investeringen uit bekostigd kunnen worden ter uitbreiding van de meetdienst en mogelijk nieuwe huisvesting. Over deze laatste vindt nog overleg met de provincie plaats.

Reserves x € 1.000 Algemene reserve Te bestemmen batig saldo BR Provincietaken BR Bureau milieumetingen Totaal reserves

5.1.4. TOELICHTING OP VASTE PASSIVA; VOORZIENINGEN De harmonisatievergoeding dekt de kosten van de garantietoelagen van medewerkers die zijn overgekomen van de Provincie bij de oprichting van ODRA. Deze voorziening loopt door tot in de jaren ’30. Het verlofsparen is een voorziening die eind 2022 is ingesteld, om kosten voortkomend uit gespaard verlof af te dekken. Medewerkers hebben sinds de CAO van 2023 het recht om al hun bovenwettelijk verlof te sparen en aan te wenden voor een sabbatical en/of eerder stoppen met werk. Er is nog weinig ervaring met dit type opname, de opbouw voor de meeste medewerkers is nog niet van die omvang. In de jaarrekening hebben we de voorziening gemaximeerd op € 0,5 miljoen. Dit is gedaan vanuit een risico inschatting op de effecten van de bedrijfsvoering bij grootschalige opname van verlof. De voorziening personele kosten valt voor het grootste deel vrij in 2024 en een stukje in 2025. Dit is gekoppeld aan looptijden van de personele trajecten.

5.1.5. TOELICHTING OP VLOTTENDE PASSIVA Op balansdatum is de schuldpositie (veelal crediteuren) bij ODRA omvangrijk. Dat heeft te maken met de wijze van administreren conform de richtlijnen BBV. Kosten ten laste van het boekjaar zijn verwerkt, de betalingen veelal nog niet gedaan. In 2022 is een lening bij de BNG afgesloten van € 625.000. Looptijd 15 jaar. jaar, gelijklopend aan de afschrijftermijnen voor de inrichting. De cashflow uit de afschrijvingen zullen gebruikt worden voor aflossing van € 47.000 per jaar.

realisatie mutaties prognose prognose prognose prognose prognose prognose 31-12-2023 2024 31-12-2024 31-12-2025 31-12-2026 31-12-2027 31-12-2028 31-12-2029 *) 500 0 92 121

144 0 -92 -71

644 0 0 50

644 0 0 0

644 9 0 0

644 29 0 0

644 64 0 0

644 116 0 0

713

-19

694

644

653

673

708

760

mutaties 2024

prognose

mutaties 2025

prognose

-39 0 -152 -191

365 500 0 865

-40 0 0 -40

325 500 0 825

*) Onder voorbehoud van besluit partners over GR en bestuursbesluit Tabel 18: Reserves

Voorzieningen x € 1.000 Harmonisatie Prov. Gelderland Verlofsparen Personele kosten Totaal voorzieningen

realisatie 31-12-2023

404 500 152 1.056

31-12-2024

31-12-2025

Tabel 19 :Voorzieningen

Omgevingsdienst Regio Arnhem

022 Weerstandsratio (bedragen x € 1.000)

stand 31-12-2023

stand 31-12-2024

Algemene reserve

500

644

Te bestemmen batig saldo

144

Bestemmingsreserves

213

Resultaat boekjaar

stand 31-12-2025 644 **) 0

50

0

0

0

644

644

Onvoorzien *) Totaal weerstandsvermogen (ex bestemmingsres.)

644

Totaal risico

1.000

900

900

Weerstandsratio

64%

72%

72%

Norm

80%

80%

80%

*) Betreft een post van € 197 duizend in 2024 en € 133 duizend in 2025 **) Onder aanname dat het batig saldo 2023 wordt toegevoegd aan de algemene reserve Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote (verstrekte leningen) Solvabiliteit Structurele exploitatieruimte Liquiditeit (current ratio) Grondexploitatie Belastingcapaciteit

Realisatie prognose 2024 2023 Prognose 2025 -2,6% -2,1% -2,1% -2,6% -2,1% -2,1% 10,8% 14,0% 13,7% 0% 0% 0% 123,6% 127,8% 132,9% nvt nvt nvt nvt nvt nvt

Tabel 20: Weerstandsvermogen en financiële kengetallen

5.2 Financiële weerbaarheid Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate we in staat zijn om tegenvallers op te vangen. In hoofdstuk 6 zijn de risico’s beschreven die we nu voorzien. De geschatte omvang van die risico’s is rond de € 0,9 miljoen. Door mitigatie kan dit iets dalen. Indien de partners en het bestuur besluiten het batig saldo 2023 toe te voegen aan de reserve, verbeterd de ratio naar 72% aan het eind van 2024. Daarbij wordt uitgegaan van het gegeven dat de post onvoorzien in de begroting wordt aangewend, zo niet dan valt deze (gedeeltelijk) vrij en verbetert de weerstandsratio t.b.v. de begroting 2025. De netto schuldquote geeft inzicht in de verhouding van het vrije vermogen (+ reserves minus vaste activa) ten opzichte van de omzet. Deze schuldquote verbetert de komende jaren. De solvabiliteitsratio en liquiditeit geven inzicht in de mate waarin we in staat zijn om aan de financiële verplichtingen te voldoen. De saldi zijn relatief laag. Het systeem van bevoorschotting aan partners (en de tijdigheid van betalen) is hier debet aan. Rente risico beheer en kasgeld limiet De treasury functie binnen ODRA is gebaseerd op de wet Fido. ODRA stuurt op financiering voor de korte termijn en lange termijn. Zoals al aangegeven; de korte termijn financiering hangt sterk samen met het systeem van bevoorschotting aan de partners.

Deze werkwijze kan nog meer worden verbeterd om grote afrekeningen van de werkpakketten aan het eind van het jaar te voorkomen.

Bijlage | Begroting 2025

Met de kasgeldlimiet in de wet Fido is bepaald dat het maximum bedrag voor financiering met kortlopende middelen 8,2% van het begrotingstotaal is (€ 1,7 miljoen). We komen niet boven deze norm uit. Voor de middelen die aangehouden mogen worden op de lopende rekening (BNG), alvorens deze worden overgeheveld naar de rijksschatkist, geldt in principe een limiet van € 1,0 miljoen. We hebben aanvullend een afspraak dat de limiet € 1,75 miljoen is. Hierdoor zijn we beter in staat het betalingsverkeer vorm te geven, zonder saldi over te boeken.

6

023

RISICO’ S VOOR DE BEGROTING 2025

Omgevingsdienst Regio Arnhem

024 In deze paragraaf geven we een beeld van de risico’s die wij nu zien. We komen uit op risico’s (als ze zich tegelijkertijd voordoen) van rond de € 0,9 miljoen. We staan regelmatig stil bij de operationele risico’s. Dan bespreken we met het bestuur of en welke noodzakelijke, mitigerende maatregelen nodig zijn. Daarnaast liggen generieke risico’s permanent op de loer.

6.1 Exploitatierisico’s Een risico in de exploitatie kan ontstaan door niet realiseren van begrote inkomsten, tegenvallende kosten of kosten voor onvoorziene gebeurtenissen. Sinds enkele jaren is ook de structurele krappe arbeidsmarkt een risico. Hierdoor zouden verplichtingen jegens klanten, niet kunnen worden voldaan. Dit geeft consequenties bij de klant, bij ODRA wordt er omzetmarge misgelopen. Prognoses; Afgelopen jaar is geconstateerd dat bij het maken van prognoses de marges, die door bovenstaande onzekerheden ontstaan, kunnen oplopen tot 2% á 3% van de omzet. Het gaat om een bedrag van circa € 500.000. Outputfinanciering; Er kunnen risico’s voor de bedrijfsvoering ontstaan­­­doordat de gemiddelde tijdsbesteding hoger uitvalt dan het vastgestelde­­­kengetal. Naarmate het aantal geleverde producten stijgt, is er beter zicht op goede en stabiele kengetallen. Bij kleine aantallen is de spreiding van de tijdsbesteding te groot, met als gevolg afwijkingen in de begroting. Ook de omgevingswet verhoogt dit risico, omdat we te maken hebben met nieuwe processen en veel uitzoek – en herstelwerk. Afgelopen jaren zijn al enkele producten overgezet naar diensten; het geeft voor klanten en ODRA beter zicht op de kosten. Het risico van overbesteding is circa € 300.000

6.2 Risico’s van de taakuitvoering We kunnen aansprakelijk worden gesteld voor fouten in de taakuitvoering en bedrijfsvoering. Bijvoorbeeld als gedelegeerde bevoegdheden onduidelijk zijn en niet helder zijn vastgelegd. Dit betreft vooral een bestuurlijk- en imagoprobleem. We zijn verzekerd voor schadeclaims tot een bedrag van maximaal twee keer € 2,5 miljoen per jaar. Met een eigen risico. In 2023 zijn er geen substantiële claims binnen gekomen waarvoor de verzekering is ingezet.

6.3 Frictiekosten Frictiekosten ontstaan meestal als gevolg van grote veranderingen in de organisatie. Bijvoorbeeld als partners besluiten om de niet-wettelijke taken in eigen beheer op te pakken. Ook kunnen grote fricties ontstaan bij medewerkers die (niet meer) passen op het werk dat moet worden uitgevoerd. Voor 2025 verwachten we dat er geen noemenswaardige frictie zal optreden. Wel wordt er nog € 100.000 (0,4% van de omzet) gereserveerd voor personele frictie.

6.4 Compliance aan wet- en regelgeving Het niet voldoen aan wet- en regelgeving is een risico dat de legitimiteit van de organisatie ondergraaft. Het heeft effect heeft op ons imago van betrouwbare overheidsdienst. En als we het ‘te bont’ maken, een afkeurende accountantsverklaring. Om compliant te blijven moeten in de bedrijfsvoering investeringen worden gedaan. De WOO (sinds 2022 van kracht) zal nog de nodige energie (en kosten) met zich meebrengen, evenals informatiebeveiliging en AVG. Er is een hoger advies budget in de begroting opgenomen.

Bijlage | Begroting 2025

6.5 Liquiditeit Met de partners is afgesproken dat zij aan het begin van elk kwartaal een kwart van het werkprogramma als voorschot betalen. Zonder dit systeem zou ODRA niet aan haar betalingsverplichtingen kunnen voldoen. De grote investeringen in onze huisvesting in 2022 zijn qua liquiditeit voor een deel afgedekt met een lening bij de BNG. Toekomstige grote vervangingsinvesteringen, de eerste zijn te verwachten in IT apparatuur in 2026, kunnen eveneens gefinancierd worden met een lening.

7 ONDERTEKENING

Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van Omgevingsdienst Regio Arnhem van 17 april 2024.

De voorzitter, Joa Maouche

De secretaris, Ruben Vlaander

026

Bijlage | Begroting 2025

027

BIJLAGEN

Omgevingsdienst Regio Arnhem

028 Bijlage 1. Overzicht producten

Bijlage | Begroting 2025

029 Bijlage 2. Overzicht diensten

Omgevingsdienst Regio Arnhem

030 Bijlage 3. Overzicht bijdragen klanten

Bijlage | Begroting 2025

031

Omgevingsdienst Regio Arnhem

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=70ff717b-a861-4c7a-b5c6-f134f80037d4