8. Bijlage 2 Wijzigingsregeling Gelders Archief
Tekst van het document
Wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief' De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Arnhem, Renkum, Rheden en Rozendaal, Gelet op de hoofdstukken I en VIII van de Wet gemeenschappelijke regelingen; Nemen in aanmerking: dat zij een gemeenschappelijke regeling hebben getroffen tot de instelling van een openbaar lichaam dat de archiefbescheiden en collecties beheert die berusten in de gemeentelijke archiefbewaarplaatsen van de gemeenten Arnhem, Renkum, Rheden en Rozendaal en in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Gelderland; dat deze Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief' moet worden aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Wet van 15 december 2021 tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen (Stb. 2022, 18); Besluiten: De Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief' wordt als volgt gewijzigd: Artikel I A Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd 1. In onderdeel a en d wordt 'de Minister' telkens vervangen door 'de minister'. 2. In onderdeel e vervalt ‘, en’. B 1.In artikel 2 wordt 'de Minister' telkens vervangen door 'de minister'. 2.
In het derde lid wordt ‘in het derde lid’ vervangen door ‘artikel 2b’. 3. In het vierde lid wordt “gemeenten” vervangen door “colleges”.
C
1
In artikel 2b, aanhef, en onderdeel c, d en e, wordt 'de Minister' telkens vervangen door 'de minister'. D In artikel 3 wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister' en wordt 'voor het Nationaal Archief' vervangen door 'voor de archiefbescheiden van het Rijk'. E In artikel 4, tweede, vijfde en achtste lid, wordt 'de Minister' telkens vervangen door 'de minister'. F In artikel 6, vierde lid, wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister'. G In artikel 7 wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister'. H In artikel 8, eerste en derde lid, wordt 'de Minister' telkens vervangen door 'de minister'. I In artikel 9 wordt 'De Minister' vervangen door 'De minister'.
J In artikel 14, tweede lid, wordt 'dat is aangewezen de Minister' vervangen door 'dat is aangewezen door de minister'. K Na artikel 14 worden drie artikelen ingevoegd, luidende: Artikel 14a 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven de raden van de gemeenten of de minister schriftelijk alle inlichtingen die de raden of de minister nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
2
2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven de raden van de gemeenten of de minister op verzoek van de raden of één of meer leden daarvan, onderscheidenlijk op verzoek van de minister zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen 45 dagen, schriftelijk de door hen gevraagde inlichtingen. 3. Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college dat hem heeft aangewezen of de minister schriftelijk alle inlichtingen die worden verlangd door het college of een of meer leden daarvan, onderscheidenlijk door de minister. 4. De minister en ieder college zijn bevoegd een door hen aangewezen lid in het algemeen bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van de minister of de raad niet meer bezit. In dit geval zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Artikel 14b De minister en de colleges en de raden van de gemeenten kunnen een door hen aangewezen lid van het algemeen bestuur, nadat de inlichtingen in een vergadering of schriftelijk zijn verstrekt of dienden te zijn verstrekt, ter verantwoording roepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. Artikel 14c Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.
L Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste tot en met vierde en zevende lid, wordt 'de Minister' telkens vervangen door 'de minister'. 2. In het eerste lid vervalt de laatste volzin. 3. In het vierde lid wordt ‘tweede lid’ vervangen door ‘derde lid’. M Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het derde lid wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister' en wordt na de eerste volzin een volzin ingevoegd, luidende: De minister en de raden worden vervolgens gedurende twaalf weken in de gelegenheid gesteld om schriftelijk op het concept hun zienswijzen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. 2. In het vierde lid wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister'. N Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:
3
1. In het eerste lid wordt '15 april' vervangen door '30 april' en wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister'. 2. In het tweede lid wordt 'acht weken' vervangen door 'twaalf weken' en wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister'. 3. In het vijfde en zesde lid wordt 'de Minister' telkens vervangen door 'de minister'. 4. In het vijfde lid wordt 'de verkrijgbaarstelling' vervangen door ‘het verkrijgbaar stellen’ 5. Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 7. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de gemeenten en de minister voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het zesde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. O Artikel 18a wordt als volgt gewijzigd: 1. In het tweede lid wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister'. 2. In het derde lid wordt '1 augustus' vervangen door '15 september'. P In artikel 20 wordt 'de Minister' telkens vervangen door 'de minister'. Q Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het tweede lid wordt '15 april' vervangen door '30 april' en wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister'. 2. In het derde lid wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister'. 3. In het vierde lid wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister' en wordt '15 april' vervangen door '30 april'. 4.
In het vijfde lid wordt '15 juli’ vervangen door ’15 september’ en wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister'. R In artikel 22 wordt 'de Minister' telkens vervangen door 'de minister'. S In artikel 23 wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister'. T In artikel 25 wordt 'De Minister' vervangen door 'De minister'.
4
U In artikel 27 wordt 'de Minister' telkens vervangen door 'de minister'. V In artikel 28 wordt 'de Minister' telkens vervangen door 'de minister'. W In artikel 34 wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister' en wordt toegevoegd ', met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen'. X Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste, tweede en derde lid komen te luiden: 1. Uittreding uit de regeling geschiedt door toezending van het daartoe strekkende besluit van het betreffende bestuursorgaan of de betreffende rechtspersoon. Het college van een uittredende gemeente overlegt daarbij ook het besluit tot toestemming van de raad van de gemeente. 2. Het uittredende bestuursorgaan of de uittredende rechtspersoon zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn van één jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de deelnemers unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen. 3. Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, die worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan. 2. Er worden drie leden toegevoegd, luidende: 4.
Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 5. Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is het uittredende bestuursorgaan of de uittredende rechtspersoon gehouden om binnen zes maanden de daarin omschreven financiële verplichtingen aan het Gelders Archief te voldoen. 6. In afwijking van het vierde lid wordt in het geval de minister besluit tot uittreden het uittredingsplan uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaande aan het jaar van uittreding vastgesteld en moet de minister binnen een half jaar na de uittreding aan zijn verplichtingen voortvloeiende uit het vijfde lid voldoen. Y Na artikel 35 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
5
Artikel 35a 1. Het in artikel 35, derde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door het uittredende bestuursorgaan of de uittredende rechtspersoon. 2. De uittreedsom wordt als volgt bepaald: de uittreder betaalt over het eerste kalenderjaar na de uittreding 100% van de jaarlijkse bijdrage, over het tweede jaar 80%, over het derde jaar 60%, over het vierde jaar 40% en over het vijfde jaar 20% van de jaarlijkse bijdrage. 3. Voor wat betreft de juridische, personele en organisatorische consequenties geldt dat het algemeen bestuur met uittreder de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten onderzoekt. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding, bedoeld in artikel 35, eerste lid. 4. Als uittreding door de minister plaatsvindt onder gelijktijdige voortzetting van de financiering van het beheer van het rijksarchief, is het tweede lid niet van toepassing op de uittreding door de minister.
Z In artikel 36, eerste lid, wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister'. AA Artikel 37 komt te luiden: Artikel 37 1. Deze regeling kan worden opgeheven bij gezamenlijk besluit van de minister en alle colleges minus één. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de raden van de gemeenten gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis van het college te brengen. 2. Indien wordt besloten tot opheffing van de regeling, stelt het algemeen bestuur een liquidatieplan op dat voorziet in de verplichting van de minister en van de gemeenten om alle rechten en plichten van het openbaar lichaam over de minister en de gemeenten te verdelen op een in het plan te bepalen wijze. AB Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het tweede lid wordt vervangen door drie leden, die luiden: 2. De werking van deze regeling zal geëvalueerd worden indien het algemeen bestuur daartoe besluit. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers voorleggen.
6
3. Besluiten tot wijziging, tot uittreding van, van toetreding tot en tot opheffing van deze regeling worden door de minister bekendgemaakt in de Staatscourant. 4. Het dagelijks bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomst artikel 26, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. AC De financiële bijlage vervalt. Artikel II Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Eppo Bruins
7
Wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief'
Burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem, de burgemeester,
de secretaris,
8
Wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief'
Burgemeester en wethouders van de gemeente Renkum, de burgemeester,
de secretaris,
9
Wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief'
Burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden, de burgemeester,
de secretaris,
10
Wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief'
Burgemeester en wethouders van de gemeente Rozendaal, de burgemeester,
de secretaris,
11
Toelichting Algemeen Op 1 juli 2022 is een aangepaste Wet gemeenschappelijke regelingen (verder: Wgr) in werking getreden. Uit deze wijziging volgen voor alle samenwerkingsverbanden op basis van de Wgr verplichte wijzigingen, waarvoor elk samenwerkingsverband twee jaar de tijd heeft om haar regelingen daarop aan te passen. Op 1 juli 2024 dienden alle RHC's zodoende hun gemeenschappelijke regelingen te hebben aangepast, waar deze regeling met enige vertraging in voorziet. De wijzigingen die volgen uit de aangepaste Wgr hebben als doel de vertegenwoordigende organen (i.c. de gemeenteraden) beter in positie te brengen. Het betreft onder meer de facultatieve zienswijzeprocedure voor besluiten, participatie van ingezetenen en belanghebbenden, actieve informatieplicht, wijziging van de termijnen voor toezenden ontwerpbegroting aan raden, verplichte reactie dagelijks bestuur op ingediende zienswijzen, evaluatiebepaling en aanscherping uittredingsregeling. Artikelsgewijs Artikel 14a-14c Deze artikelen zijn toegevoegd vanwege de per 1 juli 2022 ingetreden aangepaste Wgr en hebben betrekking op de informatieplicht. Artikel 16 In artikel 16, eerste lid, is de verwijzing naar de financiële bijlage vervallen. Tevens is in deze wijzigingsregeling bepaald dat de bijlage, die niet meer actueel was, zelf vervalt.
Artikel 17 Dit artikel is aangepast aan de per 1 juli 2022 ingetreden aangepaste Wgr. De termijn voor zienswijzen is opgerekt naar twaalf weken. Artikel 18 De termijnen in lid 1 en 2 ten aanzien van de ontwerpbegroting zijn aangepast vanwege de per 1 juli 2022 ingetreden aangepaste Wgr. Schriftelijke reactie van het dagelijks bestuur voorafgaande aan het vaststellen van de begroting op zienswijze is toegevoegd in lid 7. Artikel 18a De termijn in lid 3 ten aanzien van de aanleverdatum van de vastgestelde begroting aan gedeputeerde staten van de provincie is aangepast aan de per 1 juli 2022 ingetreden aangepaste Wgr. Artikel 21 De termijnen in lid 2, 4 en 5 ten aanzien van de jaarrekening zijn aangepast aan de per 1 juli 2022 ingetreden aangepaste Wgr. Artikel 34, 35, 35a, 36 en 37 Deze artikelen zijn aangepast aan de per 1 juli 2022 ingetreden aangepaste Wgr en betreffen de toetreding, uittreding, wijziging en opheffing van de regeling. Voor de uittreding van de minister is een uitzondering op de bepalingen over de (financiële) gevolgen van de uittreding gemaakt. Reden hiervoor is dat de minister heeft aangekondigd ook na uittreding de
12
financiering aan het Gelders Archief in stand te houden op het niveau van het laatste jaar van deelname aan deze gemeenschappelijke regeling. De afspraken over de samenwerking en ondersteuning van het Gelders Archief zijn opgenomen in het “Bestuursconvenant duurzame samenwerking ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de regionale historische centra” d.d. 1 februari 20241. Het tweede lid van artikel 35a is om deze reden niet van toepassing op de uittreding van de minister. Wel zal de minister bij zijn uittreding met het Gelders Archief in gesprek gaan over kosten die mogelijk alsnog met de uittreding samenhangen. Artikel 38 Dit artikel is aangepast aan de per 1 juli 2022 ingetreden aangepaste Wgr waardoor de mogelijkheid tot evaluatie van de regeling is opgenomen. Tevens is de registratie in het register Gemeenschappelijke regelingen opgenomen.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Eppo Bruins
1 Stcrt 2024, 6919
13
Toelichting bij de wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief'
Burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem, de burgemeester,
de secretaris,
14
Toelichting bij de wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief'
Burgemeester en wethouders van de gemeente Renkum, de burgemeester,
de secretaris,
15
Toelichting bij de wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief'
Burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden, de burgemeester,
de secretaris,
16
Toelichting bij de wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief'
Burgemeester en wethouders van de gemeente Rozendaal, de burgemeester,
de secretaris,
17