6. Verzamelverord. W&I Bijl 5 Reactie op advies ASD
Tekst van het document
Adviesraad Sociaal Domein t.a.v. mevrouw Vos
datum
zaaknummer
11 september 2025
--
behandeld door
telefoonnummer
M. van den Bosch
06-50199968
persoonsnummer
verzonden op
--
uw brief/kenmerk
bijlage(n)
procesnummer
--
onderwerp
Reactie op advies over de Verzamelverordening Werk & Inkomen 2026
Geachte mevrouw Vos, geachte adviesraad,
Hartelijk dank voor uw onderbouwde advies over de Verzamelverordening Werk & Inkomen 2026. Hierbij gaan we graag in op de door u gestelde vragen en de door u benoemde aandachtspunten. In de beantwoording hebben we de indeling van uw brief aangehouden.
•
H2: Re-integratie
Artikel 2.2 Maatwerk We begrijpen dat u de indruk heeft dat het enkel over huisgenoten gaat. Dit is echter niet het geval. Het gaat om mantelzorg die wordt geboden aan iemand uit diens directe omgeving, dit kan ook een ander dan een huisgenoot zijn. In de definities is opgenomen dat de mantelzorg de
gebruikelijke zorg van huisgenoten overstijgt. Hiermee doelen we echter enkel op de aard en de mate van de mantelzorg en niet op de woonsituatie van de twee betreffende inwoners. De kostendelersnorm heeft geen betrekking op het maatwerk uit artikel 2.2. We willen we even kort ingaan op uw opmerking over de kostendelersnorm. In het aanpassen van de bijstandsnorm mogen wij als gemeente niet zelf opereren, aangezien inkomenspolitiek is behouden aan de Rijksoverheid. In 2026 wijzigt overigens de Participatiewet op vele punten (onder de noemer ‘Participatiewet in balans’), waaronder op het gebied van de kostendelersnorm. Wanneer samenwoning voortkomt uit een zorgbehoefte, wordt samenwonen met anderen mogelijk zonder dat er sprake is van een gezamenlijke huishouding en dus zonder verlies van uitkering of verlaging van de norm.
Artikel 2.4 Scholing Hierin werken wij zowel lokaal als regionaal (vanuit het Regionaal werkbedrijf en met het Werkgeversservicepunt (WSP)) samen met werkgevers. Lokaal gaan onze consulenten vanuit maatwerk in gesprek met werkgevers hoe een scholing zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de capaciteiten van de inwoner en bij de mogelijkheden op de arbeidsmarkt of in het bedrijf.
Artikel 2.6 Proefplaats De oproep voor meer vrijwilligers is bekend. Wanneer vrijwilligerswerk een passend instrument is voor een inwoner, dan kijken we hier zeker naar de mogelijkheden. Een proefplaats is bedoeld als de laatste stap naar betaald werk, vrijwilligerswerk is voor deze doelgroep dan niet altijd een passende optie. Wat betreft de samenwerking met het UWV: We zien dat de instroom vanuit de WW momenteel erg laag is. Waar de instroom de afgelopen jaren al daalde naar 8%, is de instroom vanuit de WW dit jaar t/m september slechts 4,4%. Dat neemt niet weg dat we ernaar streven inwoners aan de voorkant mogelijkheden te bieden, liefst voordat ze de bijstand instromen. We doen dit lokaal door inwoners van wie we verwachten dat ze meteen aan het werk kunnen, direct na de melding te ondersteunen in de stap naar werk. Zo streven we ernaar dat er geen uitkeringsaanvraag gedaan hoeft te worden. Regionaal werken we samen met het WSP, wat een samenwerking is tussen gemeenten en UWV. Hierin streeft het gemeentelijk deel van het WSP ernaar om de UWV doelgroep vroeg in beeld te krijgen en samen op te trekken waar mogelijk. Wat betreft de mogelijkheden in de periode dat iemand nog onder het UWV valt, zijn we afhankelijk van de handelingsruimte die het UWV heeft.
Artikel 2.11 Vervoersvoorzieningen Met dit artikel worden geen reguliere vervoerskosten bedoeld. Dit artikel gaat over zeer specifieke gevallen waarin inwoners wegens een functionele beperking een specifiek vervoersmiddel of – voorziening nodig hebben. In dat geval wordt naar de persoonlijke situatie gekeken en worden de kosten vergoed.
•
Hoofdstukken 3 en 4: Handhaving en afstemming
Wat betreft ondersteuning bij het naar voren brengen van een zienswijze: Zoals in de verzamelverordening gemeld staat, kan het inbrengen van een zienswijze op verschillende manieren. Door de mogelijkheid van een telefonisch of persoonlijk gesprek aan te bieden, bieden we inwoners die minder mondig of talig zijn ook de mogelijkheid om in alle rust hun zienswijze te geven. De inwoner mag ter ondersteuning iemand uit het eigen netwerk meenemen naar het gesprek en indien gewenst kan ook een onafhankelijk cliëntondersteuner van MEE en/of een tolk worden ingeschakeld. Deze gesprekken vinden plaats met medewerkers die bekend zijn met de doelgroep en die geschoold zijn in gespreksvoering. Wat betreft verwijtbaarheid: dank voor het advies om rekening te houden met de effecten van stressvolle financiële omstandigheden. We houden hiermee continu rekening in de praktijk waarin capaciteiten, intentie en rechtmatigheid op een professionele manier worden afgewogen.
•
Hoofdstuk 5: Inkomensvoorzieningen
Wat betreft de individuele inkomenstoeslag (IIT): We hebben het Nibud de huidige financiële situatie van diverse huishoudtypen laten doorrekenen, hierin hebben we ook gevraagd of ze een doorkijk wilden maken naar de situatie na de wijzigingen in de IIT. Volgens deze Minima effect rapportage (MER) daalt door de wijziging de bestedingsruimte van de betreffende huishoudens. Hierdoor ontstaat echter, hoewel de huishoudens kwetsbaar zijn, geen tekort op de maandbegroting. Samen met maatschappelijke partners houden we deze doelgroep zo goed mogelijk in beeld en stimuleren we hen gebruik te maken van passende inkomensregelingen. We zijn ons ervan bewust dat dit een groep inwoners raakt, op basis van de MER hebben wij er echter voldoende vertrouwen in dat deze groep rond blijft komen, mede dankzij de samenwerking met maatschappelijke partners op dit vlak. Wat betreft de Gelrepas: We onderzoeken doorlopend hoe we het aanbod zoveel als mogelijk kunnen harmoniseren. Hoewel passen uit de gehele regio bij dezelfde winkels kunnen worden gebruikt, is het beschikbare bedrag dat besteed kan worden in winkels inderdaad verschillend tussen gemeenten. Op dit punt kijken we ook naar mogelijkheden voor harmonisatie. Alle deelnemende gemeenten zijn echter gehouden aan de (financiële) kaders die de lokale raden hebben meegegeven voor de uitvoering van de GelrePas.
Wat betreft asielzoekers in azc’s: Hopelijk zult u begrijpen dat het toevoegen van deze gehele doelgroep aan de inkomensvoorzieningen een behoorlijk financieel en personeel beroep doet op de gemeentefinanciën. Daarom hebben we voor de Gelrepas de knip gemaakt bij statushouders die aan ons gekoppeld zijn. Wij bieden hen daarmee de kans om een netwerk te starten in de gemeente waar ze voor langere tijd woonachtig zullen blijven. Momenteel zijn we bezig om te bekijken of we asielzoekers en statushouders die niet aan ons gekoppeld zijn op andere gebieden activiteiten of trajecten kunnen aanbieden. Dit betreft dan niet de
inkomensvoorzieningen, maar is meer op het gebied van ondersteuning richting participatie of werk.
Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd,
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Rheden, namens hen, ValidSigned by Gerthy Starink on 17-09-2025
Dhr. Gerthy Starink Teamleider Team Beleid samenleving