CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

4 RIB Bijl 2a Beleidsregels.docx

Leesmap ingekomen stukken raad 28 maart 2023, gemeente RozendaalBij agendapunt: Raadsinformatiebrief nadere regels en beleidsregels Wmo en jeugdhulp16.342 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rozendaal; gelet op: artikel 6 lid 6 Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rozendaal 2023 en artikel 3 lid 2, artikel 4 lid 2, artikel 5 lid 5, artikel 8 lid 4, artikel 10 lid 5, artikel 11 lid 5 en artikel 13 lid 4 Verordening jeugdhulp gemeente Rozendaal 2019; besluit: vast te stellen de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023. HOOFDSTUK 1 Begrippen Artikel 1 Begripsbepalingen 1.

Onderstaand zijn enkele begrippen toegelicht. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rozendaal 2023, Jeugdwet, Verordening jeugdhulp gemeente Rozendaal 2019, het Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2015, de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, het Besluit Jeugdwet, de Regeling Jeugdwet, Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Waar In deze beleidsregels worden verstaan onder: a. Casemanager/casusregisseur: een medewerker van de gemeente die zowel de casusregie als de procesregie voert. b. Casusregie: regie voeren op de inhoud van de casus. c. Cliëntondersteuning: een cliëntondersteuner is onafhankelijk van de gemeente en zorgaanbieders en denkt mee over zorg en ondersteuning. De cliëntondersteuner moet onafhankelijk zijn van de organisaties die indicaties stellen en de zorg leveren. De cliëntondersteuner kent het zorgaanbod in de buurt, kan aanwezig zijn bij een gesprek over ondersteuning, betrekt zo nodig het sociale netwerk en ondersteunt bij Wmo-ondersteuning, jeugd en gezin, Zvw (WLZ), wonen en onderwijs. d.

Consulent: een adviseur van de gemeente met specialistische kennis van de Wmo en/of Jeugdwet en kennis van de integrale mogelijkheden binnen de gemeente. Deze stelt de kennis in dienst van de inwoners, verricht onderzoek naar passende ondersteuning en adviseert inwoners. e. Gesprek: het gesprek is een onderdeel van het onderzoek zoals bedoeld in de verordening maatschappelijke ondersteuning artikel 6 en jeugdhulp 2019 artikel 8. f. Gebruikelijke hulp: hulp die verwacht wordt van inwonende gezinsleden en andere huisgenoten en die ‘normaal’ wordt geacht in de relatie. g. Gezamenlijke huishouding: twee personen die hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 1

h. Inwoner: een cliënt conform de Wet maatschappelijke ondersteuning. Of een jeugdige of ouder conform de Jeugdwet. i. Leefeenheid: de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten waarmee de inwoner een gezamenlijke huishouding voert. j. Maatwerkvoorziening: een aanbod van diensten, activiteiten of producten dat, na zorgvuldig onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de inwoner(s), door middel van een beschikking toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp. In de Verordening jeugdhulp van de gemeente Rozendaal wordt deze individuele voorziening genoemd. k. Nadere regels: Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023. l. Procesregie: regie voeren op het proces van de casus. Dit betekent: i. helicopterview, overzicht bewaken; ii. organiseren en coördineren; iii. delegeren van acties en taken; iv. doelen monitoren en evalueren; v. ondersteunen waar nodig, loslaten waar kan; vi. overdragen/beleggen van het regie voeren voor de toekomst. m. Procesregisseur: een medewerker van de gemeente die de procesregie voert, maar geen casusregie. n. Respijtzorg: zorg die wordt geleverd aan de inwoner met het doel de (overbelaste) mantelzorger tijdelijk, bijvoorbeeld een avond, een dag of een weekend, te ontlasten van zijn taken. o.

Sociale Basis: Alle informele en formele netwerken en maatschappelijke initiatieven ter ondersteuning van inwoners op het gebied van zelfregie en samenredzaamheid. Binnen de Sociale Basis van de gemeente Rozendaal zijn zowel vrijwilligers als professionele hulpverleners actief en samen vormen zij het cement van de samenleving waarop mensen met elkaar een gemeenschap vormen en waarbinnen met name lichtere vormen van hulp en ondersteuning geboden worden. p. Verordening: de geldende Verordening jeugdhulp en Verordening maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Rozendaal. HOOFDSTUK 2 Definitie van de eigen kracht, mogelijkheden en andere voorzieningen Artikel 2 Algemeen afwegingskader 1. Als een inwoner een verzoek doet voor ondersteuning op grond van de Wmo of Jeugdwet, wordt dit verzoek gewogen. Het gaat daarbij om maatwerk. De uitkomst kan daarom per situatie verschillen. De weging is altijd individueel, maar moet tegelijkertijd objectief zijn. Daarom worden altijd de onderstaande onderwerpen betrokken bij de weging. 2. Er wordt altijd gekeken naar wat de inwoner zelf nog kan en welke inspanning de inwoner zelf heeft verricht om de situatie of het probleem op te lossen.

Pas wanneer de gebruikelijke hulp, de eigen kracht, mantelzorg, hulp van andere personen uit het sociale netwerk, algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen en andere voorzieningen niet toereikend zijn, wordt onderzocht in welke mate een maatwerkvoorziening een oplossing biedt.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 2

Artikel 3 Aanvaardbaar niveau 1. Het streven is om bij de inwoner de zelfredzaamheid en participatie te vergroten en de veiligheid te waarborgen. Dit passend bij de inwoner, de leeftijd en situatie. Daarbij is van belang hoe de situatie was, voordat er tegen een probleem of beperking aangelopen werd. Daarnaast wordt er gekeken naar situaties en omstandigheden bij inwoners in vergelijkbare omstandigheden en leeftijdscategorie zonder een probleem of beperking. 2. Aanvaardbaar geeft aan dat er soms belemmeringen of beperkingen blijven die niet verholpen kunnen worden. De ondersteuning richt zich tot wat noodzakelijk is voor de zelfredzaamheid, participatie en veiligheid. De ondersteuning breidt zich niet uit tot wat de inwoner noodzakelijk vindt in het kader van gewoonte of smaak. Het betekent niet per definitie dat alle activiteiten zoals hobby’s kunnen worden uitgeoefend zoals voorheen. Artikel 4 Gebruikelijke hulp Of er sprake is van gebruikelijke hulp wordt beoordeeld aan de richtlijn die is opgenomen in Bijlage 1. Artikel 5 Ondersteuning door mantelzorgers 1. Mantelzorg is een vorm van ondersteuning die niet afdwingbaar is door de overheid. Mantelzorg is meestal langdurig en/of intensief. De hulp bestaat uit verzorging, maar kan ook hulp bij noodzakelijke dagelijkse activiteiten zijn. Zoals een huishouden voeren.

Door deze hulp kan de ander zich redden, thuis blijven wonen en meedoen aan de samenleving. De hulp gaat verder dan de gebruikelijke hulp die huisgenoten aan elkaar geven. Mantelzorg is de hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt. 2. Ontlasten van een mantelzorger dient zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving plaats te vinden. 3. De consulent kan in het kader van zijn onderzoek een test voor overbelasting bij een mantelzorger afnemen, namelijk de Caregiver Strain Index. De CSI is een wetenschappelijk gevalideerd instrument en één van de meest gebruikte. De test bestaat uit dertien vragen die met ja of nee kunnen worden beantwoord. Als iemand zeven keer of meer een vraag met ‘ja’ beantwoordt, dan is er sprake van overbelasting. Artikel 6 Eigen kracht en eigen mogelijkheden 1. Met eigen kracht en eigen mogelijkheden worden bedoeld: a. de krachten van een inwoner zelf; b. oplossingen binnen het sociale netwerk. Zoals familie, partner, huisgenoot en vrienden; c. het netwerk verbreden. 2. Eigen oplossingen staan dicht bij de inwoner en sluiten daardoor goed bij de inwoner en/of de situatie aan. Daarbij wordt gekeken naar de balans in draagkracht/draaglast van de inwoner. Hierdoor is er sprake van een draagkrachtige en duurzame oplossing.

Het uitgangspunt is dat de inwoner eerst kijkt in hoeverre hij/zij zelf, of samen met zijn directe omgeving, een bijdrage kan leveren aan het verbeteren van zijn situatie. Het is normaal dat een persoon zich inspant om de eigen situatie te verbeteren of dat er iets gedaan wordt voor een partner of familielid die niet geheel op eigen kracht kan deelnemen aan de samenleving. Er wordt altijd nagevraagd bij de inwoner of de inwoner het netwerk al betrokken heeft bij zijn situatie of probleem en het oplossen hiervan. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 3

3. Er wordt onderzocht of er op eigen kracht of met hulp van het netwerk het gewenste resultaat kan worden bereikt. Wanneer er voldoende eigen mogelijkheden zijn die passend zijn bij een probleem of situatie, kan hiervoor geen aanspraak worden gemaakt op een voorziening vanuit de Wmo of Jeugdwet. 4. Er mag van een inwoner verwacht worden dat er actief meegedacht wordt over mogelijkheden binnen het netwerk en hoe het netwerk verbreed kan worden. Een consulent kan een afspraak met het netwerk organiseren om een probleem of situatie te bespreken om naar een passende oplossing te zoeken. 5. Mogelijkheden vanuit de eigen kracht zijn bijvoorbeeld de focus leggen op waar een persoon goed in is en deze krachten in te zetten waardoor de balans terugkeert. Het gaat hier om het aanboren, vergroten en benutten van eigen sterke kanten en van het sociale netwerk, om te zorgen dat er weer grip komt op hun leven. Hierdoor kan de inwoner (lichte) problemen oplossen en waar mogelijk voorkomen. Ook wanneer iemand aanspraak kan maken op een voorziening op grond van een andere wet, hoeft de gemeente in het kader van de eigen kracht die voorziening niet te verstrekken. Het uitgangspunt is dan namelijk dat de inwoner op eigen kracht het probleem kan oplossen, namelijk door aanspraak op grond van de andere wet tot gelding te brengen.

Hetzelfde geldt als de inwoner beschikt over een aanvullende verzekering. Beschikt de inwoner echter niet over een aanvullende verzekering of is deze niet toereikend om het probleem op te lossen, dan is de gemeente aan zet om de noodzakelijke ondersteuning in te zetten. De inwoner kan namelijk niet verplicht worden om een aanvullende verzekering af te sluiten. 6. De inzet van het inkomen of vermogen van de inwoner is geen eigen kracht. Een maatwerkvoorziening moet voor iedereen toegankelijk zijn, ongeacht de hoogte van het inkomen en/of vermogen. Het inkomen en vermogen mag geen rol spelen bij de toekenning van een maatwerkvoorziening. Wel kan er in het gesprek met financieel draagkrachtige inwoners gewezen worden op de mogelijkheid om de voorziening zelf te financieren. Als de inwoner dat wil en ook in staat is om dat zelf te organiseren, kan dat de juiste aanpak zijn. 7. Mogelijkheden om ondersteuning vanuit het netwerk te verbreden zijn bijvoorbeeld een situatie of probleem bespreekbaar maken tijdens een netwerkberaad, lotgenoten contact zoeken of contact zoeken met ervaringsdeskundigen. 8.

Onder de eigen mogelijkheden valt ook bovengebruikelijke hulp van een ouder/ouders aan hun minderjarige kinderen, voor zover zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, dit geen overbelasting oplevert, de ouder(s) de hulp ook zonder vergoeding blijven bieden en zij hierdoor niet in de problemen komen. Als uit onderzoek naar deze factoren volgt dat de ouder(s) de benodigde hulp kunnen bieden zonder dat dit tot problemen leidt, zijn er voldoende eigen mogelijkheden. Er wordt dan geen maatwerkvoorzienig ingezet voor de hulp die de ouder(s) kunnen bieden. Artikel 7 Algemene en andere voorzieningen 1. Wanneer een inwoner recht heeft op een algemene of andere voorziening, of wanneer een algemene of andere voorziening passend is, wordt de inwoner verwezen naar die passende voorziening. Er is dan geen maatwerkvoorziening noodzakelijk. 2. Algemene voorzieningen zijn laagdrempelig toegankelijk. Er kan hiervoor een bijdrage in de kosten voor gevraagd worden. Algemene voorzieningen vanuit de Jeugdwet zijn eigen bijdrage vrij. Dit staat opgenomen in de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Verordening jeugdhulp. Er is een uitgebreid aanbod van algemene voorzieningen beschikbaar binnen de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 4

gemeenten Rheden en Rozendaal. De volgende algemene voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: a. begeleiding vanuit de Sociale Basis; b. activiteiten in een raad/buurt/inloophuis; c. jongerenwerk; d. jongerencoach; e. jongerennetwerk; f. toekomstcoach; g. Vervangend vervoer door de plusbus; h. administratieve ondersteuning door formulierenhulp; i. financiële ondersteuning door sociale raadslieden; j. ondersteuning voor mantelzorgers en vrijwillige thuishulp; k. vrijwillige senioren ondersteuning; l. schuldhulpmaatje; m. schoolmaatschappelijk werk; n. algemeen maatschappelijk werk; o. hulp bij scheiden (diverse vrij toegankelijke interventies); p. hulp bij het huishouden; q. versterken van de fysieke kracht met als doel zo lang mogelijk de huishoudelijke taken zelfstandig te blijven uitvoeren; r. Uniek Sporten; s. Jeugdfonds sport & cultuur; t. Sjors Sportief. 3. Een inwoner kan recht hebben op andere wettelijke voorzieningen dan Wmo en de Jeugdwet. Voorbeelden hiervan zijn: a. Zorgverzekeringswet (Zvw); b. Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV); c. Wet passend onderwijs; d. Arbeidsvoorzieningen zoals de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), Wajong en Participatiewet; e. Wet langdurige zorg (Wlz). 4.

Daarnaast zijn er andere voorzieningen en mogelijkheden vanuit de samenleving beschikbaar die niet verstrekt worden vanuit de Wmo of Jeugdwet. Voorbeelden hiervan zijn: a. Mijn Huis Mijn Toekomst; b. Collectieve aanvullende verzekering vanuit de gemeente (CAV); c. openbaar vervoer; d. onderwijs; e. kinderopvang, buitenschoolse opvang, voor- en vroegschoolse voorzieningen; f. jeugdgezondheidszorg (o.a. consultatiebureau); g. voorzieningen voor ontspanning, sport/bewegen, kunst en cultuur; h. boodschappenservicedienst; i. blijverslening; j. uitleenwinkel; k. glazenwasser; l. tuinman; m. ergonomische zelf aan te schaffen hulpmiddelen (bijv. rollator, wandelstok, aangepast bestek). Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 5

5. Inwoners met een vraag voor (groeps)begeleiding vanuit de Wmo of Jeugdwet, kunnen zich direct wenden tot één van de dorpsmeldpunten in de Sociale Basis (een uitvoerende derde partij). Het dorpsmeldpunt van de Sociale Basis bekijkt of de inwoner voldoende geholpen is met een algemene voorziening. Als dat niet zo is, kan de inwoner zich melden bij het sociaal meldpunt van de gemeente Rheden. De inwoner kan het dorpsmeldpunt van de Sociale Basis vragen hierbij te helpen door een advies mee te sturen. Artikel 8 Algemeen gebruikelijke voorzieningen Er bestaat geen aanspraak op een maatwerkvoorziening als het probleem van de cliënt kan worden opgelost met een algemeen gebruikelijke voorziening. Hiermee wordt beoogd te voorkomen dat het college een voorziening verstrekt waarvan aannemelijk is dat cliënt, ook als hij of zij geen beperkingen had, hierover zou (hebben kunnen) beschikken. Een algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening die voldoet aan de criteria zoals opgenomen in artikel 1 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning. Eén van de criteria is dat een voorziening financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. Het is hierbij niet van belang wat het inkomen van de cliënt zelf is. Het draait om de vraag of iemand met een minimuminkomen de voorziening zou kunnen betalen.

Om deze vraag te beantwoorden hanteert de gemeente het criterium dat de voorziening binnen een termijn van 36 maanden kan worden terugbetaald bij een aflossing van 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Dit is gebaseerd op de aflossingscapaciteit voor leenbijstand. Voor de kostprijs van de voorziening, kijkt de gemeente waar mogelijk ook naar beschikbare tweedehands voorzieningen. Er zijn verschillende diensten die aan de hand van de jurisprudentie als algemeen gebruikelijk kunnen worden gezien. Voorbeelden hiervan zijn de bezorgservice van supermarkten en een glazenwasser. Bepaalde producten worden ook als algemeen gebruikelijk gezien. Een fiets met elektrische trapondersteuning is een voorbeeld: een dergelijke fiets wordt ook gebruikt door mensen zonder beperkingen (bijvoorbeeld door mensen die een lange afstand naar hun werk of school moeten fietsen). Een dergelijke fiets is gewoon bij de fietsenwinkel te koop en over het algemeen wel betaalbaar. Zeker als er rekening wordt gehouden met het ruime aanbod aan tweedehandsfietsen. Bij andere producten zal het afhangen van de kosten of deze algemeen gebruikelijk zijn. Neem bijvoorbeeld een spoel-föhn installatie. Deze voorziening is niet (meer) specifiek bedoeld voor mensen met een beperking en vrij verkrijgbaar.

Het hangt daarom in het concrete geval af van de kosten van de voorziening plus installatie of deze financieel draagbaar met een minimuminkomen en dus algemeen gebruikelijk zijn. HOOFDSTUK 3 Procedure toegang tot maatschappelijke ondersteuning en/of jeugdhulp Artikel 9 De consulent van de gemeente 1. De consulent is een adviseur van de gemeente met specialistische kennis op het gebied van de Wmo en/of Jeugdwet en kennis van de (integrale) mogelijkheden voor inwoners. De consulent stelt deze kennis in dienst van de inwoners, verricht onderzoek naar passende ondersteuning en adviseert inwoners objectief. 2. De consulent is in staat de situatie van een inwoner te onderzoeken en een onafhankelijke afweging te maken van de situatie en de eventueel benodigde ondersteuning. Er wordt in Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 6

3.

4.

5.

6.

7.

samenwerking met de inwoner een integraal plan/onderzoeksverslag opgesteld en specifieke, meetbare, haalbare, realistische en tijdgebonden doelen geformuleerd. Indien noodzakelijk, maakt de consulent gebruik van een externe adviseur, bij vragen waarbij specialistische kennis noodzakelijk is. Voorbeelden van een externe adviseurs zijn een GZpsycholoog of een medisch adviseur. Voorbeelden van situaties waarbij dit ingezet wordt, zijn: a. fysieke aandoeningen waarvan de prognose of gevolgen onduidelijk zijn; b. onduidelijkheid over wat er verwacht mag worden in het kader van de gebruikelijke zorg versus de beperking; c. onduidelijkheid over beperkingen, ontwikkelingsmogelijkheden en ondersteuningsbehoeften bij jeugdige inwoners. Een passend en objectief advies betekent niet automatisch dat dit gelijk staat aan de wens van de inwoner en belangrijke betrokkenen. De consulent is in staat om als onafhankelijke adviseur door middel van ‘helicopterview’ te zien wat daadwerkelijk passend en noodzakelijk is bij een situatie of probleem. Dit betekent dat de consulent onafhankelijk is, brede kennis heeft en overstijgend denkt. Tegelijkertijd maakt de consulent hierin een afweging waarbij deze de wet, verordening, nadere regels en beleidsregels betrekt.

Wanneer een inwoner niet in staat is zelf regie te voeren over de ondersteuning en/of zijn leven, worden er verschillende mogelijkheden onderzocht. Er wordt allereerst gekeken of iemand uit het netwerk de inwoner kan ondersteunen in het voeren van de regie of tijdelijk en/of gedeeltelijk de regie kan overnemen. Als dit niet mogelijk is, kan een zorgaanbieder tijdelijk deze rol krijgen vanuit de opdracht van de gemeente. Indien nodig, bijvoorbeeld als sprake is van een complexe situatie en daarbij problematiek op meerdere levensgebieden, kan de consulent van de gemeente tijdelijk de rol van procesregisseur op zich nemen. Ook als er een casemanager/casusregisseur of procesregisseur van de gemeente is, blijft de daadwerkelijke uitvoering van de ondersteuning bij inwoner en zorgaanbieders. Ook blijft bijvoorbeeld bij volwassenen de GGZ verantwoordelijk voor de psychiatrische zorg en de reclassering verantwoordelijk voor de justitiële zorg. En bij jeugdige inwoners bepaalt de Gecertificeerde Instelling (GI) bijvoorbeeld welke jeugdhulp wordt ingezet tijdens een kinderbeschermingsmaatregel. Een consulent blijft betrokken bij de inwoner wanneer het onderzoek nog niet afgerond is of wanneer de consulent procesregie voert omdat dit volgens wettelijke kaders of onderliggende afspraken in het kader van zorg en veiligheid noodzakelijk is.

Bij veiligheid casuïstiek is dit nodig totdat er voor het gezin sprake is van een acceptabel niveau van veiligheid op basis van het veiligheidsplan.

Artikel 10 Onvoldoende informatie bij het onderzoek De inwoner heeft de belangrijke verantwoordelijkheid om mee te werken aan het onderzoek en de nodige informatie ter beschikking te stellen van de consulent. Wanneer er onvoldoende informatie wordt verstrekt door de inwoner om tot een passend besluit te komen, kan het zijn dat een inwoner hierdoor minder of geen ondersteuning ontvangt dan in zijn/haar ogen passend of wenselijk is. Artikel 11 Integraal plan of onderzoeksverslag 1. De consulent draagt zorg voor schriftelijke vastlegging van de uitkomsten van het onderzoek, in een integraal plan of onderzoeksverslag. Bij een evaluatie draagt de consulent zorg voor het ontvangen van een evaluatieplan en legt de conclusie en doelen schriftelijk vast. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 7

2. In het integraal plan of onderzoeksverslag staat de hulpvraag van de inwoner, de weging van de feiten, de krachten en zwakten, de doelen en de oplossingsrichting van de inwoner en het sociale netwerk. Daarbij volgt de consulent de door de CRvB geformuleerde stappen waar het onderzoek aan moet voldoen: 1. Vaststellen van de hulpvraag van de inwoner. 2. Alleen bij Jeugd: Vaststellen of de gemeente verantwoordelijk is (woonplaatsbeginsel). 3. In kaart brengen van de beperkingen/problematiek van de inwoner. Voor Wmo gaat het dan om beperkingen in de zelfredzaamheid en/of participatie. Bij Jeugd gaat het om opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. 4. Bepalen welke hulp naar aard en omvang nodig is. 5. Bepalen in hoeverre de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk, algemene voorzieningen en algemeen gebruikelijke voorzieningen de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden. Daarna kan de consulent concluderen of er wat overblijft om te compenseren via een maatwerkvoorziening. De consulent schrijft een motivatie met het advies voor passende ondersteuning. Daarnaast zijn er specifieke, meetbare, haalbare, realistische en tijdgebonden doelen geformuleerd. Wanneer er meerdere hulpvragers in een gezin/huishouden zijn, wordt dit, indien mogelijk, in één plan geschreven.

Hiermee wordt invulling gegeven aan 1 gezin, 1 plan, 1 regie. Kanttekening hierbij is dat de privacyregels niet zijn aangepast op het uitgangspunt van 1 gezin, 1 plan, 1 regie. Iedereen die zelf zijn/haar privacyrechten uitoefent, moet toestemming geven voor het inzien van gegevens door een ander lid van het gezin en het domeinoverstijgend verwerken van gegevens (bijvoorbeeld Wmo en Jeugdwet). Bij de toegang tot jeugdhulp geldt dat voor jeugdigen tot 12 jaar de ouder(s) met gezag of voogd(en) de privacyrechten uitvoeren. Vanaf 12 jaar kan de jeugdige zelf toestemming geven, tenzij de jeugdige (nog) ‘niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen’. Dan oefenen de ouder(s) met gezag of voogd(en) het privacyrecht uit, totdat de jeugdige 18 jaar is. Er wordt dus altijd bekeken of een integraal plan mogelijk is, rekening houdend met de privacyregels. Als de inwoner in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en deze in de vorm van een pgb wenst te ontvangen, toetst de consulent aan de hand van artikel 2 van de nadere regels of de inwoner voldoet aan de voorwaarden voor een pgb. 3. Er wordt binnen maximaal 6 weken na het afronden van het gesprek, een integraal plan of onderzoeksverslag verstrekt aan de inwoner met de uitkomsten van het onderzoek. 4.

Indien een zorgaanbieder een evaluatieplan opstuurt, blijft de consulent eindverantwoordelijk voor een weging van dit plan. De consulent toetst het plan van de zorgaanbieder. Benodigde aanvullende informatie haalt de consulent op bij de inwoner of zorgaanbieder. 5. Als er langer dan 6 weken nodig is voor het onderzoek en het gaat om de Wmo, dan wordt hierover overlegd met cliënt. Het staat de cliënt op basis van de Wmo vrij om na 6 weken vast een aanvraag in te dienen. Maar en zorgvuldig onderzoek is het uitgangspunt. Het zal daarom meestal niet in het nadeel van de cliënt zijn om in te stemmen met een langere duur van het onderzoek. Artikel 12 Afwijkende routes bij aanvraag 1. In spoedeisende gevallen, wordt er zo snel als mogelijk een passende tijdelijke maatwerkvoorziening ingezet. Onder spoed wordt een onverwachte situatie verstaan, waarbij ernstigere problemen voorkomen dienen te worden. Voorbeelden hiervan zijn: a. acute ernstige onveiligheid als gevolg van huiselijk geweld, mishandeling en/of verwaarlozing; Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 8

b. acute en levensbedreigende situaties; c. huisuitzetting of uithuisplaatsing van een jeugdige inwoner; d. eerwraak. Er hoeft dan niet gewacht te worden op een ondertekende aanvraag. Het besluit (de beschikking) wordt binnen 6 weken verstrekt. 2. Wanneer een inwoner zorg vermijdt en er bemoeizorg noodzakelijk is volgens de consulent, kan er gekozen worden om zonder een aanvraag een maatwerkvoorziening in te zetten. Bemoeizorg staat op gespannen voet met het zelfbeschikkingsrecht van inwoners en hun privacy. Bemoeizorg wordt daarom alleen ingezet als het geen optie is om af te wachten tot de cliënt zelf om die hulp vraagt en/of om verdere verwaarlozing te voorkomen. In de volgende gevallen kan daar sprake van zijn: a. Uit onderzoek blijkt dat vanwege onveiligheid of overlast de inzet van een maatwerkvoorziening noodzakelijk is. De inwoner is bereid een gesprek aan te gaan, mee te werken aan ondersteuning, maar weigert een plan of verslag te ondertekenen. b. Uit onderzoek blijkt dat vanwege onveiligheid of overlast de inzet van een maatwerkvoorziening noodzakelijk is. De inwoner weigert tot nu toe mee te werken. Er wordt gekozen voor een motivatietraject. Artikel 13 Het besluit, de beschikking 1. De toekenning of afwijzing voor een maatwerkvoorziening wordt vastgelegd in een besluit (een beschikking). 2. De beschikking voldoet aan de eisen zoals opgenomen in de verordening.

Daarbij moet uit de beschikking voldoende blijken wat de reden voor het verstrekken of afwijzen van de voorziening is (motivatie). Hiervoor kan in de beschikking ook worden verwezen naar het integraal plan of onderzoeksverslag. 3. Er wordt door de inwoner of zorgaanbieder binnen 3 maanden gebruikgemaakt van het besluit, anders kan het besluit worden ingetrokken. Het recht op de ondersteuning blijkt dan niet noodzakelijk te zijn. Dit geldt zowel bij ondersteuning in natura als bij een pgb. 4. Opschorting van de beslistermijn van 2 weken (Wmo) of 8 weken (Jeugdwet) wordt gecommuniceerd aan de inwoner. De inwoner ontvangt hiervoor een schriftelijke bevestiging. Hierin staan de datum van de aanvraag, de aangevraagde ondersteuning, de reden van uitstel, wat nog nodig is voor het besluit en de nieuwe beslistermijn. 5. Verlengen van de beslistermijn van 2 weken (Wmo) of 8 weken (Jeugdwet) wordt gecommuniceerd aan de inwoner. De inwoner ontvangt hiervoor een schriftelijke bevestiging. Hierin staan de datum van de aanvraag, de aangevraagde ondersteuning, de reden van uitstel, wat nog nodig is voor het besluit en de nieuwe beslistermijn (zo kort mogelijk). Artikel 14 Cliëntondersteuning en vertrouwenspersoon 1. Als een inwoner dit wenst, kan hij zich bij de melding en/of aanvraag laten ondersteunen door een derde.

De inwoner mag zich laten ondersteunen door iemand uit het netwerk, maar kan ook een beroep doen op onafhankelijke cliëntondersteuning. 2. De consulent wijst inwoners op de mogelijkheid dat zij zich kosteloos kunnen laten bijstaan door een (onafhankelijke) cliëntondersteuner dan wel vertrouwenspersoon. De gemeente zorgt ervoor dat alle inwoners hierop desgewenst een beroep kunnen doen. 3. De (onafhankelijke) cliëntondersteuner zal ook het netwerk proberen te versterken en samen met de inwoner op zoek gaan naar een duurzame oplossing binnen het netwerk. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 9

4. Een vertrouwenspersoon voor bij jeugdhulp, is landelijk georganiseerd via het Advies en Klachtbureau Jeugdzorg (www.AKJ.nl). Als er zaken in de hulpverlening niet goed lopen, kan de vertrouwenspersoon daarbij helpen. Er wordt samen met de jeugdige, de ouder, verzorgende of gezaghebbende naar een oplossing gezocht. HOOFDSTUK 4 Maatwerkvoorzieningen Jeugdwet Artikel 15 Overzicht maatwerkvoorzieningen Voorbeelden van maatwerkvoorzieningen vanuit de Jeugdwet zijn: a. Begeleiding individueel b. Groepsbegeleiding c. Behandeling individueel, zoals basis, specialistisch en hoog-specialistisch d. Groepsbehandeling e. Pleegzorg f. Gezinshuiszorg g. Residentiële jeugdhulp h. Gesloten jeugdhulp i. Preventieve jeugdbescherming en beschermingsmaatregelen instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering j. Crisisjeugdhulp Artikel 16 Groepsbegeleiding en dagbehandeling 1. De kerndoelen van groepsbegeleiding (dagbesteding en dagactiviteiten) vanuit de sociale basis voor jeugdigen zijn: a. Het stabiel houden van fysieke en/of cognitieve zelfstandigheid van de jeugdige; b. Het aangaan van sociale contacten en/of het sociale netwerk uitbreiden; c. Het ontlasten van de mantelzorger en/of ouder; d. Het structuur bieden in de dag/week. 2. De kerndoelen van groepsbegeleiding (dagbesteding en dagactiviteiten) vanuit een maatwerkvoorziening voor jeugdigen zijn: a.

Het aanleren, uitbreiden en oefenen van sociale vaardigheden; b. Het aangaan van sociale contacten en/of het sociale netwerk uitbreiden; c. Het ontlasten van de ouders/verzorgers en/of mantelzorger; d. Het structuur bieden in de dag/week. 3. Leren binnen groepsverband is voorliggend op individuele ondersteuning. Artikel 17 Begeleiding 1. De nadruk bij begeleiding vanuit de sociale basis voor jeugdige inwoners is gericht op: a. De jeugdige activeren en aanbrengen van (dag)structuur; b. Stabiliseren (op orde brengen) of handhaven van de situatie; c. Oefenen en inslijpen/toepassen van vaardigheden samen met de Jeugdige; d. Ondersteunen bij het regelen/overnemen van dagelijks/praktische bezigheden (dagstructuur, participatie, sociale contacten, gezondheid en dergelijke); e. Ondersteuning van mantelzorg, ouders, verzorgers en voogd. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 10

2. Specialistische begeleiding vanuit een maatwerkvoorziening Jeugdhulp is gericht op: a. Het aanleren van nieuwe vaardigheden en gedrag waardoor bij de jeugdige toekomstige verergering van de beperking en mogelijke uithuisplaatsing kan worden voorkomen. Door interventie verbeteren van de opvoedingssituatie zodat het gezin in staat is om de opvoeding en ontwikkeling van de cliënt te waarborgen. Verbetering van de uitvoering van opvoedingstaken, zodat de ouders op een positieve manier de ouderrol op zich kunnen nemen; b. En/of het zelfstandig functioneren en participatie behouden of vergroten, of het voorkomen/vertragen van achteruitgang met behulp van het eigen netwerk (vergroting samenredzaamheid), bijvoorbeeld aan de hand van concrete doelen op één of meer leefgebieden; c. Overbrugging tot de behandeling of ter motivatie tot behandeling; d. Het methodisch trainen van vaardigheden volgend op behandeling. Artikel 18 Verblijf 1. Uitgangspunt bij verblijf is dat er slechts aanspraak op gemaakt kan worden indien de inwoner meer dan drie etmalen per week daarop is aangewezen. Uitzondering hierop zijn kortdurend verblijf, logeerhuis en weekend/deeltijdpleegzorg. 2. Wanneer er sprake is van blijvend intensieve zorgbehoefte en wanneer er 24 uur per dag zorg dichtbij of permanent toezicht nodig is, komt de inwoner hoogstwaarschijnlijk in aanmerking voor verblijf vanuit de WLZ.

Van de inwoner wordt verwacht dat deze aantoonbaar actief inspanningen verricht om een aanvraag voor een overige voorziening in te dienen. Artikel 19 Vervoer 1. Het vervoeren van jeugdige inwoners naar school, dagbesteding, vrijetijdsactiviteiten en jeugdhulp valt onder de gebruikelijke zorg van ouders. 2. Vanuit de Jeugdwet is alleen vervoer mogelijk voor een jeugdige van en naar de locatie waar jeugdhulp gegeven wordt en de jeugdige in verband met een medische noodzaak of een gebrek aan zelfredzaamheid niet in staat is om zelfstandig van en naar de locatie te komen waar de jeugdhulp wordt gegeven. Op voorwaarde dat er geen sprake is van gebruikelijke hulp en er geen verdere mogelijkheden zijn vanuit de eigen kracht, en/of andere voorliggende voorzieningen. Dit vervoer kan binnen of buiten de gemeentegrenzen zijn. 3. Er kan een maatwerkvoorziening vervoer worden ingezet wanneer de jeugdhulpondersteuning aan de jeugdige inwoner stagneert, als deze vervoersvoorziening niet wordt ingezet. 4. Er kan een maatwerkvoorziening vervoer worden ingezet wanneer het (bovengebruikelijke) vervoer door ouders aantoonbaar leidt tot overbelasting van ouders en er geen andere voorliggende mogelijkheden/voorzieningen zijn. 5. Vormen van vervoer in het kader van de jeugdwet zijn: • Aangepast vervoer • Kilometervergoeding aan ouders • OV-vergoeding met begeleiding 6.

De frequentie van de jeugdhulp is niet bepalend voor het toekennen van een vervoersvoorziening.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 11

Artikel 20 Persoonlijke verzorging Persoonlijke verzorging is een vorm van begeleiding die de inwoner ondersteunt bij bijvoorbeeld het wassen, aan- en uitkleden, in of uit bed komen, toiletteren, drinken, eten, verzorging van haren, tanden, huid en nagels. Meestal gaat het om aansturing en worden er geen handelingen overgenomen. Als overname noodzakelijk is, kan hiervoor meestal namelijk aanspraak gemaakt worden op de Zvw. Vanuit de Zvw kan er aanspraak gemaakt worden op persoonlijke verzorging, als er behoefte is aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop. De kinderverpleegkundige beoordeelt dit. Als het onduidelijk is of de verzorging vanuit de Jeugdwet of Zvw moet worden ingezet, is het daarom van belang om af te stemmen met de kinderverpleegkundige.

HOOFDSTUK 5 Maatwerkvoorzieningen Wmo Artikel 21 Overzicht maatwerkvoorzieningen Voorbeelden van maatwerkvoorzieningen vanuit de Wmo zijn: a. b. c. d. e. f.

Ambulante begeleiding Groepsbegeleiding Huishoudelijke ondersteuning Woningaanpassingen (voor normale gebruik van de woning) Hulpmiddelen (bijvoorbeeld rolstoelen) Vervoersvoorziening (bijvoorbeeld regiotaxi, doelgroepenvervoer, scootmobiel)

Artikel 22 Groepsbegeleiding 1. De kerndoelen van groepsbegeleiding (dagbesteding en dagactiviteiten) vanuit de sociale basis zijn: a. Het stabiel houden van fysieke en/of cognitieve zelfstandigheid van de inwoner; b. Het aangaan van sociale contacten en/of het sociale netwerk uitbreiden; c. Het ontlasten van de mantelzorger en/of partner; d. Het structuur bieden in de dag/week. 2. Waarbij de volgende uitgangspunten gehanteerd worden: a. Zo passend mogelijk: de talenten, mogelijkheden en ondersteuning behoefte van de inwoner staan centraal (niet de problematiek); b. Zo inclusief mogelijk: elke groepsbegeleidingsplek voorziet in een inclusief aanbod (niet gericht op specifieke problematiek); c. Zo lokaal mogelijk: groepsbegeleiding vindt plaats in het dorp waar inwoner woont. Als de benodigde groepsbegeleiding niet aanwezig is in hetzelfde dorp wordt naar het dichtstbijzijnde alternatief gekeken binnen de gemeente; d. Gericht op zelfredzaamheid: er is bij groepsbegeleiding zoveel mogelijk aandacht voor de zelfredzaamheid van de inwoner. 3. De kerndoelen van groepsbegeleiding (dagbesteding en dagactiviteiten) vanuit een Wmo maatwerkvoorziening zijn: a. Het aanleren, uitbreiden en oefenen van sociale vaardigheden;. b. Het leren aangaan van sociale contacten en/of het sociale netwerk uitbreiden;

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 12

c. Het aanbrengen van structuur in de dag/week waarbij toegewerkt wordt naar een weer stabiele situatie en welke weer vanuit de Sociale basis in de nabije toekomst ondersteund kan worden. 4. Groepsbegeleiding vanuit een Wmo maatwerkvoorziening betreft in principe tijdelijke ondersteuning waarbij toegewerkt wordt naar een situatie waarin de ondersteuning weer geboden kan worden vanuit de Sociale Basis. 5. Van zorgaanbieders die zorg en ondersteuning bieden vanuit een Wmo maatwerkvoorziening wordt verwacht dat zij periodiek de vorderingen op de in de indicatie van de inwoner afgesproken doelen middels een schriftelijk evaluatieverslag deelt met de consulent van de gemeente. 6. Leren binnen groepsverband is voorliggend op individuele ondersteuning. Artikel 23 Begeleiding 1. De nadruk bij begeleiding vanuit de sociale basis voor volwassenen is gericht op: a. Het creëren en/of behouden van een stabiele situatie; b. De inwoner activeren en het aanbrengen van structuur in het dagelijks leven; c. Het oefenen en (door herhaling) toepassen van praktische vaardigheden samen met de inwoner om achteruitgang te voorkomen; d. Ondersteunen bij het regelen/overnemen van dagelijks/praktische bezigheden (financiën, dagstructuur, zelfstandig wonen, participatie, sociale contacten, gezondheid/persoonlijke verzorging, e.d.); e. en betreft voornamelijk planbare ondersteuning. 2.

Specialistische begeleiding vanuit een maatwerkvoorziening Wmo is gericht op: a. De inwoner in staat te stellen om te kunnen blijven meedoen in de maatschappij bij ernstig regieverlies; b. En/of het overbruggen tot een behandelingstraject; c. En/of het methodisch trainen van vaardigheden volgend op behandeling; d. En/of ontwikkelingsgericht trainen van vaardigheden met behulp van methodische interventies; e. Er is aantoonbaar sprake van een noodzaak om naast geplande ondersteuningsmomenten ook op ongeplande momenten ondersteuning te moeten bieden in verband met een te groot (gezondheid)risico bij de inwoner; f. De ondersteuning is gericht op het verbeteren of stabiliseren van de situatie en het toeleiden van de hulpvraag naar een vorm van ondersteuning vanuit de Sociale Basis. 3. Specialistische begeleiding Wmo vanuit een maatwerkvoorziening betreft in principe tijdelijke ondersteuning waarna er afgeschaald wordt. Bijvoorbeeld naar lichtere vormen van begeleiding geboden vanuit de “sociale basis”. Daarom zal in eerste instantie begeleiding ingezet worden vanuit de “Sociale Basis” en is begeleiding vanuit een maatwerkvoorziening slechts aanvullend mogelijk op de begeleiding vanuit de “Sociale Basis”. 4.

Indien blijkt dat er aanvullend een vorm van specialistische begeleiding vanuit een Wmo maatwerkvoorziening nodig is dan zal dit altijd tijdelijk van aard zijn en in de meeste gevallen in combinatie en in samenwerking met een ondersteuningsvorm zijn vanuit de Sociale Basis. 5. Van zorgaanbieders die zorg en ondersteuning bieden vanuit een Wmo maatwerkvoorziening wordt verwacht dat zij periodiek de vorderingen op de in de indicatie van de inwoner afgesproken doelen middels een schriftelijk evaluatieverslag deelt met de consulent van de gemeente. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 13

Artikel 24 Verblijf Wanneer er sprake is van blijvend intensieve zorgbehoefte en wanneer er 24 uur per dag zorg dichtbij of permanent toezicht nodig is, komt de inwoner hoogstwaarschijnlijk in aanmerking voor verblijf vanuit de WLZ. Van de inwoner wordt verwacht dat deze aantoonbaar actief inspanningen verricht om een aanvraag voor een overige voorziening in te dienen. Artikel 25 Vervoer 1. Een inwoner kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening voor vervoer, indien een inwoner vanwege zijn beperkingen: a. geen gebruik kan maken van het Openbaar Vervoer; b. geen gebruik kan maken van eigen vervoer; c. onvoldoende of geen mogelijkheden heeft in de omgeving om in de behoefte te voorzien. 2. Wanneer een inwoner aanspraak wil maken op de maatwerkvoorziening vervoer, wordt er altijd eerst gekeken naar de leerbaarheid van de inwoner. Mogelijk kan een inwoner geactiveerd worden om zelfstandig reizen aan te leren. 3. Aanvullende criteria voor vervoer: a. De maatwerkvoorziening collectief vraag afhankelijk vervoer heeft voorrang boven individuele vervoersvoorzieningen. Dat wil zeggen dat een cliënt alleen in aanmerking komt voor een individuele vervoersvoorziening als het collectief vervoer voor cliënt geen adequate compensatie vormt. b.

Wanneer een inwoner niet in staat is om 500 meter of meer te lopen, kan de inwoner in aanmerking komen voor collectief vervoer op grond van de Wmo. Voor vervoer tot 500 meter kan de inwoner zelf algemeen gebruikelijke hulpmiddelen aanschaffen zoals een wandelstok of rollator. Hiervoor wordt er in principe geen collectief vervoer op grond van de Wmo ingezet. c. Wanneer een inwoner beschikt over een scootmobiel of aangepaste fiets, wordt er in principe geen andere maatwerkvoorziening voor vervoer ingezet tot en met 4 kilometer. Dit is immers de afstand die een inwoner kan afleggen met de scootmobiel of fiets. d. Bij de te verstrekken vervoersvoorziening(en) wordt bij de vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke participatie uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving. Daarbij gaat het om een gebied van 25 kilometer rondom het adres waar de inwoner zijn hoofdverblijf heeft. Met de verstrekte vervoervoorziening(en) en eventuele eigen vervoersmogelijkheden moet de inwoner in totaal 1.500 kilometer op jaarbasis kunnen reizen. Als de inwoner een hogere vervoersbehoefte heeft, dan is het aan hem/haar om aan de hand van concrete en verifieerbare gegevens aan te tonen dat dit zo is.

Een vervoersvoorziening voor verplaatsingen op loop- en fietsafstand in de directe omgeving, bijvoorbeeld een scootmobiel, stelt de inwoner in staat een afstand van 750 km per jaar af te leggen. Beschikt cliënt over een dergelijke voorziening, dan wordt de reisafstand voor een vervoersvoorziening voor de middellange afstanden, bijvoorbeeld collectief vervoer, op maximaal 750 km gesteld. e. Wanneer het noodzakelijk is dat er een medisch begeleider meereist met de maatwerkvoorziening, kan een inwoner niet alleen reizen. Dit zou voor onveilige situaties kunnen zorgen. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 14

f.

Individueel vervoer wordt alleen bij uitzonderingssituaties ingezet. Alleen wanneer (op basis van medisch advies) is vastgesteld dat collectief vervoer of (kleinschalig) instellingsvervoer voor de betreffende inwoner niet voldoet (bijvoorbeeld in geval van onbeheersbare incontinentie of ernstige gedragsproblemen), kan de vervoerder gevraagd worden individuele ritten te verzorgen of een vergoeding voor gebruik eigen auto of vervoer door derden worden verstrekt. Een vergoeding voor het gebruik van de eigen auto wordt verder alleen verstrekt als dat in het concrete geval niet algemeen gebruikelijk is. Het uitgangspunt is dat het gebruik van de eigen auto algemeen gebruikelijk is. Ook iemand met een inkomen op minimumniveau wordt geacht de vervoerskosten te kunnen voldoen om in aanvaardbare mate deel te kunnen nemen aan het leven van alledag en sociale contacten te onderhouden. Alleen in bijzondere omstandigheden is daarom een vergoeding mogelijk. Bijvoorbeeld als de kosten veel hoger dan gemiddeld zijn, doordat iemand door zijn beperkingen ook voor alle verplaatsingen op de korte afstand de auto moet gebruiken of afhankelijk is van een auto met veel hogere gebruikskosten. g. Een vervoersvoorziening wordt niet ingezet om het inkomen te compenseren. h.

Een vervoersvoorziening wordt niet ingezet wanneer een inwoner niet gemotiveerd is om gebruik te maken van de eigen mogelijkheden en mogelijkheden binnen de gemeente, tenzij deze niet toereikend zijn. Artikel 26 De eigen en andere mogelijkheden voor hulp bij het huishouden 1. Er wordt alleen een maatwerkvoorziening geboden, wanneer er geen andere oplossingen zijn. 2. Activiteiten die door de inwoner zelf kunnen worden uitgevoerd, behoren ook tot de eigen verantwoordelijkheid. In de dagelijkse praktijk kan dit ook betekenen dat een deel van het huishouden door de inwoner wordt uitgevoerd en voor een ander deel ondersteuning wordt geboden. 3. Een inwoner kiest voor een type en grootte van de woning. Dit is een keuze waarop de inwoner zelf invloed kan uitoefenen. Daarom is dit niet van invloed op de hoeveelheid ondersteuning. Het onderhoud van de tuin wordt hierdoor ook niet tot het huishouden gerekend. 4. Hetzelfde geldt voor het verzorgen van huisdieren. De gevolgen hiervan op de schoonmaak en het zoeken van oplossingen daarvoor behoort in de eerste plaats tot de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. Tenzij een inwoner gebruik maakt van een gecertificeerde en opgeleide hulphond op basis van de zorgverzekeringswet er aantoonbaar sprake is van extra vervuiling van de woning door deze hulphond. 5.

Het beschikken over en aanschaffen van een wasmachine is de verantwoordelijkheid van de inwoner. 6. Een andere vorm van eigen mogelijkheden is, het meewerken aan zo efficiënt mogelijke ondersteuning. Dit betekent dat van de inwoner mag worden verwacht dat de inwoner rekening houdt of veranderingen aanbrengt bij de inrichting van de woning (ergonomisch verantwoord) en planning voor de uitvoering van de huishoudelijke werkzaamheden. Voorbeelden hiervan zijn: a. Voorbereiden van de was. b. Aanschaffen van strijkloze kleding. c. Aanschaffen van een droger. d. De wasmachine en droger op hoogte plaatsen zodat bukken en reiken wordt vermeden. e. Voorwerpen voor de sier of verzameling zo veel als mogelijk beperken. f. Beperken van de was door het gebruiken van incontinentiemateriaal of antiallergieproducten. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 15

7. Bij verwaarlozing van het huishouden wordt altijd gekeken of behandeling eerst noodzakelijk is. Artikel 27 Normtijden hulp bij het huishouden Wanneer een maatwerkvoorziening voor hulp bij het huishouden wordt ingezet, worden de richtlijnen van het CIZ hiervoor gebruikt. Deze worden aangevuld met extra uren op maat indien noodzakelijk. Artikel 28 Regie voeren en aanleren van huishoudelijke taken 1. Ondersteuning bij regie voeren, het organiseren van huishoudelijke taken wordt ingezet wanneer de inwoner niet zelf tot regie en planning van de werkzaamheden in staat is. 2. Daarnaast wordt er altijd gekeken naar de leerbaarheid en activeringsmogelijkheden van een inwoner. Voordat het duidelijk is dat huishoudelijke taken structureel moeten worden overgenomen, onderzoekt de zorgverlener of het mogelijk is de inwoner in de eigen kracht te zetten door taken aan te leren en de inwoner te activeren. Dit betekent zowel het oefenen van huishoudelijke taken als het inzetten van algemeen gebruikelijk huishoudelijke hulpmiddelen uitproberen. Wanneer er binnen 3 tot 6 maanden onvoldoende leerbaarheid en activeringsmogelijkheden blijken te zijn, wordt er overgegaan op structurele overname van handelingen. Dit staat los van de motivatie en de wil van de inwoner hieraan mee te werken.

Het is de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner mee te werken aan het onderzoek, de in samenwerking opgestelde doelen en het zoeken naar de best passende oplossing. 3. Er wordt bij de volgende situaties altijd eerst gekeken naar de leerbaarheid en activeringsmogelijkheden: a. Wegvallen van partner door bijvoorbeeld overlijden, opname, verhuizing of einde relatie. b. Onduidelijkheid over de beperking of mogelijkheden. c. Om leren gaan met een ziekte of beperking. d. Verstandelijke of psychische beperking. e. Zelfstandig of thuis wonen na opname of verblijf in een instelling. f. Het aanleren van huishoudelijk taken bij kinderen wanneer van hen verwacht mag worden dat zij deze gebruikelijke zorg op zich kunnen nemen. Artikel 29 Zware vervuiling huishouden 1. Bij uitzonderingsituaties is er sprake van een zware vervuiling van het huishouden waardoor er gezondheidsrisico’s ontstaan. Hiervoor is in principe geen maatwerkvoorziening beschikbaar. De inwoner is zelf verantwoordelijk voor de kosten. De gemeenten ondersteunt wel in het aanvragen van een huis schoonmaak. Artikel 30 Langdurige noodzakelijkheid maatschappelijke ondersteuning 1. Bij het bepalen van de meest passende goedkoopst adequate Wmo voorziening, wordt rekening gehouden met de (te verwachten) gebruiksduur en intensiteit van het gebruik.

Er wordt geen maatwerkvoorziening toegekend als deze niet langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om hulp bij het huishouden of begeleiding. Is hulp bij het huishouden of begeleiding kortdurend of incidenteel mogelijk, dan wordt een groter beroep op eigen mogelijkheden of de inzet van algemene of andere voorzieningen gedaan. Uiteraard wordt hierbij rekening gehouden met de feitelijke aanwezigheid hiervan. 2. Onder langdurig noodzakelijk wordt een periode langer dan 6 maanden bedoeld. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 16

Artikel 31 Wonen in een geschikt huis 1. Het zoeken, vinden en beschikken over een woning behoort tot de eigen verantwoordelijkheid. Dit geldt in beginsel ook voor het beschikken over een zo geschikt mogelijke woning. Het behoort tot de eigen verantwoordelijkheid om passende maatregelen te nemen behorend bij de levensfase en te verwachten beperkingen. Kleine aanpassingen die voor iedereen algemeen toegankelijk zijn, worden niet vanuit de Wmo verstrekt. 2. Een woningaanpassing of ondersteuning bij het vinden van een geschikte woning wordt in het kader van de Wmo alleen verleend, indien het ontstaan van beperkingen, verminderde zelfredzaamheid en/of participatieproblemen het gevolg is/zijn van onvoorziene en onverwachte omstandigheden, gelegen buiten eigen toedoen. Er kan alleen gebruik worden gemaakt van een woningaanpassing vanuit de Wmo, indien de algemene en andere voorzieningen, niet passend zijn gebleken bij de situatie. 3. De inwoner kan bij verhuizen alleen rekening houden met de (medische) situatie, als op dat moment duidelijk is dat er beperkingen zijn of ontstaan bij het normale gebruik van de nieuwe woning.

Indien een inwoner alsnog besluit te verhuizen naar een woning waarbij bekend is dat deze niet passend is in gebruik of qua onderhoud bij de (medische) situatie van de inwoner, is de inwoner zelf verantwoordelijk om ondersteuning en aanpassingen te organiseren en te betalen. De inwoner had immers de mogelijkheid om te zoeken naar een woning passend bij de situatie. Artikel 32 Aard en omvang van de woningaanpassing 1. Bij het bepalen van de aard en omvang van de te verstrekken woningaanpassing gelden de volgende uitgangspunten: a. Het op de woning van toepassing zijnde bouwbesluit wordt als uitgangspunt genomen voor wat betreft wat er bij de woning aanwezig hoort te zijn. b. De woningaanpassing is functioneel, passend en langdurig adequaat. Langdurig adequaat betekent langer dan 6 maanden. Hierdoor hoeft de woningaanpassing in de toekomst niet nogmaals aangepast te worden. Artikel 33 Vervangende woningaanpassing of hulpmiddel, reparatie en onderhoud 1. Om te bepalen of een voorziening technisch is afgeschreven als bedoeld in artikel 6 lid 4 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning, hanteert het college de termijnen zoals opgenomen in bijlage II. 2. Onderhoud en reparatie van een hulpmiddel of woningaanpassing worden ook gerekend als maatwerkvoorziening. Indien van toepassing, geldt hiervoor ook een eigen bijdrage.

Artikel 34 Verhuizen op indicatie van de gemeente (verhuisindicatie) 1. Een inwoner komt in aanmerking voor een verhuisindicatie als aan alle onderstaande criteria wordt voldaan: a. Er is sprake van langdurige, aantoonbare beperkingen in het normale gebruik van de woning, bijvoorbeeld met traplopen. Daardoor is het medisch noodzakelijk om uit de woning te verhuizen. Dit was nog niet bekend bij de inwoner, toen de inwoner de huidige woning accepteerde of heeft aangepast. b. Verhuizen is de goedkoopst adequate oplossing binnen de Wmo, en kan plaatsvinden binnen een medisch verantwoorde termijn. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 17

2. 3. 4. 5.

6.

c. De inwoner woont zelfstandig en verhuist naar een zelfstandige woning waar het hele jaar gewoond wordt (geen recreatiewoning). d. De inwoner verhuist naar een geschikte woning binnen Nederland. De woning voldoet aan de eisen die in het besluit (de beschikking) staan die de inwoner ontvangt. e. De inwoner heeft tijdens het onderzoek en de aanvraag de huur nog niet opgezegd of het huis nog niet verkocht. Een verhuisindicatie is één keer inzetbaar. Na het accepteren van een geschikte woning vervalt de geldigheid van de indicatie. Indien een inwoner 3 keer een geschikte woning afwijst, is de inwoner hierna zelf verantwoordelijk. De inwoner wijst immers een passende oplossing af. De inwoner ontvangt een verhuisindicatie voor de periode van 1 jaar. Voor een tussentijdse oplossing kan de inwoner gebruikmaken van uitleen hulpmiddelen vanuit de Zvw. Een woningzoekende die in de gemeente mantelzorg verleent of ontvangt, komt in aanmerking voor een verhuisindicatie (mantelzorgurgentieverklaring) wanneer: a. er sprake is van een ondersteuningsvraag in de vorm van huishoudelijke hulp, persoonlijke verzorging en/of verpleging en individuele begeleiding; b. de ondersteuning thuis geboden wordt; c. sprake is van een mantelzorgrelatie waarin de mantelzorger voor gemiddeld 2 uur per dag en minimaal 10 uur per week besteedt aan het bieden van mantelzorg; en d.

waarbij de verwachting is dat de mantelzorgrelatie minimaal een jaar in stand blijft; e. de reisafstand tussen de woningen van mantelzorggever en mantelzorgontvanger binnen dezelfde gemeente of plaats is na de verhuizing; f. het aannemelijk is dat door de mantelzorg er in mindere mate aanspraak gemaakt wordt op een algemene of maatwerkvoorziening vanuit de Wmo of Jeugdwet. Het inkomen van het huishouden van de aanvrager is niet hoger dan de door de rijksoverheid vastgestelde inkomensnorm voor sociale huurwoningen.

Artikel 35 Vergoeding voor verhuis- en herinrichtingskosten 1. Er kan alleen een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten geboden worden, wanneer er door de gemeente ook een verhuisindicatie is afgegeven. Hiervoor gelden dezelfde criteria als bij een verhuisurgentie. 2. Hoe hoog de tegemoetkoming is, staat in de nadere regels en wordt vastgelegd in het besluit (de beschikking) die de inwoner ontvangt. 3. Indien een inwoner voor het eerst op zichzelf gaat wonen, komt de inwoner niet in aanmerking voor een verhuiskostenvergoeding. Dit valt onder algemene gebruikelijk kosten zoals bij ieder ander. 4. Indien er sprake is van een verhuizing naar een Wlz-instelling, wordt er geen verhuiskostenvergoeding verstrekt. Artikel 36 Hulpmiddelen 1. Er zijn diverse hulpmiddelen die de inwoner behulpzaam kunnen zijn bij het zich verplaatsen in of om de woning. Deze zijn in de reguliere handel verkrijgbaar en zijn algemeen gebruikelijke voorzieningen zolang deze financieel draagbaar zijn met een minimuminkomen. Voorbeelden hiervan kunnen zijn: a. Aankoppelfietsen voor kinderen. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 18

b. Airco-units. c. Antisliptegels en/of antislipcoating. d. Auto aanpassingen (automatische transmissie, stuur- en rembekrachtiging, verstelbare voorstoelen/buitenspiegels, elektrische raambediening, neerklapbare achterbank, derde/vijfde deur, interval op ruitenwissers, airconditioning, trekhaaken aanhanger). e. Automatische deuropeners voor garages. f. Bad. g. Bed (ook waterbed). h. Bromfiets, bromscooters en brommobielen. i. Centrale verwarming, verwarming units (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). j. Dakkapellen. k. Douche; ruimte/bak verwijderen en/of plaatsen (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). l. Douchekop en glijstang, douchescherm. m. Eenvoudige handgrepen/standaard muurbeugels (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). n. Eengreeps-mengkranen (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). o. Extra bel (aanschaf en plaatsen). p. Fiets (ook: ligfiets, bakfiets, tandem). q. Fiets met trap-/elektrische ondersteuning. r. Kookplaten (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). s. Kantelbare spiegels. t. Keukenapparatuur (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). u. Korfladen in de keuken (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). v. Kosten voor halen rijbewijs en APK. w. Luchtbevochtigers en ontvochtigers. x. Losse antislipvoorzieningen (zoals badmat en antislipstickers). y.

Oplaadkosten van een scootermobiel. z. Sta-op stoel. aa. Thermostatische mengkranen (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). bb. Trapleuningen, extra (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). cc. Toilet (tweede toilet, hangtoilet). dd. losse douchestoel op poten ee. inpandige drempels ff. badplank gg. toiletverhoger 2. Hulpmiddelen voor revalidatie en kortdurend gebruik vallen tot 6 maanden onder de Zorgverzekeringswet. Daarnaast mag van een inwoner verwacht worden dat een gewenst hulpmiddel uitgeprobeerd wordt bij de uitleenwinkel, wanneer dit mogelijk is. 3. Wanneer een hulpmiddel langdurig nodig is, en/of de algemeen gebruikelijke voorzieningen leiden tot onvoldoende resultaat, wordt onderzocht of de inzet van een maatwerkvoorziening noodzakelijk is en zo ja, welke. 4. Een rolstoel wordt verstrekt indien er een langdurige noodzaak is voor zittend verplaatsen.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023 Vastgesteld bij B&W besluit d.d. 28 februari 2023

Pagina 19

5. Bij de vaststelling van de specificaties van een hulpmiddel wordt binnen de mogelijkheden van de goedkoopst adequate oplossing rekening gehouden met de behoeften van de inwoner en betrokkenen. Waar nodig wordt er gebruikgemaakt van het advies van een ergotherapeut. 6. Bij een scootmobiel is het van belang dat een scootmobiel opgeladen en veilig en droog gestald kan worden. Bij de stalling wordt er gekeken naar de brandveiligheid (bijv. vrijhouden van vluchtwegen). Mogelijk is er toestemming nodig van de woningeigenaar om de scootmobiel te mogen stallen. Artikel 37 Sportvoorziening 1. Uniek Sporten is een voorliggende mogelijkheid op een sportvoorziening. Uniek Sporten is een uitleenservice van sportrolstoelen en handbikes voor inwoners. Inwoners met een fysieke beperking kunnen kosteloos, voor een periode van maximaal 6 maanden, via Uniek Sporten sporthulpmiddelen en verschillende sporten uitproberen. Uniek Sporten kan hierna in samenwerking met de inwoner een melding en aanvraag indienen voor en sportvoorziening bij de gemeente. 2. Er wordt voor maximaal één sport één sportvoorziening toegekend. 3. Het sporten is gericht op de maatschappelijke participatie. Daarom wordt een voorziening hiervoor alleen verstrekt voor sporten in verenigd verband of aantoonbaar vergelijkbaar met een verenigd verband. Zoals een trainingsgroep onder leiding van een professional. 4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=a4018537-724e-4d37-806b-12bb4228d95c