2a. Bijlage - Afsprakenkader Huisvesting Aandachtsgroepen
Tekst van het document
Regionaal Afsprakenkader Huisvesting Aandachtsgroepen 2024 Er is een tekort aan betaalbare woningen; de verdeling van schaarste is een uitdaging. In de krappe (sociale) woningmarkt is het daarom extra lastig om voor veel van de aandachtsgroepen goede huisvesting te organiseren. Vaak worden kwetsbare mensen geplaatst in de minst draagkrachtige wijken, wat zorgt voor een opeenstapeling van problemen en het onder druk zetten van prettig wonen. Vraagstukken rondom wonen en leefbaarheid zorgen steeds meer voor een tweedeling in de maatschappij. Een thuis voor iedereen is dan ook meer dan een woningbouwopgave; het gaat om het zorgen voor een goed leefklimaat in toekomstbestendige, vitale wijken. Dit is de rode draad in dit afsprakenkader en de betrokken partners (woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties) onderschrijven dit. Aandachtsgroepen? Onze inwoners! We stellen de mens centraal, in plaats van hen te classificeren in aandachtsgroepen met medische termen of afkortingen van zorgorganisaties. Elke aandachtsgroep of urgentiecategorie bestaat uit inwoners van onze gemeenten. Het Rijk verstaat onder aandachtsgroepen1 mensen die extra zorg of begeleiding nodig hebben, maar ook ouderen, studenten, arbeidsmigranten en woonwagenbewoners. Anderen hebben een medische urgentie, sociale urgentie vanwege scheiding of mantelzorg of zijn tijdelijk dakloos geworden.
Allemaal inwoners van een stad, dorp, wijk of buurt die door omstandigheden wat extra hulp en urgentie nodig hebben bij het vinden van een thuis. Als Groene metropoolregio Arnhem-Nijmegen dragen we zorg voor voldoende en goede huisvesting voor al onze inwoners. Een thuis voor iedereen! Toekomstbestendige, vitale wijken als basis Onze wijken krijgen de komende decennia te maken met dubbele vergrijzing, een toename van eenpersoonshuishoudens (vooral van mensen boven de 75 jaar) én inwoners die (weer) in de buurt gaan wonen door de extramuralisering. Sommigen hebben wat meer zorg en aandacht nodig, terwijl het tekort aan zorgpersoneel de komende jaren toeneemt. Dit vraagt om een nieuwe manier van denken bij zowel inwoners als maatschappelijke organisaties. En zorgt tevens voor een groeiende behoefte aan een nieuw type woonomgeving. Mensen hebben niet alleen behoefte aan een toegankelijke woning en zorg aan huis, maar ook aan sociale interactie in hun directe omgeving. Meedoen, zingeving, vriendschap, gezelligheid en contact met gelijkgestemden worden steeds belangrijker voor het creëren van vitale woongemeenschappen. Waarbij het niet alleen gaat om wat mensen niet meer kunnen, maar ook om wat ze wél kunnen bijdragen.
Begrippen zoals sociale cohesie, inclusie, samenredzaamheid en wederkerige ondersteuning krijgen betekenis in de dagelijkse praktijk, zodat kwetsbare mensen zelfstandiger kunnen blijven in inclusieve, vitale buurten. Waarom regionale afspraken? Gemeenten realiseren zich dat de regionale opgave te groot is om individueel, zonder afstemming, op te pakken. Regionale afspraken kunnen hierin helpen. Zo weten alle partijen (gemeenten, woningcorporaties, zorg- en welzijn organisaties) waar ze aan toe zijn met eenduidige definities en regels.
1
We zetten de mens centraal. In dit afsprakenkader noemen we de mensen die centraal staan in dit stuk voor de leesbaarheid toch ‘aandachtgroepen’
versie 24-6-2024
Afsprakenkader Een thuis voor iedereen!
1
Hoewel elke gemeente in staat zou moeten zijn om mensen uit de aandachtsgroepen zelf een plek te bieden, zien we dat dit nog niet altijd realiseerbaar is en dat een plek alleen onvoldoende is. We moeten elkaar helpen binnen de regio en toewerken naar evenwichtige kansen voor onze inwoners voor wie het moeilijker is om op eigen kracht huisvesting te vinden. Dit vraagt ook om een goede balans tussen regulier woningzoekenden en inwoners uit de aandachtsgroepen. In gemeenten met weinig sociale huur moet er meer aanbod komen, zodat zorg voor mensen met aandacht niet ten koste gaat van overige woningzoekenden. En in de gemeenten met veel sociale huur, moet voorkomen worden dat kwetsbare mensen hier noodgedwongen naar toe gaan. Zo zien partijen in de regio er samen op toe dat er voor elke inwoner van onze regio passende huisvesting is met waar nodig goede begeleiding of zorg. Het regionale afsprakenkader is ook een uitwerking van Rijksbeleid en de Woondeal 2.0 (zie bijlage 1 Kaders).
Het afsprakenkader Om te komen tot afspraken zijn er werkateliers gehouden met ambtenaren en bestuurders wonen en zorg, bijgestaan door experts vanuit de woningcorporaYes, zorg- en welzijnsorganisaYes. Hieruit komt naar voren dat de gemeenten overkoepelende afspraken willen maken en afspraken toegespitst op vier thema’s: 1. 2. 3. 4.
Vitale wijken (spreiding, prevenYe & Community Up) Toewijzing (evenwichYg, effecYef en spreiding) De taart vergroten (nieuwbouw & bestaande bouw) Wonen & Zorg Ouderen (bouwopgave, doorstroom bevorderen & zorggaranYes)
Het regionale afsprakenkader behelst stevige ambiYes. Maar de ambiYes en afspraken op deze thema’s dragen eraan bij, dat nieuwe én huidige bewoners van onze gemeenten fijn blijven wonen.
Partijen
Dit afsprakenkader is in eerste instantie een afspraak tussen de 17 regionale gemeenten: • Gemeente Arnhem • Gemeente Nijmegen • Gemeente Beuningen • Gemeente Overbetuwe • Gemeente Berg en Dal • Gemeente Renkum • Gemeente Doesburg • Gemeente Rheden • Gemeente Druten • Gemeente Rozendaal • Gemeente Duiven • Gemeente Westervoort • Gemeente Heumen • Gemeente Wijchen • Gemeente Lingewaard • Gemeente Zevenaar • Gemeente Mook & Middelaar In het traject zijn zowel woningcorporaties en zorg- en welzijnsorganisaties betrokken (op project- en stuurgroep niveau). De gemaakte afspraken krijgen vervolgens een plek in de lokale prestatieafspraken tussen gemeenten en de verschillende organisaties.
versie 24-6-2024
Afsprakenkader Een thuis voor iedereen!
2
Afspraken huisvesting aandachtsgroepen In 2026 kunnen aandachtsgroepen in elke gemeente terecht De gemeenten in de Groene Metropoolregio (GMR) zetten samen de schouders eronder. Elke gemeente levert haar evenredige bijdrage om ook onze kwetsbare inwoners passend huis te bieden. In 2026 zijn we hier klaar voor. Dat vraagt een stevige inzet. Zeker bij een te beperkt aanbod passende sociale huurwoningen. Dan is aanvullend aanbod gewenst, door nieuwbouw of door alternatieve huisvesting. Iedere gemeente neemt hierin haar eigen verantwoordelijkheid. Samen helpen we elkaar door het delen van goede voorbeelden, kennis en door elkaar aan te spreken op de voortgang. Met als einddoel: in 2026 levert elke gemeente haar bijdrage in de huisvestingsopgave naar rato van het aantal inwoners. Met de inbreng van alle partijen hebben we dit regionale afsprakenkader ontwikkeld op een viertal thema’s: Vitale wijken vormen de basis voor het maken van afspraken over de toewijzing, het vergroten van de woningvoorraad en het goed regelen van wonen en zorg voor ouderen. Vitale wijken zijn essentieel om toekomstbestendig samen te kunnen leven.
versie 24-6-2024
Afsprakenkader Een thuis voor iedereen!
3
Overkoepelende afspraken 1. Elke gemeente gaat werken met de regionaal opgestelde definities voor de aandachtsgroepen, gebaseerd op de Rijksdefinities: Begrippenbepaling aandachtsgroepen en ouderen (gmr.nl) 2. Voor regionale opgave is gekozen voor de momentopname 2022. Dit nemen we als gezamenlijk uitgangspunt voor de opgave van aandachtsgroepen (zie pagina 5 interactieve pdf).: 3. We zetten in op een evenwichtige verdeling van aandachtsgroepen over de gemeenten in de regio op basis van inwoneraantal. (Zie de verdeling in bijlage 3). 4. Gezien de huidige betaalbare woningvoorraad kan niet elke gemeente hier op dit moment volledig aan voldoen, ondanks de inspanningen die nu al worden verricht. Gemeenten maken scherpe afspraken, maar gunnen elkaar de tijd om er te komen. Voor de Gemeenten die hier nu nog niet aan kunnen voldoen, wordt afgesproken dat: • ze zich extra inzetten om richting 2026 meer passend aanbod beschikbaar te hebben. • de periode 2024 – 2026 kan worden benut om in alle gemeenten voldoende huisvesYng te kunnen bieden, door het maken van een plan van aanpak, aanpassing van beleid, maken van prestaYeafspraken en alternaYeve huisvesYngsmogelijkheden. • er nu al wordt ingezet op korte termijnoplossingen om te zorgen voor voldoende woningaanbod voor de aandachtsgroepen.
• hierbij niet alleen wordt gedacht aan sociale huur en nieuwbouw, maar ook aan parYculiere huur en bestaande bouw. 5. De meeste inwoners onder afspraak 3 landen in de sociale huursector. Gemeenten richten zich bij het maken van toewijzingsafspraken op de toegelaten instellingen (woningcorporaYes en zorgparYjen). 6. Een aantal groepen heeg aparte huisvesYngswensen/aanbieders en wordt niet meegenomen bij het thema “Toewijzing”. Zij worden wel meegenomen bij het thema “De taart vergroten”: • • • •
Studenten worden gehuisvest door studentenhuisvesters en parYculiere kamerverhuurders. De huisvesting van arbeidsmigranten (short en midstay) is de primaire verantwoordelijkheid van werkgevers en particuliere verhuurders. Woonwagenbewoners hebben een specifieke huisvestingswens in familieverband. Dit vraagt daarom om een lokale betrokkenheid en een lokale aanpak. De huisvesting van ouderen is een lokale opgave, maar regionaal vindt afstemming plaats of er regionaal voldoende huisvesting is voor de verschillende groepen ouderen.
7. Als een gemeente meer huisvesting biedt dan de evenwichtige verdeling voor de urgente aandachtsgroepen, belonen we dat positief. Dit wordt verder onderzocht door de GMR in 2025. 8. De huisvesting voor aandachtsgroepen vraagt een goede monitoring. Dit wordt in samenwerking met de werkgroep monitoring in de GMR verder uitgewerkt. De voortgang hiervan wordt meegenomen in het traject van de woondeal.
versie 24-6-2024
Afsprakenkader Een thuis voor iedereen!
4
Thema 1: Vitale wijken Bouwen aan vitale wijken is onze stip op de horizon, het verbindt alle afspraken uit dit afsprakenkader met elkaar. In de vitale wijk zijn wonen, zorg en welzijn met elkaar verbonden. Vitale wijken zijn een middel om samenhang te creëren tussen geschikte woningen en voorzieningen, en om expertise in zorg en dienstverlening te bundelen. Het is ook de manier om te zorgen dat de zorgkosten binnen de perken blijven. De uitdagingen in de leefwereld van inwoners zijn complex, waardoor een éénzijdige aanpak onbedoeld andere problemen in de wijk kan verergeren. Door verschillende financieringsvormen, wettelijke richtlijnen en organisatiestructuren bestaan er al jaren barrières. Bijvoorbeeld het geclusterd bouwen, op basis van aandoening en leeftijd, houdt deze ‘schotten’ in stand. Echte oplossingen ontstaan pas wanneer we verder kijken dan onze eigen professionele wereld en dichter op de uitvoering gaan zitten. Dit vraagt om een andere manier van samenwerken en een nieuwe koers van maatschappelijke organisaties. We regelen het niet meer voor de mensen, maar regelen het samen met hen, en met verschillende betrokken professionals. Het draait om een nieuw samenspel van gemeenschappelijke waarden tussen traditionele spelers in het sociale domein, buurtbewoners, informele zorg en andere (commerciële) partijen.
Het doel is om zelfstandigheid te behouden, ook bij kwetsbaarheid. Dit speelt in alle gemeenten. Daarom is het essentieel dat dit in gezamenlijkheid wordt opgepakt en regionale richtlijnen worden gemaakt met elkaar. Gemeenten, woningcorporaties en huurdersbelangenverenigingen maken jaarlijks prestatieafspraken om deze richtlijnen te vertalen naar lokale afspraken. 9.
Er moet meer evenwicht komen in de wijken. De leefbaarheid in sommige wijken staat onder druk. De kwetsbaarheid van de wijk wordt minder groot door duurdere woningen toe te voegen. Er ontstaat balans in de steden en dorpen door betaalbare woningen toe te voegen in veerkrachtige wijken. Het zogenaamd spiegelbeeldig ontwikkelen.
10.
Elke gemeente stimuleert het huisvesten van aandachtsgroepen in veerkrachtige wijken. Dit geeft ruimte in de minder veerkrachtige wijken. Bij gebiedsontwikkeling wordt ook ingezet op het huisvesten van kwetsbare inwoners.
11.
Uitgangspunt is positieve gezondheid; waarbij de mens centraal staat en niet de ziekte of gebreken. Een omgeving waar ontmoeten en bewegen wordt gestimuleerd. Het doel is: kwetsbare mensen zelf invloed en middelen geven om eigen keuzes te maken, keuzes die passen bij wie ze zijn.
12.
Elke gemeente in de regio zet in op preventie en welzijn, zodat de vraag naar zorg en ondersteuning minder groot wordt. Gemeenten hebben behoefte aan regionale afstemming over de mate van inzet en de impact van preventie en welzijn. Gestart wordt met een inventarisatie van preventieve aanpakken die in de regio succesvolle resultaten laten zien, zodat iedere gemeente hiervan kan leren en dit kan vertalen naar de lokale situatie. GMR faciliteert deze inventarisatie. Voor preventie en welzijn op het gebied van zorg en ondersteuning verwijzen we naar de regiobeelden en daarop gebaseerde regioplannen (IZA afspraken) van regio Arnhem en Nijmegen.
13.
Het realiseren van vitale wijken vraagt om regionale samenwerking en kennisdeling tussen wonen, sociaal en zorgdomein. GMR draagt actief bij om deze domeinen regelmatig samen
versie 24-6-2024
Afsprakenkader Een thuis voor iedereen!
5
te brengen (ook de marktpartijen). De GMR faciliteert het uitwisselen van lokale kennis en expertise over het creëren van vitale wijken: Werken vanuit de bewoner, community building, welzijn, financieringsstromen, ideeën en concepten van projectontwikkelaars etc. 14.
We gaan als gemeenten met vitale wijken aan de slag. Bij gebiedsontwikkeling wordt het realiseren van vitale wijken tot doel gemaakt. Hierbij laten we ons niet belemmeren door financiële schotten tussen domeinen en organisaties. Maatschappelijke baten en sociale impact worden meegenomen bij het financieren van woningbouwprojecten en inrichten van de leefomgeving. Een voorbeeld kan zijn het instellen van een woonfonds waarin private partijen geld inleggen voor iedere vrije sector woningen die wordt gebouwd in een bepaald gebied (Gemeente Wijchen). Dat fonds gebruikt de gemeente om vitale wijken te organiseren.
15.
Door de gemeenten is de wens uitgesproken om te komen tot minder zorgpartijen en een gebiedsgerichte inkoop. Of en hoe dit mogelijk is, wordt verder onderzocht in de regionale zorgoverleggen. Concreet voorbeeld: In subregio Arnhem wordt vanuit het programma ‘Samen aan Zet voor beschermd wonen’ gedacht aan nieuwe vormen van lokale en wijkgerichte samenwerking die uiteindelijk leidt tot beperking van het aantal aanbieders.
16.
Het thema vitale wijken wordt ingebed in de overlegstructuur van de woondeal- en versnellingstafel. Daarnaast vindt tussen de regionale woon- en zorgtafels wisselwerking plaats. Dit wordt door de GMR meegenomen in de uitvoeringsplannen van dit afsprakenkader.
versie 24-6-2024
Afsprakenkader Een thuis voor iedereen!
6
Thema 2: Toewijzing De druk op de sociale huurvoorraad is groot. De wachttijd voor een woning loopt steeds verder op en het aantal urgent woningzoekenden neemt toe. Alle gemeenten en corporaties hebben hiermee te maken. Door regionale afspraken te maken over de toewijzing, wordt het probleem van de woningnood niet opgelost, maar zorgen we voor een goede balans tussen toewijzen aan urgent woningzoekenden en regulier woningzoekenden. Het zorgt voor eenduidige regelgeving in de regio en dat helpt inwoners, woningcorporaties en gemeenten. In de regionale huisvestingsverordening zijn al regels vastgelegd over toewijzing van sociale huurwoningen. Hieronder volgen aanvullende afspraken: 17.
Het uitgangspunt is dat de meerderheid van de sociale huurwoningen wordt toegewezen aan regulier woningzoekenden. Een eerste prognose (op basis van het regionaal woonbehoefte onderzoek Companen 2022), wijst uit dat een derde deel nodig is voor het huisvesten van de urgente aandachtsgroepen. Aangezien het een prognose is, hanteren we als minimum de richtlijn dat regionaal tenminste 25% van de beschikbare sociale huurwoningen wordt toegewezen aan urgente aandachtsgroepen en 75% aan regulier woningzoekenden. Elke gemeente neemt hierin haar verantwoordelijkheid. Gemeenten, woningcorporaties en huurdersverenigingen leggen de invulling vast in lokale prestatieafspraken.
18.
Het doel is om op een uniforme wijze passende huisvesting te organiseren voor urgente aandachtsgroepen, die door bemiddeling tot stand komt: • Uitstroom uit beschermd wonen • Uitstroom uit accommodaties jeugdhulp • Uitstroom uit klinische ggz • Uitstroom uit maatschappelijke opvang (dak- en thuislozen) • Uitstroom uit vrouwenopvang • Uitstroom uit (jeugd)detentie en forensische zorg • Uitstappende sekswerkers • Statushouders (op basis van taakstelling) Vandaar dat er wordt ingezet op een regionale bemiddelingstafel. Van daaruit wordt de inwoner bemiddeld naar een passende plek, waar de juiste ondersteuning kan worden geboden. Elke gemeente zorgt ervoor dat er woningen (of woonruimten) worden ingebracht door woningcorporaties (evenwichtige verdeling). Door de grotere schaal kan een goede match eerder tot stand komen. De regionale bemiddelingstafel vraagt nog om nadere uitwerking (organisatie, deelnemers vanuit wonen, zorg en welzijn, begeleidingsafspraken, schaalniveau etc.). De GMR pakt dit op.
19.
Als mensen tijdelijk in een zorginstelling moeten verblijven buiten hun eigen gemeente, hanteren we het principe dat bij uitstroom in elk geval passend aanbod beschikbaar moet zijn in de gemeente van oorsprong. Bij de uitwerking van de bemiddelingstafel wordt hier door de GMR concreet vorm en inhoud aan gegeven.
versie 24-6-2024
Afsprakenkader Een thuis voor iedereen!
7
Thema 3: De taart vergroten De woningnood is groot. Met de huidige woningvoorraad lukt het regionaal gezien niet om alle aandachtsgroepen te huisvesten. Het is noodzakelijk om de taart te vergroten door meer woningen toe te voegen. Daarbij richten we ons niet alleen op de urgente aandachtsgroepen, maar op alle aandachtsgroepen binnen ‘een thuis voor iedereen’. Veel aandachtsgroepen hebben een laag inkomen en zijn aangewezen op een sociale huurwoning. Om het aantal sociale huurwoningen te vergroten is in de Woondeal 2.0 afgesproken dat iedere gemeente zorgt dat 30% van de nieuwbouw in de sociale huur wordt gerealiseerd. Maar dit is niet voldoende. Het benutten van de mogelijkheden in de particuliere huur en koopsector en in de bestaande bouw zijn essentieel. 20. Elke gemeente biedt bij de nieuwbouwopgave en het toevoegen van woningen in de bestaande bouw expliciet ruimte voor aandachtsgroepen. Niet alleen in de sociale huur, ook in de particuliere huur. Een deel van de nieuwbouwopgave wordt ingezet op bijv. (modulaire) kleinere, goedkopere woningen, woonvormen tussen beschermd en regulier wonen in, geclusterd wonen met ontmoetingsruimte, levensloopbestendige woningen en mixen van doelgroepen.
21. Gemeenten maken prestatieafspraken met woningcorporaties en huurdersorganisaties waarin wordt vastgelegd hoe de nieuwbouw en bestaande voorraad beter benut kan worden voor de huisvesting van aandachtsgroepen. Onder de nieuwe wet Versterking regie volkshuisvesting wordt ook verwacht dat er afstemming plaatsvindt met zorgpartijen.
22. De GMR doet onderzoek en deelt kennis over innovatieve oplossingen in de nieuwbouw en de bestaande bouw voor aandachtsgroepen. Denk aan woningdelen, duo wonen, hoekwoning aanpak, optoppen, friends contracten, hospita regeling. Denk ook aan de mogelijkheid voor gemeenten om bij wijzing van een bestemmingsplan private partijen te laten bijdragen aan de publieke opgaven door vergunning te verlenen onder voorwaarden. In dit geval voor de huisvesting van specifieke aandachtsgroepen. Ook deelt de GMR kennis over het op gang brengen van doorstroming op de woningmarkt: wooncoach ouderen, verhuisregeling, woning delen en het levensloopgeschikter maken van woningen. 23. Als koploperregio voor het programma Een thuis voor iedereen, delen we de geleerde lessen met stakeholders. We vragen aan het Rijk om landelijke obstakels aan te pakken, die de realisatie van passende huisvesting voor aandachtsgroepen belemmeren. Dit gaat over het wegnemen van juridische en belastingtechnische hobbels voor woningdelen (kostendelersnorm, huurtoeslag etc.). Het gaat over investeringen om te komen tot zorgzame buurten, over onrendabele investeringen om nieuwbouw voor aandachtsgroepen van de grond te krijgen. En over het ontschotten van financieringsstromen tussen verschillende partijen om vernieuwing in wonen en zorg van de grond te krijgen.
versie 24-6-2024
Afsprakenkader Een thuis voor iedereen!
8
Thema 4: Wonen en zorg ouderen De landelijke opgave Om ervoor te zorgen dat ouderen zo lang mogelijk prepg en gezond zelfstandig kunnen blijven wonen, zijn vitale wijken nodig met voldoende passende woningen, ondersteuning en zorg. Het programma Wonen en Zorg voor Ouderen wijst uit dat er de komende jaren landelijk 290.000 woningen extra nodig zijn die geschikt zijn voor ouderen; als onderdeel van de 900.000 nieuw te bouwen woningen. Van die 290.000 ouderenwoningen zijn 170.000 woningen nultredenwoningen, 80.000 geclusterde woningen, en 40.000 verpleegzorgplekken (nu: zorggeschikte woningen).2 Bij de jaarlijkse herijking van de Woondeals zal worden onderzocht hoe de opgave ouderenwoningen zich landelijk mee ontwikkelt. De groep ouderen doet voor circa 50% een beroep op sociale huurwoningen. Op landelijk niveau zijn afspraken gemaakt met Aedes dat corporaties zich inspannen voor de realisatie van 40.000 geclusterde woningen en 20.000 zorggeschikte woningen in de sociale huur (50%). Deze woningbouwopgave is opgenomen in de nationale prestatieafspraken. De overige 50% zal met name een opgave zijn voor marktpartijen. Zorgaanbieders en corporaties kunnen daar eventueel in (beperkte) mate aan bijdragen.
Voor geclusterd wonen gaat het hier om een vrij in te vullen mix aan zowel koop- als huurwoningen; voor de overige zorggeschikte woningen geldt dat deze veelal in de middenhuur en vrije sectorhuur zal worden gerealiseerd. Hier wordt verwacht dat zorggeschikte woningen doorgaans niet in het koopsegment zullen worden gerealiseerd. De Tweede Kamer vraagt bouwers om geclusterde woonvormen zoveel mogelijk dementievriendelijk in te richten3. De landelijke opgave ouderenhuisvesting geeft richting, maar vraagt ook om een vertaling naar regionale context voor de uitwerking en uitvoering. In het kader van de woondeal wil het Rijk samen met medeoverheden, corporaties en zorgkantoren de regionale opgave ouderenhuisvesting vaststellen. De opgave ouderenhuisvesting zal lokaal verder uitgewerkt moeten worden als onderdeel van het gemeentelijk volkshuisvestingprogramma, waarvan beoogd is dat elke gemeente dit programma per 2026 heeft opgesteld. Het is de bedoeling dat gemeenten hierin beleid opstellen omtrent doorstroming onder ouderen en benodigde zorg en ondersteuning vanuit de Wmo en Zvw.
De regionale en lokale opgave De Groene Metropool regio Arnhem – Nijmegen is ongeveer even sterk vergrijsd als de totale provincie Gelderland en Nederland. Dat betekent dat het aantal ouderen in de regio de komende decennia sterk toeneemt. Het aantal 65-plussers neemt toe tot ruim 198.000 in 2030 (+22%) en bijna 229.000 in 2040 (+41%). Het aantal 85-plussers neemt toe tot ruim 24.000 in 2030 (+37%) en ruim 39.000 in 2040 (+121%). De dubbele vergrijzing speelt in elke gemeente. Toename ouderen met ondersteuning- en zorgbehoefte Hierdoor neemt ook het aantal ouderen met een behoefte aan verpleegzorg sterk toe. In de regio Arnhem-Nijmegen bedraagt deze toename naar schatting 2.840 ouderen (+ 33%) over de periode 2022-2031. Voor de groep die nu nog in verpleeghuizen terecht kan, maar in de toekomst niet meer, moeten in samenwerking met zorginstellingen (verpleeg)zorggeschikte woningen worden gerealiseerd. Deze ouderen kunnen de verpleegzorg op verschillende manieren ontvangen: intramuraal of extramuraal in al dan niet (geclusterde) zorggeschikte woningen, nultreden woningen of reguliere woningen. De 2 3
Uit ‘Informatiepakket BZK ouderenhuisvesting’ – sept 2023 De toolkit ‘Dementievriendelijk ontwerpen’ biedt handvat voor dementievriendelijke bouw.
versie 24-6-2024
Afsprakenkader Een thuis voor iedereen!
9
opgave is om in 2031 alle bijna 12.000 ouderen die verpleegzorg nodig hebben deze in een passende woonvorm kunnen ontvangen. Momenteel vervullen instellingen in Arnhem, Nijmegen, Berg en Dal en Westervoort een regionale functie. Gemeenten als Rozendaal, Renkum en Heumen leunen meer op voorzieningen in de regio. In de toekomst kunnen (door de extramuralisering) dit soort patronen verschuiven. Ook de groep met lichtere aandoeningen die leidt tot een behoefte aan ‘zorg op afroep’ neemt sterk toe. In de onderstaande tabel staat de extra opgave tot 2031 voor de toename van ouderen met behoefte aan 24-uurszorg, behoefte aan zorg op afroep en permanente rolstoelgebruikers 65+. Tabel 1: In onderstaande tabel is de extra opgave voor ouderen met zorgbehoefte tot 2031 opgenomen: Gemeenten
Toename ouderen met behoe/e 24- uurszorg 605 145 85 80 100 75 50 190 655 135 155 180 pm 60 175 150 pm
Toename ouderen met behoe/e zorg op afroep 435 115 115 85 125 120 85 255 520 180 200 110 10 75 175 165 pm
Toename permanente rolstoel- gebruikers 65+ 260 60 50 35 50 50 30 100 270 75 75 65 pm 30 80 75 pm
Arnhem Berg en Dal Beuningen Doesburg Druten Duiven Heumen Lingewaard Nijmegen Overbetuwe Renkum Rheden Rozendaal Westervoort Wijchen Zevenaar Mook & Middelaar Totaal 2.840 2.770 1.305 In bovenstaande tabel kunnen dubbele aantallen zitten, tussen toename permanente rolstoelgebruikers en de overige twee categorieën. Het geeft een beeld van de toename van ouderen tot 2031 met een zorgbehoefte.
Het complete arrangement; een mix aan wonen, zorg en ondersteuning Het is nadrukkelijk niet alleen een bouwopgave, maar ook een zorg- en ondersteuningsopgave. De opgave voor ouderen is groot en de urgentie is hoog. In de bijlage is een tabel opgenomen met een richtlijn voor de nieuwbouwopgave (op basis van cijfers uit het regionale woononderzoek Companen 2022 en Rijkscijfers), onderverdeeld in zorggeschikte woningen, geclusterde woningen en levensloopgeschikte woningen. Deze cijfers geven richting. Nieuwbouw is echter niet altijd een passend en adequaat antwoord. De mogelijkheden in nieuwbouw zijn soms beperkt en de vergrijzing zet onverminderd door. Het aanpassen van de bestaande voorraad kan een effecYevere oplossing blijken, waarbij de nadruk ligt op het ombouwen van complexen naar geclusterd wonen en het levensloopbestendiger maken van woningen.
versie 24-6-2024
Afsprakenkader Een thuis voor iedereen!
10
Maar een passende woning, is er nog geen passend arrangement. Het relaYef tekort aan zorgpersoneel in de toekomst begrenst de mogelijkheden. Het vraagt pragmaYsme en omdenken, om te komen tot een compleet arrangement; een mix van oplossingen aan wonen (nieuwbouw en aanpassing bestaande voorraad), zorg (zoals VPT teams in sterk vergrijsde wijken en verbinden formele aan informele zorg), ondersteuning (bijv. flexibeler toestaan van mantelzorgunits) en het inrichten van vitale wijken.
De totale opgave vraagt om een nadere uitwerking binnen de regio. 24.
We onderschrijven in de regio de opgave voor ouderen. In het bijzonder de extra opgave voor ouderen die zorg en ondersteuning behoeven (zoals omschreven in tabel 1). De huisvesYng van ouderen wordt door de GMR verder uitgewerkt in een regionaal uitvoeringsprogramma. De richtlijn nieuwbouwopgave (zie bijlage) is geen blauwdruk, maar richYnggevend voor een nadere invulling op lokaal niveau, waarbij de regionale optelsom klopt. Dat vergt samenwerking en afstemming om het complete arrangement van een mix aan wonen (nieuwbouw en bestaande bouw), zorg en ondersteuning uit te werken. De opgave moet worden afgestemd met corporaYes en waar nodig zorgkantoor en zorgaanbieders om in de levering van verpleegzorg te voorzien.
25.
Bij nieuwbouw is extra aandacht voor de opgave voor ouderen (gezien de grote behoege tot 2030 aan levensloopgeschikte woningen, geclusterde woningen met ontmoeYngsruimte en zorggeschikte woningen). De markt is verantwoordelijk voor circa de helg van de opgave. Er is behoege aan kennisdeling met bouwers/ontwikkelaars, om zo beter aan te sluiten bij de opgave. Het is cruciaal om deze opgave verder uit te werken met relevante marktparYjen.
versie 24-6-2024
Afsprakenkader Een thuis voor iedereen!
11
26.
Voor de realisatie van zorggeschikte woningen voor verpleegzorg is de stimuleringsregeling voor zorggeschikte woningen (SZGW) door het Rijk geïntroduceerd. De stimuleringsregeling bedraagt maximaal €17.500,- voor een zorggeschikte woningen. Een voorwaarde voor het ontvangen van de subsidie is dat de ontwikkelende partijen, zorgkantoor en zorgaanbieders een intentieovereenkomst aangaan. Aedes heeft hiervoor een conceptovereenkomst opgesteld. Partijen maken gebruik van deze conceptovereenkomst om in aanmerking te komen voor de stimuleringsregeling.
27.
Een groot deel van de opgave moet landen in de bestaande voorraad. Bij Gebiedsontwikkeling, herstructurering en renovatie zetten gemeenten in op het aanpassen van de bestaande woningvoorraad naar nultreden woningen en geclusterde woonvormen met ontmoetingsruimte, zodat ouderen met verminderde mobiliteit langer zelfstandig in hun huis kunnen blijven wonen. Het gaat niet alleen om het creëren van extra ontmoetingsruimten, maar juist ook om het mogelijk maken van meer activiteiten die bijdragen aan gemeenschapszin, vitaliteit en zingeving.
28.
Gemeenten zetten in op gemeenschapszin en een mix van inwoners. Om de vraag naar zorg in de toekomst minder groot te laten zijn, is er een belangrijke rol voor welzijnswerk en community building.
29.
Bij gebiedsontwikkeling richten gemeenten het openbaar gebied van wijken en dorpen demenYevriendelijk4 en toegankelijk in. Denk hierbij o.a. aan het zorgen voor openbare ontmoeYngsplekken, het plaatsen van bankjes, het verlagen van stoepranden.
30.
We komen overeen om de inzet op doorstroming te integreren in het lokale volkshuisvesYngsprogramma en de prestaYeafspraken. Gemeenten faciliteren samen met woningcorporaYes en welzijnsparYjen doorstroomcoaches/verhuiscoaches. Dit zorgt voor doorstroming en vergroot de bewustwording bij ouderen (zowel voor de sociale en voor de parYculiere sector). In het regionale uitvoeringsprogramma worden verdere regionale inspanningsmogelijkheden verkend om ouderen te laten doorstromen.
31.
Het vertalen van de opgave naar concrete huisvesting voor ouderen wordt door de regio gemonitord en waar nodig bijgesteld. We sluiten hierbij aan op de monitoring van de regionale woondeal. De werkgroep monitoring van de GMR pakt dit verder op. Gemeenten geven aan welke verschillende soorten ouderenhuisvesting zij gerealiseerd hebben. De regionale opgave is hierbij het uitgangspunt.
32.
Het thema ‘wonen en zorg ouderen’ wordt evenals het thema vitale wijken ingebed in de overlegstructuur van de woondeal- en versnellingstafel. Daarnaast vindt tussen de regionale woon- en zorgtafels wisselwerking plaats. Dit wordt door de GMR meegenomen in de uitvoeringsplannen van dit afsprakenkader.
4
De toolkit ‘Dementievriendelijk ontwerpen’ biedt handvat voor dementievriendelijke bouw.
versie 24-6-2024
Afsprakenkader Een thuis voor iedereen!
12
Bijlagen – Regionaal Afsprakenkader Huisvesting van Aandachtsgroepen 1. Kaders Rijksbeleid Volkshuisvesting Het Rijk ontwikkelt beleid en wet- en regelgeving om meer de regie te pakken op de volkshuisvesting, ook als het gaat om de huisvesting van aandachtsgroepen. Onder de Nationale Woon- en Bouwagenda vallen onder andere het programma ‘Een thuis voor iedereen’ en ‘Wonen en zorg voor ouderen’. Deze programma’s hebben als doel te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen met een evenwichtige verdeling over gemeenten en met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. Om te komen tot een goede uitvoering, pakt het Rijk hernieuwde regie over de volgende thema’s: • Betaalbare nieuwbouw In de Woondeal 2.0 tussen Rijk, Provincie en gemeenten zijn al afspraken vastgelegd over de nieuwbouwopgave. Elke gemeente bouwt als onderdeel van de woningbouwopgave minimaal 30% sociale huurwoningen. • Een regionale huisvestingsverordening inclusief urgentieregeling In de Groene Metropoolregio zijn regels voor de verdeling van de sociale huurwoningen regionaal afgesproken. Deze zijn in de huisvestingsverordeningen van de regio Gemeenten vastgesteld. Alle urgentiecategorieën worden ondergebracht worden bij de huidige genoemde categorieën.
• Evenwichtige verdeling van aandachtsgroepen Het Rijk verplicht om tot regionale afstemming te komen over een evenwichtige verdeling van aandachtsgroepen. In dit afsprakenkader staan concrete afspraken daarover voor de Groene Metropoolregio. Wet Versterking regie volkshuisvesting Het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting is in maart 2024 naar de Tweede Kamer verstuurd. Deze toekomstige wet zorgt voor de wettelijke verankering van de nationale bouw- en woonagenda. Overheden krijgen hiermee de wettelijke instrumenten in handen om met meer regie en tempo meer betaalbare woningen te bouwen. De woningnood is hoog. Deze wet maakt expliciet dat overheden samen voor voldoende woongelegenheid, ook voor aandachtsgroepen, moeten zorgen. Met dit afsprakenkader bereiden we ons regionaal voor op de wettelijke verplichting, die eraan gaat komen als de nieuwe Wet is vastgesteld. De afspraken Woondeal 2.0 zijn het uitgangspunt In de Woondeal 2.0 zijn ook afspraken gemaakt over de huisvesting van aandachtsgroepen. Hierin is vastgelegd dat: • Gemeenten hun fair share nemen in de huisvestingsopgave van aandachtsgroepen. • De koplopperregio zich gezamenlijk inzet om in 2023 te komen tot een (regionale) woonzorgvisie. We geven hier invulling aan door dit regionale afsprakenkader over de huisvesting van aandachtsgroepen.
Uitgangspunt is dat er regionale afspraken over de huisvesting van aandachtsgroepen worden gemaakt en dat deze worden vastgelegd in de urgentieregeling (als onderdeel van de huisvestingsverordening), de lokale woonzorgvisie en in het gemeentelijk versie 24-6-2024
Afsprakenkader Een thuis voor iedereen!
13
volkshuisvestingsprogramma. Omdat dit een uitwerking is van de afspraak uit de Woondeal 2.0, is vaststellen van de afspraken een collegebevoegdheid (m.u.v. het vaststellen van de huisvestingsverordening). De raden zijn tijdens het proces meegenomen en geïnformeerd en worden ook over de te maken regionale afspraken geïnformeerd. 2. Richtlijn nieuwbouwopgave regio Wonen & Zorg ouderen Deze tabel bevat de richtlijn voor de nieuwbouwopgave (volgens regionale woononderzoek Companen 2022 en prognoses van het rijk). Bij nieuwbouw gaat het om zowel parYculiere woningen als sociale huur (verdeling 50/50).
Gemeenten Bruto Senioren GMR Nieuwgeclusterd bouwopgave wonen Woondeal 2.0
Opgave Opgave zorggeschikte nultrede woningen woningen (verpleegzorg)
GMR totaal Berg en Dal
36.580 1.160
3.640 124
1.855 109
7.641 462
Mook en Middelaar Heumen
360
65
27
124
910
130
51
221
Wijchen
2.080
215
110
490
Nijmegen
13.070
585
351
1.397
Beuningen
1.240
143
59
313
Druten
910
124
54
213
Overbetuwe
1.070
280
110
556
Lingewaard
1.410
260
130
535
Renkum
920
195
131
425
Arnhem
9.500
761
307
1.134
Rheden
810
169
154
567
Rozendaal
10
-
5
26
Westervoort
530
137
32
183
Duiven
780
143
55
311
Zevenaar
1.520
273
126
546
Doesburg
300
39
43
137
Bij de nieuwbouwopgave voor nultredenwoningen is het streven te bouwen gelijk aan de richtlijnen voor een levensloopgeschikte woonruimte zoals omschreven bijlage 2 van de huisvestingsverordening. Minimale vereiste is nultreden. Zie voor definities hieronder en Begrippenbepaling aandachtsgroepen en ouderen (gmr.nl).
versie 24-6-2024
Afsprakenkader Een thuis voor iedereen!
14
Definities woningtypen ouderen opgave •
•
Nultredenwoningen zijn reguliere woningen die zowel intern als extern toegankelijk zijn. Dit houdt in dat je de woningen kan bereiken zonder trap te lopen (extern toegankelijk) en dat keuken, badkamer, toilet en minimaal één slaapkamer zonder trappen te bereiken zijn (intern toegankelijk). Levensloopgeschikte woning: Een zelfstandige woning die geschikt is voor bewoning in alle levensfases met minimale fysieke inspanningen en minimale kans op ongevallen. Dit is gelijk aan de richtlijnen voor een levensloopgeschikte woonruimte zoals omschreven bijlage 2 van de huisvestingsverordening.
•
Geclusterd wonen: ruimtelijk geclusterde wooneenheden (minimaal vijf) waar (overwegend) ouderen zelfstandig wonen mét een fysieke, gezamenlijke ruimte voor ontmoeting (Bron: onderzoek RIGO i.o.v. ministeries BZK en VWS). Voor de wooneenheden gelden de richtlijnen voor levensloopgeschikt zoals beschreven in bijlage 2 van de huisvestingsverordening.
•
Zorggeschikte woningen: (geclusterde) woningen, waar intensieve zorgverlening mogelijk is. De woningen zijn toegankelijk en hebben voorzieningen waardoor verpleegzorg geboden kan worden. Hiervoor gelden de richtlijnen voor rolstoelgeschikte woonruimte als omschreven in bijlage 2 van de huisvestingsverordening.
•
Rolstoelgeschikte woonruimte: woonruimte die geschikt is voor een bewoner die is aangewezen op een rolstoel, als bedoeld in bijlage 2 van de huisvestingsverordening.
versie 24-6-2024
Afsprakenkader Een thuis voor iedereen!
15
3. Evenwichtige verdeling van aandachtsgroepen over de gemeenten in de regio, op basis van inwoneraantal Onderstaande tabel bevat de ‘urgente’ aandachtsgroepen en taakstelling. In de rechterkolom staat het aantal mensen dat elke gemeenten moet huisvesten van deze totale groep, op basis van verdeling naar inwoneraantal. Zie legenda eronder voor duiding aandachtsgroepen.
Gemeenten
Aantal inwoners per 1-12023
Berg & Dal
34.951
110
Mook & Middelaar
7.989
25
Heumen
17.175
55
Wijchen
41.344
Nijmegen
179.100
Beuningen
26.235
Druten
19.178
Overbetuwe
48.266
Lingewaard
46.963
Renkum
31.358
Arnhem
163.888
Rheden
43.435
Rozendaal
1.756
5
Westervoort
14.944
4
Duiven
24.946
80
Zevenaar
44.645
140
Doesburg
11.036
35
Totaal (aandachtsgroep)
757.209
Totaal per gemeente
aandachtsgroepen
130
te me e n
565
e pe r g g n i l rd e rking e D e ve w t i eu ade r . n t g talen o t vra a d n lde ra e t s e g n de e n n i b
65
2
380
385
305
50
635
527
85 60 150 150 100 510 135
36
Legenda (tot 2030, cijfers per jaar) 1 Benodigde woningen uitstroom (39) én extra vraag geclusterd wonen (26) voor bewoners met verstandelijke beperking Extra vraag geclusterde woningen voor bewoners met lichamelijke beperking Uitstroom beschermd wonen2 Uitstroom Jeugdhulp met verblijf (vanaf 18 jaar) Uitstroom Maatschappelijke Opvang 3 Uitstroom Vrouwenopvang 4 Benodigde woningen statushouders (op basis van taakstelling 2022) Aantal sociaal & medisch urgenten (geplaatst in 2022) Aantal mantelzorg urgenten (geplaatst in 2022) 1. 2. 3. 4.
Voor definities en bronvermelding, zie Begrippenbepaling aandachtsgroepen en ouderen (gmr.nl) De exacte cijfers uitstroom klinische geestelijke gezondheidszorg zijn niet voor handen. Deze mensen worden meegenomen met uitstroom BW. De exacte cijfers uitstroom detentie- en forensische zorg is niet voorhanden. Deze mensen worden meegenomen met uitstroom maatschappelijke opvang. De exacte cijfers van uitstappende sekswerkers zijn niet voorhanden. Deze mensen worden meegenomen met uitstroom vrouwenopvang.
versie 24-6-2024
Afsprakenkader Een thuis voor iedereen!
16
Toewijzing De verdeling (welke aandachtsgroepen in welke gemeenten) kan binnen de regio plaatsvinden doormiddel van de voorgestelde regionale bemiddelingstafel. Zie afspraak 17 van het afsprakenkader op pagina 6. Sociaal-, medisch- en mantelzorg urgenten worden niet verdeeld via de regionale bemiddelingstafel (zie blauw kader in tabel). Zij kunnen na toekenning van de urgentie door de Regionale Urgentie Commissie zelf op woonruimte reageren middels het Entree systeem.
versie 24-6-2024
Afsprakenkader Een thuis voor iedereen!
17